Welstandsnota Teylingen_2013.pdf
Tekst van het document
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 30
Bijzonder 1
Centrum Sassenheim Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen in het oude deel van het centrum wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van volgende criteria: Ligging • het afwisselende karakter van de lintbebouwing in principe behouden en versterken, waarbij de historische panden het referentiepunt vormen • rooilijnen zijn in principe aaneen gesloten en volgen de weg • gebouwen staan direct aan de straat of het plein • hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte(n) • nieuwbouw sluit aan op ritme en ontsluiting van bestaande bebouwing • bijgebouwen liggen bij voorkeur achter de voorgevellijn Massa • gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend • de bouwmassa voegt zich in maat en ritme naar de omliggende bebouwing • per kavel is er één hoofdmassa, de goothoogte wisselt • de nokrichting is evenwijdig aan of haaks op de weg • aan- en opbouwen zijn ondergeschikt vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume • voorkom schaalvergroting zoals door samenvoeging of grote aanbouwen Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd • panden zijn zowel horizontaal als verticaal geleed • de begane grondlaag van het gebouw is afgestemd op de geleding, ritmiek en stijl van de gehele gevel • gevels aan de
straatzijde hebben (bij voorkeur staande) openingen • dakkapellen, lijsten en dergelijke uitvoeren als zelfstandige ondergeschikte elementen en in maatvoering afstemmen op de hoofdmassa • uitgangspunt zijn traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen • luifels en andere horizontale elementen lopen niet door over meerdere panden • ontwerpaandacht voor (deel)symmetrie en herhaling van elementen Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel en duurzaam • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen en een enkele keer in lichte tint gepleisterd • hellende daken zijn bij voorkeur gedekt met keramische pannen of leien • houtwerk als kozijnen, daklijsten en dergelijke schilderen in lichte kleuren • kleuren contrasteren niet met de omliggende bebouwing Aanvulling objecten • reclame in vorm en kleur bescheiden en afgestemd op architectuur en gevelindeling (grotere vlakken geleden, geen lichtbakken) • aan- en bijgebouw bij voorkeur uitvoeren in hout met eventueel bakstenen accenten • erfafscheidingen uitvoeren als heg of anders uit lage bakstenen muurtjes eventueel gecombineerd met groen of wit geschilderde stalen hekwerken
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 31
Bijzonder 1
Centrum Voorhout Beschrijving De Herenstraat vormt het historische centrum van Voorhout. Het gevarieerde lint heeft individuele en afwisselende bebouwing lint. De Herenstraat ligt tussen de Leidsevaart in het westen en het spoor in het oosten. De bebouwing varieert. Sommige panden hebben een plintfunctie als bijvoorbeeld een winkel of horecavoorziening. Er komen enkele en dubbele panden voor die veelal vrijstaan. De panden zijn met de voorgevel gericht op de weg en staan in een iets verspringende rooilijn die de weg volgt. Rooilijnen zijn per gebouw in samenhang. Sommige panden hebben kleine groene voortuintjes. De gebouwen hebben in principe als basis een eenvoudige, rechthoekige hoofdvorm met een onderbouw van twee bouwlagen en soms één bouwlaag met daarboven een kap die in verschillende vormen voorkomt. De nokrichting loopt meestal evenwijdig aan de voorgevelrooilijn. Uitbreidingen en accenten in de vorm van dakkapellen, luifels en aanbouwen zorgen er soms voor dat de eenduidige hoofdvormen verdwijnen. De meeste panden hebben een gevelindeling met staande ramen die horizontaal zijn gelijnd. De winkelpui verschilt soms in indeling van het geveldeel erboven. Dit onderscheid wordt vaak benadrukt door een diepe luifel en reclames boven de winkel. De detaillering is wisselend sober tot rijk. Bij traditionele panden komen elementen als luiken en nadrukkelijke daklijsten voor.
Het materiaal- en kleurgebruik is in principe traditioneel. Gevels zijn veelal van baksteen. Bij sommige panden komen houten, geschilderde delen als accenten voor. Het afdekken van de kaplagen met rode of donkere keramische pannen is uitgangspunt. Het merendeel van de kozijnen is van hout. Het houtwerk is geschilderd. Grote vlakken in wit, kleinere in bijvoorbeeld donkergroen. Aan de Herenstraat staat een groot aantal beeldbepalende en monumentale panden. Een aantal van deze panden doet ook dienst als herkenningspunt dit zijn onder meer de beide kerken aan de zuidkant van de Herenstraat. De Nederlands Hervormde kerk is benoemd tot monument. Andere bijzondere elementen zijn de oude boerderij Klein Boekhorst aan de noordkant en de hofstede die het Boerhaavehuis heet. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van het gebied is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan overwegend groene straten. De Herenstraat is de cultuurhistorische ader van Voorhout. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Aanvullend beleid De cultuurhistorische waarden maken deel uit van de uitgangspunten van de Structuurvisie Centrum. Daarnaast is er een beeldkwaliteitplan voor de Herenstraat gemaakt, waarin onder meer beschrijvingen van de openbare ruimte, dakvormen en bouwlagen staan.
Bijzonder welstandsniveau Het historisch centrum van Voorhout is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op een versterking van een passend beeld van de openbare ruimte en behoud van de waardevolle bebouwing, waarvan de kenmerken richtinggevend zijn voor nieuwbouw. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Individualiteit en zorgvuldigheid zijn belangrijke aspecten bij de beoordeling. Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 32
Bijzonder 2
Centrum Voorhout Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • straatwanden zijn pandsgewijs opgebouwd • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste weg • de rooilijnen zijn per pand in samenhang • rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins • bijgebouwen staan achter het hoofdgebouw of zijn deel van de straatwand Massa • gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend • herhaling is de leidraad bij dubbele panden • gebouwen bestaan uit een opbouw van één tot twee lagen met een kap • de begane grondlaag van het gebouw is in principe afgestemd op de geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • op- en aanbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa • bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking • de detaillering is zorgvuldig, van eenvoudig tot fijn • elementen in de gevel dienen in een consistente verhouding te staan tot elkaar en de gevel als geheel • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt Materiaal en kleur • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen, eventueel aangevuld met houten delen • hellende daken zijn gedekt met donkere, rode of oranje keramische pannen
• kleuren zijn terughoudend en contrasteren niet met de omliggende bebouwing • houtwerk is geschilderd in bijvoorbeeld wit of donkergroen • aan- en bijgebouwen in kleur en materiaal afstemmen op het hoofdgebouw
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 33
Bijzonder 2
Dorpsstraat en omgeving Warmond Beschrijving De Dorpsstraat is één van de twee belangrijke routes in de historische kern van Warmond. Het gebied beslaat naast deze route onder ander de Postdam, Middendorplaan, Herengracht en de oever van de Warmonder Leede. Het gebied heeft een kleinschalig karakter zonder veel nadruk op de openbare ruimte, wat mede komt doordat er nauwelijks doorgaande zichtlijnen zijn. Een uitzondering in deze structuur vormt het besloten plein voor het oude Raadhuis. In het park Groot Leerust en vanaf de parkeerplaats bij de Gemeentehaven is het water van de Warmonder Leede zichtbaar. De kavels aan de Dorpsstraat zijn vrijwel geheel bebouwd. De bebouwing is afwisselend en kleinschalig. Aan de oostzijde zijn onder andere boerderijen te vinden en aan de westzijde vooral winkels en woonhuizen. Veel bebouwing staat direct aan de weg. Langs de Jan Steenlaan en de Burgemeester Ketelaarstraat is de bebouwing minder dicht, zodat hier het groen van de tuinen en erven meer in het oog springt. Naast individuele woningen, komen in het noorden ook veel watersportbedrijven voor. Rijkdom in eenvoud is kenmerkend. De bebouwing is kleinschalig en gevarieerd. De individuele panden staan dicht opeen in een veelal verspringende rooilijn. Langs de zijstraten en dammen komen korte rijen voor.
De panden zijn van oudsher één tot twee lagen hoog en hebben meestal een zadeldak of mansardekap. Dakkapellen zijn met zorg gedetailleerd en staan vaak op de gootlijst. De daken zijn vrijwel allemaal gedekt met keramische pannen. Kenmerkend voor de meeste panden zijn staande ramen, die de gevels een verticale geleding geven. De ramen op de begane grond zijn meestal hoger dan op de verdieping. Sommige panden zijn versierd met een bewerkte windveer of verzorgde daklijst. In de klassiek opgebouwde panden komen lichte daklijsten en getande rollagen voor. Waardebepaling De waarde ligt in de historische gegroeide en goed behouden samenhang tussen structuur en afwisselende, kleinschalige bebouwing. Het centrum is aangewezen als beschermd gezicht en bevat veel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Een groot deel hiervan is monument. Wijzigingen zijn veelal kleinschalig en vragen om een zorgvuldige inpassing in het bestaande beeld. Nieuwe ontwikkelingen in dit gebied gaan niet ten koste van de historische eigenschappen. Bijzonder welstandsniveau De Dorpsstraat en omgeving is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling.
Kleinschaligheid, individualiteit en zorgvuldigheid zijn daarbij belangrijke aspecten Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het gegroeide in beginsel kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken.
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 34
Bijzonder 3
Dorpsstraat en omgeving Warmond Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen • wijzigingen dragen bij aan de karakteristiek van het historisch dorpsgezicht • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • de hoofdvorm van vrijstaande gebouwen blijft duidelijk herkenbaar Ligging • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen • hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte(n) • nieuwbouw sluit aan op ritme en ontsluiting van bestaande bebouwing Massa • gebouwen zijn in principe individueel en afwisselend • de bouwmassa voegt zich in maat en ritme naar de omliggende bebouwing, waarbij de historische kavels het uitgangspunt vormen • gebouwen zijn gevarieerd van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een onderbouw tot twee lagen met kap • de goothoogte wisselt • de nokrichting is evenwijdig aan of haaks op de weg • op- en aanbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd in overeenstemming met het dorpse karakter • panden zijn zowel horizontaal als verticaal geleed • de begane grondlaag van het gebouw
afstemmen op de geleding, ritmiek en stijl van de gevel • gevels hebben openingen, bij voorkeur ook die van aan- en bijgebouwen • gevelopeningen zijn in beginsel staand en hebben een onderverdeling met stijlen en regels • dakkapellen, lijsten en dergelijke zijn zelfstandige ondergeschikte elementen en in maatvoering afgestemd op de hoofdmassa • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • luifels en andere horizontale elementen lopen niet door over meerdere panden Materiaal en kleur • materialen zijn duurzaam en per pand in samenhang • gevels zijn bij voorkeur van baksteen met bescheiden accenten • hellende daken bij voorkeur dekken met keramische pannen • kleuren zijn bescheiden, traditioneel of terughoudend • houtwerk als kozijnen, daklijsten en dergelijke schilderen in lichte kleuren
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 35
Bijzonder 3
Lint Herenweg Warmond Beschrijving Het lint van de Herenweg en de Oranje Nassaulaan is de tweede belangrijke historische route in Warmond en volgt het verloop van een strandwal. Het gebied bestaat onder andere uit begraafplaats bij de Oude Toren en bebouwing aan de Oranje Nassaulaan, Herenweg en een deel van de Sweilandstraat. De Herenweg is nog altijd een doorgaande route. Met de aanleg van het spoor en de bouw van het station in 1863 werd deze straatweg een gewilde vestigingsplaats voor forensen, wat te zien is aan de vele burgerwoningen uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. De bebouwing langs de Herenweg bestaat uit landhuizen en burgerwoningen. Daarnaast is er een enkel bedrijf of boerderij te vinden. De gebouwen zijn in beginsel individueel en vrijstaand, met uitzondering van de woonbuurt bij het voormalig station. Samen met de landgoederen en bomen langs de weg geven de ruime kavels de Herenweg een ruim en groen karakter. Van belang voor welstand is de gemiddeld hoge kwaliteit van de gebouwen. De vormgeving van de gebouwen is misschien niet altijd even vernieuwend geweest, maar degelijk mogen de meeste panden toch wel genoemd worden. De architectuur bevestigde de waarden van de gegoede burgerij. Een uitzondering in de huidige structuur van het gebied is de Oude Toren met de ruïne van de oude kerk en de bijbehorende begraafplaats.
Dit is een rest van de bebouwing langs de derde as van het oude Warmond: de inmiddels vrijwel verdwenen Buurweg. Een ander opvallend punt in de structuur is de aansluiting met De Baan, waar deze dwarsweg een plein vormt met daarop een muziektent uit de jaren dertig. Bijzondere gebouwen zijn het gemeentehuis en de kerken. Waardebepaling De Herenweg is met aan de ene zijde de straten en dammen van het oude dorp en aan de andere zijde de landgoederen en bijzondere gebouwen een gezichtsbepalend deel van de kern. De afwisselende bebouwing is enkele uitzonderingen daargelaten waardevol voor de historie van het dorp vanwege de verzorgde architectuur. Het lint Herenweg is aangewezen als beschermd gezicht en bevat veel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Een groot deel hiervan is monument. Wijzigingen zijn veelal kleinschalig en vragen om een zorgvuldige inpassing in het bestaande beeld. Bijzonder welstandsniveau Het lint Herenweg is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. Kleinschaligheid, individualiteit en zorgvuldigheid zijn daarbij belangrijke aspecten. De achterliggende overwegend seriematige bebouwing, zoals aan de Julianastraat en omgeving, is minder van belang voor het beeld. Bouwplannen in deze gebieden zullen soepeler beoordeeld worden.
Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het gegroeide in beginsel kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken.
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 36
Bijzonder 4
Lint Herenweg Warmond Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen • wijzigingen dragen bij aan het groene en dorpse karakter van de lintbebouwing • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • de hoofdvorm van vrijstaande gebouwen blijft duidelijk herkenbaar Ligging • de gebouwen liggen terug van de weg • rooilijnen verspringen • gebouwen zijn met de voorgevel gericht op de weg • grootschalige bebouwing staat naar achteren • doorzichten behouden en waar mogelijk versterken • bijgebouwen staan bij voorkeur achter op de kavels Massa • gebouwen zijn in principe individueel en afwisselend • per kavel is er één hoofdmassa • de bouwmassa voegt zich in maat en ritme naar de omliggende bebouwing, waarbij de historische kavels het uitgangspunt vormen • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen zijn gevarieerd van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een onderbouw tot twee lagen met kap en een wisselende goothoogte • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume • op- en aanbouwen zijn beperkt in maat en ondergeschikt Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd in overeenstemming met het dorpse karakter • panden zijn zowel horizontaal als
verticaal geleed • ritmiek en stijl van de gevel zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd • fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als gootklossen, belijning en baksteenpatronen in het gevelvlak • gevels hebben openingen, bij voorkeur ook die van aan- en bijgebouwen • gevelopeningen zijn in beginsel staand en hebben een onderverdeling • dakkapellen, lijsten en dergelijke zijn zelfstandige ondergeschikte elementen en in maatvoering afgestemd op de hoofdmassa • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • materiaal- en kleurgebruik is traditioneel • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen met siermetsel- of stucwerkaccenten en een enkele keer in lichte tint gepleisterd • hellende daken zijn gedekt met pannen en een enkele maal met riet • het kleurgebruik is bescheiden en of traditioneel of terughoudend • houtwerk is geschilderd in traditionele kleuren of blank gelakt
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 37
Bijzonder 4
Landgoederen Beschrijving In Sassenheim liggen de landgoederen Huis ter Leede en ‘t Koningshuys. Dit zijn parkachtige gebieden met statige bebouwing die liggen op één van de strandwallen. Park Rusthoff dat is aangelegd in de landschapsstijl hoort ook bij de landgoederen, ondanks dat het geen hoofdgebouw heeft. Ook langs de Herenweg en de Dorpsstraat in Warmond zijn verschillende landgoederen te vinden, zoals Huis te Warmond, Oostergeest, Groot Leerust en Vroenhof. Veel groter van schaal, maar in aanleg even representatief zijn Hagheweyde, Liduina, Mariënhaven en Mariëngaerde. Landgoederen zijn van oorsprong een combinatie van representatieve gebouwen met tuinen en productiegronden. De veelal rechthoekige, klassieke hoofdgebouwen staan aan het einde van een rechte oprijlaan, die met een hek wordt afgescheiden van de ontsluitingsweg. De gevels zijn meestal symmetrisch en hebben in het midden een toegang, die vaak nadruk krijgt door bijvoorbeeld een dakkapel of classicistische ingangspartij met zuilen en lijstwerk. Het gebouw heeft meestal een klassieke gevelindeling met basement, schacht van één of twee lagen en kap met lijst als bekroning. Staande ramen zorgen voor een verticale geleding. De plaatsing van even hoge ramen op dezelfde horizontale lijn geeft de gevel een horizontale geleding. De verdiepingshoogte is naar boven toe aflopend.
Zo zijn de raampartijen en de soms aanwezige luiken op de tweede woonlaag duidelijk kleiner dan op de eerste woonlaag. Het gebouw wordt vaak bekroond met een daklijst en een samengesteld dak. De gevels zijn meestal van baksteen, gestuct of onbewerkt en soms van natuursteen. Stucwerk boven de ingangspartij, tot balustrades uitgegroeide daklijsten, dakkapellen en torentjes geven variatie aan het gebouw. Ook recentere, asymmetrische hoofdgebouwen komen voor. Hier wordt één zijde van het hoofdvolume geaccentueerd door de toevoeging van een toren of ander volume. De panden zijn over het algemeen rijk versierd. De gevels hebben vaak een horizontale geleding door kleurverschillen in het baksteen en rollagen boven zowel ramen als deuren benadrukken de gevelopeningen. Naast het hoofdgebouw heeft het landgoed vaak bijgebouwen, zoals prieeltjes en schuren voor de opslag. Schuren zijn veelal eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Waardebepaling De waarde is vooral gelegen in de combinatie tussen de statige, klassieke gebouwen met verfijnde detaillering en de parkachtige tuinen en productiegronden. De landgoederen bevatten veel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Een deel hiervan is monument. Daarnaast zijn de landgoederen in Warmond aangewezen als beschermd gezicht. Wijzigingen vragen om een zorgvuldige inpassing in het bestaande beeld.
Bijzonder welstandsniveau Landgoederen zijn bijzondere welstandsgebieden. Het beleid is gericht op het behoud en versterking van het voorname en groene karakter met oorspronkelijk structuurelementen en cultuurhistorische bebouwing. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Representativiteit, individualiteit en symmetrie zijn belangrijk.
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 38
Bijzonder 5
Landgoederen Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen • wijzigingen mogen geen afbreuk doen aan het groene en representatieve karakter van de landgoederen • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven Ligging • per kavel of terrein is er één hoofdmassa • hoofdgebouwen zijn gericht op de ontsluitingsweg of het bijbehorend park danwel de tuin • bijgebouwen en eventuele nieuwbouw laten het zicht op het bestaande hoofdgebouw ongemoeid • doorzichten handhaven Massa • gebouwen zijn vrijstaand en individueel • hoofdgebouwen hebben een onderbouw tot drie bouwlagen en een samengestelde kap • torens, dakkapellen en ingangspartijen benadrukken de entree of geven accenten aan de volumes • zichtbare schaalvergroting door aanbouwen of bijgebouwen is ongewenst Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd • kozijnen, dakgoten, daklijsten en dergelijke zijn rijk gedetailleerd • gevels hebben een duidelijke horizontale en verticale geleding • gevelopeningen zijn staand • op- en aanbouwen als erkers en dakkapellen zijn vormgegeven als zelfstandig element of maken
onderdeel uit van de hoofdmassa • gevelopeningen zijn in beginsel staand en hebben een onderverdeling met stijlen en regels • bijgebouwen zijn terughoudend uitgewerkt Materiaal en kleur • materiaal en kleurgebruik zijn terughoudend en representatief • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen, gestuct of van natuursteen • daken bij voorkeur voorzien van antracietkleurige dakpannen of leien • kozijnen, lijstwerk en dakkapellen uitvoeren in hout • grote vlakken houtwerk schilderen in donkere tinten en kleinere gevelelementen in contrasterende traditionele kleuren • stucwerk uitvoeren in lichte tinten als (gebroken) wit of zandkleuren
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 39
Bijzonder 5
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 40
WELSTAND EN ERFGOED Teylingen heeft een aanzienlijke hoeveelheid cultureel erfgoed. Dit erfgoed is divers, waarbij het agrarische erfgoed en de landgoederen het meest kenmerkend zijn. Het is de wens van de gemeente dit erfgoed te koesteren. Waarde en beleid Van belang voor cultureel erfgoed is allereerst de waarde van het object op zich. Elk pand of bouwwerk heeft een eigen architectuur en daarmee wat betreft de vormgeving een eigen logica. Daarnaast is er veelal sprake van ensemblewaarde, die voor (voormalige) boerderijen een andere logica heeft dan voor een kerk met pastorie of de bebouwing op een landgoed. Om recht te doen aan de bijzondere waarde stelt de gemeente aanvullende eisen aan plannen voor en binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed. De gemeente wenst de ontwikkeling in beginsel te beperken tot het versterken of herstellen van historisch wenselijke eigenschappen danwel het faciliteren van nieuw gebruik met als doel het behoud van de panden. Aanpassingen betreffen in de regel kleine wijzigingen, die het aanzien van de gebouwen niet schaden zoals bescheiden dakkapellen aan de achterzijde of bijgebouwen uit het zicht vanuit de openbare ruimte. Ingrijpende wijzigingen zijn uitzonderingen, die in de regel zorgvuldig en terughoudend in het bestaande beeld moeten worden ingepast.
De gemeente zet in op behoud danwel versterking van het cultuurhistorisch karakter van de gebouwen, waarbij voor kleine wijzigingen een gelijke architectuur uitgangspunt is maar voor grotere wijzigingen een meer eigentijdse architectuur eveneens passend kan zijn. Bij de beoordeling van kleinere wijzigingen zal de commissie onder meer de inpassing daarvan in de ordening op het erf en het karakter van het pand bezien waarbij onder meer aandacht zal worden geschonken aan de architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Bij de beoordeling van eventuele grotere wijzigingen zal de commissie met name aandacht schenken aan een grote mate van terughoudendheid met een nadruk op de plaatsing ten opzichte van enerzijds de openbare ruime met inbegrip van het landschap en anderzijds het object of ensemble op zich, een terughoudende vormgeving met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit. Omdat cultureel erfgoed vraagt om een specifieke benadering zal bij de beoordeling eveneens kunnen worden teruggegrepen op het vakmanschap van de ontwerper zoals bedoeld en beschreven in de algemene criteria.
Uitgangspunten Bij aanpassingen aan cultureel erfgoed gelden de volgende algemene uitgangspunten: • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het aanzien van het object en zijn in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afgestemd op (cultuurhistorische delen van) het object • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar • het zicht op het monumenten of beeldbepalend panden vrij laten Teylingen heeft een grote variatie aan historisch waardevolle gebouwtypen. Naast de landgoederen, die als welstandsgebied in hoofdstuk 4 zijn beschreven, zijn met name enkele agrarische objecten karakteristiek voor de streek. Per object volgt een beschrijving en een aantal aandachtspunten bij de beoordeling. Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 41
Hoofdstuk 4
Bollenschuren Beschrijving en uitgangspunten Bollenschuren komen verspreid over de gehele streek voor en dienden niet alleen voor het bewaren en drogen van de bollen maar ook voor het prepareren voor de volgende oogst. Oorspronkelijk waren de schuren eenvoudige (houten en later gemetselde) opslagplaatsen, later ontwikkelden zij zich tot hoogwaardig ingerichte en klimatologisch gereguleerde gebouwen waar temperatuur en luchtvochtigheid nauwkeurig gecontroleerd moeten worden. Van de oudere bollenschuren zijn er door het verlies van de oorspronkelijke functie niet veel bewaard gebleven. Kenmerkend voor de omgeving van de schuren zijn de landschapselementen, gevormd door velden en sloten en door (beuken)hagen en hoge wegen. Bij de oudere exemplaren werden in de gevels, zowel op de begane grond als op de verdieping, droogdeuren aangebracht, zodat zonlicht en ventilatie enigszins geregeld konden worden. Hierdoor ontstond het kenmerkende beeld van rijen openslaande deuren en ramen. Later werden er ventilatoren geplaatst voor een betere luchtcirculatie en werden de bollen op temperatuur gehouden door een klimaatinstallatie. Hiermee kwamen de droogdeuren in de gevel te vervallen en kreeg de gevel een meer gesloten uiterlijk. De stellingen voor de opslag van de bollen maakten doorgaans deel uit van de constructie van de schuur.
Deze schuren stonden vaak dicht bij de kwekerswoning of vormden hiermee zelfs een geheel. De latere schuren werden buiten de bebouwde kom in het vrije bollenveld neergezet. Voor een goede aan- en afvoer werden de schuren langs sloten en wegen geplaatst. De schuren komen voor met een simpele opzet en eenvoudige rechthoekige plattegrond, tot rijk gedecoreerde en architectonisch beeldbepalende bouwwerken. Vaak staan ze met de korte zijde naar de weg gericht. De opbouw varieert van één bouwlaag met een flauw hellend zadeldak of een mansardedak, tot soms drie lagen met een plat dak. De eerste bollenschuren werden opgebouwd uit hout met gepotdekselde geveldelen. De stenen bollenschuren zijn opgebouwd uit metselwerk, soms verfraaid met siermetselwerk en een enkele keer gepleisterd. De kozijnen zijn over het algemeen van hout en hebben vaak een profilering. De daken zijn gedekt met keramische dakpannen. De detaillering varieert van eenvoudig tot zeer verzorgd en heeft elementen als speklagen, geprofileerde goten en gootklossen, windveren, hardstenen geboorte- en sluitstenen en roosvensters. Het kleurgebruik is over het algemeen traditioneel en terughoudend van karakter. Houten kozijnen en deuren werden net als de houten geveldelen vaak donkergroen geschilderd. Waardebepaling De bollenschuren zijn kenmerkend voor de Bollenstreek en bepalen mede het cultuurhistorisch waardevolle beeld.
Veel oude bollenschuren hebben inmiddels hun oorspronkelijke functie verloren en dreigen daarmee onherkenbaar verbouwd te worden of geheel te verdwijnen. Beoordeling Voor de bollenschuren geldt een bijzonder welstandsniveau. Het beleid is gericht op behoud van de waardevolle bebouwing door het zoeken naar een geschikte herbestemming waarbij de oorspronkelijke functie afleesbaar blijft. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan een zorgvuldige detaillering en een traditioneel kleur- en materiaalgebruik. Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 42
Erfgoed 1
Bollenschuren Criteria Bollenschuren worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: ligging • rooilijnen van de hoofdmassa’s variëren tussen evenwijdig aan de weg en parallel aan de sloten • bijgebouwen liggen achter het hoofdgebouw of zijn deel van de straatwand • nieuwe bijgebouwen liggen bij voorkeur uit het zicht • bestaande doorzichten en erfbeplanting behouden massa • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm • gebouwen zijn vrijstaand, individueel en afwisselend • gebouwen hebben een onderbouw van één tot twee lagen met een flauw hellend zadeldak of mansardekap of uit een onderbouw tot drie met een plat dak • aanbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume • gevels grenzend aan openbaar gebied hebben vensters architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, bij stenen schuren rijk en bij houten schuren eenvoudig • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op hoofdvolume • gevelopeningen zijn staand, ramen hebben een onderverdeling • eventuele droogdeuren handhaven in het gevelbeeld • stenen schuren hebben geprofileerde kozijnen en een subtiel maar duidelijk waarneembaar reliëf in de gevel door middel van neggen, kozijnhout, onderdorpels, gootlijsten en dergelijke materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel en terughoudend van karakter en afgestemd op de oorspronkelijke
kleuren en materialen • gevels uitvoeren in gepotdekseld hout danwel in rode of gele baksteen (eventueel voorzien van siermetselwerk) en bij uitzondering in een lichte kleur pleisteren • kozijnen en ramen uitvoeren in hout • daken dekken met donkere keramische dakpannen • houtwerk schilderen: grote vlakken veelal in donkere tinten, kleinere elementen in traditioneel contrasterende tinten zoals gebroken wit • aanbouwen in materiaal en kleur afstemmen op de hoofdmassa
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 43
Erfgoed 1
Boerderijen Beschrijving en uitgangspunten Op meerdere plaatsen langs de linten zijn boerderijen te vinden, die aan het agrarisch verleden van de gemeente herinneren. Een goed voorbeeld is de boerderij aan de Engelselaan in Voorhout. De boerderijen liggen meestal niet direct aan de weg, maar dieper op de kavel, veelal omgeven met beplanting. De erfindeling en de erfbeplanting van oorsprong deel uit van de compositie van het geheel. De beplanting dient hierbij als zonwering en windkering. Deze is echter bij een deel van de boerderijen verloren gegaan. De rooilijnen van de hoofdgebouwen verspringen en lopen evenwijdig aan de weg of aan het slotenpatroon. De bebouwing bestaat vaak uit een hoofdgebouw en iets teruggelegen bijgebouwen als stallen, schuren en hooibergen. Het hoofdgebouw staat in principe met de kop- of langsgevel gericht naar de hoofdweg. Het hoofdgebouw is soms onderverdeeld in een woon- en een bedrijfsdeel en meestal voorzien van een plint, een begane grond en een laag met een kap, die meestal de vorm van een zadeldak heeft eventueel met wolfseind. In de dakvlakken zitten tegenwoordig vaak dakramen. De veelal representatieve kop - of langsgevel van het woondeel is vaak symmetrisch met hoge ramen, die soms zijn geflankeerd door luiken. De overige ramen van de zijgevels zijn meestal kleiner. De boerderijen hebben een zorgvuldige detaillering.
Bij traditionele boerderijen komen veel rijke details als versierde omlijstingen om de grote ramen en een windveer langs de dakrand voor. De gevels zijn veelal opgebouwd uit een bruine baksteen en een enkele keer wit gepleisterd. De plint is meestal van een ander materiaal of andere kleur. Daken zijn merendeels afgedekt met keramische pannen of ook wel riet. De overwegend houten kozijnen zijn meestal geschilderd in een lichte kleur, evenals de meeste andere houten elementen als de windveer. Het raamhout is vaak juist in een donkere, meestal donkergroene kleur geschilderd. De bijgebouwen zoals de stallen en schuren hebben een met het hoofdgebouw vergelijkbaar hoofdvolume, maar zijn in architectuur en detaillering soberder. Waardebepaling De boerderijen met erfbeplanting en bijgebouwen, zijn kenmerkend voor het buitengebied. De boerderijen bepalen mede het cultuurhistorisch waardevolle beeld. Een aantal boerderijen verliest de agrarische functie en wordt aangepast op de woonfunctie. Hiermee kan het beeld ingrijpend veranderen. De hoofdopzet van het gebouw alsmede de erfinrichting zijn van belang. Beoordeling Voor de boerderijen geldt een bijzonder welstandsniveau. Het beleid is gericht op handhaving van de vaak waardevolle bebouwing en inpassing van nieuwe ontwikkelingen in de bestaande omgeving.
De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de ordening van gebouwen op het erf en zal er onder meer worden beoordeeld op een zorgvuldige detaillering en een traditioneel kleur- en materiaalgebruik.
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 44
Erfgoed 2
Boerderijen Criteria Boerderijen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: ligging • er is één hoofdmassa en deze staat voor de bijgebouwen • heldere ordening van verschillende gebouwen op het erf aanhouden • rooilijnen zijn evenwijdig aan de weg of liggen parallel aan het verkavelingspatroon • doorzichten behouden en waar mogelijk versterken • het hoofdgebouw is met de voor- of representatieve gevel gericht naar de weg massa • gebouwen zijn vrijstaand, individueel en afwisselend • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm • gebouwen hebben een onderbouw van één laag met in principe een zadeldak • op- en aanbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume • zijgevels hebben vensters architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd • het verschil tussen voorhuis en achterhuis van het hoofdgebouw benadrukken • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op hoofdvolume • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zijn zorgvuldig gedetailleerd en voorzien van profileringen • bijgebouwen als hallen en schuren zijn eenvoudiger maar net zo zorgvuldig gedetailleerd als de hoofdmassa • vensters in het woongedeelte zijn staand • vensters hebben een onderverdeling met bijvoorbeeld tussenkalven materiaal en kleur • gevels zijn in principe gemetseld in rode baksteen en soms voorzien van
stucaccenten • hellende daken zijn gedekt met keramische pannen of natuurriet • bijgebouwen zijn in materiaal- en kleurgebruik afgestemd op het hoofdgebouw • het kleurgebruik is traditioneel en terughoudend
Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 45
Erfgoed 2