CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Welstandsnota Teylingen_2013.pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente TeylingenBij agendapunt: Motie Duurzaam bouwen en energiebesparing in beschermd dorpsgezicht (CDA, D66, CU, PvdA, GroenLinks, Trilokaal)13.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

W E L S TA N D

TEYLINGEN Loketcriteria en richtlijnen 2013

De herziening 2012 van de welstandsnota Teylingen werd opgesteld voor de gemeente Teylingen door Architectenwerk Twan Jütte uit Delft.

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 2

INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten Gebruik van de nota Redelijke eisen van welstand Gebieden en objecten Afwijkende plannen Leeswijzer

5 5 5 6 6 8

Hoofdstuk 2 Welstandscriteria objecten Criteria objecten • Aanbouwen (object 1) • Bijgebouwen (object 2) • Gevelwijzigingen (object 3) • Dakkapellen (object 4) • Dakopbouwen (object 5) • Erfafscheidingen (object 6) • Dakramen, panelen en collectoren (object 7) • Installaties (object 8) • Rolluiken (object 9) • Reclame (object 10)

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19

Hoofdstuk 3 Welstandscriteria gebieden Gebiedsindeling en welstandsniveaus M1 Woongebied M2 Bedrijventerrein M3 Sport en recreatie M4 Buitengebied S1 Linten B1 Centrum Sassenheim B2 Centrum Voorhout B3 Dorpsstraat en omgeving Warmond B4 Lint Herenweg Warmond B5 Landgoederen

21 24 25 26 27 28 30 32 34 36 38

Hoofdstuk 4 Welstand en erfgoed Waarde en beleid Uitgangspunten • Bollenschuren (erfgoed 1) • Boerderijen (erfgoed 2)

41 41 42 44

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 3

Stroomschema welstand Betreft uw bouwplan een vergunningplichtig bouwwerk en gelden er welstandscriteria?

Sommige gebieden en objecten zijn vergunningvrij en worden niet preventief aan redelijke eisen van welstand getoetst, zie hiervoor onder meer de niveaukaart.

In andere gevallen EEN CULTUURHISTORISCH GEBOUW OF GEBIED monument beeldbepalend pand beschermd gezicht bollenschuur historische boerderij

In andere gevallen EEN OBJECT aanbouw bijgebouw gevelwijziging dakkapel erfafscheiding dakopbouw dakraam, paneel of collector rolluik installatie reclame

Criteria voor Erfgoed Teylingen heeft een rijke historie. Diverse panden zijn aangewezen als monument of beeldbepalend pand. Daarnaast is er een beschermd gezicht. Eventuele veranderingen aan deze gebouwen en gebieden vragen om een zorgvuldige aanpak. Hiervoor staan aparte regels in hoofdstuk 4.

Ga verder met

Criteria voor veel voorkomende (bescheiden) objecten Binnen bepaalde grenzen zijn bepaalde objecten vergunningvrij. Deze vergunningvrije bouwwerken worden niet preventief getoetst, maar tegen eventuele excessen kan wel achteraf worden opgetreden. Informatie over vergunningvrij bouwen kunt u onder meer verkrijgen bij het stadsdeel en de rijksoverheid. Voor vergunningplichtige bouwwerken bij en wijzigingen van bestaande panden zijn in hoofdstuk 2 eenvoudige criteria opgenomen, waarmee snel uitsluitsel te geven is binnen welke grenzen het plan in ieder geval aan redelijke eisen van welstand voldoet. Objecten worden in Teylingen alleen preventief getoetst als ze aan een voorkant worden geplaatst. Plannen die niet passen binnen de objectcriteria zijn niet per definitie in strijd met redelijke eisen van welstand. Of ze alsnog voldoen, wordt bezien aan de hand van de gebiedscriteria of de algemene criteria.

In andere gevallen EEN GROTER PLAN Een groter plan voor (ver)bouw dat past in de structuur en de architectuur van het betreffende gebied, zoals een dorpscentrum, lint, woongebied, bedrijventerrein, recreatieterrein of het buitengebied

Criteria voor grotere plannen Grotere plannen worden beoordeeld aan de hand van de criteria in hoofdstuk 3. Aan de hand van de bebouwingstypologie is de stad verdeeld in zogeheten ruimtelijke systemen. Hiervoor zijn uitgangspunten en welstandscriteria opgesteld, waarmee de ontwerper rekening moet houden.

In andere gevallen EEN AFWIJKEND PLAN Afwijkend van de gebiedsstructuur of architectuur

Procedure voor afwijkende plannen Voor plannen die de bestaande structuur doorbreken of in hun architectuur afwijken van de omgeving kunnen de eerder genoemde criteria ontoereikend zijn. Soms kunnen deze plannen met de algemene criteria worden beoordeeld, in andere gevallen zal een nieuw welstandskader nodig zijn. Zie hiervoor de toelichting in hoofdstuk 1.

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 4

INLEIDING De gemeente Teylingen heeft sinds 2007 een welstandsnota zoals aangegeven in de Woningwet. De welstandsnota’s van Sassenheim, Voorhout en Warmond zijn na de fusie samengevoegd en op een aantal punten aanpast aan de praktijk. Met de herziening van 2012 wil de gemeente het welstandsbeleid actualiseren door het te versoepelen en meer af te stemmen op de beleving van de burger. Uitgangspunten Uitgangspunt bij het opstellen van deze nota is de gedachte, dat er zoveel mogelijk welstandsvrij moet zijn. Het bestuur gaat uit van de verantwoordelijkheid van de burger, die ruimte moet hebben voor eigen initiatief. Tegelijkertijd leeft de wens de gemeente aangeharkt te houden. Zonder welstand zou de gemeente geen middelen hebben om te sturen op het uiterlijk van de gebouwen. Tegen deze achtergrond is een welstandsnota opgesteld, die uitgaat van een minimum om het aanzien van de publieke ruimte op orde te houden. In voorliggende nota wordt het overgrote deel van de gemeente slechts minimaal getoetst op welstand. Het doel is in deze gebieden slechts het voorkomen van excessen. In het buitengebied, de meeste woongebieden, bedrijventerreinen, sport en recreatieterreinen stelt de gemeente zich wat welstand betreft zeer terughoudend op en laat veel ruimte voor particulier initiatief. Twee recreatiegebieden zijn gezien hun in zichzelf gekeerde karakter volledig welstandsvrij.

In de dorpscentra, enkele linten en landgoederen is het redelijk om welstand in te zetten vanwege het belang voor het aanzien van de gemeente. Dit geldt ook voor erfgoed in de gebieden waar verder minimale welstandseisen gelden. Gebruik van de nota De welstandsnota is niet bedoeld als leesboek, maar opgesteld als een naslagwerk. De nota bevat verschillende beoordelingskaders. De verschillende hoofdstukken bevatten de criteria, die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, doorloopt het hiernaast afgebeelde stroomschema. Indien gewenst kunnen bij de gemeente inlichtingen worden ingewonnen over de interpretatie van de welstandsnota in het licht van het beoogde plan. Redelijke eisen van welstand De gemeente gaat uit van zoveel mogelijk vrijheid bij het bouwen. Alleen als het aanzien van de openbare ruimte in het geding is, wordt welstand gezien als redelijk. Het gaat daarbij om het bouwwerk op zichzelf en in zijn omgeving. In de nota is dit vertaald in een nadruk op de beleving van de bebouwing vanuit de openbare ruimte en het landschap. Bouwdelen in het zicht zijn belangrijker voor het algemeen belang dan bouwdelen die aan het oog onttrokken zijn. De gemeente heeft in het welstandsbeleid dus met name het algemeen belang op het oog.

In de beschrijvingen en criteria wordt daarom in ieder geval de invloed van een plan op het straatbeeld en het aanzien van de gemeente als geheel gewogen. Naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de gemeente zullen er meer aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zo nodig zorgvuldiger worden gewogen. De nota bevat in beginsel drie soorten welstandscriteria: gebiedscriteria, criteria voor bepaalde typen bouwwerken en algemene criteria. Daarnaast zijn er aanvullende criteria voor excessen.

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 5

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1 Gebieden en objecten De welstandsnota maakt onderscheid in gebieden en objecten. Met de nieuwe nota is het aantal gebieden en objecten sterk gereduceerd. De gebieden vormen de kern van het welstandsbeleid. De gemeente is verdeeld in gebieden met een eigen identiteit zoals linten, woonwijken en bedrijventerreinen. Van deze gebieden is het ruimtelijk en architectonisch beeld beschreven gevolgd door een waardering en een verwachting over eventuele veranderingen. Deze bepalen de uitgangspunten voor de welstands toets. De welstandscriteria zijn te zien als een uitwerking van de algemene criteria, die de voor een bouwplan gewenste eigenschappen beschrijven. Net als te onderscheiden gebieden zijn er bescheiden objecten, die zich lenen voor vereenvoudigde toetsing. Voorbeelden daarvan zijn bijgebouwen bij en dakkapellen op een woning. Voor dit soort plannen zijn zo eenduidig en meetbaar mogelijke criteria opgenomen, die de planindiener vooraf een grote mate van duidelijkheid geven over de uitkomst van de toetsing. Afwijkende plannen De criteria voor gebieden en objecten gaan uit van de aanwezige kwaliteit en geven richtlijnen voor veranderingen, die redelijkerwijs passen in hun omgeving. Het kan voorkomen, dat een bouwwerk of een plan afwijkt van zijn omgeving. In dat geval kan er gebruik worden gemaakt van de criteria voor excessen of van de algemene criteria.

Excessen Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van en afbreuk doet aan de omgeving. Ook plannen die niet preventief worden getoetst moeten passen in het aangeharkte beeld van de gemeente. De burger heeft vrijheid binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied. De initiatiefnemer zal redelijkerwijs moeten aansluiten op wat in de omgeving gebruikelijk is (uitgezonderd bouwwerken in gebieden, die expliciet als welstandsvrij zijn aangewezen). Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces bij cultureel erfgoed. Volgens de wet moeten de criteria voor het beoordelen op excessen in de welstandsnota zijn opgenomen. De hier opgenomen criteria zijn niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied.

Vaak heeft dit betrekking op: • Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving  De plaatsing van een schuur of hoge schutting voor de voorgevel of het dichttimmeren van gevel openingen kan het zicht op een bouwwerk hinderen. • Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden  Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het in strijd is met redelijke eisen van welstand. Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 6

Hoofdstuk 1 een pand ontkent, kan het oorspronkelijk karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk. Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn. • Armoedig materiaalgebruik  Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente op basis van welstand verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt. • Felle of contrasterende kleuren Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom welstandshalve ongewenst. • Te opdringerige reclames Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging en de omvang van het gebouw. • Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen te veel uit de toon vallen. Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is.

Aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor de soepele en minimale welstandsgebieden zijn deze criteria wat grover gesteld en in de bijzondere gebieden juist wat preciezer. Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden. Algemene criteria De algemene welstandscriteria richten zich het vakmanschap. In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan het geval zijn als een bouwplan past binnen de criteria voor objecten of gebieden en toch duidelijk onder de maat blijft of als het afwijkt van de omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet. • Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. • Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openba-

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 7

Hoofdstuk 1 re (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of de omgeving groter is. • Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. • Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. • Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. • Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat criteria voor veel voorkomende objecten als dakkapellen.

In hoofdstuk 3 wordt voor de gebieden in de gemeente aangegeven op welke wijze het vakmanschap zou moeten worden ingevuld. De beschrijvingen en criteria geven aan welke eigenschappen wenselijk zijn en dienen als agenda voor de beoordeling door de welstandscommissie. Hoofdstuk 4 bevat algemene uitgangspunten voor de behandeling van bouwplannen in beschermde gezichten en in de invloedssfeer van monumenten. Daarnaast bevat dit hoofdstuk criteria voor bollenschuren en boerderijen. De in de nota opgenomen foto’s zijn te zien als illustratie bij de gebiedsbeschrijving (dus niet als afbeelding van de gewenste eigenschappen).

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 8

WELSTANDSCRITERIA OBJECTEN De gemeente streeft ernaar veel voorkomende kleine objecten snel te beoordelen om zo de burger tegemoet te komen. Het gaat daarbij om relatief eenvoudige en meetbare criteria, die de planindiener vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid geven. Objectcriteria zijn opgesteld voor aanbouwen, bijgebouwen, gevelwijzigingen, dakkapellen, dakopbouwen, erfafscheidingen, dakramen panelen en collectoren, installaties, rolluiken en reclame. Vergunning De bovengenoemde bouwwerken zijn deels vergunningvrij binnen bepaalde randvoorwaarden. Dat betekent dat een deel van deze plannen niet vooraf wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. Indien een bouwwerk niet vergunningvrij is, is een welstandstoets nodig. In dit geval treedt het bestemmingsplan in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als het bestemmingsplan geen bezwaar oplevert, wordt het bouwplan getoetst aan de objectcriteria. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling van het bouwplan tevens gebruik maakt van de gebiedscriteria en algemene criteria. Standaardplan Een standaardplan is een plan, dat in vergelijkbare situaties als uitgangspunt gehanteerd kan worden.

Ook als deze enigszins afwijkt van de criteria op de volgende bladzijden. Het zijn plannen die navolging verdienen, waarbij met name een gelijke uitvoering van belang is. Van belang daarbij zijn de architectonische verhoudingen, materiaal en kleur. Niet ieder bouwwerk is automatisch een standaardplan. Een eerder op dezelfde woning of hetzelfde bouwblok goedgekeurd plan is dit in de regel wel. Ook een oorspronkelijke optie voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een standaardplan is van toepassing op een bouwblok, cluster of een groter gebied. Voor- en achterkant Bij de criteria is er onderscheid in de voor- en de achterkant van bouwwerken.  Onder voorkant wordt ten eerste verstaan het voorerf, de voorgevel en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied.   Onder achterkant wordt ten eerste verstaan het achtererf, de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied. Erf

bebouwing achterkant voorkant Openbaar toegankelijk gebied

weg stoep en achterpad groen water Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 9

Hoofdstuk 2

Aanbouwen Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gebouw zoals een erker, serre of garage. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen. Beoordeling Een aanbouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een aanbouw als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebiedsen eventuele andere criteria.

Basiscriteria Aanbouwen in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • aanbouwen zijn ondergeschikte toevoegingen aan het hoofdgebouw • vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond • materialen en kleuren gelijk aan hoofdgebouw of uitvoeren als serre • bij tussenwoningen een overgang toepassen door bijvoorbeeld een gemetselde muur op de erfgrens Aanvullende criteria Voor overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en aantal • hoogstens één aanbouw per gevel • aanbouw direct tegen de hoofdmassa plaatsen of een bestaande aanbouw vergroten in identieke vormgeving • in beschermd gezicht zo mogelijk plaatsen achter het hoofdgebouw (of opnemen in de straatwand) Vorm en maat • vormgeving afstemmen op oorspronkelijk pand met een bescheiden detaillering zonder nadrukkelijke ornamenten • aan voorkanten voorzien van ramen, met uitzondering van overkappingen • plat afdekken of voorzien van een eenvoudige kap of serredak • in beschermd gezicht blijven aanbouwen onder de bovenlijn van de gootlijst van het hoofdgebouw

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 10

Object 1

Bijgebouwen

Object 2

Een bijgebouw is een grondgebonden bouwwerk van in beginsel één bouwlaag los van het hoofdgebouw, zoals een garage, schuur of overkapping. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Beoordeling Een bijgebouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een bijgebouw als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebiedsen eventuele andere criteria.

Basiscriteria Bijgebouwen in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond • materialen en kleuren gelijk aan hoofdgebouw danwel uitvoeren in traditionele materialen zoals hout en baksteen Aanvullende criteria Voor overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en aantal • achter de voorgevellijn • in beschermd gezicht zo mogelijk plaatsen achter het hoofdgebouw (of opnemen in de straatwand) • per erf één of twee bijgebouwen (eventueel te vergroten in identieke vormgeving) Vorm en maat • vormgeving is bescheiden • overkapping vrijstaand en minimaal aan twee zijden open • plat afdekken of voorzien van een eenvoudige kap • bij integratie in erfafscheiding materialen en kleuren gelijk aan erfafscheiding

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 11

Goed geplaatst bijgebouw in passende vormgeving, materialen en kleuren

Gevelwijzigingen

Object 3

 Van een gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. De opbouw en indeling van de gevel is een belangrijk onderdeel van de architectonische vormgeving van het gebouw en het aanzicht van de straat. Beoordeling Een gevelwijziging voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een gevelwijziging als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Basiscriteria Gevelwijzigingen in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • samenhang straatwand op hoofdlijnen behouden • materialen en kleuren gelijk aan of gelijkend op die van het hoofdgebouw • profilering kozijnen monumenten en beeldbepalende panden blijft gelijk Aanvullende criteria Voor de overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Vorm en maat • hoofdindeling gelijk aan huidig of oorspronkelijk kozijn • vormgeving beeldbepalende panden en monumenten gelijk aan de architectuur en het tijdsbeeld van de oorspronkelijke gevel, indeling en detaillering • in beschermd gezicht alleen toepassen als het herstel betreft van historisch wenselijke eigenschappen (zoals staande gevelopeningen en verdiept liggende kozijnen)

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 12

Bestaande indeling gerespecteerd bij wijziging

Dakkapellen

Object 4

Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Beoordeling Een dakkapel voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakkapel als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebiedsen eventuele andere criteria.

Dakkapel niet op een wolfseind plaatsen

Basiscriteria Dakkapellen in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op horizontale lijn (bovenlijn aanhouden) • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel als onderdeel van de straatwand • minstens 0,50 m dakvlak rondom de dakkapel • hoogte maximaal 1,75 m

Bij schilddaken de kleinste afstand hanteren voor de plaatsing in het dakvlak

Aanvullende criteria  Voor de overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en aantal • in beschermd gezicht is de afstand van de bovenzijde van de dakkapel tot de nok groter dan de afstand tussen de onderzijde en de dakvoet • in een mansardekap aansluiten op de knik en in de gootlijn plaatsen • dakkapel bij een kap over twee lagen in de onderste laag plaatsen • in beschermd gezicht in samenhang met de architectuur plaatsen en op zijdakvlak minstens 1,00 m achter de voorgevelrooilijn • aan voorkanten hoogstens één dakkapel per woning per dakvlak Vorm en maat • bescheiden detailleren zonder nadrukkelijke ornamenten • plat afdekken of aan achterkanten aankappen • zijwangen donker, wit, zinkgrijs of in de kleur van de rest van de dakkapel • kleuren kozijnen gelijk aan kozijnen hoofdgebouw • voorvlak grotendeels invullen met glas (dichte panelen zijn ondergeschikt) • in beschermd gezicht detaillering, kleur, materiaal en afmetingen afstemmen op hoofdgebouw • hoogte maximaal 1,50 m aan voorkanten en 1,75 m aan achterkanten • breedte aan voorkanten hoogstens 50% van het dakvlak • in beschermd gezicht hebben dakkapellen, dakramen, panelen en collectoren gezamenlijk maximaal een breedte van een derde van het voordakvlak

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 13

Dakkapel in mansardekap in onderste dakvlak plaatsen en aansluiten op knik

Dakopbouwen Een dakopbouw wordt op een gebouw geplaatst, waarbij een nieuwe ruimte ontstaat of een bestaande ruimte wordt vergroot. Doel van een dakopbouw is de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Bij meerdere dakopbouwen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Beoordeling Een dakopbouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakopbouw als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebiedsen eventuele andere criteria.

Basiscriteria Dakopbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Plaatsing en aantal • het hoofdgebouw heeft minstens twee bouwlagen en een plat dak of een symmetrisch zadeldak van maximaal één verdieping hoog • regelmatig rangschikken op horizontale lijn • op platte daken in beginsel terugliggend vanaf de voorgevel • onderkant kozijn direct aansluiten op het dakvlak • één dakopbouw per woning Vorm en maat • de dakopbouw is gelijk in oriëntatie, vorm en uitwerking aan eerder geplaatste dakopbouwen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits deze een positieve welstandsbeoordeling hebben gehad • op een zadeldak: - de stahoogte in de bestaande ruimte is tussen de 2,00 m en de 2,50 m - de goot van de nokverhoging gelijk aan de daknok of lager - kozijn tussen 0,90 en 1,20 m hoog, onderkant direct aansluiten op dakvlak - hellingshoek gelijk aan het bestaande dak - nokverhoging in stijl en afwerking gelijk aan het hoofdgebouw • op een plat dak: - hoogstens één bouwlaag toevoegen met een plat dak of kap - bij rijwoningen in vorm en maat aansluiten op de belendingen - dakopbouw in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdgebouw

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 14

Object 5

Erfafscheidingen

Object 6

Een erfafscheiding is bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare ruimte zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Beoordeling Een erfafscheiding voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een erfafscheiding als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Basiscriteria Erfafscheidingen in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • eenduidige vormgeving (geen combinatie van diverse vormen en materialen) • materialen als metselwerk, hout of draadstaal (of spijlen) gebruiken aansluitend op erfafscheiding naastgelegen percelen Aanvullende criteria Voor de overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Vorm en maat • afstemmen op afscheiding naastgelegen perceel mits deze voldoet aan de objectcriteria voor erfafscheidingen • terughoudend in kleur • het gedeelte hoger dan 1,00 m bij voorkeur open uitvoeren, zoals een metalen rasterwerk • in beschermd gezicht: - erfafscheiding die geen deel is van een gesloten straatwand is deels doorzichtig - uitvoeren in hout of ijzerwerk - muren als erfafscheiding op de perceelsgrens metselen in handvormsteen - erfafscheidingen op landgoederen zijn overwegend doorzichtig - hout en ijzerwerk in donkere tinten schilderen met eventueel witte accenten

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 15

Een erfafscheiding in de vorm van een heg is vergunningvrij

Dakramen, panelen en collectoren

Object 7

Dakramen zijn toevoegingen aan een dakvlak, die in het straatbeeld niet snel zullen storen en die mede daarom in veel gevallen vergunningvrij zijn. Ze kunnen met gemak zo worden aangebracht, dat de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Het plaatsen ervan mag niet ten koste gaan van de eenheid van het dakvlak. Zonnepanelen en -collectoren zijn veelal nadrukkelijker aanwezig in het straatbeeld en vanuit welstandsoverwegingen minder wenselijk. Vanuit andere overwegingen is vergunningvrij echter zeer veel mogelijk. Beoordeling Een dakraam, paneel of collector Een bijgebouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakraam, paneel of collector als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Basiscriteria Dakramen, panelen en collectoren worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Plaatsing • alleen op daken plaatsen (niet aan gevels en wanden) • meerdere exemplaren regelmatig rangschikken op horizontale of verticale lijn • op schuine daken binnen het vlak van het dak met de hellingshoek gelijk aan die van het dakvlak • op platte daken binnen het dakvlak, waarbij afstand tot dakrand minstens gelijk is aan hoogte paneel of collector Vorm en maat • kleuren gelijk aan achterliggend dakvlak danwel zwart, antraciet of donker grijs • in beschermd gezicht in samenhang met de architectuur plaatsen met behoud van representativiteit (staande vorm en horizontaal lijnen) • panelen en collectoren integraal opnemen in het ontwerp van het bouwwerk en vormen een geheel met bijbehorende installaties (of de installatie in het bouwwerk plaatsen) • in beschermd gezicht hebben dakkapellen, dakramen, panelen en collectoren gezamenlijk maximaal een breedte van een derde van het dakvlak

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 16

Op schuine daken is de hellingshoek gelijk aan die van het dakvlak

Meerdere dakramen regelmatig rangschikken op horizontale lijn

45o

45o

Zonnepanelen op platte daken plaatsen binnen het vlak van de 45 graden lijnen

Installaties Installaties voor bijvoorbeeld airconditioning en antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of op of aan een bouwwerk worden aangebracht. Kleine windmolens worden veelal op een gebouw geplaatst. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Beoordeling Een installatie voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een installatie als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebiedsen eventuele andere criteria.

Basiscriteria Installaties in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • meerdere installaties per pand clusteren (eventueel afschermen) • bij voorkeur aan een achtergevel bevestigen • hoogte relateren aan nabijgelegen bebouwing • indien zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied slank vormgeven • materialen en kleuren onopvallend (zoals gegalvaniseerd, antraciet of grijs) Aanvullende criteria Voor de overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing • achter de voorgevellijn • bij gestapelde woningbouw op het platte dak plaatsen danwel op of aan het balkon binnen het vlak van het balkon • in beschermd gezicht schotelantennes plaatsen op het dak van het hoofdgebouw en uit het zicht van de openbare weg Vorm en maat • installatie en bijbehorende voorzieningen als één geheel vormgeven • spriet- of staafantenne maximaal 5,00 m hoog (gemeten vanaf maaiveld of het snijpunt met het aangrenzende dakvlak bij plaatsing aan gevel) • schotelantenne hoogstens 2,00 m in doorsnede en maximaal 3,00 m hoog (gemeten vanaf de voet van de antenne of antennedrager)

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 17

Object 8

Rolluiken

Object 9

Rolluiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig of onherbergzaam aanzien geven. Het plaatsen van rolluiken aan de binnenzijde van een pui is in veel gevallen vergunningvrij. Beoordeling Een rolluik voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een rolluik als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Aan de binnenzijde van de pui voor minstens 70% bestaand uit openingen

Basiscriteria Rolluiken in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • kleuren zijn ingetogen of afgestemd op de gevel Aanvullende criteria Voor de overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing • aan de binnenzijde van de pui, mits voor minstens 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen • aan de buitenzijde van de pui, mits: - voor minstens 80% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen - rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel worden ingepast

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 18

Aan de buitenzijde van de pui voor minstens 80% bestaand uit openingen

Reclame Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, hoewel daar een kritische grens aan verbonden is. Beoordeling Reclame voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet reclame als aan de onderstaande criteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Basiscriteria Reclames in gebieden met het minimale welstandsniveau worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • alleen reclame voor diensten of producten die in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht • reclame plaatsen met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte (voorkom hinder voor voetgangers en ander verkeer) • loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel op bouwlagen met winkel- of bedrijfsbestemming (voorkom hinder voor woningen in de omgeving) Aanvullende criteria voor overige gebieden Voor de overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en aantal • vrijstaande reclame in principe alleen op bedrijventerreinen bij de entree van het erf of op een parkeerterrein en in beperkte mate in het buitengebied • minstens 0,50 m uit de hoeken van de hoofdmassa • ondergeschikt aan gebouw, op bedrijventerrein losse letters ook bovendaks • hoogstens één vlakke en één haakse reclame per gevel of gebruiker • hoogstens één losse reclame per erf, aantal vlaggenmasten afhankelijk van grootte van het pand en het erf • aanbrengen per pand en zoveel als mogelijk beperken Vorm en maat • afstemmen op hoofdgebouw en architectuur van de gevel (bij voorkeur naamsvermelding uit losse letters), kleuren zijn ingetogen • vrijstaande reclame als zelfstandig element vormgeven • onverlicht of aangelicht (geen bewegende delen,

lichtkrant of veranderlijk licht) • op bedrijventerreinen gezamenlijke verwijzingsborden aan invalswegen en bij verzamelgebouwen uniform vormgeven • vlakke reclame tot een breedte van 60% van het pand of de luifel en maximaal 1,00 m2, haakse reclame hoogstens 0,50 m2 • reclame los van de gevel is maximaal 1,00 m breed en hoog • vrijstaande reclamezuil is maximaal 6,00 m en lager dan hoofdgebouw • aan of bij woningen met praktijk aan huis in totaal hoogstens 0,50 m2 bestaande uit naam- en beroepsaanduiding (eventueel aangelicht) • in buitengebied reclame zoveel mogelijk beperken en afstemmen op omgeving Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 19

Object 10

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 20

WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen, die de bestaande structuur van het gebied niet wezenlijk doorbreken. De gebiedscriteria zijn richtlijnen voor maatwerk. Niveaus Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven om met een minimum aan regels de kwaliteit van de omgeving wordt geregeld. Allereerst heeft de gemeente twee welstandsvrije gebieden aangewezen waar het initiatief volledig bij de burger wordt gelegd. Voor het grootste deel van Teylingen wordt een minimale welstandstoets gehanteerd. In deze gebieden wordt ruimte geboden voor vernieuwing en experimenten. De lichte toetsing beperkt zich tot de voorkanten van gebouwen en bouwwerken. In de soepele gebieden ligt de lat iets hoger. Bouwplannen in deze gebieden doen in principe geen afbreuk aan de basiskwaliteit van de openbare ruimte. Dit betekent dat bouwplannen aan achterkanten vanwege hun beperkte invloed op de openbare ruimte veelal soepeler beoordeeld kunnen worden. In bijzondere gebieden zoals de beschermde gezichten, is extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. Bij nieuwbouw zal per project worden bekeken of welstand wenselijk is.

Gebieden Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand is een aantal gebiedsbeschrijvingen gemaakt. Afhankelijk van het gevraagde niveau van welstand zijn er een of meerdere gebieden met onderscheidende karakteristieken beschreven. Bijzondere gebieden zijn dus uitgebreider beschreven dan gebieden met een soepele of minimale welstandstoets. Per gebied is een naast een beschrijving een aantal criteria opgenomen. Deze gebiedsgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. De welstandscriteria zijn onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Met de welstandscriteria kan de commissie binnen de grenzen van het bestemmingsplan of de beheersverordening een gewogen oordeel vormen. In aanvulling op de tekst zijn foto’s opgenomen, die een impressie van het gebied geven.

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 21

Hoofdstuk 3

Niveaukaart

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 22

Gebiedskaart

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 23

Woongebied In de woongebieden van Teylingen worden korte rijen woningen afgewisseld met enkele clusters individuele woningen en appartementenblokken in een hoofdzakelijk sobere baksteenarchitectuur langs overwegend groene straten. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van rijen en blokken. De veelal rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels zijn in principe georiënteerd op de straat. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw, waarbij hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan tussenwoningen. De herhaling van gevelelementen geeft ritme aan het straatbeeld. Appartementenblokken hebben veelal eenvoudige vormen en zijn middelhoog.  Detaillering en materialen zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Recente inbreidingen zijn veelal meer verzorgd in uitwerking en detaillering. Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende gebouwen met andere functies zoals scholen en vrijstaande woningen. Deze woningen, gebouwen en complexen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Een deel van de woningen bestaat uit (eenvoudige) villa’s. Uitgangspunten  Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit de omringende gebieden.

Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Criteria • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn: - gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte - gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied: - uitbreidingen indien zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa - vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, vorm en uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk: - bij rijen en blokken aan voorkanten de herhaling behouden - wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met de rij of het cluster

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 24

Minimaal 1

Bedrijventerrein De bedrijventerreinen van Teylingen liggen verspreid over de gemeente en zijn gebieden met bedrijfshallen van verschillende formaten, enkele kantoren, grootschalige detailhandel en een fabriekscomplex met procesindustrie. De terreinen hebben een eenvoudige hoofdstructuur met dicht op elkaar staande individuele bebouwing, waarvan de rooilijnen verspringen. De gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg. De inrichting van de openbare ruimte is doelmatig en eenvoudig op het sobere af. Opslag in het zicht is geen uitzondering. De functionele bebouwing is eenvoudig van opzet en in uitwerking. Loodsen en hallen bestaan veelal uit twee lagen met een plat dak of flauw hellend zadeldak. Kantoren en entreepartijen vormen accenten in overwegend gesloten gevels. Productiegebouwen zijn schijnbaar willekeurig georiënteerd. De detaillering is veelal sober en functioneel, materialen traditioneel. Gevels zijn van plaatmateriaal, bak- of betonsteen. Kleuren zijn rustig en sober, waarbij lichte grijzen en baksteentinten overheersen. Uitzondering zijn enkele terreinen ten zuidwesten van Sassenheim. Hier is de inrichting van de openbare ruimte zorgvuldig, doelmatig en representatief. De terreinen zijn ruim opgezet. Gevels zijn representatief en hebben een eenvoudige detaillering.

Materialen zijn overwegend modern en duurzaam, kleuren terughoudend en per cluster in samenhang. Uitgangspunten Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit de omringende gebieden. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur en voornamelijk aandacht schenken aan de gebiedsranden en de belangrijkste openbare ruimten. Criteria • gebouwen in beginsel oriënteren op de weg: - representatieve en openbare functies bij voorkeur naar de straat richten - rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar - opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats • gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend: - gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa - entrees en kantoorgedeelten vormgeven als accent of zelfstandige volume • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen evenwichtig, gevarieerd en sober: - accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk - wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op hoofdvolume • materialen en kleuren afstemmen op omgeving: - grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat - kleuren zijn

bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang met hier en daar een accent

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 25

Minimaal 2

Sport en recreatie In de gemeente komen meerdere grote en kleinere sport- en recreatiegebieden voor die zich kenmerken door een overwegend groen karakter, waarin voor de eenvoudige bebouwing een bescheiden rol is weggelegd. De sport- en recreatiegebieden liggen voornamelijk aan de randen van de kern. Daarnaast bevat het plassengebied voorzieningen voor dagrecreatie, enkele jachthavens, kampeerterreinen en parken met recreatiewoningen. De bebouwing bestaat veelal uit een hoofdgebouw met enkele bijgebouwen, die geclusterd op het terrein staan. De overige ruimte is in gebruik als bijvoorbeeld tuin of speelweide danwel gereserveerd voor caravans of tenten. Bij sportvelden is het hoofdgebouw gericht op het sportveld. De entree is veelal naar gericht op de weg en vormgegeven als accent. Gebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een plat dak of hellende kap. De gebouwen verschillen van uiterlijk, maar de hoofdvorm is helder en de architectuur eenvoudig. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur. De gevels van sporthallen en zwembaden zijn op het entreegedeelte na veelal gesloten. Het kleurgebruik is terughoudend. Uitgangspunten Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Met name buiten de kern is een goede inpassing in het landschap van belang.

Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van de terughoudende architectuur en landschappelijke inpassing. Criteria • per terrein is er één vrijstaande en individuele hoofdmassa: - het individuele gebouw binnen een cluster is deel van het geheel - bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm: - gebouwen hebben per cluster samenhang - geledingen in massa zijn wenselijk - aanbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie • er is ontwerpaandacht voor alle details: - accenten en geledingen zijn wenselijk - er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat - wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume - bijgebouw eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als hoofdmassa • gevels zijn bij voorkeur van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen: - grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur - kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 26

Minimaal 3

Buitengebied Het buitengebied bestaat uit polders, geestgronden en plassen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit woningen, bedrijfsgebouwen en schuren aangevuld met een aantal boerderijen en enkele landhuizen. De boerderijen en woningen liggen in het algemeen iets terug op ruime kavels. De gebouwen zijn met de voorzijde gericht op de hoofdweg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen ten opzichte van elkaar. Bedrijfsgebouwen liggen achter of naast de woongebouwen. De woningen zijn individueel en afwisselend, alleen bij de rijen is herhaling een hoofdkenmerk. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd met veel op- en aanbouwen. Gevels zijn veelal representatief. De detaillering wisselt van eenvoudig tot rijk met onder meer siermetselwerk en daklijsten. Gevels zijn in de regel van baksteen, daken gedekt met pannen. Bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een flauw hellend zadeldak op plat dak. Ze zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen en hebben veelal gevels van plaatmateriaal. Uitgangspunten Bebouwing speelt in het buitengebied een ondergeschikte rol. De beoordeling van de woongebouwen is gericht op afwisseling en individualiteit, zorgvuldige detaillering en traditioneel materiaal- en kleurgebruik. De bedrijfsgebouwen sober en zorgvuldig vormgeven met terughoudende kleuren.

Kassen zijn welstandsvrij, mits deze uitgevoerd worden in niet spiegelend, transparant glas. Criteria • bebouwing speelt in het landschap een ondergeschikte rol: - hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie - rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar en volgen weg of verkavelingspatroon - bebouwing met voorgevel en publieksfuncties richten op de weg - doorzichten naar het achterland behouden • gebouwen zijn individueel en afwisselend, rijwoningen zijn in samenhang: - bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige, veelal schuurachtige vorm - de nokrichting is evenwijdig aan of haaks op weg of verkavelingsrichting - op- en aanbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa - bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en ondergeschikt aan de hoofdmassa • de detaillering is zorgvuldig en afwisselend: - bedrijfsgebouwen zijn eenvoudig en zorgvuldig gedetailleerd - zeer grote lengtes door middel van geleding van de wand doorbreken - wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume • materialen zijn traditioneel, kleuren traditioneel en terughoudend: - gevels van woningen zijn van baksteen, hellende daken gedekt met pannen - grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur - daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs en

anders van glas - aan- en bijgebouwen in materiaal en kleur afstemmen op de hoofdmassa

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 27

Minimaal 4

Linten Beschrijving De linten zijn uitlopers van de dorpscentra. Ze hebben gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het gebied bestaat voornamelijk uit (een deel van) de bebouwing aan de Hoofdstraat, Parklaan, Teylingerlaan, Menneweg, Rusthofflaan, Engelslaan, Jacoba van Beierenweg en Herenweg. De straten zijn groen en hebben veelal onderbroken straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen, waaronder twee-onder-een-kappers. Een deel van de bebouwing bestaat uit villa’s. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Bijgebouwen staan veelal achter het hoofdgebouw. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Voortuinen komen vaak voor. De bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en heeft een gevarieerd en individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Bij de villabebouwing komt (gedeeltelijke) symmetrie veel voor. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond.

Het gebied heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een verzorgde tot zorgvuldige detaillering, variërend van sober tot rijk. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers, terughoudend en overwegend traditioneel. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijgebouwen zijn van steen of hout. De begane grondlaag van bedrijven en winkels is vaak voorzien van panelen, afwijkende kleuren of reclame. Bij de rijwoningen is het samenhangend kleurgebruik soms doorbroken door individuele wijzigingen. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van het gebied is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan overwegend groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol of beeldbepalend. Daarnaast is een deel van de panden beeldondersteunend. Soepel welstandsniveau De linten zijn gewone welstandsgebieden. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. Waar het karakter statig is, is bescherming hiervan het uitgangspunt.

Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Individualiteit en zorgvuldigheid zijn belangrijke aspecten bij de beoordeling.

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 28

Soepel 1

Linten Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van individuele panden verspringen en zijn bij rijen in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen bestaan in principe uit één tot twee lagen met nadrukkelijke kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap • horizontale

scheiding tussen onderbouw en kap benadrukken • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • ramen zijn bij voorkeur staand of worden (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, bij voorkeur traditioneel en per rij of cluster in samenhang • gevels zijn in principe van baksteen met siermetselwerk • hellende daken van de woningen zijn voorzien van keramische dakpannen • houtwerk bij voorkeur schilderen in traditionele kleuren als wit en donkergroen

Welstandsnota Teylingen 2013 pagina 29

Soepel 1

Centrum Sassenheim Beschrijving De Hoofdstraat is de historische lijn, waarlangs de ontwikkeling van Sassenheim zich heeft afgespeeld. Aan beide zijden van deze straat groeide het dorp uit, waardoor een langgerekte vorm ontstond met het zwaartepunt rondom de kerk. Dit dorpshart is in de loop der tijd bebouwd met panden van wisselende kwaliteit. Het gebied bestaat uit een deel van de Hoofdstraat, de bijbehorende zijstraten en het recent ontwikkelde Voorhavenkwartier. De Hoofdstraat is een langgerekte winkelstraat met enkele pleinen en buitenplaatsen. De Hoofdstraat is dichtbebouwd, waarbij de gebouwen een vrijwel gesloten straatwand vormen en veelal direct aan de openbare weg grenzen. Winkels bepalen het straatbeeld, op de verdiepingen wordt gewoond. De historische bebouwing heeft veelal twee lagen met kap en een fijne architectuur. Een deel van de woonhuizen is in de loop der tijd meermaals aangepast en gewijzigd. De gevels van de begane grond zijn vaak vervangen door winkelpuien, die over meerdere panden doorlopen en met hun luifels de oorspronkelijke gevelbreedte laten verdwijnen. Enkele bedrijfspanden zijn niet alleen breder maar ook hoger en soberder in architectonische uitwerking dan de rest van de straatwand. Enkele recentere invullingen sluiten in schaal, ritmiek en uitwerking beter aan op de belendingen. De materialen en kleuren zijn in het algemeen traditioneel.

Opvallend is de hoeveelheid en verscheidenheid van de reclame. Ter plaatse van de Voorhaven is het centrum vernieuwd. Dit winkel- en woongebied heeft een grotere maat en schaal heeft dan het oude centrum. De gebouwen zijn tot zes lagen hoog en vormen een doorlopende wand met winkels in de plint. De bovenste laag is verbijzonderd. Dit deel van het centrum heeft in aanvulling op de historische omgeving een eigen sfeer en modern classicistisch architectuurbeeld. Hoekaccenten en herhaalde architectonische elementen geven de gebouwen een statig voorkomen. De gevels worden niet onderbroken door balkons. Materialen zijn overwegend traditioneel. Het paviljoen vormt een uitzondering met veel glas in de gevels. Waardebepaling De waarde van het gebied is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan overwegend stenige straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het Voorhavenkwartier is een recente invulling, die met moderne middelen aansluit op de oude bebouwing. Voor het centrum van Sassenheim geldt een centrumplan, dat mede als basis heeft gediend voor de uitwerking van het Voorhavenkwartier. Bijzonder welstandsgebied Het centrum van Sassenheim is een bijzonder welstandsgebied.

Het beleid is enerzijds gericht op het behoud van de aanwezige historische kwaliteiten en anderzijds op het aansturen van verbetering. Variatie zonder verrommeling is uitgangspunt. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Voor de historische delen van het gebied is behoud van het gegroeide en kleinschalige karakter uitgangspunt, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Traditionele architectuur is niet de enige mogelijkheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=84d86bfa-b243-4ffb-b9dd-ec5991f5457a