CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt RvO 2024- def

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Actualisatie Reglement van Orde gemeenteraad10.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-wordt tabel Reglement van Orde gemeenteraad Teylingen 2024 Let op: de wijzigingen t.o.v. het model Reglement van Orde en overige wijzigingen zijn in rood weergegeven. Nb! Naar aanleiding van de bespreking in het presidium zijn de volgende artikelen nog aangepast: -

Art. 1.

Artikel 15: stemverklaring > de huidige werkwijze is vastgelegd Artikel 28 lid 3: behandelwijze moties vreemd via commissies > de huidige werkwijze is vastgelegd.

Nieuw RvO 2024 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet.

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

1.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel.

In artikel 14 NIEUW is regeling opgenomen over voorstellen van orde.

1

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

1a.

De voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De raad benoemt commissievoorzitters als plaatsvervangend voorzitters van de raad. Zij maken onderling de volgorde uit.

2.

De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

Het artikel over de voorzitter is niet opgenomen in het modelreglement. Het handhaven van de orde is geregeld in artikel 26 Gemeentewet. Het artikel wordt toch opgenomen in het RvO (NIEUW), omdat dit het belang en gezag van de voorzitter onderstreept. Daarnaast geeft lid 2 een regeling voor de benoeming van de plaatsvervangend (waarnemend) voorzitters van de raad in aanvulling op art. 77 Gemeentewet.

2.

Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter, zijnde de voorzitter van de raad, en de fractievoorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering aanwezig. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid of burgerlid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. 5. Elk lid heeft één stem in het presidium. 6. Het presidium is openbaar.

3b.

Het presidium 1. De raad heeft een presidium. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 3. De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het presidium. 4. Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt. 5. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. 6. Het presidium heeft als taak de regiefunctie te voeren voor de raad en wordt nader uitgewerkt in een instructie.

2a.

Seniorenconvent

Met dit artikel wordt de praktijk van Teylingen gecodificeerd.

2

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

3a.

De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit de voorzitter, het presidium en de commissievoorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. 3. De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor de agendacommissie.

De praktijk van Teylingen is vastgelegd in het RvO (NIEUW). De ontwikkeling dat de commissievoorzitters de agenda’s gezamenlijk afstemmen wordt hier gecodificeerd.

1. Er is een Seniorenconvent dat bestaat uit de voorzitter, zijnde de voorzitter van de raad, en de fractievoorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering aanwezig. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid of burgerlid aan dat hen bij afwezigheid in het seniorenconvent vervangt. 3. Het seniorenconvent kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het Seniorenconvent fungeert namens de raad als overlegplatform voor tot de raad behorende aangelegenheden met een vertrouwelijk, politiek gevoelig en urgent karakter, waaronder ook adviezen over de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. 5. Het seniorenconvent is besloten. 6. Het seniorenconvent kan geheimhouding opleggen op informatie die bij het seniorenconvent berust. 3.

De agendacommissies en het vaststellen van vergaderingen 1. De raad kent de volgende agendacommissies: a. Er is een agendacommissie voor de commissies die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies. b. Het presidium fungeert als agendacommissie voor de raadsagenda’s. 2. De agendacommissie voor de raadscommissies heeft in ieder geval als taak het voorbereiden en

3

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

vaststellen van voorlopige agenda’s voor de raadscommissievergaderingen. 3. Het presidium heeft als agendacommissie in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad, de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid. 4. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 5. Elk lid heeft één stem in de agendacommissies. 4.

De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in de in lid 1 genoemde vergaderingen deelnemen.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

4. Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn afwezigheid in de agendacommissie vervangt. 5. Elk lid heeft één stem in de agendacommissie. 6. De taak van de agendacommissie is aangegeven in artikel 8.

3.

De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar. 3. Hij kan, indien daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

4

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

5.

Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raads- en burgerleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raads- en burgerleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de raads- en burgerleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadleden tot de raad en de benoeming van de burgerleden. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid of een te benoemen burgerlid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating cq. benoeming wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

4.

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Na de raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4. In geval van tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

5

Art.

Nieuw RvO 2024

6.

Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet . 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN Art. 6 (NIEUW) ingevoegd i.k.v. nieuwe integriteitsregels politieke ambtsdragers

8a.

De wethouders 1. De wethouders kunnen bij iedere vergadering aanwezig zijn. 2. Op verzoek van de voorzitter kan een wethouder deelnemen aan de beraadslagingen. 3. De voorzitter kan bepalen dat het college in een besloten vergadering niet aanwezig mag zijn. 4. De raad beslist bij de vaststelling van de agenda of hij kan instemmen met het besluit van de voorzitter zoals aangegeven in het derde lid.

Nb! Art. 8a (OUD) overbodig i.v.m. artikel 21 Gemeentewet: 1. De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. 2. Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslagingen deelnemen. 3. Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.

6

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

7.

5. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

Fractie 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boden de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de fractie was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. a. Indien: 1. één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; 3. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling ervan.

7

Art.

Nieuw RvO 2024

7a.

Burgerleden

Art.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN De huidige praktijk is in dit artikel 7a vastgelegd. De artikelen m.b.t. de benoeming van burgerleden zijn uit de Verordening op de raadscommissies overgeplaatst naar het Reglement van Orde.

1. Fracties die slechts uit één lid bestaan mogen maximaal twee burgerleden ter benoeming door de raad voordragen. Fracties die uit twee leden bestaan mogen één burgerlid ter benoeming door de raad voordragen. 2. Een voor te dragen burgerlid moet tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de betreffende partij hebben gestaan. 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden. 4. De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 5. Een burgerlid en commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Het lidmaatschap van burgerleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

-

Oud RvO 2006

6.

Vergaderfrequentie Het artikel is niet opgenomen omdat: 1. De vergaderingen van de raad vinden in de - Het presidium als regel plaats op de laatste donderdag van agendacommissie (art. 3 de maand, vangen aan om 20.00 uur en NIEUW) heeft de bevoegdheid worden gehouden in het bestuurscentrum om de jaarlijkse te Voorhout. vergaderschema’s op te stellen. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een

8

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

spoedeisende situatie, overleg in het presidium. 8.

Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een digitale schriftelijke oproep via het raadsinformatiesysteem en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een digitale schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken digitaal aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 5. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 6. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.

7.

8.

Oproep 1. De voorzitter zendt tenminste zeven dagen voor een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering; 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25 eerste en tweede lid van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad gezonden. 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad gezonden.

Het artikel is aangepast op de digitalisering van de huidige werkwijze.

Agenda 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende agenda vaststellen.

9

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

7. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen.

9.

Digitaal ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale schriftelijke oproep digitaal ter beschikking gesteld. Als na het verzenden van de digitale schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Digitaal beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. Inwoners kunnen deze ook desgewenst via de griffie inzien.

3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen. 9.

Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder in het bestuurscentrum ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 10. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het bestuurscentrum gebracht.

Het artikel is aangepast aan de digitale werkwijze. Een Protocol Geheimhouding is bedoeld om afspraken vast te leggen die de praktische werkprocessen rond geheimhouding betreffen.

10

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. 4. Het presidium kan de werkwijze met betrekking tot geheime informatie uitwerken in een Protocol Geheimhouding.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.

10.

Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een plaatselijk nieuwsblad en op het raadsinformatiesysteem. 2. In spoedeisende gevallen of bij nazendingen/nagekomen agendapunten kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden via het raadsinformatiesysteem

10.

11.

Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een digitale presentielijsten van raadsvergaderingen in het raadsinformatiesysteem 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal wordt de aanwezigheid/presentie verwerkt in de digitale presentielijst die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de

11.

Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt aangekondigd in de plaatselijke krant op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. De wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. De mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 14. Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier voor ondertekening vastgesteld.

11

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

19.

Spreekregels 1. De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

20.

Volgorde sprekers • Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter en van hem verkregen te hebben. • De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.

21.

Aantal spreektermijnen 1. De beraadslagingen over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. De rapporteur van een commissie;

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

griffier wordt vastgelegd in de besluitenlijst van de vergadering in het raadsinformatiesysteem. 12.

Aantal spreektermijnen, spreektijden 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 6. Het presidium kan een nadere spreektijdenregeling uitwerken.

12

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

b. Het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

22. 13

Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

14.

Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

25.

Spreektijd Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de raad aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aan zien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

13

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

14a.

Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

12.

Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die, voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Hoewel niet opgenomen in het model-reglement wordt geadviseerd een laagdrempelige procedure op te nemen als houvast in het proces.

15.

Stemverklaring Nadat de stemming is afgerond kunnen raadsleden hun uitgebrachte stem kort toelichten.

26.

Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

16.

Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

27.

Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

Dit is codificatie van de huidige praktijk in Teylingen. Bij een stemverklaring vóór de stemming kan het karakter krijgen van een derde termijn. Door de stemverklaring na de stemming uit te brengen, krijgt het meer het karakter waar het voor bedoeld is, namelijk een (persoonlijk) dilemma bij de stemming toelichten en duidelijk maken welke overweging doorslaggevend was. Toelichting De volgorde van stemming is opgenomen bij de artikelen over de betreffende raadsinstrumenten en stemming.

14

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

17.

Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij aanvang van de raad door loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vind na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. 28.

Algemene bepaling over stemmingen 1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter dat het voorstel zonder afzonderlijke hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. De voorzitter (of griffier) roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 16 is aangewezen. 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van

15

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter of de griffier deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. De voorzitter doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

18.

Volgorde stemming over amendementen en moties

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

deelneming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 6. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt een lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen veranderen. 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 16.

Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.

29.

Stemming over amendementen en moties

16

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. 19.

Artikel 19. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendement of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover wordt gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. 30.

Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen

17

Art.

Nieuw RvO 2024 stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van een volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. Een blanco ingevuld stembriefje; b. Een ondertekend stembriefje; c. Een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. Een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet wordt voorgedragen; e. Een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje, beslist de raad op voorstel het stembureau.

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van een volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. Een blanco ingevuld stembriefje; b. Een ondertekend stembriefje; c. Een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. Een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet wordt voorgedragen; e. Een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

18

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

19a.

20.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje, beslist de raad op voorstel van de voorzitter; 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen in zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke personen de derde stemming zal plaatsvinden. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

31.

Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor een verslag middels videotulen en digitale besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit de digitale besluitenlijsten en videotulen blijkt in ieder geval:

17.

Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen in zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke personen de derde stemming zal plaatsvinden. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Notulen 4. De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De ontwerpnotulen worden gelijktijdig aan de overige

Artikel 31 Gemeentewet geeft een regeling voor herstemming over personen. Dit artikel laat ruimte om in het RvO tussenstemmingen en extra rondes in te lassen. De uitgebreidere regeling uit het RvO (OUD) wordt overgenomen, omdat in de praktijk is gebleken dat een extra tussenstap om het aantal kandidaten terug te brengen naar twee, houvast geeft in het stemmingsproces.

In het RvO NIEUW is de optie om een zakelijke samenvatting te geven van het gesprokene met vermelding van de namen niet opgenomen. Via de video-notulen is immers op

19

Art.

Nieuw RvO 2024 a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist, en e. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en griffier geplaatst op het raadsinformatiesysteem. 4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op het digitale raadsinformatiesysteem

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 5. Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen van de vorige vergadering vastgesteld. 6. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te worden ingediend. 7. De notulen moeten inhouden: a. De namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd. b. Een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest. c. Een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden. d. Een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich

agenda- en op sprekersniveau het debat terug te luisteren.

20

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

5. Digitaal beschikbare besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

21.

Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden digitaal beschikbaar wordt gesteld en digitaal ter inzage wordt gelegd. 2. In de vergadering stelt de raad op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. Het presidium kan een protocol Ingekomen stukken opstellen hoe om te gaan met bepaalde categorieën ingekomen stukken, zoals anonieme stukken en stukken met beledigende of bedreigende inhoud.

18.

22.

Toepassing reglement op besloten vergaderingen

42.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; e. De tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. Bij het betreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 8. De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier. 9. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. 2. Na vaststelling van de notulen stelt de raad op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Besloten vergadering

21

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

23.

Nvt.

Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier digitaal ondertekend.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. 43.

Notulen 1. De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage. 2. Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en griffier ondertekend.

44.

Geheimhouding Voor afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25 eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Toelichting: De bepalingen in de Gemeentewet (nu art. 87-89) over geheimhouding zijn gewijzigd. De raad hoeft de geheimhouding op stukken niet meer te bekrachtigen. Op hetgeen besproken is in een besloten vergadering geldt van rechtswege geheimhouding. De raad hoeft hiervoor geen geheimhouding meer op te leggen, maar kan deze wel

22

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN actief opheffen. Art. 44 RvO is daarmee overbodig.

24.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

45.

Opheffen geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet, voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

25.

Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

46.

Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

26.

Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

46a.

Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- danwel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

47.

Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van

Nvt

Deze bepaling komt te vervallen, past niet meer in de digitale samenleving en bij digitaal vergaderen.

23

Art.

27.

Nieuw RvO 2024

Artikel 27. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben digitaal in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die op presentielijst zijn opgenomen. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond.

Art.

33.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan. Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan een voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling te worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Overlast kan worden aangepakt via art. 25 lid 2 RvO (Nieuw)

Verduidelijking van de huidige praktijk in lid 3: Een amendement kan worden ingetrokken totdat de beraadslaging is afgerond, dus voordat tot stemming wordt overgegaan.

24

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

28.

Moties 1. Raadsleden dienen moties digitaal in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wordt voor behandeling eerst doorverwezen naar de commissie wiens onderwerp het betreft, tenzij de raad bij de vaststelling van de agenda heeft bepaald dat het onderwerp urgent is en directe behandeling wenselijk is. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond.

34.

Moties Lid 3: hierin is de huidige praktijk gecodificeerd. Achterliggende 1. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. redenen: zorgvuldigheid van 2. Een motie moet om in behandeling te voorbereiding door fracties. worden genomen schriftelijk bij de Verduidelijking van de huidige praktijk voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een in lid 4: Een motie kan worden aanhangig onderwerp of voorstel vindt ingetrokken totdat de beraadslaging is tegelijk met de beraadslaging over dat afgerond, dus voordat tot stemming onderwerp of voorstel plaats. wordt overgegaan. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

29.

Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen digitaal in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

36.

Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 2. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 3. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda

2. Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

Het Reglement is geformuleerd conform werkwijze passend bij Teylingen. Het college heeft sinds 2016 het recht wensen en bedenkingen over een initiatiefvoorstel uit te brengen. Dit is niet afhankelijk van het oordeel van de raad. (artikel 147a lid 4 Gemeentewet).

25

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

3. De initiatiefnemer kan het voorstel naar aanleiding van de wensen en bedenkingen van het college aanpassen.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.

4. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het (eventueel gewijzigde) voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie. Als de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 30.

Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

36a.

Collegevoorstel 1. Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

31.

Interpellatie

36b.

Interpellatie

26

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie digitaal in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval een omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

32.

Schriftelijke (politieke) vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester digitaal in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en de wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. 37.

Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of

Toelichting: In de artikelen 32 en 33 is de praktijk van Teylingen vastgelegd.

27

Art.

Nieuw RvO 2024 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Art.

Oud RvO 2006

2.

3.

4. 5.

6.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

mondelinge beantwoording wordt verlangd. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende

28

Art.

Nieuw RvO 2024

Art.

Oud RvO 2006

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. 33.

38. Artikel 33. Inlichtingen, technische vragen 1. Raadsleden dienen technische vragen (verzoeken tot inlichtingen) als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. Wanneer beantwoording niet binnen de afgesproken termijn mogelijk is stelt het college of de burgemeester de griffier hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 3. Het presidium stelt een protocol vast met betrekking tot het delen en/of openbaar maken van de technische vragen/inlichtingen en de termijnen van beantwoording.

Inlichtingen 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of burgemeester. 2. Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift toegezonden aan de raad. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

34.

Artikel 34. Vragenkwartier 1. In de raadsvergadering is een vragenkwartier, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenkwartier op een ander tijdstip wordt gehouden. De

Vragenkwartier 1. Na opening van de raadsvergadering is er een vragenkwartier, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenkwartier op een andere tijd wordt gehouden. De voorzitter

37a

29

Art.

Nieuw RvO 2024 voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenkwartier eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenkwartier vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp de dag voorafgaand aan de raadsvergadering voor 12 uur bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenkwartier aan de orde te stellen indien: a. hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven; b. het onderwerp niet vreemd is aan de orde van de dag; c. het onderwerp niet een mate van spoedeisendheid heeft, die aan een behandeling via het stellen van schriftelijke vragen of een behandeling langs het reguliere vergadertraject via raads- commissie en/of een daarop volgende raadsvergadering in de weg staat. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=f75cc0e5-dd9b-4712-a153-58809d945301