CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst herziening Algemene plaatselijke verordening Teylingen 2024

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente TeylingenBij agendapunt: RV Herziening APV Teylingen 202429.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Nieuwe tekst

4:3 Melding incidentele festiviteiten

4:3 Melding incidentele festiviteiten

1.

Het is een inrichting toegestaan maximaal 4 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

1.

Het is een inrichting toegestaan maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

2.

Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder

2.

Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder

44

van de inrichting ten minste tweeweken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3.

4.

5.

6.

7.

De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Het equivalente geluidsniveau Leq, T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. In geval er in- en aanpandige woningen zijn mag het equivalente geluidniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 60 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, binnen de bebouwing van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17,2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit – van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24.00 uur beëindigd en op zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag) en zondagnacht (de nacht van zaterdag op zondag) uiterlijk om 00.30 uur. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, op het buitenterrein van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit – uiterlijk om 23.00 uur beëindigd.

8.

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen de bebouwing van de inrichting na 23.00 uur blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

9.

Het college kan afwijken van de in het zesde lid genoemde geluidsnormen en van de in het achtste en negende lid bepaalde eindtijden.

van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3.

De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

4.

Het equivalente geluidsniveau Leq, T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A) en 82 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen.

5.

In geval er in- en aanpandige woningen zijn mag het equivalente geluidniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 55 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning.

6.

Op de dagen bedoeld in het eerste lid wordt het, binnen de bebouwing van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17,2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit – van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24.00 uur beëindigd en op zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag) en zondagnacht (de nacht van zaterdag op zondag) uiterlijk om 01.00 uur.

7.

Op de dagen bedoeld in het eerste lid wordt het, op het buitenterrein van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit – van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24.00 uur beëindigd en op zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag) en zondagnacht (de nacht van zaterdag op zondag) uiterlijk om 01.00 uur.

8.

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen de bebouwing van de inrichting na 23.00 uur blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

9.

Het college kan afwijken van de in het zesde lid genoemde geluidsnormen en van de in het zesde en zevende lid bepaalde eindtijden.

45

Toelichting Het aantal incidentele festiviteiten is opgetrokken van 4 naar 6, om zoveel mogelijk eenduidigheid met betrekking tot deze festiviteiten binnen HLT te bevorderen. In het eerste lid is de indieningstijd van de melding gewijzigd van ‘tien dagen’ naar ‘twee weken’, dit is werkzamer en duidelijker. De eindtijden genoemd in het zesde lid ’00.30 uur’ en het zevende lid ‘23.00 uur’ worden opgetrokken naar respectievelijk ’01.00 uur’ en ’24.00 uur’. Ook dit heeft te maken met zoveel mogelijk eenduidigheid. Het negende lid betreft een aanpassing van de verwijzing van ‘het achtste en negende lid’ naar het ‘zesde en zevende lid’. Voor wat betreft het naar beneden aanpassen van het aantal dB(A) heeft de Omgevingsdienst WestHolland geadviseerd om aan te sluiten bij omliggende gemeenten. Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

1.

Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

1.

Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2.

Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

2.

Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

3.

Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van bouwwerkzaamheden.

3.

Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van bouwwerkzaamheden.

4.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

4.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting: Het eerste lid is tekstueel aangepast ter verduidelijking. De definitie van een inrichting wordt in artikel 4:1 gegeven, zodat dit niet ook in het betreffende artikel dient te worden gedefinieerd. De tekst is hierop aangepast. Het vierde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 4:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:10 Definities

Artikel 4:10 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

In deze afdeling wordt verstaan onder:

1. houtopstand: hakhout, een houtwal, landschappelijke hagen of een of meer bomen;

a. Houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere lintbegroeiing van heesters en struiken of een beplanting van bosplantsoen;

46

2. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. 3. vellen: vellen, maar ook rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

b. Vellen: kappen, rooien, verplanten maar ook handelingen zoals het voor de eerste keer knotten of kandelaberen, snoeien van meer dan 20% van de kroon in één groeiseizoen, graven binnen de stabiliteitskluit van houtopstanden en andere handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; c.

Dunnen: het verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte verloren gaat van de betreffende houtopstand;

d. Waardevolle bomen en structuren: houtopstand (solitaire of een historische structuur) door het college aangewezen als waardevol; e. Boomtechnisch deskundige: een theoretisch en praktisch geschoolde deskundige op het gebied van bomen, die in het bezit is van het certificaat ‘European Tree Technician’ of aantoonbaar beschikt over een gelijkwaardig niveau. Toelichting In 2021 is het Bomenbeleid Teylingen gewijzigd. In dit beleid zijn bomen onderverdeeld in drie statuscategorieën: Waardevol, Structuur en Functioneel. Voor iedere categorie gelden een beleidsstatus, beschermingsniveau en aanwijscriteria. Door de wijziging van het beleid behoeven ook de relevante artikelen in de APV aanpassing. De artikelen 4:10, 4:11, 4:12 en 4:12a worden vervangen door de artikelen 4:10, 4:11, 4:11a, 4:11b en 4:12. Zie de toelichting op de APV van deze artikelen voor een uitgebreide motivering van deze wijzigingen. Artikel 4:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Artikel 4:11 Het aanwijzen en vastleggen van de beleidsstatus van houtopstanden

-

1. Het college stelt op basis van de aanwijscriteria zoals bedoeld in het Bomenbeleid Teylingen de beleidsstatus van houtopstanden vast. Er zijn drie beleidscategorieën: waardevolle bomen en structuren, structuurbomen en functionele bomen.

Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag te vellen of te doen vellen: o door het college als beschermings-waardig aangewezen houtopstanden. Het verbod is niet van toepassing wanneer sprake is van noodkap. o gemeentelijke bomen met een dwarsdoorsnede van de stam

47

vanaf 20 cm op 1,3 meter boven het maaiveld. Het verbod is niet van toepassing wanneer sprake is van noodkap, zieke en dode bomen, overlast, verkeersonveiligheid, en indien voor het gebied, waar zich de te vellen houtopstanden bevinden, een participatieplan door het college is vastgesteld. De vergunning kan worden geweigerd op grond van: o De natuurwaarde van de houtopstand; o De landschappelijke waarde van de houtopstand; o De waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; o De beeldbepalende waarde van de houtopstand; o De cultuurhistrorische waarde van de houtopstand; o De waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

2. Het college stelt ten minste elke zes jaar de Lijst waardevolle bomen en structuren Teylingen vast. 3. Op de Lijst waardevolle bomen en structuren Teylingen worden in ieder geval vermeld: a. een beschrijving van de houtopstand; b. de plaatselijke en kadastrale aanduiding van de houtopstand; c.

of de houtopstand publiek of privaat eigendom betreft;

d. de reden van plaatsing op de lijst; e. er wordt een kaart bijgevoegd met daarop aangeduid de beschermde houtopstanden.

Toelichting In 2021 is het Bomenbeleid Teylingen gewijzigd. In dit beleid zijn bomen onderverdeeld in drie statuscategorieën: Waardevol, Structuur en Functioneel. Voor iedere categorie gelden een beleidsstatus, beschermingsniveau en aanwijscriteria. Door de wijziging van het beleid behoeven ook de relevante artikelen in de APV aanpassing. De artikelen 4:10, 4:11, 4:12 en 4:12a worden vervangen door de artikelen 4:10, 4:11, 4:11a, 4:11b en 4:12. Zie de toelichting op de APV van deze artikelen voor een uitgebreide motivering van deze wijzigingen. Artikel 4:11a wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 4:11a Het vellen van houtopstanden 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het

48

college waardevolle bomen en structuren te vellen of te doen vellen. 2. Een vergunning kan worden verleend indien sprake is van: a. een veiligheidsrisico voor omgeving en/of verkeer; b. maatregelen in het kader van de Plantgezondheidswet, of; c.

een groot maatschappelijk belang.

3. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wegens een veiligheidsrisico, dient een rapportage van een boomtechnisch deskundige te worden overgelegd. 4. In verband met een ernstige bedreiging van de openbare orde, met een noodtoestand of met een direct gevaar voor personen, dieren of goederen kan de burgemeester toestemming verlenen voor het vellen van waardevolle bomen en structuren. 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing als: a. er sprake is van dunnen; b. de burgemeester toestemming heeft verleend zoals bedoeld in het vierde lid; of c.

voor de houtopstand in het beschermd dorpsgezicht Warmond een omgevingsvergunning op grond van het bestemmingsplan vereist is.

Toelichting In 2021 is het Bomenbeleid Teylingen gewijzigd. In dit beleid zijn bomen onderverdeeld in drie statuscategorieën: Waardevol, Structuur en Functioneel. Voor iedere categorie gelden een beleidsstatus, beschermingsniveau en aanwijscriteria. Door de wijziging van het beleid behoeven ook de relevante artikelen in de APV aanpassing. De artikelen 4:10, 4:11, 4:12 en 4:12a worden vervangen door de artikelen 4:10, 4:11, 4:11a, 4:11b en 4:12. Zie de toelichting op de APV van deze artikelen voor een uitgebreide motivering van deze wijzigingen. Artikel 4:11b wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 4:11b Vergunningvoorschriften 1. Aan een vergunning kunnen in het belang van de bescherming en het

49

behoud van houtopstanden voorschriften worden verbonden. 2. Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan behoren het voorschrift: a. dat binnen een bepaalde termijn van de vergunning gebruik dient te worden gemaakt; en b. dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de daarbij te geven aanwijzingen herplant moet plaatsvinden. Toelichting In 2021 is het Bomenbeleid Teylingen gewijzigd. In dit beleid zijn bomen onderverdeeld in drie statuscategorieën: Waardevol, Structuur en Functioneel. Voor iedere categorie gelden een beleidsstatus, beschermingsniveau en aanwijscriteria. Door de wijziging van het beleid behoeven ook de relevante artikelen in de APV aanpassing. De artikelen 4:10, 4:11, 4:12 en 4:12a worden vervangen door de artikelen 4:10, 4:11, 4:11a, 4:11b en 4:12. Zie de toelichting op de APV van deze artikelen voor een uitgebreide motivering van deze wijzigingen. Artikel 4:12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege

Artikel 4:12 Afstand tot de erfgrenslijn

(Vervallen)

De afstand tot de erfgrenslijn als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt voor bomen vastgesteld op 0,5 meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom en op nihil voor heggen en heesters.

Toelichting In 2021 is het Bomenbeleid Teylingen gewijzigd. In dit beleid zijn bomen onderverdeeld in drie statuscategorieën: Waardevol, Structuur en Functioneel. Voor iedere categorie gelden een beleidsstatus, beschermingsniveau en aanwijscriteria. Door de wijziging van het beleid behoeven ook de relevante artikelen in de APV aanpassing. De artikelen 4:10, 4:11, 4:12 en 4:12a worden vervangen door de artikelen 4:10, 4:11, 4:11a, 4:11b en 4:12. Zie de toelichting op de APV van deze artikelen voor een uitgebreide motivering van deze wijzigingen. Artikel 4:12a vervalt Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:12a Bijzondere vergunningvoorschriften

Artikel 4:12a Bijzondere vergunningvoorschriften

1. De vergunning vervalt 1 jaar nadat de vergunning definitief is geworden.

(Vervallen)

2. Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van

50

definitief worden van de vergunning, ofwel tot het moment dat: a. de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend; b. beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening; c.

beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.

Toelichting In 2021 is het Bomenbeleid Teylingen gewijzigd. In dit beleid zijn bomen onderverdeeld in drie statuscategorieën: Waardevol, Structuur en Functioneel. Voor iedere categorie gelden een beleidsstatus, beschermingsniveau en aanwijscriteria. Door de wijziging van het beleid behoeven ook de relevante artikelen in de APV aanpassing. De artikelen 4:10, 4:11, 4:12 en 4:12a worden vervangen door de artikelen 4:10, 4:11, 4:11a, 4:11b en 4:12. Zie de toelichting op de APV van deze artikelen voor een uitgebreide motivering van deze wijzigingen. Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.

1. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

a.

b. c.

a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

b.

bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

c.

kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of

kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;

51

d. d.

2.

mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

2.

Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening.

Toelichting Het eerste en derde lid zijn technische aanpassingen in het kader van de Omgevingswet. Artikel 4:15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

1.

1.

Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.

2.

Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel vaneen opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 4:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:17 Definitie

Artikel 4:17 Definitie

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een nietgrondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

52

Toelichting De tekst van artikel 4:17 is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 4:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

1.

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatste houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

1.

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

2. 2.

Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

Het verbod is niet van toepassing op het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

3.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

3.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

a.

de bescherming van natuur en landschap;

a.

de bescherming van natuur en landschap; of

b.

de bescherming van een stadsgezicht.

b.

de bescherming van een stadsgezicht.

Toelichting Het eerste lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Verder enkele tekstuele wijzigingen. Artikel 4:19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen

1.

Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4:18, eerste lid niet geldt.

1.

Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4:18, eerste lid niet van toepassing is.

2.

Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.

2.

Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.

3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot tijdsduur, aantal en soort kampeermiddelen.

53

Toelichting Het derde lid is toegevoegd om het artikel te vervolmaken. Het biedt het college de mogelijkheid om speciale plaatsen (zoals camperplaatsen) aan te wijzen en daarbij tijdsduur en aantallen aan te geven. Met name in het voorjaar is er steeds meer behoefte aan kampeerplaatsen. Artikel 5:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:5 Voertuig- en scheepswrakken

Artikel 5:5 Voertuig- en scheepswrakken

1.

Het is verboden een voertuig of vaartuig dat rij- of vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren en/of in openbaar water te plaatsen of hebben.

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

1.

Het is verboden een voertuig of vaartuig dat rij- of vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren en/of in openbaar water te plaatsen of te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

1.

1.

Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

a.

langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

a.

langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

b.

op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

b.

op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

2.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

3.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

54

4.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting Het derde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:7 Reclamevoertuigen

Artikel 5:7 Reclamevoertuigen

1.

het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

1.

Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met als hoofddoel om daarmee handelsreclame te maken.

2.

Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

2.

Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

3.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting In het eerste lid wordt ‘het kennelijk doel’ vervangen door ‘als hoofddoel’. Dit ter verduidelijking van het artikel. Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:8 Grote voertuigen

Artikel 5:8 Grote voertuigen

1.

1.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

3.

Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot

2.

3.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, niet zijnde voertuigen als bedoeld in artikel 5:6, te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. Het verbod in het tweede lid is niet van

55

4.

5.

6.

7.

toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

4.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

5.

Het college kan, anders dan voor laden en lossen, van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Het college kan, anders dan voor laden en lossen, van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

6.

Het college kan gebieden aanwijzen waar alleen geparkeerd mag worden door vrachtwagens.

Het college kan gebieden aanwijzen waar alleen geparkeerd mag worden door vrachtwagens.

7.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking

18.00 uur.

Toelichting In het eerste lid is ‘niet zijnde voertuigen als bedoeld in artikel 5:6’ eruit gehaald, dit wordt al benoemd in het vierde lid. In het vierde lid (oud) is ‘kampeerauto’s’ verwijderd, deze kunnen onder de campers geschaard worden. Artikel 5:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan

1.

Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte.

(Vervallen)

2.

Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Toelichting Artikel 5:10 vervalt. In de praktijk komt dit niet of zelden voor. Artikel 5:12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen

Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen

Het is in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing

1. Het is verboden op door het college, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of

56

van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden om:

opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

a. in door het college aangewezen gebieden fietsen, bromfietsen of snorfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. b. in door het college aangewezen gebieden fietsen, bromfietsen of snorfietsen langer dan een door het college te bepalen periode onbeheerd in de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Toelichting Artikel 5:12 is herschreven vanuit juridisch oogpunt. Artikel 5:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

1.

het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

2.

Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

2.

Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

3.

het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:

3.

het verbod is niet van toepassing op een inzameling of werving die wordt gehouden:

a.

in besloten kring;

b.

door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt.

a.

in besloten kring;

b.

door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of

57

4.

op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

c. 4.

door een andere, door het college aangewezen instelling.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting Het derde lid, onder c is toegevoegd vanuit de praktijkervaring en biedt het college de mogelijkheid een instelling aan te wijzen waarvoor het verbod op inzameling van geld en goederen niet geldt Artikel 5:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:17 Definitie

Artikel 5:17 Definitie

1.

In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

1.

In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

2.

Onder standplaats wordt niet verstaan:

2.

Onder standplaats wordt niet verstaan:

a.

een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet.

a.

een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet.

b.

een vast plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

b.

een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Toelichting In tweede lid, onder a wordt ‘aanhef en onder h’ vervangen door ‘aanhef en onder g’. De vernummering van dit artikel in de Gemeentewet is in 2019 gewijzigd maar per abuis is deze wijziging nooit doorgevoerd in de APV. Dit wordt nu alsnog gedaan. Artikel 5:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:18 Standplaatsvergunningen en weigeringsgronden

Artikel 5:18 Standplaatsvergunningen en weigeringsgronden

1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

2.

Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:

a.

de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet

58

a.

b.

4.

voldoet aan eisen van redelijke welstand;

de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

b.

4.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van het Omgevingsplan. Artikel 5:20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

1.

Artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

2.

De weigeringsgrond van artikel 5:18, vierde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

2.

De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

Toelichting Het eerste lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. In het tweede lid wordt een verwijzing aangepast nu artikel 5.18 op dat punt wordt gewijzigd. Artikel 5:23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

1.

Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a.

wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,

1.

Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a.

wegens strijd met het omgevingsplan;

59

b.

c.

2.

exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;

b.

als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of

als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of

c.

als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.

als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.

2.

De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen zes weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:

De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen zes weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a.

naam en adres van de organisator;

a.

naam en adres van de organisator;

b.

adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt;

b.

adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt;

c.

de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden;

de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden;

d.

de frequentie van het houden van de snuffelmarkt;

de frequentie van het houden van de snuffelmarkt;

e.

het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld;

f.

het aantal standplaatsen; en

g.

het te verwachten aantal bezoekers.

c. d. e.

het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld;

f.

het aantal standplaatsen; en

g.

het te verwachten aantal bezoekers.

3.

De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 4 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen 4 weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht.

4.

Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

3.

De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen vier weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht.

4.

Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

Toelichting Het eerste lid, onder a is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet.

60

Artikel 5:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

1.

Het is verboden zonder vergunning een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

2.

Degene die voornemens is een vlonder, ponton of een ander voorwerp op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

2.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

3.

De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4.

Het college kan aan het beoogde gebruik nadere voorschriften verbinden.

5.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Toelichting Artikel 5:24 is deels herschreven ter verduidelijking. Het tweede lid (nieuw) is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen

1.

1.

Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig

Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig

61

beschikbaar te stellen op of in openbaar water.

beschikbaar te stellen op of in openbaar water.

2.

Het college kan gedeelten van openbaar water aanwijzen waar met vergunning ligplaats kan worden ingenomen.

2.

Het college kan gedeelten van openbaar water aanwijzen waar met vergunning ligplaats kan worden ingenomen.

3.

Het verbod geldt niet voor vaartuigen die ligplaats innemen bij woningen die grenzen aan openbaar water, mits het een vaartuig betreft waarvan de rechthebbende de eigenaar is van het aangrenzende perceel.

3.

Het verbod is niet van toepassing op vaartuigen die ligplaats innemen bij woningen die grenzen aan openbaar water, mits het een vaartuig betreft waarvan de rechthebbende de eigenaar is van het aangrenzende perceel.

4.

Onder ligplaats innemen, hebben dan wel beschikbaar stellen wordt verstaan het (laten) afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor aanleggen.

4.

Het verbod is voorts niet van toepassing op vaartuigen die ligplaats innemen in een gebied waarvoor de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst heeft gesloten voor het exploiteren van dat gebied.

5.

Onder ligplaats innemen, hebben dan wel beschikbaar stellen wordt verstaan het (laten) afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor aanleggen.

6.

Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het tweede lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

5.

Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a.

b. 6.

nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, Omgevingsverordening Zuid-Holland.

7.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

8.

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

a.

nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;

b.

beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

7.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

8.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of

62

gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 9.

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Toelichting Het vierde lid (nieuw) is toegevoegd zodat het verbod om met een vaartuig ligplaats in te nemen niet geldt in het geval de gemeente als eigenaar van een openbaar water een privaatrechtelijke overeenkomst heeft afgesloten voor het exploiteren van dat gebied. Het zevende lid (nieuw) is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

1.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

1.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

2.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer of anderszins in, op of aan het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer of anderszins in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2. 2.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of

63

Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:30a wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 5:30a Bescherming waterbodem en magneetvissen 1. Het is verboden in of bij openbaar water te baggeren, te dreggen of te steken in de waterbodem, alsmede te vissen naar voorwerpen en/of stoffen met behulp van magneten of enige techniek met een vergelijkbare werking. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatwet, het Binnenvaartpolitiereglement en de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting Artikel 5:30a is nieuw en geeft de mogelijkheid om handhavend op te treden bij het vissen met magneten. Het is tegenwoordig trend om met magneten te vissen waarbij nogal eens gevaarlijke objecten (zoals niet geëxplodeerde explosieven) naar boven worden gehaald. Het magneetvissen kan daarom levensgevaarlijk zijn. Artikel 5:31a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 5:31a Definities (Vervallen)

Toelichting Artikel 5:31a is vervallen, maar abusievelijk niet vermeld in de APV.

64

Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:32 Crossterreinen

Artikel 5:32 Crossterreinen

1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig, en een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig, of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

2.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:

2.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

a. b.

c.

3.

in het belang van het voorkomen of beperken van overlas; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

3.

a.

het voorkomen of beperken van overlast;

b.

de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

c.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Toelichting Het derde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

1.

1.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets of met een fiets of een paard.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

65

2.

3.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: a.

in het belang van het voorkomen van overlast;

b.

in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

c.

in het belang van de veiligheid van het publiek.

3.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a.

b.

c.

d.

e.

4.

2.

b.

a.

het voorkomen van overlast;

b.

de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

c.

de veiligheid van het publiek.

Het verbod is niet van toepassing op bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;

b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

d.

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

e.

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

4.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van:

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die

5.

Het verbod is voorts niet van toepassing: a.

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

b.

binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

66

verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Toelichting In het derde lid, onder a is ‘bevoegd’ toegevoegd omdat dit in de oude tekst was weggevallen. Het vierde lid, onder b is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=72d90657-6101-4697-a954-c1d1fdb82f61