CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

OVT zienswijzen_samengevoegd_geanonimiseerd.pdf - OVT zienswijzen_samengevoegd_geanonimiseerd

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Omgevingsvisie Teylingen, een florerende toekomst voor Teylingen (2040)18.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bloem van Teylingen (pag. 24) Wij onderschrijven de mening dat een omgevingsvisie nadrukkelijk geen inrichtingsplan is (pag. 19). Toch worden in de ontwerp Omgevingsvisie ook zaken genoemd die liggen op de fysieke leefomgeving. In deze Zienswijze hebben wij ons hiertoe soms ook laten verleiden. Opgaven In de ontwerp Omgevingsvisie heeft uw bestuur de centrale opgaven voor Teylingen uitgewerkt (pag. 26) . Deze geven een breed palet weer aan opgaven en ambities. Bij de opgaven worden dilemma’s beschreven. Daarbij zijn ambitie en bestaand beleid o.i. niet altijd evenwichtig beschreven. Bijvoorbeeld: Teylingen wil als opgave inzetten op behoud en versterking van de diversiteit in landschappen met aandacht voor cultuurhistorie (pag. 28). Een paar regels verder wordt als opgave gesteld dat “qua routes wordt ingezet op het creëren van stevigere oost-west verbindingen”. Wij erkennen hier het dilemma, maar vinden de uitspraak (het creëren van stevigere oost-west verbindingen) te beleidsmatig en te sterk uitgedrukt t.o.v. de uitgesproken ambitie (opgave) aandacht te hebben voor het behouden en versterken van de diversiteit van het landschap. In Teylingen is geen weg of route meer aan te leggen zonder landschap (bollenvelden) of cultuurhistorie geweld aan te doen. 4. Wij stellen voor de zinsnede (pag.

28) over het creëren van stevigere oost-west verbindingen af te zwakken vanwege de te verwachte landschappelijke schade. De zin is te sterk uitgedrukt voor een visiedocument. Op pagina 29 wordt gesteld dat “voor de strandwallen de focus ligt op de cultuurhistorische en recreatieve waarde van de landgoederenzone en de bollenteelt…”. Wij hebben moeite met alleen de duiding “strandwallen”. Voor strandvlaktes geldt dit even zeer. Stichting Oud Sassenheim

p 2/5

5. Wij stellen voor “en strandvlaktes” aan de betreffende zin toe te voegen Even verderop wordt het ISG-beleid aangehaald. Dit voor natuur, landschap en erfgoed o.i. vaak ongelukkig uitgevoerde beleid wordt nu herzien. De governance van het beleid was gebrekkig en veel zaken waren bij de regelgeving niet gedefinieerd. 6.

Wij stellen voor op pagina 29 zaken als besluitvorming, verrommeling en het principe ‘de vervuiler betaalt’ als aandachtspunten voor nieuw ISG-beleid in de tekst op te nemen.

Kaarten De geschetste opgaven zijn in het Hoofdstuk 3 verrijkt met een aantal kaarten die de huidige situatie, belangrijke plekken of lijnen, beschermingsgebieden of juist ambities beschrijven. Uw bestuur schrijft dat de kaartelementen zijn gebaseerd op vastgesteld beleid of nieuwe ambities.. Wij hebben de ervaring dat dergelijke kaarten nog al eens verwarring scheppen. Vermeld is weliswaar dat het verbeeldingen zijn van bestaand beleid en ambitie. Er kan aan de kaarten dus geen status worden ontleend. Het zijn denkrichtingen. Leuk voor een visiegesprek, maar ze bieden voor plannenmakers en burgers geen houvast voor toekomstig beleid (omgevingsplannen, omgevingsprogramma’s ,etc). Echter de kaarten zijn ook niet zo gedetailleerd. Neem kaartje 3.2.2 (pag. 33) . Niet duidelijk is wat vastgesteld beleid en wat ambitie is en in onze ogen ontbreken elementen. Waarom zijn niet meer landschappelijke elementen opgenomen of in de tekst genoemd? Leg voor de duidelijkheid ontbrekende elementen (zie hierna) vast op de kaart of beschrijf ze in de tekst. N.B.: veel elementen zijn aangeduid op de kaart van Teylingen in het CHG-Memorandum “Grenzen in zicht” (2019). Bij het maken van omgevingsplannen zal straks teruggevallen worden op de kaart.

Is bijvoorbeeld een landschappelijk element niet weergegeven, bijvoorbeeld: een rustiek landelijk weggetje, een weggetje waarlangs lintbebouwing niet verder wenselijk is, een zandsloot of karakteristieke haag of sloot of haag die in de oorspronkelijke staat terug gebracht zou kunnen worden, dan kan het moeilijk worden dit element later in een omgevingsplan of een omgevingsprogramma ingevoerd te krijgen met een verwijzing naar de Omgevingsvisie die niets vermeldt. Immers op kaart 3.2.2 staan genoemde elementen niet ingetekend of bij de tekst vermeld. Alleen de zichtlijnen zijn goed ingetekend. Wij missen in de ontwerp Omgevingsvisie ook de vermelding van de Cultuurhistorische Waardenkaart Teylingen (CHWT) . Wij weten niet beter dat deze nog gemaakt of gepubliceerd moet worden. Andere gemeenten hebben hun CHW al online staan. Kaartje 3.2.2 is ook illustratief voor wat op den duur ging knellen bij de uitvoering van de ISGregeling. Deze intergemeentelijke regeling gaf ontwikkelaars en gemeenten veel vrijheid, omdat belangrijke landschappelijke elementen niet zijn gedefinieerd, laat staan zijn beschermd. Zo biedt de ISG- ‘Landschapsperspectiefkaart’ geen bescherming voor landschap, natuur en erfgoed. Vandaar de vele (storende) GOM-woningen op de mooiste locaties in het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek. 7.

Wij stellen voor bij hoofdopgave 2 in de tekst en op kaart 3.2.2 meer landschappelijke elementen te benoemen, zodat deze later niet over het hoofd worden gezien als de omgevingsplannen en omgevingsprogramma’s worden vastgesteld. Benoeming nu is ook belangrijk voor (de later te vervaardigen Cultuurhistorische W aardenkaart Teylingen. 8. Wij stellen voor in de ontwerp Omgevingsvisie ook het e.e.a. op te nemen over de Cultuurhistorische Waardenkaart Teylingen CHWT). NB: de Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollenstreek (CHG) biedt voor Teylingen een schat aan informatie en is redelijk up-to-date.

Stichting Oud Sassenheim

p 3/5

Op pagina 31 wordt gesteld dat het belangrijk is om water en bodem sturend te laten zijn in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Diverse zorgplichten (pagina 32) worden ook genoemd. Wij missen hierbij echter een nadere detaillering. M.b.t. het waterrijke gebied in Warmond bijvoorbeeld wordt weinig gezegd over waterberging, waterafvoer en de problematiek van verzilting. Deze thema’s

liggen weliswaar op het bordje van het Hoogheemraadschap, maar de zorgplicht van de gemeente m.b.t. deze onderwerpen dient o.i . uitdrukkelijk en in actieve zin vermeld te worden. 9

Wij stellen voor in de omgevingsvisie nader in te gaan op de problematiek van waterberging, waterafvoer en verzilting.

Hoofdstuk 4 In 4.4 (pag. 69) worden koersen aangegeven per deelgebied. Op pagina 73 wordt bij Natuurlijk en groen bij Sassenheim de ambitie vermeld om het parkrijke karakter te versterken door groenstructuren te verbinden en de parkkwaliteiten te benutten. Rond het kerkplein en in de smalle straten wil men inzetten op vergroening en klimaatadaptatie. Even verderop wordt vermeld onder Cultureel en beleefbaar dat uw bestuur de relatie met de Ruïne van Teylingen wil verbeteren door middel van een goede langzaamverkeerverbinding. Wij juichen dit toe en zouden graag een fiets/wandelroute gerealiseerd willen zien achter de Teijlingerlaan langs naar de Ruïne en de daar nog aan te leggen parkvoorziening. Aan de Teijlingerlaan bevinden zich acht oude bollenschuren, die vanaf de voorzijde van de Teijlingerlaan nauwelijks zijn te zien. 10. Wij stellen voor op pagina 73 de ambitie toe te voegen om een groene fiets-wandelroute aan te leggen vanaf het Dorpsplein en die parallel achter de Teijlingerlaan loopt langs de acht bollenschuren en de bollenschuur van Bergman tot de Ruïne van Teylingen met zijn nog aan te leggen groenvoorziening. Daar waar gesproken wordt over versterking en behoud van gebouwd erfgoed (pag. 73) worden soms concrete zaken genoemd. Stichting Oud Sassenheim wil de ambitie m.b.t. gebouwd erfgoed voor Sassenheim graag verder geconcretiseerd zien.

Er zijn panden die geüpgraded zouden kunnen worden naar gemeentelijk monument en panden die de status verdienen van beeldbepalend object. De wens om zich hiervoor te gaan inzetten zouden wij graag vertolkt willen zien in de Omgevingsvisie. Ook de gehele Teijlingerlaan, inclusief de bollenschuren, zouden voorgedragen kunnen worden voor Beschermd dorpsgezicht. De huidige tekst op pagina 73 klinkt nogal statisch en straalt weinig ambitie uit tot behoud en versterking van het erfgoed in Voorhout, Sassenheim en Warmond. Zo ook de tekst op pagina 80, waar alleen nog maar gesproken wordt over behoud van het erfgoed in Teylingen en niets over de bescherming of uitbreiding daarvan. 11. Wij zouden het prijs stellen als de strekking van hogergenoemde wens (uitbreiding beschermd erfgoed met nieuwe panden en een beschermd dorpsgezicht in Sassenheim) wordt overgenomen in de tekst. Deelgebied: Bollengebied 4.4 Bij het afwegingskader voor het deelgebied Bollengebied willen we nog enige opmerkingen over zaken maken die in de betreffende paragrafen niet zijn genoemd. 12. Graag willen HKV, SOS en Warmelde zien dat de Ontwerp Omgevingsvisie wordt bijgesteld op de volgende punten: -

Bij Cultureel en beleefbaar (pag. 91) missen we het behoud en het zo mogelijk weer herstellen van zandsloten, die zo kenmerkend zijn voor de identiteit van de streek.

Stichting Oud Sassenheim

p 4/5

-

Bij Energieneutraal en klimaatbestendig (pag. 91) zouden we het genoemde uitgangspunt: “dat bollengrond gebruikt mag worden voor zonnevelden” verwijderd willen zien. Wij vinden zonnevelden in het buitengebied landschap vervuilend. Idem kleinschalige windturbines.

-

Bij Ondernemend (pag 91) zouden we graag in de tekst opgenomen willen zien dat zeer grote agrarische bedrijven zich vestigen op daartoe ingerichte bedrijventerreinen en de bouw van grote hallen (“dozen”) niet meer wordt toegestaan. Ook het z.g.“maatwerk” bij het beoordelen van omgevingsvergunningen zou tot een minimum beperkt moeten worden.

-

Bij Kagerplassen en omgeving zouden wij op pagina 95 (cultuur en beleefbaar) naast de genoemde molens en eendenkooi) ook graag de boerderijen vermeld willen zien

5

Werken met de Omgevingsvisie

13. Bij (regionale) samenwerking vragen wij ons tot slot af of ook de Intergemeentelijke Structuurvisie Duin- en Bollenstreek (ISG) niet thuis hoort in het voorbeeldrijtje op pagina 105.

Met vriendelijke groet,

Historische Kring Voorhout, Stichting Oud Sassenheim, Historisch Genootschap Warmelda,

Stichting Oud Sassenheim

p 5/5

Zienswijze 11

Zienswijze op de Ontwerp Omgevingsvisie Teylingen In dit document vindt u een zienswijze op de Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Teylingen, mei 2024. Onze zienswijze heeft betrekking op het deelgebied Kagerplassen en omgeving, met als focus de Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder.

Leeswijzer Allereerst gaat onze waardering uit naar de opstellers van dit document. Wij voelen ons betrokken in dit proces en we herkennen ons in de geschetste ambities en opgaven in de bloem van Teylingen en in het Deelgebied Kagerplassen. In dit document schetsen wij in hoofdstuk 1 de kansen en uitdagingen voor het behoud en de ontwikkeling van belangrijke waarden in het Kagerplassengebied en in het bijzonder in de Zwanburgerpolder en Boterhuispolder. In hoofdstuk 2 dragen we de voor ons belangrijkste punten en randvoorwaarden aan. Dit draagt enerzijds bij aan het bereiken van uw doelen voor het Kagerplassengebied, anderzijds ontstaat hierdoor mogelijkheden op een toekomstbestendig bestaansmodel voor de familiebedrijven in dit gebied waarmee agrarische activiteiten, cultureel erfgoed, natuurwaarden en maatschappelijke & recreatieve functies ook voor de toekomst gewaarborgd worden. In hoofdstuk 3 volgt vervolgens een puntsgewijze zienswijze per opgave. Alvast dank voor uw aandacht!

1.

Context Kagerplassengebied

Het (kroonjuweel) Kagerplassengebied is een stelsel van veenplassen, dat in combinatie met de in- en omliggende weilanden voor agrarische, recreatieve, en natuurdoeleinden wordt gebruikt. In de eerste helft van de middeleeuwen was het nog wildernis, daarna werd het gebied in gebruik genomen voor akkerbouw (o.a. haver en hennep) en als weilanden voor vee. Door latere ontginningen zijn weilanden met bijzondere verkaveling, boerderijen, molens en gebiedseigen biodiversiteit ontstaan die cultuurlhistorische waarden vertegenwoordigen. Boeren, met name veehouders, worden gezien als de dragers van het gebied. De meeste veehouders in het Kagerplassen gebied, boeren op een manier die ‘men’ graag ziet: relatief kleinschalig en extensief, met eigen (zuivel)verwerking, lokale verkoop en een toegankelijk erf met recreatie, educatie en / of horeca. Er zijn inmiddels zelfs enkele innovatieve concepten ontstaan, zoals Blije Koe Zuivel en winkelconcept Oogst, die landelijke bekendheid verkregen. Bovenal verzorgen boeren het flora- en faunabeheer tegen zeer lage maatschappelijke kosten en houden zij het gebied jaarrond levendig en toegankelijk. Desalniettemin staat anno 2024 hun bestaanszekerheid onder druk. Door (macro-)economische ontwikkelingen en beleidsdoelstellingen (o.a. NPLG, Klimaatakkoorden, KRW) komen de boeren en daarmee de waarden van het gebied, onder druk te staan.

En eerlijk is eerlijk, we staan voor grote opgaven ten aanzien van reductie van stikstof en CO2 uitstoot en verbetering van de waterkwaliteit. Dit geldt niet alleen in het Kagerplassengebied maar ook voor andere gebieden in Nederland. De afgelopen decennia konden bedrijfsvernieuwing en verduurzaming gerealiseerd worden door schaalvergroting en extra inkomsten uit nevenactiviteiten. Inmiddels is schaalvergroting niet meer mogelijk / wenselijk met het oog op genoemde beleidsdoelstellingen en grondschaarste, terwijl de ontwikkelingsruimte in nevenactiviteiten reeds grotendeels ingevuld is. Als wij met elkaar van mening zijn dat boeren de dragers zijn van het gebied, nu en in de toekomst, dan is dit hét moment om (1) boeren die verder willen met hun bedrijfsvoering optimaal te faciliteren door alle mogelijke instrumenten (financiering, beleidsruimte, gemeentelijke gronden, netwerk, etc) in te zetten; (2) boeren / beheerders die in een nieuwe vorm meerwaarde voor het gebied willen creeren, de ruimte geven om nieuwe bedrijfsconcepten te ontwikkelen die bijdragen aan het gebied en (3) nieuwe verbindingen te faciliteren tussen ondernemers en andere gebiedspartners. Zo werken we samen aan een natuurinclusief polder- en plassengebied mét toekomstperspectief.

Wij dromen soms en zien dan in 2040 in de Boterhuispolder en Zwanburgerpolder een prachtig, beleefbaar landschap: waar natuur de ruimte heeft gekregen, flora en fauna oude tijden van wildernis doen herleven, waar mensen voedsel produceren en recreëren. Waar al een aantal decennia natuurinclusief wordt geboerd en ondernomen, nieuwe landbouw-, zuivel- en recreatieconcepten zijn ontstaan en de polder als buitenruimte voor de stad en stedelingen wordt benut. Het gebied is via de weg verbonden met Oud Ade, Leiderdorp en Leiden, via het water met Warmond, Oegstgeest, Kaagdorp en Rijpwetering en via de digitale snelweg kijkt de rest van het land mee hoe het Kagerplassengebied zich als voorbeeld ontwikkelt. De grenzen tussen stad en land zijn vervaagd, de sociale cohesie is versterkt en in het gebied is een balans tussen rust en roering ontstaan. Bijzonder is dat er op initiatief van boeren uit het Kagerplassengebied wordt gewerkt aan plannen rondom een ecologische corridor waarmee de verbinding met de Tweede Groene rondom Leiden wordt gezocht die op termijn wellicht doorgetrokken kan worden naar de kust. Kortom, een in

(inter)nationale optiek geslaagd voorbeeld van een natuurinclusief polderlandschap waar functies binnen het Kroonjuweel Kagerplassengebied fijnschalig gecombineerd worden en naar buiten toe verbindingen worden verkend. Kenmerkend in dit gebied zijn de boerderijen, buitenplaatsen en buurtschappen die zich in nauwe samenwerking tussen ondernemers, overheden en andere gebiedspartijen ontwikkelden als innovatieve, verbindende erven. Om deze gebiedsvisie te realiseren zijn wij van mening dat er in de omgevingsvisie in ieder geval meer gedaan kan worden om: -

de randvoorwaarden voor natuurinclusieve landbouw in het gebied te benoemen en borgen; ruimte te bieden aan agrarisch ondernemen in combinatie met maatschappelijke functies zoals natuurbeheer en -ontwikkeling, recreatie, horeca, retail & zorg; experimenteerruimte met regelluwe zones voor natuurinclusieve landbouw en natuurbeheer te creëren; ontwikkelruimte en functiewijziging toe te staan voor erven waar landbouw niet meer mogelijk of rendabel is naar wonen, recreatie, educatie, zorg en natuurontwikkeling;

Het mes snijdt hiermee aan twee kanten: voor de boeren zijn in dit gebied belangrijke randvoorwaarden voor een toekomstbestendig verdienmodel ontstaan. En het cultureel erfgoed, inclusief het behoud van de functie van de boerenerven, is hiermee ook voor volgende generaties zeker gesteld. Juist de combinatie van kleinschalige landbouw gecombineerd met recreatieve en educatieve functies, maakt het gebied interessant voor de vervagende grenzen tussen stad en platteland. Immers, als de boerenbedrijven zouden verdwijnen, zou het gebied zijn aantrekkelijke en herkenbare identiteit verliezen. Ten aanzien van de omgevingsvisie maken wij ons zorgen over enkele tegenstrijdige doelstellingen waarvan geimpliceerd wordt dat ze gecombineerd behaald kunnen worden. Wij delen hierop in sommige gevallen een gedetailleerd overwegingskader en verzoeken om in deze kwesties altijd in gesprek te gaan met boeren en andere lokale ondernemers en om maatwerk te bieden.

2. De omgevingsvisie biedt onder voorwaarden perspectief voor familiebedrijven in de Boterhuispolder en Zwanburgerpolder De Omgevingsvisie Teylingen beschrijft het toekomstbeeld van onze regio. Wij zien uitdagingen maar zeker ook kansen op basis van de opgestelde visie. Het biedt aanknopingspunten om het geschetste toekomstbeeld te bereiken. Echter, de visie bevat naar onze mening ook een misplaatste impliciete tendens dat allerlei functies gecombineerd gerealiseerd kunnen worden, zonder dat de ene functie of waarde ten koste van de andere gaat. Duidelijke keuzes aan de ene kant en meer ontwikkelingsruimte met heldere randvoorwaarden aan de andere kant zijn naar onze mening noodzakelijk om belangrijke doelen uit de visie te waar te maken in het Kagerplassengebied. Onze stelling is dan ook dat de omgevingsvisie Teylingen onder voorwaarden perspectief biedt voor agrarische familiebedrijven in het Kagerplassengebied. De in de omgevingsvisie beschreven maatregelen voor het veenweidegebied en de Kagerplassen zijn generiek beschreven. Binnen het gebied verschillen de omstandigheden echter sterk, waardoor maatwerk per polder en soms zelfs per perceel noodzakelijk is. Wij vragen de gemeente dan ook om bij de uitwerking van de omgevingsvisie naar omgevingsplannen voor de Boterhuispolder en de Zwanburgerpolder, maatwerk mogelijk te maken.

2.1 Randvoorwaarden voor natuurinclusieve kringlooplandbouw Om in het Kagerplassengebied en specifiek de Boterhuispolder en Zwanburgerpolder natuurinclusieve landbouw te kunnen blijven uitoefenen vragen wij om goede randvoorwaarden en maatwerk op de volgende punten ●

De nuances op het thema water & bodem beter te duiden en de boeren met hun kennis een centralere rol in het oplossen van de uitdagingen te geven; Het belang van ‘water & bodem sturend’ is duidelijk. Problematisch in de visie is dat ‘geschermd’ wordt met ‘vernatting’, terwijl de impact en uitwerking ervan niet beschreven wordt. ‘Vernatting’ is een veelgebruikte, generieke term die in bepaalde gevallen bodemdaling kan afremmen en biodiversiteit kan verbeteren, maar vaak ook voor andere, grotere problemen kan zorgen en natuurinclusieve landbouw onmogelijk maakt. Daarbij komt dat de praktische uitvoerbaarheid vaak lastig is en veel maatschappelijke kosten met zich meebrengt omdat de ogenschijnlijk korte klap van peilverhoging vaak niet effectief is. In het specifieke geval van de Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder is sprake van een klei-op-veen bodem en staat het huidige waterpeil het grootste deel van het jaar al boven het veen. Enkel gedurende droge zomers ontstaat door verdamping een holle waterspiegel in het midden van percelen en kan tijdelijke, plaatselijke vernatting uitkomst bieden. Extremere vernatting betekent dat onze dieren nauwelijks meer naar buiten kunnen, er geen gras van eigen land geoogst kan worden en bepaalde planten en diersoorten verdrongen worden waardoor de bestaande biodiversiteit kan afnemen.

Kortom ‘schermen’ met een dergelijke maatregel ondermijnt de ambitie van natuurinclusieve landbouw in het Kagerplassengebied en werkt averechts op een aantal in de omgevingsvisie genoemde doelstellingen.

●

●

Niet lichtzinnig doen over terugkeer van biodiversiteit en ambassadeurssoorten en ruimte bieden aan nieuwe natuurconcepten (p.95). De afgelopen decennia zijn biodiversiteit en weidevogels, in lijn met de landelijke trend, enorm achteruitgegaan (de Boterhuispolder vormt gelukkig een positieve uitzondering). Er zijn op dit gebied geen eenvoudige ingrepen mogelijk en eventuele verbeteringen gaan met grote investeringen gepaard. Hoewel op specifieke onderdelen provinciale vergoedingen beschikbaar zijn, wegen die in de meeste gevallen niet op tegen het productiviteitsverlies van land dat hiervoor beschikbaar wordt gesteld. Tegelijkertijd zien we in Nederland en daarbuiten nieuwe natuurconcepten ontstaan waarbij verwildering en eco-toerisme gecombineerd worden. Wij verzoeken om in de omgevingsvisie op te nemen dat daar waar natuur- en weidevogeldoelstellingen op agrarische gronden worden beoogd, er ook meer ruimte voor eco-toerisme of ontwikkeling van andere, passende verdienmodellen wordt geboden. Vrijkomende (gemeentelijke) gronden worden zoveel mogelijk in beheer gebracht bij boeren in het gebied. De gemeentelijke grondposities zijn een ideaal instrument om extensivering van de landbouw te bevorderen en het toekomstperspectief van natuurinclusieve landbouw te verbeteren.

2.2 Ontwikkelruimte voor boerderijen die doorgaan en transformeren In de omgevingsvisie Teylingen is beschreven dat er ruimte zou moeten zijn om delen van boerenerven te splitsen, functies toe te voegen of na bedrijfsbeëindiging te transformeren naar woningen. Naast het mogelijk maken van toevoegen van woningen op de boerenerven vragen wij ook om toekomstperspectief voor de agrariërs die juist willen blijven doorgaan. De randvoorwaarden hiervoor zijn: ●

●

Meer ruimte bieden voor nevenactiviteiten voor agrarische bedrijven en ruimte voor nieuwe product of bedrijfsconcepten; De meeste agrarische bedrijven in het Kagerplassengebied hebben (van oudsher) een kleinere schaal dan het landelijk gemiddelde. Om toch voldoende inkomen te verdienen zijn nevenactiviteiten ontplooid. Veel agrarische bedrijven hebben zeer beperkte ontwikkelingsmogelijkheden omdat de ruimte van toegestane nevenactiviteiten reeds ingevuld is en nationaal en provinciaal beleid (PPLG / NPLG) uitbreiding van de landbouwfunctie niet toelaat. Er is zelfs een situatie denkbaar waarin de omvang van de landbouwactiviteiten moet worden teruggedrongen en dan tevens een deel van de nevenactiviteiten moet worden gestaakt omdat de omzet uit nevenactiviteiten niet hoger mag zijn dan uit de landbouwactiviteiten (een regel in het huidige bestemmingsplan). Wij vragen de gemeente Teylingen om agrarische bedrijven (1) meer ruimte voor nevenactiviteiten te bieden (2) de ruimte te geven om te experimenteren met nieuwe vormen van landgebruik en nevenactiviteiten (3) in het omgevingsplan de eis los te laten dat de omzet uit nevenactiviteiten niet groter mag zijn dan uit primaire landbouwactiviteiten. Kroonjuweel Kagerplassen: het gebied is onderdeel van het Kroonjuweel Kagerplassen.

Door externe factoren (zoals stikstof, ganzenpopulatie en klimaatverandering) gaat de natuurwaarde in dit gebied in sommige gebieden achteruit. De Laker- en Kogjespolder verslempen, de weidevogelstand loopt in veel polders terug (de Boterhuispolder is in dat opzicht een positieve uitzondering) Deze ontwikkeling is al ingezet en zal zonder ingrijpen verder gaan. Door de status “Kroonjuweel” zijn aanpassingen om verdere aantasting van de natuurwaarde

tegen te gaan of beter nog: de natuurwaarden te herstellen, nu niet mogelijk. Wij vragen de gemeente Teylingen om ruimte te bieden om de natuurwaarde te herstellen en hierover gezamenlijk met ons het gesprek aan te gaan met de Provincie Zuid-Holland. 2.3 Veiligheid In de omgevingsvisie wordt ingezet op het beter beleefbaar maken van het gebied. Het gebied is uitgestrekt en uit ervaring blijkt dat dit helaas ook ruimte biedt voor ondermijning en overlast, onder andere bij de recreatieplekken die in het verleden zijn gerealiseerd langs de Zijldijk en Zwanburgerpolder. Het is onduidelijk wie verantwoordelijk is (of verantwoordelijkheid neemt) voor de handhaving in dit gebied. ●

●

Bij de parkeerplekken en recreatiezones langs Zijldijk wordt in toenemende mate ‘s avonds in het donker ‘gerecreerd’. Met name in de winter. Er is veel zwerfafval en de manier van 'recreëren' geeft een onveilig gevoel. De dijk wordt in de volksmond ook wel ‘de drugsdijk’ genoemd. Of dit terecht is kunnen wij niet beoordelen. Er is nauwelijks toezicht op de dijk, zeker ‘s avonds en ‘s winters niet. Uit een gesprek met een wijkagent in Teylingen is gebleken dat de Zijldijk voor hen te ver weg is en dat er niet of nauwelijks afspraken zijn met dichterbij gestationeerde teams. Bij de aanlegplaatsen langs de Kagerplassen worden in voorjaar en zomer soms feestjes gehouden (dit kan eens gebeuren en als het niet te vaak is dan is dat geen groot probleem). In de jaren 2020 - 2022 werden deze aanlegplaatsen regelmatig gebruikt door geruchtmakende individuen op verpauperde boten, waaronder een ex-gedetineerde een man die door de politie verdacht werd van het stelen van boten en buitenboordmotoren. De politie gaf aan hier nauwelijks toezicht te kunnen houden, dat baarde ons zorgen.

Het bovenstaande in acht nemende ● vragen wij de gemeente Teylingen om allereerst het toezicht op huidige recreatieplekken te regelen alvorens nieuwe recreatieplekken te overwegen. ● in de omgevingsvisie een paragraaf ‘visie op toezicht en handhaving’ op dit onderwerp toe te voegen.

3. Zienswijze op de opgaven uit de Omgevingsvisie Teylingen In hoofdstuk 2 hebben wij de meest prangende punten toegelicht. In hoofdstuk 3 gaan wij puntsgewijs in op de verschillende opgaven uit de omgevingsvisie. Daarbij geven wij aan op welke randvoorwaarde uit hoofdstuk 2 de zienswijze betrekking heeft.

1.1

Opgave 1: Natuurlijk groen (paragraaf 3.2.1 Omgevingsvisie Teylingen) In de ontwerp omgevingsvisie ligt voor het Veenweidegebied de focus op de beleefbaarheid van het weidse Hollandse landschap en landschapsverbetering. Hiermee wordt beoogd: -

Het tegen gaan van bodemdaling Het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit

-

Het versterken van biodiversiteit onder andere ten behoeve van weidevogels De opgave die in de visie wordt beschreven is de transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw en natuurontwikkeling. De in de omgevingsvisie genoemde maatregelen hiervoor zijn: - Vernatten van het veenweide landschap, met als gevolg verdere extensivering van het landgebruik. - Het beter/meer beleefbaar maken van het landschap door het behoud/versterken van zichtlijnen, het realiseren van routes en het bieden van ruimte voor kleinschalige recreatie. Wij onderschrijven dat boeren de drijvende krachten zijn in deze polders en hebben op de hierbovengenoemde bulletpunten al eerder in dit document onze visie gedeeld.. Wij blijven graag met de gemeente in gesprek om afgewogen (maatwerk) oplossingen en input voor beleid ten aanzien van deze polders in samenhang en samenwerking vorm te geven. Op een aantal in de omgevingsvisie genoemde onderdelen, stellen wij aanscherpingen voor. Hieronder volgt een opsomming. a) De definitie van Natuurinclusieve kringlooplandbouw is voor veel uitleg vatbaar. De landbouw in de Zwanburgerpolder en Boterhuispolder bestaat al generaties lang uit kleinschalige (natuur inclusieve) landbouw. De boeren zijn de drijvende kracht in deze polders. In het huidige economische klimaat is kleinschalige landbouw sec, economisch niet rendabel.

De boeren in dit gebied (verenigd in Wei en Water) zien noodzaak en mogelijkheden om nieuwe functies toe te voegen aan de bedrijfsvoering wat bijdraagt aan een noodzakelijke verbetering van onze financiële huishouding, waardoor de gezonde boerenbedrijven voor deze polder behouden kunnen blijven. Hierbij denken we niet aan grootschalige landbouw of veeteelt, maar juist meer kleinschalige functies zoals, short-stay, natuureducatie, verkoop streekproducten, kleinschalige recreatie, etc. Hiermee dragen wij bij aan meerdere doelstellingen uit de omgevingsvisie: het behoud van de boerenbedrijven in de polders en daarmee het beheer van de natuur (inclusief weidevogels) en biodiversiteit, het beter beleefbaar maken van de polders, vergroten van ondernemerschap en verbeteren van recreatieve functies van het gebied. Er bestaat nog geen ideale mix van landbouw en andere functies, dit is volop in ontwikkeling. Dit vraagt tijd, experimenteerruimte en maatwerk per bedrijf. Wij vragen daarom om een regelluwe zone waarbinnen wij kunnen experimenteren met verschillende functies om vervolgens na een periode van circa 2 jaar de resultaten van onze experimenten met de gemeente te bespreken en te bepalen hoe de gewenste functies kunnen worden verankerd in beleid. (sluit aan bij 2.2).

b) In de omgevingsvisie wordt het vernatten van de het Veenweidelandschap genoemd als een mogelijke maatregel voor het tegengaan van bodemdaling, het verbeteren van de bodem en waterkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit. Op pagina 96 over het Kagerplassengebied wordt geschreven: ‘We zetten in op een robuust watersysteem in de veengebieden met een optimale bediening ten behoeve van de klimaatopgave en het voorkomen van verdere bodemdaling.’ Wij onderschrijven dat vernatten in bepaalde gevallen kan

bijdragen aan het tegengaan van bodemdaling en het verbeteren van de biodiversiteit. Wij willen de gemeente erop attent maken o dat bodemdaling in het Kagerplassengebied (gemiddeld 0,3 mm per jaar) veel lager ligt dan in andere Veenweidegebieden (5-10 mm per jaar) o dat het waterpeil in de Kagerplassenpolder al relatief hoog staat en het grootste deel van het jaar reeds de veenlaag bedekt. Enkel in heel droge zomers niet, maar het waterpeil is in die situatie geen bruikbaar instrument [voor uitleg op dit punt en alternatieve mogelijkheden zijn we bereikbaar] o Vernatting een generieke maatregel is die in verschillende polders een verschillend effect zal hebben. In het geval van de Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder, waar het huidige waterpeil al boven het veen staat, is vernatten juist conflicterend met andere opgaves uit de visie. o Verdere vernatting betekent dat agrarische bedrijven zullen moeten staken omdat koeien niet meer naar buiten kunnen en de voerproductie sterk daalt. Hiermee gaan ook een groot deel van de in de vorige paragraaf beschreven waarden verloren en stijgen de maatschappelijke beheerkosten enorm. Hiermee verdwijnt het cultureel erfgoed, zullen de polders niet meer door de boeren onderhouden kunnen worden, neemt de bedrijvigheid af en zal het minder aantrekkelijk worden voor toerisme.

Wij zien graag maatwerk per polder en zijn bereid om hier met de gemeente over in gesprek te gaan. De kennis die wij inmiddels hierover hebben opgedaan is essentieel. Momenteel doen we met enkele experts, waaronder Deltares, onderzoek en experimenteren we met onder meer plaatselijke inundatie. c) De omgevingsvisie zet in op het verbeteren van de biodiversiteit door in te zetten op het terug laten komen van diverse ambassadeurssoorten. Het is ons onduidelijk wat hier precies wordt bedoeld. Gaat het om soorten die bijvoorbeeld 30 jaar geleden in dit gebied aanwezig waren of wordt er verder of juist minder ver teruggekeken? Het inzetten op specifieke ambassadeurssoorten kan betekenen dat andere Flora en Fauna wordt teruggedrongen. Dit zou effect kunnen hebben op de natuurwaarden en onze bedrijfsvoering. Ook hier stellen we voor om in nauw overleg tot maatwerk voor deze polder te komen. d) De omgevingsvisie noemt het behoud/versterken van zichtlijnen en realiseren van routes als maatregel voor het beter beleefbaar maken van het landschap in het Veenweide gebied. Voor natuurinclusieve kringlooplandbouw met een verbreding van functies op de boerenerven, is aanplant van (hogere) beplanting noodzakelijk. Dit hoeft naar onze mening echter geen beperking te zijn voor de zichtlijnen.

De hagen en aanplant zijn een waarde voor de groen-blauwe dooradering en inpassing van de bebouwing in het landschap. De aanplant zal kleinschalig en versnipperd zijn waardoor het onderdeel vormt van de karakteristieke boerenerven in het gebied. Het versterken van zichtlijnen is naar onze mening maatwerk wat vraagt om een integrale afweging tussen esthetische opgaven, klimaat en economie. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten en hierover zien we ook graag samenwerking met de gemeente. 1.2

Opgave 2: Cultureel en beleefbaar (paragraaf 3.2.2)

Wij zijn net als de gemeente trots op onze identiteit, het erfgoed, monumenten en de cultuurhistorie. De boeren in de Zwanburgerpolder en Boterhuispolder zijn onderdelen van dit erfgoed en willen dit beschermen en versterken. De maatregelen die hiervoor in de omgevingsvisie zijn beschreven zijn: o herwaarderen van cultuurhistorische objecten o meer beleving van cultuurhistorie o maatwerk voor behoud erfgoed en recreatie/landbouw Op een aantal van de in de omgevingsvisie genoemde maatregelen ten aanzien van de opgave Cultureel en beleefbaar plaatsen wij de volgende opmerkingen. a. Een groot deel van het deelgebied Kagerplassen en omgeving valt onder ‘Kroonjuweel cultuurhistorie’ van Provincie Zuid-Holland. Hierachter is het beleid vooral gericht op ‘bescherming van het landschap en de cultuurhistorische elementen’ hierin zoals ‘molens en eendenkooi’. In de Kroonjuwelen wordt ook de verkaveling aangehaald die specifiek is voor dit gebied en behouden dient te worden. Voor het in stand houden van het Kroonjuweel zijn de veehouders nodig. Vanuit deze doelstelling kan beredeneerd worden dat geborgd moet worden dat de boeren, die de dragers zijn van het landschap, in dit gebied moeten blijven voortbestaan. Daarentegen zien wij ook een keerzijde van de Kroonjuweel Cultuurhistorie.

Door externe factoren (zoals stikstof, ganzenpopulatie en klimaatverandering) gaat de natuurwaarde in dit gebied achteruit (bijvoorbeeld in de Lakerpolder waar de dotterbloemhooilanden zich terugtrekken naar de randen en het midden wegzakt). Deze ontwikkeling is al ingezet en zal zonder ingrijpen verder gaan. Door de status “Kroonjuweel” zijn aanpassingen om verdere aantasting van de natuurwaarde tegen te gaan of beter nog: de natuurwaarden te herstellen, nu vaak niet mogelijk. Wij vragen de gemeente Teylingen om ruimte te bieden om de natuurwaarde te herstellen en hierover gezamenlijk met ons het gesprek aan te gaan met de Provincie Zuid-Holland. (sluit aan bij 2.2)

1.3

Opgave 3: energieneutraal en klimaatbestendig(paragraaf 3.2.3) De hoofddoelstelling voor deze opgave is, zo lezen wij in de visie, om in 2050 klimaatbestendig en klimaatneutraal zijn. Belangrijke onderwerpen zijn droogte en bodemdaling veenweide gebied. Aanpak van de hoofddoelstelling wordt bereikt door: o Toe naar duurzame warmtebronnen (waaronder van het gas af) o Isolatie van erfgoed o Aansluiten bij Blauwe Lens (Rijnland) o Klimaat adaptieve inrichting o Inzetten op robuust watersysteem in de veengebieden met optimale bediening tbv klimaatopgave en voorkomen verdere bodemdaling o Landschap transformatie naar hoogpolig tapijt met mozaïek van landgebruiksvormen met recreatie en teelten die bodemtype reflecteren. o Veehouderij, akkerbouw en opengrondgroententeelt is gezamenlijk moeilijk vol te houden -> hiervoor heroverwegen peilbesluiten en droogleggingsnormen met medeoverheden

o

Inzetten op aanpassen landgebruik indien nodig. Voorstel hiervoor? Is naar onze mening niet nodig en niet wenselijk.

Wij onderschrijven de klimaatambitie van de gemeente. De geformuleerde opgaven zijn naar onze mening echter te abstract en generiek beschreven. Zoals eerder aangegeven zijn wij van mening dat voor de Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder maatwerkoplossingen noodzakelijk en mogelijk zijn. Wij zien een aanscherping van de doelstelling in: a. In de visie is te lezen dat: Vanwege het behoud van het erfgoed is in het gebied weinig ruimte voor energietransitie. Langs infra zijn zonnevelden mogelijk en op de erven een windturbine. Hierdoor lijkt het uitgesloten om bestaande daken te benutten voor de opwekking van zonne-energie of om een kleinschalig zonneveld op of langs een erf te realiseren. Dit is onduidelijk geformuleerd in de omgevingsvisie. Het enige mogelijke alternatief lijkt door de formulering een kleinschalige windmolen. Naar onze mening zijn zonnepanelen op de bestaande daken namelijk wel mogelijk in tegenstelling tot kleine windmolens. Om te voldoen aan de klimaatambities en om de bedrijfsvoering gezond te houden vragen wij de mogelijkheid om in gesprek met de gemeente maatwerkoplossingen uit te werken, zonder op voorhand alternatieven uit te sluiten. Graag zien wij tevens dat het toestaan van “zon op dak en rond het erf en kleine windmolens’ eveneens mogelijk worden gemaakt.. (sluit aan bij 2.2) b.

Voor het tegengaan van de bodemdaling wordt ingezet op een robuust watersysteem waarbij waterbeheer wordt afgestemd op de bodemcondities. Hiervoor is nodig een landschapstransformatie naar ‘een hoogpolig tapijt met mozaïek van landgebruiksvormen met recreatie en teelten die bodemtype reflecteren’. Het is onduidelijk wat hier precies mee wordt bedoeld en lijkt overgeschreven uit een ander rapport. We adviseren deze zin te schrappen. (sluit aan bij 2.1) c. In het kader van het inzetten op een robuust watersysteem wordt in de visie ook gemeld dat Veehouderij, akkerbouw en opengrondgroenteelt gezamenlijk moeilijk vol te houden is en dat indien nodig hiervoor peilbesluiten en droogleggingsnormen met andere daarvoor verantwoordelijke medeoverheden worden heroverwogen. Wij vinden dit een verrassende zin aangezien hiervan in het Kagerplassengebied niet of nauwelijks sprake is. Het lijkt of het uit een ander rapport is overgeschreven. (sluit aan bij 2.1) d. Onder verwijzing naar pagina 95 van de Omgevingsvisie: Inzetten op aanpassen landgebruik indien nodig. Dit is naar onze mening niet nodig en. Het veranderende klimaat levert met name uitdagingen op het gebied van beweiding en voerwinning. Indien aanpassing echt nodig is dient aanpassing van landgebruik gecombineerd te worden met het bieden van ruimte voor nieuwe verdienmodellen.

1.4

Opgave 4: fijn wonen voor iedereen (paragraaf 3.2.4) De hoofdoelstelling voor deze opgave is het realiseren van fijn wonen voor iedereen. De gehanteerde uitgangspunten zijn: o De polders zijn geen uitbreidingslocatie, geen ruimte voor nieuwe woningen o Splitsen van grote boerderijen en bedrijfswoningen is onder voorwaarden en met maatwerk mogelijk o Bij bedrijfsbeëindiging zou ruimte moeten zijn om het geheel om te vormen naar wonen, dus ook uitbreiden van wooneenheden wat voorheen de stal was. o Waarborgen van historisch erf met nieuw gebruik wat ook nieuwbouw/transformatie kan zijn o Hierbij gaat het om maatwerk met vertrekpunt agrarisch ensemble De afgelopen decennia zijn de grenzen tussen stad en (platte) land vervaagd. Dit biedt naar onze mening een kans om een groot aantal doelstellingen uit deze Omgevingsvisie waar te maken en om de ambities te verzilveren. Zoals aangegeven, dragen wij hier ook in de toekomst graag ons steentje aan bij. Wij zijn positief gestemd dat de polders niet als uitbreidingslocatie zijn benoemd. Hierdoor blijft het cultureel erfgoed behouden. Desondanks hebben wij wel enkele zorgpunten ten aanzien van de omgevingsvisie. a. Het toestaan van het splitsen van grote boerderijen en bedrijfswoningen en het omvormen naar woningen bij bedrijfsbeëindiging is een goede maatwerkoplossing om karakteristiek boerenerfgoed (erf typologie) te behouden.

Daarnaast is het belangrijk om verbreding van de functies op de boerenerven toe te staan. Door het (in maatwerk) toestaan van meer kleinschalige functies zoals, short-stay, natuureducatie, verkoop streekproducten, kleinschalige recreatie, etc. kunnen de boerenbedrijven transformeren naar financieel gezonde boerenbedrijven waar ruimte is voor duurzame kringlooplandbouw. (sluit aan bij 2.1 en 2.2) b. De boeren zijn de dragers van het landschap. Wij beheren de gronden al vele decennia lang. Dit willen wij graag nog jaren blijven doen. Wij zien graag dat gewaarborgd wordt dat vrijkomende gronden op een duurzame wijze aan lokale agrariërs worden verpacht, bij voorkeur via erfpacht om daarmee extensiver te kunnen werken en een duurzame toekomst te borgen

1.5

Opgave 5: sociaal en vitaal (paragraaf 3.2.5) De Hoofddoelstelling: voor deze opgave is: Teylingen vitaal en sociaal houden. Met de volgende uitgangspunten: o Groen + blauw behouden ivm gezondheid o Grote waarde voor inwoners als groen uitloopgebied o Ruimte bieden voor ommetjes in landschap en inzetten op creëren van groenblauwe verbindingen tussen dorpen en Kagerplassen (mn vanuit Warmond) o Bescherming natuurwaarden heeft prioriteit

Wij onderschrijven deze ambitie en denken dat wij gezamenlijk met de gemeente een rol kunnen spelen in het bereiken van deze ambities. Zoals al door ons is aangegeven, zijn de grenzen tussen stad en (platte) land de afgelopen decennia vervaagd. Het buitengebied biedt mensen de kans om even te ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen. Tevens hebben we ook een punt van zorg. a. Wij zien een discrepantie tussen het bieden van ruimte voor ommetjes, waardoor er meer mensen naar het gebied gaan, en het beschermen en uitbreiden van de natuurwaarden. Een toename van water- en autorecreatieplekken zorgt voor meer overlast en zwerfvuil. Dat kan een negatief effect hebben op de natuurwaarden. Er zal een balans gevonden moeten worden in rust en reuring en de hoeveel extra bezoekers die het gebied aankan. Dit verkennen wij graag gezamenlijk met de gemeente. 1.6

Opgave 6: Veilig en leefbaar (paragraaf 3.2.6): De hoofddoelstelling van deze opgave is het versterken van subjectieve veiligheid en verminderen ondermijnende activiteiten. Met als aandachtspunten: o Zorgen voor balans tussen leefbaarheid, levendigheid en veiligheid o Sociaalveilige inrichting verzorgen o Veilige mobiliteit o Afwegen milieubelasting en omgevingsveiligheid Wij onderschrijven deze opgave. Graag geven wij de volgende zaken ter overweging mee. a. Er is er nu al sprake van ondermijning/criminele activiteiten in het gebied. Langs de Zijldijk zijn veel nachtelijke hangjongeren en (soft)drugs gebruik. Het is onduidelijk welke politiedienst hier verantwoordelijk is. Teylingse politie heeft aangegeven dat het te ver is, Leiden heeft dit niet als prioriteit. Wij vragen aan de gemeente om prioriteit toe te kennen aan handhaving in dit gebied en hierover afspraken te maken met de daartoe bevoegde handhavers. (sluit aan bij 2.3) b. Welke maatregelen zijn voorzien om ondermijning/criminele activiteiten tegen te gaan? Om te voorkomen dat de bedrijfsvoering van de agrariërs hierdoor wordt geschaad, willen wij hierover graag in gesprek met de gemeente. (sluit aan bij 2.3) c. Het gebied wordt ruimtelijk beperkt door de 48 Lden contour. Staat dit niet haaks op opgave 4 om meer woningen toe te staan in het gebied?

1.7

Opgave 7: ondernemend (paragraaf 3.2.7) De hoofddoelstelling van deze opgave is het behoud en versterken van de balans tussen milieu en bedrijvigheid, waarbij de gezondheid van de inwoners en het beschermen van de omgeving een grote rol speelt. Locatie specifieke aandachtspunten voor deze opgave zijn: o agrarische bedrijf o Balans tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen

o

o o o o o o

Faciliteren transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw, hierop is nog geen beleid geformuleerd (p53), maar de gemeente gaat hiervoor in samenwerking met regio en gebiedspartners aan de slag. Raakvlak met provinciaal programma landelijk gebied (PZH) Veenpolder: focus op leisure als aanvulling op huidige toeristische sector binnen de gemeente Verkennen belang toekomstbestendige agrarische bedrijven in de graslanden. Ja, mits-principe (?) Focus op extensief en natuurinclusief, vooral in veenweidegebied Kleinschalige detailhandel (korte keten initiatieven) moet kunnen op boerenerven. Ook functiemenging. Geen ruimte voor uitbreiding of nieuwvestiging bedrijvigheid dat op bedrijventerrein thuishoort.

Wij onderschrijven deze opgave. In de Omgevingsvisie zijn de maatregelen (logischerwijs) nog niet concreet uitgewerkt. We zijn verheugd te lezen dat de gemeente de transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw zal faciliteren. Hierop vinden we graag de zeer welkome en noodzakelijke samenwerking. En gaan dan ook graag met de gemeente in gesprek om deze ambitie gezamenlijk te concretiseren. Hierbij zien wij mogelijkheden om de Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder als proeftuin naar voren te schuiven. Waarbij we een regelluwe zone en ruimte voor experimenten voorstellen. Onze aandachtspunten bij deze opgaven zijn: a. Landbouwtransitie is een gezamenlijke opgave. Om toekomstbestendige natuurinclusieve landbouw mogelijk te maken is het essentieel dat dit economisch uit kan. Niet in de laatste plaats om de in de Omgevingsvisie genoemde doelstellingen in beide polders ook in de toekomst waar te kunnen maken. Hiervoor is het noodzakelijk dat zogenaamde neventakken (neveninkomsten voor de boeren uit andere inkomstenbronnen dan agrarische activiteiten als hoofdinkomsten)) als volwaardig onderdeel van de bedrijfsvoering worden gestimuleerd door de gemeente, ondersteund met beleid en maatregelen.

In het faciliteren door de gemeente en de uitwerking van de voorwaarden voor de transitie naar toekomstbestendige kringlooplandbouw voorzien we in de maatregelen (of definitie) een passage over “natuurinclusieve landbouw met economisch perspectief” (sluit aan bij 2.2) b. Toestaan van kleinschalige detailhandel als maatregel om een meer lokaal geproduceerd, gezond en duurzaam voedingsaanbod te stimuleren. Dit draagt ons inziens bij aan ontmoeting, het vergroten van de sociale betrokkenheid en het verkorten van de voedselproductieketen (die overigens niet wordt genoemd in de Omgevingsvisie). Ons is niet duidelijk hoe het toestaan van kleinschalige detailhandel in het ruimtelijk beleid is/of zal worden opgenomen. Ook hier vragen we experimenteerruimte van de gemeente.

1.8

Opgave 8: recreatief en toeristisch (paragraaf 3.2.8) De hoofddoelstelling van deze opgave is het aanbrengen van balans tussen toerisme en natuur. Met als aandachtspunten: o Functie: versterken beleefbaarheid en landschapsverbetering o Versterken Veenweide gebied o Verbeteren water-land verbindingen o Vergroten van de verblijfsrecreatie o Investeringen in recreatie en toerisme niet ten koste van landschappelijke kwaliteiten en natuur- en cultuurhistorische waarden. Daarom zijn enkele eilanden aangewezen als stiltegebied en/of juist recreatiegebied o In de Kagerplassen watersport faciliteren door uitbreiding routes, aanlegplaatsen voor kano’s en passantenplaatsen. Hierbij rekening houden met (sociale) veiligheid bewoners en recreatie. Uitgangspunt is uitbreiding van ligplaatsen bij bestaande jachthavens voorkeur boven vinden locaties nieuwe jachthavens met ligplaatsen o Ruimte voor recreatief aanbod (voor mensen zonder boot), inclusief kleinschalige verblijfsrecreatie en inachtneming natuur- en landschapskwaliteit o Bestaande linten bij campingbedrijven en agrarische bedrijven in stand houden maar niet uitbreiden a. De ambitie is groot. Wij missen een balans in de voorgestelde maatregelen. Graag gaan wij met de gemeente in gesprek om meer balans in de maatregelen te brengen, waardoor de bedrijfsvoering van de agrariërs in het gebied gewaarborgd blijft.

1.9

Opgave 9: bereikbaar (paragraaf 3.2.9) De hoofddoelstelling voor deze opgave is het opstellen van een mobiliteitsvisie waar aandacht is voor een goede bereikbaarheid, verduurzaming, OV systemen, actieve mobiliteit. De mobiliteitsvisie is nog niet opgesteld. Graag worden wij actief betrokken bij het opstellen van deze visie.

Zienswijze 12

ORANJE

BUURT

Aan de gemeenteraad van Teylingen betreft: zienswijze omgevingsvisie zaaknummer: Z-24-372073.

Sassenheim, 14 juli 2024.

Geachte leden van de Raad,

Hierbij leggen wij u graag onze zienswijze voor over het ter visie liggende ontwerp van de Omgevingsvisie Teylingen. Wij hopen dat u er bij het vaststellen van de definitieve versie mee rekening zult willen houden. 1. Algemeen Allereerst: onze waardering voor dit beleidsstuk. - goed leesbaar, overzichtelijk - uitvoerig voorbereid met participatie en overleg - aandacht voor beleid andere overheden - continuïteit t.o.v. eerder beleid. Als dit ook in de praktijk de lijn is van de gemeente kunnen we toekomst wel aan. 2. Onze voornaamste accenten bij de omgevingsvisie vanuit de Oranjewijk ➢ Het motto “Bloem van Teylingen” – handhaving eigenheid van de drie dorpen – ondersteunen wij. ➢ Daaruit vloeit ons inziens voort dat ook het tussengelegen landelijk gebied gehandhaafd dient te blijven. De corridor tussen Voorhout en Sassenheim (de Roode Molenpolder en de Mottige polder c.a.) dient daartoe als te beschermen landschap expliciet in de omgevingsvisie opgenomen te worden. ➢ Een gecoördineerde aanpak wonen is daarbij van groot belang. Ook Teylingen moet bijdragen aan de taakstelling om het tekort aan woningen aan te pakken.

Echter, voorkomen moet worden dat de huidige stagnatie - die naar het lijkt bestaat in de regionale samenwerking binnen Holland Rijnland en bij de Greenport ontwikkelingsmaatschappij (GOM) - ertoe leidt dat incidentele initiatieven te zeer maatgevend worden bij de realisering van nieuwe woonruimte. ➢ Het huidige vooral faciliterende beleid arbeidsmigratie schiet tekort. In het 2e decennium van de deze eeuw is in de Greenport het aantal arbeidsmigranten gestegen van minder dan 2000 naar meer dan 10.000. In Teylingen ging het om een stijging van 225 naar 755 (d.i. 14% per jaar)1. Voor 2030 wordt een beperktere stijging voorzien – deels als gevolg van

Rapport Decisio 2021 i.o.v. Greenport Duin en Bollenstreek https://www.taskforcehuisvesting.nl/images/files/Arbeidsmigranten_in_de_Greenport_Duin_en_Bollenstreek_-_definitieve_rapportage_-_30_april_2021.pdf 1

ORANJE

BUURT

de “corona-dip”. Echter, het betreft hier alleen een rekenkundige prognose en het gaat om aantallen bovenop de prognose van de reguliere bevolkingsontwikkeling. ➢ Een goed geregisseerde participatie bij de uitvoering van de visie is van groot belang in het vervolg op de uitgebreide participatierondes: bij de voorbereiding van de omgevingsvisie en met verwijzing van het beleidskader participatie dat onlangs werd vastgesteld is. ➢ De omgevingswet benoemt – naast de algemene trend naar verbetering van de participatie in het openbaar bestuur – een aantal beginselen die bij de toepassing van de wet in acht genomen dienen te worden. Wij pleiten er voor deze beginselen in het vervolg herkenbaar toe te passen. 3. toelichting Getriggerd door recente plannen van de combinatie Flexwonen.nu en Flexible Human Services om aan de van den Berch van Heemstedeweg 45 een huisvestingsproject voor arbeidsmigranten te realiseren, hebben wij met bijzondere belangstelling de passages in de omgevingsvisie gelezen die daarmee verband houden. 3.1.

ruimtelijke kwaliteiten

Het motto “De bloem van Teylingen” staat voor het eigen karakter van de drie dorpen, dat behouden dient te blijven. Dat onderschrijven we graag. Zeker ook omdat die keuze ruimtelijke consequenties heeft, nu er in de periode tot 2040 nog een aanzienlijke bouwtaakstelling ligt waaraan ook Teylingen niet ontkomt. De nu voorziene nieuwbouw – vooral in Voorhout – voldoet aan de gemaakt keuze. Het motto heeft niet alleen gevolgen voor verdere verstedelijking, maar in onze regio misschien nog wel meer voor het landelijke gebied dat de ruimtelijke scheiding tussen de dorpen (en verdere omgeving) markeert. In de randstad is het landelijk gebied sowieso kwetsbaar, omdat: - het aantal ruimtelijke claims vanuit het stedelijk gebied dat knabbelt aan het landelijke gebied een vrijwel permanent karakter heeft – ook wanneer dit in eerste instantie van ‘tijdelijke aard’ is. - het aantal belanghebbenden dat voor het behoud van dit gebied opkomt per definitie zeer beperkt is. De complexiteit van de ontwikkelingen en de wet- en regelgeving vormt voor dit “opkomen” nog een extra drempel. Dit maakt dat, meer nog dan in het stedelijk gebied, de (gemeentelijke) overheid de instantie is die verantwoordelijkheid draagt voor het algemeen belang van het in stand houden en versterken van het landelijke gebied.

- de in het gebied dominante vormen van agrarische bedrijfsvoering – bollenteelt en rundveehouderij – aan de vooravond van ingrijpende transities staan; Vanuit onze eigen betrokkenheid zien wij de tamelijk smalle corridor tussen Voorhout en Sassenheim, voor een groot deel bestaande uit grasland naast sierteelt, als het meest kwetsbare onderdeel van het landelijk gebied. In de omgevingsvisie wordt in navolging ook van eerdere keuzen (Pact van Teylingen, intergemeentelijke structuurvisie 2016) en het provinciaal beleid, uitdrukkelijk gekozen voor handhaving van de nog intacte landschappelijke waarden van deze corridor. Op blz. 100 van de visie lezen wij: De ambitie is de Roodemolenpolder een open gebied te houden en zichtlijnen niet te doorbreken. We onderschrijven dit graag. Tegelijkertijd vinden we de formulering erg voorzichtig; dit leidt ons tot het volgende:

2

ORANJE

BUURT

In de paragrafen 4.4.4. (bollengebied) en 4.4.6. (graslanden) wordt de corridor helaas niet expliciet als te beschermen landschap genoemd. Gezien de kwetsbaarheid van de corridor vinden wij dit een omissie die zou moeten worden rechtgezet. In de betreffende paragrafen zijn wel passages opgenomen over de toekomstige mogelijkheden van woningbouw2. Meest relevant voor de benadering die gekozen wordt lijkt ons de passage die betrekking heeft op de graslanden in Sassenheim Noord. Wij vatten die samen als: - geen ruimte voor nieuwe woningen/nieuwbouw - bij bedrijfsbeëindiging is conversie naar woonfunctie met maatwerk denkbaar, mits historisch erfgoed in acht genomen wordt en er sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst en toekomstig gebruik past in de voorziene maatschappelijke transities (voorbeelden: kringlooplandbouw, zorgboerderij). Die benadering vertalend naar de corridor – m.n. Roode Molenpolder en Mottige polder – lijkt ons dat passend. Extra landschappelijke aandachtpunten zijn dan wel: - het intact blijven van de zichtlijnen; zie ook kaartje op blz 33 (par.

3.2.2 CULTUREEL EN BELEEFBAAR ) - de bescherming van de betreffende graslanden krachtens de provinciale omgevingsverordening (beschermingsklasse 1)3 - het gegeven dat de van den Berch van Heemstedeweg een hoofdroute is voor het fietsverkeer (zie mobiliteitsplan Teylingen 20234, kaarten nr 13 en 14) Inmiddels is bij de evaluatie van het ISG 2016 geconstateerd dat er over het omgaan met initiatieven voor woningbouw in het buitengebied nogal wat onduidelijkheid heerst (zie conclusies van het betreffende rapport “Vitalere greenport en vitaler landschap - Onderzoek naar de toegevoegde waarde van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport”). 3.2. Volkshuisvesting: In paragraaf 3.2.4. van de omgevingsvisie staat dat ook Teylingen zijn verantwoordelijkheid wil nemen voor een goede huisvesting van verschillende doelgroepen, waaronder ook

2

In par 4.4.4: Binnen het huidige ISG-beleid willen we de realisatie van GOM-woningen geclusterd aanpakken en willen bij voorkeur aansluiten aan bestaande gebouwde gebieden (clusters aan de kern). Dit zodat er geen bebouwingslinten ontstaan die zichtlijnen breken. Tot op heden is er vaak geen sprake van woningontwikkeling in clustervorm bij ontwikkeling van GOM-woningen. Dit is wel wenselijk. We zijn terughoudend met het behandelen van nieuwe aanvragen totdat de ISG is herijkt. In par 4.4.6: (….). De graslanden in Sassenheim-Noord bezien we in samenhang met de door de gemeente Lisse op te stellen ontwikkelvisie Rooversbroekpolder. In dit deelgebied is geen ruimte voor nieuwe woningen/woningbouw. Het splitsen van grote boerderijen en bedrijfswoningen is onder voorwaarden en met maatwerk mogelijk. Bij bedrijfsbeëindiging zou ruimte moeten zijn om het geheel om te vormen naar wonen, dus ook uitbreiden van wooneenheden in wat voorheen de stal was. Uitgangspunt is dan om het historisch erf te waarborgen met nieuw gebruik. Dit kan dan ook nieuwbouw zijn. Het gaat hierbij steeds om maatwerk waarbij het vertrekpunt een agrarisch ensemble is. Vaak hebben deze locaties geen belemmeringen qua parkeren. Wel zullen we in dit geval strakker moeten sturen op de realisatie van de gewenste prijscategorieën en woninggrootte.

Voor dit gebied zou geen ondergrens moeten gelden voor de afweging qua programmering. Een agrarisch bedrijf dat stopt kan veel bebouwing saneren waardoor er vaak ook ‘iets voor terug kan komen’ zodanig dat naar rato er sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst. Verder zijn leegkomende boerderijen van waarde als ze in relatie met het land een nieuwe invulling krijgen. Zoals een woongemeenschap met kringlooplandbouw of een zorgfunctie.

ZH omgevingsverordening: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/zuid-hollandseomgevingsverordening/ 4 Mobiliteitsplan: Verzending (teylingen.nl) 3

3

ORANJE

BUURT

arbeidsmigranten. Dat onderschrijven wij graag. Tegelijkertijd vestigen wij er de aandacht op dat de manier waarop dat gebeurt extra aandacht behoeft. Wanneer arbeidsmigranten via een gecombineerde constructie van een dienstverband met een uitzendbureau en huisvesting in een Flexibel wonen project geworven worden, is doorgaans sprake van een mate van afhankelijkheid die grote risico’s met zich mee brengt, zowel voor de betrokken arbeidsmigranten als voor de lokale gemeenschap. De steeds gangbaarder constructie waarbij arbeidsmigranten met gebruikmaking van de EUuitzendrichtlijn of de EU-detacheringsrichtlijn worden geworven en tewerk gesteld maakt dat er aanmerkelijke financiële voordelen verbonden zijn voor werkgevers om op die manier personeel te werven. In maart 2024 heeft de Adviesraad Migratie hierover een indringend advies uitgebracht 5 Het gaat om risico’s in directie zin voor de betreffende arbeidsmigranten en in afgeleide zin voor Nederlandse werknemers die met hen moeten “concurreren”. Risico’s die variëren van een moreel aanvechtbare materiële rechtspositie tot acute probleemsituaties bij het – vaak op zeer korte termijn – beëindigen van het dienstverband, gepaard gaande met het beëindigen van de huur van de woonunit. In het laatste geval wordt immers naast de betrokken arbeidsmigrant ook de lokale gemeenschap met de gevolgen daarvan geconfronteerd.

De relevantie voor de omgevingsvisie is ons inziens dat de beschreven gemeentelijke medewerking aan huisvesting van een kwetsbare groep als arbeidsmigranten gepaard zou moeten gaan met: - allereerst een beleid dat meer inhoudt dan het zonder meer faciliteren van de steeds toenemende stroom aan arbeidsmigranten. De nu geldende Beleidsregel “Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek” stelt de facto geen getalsmatige grenzen. Dat betekent dat indien de groei van het aantal arbeidsmigranten na de z.g. corona-dip wederom dezelfde omvang aanneemt als in de eerste decennia van deze eeuw, gesproken moet worden van een moeilijk of niet te beheersen vraagstuk. Het recente kort na elkaar in de publiciteit komen van nieuwe initiatieven voor woonunits voor arbeidsmigranten illustreert dit. Het faciliterend karakter van de beleidsregel en het daarop afgestemde raadsbesluit op grond waarvan afwijkingen mogelijk zijn van geldende bestemmingsvoorschriften6 is ons inziens geheel achterhaald. Kon 15 jaar geleden misschien nog gezegd worden dat het aantrekken van buitenlandse arbeidskrachten noodzakelijk was om een beperkt aantal vacatures te vervullen. De enorme aantallen waarover we het nu hebben – en niets wijst op vermindering van deze toestroom – geven aan dat deze praktijk een geheel eigen leven is gaan leiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=3d39d591-81d7-4a6c-90f0-a58d4373eaea