GRO Hortusplein 4.1 bijlagenbundel klein - MEES.pdf - GRO Hortusplein 4.1 bijlagenbundel klein -
Tekst van het document
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Sassenheim, Hortusplein (Gemeente Teylingen, ZH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO O) Definitief
Steekproefrapport 2018-02/09
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Sassenheim, Hortusplein (Gemeente Teylingen, ZH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Een onderzoek in opdracht van DNS Planvorming BV Steekproefrapport 2018-02/09 ISSN 1871-269X Status: definitief auteur: drs. R. Exaltus, senior KNA-prospector (Actor registratienummer 92909010) autorisatie: dr. J. Jelsma, senior KNA-archeoloog/ prospector (Actor registratienummer 35453178) Goedgekeurd namens de bevoegde overheid, Gemeente Teylingen, mevr. C. Brandenburgh (senior adviseur archeologie Erfgoed Leiden) Datum: 2 mei 2018 De Steekproef werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0 en is gecertificeerd voor BRL SIKB 4000, protocollen 4001, 4002, 4003, 4004, 4006 Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef bv, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, Zuidhorn, maart 2018 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk
050 - 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Inhoud Samenvatting 1. Inleiding.................................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.0 LS01).....................................................................1 1.2 Locatiebeschrijving (KNA 4.0 LS02)......................................................................2 2. Bureauonderzoek..................................................................................................... 4 2.1 Bronnen............................................................................................................ 4 2.2 Fysische geografie (KNA 4.0 LS04)......................................................................4 2.3 Archeologie (KNA 4.0 LS04)...............................................................................6 2.4 Historische geografie (KNA 4.0 LS03)..................................................................8 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.0 LS05)..............................................10 3. Veldonderzoek........................................................................................................ 11 3.1 Aanpak veldonderzoek (KNA 4.0 VS01).............................................................11 3.2 Resultaten veldonderzoek (KNA 4.0 VS02, VS03)................................................12 4.
Conclusies en advies (KNA 4.0 VS07).......................................................................14 Gebruikte bronnen Lijst van Figuren en Tabellen Appendix
I: Archeologische periode-indeling II: Boorbeschrijvingen
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Samenvatting In opdracht van DNS Planvorming BV is door De Steekproef bv een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd op en rond het Hortusplein in Sassenheim in de gemeente Teylingen, provincie Zuid-Holland. De aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van een appartementencomplex en grondgebonden woningen. Voor de uitvoering van dit plan is graafwerk nodig dat een bedreiging vormt voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op dergelijke archeologische waarden. Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied overwegend in een zone van categorie 7 waarbinnen archeologisch onderzoek vereist is bij bodemingrepen die meer dan 500 vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan vijftig centimeter beneden het maaiveld. Een klein deel ligt in een zone van categorie 1 (historische kern) waarbinnen archeologisch onderzoek vereist is bij alle bodemingrepen die dieper reiken dan dertig centimeter beneden het maaiveld. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek waarbij zeven verkennende boringen zijn gezet. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt in het plangebied een middelhoge verwachting voor resten daterend vanaf het laatneolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.
Voor resten van bewoning en begraving uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd is de verwachting laag in verband met de ligging tot in de twintigste eeuw op tuinbouwgrond. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied een 140 tot 180 centimeter dikke toplaag aanwezig is die bestaat uit zand dat nog in de twintigste eeuw doorgraven moet zijn. Hieronder is op vijf van de zeven boorpunten strandwalzand aangetroffen zonder sporen van bodemvorming. Op twee boorpunten is onder de vergraven toplagen nog een pakket veen aanwezig van zestig tot negentig centimeter dikte. Ook hieronder ligt ongeoxideerd strandwalzand. Dit strandwalzand is niet geoxideerd en bevat geen ontkalkte top. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door senior KNA prospector drs. R.P. Exaltus De bodem in het plangebied is tot grote diepte verstoord. Deze verstoring heeft vrijwel zeker in de twintigste eeuw plaatsgevonden. In verband hiermee en gezien het ontbreken van afzettingen of verschijnselen die op voor bewoning geschikte omstandigheden wijzen, geven de resultaten van het uitgevoerde onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van beschermende en/of beperkende maatregelen of archeologisch vervolgonderzoek. Evenmin zijn in het plangebied archeologische resten gevonden waarmee bij de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden.
Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Teylingen. De gemeente Teylingen heeft op 2 mei 2018 per e-mail (mevr. C. Brandenburgh – Erfgoed Leiden) laten weten dit selectieadvies op te volgen.
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Figuur 1:
Sassenheim, Hortusplein: uitsnede van de topografische kaart 1:25.000. Het plangebied ligt binnen de rode ovaal. Eén vierkant op de kaart komt overeen met één vierkante kilometer. De kaart is noordgericht. Bron: Kadaster.
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.0 LS01) In opdracht van DNS Planvorming BV, vertegenwoordig door de heer R. Nijdam, is door De Steekproef bv een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd op en rond het Hortusplein in Sassenheim in de gemeente Teylingen, provincie ZuidHolland (zie Figuur 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van een appartementencomplex en grondgebonden woningen. Voor de uitvoering van dit plan is graafwerk nodig dat een bedreiging vormt voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op dergelijke archeologische waarden. Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied overwegend in een zone van categorie 7 waarbinnen archeologisch onderzoek vereist is bij bodemingrepen die meer dan 500 vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan vijftig centimeter beneden het maaiveld. Een klein deel ligt in een zone van categorie 1 (historische kern) waarbinnen archeologisch onderzoek vereist is bij alle bodemingrepen die dieper reiken dan dertig centimeter beneden het maaiveld. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek.
Bij het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied gemaakt aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het verkennend en karterend veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Daartoe is van de bodem bepaald wat de opbouw en gaafheid zijn en is gezocht naar archeologische indicatoren.
1
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
1.2 Locatiebeschrijving (KNA 4.0 LS02) Het plangebied ligt aan de noordkant van Sassenheim en bestaat uit het Hortusplein en de Hortuslaan met de daarlangs gelegen bebouwing. Het plangebied bestaat nu nog parkeerplaatsen, winkelpanden en een woonwijk (zie Figuur 2).
Figuur 2:
Sassenheim, Hortusplein: Foto van de Hortuslaan gezien vanaf boorpunt 4.
2
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is Archis 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Voor de paragraaf over de historische geografie is onder meer gebruik gemaakt van topotijdreis.nl. Hierop zijn historische kaarten in te zien. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.0 LS04) Ongeveer 10.000 jaar geleden liep de laatste ijstijd ten einde en begon het Holoceen. Het smeltende landijs veroorzaakte een snelle zeespiegelstijging. Het Noordzee-bekken liep vol water. In combinatie met de vlakke helling van de kust, onafgebroken aanvoer van sediment en een afname van de snelheid waarmee de zeespiegel steeg, ontstonden vanaf circa 2750 vC langwerpige strandwallen die uiteindelijk een grotendeels gesloten kustlijn vormden. Tussen de strandwallen lagen strandvlakten. Zowel op deze strandvlakten als op de strandwallen ontstonden lage landduinen: de Oude Duinen.
Onder invloed van de zeespiegelstijging steeg achter de strandwallen ook de grondwaterspiegel. De hierdoor veroorzaakte vernatting maakte de ontwikkeling van veen mogelijk. Dit veen vormt de Basisveen-laag van de Formatie van Nieuwkoop. Plaatselijk kan het Basisveen zijn doorbroken door geulinsnijdingen die in een latere fase zijn gevormd. Vanaf ongeveer 7500 jaar geleden werd over het Basisveen een ongeveer twee meter dik pakket (zandige) klei afgezet. Deze mariene afzettingen vormen het Laagpakket van Wormer, binnen de Formatie van Naaldwijk (De Mulder et al. 2003). Ongeveer 6000 jaar geleden nam de snelheid van de zeespiegelstijging af. Hierdoor kon de kust zich verder uitbouwen en raakte deze steeds verder gesloten. De hier achter gelegen lagune verzoette onder invloed van het rivierwater. Hierdoor kon opnieuw veenvorming optreden. In eerste instantie ontstond eutroof (voedselrijk) rieten broekveen. Naarmate het veenpakket dikker werd en de veenvormende planten niet meer bij het grondwater konden, ontstond oligotroof (voedselarme) veenmosveen (De Mulder et al. 2003; Berendsen 2004). Het veen dat op deze manier is ontstaan, vormt het Hollandveen laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop.
Figuur 3 toont uitsneden van de paleogeografische kaarten uit 5500, 3850, 2750 en 1500 jaar vC Deze tonen de ontwikkeling van het landschap in en rond het plangebied en laten zien dat het plangebied op een strandwal ligt. Deze is ontstaan tussen 3750 en 3225 vC. In verband met de ligging binnen de bebouwde kom zijn de bodems in het plangebied niet gekarteerd.
4
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Figuur 3:
Sassenheim, Hortusplein: Uitsneden van de paleogeografische kaarten uit 5550 vC, 3850 vC, 2750 vC en 1500 vC.
5
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
2.3 Archeologie (KNA 4.0 LS04) Het plangebied ligt op de gemeentelijke verwachtingskaart overwegend in een zone van categorie 7 (zie Figuur 4). Het betreft een deels afgegraven strandwal met een middelhoge archeologische verwachting waarbinnen onderzoek vereist is bij bodemingrepen die meer dan vijfhonderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan dertig centimeter beneden het maaiveld. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging op de (waarschijnlijk) niet afgegraven randzone van een strandwal. Op deze strandwal zijn archeologische resten aangetroffen die vanaf het neolithicum dateren. Het laat-neolithicum is gezien de vormingsdatum van de strandwallen de vroegste periode van waaruit hier vondsten kunnen worden verwacht. In het strandwallengebied ten noorden van de Rijn zijn nederzettingen uit het laatneolithicum relatief dun gezaaid maar zijn wel talloze ‘losse’ vondsten bekend die dateren uit de prehistorie. Deze betreffen bijlen, pijlpunten of werktuigen van gewei die niet direct indicatief zijn voor bewoning ter plaatse. Nederzettingen zullen echter niet ver van dergelijk vondstlocaties af hebben gelegen. Het meest zuidelijke deel van het plangebied valt net binnen AMK-monument 15352, een terrein van hoge archeologische waarde. Het betreft de dorpskern van Sassenheim.
Op het deel hiervan dat aan de zuidoosthoek van het plangebied grenst is door het ADC proefputtenonderzoek gedaan. Naast enkele aardewerkscherven uit de Romeinse tijd zijn hier de resten van een boerderij uit de dertiende eeuw aangetroffen alsmede die van een huis uit de zeventiende eeuw en vijf armenhuisjes uit de achttiende eeuw (zaaknummer 2088029100). Iets ten westen van dit terrein ligt zaaknummer 2830572100 die de vondst van een inhumatiegraf uit de late middeleeuwen betreft. Op korte afstand ten zuidoosten van het plangebied ligt zaaknummer 3157731100. Hier is in 2004 door RAAP een archeologische begeleiding uitgevoerd in verband met graafwerkzaamheden samenhangend met nieuwbouw aan de Hoofdstraat 245-251. De werkzaamheden bestonden uit bodemingrepen tot circa 2,8 meter beneden maaiveld, waaronder de aanleg van parkeerkelders. In de ondergrond van het plangebied is een strandwal aangetroffen. De top van de strandwal ligt nabij het Hortusplein. In de richting van de Hoofdstraat duikt het zand weg. De top van de Oude Duin- en Strandzanden (ODS) is grotendeels intact en afgedekt met een laag veen die uitwigt tegen de flank van de strandwal. In grote delen van het plangebied heeft in de top van het duinzand bodemvorming (podzolering) plaatsgevonden. Afgezien van enkele spikkels houtskool zijn geen aanwijzingen voor archeologische resten uit de steentijd gevonden.
Wel zijn sporen van bewoning uit de nieuwe tijd waargenomen in de vorm van een bakstenen beerput uit de zestiende tot de achttiende eeuw. Pal ten noorden van dit terrein ligt zaaknummer 2243038100. Hier is door IDDS een booronderzoek uitgevoerd dat geen aanleiding heeft gegeven tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. De overige vindplaatsen in de omgeving van het plangebied liggen ruimschoots binnen de oude kern van Sassenheim en doen voor de archeologische verwachting in het plangebied weinig ter zake.
6
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Figuur 4:
Sassenheim, Hortusplein: Uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Het plangebied ligt binnen het zwarte kader en ligt op een randzone van een strandwal (rood; categorie 5).
Figuur 5:
Sassenheim, Hortusplein: Uitsnede van de Archis-kaart met daarop het onderzoeksgebied (zaaknummer 4593335100), de eerder onderzochte gebieden (oranje omlijnd) en de archeologische vindplaatsen (groene stippen).
7
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
2.4 Historische geografie (KNA 4.0 LS03) Sassenheim is in de middeleeuwen ontstaan in samenhang met drie ridderhofsteden. Ten zuiden van de dorpskern, nabij de aftakking van de strandwal naar Warmond stond het kasteel van de heren van Alkemade. Ten noordoosten van de dorpskern, aan de oostelijke rand van de strandwal (aan de "Leede"), lag de ridderhofstede Ter Leede. Ten noorden van de dorpskern tenslotte, lag een door een gracht omgeven volksburcht die door Dirk van Teylingen rond 1250 is vergroot en versterkt tot een woonburcht, waarvan de restanten nog bestaan als de ruïne van Teylingen. In de loop der eeuwen werd het veenmoeras ten oosten van de strandwal bedijkt en in cultuur gebracht. In de zeventiende en de achttiende eeuw bouwden rijke kooplieden langs de Heerweg, de huidige Hoofdstraat, hun buitenverblijven. De opkomst van de bloembollenteelt zorgde rond 1860 voor een nieuwe bloeiperiode. Figuur 6 toont uitsneden uit de topografische kaarten uit 1895, 1951 en 1958. Hierop is te zien dat het plangebied tot halverwege de twintigste eeuw in gebruik is geweest voor de bollenteelt. De kaart uit 1958 toont voor het eerst de huidige woonwijk in het plangebied.
8
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Figuur 6:
Sassenheim, Hortusplein: Uitsneden van de topografische kaarten uit 1895 (boven), en 1951 (midden) en 1958 (onder). Het plangebied ligt binnen het gele kader.
9
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.0 LS05) Op de archeologische beleidskaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. De ondergrond bestaat uit een strandwal waarop resten kunnen voorkomen die dateren vanaf het laat-neolithicum. Door de hoge ligging in het landschap lijkt deze wal een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor mensen tijdens de prehistorie. Hiervan kunnen in de top van het zand resten gevonden worden zoals bewerkt vuursteen, scherven aardewerk en houtskool. Archeologische resten kunnen dateren vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd en kunnen bestaan uit sporen van bewoning, begraving en landbouw. Voor resten van bewoning en begraving uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd is de verwachting laag in verband met de ligging van het plangebied op historische kaarten op tuinbouwgebied. Uit deze perioden zullen eerder perceelsgrenzen e.d. aanwezig zijn. Vuursteenvindplaatsen uit de steentijd zullen in het plangebied uit vondststrooiingen bestaan die voorkomen in combinatie met eventuele sporen in het strandwalzand. De vondstdichtheid kan per vindplaats, maar ook binnen een vindplaats, sterk variëren van nauwelijks enige vondsten tot een laag van vondstmateriaal. De vondsten kunnen bestaan uit houtskool, bot, aardewerk en vuursteen.
Perioden waarin bewoning mogelijk was, vormden doorgaans stilstandsfasen in de afzetting van strandwal- en/of duinzand en worden gekenmerkt door sporen van beginnende bodemvorming. Dergelijke vegetatie-horizonten worden gekenmerkt door (flauwe) grijsbruinkleuring ten gevolge van humusaanrijking. In samenhang met menselijke bewoningsactiviteiten komen in dergelijke horizonten vaak spikkels verkoold materiaal voor. Dergelijke houtskoolspikkels komen gewoonlijk in een ruime spreiding rond prehistorische activiteitsplaatsen voor en kunnen goed in boor- en gutskernen worden herkend. Resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zullen uit aardewerkscherven en resten van bouwmaterialen bestaan die met name in de bovenste meter van de bodem zullen voorkomen. Naar verwachting zal de bovenste meter van de bodem echter ten gevolge van bollenteelt en woningbouw sterk verstoord zijn.
10
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
3. Veldonderzoek 3.1 Aanpak veldonderzoek (KNA 4.0 VS01) In het plangebied zijn zeven boringen geplaatst die, rekening houdend met de aanwezige bebouwing en bestrating, zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied zijn verdeeld (zie Figuur 7). Hierdoor is op het ongeveer één hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van zes boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid volstaat als verkennend booronderzoek om na te gaan hoe de bodem is opgebouwd en of hierin (nog) archeologische resten verwacht kunnen worden en zo ja, vanaf welke diepte. Als verificatieboring is de zevende boring net buiten het plangebied geplaatst. De boringen zijn in eerste instantie uitgevoerd met een zandguts. Dit is gedaan om de bodemopbouw zo nauwkeurig mogelijk te kunnen bestuderen. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode. Vervolgens is overal waar de resultaten hier aanleiding toe gaven, nageboord met een edelmanboor met een diameter van vijftien centimeter waarbij het opgeboorde zand is gezeefd op een zeef met een maaswijdte van vier millimeter. Van alle boorpunten is de NAP-hoogte bepaald.
Figuur 7:
Sassenheim, Hortusplein: Boorpuntenkaart. De genummerde punten geven de boorpunten aan. Bron ondergrond: DNS Planvorming BV.
11
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
3.2 Resultaten veldonderzoek (KNA 4.0 VS02, VS03) Bovenin de boringen 3 en 4 bevindt zich een ongeveer zeventig centimeter dik pakket opgebracht zand. Hieronder is een zeer rommelig zandpakket aanwezig dat bestaat uit brokken zand van uiteenlopen humusgehalte. Tot onderin dit zandpakket komen relatief moderne insluitsels voor zoals deeltjes kachelslak. Een dergelijk zandpakket is op de overige boorpunten al direct vanaf het maaiveld aangetroffen. Dit pakket is op deze boorpunten bovenin sterker humeus dan onderin. Op boorpunt 7 is dit juist andersom. De diepte tot waarop het sterk vergraven pakket doorloopt bedraagt minimaal 140 centimeter (boorpunt 3) en maximaal 240 centimeter (boring 5). In de overige boringen bedraagt deze diepte 170 tot 180 centimeter. Het ontstaan van deze dikke pakketten vergraven zand hangt zeer waarschijnlijk samen met de bollenteelt en de bouw van de huidige woonwijk. In de boringen 1, 2, 4, 5 en 7 ligt onder de pakketten vergraven zand, schoon grijs, schelphoudend zand. Het betreft strandwalzand. In de top hiervan zijn geen sporen van bodemvorming aangetroffen. Na enkele decimeters bleek dit zand dermate waterverzadigd dat dit uit de guts bleef stromen (zie Figuur 8).
Figuur 8:
Sassenheim, Hortusplein: Foto van het waterverzadigde strandwalzand dat onderin alle boringen is aangetroffen.
Op de boorpunten 3 en 6 wijkt de bodemopbouw af van die op de overige boorpunten. Hier is boven het strandwalzand namelijk een pakket veen aangetroffen. Dit veenpakket is op boorpunt 3 ruim zestig centimeter dik en op boorpunt 6 ruim negentig centimeter. Op dit laatste boorpunt loopt het veen door tot 2,4 meter beneden het maaiveld. Ook op deze twee boorpunten zijn (ondanks de intacte top van hiervan) geen sporen van bodemvorming in de top van het strandwalzand aanwezig. Het op deze twee boorpunten aangetroffen veenpakket sluit aan op de bevindingen van de door RAAP ten zuidoosten van het plangebied uitgevoerde archeologische begeleiding. De top van de Oude Duin- en Strandzanden (ODS) bleek ook hier afgedekt te zijn met een laag veen. In het door RAAP onderzochte gebied bleek in de top van het zand bodemvorming (podzolering) te hebben plaatsgevonden. Dit is in het onderhavige plangebied niet het geval. In verband met de diepe verstoring van de bodem en het ontbreken van bodemvorming in de top van de strandwal, is op geen van de boorpunten nageboord met een megaboor. De boorprofielen zijn te zien in Figuur 9. In verband met de sterk verstoorde bodemopbouw en het ontbreken van voor bewoning geschikte afzettingen, is het KNA-onderdeel Waardestelling in dit rapport
12
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
niet nader uitgewerkt.
Figuur 9:
Sassenheim, Hortusplein: Weergave van de resultaten van het booronderzoek in de vorm van boorprofielen.
13
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
4. Conclusies en advies (KNA 4.0 VS07) Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt in het plangebied een middelhoge verwachting voor resten daterend vanaf het laat-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor resten van bewoning en begraving uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd is de verwachting laag in verband met de ligging tot in de twintigste eeuw op tuinbouwgrond. In verband met de geplande herinrichting van het plangebied zijn zeven verkennende boringen uitgevoerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied een 140 tot 180 centimeter dikke toplaag aanwezig is die bestaat uit zand dat nog in de twintigste eeuw doorgraven moet zijn. Hieronder is op vijf van de zeven boorpunten strandwalzand aangetroffen zonder sporen van bodemvorming. Op twee boorpunten is onder de vegraven toplagen nog een pakket veen aanwezig van zestig tot negentig centimeter dikte. Ook hieronder is ongeoxideerd strandwalzand aangetroffen. Dit strandwalzand is niet geoxideerd en bevat geen ontkalkte top. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door senior KNA prospector drs. R.P. Exaltus De bodem in het plangebied is tot grote diepte verstoord. Deze verstoring heeft vrijwel zeker in de twintigste eeuw plaatsgevonden.
In verband hiermee en gezien het ontbreken van afzettingen of verschijnselen die op voor bewoning geschikte omstandigheden wijzen, geven de resultaten van het uitgevoerde onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van beschermende en/of beperkende maatregelen of archeologisch vervolgonderzoek. Evenmin zijn in het plangebied archeologische resten gevonden waarmee bij de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Teylingen. De gemeente Teylingen heeft op 2 mei 2018 per e-mail (mevr. C. Brandenburgh – Erfgoed Leiden) laten weten dit selectieadvies op te volgen.
14
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Gebruikte bronnen
AHN Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. Archeologische Beleidskaart Gemeente Hillegom. RAAP rapport 2852. Toelichting op de archeologische verwachtings (waarden) kaart en beleidskaart. Gemeenten Katwijk, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse, Teylingen en Hillegom. Berendsen, H.J.A., 2004. De Vorming van het Land, Inleiding in de geologie en geomorfologie. Koninklijke van Gorcum, Assen. Bodemkaart van Nederland 1:50.000, op www.ARCHIS.nl. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode. Archeologie Leidraad 3. Centraal Archeologisch Archief (CAA) en Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) [ARCHIS]. Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000, op www.ARCHIS.nl. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen & Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0. www.SIKB.nl. Centraal College van Deskundigen Archeologie. mei 2010. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong. 2003. De Ondergrond van Nederland. Wolters Noordhoff, Groningen/Houten. Top 25.000 raster, www.kadaster.nl, kadata Vos, P.C., J. Bazelmans, H.J.T. Weerts & M.J. van der Meulen, 2011. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en Bewoning vanaf de laatste IJstijd tot nu.
Amsterdam. Vos, P.C., E.D. Rieffe & E.E.B. Bulten, 2007. Geoarcheologische Kaart. Afdeling Archeologie, Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2009. Www.topotijdreis.nl
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Lijst van Figuren en Tabellen Figuur 1:
Topografische kaart van het plangebied.
Figuur 2:
Foto van het plangebied.
Figuur 3:
Uitsneden van de paleografische kaarten uit diverse periodes
Figuur 4:
Uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart.
Figuur 5:
Uitsnede van de archiskaart
Figuur 6:
Uitsneden van diverse historische topografische kaarten
Figuur 7:
Boorpuntenkaart.
Figuur 8:
Foto van een boorkern met strandwalzand
Figuur 9:
Boorprofielen.
Tabel 1: Administratieve gegevens van het plangebied.
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Appendix Sassenheim, Hortusplein I: Archeologische periode-indeling II: Boorbeschrijvingen
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Appendix I: Archeologische periode-indeling
paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B: mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat: neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B: bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
ijzertijd: ijzertijd vroeg: tot 300.000 BP ijzertijd midden: 300.000 - 35.000 BP ijzertijd laat: 35.000 BP 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP – 8.800 vC romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: 8.800 - 7.100 vC romeinse tijd midden A: 7.100 - 6.450 vC romeinse tijd midden B: 6.450 - 4.900 vC romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B: 5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC middeleeuwen: 4.900 - 4.200 vC middeleeuwen vroeg: 4.200 - 2.850 vC middeleeuwen vroeg A: 4.200 3.400 vC middeleeuwen vroeg B: 3.400 - 2.850 vC middeleeuwen vroeg C: 2.850 - 2.000 vC middeleeuwen vroeg D: 2.850 - 2.450 vC middeleeuwen laat: 2.450 - 2.000 vC middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B: 2.000 - 1.800 vC nieuwe tijd: 1.800 - 1.100 vC nieuwe tijd vroeg: 1.800 - 1.500 vC nieuwe tijd midden: 1.500 1.100 vC nieuwe tijd laat: 1.100 - 800 vC
Pleistoceen: Elsterien Saalien Weichselien
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP
Holoceen:
10.000 BP - heden
vC.: nC: BP:
800 - 500 vC 500 250 vC 250 12 vC 12 vC - 70 nC 12 vC 25 nC 25 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 450 nC 270 350 nC 350 - 450 nC 450 1.050 nC 450 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 1.500 nC 1.050 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC 1.500 1.650 nC 1.650 1.850 nC 1.850 – heden
voor Christus na Christus Before Present; Present = 1950
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
Colofon Opdrachtnemer
M+P raadgevende ingenieurs BV
Opdrachtgever
Hoogvliet Beheer Postbus 139 2394 ZG HAZERSWOUDE-RIJNDIJK
Opdrachtnummer
-
Titel
Akoestisch onderzoek woningen Hortusplein Sassenheim
Rapportnummer
M+P.MEES.23.07.0
Revisie
7
Datum
6 oktober 2025
Aantal pagina‘s
53
Auteurs
Ing. M.H.M. Paanakker
Contactpersoon
ir. Theodoor Höngens 0297-320651 | info@mp.nl
M+P
Visserstraat 50 | 1431 GJ Aalsmeer Wolfskamerweg 47 | 5262 ES Vught www.mp.nl | onderdeel van de Müller-BBM groep | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd
2
C
w
c
Copyright
lic
k
chang
© M+P raadgevende ingenieurs BV | Niets van deze rapportage mag worden gebruikt voor andere doeleinden dan is overeengekomen tussen de opdrachtgever en M+P (DNR 2011 Artikel 46).
M+P.MEES.23.07.0
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Inhoud 1
Inleiding
4
2
Situatie
5
3 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6
Uitgangspunten Bevoorrading supermarkt Stationaire installaties Rijden en parkeren door bezoekers Winkelwagens Stemgeluid Overzicht getroffen maatregelen
6 6 7 7 9 10 10
4 4.1 4.2
Wettelijk kader Activiteitenbesluit Goede ruimtelijke ordening
11 11 12
5
Methode overdrachtsberekeningen
14
6 6.1 6.2
Berekeningsresultaten Activiteitenbesluit Beoordeling ruimtelijke ordening
16 16 20
7
Beschouwing en maatregelen
26
8
Samenvatting en conclusies
28
bijlage A
Figuren
30
bijlage B
Bepaling bronvermogens
34
bijlage C
Modelgegevens
37
bijlage D
Bijdrageanalyse
45
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
3
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
Uitgangspunten Voor het bepalen van het geluid is gebruik gemaakt van: ▪ Een situatietekening van Groosman Architecten (zie figuur 1); ▪ De M+P database voor geluidsbronnen en specificaties van de leverancier; ▪ Omgevingskenmerken afkomstig uit het 3D Omgevingsmodel voor geluid van PDOK. De ingang van de supermarkt is in figuur 2 aangegeven met een oranje pijl. Ten behoeve van het laden en lossen van goederen is een laad- en loslocatie aan de zuidwestelijk zijde (kant van het kerkhof) van de supermarkt. De laad- en loslocatie is gemarkeerd met een oranje driehoek. Voor wat betreft het geluid naar de omgeving zijn de volgende activiteiten relevant: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
bevoorrading supermarkt (rijden vrachtwagens, laad- en losactiviteiten); stationaire (koel)installaties; rijden en parkeren van personenwagens bezoekers; rijden van winkelwagens; stemgeluid bij horeca.
In de volgende paragrafen worden de akoestisch relevante activiteiten omschreven die binnen en rond de supermarkt plaatsvinden. De bronsterkten van de activiteiten zijn gebaseerd op geluidmetingen in vergelijkbare situaties uit de M+P database en/of aangeleverd door de leverancier van de (koel)installatie. Het rekenmodel is grafisch weergegeven in Bijlage A.
3.1.1
Bevoorrading supermarkt Aan- en afvoer van goederen vindt plaats met 3 tot 4 vrachtwagens in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur). De vrachtwagens rijden vanaf de Westerstraat achteruit het terrein van de supermarkt op. De bevoorrading van de supermarkt geschiedt met containers (wisselbakken). De wisselbakken worden binnen opgesteld. De vrachtwagen lost de wisselbak buiten en duwt deze naar binnen. De cyclus van het verwisselen van containers duurt effectief 5 minuten (uitgegaan is van 6 containers met een effectieve omwisseltijd van 5 minuten per container). Voor het langzaam rijden (manoeuvreren) van de vrachtwagen is uitgegaan van een bronsterkte van 99 dB(A). De bronsterkte van de gehele wisselcyclus bedraagt 100 dB(A). Bij het achteruitrijden door de vrachtwagens zal adaptieve “witte ruis” achteruitrijsignalering worden gevoerd. Met “adaptief” wordt bedoeld dat het geproduceerde geluidvermogen wordt aangepast op het aanwezige achtergrondgeluidsniveau. Uit eerder door M+P uitgevoerde metingen1 is gebleken dat adaptieve achteruitrijsignalering gemiddeld een geluidsvermogen van 86 dB(A) produceert (zie Bijlage B), dat mede afhangt van het, in dit geval vrij lage, achtergrondniveau.
1
6
C
w
c
3
lic
k
chang
Onderzoek M+P.GLEID.06.01.1a d.d. 18 maart 2007 M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
C
w
c
De ontsluiting van de parkeerplaats aan oostelijke zijde is uitsluitend toegankelijk voor bestemmingsverkeer. Het betreft met name de bevoorrading van enkele bedrijven en het bereiken van woningen aan de Hortuslaan. In het rekenmodel ten behoeve van de beoordeling ruimtelijke ordening wordt uitgegaan van maximaal 2 vrachtwagens in de dagperiode, en 50 personenwagens in zowel de dag- als avondperiode en 15 in de nachtperiode (zie mobiele bronnen P4 en P5 in figuur 2 van Bijlage A).
3.1.4
lic
k
chang
Winkelwagens Er is aangenomen dat gemiddeld 75% van de gebruikers van het parkeerterrein gebruik zal maken van een winkelwagen op het buitenterrein. Het aantal bewegingen van de winkelwagens bedraagt 2 per winkelwagen, overeenkomend met 1.650 en 615 bewegingen in respectievelijk de dag- en avondperiode. De gemiddelde loop-/rijsnelheid van de winkelwagens bedraagt 4 km/u. Vanaf de ingang van de supermarkt splitst de stroom bezoekers met winkelwagens uit over twee routes (zie K1 en K2 in figuur 2 van Bijlage A). De stroom die niet in de directe omgeving van de supermarkt parkeert (K2) splitst verderop opnieuw uit (zie K3 in figuur 2 van Bijlage A). Daarnaast is aangenomen dat een deel (15%) van de bezoekers met winkelwagens zich eerst in noordwestelijke richting over het parkeerterrein verplaatst en dan in de richting van de grondgebonden nieuwbouw loopt (zie K4 in figuur 2 van Bijlage A). Er is uitgegaan van een stillere uitvoering winkelwagen met kunststof mand en zachtere wielen. Daarnaast is, in tegenstelling tot revisie 3 d.d. 5 juli 2024 van dit onderzoek, uitgegaan van een voegloze gladde ondergrond op het parkeerterrein. Het geluidsvermogen van het rijden met een enkele kunststof winkelwagen wordt hierdoor met circa 10 dB verlaagd en bedraagt LW = 74 dB(A). Voor de berekening van het piekgeluid is een 10 dB hogere waarde aangehouden van 84 dB(A).
Voor de winkelwagens bevindt zich inpandig een verzamelpunt, waardoor piekgeluiden ten gevolge van het in- en uitrijden in de rij van winkelwagens bij het verzamelpunt als niet akoestisch relevant worden beschouwd.
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
9
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
hange E
d f- x
N Y B to
e.
Stemgeluid Aan de zuidoostelijke zijde van de supermarkt zijn drie commerciële ruimtes voorzien. Er is aangenomen dat zich hier horeca zal vestigen (restaurants). In de buitenruimte is een terras voor circa 50 personen voorzien. Er zal in de buitenruimte geen muziek ten gehore worden gebracht. Boven het terras zijn balkons gesitueerd op de eerste verdieping. De balkons steken 2 meter uit boven het terras dat 3 meter breed is. Hierdoor wordt de geluidbelasting op de bouwlagen boven het terras op de zuidoostelijke gevel gereduceerd met ten minste 5 dB. Voor de bepaling van het geluidsvermogen van stemgeluid op het terras is uitgegaan van 67 dB(A) per persoon (zie Bijlage B, midden tussen normaal en verheven spreken). Uitgaande van 50 personen die ieder 1/2 van de tijd spreken wordt het totale geluidsvermogen t.g.v. stemgeluid dan LW = 81 dB(A). Meest kritisch is de geluidsbelasting op de appartementen boven de supermarkt als gevolg van het stemgeluid. Hierdoor mag 2 tot 3 dB worden afgetrokken als gevolg van richtingseffecten, aangezien circa 50% van de terrasbezoekers van de woning af zal spreken. Het uiteindelijke geluidsvermogen van stemgeluid waarmee wordt gerekend is LW = 79 dB(A) – 5 dB wegens het balkon is 74 dB(A). De horeca zal tussen 09:00 en 21:00 zijn geopend.
In de ochtend zal het terras voor maximaal 25% bezet zijn, wat resulteert in een bedrijfsduurcorrectie van 1,25 dB in de dagperiode. Voor de rest van de dag wordt een volledige bezetting aangenomen. Voor geluidpieken als gevolg van stemgeluid wordt uitgegaan van LA,max = 70 dB(A) – 5 dB wegens het balkon is 65 dB(A).
3.1.6
Overzicht getroffen maatregelen De volgende maatregelen zijn bij voorliggend onderzoek als uitgangspunt genomen en verdisconteerd in de rekenresultaten; • • • • • • • • • • • •
Aan/afvoer van goederen bij de supermarkt vindt alleen plaats tussen 07.00 en 19.00 uur; De bevoorrading van de supermarkt geschiedt met containers (wisselbakken); Het lossen/laden van de wisselbakken vindt inpandig met gesloten roldeur plaats; Er wordt gebruik gemaakt van rubber matten in het container dock (reductie piekgeluid); Gebruik van adaptieve “witte ruis” achteruitrijsignalering door vrachtwagens; Toepassing van een inpandig verzamelpunt voor winkelwagens (reductie piekgeluid); Toepassing van een stillere uitvoering winkelwagen met kunststof mand; Toepassing van een gladde voegloze ondergrond op het parkeerterrein; Extra groen en bomen als compenserende maatregel (zie figuur 1); Realisatie van muren tussen tuin en parkeerplaats, bij zowel de nieuwbouw grondgebonden woningen als de woningen aan de Teijlingerlaan; Balkons voorzien van dichte balustrades en geluidsabsorberend plafond; Horeca terrassen zijn (deels) gesitueerd onder balkons van de geplande nieuwbouw en doen dienst als akoestische afscherming naar de appartementen boven de supermarkt.
De toepassing van dichte balustrades bij de balkons en het aanbrengen van een geluidsabsorberend plafond zal het geluidsniveau op de balkons met twee tot drie dB reduceren.
10
C
w
c
3.1.5
lic
k
chang
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
PD
XC
O W
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
4
Wettelijk kader
4.1
Activiteitenbesluit De inrichting valt onder het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). Hierin zijn onder andere de onderstaande grenswaarden gegeven: Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en de daarin plaatsvindende activiteiten, mag op de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: ▪ ▪ ▪
50 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur (dag); 45 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur (avond); 40 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur (nacht).
Het maximaal optredende geluidsniveau mag op de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: ▪ ▪ ▪
70 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur (dag); 65 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur (avond); 60 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur (nacht).
De in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur opgenomen maximale geluidsniveaus (L Amax) zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten en het komen en gaan van bezoekers aan horeca. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is niet van toepassing voor stemgeluid afkomstig van mensen op (horeca) terrassen of andere terreinen die niet als binnenterrein beschouwd worden. In afwijking van de hierboven genoemde waarden, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LA,max vaststellen. Het bevoegd gezag kan tevens eisen stellen aan maatregelen of voorzieningen. Het bevoegd gezag kan slechts hogere waarden vaststellen dan deze waarden, indien binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd.
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
11
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
hange E
d f- x
N Y B to
e.
Goede ruimtelijke ordening Bij toetsing aan de criteria voor een goede ruimtelijke ordening wordt ook menselijk stemgeluid in de beschouwing betrokken. Als uitgangspunt hierbij wordt het stappenplan uit de Richtlijn bedrijven en milieuzonering gehanteerd, dat hieronder is weergegeven. In de VNG-richtlijn bedrijven en milieuzonering wordt een supermarkt aangemerkt als cat. 1 inrichting met een afstand voor geluid van 10 meter in een rustige woonwijk en 0 meter in gemengd gebied. In de Handreiking bedrijven en milieuzonering is een stappenplan Geluid opgenomen (Bijlage B5.3) dat samengevat neerkomt op het volgende: Stap 1 Indien de richtafstand (volgens VNG Handreiking Bijlage 1) voor het aspect geluid niet wordt overschreden kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. Aan deze stap wordt hier niet voldaan (richtafstand is 10 m, maar werkelijke afstand is 0 m). Stap 2 Vanaf deze stap is een geluidsonderzoek noodzakelijk. Indien stap 1 niet toereikend is: ▪
Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gemengd gebied van maximaal: 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70 dB(A) maximaal (geluidspieken); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking;
▪
Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een rustige woonwijk van maximaal: 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 65 dB(A) maximaal (geluidspieken); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking;
buitenplanse inpassing is mogelijk. Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is: ▪ Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gemengd gebied van maximaal:
12
C
w
c
4.2
lic
k
chang
55 dB(A) Iangtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden), excl. piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
PD
XC
O W
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
▪
Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal:
50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking;
is buitenplanse inpassing mogelijk. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, Indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied. Bij een hogere geluidsbelasting ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking dient te worden aangetoond dat een binnen niveau van 35 dB(A) wordt gewaarborgd. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
13
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
hange E
d f- x
N Y B to
e.
5
Methode overdrachtsberekeningen
Li = LWR − LWR = D = Li =
D , waarin: immissierelevante bronsterkte; verzamelterm van alle verzwakkingen; gestandaardiseerde immissieniveau bij de ontvanger.
Als overdrachtstermen zijn de volgende termen in rekening gebracht: (2)
D = Dgeo + Dlucht + Drefl + Dscherm + Dveg + Dterrein + Db odem + Dhuis , waarin:
Dgeo = Dlucht = Drefl = Dscherm = Dveg = Dterrein = Dbodem = Dhuis =
afname van het geluidsniveau door geometrische uitbreiding; afname van het geluidsniveau door absorptie in lucht; afname door reflecties tegen obstakels (deze term is negatief); afname ten gevolge van afscherming door akoestisch goed isolerende obstakels (dijken, wallen, gebouwen); afname vanwege geluidsverstrooiing aan en absorptie door vegetatie; afname door verstrooiing en absorptie door installaties op het industrieterrein voor zover deze niet in de overige termen is inbegrepen; afname ten gevolge van reflectie tegen, verstrooiing aan, en absorptie door de bodem (deze term kan ook negatief zijn); afname door reflecties tegen bebouwing in de buurt van het immissiepunt. Ook de invloed van geluidsvoortplanting door de bebouwing (reflectie, buiging, verstrooiing) wordt in deze term betrokken.
Ter bepaling van het langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau is de volgende formule toegepast: (3)
L Aeqi ,LT = Li − Cb − Cm − Cg , waarin LAeqi, = Cb = Cm = Cg =
14
C
w
c
De overdrachtsberekeningen zijn uitgevoerd volgens methode II van de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI-II.8 uitgave 1999) teneinde het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau te bepalen. Hierbij is als basisformule gehanteerd: (1)
lic
k
chang
langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau; tijdsduurcorrectie per deelbron in verband met het gedeeltelijk in bedrijf zijn tijdens de beoordelingsperiode; meteo-correctieterm in verband met meteogemiddelde geluidsoverdracht; gevelcorrectieterm welke het immissieniveau corrigeert voor reflecties tegen achterliggende gevels;
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
PD
XC
O W
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
LAri ,LT = LAeqi ,LT + K x , waarin: LAri,LT = Kx =
langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau; toeslagen voor geluidskarakter.
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt uiteindelijk bepaald uit de energetische sommatie van de bijdragen van de verschillende geluidsbronnen volgens de volgende formule: (5)
C
w
c
Dit geluidsniveau wordt eventueel gecorrigeerd voor het geluidskarakter (tonaal-, impulsachtig of muziekgeluid) middels: (4)
lic
k
chang
LAr ,LT = 10 log
LAr,LT =
(10
LAri ,LT 10
) , waarin:
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
In bijlage C zijn de modelgegevens weergegeven. In Bijlage A is het rekenmodel grafisch weergegeven.
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
15
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
c
lic
k
chang
C
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
w
.p
d f- x
chang
e.
c
hange E
d f- x
N Y B to
e.
7
C
w
c
Beschouwing en maatregelen Uit de rekenresultaten is gebleken dat niet aan de standaardgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit en aan de standaard richtwaarden uit de VNG onder stap 3 kan worden voldaan. De berekende overschrijdingen hebben zowel betrekking op de geprojecteerde woningen als bestaande woningen. Overschrijdingen Activiteitenbesluit Bij een nieuwe woningen (T15) worden de grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode met 1 dB overschreden. Bij deze woning zijn het geluid van de vrachtwagens en containerwissels hierin bepalend. Er is een gevelisolatie nodig van ten minste Ga = 16 dB om een binnenniveau bij rekenpunt T15 te garanderen van maximaal 35 dB(A) in de dagperiode. Hieraan kan bij standaard materialisatie worden voldaan. Er dienen maatwerkvoorschriften te worden opgesteld om het hogere geluidsniveau bij rekenpunt T15 mogelijk te maken. Dit is ter verdere beoordeling aan het bevoegd gezag. Overschrijdingen stap 3 van de VNG – Bestaande woningen De overschrijding van richtwaarden ten aanzien van stap 3 uit de VNG voor een rustige woonwijk, hebben voor bestaande woningen betrekking op rekenpunten T3 t/m T6, T25, T26 en T28 t/m T30. De voertuigbewegingen op het parkeerterrein zijn hierin bepalend.
Na de realisatie van het plan kan men de omgeving beschouwen als gemengd gebied, waarvoor onder stap 3 uit de VNG een hogere richtwaarde van Letmaal = 55 dB(A) zou gelden. Ook hieraan kan bij diverse rekenpunten niet worden voldaan. De hoogst berekende waarde bij een bestaande woning bedraagt 63 dB(A) etmaalwaarde (T28c). In ogenschouw nemende dat het hier om een centrumgebied gaat, vinden wij deze waarde (beargumenteerd) acceptabel. Aan de richtwaarde voor de verkeersaantrekkende werking onder stap 3 uit de VNG voor een rustige woonwijk kan op rekenpunten T1 t/m T6, T13, T14, en T27 niet worden voldaan. De berekende overschrijding bedraagt maximaal 5 dB en is in onze ogen toelaatbaar. De berekende waarde ligt 10 dB onder de grenswaarde van 65 dB(A). Aangezien voor het waarborgen van een geluidsniveau binnen de woning van 30 dB(A) in de avondperiode een akoestische gevelisolatie benodigd is van Ga = 20 dB, zal hieraan ten gevolge van standaard bouweisen zijn voldaan. Overschrijdingen stap 3 van de VNG – Nieuwe woningen De berekende overschrijdingen van de richtwaarden van stap 3 uit de VNG voor de nog te realiseren nieuwbouwwoningen kunnen middels kosteneffectieve en doelmatige maatregelen worden geadresseerd.
Het geluidsniveau op de gevels van geprojecteerde appartementen boven de supermarkt en de grondgebonden woningen die aan de parkeerplaats zijn gelegen, wordt met name veroorzaakt door voertuigbewegingen op het parkeerterrein en bedraagt maximaal Letmaal = 64 dB(A). Het geluidsniveau in de avondperiode is bepalend.
26
lic
k
chang
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
PD
XC
O W
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
d f- x
Y B to
e.
lic
k
chang
C
w
c
Om in de avondperiode een geluidsniveau binnen de woning te garanderen van minder dan 30 dB(A) is een gevelisolatie benodigd van circa Ga = 29 dB. [Maatregel 1 – Nieuwe woningen] Om een gevelisolatie van ten minste Ga = 29 dB te realiseren bij rekenpunten T7 t/m T12, T23 en T24, dient naast dubbel glas en balansventilatie tevens te worden uitgegaan van de toepassing van enkelzijdig gelamineerd glas en dubbele kierdichting. [Maatregel 2 – Nieuwe woningen] Bij de overige rekenpunten (T13 t/m T22) kan worden volstaan met standaard materialisatie met dubbelglas en balansventilatie (Ga = 25 dB). Er is in een latere fase aanvullend akoestisch onderzoek nodig om te zekeren dat aan de eisen voor de benodigde akoestische gevelisolatie bij de betreffende woningen is voldaan. Overweging overkapping van parkeerplaats Gezien de beperkte (te verwachten) effectiviteit qua geluidswering en toegang tot daglicht is overkapping van het parkeerterrein niet wenselijk geacht binnen de beoogde sfeer van het ontwerp. Deze maatregel is daarom niet verder onderzocht. Overweging beperkt parkeren In een eerdere versie van voorliggend onderzoek is onderzocht of de geluidsbelasting ten gevolge van de supermarkt bij de bestaande woningen aan de zijde van het Hortusplein, kan worden verlaagd door het gebruik van de parkeerplaats, met name in de bepalende avondperiode, te beperken.
Hieruit bleek dat met een dergelijke maatregel geen significatie reductie wordt bereikt. Het geluid ten gevolge van de verkeersbewegingen door personenauto’s op de parkeerplaats is op rekenpunt T28c met 62 dB(A) etmaalwaarde (zie Bijlage D) sterk bepalend, gevolgd door het gebruik van winkelwagens met 46 dB(A) etmaalwaarde. Een maatregel als beperkt parkeren aan de zijde van het Hortusplein zal niet in een afname van het aantal verkeersbewegingen en het gebruik van winkelwagens resulteren. Als gevolg van de nieuwe indeling van de parkeerplaats in vergelijking met het vorige onderzoek zal het geluid niet afnemen. Wij achten deze maatregel daarom afdoende verkend en concluderen dat hiermee geen reductie te bereiken is. Indeling nieuwe grondgebonden woningen Gezien de berekende geluidsniveaus bij de nieuwe grondgebonden eengezinswoningen is het wenselijk om hier bij de indeling van deze woningen rekening mee te houden. Hierbij kan worden gedacht aan een indeling met keuken aan de zijde van de parkeerplaats. Er bevindt zich echter ook een slaapkamer aan de zijde van de parkeerplaats. Het vervangen van deze slaapkamer door een niet-geluidgevoelige functie, zoals een badkamer, zou een verbetering kunnen betekenen.
M+P.MEES.23.07.0 | 6 oktober 2025
27
om
.p
t
U
Y U B to k lic C
ww
w
di
!
hange E
O W
PD
XC
N
!
F-
N
O W
t
om
PD
di
or
hange E
ww
XC
or
F-
.p
d f- x
chang
e.
c
hange E
d f- x
N Y B to
e.
8
C
w
c
Samenvatting en conclusies In opdracht van Hoogvliet Beheer is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het geluidsniveau vanwege de supermarkt, horeca, verkeersbewegingen en parkeren bij bestaande en geplande nieuwbouw woningen rond het Hortusplein in Sassenheim. Met het plan wordt invulling gegeven aan de terugkeer van de tijdelijk uitgeplaatste supermarkt Hoogvliet naar het centrum. In voorliggend onderzoek is getoetst aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, aan de richtlijn bedrijven en milieuzonering van de VNG. De richtwaarden uit stap 3 van de VNG voor een rustige woonwijk worden bij diverse woningen overschreden. Na realisatie van het plan zal er sprake zijn van een gemengd gebied door de terugkeer van de supermarkt en aanvulling van overige niet-woonfuncties, waarvoor onder stap 3 uit de VNG een hogere richtwaarde van Letmaal = 55 dB(A) geldt. Het besluit om het plan te beoordelen als gemengd gebied is aan het bevoegd gezag. Uit het onderzoek blijkt dat op één rekenpunt niet kan worden voldaan aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. De overschrijding van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is met LAr,LT = 51 dB(A) op dit rekenpunt is beperk te noemen en kan middels maatwerkvoorschriften mogelijk worden gemaakt. Dit is ter verdere beoordeling aan het bevoegd gezag.
Verdere bouwkundige (gevel)maatregelen zijn niet nodig. Bij de bestaande woningen aan de Westerstraat kan niet aan de richtwaarden van stap 3 uit de VNG voor een rustige woonwijk worden voldaan als gevolg van voertuigbewegingen op het parkeerterrein. Voor bepaalde woningen (rekenpunt T5, juist bij de toegang tot het parkeerterrein gelegen) kan eveneens niet worden voldaan aan de richtwaarden van stap 3 uit de VNG voor gemengd gebied (tot 2 dB overschrijding). Hiervoor zijn geen doelmatige maatregelen denkbaar. Bij een aantal bestaande woningen aan het Hortusplein kan eveneens niet aan de richtwaarden van stap 3 uit de VNG voor een rustige woonwijk worden voldaan als gevolg van voertuigbewegingen op het parkeerterrein. Voor bepaalde woningen kan eveneens niet worden voldaan aan de richtwaarden van stap 3 uit de VNG voor gemengd gebied (tot 8 dB overschrijding bij rekenpunt T28c). Hiervoor zijn geen doelmatige maatregelen denkbaar. Het maximaal berekende geluidsniveau bedraagt hier LA,max = 76 dB(A) in zowel de dag- als avondperiode ten gevolge van het geluid van dichtslaande portieren of achterklep bij het parkeren. Bij de nieuwbouwwoningen kan niet aan de richtwaarden van stap 3 uit de VNG voor een rustige woonwijk worden voldaan als gevolg van voertuigbewegingen op het parkeerterrein.
Voor bepaalde woningen kan eveneens niet worden voldaan aan de richtwaarden van stap 3 uit de VNG voor gemengd gebied. Het maximaal berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt LAr,LT = 64 dB(A) etmaalwaarde bij de appartementen boven de supermarkt aan de zijde van de parkeerplaats. Het maximaal berekende geluidsniveau bedraagt LA,max = 76 dB(A) in zowel de dagals avondperiode (rekenpunt T10). In hoofdstuk 7 zijn de benodigde bouwkundige (gevel)maatregelen opgenomen om het geluidsniveau binnen de nieuw te realiseren woningen afdoende te reduceren. Deze maatregelen zijn doelmatig en kosteneffectief. Implementatie van deze maatregelen zal zorgdragen dat aan grenswaarden voor het langtijdgemiddelde en het maximaal optredende geluidsniveau binnen de nieuw te realiseren woningen zal zijn voldaan.