CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

GRO Bijlage 8 - Nader onderzoek soorten

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen plan Hortusplein Sassenheim - BESPREEKPUNT10.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De start van de werkzaamheden dient buiten de kwetsbare periode (maart tot en met augustus) van huismus plaats te vinden. Dat wil zeggen starten in de periode september tot en met februari. In deze periode dienen de nestplaatsen en geschikte openingen ongeschikt gemaakt te worden. Hierdoor wordt voorkomen dat huismussen verwond en/of gedood worden (artikel 3.1, lid 1 van de Wnb).

35/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Bij het verloren gaan van oorspronkelijke nestplaatsen dienen te allen tijde alternatieve nestplaatsen aanwezig te zijn in de directe omgeving. Tijdelijke nestkasten zijn tijdens de werkzaamheden en permanente nestkasten zijn in de uiteindelijke (permanente) situatie nodig. De nestkasten dienen zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke nestplaats te worden geplaatst. De kasten moeten uiterlijk 3 maanden voor de start van de werkzaamheden aanwezig zijn. (BIJ12, 2017a) Voor de compensatie van huismusnesten wordt doorgaans een factor van minstens 2 aangehouden. Dit betekent dat voor iedere nestlocatie die verloren gaat er 2 nestlocaties ter compensatie aangeboden worden. Onder begeleiding van een deskundige ecoloog worden de locaties van de te plaatsen alternatieve nestplaatsen bepaald. Tevens dient de nadere uitwerking van de mitigerende/compenserende maatregelen vastgelegd te worden in een activiteitenplan als onderdeel van de in te dienen ontheffingsaanvraag. 6.2.3 Gierzwaluw Om de negatieve effecten zoveel als mogelijk te voorkomen is mitigatie en compensatie nodig. De werkzaamheden dienen buiten de kwetsbare periode (half april tot en met augustus) van gierzwaluwen van start te gaan. Dat wil zeggen dat de werkzaamheden uitsluitend in de periode september tot half april worden gestart en dat de nestplaatsen en geschikte openingen in deze periode ongeschikt gemaakt worden.

Hiermee wordt het verwonden en/of doden van gierzwaluwen en daarmee overtreding van artikel 3.1, lid 1 van de Wnb voorkomen. Bij het verloren gaan van oorspronkelijke nestplaatsen dienen te allen tijde alternatieve nestplaatsen aanwezig te zijn in de directe omgeving. Tijdelijke nestkasten zijn tijdens de werkzaamheden en permanente nestkasten zijn in de uiteindelijke (permanente) situatie nodig. De nestkasten dienen zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke nestplaats te worden geplaatst. De kasten moeten voor de start van de werkzaamheden en voor terugkomst uit het zuiden beschikbaar zijn. Gierzwaluwen komen rond half april weer terug in Nederland (BIJ12, 2017b). Er wordt doorgaans een compensatiefactor van minstens 5 aangehouden voor het verloren gaan van nestlocaties van gierzwaluw. Dit betekent dat voor iedere nestlocatie die verloren gaat er 5 nestlocaties ter compensatie aangeboden worden. Onder begeleiding van een deskundige ecoloog worden de locaties van de te plaatsen alternatieve nestplaatsen bepaald. Tevens dient de nadere uitwerking van de mitigerende/compenserende maatregelen vastgelegd te worden in een activiteitenplan als onderdeel van de in te dienen ontheffingsaanvraag.

6.3

Overige maatregelen

De nesten van alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd wanneer ze als broedlocatie in gebruik zijn. Tuinen en ander omliggend groen bieden plek om te dienen als nestplaats voor algemene soorten zoals houtduif, merel, vink en roodborst. Onder de dakpannen van de complexen kunnen soorten zoals kauw broeden. De werkzaamheden leiden mogelijk tot het verstoren en/of doden van individuen en het vernietigen van eieren, rustplaatsen en nesten (overtreding Wnb, artikel 3.1, lid 1, 2 en 4).

36/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Vogels kunnen gedurende het gehele jaar gaan broeden. Het is daarom belangrijk om hier voorafgaand aan de werkzaamheden rekening mee te houden. In stedelijk gebied zijn verschillende soorten aanwezig die ook buiten de reguliere broedperiode kunnen broeden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode februari tot en met augustus. Ons advies is om de werkzaamheden (zoveel mogelijk) uit te voeren buiten deze periode. Ook buiten deze periode zijn broedende vogels beschermd. Het is noodzakelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of een controle op nesten van broedvogels noodzakelijk is. Indien een broedende vogel aanwezig is, kan het nodig zijn om de werkzaamheden uit te stellen totdat de jongen zijn uitgevlogen en niet meer afhankelijk zijn van het nest. Mogelijk kan een deel van de werkzaamheden wel uitgevoerd worden door het aanhouden van een door een ecoloog vastgestelde verstoringsvrije zone.

7 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de conclusies en gevolgen voor de beoogde ontwikkeling samengevat.

7.1

Aanleiding

Stek is van plan renovatie- en sloopwerkzaamheden uit te voeren aan 7 complexen te Warmond, Sassenheim, Voorhout en Noordwijk. TAUW heeft een natuurtoets uitgevoerd (TAUW, 2022), gevolgd door een nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, huismus en gierzwaluw.

7.2

Conclusie

Vleermuizen zijn uitgesloten in de complexen 5022 en 5059 te Sassenheim en P069 te Noordwijk. Van deze soortgroep zijn geen verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes aanwezig in de betreffende plangebieden. Het voorkomen van huismus en gierzwaluw is uitgesloten in de complexen 4271 te Warmond, 5009, 5022 en 5059 te Sassenheim, 2031 te Voorhout en P069 te Noordwijk. In (de directe omgeving van) het plangebied van deze complexen ontbreekt het aan nestplaatsen en essentieel leefgebied van huismus en gierzwaluw. Negatieve effecten en vervolgstappen zoals het treffen van mitigerende/compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing voor genoemde soorten in de betreffende complexen zijn niet nodig. Negatieve effecten op vleermuizen kunnen niet met zekerheid worden uitgesloten in de complexen 4271 te Warmond, 5009 en 5013 te Sassenheim en 2031 te Voorhout. Voor het complex 5013 te Sassenheim geldt tevens dat negatieve effecten op huismus en gierzwaluw niet zijn uitgesloten. Effecten leiden tot het overtreden van artikel 3.1, lid 1 en 2 en artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wnb. Voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus en gierzwaluw zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig en moet een ontheffing aangevraagd worden.

37/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus en gierzwaluw zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen. Te denken valt aan het werken buiten kwetsbare periodes, het plaatsen van tijdelijke en permanente alternatieve nest- en verblijfplaatsen en ecologische begeleiding. De benodigde maatregelen ten behoeve van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus, gierzwaluw en ‘algemene’ broedvogels zijn terug te vinden in hoofdstuk 6. De resultaten van het soortgericht onderzoek in het plangebied zijn samengevat in tabel 7.1. In tabel 7.2 zijn uitsluitend de soorten per complex gegeven met daarbij of een ontheffing nodig is. In figuren 7.1 tot en met 7.6 zijn de beschermde functies in (de omgeving van) de plangebieden terug te zien op kaart. Tabel 7.1 Resultaten van het soortgericht onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw in Warmond, Sassenheim, Voorhout en Noordwijk Complex

Adres

Soort

Verblijf-/nestplaats

4271

Kerkdam 2 t/m 24

Gewone dwergvleermuis

1 kraamverblijfplaats

5009

Hortuslaan 18

Ruige dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

Hortuslaan 16-18

Gewone dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

Frank van Borselenstraat

Ruige dwergvleermuis

1 zomerverblijfplaats

Huismus

2 nestplaatsen

Huismus

1 nestplaats

Gewone dwergvleermuis

1 zomer-/paarverblijfplaats

Gierzwaluw

1 nestplaats

Laatvlieger

1 zomerverblijfplaats

Gewone dwergvleermuis

1 zomer-/paarverblijfplaats

Gewone dwergvleermuis

2 zomerverblijfplaatsen

Laatvlieger

1 zomerverblijfplaats

Westerstraat 30-32

Ruige dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

5013

2 Frank van Borselenstraat 1-3 Frank van Borselenstraat 13-15 Westerstraat 45-47 Westerstraat 42-44 Westerstraat 38-40

Westerstraat 10-12

Gewone dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

5022

-

-

-

5059

-

-

-

2031

Margrietstraat 8

Gewone dwergvleermuis

1 zomerverblijfplaats

P069

-

-

-

38/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Tabel 7.2 De soorten per complex in Warmond, Sassenheim, Voorhout en Noordwijk met daarbij of een ontheffing nodig is Plaats

Complex

Soort

Ontheffing

Warmond

4271

Gewone dwergvleermuis

Ja

Sassenheim

5009

Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis

Ja

5013

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger,

Ja

nodig?

huismus en gierzwaluw 5022

-

Nee

5059

-

Nee

Voorhout

2031

Gewone dwergvleermuis

Ja

Noordwijk

P069

-

Nee

Figuur 7.1 Beschermde functies van vleermuizen in (de omgeving van) complex 4271. Een ontheffing is uitsluitend nodig voor de beschermde functies in het plangebied, dat is in dit geval één kraamverblijfplaats

39/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 7.2 Beschermde functies van vleermuizen in (de omgeving van) complex 5009. Een ontheffing is uitsluitend nodig voor de beschermde functies in het plangebied

40/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 7.3 Beschermde functies van vleermuizen, huismus en gierzwaluw in (de omgeving van) complex 5013. Een ontheffing is uitsluitend nodig voor de beschermde functies in het plangebied

41/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 7.4 Beschermde functies van vleermuizen in de omgeving van het complex 5022. Er is geen ontheffing nodig voor deze beschermde functies buiten het plangebied

42/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 7.5 Beschermde functie van vleermuizen in de omgeving van complex 5059. Er is geen ontheffing nodig voor deze beschermde functie buiten het plangebied

43/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 7.6 Beschermde functies van vleermuizen en huismus in (de omgeving van) complex 2031. Een ontheffing is uitsluitend nodig voor de beschermde functie in het plangebied

8 Literatuur BIJ12, 2017a. Huismus Passer domesticus. Versie 2.0, juni 2022. BIJ12, 2017b. Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017c. Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017d. Ruige dwergvleermuis. Pipistrellus nathusii, Versie 1.0, juli 2017. Buro Bakker, 2016. Succesvolle mitigatie van een kraamkolonie Laatvlieger: acceptatie na renovatie. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/201908/Expert%20Meeting%20Laatvlieger%20mitigatie%20Rudmer%20Zwerver_0.pdf TAUW, 2022. Natuurtoets renovatie en sloop van 6 complexen te Warmond, Sassenheim, Voorhout en Noordwijk. TAUW-rapport met kenmerk R001-1285511MTR-V01-sal-NL. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vleermuisprotocol 2021.

44/44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=b037266b-2f5b-4fc5-ad3b-2c7c12a065c9