CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

GRO Bijlage 8 - Nader onderzoek soorten

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen plan Hortusplein Sassenheim - BESPREEKPUNT10.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw in Warmond, Sassenheim, Voorhout en Noordwijk In het kader van de Wet natuurbescherming - Soortenbescherming 13 oktober 2022

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Verantwoording Titel

Soortgericht onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw in Warmond, Sassenheim, Voorhout en Noordwijk

Opdrachtgever

Woonstichting Stek

Projectleider

Jos Stofberg

Auteur

Mickey Tromp

Tweede lezer

Adrie van Hooff

Uitvoering meet- en inspectiewerk

CK, IVDH, JG, JN, KVDB, LI, MDL, MTR, MVW, RH, RVL, RK, RVDH, SJ, SS

Projectnummer

1285511

Aantal pagina’s

44

Datum

13 oktober 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Inhoud 1

2

3

4

5

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel onderzoek ............................................................................................ 5

1.2

Leeswijzer .......................................................................................................................... 5

Plangebied en beoogde ontwikkeling ........................................................................................ 5 2.1

Plangebied ......................................................................................................................... 5

2.2

Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 9

Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen .............................................. 9 3.1

Vleermuizen ....................................................................................................................... 9

3.2

Huismus ........................................................................................................................... 10

3.3

Gierzwaluw ....................................................................................................................... 10

Onderzoeksmethode ............................................................................................................... 10 4.1

Vleermuizen ..................................................................................................................... 10

4.2

Huismus ........................................................................................................................... 14

4.3

Gierzwaluw ....................................................................................................................... 15

Resultaten ............................................................................................................................... 16 5.1

5.1.1

Resultaten Warmond ................................................................................................ 16

5.1.2

Resultaten Sassenheim ............................................................................................ 18

5.1.3

Resultaten Voorhout ................................................................................................. 25

5.1.4

Resultaten Noordwijk ................................................................................................ 27

5.1.5

Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 27

5.2

Huismus ........................................................................................................................... 27

5.2.1

Resultaten ................................................................................................................. 27

5.2.2

Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 29

5.3

6

Vleermuizen ..................................................................................................................... 16

Gierzwaluw ....................................................................................................................... 29

5.3.1

Resultaten ................................................................................................................. 29

5.3.2

Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 31

Vervolgstappen........................................................................................................................ 31 6.1

Ontheffing ......................................................................................................................... 31

6.1.1

Voorwaarden ............................................................................................................. 31

3/44

Kenmerk

6.1.2

Soorten en complexen .............................................................................................. 32

6.1.3

Vleermuizen .............................................................................................................. 33

6.1.4

Huismus en gierzwaluw ............................................................................................ 34

6.2

8

Mitigatie en compensatie ................................................................................................. 34

6.2.1

Vleermuizen .............................................................................................................. 34

6.2.2

Huismus .................................................................................................................... 35

6.2.3

Gierzwaluw................................................................................................................ 36

6.3 7

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Overige maatregelen ........................................................................................................ 36

Conclusie ................................................................................................................................. 37 7.1

Aanleiding ........................................................................................................................ 37

7.2

Conclusie ......................................................................................................................... 37

Literatuur ................................................................................................................................. 44

4/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel onderzoek

Stek is van plan renovatie- en sloopwerkzaamheden uit te voeren aan de 7 complexen te Warmond, Sassenheim, Voorhout en Noordwijk. TAUW heeft deze plannen reeds getoetst aan de Wet natuurbescherming in een natuurtoets (TAUW, 2022). De natuurtoets concludeert dat negatieve effecten op de beschermde vleermuizen, huismus en gierzwaluw niet met zekerheid zijn uitgesloten. Aanvullend is een veldbezoek uitgevoerd bij complex 5059 te Sassenheim. Hieruit is gebleken dat verblijfplaatsen van vleermuizen niet zijn uitgesloten in de gevels van het complex. TAUW heeft daarom soortgericht onderzoek uitgevoerd om de functie van het plangebied voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw te bepalen. Deze rapportage doet verslag van het soortgericht onderzoek en geeft antwoord op de vraag of een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 volgt een overzicht van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. In de navolgende hoofdstukken staan de details en de resultaten van het ecologisch onderzoek. In hoofdstuk 3 volgt eerst een samenvatting van de conclusies uit de natuurtoets. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksmethode uitgewerkt, waarna in hoofdstuk 5 de resultaten van het onderzoek zijn behandeld. Aan de hand van de resultaten is een effectbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 Vervolgstappen is aangegeven of mitigerende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden. Tot slot vat hoofdstuk 7 alles in een conclusie samen.

2 Plangebied en beoogde ontwikkeling 2.1

Plangebied

Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om 7 complexen te Warmond, Sassenheim, Voorhout (samen de gemeente Teylingen) en Noordwijk (gemeente Noordwijk), in de provincie Zuid-Holland. In tabel 2.1 zijn de complexen opgedeeld per plaats met de bijbehorende adressen. In Warmond, Sassenheim en Voorhout gaat het om woonhuizen en appartementen. In Noordwijk betreft het plangebied een verouderd kantoorpand van Stek. In de directe omgeving van de complexen is afwisselend groen te vinden in de vorm van tuinen en parkjes met struiken, bomen en grasvelden. De tuinen variëren van volledig betegeld tot groene tuinen. Langs de verschillende complexen is bestrating aanwezig.

5/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Tabel 2.1 De 7 complexen opgedeeld per plaats met de bijbehorende adressen Plaats

Complex

Adres

Warmond

4271

Herenweg 77a, Kerkdam 2 t/m 24

Sassenheim

5009

Hortuslaan 8 t/m 22 (even) en 13 t/m 27 (oneven)

5013

Westerstraat 10 t/m 48 (even) en 13 t/m 51 (oneven) Frank van Borselenstraat 2 t/m 24 (even) en 1 t/m 15 (oneven)

5022

Freesiastraat 1 t/m 19 (oneven) Crocussenstraat 1 t/m 5 (oneven) Gladiolenstraat 32 t/m 54 (even)

5059

Parkstate 1-31

Voorhout

2031

Margrietstraat 2 t/m 8 (even)

Noordwijk

P069

Van Panhuysstraat 16

Figuur 2.1 Ligging van het complex 4271 te Warmond (globaal begrensd)

6/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 2.2 Ligging van de complexen 5009 en 5013 te Sassenheim (globaal begrensd)

Figuur 2.3 Ligging van de complexen 5059 en 5022 (globaal begrensd)

7/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 2.4 Ligging van complex 2031 te Voorhout (globaal begrensd)

Figuur 2.5 Ligging van het pand P069 te Noordwijk (globaal begrensd)

8/44

Kenmerk

2.2

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Beoogde ontwikkeling

De complexen 5009, 5013, 5022 te Sassenheim en 4271 te Warmond worden gerenoveerd. Op dit moment is nog onbekend of enkele van deze complexen toch gesloopt moeten worden. Daarom wordt uitgegaan van een worst-case scenario waarin alle potentiële beschermde functies verdwijnen. Het complex 2031 te Voorhout en het kantoorpand P069 te Noordwijk worden met zekerheid gesloopt. Hetzelfde geldt voor 4 gevels van het complex 5059.

3 Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen In dit hoofdstuk is beschreven waar relevante soorten en het leefgebied verwacht worden. Tevens zijn de mogelijke effecten en verbodsbepalingen van relevante soorten benoemd.

3.1

Vleermuizen

In de verschillende complexen zijn openingen aanwezig die potentiële verblijfplaatsen bieden voor gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. In de complexen zijn diverse openingen te vinden onder en in dakpannen, daklijsten en dakoverstekken. Tevens zijn openingen zoals dilatatievoegen en open stootvoegen aanwezig. Het plangebied biedt potentieel zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Daarnaast zijn zomerverblijfplaatsen van meervleermuis en tweekleurige vleermuis niet uitgesloten. Paar- en winterverblijfplaatsen van meervleermuis en tweekleurige vleermuis zijn uitgesloten in het plangebied. Ook zijn kraamverblijfplaatsen van meervleermuis uitgesloten in het plangebied. De gebouwen zijn geschikt als kraamverblijfplaats voor de tweekleurige vleermuis. Massawinterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis zijn op basis van hoogte en grootte van de complexen uitgesloten. Essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes van vleermuizen zijn uitgesloten in het plangebied. In tabel 3.1 is een overzicht te zien van de typen verblijfplaatsen en vleermuissoorten die in de verschillende complexen kunnen voorkomen.

De werkzaamheden hebben mogelijk tot gevolg: het verstoren, verwonden en/of doden van vleermuizen en het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen (overtreding Wnb, artikel 3.5, lid 1, 2 en 4). Tabel 3.1 Mogelijke soortfunctiecombinaties in de complexen 4271, 5009, 5013, 5022, 5059, 2031 en P069 Type functie

Vleermuissoorten

Zomerverblijf in gebouw

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis

Paarverblijf in gebouw

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger

9/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Type functie

Vleermuissoorten

Kraamverblijf in gebouw

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en gewone grootoorvleermuis

Winterverblijf in gebouw

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis

Massawinterverblijf in

Uitgesloten

gebouw Verblijfplaatsen in bomen

Niet relevant, geen aantasting van bomen

Essentieel foerageergebied

Uitgesloten

Essentiële vliegroute

Uitgesloten

3.2

Huismus

De complexen 4271, 5009, 5013 en 2031 bieden onder de dakpannen potentiële nestlocaties voor huismus. De complexen 5022, P069 en 5059 bieden gezien de platte daken en het ontbreken van geschikte openingen geen geschikte nestplaatsen voor huismus. De tuinen langs de complexen bieden geschikt foerageergebied voor huismussen. De tuinen blijven echter onaangetast als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. De werkzaamheden leiden mogelijk tot het verstoren en/of doden van individuen en het vernietigen van eieren, rustplaatsen en nesten van huismus (overtreding Wnb, artikel 3.1, lid 1, 2 en 4).

3.3

Gierzwaluw

De complexen 4271, 5009 en 5013 bieden ook geschikte nestplaatsen voor gierzwaluwen onder de dakpannen. Het complex 2031 is vrij laag en biedt geen geschikte openingen op voldoende hoogte voor gierzwaluw. De nok van dit complex is dichtgemetseld. In de complexen 5022, P069 en 5059 zijn geen geschikte openingen te vinden die kunnen leiden naar potentiële nestplaatsen. Gierzwaluwen vangen in hun vlucht vliegende insecten. Foerageergebied van gierzwaluwen is daarom niet aanwezig in het plangebied. De werkzaamheden leiden mogelijk tot het verstoren en/of doden van individuen en het vernietigen van eieren, rustplaatsen en nesten van gierzwaluw (overtreding Wnb, artikel 3.1, lid 1, 2 en 4).

4 Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk is de methode van het uitgevoerde onderzoek per verwachte soort beschreven.

4.1

Vleermuizen

Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuizenprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2021). Dit is gedaan met behulp van een batdetector (type: Petterson D240X). Een batdetector is een apparaat dat ultrasone geluiden, die een vleermuis maakt, omzet in voor de mens hoorbare tikkende geluiden. Aan de hand van het ritme en de

10/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

frequentie kan worden bepaald om welke vleermuissoort het gaat. Voor het determineren van soorten wordt daarnaast gebruik gemaakt van opnameapparatuur en het programma Batsound. Om verblijfplaatsen in kaart te brengen hebben ervaren ecologen lopend het plangebied onderzocht en bij relevante punten gepost. Afhankelijk van de grootte van een plangebied en periode van het onderzoek hebben 1 tot 5 ecologen rondlopend gekeken en geluisterd naar vleermuisactiviteit en vleermuisgedrag. In totaal zijn per complex 5 veldbezoeken uitgevoerd in de periode mei tot en met september. Voor de complexen van 5009 en 5013 is een extra veldbezoek (op 1 juli 2022) uitgevoerd vanwege de uitval van één ecoloog op 16 juni 2022. Meerdere bezoeken zijn nodig omdat vleermuizen gebruik maken van een netwerk van verblijfplaatsen met bijbehorende foerageergebieden en routes tussen deze plekken. Door de bezoeken te spreiden wordt een beter beeld verkregen van de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied en hiermee van de betekenis van het plangebied voor vleermuizen. In tabel 4.1 zijn de data en weersomstandigheden van de veldbezoeken weergegeven. Het veldwerk is sterk weersafhankelijk en is alleen bij gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Dit houdt voor vleermuizen in dat er geen of weinig neerslag is en niet te veel wind.

Tabel 4.1 Data, focus en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen Complex

Veldbezoek

Focus

4271

1/5

Zomer- en

Datum

Tijd

Weer

02:38 – 05:38

13°C,

Warmond 21-5-2022

windkracht 4,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 2/5

Zomer- en

10-6-2022

22:00 – 00:30

17°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

half bewolkt en droog 3/5

Zomer- en

4-7-2022

22:00 – 00:30

17°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

half bewolkt en droog 4/5

Paar- en

19-8-2022

22:00 – 00:20

20°C,

windkracht 1,

winterverblijven

onbewolkt en droog 5/5

Paar- en

13-9-2022

22:00 – 00:00

17°C,

windkracht 1,

winterverblijven

bewolkt en droog Sassenheim 5009/5013

1/6

Zomer- en kraamverblijven

24-5-2022

02:30 – 05:30

13°C,

windkracht 3,

11/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Complex

Veldbezoek

Focus

Datum

Tijd

Weer

bewolkt en droog 2/6

Zomer- en

16-6-2022

22:00 – 00:30

18°C,

windkracht 2,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 3/6

Zomer- en

1-7-2022

22:00 – 00:30

16°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 4/6

Zomer- en

11-7-2022

22:00 – 00:30

19°C,

windkracht 2,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 5/6

Paar- en

18-8-2022

22:00 – 00:00

17°C,

windkracht 1,

winterverblijven

onbewolkt en droog 6/6

Paar- en

13-9-2022

00:00 – 02:10

17°C,

windkracht 1,

winterverblijven

half bewolkt en droog 5022

1/5

Zomer- en

28-5-2022

02:32 – 05:32

13°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 2/5

Zomer- en

24-6-2022

22:00 – 00:30

19°C,

windkracht 1,

kraamverblijven

half bewolkt en droog 3/5

Zomer- en

14-7-2022

22:00 – 00:30

16°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

half bewolkt en droog 4/5

Paar- en

19-8-2022

22:00 – 00:00

15°C,

windkracht 1,

winterverblijven

onbewolkt en droog 5/5

Paar- en winterverblijven

12-9-2022

22:00 – 00:00

18°C,

windkracht 1, half bewolkt en droog

12/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Complex

Veldbezoek

Focus

Datum

Tijd

Weer

5059

1/5

Zomer- en

21-5-2022

02:38 – 05:38

13°C,

windkracht 4,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 2/5

Zomer- en

17-6-2022

22:00 – 00:30

21°C,

windkracht 2,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 3/5

Zomer- en

15-7-2022

22:00 – 00:30

18°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

bewolkt en droog 4/5

Paar- en

19-8-2022

00:00 – 02:00

15°C,

windkracht 1,

winterverblijven

onbewolkt en droog 5/5

Paar- en

12-9-2022

22:00 – 00:00

17°C,

windkracht 0,

winterverblijven

half bewolkt en droog Voorhout 2031

1/5

Zomer- en

20-5-2022

21:35 – 00:05

12°C,

windkracht 4,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 2/5

Zomer- en

11-6-2022

02:21 – 5:21

15°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 3/5

Zomer- en

28-6-2022

22:00 – 00:30

15°C,

windkracht 2,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 4/5

Paar- en

18-8-2022

22:00 – 00:00

17°C,

windkracht 1,

winterverblijven

onbewolkt en droog 5/5

Paar- en

12-9-2022

winterverblijven

22:00 – 00:00

19°C,

windkracht 1, half bewolkt en droog

Noordwijk

13/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Complex

Veldbezoek

Focus

Datum

Tijd

Weer

P069

1/5

Zomer- en

20-5-2022

21:35 – 00:05

12°C,

windkracht 3,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 2/5

Zomer- en

18-6-2022

02:20 – 05:20

17°C,

windkracht 2,

kraamverblijven

onbewolkt en droog 3/5

Zomer- en

30-6-2022

22:07 – 00:37

14°C,

windkracht 1,

kraamverblijven

bewolkt en droog 4/5

Paar- en

16-8-2022

21:00 – 00:00

21°C,

windkracht 1,

winterverblijven

bewolkt en droog 5/5

Paar- en

15-9-2022

22:00 – 00:00

14°C,

windkracht 4,

winterverblijven

bewolkt en droog

4.2

Huismus

De inventarisatie van huismussen richt zich op het waarnemen van een volwassen individu of paar in broedbiotoop, nesten, zang van een mannetje en op gedrag dat een territorium of nest indiceert. Het ecologisch onderzoek is uitgevoerd door één ervaren ecoloog conform de voorgeschreven onderzoeksinspanning als benoemd in het kennisdocument huismus (BIJ12, 2017a). Hiervoor zijn 2 inventarisatiemomenten uitgevoerd in de periode 1 april tot en met 15 mei. Het onderzoek heeft overdag plaatsgevonden tussen 2 uur na zonsopkomst en 2 uur voor zonsondergang, bij de juiste weersomstandigheden (droog, weinig wind). Ook andere functies van het leefgebied (onder andere voedselgebied en schuilmogelijkheden) zijn onderzocht. De exacte data en weersomstandigheden zijn opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismus Complex

Veldbezoek

Datum

4271

1/2

11-4-2022

Tijd

Weer

10:00 – 12:00

12°C, windkracht

Warmond

3, onbewolkt en droog 2/2

12-5-2022

13:45 – 14:45

18°C, windkracht

4, onbewolkt en droog Sassenheim

14/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Complex

Veldbezoek

Datum

Tijd

Weer

5009/5013

1/2

11-4-2022

10:00 – 12:00

11°C, windkracht

2, onbewolkt en droog 2/2

12-5-2022

9:15 – 11:15

16°C, windkracht

4, onbewolkt en droog Voorhout 1/2

11-4-2022

13:00 – 14:00

13°C, windkracht

3, onbewolkt en droog 2/2

12-5-2022

08:00 – 09:00

14°C, windkracht

4, onbewolkt en droog

4.3

Gierzwaluw

Het onderzoek naar gierzwaluw is uitgevoerd conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017b). Om nestlocaties in kaart te brengen is door een ervaren ecoloog onderzoek gedaan. Tijdens het onderzoek is het plangebied doorlopen en gelet op activiteit van gierzwaluw. Aanwijzingen (bijvoorbeeld in- en uitvliegers of laagvliegende, roepende gierzwaluwen) van een nestlocatie zijn indien waargenomen, genoteerd op kaart. In totaal zijn er per complex 3 veldbezoeken gebracht aan het plangebied in de periode 1 juni tot 15 juli. Door de veldbezoeken te spreiden wordt een beter beeld verkregen van de aanwezigheid van gierzwaluw in het plangebied en de betekenis van het plangebied voor gierzwaluw. Als periode tussen de bezoeken is minimaal 10 dagen aangehouden. De bezoeken zijn uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden. Dit houdt voor gierzwaluw in dat het droog moet zijn. In de periode tussen 20 juni en 7 juli is de grootste kans dat er jongen aanwezig zijn in het nest. Daarom heeft één bezoek in deze periode plaatsgevonden. In tabel 4.3 zijn de bezoekgegevens weergegeven. Alle bezoeken zijn vanaf 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang uitgevoerd. Tabel 4.3 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor gierzwaluw Complex

Veldbezoek

Datum

4271

1/3

10-6-2022

Tijd

Weer

20:00 – 22:01

18°C, windkracht

Warmond

3, half bewolkt en droog 2/3

20-6-2022

20:00 – 22:00

17°C, windkracht

3, onbewolkt en droog 3/3

4-7-2022

20:00 – 20:05

18°C, windkracht

3, half bewolkt en droog

15/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Complex

Veldbezoek

Datum

5009/5013

1/3

16-6-2022

Tijd

Weer

20:00 – 22:00

18°C, windkracht

Sassenheim

1, onbewolkt en droog 2/3

1-7-2022

18°C, windkracht

20:00 – 22:00

4, onbewolkt en droog 3/3

11-7-2022

19°C, windkracht

20:00 – 22:00

2, onbewolkt en droog

5 Resultaten In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgewerkt. Tevens is bepaald wat de effecten van de beoogde ontwikkeling zijn op de aangetroffen soorten en functies en of/welke verbodsbepalingen (mogelijk) worden overtreden.

5.1

Vleermuizen

5.1.1 Resultaten Warmond Hieronder zijn de resultaten van het vleermuisonderzoek in Warmond uitgeschreven. In tabel 5.1 staat de aangetroffen verblijfplaats in het complex 4271. Figuur 5.1 toont de aangetroffen beschermde functies van vleermuizen op kaart. Tabel 5.1 Aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied van Warmond Complex

Adres

Soort

Verblijfplaats

4271

Kerkdam 2 t/m 24

Gewone dwergvleermuis

1 kraamverblijfplaats

Zomer- en kraamperiode (21 mei, 10 juni en 4 juli 2022) Op 21 mei was het aan het begin van de ochtend rustig rond het plangebied. Bij de kerk en de bomen aan de overzijde van het plangebied vlogen en foerageerden minimaal 15 ruige en gewone dwergvleermuizen. Daarnaast foerageerden nog minimaal 10 gewone dwergvleermuis bij het landgoed in het bos met water eromheen. Vanaf 4.35 vlogen er 4 gewone dwergvleermuizen rondom het plangebied. Aan de oostzijde van het plangebied foerageerden gewone dwergvleermuizen bij de dakrand. Vanaf 22:08 tot 22:20 op 10 juni vlogen 5 gewone dwergvleermuizen van zuid naar noord richting het landgoed. Om 22:35 foerageerden er 2 gewone dwergvleermuizen in de tuin en langs de dakrand. Tijdens dit bezoek was duidelijk te zien dat de vleermuizen spinnen en muggen aan het eten waren onder de dakrand. Om 22:44 werd een invliegende gewone dwergvleermuis

16/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

waargenomen in de Herenweg 77 buiten het plangebied. Hier is een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig naast de regenpijp. Deze zomerverblijfplaats blijft onaangetast. Om 22:12 op 4 juli 2022 is een kraamkolonie van 10 tot 15 gewone dwergvleermuizen vastgesteld in het plangebied. De vleermuizen vlogen uit langs de gehele zuidwestgevel van Kerkdam 2 t/m 24. Tevens zijn 2 kleine kraamkolonies van gewone dwergvleermuizen aangetroffen buiten het plangebied. Het gaat om circa 5 tot 10 individuen per kolonie aan Burgemeester Scholvinkstraat 2 en 4. Op beide locaties onder de nok en boeidelen van de noordzijde. Tussen 22:20 en 22:30 werden foeragerende rosse vleermuizen waargenomen. Paar- en winterperiode (19 augustus en 13 september 2022) Gedurende het hele bezoek op 19 augustus werden regelmatig passerende of foeragerende gewone dwergvleermuizen en af en toe laatvliegers waargenomen. Incidenteel werd sociale roep van gewone dwergvleermuis waargenomen, met name aan de voorzijde van het plangebied aan de Herenweg. Dit betreft een dier waarvan het paarterritorium lijkt te overlappen met het plangebied. Er is echter geen aanleiding om op grond van de waarnemingen een paarverblijf in (de directe nabijheid van) het plangebied te verwachten. De gewone dwergvleermuis bleef namelijk niet baltsen langs de gevel en heeft de gevel niet aangetikt.

Aan de achterzijde van het plangebied (ter hoogte van de Dorpsstraat) werd eenmaal een ruige dwergvleermuis gehoord. Er zijn geen verblijfplaatsen of paarterritoria aangetroffen in het plangebied. Tijdens het hele bezoek op 13 september was het vrij rustig met af en toe een passerende gewone dwergvleermuis. Ook werd regelmatig balts waargenomen, echter zonder binding met het plangebied. Andere waargenomen soorten zijn rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Wederom zijn geen verblijfplaatsen of paarterritoria waargenomen binnen het plangebied.

17/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 5.1 Locaties van beschermde functies voor vleermuizen in (de omgeving van) complex 4271. Zomerverblijfplaats ligt buiten het plangebied en blijft onaangetast

5.1.2 Resultaten Sassenheim Hieronder zijn de resultaten van het vleermuisonderzoek in Sassenheim uitgeschreven. In tabel 5.2 staan de aangetroffen verblijfplaatsen in de complexen 5009, 5013, 5022 en 5059. Figuren 5.2 tot en met 5.4 tonen de beschermde functies van vleermuizen op kaart. Tabel 5.2 Aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied van Sassenheim Complex

Adres

Soort

Verblijfplaats

5009

Hortuslaan 18

Ruige dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

Hortuslaan 16-18

Gewone dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

Frank van Borselenstraat 2

Ruige dwergvleermuis

1 zomerverblijfplaats

Westerstraat 45-47

Gewone dwergvleermuis

1 zomer-/paarverblijfplaats

Westerstraat 42-44

Laatvlieger

1 zomerverblijfplaats

Gewone dwergvleermuis

1 zomer-/paarverblijfplaats

Gewone dwergvleermuis

2 zomerverblijfplaatsen

Laatvlieger

1 zomerverblijfplaats

Westerstraat 30-32

Ruige dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

Westerstraat 10-12

Gewone dwergvleermuis

1 paarverblijfplaats

5022

-

-

-

5059

-

-

-

5013

Westerstraat 38-40

18/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Complex 5009/5013 De resultaten van het nader onderzoek naar vleermuizen in (de omgeving van) de complexen 5009 en 5013 zijn in figuur 5.2 en 5.3 te zien op kaart. Hieronder zijn de waarnemingen en resultaten beschreven. Zomer- en kraamperiode (24 mei, 16 juni, 1 juli en 11 juli 2022) Het was erg rustig aan het begin van het bezoek op 24 mei. Heel sporadisch kwam er een gewone dwergvleermuis overvliegen. Vanaf 4:19 kwam er meer activiteit. Om 4:40 foerageerden 3 gewone dwergvleermuizen in het noorden van het plangebied aan de achterkant van de huizen boven de sloot. Om 5:19 werd een invliegende gewone dwergvleermuis waargenomen in de kopgevel van Westerstraat 38-40. Deze vleermuis vloog in bij de derde kantpan vanuit rechtsonder. De eerste gewone dwergvleermuis werd om 22:09 ten zuiden van het plangebied waargenomen op 16 juni. Ter hoogte van de kruising in het midden van het plangebied was weinig activiteit. In de tuinen achter de huizen aan de Westerstraat was er foerageeractiviteit van 2 gewone dwergvleermuis gedurende 22:45 tot 23:45. Daar was geen gedrag dat wees op een verblijfplaats. Net buiten het plangebied ten zuiden daarvan is een kraamkolonie van minstens 30 gewone dwergvleermuizen ontdekt. Aan de zuidzijde van de Hortuslaan was in het eerste uur nog wat activiteit. Daar foerageerden 2 gewone dwergvleermuizen en kwam 1 laatvlieger voorbij.

Binnen het plangebied was het erg rustig en zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Tijdens het extra veldbezoek op 1 juli foerageerden enkele gewone dwergvleermuizen aan de zuidzijde van Hortuslaan. Laatvlieger, gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis werden overvliegend gehoord. Om 22:07 vloog een laatvlieger uit onder een openstaande dakpan vandaan aan de westzijde (linkerzijde) van de kopgevel van Westerstraat 42-44. Op hetzelfde adres vloog om 22:16 een gewone dwergvleermuis uit onder de zesde dakpan vanaf boven geteld aan de oostzijde (rechterzijde) van de kopgevel van Westerstraat 42-44. Aan de westzijde (linkerzijde) van Westerstraat 38-40 vloog een gewone dwergvleermuis in onder de achtste dakpan van boven geteld om 22:20. Om 22:34 vloog een laatvlieger uit onder de vierde dakpan van boven ook aan de westzijde (linkerzijde) van Westerstraat 38-40. Verderop vloog een gewone dwergvleermuis uit onder de nokpan van de kopgevel van Westerstraat 45-47 om 22:35. Bij aankomst op 11 juli werd een rustende ruige dwergvleermuis gezien halverwege onder de kantpannen rechts van de nok bij Frank van Borselenstraat 2. Hier is een zomerverblijfplaats van ruige dwergvleermuis vastgesteld. De eerste gewone dwergvleermuis werd om 22:26 waargenomen. Er waren met name passerende en/of kort foeragerende gewone dwergvleermuizen aan de zuidoostzijde van het plangebied bij de Hortuslaan.

Vleermuizen vlogen daar het plangebied in om vervolgens te foerageren in het plangebied of meteen door te vliegen. Rosse vleermuis en laatvlieger werden respectievelijk om 22:29 en 22:39 passerend waargenomen. Tijdens dit bezoek zijn geen nieuwe verblijfplaatsen of andere gebiedsfuncties aangetroffen.

19/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Paar- en winterperiode (18 augustus en 13 september 2022) Op 18 augustus werden incidenteel passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Na 23:00 nam de activiteit toe met 2 paarterritoria van gewone dwergvleermuis overlappend met het plangebied. Een gewone dwergvleermuis baltste met name bij Westerstraat 45-47 waar een zomerverblijfplaats bekend is en vloog verder rond het woonblok aan Frank van Borselenstraat 224. Op basis van het baltsgedrag van deze gewone dwergvleermuis is geconcludeerd dat de zomerverblijfplaats op Westerstraat 45-47 tevens dient als paarverblijfplaats. Het andere paarterritorium van gewone dwergvleermuis werd met name waargenomen bij de woningen langs de Westerstraat ter hoogte van 42-44 en 38-40. Later tijdens het veldbezoek is het paarterritorium gekoppeld aan de zomerverblijfplaats op Westerstraat 42-44 (zesde dakpan van boven aan de oostzijde). De zomerverblijfplaats op dit adres dient dus tevens als paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Na 23:30 baltste een ruige dwergvleermuis op Westerstraat 30-32. De paarverblijfplaats bevindt zich in de naad tussen het kozijn en de muur op het punt waar een baksteen met afgebroken deel zit. Op de kopgevel van Westerstraat 10-12 tikte nog een gewone dwergvleermuis aan onder de kantpannen van de oostzijde dicht boven de dakgoot.

Dit gedrag in combinatie met baltsroepen duidt op een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Gedurende het hele onderzoek passeerden onregelmatig laatvliegers in en om het plangebied. Tijdens het veldbezoek op 13 september baltste wederom een gewone dwergvleermuis vooral bij Westerstraat 45-47 en vloog deels rond het woonblok aan Frank van Borselenstraat 2-24. De baltsende ruige dwergvleermuis op Westerstraat 30-32 is ook weer waargenomen. Net als de gewone dwergvleermuis van Westerstraat 10-12 met daarbij het paarterritorium om het woonblok. Voorgaande waarnemingen geven aan dat de paarverblijfplaatsen van het bezoek op 18 augustus nog in gebruik zijn. Op Hortuslaan 18 vloog een ruige dwergvleermuis mogelijk uit op de zuidelijke hoek van het gebouw om 22:12. Hier wordt uitgegaan van een paarverblijfplaats. Om 00:40 werd een rosse vleermuis gehoord vanuit de Hortuslaan. Aan de noordzijde van Hortuslaan werd een gewone dwergvleermuis baltsend gehoord en gezien. Deze vloog om de paar seconden voorbij en boog af richting de achtertuin van Hortuslaan 18. Hier was een duidelijk paarterritorium aanwezig bij Hortuslaan 16-22. Hier wordt uitgegaan van een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in het plangebied. Vermoedelijk zit de paarverblijfplaats in de kopgevel van Hortuslaan 16 of 18.

20/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 5.2 Locaties van beschermde functies voor vleermuizen in (de omgeving van) complex 5009

21/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 5.3 Locaties van beschermde functies voor vleermuizen in complex 5013

Complex 5022 De resultaten van het nader onderzoek naar vleermuizen in (de omgeving van) het complex 5022 zijn in figuur 5.4 te zien op kaart. Hieronder zijn de waarnemingen en resultaten beschreven. Zomer- en kraamperiode (28 mei, 24 juni, 14 juli 2022) Het was zeer rustig rondom het plangebied op 28 mei. Af en toe werd een overvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen. Ook in de omgeving was er weinig activiteit van vleermuizen. Alleen bij de sportvelden werden 2 gewone dwergvleermuizen waargenomen. Om 4:30 vloog een ruige dwergvleermuis rondom de flat aan de Gladiolenstraat buiten het plangebied. Vervolgens vloog deze onder de dakrand aan de linkerzijde van de kopgevel in de flat. Om 4:52 vloog nog een gewone dwergvleermuis in dezelfde flat onder een balkonrand aan de noordwestgevel. Net als het vorige bezoek was er ook op 24 juni weinig activiteit. De eerste gewone dwergvleermuis werd bij het water waargenomen. Hier en daar werd een overvliegende of kort foeragerende gewone dwergvleermuis in het plangebied waargenomen. Op de flat ten oosten van het plangebied werden 2 vleermuizen gezien, echter niet gehoord. Later vloog een gewone dwergvleermuis uit de flat. Vermoedelijk gaat het om dezelfde zomerverblijfplaatsen als het vorige bezoek.

Op 14 juli werd vanaf een half uur na zonsondergang regelmatig een foeragerende gewone dwergvleermuis rond het kruispunt en het veldje aan de zuidzijde van het plangebied

22/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

waargenomen. Eenmalig vloog een laatvlieger en rosse vleermuis over. Wederom zijn geen verblijfplaatsen in het plangebied vastgesteld. Paar- en winterperiode (19 augustus en 12 september 2022) Tijdens het veldbezoek op 19 augustus was het vrij rustig met af en toe een passerende gewone dwergvleermuis. De meeste activiteit werd rondom het flatgebouw ten oosten van het plangebied waargenomen waar in het zomerseizoen enkele verblijfplaatsen zijn aangetroffen. Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen in het plangebied. Op 12 september waren er enkele gewone dwergvleermuizen, een overvliegende rosse vleermuis, 2 paarterritoria van gewone dwergvleermuis en 1 paarterritorium van ruige dwergvleermuis. De paarterritoria duiden op paarverblijfplaatsen buiten het plangebied. Op het kruispunt en richting het zuidwesten door de Gladiolenstraat was één duidelijk paarterritorium van gewone dwergvleermuis deels overlappend met het plangebied. De gewone dwergvleermuis heeft hier geen baltsgedrag vertoond of aangetikt bij de woningen in het plangebied. Het andere paarterritorium werd waargenomen ten noorden van de Crocussenstraat. Ook hier werd geen baltsgedrag of aantikken waargenomen bij de woningen in het plangebied. Vermoedelijk zit een paarverblijfplaats in het flatgebouw ten oosten van het plangebied.

Net buiten het plangebied ten noorden van het flatgebouw is nog een paarterritorium met daarbij een paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis waargenomen. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied vastgesteld.

23/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 5.4 Locaties van beschermde functies voor vleermuizen in (de omgeving van) complex 5022

Complex 5057 De resultaten van het nader onderzoek naar vleermuizen in (de omgeving van) het complex 5057 zijn in figuur 5.5 te zien op kaart. Hieronder zijn de waarnemingen en resultaten beschreven. Zomer- en kraamperiode (21 mei, 17 juni, 15 juli 2022) Op 21 mei werd in en bij het plangebied geen activiteit van vleermuizen waargenomen. Een gewone dwergvleermuis foerageerde bij de vijver aan de Dr. de Visserlaan. Langs de bomen bij de vijver passeerden 4 gewone dwergvleermuizen van oost naar west. Ook gedurende het bezoek op 17 juni was er geen activiteit van vleermuizen in of bij het plangebied. De eerste gewone dwergvleermuis werd ten noordoosten van het plangebied bij het water waargenomen. De eerste gewone dwergvleermuis op 15 juli werd foeragerend ten zuiden van het plangebied waargenomen. Later op de avond passeerden incidenteel een gewone dwergvleermuis. Wederom werd in het plangebied geen activiteit waargenomen. Paar- en winterperiode (19 augustus en 12 september 2022) Op 19 augustus werd weer geen activiteit waargenomen in het plangebied. Af en toe passeerde een gewone dwergvleermuis over de Parklaan.

24/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Ten oosten van het plangebied is een paarterritorium van ruige dwergvleermuis waargenomen op 12 september om 23:34. Verder zijn geen vleermuizen in of bij het plangebied gezien of gehoord.

Figuur 5.5 Locatie van beschermde functie voor vleermuizen in de omgeving van complex 5059

5.1.3

Resultaten Voorhout

Hieronder zijn de resultaten van het vleermuisonderzoek in Voorhout uitgeschreven. In tabel 5.3 staat de aangetroffen verblijfplaats in het complex 2031. Figuur 5.6 toont de verblijfplaats op kaart. Tabel 5.3 Aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied van Voorhout Complex

Adres

Soort

Verblijfplaats

2031

Margrietstraat 8

Gewone dwergvleermuis

1 zomerverblijfplaats

Zomer- en kraamperiode (20 mei, 11 juni en 28 juni 2022) Een mogelijke verblijfplaats werd waargenomen aan de kopse kant van het pand van Margrietstraat 8 aan de noordwestzijde om 22:04 op 20 mei. Het was onduidelijk of deze uitvloog of net om de hoek van het gebouw kwam aangevlogen. Er is uitgegaan van een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Boven het veldje achter de huizen aan de zuidwestzijde foerageerden meerdere gewone dwergvleermuizen. Rond 22.33 werd ook een ruige dwergvleermuis waargenomen boven het veldje. Bij aankomst op 11 juni waren er 2 gewone dwergvleermuizen aan het foerageren langs de bomenrand aan de zuidwestzijde van het plangebied. Verder was het zeer rustig. Om 3.58 is de

25/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

mogelijke zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis bevestigd. Op de kopgevel van Margrietstraat 8 vloog een gewone dwergvleermuis onder de opstaande dakpan. Verder zijn geen invliegers gezien. Ook op 28 juni werd de zomerverblijfplaats bevestigd. Een gewone dwergvleermuis tikte op de kopgevel van Margrietstraat 8 aan. Verder zijn foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen in de achtertuin van nummer 10, langs de bomen in de Margrietstraat en boven de achtertuinen van nummers 1 tot en met 11. Ook foerageerden sporadisch gewone dwergvleermuizen boven het grasveld ten zuiden van het plangebied. Paar- en winterperiode (18 augustus en 12 september 2022) Het eerste half uur op 18 augustus vloog 3 keer een gewone dwergvleermuis langs en over. Vanaf 23:10 foerageerde een gewone dwergvleermuis in het naastgelegen parkje ten zuiden van het plangebied met een enkele keer sociale geluiden. Er zijn geen andere vleermuissoorten gehoord. Op 12 september foerageerde een gewone dwergvleermuis boven het veldje ten zuiden van het plangebied om 22:05. Een overvliegende gewone dwergvleermuis liet baltsroepen horen achter het plangebied in de steeg om 22:15. Om 22:58 werd een ruige dwergvleermuis buiten het plangebied gehoord bij Beatrixstraat 21. Gedurende de avond vlogen er vaak gewone dwergvleermuizen over zonder binding met het plangebied.

Figuur 5.6 Locatie van beschermde functie voor vleermuizen in complex 2031

26/44

Kenmerk

5.1.4

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Resultaten Noordwijk

Hieronder zijn de resultaten van het vleermuisonderzoek in Noordwijk uitgeschreven. In het complex P069 zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Zomer- en kraamperiode (20 mei, 18 juni en 30 juni 2022) Het was zeer rustig rond en in het plangebied op 20 mei. Om 22:25 vloog de eerste gewone dwergvleermuis vlak langs de noordoosthoek van het gebouw. Deze was direct weg. Verder werd alleen een foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen langs het voetbalveld om 23:15. Op 18 juni foerageerde 1 gewone dwergvleermuis langs de voetbalvelden. Deze vertoonde geen binding met het plangebied. Er zijn wederom geen verblijfplaatsen waargenomen. Tijdens het veldbezoek van 30 juni was het erg stil. Om 22:26 en later om 22:32 werden de eerste gewone dwergvleermuizen ver weg van het plangebied gehoord. Gedurende het bezoek werden slechts enkele passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Paar- en winterperiode (16 augustus en 15 september 2022) Om 21:23 op 16 augustus vloog een gewone dwergvleermuis langs. Vanaf 21:36 foerageerde een gewone dwergvleermuis langs het gebouw met name door de steeg ten zuiden van het gebouw en langs de achterkant daarvan, maar ook langs de voorkant van het gebouw. Deze vleermuis heeft geen baltsroep laten horen. Om 23:57 werd een baltsende gewone dwergvleermuis in de verte gehoord. Tussendoor vloog een rosse vleermuis hoog over om 21:56.

Er zijn geen aanwijzingen voor een paarterritorium in het plangebied waargenomen. Ook niet voor andere beschermde functies. Er zijn geen andere soorten dan gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis waargenomen. Op 15 september was het een erg rustig veldbezoek. Er zijn geen vleermuizen in of in de nabijheid van het plangebied waargenomen. 5.1.5 Effecten en verbodsbepalingen Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden vleermuizen mogelijk verstoord, verwond en/of gedood en de aanwezige verblijfplaatsen vernietigd (artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wnb). Het gaat om verblijfplaatsen van vleermuizen in de complexen 4271 te Warmond, 5009 en 5013 te Sassenheim en 2031 te Voorhout. De geplande werkzaamheden zijn daarmee in strijd met de Wnb en dus ontheffingsplichtig. Voordat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden, is het noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland).

5.2

Huismus

5.2.1 Resultaten In het complex 5013 te Sassenheim zijn 3 nestplaatsen van huismus aangetroffen. Aan de zuidwestzijde van Frank van Borselenstraat 1 tot en met 15 zijn 3 roepende mannetjes op de

27/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

dakgoot waargenomen. Daarbij zijn ook 2 vrouwtjes op de dakgoot gezien. Tevens zijn nestplaatsen van huismus buiten het plangebied aangetroffen in woningen aan Lansiershof en Slotlaan. Op het grasveld buiten het plangebied tussen Slotlaan en Frank van Borselenstraat zijn foeragerende huismussen gezien. In tabel 5.4 is een overzicht gegeven van de locaties van de nestplaatsen in het plangebied. Het gaat om de adressen Frank van Borselenstraat 1-3 en 13-15. In figuur 5.7 zijn de nestplaatsen van huismus in (de omgeving van) complex 5013 op kaart te zien. In de complexen 4271 te Warmond, 5009 te Sassenheim en 2031 te Voorhout zijn geen huismussen waargenomen in het plangebied. In de buurt van het complex 2031 zijn wel 3 nestplaatsen van huismus vastgesteld aan Beatrixstraat 37 – 41 (zie figuur 5.8). Tabel 5.4 Aangetroffen nestplaatsen van huismus in het complex 5013 te Sassenheim Adres

Soort

Aantal nestplaatsen

Frank van Borselenstraat 1-3

Huismus

2 nestplaatsen

Frank van Borselenstraat 13-15

Huismus

1 nestplaats

Figuur 5.7 Locaties van nestplaatsen van huismus in (de omgeving van) complex 5013

28/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Figuur 5.8 Locaties van nestplaatsen van huismus in de omgeving van complex 2031

5.2.2

Effecten en verbodsbepalingen

Door de werkzaamheden verdwijnen 3 nestlocaties van huismus. Het leefgebied wordt als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast. Het is verboden om nesten, rustplaatsen en eieren van huismus te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze soort weg te nemen (artikel 3.1, lid 2 van de Wnb). Het is niet uitgesloten dat huismussen worden verwond of gedood als gevolg van de werkzaamheden (artikel 3.1, lid 1 van de Wnb). De geplande werkzaamheden zijn daarmee in strijd met de Wnb en dus ontheffingsplichtig. Voordat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden, is het noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland). Het is tevens verboden om huismus opzettelijk te verstoren (artikel 3.1, lid 4). Dit verbod geldt echter niet indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de huismus (artikel 3.1, lid 5). Door maatregelen wordt dergelijke verstoring en daarmee overtreding van de Wnb voorkomen.

5.3

Gierzwaluw

5.3.1 Resultaten Het complex 4271 te Warmond bevat geen nesten van gierzwaluw. Op 10 juni 2022 werden circa 15 gierzwaluwen hoog in de omgeving waargenomen. Een aantal blokken verderop buiten het plangebied gierden een aantal gierzwaluwen langs de gebouwen. Er waren geen individuen die

29/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

binding hadden met het plangebied. Ook op 20 juni was er veel activiteit hoog boven het plangebied. Voornamelijk ten oosten van het plangebied. Tot 20:25 op 4 juli werd geen enkele activiteit van gierzwaluwen waargenomen. Vanaf 20:35 foerageerden een aantal gierzwaluwen hoog boven het plangebied. Rond 21:00 werden circa 15 laagvliegende exemplaren waargenomen bij de Dorpstraat buiten het plangebied. In het complex 5009 zijn er ook geen nesten van gierzwaluw waargenomen. Er is één nest van gierzwaluw aangetroffen in het complex 5013 te Sassenheim (zie figuur 5.9). In tabel 5.5 staat deze nestplaats voor het overzicht genoteerd. Het gaat om de westhoek van de kopgevel aan Westerstraat 45-47. Hier werd op 16 juni 2022 om 20:15 een invliegende gierzwaluw waargenomen. Tijdens dit bezoek werden continu foeragerende gierzwaluwen net ten zuiden van het plangebied waargenomen. Op 1 juli 2022 vlogen er 6 tot 10 gierzwaluwen hoog boven het plangebied. Opnieuw vloog een gierzwaluw in op de hoek van Westerstraat 45-47. Er werd geen nestindicerend gedrag van gierzwaluwen waargenomen in of in de nabijheid van het plangebied op 11 juli 2022. Alleen hoog boven het plangebied werden gierzwaluwen gezien. Tabel 5.5 Aangetroffen nestplaats van gierzwaluw in het complex 5013 te Sassenheim Adres

Soort

Aantal nestplaatsen

Westerstraat 45-47

Gierzwaluw

1 nestplaats

Figuur 5.9 Locatie van beschermde functie voor gierzwaluw in complex 5013

30/44

Kenmerk

5.3.2

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Effecten en verbodsbepalingen

Tijdens het onderzoek is 1 nestplaats van gierzwaluw aangetroffen in de bebouwing van het plangebied. Door de werkzaamheden verdwijnt deze nestlocatie. Het leefgebied wordt als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast. Het is verboden om nesten, rustplaatsen en eieren van gierzwaluwen te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze soort weg te nemen (artikel 3.1, lid 2 van de Wnb). Het is niet uitgesloten dat gierzwaluwen worden verwond of gedood als gevolg van de werkzaamheden (artikel 3.1, lid 1 van de Wnb). De geplande werkzaamheden zijn daarmee in strijd met de Wnb en dus ontheffingsplichtig. Voordat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden, is het noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland). Het is tevens verboden om gierzwaluwen opzettelijk te verstoren (artikel 3.1, lid 4). Dit verbod geldt echter niet indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de gierzwaluw (artikel 3.1, lid 5). Door maatregelen wordt dergelijke verstoring en daarmee overtreding van de Wnb voorkomen.

6 Vervolgstappen In dit hoofdstuk is aangegeven of mitigerende/compenserende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een eventuele ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden.

6.1

Ontheffing

6.1.1

Voorwaarden

Om een ontheffing aan te vragen moet een activiteitenplan opgesteld worden. In het activiteitenplan moet ingegaan worden op de volgende onderdelen om een ontheffing te verkrijgen:   

De beoogde ontwikkeling en de planning hiervan De aanwezige soorten, de beschermde ecologische functies en hoe die zijn onderzocht De te overtreden verbodsbepalingen

  

De mitigerende en compenserende maatregelen Het wettelijk belang van de ontwikkeling De staat van instandhouding van de soort en dat deze niet wordt benadeeld

 

Het belang van het voornemen dat een overtreding rechtvaardigt Een alternatievenafweging waaruit blijkt dat er ten aanzien van bijvoorbeeld locatie, planning, inrichting, ontwerp en werkwijze geen reële opties zijn die gunstiger uitpakken voor benadeelde soorten

Als het bevoegd gezag akkoord gaat met de alternatievenafweging, het wettelijk belang en de maatregelen die getroffen worden om negatieve effecten te verzachten of te voorkomen, verleent deze een ontheffing. In dat geval zijn er vaak in de verleende ontheffing voorwaarden beschreven. Meestal is één van die voorwaarden het opstellen van een ecologisch werkprotocol waarin de

31/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

mitigerende en compenserende maatregelen uitgewerkt worden en wordt de aanwezigheid van ecologische begeleiding vereist. Bij formele ontheffingsaanvragen dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd. De wettelijk vastgestelde proceduretermijn voor de behandeling van een ontheffingsaanvraag bedraagt 13 weken. Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmalig met 9 weken verlengen tot een maximale proceduretermijn van 20 weken. Na verzending van het besluit kunnen nog binnen 6 weken bezwaren ingediend worden. 6.1.2

Soorten en complexen

Voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus en gierzwaluw dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. In tabel 6.1 is te vinden voor welke complexen en soorten een ontheffing nodig is en voor welke niet. Onder de tabel is per complex en soort(groep) toegelicht waarom wel of niet een ontheffing nodig is. Tabel 6.1 Overzicht van de complexen per plaats waarbij is aangegeven voor welke soorten een ontheffing nodig is Plaats

Complex

Ontheffing nodig?

Warmond

4271

Gewone dwergvleermuis

Sassenheim

5009

Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis

5013

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus en gierzwaluw

5022

Nee

5059

Nee

Voorhout

2031

Gewone dwergvleermuis

Noordwijk

P069

Nee

Uit nader onderzoek blijkt dat vleermuizen zijn uitgesloten in de complexen 5022 en 5059 te Sassenheim en P069 te Noordwijk. Van deze soortgroep zijn geen verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes aanwezig in de betreffende plangebieden. Voor de complexen 5022, 5059 en P069 zijn geen mitigerende/compenserende maatregelen of het aanvragen van een ontheffing voor vleermuizen nodig. Uit de natuurtoets en het nader onderzoek blijkt dat het voorkomen van huismus en gierzwaluw is uitgesloten in de complexen 4271 te Warmond, 5009, 5022 en 5059 te Sassenheim, 2031 te Voorhout en P069 te Noordwijk. In (de directe omgeving van) het plangebied van deze complexen ontbreekt het aan nestplaatsen en essentieel leefgebied van huismus en gierzwaluw. Negatieve effecten en vervolgstappen zoals het treffen van mitigerende/compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing voor huismus en gierzwaluw zijn voor deze complexen niet nodig. Negatieve effecten op vleermuizen kunnen niet met zekerheid worden uitgesloten in de complexen 4271 te Warmond, 5009 en 5013 te Sassenheim en 2031 te Voorhout. Voor het complex 5013 te Sassenheim geldt tevens dat negatieve effecten op huismus en gierzwaluw niet zijn uitgesloten. De ontwikkeling leidt tot het overtreden van artikel 3.1, lid 1 en 2 en artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wnb.

Voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus

32/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

en gierzwaluw zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig en moet een ontheffing aangevraagd worden. 6.1.3

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger zijn beschermd via artikel 3.5 van de Wnb. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verkregen als kan worden onderbouwd dat het voornemen minstens één van de volgende belangen dient:  

Volksgezondheid of de openbare veiligheid Andere dwingende redenen van groot openbaar belang zoals sociale of economische redenen en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten

Ter voorkomen van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of andere vormen van eigendom Bescherming van flora- en fauna of voor de instandhouding van natuurlijke habitat;

  

Onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben

Naar verwachting kan voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger ontheffing worden verleend op basis van de volgende belangen ‘Volksgezondheid of openbare veiligheid’ en ‘Andere dwingende redenen van groot openbaar belang zoals sociale of economische redenen en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende onderbouwingen: 

Volksgezondheid of openbare veiligheid: -

-

In het plangebied is oude bebouwing aanwezig met waarschijnlijk de bijbehorende gebreken: Onderbouwing van de bouwkundige staat Isolatie en ventilatie Aanvullend eventuele verontreiniging De verouderde staat kan effecten hebben op de volksgezondheid:

Onderbouwing van negatieve effecten op de gezondheid van de bewoners Schimmel, vocht, slechte of geen isolatie, slechte ventilatie ‘Andere dwingende redenen van groot openbaar belang zoals sociale of economische redenen en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’. Bij ander dwingende redenen van groot openbaar belang kan gedacht worden aan de volgende aspecten: De huidige staat van de woningen en de duurzame staat in de nieuwe situatie kan onderbouwd worden met de volgende punten: Energielabels van de huidige en nieuwe woningen Andere zaken die bijdragen aan verduurzaming (materiaal gebruik, inrichting, isolatie -

en dergelijken) Een onderbouwing van sociaal economische belangen van de beoogde ontwikkeling: Diensten ten behoeve van de maatschappij

33/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

6.1.4 Huismus en gierzwaluw Huismus en gierzwaluw zijn beschermd via artikel 3.1 van de Wnb. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verkregen als kan worden onderbouwd dat het voornemen minstens één van de volgende belangen dient:  Volksgezondheid of openbare veiligheid  Veiligheid van luchtverkeer   

Ter voorkomen van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren Bescherming van flora- en fauna Onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor daarmee

samenhangende teelt Om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan

Naar verwachting kan voor huismus en gierzwaluw ontheffing worden verleend op basis van het volgende belang ‘Volksgezondheid of openbare veiligheid’. Hierbij kan gedacht worden aan de onderbouwing zoals in subparagraaf 6.1.1 te lezen.

6.2

Mitigatie en compensatie

6.2.1 Vleermuizen Om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen op aanwezige vleermuizen, zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig. Oorspronkelijke verblijfplaatsen worden ongeschikt gemaakt in het actieve seizoen (april tot en met oktober) en in de minst kwetsbare periode van de betreffende verblijfplaats. De kwetsbare perioden van vleermuizen zijn:  Winterrust: 1 november tot 1 april  

Kraamtijd: 15 mei tot en met 15 juli Paartijd: 15 augustus tot en met 15 oktober

Gewone en ruige dwergvleermuis Bij het verloren gaan van oorspronkelijke verblijfplaatsen van gewone en ruige dwergvleermuis dienen te allen tijde alternatieve verblijfplaatsen aanwezig te zijn in de directe omgeving. Tijdelijke vleermuiskasten zijn voor en tijdens de werkzaamheden en permanente maatregelen zijn in de uiteindelijke (permanente) situatie nodig. Voor verblijfplaatsen van de gewone en ruige dwergvleermuis wordt doorgaans een compensatiefactor van 4 aangehouden. Dat wil zeggen dat voor iedere te vernietigen verblijfplaats 4 alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd worden. Deze compensatiefactor geldt zowel bij de tijdelijke als bij de permanente alternatieve verblijfplaatsen. De locaties van de te plaatsen alternatieve permanente verblijfplaatsen dienen begeleid te worden door een deskundige ecoloog. Tevens dient de nadere uitwerking van de mitigerende/compenserende maatregelen vastgelegd te worden in een activiteitenplan als onderdeel van de in te dienen ontheffingsaanvraag.

34/44

Kenmerk

R002-1285511MTR-V01-efm-NL

Zomerverblijfplaatsen gewone en ruige dwergvleermuis Bij de vervanging van zomerverblijfplaatsen (in deze verblijfplaatsen komen minder dan 10 vleermuizen in één verblijfplaats voor) geldt een gewenningsperiode van 3 maanden voor gewone dwergvleermuis, waarbij alleen de maanden april tot en met oktober meetellen (BIJ12, 2017c). Voor ruige dwergvleermuizen geldt een gewenningsperiode van één maand voor de start van de werkzaamheden. Deze maand valt in de actieve periode april tot en met oktober (BIJ12, 2017d). Paarverblijfplaatsen gewone en ruige dwergvleermuis Voor de vervanging van paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis geldt een gewenningsperiode van minimaal 6 maanden voorafgaand aan de start van het paarseizoen. Het paarseizoen van de gewone dwergvleermuis loopt van 15 augustus tot en met 15 oktober. Dit houdt in dat de kasten met een paarverblijffunctie uiterlijk 15 februari moesten hangen zodat de gewenningsperiode hetzelfde jaar voor de start van het paarseizoen is verstreken. (BIJ12, 2017c) Voor ruige dwergvleermuizen geldt een gewenningsperiode van één maand voor de start van de werkzaamheden. Deze maand valt ook in de actieve periode april tot en met oktober (BIJ12, 2017d). Kraamverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis De gewenningsperiode voor vervanging van kraamverblijfplaatsen betreft een geheel kraamseizoen.

Het kraamseizoen van gewone dwergvleermuis loopt van 15 mei tot en met 15 juli. Oftewel kraamkasten dienen voor 15 mei geplaatst te worden om hetzelfde jaar te kunnen starten met de werkzaamheden. Laatvlieger Ook voor laatvlieger geldt dat te allen tijde geschikte verblijfplaatsen aanwezig moeten zijn. Echter zijn er geen bewezen effectieve vleermuiskasten beschikbaar zoals voor gewone en ruige dwergvleermuis. De acceptatie van tijdelijk aangebrachte vleermuiskasten is bij de laatvlieger erg laag of zelfs niet aanwezig. Daarom is voor laatvlieger maatwerk nodig. Het is bekend dat bij de meest succesvolle projecten de oorspronkelijke verblijfplaats behouden blijft (Buro Bakker, 2016). Indien dat niet mogelijk is, kan op een andere locatie direct voorzien worden in permanente compensatie. Er dient afstemming met een deskundige ecoloog plaats te vinden over de compensatie van verblijfplaatsen van laatvlieger in zowel de tijdelijke als de permanente situatie. Tevens dient de nadere uitwerking van de mitigerende/compenserende maatregelen vastgelegd te worden in een activiteitenplan als onderdeel van de in te dienen ontheffingsaanvraag. 6.2.2 Huismus Er zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig om negatieve effecten op huismus zoveel mogelijk te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=b037266b-2f5b-4fc5-ad3b-2c7c12a065c9