Def Nota Zienswijzen Omgevingsvisie Teylingen V4 (2-10-2024).pdf - Def Nota Zienswijzen Omgeving
Tekst van het document
10.8
Indiener verzoekt de gemeente om: Om in de ontwerp Omgevingsvisie ook het e.e.a. op te nemen over de Cultuurhistorische Waardenkaart Teylingen CHWT). NB: de Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollenstreek (CHG) biedt voor Teylingen een schat aan informatie en is redelijk up-to-date.
10.9
Verder benoemt indiener dat op pagina 31 wordt gesteld dat het belangrijk is om water en bodem sturend te laten zijn in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Diverse zorgplichten (pagina 32) worden ook genoemd. Indiener mist hierbij een nadere detaillering m.b.t. het waterrijke gebied in
Onder de Omgevingswet is het herijken en aanpassen van een Omgevingsvisie eenvoudiger dan onder het oude recht. De Omgevingswet gaat namelijk uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De Omgevingsvisie is een ‘levend’ product, dat, als daar aanleiding toe is, kan worden aangepast aan veranderende ontwikkelingen. Dit is ook nader toegelicht in paragraaf 5.2 “Operationalisering instrumenten van de Omgevingswet”. De gemeente heeft geen Cultuurhistorische Waardenkaart en is op dit moment niet voornemens deze te realiseren. Wat de gemeente betreft zijn de huidige cultuurhistorische waarden voldoende beschermd, door bijvoorbeeld (gemeentelijke) monumentenstatus en het omgevingsplan, bijvoorbeeld archeologische verwachtingswaardes. In het kader van het opstellen van de omgevingsvisie is het niet noodzakelijk of wenselijk een cultuurhistorische waardenkaart op te stellen. Wanneer nodig maken we dankbaar gebruik van Cultuurhistorische Atlas van de Duin en Bollenstreek. Individuele plannen of projecten worden altijd getoetst op de thema’s archeologie en cultuurhistorie. De gemeente is van mening dat met de volledige uitwerking van de zorgplichten op pagina 32 voldoende inzicht wordt gegeven in de
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
28
Warmond en er wordt weinig gezegd over waterberging, waterafvoer en de problematiek van verzilting. Deze thema’s liggen weliswaar bij het Hoogheemraadschap, maar de zorgplicht van de gemeente m.b.t. deze onderwerpen dient uitdrukkelijk en in actieve zin vermeld te worden.
gemeentelijke rol op het thema water. Het onderdeel waterafvoer wordt besproken binnen de zorgplicht afvalwater en zorgplicht hemelwater.
Daarom verzoekt indiener de gemeente om: - In de omgevingsvisie nader in te gaan op de problematiek van waterberging, waterafvoer en verzilting.
Het onderdeel waterberging wordt nader toegelicht in de paragraaf 3.2.3 Energieneutraal en klimaatbestendig en wordt ook in diverse deelgebieden nader uitgewerkt. Ook is verzilting benoemd op pagina 39 van de omgevingsvisie.
10.10
Op pagina 73 wordt bij Natuurlijk en groen bij Sassenheim de ambitie vermeld om het parkrijke karakter te versterken door groenstructuren te verbinden en de parkkwaliteiten te benutten. Even verderop wordt vermeld onder Cultureel en beleefbaar dat het bestuur de relatie met de Ruïne van Teylingen wil verbeteren door middel van een goede langzaamverkeerverbinding. Indiener juicht dit toe en verzoekt gemeente: - Om op pagina 73 de ambitie toe te voegen om een groene fietswandelroute aan te leggen vanaf het Dorpsplein en die parallel achter de Teijlingerlaan te laten lopen, langs de acht bollenschuren en de bollenschuur van Bergman tot de Ruïne van Teylingen met zijn nog aan te leggen groenvoorziening.
Verdere uitwerking van het aanpakken van deze problematiek zal in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland plaatsvinden en maakt geen deel uit van de omgevingsvisie. Verdere uitwerking vindt plaats in programma’s en concrete projecten Zoals benoemd in de algemene toelichting is de omgevingsvisie voornamelijk een document op hoofdlijnen. De huidige tekst in de ontwerp-omgevingsvisie is voldoende concreet en spreekt de gemeentelijke ambitie uit om een goede langzaamverkeersverbinding te realiseren om de relatie tussen Sassenheim en de ruïne van Teylingen te verbeteren. De gemeente acht dit voldoende en bindt zich niet aan een vooraf vastgelegd tracé, zoals indiener voorstelt. Bij concretisering van de
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
29
10.11
Concretisering erfgoed Daar waar gesproken wordt over versterking en behoud van gebouwd erfgoed (pag. 73) worden soms concrete zaken genoemd. Indiener wil de ambitie m.b.t. gebouwd erfgoed voor Sassenheim graag verder geconcretiseerd zien. Er zijn panden die geüpgraded zouden kunnen worden naar gemeentelijk monument en panden die de status verdienen van beeldbepalend object. Ook de gehele Teijlingerlaan, inclusief de bollenschuren, zouden voorgedragen kunnen worden voor Beschermd dorpsgezicht. De huidige tekst op pagina 73 klinkt volgens indiener nogal statisch en straalt weinig ambitie uit tot behoud en versterking van het erfgoed. Zo ook de tekst op pagina 80, waar alleen nog maar gesproken wordt over behoud van het erfgoed in Teylingen en niets over de bescherming of uitbreiding daarvan.
plannen treedt de gemeente graag in overleg met indiener. De gemeente heeft niet de ambitie de Teijlingerlaan voor te dragen als beschermd dorpsgezicht, of actief op zoek te gaan naar nieuwe gemeentelijke monumenten. Waar wordt gesproken over het ‘behoud van erfgoed’ wordt in de omgevingsvisie ook de bescherming bedoeld. Dit is namelijk een essentieel onderdeel van het behouden van het Teylingse erfgoed. Dit wordt op een aantal plekken in de tekst verduidelijkt.
Op verschillende plekken in de omgevingsvisie wordt de frase “behoud van erfgoed” uitgebreid naar “behoud en bescherming van erfgoed”. Het gaat om zinnen op pagina’s 57, 73, 80, 95.
Indiener verzoekt daarom: - Om de strekking van hogergenoemde wens (uitbreiding beschermd erfgoed met nieuwe panden en een beschermd dorpsgezicht in Sassenheim) over te nemen in de tekst. 10.12
Indiener verzoekt de gemeente om bij Cultureel en beleefbaar (pag. 91) het behoud en het zo mogelijk weer herstellen van zandsloten, die zo kenmerkend zijn voor de identiteit van de streek, te benoemen.
De suggestie van indiener wordt overgenomen op pagina 91. Deze zaken zijn integraal onderdeel van het nieuwe op te stellen Programma Landelijk Gebied & Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek.
10.13
Indiener verzoekt de gemeente om bij Energieneutraal en klimaatbestendig (pag. 91) het genoemde uitgangspunt: “dat bollengrond gebruikt mag
Deze zienswijze rust waarschijnlijk op een misverstand. In de omgevingsvisie staat dat het uitgangspunt is dat er
Op pagina 91 wordt het thema “cultureel en beleefbaar” als volgt aangevuld: In dit kader zetten we in op het behoud en versterking van de landschappelijke zichtlijnen, het terugbrengen van laan- en haagstructuren, het behoud en zo mogelijk weer herstellen van zandsloten en de aanwezige cultuurhistorische elementen, zoals de typerende bollenschuren. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
30
worden voor zonnevelden” te verwijderen. Indiener vindt zonnevelden in het buitengebied landschap vervuilend. Idem kleinschalige windturbines.
10.14
Indiener verzoekt de gemeente om bij Ondernemend (pag 91) in de tekst op te nemen dat zeer grote agrarische bedrijven, die zich vestigen op daartoe ingerichte bedrijventerreinen, en de bouw van grote hallen (“dozen”) niet meer wordt toegestaan. Ook het z.g. “maatwerk” bij het beoordelen van omgevingsvergunningen zou tot een minimum beperkt moeten worden.
geen bruikbare bollengrond wordt gebruikt voor zonnevelden. Daarmee wordt aan de wens van indiener voldaan. Voor wat betreft de kleinschalige windturbines wordt nieuw beleid opgesteld, mogelijk in samenhang met het programma landelijk gebied & duurzame greenport Duin- en Bollenstreek. De vestiging of verplaatsing van grote agrarische bedrijven naar daartoe bestemde terreinen is juist waarvoor deze terreinen dienen. Daarnaast is het de bedoeling dat verdozing wordt voorkomen, zoals op pagina 86 ook is benoemd.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
De lijn van de provincie is ‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’. Dit staat ook in de op te stellen regionale bedrijvenstrategie. Dat betekent dat agrarische bedrijven thuis horen in het agrarisch/landelijk gebied en andere bedrijvigheid hier in beginsel niet thuishoort. Gemeente Teylingen volgt de lijn van de provincie. Bij het opstellen van het programma landelijk gebied & duurzame greenport Duin- en Bollenstreek wordt uitgebreid stilgestaan bij het thema ‘verdozing’. De gemeente maakt zich juist sterk voor maatwerk, om daarin ook ruimte te bieden aan enerzijds bedrijvigheid, en
31
10.15
Indiener verzoekt de gemeente om bij Kagerplassen en omgeving op pagina 95 (cultuur en beleefbaar) naast de genoemde molens en eendenkooi ook de boerderijen te vermelden.
10.16
Indiener verzoekt de gemeente om bij (regionale) samenwerking te overwegen of de Intergemeentelijke Structuurvisie Duin- en Bollenstreek (ISG) niet thuis hoort in het voorbeeldrijtje op pagina 105.
anderzijds om juist landschappelijke inpassing te kunnen waarborgen. De voorgestelde toevoeging wordt overgenomen.
Bij het derde punt “Opgaven binnen (…) innovatieve bedrijvigheid” wordt de regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek benoemd, waar ook de ISG onder valt. Dit wordt verduidelijkt in de tekst.
De genoemde zin wordt als volgt aangepast: “…, waaronder molens, boerderijen en eendenkooi.” De zin wordt aangepast naar “Opgaven binnen het samenwerkingsverband Duin- en Bollenstreek”
Van de term “ISG” wordt verlaten, omdat de opvolger van de ISG onder de Omgevingswet de benaming “Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek” krijgt.
11 11.1
Indiener 11 Stichting Wei en Water Samenvatting Zienswijze Allereerst gaat er waardering uit naar de opstellers van dit document. Indiener voelt zich betrokken in dit proces en herkent zich in de geschetste ambities en opgaven in de bloem van Teylingen en in het Deelgebied Kagerplassen.
Beantwoording zienswijze We zijn erg verheugd dat indiener zich goed herkent in de geschetste ambities en opgaven en zijn erg blij met de uitgesproken waardering.
Hoofdstuk 1: context Kagerplassengebied
We waarderen ook zeer dat de indieners gezamenlijk actief nadenken over en werken aan de toekomst van het gebied, ook via het initiatief tot oprichting van de Stichting Wei en Water. Het lopende gebiedsproces in het provinciale programma landelijk gebied is voor ons daarin leidend. In het buitengebied en agrarisch gebied zijn beleid van het Rijk en de Provincie
Als de indiener en de gemeente met elkaar van mening zijn dat boeren de dragers zijn van het gebied, nu en in de toekomst, dan is dit hét moment om: 1. Boeren die verder willen met hun bedrijfsvoering optimaal te faciliteren door alle mogelijke instrumenten (financiering, beleidsruimte, gemeentelijke gronden, netwerk, etc) in te zetten;
Overzicht aanpassingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
32
2.
3.
Boeren / beheerders die in een nieuwe vorm meerwaarde voor het gebied willen creëren, de ruimte te geven om nieuwe bedrijfsconcepten te ontwikkelen die bijdragen aan het gebied en, nieuwe verbindingen te faciliteren tussen ondernemers en andere gebiedspartners
Indiener verzoekt de gemeente om: • de randvoorwaarden voor natuurinclusieve landbouw in het gebied te benoemen en borgen; • Ruimte te bieden aan agrarisch ondernemen in combinatie met maatschappelijke functies zoals natuurbeheer en -ontwikkeling, recreatie, horeca, retail & zorg; • Experimenteerruimte met regelluwe zones voor natuurinclusieve landbouw en natuurbeheer te creëren; • Ontwikkelruimte en functiewijziging toe te staan voor erven waar landbouw niet meer mogelijk of rendabel is naar wonen, recreatie, educatie, zorg en natuurontwikkeling;
leidend. Binnen de huidige regels is een verbreding van de landbouw mogelijk, onder andere door het mogelijk maken van nevenactiviteiten. Aansluitend hierop loopt het Provinciaal Programma Landelijk gebied, waarin zowel indieners als gemeente belangrijke gesprekspartners zijn. Specifiek voor het deelgebied Veenweidegebied worden hiervoor ook nieuwe ambities, doelen en regels opgesteld. Vooruitlopend op deze uitkomsten kunnen we als gemeente geen aanpassingen doen aan bestaande regels, maar wel binnen deze kaders ruimte bieden aan verbreding en experimenten en innovatie. We onderschrijven het belang van de aanwezige agrariërs in het veenweidegebied om in de toekomst een levensvatbaar bedrijf te behouden en te exploiteren. Daar hoort ook zeker bij dat bedrijven zich verder door kunnen ontwikkelen. Wij zien daarvoor kansen in een veenweidegebied dat bodem- en watergestuurd wordt vormgegeven en gebruikt. We zien dit, gezien de opgaven in dit gebied als dé optie voor een duurzame en rendabele toekomst voor de aanwezige bedrijven. Daarbij is het van groot belang dat gemeente en indieners in gesprek blijven en kansen en bedreigingen blijven verkennen en uitwerken.
33
Het beleefbaar maken van het landschap en het bieden van ruimte voor kleinschalige recreatie zijn mogelijkheden die bestaande bedrijven mogelijk kunnen oppakken om enerzijds rendabel te blijven en anderzijds bij te dragen aan belangrijke doelen op het gebied van bijvoorbeeld biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Binnen de bestaande wet- en regelgeving zijn er mogelijkheden om te experimenteren en agrarische activiteiten te verbreden, wij zijn altijd bereid de haalbaarheid van concrete initiateven te onderzoeken en indien haalbaar tot maatwerkoplossingen te komen..
11.2
Hoofdstuk 2: De omgevingsvisie biedt onder voorwaarden perspectief voor familiebedrijven in de Boterhuispolder en Zwanburgerpolder De visie bevat volgens indiener een misplaatste impliciete tendens dat allerlei functies gecombineerd gerealiseerd kunnen worden, zonder dat de ene functie of waarde ten koste van de andere gaat. 2.1 Randvoorwaarden voor natuurinclusieve kringlooplandbouw Indiener vraagt de gemeente dan ook om bij de uitwerking van de omgevingsvisie naar omgevingsplannen voor de Boterhuispolder en de Zwanburgerpolder, maatwerkmogelijk te maken op de volgende punten: • De nuances op het thema water & bodem beter te duiden en de boeren met hun kennis een centralere rol in het oplossen van de uitdagingen te geven ‘schermen’ met ‘vernatting ondermijnt de ambitie van natuurinclusieve landbouw in het Kagerplassengebied en
Wij verwijzen naar de algemene beantwoording onder 11.1 Aanvullend: Ten aanzien van het vernatten of het verhogen van het waterpeil verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 4.2.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Wij zijn zeker geen voorstander van lichtzinnige oplossingen en daarom willen wij dit in een gezamenlijk proces met betrokken partijen onderzoeken en vorm geven, zoals beschreven in de beantwoording onder 11.1.
34
11.3
werkt averechts op een aantal in de omgevingsvisie genoemde doelstellingen • Niet lichtzinnig te zijn over terugkeer van biodiversiteit en ambassadeurssoorten en ruimte te bieden aan nieuwe natuurconcepten (p.95). Indiener verzoekt om in de omgevingsvisie op te nemen dat daar waar natuur- en weidevogeldoelstellingen op agrarische gronden worden beoogd, er ook meer ruimte voor eco-toerisme of ontwikkeling van andere, passende verdienmodellen wordt geboden • Vrijkomende (gemeentelijke) gronden worden zoveel mogelijk in beheer gebracht bij boeren in het gebied 2.2 Ontwikkelruimte voor boerderijen die doorgaan en transformeren Naast het mogelijk maken van toevoegen van woningen op de boerenerven vraagt indiener ook om toekomstperspectief voor de agrariërs die juist willen blijven doorgaan. Indiener verzoekt gemeente om: • agrarische bedrijven (1) meer ruimte voor nevenactiviteiten te bieden (2) de ruimte te geven om te experimenteren met nieuwe vormen van landgebruik en nevenactiviteiten (3) in het omgevingsplan de eis los te laten dat de omzet uit nevenactiviteiten niet groter mag zijn dan uit primaire landbouwactiviteiten. • ruimte te bieden om de natuurwaarde het gebied als onderdeel van het Kroonjuweel Kagerplassen te herstellen en hierover gezamenlijk met indiener het gesprek aan te gaan met de Provincie Zuid-Holland.
Op diverse plekken in de omgevingsvisie is aangegeven dat de gemeente positief staat tegenover nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, bijvoorbeeld in de recreatieve sfeer of in de vorm van ondergeschikte detailhandel. In de praktijk is daar bij veel bedrijven in ons buitengebied al sprake van en heeft de gemeente dat gefaciliteerd. Kenmerk van een nevenactiviteit is wel dat die ondergeschikt dient te zijn aan de agrarische functie. De beleidskaders van Rijk en provincie zijn hierin ook in sterke mate bepalend. Het verzoek tot het loslaten van de eis dat de inkomsten uit nevenactiviteiten niet groter mogen zijn dan uit primaire landbouwactiviteiten zal niet worden opgenomen in de omgevingsvisie. Wijzigingen in de mogelijkheden die worden geboden zullen zorgvuldig afgestemd moeten worden met de provincie. Hiervoor loopt zoals
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
35
beschreven in de beantwoording onder 11.1 een proces waarbij de boeren en de gemeente zijn betrokken en dat naar onze mening kansen biedt. De juridische regeling van toegestane nevenactiviteiten vindt uiteindelijk plaats in het op te stellen omgevingsplan. 11.4
2.3 Veiligheid Het is onduidelijk wie verantwoordelijk is (of verantwoordelijkheid neemt) voor de handhaving in dit gebied. Indiener verzoekt gemeente daarom om: • •
11.5
allereerst het toezicht op huidige recreatieplekken te regelen alvorens nieuwe recreatieplekken te overwegen. In de omgevingsvisie een paragraaf ‘visie op toezicht en handhaving’ op dit onderwerp toe te voegen.
Het thema veiligheid in de omgevingsvisie wordt op een overkoepelend schaalniveau behandeld. Een aparte paragraaf ‘Visie op toezicht en handhaving wordt niet in de omgevingsvisie opgenomen We verwijzen graag naar pagina 96 van de omgevingsvisie, waar is vermeld dat we aandacht hebben voor oneigenlijk gebruik en voor ondermijnende activiteiten. Bij recreatief en toeristisch hebben we aandacht voor de sociale veiligheid van bewoners en recreanten. Bij concrete issues blijven we graag met indiener in gesprek en we verzoeken dan ook om meldingen te doen van overlast en onveiligheid.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Vooruitlopend op de uitkomsten van het gebiedsproces met de provincie en andere betrokken partijen willen we niet op voorhand regelluwe zones aanwijzen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Hoofdstuk 3: zienswijze en opgaven uit Omgevingsvisie Teylingen Opgave 1: Natuurlijk groen (paragraaf 3.2.1. Omgevingsvisie T.) • Indiener vraagt om een regelluwe zone waarbinnen geëxperimenteerd kan worden met verschillende functies om vervolgens na een periode van circa 2 jaar de resultaten van de experimenten met de gemeente te bespreken en te bepalen hoe
36
• -
-
-
-
•
• •
11.6
de gewenste functies kunnen worden verankerd in beleid. (sluit aan bij 2.2) Indiener wilt de gemeente erop attent maken: Dat bodemdaling in het Kagerplassengebied (gemiddeld 0,3 mm per jaar) veel lager ligt dan in andere Veenweidegebieden (5-10 mm per jaar) dat het waterpeil in de Kagerplassenpolder al relatief hoog staat en het grootste deel van het jaar reeds de veenlaag bedekt. Enkel in heel droge zomers niet, maar het waterpeil is in die situatie geen bruikbaar instrument Vernatting een generieke maatregel is die in verschillende polders een verschillend effect zal hebben. In het geval van de Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder, waar het huidige waterpeil al boven het veen staat, is vernatten juist conflicterend met andere opgaves uit de visie. Verdere vernatting betekent dat agrarische bedrijven zullen moeten staken omdat koeien niet meer naar buiten kunnen en de voerproductie sterk daalt. Hiermee gaan ook een groot deel van de in de vorige paragraaf beschreven waarden verloren en stijgen de maatschappelijke beheerkosten enorm. Het is de indiener onduidelijk wat precies wordt bedoeld met ‘De omgevingsvisie zet in op het verbeteren van de biodiversiteit door in te zetten op het terug laten komen van diverse ambassadeurssoorten’. Indiener stelt voor om in nauw overleg tot maatwerk voor deze polder te komen.
Het versterken van zichtlijnen is volgens indiener maatwerk wat vraagt om een integrale afweging tussen esthetische opgaven, klimaat en economie. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten en hierover ziet de indiener graag samenwerking met de gemeente.
Opgave 2: Cultureel en beleefbaar (paragraaf 3.2.2) • Indiener vraagt de gemeente Teylingen om ruimte te bieden om de natuurwaarde te herstellen en hierover gezamenlijk het
Als er concrete initiatieven van agrariërs zijn, dan zijn wij altijd bereid om daarover mee te praten en mee te denken. Bij de beantwoording onder 4.2, 11.1 en 11.2 zijn wij ingegaan op de afwegingen die spelen rond de balans tussen het verhogen van het waterpeil en het agrarisch gebruik in het gebied. Hierbij is ook aangegeven dat wij geen voorstander zijn van lichtzinnige oplossingen en daarom willen wij dit in een gezamenlijk proces met betrokken partijen onderzoeken en vorm geven, zoals beschreven in de beantwoording onder 11.1. Ook elementen als het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van zichtlijnen kunnen in dit proces aan de orde komen.
Wij verwijzen naar de beantwoording onder 11.1 met betrekking tot het lopende gebiedsproces en blijven graag in gesprek met alle betrokkenen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
37
gesprek aan te gaan met de Provincie Zuid-Holland. (sluit aan bij 2.2) 11.7
11.8
11.9
Opgave 3: energieneutraal en klimaatbestendig(paragraaf 3.2.3) • Indiener onderschrijft de klimaatambitie van de gemeente. De geformuleerde opgaven zijn naar mening van de indiener te abstract en generiek beschreven. Indiener is van mening dat voor de Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder maatwerkoplossingen noodzakelijk en mogelijk zijn. Graag ziet de indiener dat het toestaan van “zon op dak en rond het erf en kleine windmolens’ eveneens mogelijk worden gemaakt.(sluit aan bij 2.2) Indiener adviseert om deze zin te schrappen: ‘een hoogpolig tapijt met mozaïek van landgebruiksvormen met recreatie en teelten die bodemtype reflecteren’ Onder verwijzing naar pagina 95 van de Omgevingsvisie: Inzetten op aanpassen landgebruik indien nodig. Dit is naar mening van indiener niet nodig. Opgave 4: fijn wonen voor iedereen (paragraaf 3.2.4) • belangrijk om verbreding van de functies op de boerenerven toe te staan • Indiener ziet graag dat gewaarborgd wordt dat vrijkomende gronden op een duurzame wijze aan lokale agrariërs worden verpacht, bij voorkeur via erfpacht
Opgave 5: sociaal en vitaal (paragraaf 3.2.5) • Er zal een balans gevonden moeten worden in rust en reuring en de hoeveel extra bezoekers die het gebied aankan. Dit verkent de indiener graag gezamenlijk met de gemeente.
De omgevingsvisie biedt ruimte voor zon op dak en ook kleine windmolens bij agrarische bedrijven, binnen de in een op te stellen beleidskader uit te werken randvoorwaarden. Zie onder andere p. 37 in paragraaf 3.2.3 (energieneutraal en klimaatbestendig) en p. 100 in paragraaf 4.4.5 (Kagerplassen en omgeving) bij 3 (energieneutraal en klimaatbestendig).
De zin ‘een hoogpolig tapijt met mozaïek van landgebruiksvormen met recreatie en teelten die bodemtype reflecteren’ op pagina 95 wordt geschrapt.
We zijn het met indiener eens dat de door indiener genoemde zin over het ‘hoogpolig tapijt’ op pagina 95 kan worden geschrapt. Bij de beantwoording onder 11.2 is uitgebreid ingegaan op het toestaan van nevenactiviteiten.. De gemeente is verpacht gronden in eigendom van de gemeente onder het stellen van voorwaarden ten aanzien van een duurzaam beheer. Hierbij neemt de gemeente de spelregels van het aanbestedingsrecht zorgvuldig in acht.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
We staan open voor gesprekken met indiener over dit onderwerp. Bij het thema recreatie is eveneens aangegeven dat er altijd passende
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
38
11.10
11.11
Opgave 6: veilig en leefbaar (paragraaf 3.2.6) • Graag geeft indiener de volgende zaken ter overweging mee: nu al sprake van ondermijning/criminele activiteiten in het gebied. Indiener vraagt aan de gemeente om prioriteit toe te kennen aan handhaving in dit gebied en hierover afspraken te maken met de daartoe bevoegde handhavers. (sluit aan bij 2.3) Welke maatregelen zijn voorzien om ondermijning/criminele activiteiten tegen te gaan? Indiener gaat hier graag over in gesprek met de gemeente. (sluit aan bij 2.3) ‘Het gebied wordt ruimtelijk beperkt door de 48 Lden contour’. Staat dit niet haaks op opgave 4 om meer woningen toe te staan in het gebied? Opgave 7: ondernemend (paragraaf 3.2.7) • In het faciliteren door de gemeente en de uitwerking van de voorwaarden voor de transitie naar toekomstbestendige kringlooplandbouw voorzien we in de maatregelen (of definitie) een passage over “natuurinclusieve landbouw met economisch perspectief” (sluit aan bij 2.2) • Voor de indiener is het niet duidelijk hoe het toestaan van kleinschalige detailhandel in het ruimtelijk beleid is/of zal worden opgenomen. Ook hier vragen we experimenteerruimte van de gemeente.
recreatie per gebiedstype wordt mogelijk gemaakt. We verwijzen naar de beantwoording bij 11.4
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Een deel van de Graslanden is inderdaad binnen de 48Ldengeluidscontour gelegen. In de Graslanden is echter geen grootschalige woningbouw gepland of gewenst, waardoor in dit deelgebied, de 48-lden contour geen grote belemmering opwerpt.
Het proces provinciaal programma landelijk gebied zal uitsluitsel bieden over hoe natuurinclusieve landbouw met economisch perspectief er uit kan komen te zien. Als gemeente willen wij hier op dit moment nog geen deuren sluiten door een definitie te hanteren.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Bij het opstellen van het omgevingsplan zal aandacht worden gegeven aan het onderdeel nevenactiviteiten bij agrarische activiteiten, rekening houdend met de uitkomsten van het gebiedsproces en waarbij ook kleinschalige detailhandel zal worden meegenomen. Hoe dit wordt vormgegeven zal later bepaald worden.
39
11.12
Opgave 8: recreatief en toeristisch (paragraaf 3.2.8) • Indiener mist een balans in de voorgestelde maatregelen. Graag gaat de indiener met de gemeente in gesprek om meer balans in de maatregelen te brengen, waardoor de bedrijfsvoering van de agrariërs in het gebied gewaarborgd blijft.
Een groot deel van de ambities beschreven in deze paragraaf is eerder vastgelegd in de visie op recreatie van gemeente Teylingen. We blijven graag in gesprek met indiener om passende mogelijkheden te vinden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
11.13
Opgave 9: bereikbaar (paragraaf 3.2.9) • De mobiliteitsvisie is nog niet opgesteld. Graag wordt de indiener actief betrokken bij het opstellen van deze visie.
De huidige mobiliteitsvisie van gemeente Teylingen is vastgesteld op 4 november 2021. Deze mobiliteitsvisie is gebruikt bij het opstellen van deze omgevingsvisie en er wordt dan ook aangesloten bij deze visie, zoals in paragraaf 3.2.9 is benoemd.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
12
Indiener 12 Actiecomité Oranjebuurt Beantwoording zienswijze Op de integrale visiekaart van de omgevingsvisie is dit gebied aangeduid als ‘beschermd grasland en weidevogel gebied’. Dit sluit aan bij het provinciaal beleid. Dit betekent onder andere dat behoud van landschappelijke openheid en bestaande zichtlijnen in algemene zin belangrijk zijn voor dit gebied.
Overzicht aanpassingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
12.1
Samenvatting Zienswijze Indiener verzoekt om de corridor tussen Voorhout en Sassenheim (Roode Molenpolder en Mottigerpolder) expliciet in de omgevingsvisie op te nemen als te beschermen landschap.
Dit sluit niet uit dat in beleidskaders op het individuele (bouw)perceelniveau soms mogelijkheden kunnen bestaan voor bebouwing of functiewijzigingen, bijvoorbeeld nevenfuncties of vervolgactiviteiten voor agrarische bedrijven of, in het geval van een bedrijfsbeëindiging, voor een nieuwe invulling van een vrijkomend agrarisch bouwvlak. Dit betreft maatwerk.
40
12.2
Indiener verzoekt gemeente om een gecoördineerde Aanpak Wonen op te nemen. Er moet voorkomen worden dat de huidige stagnatie - die naar het lijkt bestaat in de regionale samenwerking binnen Holland Rijnland en bij de Greenport ontwikkelingsmaatschappij (GOM) - ertoe leidt dat incidentele initiatieven te zeer maatgevend worden bij de realisering van nieuwe woonruimte.
Wij zijn het niet met indiener eens dat de woningbouwprogrammering in onze gemeente of binnen de regio Holland Rijnland te zeer zou worden bepaald door incidentele initiatieven. Dat doet geen recht aan de gestructureerde inzet in het kader van het gemeentelijk Woonprogramma en de woningbouwprogrammering binnen de regio Holland Rijnland. Nog dit jaar start het proces voor de actualisatie van het woonprogramma, zie ook de beantwoording van zienswijze 6.1.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
12.3
Indiener verzoekt gemeente om het stijgend aantal arbeidsmigranten in de Greenport te erkennen. Indiener is van mening dat het faciliterende beleid arbeidsmigratie tekort schiet. Vanaf 2030 wordt dan wel een beperktere stijging te zien t.o.v. nu, maar dit betreft volgens indiener slechts een rekenkundige prognose. Daarbij gaat het om aantallen bovenop de prognose van de reguliere bevolkingsontwikkeling.
Op pagina 43 wordt verwezen naar wonen voor specifieke doelgroepen. Daarbij wordt ook de huisvesting van arbeidsmigranten benoemd.
De derde alinea bij ‘regionale ambities’ op pagina 53 wordt aangevuld: We streven naar een goede balans tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen in de brede zin. Daarbij hebben we ook aandacht voor landschapswaarden, toenemende behoefte aan huisvesting van werknemers, en een gezonde leefomgeving.
12.4
Indiener verzoekt gemeente om een goed geregisseerde participatie bij de uitvoering van de visie toe te passen, en de beginselen die de omgevingswet benoemt naast de algemene trend naar verbetering van de participatie herkenbaar toe te passen.
We voegen op pagina 53 een extra zin toe over de aandacht voor arbeidsmigratie toe: “Daarbij hebben we ook aandacht voor landschapswaarden, toenemende behoefte aan huisvesting van werknemers, en een gezonde leefomgeving. We begrijpen de reactie van indiener. Bij totstandkoming van de omgevingsvisie is uitgebreid geparticipeerd. De uitvoering van de omgevingsvisie gebeurt bij individuele projecten, die getoetst zullen worden aan de omgevingsvisie. Bij projecten die
Op pagina 7, aan het einde van de eerste alinea van paragraaf 1.2 wordt de volgende zin toegevoegd: Ook op het gebied van participatie blijven we ontwikkelen. U kunt hier meer informatie over vinden op de
41
de gemeente zelf initieert en uitvoert heeft de gemeente zelf volledig de controle over het participatieproces.
webpagina https://www.teylingen.nl/participatie
Bij projecten die door private partijen worden georganiseerd is de private partij leidend in het organiseren van de participatie. Gemeente Teylingen hanteert een beleidskader participatie en een leidraad participatie onder de nieuwe Omgevingswet, waar ook particulier initiatiefnemers gebruik van kunnen maken. Participatie onder de Omgevingswet is nieuw voor gemeentes en private partijen. Participatie is daarom deels ook ‘learning by doing’, waarbij we leren van wat er goed en minder goed gaat bij diverse individuele initiatieven. Meer informatie over participatie in gemeente Teylingen is te vinden op de webpagina: https://www.teylingen.nl/participatie
12.5
Verder benoemt indiener dat hij het motto Bloem van Teylingen onderschrijft, wat staat voor het eigen karakter van de 3 dorpen. Dit dient ook behouden te blijven. Dit motto heeft gevolgen voor verdere verstedelijking. Indiener benoemt meerdere redenen waarom het landelijke gebied in Teylingen extra kwetsbaar is vanwege ligging in de randstad (o.a. veel ruimtelijke claims).
We onderschrijven het belang van het behoud van landschappelijke openheid en bestaande zichtlijnen, zoals bij de beantwoording onder 12.1 benoemd. Op de integrale visiekaart is dit gebied dan ook aangeduid als ‘beschermd grasland’ en als weidevogelgebied.
Op pagina 100 wordt de volgende zin toegevoegd aan het einde van de paragraaf “cultureel en beleefbaar”: “De Roodemolenpolder is beschermd grasland, en er wordt aangesloten bij de bescherming zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
42
Indiener ziet de smalle corridor tussen Voorhout en Sassenheim (grasland + sierteelt) als meest kwetsbare onderdeel van landelijk gebied. --> Pagina 100 van de visie benoemt het volgende: “De ambitie is om de Roodemolenpolder een open gebied te houden en zichtlijnen niet te doorbreken”. Indiener vindt dit wat voorzichtig. Indiener stelt daarom: “In de paragrafen 4.4.4. (bollengebied) en 4.4.6. (graslanden) wordt de corridor helaas niet expliciet als te beschermen landschap genoemd. Gezien de kwetsbaarheid van de corridor vinden wij dit een omissie die zou moeten worden rechtgezet.” In de betreffende paragrafen zijn wel passages opgenomen over de toekomstige mogelijkheden van woningbouw, waarbij meest relevant de passage die betrekking heeft op de graslanden in Sassenheim Noord: - geen ruimte voor nieuwe woningen/nieuwbouw - bij bedrijfsbeëindiging is conversie naar woonfunctie met maatwerk denkbaar, mits historisch erfgoed in acht genomen wordt en er sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst en toekomstig gebruik past in de voorziene maatschappelijke transities. Die benadering vertalend naar de corridor, Roode Molenpolder en Mottige polder, lijkt indiener passend. Extra landschappelijke aandachtpunten zijn dan wel: - het intact blijven van de zichtlijnen; zie ook kaartje op blz 33 (par.
3.2.2) - de bescherming van de betreffende graslanden krachtens de provinciale omgevingsverordening (beschermingsklasse 1) - het gegeven dat de van den Berch van Heemstedeweg een hoofdroute is voor het fietsverkeer (zie mobiliteitsplan Teylingen 20234, kaarten nr 13 en 14)
Daarmee wordt ook aangesloten bij het beschermingsniveau uit de provinciale omgevingsverordening.
De ambitie is de Roodemolenpolder een open gebied te houden en zichtlijnen niet te doorbreken.”
Zoals uit de deelgebiedenkaart is op te maken valt het gebied binnen het deelgebied “Graslanden”. Hierin is op pagina 100 inderdaad de door indiener benoemde zin over de gemeentelijke ambities opgenomen. Aan deze zin zal worden toegevoegd dat de Roodemolenpolder beschermd grasland is en dat wordt aangesloten bij de bescherming volgen de provinciale omgevingsverordening.
Indiener verwijst ook naar het feit dat bij de evaluatie van het ISG 2016 geconstateerd is dat er over het omgaan met initiatieven voor woningbouw in het buitengebied nogal wat onduidelijkheid heerst (zie conclusies van het rapport “Vitalere greenport en vitaler landschap, Onderzoek naar de toegevoegde waarde van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport”).
43
12.6
Volkshuisvesting Indiener onderschrijft het nemen van verantwoordelijkheid voor een goede huisvesting van verschillende doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten. Wel stelt indiener dat de manier waarop extra aandacht behoeft. Het flexibel wonen geeft een mate van afhankelijkheid met grote risico’s, zowel voor de arbeiders als lokale gemeenschap. Ook de EU-uitzendrichtlijn en EU-detacheringslijn maakt dat het aannemen van deze migranten financieel voordelig is, maar indiener geeft aan dat ook de adviesraad migratie in 2024 hierover een advies heeft uitgebracht waarin de risico’s hiervan benoemd worden, in directe zin voor de migranten maar ook voor werknemers die moeten concurreren. Het op zeer korte termijn beëindigen van het dienstverband leidt ook tot beëindiging van de huur van de woonunit, iets dat ook voor de lokale gemeenschap gevolgen heeft. Indiener benoemt dat de gemeentelijke medewerking aan huisvesting van deze groep gepaard zou moeten gaan met: - beleid dat meer inhoudt dan het zonder meer faciliteren van arbeidsmigranten. De nu geldende Beleidsregel “Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek” stelt de facto geen getalsmatige grenzen en indiener maakt zich zorgen om de aantallen die nog komen.
Het recente kort na elkaar in de publiciteit komen van nieuwe initiatieven voor woonunits voor arbeidsmigranten illustreert dit voor de indiener. Het faciliterend karakter van de beleidsregel en het daarop afgestemde raadsbesluit (zie het recente raadsbesluit i.z. "Crisis- en herstelwet bestemmingsplan aanvullende bouw- en gebruiksregels Teylingen”) op grond waarvan afwijkingen mogelijk zijn van geldende bestemmingsvoorschriften is hun inziens achterhaald; - bindende afspraken met zowel de inlenende bedrijven, het betreffende uitzendbureau (indien aan de orde), als de verhuurder die misstanden voorkomen;
Op pagina 43 zijn de ambities van de gemeente Teylingen geformuleerd op het thema ‘arbeidsmigranten’. Ook faciliteren we woonmogelijkheden voor specifieke doelgroepen in Teylingen, zoals arbeidsmigranten. Momenteel is de huisvesting van arbeidsmigranten vooral georganiseerd door vormen van logiesverblijf. Een betere bescherming tegen negatieve milieubelasting is gewenst. Ook voor arbeidsmigranten moet sprake zijn van een gezonde en veilige leefomgeving.”
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
De gemeente Teylingen heeft geen instrumentarium dat een getalsmatige begrenzing kan stellen aan het aantal arbeidsmigranten dat in de gemeente werkt en/of gehuisvest wordt. Binnen de Europese Unie geldt een vrijheid voor verplaatsing van inwoners en werknemers. Gemeente Teylingen kan daarop niet sturen. Binnen het thema (huisvesting van) arbeidsmigranten wordt op dit moment al regionaal samengewerkt tussen de gemeenten van de Duin- en Bollenstreek. Verschillende gemeenten hebben de ‘Beleidsregel ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- een Bollenstreek vastgesteld. Bij het opstellen van het Programma Landelijk Gebied en Duurzame Bollenstreek (De opvolger van de
44
- een locatiekeuze die past in de ruimtelijke visie op de toekomst van onze mooie gemeente, met speciale aandacht voor ruimtelijk kwetsbare elementen; - in het geval van beoogde tijdelijkheid, bindende en niet vrijblijvende (boetebeding!) afspraken met de verhurende exploitant van het huisvestingsproject. Indiener benoemt dat regionale samenwerking met andere gemeenten en maatschappelijke partners van groot belang is voor een juiste uitvoering. Er moet voorkomen worden dat aan hapsnap situatie ontstaat waarbij incidentele initiatieven de boventoon voeren. 12.7
Uitvoeringspraktijk Indiener benoemt dat het jammer is dat de momenteel samenwerkende gemeenten in het ISG-gebied gekozen hebben voor een afwachtende houding t.a.v. zich aandienende mogelijkheden grondposities te verwerven bij bedrijfsbeëindiging in het buitengebied. Juist aan de van den Berch van Heemstedeweg kwamen kort na elkaar de nummers 39 en 45 te koop. Indiener verzoekt gemeente om: Slagvaardiger te zijn in deze situaties. Het “voorzorgbeginsel” en “preventief handelen” door hetzij de gemeente Teylingen hetzij GOM kan volgens indiener helpen om proactief in de geest van het geldend bestemmingsplan en de omgevingsvisie en in overleg – beleidskader participatie - met de bewoners van aanpalende wijken passend invulling te geven aan een breed gedragen toekomstvisie.
huidige ISG) wordt hier ook met deze gemeenten over gesproken. We zijn voorstander van betere afspraken met andere ketenpartijen. Dit heeft vanwege de specifieke achtergrond en diepgang echter geen plek in deze omgevingsvisie op hoofdlijnen.
Het regionaal ontwikkelbedrijf van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) werkt op basis van het GOMMeerjarenprogramma (2020-2025) actief aan projecten op het gebied van het opruimen van verrommeling, bollengrondproductie, bollengrondcompensatie, landschapsimpulsen en gebiedsontwikkeling.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
De gemeente Teylingen voert op dit moment geen actief grondbeleid gericht op het verwerven van gronden. Dit is een bewuste keuze vanuit de taakopvatting van de gemeente en de financiële kaders waar de gemeente mee te maken heeft. Bij nieuwe particuliere initiatieven zal de gemeente waar mogelijk sturen op een passende ontwikkeling binnen de kaders van de omgevingsvisie, waarbij wij groot belang toe kennen aan de
45
wijze waarop invulling wordt gegeven aan de participatie met de omgeving.
46
Staat van wijzigingen Tekstuele wijzigingen omgevingsvisie Alle wijzigingen zijn cursief en dikgedrukt weergegeven. 1. Naar aanleiding van zienswijze 3.2 wordt op pagina 54 in de eerste alinea onder gemeentelijke ambities de term ‘leisure’ verduidelijkt: “Met leisure bedoelen we hier watergebonden voorzieningen en bedrijvigheid die goed aansluit op de ligging van het bedrijventerrein Veerpolder aan het water. Anderzijds betreft het recreatieve voorzieningen, niet zijnde detailhandel, op het gebied van sport, wellness en amusement die niet goed in woonwijken of het dorpscentrum inpasbaar zijn.” 2. Naar aanleiding van zienswijze 3.6 wordt aan de alinea “Opwekking duurzame energie” in paragraaf 3.2.3. Energieneutraal en klimaatbestendig op pagina 38 de volgende zin toegevoegd: “In Holland Rijnland verband is besloten dat de regio in 2050 energieneutraal is door 80% van de gebruikte energie in eigen regio op te wekken 20% te importeren.” 3. Naar aanleiding van zienswijze 4.5 wordt in de teksten van paragrafen 4.4.4 en 4.4.6. de term ‘wettelijk beschikbare locaties voor windturbines’ vervangen door “zoekgebieden voor windturbines”. 4. Naar aanleiding van zienswijze 7.1 wordt aan de alinea “Beschermen en benutten archeologie” in paragraaf 3.2.2. de volgende zin toegevoegd: “We blijven hiervoor graag samenwerken met lokale organisaties en vrijwilligers” 5.
Naar aanleiding van Zienswijze 10.3 is een aantal pagina’s gewijd aan de ontstaansgeschiedenis van Warmond, Sassenheim en Voorhout, de gemeente Teylingen en de streek. Dit is toegevoegd vanaf pagina 23. 6. Naar aanleiding van zienswijze 10.5 wordt een zin op pagina 29 wordt als volgt aangevuld: “Voor de strandwallen en strandvlaktes ligt de focus op…” 7. Naar aanleiding van zienswijze 10.11 wordt op verschillende plekken in de omgevingsvisie de frase “behoud van erfgoed” uitgebreid naar “behoud en bescherming van erfgoed”. Het gaat om zinnen op pagina’s 57, 73, 80, 95. 8. Naar aanleiding van zienswijze 10.12 wordt op pagina 91 het thema “cultureel en beleefbaar” als volgt aangevuld: “In dit kader zetten we in op het behoud en versterking van de landschappelijke zichtlijnen, het terugbrengen van laan- en haagstructuren, het behoud en zo mogelijk weer herstellen van zandsloten en de aanwezige cultuurhistorische elementen, zoals de typerende bollenschuren.” 9. Naar aanleiding van zienswijze 10.15 wordt op pagina 95 de bescherming van kenmerkende boerderijen beter geregeld: De zin op pagina 95 wordt aangevuld met “…, waaronder molens, boerderijen en eendenkooi.”
47
10. Naar aanleiding van zienswijze 10.16 wordt de zin “Opgaven binnen (…) innovatieve bedrijvigheid” aangepast naar “Opgaven binnen het samenwerkingsverband Duin- en Bollenstreek” 11. Naar aanleiding van zienswijze 11.7 wordt de zin “een hoogpolig tapijt met mozaïek van landgebruiksvormen met recreatie en teelten die bodemtype reflecteren” op pagina 95” geschrapt. 12. Naar aanleiding van zienswijze 12.3 wordt de derde alinea bij “regionale ambities” op pagina 53 als volgt aangevuld: “We streven naar een goede balans tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen in de brede zin. Daarbij hebben we ook aandacht voor landschapswaarden, toenemende behoefte aan huisvesting van werknemers, en een gezonde leefomgeving.” 13. Naar aanleiding van zienswijze 12.4 wordt op pagina 7 de volgende zin toegevoegd: “Ook op het gebied van participatie blijven we ontwikkelen. U kunt hier meer informatie over vinden op de webpagina https://www.teylingen.nl/participatie” 14. Naar aanleiding van zienswijze 12.5 wordt op pagina 100 de volgende zin toegevoegd aan het eind van de paragraaf “cultureel en beleefbaar”: “De Roodemolenpolder is beschermd grasland, en er wordt aangesloten bij de bescherming zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De ambitie is de Roodemolenpolder een open gebied te houden en zichtlijnen niet te doorbreken.”
Wijzigingen kaartmateriaal omgevingsvisie 1. De integrale visiekaart heeft door middel van ander kleurgebruik een meer representatieve uitstraling gekregen. 2. Naar aanleiding van overleg met gemeente Katwijk zijn drie fietsroutes toegevoegd aan de integrale visiekaart en op de kaart bij paragraaf 3.2.9 “bereikbaar”. 3. Naar aanleiding van zienswijze 1.1 wordt de kaart behorende bij “paragraaf 3.2.3 Energieneutraal en Klimaatbestendig” aangevuld met de hoogspanningsinfrastructuur. 4. Naar aanleiding van zienswijze 3.5 wordt in de legenda van de kaart in paragraaf 3.2.3 de term ‘wettelijk beschikbare locaties voor windturbines’ vervangen door ‘zoekgebieden voor windturbines’. 5. Naar aanleiding van zienswijze 4.3 wordt de positie van een zichtlijn op de kaart in paragraaf 3.2.1 (natuurlijk en groen) aangepast naar een meer toegankelijke locatie, iets ten zuidoosten van de eerder getoonde locatie, ter hoogte van het bestaande uitzichtpunt over de Kagerplassen.
48