Def Nota Zienswijzen Omgevingsvisie Teylingen V4 (2-10-2024).pdf - Def Nota Zienswijzen Omgeving
Tekst van het document
Nota Zienswijzen Samenvatting en beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie Teylingen Een florerende toekomst voor Teylingen
Concept 1 oktober 2024
Inhoud Inleiding ........................................................................................................................................................................................................................ 3 Algemene beantwoording ............................................................................................................................................................................................ 4 Beantwoording zienswijzen.......................................................................................................................................................................................... 5 Staat van wijzigingen .................................................................................................................................................................................................. 47 Tekstuele wijzigingen omgevingsvisie .................................................................................................................................................................... 47 Wijzigingen kaartmateriaal omgevingsvisie ........................................................................................................................................................... 48
2
Inleiding Van donderdag 13 juni t/m woensdag 24 juli 2024 heeft de ontwerp Omgevingsvisie Teylingen ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn in totaal 12 zienswijzen ingediend, die hieronder zijn opgesomd. De NAW-gegevens van natuurlijke personen zijn niet weergegeven, omdat deze beschermd zijn op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens. Nummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Indiener TenneT TSO B.V. Cumela Nederland; brancheorganisatie voor groen, grond en infra. Provincie Zuid-Holland De gezamenlijke gebruikers van De Groot Hemmeerpolder, De Klein Hemmeerpolder, De Hofpolder, De Zwanburgerpolder Indiener (geanonimiseerd) Van Rhijn Projectontwikkeling Archeologische Vereniging Rijnstreek Adviescommissie Omgevingskwaliteit Teylingen Indiener (geanonimiseerd) Stichting Oud Sassenheim, Historische Kring Voorhout, Historisch Genootschap Warmelda Stichting Wei en Water Actiecomité Oranjebuurt
In deze nota hebben we de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Dit betekent niet dat we die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd, niet hebben betrokken bij de beoordeling. Elke zienswijze is in zijn geheel beoordeeld. Hierbij geven we ook steeds aan of de reactie leidt tot een aanpassing of niet. Daar waar we verwijzen naar paginanummers of paragraafnummers gaat het om de pagina- en paragraaf nummering van de ontwerp-Omgevingsvisie in pdf-vorm.
3
Algemene beantwoording De gemeente Teylingen is blij met de verschillende zienswijzen op de ontwerp Omgevingsvisie Teylingen. De zienswijzen hebben in meerdere gevallen geleid tot een aanscherping of een aanvulling van de Omgevingsvisie Teylingen. Ook zijn we dankbaar voor de diverse complimenten die we hebben mogen ontvangen. We bedanken de indieners voor hun zienswijzen. In het algemeen willen we benadrukken dat we de omgevingsvisie beschouwen als een document op hoofdlijnen, dat de lange termijn keuzes voor de fysieke leefomgeving inzichtelijk maakt. De visie schetst kaders en uitgangspunten waarbinnen nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn en biedt inwoners, ondernemers en organisaties op hoofdlijnen inzicht in wat zij kunnen verwachten in de fysieke leefomgeving en waar zij bij initiatieven rekening mee moeten houden. De omgevingsvisie geeft geen blauwdruk over hoe de uitwerking er precies uitziet. Deze afwegingen vinden plaats in projecten en programma’s. Daarnaast worden de kaders en richtlijnen uit de omgevingsvisie vertaald naar regels in het omgevingsplan. Ook het omgevingsplan zal via een uitgebreid proces inclusief participatie worden vormgegeven en hierna worden aangeboden aan de gemeenteraad.
In programma’s vindt de afweging op gebiedsniveau plaats, waarmee verder invulling (concretisering) wordt gegeven aan de integrale afweging die we op hoofdlijnen in de visie hebben gemaakt. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument en kan gebiedsgericht, thematisch of opgavegericht van aard zijn. Naast de omgevingsvisie en de programma’s vormt het omgevingsplan een ander belangrijk Omgevingswetinstrument. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving en vervangt alle huidige bestemmingsplannen. In het omgevingsplan verankeren we de kaders en richtlijnen vanuit de omgevingsvisie en in programma’s. In een aantal zienswijzen is vooral ingegaan op sectorale of individuele belangen. Deze belangen worden erkend en begrepen door de gemeente, maar niet altijd hebben deze (uitvoerig) een plek binnen de omgevingsvisie. De omgevingsvisie heeft een gebiedsgerichte en thematische uitwerking op hoofdlijnen. Een aantal zienswijzen gaat in op een te specifiek detailniveau voor de omgevingsvisie. Het feit dat deze zienswijzen niet leiden tot aanpassingen aan de omgevingsvisie betekent niet dat we het per definitie oneens zijn met deze zienswijzen, maar wel dat deze zienswijzen op een ander moment waarschijnlijk hun uitwerking krijgen in een programma of een project of aan de orde komen in het omgevingsplan. We blijven dan ook graag met deze indieners in contact.
4
Beantwoording zienswijzen In dit onderdeel hebben we de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Dit betekent niet dat we die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd niet hebben betrokken bij de beoordeling. Elke zienswijze is in zijn geheel beoordeeld. Hierbij geven we ook steeds aan of de reactie leidt tot een aanpassing of niet. Daar waar we verwijzen naar paginanummers gaat het om de paginanummering van de ontwerp omgevingsvisie. 1. 1.1
Indiener 1 – TenneT TSO B.V. Samenvatting Zienswijze Indiener stelt dat de ruimtelijke functie van de hoogspanningsinfrastructuur niet is doorvertaald op de verbeelding van de Omgevingsvisie. Volgens indiener kan het met name bij de relatief grootschalige hoogspanningsinfrastructuur waardevol zijn het bestaande en eventueel toekomstige ruimtebeslag op te nemen. Indiener verzoekt daarom een toevoeging van deze functie op de verbeelding te overwegen om een zorgvuldige belangenafweging mogelijk te maken.
Beantwoording zienswijze We nemen het verzoek van indiener ter harte en zullen de beschreven hoogspanningsinfrastructuur en verdeelstation toevoegen aan de kaart bij paragraaf “3.2.3 Energieneutraal en Klimaatbestendig”. Hierin zal de bestaande hoogspanningsinfrastructuur worden opgenomen ter verduidelijking, zoals weergegeven in de afbeelding die indiener heeft meegestuurd.
Overzicht aanpassingen De kaart behorende bij “paragraaf 3.2.3 Energieneutraal en Klimaatbestendig” wordt aangevuld met de hoogspanningsinfrastructuur en het verdeelstation.
Wij zien geen noodzaak in het toevoegen van hoogspanningsverbindingen op de integrale visiekaart. Het eventuele toekomstige ruimtebeslag zal nader worden besproken bij het opstellen van het omgevingsplan of wanneer dergelijke ontwikkelingen zich concretiseren in projecten. Daar wordt dan ook de bijbehorende bescherming opgenomen. Net zoals de verbinding momenteel al wordt weergegeven in het tijdelijk deel
5
1.2
Indiener stelt dat de energievoorziening in Nederland de komende decennia gaat veranderen. Ook daarom kan het nodig zijn dat de komende jaren diverse nutuitbreidingen/wijzigingen gaan plaatsvinden. Ook voor klimaatadaptatie kunnen aanpassingen nodig zijn. Om deze toekomstige ontwikkelingen zo snel mogelijk uit te kunnen voeren, is het gewenst om dit ruimtebeslag op te nemen c.q. te vermelden in de visie.
1.3
Daarnaast vraagt indiener specifiek aandacht voor de volgende onderwerpen: Zonneparken: in de Omgevingsvisie staat volgens indiener niet expliciet vermeld dat zonneparken worden ontwikkeld in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding. Indiener stelt dat, indien dit toch zal gebeuren, zij graag tijdig betrokken worden door vooraf ontwikkelplannen te bespreken. Dan kan beoordeeld worden of verwezenlijking mogelijk is. Dit is mede afhankelijk van de afstand tussen de hoogspanningsverbindingen en het te realiseren zonnepark en de aansluitmogelijkheid op het net.
1.4
1.5
Daarnaast vraagt indiener specifiek aandacht voor de volgende onderwerpen: Kleinschalige windturbines: ondanks niet expliciet vermeld in de Omgevingsvisie wil indiener vragen om een beperkingengebied t.o.v. de aan te houden afstand tot een bovengrondse hoogspanningsverbinding op te nemen (indien kleinschalige windturbines zullen worden toegestaan). Daarnaast vraagt indiener specifiek aandacht voor de volgende onderwerpen: Windturbines: Indien windturbines in nabijheid van een hoogspanningsverbinding mogelijk worden gemaakt, vraagt indiener om bij
van het omgevingsplan (bestaande uit de oude bestemmingsplannen) Het totale ruimtebeslag is op dit moment nog niet concreet genoeg om allemaal op te nemen in de integrale visiekaart. Wel hebben we het verdeelstation dat het grootste ruimtebeslag heeft, en waarvan uitbreiding op dit moment wordt uitgewerkt, op verzoek van indiener toegevoegd aan de kaart in paragraaf 3.2.3 (zie zienswijze 1.1.)
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie, behalve de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 1.1.
Wij onderschrijven het belang van het voeren van vooroverleg met netbeheerders bij plannen die hun belangen raken.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Beperkingengebieden horen thuis in het omgevingsplan.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Wij onderschrijven het belang van het hanteren van het Handboek Risicozonering Windturbines. Dit heeft echter geen plaats in de OVT, maar is aan de orde bij concrete initiatieven.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
6
1.6
1.7
de aan te houden afstand rekening te houden met het Handboek Risicozonering Windturbines. Zij adviseren minimaal deze afstanden aan te houden. Daarnaast verzoekt indiener de gemeente om rekening te houden met risicosituaties die de leveringszekerheid en veiligheid van bestaande infra nadelig kunnen beïnvloeden en daarmee kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Indiener verzoekt de gemeente om ontwikkelingen die mogelijk de betrouwbaarheid en veiligheid van het functioneren kunnen schaden, vooraf af te stemmen met indiener en pas toe te staan na een positief schriftelijk advies. Eveneens wordt verzocht om de toe te passen werkwijze op te nemen in een handboek. Daarnaast verzoekt indiener de gemeente om bij toekomstige plannen of beleidsdocumenten die relevant zijn voor het landelijke hoogspanningsnet, deel te nemen aan het vooroverleg. Zo kan indiener tijdelijk beoordelen of de veiligheid en leveringszekerheid van de hoogspanningsverbindingen in het geding komen en of de plannen technisch uitvoerbaar zijn.
2.
Indiener 2 Cumela Nederland; brancheorganisatie voor groen, grond en infra Samenvatting Zienswijze
2.1
Indiener verzoekt de gemeente om het bestaansrecht van de brancheorganisatie (lid-)bedrijven te erkennen en omgevingswaarden te laten aansluiten bij hun opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Gezien de omvang van de activiteiten, agrarisch en aanverwant nietagrarisch, en het materiaal dat wordt toegepast, is de ligging van de bedrijfslocaties van de bedrijven in het buitengebied essentieel. In de visie wordt een transformatie van de landbouw en tuinbouw beoogd. Dit kan en gaat niet zonder de inbreng en participatie van indiener. Daarom verzoekt indiener de gemeente om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities.
Wij onderschrijven het belang van het voeren van vooroverleg bij plannen die de belangen van de netbeheerders raken. Wij beschouwen de netbeheerder als vaste vooroverlegpartner. Echter heeft dit geen plaats in de OVT.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Wij onderschrijven het belang van het voeren van vooroverleg met de netbeheerder bij concrete planinitiatieven die hun belangen raken. Zie ook de beantwoording op zienswijze 1.6.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
Indiener is een brancheorganisatie voor bedrijven in de groen-, grond-, en infrasector. De omgevingsvisie is een integraal document, waarbij telkens belangen vanuit verschillende hoeken en sectoren moeten worden afgewogen. Het uitgangspunt voor de gemeente Teylingen daarbij is ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’. Hier hoort bij dat agrarische bedrijven in het buitengebied aanwezig zijn, en dat ‘reguliere’, niet-agrarische bedrijven hun plek vinden op industrieterreinen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Hierbij zal de gemeente bestaande rechten uiteraard respecteren.
7
Indiener verzoekt om het bestaansrecht van bedrijven in het buitengebied te erkennen en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
2.2
Indiener verzoekt de gemeente lidbedrijven niet naar een industrieterrein te verplaatsen om mogelijke hinderlijke situaties te voorkomen. Ontsluitingswegen nabij een industrieterrein zijn vaak niet op de machines berekend en het werk is veelal in het buitengebied. Zo worden onnodige verkeersbewegingen voorkomen (hetgeen bijdraagt aan de ambitie in de visie inzake ‘goede toegankelijkheid en veiligheid’).
2.3
Indiener verzoekt de gemeente rekening te houden met het feit dat lidbedrijven ook deels gevestigd zijn in de bebouwde kom op daartoe gevestigde bedrijfslocaties. Van belang hierbij is dat er een goede bereikbaarheid is van de bedrijfslocaties voor groot materieel. Ook dienen de plaatsen waar werk uitgevoerd wordt in de gemeente goed bereikbaar te zijn. Ontsluitingswegen in en rondom de gehele gemeente dienen daarom goed bruikbaar te zijn voor het materieel van onze leden. Het materieel bestaat onder andere uit (landbouw-)voertuigen, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen (graafmachines / shovels) en transportmaterieel. Er wordt daarom verzocht om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van lidbedrijven.
2.4
Indiener verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocaties van lidbedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. Lidbedrijven oriënteren en investeren steeds vaker in de productie en opslag van duurzame energie. Zonnepanelen komen reeds op menig bedrijf voor. Er zijn lidbedrijven die de komende jaren de zelf opgewekte elektrische energie willen opslaan in een energiehub. Door te investeren in
De gemeente is geen voorstander van de nieuwvestiging of grootschalige uitbreiding van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Dit volgt ook uit het regionaal en provinciaal omgevingsbeleid. De gemeente respecteert bestaande rechten van gevestigde bedrijven en voorziet niet in uitplaatsingen. Nieuwe bedrijven zullen echter op de juiste plek terecht moeten komen en zijn in principe alleen gewenst op een bedrijventerrein. Bij het aanleggen van nieuwe infrastructuur of onderhoud dan wel herinrichting van bestaande infrastructuur wordt ook rekening gehouden met de belangen van gevestigde bedrijven die indiener vertegenwoordigd. Een goede en veilige bereikbaarheid is in algemene zin voor de gehele gemeente van belang. Onze ambities zijn verwoord in de mobiliteitsvisie en in hoofdstuk 3.2.9. van de omgevingsvisie.
De regeling van mogelijkheden tot bebouwing en gebruik, waaronder opslag, vindt op perceelniveau plaats in het op te stellen omgevingsplan. De omgevingsvisie is daarvoor niet het juiste document. Zie ook de algemene beantwoording.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
8
energieopslagsystemen kunnen lidbedrijven zelf voorzien in hun energiebehoefte.
3. 3.1
Er wordt daarom verzocht om bij de bedrijfslocatie van lidbedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet de benoemen in de omgevingsvisie.
We juichen de door indiener geschetste ontwikkelingen op het gebied van de productie en opslag in algemene zin toe en zullen initiatieven integraal toetsen aan de afwegingskaders in de omgevingsvisie.
Indiener 3: Provincie Zuid-Holland Samenvatting Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
De Gemeente Teylingen volgt in de omgevingsvisie een jarenlang ingezette lijn en wijkt daar met de voorgestelde teksten in de ontwerp omgevingsvisie niet van af.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Indiener heeft geconstateerd dat de Omgevingsvisie in grote lijnen aansluit bij de beleidsdoelen uit het provinciaal Omgevingsbeleid. Desondanks hebben zij enkele opmerkingen m.b.t. de onderwerpen bedrijventerreinen en energie. Bedrijventerreinen: Indiener verzoekt de gemeente duidelijkheid te verschaffen over mogelijke toekomstige transformaties van bedrijventerreinen, en dit te heroverwegen. Indiener licht toe: In paragraaf 3.2.7 wordt ingegaan op ondernemend Teylingen. Voor het onderdeel bedrijventerreinen wordt er op regionaal niveau tegelijkertijd gewerkt aan een regionale bedrijventerreinenstrategie, waarin duidelijk wordt of in de regio HollandRijnland de vraag en het aanbod aan bedrijventerreinen in balans blijft. Ook transformatielocaties en mogelijke nieuwe bedrijventerreinen worden binnen de regionale bedrijventerreinenstrategie benoemd. Het voorgestelde transformeren van bedrijventerreinen (zoals voorgesteld voor Industriekade en de Jagtlust) is na vaststelling van de herziening 2024 van het Omgevingsbeleid niet meer mogelijk. Gezien er in de Omgevingsvisie geen duidelijke keuze wordt gemaakt, is het wellicht aan te bevelen om hier dus niet tot transformatie over te gaan. Dit geeft ook duidelijkheid richting de bestaande ondernemers.
Het categorisch uitsluiten van toekomstige transformaties van de bedrijventerreinen Industriekade en Jagtlust (gedeeltelijk) vinden wij vanuit het integrale perspectief van de omgevingsvisie en het belang van een gezonde en veilige leefomgeving niet verstandig. De betreffende locaties zijn relatief beperkt van omvang en liggen dicht tegen bestaande woonwijken aan. Transformatie dient wat ons betreft altijd te gebeuren met respect voor de belangen van gevestigde bedrijven.
9
3.2
2. De term ‘leisure’ aan te passen en aan te laten sluiten bij het provinciaal beleid. Toelichting: Het is onduidelijk wat er verstaan wordt onder een ‘leisure’ bedrijventerrein. Dit kan geïnterpreteerd worden als zijnde dat milieucategorieën niet optimaal benut worden op het bedrijventerrein. Mogelijk is er een strijdigheid met het provinciaal beleid, afhankelijk van wat er bedoeld wordt met een ‘leisure’ bedrijventerrein. Er wordt gevraagd om de Omgevingsvisie aan te laten sluiten bij het provinciaal beleid en hierop de term ‘leisure’ aan te passen.
3.3
Veerpolder concreet toe te voegen aan de Omgevingsvisie. Toelichting: Veerpolder wordt genoemd in de concept regionale bedrijventerreinen strategie van de regio als zijnde te transformeren terrein van 6,8 hectare. Dit is niet concreet terug te vinden in de Omgevingsvisie.
3.4
In paragraaf 3.2.3 wordt ingegaan op een klimaatbestendig en klimaatneutraal Teylingen. De ambitie is om in 2050 volledig klimaatbestendig en klimaatneutraal te zijn. Deze ambitie heeft een groot aantal ruimtelijke implicaties. Vergelijkbaar aan het onderdeel bedrijventerreinen is er ook voor energie een regionale strategie opgesteld in de RES, vanwege de grote regionale implicaties van energievoorzieningen en infrastructuur. Omdat de RES een product is van de regio wordt verwacht dat de RES en de Omgevingsvisie op elkaar aansluiten. N.a.v. een vergelijking heeft indiener de volgende opmerkingen/vragen: 1. De zoekgebieden zon en wind op de kaart (paragraaf 3.2.3) komen niet overeen met zoekgebieden op RES 1.0 kaart en/of de provinciale verordening. Het is onduidelijk waarom er gekozen is voor een afwijking van de RES/verordening.
Wij hebben voor het bedrijventerrein Veerpolder de gebiedsvisie Veerpolder vastgesteld waarin voor delen van het bedrijventerrein een transformatie naar leisure wordt nagestreefd, Dit betreft enerzijds watergebonden voorzieningen en bedrijvigheid, Dergelijke bedrijven en voorzieningen zijn ook reeds deels aanwezig op het bedrijventerrein. De gemeente blijft graag met de provincie in gesprek om dit mogelijk te blijven maken.
Aan het bedrijventerrein Veerpolder is op de integrale visiekaart als aanduiding toegekend: “Transformatie bedrijventerrein Veerpolder naar leisure”. In paragraaf 4.4.3 Omgevingsvisie wordt dit eveneens benoemd. Indiener benoemt de verschillen niet concreet. Het verschil betreft in dit geval dat de gemeente Teylingen in het verlengde van de LES, er nadrukkelijk voor heeft gekozen om in de omgevingsvisie geen zoekgebieden voor zon en wind in het Kagerplassengebied op te nemen. Deze keuze is ingegeven door de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied, hetgeen ook volgt uit het beleid van indiener voor het kroonjuweel van het Kagerplassengebied. De omgevingsvisie sluit aan bij bestaand provinciaal en gemeentelijk beleid.
Op pagina 54 wordt verduidelijkt wat wordt verstaan onder leisure, op de volgende manier: Met leisure bedoelen we hier watergebonden voorzieningen en bedrijvigheid die goed aansluit op de ligging van het bedrijventerrein Veerpolder aan het water. Anderzijds betreft het recreatieve voorzieningen, niet zijnde detailhandel, op het gebied van sport, wellness en amusement die niet goed in woonwijken of het dorpscentrum inpasbaar zijn. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
10
3.5
3.6
Voor de zoekgebieden wind wordt in de legenda gesproken over ‘wettelijk beschikbare locaties voor windturbines’, waarom worden die niet ook gewoon zoekgebieden genoemd?
In de RES houden alle bestuurders vast aan een energieneutraliteit van 80% in 2050. Dit streven ontbreekt in de Omgevingsvisie.
De term ‘wettelijk beschikbare locaties’ is inderdaad verwarrend. Daarom wordt in de legenda van de kaart in paragraaf 3.2.3 gebruik gemaakt van de bedoelde term ‘zoekgebieden voor windturbines’.
In de legenda van de kaart in paragraaf 3.2.3 wordt de term ‘wettelijk beschikbare locaties voor windturbines’ vervangen door ‘zoekgebieden voor windturbines’.
Dit wordt ook aangepast in de gebiedsgerichte uitwerking in paragrafen 4.4.4 en 4.4.6.
In de teksten van paragrafen 4.4.4 en 4.4.6. wordt de term ‘wettelijk beschikbare locaties voor windturbines’ vervangen door ‘zoekgebieden voor windturbines’. Aan de alinea “Opwekking duurzame energie” in paragraaf 3.2.3. Energieneutraal en klimaatbestendig wordt toegevoegd:
Indiener geeft terecht aan dat de gemeenten in Holland-Rijnland verband hebben vastgesteld dat in 2050 80% van de energiebehoefte in eigen regio dient te worden opgewekt en dat 20% kan worden ‘geïmporteerd’ van buiten de regio. Dit is gemeentelijk onder andere geland in het Plan Duurzame Ontwikkeling Teylingen 2020-2024. De omgevingsvisie sluit aan bij deze ambitie.
“In Holland Rijnland verband is besloten dat de regio in 2050 energieneutraal is door 80% van de gebruikte energie in eigen regio op te wekken en 20% te importeren.”
Ter verduidelijking is daarvoor in de omgevingsvisie de volgende zin opgenomen in de alinea “Opwekking duurzame energie” in paragraaf 3.2.3. Energieneutraal en klimaatbestendig:
3.7
Wordt er ook rekening gehouden met de juiste verhouding van zon- en windenergie voor een stabiel elektriciteitsnet
“In Holland Rijnland verband is besloten dat de regio in 2050 energieneutraal is door 80% van de gebruikte energie in eigen regio op te wekken en 20% te importeren.” Kijkend naar de ambities en de zoeklocaties uit de RES, is rekening
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
11
gehouden met ruimte voor een dergelijke balans. Het vinden van de juiste balans moet ook uitwerking krijgen in programma’s en concrete projecten.
4.
Indiener 4 De gezamenlijke gebruikers van De Groot Hemmeerpolder, De Klein Hemmeerpolder, De Hofpolder, De Zwanburgerpolder Samenvatting Zienswijze Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
4.1
Indiener brengt volgende punten van de Omgevingsvisie onder de aandacht:
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Pagina 28: - Er is hier geen sprake van intensieve landbouw, vandaar dat indiener zijn bedenkingen heeft bij de gewenste natuur inclusieve kringlooplandbouw en natuurontwikkeling - Bestaande bedrijven moeten levensvatbaar blijven - Bedrijfsontwikkelingen moeten mogelijk blijven, waarbij er ruimte moet zijn voor innovatie en experimenten
Naar aanleiding van de zienswijze heeft een gesprek met indieners plaats gevonden, waarin indieners hun zienswijze hebben toegelicht. In het buitengebied en agrarisch gebied zijn beleid van het Rijk en de Provincie leidend. Binnen de huidige regels is een verbreding van de landbouw mogelijk, onder andere door het mogelijk maken van nevenactiviteiten. Aansluitend hierop loopt het Provinciaal Programma Landelijk gebied, waarin zowel indieners als gemeente belangrijke gesprekspartners zijn. Specifiek voor het deelgebied Veenweidegebied worden hiervoor ook nieuwe ambities, doelen en regels opgesteld. Vooruitlopend op deze uitkomsten kunnen we als gemeente geen aanpassingen doen aan bestaande regels, maar wel binnen deze kaders ruimte bieden aan verbreding en experimenten en innovatie.
12
We onderschrijven het belang van de aanwezige agrariërs in het veenweidegebied om in de toekomst een levensvatbaar bedrijf te behouden en te exploiteren. Daar hoort ook zeker bij dat bedrijven zich verder door kunnen ontwikkelen. Wij zien daarvoor kansen in een veenweidegebied dat bodem- en watergestuurd wordt vormgegeven en gebruikt. We zien dit, gezien de opgaven in dit gebied als dé optie voor een duurzame en rendabele toekomst voor de aanwezige bedrijven. Daarbij is het van groot belang dat gemeente en indieners in gesprek blijven en kansen en bedreigingen blijven verkennen en uitwerken. Het beleefbaar maken van het landschap en het bieden van ruimte voor kleinschalige recreatie zijn mogelijkheden die bestaande bedrijven mogelijk kunnen oppakken om enerzijds rendabel te blijven en anderzijds bij te dragen aan belangrijke doelen op het gebied van bijvoorbeeld biodiversiteit en natuurinclusiviteit In paragraaf 4.4.6 “Graslanden” is ook nader toegelicht dat het ondernemen in het veenweidegebied een toekomst blijft hebben, en dat we als gemeente waar nodig boeren stimuleren onderdeel te zijn van de landbouwtransitie en verbrede landbouw. Ook werken we met een “ja, mits”-principe voor wat betreft
13
nevenactiviteiten bij agrarische activiteiten. Nadere uitwerking hiervan vindt plaats in het op te stellen omgevingsplan. 4.2
Pagina 31: - Hoger grondwaterpeil is een ernstige belemmering voor het gebruik als grasland - Waterberging voor Rijnland is al gerealiseerd in de Haarlemmermeer, Teylingen beschikt met de Kagerplassen al over een aanzienlijke waterberging
Wij staan voor een goede balans tussen agrarisch ondernemen, waterbeheer en natuur in het buitengebied. Wij zijn ons ervan bewust dat de balans tussen het grondwaterpeil en het gebruik van het grasland (begrazing) vraagt om een uitgekiende balans en dat dit zorgvuldige afstemming behoeft tussen partijen, inclusief de betrokken waterbeheerder. Voor de toekomst zal het onderwerp van voldoende waterberging naar valt te verwachten hoog op de agenda blijven staan. Daarom willen wij in het deelgebied Graslanden dit benoemen en niet uitsluiten. Wel zijn wij met indieners eens dat in concrete situaties een zorgvuldige belangenafweging gemaakt moet worden en dat de mogelijkheden van een proactief en slim waterbeheer in het gebied van de Kagerplassen benut moeten worden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
4.3
Pagina 33: Indiener stelt vragen bij het versterken van de zichtlijnen, een (1) specifieke zichtlijn (nabij de eendenkooi en uitkijkpunt Kagerplassen) staat ingetekend op een plek waar niemand kan komen, midden tussen de weilanden.
Wij willen de zichtlijnen graag behouden en waar mogelijk versterken omdat die uitdrukkingen zijn van de kwaliteit en openheid van het landschap en de beleefbaarheid daarvan.
De positie van de bedoelde zichtlijn op de kaart in paragraaf 3.2.1 (natuurlijk en groen) zal worden aangepast naar een meer toegankelijke locatie.
14
De positie van de bedoelde zichtlijn op de kaart in paragraaf 3.2.1 (natuurlijk en groen) zal worden aangepast. 4.4
Pagina 65: Bestaande ligplaatsen bij boerderijen moeten blijven, waarbij ook de ligplaatsen voor pleziervaartuigen van groot belang zijn als nevenactiviteit en inkomstenbron
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Verder heeft indiener geen toelichting gegeven, indien nodig lichten zij bovenstaande punten graag toe.
De omgevingsvisie voorziet niet in het opheffen of saneren van bestaande (legale) ligplaatsen. De juridische regeling voor het toestaan van ligplaatsen en nevenactiviteiten vindt plaats in het op te stellen omgevingsplan.
5
Indiener 5 - geanonimiseerd Samenvatting Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
5.1
Indiener richt zich in het bijzonder op de locatie waar het bollenbedrijf dhr. X is gevestigd.
In algemene zin verwijzen we graag naar de algemene beantwoording, waarin we benadrukken dat de omgevingsvisie een document op hoofdlijnen is en geen afwegingen maakt op individueel perceelsniveau.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Indiener geeft aan meerdere keren aan de gemeente te hebben aangegeven in conclaaf te willen over de toekomstbestendigheid van zijn bedrijf (o.a. geen opvolger). Er wordt geschreven dat er van het oorspronkelijke agrarische karakter van de ’s-Gravendamseweg weinig over is. In contacten met de gemeente zijn door meneer ook minder agrarische invullingen geopperd. Deze zijn altijd afgewezen waarbij als argument zou zijn gegeven dat er gewacht moest worden op de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Indiener heeft geconstateerd dat de afgelopen decennia het gebied meer getransformeerd is van agrarisch gebied naar bedrijventerrein. Indiener stelt dat zijn agrarische bedrijf een vreemde eend in de bijt is geworden en economisch rendabele agrarische bedrijfsuitoefening uit beeld aan het raken is. Er is sprake van (onomkeerbare) versnippering; iets wat, volgens indiener, volgens de Omgevingsvisie juist moet worden tegengegaan. Het wordt als ongeloofwaardig gezien dat dit deelgebied op de kaarten wordt omschreven als bollengebied.
Daarnaast gaan we hieronder kort nog in op de lokale situatie: Het gebied langs de ’sGravendamseweg maakt deel uit van een groter gebied dat is aangewezen als de bollengronden, waarin nog in belangrijke mate sprake is bollenteelt en bollengerelateerde bedrijvigheid. Uitgangspunt voor dit gebied is dat bollengrond bollengrond blijft. Hierover zijn duidelijke regionale afspraken gemaakt. De bestemming op
15
In de visie wordt de vraag gesteld wat de houdbaarheid is van bollengebied dat apart ligt en niet meer is aangesloten. Indiener verzoekt de gemeente om: - bedrijfsmatige activiteiten toe te staan en recht aan te doen aan de ontwikkelingen die jaren geleden al in gang zijn gezet. Dit wordt bestempeld als zeer relevant omdat een grote lokale werkgever interesse heeft om op het perceel van indiener de groei van het bedrijf mogelijk te maken. Op die manier kan een win-win situatie ontstaan die volgens indiener ook planologisch verantwoord in te passen is en niet zal leiden tot extra verkeersbewegingen en qua bouwvolume overeenkomt met de mogelijkheden binnen het huidige bestemmingsplan. Dit past ook bij het doel om de lokale economische bedrijvigheid te stimuleren, zoals genoemd in de visie. Indiener is graag bereid zijn zienswijze mondeling toe te lichten.
gebiedsniveau (bollengebied) is daarmee naar ons oordeel logisch. Op dit moment wordt de ISG herijkt en geactualiseerd naar een Programma Landelijk Gebied & Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. Hierin zullen mogelijk wijzigingen worden aangebracht op het bestaande beleid omtrent de bollengronden. Keuzes omtrent (her)verkaveling, (bollengrond)compensatie en verandering van toegestane activiteiten vinden plaats in het programma landelijk gebied. Vooruitlopend op dit programma worden in de omgevingsvisie hier nog geen nieuwe of andere keuzes over gemaakt. Het is juist dat op perceelsniveau soms sprake kan zijn van andere functies/bestemmingen. Dat wordt niet in de omgevingsvisie geregeld, maar in het omgevingsplan. Als indiener een levensvatbaar plan heeft voor de toekomst van zijn bedrijf, dat per saldo een positieve bijdrage levert aan de doelstellingen voor het gebed, is indiener altijd welkom om dit te bespreken met de gemeente.
6
Indiener 6 Van Rhijn Projectontwikkeling Samenvatting Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
16
6.1
Ten eerste complimenten van de indiener voor de goed doordachte visie en toekomstgerichtheid, met een nadruk op duurzaamheid en een evenwichtige leefomgeving. Indiener benadrukt de locaties Herenweg 86B en 90 te Warmond. Deze locaties worden in de visie gekenmerkt als ‘Graslanden op strandwal’. In het BP Buitengebied Teylingen zijn de gronden bestemd als enkelbestemming ‘Agrarisch-Bollenteelt-Waardevolle graslanden’. Momenteel worden de gronden gebruikt voor plantenkweek, grasland en staan er opstallen, waaronder kassen. De locatie ligt dicht bij de bebouwde kom van Warmond en indiener ziet deze locatie als een logische en strategische plek voor woningbouwontwikkeling, bijdragend aan de doelstellingen in de Woonvisie. Indiener geeft aan dat er recent afspraken zijn gemaakt met twee grondeigenaren die bereid zijn hun gronden te verkopen om te laten ontwikkelen tot woningbouwlocatie. Naar hun inziens sluiten deze plannen goed aan bij de woningbehoeften van de gemeente. Indiener benadrukt de bijdrage aan Woonvisie van de gemeente Teylingen: - diversiteit van woningaanbod: een mix van woningtypes, incl. sociale huurwoningen en koopwoningen. - duurzaamheid en energie: het realiseren van energiezuinige en milieuvriendelijke woningen d.m.v. zonnepanelen, warmtepompen en hoogwaardige isolatie.
- levensloopbestendig wonen: woningen ontwikkelen die geschikt zijn voor verschillende levensfasen.
Allereerst dank voor uw complimenten en het meedenken over mogelijke locaties voor woningbouw op lange termijn. Het huidige woonbeleid legt in de programmering het accent op ontwikkeling van Nieuw Boekhorst en inbreidingslocaties in de bestaande kernen. Tot 2030 kan daarmee worden voorzien in de woningbehoefte. De Behoefte na 2030 bedraagt circa 700 woningen. Eind 2024 wordt gestart met een actualisatie van het Woonprogramma op basis van actuele gegevens en behoefteramingen. Hierbij wordt ook de wenselijkheid/noodzaak van extra opties en locaties voor woningbouw op de lange termijn gewogen. Dit moet wat ons betreft plaats gaan vinden in een zorgvuldig proces met een integrale afweging van opties/locaties. Wij willen vooruitlopend hierop niet al specifieke locaties aanwijzen. De mogelijkheden zijn ook afhankelijk van de ontwikkelingen rondom de beleidskaders rijk en provincie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Daarnaast is de ideale ligging nabij voorzieningen en uitvalswegen een grote pré. Deze nabijheid vergroot de leedbaarheid en maakt het een aantrekkelijke woonlocatie. Het “Straatje er bij” principe richt zich op het toevoegen van woningen aan de randen van bestaande kernen. Indiener breidt dit graag uit naar “een wijkje erbij”, een uitbreiding die naadloos aansluit op bestaande infrastructuur en voorzieningen, wat een bijdrage aan de vermindering van woningnood oplevert.
17
Indiener geeft aan ervaring te hebben met bouwprojecten binnen de gemeente Teylingen en zeer bekend te zijn met het ambtelijk werkgebied van HLTSamen. Daarnaast zijn ze volop in samenwerking met woningcorporatie STEK. Indiener verzoekt de gemeente om: gezamenlijk de mogelijkheden voor ontwikkeling van deze locatie nader te verkennen en bestempelt de bereidwilligheid van de grondeigenaren om hun perceel te verkopen als een unieke kans.
7
Indiener 7 Archeologische Vereniging Rijnstreek Samenvatting Zienswijze
7.1
Indiener verzoekt de gemeente om in de Omgevingsvisie nadrukkelijk aandacht te besteden aan de rol en medewerking van archeologie vrijwilligers bij de voorbereiding van ruimtelijke ontwikkelingen en concrete opgravingen. Indiener geeft aan ruimschoots ervaring te hebben en wil in contact blijven over ruimtelijke ontwikkelingen die archeologisch van belang kunnen zijn.
7.2
Indiener verzoekt de gemeente om in de Omgevingsvisie aan het eind van paragraaf 3.2.2 ‘Cultureel en Beleefbaar’ aan de tekst onder het kopje ‘Beschermen en benutten archeologie’ toe te voegen dat de inzet van vrijwilligers vanuit het maatschappelijk veld belangrijk is, en dat deze meer
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
We waarderen de inzet en de rol van vrijwilligers bij het beschermen en onder de aandacht brengen van archeologische waarden en zullen dit benoemen in de omgevingsvisie in paragraaf 3.2.2. “Cultureel en beleefbaar”.
Aan de alinea “Beschermen en benutten archeologie” in paragraaf 3.2.2. wordt de zin toegevoegd: “We blijven hiervoor graag samenwerken met lokale organisaties en vrijwilligers”
Er wordt geen aparte rol voorzien voor vrijwilligers bij de voorbereiding van ruimtelijke ontwikkelingen. In de huidige wet- en regelgeving is het beschermen van archeologische waarden voldoende geborgd en zijn archeologische onderzoeken aan strenge voorwaarden gebonden, waardoor deze alleen door specialisten mogen worden uitgevoerd en beoordeeld door het bevoegd gezag. We waarderen de inzet en de rol van vrijwilligers bij het beschermen en onder de aandacht brengen van archeologische waarden en zullen dit benoemen in de omgevingsvisie in
Zie de aanpassingen naar aanleiding van zienswijze 7.1
18
betrokken mogen worden bij ruimtelijke ontwikkelingen met archeologisch belang.
8 8.1
8.2
paragraaf 3.2.2. “Cultureel en beleefbaar”.
Indiener 8 Adviescommissie Omgevingskwaliteit Teylingen Samenvatting Zienswijze Indiener waardeert de wijze waarop de Omgevingsvisie een inzichtelijk document is geworden. De borging van én het levendig maken én het behouden van erfgoed is volgens indiener nog niet geheel evenwichtig. Daardoor is het niet altijd goed te herkennen hoe erfgoedwaarden behouden kunnen blijven. Indiener verzoekt daarom de gemeente om: - aandacht te hebben voor de overgang van de visie naar de praktijk en de advisering door indiener. Dit is van belang omdat de visie straks één van de toetsingskaders is voor advisering aan gemeente. Daarom is het volgens indiener belangrijk om: - van elke dorpskern het eigen karakter te benoemen, i.p.v. enkel onder één web te plaatsen. Het erfgoed beschermd gezicht Warmond zou eigen overwegingen moeten krijgen. Ook de regels voor rijksmonumentaal erfgoed zijn nog niet goed vertaald in de visie.
Beantwoording zienswijze Dank voor de uitgesproken waardering. Wij zijn indiener erkentelijk voor de suggesties. Daarnaast waarderen we de constructieve vragen van indiener, zodat indiener in de toekomst goed kan adviseren aan de gemeente. en zullen enkele zinnen toevoegen in hoofdstuk 4. Dit wordt per zienswijze hieronder nader toegelicht.
Overzicht aanpassingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
In paragraaf 4.4.1 krijgt elk thema naast een algemene toelichting, ook een toelichting per dorpscentrum. Daarmee zijn naar onze mening de verschillen tussen de dorpskernen voldoende uitgelicht.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
Het is juist dat Warmond op dit moment meer beschermd is dan Sassenheim en Voorhout, vanwege het beschermd gezicht Warmond. Hierin voorzien we geen wijzigingen. Het beschermen van het dorpsgezicht Warmond wordt op pagina 35 en 74 benoemd en toegelicht. De monumenten worden door een gemeentelijke verordening beschermd en ook het dorpsgezicht wordt via het omgevingsplan beschermd. Een nadere toelichting is daarom in de omgevingsvisie niet benodigd.
19
Bij het actualiseren van het omgevingsplan in Warmond zal de bescherming van het dorpsgezicht en de andere monumenten opnieuw worden meegenomen en blijft het huidige beschermingsniveau intact. In de centrumvisie en uitwerking van de centrumplannen (zie pagina 71) wordt aandacht besteed aan de specifieke karakters van de drie dorpskernen.
8.3
De afbeeldingen beter bij de tekst aan te laten sluiten. De afwegingen die gemaakt zijn in de spinnenwebdiagrammen hebben een nadere toelichting nodig. Bijvoorbeeld: ‘Energieneutraal en klimaatbestendig’ staat in de deelgebieden ‘dorpscentra van de drie dorpen’ en ‘woongebied van de drie dorpen’ hoger dan ‘cultureel en beleefbaar’. Bij het deelgebied ‘Kagerplassen en omgeving’ staat ‘cultureel en beleefbaar’ hoger dan bij de dorpscentra. Deze hiërarchie is wat indiener betreft onvoldoende genuanceerd en contextafhankelijk.
Naar aanleiding van zienswijze 10.3 wordt een pagina over de ontstaansgeschiedenis van de dorpen, het buitengebied en gemeente Teylingen geschreven. Hierin zal het karakter van de drie kernen vanuit historisch oogpunt worden beschouwd. Het gaat in de afwegingskaders over de de gemeentelijke ambities per thema voor de toekomst, waarbij een minimale inzet (bolletje 1) het behoud van de huidige situatie voorstelt. In het geval van cultureel en beleefbaar zetten we niet maximaal in op het beleefbaarder maken van de dorpscentra, maar wel ‘gemiddeld’ omdat naar onze mening er al veel kwaliteiten zijn, maar ook omdat er niet altijd ruimte is voor meer cultuur of beleefbaarheid. Uiteraard zetten we ons er voor in deze kwaliteiten te behouden en te versterken.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
20
Daar tegenover staat dat de menselijke rol in klimaatverandering een grote druk legt op de toekomst. Daarvoor zijn met name in de kernen, waar veel oudere woningen staan, grotere inspanningen nodig om energieneutraal en klimaatbestendig te worden dan op andere plekken in de gemeente. Omdat we vinden dat het onderdeel cultureel en beleefbaar al beter is georganiseerd dan het realiseren van energieneutrale en klimaatbestendige dorpscentra geven we aan het laatste onderdeel een hogere score. In het Kagerplassengebied zien we wel meer ruimte om het gebied beter beleefbaar te maken en de landschappen en cultuurhistorie meer naar voren te halen. Hier ligt voor dit onderdeel een grotere opgave dan in de dorpscentra, waar we vinden dat de situatie al beter is.
8.4
- Op pagina 35 staat het spanningsveld waarin indiener moet adviseren goed uitgelegd, maar in het kader van de goede voorlichting en de bruikbaarheid zijn het de andere onderdelen van de visie die op de voorgrond zullen treden. Met name in hoofdstuk 4.3 komen de intrinsieke waarden van de omgevingskwaliteit in het algemeen en erfgoed in het bijzonder in het geding. Dat betekent dat in de getekende
Daarnaast zijn de beschermde dorpsgezichten en gemeentelijke en rijksmonumenten al in de basis zeer goed beschermd. Daaraan wordt niks gewijzigd, zoals ook hierboven al benoemd. Een goede omgevingskwaliteit is naast veiligheid en gezondheid een centrale doelstelling in de Omgevingswet.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
In het thema ‘cultureel en beleefbaar’ is zoals indiener terecht noemt het onderdeel omgevingskwaliteit ook
21
belangenafweging het eigenbelang van de omgevingskwaliteit onvoldoende sterk naar voren komt om voor de lezer herkenbaar te zijn.
opgenomen en verhelderd op welke manieren deze onderdeel is van bijvoorbeeld planvorming. Cultureel en beleefbaar is in het webdiagram opgenomen als één van de thema’s en naar onze mening daarom voldoende geborgd in de omgevingsvisie. Voor de werking van het integrale afwegingskader (‘de bloem’) verwijzen we naar de beantwoording op zienswijze 8.3.
8.5
- nadere aandacht te schenken aan het opnemen in de visie van landschappelijke erfgoedwaarden en de context waarin het erfgoed zich bevindt. Indiener is van mening om landschapselementen zoals zandsloten, karakteristiek groen en historische landwegen op te nemen in tekst en verbeeldingen in de visie. In het landelijk gebied zou de historischlandschappelijke onderlegger benoemd kunnen worden als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het opnemen in de visie vraagt indiener ook om het in de werkwijze van de gemeente op te nemen (planvorming en uitvoering). Indiener adviseert graag over erfgoedwaarden en ziet aanleiding om juist waar het gaat om de context van monumenten en de landschappelijke waarden nader te ondersteunen.
Voor het landelijk gebied in de gemeente Teylingen wordt in regionaal verband de huidige ISG geactualiseerd naar een Programma Landelijk Gebied & Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. In dit programma krijgt het landschap en cultuurhistorie in het landelijk gebied veel aandacht en wordt gewerkt aan een landschapsstrategie voor de regio. Vooruitlopend op dit programma neemt gemeente Teylingen geen nieuwe teksten op in de omgevingsvisie dan die teksten die nu genoemd staan.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Daarbij merken we op dat bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, de context en het landschap altijd worden meegewogen.
22
Bij concrete planontwikkelingen nodigen we indiener ten allen tijden uit om mee te denken en te adviseren. 9
Indiener 9 Geanonimiseerd Samenvatting Zienswijze Introductie Indiener, wonende te Warmond op de Wasbeeklaan 37, is een aantal jaren bezig met een nieuwe invulling op haar woonlocatie. Het perceel heeft in het verleden een agrarische bestemming gehad, waarbij ca 1.600m2 aan kassen en 200m2 aan bedrijfsruimte. De kassen zijn in 1993 na de nieuwbouw van de woning verwijderd, waarbij er toen geen gebruik is gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling. Tot die tijd lag er achter de kassen een onrendabel driehoekig perceel dat voornamelijk voor kleinvee werd gebruikt. Het totale perceel is ca 6.750m2 groot en heeft op dit moment de bestemming Wonen met een bouwvlak van ca 3.300m2 en de bestemming Tuin voor de overige 3.450 m2, die ook zo is ingericht. De bestemming van dit deel van Warmond is grotendeels Agrarisch Grondgebonden Veehouderij en Bollenzone. Indiener geeft aan dat er op een relatief klein oppervlak echter een grote diversiteit aan functies is, zoals een trein/busstation, horeca, wonen, tuin, kassen en recreatie. Op de kaarten lijkt het gebied een bollenzone; in werkelijkheid is deze zone ter plaatse van de Wasbeeklaan minimaal. In de visie wordt dit gebied rondom het station meerdere keren genoemd (blz. 8, 41, 52 en 56).
Indiener merkt op dat in de Omgevingsvisie meerdere malen ambities benoemd worden en indiener ziet hierin ook mogelijkheden om opties voor de locatie rond het station (zoals Wasbeeklaan 37) te onderzoeken. Zo wordt er in de visie het volgende genoemd: - Blz 10: beleefbaar en toegankelijk maken van de Kagerplassen, ook voor mensen die geen boot hebben. -Blz 12: Het Rijk heeft als één van de vier prioriteiten: toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Combinaties van functies i.p.v. enkelvoudig gebruik.
Beantwoording zienswijze Allereerst verwijzen we graag naar de algemene beantwoording aan het begin van deze Nota van zienswijzen. De omgevingsvisie is niet de plek om het over individuele percelen of initiatieven te hebben.
Overzicht aanpassingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie.
Tegelijkertijd willen we wel ingaan op enkele door de indiener beschouwde tegenstrijdigheden. De gemeente is van mening dat de teksten in de omgevingsvisie elkaar niet tegenspreken. Daarnaast is de tekst uit paragraaf 3.2.8 grotendeels afkomstig uit de in oktober 2021 vastgestelde Visie op Verblijfsrecreatie Hillegom, Lisse, Teylingen. Daarmee is de omgevingsvisie in lijn met al bestaande beleid. Zoals indiener terecht aanhaalt wordt op pagina 58 genoemd dat verblijfsrecreatie initiatieven moeten passen binnen het betreffende gebied. De gemeente is van mening dat in het gebied aangeduid als ‘bollengebied’, bungalowparken niet wenselijk zijn.
23
- Blz 15 en 31: Regionaal – Strategische Agenda: ‘onze economie rust in sterke mate op de onderdelen recreatie en toerisme’. Ook wordt hierin waterberging en gebruik van slimme mobiliteit genoemd. - Blz 19: De omgevingsvisie is geen inrichtingsplan maar gaat over strategische ambities en keuzes op hoofdlijnen. - Blz 22: wordt benoemd dat Teylingen een hoge recreatieve en toeristische potentie heeft. Gebruik maken van de bestaande verkeerswegen (spoor/weg/water), vergroten oppervlaktewater in veenweidegebied. - Blz 29: ‘..ruimte bieden voor recreatieve ontwikkelingen op het water..’ ‘Meedenken met initiatiefnemers hoe initiatieven goed ingepast kunnen worden (landschap en biodiversiteit).’ - Blz 57/58: Om toeristen langer vast te houden (versterken in oktober tot maart) willen we verblijfsgebieden ontwikkelen of versterken. Ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan cultuurlandschappen en flora en fauna. - Blz 58: Nieuwe en bestaande verblijfsrecreatie initiatieven moeten passen bij de identiteit van ons gebied. We gaan de mogelijkheden voor verblijven en routes op en aan het water vergroten. Indiener vindt het verrassend dat er op blz. 58 wordt benoemd dat nieuwe bungalowparken niet toegestaan zijn. Dit wordt als erg stellig opgevat, zeker gezien de eerder benoemde ontwikkelingsmogelijkheden.
Indiener stelt dat het onduidelijk is vanaf welk aantal huisjes dit geldt en wellicht zou dit per situatie moeten worden omschreven. Ook leest indiener dat er mogelijkheden worden geboden voor pop-up campings met tijdelijke bebouwing voor beheer en voorzieningen. Hiermee wordt de mogelijkheid de kop in gedrukt om met de gemeente in gesprek te gaan over recreatieve oplossingen om juist ook in de periode oktobermaart de toeristen langer vast te houden en kansen voor recreëren te creëren aan en op het water en tot slot het benutten van een locatie dat bereikbaar is met openbaar vervoer. - daarnaast is indiener van mening dat er gemeten wordt met twee maten. In de Omgevingsvisie wordt namelijk benoemd dat langs infrastructuurlocaties wordt onderzocht of er zonnevelden kunnen worden
Overigens wordt verblijfsrecreatie daarmee niet volledig uitgesloten in het bollengebied, enkel grootschalige verblijfsrecreatie zoals door indieners geschetst, zoals waterwoningen, recreatiewoningen e.d. is niet gewenst in bollengebied. Een eventuele ontwikkeling samen met het naastgelegen agrarische bedrijf is dan ook evenmin gewenst. In feite is er sprake van een specifieke wens van indiener, die mogelijk niet past bij wat de gemeente voor ogen heeft met het bollengebied. Daarnaast benoemt indiener de zoekgebieden voor zonne-energie langs infrastructuur. Deze zoekgebieden zijn eerder besproken bij het opstellen van de regionale energie strategie en de lokale energiestrategie. De gemeente onderzoekt hoe en wanneer hier ruimte is voor zonne-energie. Dit betekent niet dat er uiteindelijk op deze hele strook ook zonne-energie zal worden opgewekt, maar de gemeente wil deze mogelijkheid voor de toekomst wel openhouden. Een gesprek of vooroverleg over bijvoorbeeld kleinschalige recreatieve voorzieningen (zoals een B&B) op het woonperceel met tuin van indiener is altijd mogelijk, maar grootschalige ontwikkelingen zijn niet wenselijk.
24
geplaatst (blz. 36). Dit zijn o.a. percelen ten zuiden van de spoorweg (die naast indieners zijn perceel loopt) en de bestemming Agrarisch Bollenteelt - waardevolle graslanden/Bollenzone1 hebben. Indiener stelt hierover het volgende: “Indien deze locaties gevoelig zouden zijn dan zou je ze op voorhand al niet in de omgevingsvisie noemen terwijl dit gebieden zijn die minder ingesloten liggen dan de percelen aan Wasbeeklaan. Hier lijkt te worden gemeten met 2 maten omdat tot nu toe op onze locatie met de bestemming wonen en tuin niets mogelijk lijkt te zijn.”. Indiener verzoekt gemeente om: - De tekst op bladzijde 58 zodanig aan te passen dat deze de daarvoor beschreven ambities van de gemeente Teylingen mogelijk kan blijven maken. Er zou ook een gesprek met de gemeente mogelijk moeten zijn over wat er wel mogelijk is op het perceel Wasbeeklaan 37 (en eventueel 35) te Warmond. - Na te denken over versterking van de lintbebouwing, zoals dat in de toekomst ook kan gebeuren op de Wasbeeklaan 35, woonboten, tiny houses voor sloepeigenaren om in te overnachten, recreatiewoningen aan of op het water. Dit energieneutraal uitgevoerd, waarbij recreatiewoningen op het water minder of niet afhankelijk van de grondwaterstand of waterstand van de polders zijn.
10
10.1
Indiener 10 Stichting Oud Sassenheim, Historische Kring Voorhout, Historisch Genootschap Warmelda Samenvatting Zienswijze Indiener verzoekt de gemeente om: De coverfoto van de Omgevingsvisie te heroverwegen voor een evenwichtiger beeld: een agrarisch plaatje (een bollenveld) wordt niet als passend gezien omdat in Sassenheim amper meer sprake is van bollenvelden en Warmond een prachtig watergebied heeft en rijk is aan rijks- en gemeentelijke monumenten. Wel wordt het gewaardeerd dat de Ruïne van Teylingen in beeld is gebracht
Beantwoording zienswijze Er is zorgvuldig nagedacht over de omslagfoto. Door het opnemen van de ruïne van Teylingen, staan we stil bij de verre oorsprong van onze gemeente(naam). De bloeiende narcissen laten onze gemeente op haar mooist zien en tonen een essentieel onderdeel van onze geschiedenis en
Overzicht aanpassingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
25
10.2
10.3
Indiener verzoekt de gemeente om zolang de ISG bestaat, de intergemeentelijke regeling te noemen en inhoudelijk te beschrijven bij de context van de ontwerp Omgevingsvisie Teylingen (1.3, pag. 12). Verderop (pag. 29) wordt het ISG-beleid immers aangehaald. Nu wordt op blz. 19 Holland Rijnland als laatste schaalniveau genoemd, en mist de beschrijving van de Intergemeentelijke Structuurvisie Duin- en Bollenstreek.
Indiener verzoekt de gemeente om hoofdstuk 2 (de identiteit van Teylingen) aan te vullen met de ontstaansgeschiedenis van de drie dorpen en tot welke karakterverschillen dit onderling heeft geleid. Daarnaast zou indiener het op prijs stellen als m.b.t. Sassenheim, naast Park Rusthoff, ook de bollenschuren en bollenvilla’s als karakteristiek voor het dorp worden aangeduid. Velen zijn een rijks- gemeentelijk of beeldbepalend monument. Toelichting: momenteel lijkt het in de tekst alsof de historie van Teylingen er niet toe doet; de ontstaansgeschiedenis van de drie dorpen wordt overgeslagen.
identiteit, die goed past bij het motto en de titel van onze omgevingsvisie: “Een florerende toekomst voor Teylingen”. Dat betekent niet dat er in de gemeente niet nog veel meer moois is te vinden. Deze mooie plekken komen ook uitgebreid aan de orde in de visie, bijvoorbeeld de kernen Sassenheim en Warmond. In paragraaf 1.3 wordt de Duin- en Bollenstreek als samenwerkingsverband genoemd in relatie tot de strategische agenda ruimte Duin- en Bollenstreek. De ISG wordt ook in dit regionale verband opgepikt. Op dit moment wordt de ISG herijkt naar het Programma Landelijk Gebied & Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. In een volgende versie van de omgevingsvisie zal dit programma meer aandacht krijgen in hoofdstuk 1. We onderschrijven het belang van de ontstaansgeschiedenis van de drie dorpen die nu samen met het landelijke gebied de gemeente Teylingen vormen. Om die reden is het verzoek van indiener opgevolgd en is een beknopte geschiedenis opgenomen als contextuele pagina bij de omgevingsvisie. We hebben hiervoor dankbaar gebruik gemaakt van de beschikbare informatie op de websites van de historische verenigingen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
Een beknopte beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van de drie dorpen wordt als contextuele pagina opgenomen in de Omgevingsvisie. Gezien de omvang van voorgestelde wijziging, wordt voor de volledige tekst naar de aangepaste omgevingsvisie verwezen.
26
10.4
10.5
10.6
Indiener verzoekt de gemeente om de zinsnede (pag. 28) over het creëren van stevigere oost-west verbindingen af te zwakken vanwege de te verwachte landschappelijke schade. De zin is te sterk uitgedrukt voor een visiedocument. Toelichting: in de ontwerp Omgevingsvisie zijn de centrale opgaven voor Teylingen uitgewerkt (pag. 26). Bij de opgaven worden dilemma’s beschreven, waarbij ambitie en bestaand beleid niet altijd evenwichtig is beschreven. Bijvoorbeeld: Teylingen wil als opgave inzetten op behoud en versterking van de diversiteit in landschappen met aandacht voor cultuurhistorie (pag. 28). Een paar regels verder wordt als opgave gesteld dat “qua routes wordt ingezet op het creëren van stevigere oost-west verbindingen”. Indiener vindt de uitspraak (het creëren van stevigere oostwest verbindingen) te beleidsmatig en te sterk uitgedrukt t.o.v. de uitgesproken ambitie aandacht te hebben voor het behouden en versterken van de diversiteit van het landschap. Indiener verzoekt de gemeente om op pagina 29 bij de zin “voor de strandwallen de focus ligt op de cultuurhistorische en recreatieve waarde van de landgoederenzone en de bollenteelt…” de woorden ‘en strandvlaktes’ toe te voegen. Indiener heeft moeite met enkel de duiding strandwallen, want voor strandvlaktes geldt dit ook.
Indiener verzoekt de gemeente om op pagina 29 zaken als besluitvorming, verrommeling en het principe ‘de vervuiler betaalt’ als aandachtspunten voor nieuw ISG-beleid in de tekst op te nemen. Toelichting: Even verderop wordt het ISG-beleid aangehaald. Dit voor natuur, landschap en erfgoed vaak ongelukkig uitgevoerde beleid wordt nu herzien. De governance van het beleid was gebrekkig en veel zaken waren bij de regelgeving niet gedefinieerd.
Indiener en gemeente verschillen hier van mening. Het op termijn creëren van stevigere oost-west verbindingen is integraal onderdeel van het toekomstbestendig en toegankelijk maken van onze landschappen, net als het inzetten op het behoud en versterking van de diversiteit in de landschappen met aandacht voor cultuurhistorie. Beiden gaan hand-inhand en moeten elkaar in de toekomst aanvullen. Zo maken we de landschappen beter beleefbaar.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
De gemeente is het eens met indiener. Aan de zin wordt “strandvlaktes” toegevoegd.
De zin op pagina 29 wordt als volgt aangevuld: Voor de strandwallen en strandvlaktes ligt de focus op…
De herijking van het ISG-beleid vindt op het moment van verschijnen deze Nota van Zienswijzen plaats. Daarom worden er in de Omgevingsvisie geen nadere uitgangspunten benoemd voor dit beleid.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de omgevingsvisie
Goed om te vermelden is wel dat de door indiener genoemde thema’s wel integraal onderdeel vormen van de herijking van de ISG, waaronder het thema verrommeling en certificering van bollenteeltgerelateerde bedrijvigheid.
27
10.7
Indiener stelt dat: - Zij nogal eens de ervaring hebben gehad dat kaarten zoals in H3 verwarring scheppen. Er is aan de kaarten geen rechten ontleend, maar er zal straks bij het maken van omgevingsplannen worden teruggevallen op deze kaarten. Missen er elementen, dan kan het lastig worden dit element later in een Omgevingsplan of programma ingevoerd te krijgen. Indiener mist tevens ook de vermelding van de Cultuurhistorische Waardenkaart Teylingen (CHWT). Indiener weet niet beter dat deze nog gemaakt of gepubliceerd moet worden. Andere gemeenten hebben hun CHW al online staan. Indiener verzoekt daarom: - Bij hoofdopgave 2 in de tekst en op kaart 3.2.2 meer landschappelijke elementen te benoemen, zodat deze later niet over het hoofd worden gezien als de omgevingsplannen en omgevingsprogramma’s worden vastgesteld. Benoeming nu is ook belangrijk voor (de later te vervaardigen Cultuurhistorische Waardenkaart Teylingen.