Bijlage 6 concept Energie Maatwerk Advies BouAd.pdf
Tekst van het document
071 361 17 22 info@bouAd.nl www.bouAd.nl
ENERGIE-MAATWERKADVIES RAADHUISPLEIN 1-3 TE VOORHOUT
Zeeweg 144 2224 CH te Katwijk
Villapark 3 3051 BP Rotterdam
Betreft:
Energie-maatwerkadvies
Opdrachtgever:
HLTsamen dhr. W. Geerlings
Adviseur:
bouAd adviesgroep bv Joost van der Meer & Jesse Emmelot
Datum inspectie:
26 juni 2024
Versie:
c01
Status:
Concept
Registratienummer:
n.t.b. – na registratie DEF-rapport
Disclaimer: Alle rechten van het intellectuele eigendom betreffende teksten en afbeeldingen in dit rapport liggen bij bouAd adviesgroep bv. Kopiëren, verspreiden en elk ander gebruik van deze teksten en afbeeldingen is niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van bouAd adviesgroep bv, behoudens en slechts voor zover anders bepaald in regelingen van dwingend recht (zoals citaatrecht), tenzij bij specifieke teksten en afbeeldingen anders aangegeven is. De resultaten van het rapport mogen, onder vermelding van bouAd adviesgroep bv, echter wel zonder schriftelijke toestemming gedeeld worden. De energieberekeningen en uitkomsten van deze rapportage zijn opgezet volgens de ISSO publicatie 75.2, methode 2020, 6e druk, waar de NTA8800 aan ten grondslag ligt. De berekeningen zijn vastgesteld middels hiervoor geattesteerde software.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 2 van 40
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ............................................................................................................... 3 1.
Inleiding .................................................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9
2.
Beschrijving van het gebouw .................................................................................. 10 2.1 2.2 2.3 2.4
3.
Het Energie Prestatie Certificaat .................................................................................................. 16 Het werkelijke energiegebruik ...................................................................................................... 16 Het berekende energiegebruik .................................................................................................... 16 Het fitten van het energiegebruik ................................................................................................. 17
Energiebesparingsadvies ....................................................................................... 18 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5.
Algemene gegevens .................................................................................................................... 10 Bouwkundige eigenschappen ..................................................................................................... 11 Installatietechnische eigenschappen .......................................................................................... 13 Binnenmilieu en comfort .............................................................................................................. 15
Energiegebruik huidige situatie .............................................................................. 16 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 Doelstelling..................................................................................................................................... 6 Uitgangspunten ............................................................................................................................. 6 Werkwijze ....................................................................................................................................... 6 Trias Energetica ............................................................................................................................. 6 Waarom is het isoleren van het gebouw zo belangrijk ................................................................. 7 BRL9500 gecertificeerd ................................................................................................................. 8 Begrippenlijst ................................................................................................................................. 8 Leeswijzer....................................................................................................................................... 9
Afweging mogelijke verbeteringen .............................................................................................. 18 Inhoud van de onderzochte verbeteringen ................................................................................. 19 Samengestelde pakketten ........................................................................................................... 30 Financiële en energetische gevolgen .......................................................................................... 31 Om verder te overwegen ............................................................................................................. 35
Aanbeveling ............................................................................................................ 36
Bijlage I .......................................................................................................... Tekeningen Bijlage II ......................................................................................................Kostenraming Bijlage III .......................................................................................................... PV-indeling Bijlage IV .....................................................................Termijnen Netto Contante Waarde Bijlage V .................................................................... Investeringen bodemwarmtepomp
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 3 van 40
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding In opdracht van HLTsamen is een maatwerkadvies opgesteld van het pand aan het Raadhuisplein 1 - 3 te Voorhout. Het betreft het gemeentehuis van Voorhout, welke men wil verduurzamen richting toekomstige klimaatdoelstellingen. Naar aanleiding daarvan heeft bouAd een energiemaatwerkadvies opgesteld. Hierin leest u welke installatietechnische- en bouwkundige energiebesparingsmogelijkheden toepasbaar zijn op het geselecteerde pand, welke impact dit heeft op de energiezuinigheid van het pand en wat de investeringskosten van de energiebesparingsmogelijkheden zijn.
Gevel van het pand.
1.1.1
De Nederlandse overheid De Nederlandse overheid streeft naar een klimaat neutrale samenleving in 2050. Klimaatneutraal betekent dat Nederland in 2050 energieneutraal, gasloos en CO2-emissieneutraal moet zijn. Als onderdeel van deze ambitie heeft de Nederlandse overheid het doel gesteld om in 2030 de uitstoot van CO2 terug te dringen tot 49%, gebaseerd op het jaar 1990. Ingezette maatregelen op nationaal niveau ten behoeve van deze doelen zijn bijvoorbeeld de eis dat kantoorgebouwen in 2023 minimaal over energielabel C moeten beschikken en dat de overheid in toenemende mate circulair gaat aanbesteden, waarbij de markt in 2030 50% circulair moet bouwen en in 2050 zelfs 100% circulair moet (ver)bouwen, slopen, restaureren en onderhouden.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 4 van 40
1.1.2
Provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland streeft naar een veilige en gezonde leef- en werkomgeving. De dynamische regio, de groeiende bevolking, de glastuinbouw en de haven draaien grotendeels op fossiele energie. Hierdoor staat de luchtkwaliteit onder druk. De provincie Zuid-Holland werkt aan schone energie om dit probleem aan te pakken en onafhankelijk te zijn van fossiele energie. Om de eis ten aanzien van de CO2-reductie te behalen, wordt op provinciaal niveau ingezet op de volgende duurzame maatregelen: • CO₂-vrije elektriciteitsvoorziening; • Actieve zonne-energie; • Windenergie; • Duurzame warmte-opwekking; • Restwarmte; • Geothermie; • Aquathermie.
1.1.3
HLTsamen De gemeente Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) wil hun eigen vastgoedbezit in 2030 gasloos hebben. Tot en met 2050 conformeren zijn zich aan de nationale doelstellingen omtrent de ParisProof-indicatoren en de gasloze- en energieneutrale doelstellingen.
1.1.4
Waarom (nu) investeren in energiebesparende maatregelen? Nederland verduurzaamt maar langzaam. Er wordt onnodig veel geld weggegooid aan energie. In totaal een paar miljard euro per jaar. De CO 2 footprint van onze gebouwen zijn daardoor waanzinnig hoog. Waarom is het (nu) interessant om naar uw pand te kijken? Hieronder staan zes concrete drijfveren om daadwerkelijk aan de slag te gaan.
Energie & Geld besparen
Klimaatprobleem
Regelgeving
Wat uw reden ook is, het één sluit het ander niet uit. Woon- en werkcomfort verbeteren
Waarde verhoging
Rendabel investeren
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 5 van 40
1.2
Doelstelling Deze rapportage heeft als doel inzicht te geven in de huidige energetische situatie van het gebouw en de mogelijkheden om deze te verbeteren. Om hiervan een goed beeld te krijgen, worden onder andere de volgende vragen beantwoord: • Hoe ziet de huidige energetische situatie eruit? • Welke energiebesparingsmogelijkheden zijn er? • Is het duurzaam opwekken van energie mogelijk? • Hoe kan het beste energie bespaard worden en gelijktijdig het comfort verhoogd? • Welke maatregelen zijn noodzakelijk om tot een zeer energiezuinige situatie te komen?
1.3
Uitgangspunten Om de energiebesparingsmogelijkheden financieel door te kunnen rekenen, is gebruik gemaakt van de volgende uitgangspunten: • Alle maatregelen zijn uitvoerbaar, eventueel als grootschalige renovatie; • Prijspeil 1 maart 2024 excl. b.t.w.; • Standaard gasprijs van 1,19 €/m3 excl. b.t.w.; • Standaard elektriciteitsprijs 0,33 €/kWh excl. b.t.w.; • Standaard warmteprijs 39,16 €/kWh excl. b.t.w.; • CO2-uitstoot elektriciteit 0,34 kg/kWh; • CO2-uitstoot gas 0,183 kg/kWh; • CO2-uitstoot warmte 0,17 kg/kWh; • Termijn Netto Contante Waarde individuele maatregelen: o.b.v. Rgd Boei (zie Bijlage III); • Termijn Netto Contante Waarde pakketvormen: 40 jaar.
1.4
Werkwijze Om tot een energie-maatwerkadvies te komen gaan de energie-adviseurs van bouAd als volgt te werk. In de eerste fase worden tekeningen doorgenomen en belangrijke uitgangspunten bepaald. Hierna vindt een opname in het gebouw plaats, waarin installaties en de bouwkundige opbouw van het pand worden bekeken. Vervolgens worden alle gegevens in het softwareprogramma ingevoerd en wordt de huidige energetische situatie bepaald en verschillende opties afgewogen. Tenslotte wordt het energie-maatwerkrapport opgesteld.
1.5
Trias Energetica Bij het bepalen en uitwerken van maatregelen om energie te besparen wordt “Trias Energetica” als leidraad gebruikt. Het uitvoeren van energiemaatregelen in deze volgorde is zeer logisch. bouAd voegt daaraan een extra afrondende stap toe. 1. 2. 3. 4.
Beperken van de energiebehoefte, bijvoorbeeld door goed isoleren en luchtdicht bouwen. Toepassen van duurzame energie, bijvoorbeeld door het toepassen van zonnecollectoren en zonnepanelen. Overige energiebehoefte efficiënt inzetten, bijvoorbeeld door zuinigere installaties toe te passen. Energiebehoefte waarborgen, door verantwoord energieverbruik en voorkomen van verspilling.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 6 van 40
1.6
Waarom is het isoleren van het gebouw zo belangrijk U hoort of leest vaak dat het lonend is het pand éérst te isoleren dan eerst de installaties aan te passen, maar waarom? Energie besparen is niet het enige dat telt. Aspecten als gezondheid en comfort bepalen net zo goed de kwaliteit van een gebouw. Hieronder benoemen wij de belangrijkste punten waarom dat zo is: Inpandige constructietemperatuur wordt verbeterd en daarmee de balans in uw pand. Bij voorkeur is het in de winter binnen in een gebouw behaaglijk warm, terwijl het buiten koud is. Als een constructie niet geïsoleerd is ontsnapt er veel warmte naar buiten. Ook voelt de constructie meestal koud en klam aan. Ongemerkt kan dit een ongezond binnenklimaat in het gebouw geven door een verhoogd vochtgehalte en kans op schimmel. Het aanbrengen van isolatie geeft een gunstig effect op de gezondheid en het comfort, doordat de constructie warmer aanvoelt en meer warmte vasthoud. Door het aanbrengen van isolatie merkt u dat uw pand qua temperatuur beter in balans blijft. In de winter is het daardoor waarneembaar warmer en in de zomermaanden koeler. Het risico op condensatie en schimmelvorming neemt af. Een matig of ongeïsoleerde constructie heeft een koud oppervlak in de wintermaanden. Als het pand verkeerd wordt geventileerd ontstaat er een verhoogde luchtvochtigheid.
Dit samen kan resulteren in inwendige condensatie en kan zelfs leiden tot schimmelvorming. Door de constructie van het pand goed te isoleren wordt de oppervlaktetemperatuur hoger. Als de dikte van het isolatiemateriaal voorbij een bepaald punt komt, wordt de constructie warm genoeg om inwendige condensatie te voorkomen. Dit verbetert niet alleen de gezondheid in het pand, maar verhoogt ook het comfort. Verwarmingsinstallaties kunnen energiezuiniger worden aangebracht. Omdat uw pand goed geïsoleerd is neemt de warmtevraag in de winter af. Met andere woorden, de kachel hoeft minder vaak en minder hard te branden. Dit scheelt uiteraard in stookkosten, maar ook kunt u tijdens het vervanging of aanpassen van uw verwarmingssystemen een ketel aanbrengen met minder capaciteit en daarmee energiezuiniger.
Let op dat bij het isoleren van de buitenschil, het gezond en comfortabel ventileren van uw pand steeds belangrijker wordt. Door het verminderen van de tochtkieren in uw pand is de ventilatiebalans (ten goede voor uw comfort) veranderd. Dit moet meestal gecompenseerd worden door een regelbaar ventilatiesysteem aan te brengen.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 7 van 40
1.7
BRL9500 gecertificeerd De energieadviseurs van bouAd adviesgroep zijn gediplomeerde EPA-adviseurs volgens de NTA8800. Ook is bouAd adviesgroep gecertificeerd conform de BRL9500. Dit samen geeft aan dat wij onafhankelijke energieadviseurs zijn. De registratienummers van onze energieadviseurs: Ben Meijer: 48063 (EP-B/D) / 9619.9843.8541(EP-MWA) Wessel Steenbergen: 5812354 (EP-B) Joost van der Meer: 1915.4350.1097 (EP-B/D) / 1235.3344.3446 (EP-MWA) Jesse Emmelot: 2641.3874.5467 (EP-B/D) Martijn Bavelaar: 9397.7087.6918 (EP-B/D) Lenka den Dulk 8991.1018.2498 (EP-B) Onze BRL9500 bedrijfsregistratie is te vinden via onderstaande link: Bedrijfspagina (centraalregistertechniek.nl)
1.8
Begrippenlijst CO2 reductie CO2 is de chemische formule van koolstofdioxide. Dit is een kleurloos en reukloos gas dat in de atmosfeer voorkomt. Het grootste deel van de CO2 uitstoot wordt veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen. Deze worden verbrandt om energie op te wekken. Denk aan warmte, gas en elektriciteit. Door gebouwen beter te isoleren of energie zuinigere installaties aan te brengen, kan de energievraag worden verminderd. Hierdoor neemt het gebruik van fossiele brandstoffen af, waardoor een CO2 reductie ontstaat. Energiebesparing Het reduceren van energie (zoals gas, elektriciteit en warmte) en energiekosten voor een gebouw. Energie Label Het energielabel laat met een labelklasse zien hoe energiezuinig een gebouw is. Ook geeft het label inzicht in maatregelen die energie besparen. Het energielabel is maximaal 10 jaar geldig. EP2: Primair fossiel energiegebruik in kWh/m² GBO per jaar Om een energielabel vast te stellen worden bepaalde indicatoren gebruikt. De grondslag van deze energieprestatie-indicatoren is de ISSO 75.1 en NTA8800. Het primair fossiel energiegebruik (EP2) is een optelsom van het primair energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventilatoren.
Ook de systeemverliezen (zoals leidingverliezen bij verwarming), hulpenergie (zoals pompen) en het rendement van de opwekkers (zoals de cv-ketel) worden meegenomen in deze optelsom. Voor utiliteitsgebouwen telt ook het primair energiegebruik voor verlichting en voor bevochtiging mee. Voor zowel utiliteitsgebouwen als woningen geldt dat, als er PV-panelen of andere hernieuwbare energiebronnen aanwezig zijn, de opgewekte energie van het primair energiegebruik wordt afgetrokken. EP2 staat in relatie met stap 3 van de Trias Energetica. Investering De kosten voor het aanschaffen van maatregelen.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 8 van 40
Netto contante terugverdientijd TVT De terugverdientijd (TVT) gaat ervan uit dat de geldelijke waarde van toekomstige energiebesparing door geldinflatie minder waard is, maar door energie-prijsstijgingen juist meer waard is. Netto contante waarde NCW Naast de terugverdientijd wordt ook de netto contante waarde van een maatregel of een pakket van maatregelen uitgerekend. De netto contante waarde is de investering waarbij rekening wordt gehouden met de rente, inflatie, de opbrengsten van energiebesparing en het moment waarop de opbrengsten plaatsvinden. De NCW kan op elk tijdstip worden berekend, maar als kengetal wordt de waarde aan het eind van de looptijd van 15 jaar genomen. Bij een negatief getal is het geen rendabele maatregel.
1.9
Leeswijzer In dit rapport vindt u een energie-maatwerkadvies. Eerst wordt in hoofdstuk 2 de huidige staat van het gebouw beschreven. In dit hoofdstuk vindt u een overzicht van de bouwkundige constructies, de verwarmingsinstallatie en andere gegevens voor het energieonderzoek. In hoofdstuk 3 komt de huidige energieprestatie van het gebouw aan bod. Naast het energielabel, wordt ook het gas-, elektriciteit- en warmtegebruik van het gebouw in de huidige situatie in kaart gebracht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het energiebesparingsadvies behandeld. Met behulp van verschillende maatregelpakketten krijgt u inzicht in de mogelijke energiebesparingen, comfortverbeteringen, kosten, baten en CO2-reducties. Tenslotte worden in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen van dit rapport gepresenteerd.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 9 van 40
2.
BESCHRIJVING VAN HET GEBOUW De bestaande situatie vormt de basis voor het onderzoek. De bestaande situatie is op basis van tekeningen en een gebouwopname in kaart gebracht. Hieronder wordt de basissituatie omschreven, onderverdeeld in algemene gegevens, bouwkundige eigenschappen, installatietechnische eigenschappen en binnenmilieu en comfort.
2.1
Algemene gegevens Het pand ligt aan het Raadhuisplein te Voorhout. Het bouwjaar is 1991 en het heeft een totaal netto gebruiksoppervlakte van 2.636 m2.
Luchtfoto (PDOK)
Het gemeentehuis heeft drie bouwlagen voor de gebruiksfuncties, welke voornamelijk bestaan uit kantoren en bijeenkomstruimtes. Ook bevindt zich een centrum voor jeugd en gezin op de begane grond. Verder is er een grote raadzaal en een trouwzaal aanwezig. Voor een overzicht van de gevels en plattegronden verwijzen wij u naar Bijlage I van dit rapport.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 10 van 40
2.2
Bouwkundige eigenschappen Gevels, kozijnen met ramen, deuren en panelen, vloeren en daken zijn bouwkundige constructies en vormen samen de thermische schil. De isolatiewaarde van de thermische schil bepaalt voor een zeer groot deel hoeveel warmte het gebouw verliest. Bij een goede isolatie (een hoge Rcwaarde of een lage U-waarde) verliest het gebouw minder warmte. In het pand komen de volgende type constructies voor:
2.2.1
Vloeren De begane grondvloer is geïsoleerd met EPS. De isolatiedikte is variabel en daarom niet exact meetbaar. Voor de berekening is een Rc-waarde van 1,30 m2.K/W aangehouden, representatief voor de bouwperiode. De kruipruimte is redelijk diep en bevat divers leidingwerk van riolering, elektra en verwarming.
2.2.2
Gevels De gevels betreffen spouwmuren, geïsoleerd met 7 cm minerale wol en met een resterende spouwdiepte van enkele centimeters. Dit resulteert in een Rc-waarde van 1,92 m2.K/W.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 11 van 40
2.2.3
Kozijnen, ramen, deuren en beglazing De kozijnen, ramen en deuren die in het pand voorkomen zijn van hout en metaal, vrijwel overal voorzien van standaard dubbelglas. De geïnspecteerde deuren zijn niet voorzien van isolatie. Voor de berekeningen zijn de volgende U-waarde en ZTA-waarde aangehouden: - Houten kozijnen met dubbel glas: U-waarde 2,90 W/m2K, ZTA-waarde 75% - Metalen kozijnen met dubbel glas: U-waarde 3,30 W/m2K, ZTA-waarde 75% - Metalen kozijnen met HR glas: U-waarde 3,60 W/m2K, ZTA-waarde 60% - Panelen: U-waarde 3,70 W/m2K - Deuren: U-waarde 3,40 W/m2K
2.2.4
Daken De daken bestaan voornamelijk uit hellende daken, waarvan het niet bekend is in hoeverre deze zijn geïsoleerd. Daarom wordt een Rc-waarde aangehouden van 2,00 m2.K/W, representatief voor de bouwperiode.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 12 van 40
2.3
Installatietechnische eigenschappen Installaties zijn onder te verdelen in ventilatie, ruimteverwarming, warmtapwater-bereiding, verlichting en zonne-energie. De energiezuinigheid of efficiëntie van een installatie bepaalt hoeveel energie door een installatie wordt gebruikt. Deze waarde wordt uitgedrukt in rendement. Van elk type installatie is gekeken of deze aanwezig is, wat het huidige rendement is en of er verbeteringen aan het systeem mogelijk zijn.
2.3.1
Ventilatie Het gebouw wordt grotendeels geventileerd door een centrale luchtbehandelingskast (LBK), welke voorziet in mechanische toe- en afvoer van lucht via plafondroosters of inductie-units. Via de inductie-units kan de toevoerlucht ook vooraf worden verwarmd of gekoeld. De LBK is voorzien van een warmtewiel t.b.v. warmteterugwinning uit de afgezogen lucht. De raadzaal en trouwzaal worden geventileerd via ieder een eigen LBK. In de verblijfsruimtes kan het ventilatiedebiet handmatig worden ingesteld, ook bevatten de bedieningspaneeltjes een CO2-sensor voor automatische regeling. In de gevels zijn nog roosters aanwezig boven de ramen, vermoedelijk van vóór er volledig mechanische balansventilatie werd toegepast, deze zijn echter nu afgeplakt.
2.3.2
Ruimteverwarming In de basis wordt het hele gebouw voorzien van warmte door vier geschakelde CV-ketels (type HR107) met radiatoren in de ruimtes. De radiatoren zijn in de meeste lokalen vrij groot en voorzien van interne convectoren (radiatortype 22), wat ze mogelijk geschikt maakt om met een verlaagde aanvoertemperatuur alsnog voldoende warmte te kunnen afgeven. Ook bevatten de meeste ruimtes een kamerthermostaat, om de temperatuur individueel te kunnen instellen. De CV-ketels staan tevens aangesloten op de LBK, t.b.v. het voorverwarmen van de ventilatielucht. Er wordt vanuit gegaan dat dit systeem enkel als bijverwarming dient.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 13 van 40
2.3.3
Warmtapwater-bereiding Voor opwekking van warm tapwater zijn er elektrische boilers aanwezig in de keuken, pantry en werkkast, van 50 en 10 liter.
2.3.4
Toepassing van verlichting In het gebouw hangen al voornamelijk LED-buizen, met in mindere mate nog spaar- en halogeenlampen. In iets meer dan de helft van de ruimtes hangen sensoren voor automatische regeling via aanwezigheidsdetectie, in de overige ruimtes zijn handmatige lichtknoppen aanwezig,
2.3.5
Toepassing van zonne-energie Er zijn al 249 PV-panelen aanwezig op de daken, bestaande uit twee types. Het eerste deel, bestaande uit 54 panelen, betreft polykristallijn panelen (blauw) met onbekend vermogen en jaartal. Het tweede deel, bestaande uit 195 monokristallijn panelen (zwart) van 300 Wattpiek per stuk, is geplaatst in 2018.
2.3.6
Aircosystemen Er staan koelunits naast het gebouw, die zowel koud water leveren aan de luchtbehandelingskast als aan de inductie-units in het plafond van de ruimtes. Met dit systeem kan niet alleen de ventilatietoevoerlucht in het gehele pand worden voorgekoeld, ook kan deze per ruimte variabel in extra koelcapaciteit voorzien. Verder is er een aparte airco t.b.v. de serverruimte.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 14 van 40
2.4
Binnenmilieu en comfort Tijdens de inspectie zijn de volgende aspecten ten aanzien van het binnenmilieu (in relatie tot gezondheid) en het comfort beoordeeld:
2.4.1
Geluid • Binnen de kantoortuinen wordt enige overlast ervaren van onderlinge gesprekken. • In de vergaderkamers zijn geluiden van buitenaf te horen, vermoedelijk vooral door auto’s vanaf de Schoutenlaan. • Er wordt ook regelmatig overlast ervaren door het geluid van de inductie-units in het plafond, die bij defecten kunnen gaan ratelen in gebruik.
2.4.2
Licht • Alle verblijfruimtes hebben voldoende daglicht. Bij overmatige zoninstraling is er aan alle zijdes handmatig bediende zonwering aanwezig. • Kunstlicht wordt als voldoende ervaren, wel zijn er in het centrum voor jeugd en gezin (CJG) klachten over het lage plafond.
2.4.3
Vocht • Er zijn geen vocht- en schimmelproblemen in het gebouw waargenomen of aangekaart.
2.4.4
Warmte • Radiatoren zijn voorzien van voetventielen, echter geen thermostaatkranen. De radiatoren bevatten slechts knoppen om deze af te sluiten; nauwkeurige inregeling van het gehele systeem is hiermee lastig, doordat het volledig openen of sluiten van knoppen een disbalans veroorzaakt. • In sommige ruimtes lijken niet alle radiatoren op de juiste kamerthermostaat te zijn aangesloten, waardoor er temperatuurverschillen tussen de radiatoren zitten. • In de zomermaanden is veel sprake van oververhitting, ondanks koeling in het gebouw. Dit wordt o.a. veroorzaakt doordat men ramen openzet voor een beetje tocht, wat extra warmte het gebouw binnenlaat. • Op de werkplek van de receptioniste wordt standaard kou ervaren, wegens de open ligging in de grote entree hal en een kleine radiator achter de werkplek.
2.4.5
Ventilatie • Er zijn geen klachten over de mate van ventilatie genoemd. Wel wordt last ervaren door het geluid van het ventilatiesysteem.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 15 van 40
3.
ENERGIEGEBRUIK HUIDIGE SITUATIE
3.1
Het Energie Prestatie Certificaat In het kader van de Europese regelgeving (EPBD) bent u verplicht bij verkoop, mutaties of verhuur van gebouwen, een energiecertificaat te overhandigen. Dit energiecertificaat bevat een energielabel en is tien jaar geldig. Her gebouw in de huidige staat heeft energielabel A++ met een verbruik van 118,15 kWh/m2 per jaar. Let wel, dit betreft een label-waardering o.b.v. de maatwerkadvies opname. Door het mogelijk ontbreken van bewijslast kan bij de vaststelling van het definitieve energielabel de labelwaardering afwijken van de maatwerkadvies-waardering. Range energielabel
A+++++
A++++
A+++
A++
A+
A
B
C
D
E
F
G
Huidig
3.2
Het werkelijke energiegebruik Op basis van energienota’s is het huidige energiegebruik bekend. Dit is inclusief nietgebouwgebonden-installaties, kortom apparatuur van de gebruikers zoals koelkasten, computers, wasmachines, drogers, kooktoestellen, etc.. Met behulp van deze gegevens kan het berekende energiegebruik bepaald worden. Jaar 2022 2023 2024 Gemiddeld
3.3
Gas [m3] Elektr. [kWh] Warmte [GJ] Primair [MJ] 0 0 0 0 22.644 37.401 0 931.033 0 0 0 0 22.644 37.401 0 931.033
CO2 [kg] 0 53.202 0 53.202
Het berekende energiegebruik Met behulp van de VABI-software is het energiegebruik voor het gebouw berekend, waarop ook het energielabel is bepaald. Het berekende energiegebruik heeft betrekking op de gebouwgebonden-installaties en niet op apparatuur van de gebruikers. Ook liften worden buiten beschouwing gelaten. Het gebruikspatroon en klimaatgegevens zijn gestandaardiseerd. Deelposten per jaar Ventilatie Verwarming Tapwater Koeling Bevochtiging Ontvochtiging Verlichting Hulpenergie elektrisch Hulpenergie waakvlam Elektriciteitsopwekking Totaal
Gas [m3] Elektr. [kWh] Warmte [GJ] 0 8.385 0 29.876 0 0 0 7.829 0 0 9.397 0 0 0 0 0 0 0 0 37.597 0 0 4.681 0 0 0 0 0 -54.449 0 29.876 13.440 0
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Primair [MJ] 30.186 1.050.751 28.184 33.829 0 0 135.349 16.852 0 -196.016 1.099.135
CO2 [kg] 2.851 53.416 2.662 3.195 0 0 12.783 1.592 0 -18.513 57.986
Pagina 16 van 40
In bovenstaande tabel wordt het totale gebruik per energiedrager (gas, elektriciteit en warmte) samengevat. Warmte staat voor warmtenetten zoals stadsverwarming. Daarnaast wordt het totale primaire energiegebruik en de CO2-emissie getoond. Het totale primaire energiegebruik is een combinatie van het gas-, elektriciteit- en warmteverbruik. De primaire energie is onafhankelijk van de energiedrager (gas, elektriciteit of warmte), zodat de deelposten met elkaar vergeleken kunnen worden. Dit laat zien welk onderdeel het meeste energie gebruikt. Verder wordt in onderstaande cirkeldiagram het primaire energiegebruik per deelpost gepresenteerd. Dit geeft een goed beeld van welke post het meeste energiegebruik omvat.
Primair energieverbruik per deelposten [MJ] 16.852
0
30.186 Ventilatie
0 33.829 0
135.349
Verwarming
28.184 Tapwater Koeling Bevochtiging
Ontvochtiging Verlichting 1.050.751
Hulpenergie elektrisch Hulpenergie waakvlam
3.4
Het fitten van het energiegebruik Het werkelijke en het berekende energiegebruik wijkt in veel gevallen van elkaar af. Dit ontstaat doordat in de energieberekening met gemiddelde klimaatjaren wordt gerekend en met een gestandaardiseerd gebruikspatroon. Daarnaast bevat het werkelijke energiegebruik ook nietgebouwgebonden installaties zoals koelkasten, computers e.d.. Door de verschillen tussen werkelijk en berekend energiegebruik inzichtelijk te maken, kan de energieadviseur de berekening fitten. Dit betekent het gelijk trekken van de berekende situatie naar de werkelijke situatie. Hierbij is rekening gehouden met het gebruiksgedrag (aantal gebruikers, binnentemperaturen, stook- en koellijnen, apparatuur, verlichting en ventilatie). Omdat het energiegebruik door weerverschillen het ene jaar anders is dan het andere jaar, is uitgegaan van het referentieklimaat van het dichtstbijzijnde gelegen weerstation. Op de gefitte berekening worden, voor een zo zuiver mogelijk beeld, de energiebesparingen uit het volgende hoofdstuk inzichtelijk gemaakt.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 17 van 40
4.
ENERGIEBESPARINGSADVIES Voor de verduurzaming van het gebouw zijn diverse maatregelen onderzocht. Deze maatregelen zijn ook in combinaties onderzocht, genaamd pakketten. Bij zowel de maatregelen als de pakketten krijgt u inzicht over de inhoud van de onderzochte verbeteringen, de financiële gevolgen en de energetische gevolgen.
4.1
Afweging mogelijke verbeteringen In onderstaande tabel wordt een keuze gemaakt uit realistische verduurzamingsopties, waarbij de keuze kort wordt onderbouwd. De meegenomen opties komen uiteindelijk aan bod in het advies.
VL
Water
Warm
Zon
Ven
Kozijn
Dak
Gevel
Vloer
Verduurzamingsoptie Bodemisolatie in kruipruimte Vloerisolatie onderzijde nieuwe vloer Vloerisolatie bovenzijde nieuwe vloer Vloerisolatie kruipruimte Perimeterisolatie Plafondisolatie koude zijde Spouwisolatie Geïsoleerde voorzetwand Gevelisolatie Dakisolatie plat dak Dakisolatie hellend dak buitenzijde Dakisolatie hellend dak binnenzijde Zoldervloerisolatie HR++ glas in bestaande kozijnen HR++ glas in nieuwe kozijnen HR+++ glas in nieuwe kozijnen Vacuümglas in bestaande kozijnen Geïsoleerde panelen Buitenzonwering Kierdichting Ventilatie type C Ventilatie type D PV-installatie plat dak PV-installatie hellend dak PVT-installatie Hybride verwarming Lucht-warmtepomp Bodem-warmtepomp Warmtenet Elektrische boilers Warmtepomp-boiler Zonneboiler plat dak Zonneboiler hellend dak LED-verlichting Detectie en daglichtregeling. 24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Meegenomen Onderbouwing Functionaliteit kruipruimte behouden. Niet nodig, vloer nog in goede staat. Te veel aanpassingen aan gebouw. Onderzijde BG-vloer, aanvullend pakket. Niet van toepassing, vloer ligt hoger. Niet van toepassing, geen kelder. Reeds aanwezig. Te veel interne aanpassingen aan pand. Bij alle spouwmuren rondom het pand. Verbetering mogelijk. Verbetering mogelijk. Keuze voor buitenzijde dak. Niet van toepassing. Verbetering mogelijk. Minder raadzaam dan HR+++ glas. Mogelijk, i.c.m. geïsoleerde panelen. Dure optie en niet in bestaand kozijn. Mogelijk, i.c.m. HR+++ glas. Reeds aanwezig. Keuze voor kozijnvervanging. Ander type al aanwezig. Reeds aanwezig. Ongeschikt dak. Verbetering en aanvullende panelen. Niet nodig, weinig warmwatervraag. Haalbaar. Haalbaar. Haalbaar, veel eigen terrein. Haalbaar in de toekomst. Reeds aanwezig. Te weinig warmwatervraag. Te weinig warmwatervraag. Te weinig warmwatervraag. Uitvoeren waar nog niet toegepast. Reeds aanwezig. Pagina 18 van 40
4.2
Inhoud van de onderzochte verbeteringen
4.2.1
Vloerisolatie kruipruimte Omschrijving De bestaande begane grondvloer bevat al isolatie, vermoedelijk al vanuit de originele bouw. Om het gebouw beter gereed te maken voor mogelijke toekomstige verwarming op lage temperatuur (LT), is een hogere isolatiewaarde voor de hele gebouwschil echter wenselijk. De kruipruimte is op meerdere plekken toegankelijk en heeft voldoende hoogte voor het handmatig aanbrengen van aanvullende isolatie. Deze verbetering is doorgerekend met een purisolatie tegen de onderzijde van het bestaande EPS-pakket aan. Dit zorgt voor een totaalpakket met een Rc-waarde van 4,00 m2.K/W.
Aandachtspunten De kruipruimte moet hoog genoeg blijven om toegang te bieden en onderhoud te plegen aan de leidingen. Een minimale vrije hoogte van 40 cm wordt geadviseerd. Ook moet een kruipruimte goed geventileerd worden voor vochttransport en het tegengaan van gasvorming. Comfort en gezondheid Door het isoleren verbetert de luchtdichtheid en zijn er minder tochtverschijnselen in het gebouw. Doorslaand vocht wordt vanuit de kruipruimte meer geweerd. De vloer voelt dan minder koud aan. Eventuele toekomstige vloerverwarming zal beter presteren. MJOP Deze besparing staat los van het onderhoud.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 19 van 40
4.2.2
Gevelisolatie Omschrijving De gevels bevatten al spouwisolatie, met nog enkele centimeters aan spouwruimte. Het verder opvullen van deze spouw wordt afgeraden, wegens het geringe effect op de isolerende werking van de gevel. Om de isolatiewaarde van de gevel nog significant te verbeteren, kan vernieuwing van de buitenschil worden overwogen. De bestaande gevelafwerking wordt verwijderd en tegen de binnenwanden worden isolatieplaten verlijmd. Deze platen kunnen afgewerkt worden met nieuwe bakstenen sierstrippen of gevelplaten. Met bakstenen sierstrippen blijft het bestaande uiterlijk van het pand redelijk behouden. Deze verbetering is doorgerekend met een Rc-waarde van 5,00 m2.K/W.
bouAd Aandachtspunten Let op dat bij het goed isoleren van de gevel de aanwezige koudebruggen versterkt in zijn aanwezigheid. Het risico op condensatievorming ter plaatse van koudebruggen wordt steeds groter. Tijdens deze aanpassing kunnen de huidige koudebruggen zo veel mogelijk worden aangepast en verwijderd. Doordat de huidige gevel wordt gesloopt, worden ook eventuele problemen met zwakke bakstenen en verroeste spouwankers weggehaald. Comfort en gezondheid Door het isoleren neemt het warmteverlies in het gebouw af. Ook verbetert de luchtdichtheid en zijn er minder tochtverschijnselen rondom de kozijnen. MJOP In 2031 staat reinigen van het metselwerk gepland, in 2037 het partieel herstel van voegwerk. Volledig vervanging wordt in 2049 pas voorzien. Een natuurlijke koppeling met het MJOP valt dus niet op zeer korte termijn te maken.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 20 van 40
4.2.3
Dakisolatie plat dak Omschrijving Het platte dak bevat een onbekende hoeveelheid isolatie. Uitgaande van het bouwjaar zal de Rcwaarde echter niet hoger zijn dan 2,50 m2.K/W. Om het pand nog beter geschikt te maken voor LT-verwarming in de toekomst, bijvoorbeeld bij gebruik van warmtepompen als hoofdverwarming, is extra isolatie raadzaam. Deze verbetering is doorgerekend met een Rc-waarde van 6,50 m2.K/W.
Aandachtspunten Het is niet duidelijk of een dampremmende laag onder de bestaande isolatie is aangebracht. Als dit niet het geval is, moet het bestaande isolatiepakket verwijderd worden. Als deze dampremmende laag wel aanwezig is, dan kan het bestaande isolatiepakket gehandhaafd blijven en de nieuwe isolatie hier bovenop aangebracht worden. In het gunstigste geval kan de bestaande isolatie en dakbedekking blijven liggen. De bestaande dakbedekking fungeert dan als dampremmende folie. Dit moet wel op een juiste wijze bouwfysisch doorgerekend worden. Doordat het dakpakket hoger wordt, moeten aansluitingen met de dakranden herzien worden. Langs deze randen kan ook een dunnere hoogwaardige isolatie toegepast worden om hoogte te winnen. Comfort en gezondheid Met het isoleren van het dak wordt extra warmteverlies voorkomen en de luchtdichtheid verbeterd. MJOP Het vervangen van de bitumineuze dakbedekking staat gepland in 2049. Een natuurlijke koppeling met het MJOP valt dus niet op zeer korte termijn te maken.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 21 van 40
4.2.4
Dakisolatie hellend dak buitenzijde Omschrijving Het hellende dak kan op twee hoofdmanieren geïsoleerd worden, namelijk aan de binnenzijde of aan de buitenzijde. Uiteraard is een combinatie ook mogelijk. Deze berekening gaat uit van het isoleren aan de buitenzijde. Dit vraagt wel een aanpassing aan de goot en dakranden. Dit is meegenomen in de investeringskosten. Deze verbetering is doorgerekend met een Rc-waarde van 6,50 m2.K/W.
Aandachtspunten Door het verhogen van het isolatiepakket moeten ook de dakranden, loodaansluitingen e.d. aangepast worden. Comfort en gezondheid Met het isoleren van het dak wordt extra warmteverlies voorkomen en de luchtdichtheid verbeterd. MJOP Licht onderhoud aan de dakgoot en zinken beugels staat gepland in 2025. In 2037 wordt herstel van dakpannen en nokvorsten voorzien, met volledig vervanging van het de keramische pannen in 2049. Een natuurlijke koppeling met het MJOP valt dus niet op zeer korte termijn te maken.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 22 van 40
4.2.5
HR++ beglazing in bestaande kozijnen Omschrijving De bestaande kozijnen zijn nog in goede staat en kunnen voorzien worden van een betere beglazingsoort dan bestaand. De sponningen van het kozijnwerk bieden voldoende ruimte voor de dikker uitvallende HR++ beglazing. Mogelijk dienen de bestaande glaslatten (wanneer hergebruik mogelijk is) smaller gemaakt te worden. Deze verbetering is doorgerekend met een U-waarde van 1,2 W/m2K voor het glas en een ZTAwaarde van 60%. Aandachtspunten Gezien de regelmatige hitteoverlast door de zon in de huidige situatie, zou het raadzaam zijn om voor beglazing te kiezen met zonwerende specificaties. Comfort en gezondheid De nieuwe beglazing houdt interne warmte/koude beter vast en geeft minder risico op oververhitting door zonnestraling in de zomermaanden. MJOP Het vervangen van de beglazing kan gecombineerd worden met het schilderwerk (en partieel herstel) dat in 2031 gepland staat.
4.2.6
HR+++ beglazing in nieuwe kozijnen Omschrijving Een betere beglazing dan HR++ is niet mogelijk met de bestaande kozijnen, door de beperkte sponningdiktes en het zware gewicht van betere beglazingsoorten. Om drievoudige beglazing toe te kunnen passen zijn nieuwe kozijnen, ramen en deuren noodzakelijk. Deze kunnen dan uitgevoerd worden met een isolatiestrook, in de kozijnen opgenomen, voor een extra verlaging van de U-waarde. Het materiaal van de nieuwe kozijnen kan het beste kunststof worden vanwege de lagere U-waarde en het lagere onderhoud. Tijdens het vervangen van de kozijnen, ramen en deuren kunnen ook de panelen meegenomen worden. Deze verbetering is doorgerekend met een U-waarde van 0,7 W/m2K en een ZTA-waarde van 50% voor het glas, en een U-waarde van 1,5 W/m2K voor de kozijnen. Ook de panelen hebben een Uwaarde van 1,5 W/m2K. Geïsoleerde deuren hebben een U-waarde van 2,0 W/m2K. Comfort en gezondheid Door het toepassen van nieuwe kozijnen met betere kierdichting wordt het gebouw luchtdichter en worden veel tochtverschijningen voorkomen. Condensatie op het glas zal uitpandig plaats vinden. Ook wordt de temperatuur ter plaatse van het glas aangenamer en constanter. Geluid van buitenaf wordt aanzienlijk minder, zeker wanneer de nieuwe kozijnen geen ventilatieroosters meer bevatten.
Gezien de regelmatige hitteoverlast door de zon in de huidige situatie, zou het raadzaam zijn om voor beglazing te kiezen met zonwerende specificaties. MJOP In 2031 staan schilderwerk en partieel herstel van de kozijnen gepland. Bij vervanging voor kunststof kozijnen kan deze post komen te vervallen. Het reguliere vervangingsmoment van de houten kozijnen staat pas gepland in 2049, wegens de nog degelijke staat.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 23 van 40
4.2.7
PV-installatie Omschrijving Er liggen momenteel al 249 PV-panelen op het dak, bestaande uit twee types. Het eerste deel, bestaande uit 54 panelen, betreft polykristallijn panelen (blauw) met onbekend vermogen en jaartal. Het tweede deel, bestaande uit 195 monokristallijn panelen (zwart) van 300 Wattpiek per stuk, is geplaatst in 2018. Dankzij de aanhoudende ontwikkeling van efficiëntere systemen, zijn panelen van meer dan 400 of zelfs 500 Wattpiek momenteel steeds meer gangbaar. Deze maatregel toetst het effect van 400 Wp panelen, om te berekenen hoeveel stuks nodig zijn om het huidige stroomverbruik volledig op te wekken. Ditzelfde wordt later gedaan als onderdeel van samengestelde maatregelpakketten, waarin het verwachte stroomverbruik varieert tussen ieder pakket. Het benodigde aantal PVpanelen om ‘quitte’ te spelen in iedere berekende situatie staat hieronder weergegeven, tevens staan deze hoeveelheden uitgetekend als mogelijke dakindelingen in bijlage III. -
Bestaande situatie: Energiezuinig Pakket 1: Energiezuinig Pakket 2: Zeer Energiezuinig Pakket (ZEP): ZEP+ met bodemwarmtepomp: ZEP+ met warmtenet:
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
361 st. 691 st. 654 st. 309 st. 564 st. 297 st.
Pagina 24 van 40
Aandachtspunten Het kan voorkomen dat de nieuwe PV-installatie te groot wordt qua capaciteit en dat de hoofdzekering van de bestaande meterkast verzwaard moet worden. De exacte kosten van de verzwaring is niet mee te nemen in het rapport en daardoor buiten de calculaties gehouden. De werkelijke kosten hangen af of de bestaande hoofdkabel voldoende zwaar is en wat het tracé van de hoofdkabel in de openbare straat tot het trafostation is. Alleen de netbeheerder kan hier de werkelijke kosten van inschatten. Comfort en gezondheid Deze maatregel heeft geen invloed op het comfort en/of de gezondheid. MJOP Deze besparing staat op korte termijn los van het onderhoud. Vervanging van de bestaande PVpanelen staat gepland in 2049. I.v.m. de ambitie om al richting 2030 van het gas af te stappen, en de daarbij komende extra stroomvraag van elektrische verwarmingsinstallaties, is het raadzaam om de capaciteit aan zonne-energie op het dak al in de komende jaren uit te breiden. 4.2.8
Hybride verwarming Omschrijving Als tussenstap van een gasgestookt verwarmingssysteem naar een gasloos systeem, kan een hybride opstelling worden gerealiseerd. Hierbij wordt een lucht-waterwarmtepomp gecombineerd met een hybride-ready cv-ketel. Het grootste deel van het jaar, waarin de warmtevraag in het pand beperkt blijft, kan de warmtepomp voorzien in voldoende opwekking. In de koude maanden kan de ketel bijspringen wanneer nodig. Aandachtspunten Deze systemen staan bekend om een lawaaiige buitenunit. De plaatsing van de buitenunit verdient dan ook veel aandacht. Niet alleen de locatie, maar ook de methode van plaatsing is zeer belangrijk. Wegens de hellende daken zou dit ergens op het perceel rondom het gebouw zijn. Comfort en gezondheid Er vindt minder verbranding van fossiele brandstoffen plaats, wat beter is voor mens en milieu. MJOP Vervanging van de huidige CV-ketels staat gepland in 2031, wat in de basis een goed moment vormt om hybride-ready ketels toe te passen, mogelijk met enkele isolatiemaatregelen aan het pand hieraan voorafgaand. Uitbreiding met een lucht-water warmtepomp kan dan, of eventueel later, gebeuren. Echter, gezien de ambities om in 2030 volledig gasloos te zijn, is deze maatregel minder toepasselijk binnen het korte tijdsbestek.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 25 van 40
4.2.9
Lucht-warmtepomp met een elektrische naverwarmer Omschrijving De meeste energie van het bestaande gebouw gaat op in ruimteverwarming. Door een energiezuiniger systeem kan veel energie bespaard worden en met lagere stookkosten als gevolg. Voor deze maatregel is het effect van een lucht-warmtepomp met elektrische naverwarmer onderzocht. Met dit systeem kan een gasloos gebouw bereikt worden. Deze verbetering is doorgerekend met een lucht-warmtepomp die op hogere temperatuurverwarming aangesloten kan worden (max 45-55°C). In eerste instantie kan het systeem via de bestaande radiatoren het pand verwarmen (mits deze eerst goed geïsoleerd wordt), maar in de toekomst is een combinatie met de LBK en de inductie-units ook mogelijk.
Aandachtspunten Deze systemen staan bekend om een lawaaiige buitenunit. De plaatsing van de buitenunit verdient dan ook veel aandacht. Niet alleen de locatie, maar ook de methode van plaatsing is zeer belangrijk. Comfort en gezondheid Er vindt geen verbranding van fossiele brandstoffen meer plaats, wat beter is voor mens en milieu. MJOP Het vervangen van de CV-ketels, gepland in 2031, zou een goed moment kunnen zijn om deze maatregel toe te passen. Gezien de gasloze ambities voor 2030, kan dit moment echter naar voren worden gehaald. Wel is het altijd verstandig om het pand eerst nog beter te isoleren, om de resterende warmtevraag zo laag mogelijk te maken (maximaal 55°C!). Hierdoor kan het systeem veel efficiënter functioneren dan binnen de huidige gebouwschil.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 26 van 40
4.2.10 Bodem-warmtepomp met een elektrische naverwarmer Omschrijving Met dezelfde beredenering als de lucht-warmtepomp is ook het effect van een bodemwarmtepomp met elektrische naverwarmer onderzocht. Ook met dit systeem kan een gasloos gebouw bereikt worden. Deze verbetering is doorgerekend met een bodem-warmtepomp die op lage temperatuurverwarming aangesloten wordt (maximaal 40°C!). Zonder lage temperatuurverwarming is het rendement van een bodem-warmtepomp niet interessant ten opzichte van de investeringen. Grondboringen kunnen op het eigen terrein aangebracht worden. Aandachtspunten Ook hier geldt dat het pand idealiter eerst goed wordt nageïsoleerd, om de resterende warmtevraag zo laag mogelijk te maken en het systeem efficiënter te laten functioneren. Het systeem vraagt om een grotere warmteafgifte dan de huidige radiatoren. Daarvoor kunnen LTradiatoren of vloerverwarming aangebracht worden. Hierbij kan ook het afgiftesysteem worden verbeterd in capaciteit, op plekken waar deze momenteel als onvoldoende wordt ervaren. Ook moet het bestaande distributieleidingnetwerk getoetst worden op voldoende capaciteit. Comfort en gezondheid De warmtepomp levert een aangename, gelijkmatige lage-temperatuur verwarming. Ook vindt er geen verbranding van fossiele brandstoffen meer plaats, wat beter is voor mens en milieu.
MJOP Het vervangen van de CV-ketels, gepland in 2031, zou een goed moment kunnen zijn om deze maatregel toe te passen. Gezien de gasloze ambities voor 2030, kan dit moment echter naar voren worden gehaald. Wel is het altijd verstandig om het pand eerst nog beter te isoleren, om de resterende warmtevraag zo laag mogelijk te maken (maximaal 55°C!). Hierdoor kan het systeem veel efficiënter functioneren dan binnen de huidige gebouwschil. 24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 27 van 40
4.2.11 Aansluiten op het warmtenet HLTsamen moet voor de wijken/buurten in Voorhout nog bepalen of men voor een collectief warmtenet moet gaan, of dat er wordt ingezet op individuele warmtepompen. Met deze maatregel is onderzocht wat voor een effect het aansluiten op een middentemperatuurwarmtenet (ca. 65°C) kan geven, mocht het gemeentehuis de mogelijkheid krijgen om aangesloten te worden op een warmtenet. Als groot voordeel heeft dit namelijk dat het gebouw direct gasloos verwarmd wordt. Het aansluiten op een warmtenet is vrij eenvoudig, namelijk ketels verwijderen en een afleverset installeren die gekoppeld staat met de CV-leidingen in het pand. Aandachtspunten Als uitgangspunt zijn wij uitgegaan van een warmtenet met middentemperatuurverwarming. Maar het is niet geheel ondenkbaar dat in de toekomst het warmtenet ook met lage temperaturen gaat werken. Dan moet het pand hoogwaardig geïsoleerd worden.
Comfort en gezondheid Deze maatregel heeft geen directe invloed op het comfort en/of de gezondheid. Wel zullen er geen rookgassen meer uitgestoten worden door het verdwijnen van de CV-ketels, wat de lokale luchtkwaliteit kan verbeteren. MJOP Deze aanpassing kan pas uitgevoerd worden wanneer duidelijk is of -en in welk jaar er een warmtenetvoorziening wordt gerealiseerd.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 28 van 40
4.2.12 LED-verlichting Omschrijving De bestaande spaar- en halogeenlampen kunnen zuiniger uitgevoerd worden. In deze maatregel wordt de hoeveelheid verlichting niet aangepast, wel de wattage die de verlichting verbruikt. Ook wordt het schakelsysteem (vertrekschakeling en eventuele aanwezigheidsdetectie) niet gewijzigd. De armaturen worden 1-op-1 vervangen voor LED-verlichting. Aandachtspunten Let op: De armaturen mogen niet aangepast worden vanwege de CE-keurmerken. Bij het aanpassen van het armatuur vervalt de CE-garantie en daarmee de brandverzekeringen en dergelijke. MJOP Het vervangen van alle bestaande verlichting staat in 2045 gepland. Mogelijk kan vervanging van alle niet-LED lampen worden vervroegd.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 29 van 40
4.3
Samengestelde pakketten De maatregelen zijn los van elkaar onderzocht, maar ook in maatregelpakketten. Het voordeel van pakketten is dat de energiebesparing aanzienlijk hoger ligt en de overlast voor de gebruikers door de uitvoering beperkt wordt. Het samenstellen van pakketten kan ook gunstig uitvallen voor het aanvragen van subsidie. Hoewel er voor het toepassen van één isolerende maatregel subsidie beschikbaar is, wordt dit bedrag verdubbeld wanneer er 2 isolerende maatregelen uitgevoerd zullen worden. Ook stelt het Nationaal Warmtefonds (NWF) bepaalde samenstellingseisen om grotere leningen voor Zeer Energiezuinige Pakketten (ZEP) en Zeer Energiezuinige gasloze Pakketten (ZEP+) te krijgen. De genoemde pakketten voldoen aan de (minimale) eisen vanuit RVO en NWF. De omschreven pakketten zijn op basis van no-regret, wat betekent dat de genomen maatregelen eventuele toekomstige maatregelen niet in de weg mogen staan. De maatregelpakketten hebben wij onderverdeeld in onderstaande groepen: 1. Energiezuinig Pakket (EP) Gasloze doelstelling gemeentelijke gebouwen in 2030; 2. Zeer Energiezuinig Pakket (ZEP) Verduurzaming met stap 1 en 2 van de trias energetica; 3. Zeer Energiezuinig Pakket+ (ZEP+) Een maximale verduurzaming met gasloze verwarming; 4. Gasloos en energieneutraal (GE) Wat is er nodig om het gebouw aan het jaar 2050 te voldoen.
Met het pakket ZEP+ wordt bekeken wat maximaal haalbaar is met het betreffende gebouw. Daaruit blijkt of het gebouw aan de doelstellingen voor 2050 kan voldoen. Daarvoor moet het gebouw gasloos en energie- en CO2 neutraal worden. Mocht het gebouw niet de doelstellingen behalen, dan wordt in pakket GE bepaald wat wel noodzakelijk is. Mocht het gebouw met een ZEP+ pakket al gasloos en energieneutraal worden, wordt er geen separaat GE-pakket doorgerekend. In onderstaand tabel staat een overzicht van de pakketten en uit welke maatregelen deze bestaan.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
V
V
V
V
V
ZEP+ met warmtenet
V
ZEP+ met bodemwarmtepomp
V V V
Zeer Energiezuinig Pakket (ZEP)
Energiezuinig Pakket 2 (EP2)
Maatregel Vloerisolatie ZEP Gevelisolatie ZEP Dakisolatie Plat ZEP Dakisolatie Hellend ZEP HR++ beglazing in bestaande kozijnen HR+++ beglazing in nieuwe kozijnen PV-installatie Hybride warmtepomp i.c.m. HR107-ketel Lucht-water warmtepomp Bodem-water warmtepomp Warmtenet LED-verlichting
Energiezuinig Pakket 1 (EP1)
Pakketten
V V V V
V V V V
V V V V
V V
V V
V V
V V
V
V V
Pagina 30 van 40
4.4
Financiële en energetische gevolgen In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de energetische besparingen voor de verschillende energiedragers (gas, elektriciteit en warmtelevering). De bedragen geven de besparingen per energiedrager aan. Bij nul is er geen besparing, bij een negatief bedrag is de energiedrager kostenverhogend.
Besparing t.o.v. huidig per energiedrager
Gas besp. Elektra besp. Warmte besp. [m3 per jaar] [kWh per jaar] [GJ per jaar]
Maatregelen Vloerisolatie ZEP Gevelisolatie ZEP Dakisolatie Plat ZEP Dakisolatie Hellend ZEP HR++ beglazing in bestaande kozijnen HR+++ beglazing in nieuwe kozijnen PV-installatie Hybride warmtepomp i.c.m. HR107-ketel Lucht-water warmtepomp Bodem-water warmtepomp Warmtenet LED-verlichting Pakketten Energiezuinig Pakket 1 (EP1) Energiezuinig Pakket 2 (EP2) Zeer Energiezuinig Pakket (ZEP) ZEP+ met bodemwarmtepomp ZEP+ met warmtenet
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
CO2 besp. Energie besp. [kg/jaar] [MJ per jaar]
663 1.365 106 1.918 3.192 5.266 0 8.961 22.644 22.644 22.644 -271
130 258 34 670 1.798 3.123 37.475 -53.973 -88.804 -72.688 3.749 4.798
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -826 0
1.282 2.630 209 3.786 6.497 10.762 10.820 1.197 16.764 21.417 8.062 879
23.803 48.936 3.844 69.878 118.746 196.444 134.909 120.861 476.742 534.757 -16.069 7.758
22.644 22.644 9.108 22.644 22.644
24.216 37.515 37.625 37.426 37.446
0 0 0 0 -494
49.395 53.234 27.918 53.209 32.043
883.611 931.490 455.797 931.167 437.240
Pagina 31 van 40
De genoemde investeringen zijn zonder mogelijke subsidies weergegeven en gaan uit van de meest ongunstige situaties. Ook zijn reserveringen vanuit het MJOP niet van de genoemde investeringen gehaald. De genoemde investeringen geven daardoor de meest belastende scenario’s. Eventuele subsidies op provincie- en gemeentelijkniveau zijn niet inzichtelijk gemaakt in deze tabel. Investeringsprijzen zijn exclusief 21% btw. Pakket
Huidig Bestaande toestand Maatregelen Vloerisolatie ZEP Gevelisolatie ZEP Dakisolatie Plat ZEP Dakisolatie Hellend ZEP HR++ beglazing in bestaande kozijnen HR+++ beglazing in nieuwe kozijnen PV-installatie Hybride warmtepomp i.c.m. HR107-ketel Lucht-water warmtepomp Bodem-water warmtepomp Warmtenet LED-verlichting Pakketten Energiezuinig Pakket 1 (EP1) Energiezuinig Pakket 2 (EP2) Zeer Energiezuinig Pakket (ZEP) ZEP+ met bodemwarmtepomp ZEP+ met warmtenet
Investering [€]
Energiebesparing [%]
Energiebesparing [€/jaar]
Terugverdientijd (jaar)
CO2-reductie [%]
Energie label
-
-
-
-
-
A++
59.769 541.737 24.297 370.350 208.266 1.152.396 309.413 112.440 219.375 348.055 78.722 44.192
3 5 0 8 13 21 14 13 51 57 -2 1
833 1.709 137 2.504 4.392 7.297 12.367 -7.148 -2.359 2.959 -4.163 1.262
56 177 117 102 39 108 26 50 36 37
2 5 0 7 12 20 20 2 32 40 15 2
A++ A++ A++ A++ A++ A+++ A+++ A++ A+++ A+++ A++ A++
975.067 1.547.325 2.459.070 3.018.395 2.527.850
95 100 49 100 47
34.937 39.326 23.255 39.297 19.958
24 34 84 61 88
93 A+++++ 100 A+++++ 52 A++++ 100 A+++++ 60 A++++
* In de kolom terugverdientijd staat bij enkele maatregelen een ‘–’ aangegeven, wat staat voor een negatieve terugverdientijd. Hoewel er wel bij deze maatregelen een energiebesparing plaats vindt in het gasverbruik, leidt de benodigde elektriciteits- of warmtevraag tot hogere energielasten t.o.v. de gaskosten. Voor met name de warmtepompen geldt dat deze efficiënter zullen draaien wanneer de gebouwschil beter wordt geïsoleerd. Het advies voor deze maatregelen is dan ook om deze pas toe te passen wanneer er sprake is van een Zeer Energiezuinig Pakket/gebouw (ZEP).
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 32 van 40
4.4.1
Subsidies en leningen voor maatregelen en pakketten voor bedrijven en overheden. Subsidies Investeert uw bedrijf in een bedrijfsmiddel dat zorgt voor minder CO2-uitstoot? Energiezuinig is? Of wilt u investeren in duurzame energie? Maak dan gebruik van de regeling Energieinvesteringsaftrek (EIA). U kunt dan 45,5% van de investeringskosten aftrekken van de winst. Dit verlaagt uw fiscale winst. De EIA is voor alle ondernemers die onder de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting vallen. Ook een overheidsorganisatie, stichting of vereniging kan gebruikmaken van de EIA, als zij vennootschapsbelasting betalen. De regeling is niet voor particulieren. Een van de belangrijkste voorwaarden van de EIA is dat uw investering voldoet aan de omschrijving van één van de codes van de Energielijst. Voor meer informatie kunt u terecht op Energie-investeringsaftrek (EIA) voor ondernemers (rvo.nl) Verduurzaam uw productieproces, gebouw of te verhuren woning met de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor zakelijke gebruikers. Dat kan met een (hybride) warmtepomp, een zonneboiler, zonnepanelen of een kleine windturbine. De subsidie voor zonnepanelen en kleine windturbines loopt nog tot en met 31 december 2023. U heeft geen recht op subsidie als er al eerder subsidie is verstrekt voor de betreffende maatregel.
Ook heeft u geen recht op subsidie als u hiervoor fiscaal voordeel krijgt binnen de Energie-investeringsaftrek (EIA). Voor meer informatie kunt u terecht op Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor zakelijke gebruikers (ISDE) (rvo.nl) De MIA\Vamil is voor alle ondernemers die onder de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting vallen. Ook een overheidsorganisatie, stichting of vereniging kan gebruikmaken van de MIA\Vamil, als zij vennootschapsbelasting betalen. Met de MIA\Vamil kan uw belastingvoordeel netto oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. Een belangrijke voorwaarde is dat de techniek of het bedrijfsmiddel waarin u investeert op de Milieulijst staat. Voor meer informatie kunt u terecht op MIA en Vamil voor ondernemers (rvo.nl) Bent u eigenaar van maatschappelijk vastgoed? Of houdt u zich bezig met het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed? Zoals scholen, overheidsgebouwen, zorginstellingen of rijksmonumenten? De subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) komt eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed tegemoet in de kosten om te verduurzamen.
U valt binnen de doelgroep van DUMAVA als uw vastgoed in Nederland staat en eigendom is van een maatschappelijke instelling binnen de sectoren: • decentrale overheid, zoals een gebouw met een publieke functie dat eigendom is van de gemeente, provincie of waterschap; • onderwijs, zoals gebouwen van een basisschool, middelbare school, universiteit, mbo- of hbo-instelling; • zorg, zoals een ziekenhuis, verpleeg- of verzorgingshuis. • cultuur, zoals een poppodium, kunstcollectief of theater. Het hebben van een Culturele ANBI-status is een vereiste; • rijksmonument dat geen woonhuis is, zoals een museum waarvan het gebouw is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; • religieuze instellingen, zoals een moskee of een kerk.
24016.3.1.MWA-U_Raadhuisplein_1-3_Voorhout_v1.0
Pagina 33 van 40
•
overige gebouwen met een publieksfunctie, zoals een stichting, vereniging, peuterspeelzaal, buurthuis of gemeenschapscentrum. U moet hiervoor een SBIcode hebben die staat op de lijst ‘SBI-codes DUMAVA’. Let op dat voor het object naast de DUMAVA-subsidie geen andere subsidie aangevraagd mag worden. Ook mag er geen eerdere DUMAVA-subsidie gebruikt zijn. Voor meer informatie kunt u terecht op Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) (rvo.nl) Leningen Groenbanken en groenfondsen kunnen met de Regeling groenprojecten een groenverklaring aanvragen. Met zo’n groenverklaring kunnen zij duurzame projecten van hun klanten tegen een lager rentetarief financieren. Dit kan voor diverse thema’s waaronder ook renovatie, nieuwbouw en klimaatadaptie. Voor meer informatie kunt u terecht op Regeling groenprojecten (rvo.nl) 4.4.2
Saldering, leningen en btw voor PV-panelen voor bedrijven en overheden. Voor zonnepanelen bestaan diverse andere mogelijkheden. Saldering Als de PV-panelen meer elektriciteit opleveren dan wordt verbruikt, wordt het overschot teruggeleverd aan het net. Als ’s avonds de zon is ondergegaan en de PV-panelen niets meer opwekken wordt er vervolgens weer stroom afgenomen van het net. De teruglevering en de afname mogen in Nederland tegen elkaar worden weggestreept. Dit wordt salderen genoemd en is wettelijk vastgelegd in de salderingsregeling. Om te kunnen salderen mag de hoofdaansluiting niet hoger zijn dan 3x80A. Ook kunt u niet méér salderen dan dat u zelf verbruikt. Als u meer teruglevert krijgt u een terugleververgoeding die véél lager ligt dan de inkoop van elektriciteit. Op moment van schrijven is de beoogde salderingsregeling goedgekeurd door de Tweede Kamer. Het plan is echter nog niet definitief door de Eerste Kamer, waardoor de precieze invulling van het plan nog kan wijzigen. Voor meer informatie kunt u terecht op https://www.rvo.nl Het overzicht van subsidie- en leningmogelijkheden is met grote zorg samengesteld. Kijk altijd voor de actuele stand van zaken op de betreffende websites voordat u beslissingen maakt. Subsidie- en leningaanvragen bevatten veel persoonlijke gegevens.