Bijlage 5 Bijlage bij de toelichting bestemmingsplan Spoorlaan 125- 127, Voorhout.pdf
Tekst van het document
Spoorlaan 125 - 127, Voorhout
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Onderzoek drift
4
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
16
Bijlage 3
Aanvullende notitie geluid
43
Bijlage 4
Ontwerpbesluit hogere waarden
52
Bijlage 5
GGD-advies
70
Bijlage 6
Bodemonderzoek
73
Bijlage 7
Aanvullend bodemonderzoek
113
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
138
Bijlage 9 Nota van beantwoording Inspraak en overleg Concept Ontwerpbestemmingsplan Spoorlaan 125-127
157
Bijlage 10
164
2
Nota van beantwoording zienswijzen Spoorlaan 125- 127
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1 Onderzoek drift
4
BK Bouw- & Milieuadvies B.V. Daltonstraat 30D Postbus 3064 3301 DB Dordrecht
Aan: H. van Gent
Spoorlaan 127 2215 KR Voorhout
088 321 25 10 info@bkbouwenmilieuadvies.nl www.bkbouwenmilieuadvies.nl BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01
Betreft: briefrapportage Onderwerp: Onderzoek naar spuitdrift Kenmerk: Projectnummer: 201319_Spoorlaan 173, Voorhout. Contact: Ing. G. Kalkman.
Dordrecht, 13 januari 2020
Geachte heer Van Gent,,
Bijgaand het onderzoeksrapport. Indien u vragen hebt, kunt u contact opnemen met Gerben Kalkman van ons bureau te IJmuiden. Met vriendelijke groet, BK Bouw- & Milieuadvies B.V.
Ing. G. Kalkman.
Bijlage(n): 1. Onderzoek naar Spuitdrift 2. Wet en regelgeving
blad 1 van 9
Onderzoek naar Spuitdrift Toetsing van spuitdrift op extra woning ten noordoosten van perceel Spoorlaan 127, Voorhout.
Inleiding De initiatiefnemer, de heer Van Gent, heeft het voornemen een woning (figuur 1) te gaan bouwen. Om medewerking door de gemeente Teylingen aan het woningbouwplan dient de agrarische bestemming (bestemmingsplan buitengebied Teylingen (1e herziening) van het perceel omgezet te worden naar de bestemming ‘wonen’. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing is door de gemeente verzocht om de eventuele spuitdrift van agrarische percelen in de omgeving te toetsten. Mogelijk dienen (aanvullende) drift reducerende maatregelen getroffen te worden, die de humane gezondheid beschermd gelet op mogelijke driftblootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mensen in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of zwangere vrouwen, kan dit risico’s voor de gezondheid inhouden.
blad 2 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Circa 4,5 meter afstand
Circa 7 meter afstand
Figuur 1: Boogde locatie van de woning (indicatief) met afstanden tot naastgelegen percelen.
blad 3 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Locatie De gemeente heeft het volgende opgenomen voor de te bouwen woning. Voor de grens naar de noordoostelijke perceelsgrens is een afstand van 4,50 m opgenomen. Deze grens is relevant voor dit onderzoek, de grens wordt daarmee op 6,5 meter gesteld naar de naastgelegen kwekerij van vaste planten. Fa. Zwetsloot, kadastraal op perceel nummer 4042.
Figuur 2: Situering woning (bron gemeente Teylingen) ten opzicht van kwekerij (vaste planten) op perceel 4042.
Methodiek Dit onderzoek naar spuitzones bestaat uit twee delen: 1. Het uitvoeren van een locatie specifiek onderzoek naar de drift vanuit de omliggende vaste plantenkwekerij, waarbij wordt uitgegaan van de gebruikte middelen en toegepaste spuittechnieken voor opengrondteelt. 2. Het bepalen van de minimaal aan te houden afstand tussen de perceelgrens van de kwekerij en de woonbestemming met tuin. 3. Voor de gronden ten noordwesten van het plangebied (achter het plangebied, mogen juridisch gezien op dit moment wel zo worden gebruikt. Voor het plangebied zijn de bestemmingen; wonen, groen en tuin opgenomen. Het bestemmingsvlak Wonen is aangemerkt als zijnde gevoelige bestemming omdat daar gedurende langere tijd mensen kunnen verblijven.
blad 4 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Praktijksituatie Op 13 januari 2020 is het plangebied bezocht en zijn locatie specifieke kenmerken van de omgeving respectievelijk geïnventariseerd en gecontroleerd. Ook heeft een gesprek plaatsgevonden met de heer Zwetsloot. De feitelijke situatie van de vaste planten kwekerij laat zich als volgt beschrijven: • De kwekerij is ingeplant met (jonge) vaste planten (diverse waaronder Pioenrozen). • De geprojecteerde woning bevindt zich op minimaal 7 meter vanaf de kwekerij. Er heeft overleg plaatsgevonden met de teler c.q. eigenaar van de kwekerij aan de Spoorlaan 131, Voorhout. Daaruit bleek, vooral gezien de grootte van het bedrijf (klein), dat er incidenteel slechts van een rugspuit gebruik wordt gemaakt, voor onkruidbestrijding op de paden. De komende 10-15 jaar zal deze praktijk uitgevoerd worden. Men heeft geen verhuisplannen, uitbreiding of intensiveringsplannen. Met de informatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van activiteiten zoals bedoeld in de regelgeving (spuitmachines (zelfrijdend of getrokken door tractor), daarmee kan gesteld te worden dat er geen nader onderzoek voor eventueel effect uitgevoerd dient te worden. Gronden ten noordwesten Door ‘Wenneker’ is onderzoek uitgevoerd naar de drift naar de omgeving en in het bijzonder oppervlaktewater voor twintig hagen van diverse soorten.
Geconcludeerd is dat een windhaag een effectieve methode is om drift van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Dit naast de andere functies van windhagen te weten het voorkomen van windschade en verbeteren van het microklimaat. Een windhaag heeft ten aanzien van drift een gecombineerd effect, enerzijds de filterende werking, waardoor de emissie aan gewasbeschermingsmiddel in de lucht afneemt en anderzijds de ruimte die een windhaag inneemt, waardoor sprake is van een “teeltvrije” zone. Een windhaag met een volledig ontwikkeld bladerdek (volblad of winter groen) geeft hoge emissiereducties, die afhankelijk van de haagsoort variëren van gemiddeld 80 tot 90%. Voor Elzenhagen is in de periode na 1 mei een bladoppervlak vastgesteld dat uiteenliep van 3,4 tot 7,4 m2 per m2 windhaag. Bij een bladloze of kale windhaag is de emissiereductie lager (gemiddeld 10% tot 21%). Analyse: Door een wintergroene haag te plaatsen, conform onderstaande situatietekening wordt voldoende zorg gedragen, ook naar de toekomst toe, dat drift een gezondheidsrisico vormt.
Regelgeving en beleid In bijlage 1 is achtergrondinformatie opgenomen met betrekking tot wet- en regelgeving inzake gewasbeschermingsmiddelen. Zo gelden vanuit het Activiteitenbesluit algemene verplichtingen ten aanzien van bespuitingen met gewasbeschermingsmiddelen. Bijvoorbeeld voor de opengrondteelt dat er per 1 januari 2018 gewerkt moet worden met ten minste 75% driftreducerende technieken. Met de geldende wet- en regelgeving, die overigens gericht is op het tegengaan van drift naar het oppervlaktewater, kan in dit onderzoek rekening worden gehouden. Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een veiligheidsafstand voor bebouwing aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de gewasgrens. Deze 50 meter is in diverse uitspraken van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2) als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een vaste richtafstand waar gemotiveerd van kan worden afgeweken.
blad 5 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Binnen veel gemeenten bestaat de wens om nieuwe gevoelige functies (zoals woningen en bijbehorende tuinen) op minder dan 50 meter vanaf de agrarische perceelsgrens te realiseren. Een kleinere afstand is mogelijk mits dat goed onderbouwd wordt. Zo accepteerde de Raad van State in zaak nr. 201506413/1/R2 (uitspraak van 4 mei 2016) een spuitzone van 10 meter tussen een fruitboomgaard en twee burgerwoningen. Sommige gemeenten, zoals Houten, hebben voor spuitzones eigen beleid geformuleerd en/of een convenant met belanghebbende ondernemers opgesteld. Voor de gemeente Teylingen is dit niet het geval. Conclusie De conclusie van dit onderzoek is dat er, gezien de bedrijfsactiviteiten, geen sprake is van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zoals bedoeld in relevante wet- en regelgeving. Incidenteel gebruik van de rugspuit tegen onkruid op paden levert geen risico op voor de toekomstige bewoners. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Juridisch gezien is het mogelijk dat het perceel ten noordwesten van het huis als bollengrond in gebruik genomen wordt. Om de bewoners en de teler te beschermen tegen wederzijdse negatieve effecten wordt een wintergroene heg geplaatst op onderstaande locatie (lichtgroene lijnen).
Figuur 3: Wintergroene heg hoogte ca 1,5 meter.
Tevens wordt de bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelmogelijkheden van de vaste planten kweker van de heer Zwetsloot niet belemmerd als gevolg van de beoogde gevoelige bestemmingen.
blad 6 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Bijlage
blad 7 van 9
Wet- en regelgeving
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
REGELGEVING Europese regelgeving Het Nederlandse gewasbeschermingbeleid wordt in hoge mate door EU-regelgeving beïnvloed en bepaald. In het zesde milieuactieprogramma (MAP) van de Europese Gemeenschap is speciale aandacht besteed aan gewasbeschermingsmiddelen. Daarvoor zijn twee EU verordeningen en twee EU-richtlijnen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen opgesteld. Ze vormen samen de vier kernelementen van het gewasbeschermingbeleid. Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG (PbEU 2009, L 309), in het kort: de Verordening Gewasbeschermingsmiddelen. Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PbEU 2009, L 309), in het kort: de Richtlijn duurzaam gebruik. Richtlijn 2009/127/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot wijziging van de Richtlijn 2006/42/EG met betrekking tot machines voor de toepassing van pesticiden (PbEU 2009, L 310), in het kort: de Machinerichtlijn. Verordening (EG) nr.
1185/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende statistieken over pesticiden (PbEU 2009, L324), in het kort: de Statistiekverordening. Ook andere Europese regelgeving is bepalend voor het gewasbeschermingbeleid, zoals de Residuverordening1 en de Kaderrichtlijn Water (KRW)2.
Nationale regelgeving De volgende nationale regelgeving is van belang voor het gewasbeschermingsmiddelenbeleid. Deze vloeit grotendeels rechtstreeks voort uit de EU-regelgeving. • Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). De Wgb bevat regels voor de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingmiddelen en biociden. In de Wgb en het daarop gebaseerde Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Bgb) en de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb) zijn bepalingen opgenomen ter uitvoering van Europese regelgeving. Onder andere worden eisen gesteld aan de vakbekwaamheid van de toepasser, het maken van een gewasbeschermingsmonitor en de (periodieke) keuring van spuitapparatuur. Bovendien voorziet de Wgb in een College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Eén van de belangrijkste taken van dit college is de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingstoffen op de Nederlandse markt. Aan de toelating worden voorschriften verbonden wat betreft het gebruik van de middelen. • Wet milieubeheer en dan met name het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (‘Activiteitenbesluit). In het Activiteitenbesluit zijn onder meer voorschriften voor het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen opgenomen.
Die voorschriften hebben bijvoorbeeld betrekking op de bescherming van het oppervlaktewater of de opslag van gewasbeschermingsmiddelen. • Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen. Deze regeling is van toepassing op residuen van bestrijdingsmiddelen die niet vallen onder de werkingssfeer van de Residuverordening.
blad 8 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Beschermen omwonenden en passanten Mensen die in de buurt van een agrarisch bedrijf of perceel wonen (omwonenden) en mensen die zich incidenteel in de omgeving daarvan bevinden (passanten) kunnen langdurig of kortdurend aan gewasbeschermingsmiddelen worden blootgesteld. Tot voor kort werden in de toelatingsbeoordelingen door het Ctgb eventuele risico’s voor omwonenden en passanten niet meegenomen. Verondersteld werd dat de risico’s afgedekt worden via de beoordeling van de risico’s voor de toepasser, die logischerwijs aan hogere concentraties blootgesteld wordt doordat deze zich dichterbij de bron bevindt. Over deze aanname is nationaal en internationaal discussie ontstaan en risicobeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen is nog steeds een proces van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Het Ctgb heeft in het licht van het advies van de Gezondheidsraad van 2014 3 aanvullend onderzoek uitgevoerd. In de brief van het Ctgb van 21 oktober 2015 daarover aan Staatssecretaris Mansveld wordt geconcludeerd dat alle 116 gewasbeschermingsmiddelen die zijn doorgerekend, waaronder de meest belastende gewasbeschermingsmiddelen die gebruikt worden, geen gevaar opleveren voor de gezondheid van omwonenden of omstanders.
Tevens heeft het Ctgb via haar website gemeld dat sinds 2016 bij nieuwe toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen in de beoordeling de blootstelling van omwonenden en passanten wordt meegenomen. Andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk, met vergelijkbare meteorologische omstandigheden, beoordelen de gezondheidseffecten voor omwonenden al langer. Veel van de daar toegelaten middelen worden ook in Nederland gebruikt. Vermindering van emissies van gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw en open teelten Per 1-1-2018 is het Activiteitenbesluit gewijzigd4, waarbij de nieuwe artikelen 3.78a en 3.80a van belang zijn voor dit onderzoek: Artikel 3.78a 1. Bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen en op braakliggend land in de open lucht wordt een techniek gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75%, ten opzichte van een bij ministeriële regeling aangewezen referentietechniek. 2. De driftreductie van de techniek, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetoond volgens een bij ministeriële regeling aangewezen testmethode. Artikel 3.80a 1. Tot 1 januari 2021 geldt artikel 3.78a, niet voor de teelt van in opwaartse en zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen. 2.
Tot 1 januari 2021 geldt artikel 3.80, derde lid, niet voor de teelt van appelen, peren en overige put- en steenvruchten waarbij een teeltvrije zone van 3 meter wordt gehanteerd, en: a) langs het oppervlakte water een vanggewas is geplaatst dat voldoet aan ministeriële eisen; b) of, gebruik wordt gemaakt van een tunnelspuit.
blad 9 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Teeltvrije zones Oppervlaktewater In de open teelt ligt de focus beleidsmatig en via regelgeving op de afname van het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater (drift). Drift veroorzaakt een groot deel van de normoverschrijdende piekconcentraties in het oppervlaktewater. Hier is wetgeving voor opgesteld die in het Activiteitenbesluit (paragraaf 3.5.2) en de Activiteitenregeling (paragraaf 3.5.2) zijn opgenomen. Emissiereductie van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater wordt via teeltvrije zones en via driftreducerende maatregelen bereikt. De Technische Commissie Techniekbeoordeling (TCT) geeft over driftreducerende maatregelen advies aan waterbeheerders. Teeltvrije zones zijn multifunctionele stroken land waar geen agrarische productie plaatsvindt en daarom ook geen gewasbeschermingsmiddelen (en mestgift) worden toegepast. Op deze wijze wordt tevens een ruimtelijke scheiding gerealiseerd. Teeltvrije zones dragen bij aan meerdere doelen zoals biodiversiteit en waterkwaliteit. Een teeltvrije zone die aan het oppervlaktewater grenst, is een robuuste maatregel die rechtstreeks bijdraagt aan de verbetering van de waterkwaliteit en indirect dus ook aan een goed woon- en leefklimaat.
Het veelvuldig aantreffen van een bepaald gewasbeschermingsmiddel in (blootstellings) normoverschrijdende concentraties kan extra beperkingen tot gevolg hebben: bijvoorbeeld een bredere teeltvrije zone of hogere eisen aan driftreductie (technieken met 90% driftreductie). Het is zelfs mogelijk dat het gewasbeschermingsmiddel uit de markt gehaald wordt. In de fruitteelt (zij- en opwaartse bespuiting) is, langs een watervoerende sloot, een teeltvrije zone van ten minste 4,5 verplicht (Activiteitenbesluit, art. 3.80 lid 3.a) als er in de periode van 1 april tot 1 oktober water in de sloot staat, zonder dat er stuwen aanwezig zijn (Activiteitenbesluit, art. 3.79 lid 4). De teeltvrije zone mag versmald worden tot 3 meter indien (art. 3.80 lid 3.b): 1. 2.
een techniek wordt gebruikt waarmee een driftreductie wordt bereikt van ten minste 90%, ten opzichte van een bij ministeriële regeling aangewezen referentietechniek, of een biologische productiemethode wordt toegepast.
Een teeltvrije zone of een driftreducerende maatregel is niet bedoeld ter bescherming van de mens, maar draagt wel bij aan de verbetering van het woon- en leefklimaat.
blad 10 van 9
Onderzoek naar spuitdrift, Spoorlaan, Voorhout.
BK bouw- & milieuadvies
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
16
Ontwikkeling Spoorlaan 125-127 te Voorhout Akoestisch onderzoek
Ontwikkeling Spoorlaan 125-127 te Voorhout Akoestisch onderzoek
opdrachtgever
De heer H. van Gent
rapportnummer
O 1 62 35 - 2- R A - 00 2
datum
30 o k t o b e r 20 19
referentie
K v d N / I K a / C J / O 16 23 5- 2 - R A- 0 02
verantwoordelijke ir. K.V. van der Nat opsteller
MSc I.H. Kalverboer +31 85 8228758 i.kalverboer@peutz.nl
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon
O 16235-2-RA-002 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Plangebied en beoogde ontwikkeling
5
2.1
Plangebied
5
2.2
Beoogde ontwikkeling
5
3
Wet- en regelgeving
6
3.1
Algemeen
6
3.2
Wet geluidhinder
6
4
Uitgangspunten
9
4.1
Algemeen
9
4.2
Railverkeerslawaai
9
4.3
Toetspunten
9
4.4
Akoestische modelvorming
10
5
Rekenresultaten
11
5.1
Railverkeerslawaai
11
5.2
Cumulatie
12
6
Beoordeling
13
7
Maatregelen
15
7.1
Algemeen
15
7.2
Maatregelen aan de bron
15
7.3
Maatregelen aan de overdracht
15
7.4
Maatregelen bij de ontvanger
16
Conclusie
18
8
O 16235-2-RA-002 3
1
Inleiding In opdracht van de heer Van Gent is een onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai ter plaatse van de gevels van de beoogde woning aan de Spoorlaan 125-127 te Voorhout. Het voornemen bestaat om de bestemming van de percelen aan de Spoorlaan 125 (gedeeltelijk) en 127 te Voorhout van Agrarisch naar Wonen te wijzigen. De bestaande agrarische woning aan de Spoorlaan 127 zal hiermee een niet-agrarische woonbestemming verkrijgen. Daarnaast bestaat het voornemen om één woning naast de bestaande woning aan de Spoorlaan 127 te realiseren. De beoogde nieuwe woning is gelegen in de geluidzone van het nabijgelegen spoortraject Haarlem – Leiden. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’, dat op 15 december 2016 door gemeente Teylingen is vastgesteld. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Hiertoe is een ruimtelijke onderbouwing nodig, waarmee wordt aangetoond dat de realisatie van het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Vanwege de ligging van het plangebied in de geluidzone van het nabijgelegen spoortraject vraagt het aspect railverkeerslawaai hierbij om aandacht.
O 16235-2-RA-002 4
2
Plangebied en beoogde ontwikkeling
2.1 P l a n g e b i e d
Het plangebied is gelegen aan de Spoorlaan 125-127 te Voorhout. Het spoortraject Haarlem–Leiden is direct ten oosten van het plangebied gelegen. In figuur 2.1 is het plangebied en het nabijgelegen spoortraject weergeven. f2.1 Ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)
2.2 B e o o g d e o n t w i k k e l i n g
Het voornemen bestaat om de bestemming van de percelen aan de Spoorlaan 125 (gedeeltelijk) en 127 te Voorhout van Agrarisch naar Wonen te wijzigen. De bestaande agrarische woning aan de Spoorlaan 127 zal hiermee een niet-agrarische woonbestemming verkrijgen. Daarnaast bestaat het voornemen om één woning naast de bestaande woning aan de Spoorlaan 127 te realiseren (zie figuur 2.1). Deze woning bestaat uit één laag met kap en zal maximaal 8 meter hoog worden. De goothoogte van de woning zal hierbij maximaal 4 meter bedragen. Alsmede zal bij de nieuwe woning een bijgebouw worden gerealiseerd. Dit bijgebouw kent een maximale hoogte van 4,5 meter en zal ten noordwesten van de bestaande woning worden gesitueerd. Het oppervlak van het bijgebouw bedraagt maximaal 100 m2. O 16235-2-RA-002 5
3
Wet- en regelgeving
3.1 A l g e m e e n
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een woning. Aangezien er een geluidgevoelige object (woning), conform de Wet geluidhinder, gerealiseerd gaat worden is het van belang om de optredende geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen in beeld te brengen. De bestaande agrarische woning is zowel in de huidige situatie als toekomstige situatie een geluidgevoelig object, en vraagt daarom niet om een nieuwe beoordeling in het kader van de Wet geluidhinder. In het voorliggende hoofdstuk zal ingegaan worden op de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van railverkeerslawaai 1. 3.2 W e t g e l u i d h i n d e r Railverkeerslawaai
De spoorlijn (Haarlem-Leiden) betreft een (hoofd)spoorweg die is aangegeven op de geluidplafondkaart, waarvoor de omvang van de geluidzone in artikel 1.4a Besluit geluidhinder is geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Het meest nabijgelegen geluidproductieplafond bedraagt 66 dB, waardoor de zonebreedte 600 meter bedraagt. De beoogde ontwikkeling is in de geluidzone van deze spoorlijn gelegen. Conform de Wgh betreft de voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting vanwege een spoorweg ter hoogte van een geluidgevoelige bestemming volgens artikel 4.9, lid 1 van het Besluit geluidhinder (hierna: Bgh) 55 dB L den. Omdat het nog niet geprojecteerde woningen in een stedelijk gebied betreft, kan volgens artikel 4.10 Bgh een hogere waarde voor de geluidbelasting vanwege een bestaande spoorweg van maximaal 68 dB worden toegestaan. Conform artikel 110a lid 5 Wgh kan een hogere waarde verleend worden indien de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van een weg van de gevel van de betrokken woningen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
1 De beoogde ontwikkeling is tevens gelegen in de geluidzone van de Spoorlaan. Dit betreft echter een doodlopende weg die, zoals tevens door de gemeente aangegeven, niet akoestisch relevant is. Derhalve wordt wegverkeerslawaai verder buiten beschouwing gelaten. O 16235-2-RA-002 6
Cumulatie
Ingevolge artikel 110a, lid 6 van de Wgh moet bij de vaststelling van hogere waarden rekening worden gehouden met cumulatie van geluid ten gevolge van andere relevante geluidbronnen. De Wgh bepaalt dat een hogere waarde alleen wordt vastgesteld, voor zover de gecumuleerde geluidbelasting in een bepaalde situatie niet leidt tot een naar het oordeel van burgemeester en wethouders onaanvaardbare geluidbelasting. In de Wgh is echter niet geregeld in welke situatie sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting. De geluidnormen uit de Wgh zijn niet van toepassing op dove gevels. Onder een dove gevel wordt volgens artikel 1b van de Wgh verstaan: “Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering, die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A)” of “Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte”. In situaties waarbij de maximaal toegestane wettelijke grenswaarde(n) worden overschreden, bestaat daarmee toch een mogelijkheid om de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen te realiseren als deze wordt voorzien van een zogenaamde “dove gevel”. 3.2.1 H o g e r e w a a r d e n b e l e i d O D W H
Voor het verlenen van hogere waarden kan het bevoegd gezag aanvullend beleid hebben opgesteld waarin voorwaarden voor het verlenen van hogere waarden zijn opgenomen. De gemeente Teylingen heeft zich aangesloten bij de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) en hanteert het door hen opgestelde hogere waarden beleid. Het hogere waarde beleid van de ODWH is verwoord in de (in 2013 herziene) 'Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder' vastgesteld op 4 maart 2013. Hierna worden de relevante richtlijnen voor railverkeerslawaai weergegeven. Specifieke criteria voor vaststellen hogere waarden railverkeerslawaai
Een hogere waarde kan slechts worden verleed als: − de woningen ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of; − de woningen in een gemeentelijke structuurvisie worden opgenomen, of; − de woningen door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of; − de woningen ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing, of; het geprojecteerde of niet geprojecteerde woningen betreft die: a. in de directe nabijheid van een station worden gesitueerd; b. verspreid gesitueerd worden buiten de bebouwde kom; c. door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen - in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend - of voor andere geluidsgevoelige objecten.
O 16235-2-RA-002 7
en onder voorwaarden: − bij een gevelbelasting hoger dan 58 dB wordt akoestische compensatie 2 toegepast; − ten aanzien van nog niet geprojecteerde woningen kan alleen een hogere waarde dan 58 dB als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld, als voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede ten minste één van de tot de woning behorende buitenruimten, niet aan de gevel worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daar tegen verzetten; in dat geval wordt de buitenruimte afsluitbaar uitgevoerd; − bij een waarde vanaf 58 dB wordt gestreefd naar ten minste een stille gevel (< 55 dB); − dove gevels worden bij voorkeur niet toegepast; indien toch noodzakelijk dan maximaal één dove gevel, bij voorkeur niet als voor- of achtergevel; − de hogere waarde bedraagt niet meer dan 63 dB. Omgevingsdienst West-Holland hanteert een maximum grenswaarde van 63 dB voor railverkeerslawaai, hiermee ligt deze grenswaarde 5 dB lager dan landelijk wettelijk is vastgelegd. Bij hoge uitzondering kan worden overgegaan tot het verlenen van hogere dan deze waarden tot de, in de Wet geluidhinder vastgelegde, maximale hogere waarden van 68 dB voor railverkeerslawaai.
Voor deze situaties zal een aparte uitgebreide motivering noodzakelijk zijn, waaruit moet blijken waarom de omstandigheden deze uitzonderlijke afwijking van het geluidbeleid rechtvaardigen.
2 Akoestische compensatie is compensatie van een hoge gevelbelasting in de vorm van bijvoorbeeld extra isolatie naar de buren, creëren extra stille achtergevel/buitenruimte. O 16235-2-RA-002 8
4
Uitgangspunten
4.1 A l g e m e e n
De beoogde ontwikkeling is gelegen binnen de geluidzone van het spoortraject ‘Haarlem – Leiden’. Alsmede is de beoogde woning gelegen aan de Spoorlaan. Echter betreft dit een doodlopende weg die 100 meter ten noorden van de beoogde ontwikkeling eindigt. Gezien voorgaande, en zoals door de gemeente is aangegeven, is deze weg daarom niet akoestisch relevant. In voorliggende situatie is daarom enkel het geluid ten gevolge van railverkeerslawaai nader beschouwd. 4.2 R a i l v e r k e e r s l a w a a i
De uitgangspunten voor de geluidemissie ten gevolge van de hoofdspoorwegen zijn afkomstig uit het geluidregister voor spoorverkeer en zijn gedownload op 5 juni 2018. 4.3 T o e t s p u n t e n
Voor de situering van de beoogde bebouwing is gebruik gemaakt van de tekeningen zoals door de heer Bakker per mail zijn aangeleverd op 23 april 2019. In figuur 4.1 wordt de tekening weergeven op basis waarvan de positie van de beoogde woning (5024) wordt aangegeven. De toetspunten zijn gesitueerd ter plaatse van de gevels van de beoogde woning. Aangenomen wordt dat sprake is van een woongebouw van maximaal 8 meter hoog. Op een hoogte van 1,5 en 5,5 meter zijn toetspunten gesitueerd. Aangegeven is dat tevens sprake zal zijn van een bijgebouw3, welke ten noordwesten van de beoogde woning zal komen en mogelijkerwijs tegen de woning aangebouwd zal worden. Dit bijgebouw is tevens in het rekenmodel opgenomen. In het rekenmodel is de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woning zowel inclusief als exclusief het bijgebouw bepaald. In het rekenmodel is bovendien rekening gehouden met het feit dat de kassen achter de beoogde woning en de bestaande woning aan de Spoorlaan 127 in de nabije toekomst gesloopt zullen worden. Volledigheidshalve zijn toetspunten gesitueerd ter plaatse van de gevels van de reeds bestaande woning aan de Spoorlaan 127. De beoogde bebouwing kan immers een afschermend effect hebben voor deze woning, waarmee de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de bestaande woning wordt gereduceerd.
3 Voor de afmetingen van het bijgebouw is uitgegaan van een bijgebouw van 50 m 2, aangezien dit in het vigerende bestemmingsplan als maximum afmeting wordt opgenomen. O 16235-2-RA-002 9
f4.1 Uitsnede aangeleverde tekening
4.4 A k o e s t i s c h e m o d e l v o r m i n g
Voor de berekening van het railverkeerslawaai is gebruik gemaakt van een rekenmodel conform de Standaardrekenmethode 2 (SRM II) zoals genoemd in het Rmg2012. Voor de omgeving is een standaard bodemfactor met een waarde van 0,5 gehanteerd, aangezien sprake is van een landelijke omgeving. Ter plaatse van het spoor alwaar een ballastbed aanwezig is wordt een bodemfactor van 1 gehanteerd. Langs het spoortraject zijn geluidschermen gesitueerd. De schermen langs het spoor zijn aan de hand van gegevens afkomstig uit het geluidregister in het akoestisch rekenmodel opgenomen. Een modelplot van het akoestisch rekenmodel, waarin het plangebied is weergegeven is opgenomen in bijlage 1. Een overzicht van de invoergegevens is opgenomen in bijlage 2.
O 16235-2-RA-002 10
5
Rekenresultaten
5.1 R a i l v e r k e e r s l a w a a i
De maximaal optredende geluidbelastingen ten gevolge van het nabijgelegen spoortraject zijn weergegeven in tabel 5.1. Hierin is de maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woning ten gevolge van railverkeer weergegeven. De volledige rekenresultaten voor alle beschouwde posities zijn opgenomen in bijlage 3. t5.1 Maximaal optredende geluidbelasting L den ten gevolge van railverkeer Woningzijde
Noordoostgevel Zuidoostgevel Zuidwestgevel Noordwestgevel
Hoogte
Maximaal optredende geluidbelasting L den
(m)
[dB] Exclusief bijgebouw
Inclusief bijgebouw
1,5
67
68
5,5
69
69
1,5
68
68
5,5
69
69
1,5
60
60
5,5
62
62
1,5
53
32
5,5
55
55
De maximaal optredende geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai bedraagt 69 dB. Zowel in het geval er wel als geen bijgebouw gerealiseerd gaat worden bedraagt de maximale geluidbelasting 69 dB. Deze geluidbelasting treedt op op een hoogte van 5,5 meter ter plaatse van de zuidoostgevel van de beoogde woning. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeer overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt hiermee alsmede overschreden. Bestaande woning
De maximaal optredende geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de reeds bestaande woning bedraagt zonder de beoogde ontwikkeling 67 dB. Indien de beoogde woning ter plaatse van het plangebied wordt gerealiseerd neemt de maximaal optredende geluidbelasting af tot 66 dB. De beoogde ontwikkeling heeft aldus een gunstig effect op het akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woning.
O 16235-2-RA-002 11
5.2 C u m u l a t i e
Ingevolge artikel 110a, lid 6 van de Wgh moet bij de vaststelling van hogere waarden rekening worden gehouden met cumulatie van geluid ten gevolge van andere relevante geluidbronnen. Aangezien in voorliggende situatie hogere waarden aangevraagd worden, is het benodigd om de cumulatie van geluid nader te beschouwen. In de voorliggende situatie is echter geen sprake van overige, in het kader van de Wet geluidhinder, relevante geluidbronnen. Hiermee vraagt de gecumuleerde geluidbelasting niet om een nadere beschouwing.
O 16235-2-RA-002 12
6
Beoordeling Uit akoestisch onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB ter plaatse van de beoogde woning ten gevolge van railverkeerslawaai wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt bovendien ter plaatse van de zuidoostgevel overschreden. Er treden ten gevolge van railverkeerslawaai ter plaatse van de gevels van de beoogde woning geluidbelastingen op tot ten hoogste 69 dB. Indien sprake is van een bijgebouw ter plaatse van het plangebied bedraagt de maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woning eveneens maximaal 69 dB. De maximale geluidbelasting treedt op op een hoogte van 5,5 meter ter plaatse van de zuidoostgevel van de beoogde woning. In figuur 6.1 en 6.2 worden de geveldelen weergegeven alwaar de voorkeursgrenswaarde (oranje) en maximale ontheffingswaarde (rood) ten gevolge van railverkeer wordt overschreden. Alsmede wordt de maximaal optredende geluidbelasting per positie weergegeven.
f6.1 Optredende geluidbelasting inclusief bijgebouw
O 16235-2-RA-002 13
f6.2 Optredende geluidbelasting exclusief bijgebouw
Overschrijding maximale ontheffingswaarde
Aangezien de maximale ontheffingswaarde van 68 dB voor railverkeer wordt overschreden, zal de geluidbelasting teruggebracht moeten worden tot ten hoogste 68 dB. Alleen wanneer de maximale ontheffingswaarde niet meer wordt overschreden, is het mogelijk om hogere waarden aan te vragen. Indien het niet mogelijk is om de geluidbelasting dusdanig te reduceren zullen dove gevels gerealiseerd moeten worden. Overschrijding voorkeursgrenswaarde
Daar waar de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeer wordt overschreden maar niet de maximale ontheffingswaarde, dient een ontheffing “hogere grenswaarde“ aangevraagd te worden. Hogere waarden kunnen op grond van de Wgh slechts worden vastgesteld indien het redelijkerwijs niet mogelijk is aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Derhalve dient voorafgaand aan het nemen van een hogere waarden besluit onderzocht te worden of het mogelijk is geluidreducerende maatregelen te treffen. Daarbij geldt de voorkeursvolgorde bronoverdracht-ontvanger, hetgeen inhoudt dat het treffen van maatregelen aan de bron de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen in de overdracht, en dat het treffen van maatregelen in de overdracht de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen bij de ontvanger. In hoofdstuk 7 komen de mogelijke maatregelen aan bod. Tevens wordt in dit hoofdstuk opgenomen op welke wijze de beoogde ontwikkeling aansluit op het hogere waarden beleid van Omgevingsdienst West-Holland.
O 16235-2-RA-002 14
7
Maatregelen
7.1 A l g e m e e n
In het voorliggende hoofdstuk worden de mogelijke maatregelen voor het reduceren van de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling nader inzichtelijk gemaakt. Hierbij wordt de voorkeursvolgorde bron-overdracht-ontvanger aangehouden. Alsmede wordt aangegeven op welke wijze wordt aangesloten op het hogere waarden beleid van Omgevingsdienst West-Holland. 7.2 M a a t r e g e l e n a a n d e b r o n
Voorbeelden van bronmaatregelen ten aanzien van railverkeerslawaai zijn het veranderen van het ballastbed en/of de bovenbouw, het toepassen van raildempers, het naadloos uitvoeren van wissels etc. Het aanbrengen van wijzigingen in het ballastbed en/of de bovenbouw van een railverbinding is een zeer ingrijpende maatregel aangezien hier werkzaamheden voor nodig zijn die het treinverkeer onderbreken. Een dergelijke maatregel gaat de schaal van deze ontwikkeling te boven. Tevens is het toepassen van raildempers in voorliggende situatie niet kosteneffectief. De kosten van het aanbrengen en onderhoud van raildempers staat niet in verhouding tot de omvang van de beoogde ontwikkeling. Bovendien zal de voorkeursgrenswaarde na toepassing van raildempers alsnog worden overschreden. Opgemerkt wordt dat in de omgeving van de beoogde ontwikkeling tevens woningbouw nabij het spoor wordt voorzien ter plaatse van de nieuwe wijk Hooghkamer. De overweging van mogelijke maatregelen zijn in het kader van deze ontwikkeling tevens reeds aan bod gekomen. Hierbij wordt opgemerkt dat in het kader van het MeerJaren Programma Geluidsanering (MJPG)4 onderzoek is gedaan naar raildempers. Aangezien de toepassing van raildempers echter niet op relatief korte termijn wordt voorzien, wordt het toepassen van raildempers in de voorliggende situatie vooralsnog buiten beschouwing gelaten.
7.3 M a a t r e g e l e n a a n d e o v e r d r a c h t
Overdrachtsmaatregelen kunnen bestaan uit het plaatsen van schermen of geluidwallen. Gezien de ligging van de voorgenomen ontwikkeling is het treffen van een maatregel in het overdrachtsgebied eveneens niet effectief. Aangezien de afscherming tussen een woning of ander geluidsgevoelig gebouw voor een goede werking een behoorlijke lengte en hoogte dient te hebben, nemen de kosten voor een geluidsscherm al snel toe. Bovendien is het plaatsen van een scherm voor een dergelijke 4 Zoals wordt opgenomen in het akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai behorend bij de toelichting van het bestemmingsplan ‘Hooghkamer 2011, 3 e herziening’. O 16235-2-RA-002 15
kleinschalige ontwikkeling een zeer omvangrijke maatregel. Derhalve kan gesteld worden dat de plaatsing van geluidschermen geen geschikte maatregel is. 7.4 M a a t r e g e l e n b i j d e o n t v a n g e r
Indien bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of onvoldoende blijken te zijn om de geluidbelasting vanwege railverkeer tot de voorkeursgrenswaarde te beperken, kunnen voorzieningen aan of in de woning worden gerealiseerd. Eventuele maatregelen, zoals de toepassing van schermen, kunnen er zorg voor dragen dat aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Indien maatregelen niet kosteneffectief zijn, kan een hogere waarde worden vastgesteld. Wel dient hierbij aangesloten te worden op de eisen die gelden vanuit het hogere waarden beleid van Omgevingsdienst West-Holland. Overschrijding maximale ontheffingswaarde
Daar waar de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden, dient een dove gevel te worden gerealiseerd of dient de geluidbelasting op de gevel door maatregelen teruggebracht te worden naar een waarde onder de maximale ontheffingswaarde. Indien een "dove" gevel wordt toegepast behoeft daar niet meer te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden uit de Wgh. Toetsing aan de Wgh vindt dan alleen nog plaats aan de gevels waar geen "dove" gevel is toegepast. De maximale ontheffingswaarde wordt overschreden ter plaatse van de zuidoostgevel van de beoogde woning. Alsmede wordt de maximale ontheffingswaarde ter plaatse van een gedeelte van de noordoostgevel op de 1e en 2e bouwlaag overschreden, ter plaatse van de begane grond wordt hier wel aan de maximale ontheffingswaarde voldaan. De zuidoostgevel van de beoogde woning zal als dove gevel worden uitgevoerd. In het hogere waarden beleid van ODWH wordt opgemerkt dat maximaal sprake mag zijn van één dove gevel. Sprake is van een klein gedeelte van de noordoostgevel waar de maximale ontheffingswaarde eveneens wordt overschreden. Op de posities aan de noordoostgevel alwaar de maximale ontheffingswaarde tevens wordt overschreden zullen geen geluidgevoelige functies (maar bijvoorbeeld de badkamer, keuken of toilet) worden gesitueerd. Tevens kan deze gevel gedeeltelijk doof uitgevoerd worden.
Hiermee is geen sprake van twee gevels die in zijn geheel als dove gevels worden uitgevoerd. Overschrijding voorkeursgrenswaarde
De voorkeursgrenswaarde (55 dB voor railverkeer) wordt op meerdere posities overschreden (zie figuur 6.1 en 6.2). Voor deze posities dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Een hogere waarde kan volgens het hogere waarden beleid van ODWH worden verleend voor woningen die een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen. De beoogde woning wordt gesitueerd buiten de bebouwde kom tussen aanwezige bebouwing. Hiermee wordt de woning aldus op een open plaats gesitueerd, en kan er een hogere waarde worden verleend voor de beoogde ontwikkeling. Hogere waarden kunnen op grond van het hogere waarden beleid van Omgevingsdienst West-Holland slechts worden vastgesteld indien aan de ontheffingsvoorwaarden, zoals omschreven in paragraaf 3.2.1, wordt voldaan. Omdat de geluidbelasting in de voorliggende situatie hoger is dan 58 dB ter plaatse van de gevels van de beoogde woning is akoestische O 16235-2-RA-002 16
compensatie benodigd. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het toepassen van een hogere geluidwering dan wettelijk wordt vereist. Een hogere waarde hoger dan 58 dB kan in eerste aanleg alleen worden vastgesteld indien voldoende verzekerd wordt dat de verblijfsruimten, alsmede ten minste één van de tot de woning behorende buitenruimten, niet aan de gevel worden gesitueerd waar de hoogste geluidbelasting optreedt. Bij de situering van de verblijfsruimten en buitenruimte zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Zo zal de buitenruimte van de woning aan de westzijde van de beoogde woning worden gesitueerd, en is hiermee niet aan de zijde gesitueerd waar sprake is van de hoogste geluidbelasting. Het te realiseren bijgebouw zorgt hierbij voor een afschermende werking, waardoor de geluidbelasting ter plaatse van de buitenruimte wordt gereduceerd. Bij een waarde vanaf 58 dB dient volgens het beleid van de ODWH bovendien gestreefd te worden naar ten minste een stille gevel (< 55 dB). In voorliggende situatie is deels sprake van een stille gevel. De noordwestzijde kan grotendeels als stille gevel aangemerkt worden, zie figuur 6.1 en 6.2. Het bijgebouw heeft eveneens een afschermende werking, wat het akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woning ten goede komt.
Het hogere waarden beleid van ODWH schrijft voor dat er gestreefd dient te worden naar een stille gevel, dit is echter geen vereiste. Het is aan te raden om geluidgevoelige functies, zoals een slaapkamer, aan deze zijde te realiseren. Tot slot geeft het beleid van ODHW aan dat de hogere waarde maximaal 63 dB mag bedragen. In voorliggende situatie zal de noordoostgevel van de beoogde woning echter deze waarde overschrijden. Bij uitzondering kan echter een waarde van 68 dB worden verleend, indien dit nader wordt gemotiveerd. De beoogde woning zal voorzien in een gevel die grotendeels kan worden aangemerkt als stille zijde. Alsmede betreft het slechts één gevelzijde alwaar de waarde van 63 dB (uiteraard met uitzondering van de dove gevel) wordt overschreden. Wat betreft het akoestisch binnenniveau zal worden voldaan aan de nieuwbouweisen conform het Bouwbesluit 2012. Gezien het voorgaande, en het feit dat de beoogde woning voorziet in een stille zijde, zal sprake zijn van een prettig woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woning. De overschrijding van de waarde van 63 dB wordt hiermee als acceptabel geacht.
O 16235-2-RA-002 17
8
Conclusie Uit akoestisch onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor respectievelijk wegverkeer en railverkeer ter plaatse van de beoogde woningen ten gevolge van railverkeerslawaai wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB voor railverkeerslawaai wordt eveneens overschreden. Er treden ten gevolge van railverkeerslawaai ter plaatse van de gevels van de beoogde woning geluidbelastingen op tot ten hoogste 69 dB. Indien sprake is van een bijgebouw ter plaatse van het plangebied bedraagt de maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woning eveneens maximaal 69 dB. Uit voorliggend onderzoek kan geconcludeerd worden dat er hogere waarden vastgesteld moeten worden ten gevolge van railverkeerslawaai. Opgemerkt dient te worden dat de geluidbelasting, alwaar de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden, allereerst teruggebracht moeten worden tot ten hoogste 68 dB of dat een dove gevel toegepast zal worden. De zuidoostgevel van de beoogde woning zal in de voorliggende situatie doof worden uitgevoerd.
Alvorens het college van burgemeester en wethouders hogere waarden kunnen verlenen, dient eerst onderzocht te worden of door het treffen van stedenbouwkundige maatregelen (indeling bouwplan, situering geluidgevoelige bestemmingen), bron- of overdrachtsmaatregelen, dan wel (bouwkundige) maatregelen bij de ontvanger aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Indien bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of onvoldoende blijken te zijn om de geluidbelasting vanwege railverkeer tot de voorkeursgrenswaarde te beperken, kunnen voorzieningen aan of in de woningen worden gerealiseerd. In voorliggende situatie worden (bouwkundige) maatregelen bij de ontvanger als meest kansrijk geacht. Indien maatregelen echter niet kosteneffectief zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat hierbij voldaan dient te worden aan de voorwaarden uit het hogere waarden beleid van ODWH. Conform het hogere waarden beleid van ODWH moet in de voorliggende situatie akoestische compensatie (bijvoorbeeld een hogere geluidwering) worden toegepast en dient te worden gestreefd naar een stille gevel bij de woning. In voorliggende situatie is sprake van een stille gevel. Bovendien zal wat betreft het akoestisch binnenniveau voldaan worden aan de nieuwbouweisen conform het Bouwbesluit 2012.
Op deze wijze zal sprake zijn van een prettig woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woning. Zoetermeer, Dit rapport bevat 18 pagina's en 3 bijlagen.
O 16235-2-RA-002 18
Bijlage 1 Modelplot
O 16235-2-RA-002 1. 1
Bijlage 2 Invoergegevens
O 16235-2-RA-002 2. 1
Invoergegevens Model: Groep:
Railverkeerslawaai 04-06-2019 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMR-2012
Naam T01 T02 T03 T04 T05
Omschr. Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning
X 93175,22 93177,37 93179,29 93179,26 93177,17
Y 471854,34 471856,70 471858,80 471861,59 471863,54
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 5,50 5,50 5,50 5,50 5,50
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
T06 T07 T08 T09 T10
Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning
93174,78 93172,58 93169,30 93167,35 93165,50
471865,76 471867,81 471868,37 471866,32 471864,38
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
5,50 5,50 5,50 5,50 5,50
Ja Ja Ja Ja Ja
T11 T12 T13 T14 W01
Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Bestaande woning
93165,73 93167,92 93170,14 93172,61 93163,00
471861,49 471859,42 471857,32 471854,97 471832,57
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
5,50 5,50 5,50 5,50 4,50
Ja Ja Ja Ja Ja
W02 W03 W04 W05 W06
Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning
93166,41 93164,83 93160,38 93157,86 93153,43
471836,26 471841,29 471845,40 471852,36 471850,89
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Ja Ja Ja Ja Ja
W07 W08 W09 W10
Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning
93152,41 93151,94 93153,25 93157,38
471846,24 471842,95 471838,72 471834,91
1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50
Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V4.50
28-10-2019 14:48:39
Bijlage 3 Rekenresultaten
O 16235-2-RA-002 3. 1
Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Railverkeerslawaai 04-06-2019 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt T01_A T01_B T02_A T02_B T03_A
Omschrijving Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning
Hoogte 1,50 5,50 1,50 5,50 1,50
Lden 67,42 69,01 67,69 69,21 67,96
T03_B T04_A T04_B T05_A T05_B
Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning
5,50 1,50 5,50 1,50 5,50
69,38 67,44 68,88 67,01 68,57
T06_A T06_B T07_A T07_B T08_A
Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning
1,50 5,50 1,50 5,50 1,50
66,53 68,22 66,15 67,93 53,47
T08_B T09_A T09_B T10_A T10_B
Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning
5,50 1,50 5,50 1,50 5,50
54,96 52,52 53,90 52,27 53,58
T11_A T11_B T12_A T12_B T13_A
Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning
1,50 5,50 1,50 5,50 1,50
59,51 61,97 59,58 62,00 59,70
T13_B T14_A T14_B W01_A W01_B
Nieuwe woning Nieuwe woning Nieuwe woning Bestaande woning Bestaande woning
5,50 1,50 5,50 1,50 4,50
61,88 59,83 61,76 61,94 64,05
W02_A W02_B W03_A W03_B W04_A
Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning
1,50 4,50 1,50 4,50 1,50
63,47 65,63 64,15 66,23 64,33
W04_B W05_A W05_B W06_A W06_B
Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning
4,50 1,50 4,50 1,50 4,50
66,42 61,66 63,69 49,36 49,94
W07_A W07_B W08_A W08_B W09_A
Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning
1,50 4,50 1,50 4,50 1,50
44,96 43,71 26,97 34,01 56,27
W09_B W10_A W10_B
Bestaande woning Bestaande woning Bestaande woning
4,50 1,50 4,50
54,73 56,58 54,78
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.50
28-10-2019 14:49:26
Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt T01_A T01_B T02_A T02_B T03_A
Resultatentabel Railverkeerslawaai 04-06-2019 inclusief bijgebouw LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Omschrijving
Hoogte 1,50 5,50 1,50 5,50 1,50
Lden 67,42 69,01 67,69 69,21 67,96
T03_B T04_A T04_B T05_A T05_B
5,50 1,50 5,50 1,50 5,50
69,38 67,88 68,88 67,67 68,57
T06_A T06_B T07_A T07_B T08_B
1,50 5,50 1,50 5,50 5,50
67,71 68,22 67,94 67,93 54,55
T09_A T09_B T10_A T10_B T11_A
1,50 5,50 1,50 5,50 1,50
30,30 53,05 32,06 52,32 59,43
T11_B T12_A T12_B T13_A T13_B
5,50 1,50 5,50 1,50 5,50
61,95 59,54 62,00 59,70 61,88
T14_A T14_B W01_A W01_B W02_A
1,50 5,50 1,50 4,50 1,50
59,83 61,76 61,94 64,05 63,47
W02_B W03_A W03_B W04_A W04_B
4,50 1,50 4,50 1,50 4,50
65,63 64,15 66,23 64,33 66,43
W05_A W05_B W06_A W06_B W07_A
1,50 4,50 1,50 4,50 1,50
61,48 63,60 44,04 48,01 44,96
W07_B W08_A W08_B W09_A W09_B
4,50 1,50 4,50 1,50 4,50
43,71 27,57 34,63 56,27 54,73
W10_A W10_B
1,50 4,50
56,58 54,78
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.50
28-10-2019 14:59:10
Bijlage 3 Aanvullende notitie geluid
43
Notitie Concept betreft: datum:
Woningbouw Spoorlaan 127 te Voorhout Motivering afwijken gemeentelijk geluidbeleid 28 november 2019
referentie:
KvdN/ IKa/ DP/ O 16235-3-NO
van:
MSc I.H. Kalverboer
1 Inleiding
Het voornemen bestaat om de bestemming van de percelen aan de Spoorlaan 125 (gedeeltelijk) en 127 te Voorhout van Agrarisch naar Wonen te wijzigen. Hierbij zal één woning naast de bestaande woning aan de Spoorlaan 127 worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’, dat op 15 december 2016 door gemeente Teylingen is vastgesteld. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Hiertoe is een ruimtelijke onderbouwing nodig, waarmee wordt aangetoond dat de realisatie van het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Aangezien de beoogde nieuwe woning in de geluidzone van het nabijgelegen spoortraject Haarlem – Leiden is gelegen vraagt het aspect railverkeerslawaai hierbij om aandacht. Door Peutz is hiertoe akoestisch onderzoek 1 uitgevoerd naar de optredende geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai ter plaatse van de gevels van de beoogde woning aan de Spoorlaan 125-127 te Voorhout. Uit dit onderzoek blijkt dat sprake is van hoge geluidbelastingen ter plaatse van de gevels van deze beoogde woning. Zowel de voorkeursgrenswaarde (55 dB) als maximale ontheffingswaarde (68 dB) voor railverkeer wordt overschreden.
Hiertoe dienen hogere waarden aangevraagd te worden en dient de geluidbelasting, alwaar de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden, teruggebracht te worden tot ten hoogste 68 dB of zal een dove gevel toegepast worden. Er wordt echter niet voldaan aan de voorwaarden uit het hogere waardenbeleid van ODWH. Om woningbouw op deze locatie mogelijk te maken vraagt dit om de zekere aandacht. In voorliggende notitie wordt hiertoe nader gemotiveerd waarom het in deze situatie acceptabel wordt geacht om af te wijken van het hogere waardenbeleid van ODWH.
1 Met kenmerk O 16235-2-RA-002 d.d. 30 oktober 2019 peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 O 16235-3-NO 1 Concept
2 De beoogde ontwikkeling
Het voornemen bestaat om de bestemming van de percelen aan de Spoorlaan 125 (gedeeltelijk) en 127 te Voorhout van Agrarisch naar Wonen te wijzigen. De bestaande agrarische woning aan de Spoorlaan 127 zal hiermee een niet-agrarische woonbestemming verkrijgen. Daarnaast bestaat het voornemen één woning naast de bestaande woning aan de Spoorlaan 127 te realiseren (zie figuur 2.1). Deze woning bestaat uit één laag met kap en zal maximaal 8 meter hoog worden. De goothoogte van de woning zal hierbij maximaal 4 meter bedragen. Alsmede zal bij de nieuwe woning een bijgebouw worden gerealiseerd. Dit bijgebouw kent een maximale hoogte van 4,5 meter en zal ten noordwesten van de bestaande woning worden gesitueerd. f2.1 Ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)
3 Hogere waarden beleid ODWH
Voor het verlenen van hogere waarden kan het bevoegd gezag aanvullend beleid hebben opgesteld waarin voorwaarden voor het verlenen van hogere waarden zijn opgenomen. De gemeente Teylingen heeft zich aangesloten bij de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) en hanteert het door hen opgestelde hogere waarden beleid. Het hogere waarde beleid van de ODWH is verwoord in de (in 2013 herziene) 'Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder' vastgesteld op 4 maart 2013. Hierna worden de relevante richtlijnen voor railverkeerslawaai weergegeven.
O 16235-3-NO 2 Concept
Specifieke criteria voor vaststellen hogere waarden railverkeerslawaai
Een hogere waarde kan slechts worden verleend als: − de woningen ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of; − de woningen in een gemeentelijke structuurvisie worden opgenomen, of; − de woningen door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of; − de woningen ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing, of; − het geprojecteerde of niet geprojecteerde woningen betreft die: a. in de directe nabijheid van een station worden gesitueerd; b. verspreid gesitueerd worden buiten de bebouwde kom; c. door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen - in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend - of voor andere geluidsgevoelige objecten.
en onder voorwaarden: − bij een gevelbelasting hoger dan 58 dB wordt akoestische compensatie 2 toegepast; − ten aanzien van nog niet geprojecteerde woningen kan alleen een hogere waarde dan 58 dB als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld, als voldoende verzekerd wordt dat de verblijfsruimten, alsmede ten minste één van de tot de woning behorende buitenruimten, niet aan de gevel worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daar tegen verzetten; in dat geval wordt de buitenruimte afsluitbaar uitgevoerd; − bij een waarde vanaf 58 dB wordt gestreefd naar ten minste een stille gevel (< 55 dB); − dove gevels worden bij voorkeur niet toegepast; indien toch noodzakelijk dan maximaal één dove gevel, bij voorkeur niet als voor- of achtergevel; − de hogere waarde bedraagt niet meer dan 63 dB. Omgevingsdienst West-Holland hanteert een maximum grenswaarde van 63 dB voor railverkeerslawaai, hiermee ligt deze grenswaarde 5 dB lager dan landelijk wettelijk is vastgelegd. Bij hoge uitzondering kan worden overgegaan tot het verlenen van hogere dan deze waarden tot de, in de Wet geluidhinder vastgelegde, maximale hogere waarden van 68 dB voor railverkeerslawaai.
Voor deze situaties zal een aparte uitgebreide motivering noodzakelijk zijn, waaruit moet blijken waarom de omstandigheden deze uitzonderlijke afwijking van het geluidbeleid rechtvaardigen. 4 Inpasbaarheid van de beoogde ontwikkeling binnen het beleid 4.1 R e s u l t a t e n a k o e s t i s c h o n d e r z o e k
Uit akoestisch onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB ter plaatse van de beoogde woning ten gevolge van railverkeerslawaai wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt bovendien ter plaatse van de noordoost- en zuidoostgevel overschreden. 2 Akoestische compensatie is compensatie van een hoge gevelbelasting in de vorm van bijvoorbeeld extra isolatie naar de buren, creëren extra stille achtergevel/buitenruimte. O 16235-3-NO 3 Concept
Ten gevolge van railverkeerslawaai treden ter plaatse van de gevels van de beoogde woning geluidbelastingen op tot ten hoogste 69 dB. Indien sprake is van een bijgebouw ter plaatse van het plangebied bedraagt de maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woning eveneens maximaal 69 dB. De maximale geluidbelasting treedt op op een hoogte van 5,5 meter ter plaatse van de zuidoostgevel van de beoogde woning. In figuur 4.1 worden de geveldelen weergegeven alwaar de voorkeursgrenswaarde (oranje) en maximale ontheffingswaarde (rood) ten gevolge van railverkeer wordt overschreden. Alsmede wordt de maximaal optredende geluidbelasting per positie weergegeven. f4.1 Optredende geluidbelasting inclusief bijgebouw
4.2 T o e t s i n g a a n h o g e r e w a a r d e n b e l e i d O D H W
De voorkeursgrenswaarde (55 dB voor railverkeer) wordt op meerdere posities overschreden (zie figuur 4.1). Voor deze posities dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Een hogere waarde kan volgens het hogere waarden beleid van ODWH worden verleend voor woningen die een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen. De beoogde woning wordt gesitueerd buiten de bebouwde kom tussen aanwezige bebouwing. Hiermee wordt de woning aldus op een open plaats gesitueerd en kan een hogere waarde worden verleend voor de beoogde ontwikkeling.
O 16235-3-NO 4 Concept
Hogere waarden kunnen op grond van het hogere waarden beleid van Omgevingsdienst West-Holland slechts worden vastgesteld indien aan de ontheffingsvoorwaarden, zoals omschreven in paragraaf 3, wordt voldaan. Onderstaand wordt per voorwaarde aangegeven of wordt voldaan aan de voorwaarden uit het hogere waarden beleid. Met groen, oranje en rood wordt aangegeven of respectievelijk wordt voldaan, deels wordt voldaan of niet wordt voldaan aan de desbetreffende voorwaarde. 4.2.1 A k o e s t i s c h e c o m p e n s a t i e
Omdat de geluidbelasting in de voorliggende situatie hoger is dan 58 dB ter plaatse van de gevels van de beoogde woning is akoestische compensatie benodigd. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van een hogere geluidwering dan wettelijk wordt vereist. Tevens zal de stille zijde aan de noordwestzijde extra stil zijn door de afschermende werking van het bijgebouw. In voorliggende situatie zal akoestische compensatie worden toegepast, waarmee wordt voldaan aan deze voorwaarde uit het geluidbeleid. 4.2.2 L i g g i n g v e r b l i j f s r u i m t e n