Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Commissie Welzijn van 4 oktober 2021
1 2
3 4 5 6 7
Opening Vaststellen agenda Er is een nagekomen raadsvoorstel ontvangen over de begrotingswijziging van de ISD Bollenstreek. Bij het vaststellen van de agenda kan dat toegevoegd worden door de commissie. Het agendapunt is onder voorbehoud toegevoegd als agendapunt 11. Spreekrecht inwoners Mededelingen HAMERSTUKKEN BESPREEKPUNTEN Nieuwe governance Jeugdhulp Holland Rijnland [Doel: besluitvormend] De huidige DienstVerleningsOvereenkomst van de gemeenten en de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Holland Rijnland voor de uitvoering van de inkoop van specialistische jeugdhulp loopt eind 2021 af. De gemeenten van de regio hebben de ambitie om meer te sturen op de transformatie van jeugdhulp. Deze ambitie is versneld door de financiële druk van uitgaven aan jeugdhulp op de begrotingen. De bestaande afspraken van de gemeenten met de GR Holland Rijnland en de TijdelijkeWerkOrganisatie (TWO) passen onvoldoende bij de gewenste nieuwe invulling van taken, rollen en verantwoordelijkheden. Het wetsvoorstel 'Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' legt gemeenten de plicht op om regionaal samen te werken en daarvoor ook een aparte juridische entiteit op te richten. Dat vraagt om herijking van de huidige governance. De nieuwe governance jeugdhulp krijgt vorm door oprichting van een nieuwe GR Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland (‘Bedrijfsvoeringsorganisatie’).
De raad wordt gevraagd in te stemmen met de oprichting van de nieuwe gemeenschappelijke regeling en de financiële consequenties. 461065_1 - 461065_1.DOC 20210806 Samenwerkingshandvest governance Jeugdhulp HR definitief concept_2 - 20210806 Samenwerk 20210806 Tekst GR Serviceorganisatie Zorg HR definitief concept_2 - 20210806 Tekst GR Serviceorg BIJLAGE 1 Def versie Toetsing checklist VB_jt.JPAdocx - BIJLAGE 1 Def versie Toetsing checklist
8
Decentralisatie Maatschappelijke Zorg [Doel: besluitvormend] De gemeenteraad wordt gevraagd om financiële middelen op te nemen in de programmabegroting vanaf 2023 en conform de beleidskaders en afspraken in te zetten voor inwoners met een behoefte aan Beschermd Wonen (BW) of Maatschappelijke Opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg (MO, VZ, OGGZ): * Middelen voor bestaande cliënten BW die hiervoor vanaf 2023 volgens door de colleges vast te stellen verdeling vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen (vanuit historisch verdeelmodel); * Middelen voor nieuwe cliënten BW die de gemeente rechtstreeks vanuit het Rijk ontvangt (vanuit nieuw objectief verdeelmode)l; * Middelen voor MO/VZ/OGGZ die hiervoor vanaf 2023 volgens door de colleges vast te stellen verdeling vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen. RV Decentralisatie Maatschappelijke Zorg Nadere toelichting verdeling van middelen_1.docx - Nadere toelichting verdeling van middelen_1 Infographic Verdeelmodel MZ juli 2021_2.pdf - Infographic Verdeelmodel MZ juli 2021_2 Figuur middelen BW in Holland Rijnland (2027-2032)_2.pdf - Figuur middelen BW in Holland Rijnlan
9
Motie Borstonderzoek redt levens [Doel: besluitvormend] Mede ingediend door Fractie Piket, VVD, D66, Groenlinks, Trilokaal, CDA en de ChristenUnie. De staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten de tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks. De motie roept ertoe op om bij de staatssecretaris kenbaar te maken dat wij van mening zijn dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is, en er op aandringt de maatregel in te trekken en er alles aan doet te realiseren dat de tweejarentermijn zo consequent mogelijk wordt toegepast. Motie Borstonderzoek redt levens.docx
10
Raadsmemo Aansluitingsverschillen begroting Teylingen en begrotingen GR’n Sociaal Domein
11
[Doel: opiniërend] Op het verzoek van het college van B&W is bijgaande raadsmemo geagendeerd. Bij het agendapunt kan gedachtewisseling met het college plaatsvinden over de inhoud van de raadsmemo. Begrotingswijziging ISD Bollenstreek 2021 [Doel: besluitvormend] De ISD Bollenstreek heeft eind augustus haar halfjaarcijfers 2021 aangeboden aan de deelnemende gemeenten. Op basis van deze cijfers berekent de ISD de verwachte resultaten voor het gehele jaar 2021. Omdat de resultaten in totaal hoger uitvallen dan in de oorspronkelijke begroting 2021 staan vastgelegd, heeft de ISD Bollenstreek de begrotingswijziging 2021-I opgesteld. RV Begrotingswijziging ISD Bollenstreek 2021 Zienswijze begrotingswijziging Teylingen 2021 - Zienswijze begrotingswijziging Teylingen 2021 Aanbiedingsbrief ISD begrotingswijziging 2021-I en halfjaarcijfers 2021 Halfjaarcijfers 1e hj 2021 ISD Bollenstreek ISD begrotingswijziging 2021-I
12 12.A 12.B 12.C 12.D 13
Lijst van ingekomen stukken Op de lijst van ingekomen stukken staan brieven en e-mails gericht aan de gemeenteraad. Voor pre-advies naar college Ter afhandeling naar college Ter kennisname aannemen Van het college Actielijst en raadsagendaplanning (RAP) Op de actielijst staan de lopende actiepunten weergegeven met de stand van zaken vanuit het college. Voor de actielijst en stand van zaken openstaande moties verwijzen we u naar de overzichten: * Acties en toezeggingen: https://teylingen.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Details/6420e995-4efd-4afa80ed-f392758461dd * Moties: https://teylingen.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Details/c0630b5a-4fdd-4a08-bfb3-787b58e2c543 Op de raadsagenda planning (RAP) is de planning van de raadsstukken te zien. **Voorstel** Het voorstel is om de volgende moties af te voeren: * Motie Actief tegengaan onrechtmatig en oneigenlijk gebruik van jeugdhulp * Motie Belbus RAP_Teylingen_21_september_2021.pdf
14
Regionale zaken Terugkoppeling door de AB -en DB leden van de diverse gemeenschappelijke regelingen (zoals o.a. Holland Rijnland, ISD, Omgevingsdienst, HLT-Samen) over de in de afgelopen periode gehouden AB en DB vergaderingen of bijzonderheden voor aankomende vergaderingen. Mededelingen Regiozaken Commissie Welzijn 4 oktober 2021
15
Rondvraag Raadslid Duindam (VVD) heeft een rondvraag over de stand van zaken Ruïne van Teylingen. Mondelinge vragen Ruïne van Teylingen.docx
16
Sluiting
7 Nieuwe governance Jeugdhulp Holland Rijnland 1 461065_1 - 461065_1.DOC
Raadsvoorstel Besluitvormend Nieuwe governance Jeugdhulp Holland Rijnland aan:
de raad van de gemeente Teylingen
zaaknummer: Z-21-198167 datum collegevergadering: 14 september 2021 datum raadsvergadering: 4 november 2021 agendapunt: 0 portefeuillehouder: Arno van Kempen behandelend ambtenaar: Irene Oosting e-mailadres: i.oosting@HLTSamen.nl
Wij stellen voor: 1. Toestemming te verlenen voor het oprichten van de Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland op grond van Wgr art. 1 lid 2. 2. De financiële consequenties van de gewijzigde governance jeugdhulp en versterking van de organisatie vast te stellen waarbij de structurele bijdrage aan Holland Rijnland wordt verlaagd met structureel € 2.540.000,- en voor de nieuwe governance een structurele bijdrage van € 2.830.000,- wordt gevraagd aan de gezamenlijke gemeenten. Dit betekent een extra investering van € 26.071,-. voor de gemeente Teylingen. 3. Een incidentele bijdrage voor implementatie en doorontwikkeling vast te stellen van € 130.000,- in 2021 en € 100.000 voor 2022. Voor Teylingen is dit een bedrag van € 11.687,- voor 2021 en een bedrag van € 8.990,- voor 2022.
Inleiding De huidige DienstVerleningsOvereenkomst van de gemeenten en de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Holland Rijnland voor de uitvoering van de inkoop van specialistische jeugdhulp loopt eind 2021 af. De gemeenten van de regio hebben de ambitie om meer te sturen op de transformatie van jeugdhulp. Deze ambitie is versneld door de financiële druk van uitgaven aan jeugdhulp op de begrotingen. De bestaande afspraken van de gemeenten met de GR Holland Rijnland en de TijdelijkeWerkOrganisatie (TWO) passen onvoldoende bij de gewenste nieuwe invulling van taken, rollen en verantwoordelijkheden. Het wetsvoorstel 'Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' legt gemeenten de plicht op om regionaal samen te werken en daarvoor ook een aparte juridische entiteit op te richten. Dat vraagt om herijking van de huidige governance. In februari 2021 is door een bestuurlijke begeleidingsgroep (bestaande uit de portefeuillehouders Jeugd van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Katwijk, Leiden en Teylingen namens de drie subregio’s en de directeur Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Leiden en de Secretaris Directeur van de regio Holland
Rijnland) de opdracht verstrekt voor het onderzoek naar de herijking van de governance Jeugdhulp Holland Rijnland. De denkrichtingen die uit het onderzoek naar voren komen, zijn gedeeld met de portefeuillehouders Jeugd tijdens meerdere PHO’s Jeugd. Het regionale PHO Jeugd van 7 juli heeft ingestemd met de voorgestelde aanpassingen in de governance Jeugdhulp Holland Rijnland en besloten om de afzonderlijke colleges positief te adviseren over de nieuwe governance en de bijbehorende besluitvorming in gang te zetten. Inmiddels heeft de ondernemingsraad van Holland Rijnland positief geadviseerd over de personele gevolgen voor de medewerkers die betrokken zijn bij de vormgeving van de nieuwe governance. De nieuwe governance jeugdhulp krijgt vorm door oprichting van een nieuwe GR Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland (‘Bedrijfsvoeringsorganisatie’).
Bestaand kader en context In de HLT-Raadsledenbijeenkomst van 29 juni jl. bent u in de deelsessie over jeugd geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom de nieuwe governance jeugdhulp Holland Rijnland. In juli heeft u hierover een raadsbrief ontvangen met verdere informatie over de denkrichting voor de nieuwe governance. Inmiddels hebben wij het definitieve advies en de doorrekening van de financiële consequenties ontvangen. Het voorstel voor de nieuwe governance volgt uit het – door het PHO Jeugd overgenomen – eindadvies van KokxDeVoogd (d.d. 7 juli 2021) en bestaat in de kern uit: 1. Beleidsontwikkeling wordt nadrukkelijker een gemeentelijke taak en kaderstelling door gemeenteraden versterkt. 2. Oprichten van een zogenaamde Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland in het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). 3. De Service Organisatie (SO) levert inkoop- en contractmanagement, monitoring, facturering ten dienste van de gezamenlijke veranderopgave voor de onderdelen gespecialiseerde Jeugdhulp (Leidse Regio, Duin- en Bollenstreek ) en hulp in het gedwongen kader met een wettelijk verplicht regionaal kader (Leidse Regio, Duin- en Bollenstreek en Rijn- en Veenstreek). 4.
Het PHO Jeugd is verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling en diezelfde leden van het PHO Jeugd vormen het bestuur van de GR Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland in het kader van de Wgr. Daarmee komen beleid en uitvoering samen in het bestuurlijk opdrachtgeverschap van de portefeuillehouders Jeugd. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie waarin het bestuur van Holland Rijnland verantwoordelijk is voor de uitvoering en het PHO Jeugd voor beleidsontwikkeling. 5. Het ambtelijk opdrachtgeverschap voor de beleidsontwikkeling is belegd bij het zogenaamde AmbtelijkOpdrachtgeversOverleg (AOO). Voor de uitvoering richten we een ProgrammaOverleg (PO) in dat als ambtelijk opdrachtgever fungeert voor de uitvoering. In datzelfde PO komt de gezamenlijke verantwoordelijk voor de samenhang tussen beleid en uitvoering ook op ambtelijk niveau tot stand. Het PO bestaat uit de subregionale programmamanagers Jeugd en de directeur-secretaris van de GR Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland. De aansturing van de beleidsontwikkeling gebeurt door de subregionale programmamangers namens het AOO, daar waar het regionale of subregionale beleidsontwikkeling betreft. De bovenstaande keuzes betekenen ook dat de gemeenteraad beter in staat wordt gesteld om haar taak als toezichthouder uit te voeren.
In de nieuwe gemeenschappelijke regeling is iedere gemeente vertegenwoordigd doordat de portefeuillehouder jeugd ook bestuurder van de gemeenschappelijke regeling is. Naast een meer eenduidige aansturingsstructuur heeft de gemeenschappelijke regeling ook een heldere focus,
namelijk de regionale inkoop van specialistische jeugdhulp. Ook verschuift een deel van de beleidstaken die bij Holland Rijnland ondergebracht waren terug naar de individuele gemeenten. De GR Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland past binnen het huidige beleid verbonden partijen (zie bijgevoegde checklist verbonden partijen). De keuze om als samenwerkingsvorm te opteren voor een bedrijfsvoeringsorganisatie is passend bij de opgave inkoop jeugdhulp. Er is sprake van een uitvoeringstaak waarbij regionale samenwerking vereist is. Hieruit volgt logischerwijs dus een collegeregeling. Het is de samenwerkingsvorm die de minste bestuurlijke drukte oplevert en de aansturing van die organisatie eenvoudiger maakt. Het PHO Jeugd wordt het bestuur, waardoor er geen afstemming met het dagelijks bestuur van Holland Rijnland nodig is. Daarmee is de samenwerking ook per definitie beperkt tot uitvoering of bedrijfsvoering, de wettelijke verantwoordelijkheden van het college. De toets aan de Nota verbonden partijen en de daarin opgenomen governance-checklist geeft geen aanleiding tot knelpunten.
Beoogd effect De oprichting van een Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland draagt bij aan de versteviging van de opdrachtgeverschapsrol van gemeenten en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling en daarmee aan effectievere en efficiëntere sturing op de gewenste transformatieopgave voor jeugdhulp. Argumenten 1.1 De huidige DVO tussen gemeenten en Holland Rijnland voor de TWO loopt op 31 december 2021 af. De DVO loopt af en wordt niet meer verlengd. Omdat bestuurlijk de toegevoegde waarde van gezamenlijke uitvoering van jeugdhulp taken breed gedragen wordt is een nieuwe vormgeving van de samenwerking nodig. Met andere woorden er is behoefte om de tijdelijke situatie in de vorm van TWO structureel vorm te geven en daarbij verbeteringen aan te brengen die aansluiten bij de toekomstige opgave. 1.2 Nieuwe landelijke wetgeving legt regionale samenwerking op. Landelijke wet- en regelgeving verandert met de komst van de Norm voor Opdrachtgeverschap en het wetsvoorstel 'Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' waardoor regionale samenwerking wettelijk verplicht wordt voor in ieder geval de jeugdhulp in het gedwongen kader. Dat vraagt om vernieuwing van de huidige governance. 1.3 Het verlenen van toestemming voor het oprichten van een GR is een raadsbevoegdheid. Op grond van de Wgr art.
1 lid 2 heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om het college toestemming te verlenen voor het oprichten van een GR. 2.1 Met het oprichten van de nieuwe GR verschuiven middelen van Holland Rijnland naar gemeenten en de nieuwe GR. De keuze voor een nieuwe governance betekent een overgang van taken, personen en systemen. Bij positieve besluitvorming wordt het proces gestart om het volledige takenpakket van de TijdelijkeWerkOrganisatie (TWO) over te dragen aan de op te richten GR Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland en dus de ServiceOrganisatie. Ook wordt beoogd dat de jeugdhulp gerelateerde taken van de Strategische Eenheid door GR Holland Rijnland worden overgedragen aan de gemeenten.
2.2 De gewenste inhoudelijke transformatie vraagt om een structurele investering. Gemeenten vragen meer van de uitvoeringsorganisatie in termen van monitoring van resultaten en financiële sturing. Om deze inhoudelijke verbetering mogelijk te maken is een uitbreiding van de formatie (specifiek betreft monitoring en data-analyse, maar ook contractmanagement) nodig. Deze investering is – onafhankelijk van de keuze voor de nieuwe governance – gewenst en zal ook bij voortzetten van de huidige werkwijze nodig zijn. Het is immers de wens van de gemeenten de bedrijfsvoering van de uitvoering van de Jeugdhulp te versterken. 3.1 Het is van belang een kwartiermaker aan te trekken om de nieuwe ServiceOrganisatie een goede start te geven. In de 1e helft van 2021 zijn de nieuwe organisaties gestart die de lokale gemeentelijke toegang uitvoeren. In de 2e helft van 2021 wordt de inkoop van de gespecialiseerde Jeugdhulp voor de twee subregio’s Duin- en Bollenstreek en Leidse Regio afgerond en geïmplementeerd met 1 januari 2022 als startdatum van de nieuwe contractperiode. Deze onderwerpen vragen veel van de betrokken medewerkers van de TWO en gemeenten. De nieuwe governance vormgeven komt daar bij en vraagt specifieke expertise.
Dat is de belangrijkste reden waarom een kwartiermaker benoemd wordt die de voorbereiding van de nieuwe governance ter hand kan nemen en de huidige medewerkers kan ontlasten. Datzelfde geldt voor de ontvlechting bij Holland Rijnland. Door daar een projectleider voor aan te trekken wordt ook hier de bestaande organisatie ontlast. De dekking hiervoor komt uit bestaande budgetten. Kanttekeningen 1.1 Het besluitvormingsproces is kort. Voor 31 december 2021 moet het proces afgerond zijn vanwege het aflopen van de DVO. Gezien de politieke gevoeligheid, de hoogte van de bedragen en het personele aspect is de tijdsdruk van dit proces een risico. Aan de andere kant maakt dit tijdspad het mogelijk om dit proces af te ronden voor de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen. Het zijn de huidige gemeenteraden die de jeugdzorg en alles wat daarom heen hangt van nabij hebben meegemaakt en vele deskundigheid hebben opgebouwd. 2.1 Het is onzeker of de overgekomen middelen vanuit Holland Rijnland toereikend zijn voor de ambtelijk secretaris en beleidsontwikkeling. Voor een goed functionerende governance zijn voldoende middelen voor secretarisschap en beleidsontwikkeling noodzakelijk. De middelen die overkomen vanuit Holland Rijnland naar de gemeenten zijn niet dekkend voor onderdelen zoals communicatie, archieffunctie, lobby, segment overstijgende beleidsinzet en ondersteuning van het ProgrammaOverleg.
De aansturing van deze ondersteuning gebeurt in de nieuwe governance door de subregionale programmamanagers Jeugd. 3.1 Mogelijk zijn er nog onvoorziene financiële consequenties. De overdracht van een aantal taken vraagt nog om nadere uitwerken zoals het budget voor de ambtelijk secretaris- en beleidsondersteuning. Maar ook de borging van de archieffunctie van Holland Rijnland naar gemeenten en nadere afspraken over de verwerking van persoonsgegevens. Deze zaken kunnen financiële consequenties met zich meebrengen. Het voorstel is om hier uiterlijk in oktober als de kwartiermaker is aangetreden over te rapporteren en waar nodig een voorstel te doen aan het PHO Jeugd. Financiële consequenties De huidige bijdrage van gemeenten voor de uitvoering TWO (inclusief overhead) en een deel van de Strategische Eenheid loopt via de bijdrage aan de regio Holland Rijnland. Deze bijdrage wordt vanaf 1 januari 2022 in mindering gebracht
op het budget van Holland Rijnland en ingezet voor de nieuwe governance. Daarnaast volgt uit het bedrijfsplan voor de ServiceOrganisatie een investering van per saldo € 290.000,- voor de nieuwe governance boven op de reeds beschikbare bijdrage. De gemeenten investeren gezamenlijk €290.000,- (structureel per 1 januari 2022) in de nieuwe ServiceOrganisatie voor versterking van de bedrijfsvoering in de vorm van extra formatie. Dit betekent een extra investering van € 26.071,-. voor de gemeente Teylingen. Hiermee beogen de gemeenten de bedrijfsvoering van de uitvoeringsorganisatie te versterken. Deze investering is nodig om beter grip te krijgen op de kwaliteit, de resultaten en de uitgaven voor jeugdhulp. Versterking van de bedrijfsvoering past ook bij de landelijke ontwikkelingen. De investering is onder andere bedoeld voor aanstelling van een businesscontroller, een data-analist uitbreiding van de bestaande capaciteit voor financiële adviseurs. Daarnaast vraagt de implementatie van de nieuwe governance en de doorontwikkeling voor 2021 een incidenteel bedrag van € 130.000,(kwartiermaken en inrichten) en €100.000,- in 2022 voor de doorontwikkeling die is ingezet bij de huidige TWO. Voor Teylingen is dit een bedrag van € 11.687,voor 2021 en een bedrag van € 8.990,- voor 2022 In oktober wordt de definitieve financiële uitwerking opgesteld.
Daarbij worden de mogelijke frictiekosten en de benodigde financiering voor de uitvoering van de secretariaatsfunctie en beleidsontwikkeling (voormalige taken Strategische Eenheid) ook in kaart gebracht. Portefeuillehouder zal in Holland Rijnland verband spreken over het zichtbaar maken van de terugverdientijd van bovenstaande investeringen Voor de afzonderlijke gemeenten betekent dit op basis van de gehanteerde verdeelsleutel de volgende verdeling van de structurele investering: Gemeente Totaal Alphen aan den Rijn Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden
Verdeelsleutel 100,00% 4,88% 5,22% 0,68% 18,94% 28,97%
Investering € 290.000 € 14.152 € 15.138 € 1.972 € 54.926 € 84.013
Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Zoeterwoude
6,11% 4,83% 6,58% 8,09% 5,34% 8,99% 1,37%
€ 17.719 € 14.007 € 19.082 € 23.461 € 15.486 € 26.071 € 3.973
De structurele lasten te verwerken in de begroting bij de eerste tussenrapportage 2022.
Aanpak, uitvoering en participatie De inrichting van de nieuwe governance moet per 1 januari 2022 afgerond zijn. Dat betekent dat de implementatie na besluitvorming snel moet starten. In de implementatie zijn 4 sporen te onderscheiden: 1. Besluitvorming: realiseren besluitvorming in afzonderlijke gemeenten over oprichting GR Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland en beschikbaar stellen financiële middelen. 2. Voorbereiden en implementeren governance
3. Inrichten en doorontwikkelen van ServiceOrganisatie 4. Ontvlechten bij Holland Rijnland en daar waar aan de orde invoegen SO. Besluitvorming Inmiddels hebben de meeste colleges ingestemd met de denkrichting voor de nieuwe governance. De gemeenteraden zijn geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. Nu is nadere besluitvorming aan de orde over de inrichting van de governance. De besluitvorming is voorbereid door de huidige programmamanagers Jeugd in de drie subregio’s en betekent dat nu aan de colleges gevraagd wordt om in te stemmen met de nieuwe governance waaronder het oprichten van de nieuwe GR en vormgeven van de samenwerking volgens het Samenwerkingshandvest. Na de besluitvorming in de colleges wordt aan de gemeenteraden gevraagd om toestemming te geven voor het oprichten van de GR. Voor bovenstaande sporen 2 en 3 is inmiddels een kwartiermaker geworven. Opdrachtgever voor de kwartiermaker is het AOO. Voor spoor 4 is bij Holland Rijnland een projectleider ingezet die in opdracht van de secretaris- directeur Holland Rijnland werkt. Communicatie Na besluitvorming zullen naast de direct betrokkenen (medewerkers) ook andere stakeholders worden geïnformeerd over de wijzigingen in de governance. Dit betekent dat de gecontracteerde aanbieders worden geïnformeerd, en ook VNG en ministerie van VWS.
Dat laatste past bij de wens van Holland Rijnland om landelijke en bovenregionale stakeholders betrokken te houden bij de ontwikkelingen in de regio. Duurzaamheid Het betreft een overgang van onderneming met waar mogelijk behoud van personeel Doordat er sprake is van overgang van onderneming en daarmee behoud van werk en bijbehorende arbeidsvoorwaarden voor de huidige medewerkers van TWO verwachten we een beperkt aantal vacatures naast de vacatures voor de nieuwe functies. Hiermee zorgen we voor een duurzame inzet van medewerkers. Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT) Dit voorstel wordt voorgelegd aan de gemeenteraden van de twaalf gemeenten van Holland Rijnland en is inhoudelijk regionaal afgestemd. Urgentie De gemeenteraad moet uiterlijk in de raadsvergadering van 14 oktober 2021 een besluit nemen over het raadsvoorstel. Dit heeft te maken met de implementatietijd tussen raadsbesluit en beoogde ingangsdatum 1 januari 2022. Evaluatie De nieuwe GR wordt iedere vier jaar geëvalueerd. De eerste evaluatie vindt plaats voor 31 december 2023. Bijlagen en achtergrondinformatie 1. Gemeenschappelijke Regeling (definitief concept) Serviceorganisatie Jeugdhulp en Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland (versie 3 augustus 2021). 2. Samenwerkingshandvest (definitief concept) Goverance Jeugdhulp en Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland (versie 3 augustus 2021).
het college van burgemeester en wethouders, Dhr. J.F.A. Tomassen secretaris
Carla G.J. Breuer burgemeester
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Teylingen, gelezen het voorstel van het college van 14 september 2021 met als onderwerp Nieuwe governance Jeugdhulp Holland Rijnland gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op artikel 108 van de Gemeentewet,
besluit: 1. Toestemming te verlenen voor het oprichten van de Gemeenschappelijke Regeling Zorg op grond van Wgr art. 1 lid 2. 2. De financiële consequenties van de gewijzigde governance jeugdhulp vast te stellen waarbij de structurele bijdrage aan Holland Rijnland wordt verlaagd met structureel € 2.540.000,- en voor de nieuwe governance een structurele bijdrage van € 2.830.000,wordt gevraagd aan de gezamenlijke gemeenten. Dit betekent een investering van € 26.071,-. voor de gemeente Teylingen. 3. Een incidentele bijdrage voor implementatie en doorontwikkeling vast te stellen van € 130.000,- in 2021 en € 100.000 voor 2022. Voor Teylingen is dit een bedrag van €11.687,- voor 2021 en een bedrag van €8.990,- voor 2022.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 4 november 2021,
Robert van Dijk griffier
Carla G.J. Breuer voorzitter
1 20210806 Samenwerkingshandvest governance Jeugdhulp HR definitief concept_2 - 20210806 Samenwerk
Samenwerkingshandvest (concept) Governance Jeugdhulp Holland Rijnland 6 augustus 2021 KokxDeVoogd
Inhoudsopgave
PREAMBULE HOOFDSTUK 1. BELEIDSONTWIKKELING Artikel 1. Beleidsontwikkeling Artikel 2. Portefeuillehouders Overleg Jeugdhulp (PHO) Artikel 3. Ambtelijk Opdrachtgever Overleg Jeugdhulp (AOO) Artikel 4. Gemeentelijke programmamanagers jeugdhulp HOOFDSTUK 2. UITVOERINGSVERANTWOORDELIJKHEID Artikel 5 Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland Artikel 6 Bestuur Artikel 7 Uitvoeringsorganisatie HOOFDSTUK 3. REGIONALE BELEIDSONTWIKKELING EN UITVOERING Artikel 8 Bestuurlijke samenhang van beleidsontwikkeling en uitvoering Artikel 9 Ambtelijke samenhang van beleidsontwikkeling en uitvoering Artikel 10 Regionale beleids- en uitvoeringscyclus HOOFDSTUK 4. Duur en evaluatie, wijzigingen en beëindiging Artikel 11 Duur en evaluatie Artikel 12 Wijzigingen Artikel 13 Beëindiging
PREAMBULE
Aanleiding Sinds de decentralisaties in het sociaal domein van 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdhulp. Vanuit de Jeugdwet hebben gemeenten de taak om de toegang tot zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun ouders te verzorgen. Tevens zijn zij verantwoordelijk om passende zorg in te kopen bij zorgaanbieders. Het is de wens van de gemeenten om jeugdhulp effectief te organiseren om de gewenste transformatie van het sociaal domein ook door de inkoop te versnellen. De transformatie van het sociaal domein is één van de grootste operaties in de verzorgingsstaat van de laatste decennia. De gemeenten hebben hierin een leidende rol. Zo zijn zij verantwoordelijk voor het bieden van hulp en ondersteuning aan hun inwoners in nauwe samenwerking met de diverse partners. Zorgprofessionals maken de beweging naar meer integraal en lokaalgericht werken. Van inwoners wordt gevraagd de eigen kracht aan te spreken en regie te voeren op hun eigen hulp en ondersteuningsvragen. Doelen van de samenwerking Regionale samenwerking en afstemming rondom beleid en uitvoering is onontbeerlijk voor het bereiken van de transformatiedoelstellingen. Zo is inkoop en uitvoering van jeugdhulp een specialistische taak: jeugdhulp kent een variëteit in producten van eenvoudige behandelingen tot en 1
met intensieve behandel- en begeleidingstrajecten voor jeugdigen met meervoudige problematiek. Tevens zijn er veel schakels met maatschappelijke voorzieningen, maatschappelijke ondersteuning, preventie, het voorliggend veld en het onderwijs- en veiligheidsveld. Voor de inkoop van een deel van jeugdhulp wordt in de regio Holland Rijnland daarom samengewerkt om de juiste zorg in te kopen. Voor de inkoop van jeugdhulp in het gedwongen kader werken de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen en Zoeterwoude al sinds 2015 samen. In subregionaal verband wordt ook op samengewerkt voor de inkoop van gespecialiseerde jeugdhulp, bijvoorbeeld door de gemeenten van de Rijnstreek (aan de hand van een taakgerichte bekostigingsvariant) en door de gemeenten van de Leidse Regio en de Duin- en Bollenstreek. Tussen de subregio’s vindt afstemming plaats. Uitgangspunten 1. De gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor het tijdig beschikbaar stellen van passende, tijdige en voldoende jeugdhulp. Daartoe geeft de gemeente haar toegang tot jeugdhulp vorm en zorgt ervoor dat kinderen en ouders goede en toegankelijke jeugdhulp krijgen. Tevens werken de gemeenten samen om de gewenste resultaten voor jeugdhulp te bereiken. 2.
Het object van de samenwerking is inkoop een contractmanagement van regionale jeugdhulp in het gedwongen kader en voor een deel van de gemeenten lokale gespecialiseerde jeugdhulp. 3. De samenwerking biedt ruimte voor flexibiliteit in het ondersteunen van de lokale keuzes die kunnen verschillen. 4. De samenwerking biedt ook ruimte om inkoop- en contractmanagement voor andere beleidsdomeinen binnen het Sociaal Domein te ondersteunen. 5. Elke gemeente faciliteert zelf de toegang, hetzij zelfstandig of in samenwerking met andere gemeenten. 6. De gemeenten treffen afspraken over de jeugdhulptaken en budgetten van de Strategische Eenheid die vanuit GR Holland Rijnland worden overgeheveld en geïmplementeerd. 7. Op dit moment kiezen de gemeenten ervoor om subregionaal samen te werken, bijvoorbeeld voor de toegang of in de keuze voor een specifieke uitvoeringsvariant. De regionale samenwerking houdt rekening met de mogelijke onderlinge verschillen in de keuzes van gemeenten en subregio’s. 8. Voor gemeenten die gebruik maken van de mogelijkheid om lokaal onderdelen van de jeugdhulp in te kopen, geldt dit handvest alleen voor die delen die regionaal worden ingekocht en niet voor het lokale deel. 9. De gemeenten stellen periodiek het Inkoopplan jeugdhulp op. 10.
De transformatie van Jeugd en de invulling van de gemeentelijke verantwoordelijkheid hiervoor vereist een goed samenspel tussen beleidsontwikkeling en uitvoering. Dat betekent dat beleid alleen in samenhang met de uitvoering ontwikkeld wordt. 11. De uitvoering wordt tijdig betrokken bij de beleidsontwikkeling en in de gelegenheid gesteld om de impact van beleidskeuzes op de uitvoering te beoordelen en hierover te adviseren alvorens de beleidsbepaling in de gemeenten gebeurt. 12. Samenwerking vraagt intensieve communicatie en begrip voor elkaars rollen en verantwoordelijkheden in bestuurlijke en ambtelijke context.
2
13. Het aanwijzen van procesbewakers voor de samenwerkings- en governance afspraken is een noodzakelijke randvoorwaarde voor de werking van de governance. 14. De werking van de governance en de daarbij behorende samenwerking vraagt onderhoud en periodieke evaluatie. 15. In dit Samenwerkingshandvest worden de afspraken voor de governance van de nieuwe samenwerking beschreven. De gemeenten committeren zich aan de afspraken van dit document.
Beleidsontwikkeling
Artikel 1 1.1
Beleidsontwikkeling Beleidsontwikkeling voor jeugdhulp betreft alle beleidsmatige werkzaamheden en voorbereidingen omtrent de inhoudelijke, financiële en organisatorische uitvoering en vernieuwing van de zorg voor en bescherming van de jeugd.
1.2
Dit betreft de integrale beleidsverantwoordelijkheid. Tevens zijn de gemeenten eindverantwoordelijk voor het geheel. Alle besluitvorming en verantwoordelijkheden voor beleid vinden plaats via de beleidsontwikkelingslijn van de gemeenten. De gemeenten hebben de uitvoering voor wat betreft inkoop en contractmanagement overgedragen aan de BVO.
Artikel 2 2.1
Portefeuillehouders Overleg Jeugdhulp (PHO) De portefeuillehouders jeugdhulp zijn voor haar respectievelijke gemeenten verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en uitvoering van jeugdhulp in de regio Holland Rijnland. De portefeuillehouders jeugdhulp treffen een overlegstructuur ter afstemming en bespreking van de inhoudelijke transformatie en uitvoering van 3
jeugdhulp namens de respectievelijke colleges. Dit overleg wordt aangehaald als het ‘Portefeuillehouders Overleg Jeugdhulp (PHO)’. 2.2
De taken en verantwoordelijkheden van het PHO Jeugdhulp zijn: (a) Bewaken van de samenhang tussen beleid en uitvoering; (b) Tevens vinden hier discussies, inspiratiesessies en dialogen plaats om op bestuurlijk niveau nadere invulling te geven aan de transformatie van jeugdhulp.
2.3
In haar hoedanigheid als bestuurlijk opdrachtgever geeft het PHO Jeugdhulp aan het Ambtelijk Opdrachtgevers Overleg (AOO) de bestuurlijke opdracht om de inhoudelijke transformatie van jeugdhulp nader vorm te geven.
2.4
Het PHO wijst uit haar midden een voorzitter aan. De voorzitter van het PHO Jeugdhulp stelt de agenda vast en borgt een goed verloop van de vergaderingen.
2.5
De portefeuillehouders nemen deel aan het PHO Jeugdhulp vanuit hun autonome lokale verantwoordelijkheden.
2.6
Het PHO wijst uit haar midden een procesbewaker aan, die toeziet op de samenhang en het functioneren van regionale bestuurlijke governance.
2.7
In het PHO wordt de informatievoorziening aan de afzonderlijke gemeenteraden afgestemd.
Artikel 3 3.1
Ambtelijk Opdrachtgever Overleg Jeugdhulp (AOO) Het AOO bestaat uit de gemeentelijke leidinggevenden die ambtelijk eindverantwoordelijk zijn voor de portefeuille jeugdhulp.
3.2
In het AOO wordt de ambtelijke opdracht aan de gemeentelijke organisatie verleend om inhoudelijk vorm te geven aan de transformatie van en beleidsontwikkeling voor regionale jeugdhulp.
3.3
De taken en verantwoordelijkheden van het AOO zijn: - Advisering van het collectief van portefeuillehouders over regionale jeugdhulponderwerpen; - Bespreken en afstemmen onderwerpen van bestuurlijk strategisch belang; - Afstemming over lokale en regionale ontwikkelingen in de beleidsontwikkeling; - Uitoefening van het opdrachtgeverschap door het stellen van kaders aan de programmamanagers jeugdhulp van de drie subregio’s; - Borging van randvoorwaarden voor een adequate uitvoering van de bestuurlijke opdracht.
3.4
Het AOO wijst een voorzitter uit haar midden aan. De voorzitter van het AOO stelt de agenda vast en borgt een goed verloop van de vergaderingen.
4
3.5
Het AOO wijst een procesbewaker uit haar midden aan, die toeziet op de samenhang en het functioneren van regionale ambtelijke governance.
Artikel 4 4.1
Gemeentelijke programmamanagers jeugdhulp Gemeentelijke programmamanagers jeugdhulp zijn de programmamanagers en beleidsadviseurs die vanuit hun opdracht invulling geven aan het jeugdhulpbeleid van haar gemeente. De gemeentelijke programmamanagers jeugdhulp zijn als ambtelijk opdrachtnemer verantwoordelijk voor de uitvoering van de ambtelijke opdracht in haar respectievelijke gemeenten.
4.2
4.3
In de uitvoering van de ambtelijke opdracht stemmen de gemeentelijke programmamanagers haar werkzaamheden af met de andere programmamanagers. In de regio Holland Rijnland werken de gemeenten op subregionaal niveau daartoe samen voor jeugdhulp: (a) Leidse Regio: Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude (b) Duin- en Bollenstreek: Katwijk, Noordwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen (c) Rijnstreek: Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem, Nieuwkoop
4.4
Namens de subregionale samenwerkingen wordt een programmanager aangewezen die plaatsneemt in het Programma Overleg.
4.5
De gemeenten verlenen de subregionale programmamanager alle mandaten en volmachten die nodig zijn om de subregionale taken goed uit te voeren. Uitvoeringsverantwoordelijkheid
Artikel 5 5.1
Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland De gemeenten van de regio Holland Rijnland richten een Serviceorganisatie op die uitvoeringstaken voor jeugdhulp op regionaal niveau uitvoert. Deze taken zijn vastgelegd in het bedrijfsplan Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland.
5.2
De Serviceorganisatie Zorg wordt als zelfstandige organisatie opgericht. De gemeenten hebben gekozen voor een collegeregeling in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie.
5.3
De Serviceorganisatie is opgericht teneinde de volgende doelen te behalen: (a) Het ondersteunen van de inkoop van jeugdhulp in het gedwongen kader en gespecialiseerde jeugdhulp, waardoor de gemeenten voldoen aan hun taak om te zorgen voor een regionaal dekkend en toegankelijk jeugdhulplandschap; (b) Voldoende inkoopmacht generen als antwoord op de deskundigheidsmacht van de aanbieders en de kracht van de collectiviteit in onderhandelingen; (c) Het behalen van efficiencyvoordelen, waaronder uniformiteit in ondersteunende processen tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders, zoals 5
(d)
het berichtenverkeer en de financieel-administratieve organisatie zoals de controle en verantwoording van de jeugdhulp; Uitoefenen van een signaleringsfunctie aan het Bestuur van zowel de Serviceorganisatie als aan de gemeenten onderling ten aanzien van inhoud, financiën en processen.
Artikel 6 6.1
Bestuur Serviceorganisatie In het Bestuur wordt de bestuurlijke opdracht aan de Secretaris-directeur verleend om uitvoering te geven aan de taken van de Serviceorganisatie.
6.2
Bestuurlijke zeggenschap en belangenafweging vindt in het Bestuur uitsluitend plaats voor onderwerpen betreffende bedrijfsvoering en uitvoeringskosten van de Serviceorganisatie. De Secretaris-Directeur legt verantwoording af aan het Bestuur over de uitvoering van deze taken.
6.3
De Serviceorganisatie wordt bestuurd door een enkelvoudig bestuur van 12 bestuurders.
6.4
Het Bestuur wijst een voorzitter uit haar midden aan. De voorzitter van het Bestuur stelt de agenda vast en borgt een goed verloop van de vergaderingen.
6.5
Voor zover de voorzitter van het Bestuur niet dezelfde persoon betreft als de voorzitter van het PHO Jeugd wijst het Bestuur een portefeuillehouder aan die belast wordt met de bestuurlijke eigenaarsrol voor de bedrijfsvoering van de Serviceorganisatie.
6.6
De Secretaris-directeur fungeert als secretaris van het bestuur en faciliteert de ambtelijke ondersteuning.
Artikel 7 7.1
Operationele uitvoering Serviceorganisatie De medewerkers van de Serviceorganisatie zijn belast met de uitvoering van de haar opgelegde taken en verantwoordelijkheden.
7.2
Voor de uitvoering is het Programma Overleg als bedoeld in artikel 9 gezamenlijk ambtelijk opdrachtgever en de Serviceorganisatie ambtelijk opdrachtnemer.
7.3
De Secretaris-Directeur van de Serviceorganisatie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde producten en dienstverlening.
7.4
De gemeenten verlenen alle mandaten en bevoegdheden aan de SD Serviceorganisatie teneinde adequate invulling te geven aan haar taken en verantwoordelijkheden.
6
7.5
De Secretaris-Directeur van de Serviceorganisatie stelt de uitvoeringsbegroting en jaarrekening van de Serviceorganisatie op en legt verantwoording af over de bedrijfsvoering en de uitvoeringskosten van de Serviceorganisatie aan het Bestuur van de Serviceorganisatie.
7.6
Tussen de gemeenten en de Serviceorganisatie worden zoveel mogelijk uniforme overeenkomsten afgesloten over de verwerking van persoonsgegevens zoals dit voortvloeit uit de wettelijke bepalingen daarover.
Regionale beleidsontwikkeling en uitvoering
Artikel 8 8.1
Bestuurlijke samenhang van beleidsontwikkeling en uitvoering De regionale uitvoering van beleid en uitvoering vindt onder verschillende verantwoordelijkheden plaats in de regionale governance van jeugdhulp.
8.2
Vanuit een overkoepelende bestuurlijke samenwerking wordt de regionale jeugdhulp aangestuurd. De bestuurlijke rollen van het PHO Jeugdhulp en Bestuur Serviceorganisatie worden zoveel mogelijk in dezelfde persoon georganiseerd. Vanuit de gecombineerde verantwoordelijkheden als portefeuillehouder en bestuurder van de Serviceorganisatie zijn de bestuurders gezamenlijk eindverantwoordelijk voor de regionale beleidsontwikkeling en uitvoering van jeugdhulp.
8.3
De vergaderingen van PHO en Bestuur van de Serviceorganisatie worden agendatechnisch gescheiden behandeld, maar in een naadloos aansluitende bijeenkomst georganiseerd. Afhankelijk van het onderwerp vindt besluitvorming plaats in hoedanigheid van de betreffende bestuurlijke rol. De agenda maakt duidelijk welk onderwerp in welke bestuurlijke hoedanigheid ter behandeling voorligt in de vergadering.
8.4
De agenda van PHO en Bestuur Serviceorganisatie wordt gezamenlijk voorbereid door het PO als bedoeld in artikel 9 en met de voorzitter(s) van PHO en Bestuur Serviceorganisatie vooraf afgestemd.
8.5
In het geval van escalatie, frictie of knelpunten tussen de bestuurlijke opdrachten voor beleidsontwikkeling of uitvoering staan de bestuurders vanuit haar gecombineerde verantwoordelijkheden in voor een passende oplossing.
8.6
In de behandeling van bestuurlijke onderwerpen met zowel een beleidsontwikkelings- als uitvoerend karakter maken de bestuurders in de vergadering kenbaar in welke hoedanigheid zij aan de discussie deelnemen als bestuurder van zowel het PHO Jeugdhulp als Bestuur van de Serviceorganisatie.
7
8.7
Voor de vergaderingen van het PHO Jeugdhulp en het bestuur van de Serviceorganisatie worden separate doch samenhangende huishoudelijke reglementen opgesteld, die strekken tot bestuurlijke behandeling in één vergadering.
Artikel 9 9.1
Ambtelijke samenhang van beleidsontwikkeling en uitvoering Voor een effectieve verbinding van beleid en uitvoering voorziet de bestuurlijk opdrachtgever in een passende ambtelijke regionale overlegstructuur.
9.2
Het Programma Overleg (PO) is als ambtelijk opdrachtnemer verantwoordelijk voor de coördinatie en aansturing van regionale jeugdhulp. In het PO wordt beleidsontwikkeling en uitvoering op elkaar afgestemd.
9.3
De regionale opgave en benodigde inzet van de gemeenten en de Serviceorganisatie voor beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering wordt vastgelegd in een jaarplan. In het jaarplan komen beleidsontwikkeling en uitvoering samen door inzicht te geven in prioriteit, capaciteit en middelen. Na afloop van het kalenderjaar wordt een verslag opgesteld.
9.4
Het PO monitort de activiteiten en resultaten van het jaarplan. Vanuit de eigen verantwoordelijkheden voor beleidsontwikkeling of uitvoering rapporteren de functionarissen van de gemeenten en de Serviceorganisatie periodiek over de voortgang aan haar eigen ambtelijke en bestuurlijke aanspreekpunten.
9.5
Het PO bestaat uit de volgende functionarissen: (a) De subregionale programmamanagers (b) De Secretaris-directeur van de Serviceorganisatie (c) De medewerkers die belast zijn met het faciliteren van het gezamenlijk opdrachtgeverschap en het ondersteunen van de werking van de governance.
9.6
Het PO wijst uit haar midden een procesbewaker c.q. voorzitter aan, die toeziet op de samenhang en het functioneren van de regionale samenwerking tussen beleidsontwikkeling en uitvoering.
9.7
Indien de functionarissen in het PO geen consensus bereiken over het jaarplan of onderdelen daarvan, dan wordt eerst gepoogd in overleg tussen de voorzitter van het AOO en de Secretaris-directeur tot een oplossing te komen. Indien geen directe oplossing bereikt kan worden wordt in de respectievelijke beleidsontwikkelingslijn of uitvoeringslijn geëscaleerd naar het verantwoordelijke gremium, te weten PHO of bestuur BVO.
8
Artikel 10 10.1
Regionale beleids- en uitvoeringscyclus In de regionale governance wordt gewerkt met twee lijnen: beleidsontwikkeling en uitvoering. De twee verantwoordelijkheden kennen haar eigen planning en control cycli: gemeenten voor beleidsontwikkeling en de Serviceorganisatie als regionale zelfstandige uitvoeringsorganisatie voor de uitvoering van regionale taken.
10.2
In lijn met de beoogde samenwerking wordt een jaarplan opgesteld waarin de beleid en uitvoering bij elkaar komen. Het jaarplan verbindt de planning en controlcyclus van de gemeentelijke beleidsontwikkelingslijn en de planning en controlcyclus van de uitvoering door de Serviceorganisatie.
10.3
De procescriteria van deze twee sporen komen samen in een dubbele planning en controlcyclus conform Figuur A: (a) Het programma en de organisatie vormen het middelpunt van dit stroomschema. Voordat de stroming op gang kan komen, moet eerst helder zijn waar de prioriteiten liggen en wat de te bereiken doelstellingen zijn. (b) De portefeuillehouders jeugdhulp bewaken de gemeentelijke visie, prioriteiten en doelen voor de inhoudelijke transformatie van jeugdhulp. (c) Op basis van deze visies, prioriteiten en doelen wordt een strategie bepaald door de gemeenten. (d) Op basis van de strategie werken beleidsontwikkeling en uitvoering samen in een jaarplan gericht op de regionale programma en uitvoeringsorganisatie, waarin de aanpak, doelen en resultaten worden vermeld. (e) Op basis van het jaarplan bepaalt de Serviceorganisatie de werkwijze (het ‘hoe’) om invulling te geven aan het jaarplan. Op basis van de prioriteiten en wensen van gemeenten wordt binnen de beschikbare middelen gekeken hoe de doelen kunnen worden behaald. (f) In de uitvoering van de Serviceorganisatie wordt uitvoering gegeven aan het jaarplan conform de afgesproken werkwijze. (g) Tijdens dit proces monitort de Serviceorganisatie de inhoudelijke en financiële prestaties in het zorglandschap en rapporteert hierover aan het PO.
Zodoende wordt inzicht verkregen in hoe jeugdhulp ingekocht is, welke resultaten werden geboekt en in welke mate de doelen worden bereikt. Voor zover daartoe aanleiding is, kan het programma tussentijds worden bijgesteld in overleg met het PO of als agendapunt in een gecombineerde vergadering van het Portefeuillehoudersoverleg en het Bestuur van de Serviceorganisatie worden opgenomen.
9
Figuur A: Dubbele planning- en controlcyclus
Duur en evaluatie, Wijzigingen en Beëindiging samenwerking
Artikel 11 11.1
Duur van de samenwerking en evaluatie Deelnemers beogen een duurzame samenwerking en streven er naar de samenwerking aan te gaan voor een periode van 6 jaar en dit kan steeds met een periode van 6 jaar verlengd worden.
11.2
Minimaal één keer in de vier jaar wordt tegelijkertijd met Gemeenschappelijke Regeling Zorg Holland Rijnland de werking geëvalueerd.
11.3
De eerste evaluatie vindt plaats voor 31 december 2023.
Artikel 12 12.1
Wijzigingen Het college van tenminste vier van de gemeenten, kan voorstellen doen tot wijziging van de afspraken zoals vastgelegd in dit Samenwerkingshandvest.
12.2
Het Samenwerkingshandvest kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van het college van alle gemeenten tezamen.
Artikel 13 13.1
Beëindiging samenwerking Een gemeente kan zelfstandig besluiten tot het beëindigen van de samenwerking met de andere gemeenten zoals vastgelegd in dit Samenwerkingshandvest.
13.2
De gemeente die de samenwerking wil beëindigen zendt dit besluit ter kennisname aan de colleges van de overige gemeenten. 10
13.3
Deelname van de betreffende gemeente eindigt niet eerder dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot beëindiging is genomen.
13.4
Voor de afwikkeling van de samenwerking zijn de artikelen uit hoofdstuk 9 van de Gemeenschappelijke Regeling Zorg Holland Rijnland van toepassing.
11
1 20210806 Tekst GR Serviceorganisatie Zorg HR definitief concept_2 - 20210806 Tekst GR Serviceorg
Gemeenschappelijke Regeling (concept) Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland 6 augustus 2021 KokxDeVoogd
Inhoudsopgave INTITULÉ HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Bedrijfsvoeringsorganisatie HOOFDSTUK 2. BELANGEN EN TAKEN Artikel 3. Belangen Artikel 4. Taken en bevoegdheden HOOFDSTUK 3. BESTUUR Artikel 5. Samenstelling Artikel 6. Werkwijze Artikel 7. Besluitvorming Artikel 8. Inlichtingen Artikel 9. Verantwoording HOOFDSTUK 4. VOORZITTER Artikel 10. Aanwijzing en vervanging Artikel 11. Taken en bevoegdheden HOOFDSTUK 5. SECRETARIS-DIRECTEUR Artikel 12. Taken, bevoegdheden en vervanging secretaris-directeur HOOFDSTUK 6. UITVOERINGSORGANISATIE Artikel 13. Uitvoeringsorganisatie HOOFDSTUK 7. FINANCIËN Artikel 14. Ontwerpbegroting Artikel 15. Begroting en beleidsplan Artikel 16. Jaarrekening Artikel 17. Administratie en controle Artikel 18. Bijdragen van de gemeenten HOOFDSTUK 8. EVALUATIE Artikel 19. Evaluatie HOOFDSTUK 9. TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 20. Toetreding en uittreding Artikel 21. Wijziging Artikel 22. Opheffing HOOFDSTUK 10. GESCHILLEN, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 23. Geschillen Artikel 24. Inwerkingtreding en duur Artikel 25. Citeertitel BIJLAGE.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 1
INTITULÉ
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen en Zoeterwoude. Overwegende dat, • sinds 1 januari 2015 gemeenten verantwoordelijk zijn voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp. Om deze verantwoordelijkheid aan te kunnen, zijn landelijk 42 jeugdzorgregio’s geformeerd, waaronder de regio Holland Rijnland. • de gemeenten uit Holland Rijnland hebben afgesproken om de jeugdhulp gezamenlijk op te pakken en deze taak bij dienstverleningsovereenkomst met GR Holland Rijnland voor bepaalde duur overeen te komen en deze dienstverlening te organiseren in een Tijdelijke Werkorganisatie; • de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeenten en de GR Holland Rijnland per 31 december 2021 afloopt; • dat het wenselijk is om regionaal samen te blijven werken voor diverse uitvoeringstaken in kader van de Jeugdwet; • dat het takenpakket zich in beginsel zal richten op de uitvoeringstaken in verband met inkoop en contractering van hulp in het gedwongen kader en (hoog-)specialistische jeugdhulp; • de gemeenten uit Holland Rijnland op termijn ook taken op het gebied van inkoop en contractering van Maatschappelijke Zorg gezamenlijk willen kunnen uitvoeren; • de governance,
afspraken en werkwijzen rondom gezamenlijke ambtelijke voorbereiding en bestuurlijke besluitvorming worden vastgelegd in een Samenwerkingshandvest gericht op het samenspel van beleidsontwikkeling en uitvoering van jeugdhulp in de Jeugdregio Holland Rijnland; • individuele gemeenten, buiten het gezamenlijk vast te stellen uitvoeringsprogramma om, andere dienstverlening kunnen betrekken van de uitvoeringsorganisatie. Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Jeugdwet, Besluiten vast te stellen: de Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland.
2
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 1.1
Begripsomschrijvingen Deze regeling verstaat onder: (a) wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; (b) regeling: Gemeenschappelijke regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland; (c) deelnemers: aan de regeling deelnemende gemeenten; (d) college: college van burgemeester en wethouders van een gemeente; (e) raad: raad van een gemeente; (f) secretaris-directeur: hoofd van de ambtelijke organisatie; (h) Jeugdregio: de Jeugdregio Holland Rijnland; (i) gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland; (j) Samenwerkingshandvest: Het Samenwerkingshandvest Governance Jeugdhulp Holland Rijnland.
1.2
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van een andere wettelijke regeling van toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van 'de gemeente', 'de raad', 'burgemeester en wethouders' en 'de burgemeester' respectievelijk gelezen: 'de Serviceorganisatie, 'het bestuur' en 'de voorzitter'.
Artikel 2 2.1
Bedrijfsvoeringsorganisatie Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd: Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland.
2.2
De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd te Leiden.
2.3
De bedrijfsvoeringsorganisatie is een samenwerkingsverband van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen en Zoeterwoude.
HOOFDSTUK 2. BELANGEN EN TAKEN Artikel 3. 3.1
Belangen De regeling behartigt de belangen van de deelnemers op het terrein van uitvoering van gemeentelijke inkoop en contractering in het kader van de Jeugdwet: (a) Regionale jeugdhulp in het gedwongen kader; (b) Gespecialiseerde jeugdhulp; (c) Maatschappelijke Zorg als deelnemers daartoe besluiten.
3.2
In aanvulling op artikel 3.1 kan de bedrijfsvoeringsorganisatie, voor zover dit mogelijk is, op verzoek van een of meer deelnemende gemeenten ook overige taken uitvoeren 3
die gerelateerd zijn aan de te behartigen belangen zoals bedoeld in artikel 3.1 van deze regeling.
Artikel 4. 4.1
Taken en bevoegdheden Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen is de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland belast met uitvoering van de volgende taken in het kader van de Jeugdwet: (a) ondersteuning bij de regionale inkoop en contractering van regionale jeugdhulp en gespecialiseerde jeugdhulp; (b) coördineren van regionale berichtgeving inzake regionale en gespecialiseerde jeugdhulp; (c) leveren van een bijdrage aan de optimalisering van de opgedragen uitvoeringsprocessen; (d) contractbeheer en contractmanagement; (e) afwikkelen van het opgedragen declaratie- en betalingsverkeer; (f) leveren van een bijdrage en advies bij de verantwoordingscyclus waaronder het genereren van adequate managementinformatie en informatie voor de planning en controlcyclus; (g) het op verzoek namens gemeenten optreden richting leveranciers om de voorwaarden en eisen, waaronder de overeenkomsten worden afgesloten te harmoniseren; (h) het archiveren op basis van de Archiefwet van alle relevante (contract)stukken inzake de in artikel 4.1 vermelde taken; (i) gevraagd en ongevraagd adviseren aan gemeenten over beleidsontwikkeling die de uitvoering betreffen; (j) en bovenstaande taken op gebied van Maatschappelijke Zorg als gemeenten daartoe besluiten.
4.2
De colleges: (a) delegeren geen bevoegdheden aan het bestuur; (b) kunnen bevoegdheden voor de uitvoering van taken aan het bestuur en de secretaris-directeur in mandaat opdragen.
4.3
In uitvoering van de haar opgelegde taken en bevoegdheden worden de bepalingen van het Samenwerkingshandvest Governance Jeugdhulp Holland Rijnland door de Serviceorganisatie in acht genomen.
HOOFDSTUK 3. BESTUUR
Artikel 5
Samenstelling 4
5.1
Het bestuur bestaat uit zoveel leden als er deelnemende gemeenten zijn.
5.2
Elk college van burgemeester en wethouders van de deelnemers wijst uit haar midden één lid aan en één ander plaatsvervangend lid van het bestuur aan.
5.3
Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met een dienstverband bij de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland dan wel bij een van de gemeenten.
5.4
De zittingsperiode van de leden van het bestuur eindigt gelijk met de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders door wie zij zijn aangewezen.
5.5
Telkens nadat een zittingsperiode is geëindigd, wijzen burgemeester en wethouders van de gemeenten zo spoedig mogelijk overeenkomstig het tweede lid één lid en één plaatsvervangend lid van het bestuur aan.
5.6
De leden van het bestuur die tussentijds ontslag nemen of geen uitvoering meer geven aan de portefeuille Jeugdhulp, geven daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van het bestuur en aan burgemeester en wethouders van de gemeente(n) die hen heeft aangewezen.
5.7
In een tussentijds ontstane vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien door de aanwijzing van een nieuw lid.
Artikel 6 6.1
Werkwijze Het bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt, of indien een lid daarom verzoekt.
6.2
Het bestuur stelt voor zijn werkwijze een huishoudelijk reglement vast dat ter kennisneming aan de colleges van burgemeester en wethouders wordt gezonden.
Artikel 7 7.1
Besluitvorming Besluiten worden in goed overleg genomen op basis van consensus. Bij afwezigheid van consensus worden besluiten genomen op basis van een gewogen stemverhouding.
7.2
Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen, wordt bepaald door het aantal inwoners van de gemeente(n) door wiens college(s) van burgemeester en wethouders het lid is aangewezen.
7.3
Bij de besluitvorming beschikt elke deelnemende gemeente over 1 stem per 10.000 inwoners; een deelnemer beschikt over minimaal 1 stem.
5
7.4
Onder het aantal inwoners van een gemeente wordt verstaan de door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het lopende jaar openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
Artikel 8 8.1
Inlichtingen Het bestuur verstrekt aan de raden en de colleges van de gemeenten alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid.
8.2
Een lid van het bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen en aan de raad, op de in die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen die door het college, de raad of een of meer leden daarvan, worden verlangd.
Artikel 9 9.1
Verantwoording Een lid van het bestuur is de deelnemer die dit lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd over de door hem in dat bestuur gevoerde vertegenwoordiging. De verantwoording vindt plaats op de wijze zoals bij de deelnemer gebruikelijk dan wel voorgeschreven is
9.2
In het kader van een periodieke evaluatie van het functioneren van de regeling legt het bestuur schriftelijk verantwoording af aan de deelnemende gemeenten.
9.3
Het college kan bij de behandeling van de in het derde lid bedoelde verantwoordingsrapportage in het overleg met de raad een vertegenwoordiger van het bestuur uitnodigen om hierop een toelichting te geven.
HOOFDSTUK 4. VOORZITTER
Artikel 10 10.1
Aanwijzing en vervanging Het bestuur kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
10.2
Bij verhindering of ontstentenis van de (plaatsvervangend) voorzitter wordt deze vervangen door een ander lid van het bestuur, door dat bestuur aan te wijzen.
Artikel 11 11.1
Taken en bevoegdheden De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten van het bestuur naar behoren worden uitgevoerd.
11.2
De voorzitter vertegenwoordigt de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland in en buiten rechte.
6
11.3
De voorzitter kan de in het tweede lid bedoelde vertegenwoordiging, na overleg met het bestuur, opdragen aan een door de voorzitter aan te wijzen persoon.
11.4
De stukken die van het bestuur uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend.
11.5
De voorzitter kan de ondertekening van stukken die van het bestuur uitgaan opdragen aan een ander lid van het bestuur.
HOOFDSTUK 5. SECRETARIS-DIRECTEUR Artikel 12 12.1
Taken, bevoegdheden en vervanging secretaris-directeur De secretaris-directeur: (a) is secretaris van het bestuur; (b) is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en heeft daarin een raadgevende stem.
12.2
De secretaris-directeur is belast met de dagelijkse leiding van de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland en is voor de uitvoering van zijn taak verantwoording verschuldigd aan het bestuur.
12.3
Bij afwezigheid, ziekte of ontstentenis van de secretaris-directeur wordt de functie waargenomen door een door het bestuur aan te wijzen plaatsvervanger.
12.4
Het bestuur stelt in een huishoudelijk reglement nadere regels vast over de taken en bevoegdheden en de positie van de secretaris-directeur als secretaris van het bestuur.
12.5
Het bestuur stelt jaarlijks de opdracht voor de secretaris-directeur vast.
HOOFDSTUK 6. UITVOERINGSORGANISATIE
Artikel 13 13.1
Serviceorganisatie Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris-directeur van de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland.
13.2
Het bestuur stelt de bevoegdheden van de secretaris-directeur vast, waaronder de voorwaarden voor het in dienst nemen van het personeel en het aangaan van overeenkomsten met derden in verband met de uitvoering van taken van de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland.
7
13.3
Bij het in dienst nemen van personeel dat namens een opdrachtgevende gemeente het contractmanagement verzorgt in relatie met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders, maakt de secretaris-directeur vooraf afspraken met de betrokken gemeenten over het profiel en selectieproces.