CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

6. (oud) Toelichting - Chw bestemmingsplan Nieuw Boekhorst Voorhout

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout’39.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Zolang er echter geen nader booronderzoek is uitgevoerd binnen het plangebied, is deze bijgestelde verwachting niet te staven en dient de middelhoge verwachting nog gehandhaafd te blijven. Het verdient dan ook aanbeveling om in navolging van de beleidskaart in deze middelhoge verwachtingszones binnen het plangebied, in geval van planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, vroegtijdig archeologisch inventariserend veldonderzoek uit te voeren. Doel is om voor deze omvangrijke gebieden de

46

bodemopbouw en het landschap meer gedetailleerd in kaart te brengen, zodat het verwachtingsmodel getoetst en waar nodig bijgesteld kan worden. 5.1.2.2

Inventariserend veldonderzoek

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek heeft het bevoegd gezag besloten een vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen en een geofysisch onderzoek. Het booronderzoek was erop gericht om de middelhoge verwachting van de strandvlakte te toetsen door mogelijke kleinere strandwallen en/of duintjes in de strandvlakte tussen Voorhout en Noordwijk op te sporen. Het booronderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van een (kleine) strandwal of duintjes in de strandvlakte. Dit betekent dat de vooraf gedefinieerde middelhoge archeologische verwachting (ten aanzien van de strandvlakte) naar beneden toe kan worden bijgesteld tot een lage verwachting. Een uitzondering geldt mogelijk voor het uiterste zuidoostelijke deel van het plangebied. Aanbevolen wordt om ter hoogte van deze locatie enkele aanvullende boringen uit te voeren teneinde vast te stellen, dan wel uit te sluiten, dat er sprake is van een flank van de strandwal van Voorhout. Ten aanzien van de strandvlakte en de percelen die op basis van het bureauonderzoek reeds waren vrijgegeven wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Geofysisch onderzoek Het geofysisch onderzoek had tot doel de resten/sporen van het kasteel Boekenburg en van de historische molen van de Boekhorsterpolder in kaart te brengen.

Het onderzoek op het kasteelterrein Boekenburg heeft een eerste inzicht gegeven in de structuur van het terrein en de ligging van de verschillende fasen van het kasteel. Op basis van de resultaten van het geofysisch onderzoek wordt voor het kasteelterrein aanbevolen om geen bodemingrepen uit te voeren dieper dan 30 cm - mv. Indien dit niet mogelijk is, wordt aanbevolen aanvullend onderzoek uit te voeren. Los van de uitkomsten daarvan, wordt aanbevolen om (de structuren van) het kasteelterrein terug te laten komen bij een toekomstige inrichting/ontwerp van het gebied. De met het onderhavig onderzoek vastgestelde structuren kunnen daarbij als start-/aanknopingspunt dienen. Hoewel het tweede historische object, de molen, in het begin van de 20e eeuw is gesloopt, wijzen het geofysisch onderzoek uit dat in de bodem mogelijk nog (funderings)resten van de molen aanwezig zijn. Ten aanzien van de molenplaats wordt geadviseerd om geen bodemingrepen uit te voeren dieper dan 1,0 m -mv. Indien dit niet mogelijk is, wordt aanbevolen een waarderend onderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren. Doel van dit onderzoek is het vaststellen van de aanwezigheid van (funderings)resten, c.q. het vaststellen van de archeologische waarde ervan.

47

Afbeelding Advieskaart op basis van het verkennend en geofysisch onderzoek, bron Geofysisch onderzoek Archeologie, zie Bijlage 11

48

5.1.2.3

Onderzoek uitbreiding plangebied

In de eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken is niet het hele plangebied meegenomen. Derhalve is een onderzoek archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het gedeelte van het plangebied dat was nog niet was onderzocht (zie Bijlage 12). Op basis van het bureauonderzoek kan worden uitgegaan van lage tot middelhoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van nederzettingssporen uit de periode neolithicum - bronstijd. Deze verwachting is met name gebaseerd op de mogelijke aanwezigheid van lage strandwallen en/of duinen en andere relatieve hoogte van het voormalige wadden en kwelderlandschap. Deze hogere delen vormden aantrekkelijke locaties voor bewoning vanaf het ontstaan ervan in het neolithicum tot in de bronstijd waarna het gebied te nat werd voor bewoning. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek worden voor dit deel van het onderzoeksgebied geen aanbevelingen gedaan voor een eventueel vervolgonderzoek. De geplande ontwikkelingen kunnen hier zonder beperkingen ten aanzien van het aspect archeologie worden uitgevoerd. 5.1.3

Conclusie

Archeologie vormt een belemmering voor het planvoornemen doordat er verschillende archeologische waarden aanwezig zijn op een locaties in het plangebied. Dit wordt ondervangen door het opnemen van een archeologische dubbelbestemming om de waarde te beschermen. Per specifieke (verwachtings)locatie wordt een aanduiding 'specifieke vorm van waarde' met bijbehorende regels opgenomen. Deze aanduiding met regels komt overeen met de verwachtingswaarden zoals zijn beschreven in de uitgevoerde onderzoeken. Verder wordt aangegeven indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding online via ARCHIS of het vondstmeldingsformulier). De aanbeveling om eventuele archeologische waarden van het kasteel mee te nemen in het ontwerp van het plan, wordt voor dit bestemmingsplan ter kennisgeving aangenomen. Waar mogelijk wordt dit betrokken in de verdere uitwerking van het plan c.q. het ontwerp voor het Boekenburgerbos.

5.2

Akoestiek - Weg- en railverkeer

5.2.1

Inleiding

Witteveen en Bos heeft voor het planvoornemen onderzocht of er vanuit het thema akoestiek weg- en railverkeer knelpunten zijn voor de beoogde ontwikkeling. Dit rapport is als Bijlage 13 toegevoegd. Aanleiding voor het onderzoek is dat aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de grenswaarden vanuit de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) en of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners vanuit de omliggende geluidbronnen, provinciale weg N444, de Noordelijke Randweg Voorhout (hierna: NRW), de Leidsevaart, de spoorlijn Leiden-Haarlem en de interne wegstructuur voor de ontsluiting van het planvoornemen. Geluidbeleid Omgevingsdienst West-Holland Het geluidbeleid van de Omgevingsdienst West-Holland, dat de gemeente Teylingen heeft onderschreven, ziet erop toe dat hogere waarden vastgesteld kunnen worden tot een zekere grenswaarde. De maximale hogere waarde bedraagt 58 dB Lden voor wegverkeerslawaai en bedraagt 63 dB Lden voor railverkeerslawaai. Slechts bij hoge uitzondering wordt een hogere waarde boven deze beleidswaarden verleend.

Voor het verlenen van een hogere waarde geldt op grond van de Wet geluidhinder als algemene voorwaarde dat een hogere waarde slechts kan worden verleend, wanneer maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, of als er ernstige bezwaren zijn op het gebied van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet gemotiveerd worden waarom een van deze punten aan de orde is. Daarnaast geldt dat een hogere waarde alleen kan worden toegestaan als de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Hiervan is in ieder geval sprake als vanwege de gecumuleerde waarde niet voldaan wordt aan de eisen die het Bouwbesluit stelt aan de geluidbelasting binnen

49

woningen. Voor het vaststellen van hogere waarden gelden naast de algemene criteria ook specifieke voorwaarden en criteria voor weg- en railverkeerslawaai op grond van het geluidbeleid omgevingsdienst West-Holland. Zie voor de nadere toelichting Bijlage 13.

5.2.2

Onderzoek

Maatregelen Ten behoeve van het akoestisch onderzoek zijn rekenmodellen voor weg- en railverkeerlawaai opgesteld. De geluidcontouren van de N444, NRW, Leidsevaart, de indicatieve wijkontsluiting, spoorlijn Leiden-Haarlem en de cumulatieve geluidbelasting van deze bronnen zijn bepaald. Verder zijn op basis van de vastgestelde Gebiedsvisie 31 de aantallen eengezinswoningen en meergezinswoningen gekoppeld aan deze geluidcontouren. Dit ter bepaling van de effectiviteit van geluidreducerende maatregelen om de geluidbelasting binnen het plangebied te verlagen. Uit de maatregelafweging is gebleken dat toepassing van stil asfalt op de N444 in combinatie met geluidvangrail, een 1 meter hoog scherm langs een deel van de NRW en een 3 meter hoog scherm langs de spoorlijn Leiden-Haarlem hiertoe effectieve maatregelen zijn, die ook financieel, landschappelijk, stedenbouwkundig en technisch uitvoerbaar zijn. Ook worden er extra maatregelen verlangd/ voorwaarden gesteld aan de woningen om te komen tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (stille zijde e.d.). Dit is in aansluiting op het geluidbeleid. Nader toelichting maatregelen N444 Uit het akoestisch onderzoek weg- en railverkeer, zie bijlage 13, blijkt dat er voor een goed woon- en leefklimaat in het plangebied maatregelen nodig zijn om de geluidsbelasting te beperken.

Daarbij wordt er onderscheid gemaakt in de maatregelen aan de Noordelijke Rondweg en de N444. De N444 is een provinciale weg, daar is sprake van een provinciaal belang. In het onderzoek worden 3 opties voor te treffen maatregelen beschreven voor een goed woon- en leefklimaat langs de N444. Het gaat om de opties: Stil asfalt, geluidscherm van 2 meter of een combinatie van stil asfalt en een geluidscherm van 2 meter. Optie 1 en 2 zijn volgens het onderzoek ruwweg even effectief in het beperken van de geluidsbelasting. Het toepassen van een geluidscherm van 2 meter heeft negatieve gevolgen voor het landschap en voor het zicht op de Haarlemmertrekvaart. De Haarlemmertrekvaart is een historische vaarweg en onderdeel van de Erfgoedlijn 'Trekvaarten' van de Provincie Zuid-Holland. In de huidige situatie is er sprake van een weids zicht van en naar de trekvaart. Voor de toepassing van een geluidscherm op deze locatie zijn de richtpunten voor historische vaarwegen en voor infrastructuur uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland van toepassing. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan deze richtpunten.

Voor het richtpunt historische vaarwegen gaat het om: Als ontwikkelingen plaatsvinden aan kanalen en vaarten buiten het stedelijk gebied, dan dragen deze bij aan versterking van hun rustige en voorname karakter; Behoud en versterking van erfgoed als identiteitsdragers en herstel van continuïteit (ook aanliggend landschap) waar nodig; Oevers zijn waar mogelijk openbaar toegankelijk. Voor het richtpunt infrastructuur wordt rekening gehouden met: Ligging in het landschap; Belevingswaarde van het omliggend gebied; Visuele relatie tussen weg en omgeving. Een geluidscherm van 2 meter heeft een verstorend effect op deze richtpunten. Om de geluidbelasting in Nieuw Boekhorst aan de wettelijke vereisten te laten voldoen zijn er maatregelen nodig. Deze voldoen bij voorkeur aan de richtpunten vanuit de Omgevingsvisie. Toepassing van stil asfalt in combinatie met een geluidvangrail zorgt voor een acceptabel geluidniveau en heeft minder impact op de omgeving dan een geluidscherm. Derhalve wordt voord de provinciale N444 uitgegaan van de toepassing van de maatregel stil asfalt in combinatie met een geluidvangrail.

50

Berekeningen en resultaten Uit de berekeningen blijkt dat, ook na toepassing van geluidreducerende maatregelen, alsnog de voorkeursgrenswaarden van de Wgh binnen het plangebied worden overschreden langs de N444, NRW en spoorlijn Leiden-Haarlem. Hierom moeten voor de te realiseren woningen hogere waarden worden toegestaan, om de uitvoering van het bouwprogramma binnen de plangrenzen mogelijk te maken. Uit de resultaten blijkt dat op de locatie van het voorziene schoolgebouw (met daarin een basisschool en kinderdagverblijf), de geluidbelasting als gevolg van zowel de N444 als de NRW tussen de 49 - 58 dB Lden bedraagt. De werkelijke classificatie voor het schoolgebouw is nog afhankelijk van de exacte positionering van het schoolgebouw en de voorziene sportfuncties nabij de locatie, waaronder een sporthal, die mogelijk nog een afschermende werking kunnen hebben. Om het schoolgebouw zeker mogelijk te kunnen maken, wordt geconcludeerd dat een maximale hogere waarde van 58 dB in het bestemmingsplan (tenminste) geregeld moet worden. Uit de berekeningen volgt verder dat voor de cumulatieve geluidbelasting in het plangebied sprake is van een acceptabele akoestische situatie: circa de helft van de cumulatieve geluidbelasting in het plangebied wordt beoordeeld als goed of redelijk, circa de andere helft als matig.

Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met de afschermende werking van de beoogde bebouwing zelf, waardoor de feitelijke akoestische situatie nog beter wordt. Onderstaande tabellen geven de verwachting van het aantal woningen per geluidklasse per geluidbron weer. Op basis hiervan is een voorstel gedaan voor de hogere waarden, te regelen in het bestemmingsplan (zie subparagraaf 5.2.3). Daarbij zijn de aantallen woningen zelf niet geregeld. Gelet op het maximale aantal te realiseren woningen van 1.250 (met een afwijking naar 1.300 woningen), het aanduiden van de locaties waar appartementengebouwen kunnen komen, de vastgestelde Gebieds- en beeldkwaliteitsvisie, de verder invullingsmogelijkheden en de verwachting van het aantal in de tabellen genoemde woningen binnen bepaalde geluidcategorieën/klassen, is het aantal woningen dat een bepaalde hogere waarde nodig heeft al in grote mate begrensd. Het is hierdoor niet noodzakelijk om per hogere waarde het aantal woningen verder te begrenzen. Enige flexibiliteit in noodzakelijke hogere waarden wordt daardoor binnen dit bestemmingsplan wel geboden, en toch voldoende begrensd door voornoemde factoren. Op basis van deze tabellen wordt geconcludeerd dat het overgrote deel van de nieuwe woningen voldoet aan de voorkeurswaarde.

Mede gelet op de hoogte van de berekende geluidbelasting en het aantal woningen is de conclusie dat er sprake is van een aanvaardbare situatie. Voor een deel van het plangebied blijft er sprake van overschrijding van de maximale ontheffingswaarde van de Wgh. Daarbij is wonen in principe uitgesloten. Wel is een afwijking mogelijk middels een omgevingsvergunning, voor zover de gevels van de geluidgevoelige gebouwen in deze geluidklasse als dove gevel worden uitgevoerd, mits niet meer dan één dove gevel per woning wordt toegepast.

Tabel aantal voorgestelde woningen met hogere waarde per geluidklasse wegverkeerlawaai*

51

Tabel aantal voorgestelde woningen met hogere waarde per geluidklasse railverkeerlawaai *Naar aanleiding van de gekozen maatregel voor de N444 (stil asfalt in combinatie met een geluidvangrail) is de geluidbelasting opnieuw bepaald. Het akoestisch onderzoek wordt op dit onderdeel nog geactualiseerd voorafgaand aan de vaststelling. Bovengenoemde tabel ging nog uit van toepassing van de maatregel geluidscherm met een hoogte van 2 meter. In deze geluidberekeningen is het effect van de keuze voor stil asfalt in combinatie met een geluidvangrail, in plaats van een geluidscherm, op de geluidbelasting, bepaald. Uit deze berekening volgt dat de geluidbelasting op de voorzijde (gericht naar de N444) van de eerstelijns grondgebonden woningen met 1-2 dB toeneemt, met enkele uitschieters naar 3-4 dB. Op het appartementsgebouw (dichtsbij de N444 gesitueerd) wordt een toename 0-2 dB berekend, met enkele uitschieters naar 3 dB. De geluidbelasting op de school neemt toe met 0-1 dB. Op de achterzijde van de eerstelijns grondgebonden woningen worden ook geluidtoenames van 0-4 dB berekend. Dit als gevolg van de optredende reflectie van het geluid met achterliggende woningen. De absolute geluidbelasting aan de achterzijde is echter aanzienlijk lager dan aan de voorzijde van de bebouwing.

Ondanks de berekende toenames wordt de wettelijke voorkeursgrenswaarde (48 dB) aan de achterzijde niet overschreden. Daarmee zijn deze toenames, in het kader van de Wet geluidhinder, niet relevant. Door de toepassing van stil asfalt met een geluidvangrail langs de N444, neemt de geluidbelasting op de eerstelijns bebouwing in het plangebied toe, variërend van 0 tot maximaal 4 dB op de gevel (in vergelijking met toepassing van een geluidscherm). Dit leidt tot een slechter (akoestisch) woon- en leefklimaat. Ondanks dit wordt wel nog steeds voldaan aan de maximale hogere waarde die vanuit de Wet geluidhinder verleend kan worden voor de geluidbelasting afkomstig van een weg op geluidgevoelige gebouwen. In combinatie met de eerder toegelichte afweging voor het niet toepassen van een geluidscherm onder meer vanuit landschappelijk oogpunt , wordt gesteld dat de toepassing van deze maatregel acceptabel is en dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. 5.2.3

Regeling bestemmingsplan

De geluidregeling voor weg- en railverkeer is in navolging van het akoestisch onderzoek opgesteld aan de hand van een aantal spelregels. Om regels voor geluid op te nemen in het bestemmingsplan, c.q. het besluit hogere waarden geluid te integreren, worden de geluidklassen samengevoegd opgenomen in het bestemmingsplan. Dit betreft een worstcase benadering, waarbij wordt uitgaan van de maximaal benodigde hogere geluidwaarde per bron. Maar uiteindelijk wordt in de eindsituatie (na realisatie van de woningen) wel de geluidsituatie bereikt zoals in het akoestisch onderzoek is opgenomen. Alleen door de verschillende deeluitwerkingen wordt deze eindsituatie niet in één keer bereikt. Door de geluidklassen samen te voegen per bron wordt er voldoende ruimte geboden binnen de planregels voor de verschillende uitwerkingen. De volgende hogere waarden worden opgenomen in de regels: Wegverkeer N444, maximaal toegestane hogere waarde 63 dB. Wegverkeer Noordelijke Randweg, maximaal toegestane hogere waarde 63 dB. Railverkeer, maximaal toegestane hogere waarde 68 dB.

52

Daarnaast is er een zone waar wonen in principe is uitgesloten vanwege de overschrijding van de maximale ontheffingswaarde voor railverkeer. Er is een aanduiding op de verbeelding opgenomen om deze zone te duiden. Bij toepassing van de hogere waarden per geluidbron zijn er aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Deze voorwaarden zijn alleen van toepassing als de geluidbelasting vanwege wegverkeer hoger is dan 53 dB of vanwege railverkeer hoger is dan 58 dB. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat er sprake is van minimaal één geluidluwe zijde met een geluidbelasting van maximaal 48 dB vanwege wegverkeer en 55 dB vanwege railverkeer. En dat ten minste één of meer van de verblijfsruimten niet aan de gevel is gesitueerd waar de hoogste geluidbelasting optreedt. Daarnaast is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in de regels voor de gevallen waar niet voldaan kan worden aan de opgenomen voorwaarden (onderdeel planregels: 23.4 Binnenplanse afwijking geluid). Deze afwijking biedt de mogelijkheid om maatwerk toe te passen voor de uitzonderingsgevallen waarvoor niet voldaan kan worden aan de geluidvoorwaarden. Bij toepassing van dit lid wordt in elk geval het belang van het beschermen van de gezondheid betrokken door het treffen van maatregelen. Ook is maatwerk opgenomen voor gestapelde appartementengebouwen met een alzijdige oriëntatie.

Omdat bij deze woningen veelal geen sprake is van geluidluwe gevel. Er wordt gebruik gemaakt van de Crisis- en herstelwetstatus van het bestemmingsplan om zowel geluidregels op te nemen in het bestemmingsplan als de hogere waarden geluid (zoals hierboven aangegeven) te integreren in de regels van het plan. Er is voor Nieuw Boekhorst daarmee geen apart besluit hogere waarden geluid nodig. De geluidregeling is opgenomen in het volgende onderdeel van de planregels: 20.2 Geluid. Toepassing hogere waarden Welke hogere waarden van toepassing zijn voor een bepaald stedenbouwkundig plan wordt in eerste instantie bepaald door middel van akoestisch onderzoek. Het akoestisch rekenmodel van het volledige plan dient als basis voor dit onderzoek. Daarnaast dient, indien er een hogere waarde geluid benodigd is, per aanvraag omgevingsvergunning, de geprognotiseerde geluidbelasting bepaald en getoetst te worden aan de geluidregels. Op basis van de gecumuleerde geluidbelasting wordt de noodzakelijke geluidwering van de gevel bepaald. 5.2.4

Conclusie

Uit het onderzoek blijkt dat voor een deel van het plangebied nog niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, ook niet na het treffen van maatregelen. Voor de woningen die niet aan de voorkeursgrenswaarde voldoen dient een gebiedsgerichte ontheffing hogere waarden te worden geregeld. Voor de gebiedsgerichte ontheffing hogere waarden is een regeling opgenomen in de planregels. Met de geluidregeling kan de wettelijke toetsing van de geluidbelasting op de woningen en overige geluidgevoelige objecten (o.a. de school) conform de Wgh en Wro op een later moment plaatsvinden, wanneer de stedenbouwkundige uitwerking van het plan zich in een verder gevorderd stadium bevindt. Door het instellen van hogere waarden geluid per geluidbron en hieraan gekoppelde voorwaarden voor het realiseren van geluidgevoelige objecten, kan gedurende de verdere uitwerking gestuurd worden op een akoestisch duurzaam ontwerp en een zo goed mogelijk woon- en leefklimaat worden gerealiseerd. Het akoestisch onderzoek wordt voorafgaand aan vaststelling nog geactualiseerd.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

5.3.1

Inleiding

Voor het plangebied is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen. De rapporten en onderzoeken zijn toegevoegd aan de bijlage als bijlage 15 tot en met bijlage 18. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. De in de handreiking opgenomen

53

afstanden indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling plaatsvindt, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming ligt. De VNG-handreiking gaat uit van de omgevingstypes rustige woonwijk/rustig buitengebied of gemengd gebied. Voor de onderbouwing van dit bestemmingsplan is uitgegaan van rustige woonwijk. 5.3.2

Bureauonderzoek

Ten behoeve van het bestemmingsplan Nieuw Boekhorst is een bureaubeoordeling uitgevoerd naar het onderdeel bedrijven- en milieuzonering. In de Bijlage 14 is het volledige bureauonderzoek toegevoegd. De volgende adressen zijn geïnventariseerd: Adres

Bestemming

Functie

Milieu richtafs werkeli Belemmering Nader categori tand jke onderzoe e afstand k nodig?

Leeweg 20

Bedrijf

Gas afleverstation

2

30

500

Nee, wordt voldaan aan de richtafstand

LeidseBedrijf vaart 228 Agrarisch aanverwant

agri 4.1 200 business (bedrijf bedrijf op Jongene het gebied el) van waspeen 3.1 50 (bedrijf waspeen )

97

ja, er wordt ja, zie niet voldaan paragraaf aan de 5.3.5 richtafstand, zie onderzoek locatie 3.

LeidseBedrijf vaart 216

mest op- 3.2 en overslag-b edrijf

100

165

Nader ja zie onderzoek paragraaf nodig naar de 5.3.4 geurhinder, zie onderzoek locatie 2.

Boeken burglaan 0, perceel 3446

Agrarisch grondgebonden veehouderij waardevolle graslanden

Zuiverings 2 installatie / rioolgem aal

30

80

Nee, wordt voldaan aan de richtafstand

nee

Boekenburglaan 0, perceel 4217

Agrarisch grondgebonden veehouderij waardevolle graslanden

Moestuin

2

30

80

Nee, wordt voldaan aan de richtafstand

nee

Boekenburglaan 0, perceel 6634

Agrarisch Grondgebonden veehouderij waardevolle graslanden

Weiland

2

30

7

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Groen

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

10

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Wonen en Tuin

Boeken- Agrarisch burglaan Grond55 gebonden veehouderij waardevolle graslanden

54

nee

Boeken- Agrarisch burglaan Bollenteelt 61 Waardevolle graslanden

Sierteelt kwekerij

2

30

0

Wordt in een nee separaat plan bestemd als Wonen, belemmering komt te vervallen

Boeken- Agrarisch burglaan Grond65 gebonden veehouderij waardevolle graslanden

grond2 werkzaam heden

30

0

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Agrarisch met uitsluitend toegestaan hobbymatig gebruik. Een dergelijke functie is inpasbaar in relatie tot de realiseren woningen.

Beukenr Agrarisch ode 351 - Grond367 gebonden veehouderij waardevolle graslanden

Tuinen

2

30

0 tot 10 Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Tuin

Meidoorn Bedrijf rode 37

taxibedrijf 2

30

5

Ja, wordt niet ja zie voldaan aan paragraaf de 5.3.3 richtafstand. Zie onderzoek locatie 1.

Meidoorn Agrarisch Grondrode 43 gebonden veehouderij waardevolle graslanden

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

0

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Wonen en Tuin

Spoorlaa Agrarisch n 117 Grondgebonden veehouderij waardevolle graslanden

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

0

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Wonen en Tuin

Spoorlaa Agrarisch n t.h.v.11 Grond7 gebonden veehouderij waardevolle graslanden

rioolgema al

30

40

Nee, wordt voldaan aan de richtafstand

2

nee

55

Spoorlaa Agrarisch n 119 Grondgebonden veehouderij waardevolle graslanden

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

0

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Wonen en Tuin

Spoorlaa Agrarisch n 121, Bollenteelt 123 waardevolle graslanden

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

0

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Wonen en Tuin

Spoorlaa Agrarisch n 131 Bollenteelt waardevolle graslanden

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

0

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Wonen en Tuin

Spoorlaa Wonen n 125, 127

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

0

Ja, maar de nee belemmering wordt weggenomen Locatie wordt bestemd als Wonen dan wel Woongebied

Bollendre Agrarisch ef Grondgebonden veehouderij waardevolle graslanden

Voormalig 2 agrarisch bedrijf

30

50

Nee, wordt voldaan aan de richtafstand

5.3.3

nee

Nader onderzoek locatie 1 Meidoornrode 37

Er is nader onderzoek gedaan naar Meidoornrode 37, zie bijlage 15. Bij het realiseren van geluidsgevoelige bestemmingen nabij een bedrijf (niet gelegen op een gezoneerd industrieterrein) moet worden beoordeeld of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dat wil zeggen: ontstaat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, en; worden de bestaande, reeds vergunde, rechten en milieubelangen gerespecteerd. Aan de zuidzijde van het plangebied is in de huidige situatie reeds een taxibedrijf gevestigd aan de Meidoornrode 37, zie onderstaande afbeelding.

56

Afbeelding Locatie bedrijf Meidoornrode 37 Voor het nadere onderzoek is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Een taxibedrijf valt conform bijlage 1 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder SBI code 493 ‘taxibedrijven’, met als milieucategorie 2. De grootste richtafstand is 30 m voor het milieuaspect geluid in een rustige woonwijk. Op basis van de VNG-methodiek is vastgesteld dat de richtafstand van 30 m overlapt met de nieuwe geluidgevoelige objecten van het planvoornemen, die vanaf een afstand van circa 5 m worden voorzien. Desalniettemin wordt wel beargumenteerd dat afgeweken mag worden van de richtafstand: er liggen al reeds bestaande woonbestemmingen direct aangrenzend aan de bedrijfsbestemming van het taxibedrijf. De planologische mogelijkheden van het taxibedrijf, ook bij een wijziging, worden daarmee in de huidige situatie al deels beperkt. De toevoeging van extra woonbestemmingen op een vergelijkbare afstand als de reeds bestaande woonbestemmingen brengt geen nieuwe, verdere beperkingen met zich mee; de bedrijfsactiviteiten van het taxibedrijf zijn zeer beperkt. De overlast naar de omgeving toe, bestaande uit hooguit enkele verkeersbewegingen per etmaal, is nagenoeg nihil. Dit blijkt ook uit het gegeven dat er geen overlastklachten vanuit de omgeving bekend zijn.

57

Daarmee wordt geconcludeerd dat ter hoogte van de nieuwe woonbestemmingen sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en dat de nieuwe woonbestemmingen niet leiden tot nieuwe beperkingen voor de bestaande (of een toekomstig gewijzigde) bedrijfsvoering van het taxibedrijf. Voor het bestemmingsplan is er voor gekozen om de milieucategorie van het bedrijf aan te passen naar milieucategorie 1. Met deze milieucategorie 1 wordt er voor gezorgd dat de feitelijke situatie van het bedrijf wordt vastgelegd. Daarmee kan het bedrijf in de huidige situatie blijven functioneren. Door het verlagen van de milieucategorie worden eventuele belemmeringen in de toekomst voorkomen. Bovendien zijn de mogelijkheden voor een bedrijf reeds beperkt door de naastgelegen woningen die op korte afstand liggen. Daarom is het in deze situatie passend om de milieucategorie te verlagen. Voor milieucategorie 1 geldt wel nog steeds richtafstand van 10 meter in rustige woonwijk. De werkelijke afstand bedraagt circa 6 meter. Echter door de ligging van nabijgelegen bestaande woningen is reeds sprake van een beperking van de bedrijfsvoering van het bedrijf. Mede gelet hierop is ook na aanpassen van de milieucategorie sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Voor dit bedrijf zijn er dan geen belemmeringen voor voorliggend bestemmingsplan.

De bedrijfslocatie met bijbehorende milieucategorie 1 dient te wel worden opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. 5.3.4

Nader onderzoek locatie 2 Leidsevaart 216

Er is nader onderzoek gedaan naar de locatie Leidsevaart 216, zie Bijlage 16. Vanuit de systematiek van de milieuzonering van de VNG bevindt de geplande woonwijk zich op voldoende afstand van het bedrijf en is vanuit deze methodiek sprake van een goede ruimtelijke ordening en is er geen belemmering voor de planontwikkeling en het bedrijf te verwachten. Aanvullend op de VNG beoordeling is de geurbelasting van Leidsevaart 216 bepaald, uitgaande van de eerder bepaalde emissies voor de vigerende vergunning. Uit de berekeningen blijkt dat slechts een heel beperkt aantal uren per jaar (gemiddeld minder dan circa 10 uur per jaar) geur waarneembaar kan zijn bij de grens van de planontwikkeling. Hierdoor wordt geconcludeerd dat het geurhinderniveau in ruime mate als aanvaardbaar kan worden beoordeeld en er sprake is van een goede leefkwaliteit. Verder blijkt uit de rekenresultaten dat de geurbelasting bij de bestaande nabije woningen circa 2 tot 3 maal hoger is dan bij de grens van het plangebied. De geurbelasting mag bij die woningen eenzelfde factor hoger zijn dan bij woningen in het plangebied. Dit betekent dat de huidige woningen een vergelijkbare begrenzing van de mogelijke geurbelasting geven als de planontwikkeling, en het plan geen relevante belemmering vormt wat betreft het aspect van geur. 5.3.5

Nader onderzoek locatie 3 Leidsevaart 228

Er is nader onderzoek gedaan naar de locatie Leidsevaart 228, zie Bijlage 17. Op basis van de classificatie van milieucategorie van 3.2 waarin Jongeneel/ Leidsevaart 228 kan worden gedeeld, en de bijbehorende richtafstand van 100 meter, blijkt dat de richtafstand onder de afstand tussen de bestemmingen ‘Bedrijf - agrarisch aanverwant’ en ‘Woongebied’ van net iets meer dan 100 meter blijft. Verder blijkt uit de afgegeven vergunningen voor Jongeneel dat op de omliggende woningen van de inrichting voldaan wordt aan het beschermingsniveau voor geur en geluid, die gelijk of strenger zijn als het beschermingsregime wat geldt voor de woningen in het plan Nieuw Boekhorst. Daarmee is er geen milieuhinder of beperkingen te verwachten. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening in het kader van het aspect bedrijven en milieuzonering. 5.3.6

Onderzoek Niet-wonen functies

Er is een akoestische beschouwing uitgevoerd van de niet-wonen functies ter plaatse van de haven, sportlocatie en school. Haven Uit het onderzoek (zie Bijlage 18) naar de beoogde functies op de locaties van de Haven blijkt dat: de meeste beoogde voorzieningen individueel inpasbaar zijn in het gebied. Een nadere toets dient wel plaats te vinden zodra de exacte invulling van de locatie bekend is. Dit geldt met name voor de beoogde horeca (horeca categorie 1). De inpasbaarheid van een

58

of meerdere terrassen moet nader worden bepaald (bij de aanvraag omgevingsvergunning), gezien de verwachte geluidbelasting die daarbij optreedt op de omliggende woningen. Wel kan voor kleinschalige terrassen bij daghoreca gemotiveerd hiervan worden afgeweken met een onderbouwing. Derhalve zijn terrassen alleen mogelijk door de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning voor terrassen. Dit is binnenplans mogelijk op grond van dit bestemmingsplan. Bij de aanvraag omgevingsvergunning dient nader onderzoek naar de plaats te vinden of voldaan wordt aan de geluidregeling. Voor het bestemmingsplan is aangetoond dat de inpassing van dergelijke functies in principe uitvoerbaar is. aandachtspunt is de verkeersaantrekkende werking van de functies en de positionering en intensiteit van de mogelijke relevante geluidbronnen. Dit moet worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de planvorming. door het nemen van maatregelen, goede positionering van voorzieningen en objecten en instellen van mogelijke verplichtingen/uitsluitingen, kan de inpasbaarheid van de commerciële voorzieningen worden vergroot, ook in relatie tot de cumulatieve geluidbelasting voor de onderbouwing van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Dit moet worden betrokken in het akoestisch onderzoek genoemd bij de eerste bullit.

Door middel van nader onderzoek op basis van een uitgewerkt bouwplan moet de daadwerkelijke geluidbelasting worden bepaald. En moeten worden getoetst worden of voldaan kan worden aan de geluidwaarden voor de activiteiten inzake de haven. Alsmede moeten de te treffen maatregelen inzichtelijk worden gemaakt. Voor het bestemmingsplan is aangetoond dat de functies, dan wel na het treffen van maatregelen, mogelijk gemaakt kunnen worden. Maar er is wel nader akoestisch onderzoek nodig. Dit is vastgelegd middels een regeling in het bestemmingsplan, zie onderstaande alinea Geluidregels in het bestemmingsplan.

School- en sportlocatie Voor de (akoestische) inpassing van de school en sportactiviteiten ter plaatse van het plangebied is onderzoek (zie Bijlage 19) uitgevoerd. Hierbij zijn drie scenario's onderzocht met daarin ieder een andere positionering van de bebouwing en functies.

Afbeelding scenario 1

59

Afbeelding scenario 2

Afbeelding scenario 3 Voor elk scenario is inzichtelijk gemaakt: Of er in de planfase sprake is van een acceptabel geluidniveau Of er in de gebruiksfase sprake is van een acceptabel geluidniveau Belangrijke demarcatie tussen de plan- en gebruiksfase is dat in de planfase een toets in het

60

kader van een goede ruimtelijke ordening plaatsvindt, en volgens de milieuwetgeving in de gebruiksfase getoetst wordt aan het Activiteitenbesluit. Voor het bestemmingsplan, is aangetoond dat de realisatie van de beoogde functies uitvoerbaar is; zowel vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe te realiseren woningen als vanuit het oogpunt van het kunnen oprichten van de sport- en educatiefuncties (met voldoende benodigde geluidruimte). De toets van de planfaseregeling gebeurt in het kader van de omgevingsvergunning activiteit bouwen. Hierbij wordt voor de ingediende aanvraag beoordeeld of nog steeds aan de criteria voor een goede ruimtelijke ordening wordt voldaan. Hierbij wordt ál het optredende geluid meegewogen. Daarnaast is in de planregels geborgd dat, op een afstand van 18 meter van de sportfuncties de woningbouw mogelijk is, zonder dat de sportfuncties zélf belemmerd worden. In de gebruiksfase wordt en kan alleen worden getoetst aan het Activiteitenbesluit*. Deze toetsing vindt plaats op het moment dat een functie, bijvoorbeeld een nieuwe sportfunctie, de al gerealiseerde faciliteiten gaat gebruiken. Hiervoor hoeft geen planologische vergunning te worden aangevraagd. *Het Activiteitenbesluit kent ook enkele uitsluitingen van activiteiten, die niet mee hoeven te worden genomen in de toetsing aan de geluidgrenswaarden.

Dit zijn onder andere: het maximale geluidniveau van laad- en losactiviteiten in de dagperiode; het stemgeluid van spelende kinderen op een speelplaats (basisschool of kinderopvang); maximale geluidniveaus als gevolg van sportactiviteiten in de openlucht of activiteiten die hiermee in nauw verband staan; het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn voor het bestemmingsplan (=planfase) deze activiteiten wel betrokken in het onderzoek. Naast de regels uit het Activiteitenbesluit en de Wgh geldt nog steeds wel een goede ruimtelijke ordening als beoordelingskader, zoals opgenomen in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Voor de school- en sportlocatie in Nieuw Boekhorst is dit van toepassing op de voorziene 30 km/u wegen, laad-en losactiviteiten in de dagperiode, het komen en gaan van bezoekers van sportfuncties, het stemgeluid afkomstig van de school- en sportactiviteiten en de maximale geluidniveaus van sportactiviteiten. Deze bronnen vallen niet onder het toetsingskader van de Wgh of Wet milieubeheer (met het Activiteitenbesluit). Voor de Wro moet wel beoordeeld worden of bij de nieuw te realiseren bestemming sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is hiervoor geen wettelijk kader met een normeringsstelsel.

Ook is onderzocht wat de invloed van wegverkeerslawaai is op de school als geluidgevoelig object. Zie hiervoor paragraaf 5.2. Resultaten Voor de beschouwing van de resultaten, zie het rapport in Bijlage 19. In het rapport zijn de resultaten van de verschillende geluidbronnen binnen de verscheidene toetsingskaders uiteengezet. Onderstaande tabellen geven het overzicht weer van de hoogst berekende geluidwaarde per toetsingskader, per groep geluidbronnen van de drie scenario's weer. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting op de basisschool afkomstig van het wegverkeer op de omliggende wegen N444 en NRW, met hogere waarden akoestisch inpasbaar is. Verder volgt uit het onderzoek dat een schoolgebouw, sporthal en twee multicourts in scenario 1 voldoen aan het normkader van het Activiteitenbesluit, mits ook de juiste geluidreducerende maatregelen voor de dakinstallaties worden genomen. In de andere twee scenario's leidt met name de geluidbelasting afkomstig van de multicourts tot overschrijding van deze geluidnormen. Wanneer in het kader van een goede ruimtelijke ordening alle geluidbronnen van een voorziening worden beschouwd, blijft alleen scenario 1 binnen de gestelde maximale richtwaarden van een goede ruimtelijke ordening. De andere twee scenario's overschrijden deze maximale richtwaarden.

In scenario 2 leidt de basisschool (specifiek het stemgeluid van kinderen) in de dagperiode en de multicourts in de avondperiode tot een overschrijding, in scenario 3 is dit alleen de multicourts in de avondperiode. Voor het bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat zowel in de gebruiksfase als de planfase de functies akoestisch inpasbaar zijn, maar dat met name scenario 1 zich goed leent voor een optimale akoestisch inpassing.

61

Tabel Overzicht hoogst berekende geluidbelastingen per toetsingskader

Toelichting cumulatieve geluidbelasting Voor de cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen, zowel het wegverkeer op de N444 en de NRW als de basisschool, sporthal en multicourts met bijbehorend stemgeluid en verkeersbewegingen, scoort scenario 1 het beste van alle berekende scenario's. De beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen gezamenlijk (wegverkeer plus bedrijvigheid) is verreweg in alle drie de scenario's te kenmerken als 'matig'. Waarbij scenario 1 het best scoort, gevolgd door scenario 3 en scenario 2, waarin in toenemende mate meer toetspunten in een hogere geluidklasse vallen. De algehele conclusie is wel dat er desondanks sprake is van een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening, met wel een voorkeur voor scenario 1 als inpassing van de school- en sportfuncties.

Tabel Overzicht hoogst berekende geluidbelastingen cumulatief

Geluidregels in het bestemmingsplan De uitkomsten van het geluidonderzoek zijn, evenals voor weg- en railverkeer, vertaald naar planregels. Met achterliggende gedachte dat bij de aanvraag omgevingsvergunning (activiteit bouwen en gebruik) een akoestische toets van het ontwerp plaatsvindt om deze functies zo goed mogelijk in te passen.

62

Voorafgaand aan het aanvangen van een nieuwe kernactiviteit sportvoorzieningen, educatieve voorzieningen en publieke voorzieningen, en daaraan ondersteunende activiteiten, wordt beoordeeld of het verrichten daarvan niet leidt tot een onaanvaardbaar geluidniveau. En er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De kernactiviteit is het overgrote deel van de milieubelastende activiteiten van de functie sport dan wel educatie. Functioneel ondersteunende activiteiten zijn milieubelastende activiteiten op dezelfde locatie, die de functie van de kernactiviteit ondersteunen. Functioneel ondersteunende activiteiten zouden er zonder de kernactiviteit niet zijn. Denk aan facilitaire ondersteuning van de kernactiviteit. Gebruiksfase Onderstaande tabel geeft het overzicht van de geluidwaarden die gelden op een afstand van 18 meter vanaf de grens van het aanduidingsvlak voor 'sport' en 'maatschappelijk'. Uitzondering hierop betreft de gestapelde woningen ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - gestapeld - 1. Ter plaatse van deze aanduiding wordt op de gevel van de geluidgevoelige objecten getoetst. Onderstaande tabel geeft het overzicht van de geluidwaarden die gelden op een afstand van 30 meter vanaf de grens van het aanduidingsvlak voor 'overige zone - publieke voorzieningen' én op de gevel van geluidgevoelige gebouwen.

Deze waarden zijn van toepassing in de gebruiksfase (zie ook 25.1.2 planregels). Dagdeel

07.00 19.00 uur

19.00 - 23.00 uur

23.00 07.00 uur

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

50 dB (A)

45 dB (A)

40 dB (A)

Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

--

65 dB (A)

60 dB (A)

Tabel geluidwaarden voor sport-, educatieve en publieke voorzieningen De regels geven verder nog de mogelijkheid om van bovenstaande geluidwaarden af te wijken, middels een omgevingsvergunning. Er kan een hogere waarde met maximaal 5 dB(A) boven de geluidnorm worden verleend (voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau). De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als door middel van akoestisch onderzoek is aangetoond dat: redelijkerwijs geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de geluidwaarden te voldoen, en als andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen. Tot slot moet voldaan worden aan de opgenomen binnenwaarden van de planregels. Planfase Indien een woning (of ander geluidgevoelig object) wordt gerealiseerd dan moet worden aangetoond dat de geluidsruimte voor de activiteiten sport en school niet wordt belemmerd en dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De oprichting van een hoofdgebouw voor wonen ter plaatse van de aanduiding 'sport' of 'maatschappelijk' is daarbij niet toegestaan.

Door middel van een aanduiding wonen uitgesloten is geborgd dat binnen het aanduidingsvlak 'sport' en 'maatschappelijk' en binnen 18 meter gemeten vanaf het aanduidingsvlak geen geluidgevoelige objecten (behoudens de educatieve voorziening) zijn toegestaan. Uitzondering hierop betreft de gestapelde woningen ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - gestapeld - 1. Ter plaatse van deze aanduiding wordt op de gevel van de geluidgevoelige objecten getoetst. Hiermee is geborgd dat de er voldoende geluidsruimte is voor de oprichting van de functies, wel na het treffen van de maatregelen zoals zijn omschreven in het onderzoek en dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij het bepalen van de geluidbelasting in de planfase worden alle relevante geluidbronnen betrokken. Dus zowel de toets aan het Activiteitenbesluit als een toets voor een goede ruimtelijke ordening vindt plaats. Toetsing geluidregels Uit de gedane berekeningen (zie Bijlage 19) blijkt dat ook voor het akoestisch meest gunstige scenario, scenario 1, mogelijk een afwijking van de grenswaarden noodzakelijk is om de functies ingepast te krijgen binnen de aanduidingen van het bestemmingsplan. Omdat uit de berekening van de hoogst berekende geluidbelastingen blijkt dat de opgenomen

63

grenswaarden worden overschreden. Dit wordt met name veroorzaakt door de verkeersbewegingen van en naar de functies en door het geluid van de dakinstallaties. Door in de verdere uitwerking van de functies hier goed op te sturen, autogebruik van en naar de inrichtingen te ontmoedigen en eisen te stellen aan de dakinstallaties, is het waarschijnlijk wel nog mogelijk om alsnog te kunnen voldoen aan de gestelde grenswaarden. Derhalve wordt het bestemmingsplan, en de opgenomen regeling, uitvoerbaar geacht. Deelconclusie De functies sport, en onderwijs zijn ter plaatse van de aangeduide locatie realiseerbaar in de planfase. Ook in de gebruiksfase kan worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. In de planregeling zijn zowel voor de gebruiks- als de planfase regels opgenomen. Wel dienen er maatregelen te worden getroffen en dient er te worden gezorgd voor akoestisch acceptabele situatie in het kader van een goed woon- en leefklimaat. Daarbij gelden de volgende aanbevelingen: Aanbevelingen Uit de beschouwing van de rekenresultaten van de verschillende scenario's en de geluidregels van het bestemmingsplan, volgt dat een goed akoestisch ontwerp voor de locatie noodzakelijk is om sport-, educatieve en publieke voorzieningen te kunnen realiseren.

Hierbij kan gedacht worden aan: het reduceren van de geluidemissie afkomstig van installaties op het dak van gebouwen, zoals warmtepompen en luchtbehandelingskasten. Dit kan gerealiseerd worden door stille(re) uitvoeringen van deze installaties te plaatsen, omkasting, (gevel)afscherming en/of oriëntatie van de geluidgevoelige objecten af; het ontmoedigen van autogebruik van en naar de sport-, educatieve en publieke voorzieningen, en stille vormen van vervoer, zoals wandelen en fietsen, te stimuleren. Hetgeen ook aansluit op de gebiedsvisie; het (indien mogelijk) limiteren van de activiteiten van maatgevende geluidemitterende bronnen (zoals een schoolplein en sportvelden); maatgevende geluidemitterende bronnen (zoals een schoolplein en sportvelden) zo ver mogelijk vanaf de grens van de aanduidingen 'sport' en 'maatschappelijk' aan de zijde van geluidgevoelige objecten te positioneren; een zorgvuldige positionering van de school- en sportfuncties ten opzichte van de geluidgevoelige bestemmingen en omgekeerd.

Met een goed akoestisch ontwerp kunnen gebouwen (en eventuele geluidschermen) het geluid afkomstig van de school- en sportfuncties maximaal afschermen van de geluidgevoelige bestemmingen; het zodanig oriënteren van de woningen en appartementen dat deze ook een geluidluwe zijde hebben waar geen (hoge) geluidbelasting op komt; afwegen en onderbouwen van de (in)effectiviteit van (on)toegepaste geluidreducerende maatregelen in het ontwerp. Omdat scenario 1 akoestisch als best inpasbare is aan te merken, geeft dit scenario de mogelijkheid om als voorbeeld te dienen voor de verdere uitwerking van de school- en sportfuncties in nader vervolgonderzoek. 5.3.7

Conclusie

Op grond van de uitgevoerde onderzoeken en onderbouwingen blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de woningbouw in het plangebied, ten gevolge van de omliggende bedrijven. Wel is de milieucategorie van een bedrijf aangepast. Dit betreft het taxibedrijf gesitueerd aan de Meidoornrode 37. Met een verlaging van de milieucategorie kan de bestaande bedrijfssituatie worden voortgezet. Deze aanpassing wordt meegenomen in het bestemmingsplan. Uit de onderzoeken naar de niet-wonen functies blijkt dat de realisatie van publieke- en zorgvoorzieningen ter plaatse van de Haven mogelijk is. Wel dient er bij de uitwerking van de plannen nader akoestisch te worden beoordeeld wat de feitelijke hinder is op de omliggende woningen, en welke maatregelen nodig zijn om een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Planologisch gezien kunnen de functies wel mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan. Ook de realisatie van een school, sportvelden (o.a. multicourt) en een sporthal is onder voorwaarden mogelijk. Wel dient er bij de uitwerking van de plannen een akoestisch onderzoek plaats te vinden om te bepalen of er wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van de omliggende woningen (op een afstand van 18 meter gemeten vanuit het aanduidingsvlak) en, of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dit moet uit nader onderzoek blijken.

Naar alle waarschijnlijkheid zijn er maatregelen nodig,

64

dan wel in de vorm van een geluidscherm en/of maatwerkvoorschriften. De functies zijn inpasbaar, dan wel na het treffen van maatregelen. Daarbij moet wel de minimale afstand van 18 meter aan gehouden te worden. Voor alle niet-wonen functies op de locaties van de Haven en sport / maatschappelijk is een geluidregeling opgenomen in het bestemmingsplan. Uit deze regeling volgt o.a. de plicht tot uitvoeren van (nader) onderzoek om aan te tonen dat voldaan wordt aan de geluidgrenswaarden zoals zijn vastgelegd in het bestemmingsplan .

5.4

Bodem

5.4.1

Inleiding

Witteveen en Bos heeft bodemonderzoeken uitgevoerd, wat bestaat uit meerdere onderzoeksrapporten. Hiervoor is een oplegnotitie geschreven. Deze is opgenomen in Bijlage 20. Alle volledige onderzoeksrapporten zijn opgenomen als bijlage bundel in Bijlage 21. Het gaat hierom de volgende onderzoeken: 1. verkennende onderzoeken Spoorlaan, S&R milieuadvies, referentie SR19-0173, 1 maart 2020. 2. verkennend bodemonderzoek Nieuw Boekhorst, Witteveen+Bos, referentie 121840-21-008.031, 21 mei 2021; 3. bodemonderzoek Boekenburglaan 61 onderdeel Nieuw Boekhorst, Witteveen+Bos, referentie 129716-22-006.526, 2 mei 2022; 4. verkennend bodemonderzoek, Nieuw Boekhorst - woonerven, Witteveen+Bos, referentie 131596/22-015.801, 4 november 2022; 5. nader bodemonderzoek Nieuw Boekhorst, Witteveen+Bos, referentie 121840_23-006.872, 20 april 2023; 6. nader bodemonderzoek en asbestonderzoek Boekenburglaan 57, Witteveen en Bos, referentie 131596-23-003.985, 6 maart 2023; 7. verkennend grondwater- en asbestonderzoek Boekenburglaan 65 (deellocatie 16), Witteveen+Bos, referentie 131596_23-003.971, 6 maart 2023; 8. verkennend bodem- en asbestonderzoek Nieuw Boekhorst - De Driehoek, Witteveen en Bos referentie 131596/23-017.719, 7 november 2023; 9.

verkennend bodemonderzoek Perceel VHT00 - 6449 - A, Witteveen en Bos, referentie 137341/23-010.642, 23 juni 2023 Het doel van de verschillende bodemonderzoeken is meerledig: het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) inclusief PFAS; bepalen of er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezien, belemmeringen zijn voor de voorgenomen werkzaamheden; het (op indicatieve wijze) bepalen van de (eventuele) hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond; bepalen of het aannemelijk kan worden geacht of er risico’s voor de volksgezondheid en/of milieu aanwezig zijn. 5.4.2 Onderzoeken In de oplegnotitie, zie Bijlage 20, wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste conclusies van de uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse van Nieuw Boekhorst. Hieruit blijkt dat er op verschillende locaties verontreinigingen aanwezig zijn. Daarnaast wordt op een aantal locaties een (nader) onderzoek bodem aanbevolen. Boekenburglaan 55/55A In overleg met de Omgevingsdienst West-Holland wordt deellocatie Boekenburglaan 55/55A niet nader onderzocht tot het inrichtingsplan voor de locatie gereed is. Wanneer er grondroerende werkzaamheden plaatsvinden, is het uitvoeren van het nadere bodemonderzoek noodzakelijk. Boekenburglaan 57 Voor de locatie Boekenburglaan 57 is een nader onderzoek uitgevoerd.

Hieruit blijkt dat de aangetroffen sterke verontreinigingen moeten worden gesaneerd om de ontwikkeling mogelijk te maken. De sloot is gedempt met gemiddeld 1,5 m-mv zand met zwakke tot sterke bijmengingen van glas, puin, slakken, baksteen, tegels, ijzer, plastic, rubber en/of hout. Het dempingsmateriaal is aanwezig vanaf het maaiveld. Vermoedelijk is sprake van 800 m3 heterogeen sterk verontreinigd dempingsmateriaal én de

65

genoemde spots. Zowel deze 800 m3 sterk verontreinigd dempingsmateriaal én de spots dienen gesaneerd te worden. De hele locatie van de slootdemping is hiermee niet geschikt voor de geplande ontwikkeling en dient geschikt gemaakt te worden door middel van een bodemsanering. Boekenburglaan 65 - Agrarisch hobbymatig Voor de deellocatie Boekenburglaan 65 moet bij grondwerkzaamheden een verkennend grondwater- en asbestonderzoek uit worden gevoerd. In de bodem ter plaatse van de Boekenburglaan 65 is in de puinhoudende laag een matig verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. De aangetroffen verontreiniging is te relateren aan de puinhoudende laag. In de jaren 70 is de puinhoudende laag opgebracht. De bovengrond is maximaal licht verontreinigd. Op basis van de kwaliteit van de bovengrond is milieuhygiënisch geen bezwaar om de huidige bestemming (agrarisch) te veranderen in ‘wonen’ ter plaatse van de woning en bestemming ‘agrarisch’ met aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – hobbymatig’ ter plaatse van het weiland en rondom de woning. Het is niet toegestaan om zonder meer grondroerende activiteiten op het terrein uit te voeren. Ter plaatse van de puinhoudende laag van 0,5 tot circa 2,0 m -mv dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. 5.4.3

Conclusie

Ter plaatse van het plangebied zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor een aantal locaties is nader onderzoek nodig. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het uitvoeren van een nader bodemonderzoek verplicht gesteld in geval er ontwikkelingen plaatsvinden. Deze verplichting is uitsluitend van toepassing op de locaties die niet vrijgesteld zijn van nader onderzoek en/of sanering. Verder zijn er (mogelijke) belemmeringen voor het planvoornemen door de aanwezigheid van diverse verontreinigingen. Het betreffende de volgende verontreinigingen: Ter plaatste van Spoorlaan 119 is sprake van (sterk) baksteenhoudende bovengrond en is sterk verontreinigd met PAK. Deze verontreinigingen zijn in voldoende mate afgeperkt en na een goedgekeurd plan van aanpak door de OMWH geeft deze locatie geen aanleiding tot aanvullende maatregelen. Op het hele perceel achter Boekenburglaan 65 is op een diepte van 0,3-2,0 mmv puin aanwezig. Deze locatie is nog niet geschikt voor het beoogde gebruik en dient gesaneerd te worden. Ter plaatse van dit deelgebied is nader onderzoek nodig. In het kader van de bestemmingswijziging is geen aanvullend onderzoek nodig. Mogelijk is er nog een nader onderzoek naar asbest nodig op de ontwikkelingslocatie. Wanneer graafwerkzaamheden worden uitgevoerd is het volgende onderzoek nog nodig: 1.

Vaststellen samenstelling van het (vermoedelijke) stortmateriaal. 2. Vaststellen van de chemische kwaliteit van het grondwater en de grond onder het (vermoedelijke) stortmateriaal. Het perceel achter Boekenburglaan 55* is matig tot sterk verontreinigd met nikkel, koper, lood, zink en/of PAK. Voorafgaand aan werkzaamheden op deze locatie is het nodig aanvullend onderzoek uit te voeren naar de omvang van de aangetroffen verontreinigingen. Ter plaatse van deelgebied overig is tussen de kadastrale percelen Voorhout, sectie A, nummer 4063 en 5733 een slootdemping aanwezig. Er is sprake van een ernstige bodemverontreiniging met een omvang van circa 187 m3. De grond is sterk verontreinigd met koper, zink, lood en/of PCB's. Deze locatie is nog niet geschikt voor het beoogde gebruik en dient gesaneerd te worden. *In overleg met de Omgevingsdienst West-Holland wordt deellocatie Boekenburglaan 55/55A niet nader onderzocht tot het inrichtingsplan voor de locatie gereed is. Bij het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden is het noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren. De benodigde maatregelen, o.a. sanering, worden uitgevoerd ter voorbereiding van het bouw- en woonrijp maken van de locatie. Het bestemmingsplan is wel uitvoerbaar omdat het treffen van maatregelen mogelijk is.

66

5.5

Externe veiligheid

5.5.1

Inleiding

Witteveen en Bos heeft voor het planvoornemen onderzocht of er vanuit het thema externe veiligheid knelpunten zijn voor de beoogde ontwikkeling. Dit rapport is als Bijlage 22 toegevoegd. Aanleiding van dit onderzoek is dat het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico's met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. Hierdoor wordt in kaart gebracht of zulke risico's zich in of om het plangebied begeven. 5.5.2 5.5.2.1

Onderzoek Risicobronnen

In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere risicobronnen. De risicobronnen zijn weergegeven op onderstaande afbeelding. De bijbehorende tabel geeft een nadere toelichting op de risicobronnen. Op 500 meter ten noorden van de planlocatie bevindt zich een voormalige boorput van de NAM ten behoeve van gaswinning. Deze boorput heeft vanuit het kader van externe veiligheid een zeer beperkte risicocontour en is daarom niet meegenomen in voorliggend onderzoek.

Afbeelding Risicobronnen in nabijheid plangebied (bron: risicokaart, dd. 23 maart 2022)

Tabel Risicobronnen in nabijheid plangebied Beide, hierboven toegelicht, stationaire bronnen voor de opslag van gevaarlijke stoffen hebben geen plaatsgebonden risicocontour of groepsrisicocontour die invloed hebben op de

67

voorgenomen ontwikkeling, gezien de afstand van de risicobronnen tot het plangebied. Over de N444, gelegen aan de westzijde van het plangebied, kunnen gevaarlijke stoffen vervoerd worden. De provincie Zuid-Holland heeft alle Provinciale wegen namelijk vrijgeven voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor het eventuele vervoer van gevaarlijke stoffen over de N444 zijn geen vervoersgegevens bekend. Langs de N444 liggen geen bedrijven waar naar verwachting een substantieel aantal transporten van gevaarlijke stoffen naar toe gaan. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de eventuele intensiteit van vervoer van gevaarlijke stoffen op de N444 zeer laag is. Daarom zijn er vanuit de N444 geen potentiële knelpunten ingevolge het plaatsgebonden risico of het groepsrisico. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich meerdere buisleidingen. Voor de relevante buisleidingen is in de volgende tabel opgenomen wat het type leiding is en dat de diameter en de druk van de leiding zijn.

Afbeelding Gegevens buisleidingen Vanwege de afstand van de buisleidingen tot het plangebied vormt de PR-contour geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Verder ligt de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het 100 %- of 1 %-letaliteitsgebied van de buisleidingen is gelegen. Daarom hoeft het groepsrisico niet verder onderzocht te worden. 5.5.2.2

Hittestraling

Indien sprake is van een fakkelbrand zijn er gewonden te verwachten als gevolg van de hittestraling. Om de impact te minimaliseren is de geplande school, een te realiseren kwetsbaar object, buiten de letaliteitsafstanden gepland. Op het aangewezen perceel wordt de school zoveel mogelijk bij de leiding vandaan gepland. Indien sprake is van een fakkelbrand is het noodzakelijk dat er onder dekking van gebouwen kan worden gevlucht. Vluchtroutes moeten bij de fakkelbrand vandaan zijn. Bij een eventuele fakkelbrand kan gevlucht worden onder dekking van het schoolgebouw en de naastgelegen sporthal de woonwijk Nieuw Boekhorst in. In de wijk is tevens sprake van dekking van de daar te realiseren woningen. 5.5.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=372316b9-32ca-465b-a3f2-cae7dd70c37b