CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Nota wijzigingen_1.pdf - Nota wijzigingen_1.pdf

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente TeylingenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vinkenbaan 2-4 Warmond22.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

het 'maatwerk' bij dit bestemmingsplan. Artikel 2

Wijze van meten

De wijze van meten beschrijft hoe de genoemde maatvoeringen in de diverse bestemmingsbepalingen gemeten dienen te worden. De wijze van meten is overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3

Groen

De bestemming Groen is toegekend aan een groot deel van het plangebied ten behoeve van de groen inpassing van de drie vrijstaande bouwkavels. De gronden met de bestemming 'Groen' zijn onder andere bestemd voor groen in de vorm van bomen, hagen, struiken, gras (waaronder bloemrijk grasland) gebaseerd op een aan dit bestemmingsplan verbonden beplantingsplan. Buiten dit groen is het ook mogelijk om binnen de bestemming groen nutsvoorziening te plaatsen en ter plaatse van de 'paden', paden aan te brengen ter verbinding van de bestemming ‘Wonen’ naar de steigers ten behoeve van de pleziervaartuigen. De bestemming 'Groen' is voorzien van een aanlegvergunning. In eerste aanzet voorziet dit bestemmingsplan in een verbod om zonder aanlegvergunning de bestemming groen te wijzigen. Een omgevingsvergunning kan worden verkregen indien uit beplantingsplan blijkt dat de oorspronkelijk beoogde groene/ landschappelijke inpassing gewaarborgd blijft. Om te beoordelen of beplantingsplan voldoet aan de uitgangspunten van dit plan als het gaat om het groen (groene landschappelijke inpassing) wordt advies gevraagd bij een door het college aangewezen landschapsdeskundige. De bestemming ‘Groen’ is binnen dit plan nadrukkelijk opgenomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de drie vrijstaande GOM woningen en ten behoeve van het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning.

De gronden met de bestemming Groen maken geen deel uit van het zij- en achtererf van de woningen. Het vergunningsvrij bouwen binnen de bestemming ‘Groen’ is, gezien de functionele doelstelling hiervan (landschappelijke inpassing), uitgesloten. Er is een landschapsplan opgesteld waarin uitgebreid is beschreven hoe het plan zich landschappelijk verhoudt tot de omgeving. Dit landschapsplan is de basis van het beplantingsplan en onderligger voor dit bestemmingsplan als het gaat om de stedenbouwkundige opzet van het plangebied. Hiermee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Intergemeentelijke Structuurvisie. Binnen de bestemming Groen is een aanduiding ‘specifieke vorm van groen – bescherming drift van gewasbeschermingsmiddelen’ ‘specifieke vorm van groen – bescherming driftgewassen’ opgenomen. Deze zorgt ervoor dat er een voorwaardelijke verplichting op de verbeelding en binnen de regels is. De gebruikers zijn verplicht om een windhaag en een houtsingel te realiseren ter afscherming van de agrarische percelen. Aan de noordwest zijde van het plangebied is een houtsingel voorzien met dezelfde werking als de haag. De afscheiding moet uitgevoerd en in stand worden gehouden conform het landschapsplan.

Artikel 4

Tuin

De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, erven en parkeervoorzieningen. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd. Deze bestemming geldt enkel voor de reeds aanwezige tuin van de huidige bedrijfswoning. Artikel 5

Verkeer

De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken en voet- en fietspaden en parkeren. Deze bestemming is gericht op de ontsluiting van het gebied. Artikel 6

Water

De drie aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen, behorende bij de woningen, zijn bestemd als Water. Voor de aanleg van steigers gelden specifieke regels. De omvang van de individuele aanlegplaatsen is 7m x 98m (b x l). Artikel 7

Wonen

De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen. De uitoefening van aan huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is onder voorwaarden toegestaan. Tevens wordt ruimte geboden aan parkeervoorzieningen (mits bovengronds) en voorzieningen behorende bij de woonbestemming. Hoofd- en bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Voor vrijstaande woningen wordt bouwregels een maximale (bouw)afmeting aangehouden van 750m3 (exclusief kelder) per woning met een goothoogte van 6 meter en een nokhoogte van 10 meter. Bijgebouwen zijn toegestaan met een oppervlak van 50 m2 en een maximale goothoogte van 3 meter en maximale bouwhoogte van 4,5 meter. Artikel 8

Waterstaat – Waterkering

Voor de in het plangebied aanwezige waterkeringen is een dubbelbestemming opgenomen om de veiligheid ter plaatse voldoende te kunnen waarborgen. Omgevingsvergunningsplichtige werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd als het belang van de waterkering niet wordt geschaad. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

In het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het besluit verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 10 Algemene bouwregels In deze bepaling zijn onder meer regels opgenomen voor ondergrondse bebouwing. Deze moet

altijd onder een gebouw worden gesitueerd en mag niet onder het onbebouwde erf worden gesitueerd. Ingangspartijen tot de kelder en voorzieningen voor daglichttoetreding mogen wel 1 meter uit de bestaande gevel steken, maar niet buiten het bouwvlak. Artikel 11 Overige regels In het plan zijn overige regels opgenomen bestaande uit werking wettelijke regelingen en voldoende parkeergelegenheid Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van het bouwen staat verwoord in artikel 3.2.1 van het Besluit Ruimtelijke Ordening. Dit artikel is één op één overgenomen uit het bestemmingsplan. Een bouwwerk dat op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt aanwezig is dan wel planologisch mogelijk is, mag gedeeltelijk vernieuwd, veranderd of in het geval van calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De aard van het gebouw mag hierbij niet veranderen en ook mag de omvang niet worden vergroot. Eventuele uitbreiding is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. Het tweede lid gaat in op het gebruik van (on)bebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt in het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Ander strijdig gebruik is niet toegestaan. Artikel 13 Slotregel Hier is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

Uitvoerbaarheid 6.1

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Daarnaast dient het plan in overwegende mate op maatschappelijk draagvlak te kunnen rekenen. De ervaring leeft dat het niet altijd mogelijk is om alle belanghebbenden bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen volledig tegemoet te komen. De raadpleging van belanghebbenden tijdens verschillende fasen in het planvormingsproces moet er dan ook vooral toe leiden dat het bevoegd gezag een goede afweging kan maken tussen eventuele tegenstrijdige ruimtelijke belangen. Dit plan volgt de geldende wettelijke procedure. Overeenkomstig artikel 1.3.1 Bro is op 3 november 2021 een vooraankondiging van het bestemmingsplan gedaan. Op grond van artikel 3.1.1 van de Bro worden burgemeester en wethouders verplicht gesteld om bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan in overleg te treden met de besturen van andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met eventuele andere diensten van het Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden, hebben een bericht ontvangen. Voorontwerp bestemmingsplan Gedurende de inspraakperiode van het voorontwerp-bestemmingsplan is dat gedaan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van donderdag 19 mei 2022 tot en met woensdag 29 juni 2022.

In die periode zijn er diverse vooroverlegreacties en inspraakreacties binnengekomen. De reacties zijn verwerkt in de Inspraak en overlegnota. Deze is separaat toegevoegd aan het bestemmingsplan. Daar waar de reacties hebben geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan, is dat in de nota aangegeven. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens ter inzage gelegd in de periode donderdag 17 november 2022 tot en met woensdag 28 december 2022. Er is één zienswijze binnengekomen. In de nota van zienswijze is deze samengevat en beantwoord. Het bestemmingsplan is op enkele punten aangescherpt op basis van advies vanuit de ODWH. Dit zijn ondergeschikte wijzigingen op het gebied van stikstofdepositie en bedrijven- en milieuzonering. Vervolgens wordt het plan ter vaststelling aangeboden aan de raad. 6.2

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat overeenkomstig Hoofdstuk 6 in de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) en de plankosten, deze verhaald moeten kunnen worden op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Tussen de ontwikkelaar en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten, waarmee het kostenverhaal gewaarborgd is. Zowel de gemeentelijke kosten, als de kosten van de initiatiefnemer zijn hiermee gedekt. Gelet hierop is het plan financieel uitvoerbaar.

6.3

Eindconclusie

Geconcludeerd wordt dat het project, in overeenstemming met de in de voorgaande hoofdstukken gegeven omschrijving van het project en projectgebied, zowel ruimtelijk als milieu hygiënisch inpasbaar is en geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanwezige waarden en belangen.

Bijlagen Bijlage 1. Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2. Landschapsplan Bijlage 3. Beplantingsplan Bijlage 4. Onderhoud beplanting Bijlage 5. A0418 archeologisch rapport_Warmond, Vinkenbaan 4_v1.3_COMPLEET Bijlage 6. Karterend archeologisch onderzoek Bijlage 7. Advies ODWH archeologie Bijlage 8. A0418-06 Verkennend bodemonderzoek Vinkenbaan 4, Warmond Bijlage 9. A0418 Rapport Quickscan Wnb Vinkenbaan 4, Warmond Bijlage 10. A0418-07 Stikstof berekening sloop, aanleg, gebruik Vinkenbaan 4, Warmond_rap1Bijlage 10. Stikstofonderzoek met kenmerk A0418-07/SBO/not1 Bijlage 10A. A0418-07 AERIUS_Bijlage -Vinkenbaan 2-4, Warmond– Sloop en aanlegfaseBijlage 10a. AERIUS_bijlage_A0418 Vinkenbaan 2, Warmond - gebruiksfase Bijlage 10B. A0418-07 AERIUS_Bijlage -Vinkenbaan 2-4, Warmond– Aanleg- en gebruiksfase Bijlage 10C. A0418-07 AERIUS_Bijlage -Vinkenbaan 2-4, Warmond– Gebruiksfase Bijlage 11. Akoestisch onderzoek BuroDB RPT21210507mb Bijlage 12. Quickscan Ontplofbare Oorlogsresten met kenmerk A0418-04/KMA/QS1 Bijlage 13. 230323 BoschSlabbers - Advies Vinkenbaan Bijlage 13. Nota van zienswijze

Ontwerp bBestemmingsplan Vinkenbaan 2-4, Warmond

Ontwerp

Bestemmingsplan Vinkenbaan 2-4, Warmond

Identificatie Kenmerk

: :

NL.IMRO.1525.BP2021TEY01064-VAON01 A0418/JLA/BP-ON

Planstatus

:

Voorontwerp Ontwerp Vaststelling

Contactpersoon :

[12 mei 2022] [31 oktober 2022] [datum29 juni 2023]

Dhr. J.C. Langeweg MSc

© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande,

schriftelijke toestemming van de uitgever.

II.

REGELS

Inhoud Hoofdstuk 1

Inleidende regels ...........................................................................................5 Begrippen .....................................................................................................5 Wijze van meten...................................................................................... 1112

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels ................................................................................. 1213 Groen...................................................................................................... 1213 Tuin......................................................................................................... 1314 Verkeer ................................................................................................... 1415 Water ...................................................................................................... 1415 Wonen .................................................................................................... 1516 Waterstaat – Waterkering ........................................................................ 1721

Hoofdstuk 3

Algemene regels ....................................................................................... 1822 Anti-dubbeltelregel .................................................................................. 1822 Algemene bouwregels ............................................................................. 1822 Overige regels......................................................................................... 1923

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels ......................................................................... 2125 Overgangsrecht....................................................................................... 2125 Slotregel.................................................................................................. 2125

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: plan het bestemmingsplan ‘Vinkenbaan 2-4, Warmond” met identificatienummer NL.IMRO.1525.BP2021TEY01064-ONVA01 van de gemeente Teylingen. bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. aanbouw een toevoeging van een afzonderlijke ruimte aan een hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. aangebouwd bijgebouw en overkapping een bijgebouw of overkapping gebouwd tegen een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw en/of tegen een op hetzelfde perceel gelegen aan en/of uitbouw en/óf tegen een ander tegen dit hoofdgebouw gebouwd bijgebouw of overkappin g. aan-huis-gebonden beroep een vrij beroep, waarvan de activiteiten niet publiek gericht zijn, dat op kleine schaal in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning primair haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Zoals arts, notaris of advocaat.

achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan, voor zover gelegen binnen de bestemming ‘Wonen’. archeologisch onderzoek een onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende

overblijfselen uit oude tijden. bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. beplantingsplan een beschrijving en kaart met de locaties van de te planten soorten bomen, soorten struiken en soorten overige beplantingen met daarin tevens een overzicht met aantallen van de beplantingen. bestaand a. bij bebouwing: een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of tot stand zal komen met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; b. bij gebruik: het legale gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan ter inzage is gelegd bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. bouwen het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. bouwgrens de grens van een bouwvlak.

bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, dit met inbegrip van de begane grond en een dakterras en met uitsluiting van een zolder en kelder, die beiden lager zijn dan 1,5 m of niet voor verblijf geschikt zijn. bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. bijgebouw een gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond. entreeportaal een ruimte, waarin de hoofdtoegang van de woning is gelegen. erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan deze die inrichting niet verbiedt.

erfgrens de volgens het kadaster geldende grens van het erf; indien er sprake is van meer aaneengebouwde woningen op één kadastraal perceel, is dit de feitelijke grens van het erf behorende bij de betreffende woning. erker a. is een uitbouw aan een gevel en bestaat hoofdzakelijk uit doorzichtige delen; b. is rechtstreeks toegankelijk vanuit achtergelegen ruimte en vormt één geheel hiermee; c. is geen entreeportaal van de woning; d. tot een erker kan ook een onder het raam gelegen borstwering behoren

gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. gewasbeschermingsmiddel gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009. hoofdgebouw gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. huishouden persoon of groep van personen, die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. kap een constructie van één of meerdere schuine dakvlakken ter afdekking van een gebouw. kwetsbaar object een object als bedoeld in artikel 1, onder l van het Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen). landschapsdeskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake landschap, natuur en/of cultuurhistorie.

landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. NEN de door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes. overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enig omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. peil a. de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer voor gebouwen indien de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer ligt tussen 0 en 0,15 m boven het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein; b. in alle andere gevallen is dit de bovenkant van het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. uitbouw een vergroting van een ruimte van een hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

verbeelding voorheen plankaart; de digitale kaart, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven.

voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ‘’uitstraling’’ als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. vrijstaand bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. vrijstaande woning een niet-aangebouwde woning. Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wgh de Wet geluidhinder windhaag/houtsingel een wintergroene of jaarrond bladhoudende haag, of een constructie met dezelfde werking in de vorm van een houtsingel, van circa minimaal 1,5 m hoog die verwaaide druppels gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen afvangt.

wonen huisvesting in een woning waarbij de bewoner(s) gezamenlijk één afzonderlijk huishouden vormen woning een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor huisvesting van niet meer dan één huishouden. zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van het hoofdgebouw en tussen een denkbeeldige lijn in het verlengde van de voor- en achtergevel van het hoofdgebouw

Wijze van meten Bij de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten: 1. afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2. bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3. breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 4. dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 5. goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 6. inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 7. oppervlakte van een bouwwerk met wanden tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 8. vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens het geldende Bouwbesluit. 9.

de oppervlakte van een bouwwerk zonder wanden, zoals open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouwen zijnde het overdekte grondoppervlak, dat loodrecht gelegen is onder het dakoppervlak. 10. diepte en breedte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en -overkappingen De diepte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en –overkappingen aan de achtergevel wordt gemeten haaks vanuit de betreffende achtergevel van het hoofdgebouw. De breedte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en –overkappingen aan de zijgevel wordt gemeten haaks vanuit de betreffende zijgevel van het hoofdgebouw.

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Groen 3.1. Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Groen in de vorm van bomen, hagen, struiken, gras (waaronder bloemenrijk gras) overeenkomstig het beplantingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de woonkavels, alsmede de instandhouding daarvan; b. Uitsluitend op de plek van de functieaanduiding ‘pad’ zijn de gronden bestemd voor: paden uitsluitend ter verbinding en ontsluiting van de bestemming Wonen met de bestemming Water. Per aanduiding mag er slechts één pad worden aangelegd met een maximale breedte van 2 meter; c. De gronden aangewezen met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – bescherming driftgewassen’ drift van gewasbeschermingsmiddelen’ zijn mede bestemd voor het aanplanten en in stand houden van een windhaag en houtsingel ter voorkoming van driftgewassen drift van gewassenbeschermingsmiddelen op de achterliggende gronden. d. duikers; e. oeverbeschoeiing; f. nutsvoorzieningen. 3.2. Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c.

deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum waarop het ontwerp van dit bestemmingsplan ter inzage is gelegd; 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Groen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag werkzaamheden of werken, geen bouwwerk zijnde, uit te voeren inhoudende het aanplanten of verwijderen van bomen, hagen, struiken en/of gras. b. Het uitvoeren van in het vorige lid genoemde werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien de landschappelijke inpassing van de woonkavels niet onevenredig wordt aangetast, wat de aanvrager moet aantonen aan de hand van een advies van een landschapsdeskundige

3.3.2 Uitzonderingen op het Aanlegverbod a. Het verbod van lid 3.3.1a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden ter uitvoering van het beplantingsplan zoals genoemd in artikel 3.1 onder a, inclusief artikel 3.1 sub b, danwel die deel uitmaken van het standaard onderhoud zoals snoei- en maaiwerkzaamheden. 3.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschapswaarden als bedoeld in lid 3.1 onder a niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Hiervoor moet advies worden ingewonnen bij een landschapsdeskundige. 3.3.4 Voorwaardelijke verplichting hagen / singels Het gebruik als bedoeld in lid 7.1 is uitsluitend toegestaan indien de landschapselementen in de vorm van een groenblijvende windhaag van circa 1,5 meter hoog en 1 meter breedte ter afscheiding tussen de woonbestemming en de agrarische gronden is aangeplant. Ter plaatse van de reeds bestaande woning aan de oostzijde moet de haag direct worden aangelegd na de vaststelling van het bestemmingsplan. Deze bestaat aan de westzijde deels uit een houtsingel met dezelfde werking ter voorkoming van driftgewassendrift van gewasbeschermingsmiddelen.

3.3.5 Instandhouding hagen / singels Het gebruik als bedoeld in lid 7.1 is uitsluitend toegestaan indien de landschapselementen in de vorm van hagen en singels, ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – bescherming drift van gewasbeschermingsmiddelen’ driftgewassen’ in stand worden gehouden conform het beplantingsplan zoals bijgevoegd in de bijlage bij deze regels.

Tuin 4.1. Bestemmingsomschrijving Bestemmingsomschrijving De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. Parkeren bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; c. Perceelontsluitingen; d. Nutsvoorzieningen. 4.2. Bouwregels 4.2.1. Algemene bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd;

4.2.2. Bouwwerken geen gebouw zijnde en geen overkapping zijnde a. De bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 meter; b. In afwijking van sub a bedraagt de bouwhoogte van de erfafscheidingen op het zijerf en achtererf ten hoogste 2 m; Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden; b. kruisingen met andere verkeersvormen; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 3 m. Water 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Water ten behoeve van de waterhuishouding (peilvlakniveau); b. verkeer te water; c. recreatie te water; d. ondergeschikt groen; e. duikers en steigers; f. oeverbeschoeiingen; g. aanleg van pleziervaartuigen. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 6.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd; b.

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verlichting en bruggen, bedraagt ten hoogste 2 m; c. Het overkappen van de bestemming ‘Water’ is niet toegestaan. 6.2.2

Steigers

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van steigers zijn uitsluitend toegestaan met dien verstande dat: a. de lengte en breedte van de steiger ten hoogste respectievelijk 9 m en 1,5 m bedragen; b. de bouwhoogte van de steiger ten hoogste de hoogte van het peil bedraagt; c. de steiger de oeverlijn aan weerszijde van de landzijde met ten hoogste 1,0 m overschrijdt; d. per bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’ zijn maximaal 2 steigers toegestaan. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Pleziervaartuigen Binnen de bestemming Water zijn per bouwvlak van de bestemming Wonen maximaal twee pleziervaartuigen toegestaan. Wonen 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Het wonen in vrijstaande woningen met de mogelijkheid van aan-huis-gebonden beroepen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, perceelontsluitingen, tuinen en water. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; b. het aantal woningen per bouwvlak bedraagt ten hoogste 1; c. de woningen dienen minimaal op 1,5 meter afstand van de bestemmingsgrens worden gebouwd; d. overigens geldt het volgende: max. oppervlak per bouwperceel

max. inhoud

max. goothoogte

max. bouwhoogte

vrijstaande woningen, inclusief aan- en uitbouwen

-

750 m³, inclusief aan- en 6 m uitbouwen

10 m

bijgebouwen en overkappingen

50 m²

-

3m

4,5 m

erf- of

-

-

-

terreinafscheidingen: - voor de voorgevel - overige plaatsen

1m 2m

overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

-

zwembad

10% van de oppervlakte van het bouwvlak ‘Wonen’, met een maximum van 50 m2.

-

-

3m de bouwhoogte van de rand van het zwembad en de overige bij het zwembad behorende voorzieningen maximaal 0,3 m mag bedragen, gemeten vanaf het aangrenzende maaiveld

- = Niet van toepassing 7.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering, de afmeting, dakbeëindiging, de detaillering, de kapvorm en de nokhoogte, van de in lid 7.2 genoemde bebouwing, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met: 1. de eisen zoals verwoord in het document ‘Beeldkwaliteitsplan, Vinkenbaan Warmond’ (zoals opgenomen in de bijlage 2 van de regels); 2. het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit; 3. de bebouwingskarakteristiek van de omgeving; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. b. Voor de woningen gelden de volgende aanvullende bepalingen: 1. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie heeft een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering dat het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Uitgangspunt voor de bepaling van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie is de gecumuleerde geluidbelasting. 2. In het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen wordt een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te treffen maatregelen.

Nadere eisen, als bedoeld onder a kunnen tevens worden gesteld ten behoeve van het verkrijgen van een harmonieuze ruimtelijke opbouw van het plangebied.

7.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. De vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m2; b. Per bouwvlak ‘Wonen’ worden ten minste 2 parkeerplaatsen gerealiseerd en in stand gehouden. c. Paardenbakken zijn niet toegestaan. Waterstaat – Waterkering 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - mede bestemd voor de waterkering. 8.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 8.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2. Deze vergunning wordt verleend, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Hiervoor is een schriftelijk advies nodig van de beheerder van de waterkering.

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Algemene bouwregels 10.1

Ondergronds bouwen en -aanleggen

10.1.1 Ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen bepalingen, geen beperkingen. 10.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, gelden de volgende bepalingen, tenzij in de regels anders is opgenomen: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de ondergrondse bouwhoogte van de ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter beneden maaiveld; c. bij het berekenen van de bebouwingspercentages, of van het maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen. 10.1.3 Afwijken voor ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 11.1.2 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwhoogte van maximaal 10 m onder maaiveld onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet ontoelaatbaar wordt verstoord. 10.2 Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen a.

Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Woningwet en/of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. Bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. Bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. 3. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 4. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld in lid a, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

Overige regels 11.1

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van de vaststelling van het plan. 11.2

Overige regels - parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw (waaronder mede wordt begrepen het splitsen van een bestaande woning in een of meerdere woningen) of een omgevingsvergunning voor een afwijking van het gebruik wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid, zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning; b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a: 1. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien, dan wel; 2. mits het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend: • een te verwachten meer dan gemiddeld aantal gehandicapte gebruikers of bezoekers van het gebouw; • een te verwachten meer dan gemiddeld aantal klanten of bezoekers, indien het gebouw bestemd is voor de vestiging van één of meer detailhandelsbedrijven, dan wel openbare dienstverlening of vermakelijkheid; • een bestemming van het gebouw als parkeergarage, dan wel garagebedrijf; • een bestemming die zich verzet tegen een gebruik ten dienste van het parkeren. 11.2.1 Algemene gebruiksregels parkeren a.

Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden en bouwwerken, voor zover die zijn ingericht voor parkeren ter uitvoering van het gemeentelijk parkeerbeleid, voor ander gebruik dan parkeren; b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a: 1. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien, dan wel; 2. mits het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend: • een te verwachten meer dan gemiddeld aantal gehandicapte gebruikers of bezoekers van het gebouw; • een te verwachten meer dan gemiddeld aantal klanten of bezoekers, indien het gebouw bestemd is voor de vestiging van één of meer detailhandelsbedrijven, dan wel openbare dienstverlening of vermakelijkheid; • een bestemming van het gebouw als parkeergarage, dan wel garagebedrijf; • een bestemming die zich verzet tegen een gebruik ten dienste van het parkeren.

11.3

Overige regels - laden of lossen

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw of een omgevingsvergunning voor een afwijking van het gebruik waarvoor een behoefte bestaat voor ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat op het betreffende bouwperceel in voldoende mate ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt of zal worden aangebracht; b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a: 1. voor zover op andere wijze in de benodigde laad- of losruimte wordt voorzien, dan wel; 2. mits het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend: • een bestemming die zich verzet tegen een gebruik ten dienste van het laden of lossen. 11.3.1 Algemene gebruiksregels laden of lossen a. Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden en bouwwerken, voor zover die zijn ingericht voor laden of lossen, voor ander gebruik dan voor laden of lossen; b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a: 1. voor zover op andere wijze in de benodigde laad- of losruimte wordt voorzien, dan wel; 2.

mits het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend: • een bestemming die zich verzet tegen een gebruik ten dienste van het laden of lossen.

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht 12.1

Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. Na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder 1 met maximaal 10%; c. Dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Bestemmingsplan “Vinkenbaan 2-4 ,

Warmond”.

III.

BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)

IV.

VERBEELDING

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=90e0c743-de4b-4cc2-b701-30fb249703f7