CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Loosterweg 5 Voorhout24.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het plan behelst in hoofdzaak een interne verbouwing. Deze verbouwing gaat gepaard zonder de inzet van groot materieel. Zoals in paragraaf 2.4.2 uiteengezet gaat de ontwikkeling in de gebruiksfase gepaard met een afname van het aantal verkeersbewegingen. In de gebruiksfase zal het aardgasverbruik mogelijk toenemen, echter niet zodanig dat dit significant is ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, kan met zekerheid worden gesteld dat het plan geen significant negatieve gevolgen heeft voor de beschermde gebieden. Overige beschermde gebieden De afstand van het besluitgebied tot het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (de ecologische verbindingszone langs de Leidsevaart) bedraagt ongeveer een kilometer. De afstand tot het weidevogelgebied (in Voorhout langs de Leidsevaart) bedraagt meer dan 600 meter. Het besluitgebied is niet gelegen in de strategische reservering natuur. Ook liggen geen karakteristieke landschapselementen in het besluitgebied. De genoemde beschermde gebieden veroorzaken geen planologische belemmeringen voor het initiatief.

4.6.2 Flora en fauna Toetsingskader Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

31

handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het besluitgebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Beoordeling Door Veldbiologische Werken is in januari 2020 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Rapportage daarvan is bijgevoegd als bijlage 2. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep.

Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming en de Verordening natuurbescherming Zuid-Holland, blijkt dat bij uitvoering van de ingreep geen negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten. Voor Huismussen kan gesteld worden dat de geplande ingreep in het besluitgebied geen wezenlijke verandering veroorzaakt ten opzichte van het huidige gebruik en de huidige gebruiksintensiteit. Leefgebied van Huismussen zal met de voorgenomen plannen en toekomstige bestemming redelijkerwijs niet worden verstoord of aangetast. Ten aanzien van vleermuizen zijn uitpandig geen ingangen aangetroffen die vleermuizen toegang kunnen verschaffen tot het pand. Inwendige verblijven voor vleermuizen zijn niet aangetroffen. Langs de bebouwing, de randen (noord-, oost- en zuidrand/watergang) is meer geschikte luwte achter opgaande bebouwing en beplanting aanwezig. Deze opgaande bebouwing en begroeiing is mogelijk ook geschikt als vlieg-/ oriëntatieroute. Wanneer tijdens de werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst verlichting wordt gebruikt, mag deze niet schijnen op de opgaande bebouwing en beplanting langs de randen van het plangebied (noord-, oost- en zuidrand/watergang) om verstoring van vleermuizen te voorkomen. Dit geldt ook tijden het gebruik van de nieuwe appartementen.

Aanwezigheid van andere beschermde soorten in het besluitgebied is redelijkerwijs uitgesloten en/of zijn negatieve effecten redelijkerwijs uitgesloten. Uitpandig zijn geen ingangen aangetroffen die vleermuizen toegang kunnen verschaffen tot het pand. Inwendige verblijven voor vleermuizen zijn niet aangetroffen. Uit het onderzoek komt naar voren dat in het besluitgebied geen strikt beschermde soorten als bedoeld in de Wet natuurbescherming zijn aangetroffen. Nader onderzoek of een ontheffing van de soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken. Wel dient te allen tijde rekening gehouden te worden met de zorgplicht.

32

Gemeente Teylingen

Conclusie Op basis van een uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming blijkt dat met het onderhavige initiatief geen sprake is van de verstoring van beschermde soorten. Wel zal te allen tijde de zorgplicht in acht worden genomen. Hiermee wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming.

4.7

Wegverkeerslawaai Toetsingskader Op basis van artikel 76a van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken de waarden als bedoeld in de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: ▪ de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); ▪ de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; ▪ functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van: Stedelijk

Buitenstedelijk

Aantal rijstroken

Aantal meter aan weerszijden van de weg

5 of meer

350 m

600 m

3 of 4

350 m

400 m

1 of 2

200 m

250 m

Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Beoordeling Alle wegen in Nederland met een snelheidsregime van 50 km/u of hoger zijn gezoneerd. De nieuwe appartementen liggen in de geluidzones van de N443 en de Jacoba van Beierenweg. Omdat middels onderhavig initiatief nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd, is door SPA WNP een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Rapportage hiervan is als bijlage 3 gevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de rapportage volgt dat de geluidbelastingen op de appartementen vanwege het verkeer op de N443 en de Jacoba van Beierenweg niet hoger zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelastingen vanwege het verkeer op deze wegen, vormen geen belemmering voor de realisatie van de appartementen.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

33

Voor een beoordeling van het woon- en leefklimaat is inzicht in de gecumuleerde geluidbelasting verkregen. Hierin is naast de gezoneerde wegen ook de Loosterweg betrokken. De hoogst berekende cumulatieve geluidbelasting in L den (excl. aftrek) bedraagt 57 dB. De milieukwaliteit voor een enkele woning is daarom ‘matig’. De woningen kennen echter beperkte buitenruimtes, waardoor voornamelijk de binnenwaarde van de woningen relevant is. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor ‘bouwen’ is het noodzakelijk dat wordt voldaan aan de eisen voor de minimale geluidwering van de gevels. De binnenwaarde van de woningen zal daardoor aan de wettelijke eisen voldoen. De cumulatieve geluidbelasting staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat derhalve niet in de weg. Conclusie Uit akoestisch onderzoek volgt dat ten aanzien van wegverkeerslawaai kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het planvoornemen wordt daarom niet belemmerd door het aspect geluid afkomstig van wegverkeerslawaai. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot cumulatie van wegverkeer is gewaarborgd.

4.8

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Beoordeling De VNG-publicatie onderscheidt twee omgevingstypen: rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. Het besluitgebied ligt in een gebied dat kan worden gekenmerkt als ‘gemengd gebied’, daar binnen en rondom het besluitgebied sprake is van een matige tot sterke functiemening. Richtafstanden kunnen derhalve met één trede worden verlaagd. Onderhavig planvoornemen maakt de realisatie van woningen mogelijk, waardoor ter plaatse gevoelige functies worden toegevoegd.

Bij de beoordeling van een project voor de realisatie van een gevoelige functie moet enerzijds beoordeeld worden of de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijvigheid. Anderzijds moet getoetst worden of ten aanzien van de milieubelasting van deze bedrijvigheid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. De woningen binnen het besluitgebied bevinden zich nabij de richtafstand van enkele omliggende inrichtingen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van. Hierbij is

34

Gemeente Teylingen

gemeten vanaf de grens van de nieuwe woningen tot de grens van de omliggende inrichtingen.

Zoals blijkt uit de tabel kan niet aan de richtafstand tot de bestemming ‘Bedrijf’ aan de Loosterweg 5 en de Loosterweg 7 worden voldaan (waarbij voor laatstgenoemd adres de in april 2019 verleende omgevingsvergunning in acht wordt genomen). Maatgevend aspect betreft voor beide inrichtingen het aspect ‘geluid’. De overige aspecten (geur en stof) kennen geen overlap met het besluitgebied. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ en op verzoek van het bevoegd gezag is in de onderzoeken eveneens de geluiduitstraling vanwege de bedrijvigheid aan de Loosterweg 1 en 3 berekend. Hierna is een overzicht gegeven van de uitgevoerde onderzoeken: • Notitie 20120413.N01, “Nieuwe appartementen Loosterweg 5 Voorhout, akoestisch onderzoek RO”, d.d. 24 september 2012; In deze notitie zijn de geluidniveaus op de appartementen weergegeven voor de firma Zonneveld (Loosterweg 1) voor de huidige situatie waarbij alle ventilatoren worden gebruikt onder de bestaande overkapping aan de oostzijde van het bedrijfsterrein zonder de nieuwbouw op het terrein aan de Loosterweg 7. • Rapport 21900743.R02b, “Appartementen Loosterweg 5 in Voorhout, industrielawaai”, d.d.

12 augustus 2020; In deze rapportage zijn de bij de appartementen te verwachten geluidniveaus weergegeven voor de toekomstige situatie waarbij allen omliggende bedrijven hun plannen realiseren, met name nieuwbouw loods Loosterweg 1 en nieuwbouw loods met kantoren Loosterweg 7. Daarnaast is voor Loosterweg 5 (begane grond en 1e verdieping) uitgegaan van de invulling op basis van het vigerende bestemmingsplan: bedrijfscategorie 2 c.q. het werkelijke gebruik: winkel, bedrijfscategorie 1. • Tot slot is door SPA WNP ingenieurs een onderzoek uitgevoerd naar de geluidwering van de gevels van de appartementen. De resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in rapport 22000450.r01, “Appartementen Loosterhout 5 Voorhout, onderzoek geluidwering van de gevels”, 18 februari 2021. De hiervoor genoemde rapportages zijn als bijlage 4 tot en met 6 gevoegd bij deze onderbouwing. Navolgend wordt per adres beknopt het resultaat van de onderzoeken beschreven.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

35

Loosterweg 1 (Firma Zonneveld) Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in kader ruimtelijke ordening Uit het akoestisch onderzoek blijkt, zie rapport 21900743.R02b, dat in de toekomstige situatie na realisatie van de nieuwe loods en de vervanging van de drogerventilatoren ten aanzien van de bedrijvigheid aan de Loosterweg 1 bij alle beoogde appartementen aan de richtwaarden van stap 2 uit de VNG-brochure kan worden voldaan. Met de initiatiefnemers is overeengekomen dat de appartementen pas gerealiseerd worden nadat de firma Zonneveld de bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning bouwen is verleend, zijn uitgevoerd. Dat wil zeggen dat de nieuwe loods is gebouwd en daarin de nieuwe droogventilatoren zijn geïnstalleerd. De huidige loods met oude ventilatoren wordt dan niet meer als zodanig gebruikt. Maximale geluidniveaus in kader ruimtelijke ordening Ten aanzien van de maximale geluidniveaus geldt dat in alle onderzochte situaties in de dagperiode wordt voldaan aan alle richtwaarden van stap 2. In de avond- en nachtperiode kunnen de richtwaarden worden overschreden door het rijden van een vrachtwagen die producten afvoert. Gelet op het feit dat dit maximaal één vrachtwagen betreft en deze activiteiten in het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn uitgezonderd, worden de door de activiteiten veroorzaakte piekniveaus acceptabel geacht.

De realisatie van de appartementen heeft geen invloed op de activiteiten van het bedrijf. Activiteitenbesluit Door de bedrijvigheid aan de Loosterweg 1 wordt, na realisatie van de vergunde bouwplannen, bij alle beoogde appartementen voldaan aan de standaard eisen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Loosterweg 3 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in kader ruimtelijke ordening Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ten aanzien van de bedrijvigheid aan de Loosterweg 3 bij alle beoogde appartementen aan de richtwaarden van stap 2 uit de VNG-brochure kan worden voldaan. Maximale geluidniveaus in kader ruimtelijke ordening Ten aanzien van de maximale geluidniveaus geldt dat in de dag- en avondperiode wordt voldaan aan alle richtwaarden van stap 2. Ook wordt in de dag- en avondperiode voldaan aan de standaard eisen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. De overschrijding van de richtwaarden in de nachtperiode (1 tot 5 dB(A)) wordt veroorzaakt door het parkeren van personenwagens op de parkeerplaatsen van het kantoor. De overschrijdingen treden op voor de gevels zonder buitenruimten. Het Bouwbesluit geeft aan dat gevels een geluidwering van minimaal 20 dB moeten hebben. In de appartementen blijven de maximale geluidniveaus in de nachtperiode derhalve beperkt tot 45 dB(A).

Dit laatste betekent dat in de appartementen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Bovendien kennen de gronden aan de Loosterweg 3 de

36

Gemeente Teylingen

bestemming ‘Kantoor’. Feitelijk is ter plaatse een accountantskantoor gevestigd met werktijden van 08.30 - 17.30 uur. In de feitelijke situatie wordt derhalve niet in de avonden nachtperiode geparkeerd. Gelet op de huidige bestemming is het niet waarschijnlijk dat dit in de toekomst anders zal zijn. De mogelijke overschrijding van de maximale geluidniveaus wordt derhalve acceptabel geacht. Activiteitenbesluit Mocht men ’s nachts in de toekomst toch gebruik willen maken van het parkeerterrein dan kan dit via maatwerkvoorschriften mogelijk gemaakt worden. In de appartementen blijft sprake van een goed woon- en leefklimaat. Loosterweg 5 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in kader ruimtelijke ordening Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ten aanzien van de bedrijvigheid aan de Loosterweg 5 bij één appartement niet kan worden voldaan aan de richtwaarden van stap 2 en 3 uit de VNGbrochure en bij één appartement enkel niet aan de richtwaarden van stap 2. Bij het laatste appartement wordt wel voldaan aan de richtwaarden van stap 2 uit de VNGbrochure. Indien wordt uitgegaan van het werkelijke gebruik van het kavel, namelijk detailhandelsactiviteiten (bedrijfscategorie 1), treden bij de appartementen 6,5 dB(A) lagere langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op.

Uitgaande van deze situatie worden alleen bij één appartement de eisen van stap 2 overschreden. Aan stap 3 wordt in dat geval wel voldaan. In de huidige situatie is aan de Loosterweg 5 het bedrijf ‘Topfloor’ gevestigd. Dit bedrijf is van maandag t/m woensdag alleen op afspraak te bezoeken. Op de overige dagen is het bedrijf enkel in de dagperiode geopend (donderdag en vrijdag van 09:30-17:00 uur en zaterdag van 10:00 tot 16:00 uur). Op zondag is het bedrijf gesloten. Gelet hierop wordt geluidoverlast vanwege dit bedrijf ter hoogte van de beoogde woningen in de feitelijke situatie niet verwacht. In de paragraaf ‘Cumulatie’ wordt gemotiveerd dat overschrijding van stap 2 in de concrete situatie acceptabel is. Maximale geluidniveaus in kader ruimtelijke ordening Ten aanzien van de maximale geluidniveaus geldt dat uit de berekeningen blijkt dat de door de parkerende voertuigen aan de achterzijde van het pand aan de Loosterweg 5 veroorzaakte maximale geluidniveaus in alle perioden voldoen aan de richtwaarden c.q. aan de standaard eisen van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Activiteitenbesluit Uit het voorgaande blijkt dat de bedrijvigheid maatwerkvoorschriften dienen te worden opgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

aan

de

Loosterweg

5

37

Loosterweg 7 (Elsto drives & controls) Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in kader ruimtelijke ordening Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ten aanzien van de bedrijvigheid aan de Loosterweg 7 bij twee appartementen niet kan worden voldaan aan de richtwaarden van stap 2 uit de VNGbrochure. Wel wordt voldaan aan stap 3. Maximale geluidniveaus in kader ruimtelijke ordening Ten aanzien van de maximale geluidniveaus geldt dat in de dagperiode wordt voldaan aan alle richtwaarden van stap 2. Ook wordt in de dagperiode voldaan aan de standaard eisen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. De overschrijding van de richtwaarden op de rekenpunten gelegen voor de noordoostgevel van de appartementen wordt veroorzaakt door de personenwagens die in de avond (5 dB(A)) en nachtperiode (10 dB(A)) voor het nieuwe kantoor van Elsto drives & controls kunnen parkeren. Door de gevelwering van de noordoostgevel van de appartementen te verhogen tot 25 dB worden de in de appartementen optredende maximale geluidniveaus verminderd tot 45 dB(A) en is in de appartementen sprake van een goed woon- en leefklimaat. Gelet op het feit dat de parkeerplaatsen zijn gelegen voor het nieuw te realiseren kantoor is het daarnaast niet waarschijnlijk dat in de nachtperiode voertuigen op dit deel van het terrein parkeren.

De overschrijding van de maximale geluidniveaus wordt derhalve acceptabel geacht. Gelet op het feit dat de door de rijdende vrachtwagens veroorzaakte maximale geluidniveaus zijn lager dan de door de parkerende personenwagens veroorzaakte niveaus, zal ook als de vrachtwagens in de avond- en of nachtperiode over het terrein rijden in de appartementen sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Activiteitenbesluit Aangezien Elsto drives & controls de mogelijkheid open wil houden om ook in de avonden nachtperiode op haar gehele parkeerterrein te parkeren en op haar terrein met vrachtwagens te rijden, moeten er maatwerkvoorschriften worden vastgesteld. Middels deze maatwerkvoorschriften wordt een hogere geluidnorm voor deze activiteiten bij Elsto drives & controls toegestaan op de te realiseren appartementen. Geluidwering gevels Uit het akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevels (zie rapport 22000450.r01) blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan de gestelde eisen voor nieuwbouw zoals opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Ook blijkt dat de gevels van de kamers van de appartementen voldoende geluidwering hebben om te voldoen aan de in de vorige paragrafen beschreven reducties.

38

Gemeente Teylingen

Samenvatting Uit het voorgaande blijkt dat als de geluidwering van de noordoostgevel van de appartementen minimaal 28 dB bedraagt in de appartementen, sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ten einde deze geluidwering van de gevel te realiseren worden alle toegepaste materialen zoals in rapport 22000450.r01, d.d. 18 februari 2021 van SPA WNP ingenieurs in de rekenbladen zijn opgenomen te worden gehanteerd, waarbij bijzondere aandacht aan de uitvoering wordt besteed. Indien van deze materialen wordt afgeweken moet aangetoond worden dat de afwijkende materialen ten minste een vergelijkbaar effect hebben op de geluidwering van de gevel. Daarnaast zullen voor de detailhandelsactiviteiten aan de Loosterweg 5 en de activiteiten aan de Loosterweg 7 maatwerkvoorschriften worden opgesteld teneinde deze bedrijven niet te belemmeren in hun bedrijfsvoering. Voor de activiteiten van de firma Zonneveld geldt dat na nieuwbouw van de loods geen aanvullende maatregelen nodig zijn. Cumulatie Omdat incidenteel niet wordt voldaan aan de richtwaarden van stap 3 uit de VNGbrochure, is inzicht verkregen in de gecumuleerde geluidbelasting vanwege

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

39

industrielawaai én vanwege wegverkeerslawaai. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de op basis van de bestemmingsplannen toelaatbare bedrijfscategorieën en de situatie waarbij voor het kavel aan de Loosterweg 5 wordt uitgegaan van bedrijfscategorie 1. De gecumuleerde geluidniveaus zijn getoetst aan de Milieukwaliteitsmaat. Navolgende tabel geeft hiervan het overzicht:

Alleen aan de achterzijde van de appartementen 1 en 2 wordt een buitenruimte gerealiseerd. Hier heerst een redelijk akoestisch klimaat. Aan de overige gevels van de appartementen worden geen buitenruimten gerealiseerd. Door de gevels van de appartementen te voorzien van voldoende geluidwering kunnen in de verblijfsgebieden van de appartementen, de geluidniveaus Lden beperkt blijven tot 33 dB(A). In de appartementen is dan sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het Bouwbesluit stelt de eis dat het binnenniveau van de appartementen 33 dB bedraagt. Door de gevels van de appartementen te voorzien van voldoende geluidwering, kunnen in de verblijfsgebieden de geluidniveaus beperkt blijven tot dit binnenniveau. In de appartementen is dan sprake van een goed woon- en leefklimaat. Alleen aan de achterzijde van de twee appartementen wordt een buitenruimte gerealiseerd. Hier heerst een acceptabel akoestisch klimaat. Om te waarborgen dat omliggende inrichtingen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd, dienen maatwerkvoorschriften te worden opgesteld voor overschrijding van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. De overschrijding van de maximale geluidniveaus wordt gelet op de feitelijke omstandigheden acceptabel geacht. Daarmee is het planvoornemen vanuit milieuzonering inpasbaar in haar omgeving.

4.9

Externe veiligheid

4.9.1 Inrichtingen en externe veiligheid Toetsingskader Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn o.a. standaardafstanden opgenomen waarbij

40

Gemeente Teylingen

wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de risicokaart geraadpleegd.

Uitsnede van de risicokaart waarop het besluitgebied globaal is aangeduid met een gele ster. Bron: risicokaart.nl, 2020.

De dichtstbijzijnde inrichting met een potentieel veiligheidsrisico betreft een inrichting met een gasontvangststation aan de Leidsevaart 181 in Noordwijkerhout. De grens van de inrichting ligt op een afstand van circa 1,06 kilometer tot het besluitgebied. Er is sprake van een PR 10-6 risicocontour waar onderhavig besluitgebied niet in is gelegen. Gelet op de ruime afstand van het besluitgebied tot de inrichting zijn er geen gevolgen wat betreft externe veiligheid inzake het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor het overige zijn er geen relevante inrichtingen met een potentieel veiligheidsrisico in de buurt van het besluitgebied.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

41

Conclusie Het aspect Bevi-inrichtingen is geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.9.2 Transport en externe veiligheid Toetsingskader Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), als in werking per 1 april 2015. Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en III van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand ‘0’ is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving van het besluitgebied risicorelevante transportassen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het besluitgebied is gelegen op een afstand van circa 105 meter van de provinciale weg N443.

Over deze weg vindt transport van brandbare vloeistoffen en gassen plaats. Voor deze weg geldt dat er op basis van de risicokaart geen sprake is van een risicocontour. Gezien de afstand tussen het besluitgebied en de transportroutes levert het plaatsgebonden risico geen belemmeringen op. Het besluitgebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de transportroutes. Gelet op de omvang van het planvoornemen en de afstand tot de weg, wordt het kwantitatief inzichtelijk maken van het groepsrisico niet noodzakelijk geacht. Daarom is navolgend een beperkte verantwoording opgenomen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Om effectief en efficiënt hulp te kunnen bieden ten tijde van een ongeval zijn de opkomsttijd, de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen van belang. De hulpverleningsdiensten moeten voldoende capaciteit beschikbaar hebben om alle effecten binnen een kort tijdsbestek te kunnen bestrijden. Om een brand in het besluitgebied te kunnen bestrijden is het noodzakelijk dat er voldoende primair en secundair bluswater aanwezig is. Voor ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij eveneens een omgevingsvergunning deelzaak bouwen noodzakelijk is, wordt de aanwezigheid van bluswater in het kader van deze vergunning getoetst.

Door de centrale ligging van het besluitgebied, waar reeds in de directe omgeving sprake is van een woonfunctie, is de aanwezigheid van primair bluswater reeds verzekerd. Het besluitgebied is via het wegennet goed bereikbaar voor voertuigen van hulpverleningsdiensten.

42

Gemeente Teylingen

Zelfredzaamheid Voor de N443 geldt dat een koude BLEVE het maatgevende scenario is. Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open. Hierbij komt een vloeibaar gemaakt brandbaar gas vrij en dit ontsteekt direct. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Vloeibaar gemaakt brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Vanuit de Safety Deal geldt in Nederland dat voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg enkel rekening gehouden wordt met een instantaan effect, dus een koude BLEVE. De effecten van een koude BLEVE reiken tot circa 200 meter van de risicobron. Bij een BLEVE geldt dat er een vuurbal en een drukgolf ontstaat, met hittestraling, overdruk, scherfwerking en secundaire branden tot gevolg. Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is circa 45 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele wagen- of tankinhoud vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen.

Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Het is belangrijk dat in geval van een (dreigende) calamiteit personen uit het invloedsgebied vluchten. Personen dienen hiervoor gewaarschuwd te worden. Door aanwezigen periodiek alert te maken op de risico's, gevolgen en effecten van een incident kan de slagvaardigheid in geval een van een (dreigend) incident verbeterd worden. Gerichte risicocommunicatie met aanwezigen direct na een incident via NLAlert kan ertoe bijdragen dat alarmering en ontruiming sneller verlopen. Het verbeteren van de alarmering is echter niet te borgen in deze ruimtelijke procedure. De wegenstructuur is rondom plangebied dusdanig georganiseerd dat er gevlucht kan worden richting het noorden (uit de richting van de N443). De externe ontvluchtingmogelijkheden worden daarmee voldoende geacht. Het trappenhuis is voorzien aan de noordkant van het gebouw, deels afgeschermd van de weg. Dit trappenhuis kan worden aangewend als nooduitgang. Bij een plasbrand is, afhankelijk van de locatie ten opzichte van de plasbrand en de daar optredende hittestraling, schuilen in een gebouw achter een muur of vluchten in de schaduw van gebouwen of andere objecten de beste optie. Conclusie Het aspect transport en externe veiligheid is geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.9.3 Buisleidingen en externe veiligheid Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geschiedt aan de hand van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als in werking getreden per 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb bestaat

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

43

de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te nemen voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (GR) van relevante buisleidingen. Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden.

Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving buisleidingen zijn gelegen waarop de circulaire van toepassing is, is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat de dichtstbijzijnde buisleiding is gelegen op een afstand van circa 320 meter. Er is geen sprake van een risicocontour. Gezien de afstand tussen het besluitgebied en de buisleiding levert het plaatsgebonden risico geen belemmeringen op. Het groepsrisico van deze transportroute wordt niet beïnvloedt door de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect buisleidingen en externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De 'Wet luchtkwaliteit' van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m 3. Het 24uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 200 µg/m3 mag maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-

44

Gemeente Teylingen

aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: ▪ er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; ▪ een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; ▪ een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.

In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: ▪ 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; ▪ 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van drie woningen. Gesteld kan worden dat dit plan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, gelegen op de bouw van 1500 woningen, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het besluitgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nslmonitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende wegen zijn de Loosterweg en de N443.

Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2018 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze wegen ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is er ter plaatse van het besluitgebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tot slot blijkt uit hoofdstuk 2 dat het aantal verkeersbewegingen ten aanzien van het onderhavige planvoornemen niet toeneemt. Daarmee kan worden gesteld dat met betrekking tot luchtkwaliteit een goed woon- en leefklimaat binnen het besluitgebied is gegarandeerd.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

45

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.

4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer 1. a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; e. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken2. Beoordeling Ter plaatse van het besluitgebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Indien nodig zal in een later stadium van onderhavig project een KLICmelding worden uitgevoerd. Conclusie Er zijn geen belemmeringen met betrekking tot de aanwezigheid van kabels en leidingen.

4.12 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is:

1

'Leidingen die deel uitmaken van een inrichting' zijn leidingen binnen de inrichtingsgrens die in beheer zijn van de drijver van de inrichting én leidingen die in beheer zijn van derden waarmee een product wordt geleverd aan de betreffende inrichting (laatstgenoemde leidingen hebben een zgn. functionele binding met de inrichting, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer). 2 Onder zgn. 'leidingen voor andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten' worden in ieder geval leidingen verstaan voor transport van nafta, waterstof, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen.

46

Gemeente Teylingen

1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; 3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.beoordeling' genoemd.

Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Beoordeling Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van drie woningen. Een dergelijke activiteit wordt niet genoemd op de C-lijst. Het bouwen van woningen komt wel voor op de D-lijst, onder categorie D11.2, ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ Bij een dergelijke activiteit is er sprake van een m.e.r.beoordelingsplichtig besluit indien de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer omvat; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van drie appartementen en blijft daarmee ruimschoots onder de gestelde grenswaarde. Geconcludeerd kan worden dat het plan derhalve niet kaderstellend is voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. Bovendien kan de wijziging van het gebruik van de gronden, gelet op de aard en omvang, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Relevant daarbij is dat van uitbreiding van bebouwing geen sprake is. Daar geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, behoeft geen reguliere of vormvrije m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

47

Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is gelegen in een gebied waar de Provinciale milieuverordening geldt. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure o.g.v. het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Provinciale milieuverordening. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

48

Gemeente Teylingen

5

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

5.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het projectafwijkingsbesluit voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan.

5.2

Toepassing Grondexploitatiewet Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): ▪ de bouw van een of meer woningen; ▪ de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; ▪ de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² of met een of meer woningen; ▪ de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; ▪ de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; ▪ de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is.

Door als gemeente alle gronden en opstallen in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk bouwrijp tegen een marktconforme prijs te leveren wordt ook voldaan aan de eis van verplichte kostenverhaal. Beoordeling en conclusie Het voorliggende initiatief betreft de verbouw van een bestaand pand ten behoeve van de realisatie van drie woningen. Voor onderhavig plan is geen exploitatieplan noodzakelijk aangezien het de ontwikkeling van drie appartementen betreft met een gezamenlijk oppervlak van circa 275 m². Hiermee wordt ruimschoots onder de ondergrens uit artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gebleven. In het onderhavige geval wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd. De gemeente Teylingen sluit met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst af, waarin de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten wordt vastgelegd. Hierbij dient vermeld te worden, dat de gemeente alleen medewerking verleend aan het initiatief, als de

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

49

exploitatiekosten van het initiatief voor de gemeente niet negatief zijn. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd.

50

Gemeente Teylingen

6

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.1

Inleiding Wettelijk kader In artikel 3.10 Wabo is bepaald dat op de voorbereiding van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. In afdeling 3.4 Awb is bepaald dat het ontwerp van de omgevingsvergunning gedurende 6 weken ter visie zal liggen. Tijdens deze periode kan een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen kenbaar maken aan burgemeester en wethouders omtrent hun voornemen om medewerking te verlenen aan de onderhavige omgevingsvergunning. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 6.18 Bor (Besluit omgevingsrecht) dient bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning, waar nodig, overleg gepleegd te worden conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

6.2

Procedure Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Bro geeft aan dat, voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning, burgemeester en wethouders overleg plegen met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Vóór het opstarten van de procedure wordt deze ruimtelijke onderbouwing ter vooroverleg opgestuurd naar de diverse instanties. Tervisielegging P.M.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

51

Quickscan Wet natuurbescherming Perceel Loosterweg 5, Voorhout Gemeente Teylingen, kadastraal perceel Teylingen A-3373

Wet natuurbescherming – beoordeling soortenbescherming Verordening natuurbescherming Zuid-Holland (soorten)

Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies VBW r 2020-62 r

Colofon Opdrachtgever

De heer A.J. van der Plas en De heer P.A.H. van Zuijlen Postbus 15 2215 ZG VOORHOUT

Locatieonderzoek

J.C. Knotters

Datum uitvoering veldonderzoek

28 januari 2020

Rapportage

J.C. Knotters

Status rapportage

versie 2

Datum rapportage

15 februari 2020

Rapportnummer

VBW r 2020-62 r

Aantal pagina’s

36 (inclusief bijlagen)

Foto’s/Afbeeldingen

J.C. Knotters (tenzij anders vermeld)

2de Lezing

R.K. van Ast

Rapportage citeren

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING VERORDENING NATUURBESCHERMING ZUID-HOLLAND PERCEEL LOOSTERWEG 5, VOORHOUT RAPPORT VBW R 2020-62 R - VELDBIOLOGISCHE WERKEN, ROOSENDAAL

Administratieve bedrijfsinformatie Veldbiologische Werken Contactpersoon Adres Mobiel: Email: http:

Coen Knotters (ing. J.C. Knotters) Kastanjeberg 12, 4708 KA ROOSENDAAL 06-20431422 info@veldbiologischewerken.eu www.veldbiologischewerken.eu

BTW-nummer: Kamer van Koophandelnummer:

NL001967512B09 20168212

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-62 r

Quikscan Wet natuurbescherming; perceel Loosterweg 5, Voorhout

2 van 36

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Aanleiding Quickscan Wet natuurbescherming

4

1.2

Voorgenomen ingreep planlocatie

4

1.3

Doel Quickscan Wet natuurbescherming

6

Wettelijk kader

7

2.1

Verordening natuurbescherming Zuid-Holland

7

2.2

Natuurnetwerk

7

2.3

Soortenbescherming

7

3

Methoden van onderzoek / Werkwijze

9

4

Omschrijving plangebied Loosterweg 5, Voorhout

10

5

Resultaten Quickscan / Toetsing aan wet en regelgeving

17

5.1

Vaatplanten

17

5.2

Zoogdieren

17

5.3

Vogels

19

5.4

Reptielen

21

5.5

Vissen en Amfibieën

21

5.6

Libellen en dagvlinders

21

5.7

Overige ongewervelden

21

6

Conclusies en aanbevelingen

22

7

Literatuur en bronnen

23

7.1

Literatuur

23

7.2

Bronnen

24

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

– Wettelijk kader Weerrapport – NDFF-gegevens beschermde soorten planlocatie – Tijdens veldonderzoek quickscan waargenomen soorten op en nabij planlocatie – Lijst van nationaal beschermde soorten – Lijst van soorten die op bijlage IV van de habitatrichtlijn, bijlage II van Bern en/of bijlage I van Bonn staan Bijlage 7 – Overzicht soorten vogelrichtlijn

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-62 r

Quikscan Wet natuurbescherming; perceel Loosterweg 5, Voorhout

3 van 36

1

Inleiding

Deze quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming ingaande per 1 januari 2017. 1.1

Aanleiding Quickscan Wet natuurbescherming

Op 28 januari 2020 heeft Veldbiologische Werken opdracht ontvangen van de heer Thijs Elsman van Compositie 5 Stedenbouw b.v. voor het uitvoeren van een Quickscan Wet Natuurbescherming in het plangebied perceel Loosterweg 5 te Voorhout, kadastraalperceel A-3373. De bebouwing aan de Loosterweg 5 bestaat uit een (oude) schuur die in het verleden gebruikt is ten behoeve van de bollenteelt (o.a. opslag en drogerij). Aan deze bollenschuur is later een aanbouw gerealiseerd. In de aanbouw is accountantskantoor Lemmers gevestigd. De onderste etages van de oude bollenschuur zijn momenteel in gebruik als showroom en opslag voor TopFloor woningstoffering. De bovenste etage van de oude bollenschuur staat momenteel leeg. De initiatiefnemer is van zins de bovenste verdieping van de oude bollenschuur aan te passen en in te richten als ruimte met appartementen. Hiertoe zal alleen het interieur van de bollenschuur aangepast worden naar de huidige bouwkundige normen voor woonbestemming. De buitenzijde van de bollenschuur en aansluitende bebouwing zal ongewijzigd blijven, evenals bestrating en beplanting. Aangezien de voorgenomen aanpassingen effect kan hebben op de omgeving en daar mogelijk voorkomende (beschermde) flora en fauna dient formeel te worden aangetoond dat ter plaatse geen beschermde soorten aanwezig zijn, dan wel redelijkerwijs kunnen worden uitgesloten.

Deze soorten kunnen verstoord worden door geplande gebiedsontwikkeling. In onderhavig geval zal geen sprake zijn van sloop van bebouwing, kap van bomen en struiken. Evenmin zullen aanpassingen gedaan worden aan de perceelstructuur en omvang. Het plangebied kan echter wel in gebruik zijn als leef/foerageergebied voor beschermde soorten. Door middel van deze quickscan zal inzichtelijk worden gemaakt of beschermde soorten gebruik maken van het plangebied. Met deze quickscan wordt tevens een advies gegeven ten aanzien van ecologisch waardevolle componenten in het plangebied en mogelijkheden om deze te consolideren en te versterken. 1.2

Voorgenomen ingreep plangebied

Voor het plangebied perceel Loosterweg 5, Voorhout (Kadastraal perceel: Gemeente Teylingen, sectie VHT00.A-3373) is de initiatiefnemer van zins inpandig nieuwbouw te plegen. De voorgenomen ingrepen in het plangebied betreffen puntsgewijs: 1. 2. 3. 4.

Aanvoer bouwmaterialen via bestaande brug en verharding; Inpandige aanpassing/renovatie bovenste verdieping bollenschuur.; Afvoer verwijderde materialen; Inpandige aanpassing tot appartementen.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-62 r

Quikscan Wet natuurbescherming; perceel Loosterweg 5, Voorhout

4 van 36

80 Kaart 1: Kadastrale kaart plangebied Loosterweg 5. Voorhout

Foto 1: Planlocatie gefotografeerd vanaf de Loosterweg. [Bron: Googlemaps StreetView]

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-62 r

Quikscan Wet natuurbescherming; perceel Loosterweg 5, Voorhout

5 van 36

1.3

Doel Quickscan Wet Natuurbescherming

Voor activiteiten, zoals de eigenaar in het plangebied voornemens is, dient conform Nationale en Europese wet- en regelgeving eerst onderzoek gedaan te worden naar aanwezigheid of potentiële aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Hiervoor is deze Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. De quickscan bestaat uit een bronneninventarisatie en locatie-onderzoek naar aanwezigheid of potentiële aanwezigheid van beschermde flora en fauna - soorten. Voor de volledigheid wordt de Verordening natuurbescherming Zuid-Holland getoetst. Indien beschermde flora en fauna aanwezig is, of in potentie aanwezig kan zijn, is nader onderzoek nodig naar mogelijk negatieve effecten van de voorgenomen activiteiten op deze soorten (verstorings-/verslechteringstoets). Tevens wordt dan onderzocht of de voorgenomen activiteiten mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming en/of Verordening natuurbescherming Zuid-Holland inhouden. Ook wordt onderzocht welke mitigerende en/of compenserende maatregelen mogelijk zijn. De quickscan kan tevens aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek naar (functioneel gebruik van) soorten. Ook wordt nagegaan of er negatieve effecten op nabijgelegen beschermde gebieden zijn dan wel dat nadere toetsing in dit kader nodig is.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-62 r

Quikscan Wet natuurbescherming; perceel Loosterweg 5, Voorhout

6 van 36

2

Wettelijk kader

2.1

Verordening natuurbescherming Zuid-Holland

Rolverdeling Provincies en Rijk: Sinds 1 januari 2017 bepalen de Provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. En zij zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid. Provincie Zuid-Holland kent (evenals andere provincies) gedelegeerde taken en bevoegdheden op het gebied van natuurbescherming. Op grond van de Wet natuurbescherming zijn taken en bevoegdheden gedecentraliseerd aan provincies. In de Verordening natuurbescherming van Zuid-Holland staan alle regels voor natuurbescherming in Provincie Zuid-Holland. Deze regels gelden zowel voor Natura 2000-gebieden als voor in het wild levende dieren en bossen of andere houtopstanden. 2.2

Natuurnetwerk

Voor de Provincie Zuid-Holland geldt het Natuurnetwerk Nederland en is onderdeel van het gehele Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Ter realisatie van ecologische verbindingen zijn planologisch beschermde gebieden aangewezen en vervat in het Natuurnetwerk Nederland – NNN (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit Natuurnetwerk Nederland bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en met ecologische verbindingszones. Dit netwerk van verbindingszones mag niet door een ingreep worden aangetast. Effecten van een geplande ingreep of activiteit binnen het Natuurnetwerk Nederland moeten worden getoetst. Ten aanzien van invulling van het Natuurnetwerk Nederland is de Provincie waarin het plangebied valt het bevoegd gezag. Vaak is samen met het Natuurnetwerk Nederland ook de PAS (Programma Aanpak Stikstof) in kaart gebracht. Opgemerkt moet worden dat Veldbiologische Werken de PAS niet heeft betrokken in de uitvoering van deze Quickscan tenzij anders wordt aangegeven. 2.3

Soortenbescherming

In de Wet natuurbescherming staan verbodsbepalingen. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten verboden. Ten opzichte van de voormalige Flora- en faunawet is dus nauwelijks sprake van een wijziging in verboden activiteiten. Wel zijn enkele definities uit de Flora- en faunawet aangepast. Zo is ‘onopzettelijk verstoren’ niet meer strafbaar en is ‘opzettelijk verstoren van vogels’ in bepaalde situaties toegestaan. Let wel! Verstoren zonder voorafgaand goed onderzoek naar beschermde soorten, blijft strafbaar!.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-62 r

Quikscan Wet natuurbescherming; perceel Loosterweg 5, Voorhout

7 van 36

Verordening natuurbescherming Zuid-Holland Hoofdstuk 8 Vrijstelling bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden Artikel 8.1 vrijstelling ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden 1) De verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van: a) de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c) bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d) bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. 2) De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage 6 genoemde andere beschermde soorten. Bijlage 6 behorende bij de Verordening natuurbescherming Zuid-Holland Andere beschermde soorten als bedoeld in artikel 8.1, tweede lid: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

Aardmuis; Bastaardkikker; Bosmuis; Bruine kikker; Bunzing; Dwergmuis; Dwergspitsmuis; Egel; Gewone bosspitsmuis; Gewone pad; Haas; Hermelijn; Huisspitsmuis; Kleine watersalamander; Konijn; Meerkikker; Ree; Rosse woelmuis; Veldmuis; Vos; Wezel; Woelrat.

In bijlage 1 vindt u een uitgebreide uitleg over de Wet natuurbescherming.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-62 r

Quikscan Wet natuurbescherming; perceel Loosterweg 5, Voorhout

8 van 36

3

Methoden van onderzoek / Werkwijze

Op dinsdag 28 januari 2020 is het plangebied gelegen aan de Loosterweg 5 te Voorhout door de heer J.C. Knotters, Veldbiologische Werken bezocht. Weercondities waren redelijk gunstig (weerrapport zie Bijlage 1). Op deze datum is het gehele plangebied onderzocht in het kader van deze quickscan. De volgende methoden van onderzoek/werkwijzen zijn gebruikt: -

-

-

-

Inventarisatie te velde van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke structuren en ecotopen met behulp van: o verrekijker; o zaklamp; o endoscoop/holtecamera; o spiegelstok (voor zicht in/achter holtes); o fotocamera; o verzamelpotjes (voor samples ter nadere determinatie van faeces o.a. muizen/vleermuizen); o bat-detector (Petterson D400 hetrodyne met time expansion). Samples/laboratorium determinaties: o Determinaties faeces (o.a. muizen/vleermuizen) uit samples m.b.v. Euromex binoculair. Literatuuronderzoek/bronnenonderzoek: o Check van (recente) waarnemingen van beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied; o Check van (recente) waarnemingen vermeldt in verspreidingsatlassen; o Check van (recente) waarnemingen op websites. Onderzoek ligging plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden, zoals Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het plangebied is getoetst aan de Verordening natuurbescherming van de Provincie ZuidHolland. Naar aanleiding van de inventarisatie te velde en het literatuur/bronnenonderzoek is een inschatting gemaakt van het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna en de (mogelijke) functies voor deze in het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=d34b6d5f-0791-4992-bbe6-e445ea08e30c