CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Loosterweg 5 Voorhout24.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon

076 – 5225262

email

info@c5s.nl

internet

www.c5s.nl

kvk Breda

20083802

Gemeente Teylingen Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

Projectnummer:

194634

Datum:

26 mei 2021

Gemeente Teylingen Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

Inhoud 1. Ruimtelijke onderbouwing

Projectleider: Collegiale toets: Status:

Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Dhr. ing. T. van Baast ontwerp

Ruimtelijke onderbouwing

INHOUD

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

INLEIDING Aanleiding Doel en reikwijdte omgevingsvergunning Ligging en begrenzing besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 3 4 4 5

2 2.1 2.2 2.3 2.4

PLANVOORNEMEN Inleiding Huidige situatie besluitgebied Beoogde situatie Parkeren en verkeer

7 7 7 9 10

3 3.1 3.2 3.3 3.4

BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

13 13 13 16 21

4 PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN 4.1 Inleiding 4.2 Bodem 4.3 Waterhuishouding 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Archeologie 4.6 Ecologie 4.7 Wegverkeerslawaai 4.8 Bedrijven en milieuzonering Loosterweg 1 (Firma Zonneveld) 4.9 Externe veiligheid 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

25 25 25 26 28 29 31 33 34 36 40 44 46 46

5 5.1 5.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet

49 49 49

6 6.1 6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Inleiding Procedure

51 51 51

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

1

BIJLAGEN Bijlage 1 - Oordeel cultuurhistorie, Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek, november 2008; Bijlage 2 - Quickscan Wet natuurbescherming, Veldbiologische Werken, januari 2020; Bijlage 3 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, SPA WNP, augustus 2020; Bijlage 4 - Akoestisch onderzoek industrielawaai, SPA, 2012; Bijlage 5 - Akoestisch onderzoek industrielawaai, SPA WNP, augustus 2020; Bijlage 6 - Onderzoek geluidwering van de gevels, SPA WNP, februari 2021.

Noordwijkerho

Voorhout

Sassenh

Luchtfoto met ligging van de projectlocatie

2

Gemeente Teylingen

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding De gemeente Teylingen is bereid mee te werken aan de verbouwing van een bestaand pand aan de Loosterweg 3-5 te Voorhout. Het betreffende pand omvat in de bestaande situatie een combinatie tussen kantoorfunctie en een winkel- en opslagfunctie. De opslagruimte op de bovenste verdieping van het bestaande pand wordt in het kader van onderhavig plan verbouwd tot drie appartementen. Het verdere gebruik van het pand zal blijven bestaan uit kantoor en winkelfuncties. De betreffende ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, aangezien het gebruik ten behoeve van wonen niet is toegestaan binnen de geldende bestemming. Om de woningbouw mogelijk te maken wordt, overeenkomstig de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), een omgevingsvergunning met de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ aangevraagd (artikel 2.1, lid 1 sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° Wabo). Over deze aanvraag zal het bevoegd gezag een projectafwijkingsbesluit nemen. Tegelijk met deze omgevingsvergunning wordt ook de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ worden ingediend. Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het projectafwijkingsbesluit dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten.

In onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt omschreven op welke wijze de situatie gewijzigd wordt en waarom dit passend is binnen het vigerend beleid en de omgeving.

1.2

Doel en reikwijdte omgevingsvergunning In de Wabo is in artikel 2.1, eerste lid, onder c, bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of beheersverordening. In artikel 2.12, eerste lid, onder a, is aangegeven dat een omgevingsvergunning in dat geval slechts kan worden verleend: 1. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking, 2. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of 3. indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de afwijkingsregels van het vigerende bestemmingsplan (artikel 2.12 lid 1 onder a sub 1) en de ontwikkeling valt niet aan te merken als een Wabo-kruimelafwijking conform artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien, conform artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3, de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

3

1.3

Ligging en begrenzing besluitgebied Het besluitgebied is gelegen aan de Loosterweg 3-5 te Voorhout. De locatie is gelegen op circa 1,5 km ten noordoosten van de kern Voorhout en staat kadastraal bekend als gemeente Voorhout, sectie A, nummer 3373 (gedeeltelijk). De nieuwe woningen zullen worden gerealiseerd binnen het gebouw met het adres Loosterweg 5, nader geduid op onderstaande afbeelding.

Kadastrale kaart ter hoogte van de Loosterweg 3-5 te Voorhout. Met de rode contour is de locatie van de beoogde woningen geduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

1.4

Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Het vigerende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Buitengebied Teylingen” van de gemeente Teylingen in combinatie met het bestemmingsplan “Buitengebied Teylingen, 1e herziening” zoals vastgesteld op 19 december 2019. De gronden binnen het besluitgebied hebben de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - woninginrichting’.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Teylingen, 1 e herziening” met rood omkaderd het besluitgebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl. 2020. 4

Gemeente Teylingen

Beoordeling De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven vallende in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Binnen deze bestemming is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - woninginrichting' tevens detailhandel op het gebied van woninginrichting toegestaan. Het ‘wonen’ is niet toegestaan binnen deze bestemming. De realisatie van de drie wooneenheden is derhalve niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de herontwikkeling van het besluitgebied niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Teylingen” en de daaropvolgende herziening van de gemeente Teylingen. De onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet in de motivering om een projectafwijkingsbesluit volgens de Wabo te nemen, aan de hand van het doorlopen van de uitgebreide procedure omgevingsvergunning.

1.5

Leeswijzer ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

In hoofdstuk 2 is de beschrijving van het planvoornemen opgenomen; In hoofdstuk 3 wordt het relevante ruimtelijke beleid behandeld en wordt het initiatief hieraan getoetst; In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan milieukundige randvoorwaarden; Hoofdstuk 5 gaat in op de economische uitvoerbaarheid; In hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

5

6

Gemeente Teylingen

2

PLANVOORNEMEN

2.1

Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het besluitgebied goed in beeld wordt gebracht. Het besluitgebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het besluitgebied beschreven. Ook wordt ingegaan op parkeren en verkeer.

2.2

Huidige situatie besluitgebied Omgeving De projectlocatie is gelegen in het buitengebied ten noordoosten van Voorhout. De omgeving is opgebouwd uit een afwisseling van open agrarische gronden met diverse (niet-agrarische) bedrijvigheid en burgerwoningen. In paragraaf 4.8 wordt verder ingegaan op de omliggende bedrijven. De Loosterweg sluit aan de zuidzijde aan op een rotonde waar de Loosterweg, Teylingerlaan, ’s-Gravendamseweg en Jacoba van Beierenweg samen komen. Verder naar het zuiden is via de Jacoba van Beierenweg de kern Voorhout bereikbaar. Via de Teylingerbaan is vanaf de rotonde richting het zuidoosten Sassenheim te bereiken. Richting het noordoosten loopt de Loosterweg over in de Loosterweg-Zuid. De Loosterweg-Zuid vindt aansluiting met de Stationsweg die de Halsweg en Lisse met elkaar in verbinding brengt. Het besluitgebied is daarmee vanuit de omliggende kernen goed bereikbaar. Het betreffende pand Het pand waarin de onderhavige ontwikkeling plaats heeft betreft een voormalige bollenschuur die gebouwd is in 1928. Het pand heeft een bouwhoogte van circa 8,5 meter. De buitenzijde van het pand is wit gestuct en de van oudsher stalen ramen zijn vervangen door houten kozijnen. Qua architectuur zijn er duidelijke art déco invloeden te zien. De gevelindeling is symmetrisch van opzet en de voorgevel is iets verhoogd ten opzichte van de rest van het gebouw.

Aan de buitenzijde zijn de hijsbalken en takels nog te zien. Het betreft een uniek pand met een hoge cultuurhistorische waarde, dat deel uit maakt van de regionale collectie bollenschuren. De bollenschuur is tevens opgenomen in een lijst van de projectgroep ‘behoud en herbestemming bollenerfgoed van het cultuurhistorisch genootschap duin- en Bollenstreek’ en aangewezen als gemeentelijk monument.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

7

Aanzicht van het pand vanaf de Loosterweg 3-5. De locatie waarbinnen de woningen worden voorzien betreft het rechter gebouw.

Het pand heeft in de loop der jaren diverse functies gekend en is inmiddels in gebruik ten behoeve van meerdere niet agrarische bedrijven. Zoals reeds aangegeven bestaat het feitelijk gebruik van het betreffende pand uit een combinatie van een kantoorfunctie, een winkelfunctie en opslag. De verdeling van de betreffende functies is op onderstaande afbeelding te zien. Hieruit blijkt dat het oostelijk deel van het pand op alle drie de bouwlagen in gebruik is ten behoeve van kantoren.

Bestaande indeling van het pand aan de Loosterweg 3-5. 8

Gemeente Teylingen

Bestaande indeling tweede verdieping.

De winkelfuncties bevinden zich op de begane grond en de eerste verdieping. De opslag is te vinden op de twee verdieping. Deze tweede verdieping heeft een bruto oppervlakte van circa 275 m² en is te verdelen in twee afzonderlijke opslagruimtes (zie bovenstaande afbeelding). Parkeren vindt in de bestaande situatie plaats op het achterterrein en aan de (voor)zijde van de Loosterweg.

2.3

Beoogde situatie Onderhavig project betreft de realisatie van drie appartementen op de tweede verdieping. De bestaande kantoorfuncties en winkelfuncties blijven hierbij behouden. Ten behoeve van de woningontwikkeling wordt aan de noordzijde van het pand een nieuw trappenhuis gerealiseerd waarvandaan middels een centrale hal de drie appartementen te bereiken zijn. Twee van de drie appartementen hebben een oppervlakte van circa 72 m², het derde en grootste appartement heeft een oppervlakte van circa 110 m². Twee appartementen zullen beschikken over een balkon. Met uitzondering van het eerder genoemde nieuwe trappenhuis en de balkons worden er geen veranderingen aangebracht aan de buitenzijde van het pand. Hierdoor blijft het bestaande karakter van het pand behouden en wordt er geen afbreuk gedaan aan de cultuurhistorisch waardevolle gevelindeling en architectuur.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

9

Plattegrond nieuwe situatie tweede verdieping.

2.4

Parkeren en verkeer

2.4.1 Parkeren Gemeentelijke parkeernormen zijn vervat in de ‘Parkeernota Teylingen 2014’ van de gemeente Teylingen. Voor de functie ‘Wonen’ en ‘Werken’ gelden de volgende parkeernormen:

Parkeernormen voor de functie ‘Wonen’. Bron: Parkeernota Teylingen 2014.

Parkeernormen voor de functie ‘Wonen’. Bron: Parkeernota Teylingen 2014.

10

Gemeente Teylingen

Met onderhavig initiatief worden drie appartementen gerealiseerd. Hiervoor geldt een theoretische parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woning, derhalve in totaal (3 x 1,5) = 4,5 parkeerplaatsen. Daarnaast zal 275 m2 aan bvo van de bestaande detailhandelsfunctie komen te vervallen om ruimte te bieden aan de nieuwe woningen. Voor deze functie geldt een theoretische parkeernorm van 3,1 parkeerplaatsen per woning, derhalve in totaal (3,1 x 2,75) = 8,53 parkeerplaatsen. In de beoogde situatie is derhalve een afname van de parkeereis. Er behoeven derhalve geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Bewoners van de beoogde woningen maken gebruik van de bestaande parkeerplaatsen welke op het terrein van de bestaande bouw reeds in voldoende mate aanwezig zijn.

2.4.2 Verkeersgeneratie Het planvoornemen voorziet in drie appartementen. Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de ontwikkeling, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het besluitgebied is gelegen in het buitengebied en te typeren als matig stedelijk (CBS 2013). Bij de te realiseren woningbouwtypologie (uitgaande van een ‘worstcase’-benadering: koop, etage, duur) hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 7,8 per woning. De bestaande functie komt gedeeltelijk te vervallen. Voor een woonwinkel in het buitengebied in een matig stedelijke omgeving hoort een maximum vpe van 11 per 100 m2. Aldus komen (11 x 2,75) = 30,25 vpe te vervallen. Derhalve genereert het plan in totaal (3 x 7,8) - (11 x 1,54) = -6,85 vpe. Hiermee is sprake van een theoretische afname van het aantal verkeersbewegingen. Zoals in paragraaf 2.2 uiteengezet zijn diverse uitvalswegen direct via de Loosterweg en binnen korte afstand te bereiken. Redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de bestaande wegen het verkeer vanwege de nieuwe woningen eenvoudig kunnen afwikkelen.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

11

12

Gemeente Teylingen

3

BELEIDSKADER

3.1

Inleiding De beleidscontext voor het besluitgebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

13

worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende besluitgebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het onderhavige besluitgebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst.

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

14

Gemeente Teylingen

Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het besluitgebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom een radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige besluitgebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord,

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

15

dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.

Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het besluitgebied de realisatie van drie appartementen mogelijk. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet verder te worden doorlopen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Toetsingskader Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie maakt deel uit van het nieuwe Omgevingsbeleid, waarin de provincie voorsorteert op de Omgevingswet. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Ten opzichte van de Visie ruimte en mobiliteit (dat van toepassing was tot 1 april 2019) is het beleid alleen redactioneel gewijzigd. De beleidsinhoud in het nieuwe Omgevingsbeleid is niet veranderd. De provincie formuleert zes ambities voor de fysieke leefomgeving, namelijk: • naar een klimaatbestendige delta; • naar een nieuwe economie: the next level; • naar een levendige meerkernige metropool; • energievernieuwing;

16

Gemeente Teylingen

• •

beste bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk.

De kwaliteitskaart en de richtpunten gevenrichting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Een deel van die vraag past qua kwaliteit niet daarbinnen. Daarnaast kunnen er kwantitatieve beperkingen zijn. Een randvoorwaarde bij beter benutten is namelijk dat de leefkwaliteit in de bebouwde ruimte behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt. Ook kan de kwaliteit van de groene ruimte aanleiding zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren door middel van het toevoegen van stedelijke functies. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Gedeputeerde Staten zien toe op toepassing door gemeenten van de Ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Beoordeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.

Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussengebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: • De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat vaneen open veenweidepolder.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

17

•

•

•

Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is.

Het onderhavige initiatief voorziet in de realisatie van drie appartementen binnen een voormalige bollenschuur. Thans wordt deze bebouwing reeds gebruik voor een bedrijfsfunctie, namelijk die van woonwinkel. Onderhavig project wordt grotendeels inpandig uitgevoerd, met uitzondering van de realisatie van een trappenhuis van circa 35 m2 en twee overhangende balkons. De aard en schaal van de ontwikkeling is passend voor het gebied. Thans is binnen het besluitgebied sprake van een stedelijke functie in de vorm van kantoren en bedrijvigheid. In de beoogde situatie wordt hier een woonfunctie aan toegevoegd. Ook in de directe omgeving (langs de Loosterweg) is reeds op diverse plaatsen sprake van een woonfunctie. Daarmee is de onderhavige ontwikkeling als ‘passend’ in de omgeving te beschouwen. Ook is de schaal van de voorziene bebouwing passend in de omgeving. Relevant daarbij is dat niet wordt voorzien in afwijkende hoogtematen of bouwvolumes of de uitbreiding van bebouwing (behoudens het voornoemde trappenhuis en de balkons). Daarmee is de ruimtelijke impact van de ontwikkeling beperkt en is derhalve onderhavig initiatief in zoverre passend. Ten aanzien de ligging van het besluitgebied buiten het gebied ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’ geldt dat het onderhavige initiatief in paragraaf 3.2.3 is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Binnen het besluitgebied is sprake van transformatie, waarmee invulling wordt gegeven aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De ruimtelijke kwaliteit blijft daarmee in ogenschouw genomen. Zo wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en behoud het gebouw haar cultuurhistorische waarde, ook voor de toekomst .Hiermee is het initiatief passend binnen de beleidskaders van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Omgevingsvisie Zuid-Holland.

3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Toetsingskader De Omgevingsverordening Zuid-Holland is samen met de Omgevingsvisie op 1 april 2019 in werking getreden. De verordening bevat juridische doorwerking van het visiedeel van het Omgevingsbeleid en bevat regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. Voor de onderhavige locatie zijn de volgende artikelen relevant.

18

Gemeente Teylingen

Ruimtelijke kwaliteit De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor ruimtelijke kwaliteit waaraan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen. Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: Lid 1 Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Lid 2 Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën a. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien ineen ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden; b. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien ineen ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programmaruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden.

Het besluitgebied ligt binnen het Bollenteeltgebied. Artikel 6.17 van de Omgevingsverordening zegt hierover dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het bollenteeltgebied primair bollenteeltbedrijven, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijven toelaat. In afwijking hiervan, kan het bestemmingsplan bestaande bebouwing of functies toelaten alsmede beperkte uitbreiding daarvan of wijziging naar een andere functie, mits aangetoond is dat geen

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

19

onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied. Beoordeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: - een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; - hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Onderhavige initiatief voorziet in de realisatie van drie appartementen binnen een voormalige bollenschuur in Voorhout. Thans wordt deze bebouwing reeds gebruik voor een bedrijfsfunctie, namelijk die van woonwinkel. Onderhavig project wordt grotendeels inpandig uitgevoerd, met uitzondering van de realisatie van een trappenhuis van circa 35 m2 op het bestaande parkeerterrein en twee balkons. Een dusdanig beperkte uitwisseling van functies (van bedrijf naar wonen) zonder relevante uitbreiding van bebouwing past binnen de aard en schaal van het gebied. Het besluitgebied ligt binnen het Bollenteeltgebied.

In dit gebied kunnen bestaande functies wijziging naar een andere functie, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied. Daar geen sprake is van uitbreiding van bestaande bebouwing (met uitzonering van het trappenhuis), kan aan deze voorwaarde worden voldaan. Uit paragraaf 4.8 blijkt bovendien dat omliggende (bollenteelt)bedrijven niet worden geschaad in hun bedrijfsvoering. Door binnen het besluitgebied woningen te realiseren wordt zeker gesteld dat de bestaande cultuurhistorisch waardevolle voormalige bollenschuur behouden kan blijven, voor nu en voor de toekomst. Onderhavig besluitgebied is eveneens gedeeltelijk gelegen in de primaire waterkering. In de Omgevingsverordening is regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor bestemmingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken. Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen. Onderhavig project wordt grotendeels inpandig uitgevoerd. Verder betreft het project de ontwikkeling van een trappenhuis van circa 35 m² op een bestaand verhard parkeerterrein buiten de aangeduide regionale waterkeringen.

Gesteld kan worden dat een dusdanige ontwikkeling geen invloed heeft op de primaire waterkering ter plaatse. Tot slot geldt dat: • onderhavig besluitgebied is niet gelegen in een gebied met beschermingscategorie 1 of 2;

20

Gemeente Teylingen

• aan de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.2.3 is getoetst en dat hieraan wordt voldaan. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig project passend is binnen de beleidsregels zoals opgenomen in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. Conclusie Onderhavig planvoornemen past binnen de regels van de Omgevingsverordening ZuidHolland.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie ‘Duurzaam bloeiend’ Toetsingskader Op 25 juni 2015 is de structuurvisie 'Duurzaam bloeiend' door de gemeenteraad van Teylingen vastgesteld. Het doel van de structuurvisie is een samenhangend ontwikkelingskader bieden voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen op hoofdlijnen tot 2030. In de structuurvisie staan vijf leidende principes centraal; • Duurzame ontwikkeling; • Versterken ruimtelijke kwaliteit van de drie kernen en het buitengebied; • Verbeteren vitaliteit in de drie kernen en het buitengebied; • Inzetten voor een vitale Greenport Duin- en Bollenstreek; • Ambities en keuzes afstemmen in regionaal verband. De structuurvisie geeft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op hoofdlijnen aan en beperkt zich daarom tot de belangrijkste ruimtelijke opgaven. Ten aanzien van de ruimtelijke opgave "Wonen" is het doel om op lange termijn een duurzame en aantrekkelijke woonomgeving in complete vitale kernen te bereiken. De kernen krijgen een eigen identiteit, met voldoende geschikte woningen om te voorzien in de eigen behoefte en met de ruimtelijke mogelijkheid om een beperkte opvangfunctie te vervullen voor de regio. Het is noodzakelijk het programma, de locaties, het tempo en de kwaliteiten goed af te stemmen met de regio en de provincie.

Uitgangspunt is om op lange termijn minimaal te voorzien in de eigen woningbehoefte en een rol te vervullen in het accommoderen van een deel van de bovenregionale woningbehoefte. Voor de eigen behoefte geldt een opgave voor de bouw van ongeveer 2100 woningen tot 2030. Daarnaast wil de gemeente plancapaciteit reserveren voor ongeveer 300 woningen voor het accommoderen van een deel van de bovenregionale woningbouwopgave (4600 woningen tot 2030). Het ruimtelijk beleid voor de kern Voorhout is vooral gericht op selectieve kwaliteitsverbetering van het bestaande dorpsgebied, verdere groei van de woningvoorraad (vooral de locatie Hooghkamer), uitbreiding van sportcomplex Elsgeest en betere bereikbaarheid. Feitelijk zet Voorhout hiermee zijn status als "groeikern" voort, zelfs tot na 2030. Door het relatief grote accent op woningbouw, ontstaan hier veel kansen voor duurzaamheid en versterking van de identiteit als "moderne woonkern".

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

21

Uitsnede structuurvisiekaart.

Op de structuurvisiekaart is het besluitgebied gelegen binnen het ‘bollenteeltgebied’. Het beleid van de gemeente is gericht op handhaving van het bollenteeltgebied, met behoud en waar mogelijk verbetering van de kenmerkende openheid, zichtlijnen, slotenpatroon en stroken- c.q. blokverkaveling. Beoordeling Het planvoornemen voorziet in de realisatie van drie nieuwe appartementen. Daarmee levert het planvoornemen een bijdrage aan de invulling van de woningopgave en identiteit van Voorhout als moderne woonkern. Het besluitgebied is gelegen binnen het Bollenteeltgebied van de gemeente Teylingen. Dit gebied bepaalt voor een groot deel de identiteit van de gemeente als belangrijk onderdeel van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Hiervoor geldt dat het planvoornemen niet voorziet in uitbreiding van bestaande bebouwing (behoudens de realisatie van een trappenhuis van circa 35 m 2 en twee overhangende balkons). Het initiatief heeft derhalve geen gevolgen voor de openheid, zichtlijnen, slotenpatroon en stroken- c.q. blokverkaveling. Ook geldt dat omliggende (bollenteelt)bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering, zoals blijkt uit paragraaf 4.8. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de gemeentelijke structuurvisie. Conclusie Het planvoornemen is passen binnen de structuurvisie ‘Duurzaam bloeiend’.

3.4.2 Woonvisie Toetsingskader Op 22 december 2015 is de woonvisie van de gemeente Teylingen vastgesteld door de gemeenteraad voor de periode 2015-2020. Centraal staan de thema's: bestaande

22

Gemeente Teylingen

kernen en bestaande woningvoorraad, duurzaamheid, wonen met zorg, welzijn, beschikbaarheid, doelgroepen en betaalbaarheid. De gemeente streeft naar het in stand houden van het karakter van de kernen, naar meer vitaliteit en een evenwichtige bevolkingsopbouw door in te zetten op woningen die nu in aanbod beperkt zijn. In Voorhout wil de gemeente (gedoseerd) meer woningen realiseren voor de volgende (jonge) generaties, zowel in de huur als koop, alsook meer goedkope koop (tot €187.000) en meer sociale huurwoningen. Beoordeling Het planvoornemen voorziet in de realisatie van drie appartementen waarmee wordt voorzien in een specifieke particuliere woningvraag. De appartementen kunnen worden bewoond door starters en in gebruik worden genomen als eengezinswoning. Daarmee past het initiatief in kwalitatief opzicht binnen de uitgangspunten van de woonvisie. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de gemeentelijke woonvisie.

3.4.3 Duurzaamheid Toetsingskader De gemeente Teylingen vindt duurzaam bouwen belangrijk. Duurzaam bouwen is zodanig bouwen dat zo min mogelijk negatieve effecten op het milieu en de menselijke gezondheid ontstaan, gedurende de hele levensloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving. Teylingen streeft er naar bij elk bouwplan de schade aan het milieu op korte en lange termijn zoveel mogelijk te beperken. Zij wil daarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de ontwikkelingen op een zo hoog mogelijk niveau brengen. In het gemeentelijk beleid ‘Samen voor verduurzaming - Gemeente Teylingen’ staat betreffende de duurzaamheidsambities genoemd dat Teylingen in 2030 100% duurzaam moet zijn. Alle woningen en gebouwen (oud en nieuw) zullen een bijdrage moeten leveren aan deze doelstelling door energie te besparen en/of duurzaam op te wekken. Immers wat nu al voldoet hoeft niet meer aangepast te worden voor 2030. Beoordeling Het onderhavige planvoornemen ziet op de transformatie van een bestaand cultuurhistorisch waardevol pand. Inherent hieraan is dat verduurzamingsmaatregelen slechts in beperkte mate genomen kunnen worden. Desalniettemin wordt gestreefd naar verduurzaming van het gebouw. Isolatie van het gehele pand heeft plaatsgevonden in 2013.

Hierbij is het gehele pand ingepakt met PS 15 SE platen van 50 mm dikte afgewerkt met mortelweefsellaat en een toplaag van 1,5 mm siliconengebonden spachtelpleister. Ook is thans een hoogrendementsketel aanwezig. Met onderhavig voornemen zullen verdere verduurzamingsmaatregelen worden getroffen in de vorm van het plaatsen van hoogwaardig isolatieglas (HR++ of triple glas) in de kozijnen, isolatie van het dak en het plaatsen van energiezuinige installaties voor verwarming, ventilatie en verlichting. Voor het overige zal het pand voldoen aan de wettelijke normen inzake duurzaamheid die

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

23

voor een bestaand gebouw gelden. Daarmee duurzaamheidsambities van de gemeente Teylingen.

voldoet

het

plan

aan

de

Conclusie Het planvoornemen is passend in het gemeentelijk beleid ‘Samen voor verduurzaming - Gemeente Teylingen’.

24

Gemeente Teylingen

4

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN

4.1

Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ ecologie; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2

Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

25

Beoordeling Onderhavig project betreft een inpandige verbouwing. In het kader van een dergelijke ontwikkeling vinden geen werkzaamheden plaats die de bodem roeren. Het trappenhuis wordt niet beschouwd als een gevoelig gebruik (verblijfsruimte) waarvoor aangetoond moet worden dat er schone grond aanwezig is. Derhalve is een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk en zijn er geen belemmeringen ten aanzien van het aspect bodem. Conclusie De bodem is geschikt voor de beoogde functie.

4.3

Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Keur Hoogheemraadschap van Rijnland Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het Hoogheemraadschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer.

De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat maakt de Keur en uitvoeringsregels het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat ge- en verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunning plichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Het is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en

26

Gemeente Teylingen

handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Beoordeling Bij een toename in verharding dient deze toename te worden gecompenseerd. Volgens de eis van het waterschap dient bij een toename vanaf 500 m2 in verharding 15% van deze toename te worden gecompenseerd door de aanleg van functioneel open water. Het dempen van sloten dient daarnaast voor 100% te worden gecompenseerd. De inpandige verbouwing van het betreffende pand ten behoeve van drie appartementen zorgt niet voor een toename aan verhard oppervlak. Het nieuwe trappenhuis heeft een oppervlakte van in totaal 35 m² en wordt gerealiseerd op gronden die reeds verhard zijn. De betreffende ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op de waterhuishoudkundige situatie en het verhard oppervlak ter plaatse. Ten aanzien van de aansluitingen van het afvalwater zal worden aangesloten op het bestaande rioleringstelsel. Uitgangspunt hierbij is dat er geen uitlogende materialen gebruikt worden. Onderhavig besluitgebied is eveneens gedeeltelijk gelegen in de primaire waterkering. In de Omgevingsverordening is regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen.

Voor bestemmingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken. Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen.

Uitsnede ‘kaart 3: Regionale waterkeringen’ uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het besluitgebied is aangeduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Onderhavig project wordt grotendeels inpandig uitgevoerd. Verder betreft het project de ontwikkeling van een trappenhuis van circa 35 m² op een bestaand verhard parkeerterrein buiten de aangeduide regionale waterkeringen. Gesteld kan worden dat een dusdanige ontwikkeling geen invloed heeft op de primaire waterkering ter plaatse. De bescherming van de waterkering is door middel van een dubbelbestemming

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

27

‘Waterstaat - Waterkering’ gewaarborgd in het bestemmingsplan “Buitengebied Teylingen”. Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat het aspect water geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.

4.4

Cultuurhistorie Toetsingskader In de ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller van de ruimtelijke onderbouwing is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beleid provincie Zuid-Holland De cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in deze provincie. Het is een overzicht op hoofdlijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. Dit is het schaalniveau waarop de provincie beleid voert.

Uitsnede cultuurhistorische atlas provincie Zuid-Holland. Het besluitgebied is globaal aangeduid Beoordeling met een gele ster.

28

Gemeente Teylingen

Na raadpleging van de provinciale Cultuurhistorische kaart blijkt in het besluitgebied geen cultureel erfgoed te liggen of andersoortige cultuurhistorisch waardevolle elementen waar bij de planvorming rekening mee moet worden gehouden. Het onderhavige pand aan de Loosterweg 5 is wel aangewezen als gemeentelijk monument, derhalve is het een cultuurhistorisch waardevol pand dat behouden dient te blijven. In het kader van onderhavig project is de cultuurhistorische waarde van het pand beoordeeld door het Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek. Deze beoordeling is als bijlage 1 opgenomen in onderbouwing. In de beoordeling is getoetst of een interne verbouwing naar een woonfunctie passend kan zijn zonder dat de cultuurhistorische waarde van het pand aangetast worden. Uit deze toetsing is naar voren gekomen dat de functiewijziging inpasbaar kan zijn, mits de gevels in tact worden gehouden. De plaatsing van het trappenhuis wordt acceptabel geacht. Gezien het feit dat onderhavig project, met uitzondering van het nieuwe trappenhuis en de balkons, volledig inpandig plaats vindt, vinden er geen aantastingen plaats aan de cultuurhistorische waarde van het betreffende pand. Tevens wordt de bestaande van gevelindeling niet aangepast in het kader van het project (uitgezonderd ter plaatse van het nieuwe trappenhuis en de balkons).

Voorafgaand aan de omgevingsvergunningaanvraag (ten tijde van het principeverzoek) is het plan al beoordeeld en goedgekeurd door de welstand-/ monumentencommissie van de gemeente Teylingen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van het aspect cultuurhistorie. Conclusie Het voornemen doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het besluitgebied.

4.5

Archeologie Toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Beoordeling

Ruimtelijke onderbouwing “Loosterweg 5” te Voorhout

29

Op basis van de gemeentelijke ‘Archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidskaart’ ligt het besluitgebied hoofdzakelijk binnen een gebied aangeduid als ‘categorie 12’ (vrijgestelde gebieden) en voor het overige binnen ‘categorie 7’ (gebieden met een middelhoge archeologische verwachting). De verwachtings(waarden)kaart is doorvertaald in het vigerende bestemmingsplan, in de vorm van een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 7’ op een gedeelte van de gronden. Deze gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Blijkens het vigerende bestemmingsplan geldt een archeologische onderzoeksplicht bij grondroerende werkzaamheden die dieper reiken dan 1 meter onder peil en groter zijn dan 500 m2.

Uitsnede Archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidskaart gemeente Teylingen. Het besluitgebied is globaal aangeduid met een rode contour.

Onderhavig project betreft de verbouwing van de tweede verdieping van een bestaand pand. In het kader van een dergelijke ontwikkeling vinden geen werkzaamheden plaats die de bodem roeren. Dit deel van de ontwikkeling heeft om deze reden geen invloed op eventuele archeologische waarde. Voor zover de realisatie van het trappenhuis plaatsvindt op gronden met een archeologische verwachtingswaarde geldt dat het project de drempelwaarden van 500 m2 niet overschrijdt. Op voorhand behoeft derhalve geen rekening te worden gehouden met het doen van nader archeologisch onderzoek. Wel geldt dat als er archeologische resten (vondsten, sporen et cetera) worden aangetroffen bij de grondwerkzaamheden, deze op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet gemeld moeten worden bij de Minister van OCW en bij de gemeente. Conclusie Binnen het besluitgebied is slechts sprake van beperkte grondroerende werkzaamheden rondom bestaande gebouwen. De grenswaarde van 500 m2 wordt niet overschreden. Daarmee is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

30

Gemeente Teylingen

4.6

Ecologie

4.6.1 Natuurgebieden Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Natura 2000gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb. Beoordeling en conclusie Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft ‘Kennemerland-Zuid’, dat is gelegen op een afstand van ca. 4 km tot onderhavig besluitgebied. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Daar het besluitgebied niet grenst aan een Natura 2000-gebied, is van directe schade geen sprake.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=d34b6d5f-0791-4992-bbe6-e445ea08e30c