3. Toelichting_16.pdf - Toelichting_16.pdf
Tekst van het document
2.
Verbetering: in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen, die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut.
Beleid Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is met name het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland en van de gemeente Warmond relevant voor het plangebied. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het Hoogheemraadschap. Waterbeheerplan 5: Waardevol Water Voor de planperiode 2016-2021 is het Waterbeheerplan 5 (WBP5) van het Hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing. In dit plan geeft het Hoogheemraadschap aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. In het WBP5 staat samenwerken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met de omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer. De vier hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, gezond water en de waterketen. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen.
Bij voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te
onderhouden. Daarbij wil het Hoogheemraadschap van Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Gezond water is de zorgplicht om het water schoon zoals past bij de functie van het water te houden. Wat betreft de waterketen, zijnde afvalwater, wordt dit optimaal gezuiverd en onttrokken grondstoffen worden hergebruikt. Keur Hoogheemraadschap van Rijnland Per 1 juni 2020 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het Hoogheemraadschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
Samengevat maken de Keur en de bijbehorende uitvoeringsregels het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat ge- en verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunning plichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Zo zijn er voorwaarden compensatie verhard oppervlak. Indien een initiatiefnemer meer dan 500m2 extra verhard oppervlak wil aanleggen is er compensatie in de vorm van open water vereist van 15% van de totale verharde oppervlakte.
Handreiking Watertoets Om te kunnen borgen dat gemeenten bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen ter afwijking van een bestemmingsplan worden gehouden aan de regels uit de Keur, is in artikel 3.1.1 Bro de verplichting opgenomen voor gemeenten om nieuwe bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen ter toetsing aan het waterschap voor te leggen. Deze toets wordt ook wel de 'Watertoets' genoemd. De Handreiking Watertoets, die in december 2011 door het Hoogheemraadschap is vastgesteld, bevat richtlijnen over de waterparagraaf in ruimtelijke besluiten en de manier waarop deze wordt getoetst door het waterschap. Het Hoogheemraadschap van Rijnland biedt gemeenten de gelegenheid de planeigenschappen op een digitaal formulier in te vullen, waarna de watertoets uitwijst of het bestemmingsplan, het wijzigingsplan of de omgevingsvergunning een 'groot waterbelang' omvat en ook feitelijk contact met de afdeling plantoetsing van het hoogheemraadschap dient te worden opgenomen.
Riolering en afkoppelen Overeenkomstig het rijksbeleid geeft Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: a) Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b) Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c) Afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d) Huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een afvalwaterzuiveringsinrichting getransporteerd; e) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d: - zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; - lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Klimaat adaptief bouwen Het klimaat in Nederland is aan het veranderen. De gevolgen van deze veranderingen hebben een grote impact op de maatschappij.
De provincie Zuid-Holland heeft samen met verschillende partijen het ‘Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland’ in het leven geroepen om de delta waarin we liggen adaptief te maken op deze veranderingen. Met klimaat adaptief bouwen wordt er gestreefd naar minder wateroverlast, minder hittestress, minder langdurige droogte inclusief de nodige gevolgen, minder bodemdaling inclusief de nodige gevolgen en meer biodiversiteit in vergelijking met de oude situatie. Er kan gedacht worden aan natuur inclusief bouwen, minder verharding aanleggen, meer groen in de openbare ruimte en in tuinen, zonwering plaatsen, meer regenwateropslag en verhoogde trottoirs. Beoordeling planvoornemen Onderliggend planvoornemen wijzigt de aanwezige bestemmingen. Hieronder valt ook een bestemming water, welke wordt verplaatst. Op 22 december 2020 is een overeenkomst gesloten voor ruil/compensatie van oppervlaktewater. Er zal bij de Warmonderhek een insteekhaven van 40 m2 worden gerealiseerd. Hiervan zal maximaal 23 m2 op gemeenschappelijke grond worden uitgegraven en de overige ca 17 m2 beslaat grotendeels de huidige aanwezige sloot. Hiermee blijft er 130135 m2 van de huidige sloot over wat gedempt zal worden. Voor deze 130-135 m2 is bovengenoemde overeenkomst gesloten om op perceel ‘Warmond Sectie C No: 815’ water te compenseren indien nodig.
Dit perceel ligt binnen 500 meter van het plangebied en hier zal een haven worden uitgegraven van 850 m2. Hiermee is het dempen van de watergang (en eventuele toename van verharding vanuit de bouw van de woning) ruim voldoende gecompenseerd. Daarnaast zal dit bijdragen aan klimaatadaptief bouwen door het niet volledig dempen van de sloot. In aanvulling hierop is er een overeenkomst afgesloten met de VGV Warmonderhek op 10 maart 2021 betreffende de compensatie oppervlaktewater voor de insteekhaven. Voor de
aanleg van betreffende insteekhaven wordt maximaal 23 m2 gemeenschappelijk gemeentegrond (in erfpacht) afgegraven. De gemeente Teylingen en Hoogheemraadschap Rijnland hebben eerder aangegeven geen bezwaar te hebben op deze overeenkomst. De initiatiefnemer van onderliggend plan zal de kosten dragen van het dempen van de boezemsloot en de watercompensatie.
Conclusie watertoets Gelet op het voorgaande hoeven er in het kader van de planontwikkeling geen aanvullende water compenserende maatregelen getroffen te worden. Het aspect water vormt geen belemmeringen voor het planvoornemen.
4.10
M.e.r.-beoordeling
Wetgeving Het bevoegd gezag dient te beoordelen of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling. Hiertoe staan in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage activiteiten opgesomd die mogelijk leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor activiteiten die genoemd staan in de eerste kolom van onderdeel C geldt dat zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, deze zijn dan ook direct m.e.r.-plichtig. In de eerste kolom van onderdeel D staan activiteiten opgesomd waarvan niet vaststaat of deze leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor dient dan ook een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De voorgenomen ontwikkeling staat niet direct genoemd in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het dichtst in de buurt komt de beschrijving in de eerste kolom van onderdeel D onder 11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In de tweede kolom staan de drempelwaarden genoemd voor deze activiteit, hierbij gaat het erom of de activiteit betrekking heeft op één van de volgende genoemde punten:
a. Een oppervlakte van 100 hectare of meer; b. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; of c. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Beoordeling planvoornemen In het planvoornemen vindt er geen toevoeging plaats van woningen, enkel het vervangen van 1 woning. In die zin is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd in de bijlage van het Besluit m.e.r. en is het niet noodzakelijk een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen.
Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling Met het planvoornemen zal de huidige woning worden vervangen door een nieuwe woning. Hiermee is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd in de bijlage van het Besluit m.e.r. Dit betekent dat een vormvrije m.e.r. beoordeling niet aan de orde is.
Juridische aspecten 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de in de vorige hoofdstukken toegelichte beoogde ruimtelijke situatie in het plangebied juridisch is vertaald in planregels en de bijbehorende verbeelding. Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels
5.2
Opzet van de planregels
De regels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) ondergebracht in een viertal hoofstukken: • • • •
Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
Hierna wordt kort ingegaan op de inhoud van de regels per hoofdstuk. De regels zijn opgesteld met als uitgangspunt de geldende regels uit het onderliggende moederplan. Indien verwezen wordt naar een bepaling en/of een bestemming welke niet wordt genoemd in dit bestemmingsplan, wordt verwezen naar het moederplan. In de slotregel is de naamgeving van dit bestemmingsplan bepaald.
5.3
Uitleg van de planregels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
In de begripsbepaling worden begrippen waar nodig beschreven om zodoende interpretatieproblemen te voorkomen. Veelal worden begrippen gedefinieerd die in de voorschriften worden gebruikt en daar een bijzondere betekenis hebben, die afwijkt van of niet dan wel niet vaak voorkomt in het “normale” spraakgebruik. Wanneer een begrip niet opgenomen is in de begripsomschrijvingen/-bepalingen en er ontstaat een interpretatieprobleem dan is het normale spraakgebruik richtinggevend. De begripsomschrijvingen/-bepalingen zijn niet uitputtend bedoeld. De belangrijkste en/of onduidelijke begrippen zijn opgenomen in dit artikel. De begripsomschrijvingen zijn overgenomen uit het moederplan.
Artikel 2
Wijze van meten
De wijze van meten beschrijft hoe de genoemde maatvoeringen in de diverse bestemmingsbepalingen gemeten dienen te worden. De wijze van meten is overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3
Natuur
De gronden met de bestemming ‘Natuur zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Artikel 4
Tuin
De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, erven en parkeervoorzieningen. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd. Artikel 5
Water
De gronden met de bestemming ‘Water’ zijn bestemd voor verkeer te water en oeververbindingen, inclusief water ten behoeve van de waterhuishouding en oevers. Daarnaast kunnen ook bruggen, duikers en steigers hier worden aangelegd. Artikel 6
Wonen
De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen. De uitoefening van aan huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is onder voorwaarden toegestaan. Tevens wordt ruimte geboden aan parkeervoorzieningen (mits bovengronds) en voorzieningen behorende bij de woonbestemming. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Voor vrijstaande woningen wordt in de voorschriften extra ruimte geboden t.a.v. maximale (bouw)afmetingen, de inrichting van het gebouw, alsmede van het perceel. Voor de aanbouw gelden in afwijking op de bouwhoogte van het hoofdgebouw, specifieke bouwregels over de bouwhoogte. De scheiding tussen hoofdgebouw en aanbouw is door middel van een stippellijn weergegeven in de verbeelding. Daarnaast mogen buiten het bouwvlak nog bijgebouwen, aan- en uitbouwingen en overkappingen worden gebouwd.
Artikel 7
Waarde - Archeologie
Het plangebied valt binnen de zone met een archeologisch verwachting. Binnen de plancontouren ligt een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Hiermee is bepaald dat er zonder omgevingsvergunning niet mag worden gebouwd, tenzij de ingrepen kleiner zijn dan 250 m2 en niet dieper dan 30 cm.
Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
In het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het besluit verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 9
Algemene bouwregels
In deze bepaling zijn onder meer regels opgenomen voor ondergrondse bebouwing. Deze moet altijd onder een gebouw worden gesitueerd en mag niet onder het onbebouwde erf worden gesitueerd. Ingangspartijen tot de kelder en voorzieningen voor daglichttoetreding mogen wel 1 meter uit de bestaande gevel steken. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In het plan zijn algemene afwijkingsregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden en specifieke afwijkingsregels die alleen kunnen worden toegepast binnen de bestemmingen waarin ze zijn opgenomen. In de algemene afwijkingsregels is onder meer een mogelijkheid opgenomen om met maximaal 10% af te wijken van de voorgeschreven maatvoering. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen teneinde overschrijdingen van de op de plankaart aangegeven bestemmingsgrenzen toe te staan, mits de overschrijding niet meer dan 10% bedraagt. Ook is er een algemene wijzigingsregel voor archeologie opgenomen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het nieuwe Besluit op de Ruimtelijke Ordening. De grootste verandering ten opzichte van de tot voor kort gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend.
Dat was voorheen de datum van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Bij het tenietgaan van bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de bouwaanvraag veroorzaakt onheil. Artikel 13 Slotregel Hier is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
Uitvoerbaarheid 6.1
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. De voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan, zijn besproken met belanghebbenden. Begin 2021 heeft de initiatiefnemer het planboek voorgelegd aan de VGV. De leden van de VGV hadden geen bezwaren op het planvoornemen. Wel willen zij graag op de hoogte worden gehouden van de procedure, planning en bouwtijd. Hier zal aan voldaan worden. Daarnaast dient het plan in overwegende mate op maatschappelijk draagvlak te kunnen rekenen. De ervaring leeft dat het niet altijd mogelijk is om alle belanghebbenden bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen volledig tegemoet te komen. De raadpleging van belanghebbenden tijdens verschillende fasen in het planvormingsproces moet er dan ook vooral toe leiden dat het bevoegd gezag een goede afweging kan maken tussen eventuele tegenstrijdige ruimtelijke belangen. Op grond van artikel 3.1.1 van de Bro worden burgemeester en wethouders verplicht gesteld om bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan in overleg te treden met de besturen van andere gemeenten, het waterschap, de provincie, de inspecteur op de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van het Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden, zullen een bericht ontvangen.
Gedurende de inspraakperiode van het voorontwerpbestemmingsplan wordt dat gedaan. De reacties worden meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens ter inzage gelegd waarbij er gedurende zes weken zienswijzen kunnen worden ingediend. Vervolgens wordt het plan ter vaststelling aangeboden aan de raad. Voorontwerp bestemmingsplan Overeenkomstig de wettelijke vereisten is het voorontwerp bestemmingsplan met de daarbij behorende stukken 6 weken ter inzage gelegd in het gemeentehuis van Warmond en via de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl op 1 juli 2021. De termijn liep af op 12 augustus 2021. In die periode zijn er bij de gemeente geen inspraakreacties binnengekomen. Inhoudelijk zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. In totaal zijn drie vooroverlegreacties ontvangen. Van Liander, het Hoogheemraadschap Rijnland en de Veiligheidsregio Hollands-Middel (VRHM). Het Hoogheemraadschap heeft aangegeven dat van een nieuwe Keur uitgegaan moet worden. Dit is verwerkt en meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. De reacties vanuit VRHM is gericht op de veiligheid aspecten tijdens de ingebruikname. Liander gaf aan geen opmerkingen te hebben op het planvoornemen.
Vanuit het advies van de ODWH zijn de volgende wijzigingen verwerkt: - Voor archeologie is een dubbelbestemming toegevoegd aan het planvoornemen; - Het nader onderzoek voor ecologie is uitgevoerd en toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan; en - Er zijn een aantal tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Ambtshalve is het wetgevingskader met betrekking tot stikstofdepositie aangepast. Ontwerp bestemmingsplan Overeenkomstig de wettelijke vereisten is het ontwerp bestemmingsplan met de daarbij behorende stukken 6 weken ter inzage gelegd in het gemeentehuis van Warmond en via de
landelijke website ruimtelijkeplannen.nl op 25 november 2021. De termijn liep af op 5 januari 2022. In die periode zijn er twee zienswijzen binnengekomen. Vanuit Hoogheemraadschap Rijnland wordt opgemerkt dat de watervergunning met ondertekeningen op 12 januari 2021 een belangrijke passage is voor dit bestemmingsplan. Het project waarmee de afspraken rondom het water zijn gemaakt is een nog te vergunnen project. Pas wanneer de vergunning voor het graven van water op de compensatie locatie akkoord is, kan doorgang vinden om het water ter plaatse van Warmonderhek 5 te Warmond te dempen. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan De zienswijze die is ontvangen vanuit Liander geeft enkel aan dat er geen opmerkingen zijn voor het planvoornemen. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan Vanuit het advies van de ODWH zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: -
-
-
In de regels is de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek aanpast, waarbij de vrijstellingsgrens voor een plangebied kleiner dan 250 m2 is verwijderd. Enkel de vrijstellingsgrens voor werkzaamheden dieper dan 30 cm – mv is geldig. Op het nader onderzoek ecologie zijn twee punten aangedragen. Beide punten zijn tijdens een mailconversatie op 13 januari 2022 opgelost. De ODWH is akkoord gegaan dat in verband met het koude voorjaar hier de afwijking van 10 graden wordt geaccepteerd. Daarnaast is in het nader onderzoek hier extra op aangevuld dat tijdens dit bezoek laatvliegers wel zijn waargenomen in de omgeving. Betreffende punt 2, is hier het vleermuisprocotol verkeerd afgelezen en na een correctie dat de 75% dekkingsgraad enkel tijdens de voorjaarsonderzoeken geldt, is ook dit punt goedgekeurd. In verband met de nieuwste AERIUS release op 20 januari 2022 is een nieuwe stikstofberekening uitgevoerd. De conclusie van de berekening blijft hiermee hetzelfde. De nieuwe bestanden zijn als bijlage toegevoegd.
Het bestemmingsplan Warmonderhek 5, Warmond wordt ter vaststelling aangeboden aan de gemeente inclusief de bovengenoemde aanpassingen.
6.2
Financiële uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat overeenkomstig Hoofdstuk 6 in de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) en de plankosten, deze verhaald moeten kunnen worden op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Tussen de ontwikkelaar en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten, waarmee het kostenverhaal gewaarborgd is. Zowel de gemeentelijke kosten, als de kosten van de initiatiefnemer zijn hiermee gedekt. Gelet hierop is het plan financieel uitvoerbaar.
6.3
Eindconclusie
Geconcludeerd wordt dat het project, in overeenstemming met de in de voorgaande hoofdstukken gegeven omschrijving van het project en projectgebied, zowel ruimtelijk als milieu
hygiënisch inpasbaar is en geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanwezige waarden en belangen.
Bijlagen Bijlage 1. Verkennend onderzoek archeologie met kenmerk IDDS Archeologie rapport 2519 Bijlage 2. Verkennend bodemonderzoek met kenmerk A0028-06/ADR/rap1 Bijlage 3. Verkennend waterbodem onderzoek met kenmerk A0028-06/ADR/rap2 Bijlage 4. Nader bodemonderzoek met kenmerk A0028-02/ADR/rap3 Bijlage 5. Rapport Quickscan Wnb met kenmerk A0028-03/JHO/rap2 Bijlage 6. Nader ecologisch onderzoek met kenmerk A0028-03/SKA/rap1 Bijlage 7. Stikstof berekening Warmonderhek 5, Warmond_rap1_v1.0Bijlage 7a. A0028-07 AERIUS_bijlage_ Warmonderhek 5, Warmond - gebruiksfaseBijlage 8. Akoestisch onderzoek met kenmerk 20-08126.R01.V02 Bijlage 9. Akoestisch onderzoek met kenmerk 20-08126.R01.V01