240415 GRO Hortusplein 2.0
Tekst van het document
Verdeling verkeersgeneratie Om tot de verkeersgeneratie tijdens een werkdag te komen zijn de volgende omrekenfactoren gehanteerd (CROW publicatie 2726): omrekenfactor wonen = 1,11; omrekenfactor supermarkt = 1,2; omrekenfactor horeca = 1,0. Daarnaast beschikt CROW publicatie 256 over een procentuele verdeling naar spitsuur (zie figuur 26). Voor de woonfuncties is uitgegaan van de verdeling voor ‘overige woonmilieus’. Voor de verdeling van het verkeer over de spitsmomenten zijn de uitgangspunten voor ‘detailhandel’ gehanteerd. Voor de horeca is de avondspits opgehoogd van 8% naar 10%. De aanname is dat horeca een hoger aandeel verkeer in de avondspits genereert dan een winkelfunctie. Aangezien CROW niet beschikt over kencijfers voor de verdeling van horeca zijn deze gebaseerd op Goudappel ervaringskencijfers. Figuur 30. Verdeling verkeersgeneratie naar spitsuur (naar CROW-publicatie 256).
De resultaten zijn weergegeven in figuur 27. De verkeerstoename als gevolg van het plan bedraagt ongeveer 1.600 motorvoertuigen tijdens een gemiddelde werkdag. Het grootste deel van deze verkeersbewegingen vindt plaats buiten de spitsuren. Tijdens het avondspitsuur (drukste spitsuur) bedraagt de toename aan verkeersbewegingen ongeveer 130 motorvoertuigen, waarvan de verdeling over aankomsten en vertrekken evenredig is. De toename bedraagt in het drukste uur (avondspits) gemiddeld iets meer dan twee auto’s per minuut.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 53
Gegeven deze toename wordt aangenomen dat de extra verkeersbewegingen opgaan in het reguliere verkeersbeeld, en niet leidt tot het ontstaan van (nieuwe) verkeersknelpunten. Dit is echter afhankelijk van de huidige verkeersintensiteiten op de omliggende infrastructuur. Figuur 31. Verkeersgeneratie toekomstige vs. huidige situatie (bron: Goudappel).
Verkeersafwikkeling Nu de verkeersgeneratie van het plan bekend is kan ook een beoordeling gemaakt worden van de verkeerafwikkeling. Hiervoor is gekeken naar de verkeersafwikkeling op wegvakniveau. De volgende wegvakken zijn beoordeeld: Westerstraat; Hortusplein. Het bouwplan grenst aan de oostkant aan het centrum van Sassenheim, de zuidkant aan de Dorpskerk, de westkant aan de Westerstraat en aan de noordkant aan de Teijlingerlaan. Aan de noordkant is het Hortusplein via een éénrichtingsstraat verbonden met de Teijlingerlaan. Het verkeer kan uit noordelijke richting het Hortusplein betreden. Via de Hortuslaan is het bouwplan in twee richtingen verbonden met de Westerstraat. Aan de oostkant loopt de Hortuslaan over in het Oranjeplaan/Hoofdstraat. Gezien de ligging ten opzichte van het centrum is dit een onlogische route voor het verkeer van of naar het Hortusplein. De logische ontsluitingen van het Hortusplein voor het gemotoriseerd verkeer zijn: aankomend verkeer vanuit noordelijke richting via de Teijlingerlaan – Hortusplein. Aanname is dat 25% van het verkeer gegenereerd door het Hortusplein via de Teijlingerlaan wordt ontsloten; overige verkeer (vertrekkend noord & aankomend/vertrekkend zuid) via de Westerstraat – Hortuslaan. Aanname is dat 75% van het verkeer gegenereerd door het Hortusplein via de Westerstraat wordt ontsloten.
Deze verdeling is weergegeven in figuur 32.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 54
Figuur 32. Verdeling van verkeer (bron: Goudappel).
Wegvakken Westerstraat en Hortusplein De verkeersafwikkeling op omliggende wegennet wordt beoordeeld door eerst te kijken naar de wegvakken Westerstaat en Hortusplein. Westerstraat De Westerstraat is in de gemeentelijke wegencategorisering aangemerkt als erftoegangsweg (ETW) met een maximumsnelheid van 30 km/h en een maximale verwerkingscapaciteit van 5.000 motorvoertuigen tijdens een etmaal. De huidige functie van dit wegvak past niet bij het daadwerkelijk gebruik. De weg wordt namelijk gebruikt als ontsluitingsroute voor zijstraten vanuit de woonwijken en als parkeerroute voor verkeer naar het centrum. Dit past niet bij het beoogde gebruik van een erftoegangsweg, waarvan het ontwerp vooral bedoeld is voor woonstraten. De Westerstraat heeft meer de functie en het gebruik van een gebiedsontsluitingsweg. Dit type weg wordt vaak aangeduid als ‘grijze weg’. In het Mobiliteitsplan van de gemeente Teylingen geeft de gemeente aan dat de Westerstraat in de toekomst (<2025) zal worden ingericht als een ETW30. Zoals hiervoor omschreven past het gebruik van de Westerstraat niet bij dat van een erftoegangsweg, maar meer bij een ontsluitingsweg. Dit blijkt ook uit de verkeerstellingen die zijn uitgevoerd.
Voor dit type grijze wegen heeft CROW een profiel opgesteld, waarbij met een ruim profiel en een snelheidslimiet van 30 km/h een verkeersintensiteit tot 10.000 motorvoertuigen op een etmaal verwerkt kan worden. In het onderzoek van Goudappel is ervan uitgegaan dat de Westerstraat (gezien het huidige gebruik) niet wordt ontworpen als een woonstraat (ETW), maar als een ‘grijze weg’ (ETW30). Ook is aangenomen dat het wegvak Westerstraat gereconstrueerd is voordat het plan Hortusplein is gerealiseerd. Dit is realistisch, aangezien de gemeente in het Mobiliteitsplan aangeeft deze reconstructie voor 2025 te willen uitvoeren. De gemeente wil deze reconstructie zorgvuldig afstemmen op de realisatie van het project Hortusplein en de bredere en actuele ontwikkeling van de verkeersintensiteiten. Daarnaast wil de gemeente ook onderzoeken of de verbinding tussen het nieuwe plein en de Teylingerlaan kan worden afgesloten voor doorgaand autoverkeer met behoud van bereikbaarheid voor bestemmingsverkeer.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 55
Hortusplein Het Hortusplein is momenteel ingericht als eenrichtingsweg en kan daarom gecategoriseerd worden als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom. Een erftoegangsweg in twee richtingen (wegbreedte 4,80 meter) kan tot 3.500 motorvoertuigen in een etmaal verwerken. Het Hortusplein is een éénrichtingweg, dus uitgaand van een gelijkmatige spreiding van het gemotoriseerd verkeer is aangenomen dat 1.750 motorvoertuigen in één richting verkeerveilig verwerkt kan worden. Verkeersintensiteiten Op basis van de verkeerstellingen en de verkeersgeneratie in de huidige situatie is de verkeerssituatie in de huidige situatie bepaald. Vervolgens is het planeffect hieraan toegevoegd, zodat de toekomstige situatie inzichtelijk wordt. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling is de situatie tijdens een werkdagetmaal bepalend. Huidige situatie Uit de verkeerstellingen, uitgevoerd door Bureau de Groot Volker, blijkt de Westerstraat 6.022 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal afwikkelt. Het Hortusplein is een smalle eenrichtingsweg die naar het plan toe leidt. Omdat er geen recente tellingen van dit wegvak beschikbaar zijn is aangenomen dat het verkeer naar de planlocatie (zowel huidig als toekomstig) het enige verkeer is dat gebruikmaakt van het wegvak Hortusplein. In de huidige situatie rijden er 197 motorvoertuigen in een etmaal van en naar de planlocatie.
Aangenomen is dat 25% van deze verkeersbewegingen via het Hortusplein de planlocatie bereikt. Dit zijn 49 motorvoertuigbewegingen tijdens een werkdagetmaal. Toekomstige situatie Het plan genereert 1.595 extra motorvoertuigbewegingen tijdens een werkdagetmaal. De aanname is dat circa 399 (25%) motorvoertuigbewegingen het plan bereikt via het wegvak Hortusplein. De overige 1.196 motorvoertuigbewegingen (75%) bereiken en verlaten het plan via de aansluiting op de Westerstraat. De toekomstige verkeersintensiteiten zijn weergegeven in figuur 33. Figuur 33. Huidige- en toekomstige verkeersintensiteiten rondom het plan (bron: Goudappel).
Door de ontwikkeling van het Hortusplein neemt de verkeersintensiteit op de Westerstaat en het Hortusplein toe. De huidige vormgeving van de Westerstraat is volgens de wegencategorisering van de gemeente Teylingen niet geschikt om de verkeersintensiteit in de huidige- en toekomstige situatie te verwerken. Wanneer de Westerstraat gereconstrueerd wordt ontstaat de mogelijkheid om het wegvak geschikt te maken voor het huidige- en toekomstige gebruik. Voor het Hortusplein geldt dat het verkeer in de plansituatie zal toenemen, maar dat er ruimschoots voldoende restcapaciteit is om het planverkeer te verwerken.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 56
Conclusie Parkeren: met de ontwikkeling van het Hortusplein worden 46 parkeerplaatsen extra gerealiseerd. Het maatgevende moment ligt op de koopavond met een parkeerbehoefte van 43 parkeerplaatsen. Dit betekent dat het bouwplan voorziet in een passende parkeeroplossing. Verkeersgeneratie: de verkeerstoename van het plan tijdens spitsuren is verkeerskundig beperkt. Tijdens het drukste avondspitsuur genereert het bouwplan een toename van circa 130 motorvoertuigbewegingen, wat resulteert in twee extra motorvoertuigbewegingen per minuut. Op etmaalniveau zorgt het plan voor een toename van bijna 1.600 motorvoertuigbewegingen. Verkeersafwikkeling: door de ontwikkeling van het Hortusplein nemen de intensiteiten op de Westerstraat en het Hortusplein toe. Op de Westerstaat past de huidige verkeersintensiteit al niet bij de wegcategorisering volgens het gemeentelijk beleid. Het plan versterkt dit effect. De gemeente Teylingen is voornemens om de Westerstraat te reconstrueren. Dit biedt de mogelijkheid om dit wegvak niet in te richten als woonstraat, maar om het wegvak geschikt te maken voor de toekomstige verkeersfunctie. Op het Hortusplein kan het verkeer zowel in de huidige- als toekomstige situatie verwerkt worden. Er is ruime restcapaciteit beschikbaar.
WATER Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 57
Nationaal Waterplan Bij de ontwikkeling van locaties in het stedelijk gebied wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. In dit kader moedigt het rijk het waterwonen aan. Waterwonen kan een bijdrage leveren aan een klimaatbestendige inrichting van Nederland, omdat deze woonvorm gecombineerd kan worden met ruimte voor water. Bij de aanpak van de stedelijke wateropgave wordt rekening gehouden met verdergaande verstedelijking en klimaatverandering en zoveel mogelijk aangesloten bij de dynamiek van de stad. De uitvoering van maatregelen wordt gecombineerd met herstructurering van bestaand bebouwd gebied en de realisatie van groen in en om de stad. De combinatie van water en groen biedt volop kansen om het stedelijk watersysteem robuuster en klimaatbestendiger te maken. Goede verbindingen tussen het stedelijk watersysteem en het ommeland dragen bij aan een goede kwaliteit van water en landschap. Water biedt kansen voor verbetering van de leefomgeving in bestaand (groot)stedelijke gebied. Beleid hoogheemraadschap van Rijnland Waterbeheerplan Het algemeen bestuur van Rijnland heeft in 2022 het Waterbeheerprogramma ‘Water wijst de weg’ (WBP6) vastgesteld, voor de periode 2022 tot en met 2028.
WBP6 gaat er van uit dat goed waterbeheer van levensbelang is om in Rijnland te kunnen wonen, werken en genieten, overal en voor iedereen. Daarom is de boodschap: alleen samen kunnen we onze leefomgeving gezonder en duurzamer maken. Hoe het hoogheemraad van Rijnland dat aanpakt en wat de plannen zijn voor de komende zes jaar presenteert Rijnland in WBP6. Keur en Uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is het hoogheemraadschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan: het onttrekken en lozen van grondwater; het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningsplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt.
Hemelwater Indien een toename van het verhard oppervlak plaatsvindt, dient de initiatiefnemer een verhard oppervlak ter grootte van minimaal 15 % van het nieuw aan te leggen verhard oppervlak te reserveren voor extra open water (bij een toename aan verhard oppervlak vanaf 500 m² tot 5.000 m²). Het nieuwe open water moet aangesloten worden op het bestaande watersysteem. Uitgangspunt is dat de aanleg van verhard oppervlak geen negatieve gevolgen mag hebben op het watersysteem. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met het hoogheemraadschap afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat het hoogheemraadschap uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater.
De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 58
De Gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Zorgplicht en preventieve maatregelen voor hemelwater Voor de verwerking van hemelwater wijst het hoogheemraadschap op de zorgplicht en op het nemen van preventieve maatregelen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan maatregelen bij de bron. Preventie heeft de voorkeur boven ‘end-of-pipe’ maatregelen. Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater mag veroorzaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen door bijvoorbeeld: duurzaam bouwen; het toepassen berm- of bodempassage; toezicht en controle tijdens de aanlegfase en handhaving tijdens de beheerfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen; het regenwaterriool uit te voeren met (straat)kolken voorzien van extra zand- slibvang of zakputten (putten met verdiepte bodem) op tactische plekken in het stelsel; adequaat beheer van straatoppervlak, straatkolken en zakputten (straatvegen en kolken/putten zuigen); het toepassen van duurzaam onkruidbeheer; de bewoners, gebruikers en beheerders voor te lichten over de werking van de
riolering en een juist gebruik hiervan; het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en repareren en chemische onkruidbestrijding. Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of – als laatste keus – aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente in overleg met het hoogheemraadschap kiezen voor een generieke ‘end-of-pipe’ aanpak. Deze keuze moet dan expliciet gemaakt worden in het GRP. Watertoets De ‘watertoets’ is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In de voorliggende waterparagraaf worden de uitkomsten van een eventueel overleg opgenomen.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van Hoogheemraadschap van Rijnland. In dit kader is door initiatiefnemer overleg gevoerd met Rijnland over de wateraspecten binnen dit plan. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Waterkwantiteit In het kader van de Keur is compensatie nodig indien er meer dan 500 m2 verharding toegevoegd wordt binnen het plangebied. Om dit te toetsen is er een vergelijking gemaakt tussen de bestaande situatie en nieuwe situatie. Dit document is als bijlage terug te vinden. Vooruitlopend op de nieuwe waterschapsverordening (vanaf 1 januari 2024 in werking) is rekening gehouden met de percentages verharding die voor tuinen gelden, gerelateerd aan de grootte:
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 59
Figuur 34. Percentages verharding voor tuinen (bron: Rijnland, waterschapsverordening).
In onderstaande tabel is de verharding weergegeven. Figuur 35. Verharding bestaande en nieuwe situatie (bron: Groosman, eigen bewerking).
Bestaande situatie Nieuwe situatie
Verhard 7.835 m2 8.227 m2 392 m2 toename
Onverhard 1.065 m2 673 m2
Er is sprake van een toename van 392 m2 aan verharding ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee wordt de grens van 500 m2 niet overschreden en is watercompensatie op basis van de Keur niet nodig. Klimaatadaptief bouwen In het kader van de klimaatverandering en de toename aan heftige regenbuien wordt aandacht besteed aan klimaatadaptief bouwen. Zo worden er retentiekratten onder het groene dak van het woongebouw gerealiseerd die tijdelijk hemelwater kunnen bergen en dit daarna vertraagt afgevoerd kan worden. Daarnaast wordt dit hemelwater gebruikt voor de bewatering van het groene dak. Verschillende tuinen die grenzen aan het plangebied zijn laaggelegen ten opzichte van de aangrenzende bestaande supermarkt. In de tuinen is sprake van enige wateroverlast na veel regen. Bij het bepalen van de aanleghoogte van de eengezinswoningen en de omliggende infrastructuur wordt hiermee rekening gehouden en verdient dit bijzondere aandacht. Beschermde gebieden Op basis van de legger van Rijnland is te zien dat de projectlocatie niet is gelegen in de beschermingszone van een waterkering.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 60
Figuur 36. Uitsnede legger Rijnland, projectgebied in rood kader.
Riolering De hemelwaterafvoer wordt geregeld conform de LIOR van de gemeente Teylingen met als bijzonder aandachtspunt de hemelwaterafvoer van de eengezinswoningen. Onderzocht zal worden of het mogelijk is het hemelwater af te koppelen in de sloot.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
(VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 61
De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer.
Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.
Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van een supermarkt, 59 woningen en circa 396 m2 commerciële ruimte ten behoeve van horeca inclusief een nieuw parkeerplein. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie m.e.r. Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld. De aanmeldnotitie met daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling van 14 december 2023 is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Geconcludeerd kan worden dat de voorliggende ontwikkeling geen significant negatieve milieueffecten met zich meebrengt en dan een nadere m.e.r.-beoordeling niet nodig is.
Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 62
5
BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Ten behoeve van de herontwikkeling aan het Hortusplein te Sassenheim is een overeenkomst gesloten tussen Gemeente Teylingen en initiatiefnemer. Hierin wordt overeengekomen dat op het moment er sprake is van planschade, voortvloeiend uit voorliggende planologische mutatie, deze schade in zijn geheel ten laste komt aan initiatiefnemer.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Participatie Er is op 3 oktober 2023 een bewonersavond georganiseerd voor de direct belanghebbenden en een deel van de bewoners aan de Teylingerlaan. Op die avond zijn ook de eigenaren van Hortusplein 6 uitgenodigd. Kort daarna, op 10 oktober 2023 is een grootschalige inloopavond voor de directe omgeving georganiseerd waar alle omwonende en ondernemers uit de omgeving welkom waren de plannen te bekijken. Als aanvulling hierop hebben er ook nog persoonlijke gesprekken plaatsgevonden bij directe belanghebbenden. Van deze bijeenkomsten is een participatieverslag gemaakt welke terug te vinden is in de bijlage. De volgende aanpassingen in de planvorming zijn/worden doorgevoerd naar aanleiding van de bijeenkomsten: Het achterpad, ter hoogte van de grondgebonden woningen wordt aangepast. Met gemeente zal worden besproken hoe deze zone kan worden aangemerkt als auto te gast en enkel toegankelijk kan zijn voor bestemmingsverkeer; Er is sprake van wateroverlast in het gebied door de huidige aanleghoogte van het centrum. Initiatiefnemer zal hier door een infra specialist naar laten kijken; Bewoners moeten ten alle tijden het erf kunnen verlaten, parkeerplaatsen moeten hiervoor worden aangepast; Toegang parkeerterrein thans voorzien van 1 in en uitrit. In de nieuwe situatie is uitgegaan van een separate in en uitrit aan de Westerstraat.
Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 63
6
CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID De initiatiefnemer heeft als doel het gebied rondom het Hortusplein te herontwikkelen. Hiervoor worden 48 bestaande woningen en de voormalige supermarkt gesloopt en komt een nieuwe supermarkt terug met commerciële ruimte voor horeca en met daarop 48 bovenwoningen. Ook wordt een parkeerterrein aangelegd en nog eens 11 rijwoningen. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 23115.RO
Pagina | 64