2. Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout_vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Tussen beide woonpercelen blijft een incourant stukje eersteklas bollenrgrond over en de bedrijfsvoering van de tuinder nabij de Oude Herenweg 17B wordt mogelijk belemmerd. Uitbreiding van het woonperceel valt onder de GOM-regeling. Tot slot wordt opgemerkt dat geen rekening wordt gehouden met de dubbele carport. De beoogde kwaliteitsverbetering wordt met het voorliggende plan alsnog gerealiseerd door de sloop van de kassen. De omvang van het woonperceel Oude Herenweg 19 is onder andere afgestemd op de bestaande bomensingel en tuin. Het opnemen van de singel en de grond tussen de singel en de woning resulteert in het grotere woonperceel. In verband hiermee wordt, conform de ISG, een financiële afdracht gedaan aan de GOM voor de extra te onttrekken bollengrond. De oppervlakte aan bijgebouwen, die gehandhaafd blijft, is een doorzetting van eerder gemaakte afspraken op basis van de toenmalige Ruimte voor ruimteregeling. Gezien de geringe afmeting van de te behouden bebouwing en gezien het feit dat de totale oppervlakte
31
aan bedrijfsgebouwen valt binnen de toegestane hoeveelheid bebouwing voor bollenteelt is dat in dit geval geen bezwaar. De voorkeurslocatie van de woonkavel Oude Herenweg 17B volgt uit het landschapsadvies uit 2006. Genoemd is de situering tegenover de woning aan de oostzijde van de Oude Herenweg. In het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 2015-04-30) is het bouwvlak op deze positie al aangegeven. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een combinatie van het handhaven van de genoemde zichtlijn en van een bruikbaar stuk bollengrond tussen beide woonpercelen. Over de uitbreiding van het woonperceel Oude Herenweg 17B naar 1.000 m2 zijn de initiatiefnemer en de GOM met elkaar in overleg over compensatie. Tot slot wordt in de toelichting melding gemaakt van de dubbele carport. Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap heeft geen bezwaren tegen het bestemmingsplan. 6.2.2
Inspraak
Verzocht wordt om de twee bouwblokken tegen elkaar te schuiven zodat een goed bewerkbaar en toegankelijk stuk bollengrond overblijft. Gevraagd wordt om de inhoudsmaat van 750 m3 voor de ruimte voor ruimtewoning aan te houden en de maximale grootte van het woonperceel van 1.000 m2. De te handhaven oppervlakte aan bijgebouwen is bijna 200 m2. Dit is in strijd met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van het opruimen van verrommeling, het handhaven van zicht en open landschap. Tot slot wordt gevraagd om op een kaart inzichtelijk te maken wat de exacte maten en grenzen zijn. De voorkeurslocatie van de woonkavel Oude Herenweg 17B volgt uit het landschapsadvies uit 2006. Genoemd is de situering tegenover de woning aan de oostzijde van de Oude Herenweg. In het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 2015-04-30) is het bouwvlak op deze positie al aangegeven. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een combinatie van het handhaven van de genoemde zichtlijn en van een bruikbaar stuk bollengrond tussen beide woonpercelen. In het voorontwerpbestemmingsplan wordt ten aanzien van de inhoud van de ruimte voor ruimtewoning aangesloten bij de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied van 750 m3. Bovendien heeft de al vergunde woning Oude Herenweg 17B een inhoud die voldoet aan deze maximale maatvoering.
De omvang van het woonperceel Oude Herenweg 19 is onder andere afgestemd op de bestaande bomensingel en tuin. Het opnemen van de singel en de grond tussen de singel en de woning resulteert in het grotere woonperceel. In verband hiermee wordt, conform de ISG, een financiële afdracht gedaan aan de GOM voor de extra te onttrekken bollengrond. De oppervlakte aan bijgebouwen, die gehandhaafd blijft, is een doorzetting van eerder gemaakte afspraken op basis van de toenmalige Ruimte voor ruimteregeling. Gezien de geringe afmeting van de te behouden bebouwing en gezien het feit dat de totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen valt binnen de toegestane hoeveelheid bebouwing voor bollenteelt is dat in dit geval geen bezwaar. Als bijlage bij de nota van beantwoording vooroverleg- en inspraakreacties is een kaart opgenomen waarop de maten en grenzen van de ontwikkelingen zijn aangegeven.
6.3
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft van donderdag 24 november tot en met woensdag 4 januari 2023 ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingebracht. De beantwoording van de zienswijze is opgenomen in de Nota van beantwoording, opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
32
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een initiatief dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het voornemen. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13,tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De bestemmingsplanprocedure, inclusief de kosten die samenhangen met het ontrekken van de 600 m2 aan bollengrond, komen voor rekening van aanvrager. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat. Voor de gemeente zijn er verder geen kosten te verhalen. Hiermee kan afgezien worden van het vaststellen van een exploitatieplan.
De economische uitvoerbaarheid van dit initiatief wordt met het afsluiten van de anterieure overeenkomst aangetoond. Eventueel uit te keren planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hierover zijn afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. Op basis van deze gegevens kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
33
34
Bijlagen bij toelichting
35
Bijlage 1 Watertoets
36
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 22-12-2021
Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Geen belang procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
22-12-2021, 13:20
P agina 1 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt, zonder fys ieke aanpas s ing ten opzichte van de bes taande s ituatie? ja
2.
Wordt als onderdeel van het plan riolering aangelegd/vernieuwd? nee
3.
Is er s prake van een toename van lozing [huis houdelijk of bedrijfs matig afvalwater] in het landelijk gebied groter dan 5 huis houdens of in het s tedelijk gebied groter dan 15 huis houdens ? nee
22-12-2021, 13:20
P agina 2 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Geen belang procedure Er is geen waterbelang bij uw ruimtelijke activiteit.
Wat moet ik doen? U volgt de korte procedure. Dit houdt in dat u zelfs tandig een waterparagraaf moet ops tellen, waarin u toelicht hoe u op een goede manier omgaat met de relevante wateras pecten. Onder het kopje 'achtergrond' hebben wij een s tandaardwaterparagraaf toegevoegd. Wij verzoeken u deze waterparagraaf aan te vullen met de gegevens van uw plan. We vragen u deze waterparagraaf ter controle aan ons voor te leggen. Wanneer wij een pos itief advies verlenen kunt u de waterparagraaf invoegen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan.
Waar moet ik op letten? Eventueel vereis te (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de mees te gevallen de gemeente bevoegd gezag is , dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.
Achtergrondinformatie
22-12-2021, 13:20
P agina 3 van 3
https://dewatertoets.nl
Bijlage 2 Nota van beantwoording vooroverleg- en inspraakreacties
40
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Nota van beantwoording vooroverleg- en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
31 oktober 2022 Fariq Ishaak domein Ruimte
0
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Inhoudsopgave Inleiding Vooroverlegreacties Inspraakreacties Conclusie Bijlage
2 3 8 11 12
1
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Inleiding Op 16 augustus 2022 heeft het college besloten om het voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout voor te leggen aan de vooroverlegpartners conform artikel 3.1.1 Bro en ter inzage te leggen voor inspraak. Het plan bestaat uit: - het vergroten van het bestaande woonperceel Oude Herenweg 17B van 434 m2 naar de gangbare woonperceeloppervlakte van 1000 m2. - het veranderen van de bestaande bedrijfswoning met bijbehorend perceel naar een burgerwoning met bijbehorend perceel. - de sloop van ca. 6200 m2 bestaande kassen. De vooroverleg- en inspraaktermijn liep van donderdag 25 augustus tot en met woensdag 5 oktober. Er zijn vier vooroverlegreacties en één inspraakreactie ingebracht. In deze nota worden de ingediende inspraak- en vooroverlegreacties beantwoord.
2
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
2
Vooroverlegreacties
In het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan relevante (overheids)instanties in de gelegenheid moeten worden gesteld om een vooroverlegreactie in te dienen. Van de volgende 4 instanties is een reacties ontvangen. De beantwoording van de reacties is in de daaropvolgende tabel opgenomen. In de tweede en derde kolom van die tabel wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Nr. 1.01 1.02 1.03
1.04
1.01
Naam Brandweer VRHM Provincie Zuid-Holland Cultuurhistorisch genootschap Duin- en Bollenstreek Hoogheemraadschap van Rijnland
Onderwerp Geen bezwaren, enkele aandachtspunten Geen bezwaren, enkele tekstuele opmerkingen Voldoet niet aan beleidsuitgangspunten ten aanzien van bollengebied Geen bezwaren, enkele aandachtspunten
VRHM (Brandweer)
Reactie
Beantwoording
Er zijn geen bijzonderheden ten aanzien van de bereikbaarheid voor hulpdiensten en ook geen bijzonderheden ten aanzien van de bluswaterwinning (brandkraan en open water zijn aanwezig). De opkomsttijd van de brandweer is elf minuten. Voor een reguliere woonfunctie geldt echter een zorgnormtijd van acht minuten. Met het aanbrengen van extra rookmelders in de verblijfsruimten van de woning krijgen bewoners meer gelegenheid de woning veilig te verlaten indien zich een woningbrand voordoet. Naast het scenario ‘Gebouwbrand’ is het scenario vliegtuigongeval relevant in verband met de aanvliegroute van Schiphol Airport. Voor dit scenario zijn er echter geen specifieke adviezen. Aanpassing van het bestemmingsplan op dit punt is ook niet nodig.
Dit punt wordt voor kennisgeving aangenomen.
Aanpassing bestemmingsplan Nee.
De woningen zijn al aanwezig dan wel vergund. Aan de initiatiefnemer is daarom doorgegeven dat het aanbrengen van extra rookmelders zeer wenselijk is.
Nee.
Dit punt wordt voor kennisgeving aangenomen.
Nee.
3
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
1.02
Provincie Zuid-Holland
Reactie
Beantwoording
Graag verduidelijken of een bedrijfswoning (nummer 19) wordt omgezet naar een plattelandswoning en of dan ook de mogelijkheid om een bedrijfswoning toe te passen bij het achtergebleven bedrijf verdwijnt. In hoeverre is dat dan milieutechnisch passend, ook met een nieuwe burgerwoning? Graag de historie toelichten, aangezien het in 2006 begon met een Ruimte voor ruimte-verzoek.
De bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning en er is inderdaad geen bedrijfswoning meer mogelijk ter plaatse. Er is geen belemmering vanuit milieu. Dit blijkt uit advies van de ODWH.
Er is op dit punt een aanvulling gedaan op de al aanwezige beschrijving van de historie in de plantoelichting.
Ja.
In de provinciale Omgevingsverordening staat dat het bestemmingsplan ook kan voorzien in woningen als bedoeld in de ISG. In de plantoelichting ontbreekt echter een stukje tekst over hoe dit plan is afgestemd met de GOM en hoe dit vanuit de ISG wordt gefaciliteerd.
Er is in de plantoelichting een tekst opgenomen die meer inzicht geeft in de relatie met de ISG en de GOM.
Ja.
1.03
Aanpassing bestemmingsplan Nee.
Cultuurhistorisch genootschap Duin- en Bollenstreek
Reactie
Beantwoording
Er is geen sprake van een duurzame kwaliteitsverbetering zoals beoogd met de Ruimte voor ruimteregeling. Mogelijk heeft de gemeente de sloop van de glasopstanden onvoldoende juridisch vastgelegd en vallen de glasopstanden onder het overgangsrecht. Graag verneemt het CHG hierover.
Het klopt dat de kassen onder het overgangsrecht vallen. Het klopt ook dat er geen anterieure overeenkomst was gesloten op basis waarvan deze sloop kon worden gehandhaafd. Dit was in 2006 overigens ook niet de praktijk bij bestemmingsplanprocedures; pas in 2008 ging deze verplichting in op basis van de nieuw in werking getreden Wet ruimtelijke ordening (Wro). Er was destijds daarom niet voorzien in een volledig juridische borging voor de sloop van de glasopstanden, anders dan het zogenaamd wegbestemmen van de glasopstanden. De beoogde kwaliteitsverbetering kan met het huidige plan nu alsnog gerealiseerd worden.
Aanpassing bestemmingsplan Nee.
4
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Er blijft een incourant stukje eersteklas bollengrond over tussen de beoogde woonpercelen. Het agrarisch advies kan op dit punt ook in twijfel worden getrokken. Het woonperceel van 17B kan beter aansluiten bij het perceel van nummer 19. Daardoor zou de bollengrond ter plaatse van de huidige locatie van nummer 17B wel gebruikt kunnen worden. Bijkomend voordeel is dat nummer 17B dan ook niet meer ligt in de zichtlijn van de woning aan de Oude Herenweg 16.
De gronden met de bestemming Wonen-1 zijn niet alleen bestemd voor het oprichten van een vrijstaande woning, maar geven ook de mogelijkheid om op 1 meter achter de erfgrens een verblijfsruimte van 50 m2 te bouwen. Dit heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering voor de tuinder nabij Oude Herenweg 17B.
Voor de principemedewerking in 2006 is landschapsadvies gevraagd, aangezien nieuwbouw alleen mag plaatsvinden indien de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert en landschapswaarden niet aangetast mogen worden. In het gevraagde advies wordt geconcludeerd dat gezien het feit dat een relatief grote oppervlakte aan glas wordt teruggebracht naar bollengrond er sprake is van verbetering van de landschappelijke waarde ter plaatse. Daarnaast treedt een verbetering op in de zichtlijnen.
Nee.
Voorwaarde daarbij is dat de te bouwen woning dusdanig gesitueerd wordt dat deze de openheid van het landschap zo min mogelijk aantast. Als voorkeurslocatie wordt daarbij genoemd de situering tegenover de woning aan de oostzijde van de Oude Herenweg. In het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 2015-04-30) is het bouwvlak op deze positie al aangegeven. In het voorliggende, bestemmingsplan is deze locatie overgenomen, zodat bebouwing wordt geclusterd en zo min mogelijk verrommeling optreedt. Het bestemmingsplan voorziet in een combinatie van het handhaven van de genoemde zichtlijn en van een bruikbaar stuk bollengrond tussen beide woonpercelen. Er is onderzocht in hoeverre een nieuwe woonfunctie een belemmerend effect heeft op omliggende bedrijven en in hoeverre er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het resultaat is dat er geen belemmerend effect optreedt voor omliggende bedrijven. Ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat is in het bestemmingsplan opgenomen dat er beplanting wordt gerealiseerd, dan wel gehandhaafd als bescherming tegen gewasbeschermingsmiddelen.
Nee.
5
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Het perceel nummer 19 voldoet niet aan de Ruimte voor ruimteregeling; er wordt een woonperceel van ruim meer dan 1000 m2 gerealiseerd. Daarnaast wordt er meer dan 50 m2 aan bijgebouwen toegestaan. In plaats hiervan had ook een sloopvergoeding aan de GOM gevraagd kunnen worden. Hiermee wordt een ongewenst precedent geschapen.
Er is in de bestaande situatie al sprake van een bomensingel. Dit is een landschapselement dat ook de nodige bescherming biedt tegen gewasbeschermingsmiddelen en moet daarom gehandhaafd blijven in de nieuwe situatie. Het is daarnaast al onderdeel van het bestaande woonperceel als tuin. Het opnemen van de singel en de grond tussen de singel en de woning resulteert in het grotere woonperceel.
Nee.
Er wordt conform de ISG een financiële afdracht gedaan aan de GOM voor de extra te onttrekken bollengrond. Het gaat hier om het doorzetten van eerder gemaakte afspraken op basis van de toenmalige Ruimte voor ruimteregeling. Echter, nu wordt de GOM betrokken als het gaat om financiële compensatie voor bollengrond. Het college heeft al ten tijde van de principemedewerking in 2006 besloten dat het ketelhuis en de schuur gehandhaafd mogen blijven. De bedrijfsruimte kan worden gebruikt voor de opslag van producten en machines ten behoeve van de bollenteelt.
De uitbreiding van het woonperceel naar 1000 m2 valt onder de GOM-regeling. De GOM-regeling zou hier dan ook moeten worden toegepast. Er treedt anderzijds wel een waardevermeerdering op voor de initiatiefnemer. Op deze manier is deze ontwikkeling financieel nadelig voor de streek.
Gezien de geringe afmeting van de te behouden bebouwing en gezien het feit dat de totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen valt binnen de toegestane hoeveelheid bebouwing voor bollenteelt is dat in dit geval geen bezwaar. De woning nummer 17B is al vergund op basis van sloop van de glasopstanden. De woning nummer 19 is al aanwezig, maar verandert alleen van gebruik, namelijk van bedrijfswoning naar burgerwoning. Er kan daarom geen sprake zijn van een GOM-woning met bijbehorende afdracht.
Nee.
Overigens zijn de initiatiefnemer en de GOM wel met elkaar in overleg over compensatie voor het uitbreiden van de woonfunctie
6
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
enerzijds en de sloop van 1200 m2 extra glasopstanden anderzijds.
Voor de bebouwde oppervlakte moet ook rekening worden gehouden met de aanwezige dubbele carport.
1.04
In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt nu ook de carport genoemd.
Ja.
Hoogheemraadschap van Rijnland
Reactie
Beantwoording
Er zijn geen bezwaren tegen het bestemmingsplan; de waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding en voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Graag kennisnemen van de in de vooroverlegreactie gegeven aanvullende informatie.
Dit punt wordt voor kennisgeving aangenomen.
Dit punt wordt voor kennisgeving aangenomen.
Aanpassing bestemmingsplan Nee.
Nee.
7
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
3
Inspraakreacties
Er is in de inspraakperiode één inspraakreactie ingebracht. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de opmerkingen die naar voren zijn gebracht in deze inspraakreactie. In de eerste kolom van deze tabel staat een samenvatting van de inspraakreactie, in de tweede kolom de beantwoording hierop en in de derde kolom of dit al dan niet leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Reactie
Beantwoording
Bij het ingediende voorontwerp ontstaan er 2 bouwblokken en tuinen (inclusief alle rechten) over de lengte van het hele perceel ± 140 meter lang. Als het perceel 17b tegen het perceel 19 aan gesitueerd wordt, blijft er een goed bewerkbaar en toegankelijk stuk bollengrond over. Het landschap wordt minder verdicht en het zicht dat ontstaat door het afbreken van de kas blijft intact. Schuif daarom beide bouwblokken tegen elkaar.
Voor de principemedewerking in 2006 is landschapsadvies gevraagd, aangezien nieuwbouw alleen mag plaatsvinden indien de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert en landschapswaarden niet aangetast mogen worden. In het gevraagde advies wordt geconcludeerd dat gezien het feit dat een relatief grote oppervlakte aan glas wordt teruggebracht naar bollengrond er sprake is van verbetering van de landschappelijke waarde ter plaatse. Daarnaast treedt een verbetering op in de zichtlijnen.
In de raadsmededeling staat een inhoudsmaat van 780 m3 voor de zgn. Ruimte voor ruimtewoning. Er is echter 750 m3 toegestaan volgens het beleid. Als dit een fout is, graag corrigeren. Anders graag toelichten waarom de maximaal toegestane inhoud hier mag worden overschreden.
Voorwaarde daarbij is dat de te bouwen woning dusdanig gesitueerd wordt dat deze de openheid van het landschap zo min mogelijk aantast. Als voorkeurslocatie wordt daarbij genoemd de situering tegenover de woning aan de oostzijde van de Oude Herenweg (zie eerdere opmerking), ofwel de in het bestemmingsplan opgenomen locatie, zodat bebouwing wordt geclusterd en zo min mogelijk verrommeling optreedt. Op basis van de principemedewerking in 2006 geldt dat voor de sloop van glasopstanden boven de 5000 m2 de resterende te slopen glasopstanden (namelijk ca. 1200 m2) naar rato zouden mogen worden gebruikt voor een grotere Ruimte voor ruimtewoning. Echter, de glasopstanden zijn uiteindelijk
Aanpassing bestemmingsplan Nee.
Nee.
8
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Het woonperceel van nummer 19 wordt vergroot van 1000 m2 naar 1700 m2. Dit is zonde van de 1e klas bollengrond en in strijd met het beleid. Handhaaf de maximale grootte van 1000 m2.
Door de aanvrager wordt verzocht om de agrarische bedrijfsschuur van 96 m2 en het
niet gesloopt voordat de omgevingsvergunning voor deze Ruimte voor ruimtewoning op nummer 17B is verleend. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied Teylingen is geen specifieke bouwregeling opgenomen voor dit perceel. Daarnaast zal de sloop van ca. 1200 m2 extra glas door de GOM aan de aanvrager worden vergoed in plaats van dat er een grotere woning mag worden gebouwd. Daarom wordt in het voorontwerpbestemmingsplan aangesloten bij de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied van 750 m3. Bovendien heeft de al vergunde woning Oude Herenweg 17B een inhoud die voldoet aan deze maximale maatvoering. Er is in de bestaande situatie al sprake van een bomensingel. Dit is een landschapselement dat ook de nodige bescherming biedt tegen gewasbeschermingsmiddelen en moet daarom gehandhaafd blijven in de nieuwe situatie. Het is daarnaast al onderdeel van het bestaande woonperceel als tuin. Het opnemen van de singel en de grond tussen de singel en de woning resulteert in het grotere woonperceel. Het is niet wenselijk om een onbruikbaar stukje bollengrond te handhaven. Financiële compensatie aan de GOM is wenselijker en deze financiële afdracht wordt ook gedaan. Dit is ook geborgd met de gesloten anterieure overeenkomst. Bovendien resulteert het plan per saldo in een toename van het areaal 1e klas bollengrond met de verwijdering van de kassen.
Het college heeft al ten tijde van de principemedewerking in 2006 besloten dat het ketelhuis en de schuur
Nee.
Nee.
9
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
ketelhuis van 48 m2 te handhaven in de nieuwe situatie. Deze bebouwde oppervlakte komt bovenop de al bestaande dubbele carport. Hiermee komt de oppervlakte aan bijgebouwen op bijna 200 m2. Dit is in strijd met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van het opruimen van verrommeling, het handhaven van zicht en open landschap.
Graag een kaart met exacte maten en grenzen, en een uitleg ten aanzien van de oppervlaktematen van de te slopen kassen, de nieuwe woonpercelen en de vrijkomende bollengrond.
gehandhaafd mogen blijven. De bedrijfsruimte kan worden gebruikt voor de opslag van producten en machines ten behoeve van de bollenteelt. Gezien de geringe afmeting van de te behouden bebouwing en gezien het feit dat de totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen valt binnen de toegestane hoeveelheid bebouwing voor bollenteelt is dat in dit geval geen bezwaar. Zie de bijgevoegde tekeningen als bijlage bij deze nota. Hieruit blijkt het volgende.
Nee.
De oppervlakte van de twee woonkavels gezamenlijk (bestemming Wonen en Tuin) bedraagt 2.760 m2. De overige gronden tussen de woonkavels behouden de geldende bestemming ten behoeve van bollenteelt. Op een deel van deze grond is de (bestaande) groensingel aanwezig van het woonperceel Oude Herenweg 19. De oppervlakte van het gedeelte van tussen de woonkavels bedraagt circa 2.080 m2. Het niet-gearceerde gedeelte van de kaart, inclusief de woonkavels bedraagt dus: 2.760 + 2.080 = 4.840 m2.
10
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
4
Conclusie
Als resultaat uit het vooroverleg en de inspraak wordt op drie punten de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan aangepast.
11
Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Bijlage bij nota
12
Bijlage 3 Nota van beantwoording zienswijze
54
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
9 januari 2022 Fariq Ishaak domein Ruimte
0
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
Inleiding Op 15 november 2022 heeft het college besloten om de beantwoording van de op het voorontwerpbestemmingsplan ingekomen vooroverleg- en inspraakreacties vast te stellen en het ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout voor zienswijzen ter inzage te leggen. Het plan bestaat uit: - het vergroten van het bestaande woonperceel Oude Herenweg 17B van 434 m2 naar de gangbare woonperceeloppervlakte van 1000 m2. - het veranderen van de bestaande bedrijfswoning met bijbehorend perceel naar een burgerwoning met bijbehorend perceel. - de sloop van ca. 6200 m2 bestaande kassen. De zienswijzentermijn liep van donderdag 24 november tot en met woensdag 4 januari 2023. Er is één zienswijze ingebracht. In deze nota wordt de ingebrachte zienswijze beantwoord.
1
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
2
Zienswijze en beantwoording
Reactie
Beantwoording
Er is geen sprake van een duurzame kwaliteitsverbetering zoals beoogd met de Ruimte voor ruimteregeling. De gemeente heeft de sloop van de glasopstanden onvoldoende juridisch vastgelegd en daardoor vallen de glasopstanden onder het overgangsrecht. De gemeente heeft onzorgvuldig gehandeld.
Het klopt dat de kassen onder het overgangsrecht vallen. Het klopt ook dat er geen anterieure overeenkomst was gesloten op basis waarvan deze sloop kon worden gehandhaafd. Dit was in 2006 overigens ook niet de praktijk bij bestemmingsplanprocedures; pas in 2008 ging deze verplichting in op basis van de nieuw in werking getreden Wet ruimtelijke ordening (Wro). Er was destijds daarom niet voorzien in een volledig juridische borging voor de sloop van de glasopstanden, anders dan het zogenaamd wegbestemmen van de glasopstanden. De beoogde kwaliteitsverbetering kan met het huidige plan nu alsnog gerealiseerd worden. De gemeente deelt dit standpunt van de indiener daarom in zijn geheel niet. Voor de principemedewerking in 2006 is landschapsadvies gevraagd, aangezien nieuwbouw alleen mag plaatsvinden indien de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert en landschapswaarden niet aangetast mogen worden. In het gevraagde advies wordt geconcludeerd dat gezien het feit dat een relatief grote oppervlakte aan glas wordt teruggebracht naar bollengrond er sprake is van verbetering van de landschappelijke waarde ter plaatse. Daarnaast treedt een verbetering op in de zichtlijnen.
Er blijft een incourant stukje eersteklas bollengrond over tussen de beoogde woonpercelen. Het agrarisch advies kan op dit punt ook in twijfel worden getrokken. Het woonperceel van 17B kan beter aansluiten bij het perceel van nummer 19. Daardoor zou de bollengrond ter plaatse van de huidige locatie van nummer 17B wel gebruikt kunnen worden. Bijkomend voordeel is dat nummer 17B dan ook niet meer ligt in de zichtlijn van de woning aan de Oude Herenweg 16.
Aanpassing bestemmingsplan Nee.
Nee.
Voorwaarde daarbij is dat de te bouwen woning dusdanig gesitueerd wordt dat deze de openheid van het landschap zo min mogelijk aantast. Als voorkeurslocatie wordt daarbij genoemd de situering tegenover de woning aan de oostzijde van de Oude Herenweg. In het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 2015-04-30) is het bouwvlak op deze positie al aangegeven. In het voorliggende, bestemmingsplan is deze locatie overgenomen, zodat bebouwing
2
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
wordt geclusterd en zo min mogelijk verrommeling optreedt. Het bestemmingsplan voorziet in een combinatie van het handhaven van de genoemde zichtlijn en van een bruikbaar stuk bollengrond tussen beide woonpercelen.
De gronden met de bestemming Wonen-1 zijn niet alleen bestemd voor het oprichten van een vrijstaande woning, maar geven ook de mogelijkheid om op 1 meter achter de erfgrens een verblijfsruimte van 50 m2 te bouwen. Dit heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering voor de tuinder nabij Oude Herenweg 17B. Het perceel nummer 19 voldoet niet aan de Ruimte voor ruimteregeling; er wordt een woonperceel van ruim meer dan 1000 m2 gerealiseerd. Er is een discrepantie tussen het agrarisch advies voor het plan en recent advies voor een GOM-woning aan het einde van de Torenlaan en de nota ‘niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond’ van 2022. Een andere perceelindeling kan leiden tot het vrijkomen van meer eerste klas bollengrond. Hier is niet naar gekeken. Gronden verliezen hun agrarische bestemming, maar worden wel meegenomen in de berekening van het bollenteeltareaal. De gemeente/GOM loopt daardoor inkomsten mis.
Om de bovengenoemde argumenten deelt de gemeente het standpunt van de indiener dat er sprake zou zijn van een gebrek niet. Er is onderzocht in hoeverre een nieuwe woonfunctie een belemmerend effect heeft op omliggende bedrijven en in hoeverre er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het resultaat is dat er geen belemmerend effect optreedt voor omliggende bedrijven. Ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat is in het bestemmingsplan opgenomen dat er beplanting wordt gerealiseerd, dan wel gehandhaafd als bescherming tegen gewasbeschermingsmiddelen. Er is in de bestaande situatie al sprake van een bomensingel. Dit is een landschapselement dat ook de nodige bescherming biedt tegen gewasbeschermingsmiddelen en moet daarom gehandhaafd blijven in de nieuwe situatie. Het is daarnaast al onderdeel van het bestaande woonperceel als tuin. Het opnemen van de singel en de grond tussen de singel en de woning resulteert in het grotere woonperceel.
Nee.
Nee.
Het gaat hier om het doorzetten van eerder gemaakte afspraken op basis van de toenmalige Ruimte voor ruimteregeling. Echter, nu wordt de GOM betrokken als het gaat om financiële compensatie voor bollengrond. Juist ten aanzien van doelmatig gebruik en dus verschuiving is uitgebreid gesproken en van gedachten gewisseld met Clevin. De conclusie is dat per saldo de huidige indeling het meest oplevert. Hierbij is rekening gehouden met incourante bollengrond, de al
3
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
bestaande bomensingel, landschapsadvies, milieuadvies en compensatie en afstemming met de GOM. Er zijn voor het huidige plan geen milieutechnische belemmeringen. De ODWH heeft dit beoordeeld. Het college heeft al ten tijde van de principemedewerking in 2006 besloten dat het ketelhuis en de schuur gehandhaafd mogen blijven. De bedrijfsruimte kan worden gebruikt voor de opslag van producten en machines ten behoeve van de bollenteelt.
De uitbreiding van het woonperceel naar 1000 m2 valt onder de GOM-regeling. De GOM-regeling zou hier dan ook moeten worden toegepast. Er treedt anderzijds wel een waardevermeerdering op voor de initiatiefnemer. Op deze manier is deze ontwikkeling financieel nadelig voor de streek.
Met het ketelhuis en de schuur wordt er meer dan 50 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Deze kunnen volgens het college gebruikt worden voor opslag ten behoeve van de bollenteelt. Dit gebruik staat dan op gespannen voet met de bedrijfsbeëindiging van de aanvrager.
Er wordt conform de ISG een financiële afdracht gedaan aan de GOM voor de extra te onttrekken bollengrond. De woning nummer 17B is al vergund op basis van sloop van de glasopstanden. De woning nummer 19 is al aanwezig, maar verandert alleen van gebruik, namelijk van bedrijfswoning naar burgerwoning. Er kan daarom geen sprake zijn van een GOM-woning met bijbehorende afdracht.
Nee.
Overigens zijn de initiatiefnemer en de GOM wel met elkaar in overleg over compensatie voor het uitbreiden van de woonfunctie enerzijds en de sloop van 1200 m2 extra glasopstanden anderzijds. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de GOM gesloten. Op dit punt heeft het college in het kader van de inspraak al als volgt geantwoord. Gezien de geringe afmeting van de te behouden bebouwing en gezien het feit dat de totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen valt binnen de toegestane hoeveelheid bebouwing voor bollenteelt is dat in dit geval geen bezwaar. Dit is in 2006 al besloten. In aanvulling hierop het volgende. De bollengrond achter de woning Oude Herenweg 19 (waarop nu nog de glasopstanden staan) zal in eigendom van de initiatiefnemer
4
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout
blijven. Ten tijde van de aanvraag in 2006 was het zijn intentie om zelf bollen op de vrijkomende grond te gaan telen. Dit is echter niet meer aan de orde; de bollengrond zal worden verhuurd aan een bollenteler.
Er moet zeer terughoudend worden omgegaan met lintbebouwing in het buitengebied en GOMwoningen. In het kader van de evaluatie van de ISG is aangegeven dat de GOMwoningen meer geclusterd moeten worden. Het CHG onderschrijft dit, maar ziet dat er juist bij de gemeente Teylingen weinig van terecht komt.
Een deel van de werkzaamheden van de bollengrond (bijvoorbeeld onderhoud van de grond en bijhouden / schoonmaken van de watergangen) zal de initiatiefnemer in eigen beheer blijven uitvoeren. Hiervoor heeft hij diverse werktuigen nodig. Deze worden in de bedrijfsruimte gestald (statische opslag). Het klopt dat de streekgemeenten het ISG-beleid aan het evalueren zijn en dat daaruit mogelijk een herziening voortkomt ten aanzien van GOM-woningen/woningen in het buitengebied. Er wordt hier echter aan voorbijgegaan dat er hier sprake is van een al vergunde woning (nummer 17B) en een bestaande woning (nummer 19). Het is van belang om rekening te houden met de feitelijk voorliggende situatie. Geen medewerking aan het bestemmen volgens de systematiek van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Teylingen en 1e herziening resulteert in een situatie waarin de kassen gesloopt moeten worden, maar dat dit juridisch niet afdwingbaar is. Er is dan sprake van zowel een nieuwe woning als kassen. Dit is te allen tijde in strijd met het ruimtelijk beleid. Daarnaast geeft het huidige plan juist invulling aan de uitgangspunten zoals die nu gelden.
Nee.
De gemeente wijst er daarom op dat geen medewerking te allen tijde resulteert in een ruimtelijk veel onwenselijkere situatie.
5
Regels
61
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan 'Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout' met identificatienummer NL.IMRO.1525.BP2022TEY01067-VA01 van de gemeente Teylingen. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aanbouw- en uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6
aan-huis-gebonden beroep
een dienstverlenend beroep (inclusief internetverkoop), dat in een woning of bijgebouw door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7
achtererf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. Zie Figuur 2 in lid 1.58.2 1.8
agrarisch bedrijf
een volwaardig of reëel bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; b. bollenteelt: 1. de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen op open grond; 2. de teelt van snijbloemen en van vergelijkbare laag blijvende eenjarige en vastbloeiende tuinplanten op open grond ; 3. de teelt van vollegronds tuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt op open grond; 4. broeierijen als onderdeel van een grondgebonden bollenteeltbedrijf; niet zijnde sierteelt, boomkwekerij/-teelt, fruitteelt en bosbouw; c. boomkwekerij/-teelt: de teelt van bomen als dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; d. bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; e. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; f. gemengd teeltbedrijf: een bedrijf dat in gelijke mate zowel gericht is op het telen van bloembollen, bolbloemen, snijbloemen en van vergelijkbare laagblijvende eenjarige en vastbloeiende tuinplanten in zowel de volle grond als onder glas, alsmede van vollegronds tuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt en dat ten minste 3.000 m² glas duurzaam in gebruik heeft; g.
stekbedrijven: bedrijven die nagenoeg geheel gericht zijn op het vermeerderen van vaste planten tot het stadium van uitgangsmateriaal en dat ten minste 3.000 m² glas duurzaam
62
in gebruik heeft; h. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder ook begrepen het fokken van paarden en het houden van geiten en schapen; i. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; j. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; k. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; l. sierteelt: de teelt van wintergroene siergewassen, alsmede sierstruiken en sierbomen. 1.9 archeologisch deskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake archeologie. 1.10
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.11
archeologisch onderzoeksrappport
een rapport dat op basis van archeologisch onderzoek wordt opgesteld en voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.12
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.13
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.14
bestaande aantal (bedrijfs)woningen
het aantal (bedrijfs)woningen zoals aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan die tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.15
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.16
bestaande gebouwen
gebouwen zoals aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan die tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.17
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.18
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.19
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
63
1.21
bouwen
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten. 1.22
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.23
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is. 1.24
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.26
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.27
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.28
bijgebouw
een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.29
dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.30
dakopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.31
dakterras
een buitenruimte, behorende bij het gebruik van het hoofdgebouw, dat bovenop het gehele of een gedeelte van een hoofdgebouw, aanbouw of uitbouw is gesitueerd. 1.32
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond. 1.33
entreeportaal
een ruimte, waarin de hoofdtoegang van de woning is gelegen. 1.34
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
64
1.35
erfgrens
de volgens het kadaster geldende grens van het erf; indien er sprake is van meer aaneengebouwde woningen op één kadastraal perceel, is dit de feitelijke grens van het erf behorende bij de betreffende woning. 1.36
erker
a. is een uitgebouwd venster en bestaat hoofdzakelijk uit doorzichtige delen; b. is rechtstreeks toegankelijk vanuit achtergelegen ruimte en vormt één geheel hiermee; c. is geen entreeportaal van de woning; d. tot een erker kan ook een onder het raam gelegen borstwering behoren; 1.37 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.38
gewasbeschermingsmiddel
gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009. 1.39
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.40
huishouden
persoon of groep van personen, die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.41
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit, en voor zover de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij hoort. 1.42
kolom
een constructie, die onderdeel uitmaakt van de erfafscheiding, waarbij de hoogte en de langste zijde van het grondvlak van de kolom een verhouding hebben van minimaal 2:1 en de langste zijde en de kortste zijde van dit grondvlak een verhouding hebben van maximaal 2:1. 1.43
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.44
openbaar toegankelijk gebied
Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.45
open constructie
erfafscheidingen bestaande uit lichte constructie met een overwegend transparante uitstraling. 1.46
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak.
65
1.47
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enig omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.48
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.49
ondergronds bouwen
een ruimte, die voor mensen toegankelijk is en gelegen is onder peil. 1.50
peil
a. de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer voor gebouwen indien de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer ligt tussen 0 en 0,15 m boven het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein; b. in alle andere gevallen is dit de bovenkant van het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 1.51 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.52
prostitutiebedrijf
een seksinrichting of een escortbedrijf. 1.53
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte in een gebouw of een vaartuig, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, escortbedrijf, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.54
seksuele dienstverlening
een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het verrichten van erotisch/pornografische vertoningen. 1.55
uitbouw
een vergroting van een ruimte van een hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.56
verbeelding
voorheen plankaart; de digitale kaart, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven. 1.57
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.58
voorgevelrooilijn
de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. Zie Figuur 1 in lid 1.58.1 1.59
vrijstaand bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.60
vrijstaande woning
een niet-aangebouwde woning.
66
1.61
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.62
Windhaag
een wintergroene haag van circa 1,5 m hoog die verwaaide druppels gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen afvangt. 1.63
woning
een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.64
zijerf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van het hoofdgebouw en tussen een denkbeeldige lijn in het verlengde van de voor- en achtergevel van het hoofdgebouw. Zie Figuur 2 in lid 1.58.2. 1.65
FIGUREN
1.65.1 Figuur 1
67
1.65.2 Figuur 2
68
1.65.3 Figuur D
FIGUUR D WEL = WEL nadelige verandering van de bezonningssituatie op het aangrenzende perceel. GEEN = GEEN nadelige verandering van de bezonningssituatie op het aangrenzende perceel. *) Er is ook GEEN nadelige verandering van de bezonningssituatie op het aangrenzende perceel als ter plaatse van 'WEL' het op te richten bouwwerk over een lengte van minimaal 80% tegen en gebouw op het aangrenzende erf is gebouwd.
69
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten/gerekend: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot bouwperceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
bouwhoogte van een antenne-installatie
a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uizondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Bij ondergrondsbouwen: vanaf peil tot aan de bovenkant van de laagst gelegen afgewerkte vloer onder peil van een bouwwerk/gebouw. 2.4
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren; bij afwezigheid van een gevel: de rand van het bouwwerk geprojecteerd op het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5
vloeroppervlakte
de gebruiksoppervlakte volgens het geldende Bouwbesluit. 2.6
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
oppervlakte van een bouwwerk met wanden
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk zonder wanden, zoals open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouwen zijnde het overdekte grondoppervlak, dat loodrecht gelegen is onder het dakoppervlak. 2.11 diepte en breedte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en -overkappingen De diepte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en –overkappingen aan de achtergevel wordt gemeten haaks vanuit de betreffende achtergevel van het hoofdgebouw. De breedte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en –overkappingen aan de zijgevel wordt gemeten haaks vanuit de betreffende zijgevel van het hoofdgebouw.
70
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf in de vorm van een bollenteeltbedrijf zoals genoemd in artikel 1 lid 1.8 onder b; b. behoud en versterking en herstel van de voorkomende natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden, in de vorm van: 1. bollenvelden; 2. grootschalige openheid; 3. kenmerkende landschapsstructuur; 4. natuur- en landschapselementen in de vorm van houtwallen en -singels, geriefhoutbosjes, windhagen en overige groenvoorzieningen; c. de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water op perceelsniveau, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en toegangswegen; met daaraan ondergeschikt: d. aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; e. extensief recreatief medegebruik; f. fietspaden; g. de in tabel 3.1 genoemde toegestane nevenfuncties. Tabel 3.1 Nevenfuncties die bij recht zijn toegestaan nevenfunctie
maximaal aantal m2 gronden in gebruik voor nevenfunctie
agrarisch natuur- en landschapsbeheer
alle gronden
onverharde wandelpaden over het land
alle gronden
3.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen ten dienste van de bestemming worden gebouwd; b. het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 1. tijdelijke kweektunnels; 2. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van voorzieningen zoalsopgenomen in lid 3.1 onder c; c. Overigens geldt het volgende: max. oppervlakte max. inhoud max. goothoogte max. bouwhoogte tijdelijke kweektunnels buiten bouwvlakken
-
-
-
1,5m
erf- of terreinafscheidingen
-
-
-
1m
windschermen
-
-
-
1,5m
overige bouwwerken, geen gebouw zijnde
-
-
2m
- = niet van toepassing 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Algemeen
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de teelt van ruwvoeder anders dan gras is niet toegestaan; b. het gebruik van afdekfolies is toegestaan; c. tijdelijke kweektunnels zijn uitsluitend toegestaan in de periode van 1 januari tot en met 31 maart; d. nevenfuncties zijn niet toegestaan, met uitzondering van de nevenfuncties genoemd in
71
tabel 3.1; e. nevenfuncties zoals bedoeld onder d. zijn niet toegestaan in ondersteunend glas. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1
Ten behoeve van nevenfuncties
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van de in tabel 3.1 genoemde nevenfuncties, met inachtneming van de tabel en de volgende voorwaarden: a. nevenfuncties dienen milieuplanologisch inpasbaar te zijn; b. de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijvenmogen niet onevenredig worden beperkt; c. buitenopslag ten behoeve van de nevenfunctie is niet toegestaan; d. er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking; e. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; f. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage; g. uit advies van een agrarisch deskundige blijkt dat de nevenfunctie ondergeschikt is aan de agrarische bedrijfsvoering. Tabel 3.2 Nevenfuncties die na afwijking zijn toegestaan nevenfunctie
maximaal aantal m2 gronden in gebruik voor nevenfunctie
bestaande bebouwing in gebruik voor nevenfunctie
blauwe diensten
alle gronden
0
natuur- en milieueducatie rondleidingen
alle gronden
0
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, (ver)graven, vergroten of herprofileren van sloten, watergangen en open water; b. het ontginnen, ophogen, afgraven of egaliseren van gronden; c. uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 50 cm (ook diepwoelen en draineren); d. verwijderen van opgaande beplanting (m.u.v. erfbeplanting); e. beplanten van gronden met opgaande beplanting; f. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; g. aanleg van fietspaden; h. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; i. ingrijpende werkzaamheden aan leidingen, zoals bedoeld in de artikelen 58 tot en met 62 die verder reiken dan normaal onderhoud en beheer en die geen verband houden met (dreigende) calamiteiten. 3.5.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. die binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
72
3.5.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
Een omgevingsverguning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 wordt uitsluitend verleend indien de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden zoals genoemd in lid 3.1 onder b niet onevenredig worden aangetast of kunnen worden aangetast en voldaan is aan de voorwaarden omtrent bollengrondcompensatie hetgeen blijkt uit het advies van een landschapdeskundige.
73
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. water; c. toegangswegen. 4.2 Bouwregels 4.2.1
Algemeen
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde ten dienste van de 1 worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor (het denkbeeldige verlengde van) de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 4.2.2 Specifieke bouwregels erkers a. in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.1 onder a is het toegestaan op deze gronden erkers te bouwen; b. voor erkers aan de voorgevel van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1. de diepte, gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw, bedraagt ten hoogste 1,5 m; 2. de breedte van de erker bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van de gevel; 3. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m, hierbij mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aanwezige goothoogte van de betreffende voorgevel; 4. in afwijking van het bepaalde onder 3 bedraagt de bouwhoogte van erkers gebouw hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m, hierbij mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aanwezige goothoogte van de betreffende voorgevel; 5. de afstand van de erker tot het betreffende openbaar toegankelijk gebied bedraagt ten minste 1,5 m; c.
voor erkers aan de zijgevel van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1. de diepte, gemeten vanuit de zijgevel van het hoofdgebouw, bedraagt ten hoogste 1,5 m; 2. de breedte bedraagt ten hoogste 30% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw; 3. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m, hierbij mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aanwezige goothoogte van de betreffende zijgevel; 4. in afwijking van het bepaalde onder 3 bedraagt de bouwhoogte van erkers gebouwd tegen gestapelde woningen ten hoogste de hoogte van de bovenste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m, hierbij mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aanwezige goothoogte van de betreffende zijgevel; 5. de afstand van de erker tot het openbaar toegankelijk gebied bedraagt ten minste 1 m; 6. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 1 m; 7. de afstand tot de achtergevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 0,5 m.