CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout_vastgesteld.pdf

Gemeenteraad 16 maart 2023, gemeente TeylingenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout21.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Planvorm 1.5 Planproces 1.6 Leeswijzer

5 5 5 6 6 7 7

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 11

Hoofdstuk 3 Juridische planbeschrijving 3.1 Algemeen 3.2 Dit bestemmingsplan

15 15 16

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie

18 18 18 20 20 21

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Bedrijven en milieuzonering 5.2 Externe veiligheid 5.3 Geluid wegverkeer 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Archeologie en cultuurhistorie 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Bodem 5.9 Water 5.10 Besluit milieueffectrapportage 5.11 Kabels en leidingen 5.12 Schiphol 5.13 Duurzame stedenbouw en duurzaam bouwen 5.14 Verkeer en parkeren

22 22 23 23 23 24 25 26 28 28 28 29 29 30 30

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Algemeen 6.2 Overleg en inspraak 6.3 Zienswijzen

31 31 31 32

Hoofdstuk 7

33

Economische uitvoerbaarheid

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Watertoets Bijlage 2 Nota van beantwoording vooroverleg- en inspraakreacties Bijlage 3 Nota van beantwoording zienswijze

35 36 40 54

Regels

61

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

62 62 70

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1 Tuin Wonen-1

71 71 74 75

2

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

78 78 79 80 81 82 83

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

84 84 85

3

4

Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel aan de Oude Herenweg 19 in Voorhout. Deze agrarische bedrijfslocatie is altijd geëxploiteerd als glastuinbouwbedrijf. Op het perceel is een bedrijfswoning met carport aanwezig en circa 6.200 m2 aan glasopstanden. Verder bestaat de bebouwing uit een ketelhuis van 48 m2 en een bedrijfsruimte van 96 m2. In 2006 heeft initiatiefnemer een verzoek ingediend voor de toepassing van de provinciale regeling 'Ruimte voor ruimte'. In ruil voor de sloop van de kassen heeft de gemeente ter plaatse van het perceel Oude Herenweg 17B ingestemd met het realiseren van een woonperceel van circa 450 m2. De wens van initiatiefnemer is om het woonperceel te vergroten conform de meer gangbare oppervlaktemaat voor woonpercelen in het buitengebied van 1.000 m2. Daartegenover staat dat de kassen voor het bestaande woonperceel alsnog worden gesloopt op basis van de in 2006 gemaakt afspraken tussen de gemeente en initiatiefnemer. Het gaat het hierbij, conform de toen geldende regeling 'Ruimte voor ruimte', om circa 5.000 m2 aan glas. Het tweede onderdeel betreft de bedrijfswoning Oude Herenweg 19, die niet meer als zodanig gebruikt zal worden; het gehele bedrijf ter plaatse zal worden beëindigd. Dat betekent dat naast de voornoemde 5.000 m2 ook de resterende 1.200 m2 aan glas wordt gesloopt.

De bestaande bedrijfswoning met bijbehorende perceel zouden daarmee een burgerwoning met een onderliggend perceel met woonbestemming worden. Verzocht wordt daarbij om een perceel met een oppervlakte van circa 1.700 m2, aangezien er anders een niet-functioneel reststuk bollengrond overblijft tussen de woonpercelen. De gemeente Teylingen laat door middel van de brief van 11 november 2021 weten in principe in te stemmen met de gewenste afwijking van het bestemmingsplan. De planologische medewerking aan het plan wordt verleend door middel van een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Oude Herenweg 17B en 19 in Voorhout in het buitengebied van Teylingen. Het plangebied ligt ten noorden van het dorp Voorhout en wordt omringd door agrarische bedrijven met daarbij behorende grond. Ten noorden van de Oude Herenweg 19 is een woonbestemming aanwezig. De ligging van de locatie in de omgeving en de begrenzing van het plangebied zijn in afbeelding 1 weergegeven. Het linker plaatje van afbeelding 1 geeft de ligging van het plangebied in het buitengebied van Teylingen weer. Het rechter plaatje geeft de ligging van het plangebied weer.

5

Afbeelding 1: Ligging locatie in de omgeving (linker plaatje) en begrenzing plangebied (rechter plaatje)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Teylingen' (vastgesteld 30 april 2015) en de 1e herziening (vastgesteld 19 december 2019). Hierin is het plangebied bestemd als 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1'.

Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (plangebieden indicatief aangegeven met rode stippellijn) Voor het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1' in de bestemming 'Wonen' is een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan Buitengebied Teylingen opgenomen (artikel 3.7.1). Echter wordt voor het perceel aan de Oude Herenweg 19 niet voldaan aan de voorwaarde dat ten hoogste 1.000 m² van het te wijzigen bouwvlak gewijzigd mag worden in de bestemming 'Wonen' en/of 'Tuin. De werkelijke oppervlakte van het perceel met de bestemming Wonen is circa 1.600 m2. Verder stelt de wijzigingsbevoegdheid dat ten hoogste 50 m² aan erfbebouwing gehandhaafd mag blijven. Op het perceel blijft echter 144 m2 aan erfbebouwing gehandhaafd. Om die reden is zowel voor de uitbreiding van de woonkavel aan de Oude Herenweg 17B als voor de bestemmingswijziging van de de woonkavel aan de Oude Herenweg 19 dit bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Planvorm

Dit bestemmingsplan vormt het juridisch-planologisch kader voor de uitbreiding van de woonkavel aan de Oude Herenweg 17B en de nieuwe woonkavel aan de Oude Herenweg 19 in Voorhout. Hiermee is dit een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan. De gekozen juridische vorm voor dit bestemmingsplan is een gedetailleerd bestemmingsplan. De verbeelding de regels zorgen voor een nauwkeurige weergave en beschrijving van wat precies mogelijk is.

6

1.5

Planproces

Voordat het bestemmingsplan rechtskracht verkrijgt, dient de procedure te worden doorlopen, zoals deze is neergelegd in de Wet ruimtelijke ordening. Kort weergegeven betreft het, uitgaande dat niet alle betrokken zich direct in het bestemmingsplan kan vinden, de volgende stappen: 1. Ter inzage legging van het voorontwerpbestemmingsplan. In de fase vindt plaats: a. overleg over het voorontwerpbestemmingsplan met diverse betrokken instanties, waaronder het Waterschap en de Provincie; b. overleg met belanghebbenden en belangstellenden: inspraak (gemeentelijke inspraakverordening); c. verwerken resultaten vooroverleg en inspraak; 2. Ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan met de bekendmaking van onder meer de mogelijkheid zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad; 3. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad; 4. Beroepsprocedure; 5. Onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

1.6

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de juridische planbeschrijving, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingezoomd op het beleidskader. De haalbaarheid van het plan wordt in hoofdstuk 5 aangetoond voor wat betreft de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 6 geeft de informatie over de te volgen procedure en in hoofdstuk 7 ten slotte wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan.

7

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Huidige situatie

De Oude Herenweg heette vroeger de achterweg, bezien vanuit Sassenheim lag de weg achter de toen nog aanwezige strandwal met een verdicht en bebost gebied. In de huidige situatie is de weg voor de bollenstreek een redelijk compacte en verdichte weg. De weg laat zich nog steeds lezen als een historische route (zie afbeelding 3, de huidige topografische kaart). De weg slingert enigszins door het landschap. De weg is in het huidige gebruik een belangrijke fietsroute voor recreatief gebruik, het is ook onderdeel van het fietsrouteknooppuntennetwerk.

Afbeelding 3: topografische kaart Als een historische route op de rand van de voormalige strandwal is de Oude Herenweg nog steeds herkenbaar. In de provinciale stukken is deze weg daarom geduid als een belangrijke cultuurhistorisch lijnvormig element. Oude Herenweg 17B Op 25 januari 2021 heeft de gemeente de omgevingsvergunning verleend voor de bouw van de ruimte voor ruimte woning en het aanleggen van een in- of uitrit op de locatie Oude Herenweg 17B in Voorhout. In afbeelding 4 is de positie en vorm van de reeds vergunde woning weergegeven.

8

Afbeelding 4: situatietekening omgevingsvergunning woning Oude Herenweg 17B De kadastrale kavel (kadastraal bekend gemeente Voorhout, sectie B, nummer 6129) waarop de woning is gesitueerd heeft een oppervlakte van 434 m2. Oude Herenweg 19 Aan de Oude Herenweg 19 is de (voormalige) bedrijfswoning met carport aanwezig liggend op een agrarisch bouwvlak van circa 1.000 m2. Op de navolgende afbeelding is de woning zichtbaar alsmede de bedrijfsruimte aan de rechterzijde. Links van de woning op de achtergrond is een stukje van de voorgevel van de (te slopen) kas zichtbaar.

9

Afbeelding 5: (voormalige) bedrijfswoning Oude Herenweg 19 in Voorhout De bedrijfsruimte van 96 m2 en het ketelhuis van 48 m2 liggen eveneens binnen het agrarisch bouwvlak. Op een afstand van 1,1 meter van de (voormalige) bedrijfswoning is de carport van circa 28 m2 aanwezig. In afbeelding 6 zijn het ketelhuis, de bedrijfsruimte en de carport aangegeven.

Afbeelding 6: ketelhuis, bedrijfsruimte en carport Op het dak van het bedrijfsruimte zijn aan weerszijden zonnepanelen aangebracht.

10

2.2

Toekomstige situatie

Met het voorliggende bestemmingsplan wordt voorzien in een uitbreiding van de woonkavel aan de Oude Herenweg 17B in Voorhout naar 1.000 m2 en de wijziging van de agrarische bestemming van de (voormalige) bedrijfswoning aan de Oude Herenweg 19 in Voorhout in de woonbestemming. Er wijzigt niets aan de bestaande stedenbouwkundige situatie ter plaatse van het plangebied. De kas van circa 6.200 m2 valt buiten de begrenzing van dit bestemmingsplan omdat de bestemming ter plaatse van de kas bij de 1e herziening van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2004 al is gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1' zonder bouwvlak. De afspraak is dat initiatiefnemer de gehele kas zal slopen. Na de sloop van de kas zal de onderliggende grond gebruikt gaan worden als (eerste klas) bollengrond. Het plan van initiatiefnemer draagt op deze manier bij aan het behoud van de 2.625 ha aan 1 e klas bollengrond. Oude Herenweg 17B De woonbestemming van de Oude Herenweg 17B is ontstaan nadat de gemeente in 2006 instemde met de toepassing van de destijds geldende ruimte voor ruimte-regeling. Op basis van de regeling zou een woning van 780 m3 gebouwd mogen worden op een ruimte voor ruimte-kavel van maximaal 1.000 m2.

Bij de 1e herziening van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2004 heeft de gemeente, op advies van de landschapsdeskundige, de ruimte voor ruimte-kavel met de woonbestemming geprojecteerd tegenover de woning aan de Oude Herenweg 16a in Voorhout. Zie voor de ligging van de bestaande ruimte voor ruimte-kavel met de bestemming 'Wonen' afbeelding 7.

Afbeelding 7: bestaande ruimte voor ruimte-kavel + uitbreiding Om tegemoet te komen aan de toezegging dat het perceel van de ruimte voor ruimte-woning maximaal 1.000 m2 in omvang mag zijn, heeft de gemeente ingestemd met de uitbreiding van de bestemming Wonen in zuidwestelijke richting. Voor de uitbreidingsrichting van de ruimte voor ruimte-kavel heeft de gemeente advies ingewonnen bij Advies bureau Clevin. Clevin geeft in het advies aan dat het doel is om tot een zo groot mogelijke kavel te komen welke doelmatig gebruikt kan blijven worden overeenkomstig de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1'. Door de ruimte voor

11

ruimte-kavel in zuidwestelijke richting te vergroten blijft tussen deze kavel en de (voormalige) bedrijfswoning op het perceel aan de Oude Herenweg 19 een strook grond over die ingezet kan blijven worden voor de bollenteelt. Bij een uitbreiding van de ruimte voor ruimte-kavel in noordoostelijke richting ontstaat een 'restgrond' welke niet doelmatig te gebruiken is voor de bollenteelt. Oude Herenweg 19 De bestemming van de (voormalige) agrarische bedrijfswoning wordt gewijzigd in de woonbestemming, waarbij de bestaande bijgebouwen (zie afbeelding 6) met een gezamenlijke oppervlakte van 144 m2 blijven gehandhaafd. Dit is conform het collegebesluit uit 2006. De ligging van de woonbestemming is afgestemd op de positionering van de bebouwing en de ligging van de tuin waaraan de woonbestemming wordt gegeven. De woonkavel krijgt daardoor een oppervlakte van circa 1.760 m2. Zie de navolgende afbeelding voor de situering van de woonkavel.

Afbeelding 8: nieuwe woonkavel Oude Herenweg 19 Bij bedrijfsbeëindiging kan de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1' gewijzigd worden in de bestemming 'Wonen' met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.7.1). De voorwaarde die deze wijzigingsbevoegdheid stelt is dat de woonkavel een maximale oppervlakte van 1.000 m2 mag hebben. Op advies van Clevin is de woonkavel van dit perceel in noordoostelijke richting vergroot. Uitgaande van maximaal 1.000 m2, dan zou een reststrookje grond van 760 m2 overblijven met de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1'. Een dergelijk klein perceeltje is niet (doelmatig) conform deze bestemming te gebruiken. De gemeente geeft hierover aan dat de 760 m2 bollengrond (die over zou blijven als 1000 m2 woonkavel zou worden gehandhaafd), disfunctioneel zou zijn. Om die reden is ingestemd met de omvang van deze woonkavel circa 1.760 m2. Aan de wegzijde is de grens van de woonkavel gelegd op de rand van de bestemming 'Water'.

12

2.2.1

Landschappelijk

De woonkavel aan de Oude Herenweg 17B wordt aan de zijde van de bollenvelden voorzien van landschapselementen, bestaande uit een robuuste haag. Deze haag zal minimaal 1 meter breed zijn (dus minimaal 2 rijen met plantmateriaal) en een hoogte krijgen van 1,50 meter. De meest logische soort om toe te passen is liguster. Dit is een hagensoort die kenmerkend is voor de bollenstreek. De aanplant van deze robuuste landschapselementen -aan de zijde van de bollenvelden- is nodig in verband met het voorkomen van drift van de bestrijdingsmiddelen in de richting van de woningen. De (voormalige) bedrijfswoning aan de Oude Herenweg 19 is in de bestaande situatie al ingepast door middel van landschapselementen (singels) gecombineerd met aan de zuidwestzijde een beukenhaag en aan de noordwestzijde een en zodoende voldoende afgeschermd. Zie voor de groene inpassing de onderstaande afbeelding.

Afbeelding 9: Landschappelijke inpassing woonkavels met singels en hagen Op de verbeelding is de bestaande singel / haag bij de woning aan de Oude Herenweg 19 aangeduid als 'specifieke vorm van agrarisch - specifieke vorm van agrarisch - bollenteelt bollenzone 1 - wintergroene haag. De aan te planten haag bij de woning aan de Oude Herenweg 17B is aangeduid als 'specifieke vorm van tuin - wintergroene haag' en 'specifieke vorm van wonen - wintergroene haag'.

13

Door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan is verzekerd dat de singels / hagen worden aangeplant en in stand gehouden.

14

Hoofdstuk 3

Juridische planbeschrijving

3.1

Algemeen

3.1.1

Wat is een bestemmingsplan?

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder et cetera) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat: de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (bouwvergunning) en regels voor het verrichten van 'werken' (aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); En een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid. 3.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. 2. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de plankaart. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 3.1.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1.

Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruik. Ten slotte zijn eventueel een aanlegvergunningstelsel en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.

15

3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 3.1.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Het doel van deze wet is om te komen tot een samenhangende beoordeling in één procedure van verschillende activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De Wabo heeft tot gevolg dat verschillende vergunningen worden verleend in één besluit, de omgevingsvergunning. Ook de thans in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen vergunningen en ontheffingen vallen onder de Wabo. Voor het bestemmingsplan heeft dit gevolgen voor de gebruikte terminologie. Termen als 'bouwvergunning', 'aanlegvergunning', 'sloopvergunning' en 'ontheffing' zijn vervangen door 'omgevingsvergunning ten behoeve van…'.

3.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 3.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Het bestemmingsplan kent de bestemmingen: Wonen, Tuin en Agrarisch Bollenteelt - bollenzone 1 Wonen - 1 De bestemming Wonen - 1 is opgenomen voor de woonpercelen, uitgezonderd die delen die als Tuin zijn bestemd. De bestemming Wonen -1 werkt met bouwvlakken, waarbinnen het hoofdgebouw gebouwd moet worden. Erfbebouwing dient binnen het bestemmingsvlak gebouwd te worden. Per bouwvlak is ten hoogste één woning toegestaan, waarbij een maximum inhoudsmaat van 750 m³ voor hoofdgebouw bedraagt, inclusief aan- en uitbouwen. Daarbij mag nog 50 m² aan bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd. Voor het perceel Oude Herenweg 19, Voorhout geldt dat de bestaande inhoudsmaat van de woning en de bestaande erfbebouwing als maximum is toegestaan. Onder voorwaarden zijn aan-huis-gebonden beroepen toegestaan. Tuin De gronden tussen de nieuwe en bestaande woningen en de Oude Herenweg krijgen de bestemming 'Tuin'. Omdat daar openheid gewenst is, zijn binnen deze bestemming geen gebouwen toegestaan. Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1 De agrarische gronden rondom de woningen zijn bestemd als 'Agrarisch - Bollenteelt bollenzone 1'. Omdat op deze gronden geen bouwvlakken zijn gelegen, is bepaald dat deze gronden alleen zijn bedoeld voor: 1.

de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen op open grond; 2. de teelt van snijbloemen en van vergelijkbare laag blijvende eenjarige en vastbloeiende tuinplanten op open grond ; 3. de teelt van vollegronds tuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt op open grond; 4. broeierijen als onderdeel van een grondgebonden bollenteeltbedrijf.

16

17

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Er zijn, gezien de aard en omvang van het plan, geen rijksbelangen in het geding. Het plan betreft slechts een vergroting van een bestaande woonkavel (Oude Herenweg 17B) en het wijzigen van de bestemming van een agrarisch bedrijfswoning in de bestemming 'Wonen'. Er wijzigt niets aan de bestaande stedenbouwkundige situatie ter plaatse van het plangebied. Een nadere toetsing aan het rijksbeleid is daarom niet nodig. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing bij stedelijke ontwikkelingen. Op basis van jurisprudentie blijkt dat ontwikkeling van één of enkele woningen niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling (Uitspraak Raad van State, ABRvS 18 december 2013, 201302867/1/R4). In het voorliggende geval is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling aangezien er planologisch geen nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt. Een toetsing aan de ladder is daarom niet aan de orde.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is vastgelegd in het Omgevingsbeleid bestaande uit de omgevingsvisie en omgevingsverordening. Op 7 augustus 2021 is de verzamelherziening van zowel de omgevinsgvisie als de -verordening vastgesteld. Het provinciaal beleid geeft aan dat niet alle vraag naar wonen en werken opgevangen kan worden binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Een deel van die vraag past qua kwaliteit niet daarbinnen. Daarnaast kunnen er kwantitatieve beperkingen zijn. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’. Hieraan wordt tegemoet gekomen door de sloop van de kas van circa 6.200 m2. Omdat de kas parallel aan de weg staat, heeft deze relatief een grote landschappelijks impact. De kas heeft een lengte van circa 140 meter en vormt zodoende een 'glazen muur' in het landschap. Met de sloop van de kas ontstaan nieuwe doorzichten naar het achterliggende bollenlandschap. De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde.

Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt maatwerk mogelijk. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Toetsing aan de kwaliteitskaart Twee van de vier kwaliteitskaarten zijn van toepassing op het plangebied. Dit betreft de laag van de ondergrond en de laag van de cultuur- en natuurlandschappen. Zie ook de onderstaande afbeelding.

18

Afbeelding 10: uitsnede kwaliteitskaarten (bron: pzh) Laag van de ondergrond Het plangebied bevindt zich binnen de grenzen dat op de kaart 'laag van de ondergrond' is aangewezen als kustxomplex - zeezandafzettingen. Veel strandwallen zijn in de loop van de tijd vergraven voor het zand of de bollenteelt, waardoor het kenmerkende reliëf is verdwenen. De duinen en het strand kennen een grote natuurlijke dynamiek en uitersten in omstandigheden: van droog en heet naar nat en koud of van zout naar zoet. Dit maakt het strand en de duinen ecologisch erg waardevol. De volgende richtpunten zijn hier van toepassing: Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Het plangebied ligt in het gebied dat is afgegraven voor de bollenteelt. Met de sloop van de kas wordt circa 6.200 m2 grond opnieuw in gebruik genomen voor deze teelt. De richtpunten van deze laag worden door het plan niet geschaad of belemmerd. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied bevindt zich binnen de grenzen van het bollenlandschap.

De kwaliteit en herkenbaarheid van dit landschap komen steeds verder onder druk door toenemende bedrijfsbebouwing en verstedelijking die niet geënt is op een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur. Mede door intensivering van de bollenteelt raakt het gebied daarmee steeds verder versnipperd. Het zicht op de bollenvelden wordt door bebouwing steeds meer beperkt. De volgende richtpunten zijn hier van toepassing : Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen. Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap. De sloop van de kas is onderdeel van het totale plan. Met de sloop van de kas (ontglazing) wordt een belangrijke verdichting van het landschap aan de noordzijde van de Oude Herenweg opgeheven. Hierdoor ontstaan nieuwe doorzichten op het landschap wat ten goede komt aan de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap. In artikel 6.17 'Bollenteeltgebied' van de Omgevingsverordening is onder sub 4 bepaald dat een bestemmingsplan ook kan voorzien in greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’ woningen als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG).

Eén van de doelstellingen vanuit de ISG is dat het bouwen van woningen buiten contour niet is toegestaan met uitzondering van Bronsgeest, Greenportwoningen (offensiefwoningen en

19

landgoedwoningen) en Ruimte voor Ruimte-woningen. Het plan voldoet aan de doelstelling van de ISG en daarmee aan het provinciaal beleid. Over het planvoornemen is een overeenkomst afgesloten met de GOM, waarin o.a. de bollengrondcompensatie is vastgelegd. Conclusie Het provinciaal beleid verzet zich niet tegen het voorgenomen plan. Met de sanering van het glas wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd omdat er nieuwe doorzichten ontstaan.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale structuurvisie Holland Rijnland 2020

De gemeenten hebben de visie ontwikkeld om gezamenlijk te werken aan de toekomst van de regio. De regio wil op de scharnierplek tussen de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad een gebied zijn waar wordt gewerkt aan kwaliteit en waar het goed wonen, werken en recreëren is, met een uitstraling die verder gaat dan de regio- of landsgrenzen. In de Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met een doorkijk naar 2030). Onderdeel van de Regionale structuurvisie Holland Rijnland 2020 is het behoud van 2.625 ha 1e klas bollengrond. Onderdeel van het plan is de sanering van de kas van circa 6.200 m2. De grond onder de kas zal in gebruik worden genomen als bollengrond. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de doelstelling van de structuurvisie.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Gemeentelijke structuurvisie

Op 25 juni 2015 is de structuurvisie 'Duurzaam bloeiend' door de gemeenteraad van Teylingen vastgesteld. Het doel van de structuurvisie is een samenhangend ontwikkelingskader bieden voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen op hoofdlijnen tot 2030. In de structuurvisie staan vijf leidende principes centraal; Duurzame ontwikkeling; Versterken ruimtelijke kwaliteit van de drie kernen en het buitengebied; Verbeteren sociaal-economische vitaliteit in de drie kernen en het buitengebied Inzetten voor een vitale Greenport Duin- en Bollenstreek; De structuurvisie geeft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op hoofdlijnen aan en beperkt zich daarom tot de belangrijkste ruimtelijke opgaven. Als gevolg van de sloop van de kas van circa 6.200 m2 ontstaan er nieuwe doorzichten naar de bollengronden aan de noordzijde van de Oude Herenweg. De ontglazing zorgt zodoende voor een versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Dit is in overeenstemming met de structuurvisie van de gemeente. 4.4.2

Woonprogramma 2020-2024

Op 24 september 2020 is het woonbeleid met als titel Woonprogramma 2020-2024: naar een evenwichtiger woningmarkt door de gemeente Teylingen vastgesteld. De druk op de woningmarkt is hoog. In de regio blijft de woningbouw achter op de behoefte. De lokale woningbehoefte bedraagt ruim 2.030 woningen in de periode 2018 tot 2030. Het aantal geplande woningen is iets lager (1.800). Er mag dus geen vertraging of planuitval plaatsvinden. Ook stimuleert de gemeente het anders benutten van ruimte en toevoeging van nieuwe woonvormen. Daarnaast is het belangrijk dat er voor iedere doelgroep voldoende aanbod is. Er is een groeiend tekort aan sociale huurwoningen, huishoudens met een inkomen net boven de doelgroepgrens voor sociale huur vinden moeilijk een plek en de vraag naar flexibele woonvormen nemen toe. Ook is er woningbehoefte voor hogere inkomens. Nieuwbouw voor mensen met een hoger inkomen zorgt voor doorstroming op de woningmarkt. Bovendien draagt dit bij aan een gedifferentieerd woningaanbod, wat goed is voor de leefbaarheid. Het plan heeft geen toevoeging van nieuwe woningen tot gevolg. In die zin heeft het planvoornemen niet verder getoetst te worden aan het Woonprogramma 2020 - 2040.

20

4.4.3

Paraplubestemmingsplan parkeren

Op 28 juni 2018 is het 'paraplubestemmingsplan parkeren' vastgesteld. Door een wetswijziging per 29 november 2014 geldt de bouwverordening wat betreft het parkeren en laden of lossen niet meer aanvullend op na die datum vastgestelde bestemmingsplannen is. In bestemmingsplannen die na 29 november 2014 zijn vastgesteld, zijn daarom over het algemeen parkeerregels opgenomen en soms ook regels voor het laden of lossen. Voor toetsing van de omgevingsvergunningaanvraag aan een bestemmingsplan dat voor 29 november 2014 is vastgesteld, kan tot 1 juli 2018 worden teruggevallen op de gemeentelijke bouwverordening. Er is geen hogere parkeerbehoefte bij het veranderen van de grootte van de woonkavel c.q. de verandering van een bedrijfswoning naar burgerwoning. Bovendien is er op beide percelen voldoende ruimte aanwezig voor parkeren op eigen terrein. Er zijn daarom geen extra parkeerplaatsen nodig.

4.5

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het plan past binnen het gestelde in het nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid.

21

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009). Deze afstemming beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek In de VNG-uitgave wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende omgevingstypen. Het plangebied wordt getypeerd als gemengd gebied. In tabel 1 zijn de bedrijven en/of activiteiten weergegeven die aanwezig zijn in de buurt van het plangebied. Tabel 1: aanwezige bedrijven en/of activiteiten in de omgeving

Uit tabel 1 blijkt dat er voor de bedrijven rondom het te ontwikkelen woonkavels wordt voldaan aan de richtafstanden. De percelen naast het plangebied zijn in gebruik als open bollenteelt. Op deze percelen worden gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Omdat niet voldaan wordt aan de aan te houden afstand van 35 meter, wordt aanbevolen een voorziening te treffen die de drift van gewasbeschermingsmiddelen kan opvangen. Dit kan vorm krijgen in een landschappelijk element, zoals een robuuste haag als erfafscheiding. Deze haag moet minimaal 1 meter breed zijn (dus minimaal 2 rijen met plantmateriaal) en een hoogte krijgen van 1.50 meter. Zie ook afbeelding 9 van deze toelichting. Voor de woonkavel aan de Oude Herenweg 17B wordt een geheel nieuwe haag aangeplant. De woonkavel aan de Oude Herenweg 19 is reeds landschappelijk aangekleed met landschapselementen in de vorm van singels en hagen (beuken en taxus). De instandhouding van de nieuwe haag / de bestaande landschapselementen is opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Ten aanzien van de toepassing van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt is overigens een duidelijke trend waar te nemen. De bloembollensector is er in geslaagd om de milieubelasting in de afgelopen jaren met 80% terug te brengen. Ook moet de sector het doen met steeds minder bestrijdingsmiddelen.

Het middel Mancozeb, dat reeds decennia in gebruik is in de tuinbouw, is sinds de zomer van 2021 bijvoorbeeld verboden. In de kleinere teelten is daarom ook een trend waarneembaar dat meer en meer biologische bestrijding wordt toegepast. Door deze ontwikkelingen neemt de toepassing van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt af waardoor er ook minder drift van bestrijdingsmiddelen optreedt. Aanvullend wordt opgemerkt dat met het voorliggend plan geen nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt. Het gaat slechts om het veranderen van de grootte van de bestaande woonkavel Oude Herenweg 17B en de verandering van de (voormalige) bedrijfswoning aan de Oude Herenweg 19 naar burgerwoning. Er mag conform de huidige planologische regels al

22

worden gewoond op beide percelen. Het opnemen van de voorwaardelijke verplichting voor het aanbrengen en in stand houden van afschermende landschapselementen is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie waarin deze verplichting nog niet geldt. Dit terwijl op beide percelen al wel gewoond kan worden. Conclusie Doordat wordt voldaan aan de richtafstanden en een windhaag wordt aangeplant om drift van bestrijdingsmiddelen richting de woningen te voorkomen, vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.2

Externe veiligheid

Voor het milieuaspect externe veiligheid zijn een aantal bronnen van belang, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor of het water, het transport door ondergrondse leidingen en de opslag van gevaarlijke stoffen. De normen voor het externe veiligheidsbeleid hebben een wettelijke status. Deze normen zijn een wettelijke verplichte toetsingsgrond bij besluiten op grond van de Wet Ruimtelijke Ordening, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Onderzoek Uit de risicokaart blijkt dat aan de Jacoba van Beierenweg 128C in Voorhout de dichtstbijzijnde Bevi-inrichting (Van Gent & Van der Meer BV) is gelegen. Hier vindt opslag van gevaarlijke stoffen plaats. De PR 10-6-contour is niet buiten de inrichting gelegen. Daarnaast blijkt uit de risicokaart dat er geen overschrijding van het GR plaatsvindt. Het plangebied ligt op ruim 2 kilometer afstand van deze locatie. Deze inrichting is dan ook niet van invloed op de veiligheidssituatie in het plangebied. Ten noorden van het plangebied, op circa 1,8 kilometer afstand, vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats door hogedruk aardgasleidingen. Het invloedsgebied van de gasleiding A-560 is 430 meter. Het plangebied ligt niet binnen PR 10-6-contour van de leidingen. Het plaatgebonden risico (PR) vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Gezien de afstand is verder geen (beperkte) verantwoording van het groepsrisico (GR) benodigd. Het plangebied ligt ook niet in het invloedsgebied van een weg, spoorlijn of waterweg die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Conclusie Externe veiligheid is geen belemmering voor het realiseren van het plan.

5.3

Geluid wegverkeer

In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn regels opgenomen voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals bijvoorbeeld woningen) door wegverkeer. Het gaat daarbij om de geluidsbelasting in het maatgevende toekomstige jaar. In het algemeen is dit 10 jaar na realisatie of na het akoestisch onderzoek. Het plan voorziet niet in de realisatie van nieuwe woningen. Wegverkeerslawaai vormen geen belemmering voor de bestaande woningen. Conclusie Het aspect geluid wegverkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.4

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt voor de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, artikel 5.2 van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de in de Wm genoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven.

23

Als aannemelijk is dat aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormt luchtkwaliteit geen belemmering om een bestemmingsplan vast te stellen. Deze voorwaarden zijn: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging; het project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen. Onderzoek Het voorliggende plan maakt geen extra woningbouw binnen het plangebied mogelijk. Het plan draagt daarom in "niet in betekenende mate" aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nader onderzoek luchtkwaliteit is niet nodig. Uit de kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt bovendien dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied ruim voldoet aan de grenswaarden. De concentratie aan NO2 bedraagt 15 µg/m3 en de concentratie aan fijn stof 17 µg/m3. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de realisatie van het planvoornemen.

5.5

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden voor kunnen komen, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe dat de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden, wanneer behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Onderzoek In 2020 is de archeologische beleidskaart voor onder andere de gemeente Teylingen aangepast. Eerder gold voor het plangebied nog een lage verwachting, inmiddels is op de nieuwste beleidskaart helemaal geen verwachting meer toegekend aan het perceel.

Het is dus vrijgegeven vanuit archeologie. Zie ook afbeelding 11.

24

Afbeelding 11: Brandenburgh, C.R., 2020: Graven in archieven. Een niet-gravend verstoringenonderzoek in de bollengemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen (plangebied aangegeven met zwarte ovaal) Op basis hiervan is er geen nader onderzoek naar archeologie, noch een dubbelbestemming ten behoeve van archeologie nodig Cultuurhistorie De Oude Herenweg is een oude weg. Als een historische route op de rand van de voormalige strandwal is deze weg nog steeds herkenbaar. In de provinciale stukken is deze weg daarom geduid als een belangrijke cultuurhistorisch lijnvormig element. Het uitzonderlijk groene karakter en de doorzichten naar het achterland zijn daarbij van belang. Onderdeel van het totaal plan is de sloop van de circa 6.200 m2 aan kassen. Hierdoor ontstaan nieuwe doorzichten naar het achterland. Dit heeft een positief effect op de waarde van de weg als cultuurhistorisch lijnvormig element in het buitengebied van Teylingen. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn verder geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig waarmee rekening gehouden dien te worden. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie staan de uitvoering van het plan niet in de weg.

5.6

Geur

Bij planologische ontwikkelingen, zoals het onderhavige project, speelt in Nederland in het buitengebied het aspect geur vaak een rol. Met de bouw van drie woningen worden nieuwe geurgevoelige objecten toegevoegd. Voor de veehouderij is het beleid ten aanzien van het aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) die op 1 januari 2007 in werking is getreden. Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wro dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van de toevoeging van woningen in relatie tot de omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Het woon- en leefklimaat wordt bij de vastgestelde norm voor het buitengebied buiten een concentratiegebied van 8 OUe/m³ acceptabel geacht. Conclusie Er zijn geen veehouderijen in de omgeving die in verband met eventuele geuroverlast een

25

belemmering vormen voor het plan.

5.7

Ecologie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden. Daarnaast is het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), in het kader van de gebiedsbescherming van belang. Op basis van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) zijn zeer kwetsbare gebieden aangewezen. Deze gebieden kunnen nadelige invloed ondervinden als de uitstoot van ammoniak op de gebieden toeneemt. Ter bescherming van deze gebieden is een zone van 250 meter rondom de gebieden aangewezen als buffer, om ontwikkelingen die schadelijk zijn voor deze gebieden te beperken. Soortenbescherming Sinds 1 januari 2017 regelt Wet natuurbescherming de bescherming van in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. Bekeken moet worden of er beschermde soorten aanwezig zijn in of nabij het plangebied, in hoeverre het plan negatieve gevolgen kan hebben op die beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen moeten worden genomen.

Onderzoek Soortenbescherming Het plan voorziet in een uitbreiding van het bouwvlak Oude Herenweg 17b en wijziging van de agrarische bestemming van de (voormalige) bedrijfswoning in een burgerwoning. Verder vinden er geen fysieke ingrepen plaats. De locatie waar het bouwvlak wordt uitgebreid bestaat uit grasland. Hier zijn geen opstallen en bomen aanwezig. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogels en verblijfplaatsen van vleermuizen is uitgesloten. De aanwezigheid van rugstreeppad kan worden uitgesloten omdat geen geschikt habitat aanwezig is. Kolonisatie tijdens de bouw kan worden uitgesloten omdat rugstreeppad in Teylingen voorkomt ten westen van de N443 en deze weg een barrière vormt voor rugstreeppad. De aanwezigheid van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (muizensoorten, egel) en amfibieën (groene kikker, gewone pad) is niet uit te sluiten. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ook kunnen algemene broedvogels aanwezig zijn. Werkzaamheden worden bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels gestart. Het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet rekening gehouden worden met de periode tussen half februari en half augustus. In gebruik zijnde nesten zijn altijd beschermd, ook buiten deze periode.

Gebiedsbescherming Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kennemerland-Zuid, bevindt zich op ruim 5 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Zie onderstaande afbeelding.

26

Afbeelding 11: Ligging plangebied ten opzichte van de Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van de NNN. De onderzoekslocatie ligt niet in de nabijheid van een kerngebied, verbindingsgebied of verwevingsgebied, behorend tot de NNN. Ook ligt de locatie niet in de strategische reservering natuur van de NNN. Het meest nabijgelegen NNN-onderdeel bevindt zich circa 1,3 kilometer ten noorden van het plangebied. In afbeelding 12 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van de NNN weergegeven.

Afbeelding 12: Ligging plangebied ten opzichte van de NNN Weidevogelgebieden Het plangebied maakt ook geen deel uit een belangrijk weidevogelgebied. Externe werking Voor de NNN geldt geen externe werking. Het plangebied bevindt zich op circa 1,3 kilometer van het dichtstbijzijnde NNN-onderdeel. Gezien de aard van de ingreep is externe werking niet aan de orde. Externe werking op overige beschermde natuurgebieden, zoals het Natura 2000-gebied Coepelduynen en het belangrijke weidevogelgebied is, gelet op afstand tot het plangebied en de aard van de ingreep niet aan de orde.

27

Het voorliggende plan heeft geen toename van verkeersbewegingen tot gevolg en daarmee ook niet in een toename van de stikstofemissie. Indirecte gevolgen van het plan vanwege de stikstofemissie zijn daarom uitgesloten. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.8

Bodem

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzoek Omdat het plan geen nieuwbouw van woningen mogelijk maakt is het uitvoeren van bodemonderzoek niet nodig. Bovendien is bij vergunningverlening voor de woning aan de Oude Herenweg 17B reeds bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het toekomstig gebruik als woonkavel. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

5.9

Water

Algemeen Op grond van artikel 3.1.1 Bro is de watertoets verplicht voor bestemmingsplannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: ‘het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten’. De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat de ruimtelijke ontwikkeling in strijd is met het duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Watertoets Op 22 december 2021 is digitale watertoets doorlopen. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat er geen waterschapsbelangen spelen. Het plangebied ligt verder niet in een beschermingszone van waterkeringen. Het toetsresultaat van de digitale watertoets is als Bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd.

Conclusie Het aspect water staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

5.10 Besluit milieueffectrapportage In het Besluit m.e.r. is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een projectactiviteit nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Dergelijke projectactiviteiten zijn genoemd in de bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. De voorgenomen activiteit valt niet onder een activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. gelet op de aard en omvang hiervan. Er is geen m.e.r.-beoordeling nodig. Onderzoek Het vergroten van de woonbestemming van het perceel Oude Herenweg 17B van 436 m2 naar circa 1.000 m2, is geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in D11.2 van de lijst D in de

28

bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. Voor de perceel aan de Oude Herenweg 19 gaat het om een planologische omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning is ‘in termen van activiteit’ geen wijziging. Er kan nu worden gewoond en na de wijziging gaat de activiteit wonen gewoon door. Dit betekent dat de omzetting ook geen wijziging van een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in D11.2 van de lijst D in de bijlage van het Besluit m.e.r. Conclusie Het Besluit m.e.r. is niet van toepassing op het voorliggende bestemmingsplan

5.11 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Onderzoek en conclusie Er zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. Er wordt geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

5.12 Schiphol In het Luchthavenindelingenbesluit wordt een beperkingengebied aangegeven. Hierin worden beperkingengebieden ten aanzien van Schiphol weergegeven met betrekking tot externe veiligheid, geluidsbelasting, hoogtebeperkingen en vogelaantrekkende werking. In de Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland wordt aangegeven dat Schiphol voor de toekomst ruimte nodig heeft om uit te breiden. Daarom is op een kaart de zogenoemde 20 Ke-contour opgenomen. Binnen deze contouren mogen geen nieuwe uitleglocaties ten behoeve van woningbouw worden ontwikkeld. Herstructurering en intensivering in bestaand gebouwd gebied zijn binnen deze 20 Ke-contour nu en in de toekomst wel mogelijk. Onderzoek en conclusie Op grond van artikel 2.2.1d van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB-S) moet gemotiveerd worden op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond. Het risico van een vliegtuigongeval neemt toe naarmate de intensiteit van het ruimtegebruik toeneemt. Met het plan neemt de intensiteit van het ruimtegebruik niet of nauwelijks toe. Binnen het plangebied of in de nabijheid van het plangebied zijn geen gevaarlijke of ontplofbare objecten wat meer risico met zich meebrengt aanwezig. De kans op een vliegtuigongeval nabij het plangebied is zeer klein.

Het plangebied ligt buiten zone 3 van het beperkingengebied waardoor de kans op een ongeval kleiner is dan één op een miljoen per jaar. Dit is een dusdanig kleine kans dat gesteld kan worden dat het risico verwaarloosbaar is. Om de risico's bij een vliegtuigongeval zo laag mogelijk te houden kunnen maatregelen getroffen worden ten behoeve van: de bestrijdbaarheid van de gevolgen, zoals het verbeteren van vlucht- en toegangswegen voor hulpdiensten, en; de zelfredzaamheid van personen, zoals voorlichting, oefeningen en rampenbestrijdingsplannen. Het plangebied is goed te ontvluchten en goed bereikbaar voor hulpdiensten. Het uitgangspunt voor de functies in het plangebied is dat personen zichzelf en anderen goed kunnen redden. Er worden geen functies voorzien voor personen met een minder fysieke gesteldheid, die daardoor een beperkte zelfredzaamheid hebben.

29

Verder is het advies aan personen om bij een vliegtuigongeval niet te gaan kijken, afstand te houden bij brand vanwege hitte, giftige rook en mogelijk vrijkomende gevaarlijke stoffen en 112 te bellen.

5.13 Duurzame stedenbouw en duurzaam bouwen Duurzaam bouwen Gemeente Teylingen vindt duurzaam bouwen belangrijk. Duurzaam bouwen is zodanig bouwen dat zo min mogelijk negatieve effecten op het milieu en de menselijke gezondheid ontstaan, gedurende de hele levensloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving. Teylingen streeft er naar bij elk bouwplan de schade aan het milieu op korte en lange termijn zoveel mogelijk te beperken. Zij wil daarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de ontwikkelingen op een zo hoog mogelijk niveau brengen. Het advies is om toekomstige ontwikkelingen energie neutraal te realiseren. In het voorliggende plan gaat het om handhaven van de bestaande woningen. Dit plan is daarom niet geschikt om invulling te geven aan de gemeentelijke duurzaamheidsambities; de methode DGO is hier niet inzetbaar. Conclusie Omdat het bestemmingsplan niet voorziet in een nieuwbouwlocatie is het uitvoering geven aan de gemeentelijke duurzaamheidsambities hier niet aan de orde.

5.14 Verkeer en parkeren Parkeren Er is geen hogere parkeerbehoefte bij het veranderen van de grootte van de woonkavel aan de Oude Herenweg 17B en bij het veranderen van de agrarische bestemming van de (voormalige) bedrijfswoning aan de Oude Herenweg 19 naar burgerwoning. Er zijn daarom geen extra parkeerplaatsen nodig. Verkeer Ook is er om diezelfde reden geen extra verkeersdruk te verwachten en zullen de bestaande perceelontsluitingen gehandhaafd kunnen blijven, mits voldoende veilig. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

30

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Algemeen

De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (zienswijzenprocedure).

6.2

Overleg en inspraak

Op 16 augustus 2022 heeft het college besloten om het voorontwerpbestemmingsplan Oude Herenweg 17B en 19, Voorhout voor te leggen aan de vooroverlegpartners conform artikel 3.1.1 Bro en ter inzage te leggen voor inspraak. De vooroverleg- en inspraaktermijn liep van donderdag 25 augustus tot en met woensdag 5 oktober. Er zijn vier vooroverlegreacties en één inspraakreactie ingebracht. De integrale Nota van beantwoording vooroverleg- en inspraakreacties is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Een samenvatting van de beantwoording van de vooroverlegreacties en de inspraak volgt hierna. 6.2.1

Overleg

De volgende 4 instanties hebben een vooroverlegreactie ingediend op het voorontwerpbestemmingsplan: Brandweer VRHM; Provincie Zuid-Holland; Cultuurhistorisch genootschap Duin- en Bollenstreek; Hoogheemraadschap van Rijnland. Brandweer De brandweer constateert dat de opkomsttijd elf minuten is. Voor een reguliere woonfunctie geldt echter een zorgnormtijd van acht minuten. Met het aanbrengen van extra rookmelders in de verblijfsruimten van de woning krijgen bewoners meer gelegenheid de woning veilig te verlaten indien zich een woningbrand voordoet. Initiatiefnemer is in kennis gesteld van het advies van de brandweer om meer rookmelders aan te brengen. Provincie De provincie heeft gevraagd om de historie van het ruimte voor ruimte plan in de toelichting beter te duiden en de context met de ISG en het beleid van de ISG nadrukkelijker te benoemen. Naar aanleiding van de reactie van de provincie is in paragraaf 1.1 de historie van het plan uitgebreider beschreven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de ISG. Cultuurhistorisch genootschap Duin- en Bollenstreek Het cultuurhistorisch genootschap Duin- en Bollenstreek constateert dat er geen duurzame kwaliteitsverbetering optreedt zoals beoogd met de Ruimte voor ruimteregeling. Bovendien wordt niet voldaan aan de maatvoering van 1.000 m2 voor een woonperceel en 50 m2 aan bijgebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=6db1a6ae-478a-43e5-9085-70c359678a94