2. iWKp_Bollenstreek_Kringmaatregelen_Katwijk_definitief 2022-04-04.pdf.pdf
Tekst van het document
Opgave Voor de wateroverlast in de Emmalaan onderzoekt de gemeente de oplossingsmogelijkheden. Afkoppelen van verhard oppervlak in de Oranjebuurt zal een groot deel van de overlast verminderen, maar de openbare ruimte en de riolering zijn nog niet aan het einde van de levensduur. Het aanpassen van het maaiveld door toepassing van drempels of goten op strategische locaties, zodat het hemelwater kan worden weggeleid is een alternatief. Bij de keuze van een oplossing vindt een doelmatigheidsafweging plaats. De afkoppelwerkzaamheden in de Oranjebuurt zijn reeds in uitvoering.
3.3.2
Riolering
De gemeente Oegstgeest beschikt over gemengde, gescheiden en verbeterd gescheiden stelsels voor de afvoer van hemelwater. De afvoercapaciteit van de rioolstelsels van Oegstgeest is getoetst met bui 8 en 10. Na een regenbui duurt het erg lang voordat het rioolstelsel van bemalingsgebied Lange Voort is leeggepompt en de berging in het rioolstelsel weer beschikbaar is. Als gevolg hiervan treedt theoretisch water op straat op. In de praktijk wordt hier echter geen water straat waargenomen. In de praktijk is op een aantal locaties (Emmalaan, Oude Dorp) wateroverlast bij de gemeente bekend. Dit wordt veroorzaakt door een lokaal lage ligging van het maaiveld en/of een beperking in de afvoercapaciteit van de riolering. De verbetermaatregelen zijn in uitvoering en in 2017 gereed; verwacht wordt dat deze maatregelen afdoende zijn. In de praktijk dient het functioneren op deze gevoelige locaties kritisch te worden gemonitord. Onderstaande tabel toont de maatregelen aan de (hemelwater-)riolering die de gemeente Oegstgeest zich voorneemt. Maatregel
Jaar
Effect
Afkoppelen van 3.4 hectare verhard oppervlak in de Oranjebuurt
gelijktijdig met de rioolvervanging in 2016
Doelmatige inzameling hemelwater / bestrijden wateroverlast
Tabel 22 – maatregelen hemelwatersystemen in de gemeente Oegstgeest
3.3.3
Oppervlaktewatersysteem
Het oppervlaktewatersysteem van Oegstgeest maakt deel uit van het boezemgebied van het hoogheemraadschap van Rijnland. De boezem heeft een zomerpeil van NAP - 0,61 m en een winterpeil van NAP -0,64 m Sommige delen van Oegstgeest, zoals Haaswijk, Morsebel en Poelgeest liggen laag. Om te voorkomen dat deze delen onderlopen, zijn er poldersystemen ingericht. In de polders is het waterpeil lager dan in het boezemsysteem. Het oppervlaktewater is deels in beheer bij de gemeente Oegstgeest en deels bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Het feitelijk beheer van de laatste polders wordt binnenkort overgedragen. Zo maakt de gemeente het oppervlaktewater schoon en is de gemeente verantwoordelijk voor het baggeren van de overige watergangen. In 2013 is het onderhoud van het natte profiel van een gedeelte van de Apollolaan en enkele primaire watergangen in Poelgeest overgedragen van de gemeente Oegstgeest aan hoogheemraadschap van Rijnland. Het beheer van de polders Oudenhof zijn overgedragen naar het hoogheemraadschap van Rijnland. Vanaf het moment van overdracht is het hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het beheer van deze watergangen. Het water in de polders en het stedelijk gebied wordt op peil gehouden door poldergemalen. De poldergemalen zijn in beheer bij het hoogheemraadschap. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 51
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Het is op dit moment niet inzichtelijk hoeveel duikers de gemeente Oegstgeest in beheer heeft. Bij het opstellen van het drainage beheerplan wordt ook een inventarisatie meegenomen van het aantal duikers en uitstroombakken in Oegstgeest. Wanneer er een knelpunt is voor de doorstroming of vervuiling van de duikers of uitstroombakken wordt dat op dit moment ad hoc opgelost door de team Beheer & Onderhoud. De staat van onderhoud van de watergangen is redelijk. Er wordt door de gemeente Oegstgeest en het hoogheemraadschap van Rijnland uitvoering gegeven aan het Baggerplan. Tevens worden buiten het baggerplan diverse knelpunten uitgevoerd. Het doel is om de opgelopen achterstand in baggeronderhoud de komende jaren in te lopen.
In de komende planperiode wordt de droge voeten toets voor hemelwateruitlaten en overstorten uitgevoerd.
3.3.4
Voorkomen van afvoer van oppervlaktewater naar de AWZI en veiligheid
In het rioolstelsel zijn geen terugslagkleppen aanwezig. Momenteel is niet in beeld in welke mate er een risico is voor afvoer van oppervlaktewater via de riolering naar de zuivering.
3.4
Onderzoeksmaatregelen
Voor de zorgplicht voor hemelwater zijn binnen de Bollenstreek de volgende onderzoeken voorzien voor de komende planperiode (2022-2026). In de modules voor de overige zuiveringskringen is hetzelfde overzicht opgenomen waarin voor elke deelnemer aangegeven is wat van toepassing is.
Legenda V X (X)
€ ….
niet van toepassing reeds uitgevoerd initiatiefnemer (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) initiatief ligt bij andere waterpartner (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) gereserveerd budget
In Tabel 23 zijn de onderzoeksmaatregelen opgenomen die volgen uit de eigen programma’s van de individuele deelnemers en in Tabel 24 zijn de onderzoeksmaatregelen opgenomen die volgen uit dit iWKP. De gemeente Oegstgeest voert deze onderzoeken uit samen met de waterpartners uit de Leidse Regio. Onderzoek
Katwijk
Teylingen
Oegstgeest
Rijnland
Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 1 (Gegevens op orde: checks, inventariseren, inmeten en monitoren)
2022
2022
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 2 (Analyseren: realiteitscheck modellen, knelpunten, maatregelen en afvoerstructuur)
Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 3 (Optimaliseren: integraliteit maatregelen en eventueel OAS)
Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 4 (Verankeren: doorlopen procedure Droge voeten; opnemen in begroting iWKp 20272031)
2023
2024-2025
2026
2022-2023
2023-2024
2026
Zie iWKp Leidsche regio
Zie iWKp Leidsche regio
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
(X)
(X)
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 52
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Tabel 23 - individuele onderzoeksmaatregelen hemelwater
Onderzoek
Jaar
Katwijk
Teylingen
Oegstgeest
Rijnland
X
X
X (L)
X
Opstellen Berging Rekening Courant
€ 5 000
€ 5 000
€ 5 000
X
Uitwerken beleid klimaatbestendigheid
€ 15 000
€ 15 000
€ 15 000 (L)
(X)
Verbeteren klachtregistratie (SUF-MELD?)5
Tabel 24 - iWKP onderzoeksmaatregelen hemelwater
5 Zie ook hoofdstuk bedrijfsvoering
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 53
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
4
ZORGPLICHT GRONDWATER
4.1
Invulling gemeente Katwijk
4.1.1
Grondwater in Katwijk
Katwijk aan Zee maakt deel uit van het duinsysteem. De bodem van het duinsysteem bestaat overwegend uit goed waterdoorlatende zandlagen. De duinen kunnen daarom worden beschouwd als een groot grondwaterreservoir. Neerslag die niet via daken en wegen naar het riool wordt afgevoerd, kan in de bodem infiltreren en het grondwater aanvullen. De grondwaterstand bevindt zich in het algemeen enkele meters onder het maaiveld. Het grondwater uit de duinen stroomt overwegend verticaal weg naar diepere bodemlagen. Het grondwater stroomt via het dieper gelegen eerste watervoerend pakket en kwelt uiteindelijk op aan de rand van de diepere polders, in de oostelijke helft van gemeente Katwijk. Ook stroomt grondwater via het bovenste watervoerend pakket horizontaal af naar de zee en de polders. In het zuiden van de gemeente wordt grondwater beïnvloed door de aanwezigheid van grondwateronttrekkingen en infiltraties in het waterwingebied van Dunea. De oostelijke helft van Katwijk (Rijnsburg, Valkenburg en delen van Katwijk aan den Rijn) bestaat voornamelijk uit boezemgebied met voornamelijk kleiafzettingen. Het grondwater bevindt zich in het algemeen ongeveer een meter onder maaiveld. De gemeente ontvangt meldingen van bewoners die grondwateroverlast ervaren. Onduidelijk is hoeveel, omdat de registratie van meldingen niet uniform is vastgelegd.
Overlast door hoge grondwaterstanden kan bestaan uit natte kruipruimtes, vocht in woningen, natte tuinen of spoorvorming in wegen. Er zijn geen problemen met te lage grondwaterstanden bekend. Te lage grondwaterstanden kunnen leiden tot droogstand en aantasting van houten paalfunderingen. Door veranderende neerslagpatronen, met name meer neerslag in de winter en door stijging van de zeespiegel zal de grondwaterstand in de toekomst mogelijk stijgen. Daardoor kan grondwateroverlast toenemen.
4.1.2
Ambities op hoofdlijnen
Burgers en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen op eigen terrein en aan eigen opstallen. 3. De gemeente verzamelt overlastmeldingen en grondwaterstanden en beheert de verzamelde informatie. 4. De gemeente beoordeelt de verzamelde overlastmeldingen en grondwaterstanden jaarlijks om te controleren of de meldingen en metingen wijzen op mogelijke structurele grondwaterproblemen. 5. De gemeente streeft ernaar grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te verminderen, mits dat op een doelmatige wijze kan en binnen de wettelijke kaders. 6. De gemeente wil voorkomen dat bij nieuwbouw of herontwikkeling grondwateroverlast ontstaat, nu en in de toekomst, door onderzoek vooraf. 7. De gemeente streeft ernaar om risico’s voor de omgeving bij grondwateronttrekkingen en bemalingen te beheersen zowel bij werken in opdracht van de gemeente, als bij werken in opdracht van derden. 8. De gemeente beheert en onderhoudt de aan haar toebehorende grondwaterbeheermaatregelen (drainageleidingen) op openbaar terrein, mits doelmatig.
4.1.3
Kennis en informatie over het grondwater in Katwijk
De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor burgers en bedrijven met vragen of melding over het grondwater. Vragen en meldingen worden individueel behandeld door een medewerker van de gemeente. De gemeente informeert mensen met een vraag of een melding over het grondwatersysteem, de grondwaterstand volgens het grondwatermeetnet, mogelijke oorzaken en mogelijkheden voor het oplossen van grondwaterproblematiek. Om inzicht in de grondwaterstanden te hebben beschikt de gemeente over een grondwatermeetnet bestaande uit 116 peilbuizen. In 19 peilbuizen zijn dataloggers geïnstalleerd, die de grondwaterstand INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 54
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
dagelijks automatisch registreren. In de overige peilbuizen wordt de grondwaterstand eenmaal per maand handmatig gemeten. Elk half jaar worden de metingen verzameld. In 2015 is een stationair grondwatermodel voor Katwijk aan Zee gemaakt. Dit model benadert het grondwatersysteem als een stationair – een in evenwicht – systeem. Dit model wordt in 2023 omgezet naar een dynamisch grondwatermodel, zodat we nog preciezer de (investeringsmaatregelen) kunnen doen. Een dergelijk computermodel geeft extra inzicht in de grondwatersituatie en de effecten van ingrepen of externe veranderingen. Het model blijft beschikbaar en zal gebruikt worden om, in combinatie met metingen uit het grondwatermeetnet, de effecten van infiltratievoorzieningen, de kustuitbreiding, de klimaatverandering en de grondwateronttrekkingen van Dunea nader te bestuderen. De metingen en meldingen worden jaarlijks (of vaker als het klachtenpatroon daartoe aanleiding geeft) door de gemeente beoordeeld om te kijken of er mogelijk sprake is van structurele grondwateroverlast in delen van gemeente Katwijk. Als de beoordeling daartoe aanleiding geeft, kan de gemeente binnen haar verantwoordelijkheden overgaan tot het doen van nader onderzoek of het nemen van maatregelen. Ten aanzien van te lage grondwaterstanden bij houten paalfunderingen zijn bij de gemeente geen meldingen bekend.
Er zijn wel een aantal aandachtsgebieden waar aantasting van funderingen door droogstand mogelijk is. Een inventariserend onderzoek naar de risico’s van te lage grondwaterstanden in de afgelopen planperiode heeft (nog) geen knelpunten laten zien.
4.1.4
Verantwoordelijkheden voor het tegen gaan van grondwateroverlast
4.1.4.1
Bestaande situaties
Particulieren Bewoners en bedrijven die grondwateroverlast ervaren worden geacht zelf maatregelen te nemen om de overlast tegen te gaan. Bouwkundige maatregelen, zoals het dampdicht maken van vloeren, zijn in het algemeen het meest effectief bij het tegengaan van vocht in woningen. Bewoners en bedrijven die hun terrein willen ontwateren dienen zich bij het lozen van grondwater tenminste te houden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer paragraaf 3.2.1. artikel 3.2. De gemeente hanteert voor bewoners en bedrijven de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van grondwater:
oppervlaktewater drainage hemelwaterafvoer gemengd riool
Gemeente De gemeente legt drainage aan in gemeentelijk openbaar terrein, mits dat op doelmatige wijze kan. Doelmatig betekent dat aan de volgende voorwaarden dient te zijn voldaan: Er is een structureel grondwaterprobleem. Er is volgens de gemeente sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) onder de as van de weg voor een gebied tijdens een periode van minstens drie aaneengesloten jaren hoger is dan 0,75 m (of uit grondwateronderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn). Als representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden. Er is volgens de gemeente sprake van een grondwaterprobleem, indien de hoge grondwaterstand leidt tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade voor zover deze niet worden veroorzaakt door gebrekkige constructies en bouwkundige gebreken en in relatie tot de aan de grond gegeven bestemming. Verblijfruimten dienen daarbij dan ook te voldoen aan de bouwregelgeving. Grondwater in de kruipruimte op zich veroorzaakt niet altijd problemen; alleen als het vocht doordringt naar bovenliggende verblijfruimtes en/of de bebouwing aantast. 9. De maatregel op openbaar terrein heeft nut.
Drainage op openbaar terrein heeft volgens de gemeente nut als daardoor de grondwaterstand op het perceel zover wordt verlaagd dat het grondwaterprobleem voldoende wordt opgelost. Als de grondslag INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 55
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
ongeschikt is, bijvoorbeeld bij klei, is de invloedsfeer van drainage op openbaar terrein daarvoor te beperkt. Drainage in openbaar terrein is volgens de gemeente ook nuttig als met de aanwezigheid van drainage een randvoorwaarde wordt gecreëerd voor de perceeleigenaren om zich te kunnen ontdoen van het te veel aan grondwater op hun terrein, bijvoorbeeld middels blokdrainage. Voorwaarde is dat tenminste 50% van de perceeleigenaren hun perceelsdrainage (direct of indirect) aansluiten op de gemeentelijke drainage. 10. Er vindt rioolvervanging plaats. De gemeente acht het niet kosteneffectief om drainage aan te leggen in straten of wijken waar niet gelijktijdig het riool wordt vervangen. Bij rioolvervangingsprojecten beslist de gemeente op basis van bovenstaande voorwaarden over de aanleg van nieuwe drainage. Bestaande drainage wordt in principe vervangen, tenzij niet langer aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan en door het wegnemen van de drainage de perceelseigenaren niet onevenredig benadeeld worden.
4.1.4.2
Nieuwbouw en herontwikkeling
Bij nieuwbouwplannen of plannen voor herontwikkeling moet de initiatiefnemer (ook als dat de gemeente is) aantonen dat er nu en in de toekomst geen grondwaterproblemen ontstaat. Er is volgens de gemeente sprake van een grondwaterprobleem als de ontwateringsdiepte onder de kruin van de weg minder dan 0,75 meter is of als het grondwaterpeil onder de woningen minder dan 1,0 meter ten opzichte van het vloerpeil is. Door middel van onderzoek en modelvorming vooraf moet de initiatiefnemer aantonen dat, eventueel door het nemen van maatregelen, wordt voldaan aan de genoemde ontwateringseisen. Daarbij moet ook geanalyseerd worden welke ontwikkelingen volgens de actuele inzichten, bijvoorbeeld maaivelddaling en klimaatverandering, de ontwatering in de toekomst negatief kunnen beïnvloeden. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde voor het nemen van maatregelen om de ontwateringseisen bij nieuwbouw te realiseren:
Het ophogen van het maaiveld (zodat geen grondwaterafvoer nodig is). Benodigde ophoging af te stemmen op effecten van klimaatverandering en te optimaliseren door combinatie met de onderstaande maatregelen. Het realiseren van extra oppervlaktewater (zorgt tevens voor verbetering van het gehele watersysteem en belevingswaarde voor de omgeving). Grondverbetering. Het aanleggen van een drainagesysteem met een levensduur van tenminste 60 jaar.
De gemeentelijke afdelingen die dagelijks bezig zijn met vastgoed en planontwikkeling, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het grondwaterbeleid. In de planontwikkeling worden keuzes gemaakt waarmee toekomstige grondwateroverlast kan worden veroorzaakt of juist wordt voorkomen. De hier beschreven eisen voor nieuwbouw en herontwikkeling zullen vertaald moeten worden naar regels in het bestemmingsplan en eisen in exploitatieovereenkomsten.
Bestemmingsplannen Er dienen concrete doelomschrijvingen ten aanzien van grondwater opgenomen te worden in bestemmingplannen, onder meer ten aanzien van de bouwwijze, minimale én maximale gewenste ontwateringsdiepte en bouwpeil. Omdat het bestemmingplan het kader is voor de beoordeling van vergunningen en handhaving bij bouwwerkzaamheden door derden, maakt een concreet bestemmingsplan het eveneens mogelijk om vergunningen te kunnen beoordelen op grondwateraspecten. Indien in het bestemmingsplan geen concrete randvoorwaarden voor (bouw)werken zijn opgenomen, heeft de gemeente geen duidelijke grondslag om vergunningen te beoordelen op grondwateraspecten (zoals te verwachten grondwaterschade als gevolg van de werkzaamheden in de gebruiksfase). Daarom is het van belang om in bestemmingsplannen regels op te nemen dat de initiatiefnemer moet aantonen dat de werkzaamheden geen nadelige gevolgen hebben voor de (grond)waterhuishouding en bebouwde omgeving, zowel tijdens de bouw als tijdens de gebruiksfase. Ook is het van belang om het bouw- en woningtoezicht hiervan bewust te maken. Overigens is het zo dat, ongeacht de inhoud van een bestemmingsplan of INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 56
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
grondslag voor handhaving, derden gewezen kunnen worden op hun verantwoordelijkheid voor mitigerende maatregelen om voorzienbare schade aan andere panden te voorkomen.
Exploitatieovereenkomst De controle en sturing op ontwerpen en een vakbekwame uitvoering ervan is een essentieel onderdeel van een duurzaam grondwatersysteem, alsook de controle en handhaving van de door derden ontwikkelde gebieden/locaties. De exploitatieovereenkomst volgens de Grondexploitatiewet (nieuwe wet Ruimtelijke Ordening) vormt daarvoor het middel. Hierin dient de focus te liggen op het behalen van doelresultaten; de wijze waarop ze worden behaald blijft, in overleg met de gemeente, aan de uitvoerende partij.
4.1.5
Beheersing van risico’s voor de omgeving bij uitvoeringsprojecten
Openbare werken Bij renovatie van de openbare ruimte bestaat de kans dat grondwateroverlast door het project wordt veroorzaakt. Bijvoorbeeld door het vervangen van een lek riool door een nieuw waterdicht riool of het tijdelijk bemalen van grondwater. De gemeente wil bij ingrepen in de openbare ruimte zo veel mogelijk voorkomen dat de grondwaterstand stijgt/daalt met nadelige gevolgen voor de omgeving. Bij werken in de openbare ruimte wordt beoordeeld en vastgelegd of het doelmatig is om gelijktijdig drainage aan te leggen en of maatregelen tegen schade door bemaling getroffen moeten worden. Verder is het nodig om voor de uitvoeringsfase goede randvoorwaarden mee te geven aan (inschrijvende) aannemers om bemalingsrisico’s goed in te kunnen schatten. De gemeente stelt het bemalingsadvies conform BRL12000 op dat onderdeel uitmaakt van het bestek, hetgeen verder geconcretiseerd dient te worden door de uitvoerende partij in een bemalingsplan. Ook meet de gemeente de grondwaterstanden voor, tijdens en na de werkzaamheden met een projectmeetnet, waarbij de korte meetreeks wordt gekoppeld aan de lange meetreeks van het grondwatermeetnet (indien aanwezig in de wijk).
Werken van derden Ook (uitvoerings)werken door derden kunnen grondwateroverlast of -onderlast veroorzaken, zoals bij de bouw van kelders of bouwputten. Het gaat dan om tijdelijke effecten tijdens de bouwfase, maar ook permanente effecten in de gebruiksfase. De initiatiefnemer van de werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast door de werkzaamheden in zowel de gebruiks- als bouwfase, of dat er afdoende maatregelen zijn genomen. Het kader hiervoor is de omgevingsvergunning, mits concrete grondwaterrandvoorwaarden zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning beoordeelt de gemeente of door de aanvrager voldoende onderzoek is gedaan naar de effecten van bouwwerken op de grondwaterstand. Indien in het bestemmingsplan geen concrete grondwaterrandvoorwaarden zijn opgenomen, is er geen handvat om een vergunning op dat aspect te weigeren. Dan probeert de gemeente in goed overleg de initiatiefnemer het belang van het voorkomen van wateroverlast in te zien.
4.1.6
Beheer en onderhoud gemeentelijke grondwatervoorzieningen
Het beheer van de drainagesystemen is belangrijk voor een langdurige werking van systemen en wordt daarom planmatig aangepakt. Voor aandachtspunten ten aanzien van de uitvoering van het onderhoud wordt gebruikgemaakt van de Leidraad Riolering, module C3300 “beheer en onderhoud drainagevoorzieningen”. Een nog op te stellen onderhoudsplan voor drains geeft hier verdere invulling aan. Het betreft de volgende activiteiten: Onderzoek naar werking en nut bestaande drainage. 11. Ontwikkelen afwegingsmethode aanhouden oude drainage. 12. Het opnemen van de systemen en achterliggende kenmerken in een beheersysteem. 13. Onderzoek (monitoring en inspectie). 14. Onderhoud (doorspuiten en doorsteken). 15. Reparatie. 16. Vervanging. Uitgangspunt voor leidingen: gelijktijdig met rioolvervanging. Richtlijnen voor de aanleg van drainage en infiltratie zijn een belangrijk hulpmiddel om drainagesystemen duurzaam te laten functioneren. Uitgangspunt voor de gemeente is dat de systemen robuust en duurzaam INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 57
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
worden ontworpen en aangelegd. Intentie is de levensduur van drainages gelijk te houden aan dat van rioolleidingen. Dit betekent dat specifieke eisen aan drainageleidingen gesteld moeten worden. Daarom stelt de gemeente een PVE voor de aanleg van drainagesystemen op. In 2021 is onderzoek gedaan naar het functioneren van de drainage, omdat deze binnen afzienbare tijd vervanging van drainages in bepaalde wijken in Katwijk in beeld komt. Het is de vraag in hoeverre de aanwezige drainages wel echt aan het einde van haar levensduur (hierbij is uitgegaan van een levensduur van 30 jaar). Dit onderzoek is uitgevoerd in 2021 en de conclusie is dat een deel van de drainage als verloren moet worden beschouwd. Ook blijkt dat het verlies aan drainage niet persé betekent dat dit tot structurele grondwateroverlast leidt in deze gebieden. Kennelijk hebben we ook niet alle factoren goed in beeld gehad die leiden tot de aanleg van de drainage. Gemeente Katwijk zal komende planperiode haar strategie op drainage enten op basis van een dynamisch en gevalideerd grondwatermodel én de melding over te grondwater nauwlettend volgen. Hiermee kunnen we de gevolgen van het veranderend klimaat voor de ondergrond (o.a. fundering) én bovengrond (o.a. groen en natuur) beter in inzichtelijk maken.
We hebben dan direct inzicht in de reactie van de grondwaterstanden reageren op neerslag of veranderingen in de ruimtelijke omgeving.
4.1.7
Maatregelen - actieplan
Maatregel of taak
Frequentie
Overwegen hoe grondwatermeldingen geregistreerd moeten worden (relatie DoFeMaMe 2021)
Eenmalig
Uitvoeren grondwateronderzoek naar aanleiding van meldingen, metingen, werken, rioolvervanging, nieuwbouw indien noodzakelijk (reservering)
Jaarlijks
Planning 2023
Afhankelijk van investeringsprogr.
Toezien op de beheersing van grondwaterrisico’s bij projecten door derden (borgen)
Per project
Grondwatermodel, actualiseren en optimaliseren stationaire model
Eenmalig
2023
Grondwatermodel, ontwikkelen in-stationair (dynamisch) model, inclusief Eenmalig bereken klimaateffecten op basis van de nieuwe KNMI scenario’s
2023
Watersysteemkaarten, actualiseren o.b.v. grondwatermodel (Urban Water Planner)
Eenmalig
2024
Inbedden grondwaterinformatie en handelingsperspectief in de organisatie zodat de informatie in de projecten komt
Eenmalig
2024
Actueel houden grondwatermodel, eens per planperiode. Op wijkniveau a.d.h.v. ontwikkelingen. Bijv. ondergrondse constructies, drainage en infiltratie, peilwijzigingen
Elke 5 jaar
2028
Actualiseren grondwater maatregelenplan
Elke 5 jaar
2026
Onderzoek aandachtsgebieden voor hoge grondwaterstanden (zie ook bijlage 9 uit rapportage grondwatermodel van 2015)
Jaarlijks
2025->
Onderzoek aandachtsgebieden voor lage grondwaterstanden, inclusief lekker riolen, funderingen, bomen en actief grondwaterpeilbeheer (rapportages “Inventarisatie risico’s lage grondwaterstanden” (CM98 RAP20190206) en “Inventarisatie risico lage grondwaterstanden twee wijken” (CM98A RAP20200525)
Jaarlijks
2025->
Blijven volgen ontwikkelingen duingebieden (Dunea) en in overleg blijven effecten voor Katwijk
Eenmalig
2022-2023
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 58
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Onderzoek effect infiltratievoorzieningen en vergroenen om klimaatmaatregelen af te kunnen stemmen op het grondwater
Eenmalig
2024
Opstellen operationeel onderhoudsplan drainage- en infiltratiesystemen
Eenmalig
2022
Monitoring drainage- en infiltratiesystemen
Jaarlijks
2023->
Onderhoud drainage- en infiltratiesystemen
Jaarlijks
2023->
Meetnetbeheer, onderhoud en validatie
Jaarlijks
2022->
Opzetten en tijdens de planperiode beheren van stoplichtmodel / grondwatermonitor meetnet, voor signalering m.b.t. overschrijdingen en beoordelen weersomstandigheden t.o.v. normaal
Jaarlijks
2022->
Inrichten stoplichtmodel en signaleringswaarden vaststellen per peilbuis
Eenmalig
2022
Tabel 25 - Actieplan grondwater
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 59
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
4.2
Invulling gemeente Teylingen
De teksten in deze paragraaf zijn opgesteld door Wareco ingenieurs. Waar van toepassing is specifiek voor de kernen Warmond, Voorhout en Sassenheim aangegeven welke activiteiten de gemeente is gestart of nog gaat ondernemen om in het volgend iAWKp voor alle kernen op hetzelfde kennisniveau te kunnen komen.
4.2.1
Inleiding
Grondwater heeft veel betekenis voor de leefomgeving. Door ontwikkelingen als klimaatverandering en de bouwopgave krijgt grondwater, en de ondergrond meer in het algemeen, steeds meer betekenis. Ook omdat grondwater bewoners en bedrijven steeds meer raakt. Grondwater biedt kansen, bijvoorbeeld om regenwater te bergen en vegetatie te laten groeien. Ook kan grondwater tot problemen leiden, als het te hoog of te laag staat, of als de grondwaterstand verandert door waterinfiltratie, vergroening en bouw. De gemeente Teylingen maakt locatie specifieke keuzes ten aanzien van grondwater, als onderdeel van de gemeentelijke grondwaterzorgplicht. Bijvoorbeeld over het verhelpen en het voorkómen van grondwaterproblemen, over wanneer maatregelen worden uitgevoerd. En welke informatie en welke acties daarvoor nodig zijn. Dit hoofdstuk geeft invulling aan dergelijke keuzes: het operationele grondwaterbeheer in de gemeente Teylingen. De relevante onderwerpen zijn weergegeven in de onderstaande Figuur 7.
Figuur 7. Onderwerpen in het operationeel grondwaterbeheer (bron iconen: Freepik, Flaticon)
Stedelijk grondwater en definities Grondwater in bebouwd gebied (of ook wel: stedelijk grondwater) maakt naast het stedelijk oppervlaktewater, de neerslag en verdamping, de drinkwatervoorziening en het afvalwater, een wezenlijk onderdeel uit van het stedelijk watersysteem en de leefomgeving in het algemeen. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 60
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Het stedelijk grondwater wordt onderscheiden in enerzijds het grondwater in dieper gelegen watervoerende bodempakketten en anderzijds het grondwater in het bovenste, freatisch pakket. De stijghoogte van het freatisch grondwater, het grondwaterpeil, is van belang voor de leefomgeving, denk aan bouwen (kruipruimten), voor aanleg en onderhoud van oppervlaktewater, groen en wegen, voor behoud van archeologie, het beheren van grondwaterverontreinigingen en voor de kansen voor ecologie en natuur. Enkele hydrologische begrippen, genoemd in de volgende hoofdstukken, zijn schematisch weergegeven in Figuur 8.
Figuur 8. Schematisatie van enkele hydrologische begrippen.
Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot vochtoverlast in woningen, beperkingen in het groenbeheer en verhoogde kosten in het beheer van wegen en ondergrondse infrastructuur. Grondwateroverlast bij woningen heeft vaak betrekking op natte of vochtige kruipruimtes of optrekkend vocht door muren. Hierdoor kunnen in de woningen problemen ontstaan zoals schimmelvorming en een te vochtig binnenklimaat. Ook natte tuinen kunnen het gevolg zijn van te hoge grondwaterstanden. Verder kunnen te lage grondwaterstanden worden aangetroffen. Door te lage grondwaterstanden kan versnelde maaivelddaling optreden in zettinggevoelige gebieden, hierdoor kunnen wegen en panden zonder paalfundering zakken en kunnen houten paalfunderingen worden aangetast met schade aan panden tot gevolg. Dit wordt ook wel grondwateronderlast of droogteschade genoemd. Daarnaast kan bij lage grondwaterstanden schade ontstaan aan vegetatie en leidingen. Dit wordt ook wel grondwateronderlast genoemd. Tegelijkertijd ontstaat er bij een lage grondwaterstand ook meer ruimte voor ondergrondse opslag van regenwater.
4.2.2
Grondwater(problemen) in Teylingen
Kennis van grondwater is essentieel om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke grondwaterzorgplicht. Ook om de afstemming tussen grondwater en thema’s als klimaatverandering, bouwopgave en biodiversiteit te kunnen maken. De gemeente Teylingen wil haar kennis over het grondwatersysteem daarom uitbreiden. De afgelopen jaren is al een start gemaakt met het opzetten van een gemeentelijk grondwatermeetnet. De meetgegevens van het eerste jaar zijn geanalyseerd 6 en daarbij zijn aandachtsgebieden aangewezen met betrekking tot (te) hoge en lage grondwaterstanden. Ook is een advies gegeven over vervolgacties op het gebied van grondwaterbeheer. Er is een aantal concrete redenen om het kennisniveau te verhogen. We willen kunnen onderbouwen waar (toekomstgerichte) maatregelen nodig zijn, ook rekening houdend met klimaatverandering. Waar zal overlast toe- of afnemen? Is afkoppelen kansrijk of juist draineren? We willen inwoners en bedrijven beter kunnen ondersteunen bij het ontstaan en oplossen van problemen. We willen de programmering van rioolmaatregelen, waar passend, laten afhangen van de grondwaterproblematiek (ná de komende planperiode).
6 Advies grondwaterbeheer gemeente Teylingen, Wareco Ingenieurs, kenmerk 201670_R_SWE_0031 d.d.
20 januari 2021 INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 61
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
De historische kernen van Voorhout, Sassenheim en Warmond liggen op een serie van oude duin- en strandruggen. Aan weerszijden daarvan bevinden zich klei- en veenafzettingen, dat zie je ook terug in Figuur 9 (Overzichtskaart grondwater aandachtsgebieden). De strandruggen zijn oude duinen die van oorsprong hoger liggen dan de omgeving. De bodem bestaat er tot grote diepte uit zand en het grondwater zit er relatief dieper. Dit hoge, droge deel van de gemeente werd als eerste bebouwd. Grondwateroverlast is hier minder gebruikelijk. Kenmerkend voor de strandwallen is dat er weinig oppervlaktewater en dus weinig grondwaterafvoer is. Klimaatverandering kan hier daarom relatief grote invloed hebben op het grondwater. In de lagergelegen delen bevinden zich de uitbreidingswijken, die veelal na de tweede wereldoorlog gerealiseerd zijn. In de bodem zijn naast zand ook ondiepe klei- en veenlagen aanwezig. De grondwaterstand is er vaak ondieper dan 1 m onder het oppervlak. Het risico op grondwateroverlast is hier groter. Ook is hier risico op juist te lage grondwaterstanden, waardoor de bodem en woningen kunnen gaan zakken. Door te lage grondwaterstanden kunnen ook houten paalfunderingen aangetast worden, al is nu nog niet duidelijk hoe de woningen in de gemeente gefundeerd zijn.
Over het algemeen geldt dat oudere bebouwing gevoeliger is voor zowel hoge als lage grondwaterstanden, met name panden die zijn gebouwd in de periode voordat het Bouwbesluit in werking trad (<1992). In de meeste straten bevindt zich gemengde riolering. In een groot deel van Voorhout (oostelijk van de spoorlijn) bevindt zich nieuwere bebouwing. Hier is veelal een gescheiden rioolsysteem met drainage aanwezig. Hetzelfde geldt voor een nieuwbouwwijk uit 2018 in Warmond en voor een aantal buurten die rond 2000 in Sassenheim zijn gebouwd. Uit een inventarisatie van de rioolgegevens blijkt dat bijna 50% van de riolering het label ‘ingrijpen’ draagt. Ook is veel van de (bouw)drainage inmiddels 20 jaar oud. Uit de meetnetanalyse blijkt dat er reden is om aan te nemen dat (lokaal) de lekke riolering de grondwaterstand onbedoeld verlaagt. Ook is het aannemelijk dat sommige drainagestrengen de grondwaterstand inmiddels nauwelijks meer beïnvloeden. Op basis van kenmerken van het grondwatersysteem en de bebouwing is een risicokaart opgesteld voor hoge en lage grondwaterstanden, zie Figuur 9. Een aantal belangrijke speerpunten voor de komende planperiode zijn: 1. Uitvoeren grondwateronderzoek in aandachtsgebieden hoge grondwaterstanden, met focus op grondwaterrisico’s en mogelijke oplossingen, gebruikmakend van eventuele meldingen van inwoners.; 2.
Uitvoeren grondwateronderzoek in aandachtsgebieden lage grondwaterstanden, met focus op risico bodemdaling (hoogte grondwaterstand in relatie tot hoogte kwetsbare bodemlagen); 3. In beeld brengen van de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand. We verwachten dat de risico’s m.b.t. te hoge en te lage grondwaterstanden toenemen doordat extreme neerslag en droogte vaker zullen optreden. Hier willen we tijdig op kunnen anticiperen; 4. Uitvoeren risicoscan van het vervangen van (lekke) rioolbuizen en de aanleg van grondwater regulerende maatregelen (drainage of infiltratie), op basis daarvan prioriteren van de vervangingsopgave. Het vermoeden bestaat dat lokaal lekke rioolstrengen de grondwaterstand (onbedoeld) verlagen en mogelijk (aanvullende) bodemdaling veroorzaken; 5. Uitvoeren van een (veld)inventarisatie naar de werking van bestaande drainageleidingen, als input voor het beheersysteem en onderhoudsplan, maar ook om te onderbouwen welke richtlijnen moeten worden meegegeven als het gaat om ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud van nieuw aan te leggen systemen.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 62
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Figuur 9. Overzichtskaart van grondwateraandachtsgebieden in Teylingen. In blauw de aandachtsgebieden voor hoge grondwaterstanden, in groen/oranje de gebieden die kwetsbaar zijn bij het voorkomen van lage grondwaterstanden
4.2.3
Doelmatigheid grondwatermaatregelen
4.2.3.1
Doelmatigheid
De gemeente neemt bij grondwateroverlast maatregelen als deze doelmatig worden bevonden. De doelmatigheidsafweging vindt plaats met maatwerk, op basis van een overkoepelend kader zodat keuzes eenduidig tot stand komen. Een hoge grondwaterstand alleen maakt een maatregel in de openbare ruimte niet doelmatig. Er dient ook een grondwaterprobleem te zijn, dat tegen acceptabele kosten kan worden bestreden met maatregelen in de openbare ruimte. Daarom is doelmatigheid het criterium voor maatregelen (niet een bepaalde grondwaterstand). 1. De gemeente wil bijdragen aan verminderen van structurele grondwateroverlast. Door maatregelen op gemeentelijk terrein te treffen, waar doelmatig. Dit biedt een uitgangspunt voor particuliere perceeleigenaren om de grondwatersituatie op hun terrein op orde te houden of te brengen. Het bestrijden van grondwateroverlast start namelijk op het betreffende perceel. 2. De gemeente past de grondwaterstand in openbaar terrein aan, indien doelmatig en/of neemt overtollig grondwater afkomstig van particuliere percelen in ontvangst op het riool. De grondwaterstand kan niet eindeloos worden verlaagd tot bijvoorbeeld onder diepe kelders; de gewenste grondwaterstand wordt afgestemd op de lokale (on)mogelijkheden, zoals het oppervlaktewaterpeil, veenlagen, houten paalfunderingen, et cetera.
De doelmatigheid van grondwatermaatregelen wordt locatie specifiek beoordeeld op basis van de volgende overkoepelende criteria: a. Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand. b. De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte kan effect voor de (particuliere) percelen met overlast worden bereikt. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 63
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
c. De maatregel is kosteneffectief: de hiermee gemoeide investerings- en exploitatiekosten van maatregelen staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. Als alle drie de criteria zich voordoen, wordt een maatregel in de openbare ruimte als doelmatig beoordeeld.
4.2.3.2
Er is een probleem (A)
De hoge of lage grondwaterstand in het openbare gebied leidt tot aantoonbare structureel nadelige gevolgen voor de perceelfuncties. Er is volgens de gemeente sprake van nadelige gevolgen, indien omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden en niet worden veroorzaakt door gebrekkige constructies en bouwkundige gebreken. Verblijfruimten dienen daarbij dan ook te voldoen aan de bouwregelgeving. Grondwater in de kruipruimte op zich veroorzaakt niet altijd nadelige gevolgen, alleen als het vocht doordringt naar bovenliggende verblijfruimtes en/of de bebouwing aantast. Er is volgens de gemeente sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) voor een gebied tijdens een periode van minstens drie aaneengesloten jaren hoger is dan de hieronder genoemde streefwaarde van 0,7 m onder de openbare ruimte (of uit grondwateronderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn). Als representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden. Ten aanzien van de streefwaarde voor de ontwateringsdiepte onder openbare ruimtes in wijken geldt het volgende: Ontwateringsdiepte*
Vervolg
Groter dan 0,7 m**
De grondwaterstand is voldoende laag. Gesteld wordt dat geen sprake is van een grondwaterprobleem (mogelijk een bouwkundig probleem of anderszins). De grondwaterstand is relatief hoog. Er is grondwateronderzoek nodig om te beoordelen of maatregelen doelmatig zijn en afgestemd kunnen worden met overige werken in de openbare ruimte (meeliften). De grondwaterstand is duidelijk hoog. De gemeente beoordeelt of het uitvoeringsprogramma van werken in de openbare ruimte kan worden aangepast aan de hoge grondwaterstand om gelijktijdig grondwatermaatregelen te treffen indien zich een probleem voordoet.
Tussen 0,3 m en 0,7 m
Kleiner dan 0,3 m
* maaiveldniveau (as openbare weg) minus de Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG) ** voor het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden: zie volgende paragraaf Tabel 26. Streefwaarde minimale ontwateringsdiepte openbaar gebied in wijken.
Ten aanzien van streefwaarden afgestemd op het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden (onderlast) geldt dat maatwerk nodig is. De gewenste laagste grondwaterstand is namelijk afhankelijk van vele factoren, zoals de bodemgesteldheid, natuur, funderingen, watergangen, et cetera. Onderlast wordt dus met maatwerk bestreden. Omdat op de strandwal voor zover bekend geen sprake is van droogteschade, het risico in lagergelegen veengebieden groter is en de gevolgen van te lage grondwaterstanden in veengebieden vaak niet direct worden opgemerkt, gelden voor veengebieden streefwaarden. Ten aanzien van te lage grondwaterstanden in veengebieden streeft de gemeente Teylingen ernaar dat de grondwaterstand in droge perioden niet verder zakt dan een bepaalde afstand onder het oppervlaktewaterpeil in de wijk. Een grondwaterstand in het openbare gebied wordt als structureel laag gedefinieerd als deze, ten minste voor drie opeenvolgende jaren, voor meer dan 10% van de tijd per jaar de streefwaarde van 0,3 m onder het vigerende oppervlaktewaterpeil van de dichtstbijzijnde watergang onderschrijdt. Of uit grondwateronderzoek naar de oorzaak van grondwateronderlast blijkt dat de grondwaterstand structureel lager is dan deze streefwaarde. Indien de grondwaterstand wordt beïnvloed door een naastgelegen peilvak met een lager polderpeil, wordt met maatwerk beoordeeld of de grondwaterstand te laag is.
Dat is onder andere afhankelijk van de aanwezigheid en diepte van kwetsbare bodemlagen en eventueel funderingen. In de onderstaande figuur is de streefwaarde voor de minimale en maximale grondwaterstand schematisch weergegeven. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 64
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Figuur 10. Streefwaarde voor maximale grondwaterstanden beneden het straatpeil ten opzichte van de kruipruimte en signaleringswaarde voor de minimale grondwaterstand beneden het oppervlaktewaterpeil, in bestaand bebouwd gebied met veenlagen (met een gangbaar profiel van de openbare weg ten opzichte van de woninghoogte).
4.2.3.3
De maatregel heeft nut (B)
De maatregelen op het openbare terrein hebben nut als deze daadwerkelijk de structureel nadelige gevolgen bestrijden. De maatregel moet dus effect hebben op de overlast (direct via een grondwaterstandverlaging of indirect via een afvoermogelijkheid) en niet alleen op de hoge of lage grondwaterstand op openbaar terrein. Belangrijk hierbij is dat de maatregel op openbaar terrein effect heeft bij een voor de omgeving passend grondwaterpeil op openbaar terrein, rekening houdend met de mogelijke risico’s van een verhoogde of verlaagde grondwaterstand voor overlast en onderlast (droogstand/zettingen/natuurschade). Dit laatste geldt met name in de veengebieden.
4.2.3.4
De maatregel is kosteneffectief (C)
De (globale) investerings- en beheerkosten van de maatregelen moeten in verhouding zijn met het effect en de kosten van maatregelen binnen particuliere percelen (zoals bouwkundige maatregelen of drainage op eigen perceel, door de perceeleigenaren zelf uit te voeren) of eventueel te verwachten kosten voor schades. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand neemt de gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen worden wanneer mogelijk uitgevoerd in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte.
4.2.4
Voorkeursvolgorde grondwatermaatregelen
Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwateroverlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: 1. Het ophogen van het maaiveld (zodat geen grondwaterafvoer nodig is). Benodigde ophoging af te stemmen op effecten van klimaatverandering en te optimaliseren door combinatie met de onderstaande maatregelen. 2. Het realiseren van extra oppervlaktewater (zorgt tevens voor verbetering van het gehele watersysteem en belevingswaarde voor de omgeving). 3. Grondverbetering. 4. Het aanleggen van een drainage-infiltratiesysteem. In bestaand bebouwd gebied is het verhogen van het maaiveld of het aanleggen van extra open water vaak lastig realiseerbaar, zeker op korte termijn. Dit neemt niet weg dat per project de mogelijkheden hiervan moeten worden nagegaan.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 65
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwateronderlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: 1. Onttrekkingen zoals lekkages in riolering zoveel mogelijk en op doelmatige wijze beperken. 2. Het aanleggen van extra oppervlaktewater binnen de wijken voor de aanvoer van grondwater. 3. Het aanpassen van het oppervlaktewaterpeil aan te lage grondwaterstanden. 4. Het aanleggen van grondwatertechnische maatregelen (infiltratieleidingen, met aanvoer van oppervlaktewater of hemelwater). Huidige werkwijze t.a.v. grondwatermaatregelen De gemeente wil dat grondwater (mede)sturend is bij ontwikkelingen. Er is een eerste stap gezet naar het definiëren van aandachtsgebieden waar grondwatermaatregelen gewenst zijn, dit wordt in de komende planperiode verder uitgewerkt. Globaal kan worden aangesloten bij de werkwijze die Lisse hanteert. Boezemland en strandruggen Het huidige watersysteem in het boezemgebied is van oorsprong gericht op overlast verhelpen (water afvoeren). Lokaal zijn drainagesystemen aanwezig om het grondwater te reguleren. Aanvoer van (oppervlakte)water in droge zomers is niet vanzelfsprekend mogelijk vanwege de grote drooglegging. De gemeente wil meer aandacht besteden aan water vasthouden en bergen, vanwege haar afkoppelambitie maar ook om de effecten van droogte en water-op-straat te beperken.
Bijvoorbeeld door de regenwaterinfiltratie te verbeteren (afkoppelen en vergroenen). Diepte-infiltratie (urban water buffer) kan kansrijk zijn omdat dan ’s zomers water terug in het systeem kan worden gebracht. Op sommige locaties is (ook) de grondwaterstand in de winter te hoog, dan biedt een Drainage-Infiltratie-Transport (DIT)-systeem uitkomst. Polderland De focus ligt, net als in het boezemgebied, op water vasthouden en bergen. Dezelfde maatregelen zijn van toepassing. Door de lagere maaiveldligging en beperkte drooglegging kan hier gebruik gemaakt worden van het oppervlaktewater om water in te laten of juist te overstorten. Uitgangsput is dat dit onder vrij verval gebeurt, zonder toepassing van pompen. Er is aandacht nodig voor het beperken van (overvloedige) fluctuaties van het grondwater: door de slechtere grondslag is de bergingscapaciteit beperkt. In wijken met zettingsgevoelige bodemlagen en kwetsbare funderingen, wordt bij voorkeur een IT- of DIT-systeem aangelegd. Bij toepassen van alleen drainage kunnen ’s zomers problemen ontstaan door te lage grondwaterstanden (zettingen, funderingsschade, groenschade). Een gecombineerd systeem met infiltratie biedt tevens de mogelijkheid om vertraagde hemelwaterafvoer door middel van afkoppelen te realiseren.
Afkoppelstrategie De gemeente Teylingen heeft de ambitie om meer af te koppelen en waar mogelijk regenwater te infiltreren in de ondergrond. Afkoppelen is wenselijk omdat zo het rioolstelsel ontlast kan worden, het watersysteem kan worden ingericht op het vasthouden-bergen-afvoeren principe, en omdat het helpt droogteschade te beperken. Er is wel op projectniveau eerst onderzoek nodig naar de toepassingsmogelijkheden van dergelijke grootschalige infiltratie, zonder dat daardoor grondwateroverlast ontstaat.
4.2.5
Voorkomen grondwaterproblemen bij nieuwbouw
Nieuwbouw biedt bij uitstek de kans om de omgeving aan te passen aan de grondwatersituatie en anderszins om de grondwatersituatie te verbeteren. Daarom is juist bij nieuwbouw veel aandacht nodig voor grondwater. Dat is niet alleen nodig om grondwaterproblemen in de beheerfase te voorkomen en daarmee onnodige investeringen en onrust onder bewoners te voorkomen, maar ook omdat het conform de Waterwet wettelijk verplicht is. De gemeente wil voorkomen dat toekomstige grondwateroverlast gaat ontstaan. Bij nieuwbouw en grootschalige onderhoudswerkzaamheden wordt grondwateroverlast proactief voorkomen en er wordt al in een vroeg stadium (in het planproces) aandacht gegeven aan grondwater, ook in relatie tot vergroenen, regenwaterberging, infiltratie en ondergrondse ruimte. Het voorkomen van grondwateroverlast is namelijk goedkoper dan het (achteraf) oplossen van grondwateroverlast. Bij in- en uitbreidingen bestaat de behoefte voor een handboek met 'basis' richtlijnen/doelomschrijvingen, voor het hele traject van ontwerp en aanleg naar beheer en onderhoud. Er is specifiek aandacht gewenst bij thema’s als drooglegging, drainage- en infiltratie, klimaatverandering, en beheer.
Binnen de organisatie van HLT samen zijn werksessies georganiseerd voor beleidsmakers, beheerders en projectleiders om de werking van het grondwatersysteem uit te leggen en de rol van het grondwater binnen INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 66
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
hun werkzaamheden. Er zijn actuele gegevens beschikbaar om de grondwaterstanden in beeld te brengen, vanuit het grondwatermeetnet en (later in deze planperiode) vanuit het grondwatermodel. Bij ontwikkelingen is het belangrijk de grondwatergegevens in te zetten om te toetsen waar ontoelaatbare risico’s op grondwater-problematiek zijn. Door klimaatverandering en aanpassingen/werken in de openbare ruimte kunnen ook grondwaterrisico’s ontstaan. Met behulp van de beschikbare grondwatergegevens en eventuele nieuwe metingen kan een inschatting worden gemaakt van de impact. Op deze manier kan een weloverwogen afweging worden gemaakt voor het treffen van grondwatermaatregelen bij ontwikkelingen.
4.2.5.1
Streefwaarden
De streefwaarden voor de grondwaterstand in de openbare ruimte zijn afhankelijk van de inrichting van de nieuwbouw en worden daarom per ontwikkeling vastgesteld. De vloerconstructies van nieuwbouwwoningen wordt in toenemende mate dikker vanwege isolatie. Indien het maaiveld niet wordt opgehoogd, komt de kruipruimte hierdoor steeds dieper te liggen ten opzichte van de (grond)waterstand. Om kruipruimtes in dat geval droog te houden (hetgeen overigens niet per se hoeft uitgaande van het Bouwbesluit), is een grondwaterstand van meer dan 1 m onder maaiveld nodig. Een dergelijk grote ontwateringsdiepte is ongewenst in verband met zettingen en het onnodig afvoeren van grondwater en daarmee het belasten van het watersysteem. Uitgangspunt is dat in beginsel geen drainage wordt toegepast indien de (te meten) ontwateringsdiepte groter is dan 0,7 m, ook rekening houdend met eventueel maaivelddaling en klimaatverandering. Verder zijn de doelmatigheidsoverwegingen uit paragraaf 4.2.3.1 van toepassing.
Figuur 11. Schematische weergave streefwaarde grondwaterstand onder kruipruimtebodem bij nieuwbouwwoningen met dikke constructievloeren.
4.2.5.2
Omgevingsplan en exploitatieovereenkomsten
De tendens is dat steeds minder regels worden gesteld. Daarom worden in exploitatieovereenkomsten, omgevingsplannen, vergunningen, et cetera vastgelegde onderlinge afspraken tussen beheer, ruimtelijke ordening en marktpartijen steeds belangrijker. Er is steeds meer maatwerk en afstemming tussen stakeholders nodig. Als gevolg daarvan is meer en meer aandacht nodig voor bewustwording ten aanzien van het bouwen in natte gebieden en zettingsgevoelige veengebieden. De gemeentelijke afdelingen die dagelijks bezig zijn met vastgoed en planontwikkeling, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het grondwaterbeleid. In de planontwikkeling worden keuzes gemaakt waarmee toekomstige grondwateroverlast kan worden veroorzaakt of juist wordt voorkomen. Er worden duidelijke afspraken gemaakt tussen gemeentelijke afdelingen zodat bij nieuwbouw de juiste afstemming plaatsvindt (in het kader van de watertoets) tussen de afdelingen beheer en de partijen die zich bezig houden met vastgoed en planontwikkeling. Dit gebeurt momenteel en krijgt blijvend aandacht. De initiatiefnemer van de werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast of – onderlast, binnen én rond het plangebied, in zowel de gebruiks- als bouwfase, of dat er afdoende maatregelen zijn genomen. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 67
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Met het hoogheemraadschap wordt afgestemd dat zij nadruk blijven leggen op een robuust grondwatersysteem als onderdeel van de watertoets en aanvullend aandacht te vragen voor droogteschade en bodemdaling als onderdeel van de watertoets. Grondwater is bij nieuwbouw slechts één van de vele relevante aspecten in de ondergrond. Daarnaast is ook klimaatadaptatie van belang bij nieuwbouw. Vanwege deze samenhang in het water- en bodemsysteem, wordt het belang van grondwater bij nieuwbouw integraal onder de aandacht gebracht bij de afdelingen die zich bezig houden met ruimtelijke ontwikkelingen.
Watertoets alleen is onvoldoende De watertoets is een belangrijk procesinstrument om de waterbelangen een plek te geven bij ruimtelijke plannen. Het resultaat van dit proces, de waterparagraaf in het omgevingsplan, heeft echter geen juridische status waarmee handhaving mogelijk is. Daarvoor zal het vertaald moeten worden naar regels in het omgevingsplan en eisen in exploitatieovereenkomsten.
Omgevingsplannen Er dienen concrete doelomschrijvingen ten aanzien van grondwater opgenomen te worden in (wellicht al 3D) omgevingsplannen, ondermeer ten aanzien van de bouwwijze, minimale én maximale gewenste ontwateringsdiepte en bouwpeil. Omdat het omgevingsplan het kader is voor de beoordeling van vergunningen en handhaving bij bouwwerkzaamheden door derden, maakt een concreet omgevingsplan het eveneens mogelijk om vergunningen te kunnen beoordelen op grondwateraspecten.
Indien in het omgevingsplan geen concrete randvoorwaarden voor (bouw)werken zijn opgenomen, heeft de gemeente geen duidelijke grondslag om vergunningen te beoordelen op grondwateraspecten (zoals te verwachten grondwaterschade als gevolg van de werkzaamheden in de gebruiksfase). Daarom is het van belang om in omgevingsplannen regels op te nemen dat de initiatiefnemer moet aantonen dat de werkzaamheden geen nadelige gevolgen hebben voor de (grond)waterhuishouding en bebouwde omgeving, zowel tijdens de bouw als tijdens de gebruiksfase. Ook is het van belang om het bouw- en woningtoezicht hiervan bewust te maken. Overigens is het zo dat, ongeacht de inhoud van een omgevingsplan of grondslag voor handhaving, derden gewezen kunnen worden op hun verantwoordelijkheid voor mitigerende matregelen om voorzienbare schade aan andere panden te voorkomen.
Exploitatieovereenkomst De controle en sturing op ontwerpen en een vakbekwame uitvoering ervan is een essentieel onderdeel van een duurzaam grondwatersysteem, alsook de controle en handhaving van de door derden ontwikkelde gebieden/locaties. De exploitatieovereenkomst volgens de Grondexploitatiewet (nieuwe wet Ruimtelijke Ordening) vormt daarvoor het middel. Hierin dient de focus te liggen op het behalen van doelresultaten; de wijze waarop ze worden behaald blijft, in overleg met de gemeente, aan de uitvoerende partij.
4.2.6
Grondwateronderzoek bij overlastmeldingen
De gemeente neemt ten aanzien van het ondiepe grondwater de regie in het proces, waarin problemen en oplossingen worden verkend. Als metingen (grondwatermeetnet), klachtenregistratie of gemeentebrede analyses daar aanleiding toe geven, voert de gemeente locatiespecifieke onderzoeken uit om de aard, omvang, mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen te begrijpen. Ook als er géén sprake is van overlastmeldingen, omdat grondwaterproblemen verborgen kunnen zijn.
De gemeente (back-office) neemt naar aanleiding van meldingen over grondwateroverlast het initiatief om te beoordelen wat de omvang, ernst en oorza(a)k(en) van het probleem is/zijn, wat passende maatregelen zijn en wie de verantwoordelijke partij hiervoor is (zoals perceeleigenaar, gemeente, waterschap). De gemeente overweegt of maatregelen op openbaar terrein doelmatig zijn en denkt mee over oplossingsrichtingen op particulier terrein (uitsluitend richtinggevend). Bij de analyse wordt gebruik gemaakt van gegevens van de melder (afhankelijk van noodzaak: e-mail, bellen, locatiebezoek), informatie uit het grondwatermeetnet, het (nog te ontwikkelen) grondwatermodel en van geohydrologische gebiedskennis. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 68
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
De binnengekomen meldingen en afhandeling ervan worden jaarlijks gebundeld en kort geëvalueerd. Tijdens de evaluatie wordt overwogen of het aantal niet verholpen meldingen vraagt om een klachtgestuurde, dan wel een gebiedsgestuurde aanpak van overlast of onderlast in een wijk. Eens per planperiode van het Integrale Afvalwaterketenplan worden de meldingen grondig geanalyseerd en beoordeeld of een koerswijziging nodig is.
Ervaringen met meldingen De laatste jaren wordt vaker melding gedaan van grondwateroverlast, vooral in perioden met veel regen. Het is niet duidelijk of het gaat om nieuw ontstane overlastgebieden (bijvoorbeeld gerelateerd aan ontwikkelingen of klimaatverandering), of om inwoners die voorheen geen melding deden van hun overlast. In het verleden zijn weleens peilbuizen geplaatst bij overlastlocaties om de problematiek inzichtelijk te maken, sinds kort kan hiervoor het grondwatermeetnet worden gebruikt. In de komende planperiode wordt meer aandacht besteed aan wijkgericht/programmamatig onderzoek in aandachtsgebieden. Zo wordt duidelijk op welke locaties structurele grondwateroverlast (of onderlast) wordt ervaren en kan een doelmatigheidsafweging gemaakt worden met betrekking tot passende oplossingsrichtingen. Periodiek bundelen van meldingen om zo te komen tot een wijkgerichte aanpak is niet noodzakelijk vanwege het geringe aantal meldingen dat binnenkomt. Wel geeft het de gemeente handvatten om melders van overlast beter te woord te staan, zeker als de meldingen en de metingen samen worden beoordeeld. In het geval van meerdere meldingen in één straat worden deze gezamenlijk beoordeeld. Er zijn weinig tot geen ervaringen met betrekking tot grondwateronderlast.
Wel is de gemeente zich bewust van een aantal specifieke droogterisico’s, er zijn bijvoorbeeld kwetsbare veenlagen aanwezig en lekke rioolstrengen. Het risico wordt in de komende planperiode nader onderzocht.
Reageren buurt- of wijkgerichte overlast Als een afwijkend (ten opzichte van andere jaren en/of wijken) groot aantal meldingen van grondwateroverlast of -onderlast binnenkomt uit een wijk, voert de gemeente een gebiedsgericht grondwateronderzoek uit naar de grondwatersituatie, de nadelige gevolgen van de grondwaterstand en mogelijke oplossingen (conform Leidraad Riolering Module C2500 en gebruikmakend van het grondwatermodel zodat minder veldwerk nodig is). Op basis van de resultaten van het grondwateronderzoek beoordeelt de gemeente of maatregelen in de openbare ruimte doelmatig zijn, dan wel de perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van maatregelen. De resultaten worden besproken met de betrokken bewoners en bedrijven. In de praktijk is gebiedsgericht onderzoek als gevolg van meldingen de laatste jaren nauwelijks nodig geweest. Wel wil de gemeente de komende jaren gericht onderzoek uitvoeren in de risicogebieden voor te hoge en te lage grondwaterstanden, om zo de aard en omvang van het probleem en mogelijke oplossingsrichtingen in kaart te brengen.
Reageren op veranderingen Indien de meldingen relatie (lijken te) hebben met veranderingen in grondwateronttrekkingen en/of het oppervlaktewaterpeil, vindt afstemming plaats met het waterschap (of provincie voor grote onttrekkingen en Warmte-Koude-Opslag). Bij meldingen van huurders, stemt de gemeente de afhandeling af met de verhuurders.
4.2.7
Grondwater bij openbare werken
Renovatie van de openbare ruimte (groot onderhoud aan wegverharding, parken en riolering) biedt kans om gelijktijdig grondwaterproblemen te bestrijden en te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Daarom overweegt de gemeente bij renovatie om gelijktijdig een drainage- of infiltratiesysteem in de openbare ruimte aan te leggen dan wel de bestaande drains te vervangen. De aanleg of het vervangen van drainage is echter niet altijd zinvol en doelmatig om grondwaterproblemen bij woningen effectief te INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 69
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
bestrijden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een drain op openbaar terrein door een slecht waterdoorlatende bodem of te grote afstanden tot panden geen effect heeft op de grondwaterstand bij woningen. Bij renovatie van de openbare ruimte wordt ook specifiek aandacht besteed aan de aanwezigheid van lekke riolering. Het vervangen van een lekke rioolbuis voor een dichte rioolbuis kan de grondwaterstand gewenst maar ook ongewenst beïnvloeden. Indien nodig worden maatregelen getroffen, zoals de aanleg van drainage. Het is conform de Waterwet en algemeen beginsel van behoorlijk bestuur verplicht, om vast te leggen waarom wel/geen grondwatermaatregelen zijn getroffen. Daarom beoordeelt en motiveert de gemeente bij ieder project of de aanleg of het vervangen van drainage in de openbare ruimte, doelmatig is voor zowel particulier als openbaar terrein.