2. iWKp_Bollenstreek_Kringmaatregelen_Katwijk_definitief 2022-04-04.pdf.pdf
Tekst van het document
Jaar
Effect
?
Emissie reductie en beperken aanvoer schoon hemelwater naar zuivering
2016
Inzicht in knelpunten bij overstorten
Onderzoek naar werkelijk voorkomen van verloren berging Doorlopen procedure waterkwaliteitsspoor overstorten
Katwijk / Leiden Noord
Tabel 7 - maatregelen gemeente Oegstgeest
2.2.6
Technische staat
Vrij verval riolering De vrij verval riolering wordt door de verschillende gemeenten gemiddeld eens per 10 jaar periodiek visueel geïnspecteerd vanuit de streng en beoordeeld op stabiliteit, waterdichtheid en afstroming. Feitelijk is dit een beoordeling van het technisch functioneren op objectniveau. Elke gemeente heeft op basis van haar eigen afwegingen en daarop gebaseerde DoFeMaMe 2021 inzicht gegeven in de ingrijpmaatstaven en waarschuwingsmaatstaven. Deze gelden voor de verschillende gemeenten als indicatie van de technische staat. Bij overschrijding van de ingrijpmaatstaf of bij een onverwacht snelle verslechtering van de technische staat voeren gemeenten aanvullend een handmatige beoordeling uit, eventueel aangevuld met een nader onderzoek, waarbij lokale situatie, gedrag in het verleden, etc. worden beschouwd. Zodra door de beheerder op basis van deze multi criteria analyse heeft bepaald dat een maatregel noodzakelijk is, wordt een maatregel ingepland. Een maatregel kan ook het wegnemen van de oorzaak van de verslechterde technische staat betreffen.
In het kader van de op te stellen afvoerstructuurplannen worden op kaartmateriaal overzichten van de technische staat gegenereerd, zodat een integrale afweging mogelijk is bij het plannen van maatregelen aan de riolering, waarbij ook aspecten als verbetermaatregelen aan de riolering, afkoppelen, grondwatermaatregelen, klimaatadaptatie, wegonderhoud e.d. beschouwd worden. Katwijk: Over het algemeen is het vrijvervalstelsel in Katwijk goed in beeld en in een goede staat. Op dit moment voert Katwijk een normgericht beheer. De technische staat wordt beoordeeld op basis van inspectiebeelden en een vaste normering. Dit kan leiden tot investeringen waarbij plaats en functioneren niet gekoppeld zijn aan urgentie. Een wijkriool wordt in principe – zeker bij gebruik van algoritmen - op dezelfde manier beoordeeld als een hoofdriool onder drukke verkeersroute. Om deze reden wil gemeente Katwijk stapsgewijs naar risicogestuurd beheer. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 29
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Teylingen: Op basis van steekproeven van een aantal inspecties kan is voor Teylingen geconcludeerd dat veel riolen, aangelegd vóór 1970, de ingeschatte levensduur van 60 jaar is verstreken, maar dat er op hoofdlijn nog geen noodzaak tot ingrijpen is. Deze riolen worden in de komende 18 jaar alsnog vervangen of gerenoveerd, bij voorkeur gelijktijdig met groot wegonderhoud of herinrichting. Voor riolen, aangelegd ná 1970, kan veilig gesteld worden dat deze 70 jaar meegaan en rond einde restlevensduur gerenoveerd of in combinatie met groot wegonderhoud of een herinrichting vervangen worden. De gunstige grondslag en kwalitatief beter aangelegde riolen maken dit mogelijk. Op basis van uitgevoerde rioolinspecties is een maatregelenplan opgesteld, wat hoofdzakelijk het lokaal repareren/renoveren van riolen omvat. Een deel van de riolen kunnen hierdoor langer functioneel blijven. Deze maatregelen worden in 2022 uitgevoerd. Oegstgeest: De technische staat van de vrijvervalriolering van de gemeente Oegstgeest en beheersing daarvan zijn beschreven in het iWKp van de Leidse Regio.
Persleidingen, gemalen, drukriolering, vacuüm riolering, pompunits en overige voorzieningen Katwijk In Katwijk worden de gemalen jaarlijks conform beoordelingsrichtlijn BRL K14020/01 geïnspecteerd. De overige objecten met uitzondering van de persleidingen worden jaarlijks gereinigd. Hierbij vindt altijd een visuele inspectie plaats! Persleidingen worden cyclisch gereinigd, veelal gelijktijdig bij vervanging van de mechanische en/of elektrische onderdelen van de aangesloten gemalen/pompunits. Teylingen In Teylingen worden jaarlijks de gemalen geïnspecteerd en schoongemaakt volgens de BRL. Voor deze werkzaamheden zijn overeenkomsten afgesloten met aannemers die ook de storingen in de nacht en het weekend oppakken. Daarover wordt periodiek gerapporteerd zodat gemalen met veel storingen zichtbaar worden en aangepakt kunnen worden. De persleidingen kennen geen periodiek onderhoud, maar er wordt ingegrepen bij storingen. Dit functioneert goed gezien het geringe aantal meldingen van storingen. De meeste storingen in persleidingsystemen worden veroorzaakt door de pompen. Oegstgeest De technische staat van de overige rioleringsobjecten van de gemeente Oegstgeest en beheersing daarvan zijn beschreven in het iWKp van de Leidse Regio.
Maatregelen voor instandhouding Iedere waterpartner voert voor de komende planperiode een pakket aan (onderhouds)maatregelen uit waarmee alle objecten en systemen functioneel in stand worden gehouden of de oorspronkelijke functie wordt hersteld en blijven voldoen aan de gestelde hydraulische en kwaliteitseisen. Maatregelen voor de vrijvervalriolering zijn tot stand gekomen op basis van een aanvullend op de inspecties uitgevoerde handmatige beoordeling conform NEN 3399. Bij het programmeren van de maatregelen is waar mogelijk een combinatie gemaakt met het overig onderhoud in de openbare ruimte. Op basis van handmatige beoordeling van de kwaliteit door experts, gebruikservaringen en theoretische levensduren is onderhoud aan de overige rioleringsvoorzieningen zoals gemalen, drukriolering, vacuümriolering en pompunits geprogrammeerd. De maatregelen bestaan uit vervangingen, renovaties en, reparaties. In Bijlage J is hiervan per gemeente een overzicht opgenomen. Naast maatregelen voor functiebehoud of –herstel vindt ook onderhoud plaats met vaste frequenties. In Bijlage I is een overzicht van dit onderhoud en de gehanteerde frequenties per gemeente opgenomen.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 30
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Katwijk: Beperken ruimtebeslag riolering Gemeente Katwijk staat de komende jaren voor een omvangrijke transitie ten aanzien van energie en warmte. Door de aanleg van extra warmteleidingen krijgt de waterketen te maken met toenemende drukte in de ondergrond. Bij de uitwerking van rioleringsplannen in de ontwerpfase van een project is de wens zoveel mogelijk het ruimtebeslag en zo het aantal knelpunten te beperken. Dit voorkomt extra kosten bij de aanleg van het warmtenet. Uitgangspunt is, dat de warmteleverancier als initiatiefnemer van het warmtenet eventuele kapitaalvernietiging en omleggen van riolen vergoed en de resterende knelpunten oplost zonder meerkosten voor de waterketen. Vervangen of relinen In Katwijk wordt situationeel besloten voor relinen of vervangen. De basis van de besluitvorming ligt op programmaniveau. Op dat niveau wordt het onderhoudsprogramma riolering met inzicht in de constructie na rioolinspectie en het hydraulisch functioneren afgestemd met andere maatschappelijke opgaven en onderhoudsprograma’s zoals wegen. Indien een riool dusdanig slecht is, dat relinen geen reële oplossing biedt dan wordt het riool altijd vervangen om risico’s op letselschade en schade aan de bovengrondse ruimte uit te sluiten. Riolen worden daarbij zo lang mogelijk – liefst voorbij de theoretische restlevensduur - met zo nodig lokaal functieherstel in stand gehouden.
Teylingen: In Teylingen worden, indien mogelijk, gefundeerde riolen met diameters 600 mm en groter gerelined in plaats van vervangen. Dit is duurzamer en goedkoper. Op basis van ervaring is dit voor 1/3 van de grote gefundeerde riolen haalbaar. Voor de overige riolen wordt er vanuit gegaan relining niet uitvoerbaar, vanwege het grote aantal aansluitingen niet rendabel is, of dat diameters of hoogteligging aangepast moeten worden. Riolen worden zo lang mogelijk tot of voorbij de theoretische restlevensduur met zo nodig lokaal functieherstel in stand gehouden. Op basis van de geconstateerde kwaliteit van de riolering wordt verwacht dat riolen, aangelegd ná 1970, 70 jaar in plaats van 60 jaar meegaan. In 2022 voert de gemeente Teylingen verspreid over het areaal tal van reparaties uit deels op basis van het “strategisch maatregelplan” uit 2018 en op basis van aanvullende beoordelingen uit. Met deze strategie beperkt en spreidt de gemeente Teylingen een vervangingspiek en voorkomt daarmee een onnodige kostenstijging.
2.2.7
Onderzoeksmaatregelen
Voor de zorgplicht voor afvalwater zijn binnen de Bollenstreek onderzoeken voorzien voor de komende planperiode (2022-2026). Deze onderzoeken komen voort uit de in de beleidsmodule beschreven raamwerken voor Volksgezondheid en Leefomgeving/milieu en hebben hun basis in de voormalige periodieke trajecten voor basisrioleringsplannen voor gemeenten en de basiszuiveringsplannen van het hoogheemraadschap. Parallel hieraan en ondersteunend wordt binnen het beheersgebied van Rijnland gewerkt aan het dataportaal, waarin de gegevens en informatie uit de onderzoeken gestructureerd wordt opgeslagen en beschikbaar komt voor raadplegen, analyses en planvorming. In Tabel 8 zijn de onderzoeksmaatregelen opgenomen in kader van de raamwerken en het dataportaal. Deze maatregelen worden binnen de Bollenstreek op uniforme wijze op eigen tempo uitgevoerd. In Bijlage K zijn de overige onderzoeksmaatregelen opgenomen die volgen uit dit iWKP en in regionaal verband uitgevoerd worden. De gemeente Oegstgeest voert de meeste onderzoeken uit samen met de waterpartners uit de Leidse Regio.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 31
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Legenda V X (X)
€ ….
niet van toepassing reeds uitgevoerd Initiatiefnemer en gepland jaar (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) initiatief ligt bij andere waterpartner (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) gereserveerd budget Onderzoek
Doorlopen raamwerken Volksgezondheid en Leefomgeving/milieu – fase 1 (Gegevens op orde: checks, inventariseren, inmeten en monitoren)
Doorlopen raamwerken Volksgezondheid en Leefomgeving/milieu – fase 2 (Analyseren: realiteitscheck modellen, knelpunten, maatregelen en afvoerstructuur)
Doorlopen raamwerken Volksgezondheid en Leefomgeving/milieu – fase 3 (Optimaliseren: integraliteit maatregelen en OAS; o.a. bijstelling poc)
Katwijk
Teylingen
Oegstgeest
Rijnland
2022
2022
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
2023
2024-2025
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
Zie iWKp Leidsche regio
2022
2022-2023
2023-2024
Doorlopen raamwerken Volksgezondheid en Leefomgeving/milieu – fase 4 (Verankeren: doorlopen procedures Waterkwaliteitsspoor en ongezuiverde lozingen; opnemen in begroting iWKp 2027-xxxx)
2026
2026
Dataportaal – fase 1 (GWSW-check databases en gegevens)
2022
2022
Dataportaal – fase 2 (plan aanpak Dataportaal o.b.v. GWSW-check en ambitieniveau)
2022
2022
Dataportaal – fase 3 (Databases op juist wijze ordenen en vullen)
2022-2024
2022-2024
Zie iWKp Leidsche regio
Dataportaal – fase 4 (Uitvoer en upload gegevens naar Dataportaal)
2022-2024
2022-2024
Zie iWKp Leidsche regio
(X)
Tabel 8 – individuele onderzoeksmaatregelen riolering
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 32
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
2.3
Afvoer naar de AWZI
2.3.1
Afvalwaterhoeveelheden
Overeengekomen afvalwaterhoeveelheden In onderstaande tabellen zijn de huidige en de toekomstige afvoer van afvalwater naar de AWZI Katwijk weergegeven. Tabel 9 laat de laatste formele afnameafspraken zien uit 2015. In Tabel 10 zijn geactualiseerd rekenwaardes te vinden die voor de actuele analyses zijn gebruikt. Bijlage C laat het systeemoverzicht van zuiveringskring Katwijk zien. De gehanteerde uitgangspunten voor de prognoses zijn opgenomen in de beleidsmodule. Huidige situatie (2015)
• • •
Toekomstige situatie (2025)
i.e. [150g TZV]
DWA [m3/h]
RWA [m3/h]
i.e. [150g TZV]
DWA [m3/h]
RWA [m3/h]
Katwijk
80.100
1.091
2.645
92.911
1.238
2.774
Rijnsburg
25.572
296
897
29.410
336
937
Oegstgeest
56.786
791
1.482
61.202
836
1.527
Sassenheim
24.809
243
885
26.493
260
902
AWZI totaal
187.267
2.421
5.909
210.016
2.670
6.140
Gemeente Katwijk (Corsa-nr. 15.012.395 brief Rijnland en 15.026.111 reactie gemeente) Gemeente Oegstgeest (Corsa-nr. 15.012.342 brief Rijnland en 15.016.785 reactie gemeente) Gemeente Teylingen (Corsa-nr. 15.007.445 brief Rijnland en 15.009.368 reactie gemeente)
Tabel 9- Afname afspraken per aansluitpunt in de huidige en toekomstige situatie
AWZI
Huidige situatie (2021)
Toekomstige situatie (2040)
i.e. [150g TZV]
DWA [m3/h]
RWA [m3/h]
i.e. [150g TZV]
DWA [m3/h]
RWA [m3/h]
Katwijk + Valkenhorst
70.000
900
2.645
86.296
1.103
2.295
Rijnsburg
30.500
600
1.000
30.907
617
1.167
Oegstgeest + LBSP
57.000
600
1.359
61.762
653
1.328
Sassenheim
29.500
333
1033
31.748
348
984
AWZI totaal
187.000
2.433
6.037
210.712
2.723
5.774
Tabel 10- Afvalwaterhoeveelheden per aansluitpunt in de huidige en toekomstige situatie
Afvalwaterhoeveelheden voor de huidige situatie en de toekomstige situatie van 2040 zijn gebaseerd op de analyse sheets die opgesteld zijn in 2021. De gemeenten Katwijk, Teylingen en Oegstgeest zijn akkoord gegaan met de getallen die in deze analyse sheets vermeld stonden als rekenwaarden voor de BZPanalyses. Deze gelden niet als formele afnameafspraak, maar dienen eerst nog verder geactualiseerd en onderbouwd te worden. Een toelichting van de analyse sheets is te vinden in Bijlage P. De INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 33
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
afvalwaterhoeveelheden voor de toekomstige situatie van 2025 zijn volgens de formele afspraak uit 2015. Afwijkingen tussen de afspraak uit 2015 en de nieuwere inzichten zijn te wijden aan een andere benadering voor inwoners en betere inzichten in bedrijfsafvalwater. Hieronder is aangegeven, per kern, of er bijzonderheden zijn aan de aanvoer getallen van de huidige situatie en de toekomstige situatie (2040): Vrij verval van AWZI Katwijk (Gemeente Katwijk) + Valkenhorst: Geen bijzonderheden in de huidige aanvoer getallen van het vrij verval van AWZI Katwijk. Toekomstige aanvoer getallen zijn in instemming met de gemeente opgesteld. Afkoppelplannen van de gemeente resulteren in een jaarlijks afkoppelplan van ~1% van het totaal aangesloten verhard oppervlak. Valkenhorst is een groot nieuwbouwproject in de gemeente Katwijk. Het betreft 5600 woningen met daarin 14.000 inwoners. Gezien de grote onduidelijkheid over de ontwikkelingsplannen en wie er komt te wonen, is er uitgegaan van volledige “nieuwe” inwoners. AWTG Rijnsburg (Gemeente Katwijk): Geen bijzonderheden in de huidige aanvoer getallen van AWTG Rijnsburg. Toekomstige aanvoer getallen zijn in instemming met de gemeente opgesteld. Afkoppelplannen van de gemeente resulteren in een jaarlijks afkoppelplan van ~0.5 % van het totaal aangesloten verhard oppervlak.
In samenwerking met Dunea zal er wel gekeken worden naar het lozingspatroon van een grote lozer die momenteel een grote druk legt op de capaciteit van het gemaal. AWTG Oegstgeest (Gemeente Oegstgeest) + LBSP: Tussen de kelder van het communaal afvalwater, en de kelder van LBSP zit een verzonken overstort. Dit kan invloed hebben op de debieten die verpompt worden vanuit AWTG Oegstgeest en de kelder van LBSP. Geen andere bijzonderheden voor de aanvoer getallen van de huidige situatie. Toekomstige aanvoer getallen kunnen wel nog wijzigen gezien de gemeente nog geen afkoppelplannen aangeleverd had. DWA huidige aanvoer van LBSP is gebaseerd op notitie vanuit RHDHV. Dit getal ligt lager dan het getal wat in 2015 overeengekomen is. De overcapaciteit in de afspraak kan eventueel gebruikt worden om Leiden Noord te ontlasten. Daarom is wel besloten om de biologische belasting vanuit LBSP te houden op de, hogere, waarde uit 2015. Oorspronkelijk werd er aangenomen dat er geen aangesloten verhard oppervlak aanwezig was binnen het gebied, maar de metingen laten zien dat er toch wel nog aangesloten verhard oppervlak is. Voor toekomst scenario is uitgegaan van de groei die beschreven werd in de notitie van RHDHV, voor zowel biologisch als hydraulisch. AWTG Sassenheim (Gemeente Teylingen): Bij AWTG Sassenheim is het belangrijk om te weten dat er 2 inprikkers zitten tussen de AWTG en de AWZI.
Voorderest zijn er geen andere bijzonderheden in de huidige aanvoer getallen van AWTG Sassenheim. Toekomstige aanvoer getallen kunnen wel nog wijzigen gezien de gemeente nog geen afkoppelplannen aangeleverd had. *Bron:
Biologische belasting en verschillen tussen theorie en praktijk (discrepantie) Discrepantie is het verschil tussen de daadwerkelijk aangevoerde gemeten vuilvracht en de vuilvracht waarvoor wordt betaald door middel van verontreinigingsheffing (v.e.). Paragraaf 2.3.1 beschrijft de op basis van kengetallen bepaalde theoretische aanvoer van afvalwater. Ook deze komt meestal niet overeen met de daadwerkelijk gemeten biologische belasting van de AWZI. Rijnland hanteert een discrepantiefactor van 175/150 voor huishoudelijk afvalwater (dus geen bedrijfsafvalwater) voor het berekenen van de theoretische biologische belasting om te voorkomen dat awzi’s te klein worden ontworpen. Deze discrepantiefactor is niet meegenomen in de vervuilingseenheden die de BSGR berekend voor het innen van de zuiveringsheffing. Een vergelijking van de theoretische biologische belasting (incl. discrepantiefactor), de vervuilingseenheden die berekend zijn door de BSGR en de meting op AWZI Katwijk is gemaakt in onderstaande tabel..
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 34
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
v.e. heffing geint (BSGR)2)
i.e. theoretisch (prognose)1)
i.e. gemeten3)
Discrepantie heffing5)
Discrepantie (prognose)4)
153.289
187.000
219.939
30%
15%
-
Hierbij is reeds een discrepantiefactor van 175/150 toegepast voor het huishoudelijke afvalwater Uitdraai BSGR januari 2019; met name de aanslagen van bedrijven lopen ca. 2 tot 3 jaar achter Gemiddelde 2017-2021 (i.e. meting – i.e. theoretisch)/i.e. meting (i.e. meting – i.e. heffing)/i.e. meting
Tabel 11 - Discrepantie
Het aandeel i.e. afkomstig van bedrijven ligt in het geval van AWZI Katwijk bij 27% (volgens prognose uit BSGR). Volgens de benchmark Zuiveringsbeheer 2018 was het landelijke gemiddelde van de discrepantie tussen heffingscijfers en de gemeten belasting 11,5% o.b.v. de definitieve aanslagen van 2015 en 14% o.b.v. de voorlopige aanslagen van 2018. Diverse analyses laten een spreiding zien van <0% (meer heffing dan gemeten belasting) tot >25% (veel meer gemeten belasting dan geïnde heffing. De discrepantie van awzi Katwijk ligt duidelijk boven het landelijke gemiddelde. De gemeten discrepantie op basis van de prognose is gedeeltelijk te verklaren door het te hoge gemiddelde, volgend uit het probleem dat de monsternameslang te diep in het vat zat, in 2019/2020. Dit resulteerde in te hoge metingen. Gemiddelde belasting over 2021 komt uit op 193.000, wat meer in lijn ligt met de theoretische prognose. Geïnde belasting vanuit de BSGR ligt ver onder gemeten belasting. Verder onderzoek in samenwerking met de BSGR is benodigd.
Bronnen: Uitdraai BSGR 2018/2019 Bedrijfsvergelijking Zuiveringsbeheer 2018 (waterschapsspiegel.nl)
Hydraulische belasting in theorie en praktijk De theoretische hydraulische aanvoer zoals vastgesteld in prognose wordt getoetst met de praktijkwaarden met behulp van de DWAAS methode (voor rioolvreemdwater) en een analyse aan de hand van DWA/RWA presaties die in het AWTG-rapport vermeld staan. De DWAAS grafieken en de prestatiegrafieken zijn te vinden in Bijlage Q. Aanvoer vanuit vrij verval van Katwijk: DWAAS laat 8% rioolvreemdwater zien in de aanvoer van het vrij verval stelsel van Katwijk. DWA/RWA grafiek in het AWTG rapport betreft de totale aanvoer op de AWZI Katwijk. Als DWA/RWA getallen van de andere kernen buiten beschouwing gelaten worden, is er een kleine verlaging in DWA dag afvoer zichtbaar van ongeveer 6%. De RWA afvoer ligt ~23% hoger dan verwacht. Het is mogelijk dat er meer aangesloten verhard oppervlak is of dat de influentpompen hoger staan afgesteld. Aanvoer vanuit Rijnsburg: DWAAS laat 27% rioolvreemdwater zien in de aanvoer naar AWTG Rijnsburg. De DWA grafiek van AWTG Rijnsburg ligt ~32% hoger dan de theoretisch verwachte DWA dag afvoer. Dit kan gedeeltelijk verklaart worden door het hoge aandeel rioolvreemdwater. Daarnaast is er bekend er een grote lozer een aanzienlijke hoeveelheid debiet loost op het gemaal. RWA afvoer ligt juist ~14% lager dan theoretisch te verwachten is.
Dit kan verklaard worden door een te kleine capaciteit van het gemaal ten opzichte wat er afgevoerd wordt. Momenteel heeft het gemaal een capaciteit van ~900 m3/uur terwijl er theoretisch ~1050 m3/uur afgevoerd wordt bij RWA. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 35
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Aanvoer vanuit Oegstgeest+LBSP: DWAAS laat 12% rioolvreemdwater zien in de aanvoer. De DWA grafiek van Oegstgeest+LBSP ligt ~18% hoger dan verwacht terwijl de RWA grafiek geen afwijking geeft ten opzichte wat er theoretisch verwacht wordt. Het is mogelijk dat er minder aangesloten verhard oppervlakte is dan gemeld is. Aanvoer vanuit Sassenheim: DWAAS laat 16% rioolvreemdwater zien in de aanvoer. De DWA grafiek van Sassenheim ligt ~30% hoger dan theoretisch verwacht wordt. Onbekend is waardoor dit verschil kan komen. De RWA grafiek laat zien dat er ~11% minder debiet is dan theoretisch verwacht. Ook hier is mogelijk dat er minder aangesloten verhard oppervlakte is dan gemeld.
2.3.2
Functioneren
In deze paragraaf wordt ingegaan op het functioneren van het afvalwatertransportsysteem, waarbij vooral wordt gekeken naar de noodzaak en wenselijkheid van het doen van aanpassingen aan de zuivering.
Afnamecapaciteit Om te bepalen of de gemalen aan de vereiste functie voldoen is de gemeten capaciteit vergeleken met de theoretisch verwachte afvoer in de huidige en toekomstige situatie. Bij het ontbreken van meetgegevens wordt getoetst op de ontwerpcapaciteit. Hierbij is onderstaande codering aangehouden: • • •
Groen: voldoet Oranje: onbekend Rood: voldoet niet.
In Tabel 12 zijn de verschillende ontwerpcapaciteiten weergegeven, inclusief de benodigde capaciteiten in 2015 en 2025.
AWTG
Ingestelde maximale capaciteit
Gemeten capaciteit (2020)
Afnameafspraak (2015)
Afnameafspraak (2025)
Rekenwaarde huidige situatie (2021)
Rekenwaarde toekomstig e situatie (2040)
Katwijk Inf. vijzel
2.900
3.148
2.645
2.774
2.645
2.295
Rijnsburg
1.000
915
897
937
1.000
1.167
Oegstgeest
2.950
1271
1.482
1.527
1.359
1.328
Sassenheim
902
864
885
902
1033
984
Tabel 12- Capaciteitstoets
De gemalen Rijnsburg en Sassenheim voldoen niet aan de theoretische verwachte hoeveelheden van de huidige situatie. Rijnsburg voldoet wel aan de getallen uit de officiële afspraak uit 2015 maar de gemeten capaciteit van Sassenheim voldoet ook niet aan deze getallen. Hierbij moet worden opgemerkt dat er twijfels zijn aan de betrouwbaarheid van deze meting. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 36
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Het is momenteel onbekend hoe het komt dat de gemaalcapaciteiten van Sassenheim en Rijnsburg afwijken van de ingestelde capaciteit. Dit dient in de toekomst uitgezocht te worden. Er is onduidelijkheid over op welk getal getoetst moet worden. Voorstel is om van de meest recente overeenkomsten uit te gaan. Hierover moet overeenstemming met de verschillende gemeenten worden bereikt. Rijnland is momenteel hard aan het werk om data op orde te krijgen. Het is mogelijk dat bovenstaande capaciteiten van de gemalen niet juist zijn.
Wm vergunning Geen knelpunten.
Overige bijzonderheden In de AWTG Oegstgeest wordt vaak een ongewenste drijflaag in de ontvangstkelder van de universiteitswijk geconstateerd. Dit wordt meegenomen als onderzoeksmaatregel.
Regionaal Er zijn geen nadere afspraken over inprikmaatregelen gemaakt, voor zover bekend.
2.3.3
Technische staat
De Lange Termijn Assetplanning (LTAP) voor de awtg’s wordt op dit moment verbeterd rekening houdende met de zogenaamde Asset Health Indicator AWTG’s. Hierbij wordt gekeken naar het bouwjaar, het laatste jaar van renovatie en de planning voor renovatie in de tijd (LTAP). Voor de laatste versie van de LTAP is daar een risico element aan toegevoegd. Zo wordt het vervanging/renovatie jaar gesteld op 25 jaar (WTB) en worden daar op basis van risico’s (DWA+RWA) jaren van afgetrokken. Zo is de laagste risicoscore -2 jaar en de hoogste risicoscore -6 jaar wat betekent dat een AWTG tussen de 19 en 23 jaar in de LTAP terugkomt. Verder wordt momenteel overwogen om de standaard levensduur op 30 i.p.v. 25 jaar te zetten.
In het Meerjarenperspectief (MJP) t/m 2026 zijn geen bedragen opgenomen voor het renoveren van AWTG’s in de kring Katwijk. In de LTAP staan de volgende renovaties van AWTG Rijnsburg en AWTG Oegstgeest gepland in 2030. AWTG Sassenheim is in deze planning opgenomen voor 2037.
2.3.4
Onderzoeksmaatregelen
Onderstaand zijn de onderzoeksmaatregelen voor de aanvoer en het afvalwatertransportsysteem weergegeven die volgen uit de beleidsmodule van dit iWKp en het BZP voor AWZI Katwijk. De timing van deze onderzoeken loopt grotendeels, gezien de benodigde informatie, parallel met die van de raamwerken. De planningen hiervoor zijn opgenomen in paragrafen 2.2.7 en 3.4.
Legenda V X (X)
niet van toepassing reeds uitgevoerd Initiatiefnemer en gepland jaar (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) initiatief ligt bij andere waterpartner (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting)
Onderzoek aanvoer naar zuivering
Katwijk
Teylingen
Oegstgeest
Rijnland
Het wordt aanbevolen de overeengekomen afnameafspraken te actualiseren en de
2022
2022
n.t.b.
X
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 37
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Onderzoek aanvoer naar zuivering
Katwijk
Teylingen
Oegstgeest
Rijnland
De discrepantie op basis van de prognoses is dusdanig groot dat dit verder moet worden onderzocht, eventueel met gebruik van nieuwe tools.
2022-2023
2022-2023
n.t.b.
X
Op basis van de gevonden verschillen tussen theorie en praktijk in de hydraulische aanvoer is nader onderzoek wenselijk. Daarnaast wordt er door RHDHV gewerkt aan een nieuwe rioolvreemdwater tool in opdracht van STOWA/Waterschapshuis. Het is mogelijk dat er door de nieuwe tool, nieuwe inzichten zullen komen.
2023
2023
n.t.b.
X
Katwijk
Teylingen
Oegstgeest
Rijnland
Toetsen of de inslagpeilen volgens afspraak zijn ingesteld en evt. met de gemeente overleggen of deze anders ingesteld mogen worden.
2022
2022
n.t.b.
X
Bepalen van de kritieke tijden volgens het nieuw beschikbare proces in samenwerking met de gemeente. Dit heeft een raakvlak met calamiteitenbeheersing (-plannen).
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b..
X
De maximale capaciteiten van AWTG Rijnsburg en AWTG Sassenheim dienen gecontroleerd te worden. Daarna kunnen zij getoetst worden aan een nog te actualiseren afnameafspraak. Hieruit moet blijken of er sprake is van capaciteitstekorten.
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
X
procedure voor het actueel houden van de onderliggende gegevens te formaliseren. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van Dataportaal en de AWTG-rapporten.
Tabel 13 - Onderzoeken aanvoer naar zuivering
Onderzoek afvalwatertransportsysteem
Tabel 14 - Onderzoeken afvalwatertransportsysteem
2.4
AWZI
2.4.1
Technologische toets AWZI
Aanvoer naar de AWZI Om te bepalen of de AWZI Katwijk voldoet is de huidige ontwerpcapaciteit vergeleken met de huidige theoretisch verwachte afvoer en de toekomstige ontwerpcapaciteit getoetst aan de toekomstige verwachte aanvoer. Hierbij is onderstaande codering aangehouden: • • •
Groen: voldoet Oranje: onbekend Rood: voldoet niet INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 38
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Afspraak
Afspraak
Ontwerp
huidig (2015)
toekomst (2025)
Biologisch [i.e. 150gTZV]
220.000
187.000
Hydraulisch [m3/uur]
6.900
5.909
Rekenwaarde huidig (2020)
Rekenwaarde toekomstig (2040)
210.000
187.000
215.000
6.140
6.037
6.200
Tabel 15 - capaciteitstoets AWZI Katwijk
De AWZI zou voldoende capaciteit moeten hebben om de hoeveelheden te verwerken zoals in de meest recente overeenkomst over de prognoses is vastgesteld tussen Rijnland en de gemeenten. Ook met de geactualiseerde rekenwaarden voldoet de awzi. De biologische belasting komt wel steeds dichter in de buurt van het ontwerpgetal. Hierbij is bekend dat de beluchtingscapaciteit beperkt is. In onderstaand figuur is de werkelijke biologische belasting over de afgelopen 5 jaar en de huidige ontwerpbelasting (220.000 i.e.) weergegeven. Door een verstoring in de monstername van het influent is de gemeten belasting in 2019 en 2020 hoger dan daadwerkelijk binnengekomen. Met uitzondering van deze twee jaren blijft de werkelijk gemeten belasting blijft achter bij de theoretische verwachte belasting, zie tevens discrepantie.
AWZI Katwijk 350.000
i.e. (150g TZV/dag)
300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0 2017
2018
2019
Belasting
2020
2021
Ontwerpbelasting
Figuur 5 - belasting AWZI Katwijk
Afvoer (effluent) In onderstaande tabel zijn de zuiveringsprestaties van de AWZI Katwijk van 2017 tot 2021 weergegeven. Hieruit blijkt dat doorgaans aan de gestelde effluenteisen wordt voldaan. De periode 2017-2018 is hierop een uitzondering in deze periode werd de ombouw gerealiseerd. Parameter
2017
2018
2019
2020
2021
eis
CZV
mg/l
71,0
40,7
40,2
37,1
38,6
125
BZV
mg/l
12,50
4,06
3,19
2,86
3,06
8
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 39
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Drogestof
mg/l
37,00
5,67
4,96
5,33
4,50
12
Totaal-N
mg/l
15,70
9,15
4,93
4,00
4,20
6
Totaal-P
mg/l
2,15
1,10
0,50
0,38
0,37
0,6
Tabel 16 - Zuiveringsprestaties AWZI Katwijk 2017-2021
Bron: 1.
Z-info, 2021
Bijzonderheden functioneren Op AWZI Katwijk is in het verleden overschrijding van de geluidsnormering geconstateerd. Bij de renovatie van de beluchting in 2017-2018 is dit aangepast.
2.4.2
Technische staat
Bij het eerste opstellen van een LTAP in 2016 is nog uitgegaan van een verwachte technische levensduur van 15 jaar voor mechanisch elektrische onderdelen en van 50 jaar voor de betonnen constructies. Inmiddels werkt Rijnland met preventief onderhoud op basis van inspecties en conditiemetingen. Tijdige (niet te vroeg en niet te laat) tussentijdse renovaties en revisies zorgen voor een langere technische levensduur en daarmee lagere kosten. De levensduur van mechanische onderdelen wordt nu op 20-40 jaar geschat, die van civiele onderdelen op 60-80 jaar. In de LTAP worden voor de mechanische onderdelen termijnen van 20 tot 40 jaar en voor de civiele onderdelen 60 gehanteerd. De onderstaande afbeelding laat het bouwjaar per installatieonderdeel zien.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 40
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
NBZ C 1998 M 1998
NBZ C 1998 M 1998
E 1998 PA 2019
NBZ C 1975 M 2003
SVW C 1975 M 2014
NBZ C 1975 M 2003
BEL C 1975 M 2017
NBZ C 1975 M 2003
NBZ C 1975 M 2003
ZV C 1975 M 2015
RGV C 1975 M ?? IV C 1975 M 2015
BEL C 1975 M 2017
Figuur 6 – Bouwjaar per installatie onderdeel AWZI Katwijk
Onderstaande tabel geeft de in het MJP opgenomen projecten en de daarvoor gereserveerde bedragen weer. Tussentijds worden mogelijk nog andere (onderhouds)werkzaamheden n.a.v. inspecties ingepland. Met name wanneer deze gerelateerd zijn aan de aanvoerhoeveelheden is tussentijdse afstemming in de waterketen noodzakelijk.
Tabel 17 - Meerjarenperspectief (MJP)
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 41
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
2.4.3
Onderzoeksmaatregelen
Onderstaand zijn de onderzoeksmaatregelen voor de AWZI weergegeven die volgen uit de beleidsmodule van dit iWKp en het BZP voor AWZI Katwijk. De timing van deze onderzoeken loopt grotendeels gezien de benodigde informatie parallel met die van de raamwerken. De planningen hiervoor zijn opgenomen in paragrafen 2.2.7 en 3.4.
Legenda V X (X)
niet van toepassing reeds uitgevoerd Initiatiefnemer en gepland jaar (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) initiatief ligt bij andere waterpartner (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting)
Onderzoek afvalwaterzuivering
Katwijk
Teylingen
Oegstgeest
Rijnland
Op dit moment lijkt de capaciteit van AWZI Katwijk nu en in de toekomst voldoende. Er is echter veel in ontwikkeling in dit gebied. Ook in het Bio Science Park in Leiden wordt gekeken naar de optimale afvalwaterverdeling. Daarom is het aan te raden om de ontwikkelingen goed te monitoren rekening houdende met de zuiveringscapaciteit.
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
X
Rijnland overweegt het uitvoeren van een regiostudie Kuststrook.
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
X
Tabel 18 - Onderzoeken afvalwaterzuivering
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 42
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
3
ZORGPLICHT HEMELWATER
3.1
Invulling gemeente Katwijk
3.1.1
Maaiveld
Klimaatbestendigheid Definitie hinder en overlast Door de klimaatontwikkeling zullen bewoners vaker hinder ondervinden door water op straat. De gemeente zal daarom bij ernstige hinder of overlast zoeken naar oplossingen in de riolering of op het maaiveld. De gemeente hanteert hierbij de volgende definities: • • •
Hinder: kortdurende beperkte hoeveelheden “water-op-straat” met een duur van 15 tot 30 minuten; Ernstige hinder: forse hoeveelheden “water-op-straat”, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels met een duur van 30 tot 120 minuten; Overlast: langdurig en op grote schaal “water-op-straat”, water in winkels, bedrijven en woningen met materiële schade en ernstige belemmering van het (economische) verkeer.
Huidige invulling Tijdens normale neerslagomstandigheden dient in Katwijk het hemelwater volledig via de riolering afgevoerd te kunnen worden. Katwijk houdt hier bui 8 (herhalingstijd van 2 jaar) uit de Leidraad Riolering aan voor gemengde riolering en bui 9 (herhalingstijd van 5 jaar) voor hemelwaterriolering. Het functioneren van de riolering onder deze omstandigheden is beschreven in 3.1.2 Bij zwaardere neerslagomstandigheden, die als gevolg van klimaatontwikkeling vaker voor zullen komen, is de afvoercapaciteit van de riolering ontoereikend en zal water op het maaiveld gaan staan of over het maaiveld tot afstroming komen. Het is door beperkingen in de ondergrond fysiek onmogelijk om alle regen direct af te voeren via de riolering of de watergangen. De inrichting van de buitenruimte zal bepalend zijn voor waar het water blijft staan. Dit kan bij de huidige inrichting leiden tot hinder, ernstige hinder of zelfs overlast met materiele schade. We moeten dus als discipline riolering nog nauwer samenwerken met de bovengrondse disciplines zoals wegen. Katwijk heeft een klimaatadaptatiestrategie 2021-2026 (september 2021) vastgesteld. Als ambitie bij wateroverlast bij extreme weersomstandigheden wil zij deze met minimale schade te doorstaan. De minimale schade is afhankelijk gemaakt van de hoeveelheid beschikbare middelen.
Voor deze planperiode heeft de raad gekozen voor het scenario basis-plus met als (overgenomen) amendement in te zetten op de meer ambitieuze scenario’s: voortvarend en ambitieus. Concreet betekent dit, dat gemeente Katwijk in deze planperiode als alle regenbuien tot T=5 zonder wateroverlast kan verwerken. Gemeente Katwijk gaat door met het ontvlechten van het rioolstelsel en leggen bij nieuwe ontwikkelingen en gebieden een gescheiden stelsel aan. Daarbij streeft de gemeente naar een zodanige ontkoppeling van het regenwater van het riool in 2050, dat er bij een bui van 70 millimeter in één uur geen afvalwater terecht komt in panden en het riool niet meer overstort met o.a. oog op badplaats Katwijk. De gemeente Katwijk werkt toe naar het versterken van de sponswerking van het stedelijk gebied door ruimte te maken voor infiltratie en berging van hemelwater in de bodem. Als stelregel is gehanteerd om minimaal 10 mm van elke regenbui vast te houden (scenario basis-plus, klimaatadaptatiestrategie 20212026; na 2026 wordt deze geactualiseerd op basis van nieuw ontstane inzichten). Voor nieuwbouwlocaties ligt dit op minimaal 40 mm.
Inzicht in afstroming over maaiveld In 2019 heeft de gemeente Katwijk een klimaatstresstest uitgevoerd. Als een eerste klimaatverkenning heeft de gemeente Katwijk via integrale 2D-modellering voor haar gehele areaal gesimuleerd hoe riolering en maaiveld tesamen functioneren tijdens een extreme neerslagsituatie. Dit is een gebeurtenis met een herhalingstijd van 100 jaar volgens de statistiek van het KNMI (60 mm in één uur). Deze verkenning geeft als stresstest inzicht waar in de openbare ruimte in deze situatie overlast gaat ontstaan. De resultaten van deze verkenning gaven de gemeente Katwijk geen aanleiding hier generiek rioleringsbeleid op te ontwikkelen.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 43
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
In de klimaatadaptatiestrategie 2021-2026 heeft de gemeente aangekondigd in 2024 met een nieuw Basisrioleringsplan te komen waarin rekening wordt gehouden met maatregelen op maaiveld niveau. Hierbij wordt rekening gehouden met de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI (2023).
Afstroming over maaiveld en vasthouden regenwater tijdens normale omstandigheden De ervaringen uit de praktijk wijzen uit dat er weinig structurele problemen zijn die eens in de 2 jaar of vaker (bij gemengde stelsels) of eens in de 5 jaar (HWA-stelslels) tot problemen zullen leiden. Knelpunten in de afvoercapaciteit zijn berekend in het HWA-riool van 't Heen. Dit beeld wordt in de praktijk echter niet herkend. Er zijn meer plaatsen in de gemeente waar water-op-straat wordt berekend, maar hier is de afvoercapaciteit van het riool niet het probleem. De hydraulische verhanglijnen zijn bij T=2 in die gevallen erg vlak. In de praktijk zal dit niet direct leiden tot problemen. Water stroomt naar de laagst gelegen plek. Daar is van belang hoeveel restveiligheid de openbare ruimte biedt voordat water echt in gebouwen gaat stromen. In dit kader is het aan te bevelen om aandacht te krijgen voor restveiligheid in de openbare ruimte van reguliere programma's, en van nieuwe en lopende projecten en daarnaast restveiligheid als vast controle onderdeel te maken voor ruimtelijke plannen. Gemeente Katwijk stelt in scenario basis plus van haar klimaatadaptatiestrategie als minimum eis om regenwater tot 10 mm vast te houden en te infiltreren bij regenbuien die eens per jaar voorkomen.
Indien dit beleid na de planperiode wordt voortgezet wordt circa 80% van de jaarlijkse neerslag ten nutte van de groene leefomgeving en de bodem vastgehouden. De voorkeur voor vasthouden in de bodem is 40mm en gelijk aan de eisen voor nieuwbouw.
Afstroming over maaiveld tijdens extreme omstandigheden De 2D-modellering van maaiveld en riolering tezamen laat zien dat tijdens extreme neerslagomstandigheden (60 mm in één uur) in er een aantal plaatsen zijn in de gemeente waar te verwachten valt dat de kwetsbaarheid voor water in bebouwing groter is dan de in rest van de gemeente. De kwetsbaarheid tijdens extreme omstandigheden hangt nauw samen met lage plekken in het maaiveld. Daarnaast kan een laag vloerpeil van woningen t.o.v. straatpeil een reden zijn voor verhoogde kwetsbaarheid.
Klachten en meldingen Hoewel bekend is dat er veel meldingen zijn geweest tijdens hevige regenval op 16 juli 2007, 23 augustus 2010, 26 augustus 2010 en 14-15 juli 2011, zijn de meldingen helaas niet allemaal even goed gedocumenteerd. Er is dus geen goed beeld van de exacte locatie en de aard van de melding. In het verdere verleden zijn er vaker problemen geweest met wateroverlast in het centrum van Katwijk, maar door een aantal verbeteringsmaatregelen zoals diametervergrotingen en afkoppelen/infiltreren is wel bekend dat het aantal klachten aanzienlijk is afgenomen. In 2021 is de nieuwe DoFeMaMe methodiek van de Bollenstreek samen met de Leidse Regio opgesteld. Deze methodiek geeft handvaten voor een eenduidige registratie.
3.1.2
Riolering
De gemeente Katwijk beschikt over gemengde, gescheiden en verbeterd gescheiden stelsels. Waar mogelijk wordt hemelwater geïnfiltreerd. In de ketenschouw is gekeken naar doelmatig afkoppelen. Voor Katwijk heeft dit geresulteerd in het uitgangspunt dat afkoppelen alleen wordt toegepast als dit doelmatig is. Uitgangspunt is conform beleid het ontvlechten van waterstromen. Met het op te stellen afvoerstructuurplan wordt dit verder uitgewerkt. Het hydraulisch functioneren van de riolering is getoetst met bui 8 en bui 9 van de Leidraad Riolering. Deze neerslagsituaties hebben een herhalingstijd van T=2 en T=5. De ervaringen uit de praktijk wijzen uit dat er weinig structurele problemen zijn die eens in de 2 jaar of vaker (bij gemengde stelsels) of eens in de 5 jaar (HWA-stelsels) tot problemen zullen leiden. Theoretische knelpunten in de afvoercapaciteit zijn geconstateerd in het HWA-riool van ’t Heen in de Scheepmakerstraat en Wagenmakerstraat. Dit stelsel voldoet ook niet bij T=2. In de praktijk worden deze knelpunten niet herkend. Er zijn meer plaatsen in de gemeente waar water-op-straat wordt berekend, maar hier is de afvoercapaciteit van het riool niet het probleem. De hydraulische verhanglijnen zijn bij bui 08 in die gevallen al erg vlak.
In paragraaf 3.1.5 maatregelen staan de onderzoeks- en investeringsmaatregelen die de gemeente Katwijk wil doen om haar zorgplicht ten aanzien van de inzameling en het omgaan van neerslag. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 44
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
3.1.3
Oppervlaktewatersysteem
Nagenoeg alle hemelwateruitlaten en overstorten in de gemeente Katwijk lozen op de boezem. In de komende planperiode wordt de droge voeten toets voor hemelwateruitlaten en overstorten uitgevoerd.
3.1.4
Voorkomen van afvoer van oppervlaktewater naar de AWZI en veiligheid
In Katwijk zijn na het meetonderzoek van 2017 en voldoen alle drempels aan de keur van Rijnland. Voor het vBRP 2024 worden alle gegevens nogmaals nagelopen.
3.1.5
Maatregelen
In Tabel 19 – beheer en onderzoeksmaatregelenTabel 19 zijn de onderzoeksmaatregelen opgenomen die volgen uit het eigen programma van de gemeente met een kostenindicatie. In Tabel 20 staan de investeringsmaatregelen van de gemeente Katwijk.
Maatregel of taak
Frequentie
Hemelwater- en Grondwaterverordening (vast stellen)
Planning 2022
BRP Klimaatproof (zie ook paragraaf 2.2.3)
Elke 5 jaar
2024
Opstellen beheerplan wadi’s (met vakdiscipline groen)
eenmalig
2023
Opstellen onderhoudsplan drainage en infiltratievoorzieningen (ondergronds) eenmalig
2022
Opstellen infiltratievoorzieningen en vergroenen klimaatadaptatie (bovengronds met vakdiscipline groen)
2024
eenmalig
Tabel 19 – beheer en onderzoeksmaatregelen
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 45
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
Maatregel
Jaar
Effect
Afkoppelen 16,3 hectare verhard oppervlak (de Noord, Molenwijk, Ridderpark; ambitie is 21,7 ha
2015-2019 (gerealiseerd)
Doelmatige inzameling hemelwater. Wat lokaal kan worden verwerkt niet via het riool afvoeren. Tevens kwaliteitsverbetering zuiveringsproces
Afkoppelen van verhard oppervlak (Frederiksoord, Kalkoven, Cleijn Duin en ’t Jogt)
2019-2026
Doelmatige inzameling hemelwater. Wat lokaal kan worden verwerkt niet via het riool afvoeren. Tevens kwaliteitsverbetering zuiveringsproces
Verleggen tracé persleiding Heemskerk naar vrijverval Rijnsburg-Noord
2023
Vergroten capaciteit, beperken vuilemissie
Diameter vergroting ’t Heen
2024
Voorkomen wateroverlast
Tabel 20 - investeringsmaatregelen hemelwatersystemen in de gemeente Katwijk
3.2
Invulling gemeente Teylingen
3.2.1
Maaiveld
Klimaatbestendigheid De gemeente Teylingen verwacht dat door de klimaatontwikkeling men vaker hinder zal ondervinden door water op straat en acht het voorkomen hiervan met maatregelen in de riolering niet doelmatig. De gemeente zal naar oplossingen in de riolering of in het maaiveld gaan zoeken als sprake is van ernstige hinder of overlast. De gemeente hanteert hierbij de volgende definities: • • •
Hinder: kortdurende beperkte hoeveelheden “water-op-straat”; Ernstige hinder: forse hoeveelheden “water-op-straat”, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels; Overlast: langdurig en op grote schaal “water-op-straat”, water in winkels, bedrijven en woningen met materiële schade en ernstige belemmering van het (economische) verkeer.
Ambitieniveau Uitgangspunt is dat het verbeteren van de klimaatbestendigheid wordt opgepakt op het moment dat er sprake is van een reconstructie of herinrichting. Alleen als het aanpakken van risicolocaties echt noodzakelijk is wordt gekozen voor een versnelde aanpak. Deze noodzaak is aan de orde als zowel klachten/meldingen en modelmatige simulaties met elkaar in overeenstemming zijn. Momenteel is hier alleen sprake van in de omgeving Lindenlaan/Platanenlaan in Sassenheim. Vooruitlopend op klimaatverandering maatregelen nemen wordt door de afwezigheid van grote knelpunten, de enorm hoge kosten en de onzekerheid ten aanzien van de noodzaak niet overwogen. Invulling ambitieniveau Tijdens normale neerslagomstandigheden in het huidig klimaat dient in Teylingen het hemelwater volledig via de riolering afgevoerd te kunnen worden. Teylingen houdt hier volgens haar DoFeMaMe bui 8 (herhalingstijd van 2 jaar) uit de Leidraad Riolering aan. Hierbij is eenmaal per twee jaar in beperkte mate water op straat toelaatbaar. Volgens klimaatscenario WH 2050 van het KNMI is het aannemelijk dat de huidige bui 9 van de Leidraad Riolering (T=5) in 2050 een herhalingstijd van 2 jaar heeft in plaats van 5 jaar. De neerslagomstandigheden die eens per 2 jaar zich voordoen worden dus zwaarder.
Om hierop de anticiperen en in 2050 een vergelijkbaar beschermingsniveau te bieden houdt de gemeente Teylingen het volgende aan: • •
nieuwe riolering wordt ontworpen op bui 9 van de leidraad riolering. Bij deze bui mag geen water op straat optreden. Bij bui 8 is de waakhoogte minimaal 20 cm.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 46
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Dit is vastgelegd in het Leidraad Openbare Inrichting Ruimte van HLT-samen (LIOR). Inmiddels wordt als zodanig getoetst. De resultaten hiervan zijn beschreven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. De bestaande riolering wordt niet standaard gedimensioneerd op bui 9. De afweging in hoeverre de riolering zwaarder gedimensioneerd kan worden of in hoeverre berging op / afvoer over het maaiveld doelmatiger is, is maatwerk. Hierbij wordt het effect op de rioolafvoer van andere locaties en het watersysteem ook afgewogen. De gemeente maakt deze afweging momenteel alleen voor concrete overlastsituaties (zie het kopje “Omgang met concrete overlastsituaties” in deze paragraaf). In situaties waarbij de riolering functioneel door nog grotere buien (dan S08 en S09) niet meer voldoet dient de maaiveldinrichting van de openbare ruimte de bergings- en afvoerfunctie van de riolering over te nemen. Er mag in deze situaties geen afwenteling plaatsvinden op de omliggende percelen. Op deze wijze moet bui S10 zonder afwenteling verwerkt worden. Doel hiervan is het voorkomen van schade op particulier terrein. In het afvoerstructuurplan, dat momenteel door de gemeente ontwikkeld wordt, kunnen plaatselijk grotere diameters of een gewijzigde afvoerstructuur voorgesteld worden als dit uit oogpunt van klimaatverandering nodig is.
Hierbij worden mogelijke consequenties voor het ontvangend watersysteem beschouwd en meegewogen in de keuzes. De trits “vasthouden-bergen-afvoeren” is hierbij vertrekpunt (Vasthouden (niet verharden als het kan) / Bergen (op straat is effectief) / Afvoeren (over straat is goedkoper dan via de riolering). De gemeente Teylingen heeft (vooralsnog) geen zwaardere neerslagsituatie of hoger beschermingsniveau voor 2050 vastgesteld waarbij op particulier terrein geen schade of hemelwateroverlast mag ontstaan. Vooralsnog betreft het een doelmatigheidsafweging en is het maatwerk.
Afstroming over maaiveld De gemeente Teylingen heeft in 2019 een klimaatverkenning uitgevoerd met een nieuw gevalideerd hydraulisch rekenmodel, waarin de elementen riolering, kolken, maaiveld en oppervlaktewater zijn geïntegreerd. In deze verkenning heeft de gemeente het functioneren van de riolering en afstroming over maaiveld gesimuleerd met een extreme neerslagsituatie. Dit is een gebeurtenis met een herhalingstijd van 100 jaar en een neerslaghoeveelheid 57,7 mm in een uur en 68,4 mm in 2 uur. Deze verkenning geeft als stresstest inzicht hoe in de openbare ruimte in deze situatie het hemelwater over maaiveld stroomt, de optredende waterdiepten op maaiveld tegen panden aan en daarmee het risico op wateroverlast. Hierin zijn de volgende classificering aangehouden. • 0 – 0,10 m: geen risico • 0,10 – 0,15 m: weinig risico • 0,15 – 0,20 m: matig risico • > 0,20 m: veel risico Sassenheim: In Sassenheim is de berekende waterdiepte op een aantal locaties groter dan 0,20 m. Daarmee is het risico op wateroverlast in deze kern groter. Mogelijke knelpuntlocaties in Sassenheim zijn: • • • • • • • • • • •
Berkenlaan/Lindelaan/Platanenlaan Bijdorpstraat en Floris Schoutenstraat; Hoofdstraat/Hortuslaan/Kerklaan; Kwekersweg; Margrietstraat; Menneweg/Kagerdreef; Molendwarsstraat; Ter Leedelaan; Teylingerlaan; Valkeniershof; Zandslootkade;
Voorhout: In Voorhout is de berekende waterdiepte op enkele locaties groter dan 0,20 m. Er is geen sprake van grootschalige wateroverlast in Voorhout. Mogelijke knelpuntlocaties in Voorhout zijn: • •
Anijsweg (pleintje bij de Aldi); Boekhorstlaan; INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 47
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
• •
Jan Steenlaan (Rooms-Katholieke Basisschool); Monseigneur Broerestraat
Warmond: De berekende waterdieptes in Warmond bereiken op de meeste locaties een maximum van 0,20 m. Er is geen sprake van grootschalige wateroverlast in Warmond. Mogelijke knelpunten in Warmond zijn: • • •
Dorpsstraat, Julianastraat (e.o.) Industrieterrein Veerpolder.
Het maaiveld zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen bij het afwikkelen van extreme regenval. Door het regenwater snel via het maaiveld naar open water te brengen kan veel overlast worden voorkomen. De inrichting van het maaiveld zal hiervoor aangepast moeten worden. De vormen en technieken zullen in de op te stellen LIOR worden beschreven en bindend voorgelegd.
Stresstesten in kader van Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRPA) HLT-samen heeft voor de gemeenten Lisse, Teylingen en Hillegom in 2021 de effecten van klimaatverandering in beeld gebracht door een aantal stresstesten uit te voeren. Deze effecten zijn gevolg van meer neerslag, hogere waterstanden, droogte en hitte en zijn weergegeven op www.hltsamen.klimaatatlas.net. Voor specifiek afstroming over maaiveld tijdens extreme omstandigheden zijn de verkregen inzichten in effecten van meer neerslag van belang. Het onderzoek geeft inzicht in de mogelijke gevolgen van neerslag van 70 mm, 90 en 160 mm. De resultaten zijn uitgedrukt in wateroverlast, kwetsbare panden, kwetsbare objecten en begaanbaarheid van wegen. In Teylingen zijn momenteel geen urgente wateroverlastknelpunten. Deze inzichten komen redelijk overeen met de recentelijk (2019) uitgevoerde klimaatverkenning (zie voorgaande beschrijving in 3.2.1). Er zijn locaties in beeld waar in de toekomst een knelpunt kán ontstaan. Voor deze knelpuntlocaties is nog niet bepaald of hiervoor een aanpak en budget nodig is. Evenmin is nog niet duidelijk in hoeverre deze aanpak in kader van de zorgplichten plaats moet vinden. Voor de omgang met klimaatverandering heeft de gemeente Teylingen gekozen voor een “actief” ambitieniveau; dit betekent: • • • •
Aanstellen van een coördinator klimaatadaptatie met een onderzoeksbudget ter borging van klimaatadaptatie in alle gemeentelijke processen. Aanwijzen van een coördinator om tegemoetkomingen van het rijk te benutten. Meekoppelkansen in kaart brengen en benutten met betrekking tot groot onderhoud en andere transities en opgaven (dit is een belangrijke pijler van het afvoerstructuurplan en de in dat kader aangehechte blauwdruk voor de toekomst). Tegemoetkomen van- en samenwerken met inwoners en gebiedspartners. (Het met gebiedspartners inventariseren van meekoppelkansen vindt grotendeels al in kader van het afvoerstructuurplan plaats.)
De strategie rust hierbij op vier pijlers: Alle nieuwbouw doen we klimaatbestendig (hiertoe wordt de LIOR geactualiseerd) en het bestaand bebouwd gebied, het buitengebied en de essentiële infrastructuur maken we klimaatbestandig (dit zijn vooral meekoppelkansen die worden verkend in kader van het afvoerstructuurplan in 2023-2024). Bij extreme neerslagomstandigheden als gevolg van klimaatverandering zal niet al het hemelwater via riolering afgevoerd kunnen worden. Klimaatadaptatie zal zich dan ook vooral richten op de inrichting van de openbare ruimte, waarbij het overschot aan water boven maaiveld afgehandeld moet worden zonder dat leidt tot onaccaptabele overlast of schade. De hiervoor benodigde maatregelen zullen in de komende decennia worden gecombineerd met andere geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Deze meekoppelkansen worden in de komende planperiode geïnventariseerd en geprogrammeerd. De prioritering en programmering van maatregelen wordt uitgewerkt bij het opstellen van de uitvoeringsagenda en verankerd in het uitvoeringsprogramma “Programma Water- en Klimaatadaptatie HTLsamen, het volgend iWKp (2026) en in de omgevingsvisie/-plan/-programma. De gemeente Lisse handelt hiermee in de geest van het bestuurlijk akkoord Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRPA). INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 48
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
Klachten en meldingen maaiveld De gemeente heeft vooral klachten gekregen over wateroverlast rond de Lindenlaan, Platanenlaan, en Kagertuinen. Bij de Lindenlaan/Platanenlaan/Kagertuinen zijn in het verleden al veel maatregelen genomen die lijken te werken, de klachten zijn sterk afgenomen. Momenteel wordt een herinrichting van deze straten voorbereid en samen met het HHR wordt onderzocht welke maatregelen in deze herinrichting meegenomen kunnen worden om de overlast definitief te elimineren.
Opgave Voor de komende planperiode ligt de focus op het oplossen van de wateroverlast in de omgeving Lindenlaan/Platanenlaan in combinatie met het verminderen van de vuilemissie op het oppervlaktewater vanuit de bergbezinkvoorziening Essenplein. In 2020 zijn 5 verschillende oplossingen onderzocht en beschreven in de “Notitie wateroverlast Lindenlaan”. De volgende maatregelen worden in 2022 uitgevoerd: • • •
Het verwijderen van de pomp in de hwa-leiding die tussen de Sporthofsloot en de Kagersingel, via de Lindenlaan ligt. Het verhogen van interne overstorten vanuit Rusthof De aanleg van een bovengrondse stroomgoot van de Lindenlaan naar de Kagersingel
Om de kans op wateroverlast en de vuilemissie vanuit de bergbezinkvoorziening Essenplein verder te verkleinen wordt in de periode 2030-2040 in de omgeving Lindenlaan gelijktijdig met rioolvervangingen afgekoppeld. De meeste riolering uit de zestiger jaren wordt dan vervangen. Slechts een klein deel uit de vijftiger jaren wordt al voor deze periode vervangen. In Teylingen zijn verder geen aanpassingen aan het maaiveld voorzien voor het oplossen van water op straat, anders dan dat dit met geplande reconstructies kan worden opgelost. Bij het onderzoeken van afkoppelmogelijkheden wordt geadviseerd te kijken of deze plaatsen in de praktijk een risico vormen en of er kansen aanwezig zijn om de gevolgen van overlast te beperken.
3.2.2
Riolering
De gemeente Teylingen beschikt over gemengde, gescheiden en verbeterd gescheiden stelsels voor afvoer van hemelwater. Hoewel de gemeente hemelwaterriolering in beheer heeft kiest de gemeente vooral voor toekomstige situaties liefst voor een zo natuurlijk mogelijke afvoer van hemelwater via maaiveld. De riolering is getoetst op het hydraulisch functioneren met bui 08 van de Leidraad, module C2100. Deze neerslagsituatie heeft een overschrijdingskans van gemiddeld 1 maal per 2 jaar. Op diverse plaatsen wordt (net) water-op-straat berekend bij bui 08. Dit leidt niet automatisch tot wateroverlast (water in de woning). In veel gevallen wordt overtollig water geborgen in de openbare ruimte. Wanneer naar het volume water-op-straat wordt gekeken dan is er in algemene zin sprake van een hydraulisch goed functionerend stelsel. Praktijkproblemen, als deze al ontstaan, zullen naar onze inschatting eerder ontstaan als gevolg van een lage ligging van de woning t.o.v. het maaiveld, of plaatselijke depressies in het maaiveld. Onderstaande tabel toont de maatregelen aan de (hemelwater-)riolering die de gemeente Teylingen zich voorneemt. Deze worden uit oogpunt van doelmatigheid gecombineerd met rioolvervangingen.
Maatregel
Jaar
Effect
Afkoppelen verhard oppervlak omgeving Lindenlaan
2030-2040
Doelmatige inzameling hemelwater.
Tabel 21 – maatregelen hemelwatersystemen in de gemeente Teylingen
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 49
MAATREGELEN ZUIVERINSKRING KATWIJK
3.2.3
Oppervlaktewatersysteem
In de komende planperiode wordt de droge voeten toets voor alle overige hemelwateruitlaten en overstorten binnen de gemeente uitgevoerd. Eindresultaat is een samenvattend document voor de gehele gemeente.
3.2.4
Voorkomen van afvoer van oppervlaktewater naar de AWZI en veiligheid
De afgelopen vGRP periode zijn met succes de te lage overstortdrempels verhoogd. Uit meting moet blijken of daarmee de hoeveelheid rioolvreemd water significant is afgenomen. Indien dat niet het geval is, zal samen met het HHR nader onderzoek worden ingepland om deze hoeveelheid terug te brengen.
3.3
Invulling gemeente Oegstgeest
De invulling van de hemelwaterzorgplicht door de gemeente Oegstgeest wordt vastgelegd in het iWKp van de Leidse regio. De onderstaand weergegeven invulling is de ongewijzigde tekst uit het iAWKp van 2016.
3.3.1
Maaiveld
Klimaatbestendigheid Door de klimaatontwikkeling zal men vaker hinder ondervinden door water op straat. De gemeente zal naar oplossingen in de riolering of in het maaiveld gaan zoeken als sprake is van ernstige hinder of overlast. De gemeente hanteert hierbij de volgende definities: • • •
Hinder: kortdurende beperkte hoeveelheden “water-op-straat”; Ernstige hinder: forse hoeveelheden “water-op-straat”, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels; Overlast: langdurig en op grote schaal “water-op-straat”, water in winkels, bedrijven en woningen met materiële schade en ernstige belemmering van het (economische) verkeer.
Tijdens normale neerslagomstandigheden dient in Oegstgeest het hemelwater volledig via de riolering afgevoerd te kunnen worden. De gemeente Oegstgeest houdt hier volgens haar DoFeMaMe bui 8 (herhalingstijd van 2 jaar) uit de Leidraad Riolering aan voor alle riolering. Het functioneren van de riolering onder deze omstandigheden is beschreven in 3.3.2. Bij zwaardere neerslagomstandigheden, die als gevolg van klimaatontwikkeling vaker voor gaan komen, kan de afvoercapaciteit van de riolering ontoereikend zijn en zal water op het maaiveld gaan staan of over het maaiveld tot afstroming komen. Dit kan leiden tot hinder, overlast of schade. De gemeente Oegstgeest heeft nog niet bepaald welke zwaardere neerslagomstandigheden als gevolg van klimaatverandering straks als normaal beschouwd zouden moeten worden en in hoeverre alle riolering daarop gedimensioneerd kan worden of dat afwenteling op het maaiveld doelmatiger is. Dit is een doelmatigheidsafweging, die de gemeente nu alleen neemt voor concrete overlastsituaties.
Afstroming over maaiveld Als een eerste klimaatverkenning heeft de gemeente Oegstgeest berekeningen laten uitvoeren met een 2Dmodel. Dit zijn simulaties waarbij de riolering (1D) en het maaiveld als puntenwolk in één model (2D) zijn verwerkt. Om de afstroming over maaiveld goed in beeld te krijgen is met dit integrale model een berekening uitgevoerd met bui 10 uit de Leidraad Riolering (35,7 mm met een piekintensiteit van 210 l/s/ha). De hiermee in beeld gebrachte afstroming over maaiveld blijkt te kloppen met de theoretische aanname. In het bijzonder; regenwater stroomt vanuit de Oranjebuurt naar de Emmalaan. De gemeente Oegstgeest heeft de bestendigheid van de openbare ruimte tegen wateroverlast nog niet getoetst bij extremere neerslag dan bui 10 van de Leidraad Riolering.
Klachten en meldingen Vanuit de gemeente is aangegeven dat bij hevige neerslag wateroverlast of hinder ontstaat op de volgende locaties: INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 50
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING KATWIJK
• •
Bemalingsgebied de Voscuyl (Oude Dorp): Bij hevige neerslag ontstaat in het oude dorp water op straat. Hier komen geen klachten van binnen. Het overtollige water wordt als hinderlijk ervaren; Bemalingsgebied Emmalaan: Bij hevige neerslag ontstaat in bemalingsgebied Emmalaan water op straat. Hier komen klachten van binnen;