160630 ISG Greenport 2016.pdf
Tekst van het document
name Oosterduinse Meer en Valkenburgse Meer;
elementen aan toe en bieden extra kansen om de in paragraaf 4.2
• versterking en ontwikkeling van (nieuwe) recreatiegebieden met
opgenomen ambities met betrekking tot landschap, natuur en ecolo-
een natuurlijk karakter bij Hillegom-Noord, de Klinkenbergerplas,
gische verbindingen te realiseren. 51
52
Legenda Wonen en Werken
Stedelijk gebied
32
Noordwijkerhout - ’s-Gravendam Oost - B (reservering voor na 2030)
Uitbreiding bedrijventerrein
33
Noordwijkerhout - Delfweg uitbreiding - B
Reservelocatie bedrijfsterrein
Herstructurering en intensivering glastuinbouw
Uitbreiding woningbouw
Zoekgebied huisvesting arbeidsmigranten
Reservelocatie woningbouw
Clusterlocatie Greenport woningen
Ontwikkellocaties wonen en werken - met nummers:
Water
(op volgorde gemeente - locatie - wonen/werken) Bestaand spoor en stations 1
Katwijk - Frederiksoord Zuid - W
2
Katwijk - De Horn - W
3
Katwijk - Middelmors - W
4
Katwijk - Duinvallei - W
5
Katwijk - Rijnsoever Noord - W
6
Katwijk - Kleipetten Zuid - W
7
Katwijk - ‘t Duyfrak - W
8
Katwijk - Zeehospitum - W
9
Katwijk - Hoek de Rover - W
10
Katwijk - Klei Oost Zuid - B
11
Katwijk - Flora West - B
12
Katwijk - Vinkenwegzone bedrijven
Autowegen, snelwegen, N-wegen en secundaire wegen Geprojecteerd woon-, werk - en recreatiegebied vliegveld Valkenburg (buiten Greenport)
+ woningen Kanaalzone < 3 ha - B/W 13
Katwijk - Tjalmastrook Noord (Werkpark 2) - B
14
Noordwijk - Offem Zuid - W
15
Noordwijk - Bronsgeest - W
16
Noordwijk - De Nes - W
17
Teylingen - Hooghkamer - W
18
Teylingen - Engelse tuin - W
19
Teylingen - Nieuw Boekhorst - W
20
Teylingen - Oosthoutlaan - B
21
Teylingen - Greenib - B
22
Teylingen - Fort Marina - W
23
Teylingen - Overteylingen - W
24
Teylingen - Akzoterrein - B
25
Lisse - Dever Zuid - W
26
Lisse - Geestwater - W
27
Lisse - Mallegatspoort - B
28
Hillegom - Weerestein - W
29
Noordwijkerhout/ Noordwijk - Sancta Maria - W
30
Noordwijkerhout - Bavo - W
31
Noordwijkerhout - Molenweg - W 53
4.5 Aantrekkelijke woonregio De Duin- en Bollenstreek is een zeer aantrekkelijke regio om te
voorwaarde voor regionale afstemming in het kader van (de eerste
wonen. Dat is recent nog eens bevestigd in de rapportage die in
trede van) de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
opdracht van de Provincie Zuid-Holland in het kader van de economische agenda is opgesteld door Bureau Louter. Deze aantrekke-
Om in de eigen behoefte te voorzien is volgens de Regionale Woon-
lijkheid willen we koesteren, maar heeft ook een keerzijde. In het
agenda in de zes gemeenten van de Greenport Duin- en Bollenstreek
verleden is de Duin- en Bollenstreek regelmatig in beeld geweest om
tot 2030 een netto toevoeging van 11.000 woningen noodzakelijk.
te voorzien in een deel van de woningbehoefte van de noordvleugel
Daarnaast bedraagt de bovenregionale opgave waarover in het kader
van de randstad. Deze planologische schaduwwerking is ongunstig
van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek bestuur-
gebleken voor de investeringen in de kwaliteit van het landschap en
lijke afspraken zijn gemaakt 5200 woningen. Daarbij gaat het om
de vitaliteit van het bollencomplex. Met de aanwijzing tot Greenport
4000 extra woningen voor de bollengemeenten, zoveel mogelijk te
in de Nota Ruimte (januari 2006) en het vaststellen van de Gebieds-
realiseren binnen bestaand stads- en dorpsgebied en aanvullend
uitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek (mei 2006) is erkend dat
op de in de ISG en in het provinciale programma ruimte opgenomen
er slechts ruimte is voor een beperkte woningbouwopgave en dat
locaties binnen de voormalige contouren, 600 woningen specifiek
het accommoderen van een gezonde ontwikkeling van de Greenport
voor de ontwikkeling van de locatie Bronsgeest te Noordwijk en
Duin- en Bollenstreek voorop staat. Daarmee is de planologische
600 greenportwoningen op niet nader geduide locaties in het bui-
rust en duidelijkheid voor het buitengebied geboden die nodig is
tengebied van de zes bollengemeenten.
om investeringen in kwaliteit en vitaliteit mogelijk te maken en de herstructurering op gang te brengen. Hierbij is het van groot belang
De woningbouwopgave biedt kansen voor de herstructurering van de
dat er tegelijkertijd duidelijkheid is over waar stedelijke functies zich
woningvoorraad en verbetering van de woonomgeving en draagt bij
kunnen ontwikkelen. Deze zijn in de ISG2009 aangegeven, waarbij
aan versterking van het draagvlak van maatschappelijke en com-
ook de bovenregionale taakstelling een plaats gekregen heeft.
merciële voorzieningen. De marktkansen per subregio, de behoefte aan woonmilieus en de afgesproken bovenregionale opgaven zijn
Provinciaal beleid en regionale afstemming
leidraad voor de programmering. Het bouwprogramma onderstreept
In 2014 heeft de provincie Zuid-Holland met het vaststellen van de Vi-
de noodzaak tot extra investeringen in de infrastructuur en
sie Ruimte en Mobiliteit het sturen met rode contouren losgelaten. Dit
het openbaar vervoer.
zou voor de Duin- en Bollenstreek betekenen dat de planologische duidelijkheid voor het buitengebied doorbroken wordt, met mogelijk zeer
Uitbreiding wonen buiten de voormalige rode contour
negatieve gevolgen voor de Greenportontwikkeling, de herstructure-
In de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek is afgespro-
ringsopgave, de bescherming van het landschap en de verbetering van
ken dat de gemeente Noordwijk buiten de toenmalige contouren
de ruimtelijke kwaliteit . Om deze ongewenste effecten te voorkomen
de locatie Bronsgeest kan laten ontwikkelen. Voor de bouw van
is in september 2014 het tijdelijke Afsprakenkader Vitale Greenport
600 woningen op deze plek is bollengrondcompensatie noodzakelijk.
Duin- en Bollenstreek opgesteld en ondertekend door de zes samenwerkende greenportgemeenten en de Provincie Zuid-Holland. Hiermee
In de ISG2009 is aangegeven dat de bovenregionale opgave voor de
is het ruimtelijk beleid voor de Greenport Duin- en Bollenstreek, zoals
bouw van 1.500 woningen rondom station Hillegom grotendeels zal
neergelegd in de ISG2009, binnen het kader van de provinciale Visie
worden opgevangen binnen de (toenmalige) rode contouren van Hil-
Ruimte en Mobiliteit bestendigd. De verwachte stedelijke ontwikke-
legom, Lisse en Noordwijkerhout. Mede vanuit het belang van ruimte-
lingen zijn daartoe opgenomen in de zogenaamde “Begrenzing van
lijke kwaliteit en cultuurhistorie is er voor gekozen om de bollengrond
het Stedelijk gebied van de Greenport”(BSG). Met de vaststelling van de
rondom het station open te laten. De in de ISG2009 opgenomen
geactualiseerde ISG eindigt de werking van het Afsprakenkader. De in
alternatieve woningbouwlocatie aan Pastoorslaan, die in een behoefte
het Afsprakenkader aangeduide woningbouwlocaties zijn in deze geac-
van ongeveer 500 woningen kan voorzien, is niet opgenomen in het
tualiseerde ISG opgenomen. De behoefte aan woningbouwlocaties, in
Afsprakenkader. De verwachting is dat ook voor deze 500 woningen
relatie tot de binnenstedelijke mogelijkheden, wordt onderbouwd door
ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stads- en dorpsge-
de Regionale Woonagenda die op 17 december 2014 door het AB van
bied en de aangegeven ontwikkellocaties binnen de “Begrenzing van
Holland Rijnland is vastgesteld en op 30 juni 2015 door Gedeputeerde
het Stedelijk gebied van de Greenport”. Wanneer dit onverhoopt niet
Staten is goedgekeurd. Hiermee is voor deze locaties voldaan aan de
realiseerbaar is komt de locatie Pastoorslaan als reservelocatie weer in 54
beeld. Hiervoor is bollengrondcompensatie noodzakelijk.
plaatsvinden over de locaties.
Wonen in het buitengebied
Indien de komende jaren alsnog behoefte blijkt aan het opstellen
In het buitengebied staat de verbetering van de landschappelijke
van een afzonderlijke intergemeentelijke Ruimte-voor-Ruimterege-
kwaliteit en de economische vitaliteit voorop en worden geen nieu-
ling dan gelden de bepalingen die ten aanzien van compensatiewo-
we woningen gebouwd, met uitzondering van Greenportwoningen
ningen in de ISG zijn opgenomen
of compensatiewoningen op grond van de Ruimte-voor-Ruimteregeling. Daarnaast is het toekennen van een woonfunctie aan vrijko-
Huisvesting buitenlandse arbeidsmigranten
mende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, bijvoorbeeld een
Op 27 juni 2014 is het “Convenant huisvesting arbeidsmigranten
monumentale bollenschuur, onder voorwaarden mogelijk.
Holland Rijnland, periode 2014 tot 2018” namens de gemeenten ondertekend door de portefeuillehouder Ruimtelijk Ordening en
Greenportwoningen
Wonen van Holland Rijnland. De ruimtelijke consequenties van dit
Om het herstructureringsproces en de verbetering van de ruimtelijke
recent overeengekomen convenant zijn in ogenschouw genomen bij
kwaliteit te financieren is in de Gebiedsuitwerking Haarlemmer-
de herziening van de ISG.
meer-Bollenstreek afgesproken om 500 Offensief- woningen (dun en duur) en 100 zogenaamde landgoedwoningen (heel dun en duur) in
Piekperiode
het buitengebied te bouwen. In de Regionale Woonagenda zijn deze
Het is wenselijk om te komen tot een uniforme regeling voor de
twee categorieën samengevoegd tot 600 Greenportwoningen.
huisvesting van arbeidsmigranten op bedrijfspercelen voor de piekperiode van maximaal drie maanden.
Het voornemen is om (tenminste) 60 procent van die woningen te concentreren op enkele locaties in de Greenport, waaronder de loca-
Deze regeling zal onder meer bepalen dat:
ties Vinkeveld-Zuid in Noordwijk, Abeelenpark in Noordwijkerhout
• Het moet gaan om de huisvesting van de werknemers die op het
en Voorhouterweg in Rijnsburg.
bestaande agrarische bedrijf tijdens de piekperiode werkzaam zijn. • Het tijdelijk plaatsen van woonunits wordt toegestaan als er aan-
Compensatiewoningen
toonbaar sprake is van noodzaak tot piekopvang.
Met gebruikmaking van de provinciale Ruimte-voor-Ruimte regeling
• Er pas woonunits op het bedrijf mogen worden geplaatst als de
hebben in de achterliggende periode diverse saneringen van oude
ondernemer in samenspraak met de gemeente kan aantonen dat
bollenteeltbedrijven en verspreid oud glas plaatsgevonden. Dit heeft
er geen andere mogelijkheden voor structurele huisvestingsvoor-
onmiskenbaar tot een betere ruimtelijke kwaliteit en een grotere
zieningen zijn.
openheid geleid op de saneringslocaties. Op de locaties waar com-
• Units binnen het bouwvlak worden geplaatst en landschappelijk
pensatiewoningen gebouwd worden kan zich echter een verminde-
worden ingepast.
ring van de openheid voordoen. Hier is bij de evaluatie nadrukkelijk
• Het mag gaan om de huisvesting van maximaal 40 werknemers
aandacht voor gevraagd. In de ISG2009 was reeds opgenomen om
van het betrokken agrarisch bedrijf tijdens pieken in de werk-
tenminste de helft van de compensatiewoningen binnen locaties
zaamheden gedurende maximaal 3 maanden per jaar.
voor greenportwoningen te concentreren.
• De units geen toercaravans, kampeerauto’s of tenten mogen zijn. • Na afloop van de vergunningstermijn de units worden verwijderd.
De provinciale Ruimte-voor-Ruimteregeling is vervallen. In het Afsprakenkader Vitale Greenport was het streven opgenomen om ter
Huisvesting voor langere periode
vervanging een intergemeentelijke regeling vast te stellen. In samen-
Voor de huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten langer dan 3
spraak met het Overlegplatform Greenport RO zijn de greenportge-
maanden en korter dan 5 jaar verwijzen we naar het “Convenant
meenten tot de conclusie gekomen dat het de voorkeur verdient om
huisvesting arbeidsmigranten Holland Rijnland, periode 2014 tot
optimaal in te zetten op de mogelijkheden en instrumenten van de
2018” en de daarbij behorende richtlijnen. Er zal getracht worden
GOM en vooralsnog geen nieuwe Ruimte-voor-Ruimteregeling op
hiervoor gezamenlijk beleid op te stellen. De structurele huisves-
te stellen. Op deze wijze zullen er per saldo uiteindelijk minder wo-
tingsopgave (verblijfsduur langer dan 5 jaar) zal een plaats krijgen in
ningen gerealiseerd worden in het buitengebied en kan betere regie
het gewone gemeentelijke huisvestingsbeleid. 55
4.6 Bedrijvige regio Economische Agenda Duin- en Bollenstreek
Het tekort aan bedrijventerrein dat werd voorzien bij de vaststelling
De Duin- en Bollenstreek heeft 64.000 arbeidsplaatsen, waarvan
van de ISG2009 is door de “behoefteraming bedrijfshuisvesting 2.0”
ongeveer de helft in de commerciële dienstverlening. (Bureau
van Holland Rijnland uit 2012 en de behoefteraming die ten grond-
Louter, 2014) In de Greenportbedrijven is een werkgelegenheid
slag ligt aan de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit achterhaald.
van 5600 fte. De Duin- en Bollenstreek is één van de welvarendste
Met de realisatie van de bedrijventerreinen die opgenomen zijn in
en meest aantrekkelijke woonregio’s van ons land. In de nationale
het “Afsprakenkader Vitale Greenport” komt tot 2030 voldoende
lijstjes van economische prestaties is de regio echter afgezakt naar
bedrijventerrein beschikbaar om in de eigen regionale behoefte en
het “rechter rijtje” (nummer 41 van 46 regio’s in de ranking van het
mogelijke groei te kunnen voorzien. De daadwerkelijke ontwikkeling
onderzoek van Bureau Louter). Dat heeft vooral te maken met het
en realisatie wordt ten behoeve van de Ladder voor Duurzame Ver-
bescheiden Bruto Regionaal Product, de ontwikkeling van dragende
stedelijking afgestemd binnen de Regio Holland Rijnland. Indien bij
sectoren, het beperkte aantal starters en andere indicatoren voor het
de uitwerking van de projecten die opgenomen zijn in de Economi-
innovatiepotentieel die op oranje staan. De Duin- en Bollenstreek
sche Agenda blijkt dat deze niet geheel passen binnen het planolo-
lijkt onvoldoende te profiteren van kansen die de ligging tussen
gisch kader dat in de ISG is aangegeven voor het buitengebied van
Noord- en Zuidvleugel biedt. Tegelijk heeft de streek alles in huis
de Greenport, dan zal daarover afzonderlijke besluitvorming dienen
om zich als een krachtige economische regio te ontwikkelen. Maar
plaats te vinden. Primair biedt de ontwikkeling en uitvoering van de
wel in verbinding met de meer stedelijke regio’s van de Randstad: de
Economische Agenda kansen om de centrale uitgangspunten die ten
regio als tuin van Amsterdam en Leiden. Een tuin met gecultiveer-
grondslag liggen aan de ISG, herstructurering en revitalisering van
de natuur waarin vanzelfsprekend ook hard gewerkt wordt. In de
de Greenport Duin- en Bollenstreek in samenhang met verbetering
Economische Agenda Duin- en Bollenstreek die in april 2016 door de
van de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve kwaliteiten te
gemeenteraden is vastgesteld is de kern van de economische visie
ondersteunen en te versterken.
als volgt aangegeven: Herstructurering en kwaliteitsverbetering bestaande bedrijventerreinen
• Versterken en vernieuwen van de economische clusters waar de Duin- en Bollenstreek van oudsher in excelleert: greenport en
Naast de kwantitatieve vraag is het van belang de kwaliteit van de
toerisme;
huidige voorraad van ongeveer 500 hectare bedrijventerrein te verbeteren. In de “Behoefteraming Bedrijfshuisvesting 2.0” van Holland
• Door ontwikkelen van kansrijke nieuwe markten naar nieuwe clusters die goed zijn geworteld in de regio, bijvoorbeeld rondom
Rijnland lag het accent op de kwantitatieve behoefte: Het kwalitatie-
zorg, wellness en de toepassing van ruimtevaartkennis;
ve aspect is daarbij onderbelicht gebleven. Om die reden is in 2013 onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de bestaande bedrijventer-
• Meer synergie tussen grote economische spelers en het midden-
reinen in Holland Rijnland. Van ruim 20 terreinen, die represen-
en kleinbedrijf in de regio; • investeren in infrastructuur, vestigingsklimaat en de arbeidsmarkt;
tatief zijn voor alle terreinen groter dan 10 hectare, is de huidige
• Ontwikkelen van het merk “Duin- en Bollenstreek” en aantrekken
kwaliteit en de toekomstwaarde berekend. Met deze “Economische Effectrapportage Bedrijventerreinen (EER) voor de regio Holland
van bedrijven en bezoekers; • Maar steeds in balans met het behoud van openheid, landschap-
Rijnland” is voor 21 bedrijventerreinen in de regio, waarvan een tien-
pelijke kwaliteit en woonaantrekkelijkheid.
tal in de Duin- en Bollenstreek, de economische waarde, prestatie en toekomstpotentie in kaart gebracht. Het geeft inzicht in hoe ‘courant’
Ruimte voor bedrijvigheid
de bedrijventerreinen zijn vanuit het marktperspectief en hoe ze zijn
Voor een evenwichtige en gezonde ontwikkeling van de Greenport is
opgewassen tegen de toekomstige, veranderende marktvraag naar
het van belang dat de werkgelegenheid zich in voldoende mate blijft
bedrijventerreinen in Holland Rijnland.
ontwikkelen. Met bovengenoemde gezamenlijke brede Economische Agenda wordt ingezet op het benutten van de economische potentie
De conclusies en adviezen uit deze rapportage kunnen als input die-
en het versterken van de economische kracht van de Duin- en Bollen-
nen voor een actualisatie van de bedrijventerreinenstrategie. Gezien
streek. De werkgelegenheid is voor ruim een derde gevestigd op spe-
de veranderde rol van Holland Rijnland ligt de verantwoordelijkheid
ciaal daarvoor bestemde bedrijventerreinen. Dit essentiële deel van
primair bij de gemeenten. Daarbij gaat het om gezamenlijke keuzes
de productiestructuur kent zijn eigen dynamiek en ruimtebehoefte.
en prioriteiten in de herstructurering van bestaande (verouderde) 56
terreinen. Bij de herstructurering is de focus op locaties die écht van
werklocatie is aangeduid, terwijl deze in de regionale woonagenda
(sociaal-)economische toegevoegde waarde zijn en waar écht rende-
en het provinciale programma Ruimte aangemerkt is als woning-
ment op investeringen kan worden gemaakt.
bouwlocatie). Conform de eerder gemaakte keuze in de ISG2009 zal de ruimte voor uitbreiding van het bedrijventerrein Gravendam in
Ontwikkelingslocaties
Noordwijkerhout gereserveerd worden voor de periode na 2030.
Voor een aantal uitbreidingslocaties zijn concrete plannen in ontwikkeling en uitvoering, zoals Klei-Oost Zuid in Katwijk en
Naast de bovenstaande uitbreidingen van gemengde bedrijven-
Oosthoutlaan in Teylingen. In het “Afsprakenkader Vitale Green-
terreinen ontwikkelt de GOM het Bulb Trade Park bij de Delfweg te
port” dat op 30 september 2014 door de provincie Zuid-Holland en
Noordwijkerhout. Hier is netto 9 hectare beschikbaar voor agrari-
de samenwerkende Greenportgemeenten is ondertekend, is het
sche handels- en exportbedrijven.
“Begrensd Stedelijk Gebied Greenport” aangegeven en zijn de ontwikkelingslocaties wonen en werken tot 2030 opgenomen. Hiertoe
Met de herstructureringsplannen en de nieuwe terreinen zorgt de
behoren ook locaties gelegen binnen de voormalige contouren die
Duin- en Bollenstreek voor de dynamiek die nodig is om econo-
om die reden niet expliciet waren opgenomen in de ISG2009. In deze
misch vitaal te kunnen blijven en daarmee de concurrentiekracht en
geactualiseerde ISG zijn alle ontwikkellocaties uit het Afsprakenka-
een aantrekkelijk vestigingsklimaat te behouden.
der opgenomen (met een correctie ten aanzien van de functie van de locatie Dever-Zuid te Lisse die in het Afsprakenkader abusievelijk als
Bulb Trade Park foto: Gemeente Noordwijkerhout 57
58
Legenda Mobiliteit
Stedelijk gebied Behoud duingebied Zoekgebied noordelijke randweg Rijnsburg Realisatie noordelijke randweg Voorhout Water Bestaand spoor en stations Autowegen, snelwegen, N-wegen en secundaire wegen N208
Wegnummers Realisatie HOV-verbinding Noordwijk-Schiphol Realisatie HOV-verbinding Leiden-Katwijk/Noordwijk Rijnlandroute Fietsroutenetwerk Versterking zwakke en ontbrekende schakels fietsroutenetwerk Geprojecteerd woon-, werk - en recreatiegebied vliegveld Valkenburg (buiten Greenport)
59
4.7 Bereikbare regio De verantwoordelijkheid voor grotere infrastructurele projecten ligt
nalyse van de MER eerst uit te voeren, alvorens alternatieven toe te
voornamelijk bij rijk en provincie(s). De beleidsinhoudelijke discus-
voegen of af te laten vallen. Deze gevraagde tussenstap en de provin-
sies en de besluitvorming vinden dan ook veelal op hogere schaal-
ciale verkiezingen van 2015 hebben er toe geleid dat de inzet om eind
niveaus plaats dan die van de Greenport. Het verder verbeteren van
2015 een besluit te nemen over een voorkeursalternatief onhaalbaar
de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid is en blijft
is gebleken.
van groot belang voor de Duin- en Bollenstreek. Door de gezamenlijke inzet binnen Holland Rijnland, met het Regionaal Investerings
De provinciale coalitie-akkoorden vermelden het volgende over
Fonds (RIF) als belangrijk instrument, hebben de samenwerken-
het verbeteren van de bereikbaarheid van de Haarlemmermeer
de gemeenten een nadrukkelijke agenderende en activerende rol
en de Bollenstreek:
kunnen spelen. Bij de vaststelling van de ISG in 2009 waren “mobiliteitsbevorderende maatregelen en bijbehorende tracékeuzes nog
“Om de bereikbaarheid van de Haarlemmermeer-Bollenstreek te
onderwerp van onderzoek”. Inmiddels is een aantal maatregelen om
verbeteren, zijn wij voorstander van oplossingen waarbij hoogwaar-
de ontsluiting van de Greenport te verbeteren in uitvoering of reeds
dig openbaar vervoer (HOV) en een verbindingsweg tussen de N206
gerealiseerd. Een aantal ontwikkelingen kan inmiddels ruimte-
en de A4 (Duinpolderweg) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
lijk vertaald worden in de ISG. Voor andere onderwerpen kan nog
Samenwerking met de provincie Zuid-Holland is hierbij essentieel.
steeds - of juist weer - geen concrete ruimtelijke aanduiding gegeven
Een Duinpolderweg dient de lokale kernen en andere verbindings-
worden. Dit laatste geldt met name voor de Noordelijke Ontsluiting
wegen te ontlasten. Bij het realiseren van deze verbinding hebben
Greenport.
wij oog voor de landschappelijke inpassing.” (coalitie-akkoord Provincie Noord-Holland)
Verbeteren oost-westverbindingen
“Voor de verbetering van de bereikbaarheid van de Duin- en Bollenstreek kiezen wij in afstemming met de regio en de provincie
Noordelijke Ontsluiting Greenport
Noord-Holland voor een integrale aanpak.”
Sinds 2008 wordt in het kader van de “Bereikbaarheidsstudie
(coalitie-akkoord Provincie Zuid-Holland)
Grensstreek” door de provincies Noord- en Zuid-Holland gezocht naar mogelijkheden voor een nieuwe wegverbinding van de A4 naar
Op 20 april 2016 heeft een gezamenlijke commissievergadering
de N208 en de N206. Doel is het verbeteren van de bereikbaarheid,
plaatsgevonden van Noord- en Zuid-Holland over de resultaten van
leefbaarheid en verkeersveiligheid in Zuid-Kennemerland, de Haar-
de bovengenoemde "tussenstap" en de stand van zaken van het pro-
lemmermeer en de Bollenstreek door ontlasting van het omliggende
ject Duinpolderweg. Er is een brede maatschappelijke adviesgroep
wegennet en een extra passage over de Ringvaart. Dit project hangt
ingesteld die aan de provincies zal adviseren over het vervolg
mede samen met de woningbouwopgave aan de westzijde van de Haarlemmermeer, zoals beschreven in “Parels aan de Ringvaart, een
Met een gebundelde inzet richting provincies en rijk zullen de
uitvoeringsplan voor Haarlemmermeer-West” (gemeente Haarlem-
belangen van Greenport, landschap en bereikbaarheid vanuit het
mermeer, maart 2014). Onder leiding van beide provincies, die het
perspectief van de Duin- en Bollenstreek in dit proces gewaarborgd
bevoegd gezag zijn voor de m.e.r.-procedure, zal in de komende tijd
moeten blijven. In de Stuurgroep POG (Programma Ontsluiting
nadere studie en besluitvorming plaatsvinden ten aanzien van de
Greenport), waarin de portefeuillehouders verkeer en vervoer van
Noordelijke Ontsluiting Greenport/Duinpolderweg. In december
Holland Rijnland en de greenportgemeenten zitting hebben, vindt
2013 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland en Zuid-Hol-
de inhoudelijke discussie en afstemming binnen de regio plaats.
land ingestemd met de Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van de MER Duinpolderweg, als formele start van de m.e.r.-procedure.
RijnlandRoute en Noordelijke Randweg Rijnsburg
In december 2014 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-
In december 2014 zijn de tracébesluiten en het Provinciaal Inpas-
en Zuid-Holland op grond van de Actualisatie Grensstreekstudie
singsplan voor de RijnlandRoute vastgesteld. De zitting van Raad
besloten om enkele varianten toe te voegen aan de onderzoeken. In
van State over het PIP heeft begin oktober 2015 plaatsgevonden.
Provinciale Staten van Zuid-Holland is gevraagd om de probleema-
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op
60
27 januari 2016 uitspraak gedaan en daarbij alle bezwaren tegen
punten aan te pakken. De greenportgemeenten zullen alert blijven
de tracébesluiten en vrijwel alle bezwaren tegen het PIP ongegrond
op bestaande en mogelijk nieuwe knelpunten, om de leefbaarheid,
verklaard. Naar verwachting zal de uitvoering kunnen starten in
verkeersveiligheid en bereikbaarheid verder te kunnen verbeteren.
2017. Aandachtspunt voor de Greenport is te voorkomen dat de aansluiting van de RijnlandRoute binnen de gemeente Katwijk tot nieuwe congestie leidt. Recent is Rijkswaterstaat gestart met de aanleg van een directe aansluiting van de A44 op het Flora Hollandcomplex. Als deze werkzaamheden voltooid zijn, naar verwachting eind 2016, zal daarmee de bereikbaarheid van Flora Holland aanzienlijk verbeteren, en tegelijkertijd het aantal vrachtwagens over de Rijnsburgerweg behoorlijk afnemen. Dit betekent een verbetering voor de leefbaarheid, verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling voor Rijnsburg. Dit is een goede eerste stap, maar een definitieve oplossing vereist de aanleg van de Noordelijke Randweg Rijnsburg. Dit is ook nog eens onderstreept in de Visie Versterking Sierteeltcluster van de gemeente Katwijk. Verbetering doorstroming hoofdontsluitingswegen Naast de aanleg van nieuwe infrastructuur is capaciteitsverbetering nodig op bestaande wegen. Hier is sinds de vaststelling van de ISG behoorlijke voortgang geboekt. Veel van de maatregelen die benoemd zijn in het Programma Ontsluiting Greenport zijn in voorbereiding en een deel is gerealiseerd. De aanpassing van het knooppunt Nagelbrug om de doorstroming op de N444 te verbeteren wordt binnenkort in uitvoering genomen, de aansluiting van de N444 op de A44 bij het Postviaduct is reeds voltooid.
De reconstructie van de Delfweg (door de gemeente Noordwijkerhout) en het groot onderhoud van de N443 (door de provincie) zijn gerealiseerd, waarbij overigens het knelpunt bij de Piet Gijzenbrug en de gelijkvloerse spoorwegovergang in de provinciale weg niet is opgelost. Dit moet wat de regio betreft op de provinciale agenda blijven. Vanuit het RIF is hiervoor een bijdrage beschikbaar. Voor de capaciteitsvergroting van diverse rotondes in Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen loopt inmiddels de planfase. De eerste twee fases van de herinrichting van de N208 in Hillegom, om de doorstroming, leefbaarheid en veiligheid op en rond de N208 te vergroten, zijn gerealiseerd. Fase 3 is in voorbereiding. De Noordelijke Randweg Voorhout zal in samenhang met de HOV-verbinding Bollenstreek-Schiphol (zie hieronder) gerealiseerd worden. Mede door de pro-actieve opstelling van de binnen Holland Rijnland samenwerkende gemeenten en de inzet van middelen uit het RIF wordt er door andere overheden inmiddels flink geïnvesteerd om diverse in de ISG2009 gesignaleerde knel-
61
Meer en beter openbaar vervoer Hoogwaardig Openbaar Vervoer
baar gesteld. De planvorming voor beide verbindingen is inmiddels
In de ISG 2009 zijn ten aanzien van de versterking van het open-
in vergevorderd stadium. In samenhang met de HOV-verbinding
baar vervoer het doortrekken van de Zuidtangent en de aanleg van
Bollenstreek-Schiphol (vanuit Noordwijk via Voorhout, Sassenheim
de Rijn-Gouwe-Lijn benoemd als afzonderlijke projecten. Na de
en Lisse) verleent de provincie Zuid-Holland ook een bijdrage aan het
Provinciale Statenverkiezingen van 2011 is door Zuid-Holland niet
realiseren van de noordelijke randweg Voorhout.
langer ingezet op het uitvoeren van de Rijn-Gouwe-Lijn als lightrailverbinding. Als alternatief is door de provincie Zuid-Holland,
Het nieuwe station Sassenheim aan de spoorlijn Leiden-Schiphol
in samenspraak met de gemeenten binnen Holland Rijnland, een
is in december 2011 geopend. Hiermee beschikt de Duin- en Bol-
samenhangend pakket ontwikkeld om het openbaar vervoer netwerk
lenstreek over drie treinstations. Door deze goed in het regionale
in het noordelijk deel van de provincie te versterken. Naast de
OV-netwerk op te nemen en door het verhogen van de frequentie
vergroting van de spoorcapaciteit tussen Leiden en Utrecht is dit
op de lijn Leiden-Haarlem, om te beginnen tijdens de spits, kan de
vertaald in het HOV-net Zuid-Holland-Noord. Dit is door het AB van
potentie van deze stations beter benut en de bereikbaarheid van de
Holland Rijnland aanvaard en de binnen het RIF beschikbare mid-
regio verder verbeterd worden.
delen voor de HOV-verbinding met Katwijk en Noordwijk (RGL-west) zijn hiervoor beschikbaar gesteld. De gewenste HOV-verbinding
Ontsluitend Openbaar Vervoer
van de Bollenstreek met Schiphol, onderdeel van het Programma
Naast het versterken van het openbaar vervoer door het ontwikkelen
Ontsluiting Greenport, is ook opgenomen in dit netwerk. Vanuit het
van nieuwe hoogwaardige verbindingen is het van belang een vol-
POG is door het AB van Holland Rijnland een RIF-bijdrage beschik-
waardig ontsluitend net in stand te houden. Deze buslijnen vervullen
Heereweg bij De Engel foto: Sven van der Vlugt 62
immers een belangrijke sociale functie en onderhouden de verbin-
van verbindingen die belangrijk zijn voor woon-werkverkeer en
dingen tussen de kernen in de Duin- en Bollenstreek. Daarbij moet
voor scholieren. In het Uitvoeringsprogramma Fiets van Holland
de bereikbaarheid van onderwijs- en zorginstellingen en woonzorg-
Rijnland (november 2013) wordt ingezet op het maximaal faciliteren
centra met goed toegankelijk openbaar vervoer gewaarborgd worden.
van utilitair fietsverkeer. Daarbij is ook de goede bereikbaarheid
De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek zullen zich daarvoor
van stations en andere OV-knooppunten van belang. Zwakke en
blijven inzetten en via Holland Rijnland zowel de concessiehou-
ontbrekende schakels in het netwerk, en kansen voor verbetering,
der (de vervoerder) als de concessieverlener (de provincie) blijven
zijn in het UP Fiets in kaart gebracht. Daarnaast wordt ingespeeld op
aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Bij het opstellen van het
de mogelijkheid de recreatieve fietsnetwerken uit te breiden. In de
programma van eisen voor een vernieuwde concessieverlening zal
samenwerkingsafspraken van 14 februari 2013 hebben de gemeenten
de kwaliteit van het ontsluitend net als nadrukkelijke wens worden
in de Duin- en Bollenstreek deze ambities ook neergelegd.
ingebracht.
Versterken fietsnetwerk Naast de maatregelen voor het openbaar vervoer en de auto is het versterken van de fietsinfrastructuur noodzakelijk. In het kader van het Provinciaal Fietsplan 2008 is vooral gewerkt aan het verbeteren
Recreatie Noordwijk foto: Gemeente Noordwijk 63
5. Uitvoering
64
5.1 Planologisch kader, instrumentarium Wro, bestemmingsplan Met de vaststelling van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2009 hebben de zes greenportgemeenten gezamenlijk één juridisch zelfbindend planologisch kader vastgelegd voor de toekomstige ontwikkeling van het ISG-gebied. Dit betekent onder meer dat bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, die niet in overeenstemming zijn met deze structuurvisie en waarvan de betreffende afwijking niet overtuigend is gemotiveerd, het risico lopen van een eventuele bestuursrechtelijke vernietiging. Derden kunnen evenwel geen rechten ontlenen aan de ISG. Na vaststelling door de gemeenteraden van de geactualiseerde ISG2016 is deze het toetsingskader.
De voorliggende Intergemeentelijke Structuurvisie richt zich op het herstructureren van het buitengebied en het tot stand brengen van een “vitaal landschap”.
Het bestemmingsplan is en blijft hèt instrument dat de bestemming van in het betreffende plangebied gelegen gronden bepaalt. Sinds 1 juli 2008 is de gewijzigde Wet ruimtelijke ordening (Wro) van kracht. De Grondexploitatiewet maakt hier deel van uit. In de Wro is een ten opzichte van de voorheen geldende regelgeving verbeterde regeling opgenomen voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Beleidsuitgangspunt ruimtelijke ontwikkelingen buitengebied Centraal beleidsuitgangspunt met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling van het ISG-gebied is kwaliteitsverbetering. De voorliggende Intergemeentelijke Structuurvisie richt zich op het herstructureren van het buitengebied en het tot stand brengen van een “vitaal landschap”. Enerzijds wordt in dit verband gestreefd naar het behouden van het bollenteeltcomplex, meer in het bijzonder het handhaven van ten minste 2.625 ha 1e klas bollengrond. Anderzijds wordt met deze structuurvisie nagestreefd: (i) het herstel van een open landschapsbeeld, onder meer en met name door het “opruimen van incourante en ongewenste bebouwing en onderliggende bestemmingen” en (ii) de herinrichting van het buitengebied tot een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk geheel en een toekomstbestendig bollenteeltgebied.
65
Handhaving bestaande hoeveelheid 1e klas bollengrond Belangrijk voor de Duin- en Bollenstreek is handhaving van het huidige areaal 1e klas bollengrond, groot 2.625 ha. In de praktijk blijkt dat niet alle voor bollengrond bestemde gronden ook daadwerkelijk voor open grondteelt (hieronder ook begrepen periodieke bollenteelt) worden benut. De Greenportgemeenten zullen eenduidige definiëring èn handhaving van de ‘bollengerelateerde bestemming’ speerpunt maken van beleid. Hierbij houden de gemeenten uiteraard rekening met de wisselteeltproblematiek en de gemengde bollenteeltbedrijven. Moderniseringsbepaling Wro In artikel 4.1 b van de Wet voorkeursrecht gemeenten is bepaald dat een voorkeursrecht kan worden gevestigd op gronden die bij een structuurvisie zijn aangewezen als moderniseringsgebied als bedoeld in artikel 3.5 Wro, ongeacht of het gebruik van de gronden in die gebieden al dan niet afwijkt van die visie. In artikel 3.5 van de Wro is bepaald: “Bij een bestemmingsplan kunnen gebieden worden aangewezen waarbinnen de daar aanwezige bouwwerken dienen te worden gemoderniseerd of vervangen door gelijksoortige bebouwing van gelijke of nagenoeg gelijke bouwmassa.
Zolang deze modernisering of vervanging niet is verwezenlijkt, wordt het gebruik van die bouwwerken aangemerkt als afwijkend van het plan.” Daar waar bijvoorbeeld een voorkeursrecht alleen gevestigd kan worden op gronden, die een niet-agrarische bestemming krijgen in een nieuw bestemmingsplan, kunnen op grond van artikel 3.5 van de Wro ook agrarische gronden, waar de bouwwerken moeten worden gemoderniseerd of vervangen, als moderniseringsgebied aangewezen worden. In het kader van de beoogde herstructurering en schaalvergroting van de bollensector zullen de Greenportgemeenten in overleg met en op verzoek van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) – zie paragraaf 5.5 hierna – hiertoe overgaan. Ook inzet van het onteigeningsinstrumentarium en eventueel het voorkeursrecht kan in sommige gevallen wenselijk zijn om de herstructurering en schaalvergroting binnen de bollensector (en het glas) te bevorderen. De gemeenten zullen daartoe in overleg met en op verzoek van GOM overgaan.
5.2 Integrale ontwikkeling, financiering, kostenverhaal De als centraal beleidsuitgangspunt geformuleerde ‘kwaliteitsverbetering’ van het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek vergt een integrale ontwikkeling en uitvoering van herstructurerings- en kwaliteitsverbeteringsopgaven en –projecten. Deze ontwikkeling is door de Greenportgemeenten ondergebracht in dan wel opgedragen aan GOM. Om de hiervoor bedoelde integraliteit zo veel als mogelijk te bereiken, is een gedegen financiering (van de activiteiten van GOM) van essentieel belang. GOM werkt op basis van een concreet uitvoeringsprogramma – het Meerjarenprogramma (MJP) –met een integrale meerjarenbegroting.
66
Uitgangspunt voor de financiering van de totale herstructurerings- en ruimtelijke kwaliteitsverbeteringsopgave van het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek is het streven naar maximale regionale, financiële verevening tussen winstgevende en verlieslijdende projecten en/of activiteiten. Immers, alle inwoners van de Duin- en Bollenstreek, ongeacht in welke gemeente woonachtig, zullen profiteren van (de resultaten van) de voorgenomen herstructurering en kwaliteitsverbetering. Verevening als voormeld vindt plaats door en binnen GOM. GOM voert enerzijds zelf projecten uit die een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelstelling van deze structuurvisie en de beoogde kwaliteitsverbetering in de Duinen Bollenstreek. In het kader van deze projecten is GOM zelf ook gebonden aan de spelregels van kostenverhaal, zoals verklaard in deze structuurvisie. Namens de gemeenten past GOM anderzijds, bij of in het kader van projecten die derden realiseren, kostenverhaal toe. Anterieure overeenkomsten geven bij kostenverhaal in beginsel de meeste beleidsvrijheid. Dergelijke overeenkomsten komen echter alleen tot stand op basis van vrijwilligheid.
Voor het afspreken van een financiële bijdrage aan (regionale, overkoepelende) ruimtelijke ontwikkelingen – hierbij wordt dus niet gedoeld op het verhaal van zogenaamde bovenplanse kosten, welk kostenverhaal in voorkomende gevallen door of vanwege de betreffende Greenportgemeente, op wiens grondgebied het betreffende project uitgevoerd wordt, zelf zal worden verzorgd – moeten de betreffende ruimtelijke ontwikkelingen ingevolge de Wro in een structuurvisie zijn vastgelegd. De onderhavige intergemeentelijke structuurvisie voorziet hierin. Kostenverhaal door GOM ten behoeve van het realiseren van voornoemde kwaliteitsverbetering vindt plaats bij twee typen projecten c.q. ontwikkelingen: • Bij projecten waarvoor gronden met een bestaande bollenteeltbestemming (moeten) worden herbestemd naar een andere bestemming en waarbij derhalve sprake is van een verlies aan bollenteeltareaal en er dientengevolge sprake is van een bollengrondcompensatieplicht; • Bij woningbouwprojecten in het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek, waarvoor een woningbouwbestemming dient te worden gerealiseerd. Ingevolge de onderhavige structuurvisie gaat het hierbij om de zogenaamde 600 greenportwoningen, zijnde de enige en bij wijze van uitzondering beleidsmatig toegestane woningen in het buitengebied.
Hiervan uiteraard uitgezonderd woonbestemmingen die met gebruikmaking van de zogenaamde Ruimte voor Ruimte regeling planologisch door een greenportgemeente mogelijk worden gemaakt (indien daartoe een intergemeentelijke regeling wordt opgesteld, zie pagina 55), alsmede woningen die worden gerealiseerd in bestaande, vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen (zoals bollenschuren). Ten behoeve van de verantwoording, het beheer en de aanwending van in het kader van het kostenverhaal door GOM te verkrijgen financiële middelen zijn door of binnen GOM twee fondsen operationeel:
67
• Een zogenaamd bollengrondcompensatiefonds (ten behoeve van het behouden van 2.625 ha 1e klas bollenteeltareaal); • Een zogenaamd herstructureringsfonds (ten behoeve van het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de beoogde ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het ISG-gebied) Uitgangspunt voor beide fondsen is dat deze fondsen financieel neutraal sluiten. Dat wil enerzijds zeggen dat de inkomsten (financiële afdrachten uit projecten die bollengrondcompensatie vergen en financiële afdrachten uit projecten die betrekking hebben op voornoemde greenportwoningen (Offensiefwoningen en landgoedachtige woningen)) toereikend moeten zijn om nieuwe, vervangende 1e klas bollengrond te produceren respectievelijk de ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de herstructurering en ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied mogelijk te maken. Anderzijds wil dit zeggen dat in of binnen die fondsen die inkomsten ook volledig aangewend zullen worden voor of ten behoeve van bovengenoemde doelstellingen.
5.3 Bollengrondcompensatie(fonds) Doelstelling van deze structuurvisie en daarmee ook van GOM, nagestreefd in of met het bollengrondcompensatiefonds, is onder meer het behouden van 2.625 ha 1e klas bollengrond. Dit kan alleen door in het geval dat aan 1e klas bollengrond de bestemming wordt onttrokken en er dus sprake is van verlies van m2 1e klas bollengrondareaal, telkens (en consequent) de verplichting te koppelen dat er dan elders evenveel m2 nieuwe 1e klas bollengrond zal dienen te worden geproduceerd. De verplichting daartoe wordt door Greenportgemeenten telkens vastgelegd in het betreffende bestemmingsplan of de betreffende omgevingsvergunning en rust op de grondeigenaar van de betreffende, te onttrekken 1e klas bollengrond. Omdat de integrale, regionale uitvoering van de bollengrondcompensatie van groot belang is, kan een grondeigenaar die 1e klas bollengrond aan het areaal onttrekt niet zelf compenseren. Om deze reden dienen grondeigenaren in voorkomende gevallen de verplichting tot compensatie van onttrokken m2 1e klas bollengrond over c.q op te dragen aan GOM, gelijk GOM die van die grondeigenaren over zal nemen. In dit kader zullen de betreffende grondeigenaren dan een bijdrage per m2 onttrokken 1e klas bollengrond aan GOM dienen te vergoeden.
Compensatie van onttrokken m2 1e klas bollengrond, lees: het produceren van nieuwe 1e klas bollengrond, kan op meerdere manieren, zijnde (i) het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de productie van 1e klas bollengrond, (ii) het opwaarderen van 2e klas bollengrond (tot 1e klas bollengrond) en (iii) het omspuiten van grasland. Voor de totale bollengrondcompensatieopgave wordt ernaar gestreefd dat ten minste 40 procent van de benodigde compensatie wordt gerealiseerd middels het opruimen van verrommeling en herstructurering (methode (i)). De overige maximaal 60 procent van de compensatieplicht wordt voor ten hoogste de helft (30%) gerealiseerd door het omspuiten van grasland (methode (iii)) en voor ten minste de helft (30%) door het opwaarderen van 2e 68
Kom in de Kas foto: Gemeente Katwijk klas naar 1e klas bollengrond (methode (ii)). Vertaling van deze streefcijfers in periodieke targets en bewaking hiervan vindt plaats middels de jaarlijkse vaststelling van het Meerjarenprogramma van GOM. Uitgaande van bovenstaande streeftallen varieert de kostprijs per vierkante meter nieuwe 1e klas bollengrond van (circa) 10 tot 150 euro. In het Meerjarenprogramma van GOM wordt vastgesteld op welke wijze de productie van nieuwe bollengrond in het kader van zogenaamde ‘bollengrondproducerende projecten’ plaatsvindt. Deze bollengrondproducerende projecten bepalen uiteindelijk de voor het fonds benodigde, kostendekkende bollengrondcompensatiebijdrage. Op basis van de exploitatie van dit fonds gedurende de eerste vier jaar na oprichting van GOM is gebleken dat bij een bollengrondcompensatiebijdrage van 40 euro per m2 onttrokken 1e klas bollengrond en de hierna bedoelde compensatiebijdrage voor te onttrekken 2e klas bollengrond sprake zal zijn van een financieel neutrale exploitatie van het bollengrondcompensatiefonds. In het geval er sprake is van onttrekking van (de bestemming van) 1e klas bollengronden zal de betreffende grondeigenaar daarom een bijdrage ter hoogte van 40 euro per m2 onttrokken 1e klas bollengrond aan GOM, lees: het bollengrondcompensatiefonds, dienen te voldoen.
Het GOM zal – als tegenprestatie – met die bijdrage de op de grondeigenaar rustende verplichting tot compensatie van bollengrond (dus) overnemen en uitvoeren. 2e klas bollengrond Omdat het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de productie van 1e klas bollengrond ‘duur’ is en het omspuiten van grasland slechts in beperkte mate toegestaan is, is het van groot belang dat er ook voldoende areaal 2e klas bollengrond aanwezig is om te kunnen opwaarderen naar 1e klas bollengrond. Om die reden is ook vereist dat in geval van onttrekking van 2e klas bollengrond door de betreffende grondeigenaar een financiële bijdrage aan het bollengrondcompensatiefonds is verschuldigd. Indien er immers minder voorraad 2e klas bollengrond aanwezig is, zal GOM genoodzaakt zijn meer gebruik te maken van de duurdere variant (methode (i)) als hiervoor bedoeld om te kunnen voldoen aan de (over te nemen c.q. overgenomen) compensatieverplichting. 69
De hoogte van deze bijdrage is gelijk aan het aantal m2 te onttrekken 2e klas bollengrond x (40 euro per m2 -/- de kosten per m2 die gemaakt moeten worden om 2e klas bollengrondgrond op te waarderen naar 1e klas bollengrond). GOM zal de betreffende, door grondeigenaren verschuldigde bijdragen inzetten ter realisering van overgenomen compensatieverplichting(en). Tijdelijke krimp 1e klas bollengrond Tijdelijke krimp van de hoeveelheid 1e klas bollengrond is overigens toegestaan. Hierbij geldt evenwel als voorwaarde dat binnen een periode van drie jaar tenminste 80 procent van de hoeveelheid onttrokken 1e klas bollengrond moet zijn gecompenseerd. Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, zal GOM dan wel zullen de greenportgemeenten op eerste verzoek van GOM geen medewerking verlenen aan de verdere onttrekking van 1e klas bollengrond. Aan het eind van elke volgende periode van drie jaar geldt dat 100 procent van de in de voorgaande periode van 3 jaren onttrokken 1e klas bollengrond is gecompenseerd (dus aan het einde van jaar 6 dient in de jaren 1 tot en met 3 onttrokken 1e klas bollengrond volledig gecompenseerd te zijn), plus tenminste 80 procent van de in de zojuist afgesloten periode (jaren 4 tot en met 6) onttrokken 1e klas bollengrond. In het kader van het Meerjarenprogramma van GOM wordt het bovenstaande gewaarborgd.
Samenvattend De onderstaande tabel vat het systeem voor bijdragen aan het bollengrondcompensatiefonds beknopt samen.
Bijdrage door
Grondeigenaar die de functie en bestemming bollenteeltgrond wil
omzetten naar een andere functie en bestemming.
Ten behoeve van
het elders in het ISG-gebied compenseren van nieuwe 1e klas bollengrond
Omvang bijdrage
Een door (de aandeelhouders van) GOM op basis van het Meerjarenprogramma vast te stellen en jaarlijks te actualiseren, kostendekkend tarief. De bollengrondcompensatiebijdrage in geval van onttrekking van 1e klas bollengrond bedraagt 40 euro per m2 (prijspeil 2015, jaarlijks te indexeren) onttrokken 1e klas bollengrond. In geval van onttrekking van 2e klas bollengrond bedraagt deze bijdrage per m2 te onttrekken 2e klas bollengrond: 40 euro -/- de kosten (per m2) die gemaakt moeten worden om de 2e klas bollengrondgrond op te waarderen naar 1e klas bollengrond.
70
5.4 Herstructurering(sfonds) De beoogde ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteitsverbetering van het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek, die de zes greenportgemeenten in de voorliggende structuurvisie als doelstelling hebben vastgesteld, richt zich ook op het herstellen van een open landschapsbeeld door het “opruimen van incourante en ongewenste bebouwing en onderliggende bestemmingen” en op het herinrichten van het buitengebied tot een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk geheel en een toekomstbestendig bollenteeltgebied. Om deze doelstelling te verwezenlijken is een actieve herstructureringsaanpak noodzakelijk, waarbij ook gebruik zal worden gemaakt van herverkaveling(sinstrumenten). Een van de doelstellingen van deze structuurvisie is dus het tegengaan van verdergaande verrommeling van het buitengebied van de greenportgemeenten en daarmee tevens van het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Tegelijkertijd dient deze structuurvisie ook ruimte te maken voor nieuwe functies en bedrijfsuitbreidingen(in het kader van economische vitaliteit) en dienen de 600 greenportwoningen ingepast te worden Om een goede balans te scheppen tussen bedrijfsbelang en woningbouw versus de landschappelijke kwaliteit is in deze structuurvisie een landschapsperspectief gepresenteerd. Dit perspectief maakt onderscheid tussen twee gebiedscategorieën met elk twee subcategorieën:
1. Een gebiedscategorie waar nieuwe bebouwing in beginsel mogelijk is. Voorwaarde is dat de bebouwing bijdraagt aan het beleid van schaalvergroting, sanering en uitbreiding van greenportgerelateerde agrarische bebouwing met aanleg van beplanting en verbetering van de beeldkwaliteit: a. Een subcategorie waar nieuwe bebouwing in beginsel op locatie mogelijk is. b. Een subcategorie waar nieuwe bebouwing in beginsel op locatie mogelijk is, onder de voorwaarde dat openheid en zichtlijnen behouden blijven. 2. Een categorie waar nieuwe bebouwing in beginsel niet mogelijk is, tenzij de bebouwing bijdraagt aan de herstructurerings- c.q. saneringsopgave en dan uitsluitend onder nader te stellen strenge voorwaarden: a. Een subcategorie waar de openheid actief dient te worden vergroot (wegnemen verrommeling door slopen van bestaande bebouwing). b. Een subcategorie waar sprake is van behoud van openheid met verbetering van landschappelijke kwaliteit, groen en open weidekarakter.
In het Meerjarenprogramma van GOM zijn ter verwezenlijking van het bovenstaande concrete herstructureringsprojecten opgenomen. De financiering van deze projecten vindt plaats uit of middels het herstructureringsfonds. Het fonds wordt uitsluitend en alleen gevoed door de afdrachten uit projecten met greenportwoningen. Met behulp van deze afdrachten is het fonds in staat om geldkostende c.q. verlieslatende herstructureringsprojecten ten behoeve van de gemeenschap uit te (doen) voeren.
71
Het fonds is kostenneutraal (geen tekorten, maar ook geen overschot) en kent een kostendekkende opzet. Dit laatste impliceert onder meer dat de kosten van de uit te voeren herstructurerings- en kwaliteitsverbeteringsingrepen de hoogte bepalen van de door verkrijgers van (certificaten van) woningbouwtitels voor greenportwoningen aan GOM, lees: het herstructureringsfonds, verschuldigde bijdragen. Per woningbouwtitel wordt deze bijdrage berekend op basis van een m2 prijs van €275 per m² te realiseren woonbestemming (met en minimum van € 165.000,-). Betaling van voornoemde bijdrage is derhalve noodzakelijk en dus voorwaarde voor de medewerking van GOM en de greenportgemeenten aan het (kunnen) realiseren van een greenportwoning in het buitengebied. Uit het Meerjarenprogramma volgt dan welke kwaliteitsverbeteringen GOM (en de greenportgemeenten) met die bijdragen zal (kunnen) verwezenlijken. (De resultaten van) die verbeteringen komen aan de inwoners en ‘gebruikers’ van de Duin- en Bollenstreek ten goede. Deze zijn ook nodig om de toegestane greenportwoningen in het buitengebied in te passen en/of de aanwezigheid daarvan ruimtelijk te kunnen verantwoorden. De onderstaande tabel vat het systeem voor bijdragen aan het herstructureringsfonds beknopt samen. Bijdrage door
Grondeigenaar die in het buitengebied de bestemming ‘woningbouw’
wil realiseren. Ten behoeve van
In het buitengebied te realiseren herstructureringsprojecten c.q.
ruimtelijke kwaliteitsverbeteringsprojectenconform de onderhavige
(intergemeentelijke)structuurvisie. Omvang bijdrage
Een door (de aandeelhouders van) GOM op basis van het
Meerjarenprogramma vast te stellen en jaarlijks te actualiseren,
kostendekkend tarief. De afdracht voor greenportwoningen bedraagt € 275
per m²(te realiseren) woningbouwbestemming met een minimum van
€ 165.000,- (prijspeil 2015, jaarlijks te indexeren).
5.5 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij, exploitatie(begroting) Ten behoeve van de uitvoering c.q. verwezenlijking van de doelstelling van deze structuurvisie hebben de zes greenportgemeenten op 3 maart 2010 het gezamenlijke‘herstructureringsbedrijf’, genaamd Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (kortweg: GOM),opgericht. GOM dient de herstructurering van het buitengebied en de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen en kwaliteitsverbetering ten uitvoer te brengen. De verantwoordelijkheid voor een gebiedsgewijze aanpak ligt bij GOM. GOM zal voor de uitvoering van de afzonderlijke projecten samenwerken met private partijen. 72
De uitgangspunten, randvoorwaarden, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van GOM liggen vast in de door de greenportgemeenten getekende Samenwerkingsovereenkomst (SOK). De SOK en de statuten van GOM beschrijven het doel van GOM als volgt: • “Het daadwerkelijk realiseren van de herstructurering en gebiedsontwikkeling van de Greenport Duin- en Bollenstreek door middel van het zelfstandig realiseren van ruimtelijke projecten en door afspraken te maken of overeenkomsten aan te gaan met derden over de uitvoering van ruimtelijke projecten. • GOM geeft hierbij invulling aan de in het Meerjarenprogramma GOM genoemde algemene en specifieke projecten. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) van GOM stelt het Meerjarenprogramma jaarlijks vast. • Het verrichten van alle overige handelingen op commercieel en financieel gebied, zoals het opstellen van projectplannen, het voorbereiden van de uitvoering van projecten, het (laten) verwerven van gronden, slopen en bouwrijp maken, uitgeven van gronden en inrichten van (openbaar) gebied, het aangaan van PPS-samenwerkingsverbanden, het deelnemen in/aan andere samenwerkingsverbanden of vennootschappen. Een en ander voor zover opportuun en passend in het kader van de realisering van het Meerjarenprogramma GOM.” GOM is daarmee een uitvoeringsorganisatie zonder publiekrechtelijke taken. Deze blijven bij de individuele gemeenten.
GOM geeft namens de Greenportgemeenten uitvoering aan de intergemeentelijke structuurvisie, een en ander met inachtneming van c.q. conform deze structuurvisie en toepassing van de in deze structuurvisie beschreven instrumenten van kostenverhaal c.q. -verevening. GOM is een besloten vennootschap (bv), waarvan de zes Greenportgemeenten voor een gelijk deel aandeelhouder zijn. Het werkkapitaal van GOM bestaat uit: • het maatschappelijk kapitaal van 390.000 euro, • een bedrag van 10 miljoen euro uit het Regionaal Investeringsfonds (RIF) van Holland Rijnland, • een FES1-bijdrage voor de projecten Trappenberg-Kloosterschuur en Delfweg, • ontvangsten/opbrengsten van transacties door GOM, waaronder grondtransacties ten behoeve van herontwikkelingslocaties, alsmede • afdrachten ten behoeve van bollengrondcompensatie (zie paragraaf 5.3) en herstructurering als voormeld (zie paragraaf 5.4).
73
De greenportgemeenten ramen het saldo van kosten en opbrengsten van de totale herstructureringsopgave, lees: de exploitatie van of binnen GOM op basis van deze structuurvisie op een neutraal exploitatieresultaat (raming 2015). Onderstaande tabel specificeert dit saldo op hoofdlijnen.
Kosten/Uitgaven Herstructurering, ruimtelijke structuur- en landschapsversterkende maatregelen Herverkaveling
-/- € 27 mln
Kwaliteitsimpuls landschap
-/- € 28 mln
Herstructurering (w.o. extra opruimen verrommeling)
-/- € 32 mln
Bollengrondcompensatie Opruimen verrommeling
-/- € 18mln
Opwaarderen 2e klas bollengrond
-/- € 23mln
Omspuiten graslanden
-/- € 2mln
Organisatiekosten en plankosten GOM
-/- € 23mln
Totale investeringen
-/- €153mln
Bollengrondcompensatie-afdrachten
€ 43 mln
Herstructureringsbijdragen (voor woningbouwtitels)
€ 98 mln
RIF middelen
€ 10 mln
Resultaat Grondexploitatieprojecten
€ 2 mln
Totaal opbrengsten
€ 153 mln
Inkomsten
74
* Kosten/uitgaven en inkomsten in verband met de herstructurering als in paragraaf 5.4 omschreven worden voldaan uit of vloeien in het herstructureringsfonds. Kosten/uitgaven zijn tot op project-/detail-/regelniveau gedetailleerd en onderbouwd in de aan het MJP van GOM ten grondslag liggende exploitatieberekeningen. Vanwege de vertrouwelijkheid daarvan zijn die berekeningen en de bijbehorende projectenlijsten niet openbaar en dus niet aan deze structuurvisie en het MJP gehecht. ** Kosten/uitgaven en inkomsten in verband met de bollencompensatie als in paragraaf 5.3 omschreven worden voldaan uit of vloeien in het bollencompensatiefonds. Kosten/uitgaven zijn tot op project-/detail-/regelniveau gedetailleerd en onderbouwd in de aan het MJP van GOM ten grondslag liggende exploitatieberekeningen. Vanwege de vertrouwelijkheid daarvan zijn die berekeningen en de bijbehorende projectenlijsten niet openbaar en dus niet aan deze structuurvisie en het MJP gehecht. *** In het kader van de grondexploitatieprojecten als voormeld van GOM zal GOM zelf eveneens voldoen aan het bepaalde in paragraaf 5.3 en 5.4 (ter zake te verrichten afdrachten c.q. bijdragen). **** De kwaliteitsverbetering van het landschap en het herstel van de openheid zijn volledig onderdeel van de herstructureringsopgave van GOM. Dit zal ook de komende periode voortvarend worden aangepakt.
De financiering van de realisatie en het beheer van provinciale ecologische verbindingen was daarentegen ten tijde van de vaststelling van de ISG2009 een provinciale verantwoordelijkheid. Na de herijking van de provinciale ecologische hoofdstructuur zijn enkele verbindingen vervallen of op de lange baan geschoven, waarbij de provinciale financieringsmogelijkheden eveneens vervallen of verminderd zijn. Voor de verbindingen die in deze geactualiseerde ISG gehandhaafd zijn (zie paragraaf 4.2) zullen de samenwerkende gemeenten, onder andere via het Uitvoerings Programma Groen van de provincie en het Regionaal Groenprogramma van Holland Rijnland, alternatieve financieringsmogelijkheden zoeken, waarbij zal worden ingezet op cofinanciering door andere partijen. Deze activiteit valt buiten de primaire herstructureringsopgave van GOM, tenzij het onderdeel is van de landschappelijke inpassing van een ruimtelijke ontwikkeling die onder verantwoordelijkheid van de GOM wordt uitgevoerd, zoals bij Bulb Trade Park het geval is ten aanzien van het realiseren van een deel van de verbinding Keukenhof-Duinen. Er wordt ingezet op het zoveel mogelijk in samenhang met de herstructureringsopgave realiseren van de ecologische verbindingen.
75
Bijlage 1: Kaart werkingsgebied GOM
. Legenda Gemeentegrens Werkingsgebied GOM
76 0
1.200
2.400
4.800 Meters
Stedelijk gebied
Legenda Werkingsgebied GOM
Gemeentegrens
Het is in beginsel mogelijk dat GOM de herontwikkeling van vertreklocaties van Greenport-gerelateerde bedrijven binnen
Werkingsgebied GOM
stedelijk gebied ter hand neemt indien op deze wijze de verplaatsing van deze ondernemingen naar voor hen en de
Stedelijk gebied
Greenport betere vestigingsomstandigheden op bijvoorbeeld Bulb Trade Park en Greenhousepark kan worden gefaciliteerd en/of versneld.
77
5.6 Meerjarenprogramma De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van GOM stelt jaarlijks een Meerjarenprogramma vast. Het Meerjarenprogramma is een dynamisch document en vormt de leidraad van GOM in het kader van de uitvoering van deze structuurvisie. De directie van GOM zal de AVA jaarlijks een voorstel ter besluitvorming voorleggen voor aanvulling en bijstelling van het Meerjarenprogramma. GOM baseert de Meerjarenbegroting op een verantwoorde inzet van het beschikbare kapitaal, uitgaande van een sluitende exploitatie inclusief risicoreservering. Ten behoeve van een sluitende exploitatie zal (mogelijk) tijdelijk extra werkkapitaal in de vorm van vreemd vermogen noodzakelijk zijn. Het eerstvolgende jaar van de Meerjarenbegroting wordt ieder jaar uitgewerkt in een jaarbegroting. Deze jaarbegroting is de basis voor het bedrijfsmatig handelen van GOM. Eventuele tegenvallers worden zoveel mogelijk gecompenseerd. In geval van niet compensabele tegenvallers moet GOM de ambitie van het Meerjarenprogramma zo nodig naar beneden bijstellen om te allen tijde haar meerjarenexploitatie sluitend te krijgen.
5.7 Projectgebonden samenwerking tussen GOM en grondgebiedgemeenten GOM en de betreffende Greenport- c.q. grondgebiedgemeente(n) sluiten per actief of eigen gebiedsontwikkelingsproject of projectcluster bij de start een voorbereidingsovereenkomst. Deze overeenkomst omvat een globale projectbeschrijving, de projectdoelstelling, relevante projectkaders en randvoorwaarden, het stappenplan, een planning, het budget, de projectorganisatie, planologie, het grondbeleid, de uitgangspunten van het exploitatieplan en de uitbestedingsstrategie. Voordat de grondgebiedgemeente(n) ten behoeve van een GOM-project een ontwerpbestemmingsplan in procedure brengen en/of contractuele verplichtingen met derden aangaan, moeten GOM en de grondgebiedgemeente(n) een realisatieovereenkomst sluiten. De realisatieovereenkomst omvat, naast de aspecten zoals genoemd bij de voorbereidingsovereenkomst, een uitgewerkte projectexploitatie en een risicoanalyse. Ten aanzien van een te sluiten projectovereenkomst Bronsgeest –in het kader van mogelijke woningbouwontwikkelingen- is de bijzondere positie van het project onderkend, inclusief het voorbehoud dat door de gemeente Noordwijk ten aanzien van de hoogte van de financiële bijdrage bollengrondcompensatie is gemaakt.