14.4 4. Getekend Bijlagen bij toelichting_6.pdf - Bijlagen bij toelichting_6.pdf
Tekst van het document
Hoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, kunnen er toch archeologische indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied?
In het historisch verstoord/ opgehoogd pakket komt metselpuin, houtskool en fragmenten baksteen en aardewerk voor. Met name op boorlocatie 3 tussen 1,2 en 1,4 m -mv (-0,6 tot -0,8 m NAP) komt uiterst veel baksteen voor. Dat baksteen is niet verzameld aangezien het te gefragmenteerd was en daardoor weinig relevante informatie zou opleveren. Het kon niet worden gedateerd. Wel is een baksteenfragment en twee fragmenten Nieuwe Tijd geglazuurd aardewerk verzameld uit dat historisch verstoord/ opgehoogd pakket, namelijk uit boring 4 tussen 0,8 en 1,1 m -mv. Deze vondsten zijn een sterke aanwijzing voor de hoge archeologische verwachting voor het plangebied voor de Nieuwe Tijd en mogelijk zelfs ouder. •
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?
De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van de huidige woning en de bouw van een nieuwe woning met kelder. De diepte van de bodemverstoring die hierdoor optreedt is maximaal 3,2 m -mv. Ook zal er een zwembad van ca. 25 m2 worden aangelegd tot 1,5 m -mv. In het plangebied zijn vier potentiële archeologische niveaus. Het onderste niveau betreft de humeuze lagen in de onderste strandafzettingen. De top van dat niveau ligt op 3,2 m -mv (-2,5 m NAP). Het tweede potentiële archeologisch niveau betreft een humeuze laag in de duinafzettingen. De top van dat niveau ligt op 2,0 -mv (-1,4 m NAP). Het derde potentiële archeologische niveau betreft het maaiveld voorafgaand aan de ophoging gedurende de historisch periode. Dat voormalige maaiveld, top historisch verstoord pakket (zowel opgevulde watergang en duinafzettingen), ligt op 1,1 m -mv (-0,6 m NAP).
33
IDDS Archeologie rapport 2519 Versie 1.3 (definitief)
Het bovenste relevante archeologische niveau betreft het historisch verstoord/ opgehoogd pakket. Dat pakket is vanaf het maaiveld aanwezig. Dit betekent dat de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden een bedreiging zullen vormen voor alle vier potentiële archeologische niveaus. 4.1.
Aanbevelingen
Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied vier archeologisch relevante afzettingen aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren bij bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan 0,3 m -mv. Bij bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan 0,8 m -mv (-0,3 m NAP)5 adviseert IDDS Archeologie om bij dat vervolgonderzoek rekening te houden met twee archeologisch relevante niveaus. Indien die verstoringen dieper reiken dan 1,7 m -mv (-1,4 m NAP)6, adviseert IDDS Archeologie om rekening te houden met drie potentiële archeologische niveaus. Bij werkzaamheden die dieper reiken dan 2,9 m -mv (-2,2 m NAP)7, adviseert IDDS Archeologie om bij dat vervolgonderzoek rekening te houden met vier archeologisch relevante niveaus. Op basis van de voorgenomen plannen zoals die ten tijde van het huidige onderzoek bekend zijn, adviseert IDDS Archeologie om voor de aanleg van de kelder rekening te houden met vier vlakken. Daarnaast adviseert IDDS archeologie om, afhankelijk van de aanlegmethode van de kelder, het vervolgonderzoek ter plaatse van de nieuwe kelder uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of een archeologische begeleiding.
Ten tijde van het huidige onderzoek is het onbekend tot welke diepte de ondergrond zal worden verstoord voor de aanleg van de rest van het huis (het deel buiten de kelder). IDDS Archeologie adviseert om het type vervolgonderzoek pas te bepalen als die diepte bekend is. Voor de aanleg van het zwembad adviseert IDDS Archeologie om, conform de reeds bekende plannen, rekening te houden met twee vlakken aangezien het zwembad zal worden aangelegd tot 1,5 m -mv. Vanwege de kleine omvang van het zwembad (25 m2), wordt geadviseerd om het vervolgonderzoek bij het zwembad uit te voeren in de vorm van een archeologisch begeleiding. Bovenstaand advies dient gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Teylingen. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Voor alle gravende onderzoeken, waaronder proefsleuven of een archeologische begeleiding, dient voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek een Programma van Eisen geschreven te worden. Dit Programma van Eisen moet goedgekeurd worden door de bevoegde overheid (de Gemeente Teylingen) alvorens met het onderzoek kan worden begonnen.
Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden.
5
Voor deze diepteligging is rekening gehouden met een veiligheidsmarge van 0,3 m. Voor deze diepteligging is rekening gehouden met een veiligheidsmarge van 0,3 m. 7 Idem. 6
34
IDDS Archeologie rapport 2519 Versie 1.3 (definitief)
Literatuur en kaarten Bakker, H. de, 1966: De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, deel 15. Stichting voor Bodemkartering (Wageningen). Berendsen, H.J.A., 20053 (1997): Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s, Assen. Biggelaar, D.F.A.M. van den, 2020: Plan van aanpak. Warmonderhek 5 in Warmond, gemeente Teylingen, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie). Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Coppens, C.F.H. / W.B. Verschoof – van der Vaart, 2016: Plangebied Overveerpolder in Oegstgeest, gemeente Oegstgeest; archeologisch vooronderzoek: een aanvullend bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend/karterend boor- en geofysisch onderzoek). RAAP-notitie 5412. Dalen, J.H. van/J.H.C. Deeben/D.P. Hallewas/R. Koopstra/Th.J. Maarleveld/J.H.M. Peeters/R. Wiemer, 2008: Indicatieve kaart van Archeologische Waarden 3e generatie, Amersfoort (RACM) Fockema Andrea, S.J., 1930: De Tol van het Warmonderhek. Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis Vol 10 (1), pp. 143 – 160. Fockema Andrea, S.J. / J.G.N. Renaud / E. Pelinck, 1974: Kastelen, ridderhofsteden en buitenplaatsen in Rijnland. Arnhem. Heeringen, R.M. van/H.M. van der Velde/I.
van Amen, 1998: Een tweeschepige huisplattegrond en akkerland uit de Vroege Bronstijd te Noordwijk, prov. Zuid-Holland. Amersfoort. Hoek, C., 1983: De leenkamer van het huis te Riviere te Schiedam 1276 – 1647. Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie Ons Voorgeslacht, jaargang 38. Kruif, S. de, 2009: Plangebied Overveerpolder: Gemeente Oegstgeest, Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek. RAAP-rapport 1997. Kruisheer, J.G., 1997: Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299 deel IV. Manders, J.H., 1930: De tol aan het Warmonderhek te Warmond. Meer, K. van der, 1950: De Bloembollenstreek. Resultaten van een veldbodemkundig onderzoek in het bloembollengebied tussen Leiden en het Noordzeekanaal, Den Haag (Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen, De bodemkartering van Nederland, deel XI). Mulder, E.F.J. de/ M.C. Geluk/ I.L. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. Pronk, E.C., 2003: Plangebied Oranje Nassaulaan 7, gemeente Warmond: een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-notitie 480. Pruissers, A.P./W. de Gans, 1988: De bodem van Leidschendam, in Daams, F.H.C.M./J.D. de Kort (red.): Over, door en om de Leytsche Dam, Leidschendam. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2009: Erfgoedbalans 2009, Amersfoort.
Schiltmans, D.E.A., 2004: Plangebied Buitenwater 1 te Warmond, gemeente Warmond: een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-notitie 567. SIKB, 2008: Archeologische standaard boorbeschrijving, Archeologie Leidraad, Gouda. Stichting voor Bodemkartering, 1982: Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 30 ‘s-Gravenhage, Wageningen.
35
IDDS Archeologie rapport 2519 Versie 1.3 (definitief)
Valk, L. van der, 1996: Coastal barrier deposits in the central Dutch coastal plain, Haarlem (Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst 57). Vos, P.C. s.a.: Nieuwe landelijke paleogeografische kaarten van Nederland in het Holoceen, Utrecht (TNO, Water- en bodembeheer). Vos, P. / M. van der Meulen / H. Weerts / J. Bazelmans, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam. Wink, K. / J. Sprangers, 2015: Toelichting op de archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidskaart gemeenten Katwijk, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse, Teylingen en Hillegom, Weesp (RAAP-rapport 2852).
Websites archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl hisgis.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.pdok.nl www.rijnland.net/over-rijnland/erfgoed/archieven-en-collecties www.topotijdreis.nl
36
IDDS Archeologie rapport 2519 Versie 1.3 (definitief)
Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB
Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Verklarende woordenlijst 14 C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.
In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)
37
IDDS Archeologie rapport 2519 Versie 1.3 (definitief)
dekzand
Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal
Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.
8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht
(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt
38
IDDS Archeologie rapport 2519 Versie 1.3 (definitief)
OSL-datering
oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen
podzol pollenanalyse
prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal
stratigrafie stroomgordel stroomrug
stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid
Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.
200.00-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.
120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied
39
Bijlage 1: Topografische kaart
Legenda Plangebied
IDDS 's- Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86
integrale exper se bij ruimtelijke ontwikkeling
Project: Warmonderhek 5, Warmond OM nr.: 4942859100 Versie: 1 Projectnr.: A0028-01 Formaat: A4 Schaal: Datum: 25-2-2021 Tekenaar: DBG
Bijlage 4: Boorbeschrijvingen
Pagina 1 / 2
0
Boring:
1
Boring:
2
Boring:
3
Datum:
29-1-2021
Datum:
29-1-2021
Datum:
29-1-2021
X:
93695,01
X:
93696,92
X:
93685,63
Y:
467003,51
Y:
466994,31
Y:
466983,76
Hoogte (m NAP):
0,502
Hoogte (m NAP):
0,729
Hoogte (m NAP):
0,619
50
klinker
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor, scherp, kalkrijk, opgebrachte grond
73
43
gras
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, geleidelijk, kalkloos
62
gazon
32
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkergrijs, Edelmanboor, Moderne spijker, geleidelijk, kalkloos
10
50 -20
100 -60
-80
150
-100 -110
200
250
-150
-200 -210
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend, sporen grind, donkergrijs, Edelmanboor, geleidelijk, Weinig gevlekt lichtgrijs, kalkloos Zand, zeer grof, zwak siltig, sporen baksteen, sporen grind, lichtgrijs, Edelmanboor, diffuus, Veel gevlekt donkergrijs, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, geleidelijk, Sporen gevlekt lichtgrijs, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, grijsbruin, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt lichtbeige, kalkloos, omgewerkte grond Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, Edelmanboor, scherp, kalkloos
50
-7
100
-27
-57
150 -87
-117
200 -137
250
-177
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen metselpuin, donkerbruin, Edelmanboor, geleidelijk, Weinig gevlekt lichtbeige, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen metselpuin, sporen baksteen, grijsbruin, Edelmanboor, geleidelijk, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, sporen veen, zwak roesthoudend, bruingrijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkloos
50 -8
-28
100
300 -247 -257 -262
350
Veen, bruinrood, Zuigerboor handmatig, rietveen, matig amorf
-277 -287
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt bruin, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkloos
-78
150
-118
200
-138
-158
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor, Enkele steen, modern glas, scherp, kalkrijk Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor, scherp, kalkrijk, opgebrachte grond Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Edelmanboor, scherp, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, uiterst baksteenhoudend, donkergrijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkergrijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkrijk
250 -208
300 -248
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, Zuigerboor handmatig, geleidelijk, kalkrijk Zand, matig grof, zwak siltig, zwak wortelhoudend, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig, geleidelijk, kalkrijk
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Zuigerboor handmatig, kalkrijk
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig wortelhoudend, zwak schelphoudend, bruin, Zuigerboor handmatig, scherp, kalkrijk
Veen, sterk zandig, rood, Guts, geleidelijk, rietveen, matig amorf, kalkloos
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig, scherp, kalkrijk
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Guts, scherp, kalkloos
Veen, bruinrood, Guts, rietveen, zwak amorf
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Guts, scherp, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Guts, geleidelijk, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Guts, kalkrijk
Projectcode: A0028-01 Projectnaam: Warmonderhek 5, Warmond
-38
-58
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken metselpuin, donker grijsbruin, Edelmanboor, scherp, kalkloos
Zand, matig grof, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Zuigerboor handmatig, scherp, kalkloos
23
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, donker grijsbruin, Edelmanboor, geleidelijk, Weinig gevlekt lichtbeige, kalkloos
Pagina 2 / 2
0
Boring:
4
Boring:
5
Datum:
29-1-2021
Datum:
29-1-2021
X:
93672,54
X:
93682,08
Y:
466982,66
Y:
466969,26
Hoogte (m NAP):
0,444
Hoogte (m NAP):
0,376
44 34
14
50 -16
-36
100 -66
-96
150
-136
200
-216
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, sporen grind, beigegrijs, Edelmanboor, scherp, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, uiterst schelphoudend, matig houtskoolhoudend, zwak metselpuinhoudend, donkergrijs, Edelmanboor, scherp, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk schelphoudend, zwak roesthoudend, beige, Edelmanboor, geleidelijk, Veel gevlekt grijs, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, beigegrijs, Edelmanboor, aardewerk en baksteen, scherp, kalkloos
250
Klei, sterk siltig, sporen schelpen, blauwgrijs, Edelmanboor, scherp, kalkrijk
-286 -296 -306
-321 -331
38
gazon
18
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkloos
8
50
-32
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, sporen metselpuin, lichtbeige, Edelmanboor, scherp
-72
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor, kalkrijk
-12
100
150
-112 -122
-192 -197 -202
250
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig, Strandschelpen, scherp, kalkrijk Veen, bruinrood, Guts, geleidelijk, rietveen, zwak amorf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Guts, scherp, kalkloos Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Guts, scherp, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, Guts, scherp, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Guts, kalkrijk
Projectcode: A0028-01 Projectnaam: Warmonderhek 5, Warmond
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, brokken metselpuin, bruingrijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor, geleidelijk
200
Veen, sterk schelphoudend, bruin, Edelmanboor, scherp, rietveen, matig amorf, kalkrijk
300
350
gazon
-212
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, sporen grind, zwak leisteenhoudend, bruingrijs, Edelmanboor, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk baksteenhoudend, bruingrijs, Edelmanboor, geleidelijk, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Aan de basis veel baksteenfragmenten, scherp, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, matig schelphoudend, lichtgrijs, Guts, scherp, kalkrijk Veen, zwak schelphoudend, bruin, Guts, Wadslakjes, scherp, rietveen, zwak amorf Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Guts, kalkrijk
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
ongeroerd monster volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Legenda afkortingen Archeologische Boorbeschrijving (conform ASB 2008) Percentages en Mediaan Klasse Zandmediaan Uiterst fijn 63-105 µm Zeer fijn 105-150 µm Matig fijn 150-210 µm Matig grof 210-300 µm Zeer grof 300-420 µm Uiterst grof 420-2000 µm Nieuwvormingen (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Afkorting Nieuwvormingen FEC IJzerconcreties FFC Fosfaatconcreties FOV Fosfaatvlekken MNC Mangaanconcreties ROV Roestvlekken VIV Vivianiet VKZ Verkiezeling ZAV Zandverkittingen Bodemkundige interpretaties Code Bodemkundige interpretaties BOD Bodem BOV Bouwvoor ESG Esgrond GLE Gleyhorizont HIN Humusinspoeling INH Inspoelingshorizont KAT Katteklei KBR Klei, brokkelig LOO Loodzand MOE Moedermateriaal OMG Omgewerkte grond OPG Opgebrachte grond OXR Oxidatie-reductiegrens POD Podzol RYP Gerijpt TKL Top kalkloos TRP Terpaarde UIT Uitspoelingshorizont VEN Vegetatieniveau VNG Gelaagd vegetatieniveau VRG Vergraven
Bodemhorizont Code Bodemhorizont BHA A-horizont BHAB BHAC BHAE BHB BHBC BHC BHE BHEB BHO BHR
AB-horizont AC-horizont AE-horizont B-horizont BH-horizont C-horizont E-horizont EB-horizont O-horizont R-horizont
Omschrijving Minerale bovengrond Overgangshorizont Overgangshorizont Overgangshorizont Inspoelingshorizont Overgangshorizont Uitgangsmateriaal Uitspoelingshorizont Overgangshorizont Strooisellaag Vast gesteente
Sedimentaire karakteristiek, laaggrens Afkorting Afmeting Klasse overgangszone BDI ≥ 3,0 - < 10,0 cm Basis diffuus BGE ≥ 0,3 - < 3,0 cm Basis geleidelijk BSE < 0,3 cm Basis scherp Kalkgehalte Code Kalkgehalte CA1 Kalkloos CA2 Kalkarm CA3 kalkrijk Archeologische indicatoren (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Code Omschrijving AWF Aardewerkfragmenten BST Baksteen GLS Glas HKB Houtskoolbrokken HKS Houtskoolspikkels MXX Metaal OXBO Onverbrand bot OXBV Verbrand bot SGK Gebroken kwarts SLA Slakken/sintels SVU Vuursteen SXX Natuursteen VKL Verbrande klei VSR Visresten
Bijlage 5: Periodentabel
Aantal
rand
2
Nieuwe Tijd
2
4
80-110
Baksteen
Fragment
1
Nieuwe Tijd
Opmerking
Fragment, rand, wand, bodem
KER
Versiering
Materiaal
80-110
Datering (ABR code)
Diepte [in cm]
4
Type / vorm
Boring
1
Baksel
Vondstnr
Bijlage 6: Vondstenlijst
Gedetermineerd door D. van den Biggelaar, KNA Prospector MA, 102-2021 Gedetermineerd door D. van den Biggelaar, KNA Prospector MA, 102-2021
±
±
DOORSNEDES HOOGTES
Warmonderhek 5 te Warmond Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek
Kenmerk Datum
A0028-06/ADR/rap1 17 februari 2021
Opdrachtgever
De heer W. van Zwaan Warmonderhek 5 2361 LL Warmond
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer A.R. Dorgelo (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
17-02-2021
De heer C. Brouwer (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
17-02-2021
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002, 2018
INHOUDSOPGAVE 1. 2.
INLEIDING ..................................................................................................................................... 4 MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ..................................................................................... 6 2.1 AANLEIDING VOORONDERZOEK............................................................................................. 6 2.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 7 2.3 POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ..................................................... 8 2.4 BODEMKWALITEIT EN ASBEST ............................................................................................... 9 2.5 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 10 2.6 BEÏNVLOEDING ...................................................................................................................... 10 2.7 BODEMVERONTREINIGING ................................................................................................... 11 2.8 TERREINVERKENNING .......................................................................................................... 12 2.9 BEOORDELING .......................................................................................................................
12 2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ............................................................................ 13 3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................... 14 3.1 ONDERZOEKSSTRATEGIE..................................................................................................... 14 3.2 UITVOERING VELDONDERZOEK ........................................................................................... 14 3.3 UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ......................................................................... 16 3.4 BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................................... 17 3.5 INTERPRETATIE ..................................................................................................................... 19 3.6 TOETSING HYPOTHESE ........................................................................................................ 20 3.7 CONCLUSIES.......................................................................................................................... 21 3.8 AANBEVELINGEN ................................................................................................................... 22 4. BETROUWBAARHEID.................................................................................................................
23
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 2 van 23
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2 2.3
Vooronderzoek Rapportage Bodemloket Rapportage Omgevingsdienst Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond incl. asbest Certificaten grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 3 van 23
INLEIDING In opdracht van de heer W. van Zwaan is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Warmonderhek 5 te Warmond (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo))
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het de (geplande) realisatie van een nieuw woonhuis op het terrein en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 4 van 23
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodem- en asbest onderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoek norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest, is de onderzoek norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend en nader onderzoek en de inspectie en monsterneming voor de bepaling van asbest in bodem en partijen grond.
Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodem -en asbestonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen.
In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 5 van 23
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 6 van 23
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Warmonderhek 5
Postcode / Plaats
2361 LL Warmond
Gemeente
Teylingen
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
93.691
Y
466.984
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,4 m +NAP
Kadastraal
Gemeente
Warmond
Gemeentecode
WMD01
Sectie
D
Nummer
3882
Totaal
Ca. 930 m2
Bebouwd
Ca. 160 m2
Verharding
Aan de achterkant van het woonhuis bevindt zich een oprijlaan bestaande uit klinkers.
Belendingen
Alle richtingen
Rondom de onderzoekslocatie is sprake van een woonwijk met particuliere woonhuizen omringt met water.
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
Oppervlaktes (m²)
#1 / #2 / #3 / #4
#5 -
Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: IDDS Projectenkaart #3: AHN.nl #4: Bagviewer.kadaster.nl #5: Google Earth
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 7 van 23
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking
Bronnen
Voormalig gebruik
Uit historisch onderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie tot en met de jaren ’40 onbebouwd is geweest en diende als grasland / akkerland, hoogstwaarschijnlijk ten behoeve van de bollenteelt. Vanaf de jaren ’50 wordt het gebied ontwikkeld als onderdeel van het ‘Warmonder Hek’ en verschijnt ook de eerste bebouwing. Mogelijk zijn tijdens het bouwrijp maken van het perceel ophooglagen toegepast. De huidige bebouwing dateert uit 1985.
Potentiële bronnen
Gezien de voormalige agrarische functie van de onderzoekslocatie en de ligging binnen de Bollenstreek worden ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen verwacht (OCB’s).
#1 / #2 /#3 / #4
Mogelijk zijn tijdens het bouwrijp maken van het perceel ophooglagen toegepast. Dergelijke ophooglagen zijn als verdacht aan te merken op verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK. Huidig gebruik
De locatie is in gebruik als particulier woonhuis met tuin.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt een nieuw woonhuis gerealiseerd.
#5
Conclusie Gezien de voormalige agrarische functie van de onderzoekslocatie en de ligging binnen de Bollenstreek worden ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen verwacht (OCB’s). Tevens zijn tijdens het bouwrijp maken van het perceel mogelijk ophooglagen toegepast. Dergelijke ophooglagen zijn als verdacht aan te merken op verhoogde gehalten zware metalen en PAK. #1: Topotijdreis.nl #2: Bodemloket.nl; Rapport (opgenomen in bijlage 2.1) #3: Bagviewer.kadaster.nl #4: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.2) #5: Informatie verkregen van de opdrachtgever
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 8 van 23
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Op basis van Bodemloket en Omgevingsdienst West-Holland is er geen informatie beschikbaar omtrent de verdachtheid van de bodem op de aanwezigheid van asbest.
#1 / #2
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn er bodemvreemde (puin) bijmengingen aangetroffen welke conform bijlage A van de onderzoeknorm NEN 5725 als asbestverdacht worden beschouwd. Zodoende is ervoor gekozen het verkennend bodemonderzoek gelijktijdig op te schalen naar een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
Bodemkwaliteitszone
-
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
-
#3
Conclusie Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Op basis van het aantreffen van asbestverdachte (puin) bijmeningen in de bodem wordt de locatie als asbestverdacht aangemerkt. #1: Bodemloket.nl; Rapport (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.2) #3: Gemeente Teylingen; Bodemfunctieklassenkaart
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 9 van 23
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 - 3,0 m-mv
Zand
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,0 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de Warmonderhek 5 richting het Poelmeer / Oegstgeesterkanaal zal stromen en derhalve zuidelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Doordat de grondwaterstand (in de Bollenstreek in verband met de teelt van bollen) door middel van de slootpeilen op een vast peil wordt gereguleerd, is er nauwelijks sprake van een horizontale stromingsrichting van het grondwater. Een (tijdelijke) optredende horizontale stromingsrichting wordt veroorzaakt door regenoverschot en zal naar de omliggende sloten gericht zijn. .
Bodemvreemde lagen
Ter plaatse van de onderzoekslocatie worden bodemvreemde bijmengingen verwacht in verband met de aanwezigheid van mogelijke ophooglagen.
Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie worden bodemvreemde bijmengingen verwacht in verband met de aanwezigheid van mogelijke ophooglagen. #1: DINOloket
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1 / #2
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl; Rapport (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.2)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 10 van 23
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Bij de Omgevingsdienst West-Holland is een omgevingsrapportage, opgenomen in bijlage 2.2, opgevraagd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen informatie bekend omtrent eventuele verontreinigingen in de grond en het grondwater.
#1 / #2
Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Bij de Omgevingsdienst West-Holland is een omgevingsrapportage, opgenomen in bijlage 2.2, opgevraagd. Nabij de onderzoekslocatie is geen informatie bekend omtrent eventuele verontreinigingen in de grond en het grondwater.
#1 / #2
Conclusie Vooralsnog is er op en nabij de onderzoekslocatie geen milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Zodoende is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen informatie bekend omtrent eventuele verontreinigingen in de grond en het grondwater. Mogelijk zijn tijdens het bouwrijp maken van het perceel ophooglagen toegepast. Dergelijke ophooglagen zijn als verdacht aan te merken op verhoogde gehalten zware metalen en PAK. #1: Bodemloket.nl; Rapport (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.2)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 11 van 23
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 29-01-2021 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2.3 een fotoreportage opgenomen. 2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 12 van 23
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1 Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein
Conclusie
Vooralsnog is er op en nabij de onderzoekslocatie geen milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Hierdoor is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen informatie bekend omtrent eventuele verontreinigingen in de grond en het grondwater. Zodoende wordt de onderzoekslocatie als ‘onverdacht’ aangemerkt.
Opmerking
Opgemerkt wordt dat indien bodemvreemde bijmengingen worden aangetroffen deze kunnen duiden op de aanwezigheid van ophooglagen, in welk geval deze verdacht zijn op verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK.
Hypothese NEN 5740
Milieukundig bodemonderzoek NEN 5740: Onverdacht Aandacht parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen en PAK
Hypothese NEN 5707
Verkennend asbestonderzoek NEN 5707: Verdacht Als aandacht parameter wordt aangemerkt: Grond: asbest
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 13 van 23
VERKENNEND BODEM -EN ASBESTONDERZOEK 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein
Algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit: NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie.
Opmerking
In verband met de mogelijke aanwezigheid van ophooglagen ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn alle boringen tot tenminste 1,0 m-mv doorgezet. Asbest: NEN 5707+C2; 2017; Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming.
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 29 januari en 5 februari 2021 Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002, 2018
Onderzoeksaspect
Meetpunten Type
Diepte [mmv]
Codering
Bijzonderheden
Aantal
Verkennend Bodemonderzoek NEN 5740 Gehele terrein
Boring Peilbuis
1,0
1
06
-
2,0
4
02 t/m 05(A)1
-
2,5
1
01
-
Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 1
Gehele terrein Asbestgat 0,5 6 01 t/m 04, 5A, 6A : Vanwege het aantreffen van een handmatig ondoordringbare laag is boring 05 op 0,7 m-mv gestaakt.
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 14 van 23
Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond bestaat uit matig fijn zand. Verder is deze geclassificeerd als matig siltig en niet tot matig humeus. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,5 m-mv uit matig fijn zand. Zeer plaatselijk (boring 04) wordt een klei -en veenlaag aangetroffen. Verder is deze geclassificeerd als matig tot sterk siltig en niet tot matig humeus.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
-
In de bovengrond zijn plaatselijk tot een diepte van 0,8 m-mv bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De grond bevat hier sporen baksteen / metselpuin / houtskool (boring 04 en 05A) of is zwak baksteen / metselpuin / houtskoolhoudend (boring 01, 02 en 04). In de ondergrond zijn plaatselijk tot een diepte van 1,30 m-mv bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De grond bevat hier sporen baksteen (boring 02) of is zwak / matig aardewerk / baksteen / metselpuinhoudend (boring 04 en 05A).
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 15 van 23
In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
03
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
1,50 - 2,50
1,00
7,1
701
60,6
05-02-2021
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend. UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Analysestrategie asbest De grondmonsters zijn geanalyseerd op asbest conform de NEN5898.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem -en asbestonderzoek Locatie: Warmonderhek 5 te Warmond Kenmerk rapportage: A0028-06/ADR/rap1
Pagina 16 van 23
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.