CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Onderbouwing BOPA Engelselaan 51-53 Voorhout - Onderbouwing BOPA Engelselaan 51-53 Voorhout

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Adviesrecht BOPA, Engelselaan 51-53, Voorhout37.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor gewenst initiatief.

ruimte voor ontwikkeling

27

4.3.

Gezondheid en milieu

Wettelijk kader In paragraaf 5.1.4 van het Bkl wordt het wettelijk kader voor het beschermen van de gezondheid en het milieu gegeven. In deze paragraaf worden instructieregels gegeven voor luchtkwaliteit (paragraaf 5.1.4.1), geluid (paragraaf 5.1.4.2 en 5.1.4.3), trilling (paragraaf 5.1.4.4), slagschaduw van windturbines (paragraaf 5.1.4.4a), bodem (paragraaf 5.1.4.5) en geur (paragraaf 5.1.4.6). In de volgende paragrafen komen deze milieuaspecten aan bod. Daarnaast gaat de gemeente Teylingen in haar beleid in de Omgevingsvisie in op het aspect gezondheid. Daarin gestreefd naar het bevorderen van een gezonde leefstijl in een gezonde leefomgeving. In de volgende paragrafen wordt per milieuaspect ingegaan op de effecten van de ontwikkeling op gezondheid en milieu.

4.4.

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Onder de Omgevingswet is het niet meer in alle gevallen nodig om te toetsen aan luchtkwaliteit. Wel moet bij het toelaten van specifiek aangewezen activiteiten de bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) altijd worden beoordeeld. Dit geldt bij een aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, voor het realiseren van een tunnel van ten minste 100 meter en bij de aanleg van een autoweg of autosnelweg. Daarnaast zijn er aandachtsgebieden aangewezen waarbinnen getoetst moet worden aan de luchtkwaliteit. Voor zowel stikstofdioxide als fijnstof gaat dat om de agglomeraties en gemeentes Amsterdam/Haarlem (16 gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Weesp, Zaanstad en Zandvoort), Arnhem, Eindhoven (6 gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten en Veldhoven), Etten-Leur, ’s-Gravenhage/Leiden (12 gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar en Westland), Rotterdam/Dordrecht (15 gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan de IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Zuidplas en

Zwijndrecht) en Utrecht (4 gemeenten: Houten, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein). Voor alleen fijnstof gaat het om de gemeenten Asten, Barneveld, Bernheze, Ede, Leudal, Nederweert, Scherpenzeel en Venray. Het project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij, als de kalenderjaargemiddelde concentratie stikstofdioxide en fijnstof onder de 1,2 μg/m3 blijft. Dan hoeft niet getoetst te worden aan te rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit.

28

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit De ontwikkeling is niet gelegen in een van de aandachtsgebieden uit het Bkl. Toetsing van de effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit is daardoor niet noodzakelijk. Er hoeft niet getoetst te worden aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit ter plaatse Vanuit het Bkl gelden omgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Daarnaast hanteert de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden ter plekke van het plangebied, de grenswaarden en de advieswaarden. De kaarten met concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. Stof NO2 PM10 PM2,5

Jaar 2023 11,8 µg/m3 15,1 µg/m3 7,4 µg/m3

Jaar 2030 10,8 µg/m3 13,7 µg/m3 6,5 µg/m3

Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3

Advieswaarde 10 µg/m3 15 µg/m3 5 µg/m3

Waarden in het plangebied, omgevingswaarden en advieswaarden luchtkwaliteit

Op de planlocatie wordt ruimschoots voldaan aan de omgevingswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. In de huidige situatie aan de Engelselaan liggen de concentraties ver beneden de omgevingswaarden. Voor wat betreft PM10 geldt dat er net niet wordt voldaan aan de advieswaarde, maar zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de verwachting dat de jaargemiddelde concentraties in de toekomst verder zullen afnemen. De huidige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.5.

Geluid

Wettelijk kader Onder de Omgevingswet is de aanvaardbaarheid van geluidbelasting veel meer een decentrale afweging dan voorheen. In het omgevingsplan nemen gemeentes regels op waar activiteiten die geluid veroorzaken en geluidgevoelige gebouwen aan moeten voldoen. Zolang de gemeente daar nog geen keuze in heeft gemaakt, gelden de regels zoals opgenomen in paragraaf 22.3.4 van de Bruidsschat. Het Bkl stelt op rijksniveau regels voor geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen in afdeling 3.5. In plaats van geluidzones zal er worden gewerkt met geluidaandachtsgebieden en geluidproductieplafondwaarden (gpp). Een geluidsaandachtsgebied is een gebied rondom bijvoorbeeld wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Ook drukke 30km/u wegen worden hierin meegenomen. Dit gebied wordt op basis van berekeningen bepaald en beslaat het gebied waarbinnen de standaardwaarde voor geluid mogelijk wordt overschreden. Als binnen dit geluidsaandachtsgebied een geluidgevoelig gebouw wordt

ruimte voor ontwikkeling

29

gerealiseerd, moet getoetst worden of voldaan wordt aan de standaardwaarden voor geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Wat geluidgevoelige gebouwen en ruimten zijn, wordt beschreven in artikel 3.21 en 3.22 van het Bkl. Er kan onder voorwaarden afgeweken worden van de standaardwaarden voor geluid, mits wordt voldaan aan de grenswaarden. Geluid boven de grenswaarde is niet toegestaan, behoudens enkele uitzonderingen. Een gpp is het gebied langs een (spoor)weg of rond een industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde voor geluid. Het gpp geeft aan hoeveel geluid maximaal is toegestaan op een geluidreferentiepunt. Het bevoegd gezag monitort het geluid op dit punt.

Beoordeling Een woning wordt beschouwd als een geluidsgevoelig gebouw / ruimte, waardoor nagegaan moet worden of de locatie is gelegen in een geluidsaandachtsgebied of geluidsproductieplafond. De locatie is niet gelegen binnen een geluidsproductieplafond van een (spoor)weg of industrieterrein. Wel ligt het plan op korte afstand van meerdere drukke wegen, waardoor akoestisch onderzoek nodig is. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd en toegevoegd als bijlage 3. Uit de resultaten blijkt dat het geluid op de gevels van de nieuwe woningen maximaal 47 dB-Lden bedraagt. Dit is lager dan de standaardwaarde van 53 dB-Lden. Ook wordt er voldaan aan de beleidsregels uit het geluidbeleid van de gemeente Teylingen ten aanzien van de indeling van de woningen (verblijfsruimte aan de geluidluwe gevels) en de buitenruimte (aan de geluidluwe zijde). Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid is het gecumuleerde geluid bepaald. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen wat aanvaardbaar is. Het gecumuleerde geluid bedraagt maximaal 47 dB. Rekening houdend met alle geluidbronsoorten, beschikken de woningen over meerdere geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte. Op basis hiervan wordt gesteld dat er bij het plan sprake is van een aanvaardbare geluidssituatie.

Om een goed leefklimaat te realiseren, geldt er een minimum aan de karakteristieke geluidwering (GA;k) van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied en een verblijfsruimte. Hierbij moet worden uitgegaan van een gezamenlijk geluid van 47 dB. Dit betekent dat de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden minimaal 20 dB moet bedragen. Normaliter wordt met moderne standaard bouwmaterialen (dubbele beglazing, geïsoleerd dak, normale ventilatie voorzieningen die voldoet aan een geluideis van Rq;a ≥ 0 dB) voldaan aan de minimale karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor gewenste ontwikkeling.

4.6.

Trilling

Wettelijk kader Trillinggevoelige gebouwen worden beschermd tegen trillingen van activiteiten en bedrijven. Wat een trillinggevoelig gebouw en trillinggevoelige ruimte is, wordt beschreven in artikel 5.80 en 5.81 van het Bkl. De gemeente neemt in haar omgevingsplan regels op omtrent trillingen. Zolang de gemeente daar nog geen keuze in heeft gemaakt, gelden de regels zoals opgenomen in paragraaf 22.3.5 van de

30

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Bruidsschat. In het Bkl worden standaardwaarden voor trillingen gegeven. De gemeente mag in haar omgevingsplan lagere waarden vaststellen. Ook mag zij onder voorwaarden hogere waarden vaststellen. In het algemeen moet binnen een afstand van 100 meter van het spoor het risico op trillingshinder worden beoordeeld. In sommige gevallen kan het zelfs nodig zijn om het onderzoeksgebied tot 250 meter aan weerszijden van het spoor uit te breiden. De afwegingen daarvoor zijn in de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen opgenomen. Met behulp van deze handreiking kunnen plannen worden gemaakt voor een gezonde fysieke leefomgeving.

Beoordeling en conclusie De locatie ligt verder dan 250 meter van een spoor, het dichtstbijzijnde spoor ligt op circa 1,25 kilometer. Nader onderzoek is dan ook niet nodig en het aspect trilling vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.7.

Slagschaduw bij windturbines

Wettelijk kader In paragraaf 5.1.4.4a van het Bkl worden regels gesteld voor slagschaduw van windturbines. Het gaat hierbij om regels voor windturbines met een rotordiameter van 2 meter of meer die langer dan 10 jaar ergens zullen staan. Slagschaduwgevoelige gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie en een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebruik (artikel 5.98b Bkl). De gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met de aanvaardbaarheid van slagschaduw van windturbines. Deze regels zijn opgenomen in paragraaf 22.3.18 van de Bruidsschat en zijn gelijk aan het beschermingsniveau uit het Activiteitenbesluit, zolang de gemeente deze regels nog niet heeft verplaatst en/of aangepast.

Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling is niet gelegen in de buurt van een windturbine, waardoor er geen strijdigheid is met de gestelde regels over slagschaduw.

4.8.

Bodem

Wettelijk kader In paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl zijn instructieregels voor het aspect bodem opgenomen. Deze regels zijn van toepassing op bodemgevoelige gebouwen. Artikel 5.89g geeft aan wanneer een gebouw als bodemgevoelig gebouw wordt aangemerkt. De gemeente moet in haar omgevingsplan de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opnemen. Zolang de gemeente daar nog geen keuze in heeft gemaakt, gelden de regels zoals opgenomen in paragraaf 22.2.3 en 22.3.7 van de Bruidsschat. De regels voor bodem zijn berust op drie pijlers: 1. Het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); 2. Het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies aan locaties); en

ruimte voor ontwikkeling

31

3. Het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van zo'n onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen.

Beoordeling Onderhavig initiatief betreft een wijziging naar woonfunctie op een locatie waar nu een bedrijfsfunctie is toegestaan. Ten aanzien van het initiatief zal zullen er geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. De gewenste planologisch geldende functie is gevoeliger dan de huidige functie, waardoor bodemonderzoek noodzakelijk is. Uit het vooronderzoek blijkt dat op de planlocatie vroeger een ondergrondse HBO tank was gelegen, die rond 1998 verwijderd moet zijn. Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieu hygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast met minerale olie in de grond en minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater als gevolg van het gebruik. Voor dit gedeelte van het plangebied is aanvullend onderzoek gedaan. Uit de resultaten van dit aanvullend onderzoek blijkt het volgende: -

Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen. In de bodemlaag rond grondwaterstand en in de bodemlaag tot 0,5 meter onderzijde tank is geen minerale olie aangetroffen. De grond voldoet aan de klasse landbouw/natuur. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen (een marginale verhoging en een lager gehalte dan tijdens het bodemonderzoek uit 1997).

Voor de rest van de planlocatie is op basis van vooronderzoek aangenomen dat de bodem niet of slechts licht verontreinigd is en derhalve de hypothese ‘onverdacht’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: -

-

Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen. De bovengrond ter plaatse van de voorzijde van het perceel voldoet op basis van de parameter PAK aan de kwaliteitsklasse wonen (WO). De bovengrond ter plaatse van de achterzijde van het perceel voldoet op basis van de parameters lood, zink en PAK aan de bodemkwaliteitsklasse wonen en op basis van de parameter kwik aan de bodemkwaliteitsklasse industrie. De ondergrond van het perceel voldoet op basis van de parameter kwik aan de bodemkwaliteitsklasse wonen. De overige geanalyseerde parameters voldoen aan de klasse landbouw/natuur (-). Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen (een marginale verhoging en een lager gehalte dan tijdens het bodemonderzoek uit 1997). De overige parameters uit het standaardstoffenpakket voor grondwater zijn niet in een verhoogde concentratie aangetroffen.

De aangetoonde lichte verontreinigingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend.

32

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Conclusie De milieu hygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen functiewijziging van het perceel.

4.9.

Geur

Wettelijk kader Het Rijk heeft in het Bkl voor een aantal gebouwen specifieke regels voor geur gesteld. Het gaat hierbij om de zogenoemde geurgevoelige gebouwen. Dit zijn onder andere gebouwen met een woonfunctie. Gevangenissen, hotels, asielzoekerscentra en recreatiewoningen worden niet als woonfunctie aangemerkt. De gemeente moet voor alle geurgevoelige gebouwen zoals opgenomen in artikel 5.91 van het Bkl regels stellen in het omgevingsplan om deze gebouwen te beschermen tegen geurhinder. Voor overige gebouwen of locaties mag de gemeente zelf kiezen of zij daar specifieke regels voor geur over opneemt in het omgevingsplan. De gemeente moet daarnaast in haar omgevingsplan een ‘bebouwingscontour geur’ vastleggen rondom een rioolwaterzuiveringsinstallatie, rondom locaties waar landbouwhuisdieren in een dierenverblijf worden gehouden en rondom agrarische activiteiten als deze activiteiten geur veroorzaken op een geurgevoelig gebouw. Binnen de contour geldt een ‘hoge bescherming’ en daarbuiten een ‘lage bescherming’. Voor andere geurveroorzakende activiteiten mag een gemeente zelf bepalen of zij daar geurregels voor opstelt in het omgevingsplan. Zolang de gemeente zelf nog geen regels in haar omgevingsplan heeft opgenomen omtrent geur, gelden de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

Dit zijn de regels uit de gemeentelijke geurverordening en de regels zoals opgenomen in paragraaf 22.3.6 van de Bruidsschat. Hierin wordt nog onderscheid gemaakt tussen locaties binnen en buiten de bebouwde kom, in plaats van een bebouwingscontour.

Beoordeling Met voorliggend initiatief wordt een geurgevoelig gebouw mogelijk gemaakt. De planlocatie ligt niet binnen een geurcontour. In de nabije omgeving bevinden zich naast woningen, verschillende bestemmingsvlakken voor ‘agrarisch – bollenteelt – bollenzone 2’. Omliggende woningen liggen direct aan de bestemmingsvlakken voor bollenteelt. Agrarische bedrijven actief in de bloembollendroog- en prepareerbedrijven vallen volgens de ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 onder categorie 2 en hebben een richtafstand van 30 meter voor het aspect geur. Volgens hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan gemeente Teylingen gelden er vaste afstanden voor de opslag van mest, substraatmateriaal en compost. Deze staan in subparagraaf 22.3.6.4 Geur door andere agrarische activiteiten. Uit het artikel blijkt dat voor een geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom een afstand voor geur geldt van 50 meter. Ten zuidoosten van de locatie, aan de overzijde van de Engelselaan liggen gronden met bedrijfsgebouwen. Deze gronden hebben de bestemming agrarisch bollenteelt-bollenzone 2. Het

ruimte voor ontwikkeling

33

bouwvlak van het bedrijf op nummer 50 ligt op 10 meter afstand van de beoogde woningen en het bedrijf aan de Engelselaan heeft een bouwvlak op circa 8,5 meter afstand tot de beoogde woningen. Er wordt niet voldaan aan de minimale richtafstanden. De gronden aan de voorzijde van de bebouwing worden bij beide bedrijven gebruikt als parkeerruimte. Geur afkomstig van het bollenbedrijf vindt dan ook verder naar achteren toe plaats, buiten de 50 meter. Daarnaast wordt er ook in de feitelijke situatie geen hinder van ondervonden. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen.

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.10. Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Paragraaf 5.1.5 van het Bkl bevat regels met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden. Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden zijn een element van omgevingskwaliteit en het beschermen van die waarden is in artikel 2.1, derde lid, van de Omgevingswet opgenomen als één van de oogmerken die van belang kan zijn bij de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de wet. De invulling hiervan wordt grotendeels overgelaten aan gemeenten en provincies. Op rijksniveau worden er onder meer regels gesteld over de kust, over de Waddenzee en het Waddengebied, over het zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand (de ladder voor duurzame verstedelijking) en over cultureel erfgoed. De ontwikkeling is niet in of nabij de kust, de Waddenzee of het Waddengebied gelegen, waardoor die instructieregels niet van toepassing zijn. De laatste twee onderwerpen, de laddertoets en cultureel erfgoed, komen in de volgende paragrafen aan bod.

4.11.

Ladder voor duurzame verstedelijking

Wettelijk kader Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Artikel 5.129g van het Bkl geeft aan dat als een ontwikkeling voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, rekening moet worden gehouden met: a. De behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Dit geldt voor een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

34

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Beoordeling Allereerst moet beoordeeld worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft een functiewijziging van bestaande bebouwing en tevens gaat het om zevental appartementen en een voormalige bedrijfswoning. Het doorlopen van de laddertoets is daarom niet noodzakelijk is.

Conclusie Het aspect Ladder voor duurzame verstedelijking is geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.12.

Cultuurhistorie en archeologie

Wettelijk kader In het Bkl is bepaald dat gemeenten in hun omgevingsplan een beschermingsregime moeten opnemen voor cultureel erfgoed. Hierbij moeten de instructieregels uit paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl in acht worden genomen. Dit gaat onder meer over: •

ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten;

•

verplaatsing van beschermde monumenten;

•

gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand;

•

aantasting van de omgeving van een beschermd monument;

•

aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; en

•

conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.

Tot dat de gemeentes regels over cultureel erfgoed in het omgevingsplan hebben opgenomen, geldt het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit bestaat uit de geldende ruimtelijke regelingen zoals bestemmingsplannen, de gemeentelijke erfgoedverordening en de regels uit de bruidsschat.

Beoordeling cultuurhistorie Het pand kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalende pand in het geldende omgevingsplan. Ook is de planlocatie niet gelegen in een cultuurhistorisch waardevol gebied of waardevolle structuur. Geconcludeerd kan worden dat met het plan geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren.

Beoordeling archeologie De projectlocatie heeft geen aanduiding met betrekking tot archeologie. Tevens zal ten behoeve van de ontwikkeling er niet gegraven worden om het plan te realiseren. Archeologisch onderzoek is daarom niet benodigd.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

ruimte voor ontwikkeling

35

4.13. Ruimte voor toekomstige functies, infrastructuur en openbare buitenruimte Wettelijk kader Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist in bepaalde gevallen dat gebieden worden vrijgehouden voor toekomstige ontwikkelingen die alleen op bepaalde locaties kunnen plaatsvinden. Zo kan uitbreiding van een infrastructuurnetwerk meestal beter – en goedkoper – gebeuren op de locatie waar dat netwerk al aanwezig is. Tegelijkertijd is op veel van die locaties sprake van een vrij grote ontwikkeldruk. Daarom wordt in paragraaf 5.1.6 van het Bkl in navolging van het voormalig Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een aantal reserveringsgebieden aangewezen. Het gaat om gebiedsreserveringen voor de lange termijn voor de grote rivieren, gebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen, gebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimte voor de Parallelle Kaagbaan en de reservering van de Tweede Maasvlakte voor deep sea gebonden activiteiten.

In paragraaf 5.1.7 van het Bkl wordt geregeld dat ontwikkelingen geen belemmering mogen vormen voor militaire terreinen en objecten, oefen- en schietgebieden, militaire zend- en ontvangstinstallaties, laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, militair radarbeeld, elektriciteitsopwekking, kernenergiecentrales, hoogspanningsverbindingen, rijksvaarwegen, scheepvaart, communicatie-, navigatie- en radarapparatuur burgerluchtvaart en landelijke fiets- en wandelroutes. Tot slot moet conform paragraaf 5.1.8 van het Bkl rekening gehouden worden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.

Beoordeling en conclusie Het plangebied is niet gelegen in een gebied zoals bedoeld in paragraaf 5.1.6 en 5.1.7 van het Bkl. Er is vanuit dit aspect dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Daarnaast is er in het plangebied geen openbare buitenruimte aanwezig, waardoor er geen rekening hoeft te worden gehouden met de toegankelijkheid voor personen met een functiebeperking.

4.14.

Flora en fauna

Wettelijk kader Er moet ten allen tijde rekening gehouden worden met de flora en fauna om de natuur te beschermen. In artikel 5.1 van de Omgevingswet wordt geregeld dat er een omgevingsvergunning nodig is voor Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten. Een Natura 2000-activiteit is een activiteit die significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Een flora- en fauna-activiteit wordt omschreven als een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Daarnaast bevat ook de provincie regels voor het beschermen van flora en fauna. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming.

36

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantensoorten beschermd. Het gaat om soorten van nationaal belang en soorten van Europees belang die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijnen vallen. Voor de soortenbescherming gelden rijksregels. De provincies zijn echter verantwoordelijk voor de soortenbescherming. Door de brede formulering van een ‘flora- en faunaactiviteit’ is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving vrijwel altijd nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn, om te onderzoeken of de activiteit mogelijk gevolgen heeft voor beschermde soorten.

Gebiedsbescherming Er zijn verschillende gebieden met belangrijke waarde voor flora en fauna: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en andere bijzondere gebieden en landschappen. De Natura 2000gebieden worden op Europees niveau beschermd en de instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd in de Omgevingswet. Het NNN is een samenhangend landelijk ecologisch netwerk dat door de provincies is aangewezen. Bijna alle Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. Een Natura 2000-activiteit kan zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied plaatsvinden, want een activiteit buiten een Natura 2000-gebied kan ook van invloed zijn op het gebied. Voor de bescherming van NNN gelden voornamelijk provinciale regels.

Stikstofdepositie Veel Natura 2000-gebieden bevatten stikstofgevoelige habitattypen. Toename van de stikstofdepositie op het gebied betekent een verslechtering van de habitattypen. Om die reden moet vooraf onderzocht worden of de betreffende activiteit niet leidt tot onevenredige toename van stikstofdepositie op beschermde stikstofgevoelige gebieden. Met de AERIUS calculator kan berekend worden of er bij het uitvoeren van een activiteit sprake is van een toename van de stikstofdepositie. Hierbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.

Zorgplicht Ten tijde van de uitvoering van werkzaamheden geldt ten allen tijde de zorgplicht (artikel 11.6 en 11.27 Bal). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna en Natura 2000-gebieden zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Concreet betekent dit dat iemand die een activiteit wil verrichten op een plek, eerst moet controleren of er aanwijzingen zijn dat op die plek of in de buurt bepaalde soorten of habitats voorkomen. Als er aanwijzingen zijn dat de beschermde soorten of habitats aanwezig zijn, dan is het verplicht om na te gaan of nadelige gevolgen voor die dieren of planten uit te sluiten zijn. Als nadelige gevolgen niet uit te sluiten zijn, moet degene die de activiteit verricht alle passende preventieve maatregelen treffen om nadelige gevolgen voor dier- en plantensoorten te voorkomen.

Beoordeling Voorliggend initiatief betreft de functiewijziging van ‘bedrijf’ naar ‘wonen’. Het gaat om de legalisering van een bestaande situatie die al circa 20 jaar bestaat. Het voormalige bedrijfspand is omgebouwd

ruimte voor ontwikkeling

37

naar 7 appartementen. In de gewenste situatie verandert er niets aan de bebouwing. Voor de gewenste wijziging worden alleen zeven parkeerplaatsen voor de bewoners ingetekend. Voorgenomen initiatief zal dan ook geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het NNN en Natura 2000-gebieden. Tevens zal de ontwikkeling geen negatief effect hebben op beschermde soorten. Nader ecologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Om te beoordelen wat de effecten op Natura 2000-gebieden zijn, is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Kennemerland-Zuid’ en ligt op circa 4,2 kilometer afstand van het plangebied. Uit de berekening blijkt dat de gewenste ontwikkeling niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het rapport, inclusief bijlagen, is opgenomen in bijlage 5 t/m 5.1.

Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.15.

Milieuhinderlijke activiteiten

Wettelijk kader De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet worden het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is straks hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Het beleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Overal, maar voornamelijk ter plekke van bedrijven, kunnen milieuhinderlijke activiteiten plaatsvinden die hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk om voldoende afstand te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de activiteiten. Meestal is geluid de belangrijkste factor, maar ook geur kan de afstand tot gevoelige functies bepalen. Gemeenten kunnen binnen de bandbreedte die het rijk geeft zelf bepalen wat aanvaardbare afstanden of aanvaardbare geluid- of geurhinderniveaus zijn. Voor het bepalen welke activiteiten aanvaardbaar zijn, kan de VNG uitgave ‘Handreiking activiteiten en milieuzonering’ uit 2024 worden geraadpleegd. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden.

Niet meer met een vaste richtafstand per bedrijfstype, maar aan de hand van een concrete waarde per activiteit wordt het ruimtebeslag bepaald. Doordat het onderliggende bestemmingsplan in dit geval nog geen gebruik maakt van deze handleiding, wordt op advies van de omgevingsdienst de handreiking Bedrijven en milieuzonering uit 2009 als uitgangspunt gebruikt.

Beoordeling Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid.

38

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

De omgeving van het plangebied kan, gelet op de ligging aan de Engelselaan 53 met de afwisseling van functies ‘wonen’, ‘bedrijf’ en ‘agrarisch’ worden gekarakteriseerd als gemengd gebied. Met voorliggend initiatief wordt een gevoelige functie mogelijk gemaakt. De activiteiten in de directe omgeving zijn ‘agrarisch – bollenteelt’. Omdat het omgevingsplan waar deze omgevingsvergunning op is gebaseerd nog niet is aangepast op de nieuwe handreiking uit 2024 is de Handreiking Bedrijven en milieuzonering uit 2009 gebruikt. Uit het bedrijfsinformatiesysteem van de Omgevingsdienst blijkt dat in de directe omgeving van de locatie de volgende bedrijven actief zijn.

Voor bovengenoemde bedrijven wordt voldaan aan de minimale richtafstanden.

Bedrijven Engelselaan 46 en 50 Ten zuidoosten van de locatie, aan de overzijde van de Engelselaan liggen gronden met bedrijfsgebouwen. Deze gronden hebben de bestemming agrarisch bollenteelt-bollenzone 2. Dergelijke bedrijven vallen onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Het bouwvlak van het bedrijf op nummer 50 ligt op 10 meter afstand van de beoogde woningen, waardoor voldaan wordt aan de richtafstanden. Het bedrijf aan de Engelselaan 46 heeft een bouwvlak dat direct grenst aan de weg. De kortste afstand van de gevel van de woningen tot het bouwvlak op nummer 46 bedraagt circa 8,5 meter. Er wordt niet voldaan aan de minimale richtafstanden. De bebouwing van het bedrijf ligt echter op bijna 30 meter afstand van de planlocatie. De gronden aan de voorzijde van de bebouwing worden gebruikt als parkeerruimte. Geur of geluid afkomstig van het bollenbedrijf vindt dan ook verder naar achteren toe plaats, buiten de 10 meter. Daarnaast wordt er ook in de feitelijke situatie geen hinder van ondervonden. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen.

Drift van gewasbeschermingsmiddelen Aan de noordwestzijde hebben de woningen een buitenruimte. Aan de noordwestzijde van de planlocatie liggen bollenteeltgronden binnen 50 meter afstand. Ook aan de noordoostzijde ten opzichte van het plangebied liggen bollenvelden. Een deel van de woningen ligt ook binnen 50 meter afstand van deze gronden. Het aspect drift van gewasbescherming moet daarom worden beschouwd. Voor gewasbeschermingsmiddelen rondom open teelt is niet uit te sluiten dat bespuiting op nabijgelegen percelen gezondheidsrisico’s veroorzaakt bij omwonenden. De GGD adviseert indien mogelijk zoveel mogelijk afstand te houden tussen landbouwgrond en kwetsbare bestemmingen zoals wonen. Verder wordt geadviseerd de toekomstige bewoners te informeren over de mogelijke risico’s en het gesprek aan te gaan met de teler, zodat bijvoorbeeld bekend is wanneer gespoten gaat worden. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat hagen in de meeste gevallen en onder bepaalde voorwaarden effectief lijkten te zijn om drift te verminderen. Zoals op onderstaande luchtfoto te zien is, is de planlocatie afgeschermd van de bollenvelden. Aan de westzijde bevindt zich de bestaande

ruimte voor ontwikkeling

39

lintbebouwing, aan de noordwestzijde is er bebouwing en veel begroeiing en ook aan de noordoostzijde wordt het plangebied afgeschermd van de bollenvelden. De planlocatie bevindt zich weliswaar binnen 50 meter afstand van de bollenvelden maar ligt beschut en veel gunstiger dan de andere woningen.

Een woonfunctie is geen overlast gevende functie. Het toevoegen van deze functie leidt niet tot overlast op de omgeving.

Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.16.

Duurzaamheid

Duurzame leefomgeving Een duurzame leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van de natuur en mens. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding en/of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in klimaatbestendigheid en energietransitie.

Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden heter, langer en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan

40

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling.

Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende wijzen: •

de woningen zullen voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving ten aanzien van de energieprestatie;

•

de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd.

Beoordeling Voorliggend initiatief gaat over een functiewijziging van ‘bedrijf’ naar ‘wonen’. Met voorliggend initiatief worden geen wijzigingen aangebracht aan het gebouw.

Conclusie Voorliggend initiatief draagt niet bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Teylingen.

4.17.

Parkeren en verkeer

Parkeren auto Op basis van de Nota Parkeernormen 2024 van de gemeente Teylingen kan inzicht worden verkregen in de nieuwe parkeersituatie. Voor een sociaal huurappartement kleiner dan 50 m² gbo geldt een parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per woning. Voor een sociaal huurappartement van 50 tot 75 m² gbo geldt een parkeernorm van 0,9 parkeerplaatsen per woning. Voor een sociaal huurappartement groter dan 75 m² gbo geldt een parkeernorm van 1,0 parkeerplaatsen per woning. De zeven appartementen de volgende gbo: -

Appartement 1: 49,5 m² Appartement 2: 47,9 m² Appartement 3: 38,7 m² Appartement 4: 31,8 m² Appartement 5: 64,7 m² Appartement 6: 40,3 m² Appartement 7: 47,8 m²

ruimte voor ontwikkeling

41

Voor de locatie geldt dan een parkeernorm van 6 x 0,7 + 0,9 = 5,1 parkeerplaatsen. Voor bezoekers geldt een parkeernorm van 0,2 parkeerplaatsen per woning. Dat betekent 7 x 0,2 = 1,4 parkeerplaatsen. Daarmee komt de parkeerbehoefte op 6,5 parkeerplaatsen. Hierbij is rekening gehouden met sociale huurappartementen in het buitengebied. Op eigen terrein worden 8 parkeerplaatsen gerealiseerd, zie ook bijlage 6. Hierbij is ook rekening gehouden met de woning aan de Engelselaan 51. In de gewenste situatie wordt deze woning omgezet naar een reguliere woning.

Appartement 1 Appartement 2 Appartement 3 Appartement 4 Appartement 5 Appartement 6 Appartement 7

Parkeernorm

Bezoekers

Totaal parkeerplaatsen

0,7 0,7 0,7 0,7 0,9 0,7 0,7

0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2

0,9 0,9 0,9 0,9 1,1 0,9 0,9 Totaal: 6,5

Nieuwe situatie parkeren (zie ook bijlage 6)

42

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Parkeren fiets De gemeente Teylingen wil het gebruik van de fiets stimuleren en de kwaliteit van de openbare ruimte verbeteren. Nieuwbouwplannen moeten rekening houden met het stallen of parkeren van de fiets (waar fiets staat, worden ook brom- en snorfietsen bedoeld). Voorliggend initiatief betreft geen nieuwbouwplan, waardoor hier niet aan hoeft te worden voldaan.

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten door de Engelselaan, een 30km/u weg. In de huidige situatie is de verkeersgeneratie voor de 7 appartementen in de voormalige bollenschuur te bepalen aan de hand van kencijfers van de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024, basis voor parkeernormering’. Hierin is gekeken naar een Huur, appartement, sociale huur < 75 m2 bvo met een verkeersgeneratie van 2,9-3,7 mvt/etmaal per woning. Dit komt voor 7 appartementen neer op een verkeersaantrekkende werking van 20,3 – 25,9 mvt/etmaal. Hierbij is rekening gehouden met 7 sociale huurappartementen in het buitengebied. In de gewenste situatie verandert de verkeersgeneratie niet ten opzichte van de huidige situatie. Voor zowel de omzetting van de bedrijfswoning naar een reguliere woning als voor de legalisatie van de 7 appartementen in de voormalige bollenschuur zijn er geen wijzigingen in de verkeersgeneratie te verwachten.

Conclusie Daar de parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden, vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De verkeersbewegingen veranderen niet ten opzichte van de huidige situatie. Er zijn geen verkeersproblemen bekend en gezien de ligging en de verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied wordt aangenomen dat legalisatie van de bestaande situatie niet tot problemen leidt met de verkeersafwikkeling in het plangebied.

4.18.

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: •

gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;

•

aardgasleidingen afhankelijk van druk;

•

defensiebrandstoffen;

•

warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

Uit het geldende omgevingsplan is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

ruimte voor ontwikkeling

43

Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

4.19.

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader De wet- en regelgeving omtrent de m.e.r. is geen puur nationale aangelegenheid. De verplichting om in bepaalde gevallen een soort m.e.r. op te stellen volgt uit het Europese recht, te weten de m.e.r.-richtlijn en de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (hierna: SMB-richtlijn). De m.e.r.-regelgeving wordt onder de Omgevingswet geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Aangezien de regelgeving moet blijven voldoen aan de Europese richtlijnen verandert er relatief weinig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit in 1 lijst zijn zowel de mer-plichtige als de merbeoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten.

Beoordeling Voorliggende ontwikkeling kan gezien worden als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (J.11 uit bijlage V Ob), waardoor beoordeeld moet worden of er sprake zal zijn van aanzienlijke milieueffecten. Bij deze beoordeling is rekening gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect).

Kenmerken van het project In de gewenste situatie wordt de huidige bedrijfsfunctie van het plangebied gewijzigd naar ‘wonen’. Er vinden verder geen bouw of sloopwerkzaamheden plaats, ook niet binnen het gebouw. De transformatie heeft circa 20 jaar geleden plaatsgevonden, maar is nooit geformaliseerd. Het gaat in totaal om 7 appartementen van circa 50 m² gbo en een voormalige bedrijfswoning van circa 232 m² gbo.

Locatie van het project Het plangebied is gelegen aan de Engelselaan in Voorhout. Het is gelegen in het buitengebied van Voorhout en ligt in het bollengebied. Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van Natura 2000gebied of NNN gebied.

Kenmerken van het potentiële effect Met het initiatief treden geen overtredingen op in het kader van de flora en faunawetgeving. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer en omliggende woningen, leidt niet tot luchtvervuiling, geluidsoverlast en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. In deze onderbouwing worden de diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet gelegen

44

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

in kwetsbaar of waardevol gebied en het heeft geen nadelige milieugevolgen voor de omgeving. Voor deze BOPA is het dan ook niet noodzakelijk een milieueffectrapportage op te stellen.

Conclusie Op grond van het voorgaande wordt het uitvoeren van een milieueffectrapportage niet noodzakelijk geacht.

ruimte voor ontwikkeling

45

5.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Omgevingswet. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft nadeelcompensatie zal de gemeente met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1. Participatie De gemeenteraad van Teylingen heeft bij besluit van 23 september 2021 activiteiten aangewezen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA kan worden ingediend (artikel 16.55, zevende lid van de Ow). De ontwikkeling heeft betrekking op een van deze activiteiten, namelijk: d) Het toevoegen van woningen

in het buitengebied en/of het omzetten van voormalige (monumentale) bollenschuren naar woningen. Uit de leidraad Participatie & Omgevingsvergunning van de gemeente Teylingen (januari 2024) blijkt dat het effect van het initiatief op de omgeving bepalend is. In voorliggend initiatief bestaat de huidige situatie waarin gewoond wordt aan de Engelselaan 51 en 53 te Voorhout al circa 20 jaar. In de gewenste situatie blijft dit het geval en er wordt niets bijgebouwd, gesloopt of veranderd aan de huidige bebouwing. Initiatiefnemer heeft op 22 mei 2025 bewoners van de Engelselaan geïnformeerd over voorliggend initiatief. Deze brief is toegevoegd als bijlage 7 en is destijds bezorgd op de oneven nummers 21 t/m 49 en op de even nummers 34 t/m 48. Op deze brief zijn geen op- en/of aanmerkingen binnengekomen.

5.2.2. Procedure Op onderhavig besluit is de reguliere procedure als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning wordt op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Tegen dit besluit staat bezwaar en (hoger) beroep open.

46

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Eindconclusie In deze onderbouwing is gemotiveerd dat de legalisering van de zeven appartementen aan de Engelselaan 53 en het legaliseren van het gebruik van de Engelselaan 51 door de bedrijfswoning om te zetten naar burgerwoning in lijn is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast blijkt uit deze onderbouwing dat voldaan wordt aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. Om dit te beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving aspecten (voor zover relevant) nader onderzocht en afgewogen. De huidige situatie bestaat circa 20 jaar. Ten behoeven van de aanleg van de parkeerplaatsen wordt een klein deel van de aanbouw gesloopt. Er wordt verder niets gewijzigd aan de bestaande bebouwing. Met een anterieure overeenkomst wordt vastgelegd dat de huurprijs van de zeven appartementen maximaal de huurprijs bedraagt overeenkomstig de categorie sociale huur, wat bijdraagt aan de doelstellingen van het woonbeleid. Het toevoegen van de woningen is passend voor deze locatie en leidt niet tot overlast of belemmeringen op de omgeving. Voorts past het initiatief binnen het beleid van de gemeente Teylingen en voorziet het initiatief in een zevental appartementen waarmee het een bijdrage levert aan het realiseren van de woningopgave. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.

ruimte voor ontwikkeling

47

48

Onderbouwing BOPA - 53 in Voorhout, Engelselaan 5151-53

Wed. P. VERDEGAAL & Zonen

Situatie schaal 1:1000

³ ³ ³ ³

³ ³ ³

³

³

α

Alle maten in het werk controleren Aan deze tekening kan geen rechten worden ontleend

Engelselaan 51-53

Bouw- en vastgoedadvies

Wed. P. VERDEGAAL & Zonen

Situatie schaal 1:1000

³ ³ ³ ³

³ ³ ³

³

³

α

Alle maten in het werk controleren Aan deze tekening kan geen rechten worden ontleend

Engelselaan 51-53

Bouw- en vastgoedadvies

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure

Op basis van onderstaande locatie

10-07-2025 19:39

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt, zonder fysieke aanpassing ten opzichte van de bestaande situatie?

ja

Wordt als onderdeel van het plan riolering aangelegd/ vernieuwd?

nee

Is er sprake van een toename van lozing [huishoudelijk nee of bedrijfsmatig afvalwater] in het landelijk gebied groter dan 5 huishoudens of in het stedelijk gebied groter dan 15 huishoudens?

10-07-2025 19:39

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. Geen belang procedure Wateradvies Geen Waterschapsbelang

Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets van het hoogheemraadschap van Rijnland. Uit de gegevens die u heeft ingevoerd volgt dat het plan uitsluitend een functieverandering van bestaande bebouwing betreft. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan het hoogheemraadschap van Rijnland.

Wat moet ik doen? Aanvullend overleg met het waterschap is niet nodig. Mochten zich in de toekomst wijzigingen in het plan voordoen waardoor geen sprake is van uitsluitend een functieverandering van de bestemming, dan kunt u de Digitale Watertoets nogmaals doen.

Waar moet ik op letten? Eventueel vereiste (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.

10-07-2025 19:39

3

https://hetwateradvies.nl

Rapport 2500130.3400.r01 Engelselaan 51-53 in Voorhout Akoestisch onderzoek omgevingsplan Geluid door wegen

www.SPAWNP.nl

Rapport 2500130.3400.r01

Behandeld door : Adviseur en Goedgekeurd :

IN

4 augustus 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen Veenendaal Mevrouw D. Schouten de Jel BSc

DENKKRACHT

Datum : Opdrachtgever :

BOUW - MILIEU - RUIMTE

Engelselaan 51-53 in Voorhout Akoestisch onderzoek omgevingsplan Geluid door wegen

De heer ing. L.F.A. Theuws

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Ceresstraat 13| 4811 CA BREDA | 076 303 00 17

| ISO 9001:2015 | kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01 | info@SPAWNP.nl | www.SPAWNP.nl

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

2500130.3400.r01

PAGINA

1

INLEIDING

4

2

TOETSINGSKADER 2.1 Omgevingswet en Besluit kwaliteit leefomgeving 2.2 Omgevingsplan en gemeentelijk geluidbeleid

4 4 7

3

GEGEVENS MET BETREKKING TOT HET AKOESTISCH ONDERZOEK 3.1 Gegevens geluidbronnen 3.2 Stedenbouwkundige gegevens

10 10 10

4

GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE

10

5

RESULTATEN EN BESPREKING 5.1 Resultaten per geluidbronsoort 5.2 Aanvaardbaarheid, gecumuleerd en gezamenlijk geluid

11 11 11

6

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

12

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

2500130.3400.r01

FIGUREN 1

Situatie 1.1 Plangebied en de ruime omgeving 1.2 Indeling plangebied en de directe omgeving

2

Akoestisch rekenmodel 2.1 Rekenmodel: wegverkeer 2.2 Rekenpunten

3

Geluid vanwege gemeentewegen tevens gecumuleerd en gezamenlijk geluid

BIJLAGEN 1

Overzicht verkeersgegevens

2

Invoergegevens akoestisch rekenmodel

3

Geluid vanwege gemeentewegen tevens gecumuleerd en gezamenlijk geluid

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

1

2500130.3400.r01

INLEIDING In de gebouwen aan de Engelselaan 51-53 in Voorhout zijn zeven woningen gerealiseerd. De locatie heeft op dit moment de bestemming ‘bedrijf’ en moet worden gewijzigd naar ‘wonen’. Om de woningen te legaliseren, is een zogenaamde functiewijziging nodig. Nabij het plangebied liggen enkele wegen. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Omgevingswet en het omgevingsplan. Doel van dit onderzoek is het bepalen van het geluid binnen het plangebied voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante wegverkeer. In afbeelding 1 en in figuur 1.1 is de ligging van het plangebied en de omgeving weergegeven. In figuur 1.2 is de indeling van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. Afbeelding 1: het plangebied en de omgeving

2

TOETSINGSKADER

2.1

Omgevingswet en Besluit kwaliteit leefomgeving Geluidgevoelige gebouwen en ruimten Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving is een geluidgevoelig gebouw een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: · woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; · onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; · gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; · bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Het voorgaande geldt niet voor een gedeelte van een gebouw als het omgevingsplan in dat gedeelte van het gebouw geen geluidgevoelige ruimten toelaat, tenzij het gebouw een woonschip of woonwagen is. Onder een geluidgevoelig gebouw wordt op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving ook verstaan een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

2500130.3400.r01

Een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een: · woonfunctie of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die woonfunctie; · onderwijsfunctie; · gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die gezondheidszorgfunctie; · bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied. In afwijking van het voorgaande worden ruimten in woonschepen en woonwagens niet als geluidgevoelig beschouwd. Aandachtsgebieden geluidbronsoorten Het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna Bkl) kent aandachtsgebieden voor verschillende geluidbronsoorten. Deze aandachtsgebieden zijn gebaseerd op geluidproductieplafonds, basisgeluidemissie en standaardwaarden. Deze zijn c.q. worden vastgesteld in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Als een nieuw geluidgevoelig gebouw binnen een aandachtsgebied wordt gerealiseerd, is akoestisch onderzoek en toetsing nodig. Het Bkl kent instructieregels voor de volgende geluidbronsoorten en situaties. Tabel 1: Instructieregels per geluidbronsoort: standaardwaarden en grenswaarden Geluidbronsoort

Provinciale weg(en) Rijksweg(en) Gemeenteweg(en) Waterschapsweg(en) Lokale spoorweg(en) * Hoofdspoorweg(en) Industrieterrein(en)

Standaardwaarden in dB-Lden

50

Grenswaarden in dB-Lden Nieuw geluidgevoelig geVervangende nieuwbouw bouw of Functiewijziging (transformatie) 60 65

53

70

75

55

65

70

50 55 60 40 Lnigh 45 Lnight 50 Lnight * Lokale spoorweg kan onderdeel van een weg of een aparte geluidbronsoort zijn. Dit is aan de bronbeheerder.

Als een omgevingsplan een geluidgevoelig gebouw toelaat door een functiewijziging van een bestaand bouwwerk dat niet geluidgevoelig is, is een 5 dB ruimere grenswaarde toelaatbaar dan voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen. Geluid boven de grenswaarde zoals deze geldt voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen is, behalve in de situatie van vervangende nieuwbouw en functiewijziging, nog mogelijk als het nieuwe geluidgevoelige gebouw: 1. in een aandachtsgebied van een industrieterrein met zeehavengebonden activiteiten is gelegen; 2. voorzien wordt van “niet-geluidgevoelige gevel(s) met bouwkundige maatregelen”1; 3. gewenst is en er sprake is van zwaarwegende economische en/of ander maatschappelijke belangen. Geluid hoger dan de standaardwaarde en de grenswaarde, zoals deze geldt voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen, zijn alleen toelaatbaar als geluidbeperkende maatregelen financieel niet doelmatig zijn en/of dat er overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard zijn.

1

Een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang, of dat geborgd wordt dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde. Dit moet in het omgevingsplan vastgelegd worden. Bij de bepaling van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, moet het gezamenlijke geluid op deze niet-geluidgevoelige gevel met 3 dB verhoogd worden.

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

2500130.3400.r01

Gewenste planontwikkeling en aandachtsgebieden De woningen liggen binnen de aandachtsgebieden van de volgende geluidbronsoorten: Tabel 2: Relevante geluidbronsoorten Geluidbronsoort

Omschrijving

Rijksweg(en) Provinciale weg(en)

Niet van toepassing Niet van toepassing

Gemeente weg(en) Waterschapsweg(en) Hoofdspoorweg(en)

Engelselaan, Prinsenweg, van den Berch van Heemsteedeweg, Teylinendreef Niet van toepassing Niet van toepassing

Lokale spoorweg(en) * Niet van toepassing Industrieterrein(en) Niet van toepassing * Lokale spoorweg kan onderdeel van een weg of een aparte geluidbronsoort zijn. Dit is aan de bronbeheerder.

De overige geluidbronnen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze geluidbronnen niet relevant zijn met betrekking tot het geluid. Aanvaardbaarheid, geluidluwe gevel, gecumuleerd en gezamenlijk geluid Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door een geluidbronsoort op geluidgevoelige gebouwen binnen een aandachtsgebied aanvaardbaar is. Het geluid per geluidbronsoort is aanvaardbaar als deze niet hoger is dan de standaardwaarde (zie tabel 1). Wanneer niet voldaan kan worden aan de standaardwaarde, maar wel aan de grenswaarde kan het geluid vanwege de geluidbronsoorten ook aanvaardbaar zijn als dit verder wordt aangetoond. Onderdeel hiervan is het onderzoeken en afwegen van geluidreducerende maatregelen. Als het geluid hoger is dan de standaardwaarde moet ook: · een geluidluwe gevel ter bescherming van de gezondheid overwogen worden. In het Bkl is de geluidluwe gevel als volgt gedefinieerd: een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid.

Het bevoegd gezag kan hier verder invulling aan geven (zie paragraaf 2.2); · de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid beoordeeld en het gezamenlijke geluid bepaald worden; · het gezamenlijke geluid op de gevels(s) vastgelegd worden in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsactiviteit, door het bevoegd gezag. Bij zowel de bepaling van het gecumuleerde als het gezamenlijke geluid, moet naast de relevante geluidbronsoorten (zie tabel 1) ook rekening gehouden worden met het geluid door: · luchtvaart, als het geluid hoger is dan 48 Lden of 20 Kosteneenheden (Ke); · een windturbine of windpark als het geluid hoger is dan 43 Lden; · een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein wanneer het geluid hoger is dan 50 dB BS. Het verschil tussen gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid is, dat bij gecumuleerd geluid nog rekening gehouden wordt met een hinderweging voor het type geluid. Het gecumuleerde en gezamenlijke geluid wordt bepaald overeenkomstig § 3.1.5 van de Omgevingsregeling. Gewenste planontwikkeling Voor de gewenste planontwikkeling geldt dat er alleen sprake is van de geluidbronsoort gemeentewegen. Dit betekent dat het gecumuleerde en gezamenlijke geluid gelijk zijn aan het geluid vanwege deze geluidbronsoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=57213172-83d0-4d6f-b817-35657164e735