CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Ondertiteling raadscommissie 7 mei 2024

Raadscommissie 7 mei 2024, gemeente Texel21.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ik snap dat u die nog niet gezien heeft, maar daar stond het wel met die woorden in. Wethouder, er staan nog een paar vragen open. Wilt of kunt u deze beantwoorden? Voorzitter, ik ga mijn best doen, maar het wordt wel technisch. Ik weet niet meer precies wie aan zet is voor het aanvragen van de monumentale status en hoeveel kosten dat met zich meebrengt. Wij kunnen dat niet zomaar doen, dat kost zowel tijd als inspanning van de eigenaren en de gemeente. Maar het is zeker een optie die we kunnen meenemen. Ik kom daar nog schriftelijk op terug voor de raadsvergadering. Er zitten misschien meer haken en ogen aan dan ik u nu kan zeggen. Excuus. Dank. Mevrouw Van der Werf is al aan het woord geweest op dit onderwerp. Bij deze is het één spreker per onderwerp. Iemand nog inhoudelijk? Mevrouw Koot en mevrouw Van der Werf. Dank u, voorzitter. Ik wil vragen aan mevrouw Dros dat als zij met het amendement aan de gang gaat, met ons in gesprek zou willen gaan. -Inhoudelijk nog iemand? Mevrouw Koot. -Voorzitter, wat ik jammer vind aan het voorstel van het college, is dat ze enerzijds constateren dat de schapenboeten belangrijk zijn en tevreden zijn dat er 42 boeten bewaard gaan worden. Maar met hetzelfde gemak schuiven ze elf eigenaren die een potentieel monumentale schapenboet hebben ter zijde en laten ze een stukje cultureel erfgoed met hetzelfde gemak liggen.

Ik vind het echt een trieste keuze van het college voor het landschap en het cultureel erfgoed van Texel. Ik heb het idee dat ze de mensen die aan de slag willen met hun boet om hem te behouden, niet voldoende serieus genomen en ondersteund worden in de mogelijkheden om met dit algemene belang

- want zo zien deze eigenaren het - aan de gang te gaan. Het is wel zo dat we jarenlang hierover hebben nagedacht en het is fijn dat we er 42 kunnen bewaren. Als je bedenkt hoeveel schapenboeten er stonden en hoe essentieel die zijn voor het toerisme en de beeldvorming van Texel - er is geen enkele foto zonder een schapenboet - wil ik toch dringend een oproep doen. Een schapenboet in een museum stelt niets voor. Tweeënveertig is hartstikke mooi, maar er kunnen er elf monumentaal waardig gemaakt worden. Laten we alsjeblieft ons best doen om die er ook bij te nemen. -Dank, mevrouw Koot. Kan ik daarmee dit agendapunt afsluiten? Meneer Polderman. Ga uw gang. Sorry, voorzitter. Op de valreep. Ik wil nog even terugkomen op wat ik net heb verteld over de bestemming van de schapenboeten. Blijkbaar is het voor de helft niet haalbaar om deze op te knappen. Wij zijn absoluut voor het behoud van de schapenboeten, maar wellicht moeten we nadenken over een manier waardoor we die schapenboeten zonder subsidie - kunnen behouden en opknappen. Is er dus wat anders mogelijk? Een monumentale status verandert in principe niks aan de buitenkant van het gebouw, maar wellicht kunnen we wat in de binnenkant van het gebouw doen. Mevrouw Koot in reactie daarop en daarna wil de wethouder er nog op reageren.

-Ik wil meneer Polderman erop wijzen dat deze discussie vijf of tien jaar geleden uitgebreid in de gemeenteraad aan de orde is geweest en dat er toen een heel duidelijke richting gekozen is voor hoe de schapenboet in het landschap als verstild object moet staan. Op het moment dat het een bedrijfsuitstraling krijgt, gaat het effect van de schapenboet helemaal verloren. Ik denk dat we deze discussie niet opnieuw moeten doen. Een reactie van meneer Poldermans. -Dank u wel. Er zit nu een nieuwe gemeenteraad, dus ik denk dat we daar zeker over kunnen praten. Bij een monumentale status blijft de buitenkant precies hetzelfde, maar dit is voor velen niet haalbaar. Laten we er dus over nadenken hoe we dit wel haalbaar kunnen maken, naast die subsidie waar we nu mee bezig zijn. Als allerlaatste op dit onderwerp een reactie van de portefeuillehouder. Dank u wel, voorzitter. Er zit inderdaad een nieuwe gemeenteraad en die gemeenteraad heeft daar een half jaar geleden over gesproken. Bij het voorstel in september is uitgebreid aan de orde gekomen of herbestemming of iets anders mogelijk is, zonder inbreuk te doen aan het uiterlijk van de schapenboet. Op dat moment had u als gemeenteraad kunnen zeggen: wij willen een herbestemming.

Volgens mij hebben we er aardig over gediscussieerd en bent u met z'n allen tot de conclusie gekomen dat herbestemming onherroepelijk gaat leiden tot aantasting van het uiterlijk van de schapenboet. Meneer Polderman een reactie. -U heeft gelijk. Ik zeg ook dat de buitenkant hetzelfde moet blijven, maar het gaat over de binnenkant. Ik kom er later op terug. Dank. Daarmee sluit ik dit agendapunt en komen we bij agendapunt zeven: vaststellen Nota gemeentelijk gezondheidsbeleid 2024-2026. Ook daar hebben we een inspreker, mevrouw Huisman namens Stichting Texels Welzijn. -Dank u wel.

Geachte commissieleden, aanwezigen en luisteraars, ik spreek in namens de Stichting Texels Welzijn over de Nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. Even heel kort voor de luisteraars: het is een wettelijke taak van alle gemeenten om de mentale en fysieke gezondheid van inwoners te bevorderen. Om gemeenten daarbij richting te geven, zijn er vanuit het Rijk verschillende programma's ontwikkeld die door de gemeenten moeten worden vertaald naar een aantal acties. Ik noem even de acties waar de gemeente Texel zich de afgelopen jaren op heeft gericht: terugdringen van middelengebruik onder jongeren, het bevorderen van een gezonde leefstijl bij iedereen (jong en oud), het stimuleren van ontmoeting, het hulp geven aan gezinnen (bijvoorbeeld bij echtscheidingen en schulden), ouderen wegwijs maken op de digitale snelweg en jongeren afremmen op het digitale gebruik. Stuk voor stuk acties die geënt zijn op de Texelse situatie. In de stukken van vanavond evalueert het college deze acties en de conclusie is dat de beoogde resultaten over het algemeen niet zijn behaald. Ze baseren zich hierop de cijfers. Geachte commissieleden, voor zover u dat zelf al niet had gedaan, wil ik toch vraagtekens zetten bij de bruikbaarheid van de beschikbare gegevens. Er wordt het percentage Texelaars gemeten dat zich ernstig eenzaam, emotioneel en sociaal eenzaam voelt.

Wat zeggen die cijfers ons? Hoe vul je zo'n vragenlijst in? Ik denk dat het algemeen welbevinden van mensen sowieso lastig te meten is. deze metingen lenen zich in mijn ogen niet voor de beoordeling van de acties die de gemeente heeft ingezet. Afgaande op wat ik bij welzijn in de praktijk zie, vind ik dat de acties die het college voorstelt goed zijn. Ik zie dat we veel mensen daarmee helpen. Ik vind dat het college zichzelf tekort doet met de conclusie dat er te weinig bereikt is. Wethouder Van de Belt weet goed wat er speelt en is betrokken. Er is een prima samenwerking met het sociaal team en de afdeling Beleid. Hier geen communicatieproblemen, niet alleen op het gebied van gezondheidsbeleid maar ook niet bij de totstandkoming van de uitvoeringsprogramma's die in het volgende punt aan de orde komen. Het hele zorg- en welzijnsveld is betrokken, inclusief de dorpscommissies. Er is goed contact en we worden gehoord. Mijn conclusie is dat het lastig is om met een papieren stuk over te brengen wat de effecten zijn van het gemeentelijk gezondheidsbeleid en de vragen die u heeft mogelijk te beantwoorden.

Deze vragen zouden kunnen zijn: doen we de juiste dingen, ook preventief? Hoeveel mensen ervaren problemen? Wat voor soort problemen? Hoeveel mensen krijgen hulp? Weten ze waar ze terecht kunnen? Moeten we dingen anders doen? Daarom dacht ik: misschien is het tijd voor een week over de dorpswerken van Texels Welzijn, samen met Sportstichting en andere zorg- en welzijnsorganisaties. Misschien kunnen wij iets organiseren waarbij wij ontwikkelingen schetsen, vragen beantwoorden en meer gevoel geven bij de doelen die wij gezamenlijk nastreven met de gemeente. En wat we daarin kunnen beteken voor Texelaars, van jong tot oud. Dat zouden we bijvoorbeeld in het najaar kunnen organiseren. En met dit aanbod wil ik mijn inspraak afsluiten. Dank voor de uitnodiging, mevrouw Huisman. Ik zie één vraag bij mevrouw Van de Wetering. -Dank voor de uitnodiging. Ik wacht in spanning af. U triggerde mij met de opmerking: moeten we dingen anders doen? Mijn vraag aan u:

moeten wij dingen anders doen? -Mevrouw Huisman. Er zijn altijd verbeterpunten, maar ik denk ook dat we moeten kijken naar wat er ligt en wat we doen. Ik vind dat wij heel veel doen. Je zou eens moeten kijken naar: doen we niet te veel in versnipperde omstandigheden? Je hebt allerlei initiatieven en partijen die van alles ondernemen. We doen veel goed. Ik denk dat we daar het gesprek wat diepgaander over moeten voeren, dan hier aan de hand van een papieren stuk. Dat is ook de reden waarom ik u uitnodig om met alle organisaties op Texels die zich daarmee bezighouden, het gesprek over te voeren zodat u daar zelf een beeld over kunt vormen. Meneer Hoogerheide. -Dank u, voorzitter. Mevrouw Huisman, een prima betoog. Riep het stuk bij u niet de vraag op over de hoeveelheid informatie waarachter geen komma en punt stond, maar wel een vraagteken? -Zoveel informatie is lastig. Er zijn veel wettelijke zaken en regelingen. In het stuk wordt gesproken over: het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA), het Integraal Zorgakkoord (IZA), Wonen Ondersteuning Zorg en Ouderen (WOZO), het sportakkoord, de SPUK-regelingen. Dat zijn allemaal akkoorden vanuit het Rijk waar de gemeenten mee aan de slag moeten. Het college heeft de taak om de commissie en de raad te informeren over de taken die uit die akkoorden voortvloeien. Het is altijd een hele grote brij geweest.

Daarom dat ik zeg dat het lastig is om dit op papier over te brengen en het is beter is om daarover met elkaar in gesprek te gaan. -Een vervolgvraag, meneer Hoogerheide. Dus na de vraagtekens komen er veel uitroeptekens. Dat was geen vraag meer. Mevrouw Dros. -Dank u, voorzitter. Mooi betoog, mevrouw Huisman. Ik zou u willen uitnodigen om nog even te blijven zitten bij de bespreking van dit stuk, want er komt misschien nog meer interessants. U nodigt ons uit en neemt een belangrijke rol in als Stichting Welzijn Texel zijnde. Ziet u hierin ook een rol voor Kerngezond Texel, de netwerkorganisatie van meerdere partners die allemaal op dit gebied bezig zijn? Het gaat hierom uitvoering en daarover kunnen de uitvoeringsorganisaties informeren. De netwerkorganisatie Kerngezond heeft een andere functie in mijn ogen. Ik vind dit niet zozeer een rol die bij hen ligt en ook niet dat je dit moet mengen. Ik vind wel dat Kerngezond Texel heel goede dingen doet. -Dan constateer ik dat de vragen zijn beantwoord. Dank voor uw inspraak, mevrouw Huisman. Dan kunnen we beginnen met de inhoudelijke behandeling van het stuk. Wie wil de spits afbijten? Mevrouw Dros en dan mevrouw Van der Werf. Mevrouw Dros. Dank u, voorzitter. Ik neem van de gelegenheid gebruik om ook het volgende punt mee te pakken, omdat het erg aan elkaar gelieerd is.

Om te beginnen zijn we blij dat het college dit en het volgende agendapunt aangaande de uitvoeringsprogramma's sociaal domein in dezelfde raadsvergadering ter bespreking voorlegt. Ze zijn nogal met elkaar verweven. Over dit en het volgende agendapunt hadden wij veel vragen, zoals u allen hebt gezien. Vanmiddag heb ik deels antwoord hierop gekregen, omdat er mensen nog op vakantie zijn, maar dat volgt nog. Deze vragen waren voor het grootste deel ter verheldering, maar ook omdat ons sterk het gevoel bekroop of de gestelde doelen en vooral of de instrumenten om die doelen te bereiken wel de juiste zijn.

Ik hoorde net mevrouw Huisman iets dergelijks zeggen en ik denk dat velen hier aanwezig ook dat gevoel erbij hebben. Laat ik een voorbeeld uit de huisartsenpraktijk geven: al tientallen jaren proberen we in de eerste lijn rookgedrag te beïnvloeden, maar maar pas toen de overheid met maatregelen kwam die het roken in openbare ruimtes verbood, verminderde het aantal rokers en kregen huisartsen en praktijkondersteuners in huisartsenpraktijken meer voet aan de grond bij individuele gedragsverandering ten aanzien van roken. Hiermee wil ik aangeven dat het aanbieden van preventieve maatregelen aan een groep van individuen niet effectief zal zijn wanneer je als maatschappij niet meer doet dan dat. Met andere woorden: overgewicht los je niet op door beweegprogramma's op individueel niveau aan te bieden. Een vet- en suikertax is waarschijnlijk effectiever en daarnaast geldt: des te geïntegreerder des te effectiever. Als voorbeeld: overgewicht aanpakken werkt alleen als je én voeding én beweging én psychische componenten én het systeem/gezin aanpakt, iets wat de ziektekostenverzekeraars inmiddels begrepen hebben door zogenaamde GLI's (geïntegreerde leefstijlinterventies) te vergoeden. Natuurlijk leveren preventieve programma's wel een bijdrage aan de gezondheid van inwoners in brede zin, ook al blijkt dat niet zo uit de gepresenteerde cijfers hier en daar.

Omdat van overheidswege gekozen is voor deze aanpak, wij als gemeente ons aan wettelijke regelingen te houden hebben - wat ook al eerder genoemd is vanavond en hiermee de nodige SPUK- en andere gelden gemoeid zijn, zullen wij voor de nota en voor de uitvoeringsprogramma's stemmen. Echter, wij vinden dit onvoldoende om de gezondheid in brede zin van onze inwoners te bevorderen en vandaar het volgende voorstel, maar eerst een toelichting daarnaartoe: de inwoners met een lage sociaaleconomische status trekken altijd aan het kortste eind. Uit onderzoek blijkt dat zij vijf tot acht jaar korter leven. Ze zijn langer ziek in hun laatste levensjaren. Ze hebben vaker schuldenproblematiek, leven vaker in minder duurzame huizen en maken vaker gebruik van jeugdzorg. En zo kan ik nog wel even doorgaan. In deze groep valt de meeste 'winst' ten aanzien van gezondheid in brede zin te bereiken. Wat te denken van een pilot met een integrale aanpak van bijvoorbeeld tien huishoudens? Schuldenproblematiek zou de ingang kunnen zijn om deze huishoudens te benaderen. Schulden brengen immers veel stress, ongezonde keuzes en dus nadelige gevolgen voor gezondheid en welzijn met zich mee. En vaak voor langere tijd. In die zin is het experiment Immerloo Schuldenvrij in Arnhem interessant, waarbij de schulden van 40 tot 60 huishoudens met behulp van een opkoopfonds in één keer worden opgekocht.

De PvdA pro Texel stelde hier al vragen over en vandaag kwamen ons nog wat interessante vragen van hen naar voren. Met een integrale aanpak bedoelen we dat er per huishouden gekeken wordt naar de problemen die in een hele waaier van onderwerpen een rol kunnen spelen. Ik noem er een paar: financiën, woonsituatie, werk/dagbesteding, opvoeding, verslaving, sociale contacten/eenzaamheid, lichamelijke gezondheid, et cetera. Per huishouden zou je dan een plan van aanpak kunnen opstellen met inzet op de belangrijkste gebieden en natuurlijk in overleg met de betrokkenen. Met huishoudens bedoel ik dan gezinnen, maar ook stellen of alleenstaanden en medewerking op vrijwillige basis. Het is nog een ruwe schets

voor een pilot/initiatiefvoorstel, maar graag zou ik met de portefeuillehouder en de aanwezige commissieen raadsleden van gedachten hierover willen wisselen. Het zou in de vorm van een motie kunnen, mevrouw Dros. Meneer Hercules, ik zag uw opmerking. Ik was in de veronderstelling dat we waren afgestapt van de vragenronde en over waren gegaan naar de inhoudelijke ronde. Dat is blijkbaar alleen zo bij de raadsvergadering. Maar ik wil voor nu het experiment even vasthouden. Dank voor uw inbreng, mevrouw Dros. Mevrouw Van der Werf. -Dank, voorzitter. In het stuk wordt voornamelijk gesproken over het terugdringen van het middelengebruik bij jongeren. Maar is er onderzoek gedaan naar het middelengebruik bij oudere jongeren? Is daar zicht op of aandacht voor? -Dank, mevrouw Van der Werf. Mevrouw Visser. -Ik denk dat ik daar mooi bij aansluit, in die zin dat het ook over middelengebruik gaat. De raad maakt zich al langer zorgen om de lichamelijke en psychische gezondheid van onze jeugd en jongeren, en het middelengebruik onder deze jongeren. Daarbij weten we dat veel problemen van de jeugd voortkomen uit gezinsproblematiek. Dat uit de evaluatie blijkt dat juist op deze twee acties niet voldoende resultaat bereikt is, valt dan erg tegen.

Ergens in de stukken is te lezen dat de nieuwe nota fungeert als een cruciale leidraad voor de concrete acties die binnen de wettelijke verplichting vallen voor het gezondheidsbeleid, waardoor Texel gericht kan werken aan de gezondheid en welzijn van haar inwoners. Toch weet ik na het lezen van deze nota niet hoe we ervoor kunnen zorgen dat we ten aanzien van de gestelde ambities nu wel resultaat boeken. Er is bij mij dus angst dat bij een evaluatie na afloop weer zal blijken dat het goed bedacht is, maar niet gewerkt heeft. Kan de portefeuillehouder aangeven waar het verschil in zit? Wat maakt dat het uitvoeren van de plannen de vorige keer niet voldoende resultaat brachten, maar dat het dit keer bij het uitvoeren van de plannen wel goed komt? -Dank, mevrouw Visser. Meneer Schuiringa. -Voorzitter, de woorden van mevrouw Huisman maken mij optimistisch. Als ik mevrouw Dros aanhoor, dan gaat de lokale uitvoering goed, maar is de regionale samenwerking een ongecontroleerde bende. Daar lopen we al jaren tegenaan. Mevrouw Dros had het over de schuldsanering en dat lijkt me wel wat. Maar moet je dat regionaal of lokaal doen? Ik zie u, mevrouw Dros, en begrijp dat we dit lokaal moeten doen. Dat is net mijn punt, want regionaal is het zo verwarrend. Ik zie in het stuk dat u de activiteiten nauwer gaat samenstellen en duidelijker maken, zodat daar meer toezicht op komt.

Dus het wordt wel verscherpt. Maar er worden allerlei plannen gemaakt, maar de financiering gebeurt via de SPUK-regeling voor 2024-2025. Dat is niet structureel. Wat doen we daarmee als we dit toch structureel willen maken de komende jaren? Je kan plannetjes maken, maar als er over twee jaar geen centjes meer zijn, houdt het op. Dat geldt voor

zowel het gezondheidsbeleid als het sociaal domein. Ik denk dat we met z'n allen moeten kijken naar hoe we met met z'n allen de zaak kunnen verbeteren. Dank u. Dank, meneer Schuiringa. Mevrouw Visser. -Ik had een vraag aan u, meneer de voorzitter. Zowel door GroenLinks als door de VVD is geconstateerd dat dit en het volgende agendapunt heel erg met elkaar verweven zijn. Behandelen we nu alleen dit agendapunt of nemen we het volgende agendapunt mee? Eigenlijk zijn we alleen met agendapunt zeven bezig, maar mevrouw Dros nam de ruimte om het volgende punt daarin te betrekken. Volgens mij moet dat kunnen, maar ik zal bij het volgende agendapunt vragen of iemand daar nog iets op in te brengen heeft, mocht dat nog niet gebeurd zijn. Mevrouw Van de Wetering. Dank u, voorzitter. Het vaststellen van de Nota gemeentelijk gezondheidsbeleid is een wettelijke verplichting. Daarin worden landelijke doelstellingen opgenomen. We hebben vier gezondheidsgebieden en ben getriggerd door de woorden van de ex-wethouder, die zich nu volledig op Texels Welzijn stort. Excuses, maar het is zo. U heeft deze portefeuille heel lang in eigen beheer gehad en was portefeuillehouder toen deze nota voor de eerste keer werd vastgesteld, dus ook de doelstellingen die daarin werden meegenomen.

Moeten we dingen anders doen? Moeten we minder doelen stellen? Doen we onszelf tekort met de analyse uit deze evaluatie? Dat zijn dingen die naar voren komen en die ik tussen de regels door zelf in het rapport ook lees. Ik ben heel benieuwd naar een reactie van de wethouder hierop, want deze evolutie geeft aan dat we nergens onze doelen behaald hebben en ik kan me dat bijna niet voorstellen. Als er geen vragen meer zijn vanuit de commissie, kan de portefeuillehouder zo meteen de samenstelling van het vorige college nog even toelichten en de portefeuille-indeling, want die klopte niet helemaal. Meneer Van de Belt. Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Huisman was lange tijd wethouder Sociaal Domein, maar net op het punt dat de vorige nota werd vastgesteld, was GroenLinks de betrokken wethouder. Het is veel. Het is een nota gezondheidsbeleid en dan ook nog de uitvoeringsprogramma's. Vorige maand had u ook nog de regiovisie. Waar u zeker al tweeëneenhalf jaar mee bezig bent, is proberen eenvoud te krijgen in alles wat er speelt op het sociaal domein. Gelukkig wordt het ook regionaal zo gezien en gelukkig ziet het Rijk het ook zo. Dus wat wij nu hebben is veel meer in lijn dan wat er vroeger aan versnippering aan nota's op de diverse beleidsterreinen was. Regionaal was niet in lijn met wat we lokaal aan het doen waren.

Het Rijk had zijn eigen doelstellingen, waarvan de gemeente maar een beetje moest maken van wat ze dachten dat een goed idee was. Kortom, er was een brij aan doelstellingen en aan wel of niet-meetbare gegevens die leiden tot ingewikkelde discussies over: meten we nu wel het goede? Doen we het goede? En die laatste vraag werd te weinig gesteld, want we focusten ons allemaal op het meten. Kinderen gingen dan uiteindelijk toch minder roken of niet minder roken, maar niemand kon zeggen of dat nu lag aan het lokale beleid of omdat de GGD een extra folder had verspreid of omdat toevallig de tabak twee keer zo duur was geworden. Gelukkig zien we daar nu veel meer een lijn in. Het Rijk heeft een bepaalde lijn uitgezet die zich baseert op een aantal zaken. Dat gaat over: laten we de mensen die gezond zijn in Nederland zo gezond mogelijk houden. En laten we via preventie voorkomen

dat ze gezond of ongezond worden. Daar hebben ze een aantal doelstellingen voor opgesteld en die vertalen ze in een aantal akkoorden, zoals het GALA en het Integraal Zorgakkoord. En zo zijn er nog een aantal, maar ze hebben allemaal hetzelfde doel, namelijk: meer horizontale en verticale samenwerking door de domeinen heen. En met de domeinen bedoel ik hier van curatieve zorg tot de voetbalvereniging. Dus veel meer contact met elkaar en werkend aan dezelfde doelen. Dat lukt in onze regio best goed. Als we kijken naar welke document u aan het vaststellen bent, zit er een lijn in de regiovisie die vooral gaat over inkoop en de samenwerking van partners die regionaal opereren. Daar staat hetzelfde in als wat nu hier in de uitvoeringsprogramma staat. Alleen de uitvoeringsprogramma's die voorliggen, gaan over het lokale werkveld. Regionaal gaat over het iets minder lokale werkveld en leidt uiteindelijk ook misschien wel tot andere inkoopstrategieën en aanbestedingen. We zochten naar overeenkomsten. Die hebben we gevonden. Daarom lijken al die documenten inmiddels op elkaar gelukkig. Het Rijk financiert dat. Het Rijk heeft aan die financiering ook verbonden dat we steviger aan het meten gaan, vooral op de financiering zelf. En het Rijk zegt daarbij ook: focus nu niet - zoals we dat vroeger deden op hele gekke doeltjes die je toch niet kunt aantonen of je die wel of niet gehaald hebt.

Focus nu vooral op de samenwerking, zowel horizontaal als verticaal. Blijf gedurende het hele proces continu met elkaar in gesprek en ga een lerende aanpak doen: hoe kunnen we dingen samen verbeteren? Stel je vooral de vraag: doen we het goede met z'n allen? Alle documenten die u hier aan het vaststellen bent, zeggen dat we het goede doen met z'n allen. Dat betekent dat je veel met elkaar in contact moet zijn. Het Rijk spreekt ook van coalities. Drie jaar geleden moesten we nog een beetje lachen omdat we het over coalities hadden. Inmiddels spreken ze in Den Haag ook over coalities. Die hebben wij op het eiland al. We zijn veel verder dan menig gemeente op dat gebied. We zijn zoveel verder dat we ook denken: we doen te veel. Dus ik ben blij met de opmerking van mevrouw Huisman dat die ook terechtgesteld wordt door de diverse commissieleden: doen we niet te veel? Ja, we hebben veel te veel warrig gedaan. We proberen nu juist die nota gezondheidsbeleid, de regionale nota en de uitvoeringsprogramma's veel meer in lijn te krijgen en te beoordelen: kunnen we dit überhaupt qua mankracht aan? Slaat dit ergens op? Is het te doen? We hebben er niet voor gekozen en dat was ook niet de opdracht om gelijk al met hele concrete uitvoeringsprogramma's te komen waarin alle vaststaande doelen staan op het gebied van gezondheid bijvoorbeeld.

Wat we hebben gezegd is: we weten welke opgaven er zijn. We hebben met het lokale veld gezegd: wat zijn de belangrijkste opgaven binnen die opgave? Wat moeten we als eerste oppakken? Die opgaven staan hier in. Hoe we dat gaan doen, gaan we per opgave weer opnieuw met elkaar bespreken wie daarvoor echt aan de lat gaat staan. De gemeente is de coördinerende rol, maar wie er deelopgaven gaan oppakken en wie er uitvoering gaan geven aan bepaalde onderdelen, gaan we met zijn allen oppakken. Eén keer per jaar zult u daar ongetwijfeld van op de hoogte gehouden worden, al was het alleen maar omdat het Rijk zegt: wij willen één keer per jaar een update van hoe u het geld besteed. Kom ik gelijk

op de vraag van de VVD. Ja, het is allemaal tijdelijk geld. Dat klopt deels, want de andere helft vragen wij hier aan u. De rest van het geld is inderdaad specifieke uitkering van het Rijk. Wij gaan ervanuit dat erover drie jaar weer geld komt, maar we weten dat niet zeker. Het rijk heeft dit niet even voor drie jaar bedacht. Dit zijn langjarige trajecten waar we met z'n allen, denk ik, in aan het gaan zijn. Maar het klopt dat die nu voor drie jaar zijn gefinancierd, want we gaan even uit van wat de Rijk ons vraagt en daarop baseren we onze doelen en uitgaven. D66 vroeg: doen we onszelf tekort? Dat denk ik dus wel, maar dat komt omdat we puur even moesten reageren qua evaluatie: hebben we het nu gehaald? Daar zijn we kritisch in geweest. Als we niet kritisch waren geweest, dan had u gezegd: u maakt er een mooi verhaal van. We zijn dus stevig naar onszelf geweest. Maar we moeten ook zeggen dat er twee gekke coronajaren tussen waren. Qua meten was het al niet best als het over leefbaarheid gaat. Dus ja, we hebben onszelf tekortgedaan. Tegelijkertijd moeten we ook concluderen dat niet alles behaald is, omdat het ook niet altijd te meten was. Moeten we minder doen? Ja. De VVD zegt regionaal is het ik gebruik andere woorden - verwarrend. Ik ben blij dat we in regioverband inmiddels dezelfde lijn aan het inzetten zijn die we hier lokaal inzetten.

De opgaves die u in de visie heeft vastgesteld, worden met de partners verder opgepakt. We komen nog voor het eind van het jaar plannen van aanpak. Ook daar wordt die vraag gesteld: wat is nu het belangrijkste wat we als eerste moeten oppakken binnen die opgave? Want we kunnen niet alles tegelijkertijd. De PvdA vraagt: hoe gaan we ervoor zorgen dat het nu wel is? Ik hoop dat ik dat in het voorgaande verhaal iets meer heb kunnen toelichten. Er is veel meer eenheid, zowel vanuit het Rijk en alles wat daartussen in zit. We zijn veel meer bezig met dezelfde doelen en eigenlijk komt het maar uit twee dingen voort: het geld en de mensen raken op die het moeten doen. Dus de externe factoren om echt iets te gaan veranderen, zijn steviger aanwezig dan een jaar of zes geleden. Texels Belang vroeg nog of het middelengebruik onder oudere jongeren in beeld is. Ja, de GGD doet voor ons regelmatig een jongvolwassene monitor. Ik heb dit niet paraat, maar die is te vinden op de website van de GGD, net als alle monitoren daarvoor. Dus er is zicht op wat jongvolwassenen gebruiken. Hebben wij daar specifiek aandacht voor? Ik vind persoonlijk misschien nog wel te weinig. We focussen heel vaak op de jonge jeugd, terwijl we allemaal zien dat het niet opeens ophoudt of begint.

Alleen we hebben vanuit de Jeugdwet een grotere verantwoordelijkheid richting jonge jeugd en dus ook meer handvatten om dingen te kunnen doen. Want als je achttien bent, ben je achttien en een volwassene. Dan wordt het al wat anders. Maar we zouden daar en zeker ook in het kader van rolmodel richting de jongere jeugd wat mij betreft meer aandacht aan mogen besteden. Maar dat geef ik even mee aan onze maatschappelijke partners, die zich daarmee bezig zouden kunnen gaan houden. Mevrouw Van de Wetering. -Ik hoor de wethouder over regionaal praten en dat we steeds meer op één lijn komen te zitten. Dat triggerde bij mij even de vraag: hoe zijn de regio's onderling? Is daar een samenwerking, ook financieel? Zijn er eenduidige lijnen in aan te brengen? Ik hoor bijvoorbeeld dat een freelancer jeugdzorg

in onze regio vanaf 75.000 een zware accountant moet instellen om alle dossiers na te kijken. In andere regio's is dat pas vanaf 135.000. Dat bedoel ik, en ik ga niet op dit specifieke voorbeeld in. Maar zijn er regionale lijnen om te kijken waar er winsten te behalen zijn of sommige dingen makkelijker werken? Hebben we daar profijt van? -Voorzitter, de vraag is misschien wel zesvoudig. Het leek één vraag, maar het waren er misschien wel zes. Het was misschien wel een poging tot een discussie en dat is heel begrijpelijk, want het is nogal verwarrend. We hebben de kleine regio Kop, met daarin de vier gemeenten: Schagen, Hollands Kroon, Texel en Den Helder. Daarin werken we intensief samen en heeft ook die regiovisie mee samengesteld. Daarin doen we ook de inkoop van veel zorg. Dan hebben we nog de regio Noord-Holland Noord en die bestaat uit drie regio's. Ja, we kunnen zeker van elkaar leren. De volumekwesties zijn wel anders. Alkmaar heeft een heel ander volume dan de Kop van Noord-Holland. Lang niet alles is hetzelfde en daar zijn ook de afstanden anders. Er zijn dus wel dingen anders. Wat erin de Noord-Holland Noord regio gebeurt en daarover is nog weinig gezegd in deze stukken is dat wij het Integraal Zorgakkoord op het niveau van Noord-Holland Noord moeten organiseren. Super ingewikkeld allemaal. Ik dacht dat het allemaal heel makkelijk ging.

Die moet dan één gemeente aanwijzen als centrumgemeente en dat werd Hoorn. Hoorn trok dat naar zich toe, maar bleek dat ingewikkeld te vinden om dat weer te gaan organiseren. Daar ligt een bultje met geld. Het Integraal Zorgakkoord is er vooral voor de zorgorganisaties. Die staan daar aan de lat - de huisartsen, de apothekers, de Omringen en horen daarmee aan de slag te gaan. Diezelfde beweging die wij van onderaf proberen te doen, moeten zij van bovenaf doen. Zodra ik meer informatie heb over welke opgaves daar liggen en welke concrete projecten dan eventueel naar onze regio of Texel toekomen - dat mogen alleen maar projecten/interventies zijn die een bewezen staat van dienst hebben, anders mogen ze niet meedoen van het Rijk, om terug te komen op lerende regio's - kom ik naar u toe. Op dit moment is het nog een te grijs gebied om daar duidelijkheid over te kunnen geven. -Mevrouw Visser. Dank u wel. Wethouder, dank voor de laatste toevoeging inzake de IZA, want wij hadden het idee dat erin de stukken die vanavond voorliggen, daar onvoldoende op was ingegaan. Ik begrijp dat dat nog verder regionaal ligt. Dan gaan we er wel vanuit dat de stukken die nu hier liggen met name die uitvoeringsprogramma's - voldoen aan wat een gemeente moet hebben binnen dat landelijk akkoord. U noemde net in de beantwoording corona.

Ik begrijp dat corona echt wel een belemmerende factor is geweest bij de uitvoering van de vorige uitvoeringsprogramma's, maar ik wil dan wel vragen: hoe kunnen we voorkomen dat zo'n belemmering er weer komt, op het moment dat er over drie of vijf jaar, weer een epidemie van het één of het ander uitbreekt? We zijn nu toch wel gewaarschuwd over de effecten van zo'n epidemie. Kan u iets zeggen over of we nu bestand zijn tegen dat soort onverwachte effecten? Verder nog een hele misschien technische, maar simpele vraag over de uitvoeringsprogramma's: dient het budget waarover er gesproken alleen voor de coördinerende werkzaamheden van de gemeente en de evaluatie na afloop? Of zit daarin ook al de uitvoering door die samenwerkingspartners, waar de gemeente

soms betalingen aan moet verrichten? Tot zover. Dank u wel. Mevrouw Dros voordat ik de wethouder het woord geef. Ik zou ik graag een reactie willen van de portefeuillehouder op mijn initiatief. -Die kan hij gelijk geven. Dank, voorzitter. Die had ik voor het laatst bewaard, maar ik ga eerst even naar de PvdA. Het IZA is volledig in lijn met het GALA en alle andere akkoorden. Wij zijn in het IZA meer partner dan echt aan zet, maar het is volledig in lijn met wat we horen te doen vanuit het Rijk. Hebben we iets geleerd van corona? Ik denk dat we met z'n allen heel veel geleerd hebben van corona, maar ook dat de ene epidemie de andere niet is. Dus de volgende epidemie zal ongetwijfeld andere kenmerken hebben dan corona. Corona had nu vooral als gevolg dat we elkaar niet konden ontmoeten. Zijn mensen eenzaam? Ja, natuurlijk. Iedereen was een beetje eenzaam. Wat ben je dan aan het meten? Zijn we met z'n allen meer gaan drinken en roken? Blijkbaar was dat een goed idee tijdens corona. Hebben we er dingen van geleerd? Ongetwijfeld, ik ook persoonlijk. Ik denk dat we die geleerde lessen zeker omdat die nu nog zo vers in het geheugen zitten mee kunnen nemen. Meer kan ik er echt niet over zeggen. Dan een concrete vraag over budget: dat is deels zo. De budgetten die hier liggen, zijn vooral bedoeld voor het uitvoeren. Wij hebben hier geen rekening gehouden met eigen fte's.

Dat hebben we gedekt. Dit is voor de uitvoering en zal voor een groot deel terechtkomen bij onze maatschappelijke en subsidiepartners. Daarnaast hebben we onze gebruikelijke subsidiestromen en de BCS. En die zijn hierin meegenomen. We weten al wat onze partners van u moeten doen via de subsidie en andere vormen, en die zitten hier op aangehaakt. Er zitten al lijntjes in: dat gaan jullie toch al doen, en dan je er net zo goed dat extra stukje bij doen. Dat is allemaal meegenomen in de gesprekken die hieraan vooraf hebben plaatsgevonden. En dan... Mevrouw Dros. -Precies. GroenLinks doet een interessant voorstel, want ik kan me heel goed voorstellen dat we nu allemaal het gevoel hebben - zeker na mijn woordenbrij van: het kletst allemaal lekker door. We kabbelen met z'n allen verder. Maar zetten we hiermee echt zoden aan de dijk? Ik weet niet of de pilot die GroenLinks voorstelt de juiste manier is, maar ik vind het wel interessant. Arnhem is een hartstikke interessant voorbeeld: in een wijk raken 50 gezinnen hun schulden kwijt raken. Daar wordt een heel systeem omheen gezet om te kijken wat dat doet. Dat was van oorsprong wel een vogelaarwijk, dus daar zat veel Rijksfinanciering op. Dat is een project wat al jaren loopt, en nu komt pas het nieuws dat het daadwerkelijk gaat gebeuren. De volumes zijn daar ook heel anders.

Ze kunnen daar uit honderden gezinnen kiezen, om er 50 dan als pilot mee te nemen. Op Texel is dat toch anders. Dus als wij een een vorm van pilot gaan doen, moeten we dat niet op de Arnhemse manier gaan doen, lijkt mij. Ik vind het wel interessant, omdat je naar het systeem zou moeten kijken. Dat doen we al als veiligheid in het gedrang is. Dus als er echt echt een situatie in een gezin zit, dan hebben we al het Veiligheidshuis en MDA++ aanpakken waarbij we een convenant hebben gesloten, dat we makkelijker gegevens kunnen uitwisselen en iedereen rondom de tafel komt te zitten die in dat gezin iets doet.

Maar dan is er al iets ergs aan de hand. U bedoelt: daar willen we voor zijn. Ik sprak een ambtenaar vandaag en die zei: ik ben ook al eens met die gedachte bezig geweest. Ik had het over ketenaanpak: die ketens moeten ook een keer bij mekaar komen. En die dacht: zullen we niet op Texel misschien een soort positieve gezondheidstafels proberen te creëren rondom gezinnen die ergens vastlopen? Het was nog maar een soort bleue gedachte. Ik denk dat er meer gedachtes leven in die zin. Ik weet nog een pilot juist is, want pilots zijn nogal kortdurend, en aan het einde gooien we het in de prullenbak of is het geld op. Misschien is het interessant om te zoeken naar een wat structurelere manier. Ik wil daar wel eens van gedachten over wisselen, maar dan niet één op één een kamertje. Ik zoek even naar een manier hoe we dat in een wat breder openbaar kader zouden kunnen doen. Misschien moeten we het daar dan nog even gezamenlijk over hebben. Ik zal het in ieder geval intern opnemen. Dank, wethouder. Meneer Schuiringa. -Dank u, voorzitter. Ik wil u er nog op wijzen, meneer Van de Belt, dat de familie Van der Vorm - havenbaron Rotterdam al jarenlang zo'n project heeft en dat heet De Loods. Dat werkt op dezelfde manier als wat ze in Rotterdam doen met de schuldsanering: alle schulden van één gezin worden verzameld en alles wordt geregeld.

Het particulier fonds van de familie Van der Vorm werkt als een tierelieren. Dat kwam de afgelopen weken uitgebreid in het nieuws. Dank. Ik kijk rond in de commissie. Mevrouw Visser. Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een praktische vraag bij die uitwerkingsprogramma's van het sociaal domein en misschien zijn die vragen niet voor nu, maar voor in een later stadium. Maar ik krijg het niet goed helder. Er wordt gesproken over positieve gezondheid en dan wordt er gebruik gemaakt het spinnenweb van Hubert. In dit spinnenweb staan zes punten die samen iets zeggen over die positieve gezondheid. Drie daarvan - lichaamsfuncties, mentaal welbevinden en dagelijks functioneren - worden naar mijn optiek veelal uitgevoerd door medici, zoals: huisartsen, medische specialisten, psychologen en fysiotherapeuten. Bij de andere drie - sociaalmaatschappelijk functioneren, zingeving en kwaliteit van leven - denk ik veel aan: sportclubs, hobby's kerken, buurthuizen, vrienden, een leuke school of een leuke baan. Nu wil men samenwerking op dat hele positieve gezondheidsvlak en de gemeente heeft daarbij een regiefunctie.

Hoe moet ik dat voor mij zien, als medici ervoor opgeleid zijn, signalen snel herkennen en weten hoe te handelen, maar zich aan allerlei privacywetgeving moeten houden? Een buurvrouw, een tennisleraar, een dominee of een jongerenwerker heeft soms misschien wel het gevoel dat er iets mis is, maar kan er misschien minder snel de vinger op leggen wat er aan de hand is of wat daaraan te doen is. Meld iedereen zich lukraak bij het sociaal domein? Of komen er bijvoorbeeld speciale aanspreekpunten voor huisartsen of sportclubs? Kunnen die samenwerkende partners rechtstreeks bij elkaar terecht? Lopen zij dan niet tegen die privacywetgeving aan? Hoe werkt dat? Die is heel erg technisch. -Voorzitter, dit is inderdaad een vrij technische vraag, maar ook de vraag: hoe zit de samenleving in mekaar? Het begint bij het kennen van je buren, bij hen binnenlopen en zeggen: is er wat?

Maar als u niet bij uw buren durft binnen te lopen of denkt dat er wat aan de hand is maar er misschien niet over durft te beginnen, zou u naar Texels Welzijn kunnen gaan: ik bespeur iets bij een niet nader te noemen buurman. Hoe kan ik daar het best mee omgaan? Texels Welzijn is er om dat soort vragen te kunnen beantwoorden. Als u als buurvrouw denkt: daar is een onveilige situatie bij een bepaald gezin/huis aan de hand, dan hebben we daar ook landelijke lijnen voor en n die betaalt u zelf ook. Veilig Thuis bijvoorbeeld. En die schrikken niet van een vraag die helemaal niet zo belangrijk blijkt te zijn en ook niet als het echt ernstig is. Daar kunt u ook naartoe als individuele bewoner. Maar uw vraag is: hoe gaan wij op Texel gegevens uitwisselen? Mag de trainer van de voetbalclub zeggen tegen iemand anders: over die en die op dat adres maak ik veel zorgen? Ja, ik denk dat dat mag, als het niet leidt tot ernstige integriteitsschendingen. Dat is iets wat je zelf als mens een beetje met je mee moet nemen. Ik vind de vraag een beetje complex, in die zin van: hoe ga je met elkaar om? Als je alle wetten knetterhard zou regelen, mag ik niet eens in het openbaar zeggen waar u woont, terwijl iedereen an opzoeken waar u woont. Die uitwisseling van gegevens vind ik een beetje een theoretische vraag, want ik begrijp niet heel goed wat de vraag achter de vraag is.

Maar als dat is: we willen wel samenwerken, maar mogen het niet van de wet, dan is er - zeker als het gaat over niet heel ingewikkelde zaken - nog wel wat van te zeggen. Als het gaat over hele ingewikkelde zaken, zou ik een professional proberen te bereiken. Als het gaat over uitwisseling van gegevens, kom ik op het idee wat GroenLinks een beetje oppert en moet je met convenanten gaan werken waarin je zegt: ja, wij mogen binnen deze kaders gegevens met elkaar uitwisselen. Maar dan zit je al in een probleemsituatie. Ik weet niet helemaal precies wat de achtergrond is van uw vraag, maar ik hoop daarmee wel een beetje richting te hebben gegeven. Het is allemaal niet zo zwart-wit. -Anders misschien binnenkort een telefoontje met een behandelend ambtenaar. Dan kijk ik rond in de commissie en stel ik de vraag of we hiermee agendapunten zeven en acht behandeld hebben? Dus ook uitvoeringsprogramma's. Dank. Agendapunt negen: de rapportage 'Grondexploitaties en grote projecten', die volgens afspraak vooruitlopend op de vaststelling van de programmarekening voorgelegd wordt aan de commissie. Daar vraagt de portefeuillehouder of die voorafgaand een toelichting mag geven en daar zie ik geen bezwaar tegen. Meneer Hooijschuur. De PvdA had twee vragen gesteld over deze grondexploitatie.

Door tijdsdruk hebben we die nog niet kunnen beantwoorden, maar we zeggen dit wel toe voor de raadsvergadering. Meneer Hercules. -Dan zal ik even zeggen wat de vragen waren. Er ligt hier een prachtige bijlage voor ons waar we niet van hoeven te schrikken. We zien dat er een aantal nieuwe grote projecten op gang zijn en er een aantal grote projecten aankomen. Er zijn wat risico's, maar geen risico's waarbij ik interpreteer dat we ons achter de oren moeten krabben of zelfs de brandweer moeten bellen of zo. We zien in de rapportage van de grondexploitaties dat er niet erg veel aan de hand is, maar dat er een dikke 200.000 euro - en dat heb ik zelf moeten optellen - ten gunste van het rekenresultaat komt. Dat heeft iedereen in deze commissie ook kunnen lezen,

maar mijn vragen zijn: kunt u de volgende keer in een raadsvoorstel dit soort interpretaties meenemen, want die staan niet in dit raadsvoorstel? In het raadsvoorstel staat één zinnetje: samenvatting. Het raadsvoorstel is er niet alleen voor het college of de raad, maar ook voor onze inwoners. Zij - maar de raad - verdienen dat er een soort interpretatie/duiding komt van de cijfers. Daar ging het mij over. Verder hoop ik dat u het met mij eens bent dat er geen grote bijzonderheden te melden zijn, maar dat is op zich al nieuws. Meneer Schuiringa. -Dank u, voorzitter. Die twee ton voor veranderingen boeit mij niet zo. Het gaat er mij meer om dat we 4,5 miljoen gemeenschapsgeld moeten toeleggen op de grondexploitaties. Dat zijn harde cijfers. Ik heb met onze griffier al doorgesproken dat er een scheiding komt in de grondexploitatie tussen Mars Noord en Mars Zuid. Dat zijn twee verschillende materies met andere financiële stromen. Ik vind het fantastisch wat er allemaal gebeurd is - op pagina achttien met de verbetering/verbreding van de paden van het Staatsbosbeheer. Dat dekt voor meer dan 50 procent van de totale financiering. Dat ontbreekt er voor mij. Subsidies aanvragen is schijnbaar erg moeilijk. Bij de reconstructie van de Postweg zie ik geen subsidie. Bij ATEX wordt er nu gebouwd, dus die subsidie moet toch binnen zijn.

Werd dat aangevraagd? De parkeerterreinen bij de strandslagen staat nu eindelijk goed vermeld, want het gaat om een verhoging vanwege de zeewaterspiegel en niet om het verhoging van de parkeerterreinen. Dat is een heel ander verhaal. U heeft dit allemaal ook kunnen lezen. Ik hoop dat de herinrichting van de ijsbaan mooi wordt. Verder geen opmerkingen. Dank u. Dank, meneer Schuiringa. Zat er een vraag in? -Waarom werden er geen subsidies aangevraagd? -Een toelichting op de subsidies. Meneer Schuiringa gaf iets aan wat de griffier gezegd zou hebben. Daar wil ze even op reageren. Mevrouw De Porto. Er werd een technische vraag gesteld door de heer Schuiringa: is het mogelijk om de Marsweg Noord af te splisten omdat het een andersoortige exploitatie is? Die Het antwoord is nog in ontwikkeling, maar dit is niet toegezegd. Er komt antwoord op de vraag of het handig/nodig/zinvol is om die grondexploitaties in toekomstige rapportages te splitsen. Dus dat om even scherp te hebben wat er gezegd is. Dat antwoord komt via mevrouw Lubach voor de gemeenteraad naar u toe. Dank. Wil het college reageren op de subsidieaanvragen? Er zijn verschillende wethouders. Ik heb de fietspaden in mijn portefeuille. Daar zijn alle subsidies aangevraagd. Ik heb begrepen dat ervoor de Postweg geen subsidies aangevraagd kunnen worden, maar ik kan het even navragen.

Voor de fietspaden is het allemaal gelukt en ook vandaag kwam er een positief bericht dat de subsidie voor het fietspad aan de Schettersweid werd toegekend. Mooi nieuws. Dank, wethouder Van de Belt. -Met betrekking tot het Thijssehuis: de subsidie betrof de inrichting ervan en niet het budget dat uzelf beschikbaar heeft gesteld. Dat was voor de gebruikers en zijn ze mee bezig. Maar ik ben het met u eens dat als er subsidies zijn en deze ook zijn toegekend,

in dit overzicht horen te staan. -Dank. Meneer Schuiringa, een vervolgvraag. -Er moet ook een lijstje komen voor de grote projecten. De verbetering van de basisschoolen in de buitendorpen die horen daar ook op. En de vijftien miljoen voor de aankoop van de flexwoningen. -Die zijn besloten nadat dit stuk werd opgesteld. Dat staat er de volgende keer op, meneer Schuiringa. Dank. Is daarmee dit punt behandeld? Kan deze als hamerstuk naar de raad toe? Ik zie instemmend geknik. Agendapunt tien: ontwerpbegroting 2025 en jaarrekening 2023 van het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden. Wie wenst daarover het woord te voeren? Die kan dan ook als hamerstuk naar de raad. Dat is mooi. Dan komen we bij de moties. De eerste motie is van GroenZwart met als titel: meer inzetten op behoud van sfeer en landschappelijke kwaliteiten. Mevrouw Koot. Voorzitter, het refereert een beetje aan wat we in het begin van deze vergadering geconstateerd hebben: soms gebeuren er dingen in het buitengebied waar aanwonenden geen weet van hebben en zich er wat overvallen door voelen. De aanleiding was een verharde parkeerplaats aan de Rozendijk, aan de rand van het bos.

De mensen die daar wonen en/of vaak langs fietsen en genieten van de omgeving vroegen zich af: kan dit zomaar? Moeten we niet meer inzetten op het behoud van de mooie plekken, de sfeer en de landschappelijke kwaliteiten die we hebben? Een beetje zoals wat erover de Mienterglop aan het begin van de vergadering werd gezegd. Dat bracht mij ertoe om met de raad mits een motie - af te spreken dat we meer ons best gaan doen om de mooie plekken/landschappen die we op Texel hebben, beter te bewaren en er zuiniger mee om te springen. Bij deze het verzoek aan mijn collega-raadsleden om deze motie te ondersteunen en mee te nemen voor de toekomst van Texel. Wie wil daarop reageren? Ik zie mevrouw Ter Borg en mevrouw Visser. Mevrouw Ter Borg. -Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Koot heeft een motie ingediend met als titel 'meer inzetten op het behoud van sfeer en landschappelijke kwaliteiten'. In de motie wordt de raad opgeroepen tot het ontmoedigen van het autoverkeer en het bemoedigen van het fietsen wandelverkeer bij de inrichting van bos- en natuurgebieden. Het één en ander wordt toegespitst op het aanleggen van een verharde parkeerplaats aan de Rozendijk. De strekking van de titel van de motie en het ontmoedigen van het autoverkeer in bos klinkt ons, GroenLinks, als muziek in de oren. Dat zal u niet verbazen.

Wij denken echter niet dat iemand extra gestimuleerd wordt om met de auto naar het bos te gaan omdat er een verharde parkeerplek ligt. Ik ben trouwens vanmiddag wel expres - ik beken - langs gereden met de auto uitgedaagd door de motie. Ik wou het eens even bekijken. Ik zag tot mijn verbazing dat de betreffende parkeerplaats helemaal vol stond met fietsen en hun bestuurders. er stond slechts één auto.

Ik moet daarbij wel opmerken dat de Rozendijk an sich al als voorbehoedsmiddel tegen autogebruik opgevat kan worden met al die fietsers die uit alle hoeken en vanaf de parkeerplaats komen en je tegemoet fietsen met hoge snelheid, en dan over de kasseienstrook gaan om andere fietsers in te halen. Ik hoef het voorlopig niet meer, maar dit terzijde. Het is een goede afrader. Wat ik mevrouw Koot wil vragen is: welke ideeën heeft ze verder nog om het autogebruik te ontmoedigen? Is ze bereid om het dictum van de motie hierop aan te passen? We sparen ze even op, mevrouw Koot. Mevrouw Visser. Dank u wel. Mevrouw Koot, in het eerste deel van de oproep geeft u aan dat u wil dat de inrichting van de Texelse natuur- en bosgebieden andere uitgangspunten krijgen. Maar heeft u uitgezocht in hoeverre de gemeente Texel over deze inrichting gaat? Omdat het over natuur- en bosgebieden gaat, denk ik aan organisaties als: Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat of het Hoogheemraadschap. In de tweede oproep van de motie gaat het over de infrastructuur. Ik vroeg me af of zij kan specificeren wat voor infrastructuur ze dan precies bedoelt. Zoals ik het nu lees, is het ook een voorstel om fietspaden aan te leggen van versnipperde boomstammen. Ik kan me niet voorstellen dat dat het doel is achter deze oproep. Twee vragen vanuit de commissie aan mevrouw Koot. Ik zie voor de rest niemand.

Wilt u die vragen beantwoorden? Ik kijk eerst naar GroenLinks. Ik ben even heel snel aan het terugkijken. Heb ik erin staan dat ik het autogebruik wil ontmoedigen? Ik noem dat zijdelings, omdat dat volgens mij... -Tweede oproep van het dictum. -De eerste zelfs. We hebben als gemeenteraad - in ieder geval de coalitie, maar ik dacht ook de gemeente - in de toekomstvisie voor toerisme staan dat we het autogebruik willen ontmoedigen. Dat is de reden waarom ik daarop aangehaakt heb. Ik denk dat als je verharde parkeerplaatsen gaat aanleggen in een natuurgebied of in een bos, je het autogebruik ondersteunt. Dat is de redenering, maar misschien is die niet duidelijk in de oproep. De infrastructuur is de infrastructuur van de parkeerplaatsen. Ik houd hem aan, want ik merk dat de formulering niet zo goed is. Ik denk dat ik dat anders in moet brengen. Dank u wel. Er zit deze keer een dag extra tussen de commissie en de raadsvergadering. Dat geeft misschien wat extra tijd om eventueel de tekst aan te passen. We houden het voor nu aan en dan sluit ik dit agendapunt. Dat brengt ons bij de volgende motie. Die is van Hart voor Texel, met als titel: Voedselbank verdient een eigen plek. Op die motie is vandaag nog een schriftelijke reactie gekomen van het college. Er zijn veel antwoorden gekomen en daar wil ik het college voor bedanken. Meneer Polderman. -Dank u, voorzitter.

Bedankt, college, voor het snelle antwoord. Een motie over dat de voedselbank een eigen plek verdient. Ik zal hem niet helemaal voorlezen, maar wil wel even een klein stuk toelichten. We hebben een prachtig eiland met veel welvaart. Helaas is die welvaart er niet altijd voor iedereen. Er zijn Texelaars met een hele kleine portemonnee

die niet kunnen rondkomen zonder de hulp van mede Texelaars die via de voedselbank Texel vrijwillig hulp bieden. Een prachtige organisatie van Texelaars voor Texelaars die zich met hart en ziel inzet voor de minder bedeelden. Dit doen ze wel alleen op dinsdagavond, woensdagmiddag en donderdagochtend voor 850 euro in de maand, niet omdat ze dit willen, maar omdat ze geen andere keuze hebben. Het onderkomen van de voedselbank wordt gedeeld. Er is dringend behoefte aan een grotere ruimte waar zij altijd terecht kunnen en er voldoende ruimte is voor langere opslag van voedsel in bijvoorbeeld koelcellen. Helaas ziet de gemeente Texel het niet als hun primaire taak om een geschikte locatie te vinden voor de voedselbank. Voor Artex, Radio Texel en dergelijke wordt er een paleis gebouwd van dertien miljoen. Maar onze eigen Texelaars die niet eens weten of ze vanavond eten hebben, worden niet gezien als een primaire taak. Het is niet dat wij tegen cultuur zijn. We kregen daar een vraag over via Facebook die ik graag aan u wil voorleggen: ook een vraag over, toevallig via vs. Bok, die wie ik graag aan u voor wil leggen: wat heeft het Thijssehuis te maken met de voedselbank? Daar kwam heel snel een antwoord op: het is slecht blokfluiten met een lege maag.

Daar werd op gereageerd door Mariëlle Aubertijn en zij was de coördinator van de voedselbank: na ruim elf jaar leuren en zeuren hou ik nu op. Absurd dat er zoveel energie in een maatschappelijk probleem wordt gestoken door vrijwilligers en er niets van de grond komt. Aan al die vrijwilligers ligt het niet, aan huisvesting wel. Een Texel zonder voedselbank is bijna niet voor te stellen. Behalve uitdelen van voedselpakketten is het ook een sociaal samen zijn en om verspilling van voedsel te voorkomen. Iedereen kan er zomaar gebruik van moeten maken bij scheiding, ziekte, fout van de belasting, toeslagenellende, noem maar op. Beste raadsleden, de voedselbank is een zelfstandige organisatie, zoals de gemeente ook aangeeft in haar antwoord, maar wel eentje die onze hulp nodig heeft. Niet voor henzelf, maar voor onze Texelaars. Daarom wil ik u vragen deze motie te steunen, het college op te roepen in te zetten op het helpen bij het op korte termijn vinden van de geschikte, bij voorkeur definitieve locatie voor de voedselbank. Het duurt ondertussen al elf jaar. Dank u. -Dank voor uw inbreng, meneer Polderman. Wel het verzoek om terughoudend te zijn bij het noemen van namen. Ik zag eerst mevrouw Visser, dan meneer Hoogerheide, dan meneer Huisman, meneer Zegel en meneer Rutten. Ga uw gang. Dank u wel. Ik heb vragen over met name de eerste zinnen van de toelichting in deze motie.

De eerste vraag is aan de portefeuillehouder naar aanleiding van de eerste zin, waarin staat dat Hart voor Texel de urgentie van de huisvestingsproblemen van de voedselbank pas op 20 april - tijdens de open ochtend - heeft begrepen. De raadsvragen die onze fractie in oktober heeft gesteld en waar aan het einde van deze motie naar wordt verwezen, spraken echter ook al van deze urgentie. Blijkbaar is dat niet of onvoldoende tot Hart voor Texel doorgedrongen, maar het antwoord op de vragen dat in januari van het college is ontvangen, maakt duidelijk dat het college die urgentie en problematiek van de voedselbank toen gelukkig al wel begreep en dat zij er van alles aan zouden doen om een geschikte locatie voor de voedselbank te helpen zoeken.

Mijn vraag aan de portefeuillehouder is als volgt: in januari gaf u aan te willen helpen zoeken naar een geschikte locatie voor de voedselbank door te kijken naar mogelijkheden binnen gebouwen in eigendom van de gemeente. Blijkbaar was er op 20 april nog geen oplossing gevonden. Is er in de tussentijd al iets positiefs te melden? Zo niet, kunt u met deze motie meer doen om de situatie voor de voedselbank te verbeteren dan u al doet naar aanleiding voor de door ons in oktober gestelde vragen? Dan een vraag aan de indieners over de tweede zin van de motie, die luidt: waar de gemeente met geld strooit voor het nieuwe Thijssehuis, staat de organisatie die hulp biedt aan Texelaars die een hele kleine portemonnee hebben nog steeds met lege handen. Wij zijn zeer blij met het werk van de voedselbank en zijn trots op wat deze organisatie door middel van de inzet van vrijwilligers en de bijdragen van de vele Texelse bedrijven en particulieren iedere week weer voor elkaar krijgt. We zijn er trots op dat naar aanleiding van een motie van de Partij van de Arbeid er ook daadwerkelijk jaarlijks subsidie wordt verstrekt aan de voedselbank. Wij zijn dan ook van plan om, als het college aangeeft dat deze motie hen helpt, deze motie te ondersteunen. Wij vinden deze tweede zin echter niet in de motie thuishoren.

Onze gemeente investeert flink in het Thijssehuis, maar heeft daarmee als doel Artex en Young4Ever eindelijk uit hun al jaren geleden afgekeurde onderkomen te kunnen halen. Deze investering sluit ook aan bij de niet behaalde doelen binnen het sociaal domein, die we eerder deze avond bespraken. Creativiteit, muziek en dans, een fijne plek om als jongeren heen te kunnen, een plek om mensen te ontmoeten, kunnen namelijk zeker bijdragen aan verbetering van de positieve gezondheid die we zo graag willen. Er is dus zeker sprake van investeren in het Thijssehuis, maar er is beslist geen sprake van strooien met geld. Achter de investeringen in het Thijssehuis zitten goed doordachte plannen, breed gevoerde discussies en standpunten die ons gebracht hebben tot meerdere raadsbesluiten. Daarbij komt dat de gemeente veel meer investeert helaas niet altijd met instemming van Hart voor Texel in bijvoorbeeld veilige fietspaden, glasvezel overal op het eiland, een sporthal, een wielerbaan en in snel te realiseren woningen in Marsweg-Noord, maar ook investeert in de minima op ons eiland. Er wordt geld vrijgemaakt door subsidies aan onder andere de voedselbank en Texels welzijn, en voor diverse regelingen, zoals de witgoedregelingen, energietoeslag, vergoedingen voor sportieve activiteiten, bijdragen aan laptop voor scholieren. En zo is er nog meer.

Kortom de bewering dat de gemeente met geld strooit en insinueren dat de voedselbank niet geholpen kan worden vanwege investeringen in het Thijssehuis zijn werkelijk onzin en daarmee verzwakt deze tweede zin van de toelichting het gehele gevoel wat de motie volgens ons moet overbrengen, namelijk: de boodschap dat de voedselbank een onderkomen nodig heeft waar ze haar activiteiten goed kan ontplooien. Ik wil de indieners daarom vragen om nog eens goed over deze zin in de toelichting na te denken en hen vragen of deze zin verwijderd kan worden. Dank. Meneer Hoogerheide. -Dank u wel, voorzitter. We hebben vanmiddag het antwoord van B&W mogen ontvangen. Een duidelijk antwoord. Maar wij willen wel positief meedenken,

want er staat in dat de gemeente geen partner is als het gaat om primaire maatschappelijke organisaties. Dat snappen we, maar toch een verzoek aan het college. Wij weten dat er op dit moment - en het doet me zeer om dit te zeggen ruimte komt in De Bolder. Wij zouden het zeer op prijs stellen als het college zou onderzoeken of het mogelijk is om die voedselbank daaronder te brengen. -Een duidelijke vraag. Meneer Huisman. -Ik was vanmiddag blij met het heldere antwoord van het college. Ik zou aan de wethouder willen vragen of hij nog even kort de samenvatting van de antwoorden die hij vanmiddag aan ons schriftelijk heeft gestuurd, wil geven, want dan kunnen de luisteraars, maar ook de mensen hier aanwezig, daar notie van nemen. Volgens mij was dat antwoord klip en klaar. -De wethouder kennende zal hij dat zeker doen. Meneer Zegel. -Voorzitter, dat Hart voor Texel niet veel op heeft met het Thijssehuis - een centrum voor onder andere kunst, cultuur, jeugdwerk en de bibliotheek - is ondertussen wel duidelijk. Maar om daar in deze motie naar te verwijzen, vind ik wel erg creatief. Ik heb persoonlijk moeite met de voorstelling van zaken, net zoals mevrouw Visser van de PvdA. Dat er een keuze wordt gemaakt tussen de voedselbank en het Thijssehuis vind ik niet chique en een verkeerde voorstelling van zaken.

Door deze tegenstelling zo bewust te creëren, wordt het wantrouwen in de gemeente en in de raad verder gevoed. Wij begrijpen en delen de zorgen die er zijn in de samenleving over het uitblijven van een nieuwe locatie voor de voedselbank. De voedselbank is van cruciaal belang voor veel Texelaars en we vinden het van groot belang dat ze een goeie locatie hebben. Gezien de reactie van het college lijkt er ten onrechte in de motie te worden gesteld dat de voedselbank het pand zou moeten verlaten. Dat is helemaal niet juist. Ook geeft het college aan dat de voedselbank heel erg blij is met de inspanningen die nu gedaan worden door de gemeente in deze zoektocht, en dat er begrip is voor het feit dat dit niet op stel en sprong geregeld is. Een paar concrete vragen aan het college: wat voegt deze motie toe aan de huidige situatie? Heeft de voedselbank dan sneller een nieuwe geschikte locatie als deze wordt aangenomen? -Dank voor uw vraag. Meneer Rutten en dan mevrouw Van de Wetering. Dank u, voorzitter. De PvdA heeft al een hoop gras voor onze voeten weggemaaid. Als CDA zijn we allereerst blij dat er zoveel vrijwilligers zijn die zich inzetten voor de voedselbank en proberen andere mensen - die het moeilijk hebben - te helpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=ae578b96-c4f7-4ab5-9f01-6fd706541dff