CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Ondertiteling raadscommissie 6 maart 2024

Raadscommissie 6 maart 2024, gemeente Texel28.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1 Opening en mededelingen Dames en heren, goedenavond. Alles werkt vanavond in het systeem, er staat alleen niet 'voorzitter' onder mijn hoofd. Dat zult u straks ook niet zien bij iedere andere inspreker, raadslid, enzovoort. Voor de rest werkt het systeem helemaal, dus mensen thuis kunnen prima meekijken. We hebben vandaag een stevig onderwerp op de agenda staan dat heel Texel aangaat. De gast van de raad, mevrouw Sloot, kan een keer prima zien hoe zo'n ingewikkeld verhaal gaat lopen. Werkzaam op het gemeentehuis en heeft als achtergrond: dit wil ik ook een keer zien. Dat het een belangrijk onderwerp is, blijkt met name uit het feit dat er vanavond negen insprekers zijn. Zoals gebruikelijk beginnen we met het vaststellen van de agenda. Dat is in dit geval een bijzondere: op het laatste moment is er één belangrijk agendapunt van de agenda gehaald,

2 Vaststelling agenda namelijk de ondergeschikte horeca. Zijn er anderen die een voorstel willen doen voor het aanpassen van de agenda? Gaat uw gang, wethouder. -Goedenavond, dames en heren. Punt twee, ondergeschiktheid lichte horeca. Vorige week hebben we een vraag gehad: heeft u met de horeca een gesprek gehad? Dat hadden we niet, maar dat hebben we afgelopen maandag wel gehad. Vandaar het voorstel om het nu even eraf te halen. Er zijn best veel vragen zijn die we niet à la minute kunnen beantwoorden. We willen het opnieuw bekijken met alle groepen die erbij horen. Vandaar dat we proberen binnen een maand terug te komen. Wij hopen die tijd extra te kunnen gebruiken om het op te pakken. Bij deze dat we het teruggetrokken hebben. Ik zie een vinger van mevrouw Van der Werf. Dank u, voorzitter. Bij punt zes is mijn vraag of we misschien allemaal aan het woord mogen, in plaats van één per fractie. -Laat ik zeggen dat u mij de woorden uit de mond haalt. Dat was de volgende aantekeningen op mijn papier. Dit is zo'n belangrijk onderwerp met zoveel zij-effecten, dat één portefeuillehouder per fractie niet logisch is. Als de rest van de raad het daarmee eens is, dan kunnen we vandaag allemaal het woord voeren. De heer Hoogerheide. -Dank u wel, voorzitter. Ik heb getwijfeld of ik bij de rondvraag... Daarom doe ik het nu bij vaststelling agenda. Dat zit in het begin.

Er zijn zoveel insprekers. Ik vind dat iedereen die inspreekt alle ruimte moet krijgen. Ook wij moeten alle ruimte krijgen om vragen te stellen. Als het mij en anderen past, zou ik dat op het eind van de vergadering kunnen doen? -We hebben juist deze volgorde gemaakt om ervoor te zorgen dat tijdens de vergadering de ambtenaren aan het werk kunnen gaan om het antwoord op de vragen te geven. Dat zijn we dan kwijt. -Dat heb ik al opgelost want op het eind staat bij mijn vraag: graag schriftelijk antwoord. Wanneer we dat allemaal doen, is het probleem helemaal opgelost.

Ik stel voor om het naar het eind te verschuiven. Akkoord? Nee. Moeten wij hierover stemmen of gaan we nu de rondvraag doen?

3 Rondvraag Publiek Dan gaan we nu de rondvraag doen. Eerst even inventariseren. Overigens moet ik eerst constateren dat zich, gezien het aantal insprekers vanavond, gelukkig zich geen mensen publiek voor de rondvraag gemeld hebben. We kunnen door met rondvraag commissieleden. De heer Lely, mevrouw Van de Wetering, de heer Hoogerheide, en de heer Huisman. Dat waren ze? Dan gaan we van links naar rechts, dus we beginnen bij de heer Lely. Gaat uw gang. -Dank u, voorzitter. Ons bereikte vanuit het veld, dus bij de mensen vandaan, de opmerking dat de belijning van de fietspaden langs de Pontweg richting De Koog loslaten, verkruimelen, verdwijnen. Dat is een bendet en dan hebben ze ook geen functie meer. Als het mogelijk is dat daarnaar gekeken wordt, en het stuk wat eventueel nog van de provincie is, dat die erop aangesproken wordt. Anders dat we dat zelf kunnen oppakken. In ieder geval laat de belijning van de fietspaden los. Ik geloof dat daar een aanvulling op komt. -Ik had in principe dezelfde rondvraag. Het is grappig dat de heer Lely hem ook heeft. Ik had alleen een aanvulling. Het gaat over de koudplast, wat ik begrepen heb, die nog maar drie jaar terug is aangelegd. Die verkruimelt en waait letterlijk de natuur in. Ik vind dat heel snel na drie jaar. -Meneer Hooijschuur, wilt u hierop reageren? Ik heb het aangehoord.

We gaan het bekijken en komen erop terug met een antwoord. -Dank u wel. De heer Lely en mevrouw Van de Wetering zijn geweest. Dan de heer Huisman. Dank u, voorzitter. Er zijn drie zogenaamde innovatieve Mr-Fill afvalbakken geplaatst in Den Burg. Die zijn feestelijk gedemonstreerd door wethouder Kieft. Die slimme afvalbakken werken met behulp van zonne-energie waardoor tot vijf keer meer afval kan worden opgevangen dan in een gewone afvalbak. Het voordeel wat ons betreft is dat daar heel wat meer voorstellen van het college in passen dan in de reguliere afvalbak. Maar dat is niet de vraag. De afvalbak is hoog en er lijkt een voetbedieningsmechanisme op te zitten. Terecht is een vraag gesteld via sociale media of deze wel bruikbaar is voor anders validen, in bijvoorbeeld een rolstoel. Wellicht wil de wethouder daarop toelichten. -Dank u wel. Ik heb eigenlijk geen idee welke wethouder of portefeuillehouder hierop moet reageren. De heer Kieft. -Voorzitter, ik mag alle onderwerpen doen vanavond, dus deze ook. Het enige wat ik daarop kan zeggen is dat er al 100 in Zandvoort staan. Daar zullen ze er kennelijk iets op gevonden hebben, want daar zullen ze hetzelfde probleem tegengekomen zijn. Dat gaan we uitzoeken. Dank u wel. Dan de heer Hoogerheide. -Dank u wel, voorzitter. Veel mensen, met name jongeren, willen zelfstandig gaan wonen. Kopen zou een optie kunnen zijn.

Gelet op de verhouding inkomen en vraagprijs van aangeboden woningen, is dat geen optie voor de jeugd. Ik ben me ervan bewust dat ik met deze vraag

een reactie kan oproepen, maar ik loop daar niet voor weg. We hebben diverse locaties waar eventueel sociale woningen daar hebben we het over - gebouwd zouden kunnen worden. Jozefschool, Fontein, Welkoop. Volgens ons moeten de bestemmingen die er nu op rusten gewijzigd worden naar wonen. Nu komt het: waarom komt Woontij steeds als eerste in beeld om daar te bouwen? Onze vraag is aan het college: is het mogelijk dat anderen buiten Texel ook ervoor in aanmerking kunnen komen om daar sociale woningen te bouwen? Vraag: is het college bereid dat op korte termijn te onderzoeken? Los van alle woningen die thans gebouwd worden. Daar zitten veel koopwoningen bij. Die zijn te duur voor de jongeren. Voor de jongeren breek ik nu een lans, als senior van deze raad: college, in actie komen. Dat is kort samengevat. Ik had een veel langer verhaal, maar dat duurt voor iedereen te lang. Mijn tweede vraag. Ik ben nog niet klaar, voorzitter. -Ik dacht dat u een antwoord wilde krijgen. Gaat u rustig verder. Het mag ook schriftelijk. Dat vind ik prima, dat had ik al gezegd. Tweede vraag. We hebben een locatie vastgesteld voor een gezondheidsplein en een gezondheidscentrum. Tot op heden, en ik heb die vraag al diverse keren gesteld heb ik nog steeds geen antwoord wat het proces geweest is en wat het proces gaat worden om te komen tot een gezondheidscentrum.

Waarom stel ik die vraag? Thans is de prikpost van Starlet gevestigd in een kantine van de sportvereniging. Deze is wat gehandicapten of minder mobielen betreft niet optimaal te bereiken. Daarnaast is men van mening dat de privacy onvoldoende daarvoor gewaarborgd is. Onze vraag: is het college bereid om op korte termijn met Starlet om de tafel te gaan zitten om samen naar een passende locatie te zoeken? Tot zover. Dank u wel. Wat wilt u? -Ik wilde graag een verduidelijking van de vraag van de heer Hoogerheide. Bij de eerste vraag noemde u een aantal zaken op over wonen die volgens mij al heel lang door deze raad zijn gegaan. We gaan nu in discussie. Daar ben ik tegen. Nee, mijn vraag is aan de wethouder of hij... Hij kwam pas bij hettweede punt aan tafel, of hij ook over de eerste vraag alvast wat toelichting wil geven. Dan gaan we dat aan de wethouder vragen. Gaat uw gang. Dank u wel, voorzitter. Om op de eerste vraag terug te komen. De drie locaties die u noemt, en zo zijn er meer locaties, daar heeft u zelf raadsbesluiten over genomen, wat daar voor type woningen zou moeten komen en wie daarvoor aan de lat staan. Dat is bijvoorbeeld de Fontein-locatie en dat is de Jozefschool-locatie, dat is ook Welkoop, en zo zijn er nog wel een aantal locaties te noemen. Daar heeft u zelf besluiten over genomen.

U stelde nog een vraag: of het nog steeds de bedoeling is dat alleen Woontij sociale woningbouw gaat doen op het eiland. Daar hebben we u laatst ook al over geïnformeerd. Volgende maand ligt hier in de raad de kaderstellende nota richting de woonvisie. Daarin wordt dit onderwerp aangestipt als mogelijk punt om verder te gaan uitzoeken richting de woonvisie. Woontij heeft natuurlijk aangegeven dat zij de komende tijd aan de max van hun investeringscapaciteit zitten, dus dat het wellicht een idee kan zijn om een andere woningbouwvereniging ook toe te laten op het eiland. Dat is absoluut één van de dingen die wij gaan onderzoeken. -Mijn vraag is niet volledig beantwoord. Ik had gevraagd: wanneer gaan we de bestemming wijzigen?

Dat is iets anders als toekennen. -De bestemming heeft u op een aantal percelen al gewijzigd. U heeft daar ook een exploitatieplan bij voorgelegd gekregen, op basis van de informatie die we toen hadden en toen met u konden delen. Inmiddels zijn we een stuk verder in de tijd. Er wordt ook op andere plekken gebouwd, sneller dan we toen hadden kunnen zien. De kaderstellende notitie die u volgende maand gaat behandelen, bespreekt eigenlijk: wat hebben we nu op Texel aan plannen liggen? Welke ruimte zit daar nog in om binnen die plannen te wijzigen? Hoeveel woningen willen we nog gaan bijbouwen en wat voor type woningen zouden dat moeten zijn? Dit op basis van allerlei data die we hebben verzameld de afgelopen maanden. De vraag die u stelt kan beter volgende maand gesteld worden. Dan krijgt u het hele pakket aan informatie mee. Voorzitter, een korte reactie. -Geen discussie graag. Nee, een korte reactie. Ik heb gevraagd: wanneer gaan we de bestemming wijzigen? U stelt dat van een aantal de bestemmingen zijn gewijzigd, maar een aantal zijn niet gewijzigd en behoren nog gewijzigd te worden. Mijn vraag is: kijkt u na welke nog gewijzigd moeten worden en komt u op korte termijn terug? -Ik beschouw dat wel als een discussie, dus ik wil het hierbij laten. -Volgende maand komen we terug met het antwoord op deze vraag.

Zal ik doorgaan naar de tweede vraag die u stelde? Dat was ook een meervoudige vraag. De eerste vraag ging over: hoe staat het met de gezondheidspleinen? Dat is het gezondheidscentrum en het gezondheidsplein. Dat zijn twee losse initiatieven. Die verkeren in verschillende mate van snelheid. Wij zijn met de initiatiefnemers in gesprek, her en der. Het ligt eraan wanneer zij hun plannen gereed hebben, in hoeverre dat werkelijk van de grond komt. Wij maken ons overigens, net als u,

4 Rondvraag Commissieleden wat zorgen over hoe snel het gaat. Welke partners zijn daar nu nog binnenboord? Kan daar niet op een of andere manier samengewerkt worden? Dat gesprek proberen wij weer te voeren en op gang te brengen. Mochten we daar meer informatie over hebben, dan hoort u dat uiteraard ook. Wij zijn ermee bezig. Afgeleide daarvan was de vraag die u had over Starlet. Die zit nu in de kantine van Texel '94, denk ik. Geen ideale oplossing. Wij hebben ook niet direct een andere oplossing voor ze. Als zij met ons daarover in gesprek willen, dan horen we dat graag. Zij zijn zelf ook actief naar andere ruimtes... Natuurlijk kennen wij ook hun vraag, maar we hebben niet zelf genoeg vierkante meters ruimte beschikbaar om dat te kunnen doen op dit moment. Van Starlet is mij aangedragen dat ze best bereid zijn om te kijken naar locaties. Landelijk is het niet ongebruikelijk om bijvoorbeeld in de Gollards een locatie te creëren. Kortom, er zijn meer locaties. -Dank u wel. Volgens mij hebben we de rondvraag gehad. Dan kunnen we door naar agendapunt vijf. Op verzoek van de D66 Texel en GroenZwart wordt de brief

5 Op verzoek van D66 Texel en GroenZwart: brief en notitie SKT over telling slaapplaatsen en de notitie van Stichting Kernwaarden Texel over de telling slaapplaatsen geagendeerd. We hebben in principe afgesproken dat bij een verzoek tot plaatsing van een brief aan de raad op de agenda een schriftelijke toelichting gemaakt wordt. Bij deze brief, die we nu op de agenda geplaatst hebben, ligt dat waarschijnlijk voor de hand. Ik wil de aanvragers toch de mogelijkheid geven om een toelichting te geven waarom zij dit agendapunt op de agenda hebben gezet. Wie kan ik het woord geven? Mevrouw Van de Wetering of mevrouw Koot? Mevrouw Koot, gaat uw gang. -Voorzitter, dank u wel. Samen met mevrouw Van de Wetering van D66 hebben wij gevraagd om deze brief in de gemeenteraad te behandelen. Ik dacht dat er ook een inspreker is op dit onderwerp. Misschien is het handiger om eerst de heer Boon te vragen... U wilt eerst de uitleg. De gemeenteraad heeft op diverse wijzen aangegeven dat ze graag willen weten hoeveel bedden er precies zijn. Het college heeft beloofd daar een inzichtelijke reactie op te geven. Daar hebben we ook een raadsinformatiebrief over gehad. Nu is er een onderzoek geweest door de Stichting Kernwaarden. Die schrijft een brief waarin ze een reële telling hebben gedaan. Die geeft een heel ander getal dan het getal wat het college aangeeft.

Wij vinden dit zeer interessante materie en we willen graag in ieder geval van het college weten: wat is uw reactie op deze brief? Hoe verklaart u het verschil in de getelde slaapplaatsen? Heeft dit gevolgen voor het slaapplaatsenbeleid van de gemeente? -Dank u wel. Mevrouw Van de Wetering, wilt u wat toevoegen? Dan gaan we, denk ik, allemaal met veel belangstelling luisteren naar Stichting Kernwaarden Texel, de heer Boon. Hij heeft vaker ingesproken, dus hij weet dat hij vijf minuten de tijd heeft en dat na vier minuten ik een beetje begin te wapperen. Dan kunt u richting afronding gaan. Gaat uw gang. Goedenavond, raad en college. Meten is weten. Dat vond deze raad al in september 2021. Ik meen dat veel Texelaars dat nog steeds vinden. Het gaat over vertrouwen in de slaapplaatsentelling die de gemeente hanteert. Vanuit SKT hebben we een poging gedaan meer helderheid in te scheppen in het rapport 'Texel vol'. U heeft beide stukken gekregen. We hebben een flink aantal constateringen en vraagpunten geleverd, die ons brengen tot samengevat: de huidige telling is niet transparant, niet controleerbaar, bevat onjuistheden, en is onvolledig. Daar waar op Texel bijna alles wat je doet samenhangt met toerisme, is het kunnen meten van in elk geval de verblijfsrecreatie het eerste dat een goede getalsmatige onderbouwing nodig heeft.

Zeker ook omdat er een limiet geldt voor het aantal slaapplaatsen. Je kunt niet blijven stellen dat je alleen planologisch bestemde bedden telt, terwijl er nog zoveel andere bedden zijn die net zo goed een bijdrage leveren aan de druk op Texel. Let wel, dat is iets anders dan het subjectieve begrip drukte. Het gaat om druk op voorzieningen, op landschap, op kernwaarden. Ook gasten op niet-bestemde bedden leveren een bijdrage aan die druk.

Ze veroorzaken afval, vragen naar energie en drinkwater, vergroten de druk op riool en zuiveringscapaciteit, vragen fietspaden en parkeerterreinen, graskeien in de wegberm, winkel- en restaurantvoorzieningen, huisvesting voor tijdelijk personeel, en zij doen een beroep op huisartsen, apotheek en ambulance. Ik heb het daarbij vooral over logies met ontbijt, de beide havens, en normafwijkingen waar niet wordt geteld. Het inconsequente is dat voor deze niet getelde slaapplaatsen er wel toeristenbelasting moet worden betaald. Een beetje vreemd. Wij menen dat er een eind moet komen aan die papieren werkelijkheid. Het argument volgens de toelichting op het huidige bestemmingsplan is dat men alle cijfers door de jaren heen vergelijkbaar wil houden, en daarom ook niet aan de normsystematiek wil tornen. Dat betekent dat wordt uitgegaan van vaststaande normen en dat zo staat het echt in de toelichting op het bestemmingsplan niet per accommodatie wordt gekeken naar het daadwerkelijke aantal bedden. Dat principe lijkt natuurlijk een beetje vreemd, vinden wij. Als je kijkt naar een omgevingsvergunning voor een of ander bouwwerk, dan mogen de normen voor pakweg nok en dakgoothoogte hoogstens via een kruimelbesluit een klein beetje worden afgeweken. Terwijl niet naar overschrijding wordt gekeken van het aantal slaapplaatsen, ook niet als dat 50 procent afwijkt van de gestelde norm.

Je krijgt zo een mooie statistiek, maar wel eentje die is losgezongen van de realiteit. We denken dat het argument van vergelijkbare cijfers niet steekhoudend en niet meer houdbaar is. Waar vroeger nog sprake was van de simpele stacaravan met norm vier, of het simpele zomerhuis met norm vijf, is nu sprake van lodges, mobile homes, chalets, vakantiehuizen, bungalows, villa's, villetta's, vakantieaccommodatie, recreatiewoning, of welke andere mooie benaming er van toepassing wordt verklaard. Bijna allemaal kennen ze een verschillende graad van luxe, met een al dan niet inpandige berging om net wel of net niet binnen de oppervlaktemaat te blijven. Ook verschillen ze in het aantal werkelijke bedden en is dat vaak hoger, en soms ook lager overigens, dan de gemeentelijke norm. Hoe mooi ook uit een oogpunt van diversiteit van aanbod, de normensystematiek die ooit werd ontwikkeld voor zomerhuizen en stacaravans sluit daar niet meer op aan. Die is daarom ongeschikt om te blijven hanteren. Kunt u richting afronding gaan? -Een klein stukje nog. Als je niet wil erkennen dat sprake is van normoverschreiding van het aantal bedden, of het wil wegpoetsen met het argument dat er ook normonderscheiding is zodat het tegen elkaar wegvalt, dan wil je niet echt meten is weten. Meten is weten, dat is nodig om beleid te kunnen voeren.

Het is ook nodig om bijvoorbeeld een planschadeberekening te kunnen maken. Nu moet u het doen, bij het volgende agendapunt, met de bewering van het bureau dat het wel 30 miljoen euro kan kosten op basis van 7.435 slaapplaatsen. Hoe het bedrag is berekend weten we niet. Dat moet u straks vragen. Tot slot de totaaltelling bij de vraag of Texel vol is. Begin 2012 telde de gemeente circa 42.500 slaapplaatsen. Op dit moment was de laatste telling 43.696. Daar hoort nog een klein beetje contingent bij van kamperen bij de boer, maar de getallen wisselen in elk geval een beetje. Frappant is dat volgens de gemeentelijke telmethode er in twaalf jaar tijd niet meer dan 1.448 slaapplaatsen zijn bijgekomen.

Dat lijkt moeilijk te rijmen met de in diezelfde periode toegenomen druk op allerlei voorzieningen. De slotzin. Daarom denken wij dat het goed zou zijn als de raad het college vraagt om met een gedetailleerde schriftelijke reactie op het rapport te komen en daarna het gesprek tussen raad en college verder te kunnen zetten op basis van een goed onderbouwd stuk waarin alle argumenten kunnen worden gewisseld. Dank u wel, meneer Boon. Kunt u blijven staan. We gaan eerst kijken of er vanuit de commissieleden vragen aan u zijn. Mevrouw Van der Werf, de heer Rutten, de heer Huisman, mevrouw Visser, de heer Hercules. Dan gaan we daarmee beginnen. Dank u wel. En de heer Polderman, die had ik over het hoofd gezien. Dat lossen we op door te beginnen met de heer Polderman. Dank u, voorzitter. U heeft het onder andere over logies met ontbijt, dat die niet in de telling worden meegenomen. Nu is het zo dat we sinds de jaren '60 al op Texel logies met ontbijt hebben, waardoor we toendertijd al die slaapplaatsen in gebruik hadden. Er wordt een telling gemaakt aan de hand van de bedden die geregistreerd staan. Logies met ontbijt in principe niet. Denkt u dat daar zoveel verschil in is met hoe het toen was en hoe het nu is? Dat er zoveel logies met ontbijt bijvoorbeeld zijn bijgekomen ten opzichte van die jaren terug? -Dank u wel. Gaat uw gang. Het eerlijke antwoord is natuurlijk nee.

Er werd toen niet geteld en er wordt ook nu niet geteld. Het antwoord is nee, daar kan ik geen inzicht en geen antwoord op geven. Als we de registraties nemen die er nu liggen en de discussie die nu plaatsvindt, dan gaat het over een fors aantal slaapplaatsen. -Dank u wel. Mevrouw Visser. Die 43.000 die u net noemde wordt iedere keer vergeleken met de norm van 45.000. Op het moment dat je daadwerkelijk slaapplaatsen gaat tellen en registreren, dan zul je ook niet meer kunnen vergelijken met die norm van 45.000. Wat is het effect? Er is al beleid dat er geen slaapplaatsen meer bijkomen. Er is al beleid dat er geen slaapplaatsen meer verplaatst kunnen worden. Op het moment dat je daadwerkelijk gaat tellen, zul je ook een nieuwe norm moeten afspreken. De heer Boon. -Dat is denkbaar. Ik sluit dat niet uit. Dat is natuurlijk aan de raad. Ik denk dat je moet beginnen met zuiver te weten hoe je precies telt. Dat is het begin van dit verhaal. Wij hebben ons niet gebogen over de verdere consequenties daarvan. Dat is weer een ander verhaal. Je moet beginnen bij je telmethode. Die moet goed en duidelijk zijn. Dank u wel. Verduidelijkende vragen, de heer Rutten. Dank u, voorzitter. Meneer Boon, u heeft het over de slaapplaatsennorm en u heeft het over overschrijdingen van de norm. Volgens mij is de uitleg van het college dat het een gemiddelde bezetting is. Je hebt twee kampeerplekken.

Op de ene een gezin met drie kinderen, dus vijf personen. Op de andere iemand die in zijn eentje op fietsvakantie is. Gemiddeld genomen zijn dat drie mensen per kampeerplek. Ik meen in uw woorden te horen dat u het interpreteert als een maximum van vijf bedden per zomerhuisje. Klopt die constatering? -Dank u wel. Meneer Boon. Ik zou zeggen: lees vooral de normensystematiek van de gemeente. Daar staat precies in hoe je het moet hanteren. Kamperen gaat per kampeerplek, drie slaapplaatsen worden daar gerekend. Voor een zomerhuis worden er vijf genomen. Een hotel twee, enzovoort. Onze stelling is: dat is allemaal wel aardig,

maar weten we inderdaad dat het gemiddelde dat was één van de dingen die ik net zei - zo klopt? Is een zomerhuis gemiddeld vijf? Er is sprake van nogal wat zomerhuizen die acht bedden tellen. Er zijn er ook die er vier hebben. Maar of dat tegen elkaar wegvalt, dat is maar zeer de vraag. Dank u wel. De heer Hercules. -Voorzitter, wonderwel een aanvulling op mijn fractievoorzitter. Het vervolg van die vraag. We hebben nu een beddenstop. Er zijn maximaal 45.000 plaatsen. De beddenstop... Er zijn natuurlijk altijd rechten die al bestaan en daar komen nog steeds nieuwe huizen uit voort. U begon daarnet heel mooi met: meten is weten. Dat ben ik helemaal met u eens. Wat is uw handelingsperspectief? Wat gaan we doen als we echt een grens overgaan? Gaan we die bedden dan schrappen, en bij wie gaan we die schrappen? U zegt nu daar geen plan voor te hebben, maar je gaat niet voor niets stellen. Het is niet meten is weten is vergeten. Wat is uw plan? Ik vind het niet een heel verduidelijkende vraag, eerlijk gezegd. Laten we toch een poging wagen. Ik geloof dat sinds de jaren '70 deze gemeente heeft vastgesteld dat 45.000 de max is. Daar ligt een bepaalde gedachte achter, en dat is: de druk op Texel kan niet veel meer en niet veel groter zijn dan veroorzaakt door die 45.000 slaapplaatsen. Ik zou bijna zeggen: volle stop.

Meer dan 45.000 slaapplaatsen kunnen er niet worden uitgedeeld of kunnen er op Texel niet bestaan. Conform het eigen beleid van de raad. Met andere woorden, als je goed telt en je komt uit op 50.000, dan heb je 5.000 te veel, plat gezegd. Als je nu zou constateren dat het eigenlijk wel meevalt, we kunnen er wel 50.000 of 60.000 hebben, dat is een hele andere discussie. Dank u wel. Mevrouw Van der Werf. -Dank u, voorzitter. Als je bijna aan het eind bent, dan zijn alle vragen al voor je weggenomen. Ik wil in ieder geval de heer Boon bedanken. Texels Belang heeft dit punt ook al een tijdje op het verkiezingprogramma staan. Dank u wel. -Dan heeft de heer Huisman het helemaal moeilijk, want hij is de allerlaatste. Dat valt wel mee. Meneer Boon, u begint met een disclaimer in uw opsomming, in uw verhaal. De vraag aan u is: hoe zorgvuldig vindt u zelf dat de Stichting Kernwaarden Texel deze opsomming van cijfers heeft genoteerd? Gaat u gang. -Wij hebben dat naar beste weten en kunnen gedaan, maar zijn niet achter elke caravan of villetta of luxe bungalow gaan kijken of het aantal slaapplaatsen daarin conform de norm is. Wat we wel hebben gedaan, is de wereld aan websites bekeken. Hoe worden dingen aangeboden? Dan zie je dat in de markt zaken duidelijk boven de gestelde norm worden aangeboden.

Vervolgens kunnen wij zeggen dat we een aantal RO'tjes, zoals dat plat heet, die ook voor vijf bedden staan, zien we dat er nogal wat zijn dat zodra de eerste verbouwing plaatsvindt deze zo worden verbouwd dat ze zes plekken kunnen hebben. Daar hebben we het verder helemaal niet over gehad. Die hebben we niet allemaal uitgezeeft om apart te kunnen opnoemen. Er zit zeker nog een potentieel in van plaatsen die boven de norm zijn. -Dank u wel. Sorry, daar komt nog een vervolgvraag. Gaat uw gang. De VVD is nog niet klaar. Waarom ik u die vraag stelde... U zult begrijpen dat wij in onze achterban ook wat logieverstrekkers hebben. We hebben bij een aantal navraag gedaan of de genoemde aantallen

die u schetst in uw stuk overeenkomen met wat u heeft geschetst. Ik moet zeggen, dat heeft toch wat wenkbrauwen opgetrokken. We zien in de stukken namelijk ook wat dubbel vermelde verzamelnamen, en dito slaapplaatsen. Vandaar mijn vraag. Een andere vraag. Bij verblijfsrecreatiegebouwen heeft u op pagina 26, bijlage 4A, een kolom opgenomen die luidt 'meer slaapplaatsen dan de norm'. Heeft u onder hetzelfde hoofdstuk ook overwogen om een kolom op te nemen getiteld 'minder slaapplaatsen dan de norm', met een opsomming van verblijfsrecreatieve gebouwen waar minder slaapplaatsen worden gehouden dan de normtelling aangeeft? Richting afronding. Kunt u hier nog een antwoord op geven? Ik zie de heer Berger ook met een vraag, die pakken we ook nog even. Nee, eerst de heer Boon. -Heantwoord op die vraag is: nee, dat hebben we niet overwogen omdat het veel te veel werk is om per bungalowpark te kijken wat de samenstelling is van de villetta's, luxe bungalows, zomerwoningen, en hoe je ze allemaal wil noemen. In welk luxeniveau en welk aantal slaapplaatsen per type dan wordt aangeboden. De uitwerking van die discussie laten we graag aan een vervolgsituatie over. Daar kunnen we het direct met elkaar over hebben. Meneer Berger, ik geef u het laatste woord. Dank u wel, voorzitter.

In de eerste plaats wil ik opmerken dat wij vinden dat de notitie van de Stichting Kernwaarden Texel een prima overzicht geeft van de huidige stand van zaken rond het aantal toeristische slaapplaatsen. Wij zijn blij met de aanbevelingen en voorgestelde verbeteropties, zoals bijvoorbeeld de digitale nachtregistratie. Ik vind dat we blij mogen zijn met de inzet van betrokken inwoners die dit belangrijke dossier op de voet volgen en er deskundigheid aan toevoegen. Dit gaat overigens ook op voor de bijdrage van de klankbordgroep, wat later aan de orde komt. Wat ik aan de heer Boon wil vragen: u legt nogal de nadruk op het aantal slaapplaatsen, of dat nou 45.000 is of 47.000 of 44.000. Eerlijk gezegd vind ik dat niet eens zo belangrijk. Het is volgens ons al lang duidelijk dat we op die 45.000 zitten, dan wel er overheen gaan schieten in de nabije toekomst. Mijn vraag is of u 45.000 een belangrijk getal vindt? Of is het belangrijker om ook te kijken, in termen van druk op Texel, hoe vaak en hoe lang die slaapplaatsen werkelijk benut worden? Het hele jaar door hebben we een aantal van miljoenen toeristen. Wat vindt u belangrijker? Het aantal slaapplaatsen of het aantal mensen wat ons eiland bezoekt en op het eiland aanwezig is? -Gaat uw gang, meneer Boon. Uiteindelijk is dat natuurlijk het aantal mensen dat permanent gebruik maakt van een verblijfsrecreatieve voorziening.

Dat betekent zich daadwerkelijk op een slaapplaats bevindt die - dat is bij verblijfsrecreatie nu helemaal zo, en zeker als het gaat om de viletta's en de bungalows en de stacaravans - die hebben de mogelijkheid om jaarrond benut te worden. Juist die jaarrond benutting veroorzaakt druk. De druk die op dit moment uitgaat van 45.000 bezette slaapplaatsen is vele malen groter dan van de 45.000 slaapplaatsen die ooit werden benoemd als de norm die nog voldoende draagkracht voor Texel heeft. Dank u wel. Ik zie nog twee mensen die hierna komen. Dan wil ik proberen af te ronden, zodat we samen in discussie kunnen gaan. Mevrouw Van de Wetering

en de heer Hoogerheide. Meneer Hoogerheide. Ik krijg het eerste woord. Prima, dank u wel. Meneer Hoogerheide, wilt u een vraag stellen aan de heer Boon? Oké, gaat uw gang. -Graag wat rust in de tent. Meneer Boon, ik snap uw betoog. Ik kan een deel volgen, als u zegt het aantal bedden. Wij hebben om wat voor reden dan ook eens een besluit genomen om de bungalows van 75 naar 100 vierkante meter te doen. Daar hebben wij ons onvoldoende gerealiseerd dat het ook zou kunnen leiden tot meer bedden. Ik denk dat uw conclusie daarin juist is. Vraag aan u is: als ik alles overlees, stelt u dan voor om naar een forfaitair systeem te gaan ten aanzien van de toeristenbelasting? -Dat is een vraag van hele andere orde, waar wij ons totaal niet over hebben gebogen. Daar ben ik blij mee, want dan kunnen wij nu dit stuk afronden. Dan kunnen wij u hartelijk bedanken voor uw inbreng. U kunt de discussie vanaf de publieke tribune verder gaan volgen. Dank u wel. Dan kunnen we nu overgaan naar de inhoudelijke bespreking met elkaar. We gaan beginnen met een inventarisatie. Dan kan ik in ieder geval bij mevrouw Koot aangeven dat zij al een aantal vragen richting het college heeft gesteld. Die kunt u direct nog een keer stellen wanneer u aan het woord bent. Ik zie mevrouw Van de Wetering, de heer Berger, de heer Huisman, de heer Rutten.

Dat is voor de eerste ronde? Oké, dan laten we dan eens aan de achterkant beginnen. De heer Rutten, gaat uw gang. Dank u, voorzitter. De Stichting Kernwaarden heeft veel tijd en energie gestoken in het tellen van bedden en het inventariseren van wat aanwezig is. Mijn vraag aan het college is: u doet veel, maar telt u daadwerkelijk bedden? Wethouder, wilt u ze allemaal achter elkaar of één voor één? Dan graag de heer Berger. -Dank u wel, voorzitter. Er zit een kenwaarde die pleit voor het realiseren van een digitaal nachtregister dat inzicht geeft in het aantal toeristen dat op Texel overnacht. Mijn vraag is: heeft het college voornemens om dat inderdaad te realiseren? Op welke termijn zou zoiets kunnen gaan werken? -Dank u wel. De heer Huisman. Dank u, voorzitter. Eerst een vraag aan het college. Misschien kom ik straks nog even terug aan enkele vragen aan de mensen die de brief op de agenda hebben geplaatst. Het Texelkaartje met registratienummers. Het geeft een wat difuus beeld. Datzelfde hebben wij ook geconstateerd in het rapport van SKT, ondanks dat ik er meteen bij zeg dat ze een monsterklus hebben gehad om een en ander uit te zoeken. Wij zien daar toch grote verschillen. Dat zien we ook op het Texelkaartje terug.

Iedereen op Texel kan een registratienummer aanvragen, hebben wij geconstateerd, terwijl wij hadden verwacht dat degenen die een bed and breakfast hebben op een woonbestemming in aanmerking zouden moeten komen voor zo'n registratienummer. Op bestemde gronden van vakantieparken zien we registratienummers geregistreerd staan, of bij maatschappelijke panden of bij dienstwoningen. Volgens mij zou het toch moeten zijn dat als iemand een registratienummer aanvraagt voor het houden van B&B, dat dan ook getoetst wordt of die persoon in aanmerking komt. Zelfs Woontij-woningen mogen een registratienummer aanvragen, terwijl Woontij in zijn bepalingen heeft staan dat het niet is toegestaan. Er komt een heel diffuus beeld,

en dat lijken enorme aantallen met extra slaapplaatsen waarvan ik zeg: een heel groot gedeelte zou een registratienummer niet mogen aanvragen. Maar kennelijk gebeurt dat wel, dus ik ben heel benieuwd hoe dat gaat worden opgelost. Dank u wel. Ik zat hier gisteren zelf ook mee en ik denk: even kijken of ik het ook kan aanvragen. Dat ging heel soepel. Ik heb niet op de laatste bevestiging gedrukt. Dan mevrouw Van de Wetering, gaat uw gang. -Als ik alle rumoer alweer hoor in de raadzaal, en bijvoorbeeld ook de opmerking van meneer Huisman... Het is helemaal niet duidelijk wie of wat, en waar. Mensen vragen zelfs op huizen van Woontij bepaalde registratienummers aan. Dat is trouwens alleen voor de bed and breakfast, want volgens mij hoeven de grote parken en dergelijke helemaal niet precies op te geven hoeveel slaapplaatsen ze hebben. Die worden via de normtelling gedaan. -Een interruptie. Ik moet dat toch even corrigeren. Kijk het Texelkaartje er eens op na. Er zijn ook particuliere eigenaren van vakantiehuisjes op een parkje. Kijkt u het Texelkaartje maar eens na, klikt u daar eens op. Dan komt u tot de ontdekking dat op een vakantiepark, waar een bestemming op zit voor recreatie met vijf norm slaapplaatsen, daar zit opeens een registratienummer met B&B. Dat is heel vreemd, dat klopt niet. -Gaat u verder. Dank u wel.

Ik zei net al dat ik het helemaal met u eens was dat er een heleboel onduidelijkheid bestaat. Vandaar dat dit rapport van Stichting Kernwaarden Texel door ons zeer wordt gewaardeerd. Wij hebben als D66 ooit een voorstel ingediend, dat ook aangenomen was, om alle slaapplaatsen daadwerkelijk een keer te tellen. Dat is toen aangenomen. Er is ooit een rib over gekomen dat het toch niet haalbaar was. Wat ik nog steeds een heel vreemd verhaal vind, want de bed and breakfasts hebben ook een registratieplicht gekregen. Ik zie nog steeds niet in waarom niet iedereen op Texel eigenlijk een registratieplicht zou kunnen krijgen, inclusief de grote parken. Het rapport doet bij mij in ieder geval een reactie op van: college, kijk hier eens wat beter naar. Zoals PvdA dan zei: wat maakt die norm nog uit? Die norm maakt wel uit, want daar hebben we ons beleid aan opgehangen. Daar zijn al onze faciliteiten op berekend. Wat er nu gebeurt, en wat de ervaring is op Texel op dit moment, is dat men de drukte als steeds meer ervaart. Er is dus wel degelijk iets veranderd sinds de jaren '70 en nu. We hebben toegestaan dat huizen groter zijn geworden. Allerlei zaken tellen mee. Ik roep het college eigenlijk op, en dat is ook mijn vraag aan het college: wat gaat u doen met dit rapport? Dank u wel. Ik zat te wachten op deze laatste zin. Mevrouw Koot, aan u de eer om uw eerder gestelde vragen te herhalen.

Dank u. De heer Boon gaf zelf aan dat hij aan de raad voorstelt om een uitgebreide reactie van het college op de brief te vragen. Ik wil die vraag dus doorleggen naar het college. Als raadslid ben ik erg benieuwd naar een uitgebreide reactie van het college op de ingebrachte punten in de brief. In de raad zelf wordt al gezegd: wat is uw reactie op de brief? Meerderen zitten op dat antwoord te wachten. Het handigst is, denk ik, om naar aanleiding van de reactie nog een keer een agendapunt te maken. Dat zal misschien een beetje lastig worden. -Mevrouw Koot,

zullen we aan het eind beslissen wat we hier verder mee gaan doen? Oké, dan ga ik nog één vraag neerleggen. Klopt het, zoals gesteld in het rapport van SKT, dat de systematiek van de gemeente niet op orde is en dat er onvoldoende uitvoering van de motie van de gemeenteraad is geweest? Dat is één van de belangrijkste bevindingen van SKT. Dat is een vraag die ik aan het college wil geven. Dank u wel. Dan kijk ik naast mij wie hier de gelukkige is. Mevrouw Van der Werf, ik had u nog niet gezien. Gaat uw gang. Dank u, voorzitter. Wij ondersteunen de vraag van mevrouw Van de Wetering van D66. We zijn heel benieuwd wat het college hiermee gaat doen. -Dan gaan we dat nu vernemen, hoop ik. -Voorzitter, dank u wel. Toen ik het rapport in ontvangst genomen heb op een woensdagochtend om half negen, twee weken geleden, geloof ik, van de Stichting Kernwaarden heb ik al gezegd, nog voordat het college daar iets van kon vinden: "Ik ben heel blij met het rapport, omdat het de discussie opnieuw agendeert." De tweede opmerking was dat ik gelijk naar de tabel heb gekeken en gekeken heb welke zij meetellen in de systematiek die bij ons niet in de systematiek zitten. Die heb ik eraf gehaald. Dan stel ik vast dat het verschil tussen de gemeentelijke telling en de telling van Stichting Kernwaarden lager is dan één procent. Dan denk ik dat we het prima gedaan hebben. Dat is één opmerking.

Daarmee poets ik alle vragen die gesteld zijn echt niet weg. Maar de orde van grootte van de registratie, daar hoeven we niet zo ingewikkeld over te doen. Voorzitter, dan kom ik op de vraag van de motie. Dit college heeft hopelijk vier jaar de tijd om hieraan te werken. We zijn halverwege. We hebben in oktober van 2022 een factsheet met alle cijfers en de interpretatie ervan op tafel gelegd. We hebben daarin ook gezegd dat het sluitstuk van de beddentelling wat ons betreft moet liggen in de digitale nachtregistratie. Dan weet je precies per nacht hoeveel bedden er daadwerkelijk beslapen worden. Daar kan je vervolgens op sturen. Dat doet Amsterdam ook. Amsterdam zegt: als er in oktober x miljoen overnachtingen geweest zijn, dan gaat daarna of de deur dicht of de toeristenbelasting omhoog. Pas als je dat weet, kan je in de loop van het jaar sturen op de drukte. Het college is hiermee bezig. Het college vindt dit een erg serieus rapport, maar wij willen daar wel een stukje ontmythologisering op toepassen. Er komt op enig moment een goede reactie op dit rapport. We zijn ook bezig met een pilot met de digitale nachtregistratie. Dat moeten wij op dit moment op vrijwillige basis proberen overeen te komen met de sector. Dat is niet makkelijk. Misschien komen we op een gegeven moment bij u terug om daar een verplichte deelname voor te regelen, want dan kunnen we tenminste door.

Samenvattend is dat het rapport. Blij dat het er is. We kunnen de discussie daarin voortzetten. Ik durf u geen termijn te noemen waarop wij met een inhoudelijke reactie komen, want we hebben eerst nog een aantal andere dingen te regelen. Dit heeft volle aandacht van het college. Nu ga ik de vragen langs. Telt u daadwerkelijke bedden? Dit zegt de heer Rutten. Nee, wij tellen niet daadwerkelijk de bedden. Wij hebben een planologische beddenregistratie. Die bestaat uit een aantal elementen. Eén is: hoeveel liggen er planologisch op het perceel? Twee is: hoeveel mogen er per hectare? Drie is: wat is de oppervlaktemaat van de gebouwen waarin ze mogen liggen?

Dat hebt u geregeld in uw beleid. Daar valt van alles aan te verbeteren en te verfijnen, maar dat is het beleid wat u hebt vastgesteld, en wat wij juridisch uitwerken en handhaven. Dan digitaal nachtregister, daar voor de heer Berger naar. Dat heb ik benoemd. Dan de Texelkaart. Dat klopt, meneer Huisman, de Texelkaart is nog niet volledig. Sterker nog, wij hadden het voornemen om hem per kwartaal te updaten. Wij weten dat er op een paar plekken een dubbeltelling zit, zoals u hem ook zelf verwoord hebt. Wij wachten tot we menskracht, handjes, hebben om dat eindelijk goed te gaan organiseren. Achter de schermen is dat veel werk. Het staat op de lijst van dingen die we moeten doen, dus het komt eraan. Ik durf u alleen geen termijn te noemen. Het probleem is gesignaleerd en we proberen dat recht te zetten. Dat is dat antwoord. Volgens mij heb ik verder de vragen in hoofdlijnen verteld. Ik wil nog één opmerking maken naar aanleiding van de vraag van de heer Hercules. Ik denk dat het precies de goede vraag is die ook de raad zich moet stellen. Stel dat je het zou weten, wat ga je vervolgens doen? Als je logisch doordenkt, die 45.000 ooit was het 47.000 - is bedacht in 1970 toen de vakantiepiek acht weken was. Dus dit en dan twee maanden zo, en dan weer zo. Nu is de vakantiepiek minstens tien maanden lang, dus dat gevoel van drukte is niet zo gek.

Die duurt veel langer en je krijgt nauwelijks tijd om adem te halen op dit eiland. Als je daarop doordenkt en je denkt aan een ander perspectief, dan moet je misschien nagaan of die 45.000 niet te hoog is. We hebben er geen instrumenten voor om daar op dit moment op te sturen. Dat is de vraag die u op enig moment op tafel krijgt. Hoe gaan we dat doen? Tot zoverre, voorzitter. Ik zag drie vingers die graag hierop wilden inhaken. Dat waren mevrouw Koot, de heer Huisman en de heer Berger. Meneer Berger, wilt u beginnen? -Dank u wel, voorzitter. De wethouder heeft gezegd dat het digitaal nachtregister de aandacht heeft. Ik heb ook gevraagd op welke termijn dit zou kunnen werken. Ik vraag me af op welke termijn er zicht op is dat dit een verplichtend karakter heeft, en ook cijfers gaat opleveren waar wij iets mee kunnen. Iets concreter wilde ik het daarover hebben. Wat betreft de drukte die u opnoemt, over tien maanden, daar komen we straks op terug bij het verhaal over bed and breakfasts in hoofdstuk drie van het parapluplan. Met name over de mogelijkheden van een vergunningstelsel. Dan kan je pas echt aan knoppen draaien. -De heer Huisman. Dank u, voorzitter. Ik zou de tip willen meegeven aan de heer Berger: kijk eens op Cadeau Texel. Daar is een graadmeter over bezettingsgraad van slaapplaatsen op Texel. Die wordt per week bijgehouden. Doe daar uw voordeel mee.

De enige vaststelling die ik nog wil doen naar aanleiding van de registratienummers, de aanvraag. Ik merk hierbij op dat daardoor een diffuse beeld ontstaat over het aantal slaapplaatsen dat we kennen, met name door het Texelkaartje. Ik vraag me af of je het Texelkaartje, als het zo moeilijk en ingewikkeld is ik weet dat er veel manuren in gaan zitten - nog in stand moet houden. Dank u wel. Mevrouw Van de Wetering. -Dank u, voorzitter. Naar aanleiding van wat de heer Huisman hiervoor zei. Niet deze keer, maar daarvoor. Er werd bij de registratienummers gesproken over woningen van Woontij. Wethouder, dat is op z'n minst een stap die heel snel genomen zou moeten kunnen worden,

om daar eens naar te kijken. -Dank u wel. Mevrouw Visser. Dank u wel. Ik had een vraag aan de portefeuillehouder. We hebben nu al het beleid dat er geen bedden meer bij kunnen komen, alleen in geval van oude rechten, en dat er geen bedden verplaatst kunnen worden. Is er beleid dat nu, uitgaande van de normtelling, niet gemaakt of uitgevoerd kan worden, maar wel op het moment dat we daadwerkelijk getelde bedden hebben? -Wethouder. Dat is een vraag waar ik met ambtenaren over moet nadenken. Wat is de status van de daadwerkelijk getelde bedden, als je het al zou weten? Zijn die vandaag precies zoveel als volgende maand? Daar zitten allerlei onzekerheden in. Op die vraag komen we terug op het moment dat wij reageren op dit rapport. Dan heb ik nog drie vragen staan. De planning van het digitaal nachtregister. Wij hadden in de planning staan dat wij vorig najaar een eerste proef zouden doen. Dat is nog niet gelukt. Ik hoop dat het dit jaar wel lukt om met een deel van de sector de proef te doen met het digitale nachtregister. Even voor uw beeld, voor de grote spelers is dat een fluitje van een cent. Dat is backoffice, een knopje omzetten in de software. Dan worden de gegevens automatisch elke nacht doorgezet naar een digitaal nachtregister. Het probleem zit juist in de kleinere aanbieders, want die doen dat soms nog in een Excel-sheet of in een schriftje.

Die moeten een handzaam middel aangereikt krijgen dat zij via een website elke dag kunnen invullen. Wij hebben zoveel gasten die bij ons slapen. Daar moeten wij de sector in meekrijgen. Zolang dat vrijwillig is, moeten we daar tijd in steken om dat te doen. Dat is die opmerking. De opmerking van de heer Huisman over Cadeau Texel met zijn bezettingsgraad. Voor zover ik die heb begrepen is dat een extrapolatie van een beperkt aantal accommodaties die je doorvertaald naar alle accomodaties. Daar zou ik precies van willen weten of de doortelling daarvan betrouwbaar genoeg is. Dan weet je het pas precies. Woontij, dat is de laatste vraag. Iedereen die een contract met Woontij heeft, weet dat die het niet mag onderverhuren, ook niet aan toeristen. Het is niet aan de gemeente om die te handhaven. Dan mevrouw Koot. Dan wil ik u in ieder geval vragen om de vraag die u aan het begin gesteld heeft... We moeten richting een afronding. Oké, dan gaan we die ook opschrijven. Mevrouw Koot zat al een tijdje te wachten. Ik wil u het woord geven. Vooral de vraag die u aan het begin stelde, of u die ook wilt meenemen, namelijk: hoe gaan we hiermee verder? U heeft het op de agenda laten zetten. Dank u. Dank u voor de tip, voorzitter. Die geef ik bij deze als slotvraag mee.

Daarvoor wil ik aan de wethouder vragen of die zich ervan bewust is dat de bezettingsgraad van bedden gaat over hoeveel gebruik er wordt gemaakt. Dat is iets heel anders als de potentie die we hebben aan bedden. Ook met een nachtregister, als het zou lukken, telt u de daadwerkelijke overnachtingen. Het punt wat we als raad hebben: hoeveel potentie hebben we nog op het eiland liggen? Ik zal het heel eenvoudig uitleggen. Je hebt allemaal bungalows van vier bedden en die worden voltallig benut 's nachts. Nachtregister vier bedden. Die bungalow wordt vergroot tot een achtpersoonshuisje, dat mag. Dan kom je tot de ontdekking dat er een groeipotentie op het eiland aanwezig is. Als je in eerste instantie alleen

die vier bedden telt in het nachtregister, zal je over vijf jaar zien dat er een heel ander aantal overnachtingen gaat komen kijken. Dat is het punt van het verschil tussen bezetting of echt aanwezige bedden. Dat zouden we uitgezocht willen hebben. Dat is de vraag die ik nog aan de wethouder wil meegeven. Wat gaat u doen met wat er nu aangekaart is? Wat doet u met het verschil tussen daadwerkelijk beslapen en potentie aan bedden die er nog staan? -Ik denk dat het slim is dat ik mevrouw Van de Wetering nog even het woord geef. Dat lijkt me wel. Dank u wel, voorzitter. Ik wil reageren op de wethouder. Ik vind het heel vreemd dat u zegt dat het verhuren van Woontij huizen alleen een zaak van Woontij is. Het is heel simpel om binnen dit ambtelijk apparaat de huurwoningen van Woontij bij wijze van spreken rood te zeggen. Als ik in een Woontij-woning woon en ik vraag een registratienummer aan, dan zou ik hem niet moeten kunnen krijgen van de gemeente. Nu kan ik hem wél krijgen van de gemeente. Dat is heel raar, want het registratienummer is het verplichte aspect. Die moet je hebben en dan mag je logies met ontbijt doen. Daarvoor heb je een registratienummer nodig. Het is heel simpel dat de gemeente die huizen kan blokken bij een aanvraag. Nu hebben mensen bij Woontij een registratienummer. Dat vind ik heel raar.

-Wethouder, kunt u vooral de vragen van mevrouw Koot oppakken? Als u een aanvulling voor mevrouw Van de Wetering heeft, prima. -Voorzitter, ik denk dat het uiteindelijk de verantwoordelijkheid is van de huurder bij Woontij. Wij zullen een behoorlijk privacyprobleem moeten oplossen om de actie te doen die u nu voorstelt. Die is tamelijk tricky. De tweede opmerking betreft mevrouw Koot. Het verschil tussen bezettingsgraad en potentie is mij erg duidelijk, al voordat u dat uitlegde. Dank u wel daarvoor. Dat is precies het punt waarom wij zeggen dat wij precies willen weten hoeveel bedden er daadwerkelijk beslapen worden. Dat is wat je kunt meten. Dan weet je ook waar eventuele problemen veroorzaakt worden. Dat kun je correleren aan drukte-ervaring van mensen op een bepaalde plek op het eiland en bij bepaalde activiteiten. Dan pas kan je handelingsperspectief vaststellen als raad. Voorzitter, ik stel voor dat we dit nu beëindigen. In de reactie waarmee wij op enig moment bij u terugkomen op dit rapport, zullen we de goede vragen proberen te definiëren, voor zover wij dat kunnen. Dank u wel. Ik wilde namelijk voorstellen om het college te vragen dit onderwerp te agenderen op het afstemmingsoverleg en het dan opnieuw in de commissie te laten komen. Als het antwoord klaar is uiteraard, niet eerder. Ja, want u bent zich ervan bewust dat ik beslist geen termijn genoemd heb. Dank u wel.

Kunnen we hiermee instemmen? Dank u wel. Dan kunnen we nu naar het echte hoofdstuk

6 Paraplu-bestemmingsplan verblijfsrecreatie n.a.v. TTP van deze commissievergadering: het paraplubestemmingsplan verblijfsrecreatie naar aanleiding van het toeristisch toekomstplan. Dan de beroemde inleiding: Met de vaststelling op 22 september 2021 van het toeristisch toekomstplan, heeft de raad ook besloten

dat er een paraplubestemmingsplan zou worden opgesteld. Hierin zouden alle relevante ruimtelijke onderwerpen uit het toeristisch toekomstplan meegenomen worden die vragen om aanpassing of aanscherping. De gemeenteraad heeft op 14 december 2022 besloten het ontwerp parapluplan, inclusief het verwerkend amendement 'diversiteit van aanbod, niet verder verstenen' ter inzage te leggen. Eenieder kon een zienswijze kenbaar maken gedurende de termijn van de inzagelegging. Er zijn 115 zienswijzes ingediend. De zienswijzes en reacties daarop zijn opgenomen in de nota van zienswijze. De zienswijze leidde tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De wijzigingen leidden tot het voorstel van het college om het paraplubestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Bij dit onderwerp hebben we acht insprekers. De spelregels heeft u net kunnen zien bij Stichting Kernwaarden Texel. Vijf minuten spreektijd. Na vier minuten probeer ik een seintje te geven. De commissieleden kunnen - als u klaar bent, dus blijf even staan - verduidelijkende vragen stellen. Dit is een hele belangrijke voor de commissieleden. Wanneer er vragen zijn die u niet aan de inspreker wil stellen als verduidelijkende vraag, maar een vraag aan het college, dan verzoek ik u die te noteren en deze na alle insprekers te stellen. Kunt u daarmee uit de voeten? Dan wil ik de heer Schilling vragen om als eerste in te spreken.

Gaat uw gang. -In deze genderneutrale tijd maakt het allemaal niks meer uit. Geacht bestuur, voorzitter. In 1980, 44 jaar geleden, was ik 17 en de trotse bezitter van een pipowagen. De wagen stond gedurende het kampeerseizoen opgesteld aan de rand van de duinen achter Den Hoorn. De pipowagen werd vergezeld door een aantal tentjes van de seizoensarbeiders van het bloembollenbedrijf van mijn vader, en was samen met het tot keuken omgebouwde schuurtje een charmant, tijdelijk zomerverblijf. Ik heb niet uitgezocht of ons zomerkamp van toen paste in het in die tijd vigerende bestemmingsplan. Ik heb in al die jaren nooit een bezoek of brief gekregen met een verzoek mijn kleine tractor voor de wagen te spannen en op te hoepelen. Toen ik begin jaren '80 naar Amsterdam verhuisde, nam ik mijn pipowagen mee en heb ik nog een jaar of twee achter Artis gekampeerd. Ik werd 's ochtends vaak wakker van het geschreeuw van de apen en van het getetter van de olifanten. Na een mooie tijd in de hoofdstad ben ik recent terug in Den Hoorn en heb ik een prachtige pipowagen gekocht. In het zomerseizoen staat die achter de oude stolpboerderij als verblijf voor mijn kinderen en vrienden, wanneer die langskomen. In de winter staat de wagen in de schuur. De cirkel is rond, dacht ik bij mezelf, toen ik de pipowagen met mijn tractortje het erf opreed. Dat lijkt anders te liggen dan ik dacht, blijkt het nu.

Texel heeft de 40 jaar dat ik in Amsterdam woonde en werkte niet stilgestaan. Het eiland heeft zich, net als de rest van Nederland, voorspoedig ontwikkeld. Veel dingen zijn verbeterd en veranderd. Er zijn minder tentjes en meer zomerhuizen en hotels. Het toerisme is enorm toegenomen en de druk die dat oplevert is duidelijk voelbaar. In mijn beleving is de kern van het parapluplan het beheersen van het aantal toeristen en overnachtingen op het eiland. Het gaat over tienduizenden beschikbare bedden.

Daar komen er schijnbaar ongemerkt nog steeds meer bij. In de circa tien pipowagens die het eiland rijk is, bevinden zich een stuk of 20 bedden. De pipowagen is niet erg groot, en de meeste wagens bieden slechts plek voor twee gasten. De Caravans of de campers die daar volgens het voorstel voor in de plaats gaan komen, zullen meestal vier of zelfs zes slaapplaatsen hebben. Het verbieden van de paar pipowagens zal dus een verdubbeling van het aantal bedden tot gevolg hebben. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wat ik denk dat er is misgegaan met de sympathieke pipowagen, is dat die in een aantal gevallen getransformeerd is in een Pipo-bouwwerk. Sommige wagens gaan in oktober niet meer de schuur in, maar blijven het hele jaar staan. Er was geen haan die daarnaar kraaide. De wielen roesten vast, er wordt een terras om de wagen getimmerd en soms zelfs vaste riolering aangelegd. Zo ontstaan er in het buitengebied op een paar plekken recreatieve opstallen, zonder dat daarvoor een vergunning verleend is. Het is mijn inziens belangrijk om een verschil te maken tussen een pipowagen en een Pipo-bouwwerk. Mijn betoog betreft de pipowagen. Laat die paar pipowagens die netjes in de schuur staan van oktober tot en met maart met rust. Laat ze in de zomermaanden het buitengebied sieren met hun charme en sympathieke uitstraling.

Over smaak valt niet te twisten, maar er zullen veel mensen zijn die vrolijk worden van een pipowagen en die liever in het buitengebied zien staan dan een hagelwitte caravan met voortent of een knoeperd van een camper. Laten we wegblijven van het gesteggel of een pipowagen een kampeermiddel is of niet, en een gang naar de rechter voorkomen. Gun dat handjevol pipowagens een coulanceregeling of desnoods een uitsterfregeling. Dank u wel. Meneer Schilling, hartstikke goed. Dank u wel. Wilt u even blijven staan? Dan kijk ik rond of er commissieleden zijn die een vraag hebben. De heer Hoogerheide, de heer Rutten, de heer Polderman, de heer Hercules. Dan graag beginnen met de heer Hoogerheide. -Dank u wel, voorzitter. Meneer Schilling, heeft uw pipowagen een trekhaak? Jazeker, die heeft een dissel. -Dank u. De heer Polderman. -Dank u, voorzitter. Ik vind het prachtig, een pipowagen. Het past heel mooi in het buitengebied, denk ik. Bent u zich ervan bewust dat in het nieuwe toeristische toekomstplan staat dat er dadelijk helemaal geen vaste kampeermiddelen meer mogen in het buitengebied? Kortom, of het nou een pipowagen is of wat anders... We hebben blijkbaar in het nieuwe plan staan, even voor ons allemaal, dat er dadelijk helemaal geen vast kampeermiddel meer mag. De vraag was: bent u zich dat bewust? -Dat begrijp ik inderdaad, dat we die semantische discussie hebben. -Dank u wel.

Meneer Rutten. Dank u, voorzitter. Meneer Schilling, u zei in uw betoog iets over uw pipowagen. Ik wil dat graag echt duidelijk hebben. Hoe is uw pipowagen te verplaatsen? Heeft u een telekraan nodig om hem op te tillen? Kunt u dat vergelijken met een een gewone tourcaravan? De telekraan is niet nodig. Ik heb een heel klein trekkertje, 25 pk. Die trekt mijn wagen de schuur in, of zelfs van het erf af. Dank u wel. Volgens mij was de heer Hercules de laatste. Meneer Schilling, dank voor uw inspraak. Ik denk dat wij een positieve insteek hebben voor echte pipowagens. Dat kan niemand ontkennen, denk ik. We zitten hier

in een bestemmingsplandiscussie. Ik heb een erg feitelijke vraag voor u. U had het over 10 pipowagens op het eiland die een ding vormen binnen dit bestemmingsplan. We lezen in de stukken dat er aan een aantal Pipo-wageneigenaars een toezegging is gedaan. Ik weet niet precies wat het is, een toezegging. Dat ga ik straks vragen aan het college. Is er aan u een toezegging gedaan, en weet u wat het is? -Ik heb daarvan vernomen. De toezegging is mij nog niet gedaan. Dat is ook de reden dat ik hier mijn betoog houd. -Dank u wel. Dan wil ik u hartelijk danken voor uw inbreng. Dan kunnen we naar de volgende inspreker. Er staat mooi uitgeschreven mevrouw Kortmann-Groen. Dank u wel. Goedenavond, geachte voorzitter en leden van de commissie. Ik ben hier om uit te leggen waarom ik mijn zienswijze heb ingediend. Vorig jaar is het parapluplan ter inzage gekomen. Ik was daar onaangenaam door getroffen omdat ik ook, net als Oep, een pipowagen heb die wij ontzettend leuk vinden. Onze gasten vinden hem ook ontzettend leuk. Hij past volgens ons helemaal in wat Texel te bieden heeft. Het is een heel duurzaam ding, geen plastic caravan, et cetera. Te goeder trouw heb ik enkele jaren geleden een pipowagen op mijn erf bij mijn woning in het buitengebied geplaatst ten behoeve van de recreatieve verhuur van april tot november.

Volgens het toen geldende bestemmingsplan werd een pipowagen als kampeermiddel gezien, hetgeen bevestigd werd door de gemeentelijke ambtenaren. In het vorige bestemmingsplan van 2013 staat: kampeermiddel, tent, tentwagen, camper, caravan, of dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel kan worden gebruikt als recreatief nachtverblijf en dat, gelet op zijn constructie, omvang en vorm is geschikt om te worden vervoerd. Dat lijkt mij een definitie van een pipowagen. Kampeermiddel bij een woning. Het is toegestaan te kamperen op het achtererf met één kampeermiddel in de directe omgeving van de woning. Het gaat hierbij niet om een vast kampeermiddel. Vast kampeermiddel werd net al genoemd. Definitie van een vast kampeermiddel: een stacaravan of een chalet die meerdere jaren op dezelfde plek blijft staan. Dit is niet van toepassing op een pipowagen. U merkt dat een pipowagen lastig is te kwalificeren. Is het een houten caravan, een kampeerwagen? Mijn pipowagen voldoet aan alle eisen van een kampeermiddel. Hij is gebouwd op een Miedema landbouwonderstel dat geschikt is voor vervoer over de weg. Het heeft dezelfde uitrusting als een tourcaravan. Het heeft een bed, koopgelegenheid, koudwaterkraan, en het is 14 vierkante meter groot. Echt kamperen dus. Het is zeker geen vast kampeermiddel of een bouwwerk.

Een bouwwerk is namelijk een constructie die direct en duurzaam met de grond is verbonden. Wij hebben onze ziel en zaligheid gelegd in het bouwen van onze mooie pipowagen. Ik zou het vreselijk vinden om hem te moeten omruilen voor een lelijke caravan. De gemeente Texel worstelt met de term pipowagen. In het nieuwe bestemmingsplan wordt de pipowagen om onduidelijke reden niet meer als kampeermiddel gezien, maar de gemeente geeft toe dat zij eerder wel een pipowagen gelijk hebben gesteld aan een kampeermiddel. In de brief die wij vorig jaar op 2 maart van de gemeente Texel ontvingen staat het volgende: in het verleden blijken de regels voor pipowagens op verschillende wijzen te zijn uitgelegd.

Wij stellen vast dat de uitleg die onze medewerkers eerder over de pipowagen hebben gegeven niet juist is geweest. Ten onrechte hebben zij een pipowagen gelijkgesteld met een kampeermiddel, zodat deze in het kader van de regeling voor de plaatsing van een kampeermiddel in het buitengebied bij uw woning mag worden geplaatst gedurende het seizoen. Tot zover de term pipowagen. Maar dan: het gelijkheidsbeginsel is geschonden. De heer Hercules noemde het al even. Er zijn een aantal mensen met een pipowagen die blijkbaar een toestemming hebben gekregen. Ik werd zeer onaangenaam getroffen bij het lezen van de nota zienswijze van het parapluplan van februari 2024. Ik heb daar gelezen dat er door de gemeente een willekeurig onderscheid lijkt te worden gemaakt tussen pipowagens. De gemeente schrijft in de nota: in enkele concrete gevallen is aan te geven dat een pipowagen een kampeermiddel is, of daarmee gelijk is te stellen. In een aantal gevallen zouden er concrete toezeggingen zijn gedaan, of aannemelijk zijn dat dit gedaan is. Er zijn dus een aantal pipowagens die toestemming krijgen en anderen weer niet. Dat gaat in tegen het gelijkheidsbeginsel. De toezegging dat een pipowagen een kampeermiddel is die op het erf bij een woning in het buitengebied geplaatst kan worden, die in het verleden door de gemeente is gedaan, is in alle gevallen aannemelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=53f97c22-6f8c-48eb-842a-6cf87a3a61f1