CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Ondertiteling raadscommissie 3 april 2024

Raadscommissie 3 april 2024, gemeente Texel15.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

dus die neem ik niet. Ik begin even bij het begin. Opnieuw de heer Zegel. Misschien is het goed om vooraf even te vertellen dat zowel Staatsbosbeheer, als Natuurmonumenten, als defensie, als het Hoogheemraadschap, als De Lieuw allemaal betrokken zijn bij deze herstructurering van het wandelnetwerk. De essentie van het verhaal is dat je al die losstaande routes ook nog onderling verbindt. Bij die verbinding is dan met name de gemeente vaak aan zet, omdat er stukjes openbare weg zijn. Dus alle partijen die wandelpaden hebben op het eiland, zitten hier aan tafel in die samenwerkingsovereenkomst. We proberen dat dus op een zo goed mogelijke manier te doen; uniform. De conclusies van dit stuk komen voort uit een eerste quickscan wandelpaden, die in het [onhoorbaar 01:23:37] al is aangekondigd. Bij de verwerking daarvan bleek dat de provincie die subsidieregeling had om het dan in één keer goed aan te pakken. En gebruik te maken van de structuur van het wandelpadennetwerk Noord-Holland. Daar is een app voor. In die app kunt u precies zien hoe dat ook actueel gedaan wordt, met broedseizoenen. De wandelingen in dat gebied worden in die app al geblokkeerd. En uiteraard zullen er dan ook bordjes staan, zoals er nu ook staan, dat dat niet de bedoeling is. Dus daarmee heb ik denk ik een aantal vragen gelijk al even meegenomen. Knelpunten fietsroutes.

Ja, maar mijn informatie luidt dat er vrijwel geen stukken zijn, waar zowel fietsers als wandelaars in dit nieuw op te zetten wandelnetwerk elkaar in de weg lopen. Dat is een ondergeschikt aantal kilometers. Dus dat is wel als knelpunt herkend. Ook in de analyse van de quickscan. We proberen dat zoveel mogelijk te vermijden. Dan de analyse van de knelpunten, mevrouw Van der Werf, die heeft inderdaad in die quickscan plaatsgevonden. In de bijlage die erbij zit, kunt u ook precies de kaders zien waarmee men dat afgevinkt heeft. Er is ook benoemd welke knelpunten. Ook de fietspaden, dubbel verkeer, is één van de knelpunten die benoemd is. Die proberen we dus zoveel mogelijk te vermijden in het definitieve netwerk. Staatsbosbeheer en de Lieuw, al die partijen dragen ook bij in dat stukje onderhoud op hun terreinen. Dan de structurele kosten. Dat is dus deels het stukje onderhoud wat de gemeente kwijt is voor de stukjes die ze zelf in beheer neemt. Als u het nodig vindt, zou ik kunnen navragen wat er in die 8000 voor website, promoties en dat soort zaken zit. Dat is ook de vraag van mevrouw Visser. Maar dat moet ik even uitzoeken, dus daar komen we nog even op terug. Verstoring door wandelaars. Dat is een discussie die ik even laat voor wat het is. Dat mag u zelf even proberen uit te maken. Dit is gericht op wandelaars.

Alle terreinbeherende organisaties, ook de Lieuw, zijn ook bezorgd over de verstoring. Dus op de plekken waar je dat niet wil hebben, zorg je op de momenten dat de verstoring echt vervelend is voor de natuur, dat mensen daar niet komen wandelen. De kwaliteitsverbetering. Drie meter beton? Nee, u moet hier denken aan bijvoorbeeld boerenpaadjes op tijd maaien. Zodat je daar niet met een tot aan je heupen natte broek loopt, als je toevallig even een klein ommetje wil lopen. Dus op het moment dat mensen zich mee laten nemen in dit wandelnetwerkpad, word je ook geacht dit op tijd netjes te regelen. De boeren ommetjes van De Lieuw. Ja, die zitten erbij. De partijen, op de vraag van de heer Kooiman, heb ik al even genoemd. Zij zijn allemaal betrokken. Mevrouw Visser vraagt

of we wel uniforme bordjes willen. Dat was wel het uitgangspunt bij de quickscan en de verstoring, de verrommeling van het landschap met allerlei verschillende bordjes. Dus ja, dat was aanname bij wat wij hier op tafel hebben liggen. Stift en VVV. Stift is een verhaal apart. Zij financieren ook delen van de fietspaden die de gemeente aanlegt. Dat is u bekend, neem ik aan. VVV heeft natuurlijk veel meer inkomsten dan alleen de bijdrage vanuit Top, Teso en de gemeente. De VVV maakt omzet. Daar zit een marge op waar ze een aantal dingen mee doen. Onderzoek, promotie en dat soort zaken. Dus dat budget is veel groter dan dat stukje wat de gemeente daaraan bijdraagt. Dat is absoluut niet een-op-een doorschuiven van geld. Daarmee heb ik denk ik de vragen voor nu gehad. Dat denk ik ook, wethouder. Anders hoor ik het graag van mijn commissieleden. Er stond nog een eventuele vraag open van de heer Zegel aan de heer Albers. Mijnheer Albers kennende, zal hij daar vast op willen antwoorden. -Dank u wel. Ik voel me een beetje wethouder zo. Het is goed om een ambitie te hebben, toch? Ik woon in een stukje van Texel, de Prins Hendrik. Daar wordt heel veel gefietst. Daar wordt heel veel gewandeld. Ik zie elke dag alle variaties in geluid, van wandelaars en fietsers. Dus voor mij is op dat vlak alles mogelijk. Volgens mij zegt de wethouder net ook, dat ook wandelaars kunnen verstoren.

Dus ik houd met alles rekening, mijnheer Zegel. -Nog een nabrander van mevrouw Visser. -Ik had nog twee vervolgvragen aan de wethouder. U gaf aan: we gaan die graspaden op tijd maaien, zodat we niet tot manshoog in de nattigheid lopen. Ik neem aan dat we dan wel het maaibeleid van de gemeente aanhouden. Als de bloemetjes bloeien, maaien we niet? U gaf net aan dat de VVV haar geld ook uitgeeft aan promotie. Nemen zij het stukje promotie van die wandelpaden dan niet op zich? -Ik denk dat het twee kontjes hoog blijft. Misschien dat de wethouder nog een antwoord heeft. Voorzitter, de vraag van het gemeentelijke maaibeleid kunnen wij natuurlijk alleen effectueren op gemeentelijke stukken. Als een boer zijn wandelpad wil onderhouden, dan kunnen we alleen maar aan hem vragen om dat zo te doen dat de wandelaar niet drijfnat wordt op bepaalde tijdstippen. En wat de VVV betreft: als u de site van de VVV volgt, dan hebben zij heel veel pogingen gedaan met bijvoorbeeld de Nederlandse wandelbond. Dat is een onderdeel van het doelgroep management van de VVV. Wij zoeken bezoekers op dit eiland die voor de kernwaarden voor dit eiland juist komen. Fietsers en wandelaars zijn daar een hele belangrijke groep in. Zij focussen op dit moment heel sterk op wandelaars. Ze proberen arrangementen samen te stellen met de Nederlandse wandelclubs voor wandelactiviteiten op Texel.

Daar zit de VVV heel erg op, om de goede toerist naar dit eiland krijgen. Dank u wethouder. Zijn er nog mensen die nog iets inhoudelijks over dit stuk willen zeggen? Mijnheer Kooiman. Dank u wel. We hebben dit uitvoerig in de fractie besproken. Dat ging met name over of andere partijen ook deelnemen in dit wandelpadennetwerk. Volgens mij zijn wij de laatste gemeenten die hier nog niet bij aangesloten zijn. Wij streven ook naar uniformiteit in bewegwijzering. We denken dat het een goed voorstel is. Een aantrekkelijk wandelnetwerk op Texel is zowel goed voor de eilanders, als zeker ook op toeristisch gebied. Dus wij kunnen hier volledig mee instemmen. Dank u wel, mijnheer Kooiman. Mijnheer Rutten.

Dank u, voorzitter. Wat ons betreft is het eigenlijk een vrij kleine investering in een mooi wandelnetwerk. Er zit ook wel een logica in om dan aan te sluiten bij het wandelnetwerk Noord-Holland. Alleen, nu brengt mevrouw Visser ons wel aan het twijfelen. Want past dit wel bij Texel? Het is allemaal inderdaad wel erg uniform en aangeharkt. Dat is niet echt heel Texels, volgens mij. -Dank u wel, mijnheer Rutten. U was denk ik de laatste. Zou ik toch kunnen voorstellen dit als hamerstuk door te laten gaan? Bespreekstuk? Wie wil er een bespreekstuk van maken? Niemand? Dan is het een hamerstuk. Ik zag geen hand, daarom vroeg ik het. Dan gaan we na het wandelen naar de volgende: de Regiovisie Sociaal Domein Kop van Noord-Holland 2024-2029.

10 Regiovisie Sociaal Domein Kop van NoordHolland 2024-2029 De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel, hebben mede op basis van input van de partners in het sociale domein een regiovisie voor het sociaal domein 2024-2029 opgesteld. De gemeenteraden wordt verzocht de Regiovisie voor het Sociaal Domein van de Kop van Noord-Holland 2024-2029 vast te stellen. Dat kan ik wel vragen, maar ik zou eerst willen vragen of er nog vragen over zijn. Mevrouw Visser. Dank u wel voorzitter. Dit stuk is besproken in de vergadering van de RRN vorige week. Helaas was ik zelf niet in de mogelijkheid om daarheen te gaan. Door de wonderen der techniek is de vergadering helaas ook niet terug te zien. Daarom wil ik de vragen die ik heb laten stellen door mijn collega uit Hollands Kroon, toch eigenlijk hier ook nog een keer stellen. Ik heb een vraag over ambitie 4 en over ambitie 6. In ambitie 4 staat: we streven ernaar dat onze inwoners zoveel mogelijk zelf oplossingen zoeken voor problemen, klachten en tegenslagen. Als je daar zelf een oplossing voor vindt, heb je dan een probleem? Dus ik hoop dat het een beetje een onhandige woordkeuze is. En dat er bedoeld wordt dat we als gemeente mensen gaan stimuleren om zelf om zich heen te kijken voor oplossingen, of iets van die aard. Ik vroeg me af of de portefeuillehouder mij daar een beetje in kan geruststellen. Dan hebben we ambitie 6.

Dat is een beetje het lokale; kwaliteit, op tijd en zo dicht als mogelijk. We streven naar kwalitatief goede en tijdige zorg, die bij de inwoner thuis is of zo dicht mogelijk bij dat huis wordt geboden. Wij missen in dit onderdeel het goed organiseren van de lokale signalering van die zorgbehoefte. En de kennis van de lokale situatie. We nemen ergens wel aan dat dit onder deze noemer zou moeten vallen, maar we konden het niet goed terugvinden. Dus op het moment dat het sociaal team al bij gezinnen thuis komt. We hebben hier lokaal bijvoorbeeld Texel gezinnen. Hoe gaan we goed organiseren dat een lokale organisatie bij het sociaal team terecht kan als zij observeren dat er wellicht hulp nodig is?

Dank u, mevrouw Visser. Ik ga even de vragen verzamelen. Mevrouw Van de Wetering dacht ik gezien te hebben. Dank u, voorzitter. Ik was gelukkig wel in de gelegenheid om digitaal aanwezig te zijn bij de vergadering. Ik heb hem dus wel kunnen volgen. Een van de vragen die me daar opviel en triggerde: we gaan toch wat groter, we gaan even wat efficiënter. De vraag die daaruit voortkwam bij één van de andere commissieleden van de RRN was: we hebben eigenlijk de Wmo over de schutting gegooid gekregen, om het kleiner te organiseren. Dichter bij huis, zodat we meer kwaliteit en directere zorg kunnen leveren aan onze cliënten, personen die hulp nodig hebben. Onze inwoners die in de problemen zitten. We doen het juist dichtbij. De vraag die daaruit voortkwam was: zijn we nu de zaak niet juist aan het omdraaien? En het efficiënter en groter aan het maken? Terwijl in het verleden juist bleek dat dit aan de persoonlijke noodzaak, of wensen van iemand die dat nodig had, voorbij gaat? Het werd weer een nummer. Daar ben ik ernstig bang voor. Daar wil ik graag een reactie van de wethouder op. Dat hij mijn angsten daar gewoon voor wegneemt. Zodat we toch op Texel onze kleine dingen kunnen blijven doen. Ik heb daar ook al iets over de vrijwilligers gezegd. We bouwen ontzettend op onze vrijwilligers. Daar moeten we ontzettend blij mee zijn.

Maar we zien ook allemaal dat onze vrijwilligers vaak inwoners van ons eiland zijn die wat meer op leeftijd zijn. Het klinkt heel vervelend wat ik ga zeggen. Wij worden ook allemaal ouder, dus misschien schuift het wel op. Dat hoop ik van harte. Maar misschien moeten we eens kijken naar een kleine financiële vergoeding. Dat is een gekke vraag aan de wethouder. Hoe staat u daar tegenover? Hoe denkt u daarover? Of heb ik een heel gek idee? Dat was het, voorzitter. -Dank u wel, mevrouw Van de Wetering, voor uw gekke idee. Ik ga verder met het inventariseren bij mevrouw Ter Borg. -Dank u, voorzitter. In de Regiovisie die nu ter tafel ligt, wordt onder het kopje geschiedenis een beeld geschetst van wie er allemaal betrokken was in het voortraject. Mensen die ook mee hebben kunnen praten. Er zijn ongeveer tweehonderd bijeenkomsten geweest. Dat zijn onder andere de adviesraden van de Noordkop, onder andere de adviesraad van Texel. Ze zijn dus betrokken geweest bij de totstandkoming van deze Regiovisie. Wat ons dan wel verbaast, is dat in de aanbevelingen van de adviesraad naar aanleiding van de Regiovisie die hier nu ligt, expliciet verzocht wordt om eerder in het proces van de verdere beleidsontwikkeling te worden meegenomen. Dat verbaast ons, maar hopelijk kunt u dat ons uitleggen? Verder heb ik nog wat vragen.

In diezelfde gebundelde adviezen, of aanbevelingen van de adviesraden die gedaan zijn naar aanleiding van deze Regiovisie, daar staat van alles in. Wat wordt er gedaan met deze aanbevelingen? Worden die nog verwerkt of opgenomen? Komt daar vervolg aan? Met name als het gaat over de concretisering. Nee, mevrouw Van de Wetering, dat staat er niet. Anders vroeg ik het niet. Twee: is er overwogen om te prioriteren? Bijvoorbeeld eerst op drie onderwerpen de samenwerking zoeken, in plaats van de hele paraplu? De laatste: er is nu ook al geïnvesteerd op het gebied van het sociaal domein, bijvoorbeeld het IJslands Model. Hoe past dit binnen de Regiovisie? Hoe wordt daarmee omgegaan? Dank u wel. Dank u wel, mevrouw Ter Borg. Ik had mevrouw Van der Werf. Dank u, voorzitter. Ambitie 4, waar mevrouw Visser naar refereerde

had ik ook. Maar wij hebben ook nog de vraag: wanneer en hoeveel wordt het financieel zichtbaar? Dank u, mevrouw Van der Werf. De heer Schuiringa. Dank u, voorzitter. Ik kijk ook naar de ambities. Als ik het zo interpreteer, dan is dit eigenlijk een stuk dat geschreven is voor de beleidsmedewerkers van de verschillende gemeentes. Niet zozeer vanuit de ogen van de burger, zoals we hier ook zo zeggen. Bij die ambities heb ik eigenlijk overal bijgezet: [onhoorbaar 01:28:40] streven. Met de toevoeging: zo niet, dan direct naar de medewerker. Als een burger in nood is, moet hij meteen naar het gemeentehuis kunnen lopen of bellen om hulp te vragen. En niet, zoals mevrouw Visser ook al zei: zelfredzaamheid. Daarvoor zitten we niet bij het sociaal domein, in mijn ogen. Daarom dacht ik dat het meer een beleidsstuk was, dan werkbaar voor iedereen. Uw vraag is dus: is dit niet meer een beleidsstuk? Zijn er nog meer vragen? Dan geef ik de wethouder het woord. Dank u wel, voorzitter. Dat wij hier een visie hebben met de vier gemeentes is best bijzonder. De meeste gemeentes doen op dit moment alleen een regionale jeugdzorgvisie. Want dat zijn ze namelijk wettelijk verplicht. Die hadden wij nog niet, wij moesten die nog maken. In dat proces kwamen we wel tot de conclusie: als we dan toch bezig gaan met een regionale jeugdzorgvisie, laten we dan een hele brede visie doen.

Geconstateerd werd ook dat we dat niet alleen kunnen. Dat moeten wij met partners samen gaan opstellen, aangezien wij ook partnerschap gaan verwachten en dat nodig gaan hebben in het vervolg hierop. Daar zijn geen tweehonderd bijeenkomsten geweest, maar een aantal bijeenkomsten waar in ieder geval tweehonderd personen aan hebben meegedaan. Zo uitgebreid was het proces nou ook weer niet. Het resultaat van al die gesprekken ligt dus hier als visie voor. Als grote gemene deler zit daar wel in dat we een aantal uitdagingen zien, die we echt niet meer alleen kunnen oplossen. Niet alleen als gemeentes, maar ook niet alleen als organisaties. We hebben allemaal te maken met personeelstekorten. We zien allemaal, dat vrijwel alle vraagstukken een integrale aanpak verdienen. En we zien eigenlijk een toenemende zorgvraag. Iets meer bij andere gemeentes wellicht dan hier, maar ook hier kan dat zeker gaan spelen. Een toenemende budgetvraag vanuit de zorg. Die gewoon niet meer in de hand te houden is, als je daar niet op een andere manier met z'n allen naar gaat kijken. Die vraag wordt gedeeld. De opgave wordt gedeeld. Niet alleen door de gemeentes, maar ook door de partners die daarnaar hebben gekeken. Dat even als inleiding. Mevrouw Visser gaat specifiek in op twee ambities.

De eerste is eigenlijk over de formulering van het streven naar dat inwoners zoveel mogelijk zelf oplossingen zoeken. Dat is inderdaad wel het streven. Dat wil niet zeggen dat bewoners, als ze geen problemen hebben, niet naar ons toe hoeven komen. Wat ook wel gebeurt, is dat bewoners niet zien dat het probleem dat ze hebben te ontvlechten is. En het sociaal team, of andere partners in het sociaal domein, helpen bij het ontvlechten van het probleem. Dan wordt het allemaal behapbaarder en beter op te lossen. Dat lukt niet altijd. Vandaar dat we ernaar streven. Vandaar dat deze ambitie zo is geformuleerd. We streven ernaar dat mensen het zelf kunnen doen,

maar we helpen ze er ook bij als dat niet kan. Dat is wellicht, in uw ogen, ongemakkelijk geformuleerd. Maar dat is wel precies wat we ermee bedoelen. U had ook een vraag over ambitie 6. Ik weet eigenlijk niet of die over ambitie 6 gaat, maar dat gaat meer over de toegang. Wie bepaalt wanneer er zorg nodig is? Daarover staat vrij veel in dit visiedocument. We willen juist die lokale samenhang, die samenhang tussen partners onderling, en juist die onderlinge signalering zo goed mogelijk voor elkaar hebben. We willen niet dat bewoners van het kastje naar de muur worden gestuurd. We willen dat bewoners zo snel mogelijk óf geen probleem meer hebben, omdat het meeviel. Of dat het opgelost kan worden met behulp van anderen. Of dat ze zo snel mogelijk wel in de reguliere zorg terecht gaan komen. De basis van dit stuk is normaliseren. Zorgen voor een sociale basis. En ervoor zorgen dat de partners met wie we samenwerken als gemeenten, ook in hun opdracht hebben vanuit partnerschap te kijken naar de bewoner. Maar ook naar elkaar en naar de opdracht die er samen ligt. Dus het is juist één van de grootste opgaven die we hier samen hebben. Dat raakt ook wel aan de angst van mevrouw Van de Wetering dat we het nu allemaal gaan opschalen. Die angsten hoop ik bij u weg te kunnen nemen.

In de visie staat heel duidelijk: de gemeentes werken regionaal samen als dat meerwaarde heeft, of als het wettelijk moet. Er zal lang niet altijd sprake zijn van meerwaarde. Er is natuurlijk heel veel lokaal netwerk waarin het geen meerwaarde heeft, als we dat op de manier van Schagen doen. Of op grootschalige manier samen gaan werken met Hollandse Kroon. Dat wil niet zeggen dat we niet van elkaar kunnen. Wat er in Schagen gebeurt, is echt niet zo heel veel verschillend van wat hier gebeurt. Misschien wel helemaal niet verschillend. Zeker niet als het gaat om de grote opgaven. Dus het altijd maar willen vasthouden aan wat we op Texel kennen, omdat het zo vertrouwd voelt, wil niet altijd zeggen dat dat het beste is voor de inwoner. Dus wat we proberen, is de zorg uit handen te nemen van de complexe vraagstukken. Zodat we met zijn al ook meer tijd hebben voor de onderliggende structuren hier. Die we met zijn allen op Texel kunnen oplossen. Dus de angst voor het grootschalig opschalen deel ik niet. Dit zou ook absoluut niet uit deze visie moeten komen. De basis van de visie is dat we de juiste zorg voor de juiste persoon op het juiste moment kunnen leveren. U stelde daarbij ook een vraag over de vrijwilligers. Volgende maand gaan we het met elkaar hebben over het uitvoeringsprogramma sociaal domein.

Als je het in een trap, ladder of piramidevorm zou willen zien, dan zit de landelijke wetgeving ergens daar. En hoe we met verzekeraars omgaan. Daaronder vallen de nieuwe akkoorden die het Rijk heeft bedacht, zoals het Integraal Zorgakkoord. Dan komt er een regionale visie met regionale samenwerkingen, helemaal onder aan. Daar zit eigenlijk die sociale basis die we met zijn allen op het eiland, of binnen de andere gemeenten zelf aan het verzorgen zijn. Dat is voor het grootste deel het preventieve gedeelte. Vraagstukken zoals vrijwilligers, of daar wel of niet een bijdrage voor geleverd moet worden vanuit de gemeente, of vanuit een andere organisatie zitten daar. Niet in een regionale samenwerkingsvisie. Mevrouw Ter Borg vroeg: wat gaan wij doen met de adviesraden? Allereerst dank voor de inbreng van de adviesraden.

Zij hebben in het proces ook goed meegedacht en meegesproken. En uiteindelijk dus ook gevraagd om advies. Dat hebben ze ook nog allemaal geleverd. Dat toont wel een grote betrokkenheid van de adviesraden in onze regio. Een van de opmerkingen die wij vaker horen van de adviesraden is: neem ons nou op tijd mee. Dat is natuurlijk ook het ingewikkelde tussen een systeemwereld van de gemeente en een vrijwilligersomgeving van een adviesraad. Dat is een eeuwige patstelling. Wij staan onder tijdsdruk. Wanneer neem je iemand mee? Wij denken dat we ze in dit proces behoorlijk goed hebben meegenomen. In ieder geval is zeker dat we ze in het proces hierna, ook direct weer gaan meenemen. Dus de adviezen die zij geven worden onmiddellijk omgezet in de vraag van de adviesraden. Of zij in de verdere uitwerking van de visie ook een rol kunnen spelen. Bij de planvorming en de opgave vorming, die hierna plaats gaat vinden met de partners, rondom de thema's. De adviezen die ze hebben zullen wij daarin uiteraard ter harte nemen. U vraagt of er niet een prioritering gesteld had kunnen worden. Dat hadden we kunnen doen. Je kunt ook zeggen dat de prioritering had kunnen zijn: we gaan ons alleen maar op jeugdzorg richten, omdat dit verplicht is.

Zodra je dat principe loslaat en zegt: we gaan in partnerschap kijken naar de hele breedte van het sociaal domein, want daar liggen de problemen en de oplossingen, dan wordt het verdraaid lastig om prioritering aan te brengen wat je als eerste gaat oppakken. Natuurlijk zit er wel een prioritering in. Wat is nou echt noodzakelijk om als eerste doen? Waar zit echt de noodzaak om een aanpassing op ons huidige beleid te doen? Dat zal voortkomen uit de opgaveen planvorming die nog dit jaar met de partners zal gebeuren rondom de thema's. Ook daar zal die prioritering in zitten. Er wordt eerst geïnventariseerd wat we nu doen. Doen we het goede volgens deze visie? En zo niet, moeten we daar aanpassing op doen? Of kunnen we dingen ook laten, omdat ze wat minder belangrijk zijn dan andere opgaven die we hebben? Het IJslands Model raakte u nog even. Dat is nou typisch een voorbeeld van het preventieve beleid wat we samen op Texel aan het vormgeven zijn volgende maand, in deze arena. Dan, mevrouw Van der Werf: wanneer wordt het financieel zichtbaar? Dat is wel een lastige vraag. Want bij wie druppelt het financieel naar beneden? Als wij heel erg veel aan preventie gaan doen, heeft dat voordelen voor de zorgverzekeraar. Want die heeft dan minder zorg. Maar als je hem plat slaat moeten we het doen met de budgetten die we nu hebben. Dat staat in deze visie.

En dat is ook wel een nadrukkelijke opdracht die de colleges hebben meegekregen bij de totstandkoming hiervan. En of dat dan leidt tot een verlaging van de budgetten zou ik niet willen zeggen. Maar misschien komt het tot een herverdeling van budgetten. En kunnen we de juiste zorg beter op een bepaalde plek neerleggen. Dus of er financieel een duidelijke connectie gaat komen tussen deze visie en de gemeentefinanciën van de vier deelnemende gemeentes is onduidelijk. Maar in de planvorming die hierna plaats gaat vinden binnen de opgave, zal wel degelijk gesproken gaan worden over waar de financiële lekken zitten. En hoe we dit kunnen verbeteren. Welke stappen we kunnen gaan nemen om dat beter te doen. Een eenvoudig voorbeeld is dat je nu nog op bepaalde thema's tegen iedereen kan zeggen dat ze een individuele beschikking kunnen krijgen,

om daar gebruik van te maken via de gecontracteerde partners van de gemeente. Maar je kunt ook zeggen dat we dat voor bepaalde onderwerpen niet meer doen. Of dat we de lat wat hoger leggen. Want we bieden namelijk collectieve voorzieningen aan. Dit is bijvoorbeeld groepstherapie, of andere vormen van collectiviteit. Dat heeft een financieel voordeel. En misschien ook wel maatschappelijke voordelen. Maar dat zit meer in de planuitwerking die aan het einde van dit jaar op basis van deze visie zichtbaar zal worden. Mijnheer Schuiringa zegt dat het een stuk voor beleidsmedewerkers is. Daar doet u alle partners die hieraan hebben meegedacht tekort. De opgaven zijn natuurlijk wel organisatorisch en financieel van aard. Maar het draait allemaal om de vraag of wij met minder mensen en een toenemende zorgvraag, dezelfde kwaliteit aan zorg kunnen bieden voor onze bewoners. Daar draait het allemaal om. Met toegang bedoelt u letterlijk hier de ingang van het gemeentehuis. Maar toegang bevindt zich op vele terreinen natuurlijk. Ook de toegang is daar een onderdeel van. De essentie van deze visie is het partnerschap. En of het nou subsidiepartners zijn of inkooppartners, dat zij dat met zijn allen ook echt realiseren. Dat ze niet vanzelfsprekend doen: u moet bij de buurman zijn. Of vanzelfsprekend: komt u maar bij mij.

Terwijl er eigenlijk gewoon een buurman is die het goedkoper, beter of sneller zou kunnen regelen voor de bewoner. Daar gaat deze visie over. Dat wij van onze partners in de toekomst echt dat partnerschap gaan verwachten. En dus ook partnerschap met ons eigen sociaal team. Zodat we daar met hen een verbeterslag in maken. Ik denk dat dit het even was, voorzitter. -Dank u wel, wethouder. Dat was een heleboel informatie. Ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar ik heb het vermoeden dat alle vragen die gesteld zijn door de commissieleden beantwoord zijn. Anders hoor ik het graag. Zo te zien wel. Zijn er nog mensen die inhoudelijk wat willen zeggen over dit stuk? Ik zag mevrouw Koot. Dank u, voorzitter. Een hoop informatie van de wethouder. Soms wel wat verduidelijkend. In dit stuk zijn vragen en zorgen geuit vanuit diverse adviesraden. Onder andere over prioritering, onduidelijke uitwerking, vaagheid en concrete onderbouwing van kosten en baten. Daarnaast zou ik zelf wel zorgen hebben, of dit voorstel de bureaucratie in het sociale domein gaat vergroten. De vraag doemt op, of de inwoner nog de weg tot een oplossing weet te vinden. Bij de start van het sociale domein heeft de gemeenteraad aangegeven - ik dacht dat vooral D66 zich daar toen heel sterk voor heeft gemaakt laten we afspreken als uitgangspunt dat we op Texel doen wat we zelf kunnen.

En alleen op de dingen waar het niet meer zelf lukt zoeken we ondersteuning. Ik denk dat het belangrijk is om dit uitgangspunt vast te blijven houden. Om de toegankelijkheid tot het sociale domein voor onze inwoners zo groot mogelijk te houden. -Dank u wel, mevrouw Koot. Iemand die hier iets aan toe te voegen heeft? Nee? Dan beschouw ik dit stuk als behandeld. Het zal wel een bespreekstuk worden. Hamerstuk? Stemming vind ik prima, maar dat doe ik niet zo van deze positie, maar de volgende keer. -Geen hamerstuk alsjeblieft, een bespreekstuk. -Een bespreekstuk.

Oké, dat wilde ik graag weten. Dan gaan we door naar het volgende punt.

11 Resultaat evaluatie Regionale RaadsRapporteurs Punt 11, het Resultaat evaluatie Regionaal RaadsRapporteurs. In 2021 is binnen de RRN een pilot Regionale RaadsRapporteurs gestart. In de eerste helft van 2023 is deze werkwijze geëvalueerd. Dat heeft geleid tot verlenging van de pilot tot met de kadernota's 2025, van de gemeenschappelijke regelingen. In de agendacommissie van de regio is geconstateerd dat de inzet van de RaadsRapporteurs door de leden van de RRN als steeds waardevoller wordt ervaren. Gelet op het bovenstaande worden de raden van de vier deelnemende gemeentes verzocht over te gaan tot formele benoeming van de Regionale RaadsRapporteurs. U heeft het stuk gelezen. Zijn er nog mensen met vragen over dit stuk? Alleen mijnheer Schuiringa. Dan geef ik meteen mijnheer Schuiringa het woord. Misschien even voor de kijkers en luisteraars een kleine uitleg. Alle vier de gemeenteraden benoemen één persoon op de gezamenlijke regelingen. Oftewel, bij de GGD één persoon, bij de veiligheidsregio één persoon en bij de GGD één persoon. De heer Soyer doet bij wijze van spreken voor Texel de Omgevingsdienst. En de heer Van Troost doet de veiligheidsregio. Ikzelf doe de GGD met mevrouw Dros. Zo benoemen alle vier de gemeenteraden mensen. We bespreken dit in alle samenwerkingsbanden met vier personen. Dan komen we met een rapport daarover.

De laatste jaren zijn het over het algemeen goede, scherpe beoordelingen, rapporten en adviezen. Dit wordt door de verschillende gemeenteraden ook dankbaar aanvaard. Tot zover. -Dank u wel, mijnheer Schuiringa. Zijn er andere mensen die iets te vragen hebben? Of eventueel hieraan toe te voegen? Mag dit dan een hamerstuk worden? Dat ga ik hier nu niet doen. Dat laat ik over aan professionals. Dank u wel.

12 Mondelinge beantwoording Rondvragen Commissie (voor zover niet reeds beantwoord) Dan gaan we door naar het volgende stuk. Ik heb nog een paar onderwerpjes. De eerste is de mondelinge beantwoording van rondvragen aan de commissie, voor zover niet reeds beantwoord. Volgens mij stond daar niets meer open. Dan heb ik nog het een na laatste. Dat is de heer Wever. Hij dacht dat ik het niet meer wist, maar ik had het opgeschreven. Ik kom even naar u toe. Ik heb zojuist een pennenset mogen uitreiken namens de gemeente aan de heer Wever. Dan het allerlaatste punt,

13 Sluiting

dat is de sluiting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=a45b51a8-f849-443c-b69e-c0d93735dcf2