Bijlage - ontwerp-Begroting de Bolder 2022
Tekst van het document
185
Begroting 2021
Begroting 2022
117 37 12 59 9
118 26 6 13 45 9
234
217
De post huur bedrijfsmiddelen bestaat uit de leasekosten voor de elektrische auto die in de loop van 2021 in gebruik is genomen, nadat de vorige personenauto in 2020 buiten gebruik moest worden gesteld. De kosten productontwikkeling zijn kosten voor ontwikkeling van nieuwe producten of bedrijfsonderdelen bedoeld om De Bolder toekomstbestendig te maken, rekening houdend met de nieuwe doelgroepen. Uit het positieve resultaat van 2018 is een Bestemmingreserve Transformatiekosten gevormd voor dekking van deze kosten. Dit is ook zichtbaar bij de onttrekkingen uit de reserves. In het besluit over de jaarrekening van 2020 is ook opgenomen dat een deel (nl. € 59.000) van de bestaande Reserve speciale trajecten P-wet zou worden toegevoegd aan deze Bestemmingsreserve Transformatiekosten. OVERIGE OPBRENGSTEN Huuropbrengst gebouwen
Deze post was t/m 2020 in mindering gebracht op de overige bedrijfskosten onder kosten bedrijfsvoering
0
21
20
De post is begroot op basis van de ten tijde van het opstellen van de begroting lopende verhuurcontracten van kantoorruimten. KOSTEN BEDRIJFSVOERING Salariskosten ambtelijk personeel
Deze post is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Salaris & sociale lasten ambtelijk personeel Personeelskosten Inhuur payroll-medewerkers Totaal salariskosten ambtelijk personeel
998 40 51
948 37 -
1.080 58 -
1.089
985
1.138
De salarissen zijn begroot op basis van de werkelijke kosten per medewerker in 2021, rekening houdend met individuele periodieke verhogingen. Op dit moment vervullen 3 medewerkers van De Bolder de rol van trajectcoach waarvan 2 dit combineren met de functie van werkleider voor totaal 3 afdelingen (Hout, Fijnwerk/Varia en Buitendienst). Voor 2022 voorzien we, wegens de gewenste groei, het verder moeten vrijspelen van deze twee medewerkers en dus vervanging door 2 nieuw aan te stellen werkleiders. Afschrijving vaste activa algemeen
Deze post wordt gespecificeerd als volgt: Afschrijving gebouwen en installaties 70 69 68 Afschrijving machines 63 55 64 Afschrijving inventaris 7 4 4 Afschrijving vervoermiddelen 7 4 4 Af: afschrijving t.l.v. de productie -/- 91 -/- 78 -/- 86 Totaal 56 54 54 Structureel wordt een deel van de afschrijvingen volgens schema onttrokken uit de investeringsreserves.
Overige bedrijfskosten
De overige bedrijfskosten kunnen als volgt worden onderscheiden: Onderhoudskosten gebouwen en installaties 145 Energieverbruik algemeen 37 Belastingen en verzekeringen 46 Overige algemene kosten 181 Diverse baten en lasten -/- 99 Huuropbrengst gebouwen - 18
157 38 51 185 -
179 39 47 187 -
Totaal overige bedrijfskosten
431
452
292
- 23 -
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
x € 1.000 Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Diverse baten en lasten: Omdat alle kostenposten in de begroting goed zijn geanalyseerd en op basis van de werkelijke ontwikkelingen zijn begroot is besloten geen bedrag voor diverse baten en lasten op te nemen. Huuropbrengsten gebouwen: Deze post, die is begroot op basis van de ten tijde van het opstellen van de begroting lopende huurcontracten, is met ingang van 2021 opgenomen als aparte begrotingspost onder overige opbrengsten. FINANCIËLE BATEN EN LASTEN Financiële baten en lasten
Deze baten en lasten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Betaalde rente leningen 37 Ontvangen rente belegde reserves -/- 26 Overige rente -/- 13
7 -/- 7 -/- 12
8 -7 - 12
Totaal financiële baten en lasten
-/- 12
-/- 11
-/- 2
De rente van de leningen betreft de rente over de vaste activa tegen het rentepercentage van de laatst afgesloten lening van de gemeente Texel bij een externe financiële instelling in het jaar van aanschaf. De reserves worden belegd bij de gemeente Texel tegen het rentepercentage van de laatst afgesloten lening van de gemeente Texel bij een externe financiële instelling. In de loop van 2020 is dit percentage gesteld op 0.365%, voor 2022 geldt 0.28%. Omdat de historische rente op de activa nogal verschilt van het nieuwe rentepercentage, waardoor een aanzienlijk tekort zou kunnen ontstaan, is met de gemeente afgesproken dat met ingang van de ingangsdatum van het nieuwe rente percentage in 2020 ook voor de activa dit percentage in rekening wordt gebracht. ONTTREKKINGEN EN TOEVOEGINGEN AAN RESERVES Onttrekkingen
De specificatie van de onttrekkingen aan de diverse reserves is als volgt: Onttrekking investeringen 2003 33 Onttrekking investeringen 2018 18 Onttrekking reserve cofinanciering transitiekosten P-wet 13 Onttrekking groot onderhoud gebouwen 2 Onttrekking reserve transformatiekosten 13 Onttrekking reserve egalisatie rekeningresultaten -
20 23 13 59 29
20 28 14 45 79
Totaal onttrekking bestemmingsreserves
145
186
79
Na de toegestane onttrekkingen uit de bestemmingsreserves bedraagt het begrotingstekort voor 2022 € 134.400. Hiervan wordt in 2022 € 78.800 onttrokken uit de reserve egalisatie rekeningresultaten. Voor het resterende deel ad € 55.600 wordt eenmalig een bijdrage gevraagd uit de algemene reserve van de gemeente. In 2022 wordt in overleg met de gemeente een structurele oplossing gezocht voor 2 posten uit de begroting die zijn begrepen in de algemene kosten. Het gaat om een bedrag van € 15.000 dat De Bolder aan de gemeente betaalt voor vaste kosten en een bedrag van € 40.600 als bijdrage in de ict-kosten van de gemeente.
- 24 -
Toelichting op de reserves en voorzieningen Algemene reserve: De algemene reserve is bestemd als algemene buffer voor De Bolder om te voorkomen dat bij incidentele financiële problemen in de bedrijfsvoering er een beroep moet worden gedaan op de gemeentelijke begroting. De algemene reserve bedroeg eind 2020 ruim 8% van de totale jaarlijkse bedrijfslasten. Als bedrijf dat financieel voor 40% afhankelijk is van bedrijfsmatige ontwikkelingen die positief, maar ook negatief kunnen fluctueren, is een reserve van die omvang betrekkelijk gering. In het verleden is dit echter toereikend gebleken. Als wordt gekeken naar de bedrijfslasten zonder WSW-loonkosten en Participatiewet, want daarvoor wordt een bijdrage ontvangen, dan is de omvang van de algemene reserve voldoende. Bestemmingsreserves, bestaande uit: Investeringsreserves: Reserves investeringen (2003 en 2018 en 2020): Bij investeringen ten behoeve van de productie vindt steeds de afweging plaats of een investering wel rendabel is. Investeringen ten behoeve van de productie binnen een SW-bedrijf zijn in principe nooit voor 100% rendabel, maar veelal voor 30% tot 50%. Om passend werk te kunnen bieden wordt er soms toch besloten tot een investering waarvan van tevoren bekend is dat hij slechts in geringe mate bijdraagt aan de opbrengst uit productie.
De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden afgedekt uit deze reserve, waardoor de totale afschrijvingslasten van het hele bedrijf beperkt blijven tot commercieel verantwoorde hoogte. Reserve cofinanciering transitiekosten Participatiewet: De rijksoverheid heeft een transitiebudget van landelijk € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor het financieren van de kosten om de SW-bedrijven om te vormen van uitvoerders van de WSW naar uitvoerders van de Participatiewet. Een voorwaarde hierbij was dat de bedrijven zelf minimaal 50% aan cofinanciering bijdroegen. De voor Texel in 2016 ontvangen subsidie bedroeg € 39.000, wat voor € 30.000 is gebruikt voor de gedeeltelijke financiering van enkele investeringen. Uit de winstbestemmingen van 2014 en 2015 zijn bedragen toegevoegd aan deze reserve voor de financiering van de goedgekeurde plannen. De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden gedekt uit deze reserve. Kostenreserves: Reserve groot onderhoud gebouwen: Uit de winstbestemming van 2013 was een bestemmingsreserve gevormd voor groot onderhoud aan gebouwen en installaties. Deze bestemmingsreserve is in 2019 aangewend om groot onderhoud aan de daken, dat gepland was binnen enkele jaren, naar voren te halen, om de wens van de raad om zoveel mogelijk zonnepanelen te kunnen plaatsen op gebouwen van de gemeente te kunnen realiseren.
Deze reserve is in 2020 volledig uitgenut. Reserve speciale trajecten Participatiewet: Uit de winstbestemming van 2015 was een bestemmingsreserve gevormd voor het ontwikkelen van speciale trajecten voor die doelgroepen van de Participatiewet waarvoor in de toekomst extra zorg nodig zal zijn, zoals voor de wajongers en oudere werkzoekenden. In 2017 en 2018 werd deze reserve bijvoorbeeld gebruikt voor de dekking van een deel van de salariskosten van een productiemedewerker uit de doelgroep, die niet viel binnen de regels van de Participatiewet. Deze reserve is conform besluit bij de jaarrekening van 2020 herbestemd. Een deel (€ 100.000) is overgebracht naar de investeringsreserves en het restant (€ 59.000) is toegevoegd aan de Reserve egalisatie rekeningresultaten. Bestemmingsreserve Transformatiekosten: Uit de winstbestemming van 2018 is een bestemmingsreserve gevormd voor de inhuur van ondersteuning bij het opstellen van plannen en toekomstscenario’s, voor de inhuur van uitvoerend projectleiderschap en voor het uitvoeren van kleine pilots in het kader van het transformatieproces inclusief eventuele materiële kosten. Met het definitief afblazen van de samenvoeging van De Bolder en STT ontstond een nieuw vraagstuk over de langere termijn bestaansscenario’s van De Bolder.
In de komende jaren (met name wegens uitstroom van personeel) is een transformatie van het productiebedrijf noodzakelijk om de toekomst van De Bolder veilig te stellen. Er worden diverse scenario’s onderzocht met betrekking tot samenwerking met andere (publieke- of private-) partners, er moeten aanpassingen worden doorgevoerd in de bedrijfsvoering door het aantrekken van nieuwe werkprojecten en / of het afstoten van bestaande projecten. De Bolder heeft als uitvoeringsorganisatie geen eigen beleidscapaciteit en is daarmee aangewezen op externe inhuur van de benodigd expertise / projectleiders om al deze extra activiteiten vorm te geven. Door hiervoor een bestemmingsreserve te vormen en de betreffende kosten hieruit te financieren, komen deze noodzakelijke ontwikkeltaken niet ten laste van het exploitatieresultaat en houdt De Bolder daarmee haar handen vrij om, naast de lopende productie, ook te kunnen investeren in de ontwikkeling van de eigen toekomst. Het resultaat over 2020 is toegevoegd aan deze reserve. Risicoreserves: Reserve egalisatie rekeningresultaten: In de meerjarenraming wordt een dalend rekeningresultaat voorzien, die ook onder nul kan dalen. Dekking van de negatieve resultaten kan uit deze bestemmingsreserve plaatsvinden. Er wordt dan voldoende tijd ingebouwd om maatregelen te treffen teneinde weer een sluitende begroting te krijgen.
Uit de winstbestemmingen vanaf 2014 is een gedeelte van het voordelig resultaat in deze reserve gestort. De begroting van 2019 was de eerste begroting waarin het negatieve resultaat werd aangevuld vanuit deze reserve. Conform de haljaarrapportage over 2021 wordt verwacht dat € 29.000 uit deze reserve moet worden onttrokken en in de begroting over 2022 wordt rekening gehouden met een onttrekking ten bedrage van € 78.800.
- 25 -
NIEUWE INVESTERINGEN 2021 (x € 1.000) Volgnr.
Omschrijving
Bedrag
% Afschr.
1
Vervanging afgeschreven productiemiddelen
70
10
V
2
Productiemiddelen
30
10
N
Totaal
100
N = Nieuw V = Vervanging
TOELICHTING OP DE INVESTERINGEN 2022 1.
In 2022 zijn diverse productiemiddelen afgeschreven. Vanwege het krimpende productiebedrijf wordt jaarlijks bezien of vervanging noodzakelijk is en of vervanging wegens veranderde productiewijze door hetzelfde productiemiddel moet plaatsvinden of door andersoortige apparatuur.
2.
Voor het omvormen van het productiebedrijf De Bolder naar een bedrijf met nog verder vereenvoudigde productieprocessen zijn soms nieuwe investeringen noodzakelijk. Er zal extra aandacht moeten zijn voor investeringen om essentiële productieprocessen te kunnen laten uitvoeren door medewerkers met geringere arbeidsvaardigheden. De afnemende vraag naar werkplekken binnen het productiebedrijf van De Bolder zal gevolgen hebben voor de noodzaak tot nieuwe investeringen, omdat werkplekken op termijn wegens minder beschikbare mensen komen te vervallen. Tegelijkertijd zal rekening moeten worden gehouden met investeringen die noodzakelijk zijn om het werk aan te passen aan de verminderde capaciteiten van medewerkers door hun beperkingen en door toename van de gemiddelde leeftijd van de medewerkers in de WSW. Daarnaast zullen er de komende jaren ook werkplekken in stand moeten worden gehouden voor de bestaande WSW-doelgroep en voor de nieuwe doelgroepen vanuit de Participatiewet. Het is al een aantal jaar beleid om investeringen die zijn afgeschreven terughoudend (‘sober en doelmatig’) te vervangen door nieuwe investeringen en – indien technisch en economisch mogelijk – zoveel mogelijk te streven naar levensduurverlenging.
- 26 -
GRONDSLAGEN VAN DE FINANCIËLE VERSLAGLEGGING Algemene grondslagen De begroting voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording 2004 (BBV). De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
- 27 -
Lijst van begrippen en afkortingen B&W: College van Burgemeester en Wethouders BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. In dit besluit worden voorschriften gesteld hoe de administratie van een gemeente moet zijn ingericht. BW: Begeleid werken Onderdeel van de Wet sociale werkvoorziening is de mogelijkheid tot begeleid werken. Dit houdt in dat een bedrijf of een instelling zelf overeenkomstig de voor dat bedrijf of instelling geldende cao een arbeidsovereenkomst sluit met een persoon behorende tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening. De werkgever ontvangt dan jaarlijks een loonkostensubsidie en krijgt ook de mogelijkheid om voor een bepaald aantal uren per jaar de medewerker te laten ondersteunen door een jobcoach. Cao: Collectieve arbeidsovereenkomst Een cao wordt per bedrijfstak gesloten tussen de gezamenlijke werkgevers en de vakbonden. In de overeenkomst zijn de rechtspositieonderwerpen geregeld. FTE: Fulltime eenheid (of – eenheden) Het aantal dienstverbanden wordt teruggerekend naar fulltime eenheden ofwel voltijdsdienstverbanden. LIV: Lage-inkomensvoordeel Vanaf 2017 een nieuwe subsidie ter verlaging van de werkgeverslasten voor werknemers met een laag inkomen. Deze subsidie is onderdeel van de Wet tegemoetkomingen loondomein. LKS: Loonkostensubsidie.
De subsidie die aan een werkgever wordt verstrekt vanuit de WSW en de Participatiewet voor het in dienst hebben van een werknemer uit de doelgroep. Participatiebudget Met de komst van de Wet participatiebudget in 2009 zijn de bestaande schotten tussen diverse op re-integratie en participatie gerichte budgetten zoveel mogelijk weggenomen. Vanaf 2015 is ook de financiering van de WSW hierin opgenomen. P-wet: Participatiewet Vanaf 2015 is de WWB omgelabeld tot Participatiewet en omgevormd tot de opvolger van de WSW, de Wajong en de WWB met een geïntegreerde aanpak van de onderkant van de arbeidsmarkt. Reclassering: Dit is een zelfstandige organisatie die als doel heeft: voorkomen en verminderen van crimineel gedrag. Zij stimuleren een verdachte crimineel gedrag te veranderen en risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Reclassering werkt samen met Justitie, politie, zorg, gevangeniswezen en gemeenten. Reclassering ziet toe dat een, door de rechter of het Openbaar Ministerie opgelegde, werkstraf op de juiste manier wordt uitgevoerd. RVU: Regeling Vervroegd Uittreden In de onlangs afgesloten cao-WSW is voor werknemers de mogelijkheid opgenomen om 2 jaar voor de ingangsdatum van hun pensioen vervroegd uit te treden met een vaste uitkering per maand (zonder vakantietoelage en eindejaars-uitkering en geen pensioenopbouw).
SE: Standaard eenheid Is een formatieplaats, gecorrigeerd naar de mate van handicap. Voor een ernstig arbeidsgehandicapte geldt een factor van 1,25 t.o.v. de licht of matig gehandicapten. STT: Sociaal Team Texel Het STT is op Texel in plaats gekomen van de afdeling Sociale Zaken en Welzijn sinds gemeenten in Nederland in 2015 uitvoerder zijn geworden van de Participatiewet. Het STT is het aanspreekpunt betreffende zorg, jeugdzorg, WMO, werk en inkomen. SW: Sociale werkvoorziening Ca. 100 sociale werkplaatsen voeren in Nederland de WSW uit. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen De organisatie die ontstaan is door de samenvoeging van de vroegere bedrijfsverenigingen. Verzorgt de indicatiestelling voor de WSW en de Participatiewet. Het UWV is verantwoordelijk voor de re-integratie van personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De Bolder is vanaf 2018 op Texel het enige bedrijf aan wie een aanbesteding gegund is voor deze trajecten. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (tot 2015 Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten). Tot 2015 bood deze wet werk, arbeidsondersteuning en een voorziening voor inkomensachteruitgang aan jonggehandicapten en studenten. Vanaf 2015 is de toegang tot deze wet beperkt tot personen zonder enige arbeidsmogelijkheden.
WIA: Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen Bevordert dat werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn aan het arbeidsproces blijven deelnemen en regelt de inkomensverzekering van deze personen. WNT: Wet normering topinkomens Deze wet begrenst de maximale bezoldiging van functionarissen in de publieke en semipublieke sector. WSW: Wet sociale werkvoorziening De wet biedt mogelijkheden om personen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking werk onder aangepaste omstandigheden te bieden. Dit kan bij het eigen bedrijf van de sociale werkvoorziening of bij bedrijven en instellingen die aan het plaatsen van een persoon met een beperking kunnen en willen meewerken. De wet is in 2015 voor nieuwe gevallen vervangen door de Participatiewet. WW: Werkloosheidswet De wet biedt voor werknemers een verplichte verzekering tegen inkomensachteruitgang wegens werkloosheid. WWB: Wet werk en bijstand Deze wet werd door de gemeente uitgevoerd en regelde de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand. De wet is in 2015 omgelabeld tot Participatiewet en omgevormd tot de opvolger van de WSW, de Wajong en de WWB met een geïntegreerde aanpak van de onderkant van de arbeidsmarkt.