CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Onderbouwing etfal

Raadsvergadering 17 september 2025, gemeente TexelBij agendapunt: Voorstel ontsluiting Rietdijk en realiseren twee zomerhuizen - financiële consequenties en bindend advies aanvraag omgevingsvergunning23.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ETFAL

Nieuwe ontsluiting de Rietdijk en het planologisch mogelijk maken van 2 zomerhuizen

Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................... 2 1.1 Aanleiding .................................................................................... 2 1.2 Ligging projectgebied ...................................................................... 2 1.3 Procedure .................................................................................... 3 1.4 Leeswijzer .................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Beschrijving van het project en zijn omgeving ...................................... 5 2.1 Huidige situatie.............................................................................. 5 2.2 Toekomstige situatie ....................................................................... 6 2.3 Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden ......................................

8 Hoofdstuk 3 Participatie ..............................................................................10 3.1 Participatie omgeving .....................................................................10 Hoofdstuk 4 Beleidskader .............................................................................11 4.1 Rijksbeleid ..................................................................................11 4.2 Waterschapsbeleid .........................................................................11 4.3 Provinciaal beleid ..........................................................................12 Hoofdstuk 5 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving .............................................13 5.1 Welstand .....................................................................................13 5.2 M.e.r.-beoordeling .........................................................................13 5.3 Verkeer en parkeren .......................................................................13 5.4 Ecologie: soortenbescherming ...........................................................14 5.5 Ecologie: gebiedsbescherming ...........................................................15 5.7 Luchtkwaliteit ..............................................................................16 5.8 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen ..............................17 5.9 Geluid

door activiteiten ...................................................................17 5.10 Geur ........................................................................................17 5.11 Externe veiligheid ........................................................................18 5.12 Cultureel erfgoed .........................................................................18 5.13 Bodem ......................................................................................19 5.14 Water .......................................................................................20 5.15 Duurzaamheid .............................................................................21 5.16 Gezondheid ................................................................................21 Hoofdstuk 6 Financiële haalbaarheid ................................................................23 Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ..................................24 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Memo goudappel (verkeer) Mer-beoordeling Quickscan flora en fauna AERIUS-berekening + memo ontsluiting AERIUS-berekening + memo zomerhuizen

1

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeenteraad heeft op 17 april 2025 ingestemd met de verdere ontwikkeling en realisatie van het project De Rietdijk (voorheen Marsweg Noord). Deze ontwikkeling gaat uit van de bouw 90 flexwoningen met een ontsluiting op de Marsweg. In het betreffende raadsbesluit is tevens een besluit genomen om, op basis van gesprekken met direct aangrenzende eigenaren, een rechtstreeks ontsluiting richting de Waalderweg over het perceel Waalderweg 104 nader te onderzoeken. De gemeente Texel heeft voor de nieuwbouw aan Rietdijk in Den Burg en de ontsluiting op de Marsweg reeds een procedure gevoerd. De vergunning voor de woningbouwontwikkeling en ontsluitingsweg heeft geresulteerd in bezwaren van deze direct aangrenzende eigenaren/ belanghebbenden. Een belangrijk bezwaar richt zich op de ontsluitingsweg door het open landschap aan de rand van Den Burg. Het raadsbesluit en de bezwaren tegen de vergunning zijn aanleiding geweest om te kijken naar een alternatieve ontsluitingsroute, zoals deze nu voor u ligt, met een rechtstreekse aansluiting op de Waalderweg. De rechtstreeks ontsluiting op de Waalderweg is niet mogelijk op basis van het (tijdelijke) Omgevingsplan van de gemeente Texel. Het projectgebied is planologisch geregeld in het Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013. Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het (tijdelijke) Omgevingsplan Texel.

Op basis van het Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 heeft het projectgebied de functie 'Bedrijf – Vrijkomende agrarische bebouwing (Vab)'. Dit betekent dat de gronden bestemd zijn voor het ter plaatse gevestigde bedrijf en er gewoond mag worden ten behoeve van de bedrijfsvoering. De strijdigheid betreft hiermee het gebruik van een toegangsweg ten behoeve van een achtergelegen perceel met daarop 90 woningen. De gemeente wil door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van de planologische regeling door het strijdige gebruik toe te staan. Om tot het realiseren van de ontsluitingsweg te kunnen komen, zal er grond aangekocht worden behorende bij het perceel Waalderweg 104. Resultaat van overleg met de eigenaar van het perceel is dat hij zal afzien van de vier vergunde recreatieve appartementen in de nieuw te bouwen stolp aan de Waalderweg 104. In plaats daarvan wil hij twee zomerhuizen realiseren binnen de naastgelegen functie ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’. Dit leidt tot een reductie van 10 recreatieve slaapplaatsen (van 20 naar 10). Van belang is dat zomerhuizen niet passen binnen de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’. Deze bestemming is bedoeld voor een groepsverblijf of recreatieappartementen in één gebouw. Zomerhuizen vallen daar niet onder.

De realisatie van zomerhuizen binnen deze bestemming is daarom in strijd met het Tijdelijke omgevingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning wordt daarom gedaan voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die het strijdige gebruik van meer slaapplaatsen en het realiseren van zomerhuizen op het naastgelegen terrein mogelijk maakt. Een onderdeel van de aanvraag is een goede motivering voor de fysieke leefomgeving. Uit de motivering moet blijken dat de activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteit ook uitvoerbaar is. Hiervoor is deze motivering opgesteld.

1.2 Ligging projectgebied Het projectgebied ligt voor een deel op het perceel met de nummers N2880 en N2929 aan de noordoostrand van de kern Den Burg. Nabij het projectgebied zijn zomerhuizen en een functie ‘recreatief verblijfsterrein’ Waddenduyn ter plaatse van vrijkomende agrarische bebouwing gelegen en ten westen bedrijventerrein De Mars en ten zuiden de woningen aan de Rietdijk.

2

De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1.

1.3 Procedure De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Deze vergunning kan worden verleend als kan worden gemotiveerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Tevens moet worden voldaan aan de instructieregels van Rijk, provincie en waterschap. Deze gaan over onder meer luchtkwaliteit (Rijk) en instructieregels uit de omgevingsverordening van de Provincie Noord-Holland en uit de waterschapsverordening van het Waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit wordt in voorliggende motivering onderbouwd. Advies gemeenteraad De gemeenteraad van de gemeente Texel heeft in zijn besluit d.d. 13-07-2022 activiteiten aangewezen waarin voor BOPA'S verplicht advies van de raad nodig is. In dit geval valt het project onder één van de aangewezen activiteiten waarvoor bindend advies nodig is. Op de aanvraag omgevingsvergunning is in beginsel de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Er is bij deze ontwikkeling in ieder geval geen sprake van een uitgebreide voorbereidingsprocedure als gevolg van mer-plichtig besluit of op basis van artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit. Dit volgt ook uit de bijgevoegde mer-beoordeling.

3

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en aanwezige bebouwing in het projectgebied. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor het projectgebied, het initiatief en de strijdigheden met het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen bij het ontwerp van de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan het relevante beleid. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling getoetst aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 7 wordt er beoordeeld of er bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het project en zijn omgeving 2.1 Huidige situatie Situatie projectgebied Het projectgebied bestaat uit een deel van het perceel N2880 (Waalderweg 104a) met de functie bedrijf-Vab en het perceel N2929 met een recreatieve bestemming. Beiden liggen aan de dorpsrand van Den Burg. Ten zuiden van het projectgebied ligt de nieuwbouw van de 90 flexwoningen aan de Rietdijk. Verder wordt het projectgebied begrensd door een sloot en een grasstrook. Ten westen van de ontsluitingsweg is een boomsingel. Het projectgebied wordt ontsloten op de Waalderweg. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergegeven van het projectgebied en de aangrenzende percelen.

Figuur 2.1: Luchtfoto projectgebied Omgeving projectgebied Woningen Er zijn 90 woningen aan de Rietdijk ten zuidoosten waarvoor de ontsluitingsweg dienst doet. Bedrijven Ten zuidwesten van het projectgebied is bedrijventerrein De Mars gelegen. Op dit bedrijventerrein mag ook worden gewoond in de bedrijfswoningen bij de bedrijven. Ten noordoosten van het projectgebied is een voormalig agrarisch bedrijf gelegen waar geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden. Door middel van een wijzigingsprocedure is de bestemming gewijzigd in 'Bedrijf - Vrijkomende agrarische bebouwing'.

5

Recreatiewoningen Ten oosten van de ontsluitingsweg, en naast het projectgebied van de nieuwe zomerhuizen is een recreatieterrein gelegen met zomerhuizen, genaamd Waddenduyn.

2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Ontwikkeling De beoogde ontwikkeling in het projectgebied bestaat uit het realiseren van een nieuwe ontsluitingsweg voor de 90 flexwoningen aan de Rietdijk. De 2 zomerhuizen die gerealiseerd worden komen op het recreatieterrein waarop al 9 zomerhuizen gesitueerd zijn. Voor de noordzijde van dit terrein, het grasveld grenzend aan de Waalderweg, is er reeds een vergunning verleend voor de bouw van 2 groepsverblijven met ruimte voor 50 personen.

Figuur 2.2: Ontwerp van de ontsluitingsweg

6

Figuur 2.3: Locatie zomerhuizen 2.2.2 Ruimtelijke inpassing Nieuwe ontsluiting woningen Rietdijk Het projectgebied voor de nieuwe ontsluiting op de Waalderweg wordt ingericht met een 5 meter brede wijkontsluitingsweg met berm. Deze wordt aangekleed met opgaand groen en kleine bomen.

Figuur 2.4 Ruimtelijke inpassing groen

Met deze nieuwe ontsluiting kan de huidige ontsluiting op de Marsweg, die gelegen is in het open landschap komen te vervallen en ingericht worden als langzaamverkeersverbinding. Met de nieuwe ontsluiting ontstaat een situatie die compacter is en mindere impact als gevolg heeft. Er wordt hiermee aansluiting gezocht bij het groene en open karakter van de omgeving buiten het dorp Den Burg. Hiermee krijgt het projectgebied een groene uitstraling passend bij de dorpsrand. Ook wordt er voldaan aan de voorwaarde van de provinciale ontheffing met betrekking tot het Bijzonder Landschap die is verleend voor de realisatie van de 90 tijdelijke 7

woningen, waarin wordt gesteld dat de landschappelijke inpassing zodanig plaatsvindt dat de tijdelijke aantasting van de kernkwaliteit 'openheid en ruimtebeleving: open ruimte en vergezichten' zo beperkt mogelijk is. De nieuwe ontsluitingsweg zal ook de nieuwe ontsluiting zijn voor het perceel Waalderweg 104 en daarmee komt de huidige in/uitrit van dit perceel aan de Waalderweg te vervallen. Aan de zuidwest zijde van de nieuwe ontsluiting zal er een groene afscheiding gerealiseerd worden waardoor het zicht op de ontsluiting voor de woningen aan de Hoefslag er zeer beperkt zal zijn. Het onderhoudspad (groenstrook) langs de watergang wordt in stand gehouden. Projectgebied zomerhuizen De nieuwe zomerhuizen zullen worden ingepast binnen de huidige groene open structuur van het recreatieterrein waarbij de beide zomerhuizen in het reeds aanwezig ritme worden geplaatst. In de ruimte van deze beide woningen was altijd al voorzien. Door in dezelfde lijn van de huidige zomerhuizen de nieuwe zomerhuizen mogelijk te maken worden deze hiermee landschappelijk ingepast en is de impact hiervan minimaal. Daarmee vormt deze ontwikkeling en de inpassing ervan een passende overgang tussen het bestaande recreatieve terrein en de uitbreiding met 2 zomerhuizen. Het recreatieterrein wordt op deze manier dan ook om een nette manier afgerond.

2.2.3 Verkeer en parkeren Door bureau Goudappel Coffeng is nader verkeersonderzoek gedaan naar de directe ontsluiting op de Waalderweg (bijlage 1). Daarin wordt geconcludeerd dat er geen problemen worden verwacht voor deze nieuwe ontsluiting. In het eerder uitgevoerde onderzoek is aan de hand van kencijfers en woningtype reeds berekend dat de 90 beoogde woningen circa 486 ritten per etmaal genereren. Bij een alternatieve ontsluiting richting de Waalderweg zullen deze ritten allemaal rechtstreeks op de Waalderweg komen. De Waalderweg kan deze toename van verkeer, die in de huidige situatie ook reeds via de Marsweg op de Waalderweg ontsluit, goed verwerken. Voor de 2 zomerhuizen zal het verkeer naar verwachting gelijk zijn aan het verkeer voor 4 recreatieve appartementen. Dit verkeer zal via de huidige ontsluiting van het recreatiepark ontsluiten op de Waalderweg. Het verkeer zal om deze reden niet toenemen. De nieuwe ontsluiting zal een 30 km/u gebied worden. Het parkeren voor de 90 woningen zal niet wijzigen. De parkeerplaatsen worden alleen wat anders gesitueerd als gevolg van de nieuwe ontsluiting. Voor de 2 zomerhuizen dienen er parkeervoorzieningen worden gerealiseerd op eigen terrein. Dit zal te zijner tijd meegenomen worden in de omgevingsvergunning bouwen voor de 2 zomerhuizen.

2.3 Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden In paragraaf 1.1 is reeds kort aangegeven dat er strijdigheid is met de juridisch-planologische mogelijkheden op basis van het (tijdelijk deel van het) Omgevingsplan. Vanuit de andere onderdelen van het omgevingsplan zijn geen tegenstrijdigheden. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke regels die nu zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, hogere waarde besluiten, vastgestelde veiligheidscontouren, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Tevens bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit een aantal regels die voorheen geregeld waren op rijksniveau. Deze regels zijn voor een deel afkomstig uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wabo. Dit is de Bruidsschat. Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan onder meer uit een aantal verordeningen die binnen de gemeente gelden: de Erfgoedverordening en Geurverordening. De regels die op grond van het omgevingsplan voor het projectgebied gelden op basis van het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 zijn als volgt. 8

Projectgebied De functie van het projectgebied is 'Bedrijf – Vrijkomende agrarische bebouwing (Vab)’. De gronden binnen deze bestemming mogen alleen worden gebruikt voor het ter plaatste gevestigde bedrijf en de bedrijfswoning. De weg dient niet alleen voor het bedrijf en/of de bedrijfswoning, maar ook voor de ontsluiting van de achtergelegen woningen. Het projectgebied van de nieuwe ontsluiting heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Dit betekent dat deze gronden behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Als er bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 0,50 meter wordt gegraven moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Voor de weg wordt er niet dieper dan dan 0,50 meter gegraven. Projectgebied Zomerhuizen Voor de functie ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’ geldt dat hier alleen appartementen of groepsaccomodaties gebouwd mogen worden. De bouw van 2 zomerhuizen past niet binnen deze bestemming. Voor zomerhuizen wordt er een normtelling van slaapplaatsen gehanteerd wat aangeeft hoeveel zomerhuizen er gebouwd zouden kunnen worden. 1 zomerhuis heeft de normtelling van 5 slaapplaatsen. Met de bouw van 2 zomerhuizen zouden er 10 slaapplaatsen beschikbaar moeten zijn, deze zijn er niet.

Op dit moment wordt privaatrechtelijk geregeld dat de 4 recreatieve appartementen (20 bedden) onmogelijk worden gemaakt aan de Waalderweg 104. Met het nieuwe omgevingsplan (uiterlijk op 1 januari 2032) wordt de de functie voor dit deel gewijzigd naar ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve terreinen’ en zullen de extra slaapplaatsen op het verblijfsrecreatieve terrein er in de aanduiding komen. Per saldo verdwijnen er dus 10 slaapplaatsen.

Figuur 2.5: Uitsnede planologische regels

9

Hoofdstuk 3 Participatie 3.1 Participatie omgeving Bij de voorbereiding van de plannen voor Marsweg Noord zijn inloopavonden georganiseerd en zijn gesprekken met aanwonenden gevoerd. Naar aanleiding van een informatiebijeenkomst (d.d. 1 november 2022) is de toegangsweg verplaatst van de noordkant naar de zuidkant van het oostelijk gelegen agrarisch perceel. Na het verlenen van de vergunning voor de 90 flexwoningen en de huidige ontsluiting aan de Rietdijk zijn er bezwaren ingediend door belanghebbenden. Ze gaven aan alsnog bezwaar te hebben tegen de ontsluiting. Naar aanleiding hiervan zijn nadere gesprekken gevoerd over de mogelijkheid voor een alternatieve ontsluiting naar de Waalderweg, wat voor alle partijen een meer wenselijke situatie zou zijn. De bewoners van de Hoefslag hebben op de huidige ontsluiting richting de Marsweg meer zicht. De nieuwe ontsluiting zal ook hun wensen tegemoet komen. De nieuwe ontsluiting is met hen besproken en daarbij is positief gereageerd op de plannen. Afstemming overlegpartners Naast dit formele instrumentarium van de BOPA, is onder de Omgevingswet ook informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor BOPA's en wijzigingen van het omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij.

Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd. De gemeente Texel heeft reeds in een vroeg stadium de beoogde plannen voor de 90 woningen afgestemd met de Combi (nutsvoorzieningen) in verband met onder andere de (openbare) stroomvoorziening. Ook met waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft afstemming plaatsgevonden in verband met de watercompensatie. Doordat er nu minder verharding hoeft plaats te vinden (de nieuwe ontsluiting verhard minder dan de huidige), is de compensatie meer dan toereikend.

10

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Het initiatief voorziet in een alternatieve ontsluiting voor de woningen.

Deze ontwikkeling is meer toekomstbestendig, omdat hierbij de huidige ontsluiting verdwijnt die door het landelijk gebied gaat. Dit sluit aan bij de ambitie van het NOVI. Ook is er voor de nieuwe ontsluiting minder materiaal nodig, waardoor deze optie duurzamer en klimaat adaptief is. Voor de 2 zomerhuizen geldt dat deze worden gebouwd in plaats van 4 recreatieve appartementen binnen een recreatieve functie, hiermee is er niet een direct raakvlak met de NOVI zoals opgesteld door de rijksoverheid. Wel is het initiatief niet strijdig met de ambities van de NOVI.

4.2 Waterschapsbeleid Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.a.) voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Beleid De Omgevingswet verplicht overheden om een aantal programma’s vast te stellen ten aanzien van het aspect water. Dit zijn hoofdzakelijk het Nationaal Water Programma dat door het Rijk is vastgesteld, het Regionaal Water Programma dat door de provincie wordt vastgesteld en het Waterbeheerprogramma van het waterschap. De grenzen van beperkingengebieden voor waterstaatswerken in beheer bij het Rijk staan in de

11

Omgevingsregeling. De grenzen van beperkingengebieden voor regionale waterstaatswerken staan in de waterschapverordening. Tot slot stelt elk waterschap een waterschapverordening op. Nationaal Water Programma Het Nationaal Water Programma geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2022-2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Water Programma richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2022-2027 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Provinciaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 De provincie Noord-Holland heeft op 31 januari 2022 het regionale waterprogramma voor de periode 20222027. In dit programma geeft de provincie aan hoe deze wil werken aan waterkwaliteit, waterkwantiteit en bescherming tegen overstroming. Dit programma is verder uitgewerkt in de volgende onderdelen. • Verbetering en op peil houden van de kwaliteit van het oppervlaktewater conform de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). • Het beschermen van de grondwatervoorraad en kwaliteit van dit water. • Beschermen en beperken van gevolgen tegen mogelijke overstromingen.

Planspecifiek Het initiatief voorziet in een alternatieve ontsluiting waarbij er minder oppervlak verhard dient te worden. Hierdoor is de watercompensatie die wordt uitgevoerd voor het nieuwbouwplan van de 90 woningen en de huidige ontsluiting meer dan toereikend is. Verder wordt de manier waarop omgegaan wordt met vuil- en hemelwater binnen het plangebied niet aangepast ten opzichte van de huidige situatie voor wat betreft de ontsluiting. Voor de 2 zomerhuizen zal hier aansluiting gevonden worden bij de voorzieningen binnen het plangebied van de huidige zomerhuizen. Verder worden de naastgelegen watergangen niet aangepast. Geconcludeerd wordt dat het aspect water geen belemmering vormt voor het initiatief.

4.3 Provinciaal beleid De laatste versie van de Omgevingsverordening NH2022 is op 1 juli 2024 in werking getreden. De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn omgezet conform de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker om te zien welke regels waar gelden. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn gebieden benoemd waar uitgebreid omschreven staat welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Enkele voorbeelden van deze zogeheten ‘werkingsgebieden’ zijn het Landelijk Gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Provinciale Wegen. Deze gebieden en de bijbehorende regels zijn opgenomen in een digitale kaart (Regels op de kaart). Zo is in één oogopslag duidelijk welke regels waar gelden in Noord-Holland. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen: • het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; • het behoud en herstel van de biologische diversiteit; en • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

De Omgevingsverordening NH2022 vormt geen belemmering voor het initiatief. Er is geen raakvlak met de omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland, echter worden de ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie niet gehinderd. 12

Hoofdstuk 5 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1 Welstand In 2008 heeft de gemeenteraad van Texel de welstandsnota voor haar grondgebied vastgesteld. Het beleid geeft op lokaal niveau inhoud aan de nieuwe wijze van welstandstoezicht zoals vastgelegd in de Woningwet 2003. Het doel van de nota is als volgt: 1. Dat een helder en actueel beeld geeft van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig-landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Texel. Dit geldt zowel voor de bebouwde kommen op het eiland als het buitengebied; 2. Met een gebieds- en objectgerichte benadering, maar ook een specifieke, thematische benadering als het gaat om (nieuw) bouwen aan dorpsranden, bouwen aan of nabij monumenten; 3. Dat de kwaliteiten van het eiland Texel kan waarborgen en qua systematiek en hanteerbaarheid gebruiksvriendelijk is in de dagelijkse praktijk voor zowel de gemeente als de burger. Elk bouwplan wordt getoetst aan het welstandsbeleid, wat leidt tot een welstandsadvies. De Welstandsnota is nog van toepassing en kan nog worden gebruikt onder de Omgevingswet, dit staat in het (tijdelijk) omgevingsplan. De welstandsnota is een beleidsregel die de gemeente toepast bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Het projectgebied van de zomerhuizen ligt in welstandsvrij gebied.

Welstand is hierdoor niet relevant voor het project. De nieuwe ontsluiting betreft geen bouwwerk en juist doordat door deze ontwikkeling de huidige ontsluiting komt te vervallen, blijft de beleving van het open karakter van het landschap als kwaliteit behouden.

5.2 M.e.r.-beoordeling In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een bopa project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). De mer-beoordeling is opgenomen in Bijlage 1. Uit de mer-beoordeling blijkt dat het project geen belangrijke negatieve gevolgen heeft waarvoor een volledige m.e.r. procedure doorlopen moet worden. Een doorlopen van een m.e.r. procedure is dan ook niet noodzakelijk.

5.3 Verkeer en parkeren Toetsingskader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. Wel kan provinciaal of gemeentelijk beleid van toepassing zijn. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid blijven de CROW-richtlijnen belangrijk bij de beoordeling van de aspecten verkeer en parkeren. Onderzoek en conclusie Door Goudappel (2024) is onderzoek gedaan naar de verkeerseffecten en parkeerbalans van het woningbouwproject aan de Rietdijk. Ook is er voor deze aanvraag een verkeersonderzoek geweest naar de ontsluitingsroute aan de Waalderweg (bijlage 2). 13

Verkeersgeneratie In het onderzoek (2024) is gekeken naar mogelijke verkeersknelpunten als gevolg van de verkeerstoename van het project. Hiervoor is de verkeersgeneratie van het project berekend aan de hand van de CROW kencijfers voor 90 huurwoningen. De totale verkeersgeneratie van het project is 486 mvt/etmaal. Naast het project zijn ook de woningbouw ontwikkelingen van Buurtskap de Tuunen en Marsweg Zuid meegenomen in de beoordeling. Samen met deze ontwikkelingen is de verkeersgeneratie totaal circa 1.815 mvt/etmaal. Voor de zomerhuizen is er geen onderzoek gedaan. Omdat met de komst van de 2 zomerhuizen er 4 recreatieve appartementen komen te vervallen (huidige situatie), heeft dit geen nadelige gevolgen voor de verkeersgeneratie. Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling in combinatie met de andere woningbouw ontwikkelingen geen sprake is van knelpunten op het gebied van verkeersdoorstroming of verkeersveiligheid. Ook voor het langzame verkeer worden knelpunten uitgesloten. Parkeren Een 5-tal parkeerplaatsen op het terrein van De Rietdijk zullen oostelijk gesitueerd worden door de nieuwe ontsluiting. Verder wijzigt het niet.

5.4 Ecologie: soortenbescherming De activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd en die mogelijke gevolgen heeft voor van beschermde dieren of planten, is een flora- en fauna-activiteit. Het is in beginsel verboden om zonder vergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten in gevallen aangewezen bij algemene maatregel van bestuur (art. 5.1 tweede lid Ow). Door de brede definitie van een flora- en fauna-activiteit is het bij de BOPA-activiteit nodig om te controleren of er beschermde soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Er zijn immers nauwelijks aanleg-, sloop- en bouwactiviteiten denkbaar waarbij vooraf is uitgesloten dat deze mogelijke gevolgen hebben voor beschermde soorten. Voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA is het nodig om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten op de locatie waar de BOPA-activiteit zal worden verricht of in de directe nabijheid van die locatie. Dit is de quickscan ecologie. Is het resultaat van de quickscan ecologie dat er aanwijzingen zijn dat specifieke beschermde soorten voorkomen, is aanvullend onderzoek nodig. Voor sommige flora- en fauna-activiteiten is een omgevingsvergunning nodig.

De vergunningplicht is geregeld in artikel 5.1 tweede lid Ow en in het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) in de paragrafen § 11.2.2 (omgevingsvergunning soorten vogelrichtlijn), § 11.2.3 (omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn), § 11.2.4 (omgevingsvergunning andere soorten) en § 11.2.5 (overige bepalingen omgevingsvergunning). In deze paragrafen worden vergunningplichtige en vergunningvrije activiteiten aangewezen. In ieder geval geldt de specifieke zorgplicht voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit. Deze zorgplicht komt er samengevat op neer dat maatregelen moeten worden getroffen om nadelige gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken (artikel 11.27 Bal). Toetsing Om inzicht te krijgen in het mogelijke voorkomen van beschermde soorten is er een QuickScan flora en fauna. Het rapport van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3. De conclusie is dat er geen vergunning nodig is voor flora- en fauna-activiteit.

14

5.5 Ecologie: gebiedsbescherming De regelgeving rondom Natura 2000-gebieden vindt zijn grondslag in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omzetting van deze richtlijnen heeft plaatsgevonden in de Omgevingswet. Alle gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. De Omgevingswet regelt de Natura 2000-activiteiten. In de bijlage bij artikel 1.1. van de Omgevingswet wordt een Natura 2000-activiteit gedefinieerd: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Uitgangspunt is dat voor een Natura 2000-activiteit een omgevingsvergunning nodig is (artikel 5.1, eerste lid, onder e, Ow). Onderzocht is of de activiteit waarvoor de BOPA wordt aangevraagd significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied en/of NNN-gebieden. Onderdeel hiervan is een stikstofberekening naar de effecten van het project op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden.Onderzoek Het projectgebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel ligt op een afstand van 1,2 kilometer.

Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde onderdelen van Natuurnetwerk Nederland bevinden zich op circa 1,1 kilometer (zie figuur 5.1). Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op NNN en Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten.

Figuur 5.1: Projectgebied in het zwart aangegeven, ten opzichte van NNN en Natura 2000 (Atlas leefomgeving).

Om met zekerheid vast te stellen of er sprake is van een significante stikstofdepositie op een Natura 2000gebied, is een stikstofberekening uitgevoerd met de AERIUS-calculator. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied voor de realisatie- en gebruiksfase van de zomerhuizen en de aanleg van de ontsluiting zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd. De bijbehorende memo is opgenomen in Bijlage 4 en Bijlage 5. Uit de berekeningen blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie-, gebruiks- en aanlegfase van de weg 15

en zomerhuizen. Een significant negatief effect op Natura 2000 gebieden als gevolg van de beoogde ontwikkeling is daarmee uitgesloten. Conclusie De ontwikkeling vindt niet plaats in een natuur- of groengebied met een beschermde status gelegen. Uit de stikstofberekeningen blijkt dat de ontwikkeling geen significant effect heeft op Natura 2000-gebieden.

5.7 Luchtkwaliteit Als een BOPA betrekking heeft op een activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen (artikel 5.51 lid 4 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In aandachtsgebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteiten die zorgen voor een toename van de verkeersintensiteit op wegen, vaarwegen of spoorwegen en milieubelastende activiteiten daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Daarnaast zijn in artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen.

Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Onderzoek Met de ontwikkeling wordt geen activiteit uit artikel 5.50 uit het Bkl mogelijk gemaakt. De gemeente Texel is niet aangewezen als een aandachtsgebied voor stikstofdioxide en/of fijnstof, zoals geregeld in artikel 5.51 van het Bkl. Volgens artikel 5.54 van het Bkl valt het planvoornemen onder een van de standaardgevallen, namelijk: gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen. De beoogde ontwikkeling maakt één ontsluitingsweg en 2 zomerhuizen mogelijk. Het planvoornemen draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, het omgevingsaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 2023, die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort, een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Pontweg, die op circa 1,5 km ten westen van het projectgebied ligt.

Uit de CIMLK-tool blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2022; 8,07 µg/m³ voor NO2, 15,22 µg/m³ voor PM10 en 6,628 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de wet- en regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. De gemeente Texel is niet aangewezen als een aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof. Het planvoornemen voorziet niet in betekende mate toe aan de luchtkwaliteit en de achtergrondconcentraties voldoen ruim aan de omgevingswaarden. Er is geen strijd met de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. 16

5.8 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Toetsing Rond het projectgebied zijn geen industrieterreinen met een geluidproductieplafond of geluidzone aanwezig. Ook zijn geen spoorwegen aanwezig.

Wel zijn rond het projectgebied wegen aanwezig waarvoor akoestisch onderzoek is uitgevoerd bij de aanvraag van de 90 woningen. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek dat de berekende geluidbelasting op de woongebouwen ten hoogste Lden = 44 dB bedraagt. De standaardwaarde van Lden = 53 dB wordt niet overschreden. Op basis van de instructieregels van het Bkl is het geluid aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarde. Het aspect wegverkeerslawaai is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.9 Geluid door activiteiten In een omgevingsplan (of BOPA) wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en voorziet erin dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is (opnemen van waarden in het omgevingsplan). Het geluid door een activiteit is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de waarden als aangegeven in de tabellen 5.1 en 5.2. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw bij een activiteit maar ook bij het toelaten van een geluidveroorzakende activiteit bij een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid beoordeeld. Daarnaast wordt getoetst of het toelaten van een geluidgevoelig gebouw de milieuruimte van een bestaande (bedrijfs)activiteit beperkt. Tabel 5.1 Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw

Toetsing De beoogde ontwikkeling bestaat uit 2 zomerhuizen. Dit zijn geen geluidgevoelige gebouwen.

5.10 Geur In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient op grond van het Bkl rekening te worden gehouden met de geur door activiteiten op gebouwen. Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: • bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; 17

•

bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende bedrijven.

Toetsing Zoals beschreven in 5.9 Geluid door activiteiten liggen de dichtstbijzijnde bedrijfspercelen op een afstand van 30 meter. In de huidige situatie zijn op het bedrijventerrein geen activiteiten die geurhinder kunnen veroorzaken in de nabijheid van de beoogde zomerhuizen. En er zijn geen plannen bekend van transformatie van de huidig bedrijven dan wel nieuwvestiging van bedrijven die wel mogelijk geurhinder kunnen veroorzaken. Met de ontwikkeling zelf worden geen geurhinderlijke activiteiten mogelijk gemaakt.

5.11 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de risico's van het gebruik, de productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen en windturbines. In het Bkl is aangegeven wat de afstanden zijn voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden van deze risicovolle activiteiten. Met de beoogde ontwikkeling een gewijzigde ontsluiting en 2 zomerhuizen mogelijk gemaakt. Ruimtelijke besluiten worden met betrekking tot milieubelastende activiteiten (MBA), transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen getoetst aan het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Toetsing Op basis van de risicokaart zijn rond het projectgebied geen risicobronnen aanwezig. Het projectgebied bevindt zich niet in een PR 10-6 contour of aandachtsgebied van een risicobron. Er wordt voldaan aan de instructieregels van het Bkl. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.12 Cultureel erfgoed Onder cultureel erfgoed valt onder andere archeologie, cultuurhistorie, monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen en landschap. Voorafgaand aan de uitvoering van projecten dient onderzoek te worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden om vervolgens daar in de ontwikkeling van projecten zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Toetsing Landschap Het projectgebied sluit aan op het project aan de Rietdijk. Dat gebied is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Texel - Oude Land en aandijkingen, tegenwoordig: Bijzonder Landschap (BL) Texel. Deze stedelijke ontwikkeling heeft een ontheffing voor een periode van 20 jaar. De nieuwe ontsluiting dient daarna alleen nog als ontsluiting voor Waalderweg 104 en ligt buiten BL. Daardoor zal er geen nieuwe aantasting plaatsvindt van de voorkomende kernkwaliteiten van het BL Texel - Oude Land en aandijkingen. Cultuurhistorie Het projectgebied ligt niet nabij een beschermd, archeologische monument, (voorbeschermd) rijksmonument of beschermde stads- en dorpsgezicht.

Archeologie Het projectgebied ligt grotendeels binnen een zone met een gematigde verwachting (categorie 3) met een vrijstellingsgrens van 100 m2 en een diepte kleiner dan 50 cm. Voor een groter gebied is een quickscan archeologie opgesteld welke is voorgelegd in de procedure van de 90 nieuwe woningen. In aanvulling op deze quickscan is voor de beoogde ontwikkeling aanvullend advies 18

gevraagd aan Archeologie West-Friesland. Zij hebben aangegeven dat er geen nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. De voorgenomen ingreep is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Ten behoeve van het doen van waarnemingen dient wel in de omgevingsvergunning te worden opgenomen dat Archeologie West-Friesland toekomstige graafwerkzaamheden wil monitoren. Voor het monitoren van de graafwerkzaamheden worden geen kosten in rekening gebracht en dit zal niet tot noemenswaardige vertragingen leiden. Vondstmateriaal dat bij het uitvoeren van het werk wordt aangetroffen zal door Archeologie West-Friesland worden aangeleverd aan het Provinciaal depot voor archeologie van Noord-Holland te Castricum. Conclusie Het projectgebied vindt aansluiting op BPL, maar ligt hier niet in. Dit vormt om die reden geen belemmering. Op basis van het advies van Archeologie West-Friesland kan de voorgenomen ontwikkeling vrijgesteld worden van verder archeologisch onderzoek. Het aspect cultureel erfgoed vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.13 Bodem Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve Omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het Omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, waaronder regels over nazorg van de bodem na saneren, regels over graven in de bodem en regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. Het omgevingsplan is voorafgaande aan de voorbereiding van de omgevingsvergunning nog niet gewijzigd, waardoor op grond van artikel 22.30 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan de interventiewaarden bedoeld in bijlage II A van het Bal als grenswaarden gelden voor de bouw van bodemgevoelige gebouwen. Toetsing Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik.

Recreatie is een bodemgevoelige functie, waardoor een bodemonderzoek naar de bodem- en grondwaterkwaliteit zal worden verricht bij de aanvraag van de bouwvergunning. Dit onderzoek is in het kader van de planologische strijdigheid nog niet noodzakelijk. De ODNHN heeft wel aangegeven dat op basis van de onderzoeken die er zijn gesteld kan worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogd gebruik. In het projectgebied van de nieuwe ontsluiting zijn al verschillende bodemonderzoeken gedaan welke zijn voorgelegd aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN). Er is in het projectgebied sprake van een aanvaardbare bodem- en grondwaterkwaliteit voor de beoogde functies. Bodemkwaliteitskaart Op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan maakt de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Texel hier deel van uit. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen; het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming. Op basis van artikel 5.89p moet in een omgevingsplan de landbodem in bodemfunctieklassen ingedeeld worden. Bij de indeling in bodemfunctieklassen wordt rekening gehouden met de functie die in het 19

omgevingsplan aan de locatie is toegedeeld. De landbodem kan worden ingedeeld in de bodemfunctieklassen Landbouw/natuur, Wonen en Industrie. Voor het projectgebied is de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ van toepassing. Omdat dit project voorziet in een nieuwe ontsluiting en 2 zomerhuizen is de bodemfunctieklasse niet meer van toepassing. De klasse Wonen zou in dit geval de juiste klasse zijn. In dit geval wordt het project met een BOPA-vergunning mogelijk gemaakt.

5.14 Water Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 Bkl. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: • watercompensatie in verband met toenemende verharding; • waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning; • bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; • waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. De gemeente Texel heeft voor het project van de 90 woningen met ontsluiting naar de Marsweg overleg gehad met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In dit initiatief zat een ontsluitingsweg die tot gevolg had dat er meer verharding zou plaats vinden dan er nu met het voorliggende ontwerp zal plaatsvinden. Omdat de watercompensatie op het vorige plan met meer verharding is afgestemd en de watercompensatie gelijk blijft, acht de gemeente Texel het niet noodzakelijk dat hiervoor nog extra advies uitgebracht dient te worden.

Aanvullende instructieregels Voor een aantal specifieke Rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Voor de ontwikkeling zijn deze aanvullende instructieregels niet relevant. Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructies van de omgevingsverordening van de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. Analyse Het projectgebied bevindt zich in het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Volgens artikel 5.37 van het Bkl dient rekening gehouden te worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Veiligheid en waterkeringen Het projectgebied ligt niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterveiligheid. Waterkwantiteit Rond het plangebied zijn verschillende secundaire watergangen met beperkingengebied aanwezig, zie onderstaande figuur 5.2. De werkzaamheden vinden plaats buiten deze watergang.

20

Figuur 5.2: Uitsnede Legger Wateren 2024 ter plaatse van het projectgebied Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

5.15 Duurzaamheid Doelen van de Omgevingswet zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3, onder i, o en p Ow). Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. In artikel 22.52 Bruidsschat zijn regels op het gebied van energiebesparende maatregelen opgenomen. Toetsing De nieuw te bouwen zomerhuizen worden goed geïsoleerd zoals het Bbl voorschrijft, voldoen aan de BENGeisen en worden zonder gasaansluiting gebouwd. Binnen het projectgebied zijn er voldoende voorzieningen die bijdragen aan klimaatadaptatie en ecosystemen.

5.16 Gezondheid Doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden moet worden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Toetsing Een groot aantal van de omgevingsaspecten in dit hoofdstuk hebben een gezondheidscomponent. Uit de verschillende aspecten blijkt dat ter plaatse van het projectgebied sprake is van een gezonde fysieke leefomgeving. Daarnaast wordt er met deze wijziging van de huidige ontsluiting tegemoet gekomen aan de wensen van de omwonenden. Hierdoor kijken de bewoners uit op een blijvend open landschap nabij de Marsweg. Ook de snellere route naar de woningen maakt dat men hier minder geluid en hinder van zal ervaren in de omgeving.

21

De inpassing van de zomerhuizen op een reeds bestaand recreatief terrein biedt meer mogelijkheden voor recreanten om gebruik te maken van gedeelde voorzieningen en faciliteiten van de VvE. Dit stimuleert sociale interactie en vergroot het gevoel van veiligheid en sociale verbondenheid.

22

Hoofdstuk 6 Financiële haalbaarheid Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft een nieuwe ontsluitingsroute en het mogelijk maken van het bouwen van 2 zomerhuizen. De gemeente wordt grondeigenaar van de ontsluitingsroute en ontwikkelt het projectgebied voor wat betreft de ontsluitingsroute. De zomerhuizen worden voor kosten en rekening van de grondeigenaar van de zomerhuizen gebouwd. De gemeente is de initiatiefnemer voor de ontsluiting en realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De gemeente heeft middelen beschikbaar vanuit de grondexploitatie om de ontwikkeling te realiseren. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. De volgende besluiten liggen ten grondslag aan de financiële uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling: Op 14 december 2022 heeft de gemeenteraad het besluit genomen in te stemmen met het advies ' Flexwoningen Marsweg’ om de woningbouw te versnellen. Hierbij is tevens de grondexploitatie vastgesteld.

Op 17 april 2024 heeft de gemeenteraad het besluit genomen over de financiering van de beoogde ontwikkeling De Rietdijk (voorheen Marsweg Noord). Kostenverhaal Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op ontwikkeling van 2 zomerhuizen en een ontsluiting. De beoogde ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De gemeente heeft de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteit mogelijk wordt gemaakt niet in eigendom, maar hieraan zit een privaatrechtelijke regeling verbonden. In deze regeling worden de kosten evenredig verdeelt tussen de gemeente en de initiatiefnemer van de zomerhuizen. Ook is deze laatste initiatiefnemer nu nog eigenaar van de grond waarop de nieuwe ontsluiting gesitueerd is.

Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

23

Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is er sprake van balans tussen het beschermen en gebruiken van een locatie. Daarbij wordt afgewogen of de verschillende activiteiten binnen een gebied elkaar aanvullen dan wel verdragen. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover ze betrekking hebben op de gewenste ontwikkeling, nader onderzocht in deze ETFAL. Afweging De ontwikkeling betreft een nieuwe ontsluiting voor de reeds gebouwde 90 woningen aan De Rietdijk en het gebruik van 2 zomerhuizen mogelijk te maken, waarbij de BOPA bestaat uit het aanleggen van een ontsluiting op grond die bestemd is voor een ter plaatse gevestigd bedrijf met bijbehorende woning en het planologisch mogelijk maken van het bouwen van 2 zomerhuizen op grond die bestemd is voor verblijfsrecreatieve gebouwen waarbij de aanduiding van slaapplaatsen niet voldoet.

Uit de beoordeling is gebleken dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling. De ontsluiting zal van permanent karakter zijn voor ontsluiting van Waalderweg 104. De woningen zullen geen blijvend karakter hebben en daarmee zal deze ontsluiting van functie met de tijd wijzigen. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de beoogde ontsluiting en zomerhuizen sprake is van een gezonde fysieke leefomgeving. Ook worden de bedrijfsactiviteiten niet beperkt als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Op basis van de onderzochte relevante aspecten kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vergunning voor de ontwikkeling van een nieuwe ontsluiting voor de 90 woningen aan de Rietdijk, en het planologisch mogelijk maken voor het bouwen van 2 zomerhuizen kan hiermee worden verleend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=cc4404ca-5ce4-4321-8a2a-c0483e181b3a