Bijlage 4. Ruimtelijke onderbouwing Redoute - Pontweg publiceerbaar
Tekst van het document
Rapport 2023-03
14 5. ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE SOORTEN 5.1 Habitatrichtlijnsoorten van Texel Op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna en andere bronnen is een soortenlijst te maken van beschermde soorten. De Wet natuurbescherming maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten: • Vogelrichtlijnsoorten (alle in de EU-lidstaten van nature voorkomende soorten) • Habitatrichtlijnsoorten (zie voor Texel tabel 2) • Andere soorten (zie voor Texel tabel 2) Tabel 2. Op Texel waargenomen soorten met een beschermde status. Soort Soortgroep Bescherming Gewone dwergvleermuis Vleermuizen Art. 3.5 Wnb Laatvlieger Vleermuizen Art. 3.5 Wnb Ruige dwergvleermuis Vleermuizen Art. 3.5 Wnb Hermelijn Zoogdieren Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Noordse woelmuis Zoogdieren Art. 3.5 Wnb Waterspitsmuis Zoogdieren Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Heikikker Amfibieën Art. 3.5 Wnb Poelkikker Amfibieën Art. 3.5 Wnb Rugstreeppad Amfibieën Art. 3.5 Wnb Duinparelmoervlinder Dagvlinders Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Grote parelmoervlinder Dagvlinders Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Grote vos Dagvlinders Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Kommavlinder Dagvlinders Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Gevlekte witsnuitlibel Libellen Art. 3.5 Wnb Gevlekt zonneroosje Vaatplanten Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Glad biggenkruid Vaatplanten Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) Groenknolorchis Vaatplanten Art.
3.5 Wnb Rozenkransje Vaatplanten Art. 3.10 Wnb (Andere soorten) De zeezoogdieren zijn hier verder buiten beschouwing gelaten, werkzaamheden op het land zullen geen invloed hebben op in zee levende dieren. Naast de soorten genoemd in tabel 2, zijn er enkele soorten die slechts enkele malen zijn waargenomen op Texel. Dit zijn: meervleermuis, tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis, boommarter, steenmarter, lederschildpad, muurhagedis, zandhagedis, sierlijke witsnuitlibel, akkerboterbloem en grote leeuwenklauw. Er kan van uit worden gegaan dat deze soorten van nature niet (meer) voorkomen op Texel.
5.2 Nationale Databank Flora en Fauna De Nationale Databank Flora en Fauna bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van plantenen diersoorten. Er zijn ruim honderd miljoen waarnemingen in de NDFF opgeslagen. Uit deze nationale databank komen de navolgende gevalideerde gegevens naar voren voor het plangebied. In bijlage 8.2 staan de waarnemingen voor de omgeving (circa 1 kilometer) rondom het plangebied weergegeven. De waarnemingen van vogels in de NDFF komen in paragraaf 5.8 aan bod. Er zijn binnen honderd meter van de planlocatie geen waarnemingen bekend van beschermde soorten.
Rapport 2023-03
15 5.3 Vleermuizen Er is binnen het plangebied en directe omgeving geen waarnemingen bekend van de drie “Texelse” soorten. Het is aannemelijk dat alle “Texelse” soorten de omgeving van de planlocatie gebruiken om te foerageren. Verblijfplaatsen Hoewel iedere soort specifieke voorkeuren voor verblijfplaatsen heeft, komt de seizoencyclus in verblijfplaatsen voor alle soorten overeen. Per seizoen kiezen vleermuizen verblijfplaatsen voor een andere functie: • winterslaapplaatsen • tussenverblijfplaatsen • zomerverblijfplaatsen (niet-kraamverblijfplaatsen) • kraamverblijfplaatsen • paarverblijfplaatsen met territorium • zwermlocaties: ‘verblijfplaatsen’ met centrale zwermfunctie De gewone dwergvleermuis vindt zowel ’s zomers als ’s winters een verblijfplaats in gebouwen. Er zijn geen winterverblijfplaatsen van enige omvang bekend op Texel. De ruige dwergvleermuis is zowel gebouw-als boombewoner waarbij hij gebruikmaakt van holtes en ruimtes onder de schors. Ook worden wel nestkasten gebruikt. Bij de laatvlieger komen alleen verblijfplaatsen in gebouwen voor. Verblijfplaatsen in het plangebied Het plangebied waar de werkzaamheden uitgevoerd gaan worden biedt geen verblijfsplaatsen voor vleermuizen; gebouwen liggen ver genoeg af van de werkzaamheden zodat er geen verstoring zal plaatsvinden.
De enkele bomen die gekapt gaan worden zijn gecontroleerd op mogelijke verblijfsplaatsen, deze zijn niet aangetroffen. De bomen die gekapt gaan worden zijn gecontroleerd worden op verblijfsplaatsen, deze zijn niet aangetroffen. Gebouwen staan ver genoeg af van de werkzaamheden. Effecten op verblijfsplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten. Overige functies In het plangebied kunnen vleermuizen foerageren. Effecten door de werkzaamheden zijn uit te sluiten. De werkzaamheden worden bij daglicht uitgevoerd. De werkzaamheden zullen geen effect op vleermuizen hebben die mogelijk foerageren in het plangebied. Verdere verstoring wordt voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren tussen zonsopgang en zonsondergang.
5.4 Grondgebonden zoogdieren Van de terrestrische zoogdiersoorten komt op Texel alleen de noordse woelmuis voor, die beschermd is onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Soorten die op Texel voorkomen en worden beschermd onder artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming zijn de hermelijn en de waterspitsmuis. Hiervoor geldt geen vrijstelling. Voor soorten als aardmuis, egel, haas, huisspitsmuis, en konijn geldt dat ze provinciaal zijn vrijgesteld. Onder de algemene zorgplicht is het nog steeds verboden ook deze soorten opzettelijk te doden. Er zijn binnen het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde soorten (NDFF). Binnen een ruimer kader van ca. 1 kilometer zijn er 27 waarnemingen bekend van noordse woelmuizen, en 1 zeer gedateerde waarneming van een waterspitsmuis.
Rapport 2023-03
16 Noordse woelmuis De noordse woelmuis leeft in hoge vegetaties met vooral grasachtige planten. In gebieden waar andere woelmuizen voorkomen, leeft de soort veel in natte terreinen, zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Doordat de noordse woelmuis geen watervrees heeft, kan hij goed eilandjes bereiken, waar hij dan vaak als enige woelmuis voorkomt. Er moet variatie in de vegetatie aanwezig zijn, zoals diverse kruiden, overgangszones tussen land en water met riet, aanwezigheid van bepaalde soorten zeggen, en in natte gebieden moeten drogere delen aanwezig zijn. Sinds 1985 komt de aardmuis ook voor op Texel als concurrent van de noordse woelmuizen. Dit zorgt voor een extra bedreiging van de soort, vooral in de drogere gebieden. Het voorkomen van de veldmuis is slechts bekend van een zeer beperkt aantal braakballen. Noordse woelmuizen mijden door struiken en bomen overheerste begroeiingen. Sporen van woelmuizen in dit habitattype duiden op rosse woelmuizen die sinds 1998 op Texel is gevestigd. De relatief hoge taluds langs de Pontweg om de hoogte van de oude zeedijk te komen, zijn zeer geschikt voor noordse woelmuizen. Op vele plekken aan weerzijde van de weg zijn dan ook sporen gevonden die duiden op aanwezigheid van woelmuizen.
Nader onderzoek moet uitwijzen of het daadwerkelijk om noordse woelmuizen gaat. Nader onderzoek moet aantonen dat de gevonden sporen van woelmuizen al dan niet die van noordse woelmuizen betreffen. Hermelijn Op heel Texel kunnen hermelijnen voorkomen, maar in zeer lage aantallen. De meeste waarnemingen zijn van het duingebied, en enkele van aangrenzende agrarische gebieden. De laatste tien jaar zijn er op heel Texel maar 25 hermelijnen waargenomen (nul tot zes waarnemingen per jaar), waarvan geen enkele waarneming binnen 1 kilometer van de planlocatie. Waarschijnlijk staat de populatie onder druk door o.a. de concurrentie van verwilderde katten en verstoring door recreatie en loslopende honden. In potentie is het erf aan de zuidoostkant van de kruising en de slootkanten geschikt habitat voor hermelijnen. Maar deze schuwe soort zal de drukte graag mijden. De kans op het voorkomen van de hermelijn in het plangebied is nihil. Een effect van de werkzaamheden is uitgesloten. Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water, met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, bij natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden.
De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig is, en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moeten de oevers voldoende schuilmogelijkheid hebben, zodat de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. De sloten en het kanaal hebben geen geschikte watervegetatie en zijn hierdoor niet geschikt als habitat voor de waterspitsmuis. De zeer gedateerde waarneming uit 1967, geeft geen aanwijzingen voor het actuele voorkomen van de soort. Effecten op waterspitsmuizen is hiermee uitgesloten.
Rapport 2023-03
17 Overige zoogdieren Van overige grondgebonden zoogdieren zoals muizen, bruine rat, egel, haas en konijn zijn kleine aantallen te verwachten. Naast de algemene zorgplicht hebben de soorten bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling, waardoor een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is.
5.5 Amfibieën, reptielen en vissen Amfibieën Er zijn nabij de planlocatie geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën. Binnen een ruimer kader (circa 1 kilometer) van het plangebied zijn er 9 waarnemingen bekend van 1 tot 7 rugstreeppadden, en meer gedateerd (1999) 4 waarnemingen van heikikkers (Bijlage 8.2). Rugstreeppad De duinen, en vooral de natte gebieden met ondiepe plassen en natte duinvalleien vormen optimaal habitat voor voortplanting. Overwintering zal plaatsvinden in de drogere duinen. Uit de gegevens van de NDFF op Texel blijkt de verspreiding steeds meer beperkt te zijn tot de duinen waarbij zeker in de laatste 5 jaar er buiten een bufferzone van ca. 1 kilometer uit het duin geen waarnemingen meer bekend zijn. Rugstreeppadden kunnen ook van tijdelijk geschikt habitat, zoals open zand met regenplassen, gebruikmaken. Ook kunnen ze over lange afstanden trekken (tot ongeveer 300 meter per dag). Met name vanwege de trek van rugstreeppadden naar overwinteringsgebieden in september/oktober, en naar voortplantingswateren in maart/april, dient vestiging van rugstreeppadden tijdens werkzaamheden voorkomen te worden. De trek vindt ’s nachts plaats, vooral bij regenachtig weer. De kans op het voorkomen van rugstreeppadden in de periode van de geplande werkzaamheden vanaf 1 oktober 2023 is nihil. Een effect op rugstreeppadden uitgesloten.
Heikikker De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en half-natuurlijk grasland met poelen. De soort is duidelijk een cultuur vliedende soort die nauwelijks wordt aangetroffen in te intensief gebruikt agrarisch landschap, rond infrastructuur en bebouwing. De waarnemingen binnen 100 meter zijn van 10 jaar geleden. Heikikkers overwinteren op vorstvrije plaatsen op het land van eind oktober tot begin maart. In tegenstelling tot de bruine kikker overwintert de heikikker nagenoeg niet in het water. Uit onderzoek in 2020 is gebleken dat het voorkomen van de heikikker op Texel feitelijk beperkt is tot 2 gebieden in de duinen, De Muy en De Geul. Hiermee ligt de dichtstbijzijnde plek op ca. 3 kilometer van het plangebied. Het fietspad met de gemaaide bermen is ongeschikt als habitat voor de heikikker, en dat geldt zeker voor het werkgebied. De planlocatie is ongeschikt voor heikikkers. Effecten op deze soort zijn uitgesloten. Poelkikker De poelkikker is een zon- en warmte minnende soort met een voorkeur voor nietbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden.
Hij komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden. Overwintering vindt plaats op het land. Alle groene kikkers, en dus ook de poelkikker komen van nature niet
Rapport 2023-03
18 voor op Texel. Op Texel zijn 10 waarnemingen van poelkikkers bekend, van 1 tot 25 exemplaren. De waarnemingen zijn niet bekend van de omgeving van het plangebied. Effecten op poelkikkers zijn uitgesloten. Reptielen Met uitzondering van een bevestigde waarneming van een muurhagedis in Den Burg, en een bevestigde waarneming van een vrouwtje zandhagedis in 2016 aan de Biesbosweg (bosrand nabij Westerslag), komen op Texel geen reptielen voor. De planlocatie is niet geschikt als habitat voor reptielen. Reptielen komen van nature niet voor op Texel. Vissen Geen van de beschermde zoetwater vissoorten is ooit op Texel waargenomen. Hoewel er wel water aanwezig is, is het voorkomen van beschermde vissoorten uitgesloten. Effecten op beschermde vissoorten is uitgesloten.
5.6 Libellen en vlinders Libellen Binnen 1 kilometer van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van de beschermde libellen soorten. Van de beschermde libellen soorten zijn alleen de gevlekte witsnuitlibel een aantal keer en de sierlijke witsnuitlibel 1 keer op Texel waargenomen. Beide soorten lijken zich uit te breiden, maar zijn nog uiterst zeldzaam. Libellen zijn in ieder geval voor de voortplanting gebonden aan water. Het voorkomen van beschermde libellen soorten is vrijwel uitgesloten . Effecten op beschermde soorten zijn daarmee uitgesloten. Dagvlinders Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan de voortplantingshabitat met waard- en nectarplanten. Binnen 100 meter zijn er geen waarnemingen bekend van een beschermde vlinder soorten. Ook binnen 1 kilometer is er maar 1 waarneming bekend van Duinparelmoervlinder. De omgeving van de weg met het fietspaden vormt geen geschikt habitat van de beschermde vlindersoorten. De periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden valt buiten de periode dat de imago’s actief zijn. Het is daarmee uit te sluiten dat er een individu kan langs vliegen. Op het eventueel voorkomen van waardplanten wordt hierna verder ingegaan.
Duinparelmoervlinder en grote parelmoervlinder De waardplanten van de duinparelmoervlinder en grote parelmoervlinder zijn diverse soorten viooltjes, waarbij voor in de duinen op Texel het duinviooltje en het hondsviooltje het meest voorkomen. Het habitat bestaat verder uit duingraslanden, droge heischrale graslanden op lemige bodems, blauwgraslanden en kalkgraslanden. De duinparelmoervlinder overwintert als ei en de grote parelmoervlinder als rups, in de strooisellaag binnen geschikt habitat zoals hiervoor beschreven. Zowel de waardplanten als het overige habitat zijn niet aanwezig op de planlocatie. Een effect op de duinparelmoervlinder en grote parelmoervlinder is uitgesloten.
Rapport 2023-03
19 Kommavlinder De waardplanten van de kommavlinder zijn kleine polletjes van schapengras; soms ook andere zwenkgrassen, buntgras en struisgras. De habitat bestaat verder uit droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide. Zowel de waardplanten als het overige habitat zijn niet aanwezig op de planlocatie. Een effect op de kommavlinder is uitgesloten. Grote vos Van de grote vos zijn geen waarnemingen bekend binnen 1 kilometer van het plangebied. De grote vos is een zeer zeldzame soort, waarvan voortplanting in 2019 na afwezigheid van 30 jaar weer is vastgesteld in Nederland. De soort is zwerflustig, waardoor deze op afwijkende plaatsen waargenomen kan worden. De waardplanten zijn vooral iep, zoete kers en sommige wilgensoorten. De habitat bestaat uit vochtige open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. Zowel de waardplanten als het overige habitat zijn niet aanwezig op de planlocatie en omgeving, een effect op de grote vos is dan ook uitgesloten.
5.7 Vaatplanten Binnen 1 kilometer van de planlocatie zijn alleen waarnemingen bekend van de groenknolorchis. Alle beschermde soorten waarvan actuele waarnemingen op Texel bekend zijn, zijn verder typische duinsoorten. Glad biggenkruid Glad biggenkruid behoort tot de composietenfamilie. De gele bloemhoofdjes zijn 1-1½ cm en gaan alleen 's ochtends open. De gesloten hoofdjes zijn kegelvormig. De lintbloemen komen maar weinig buiten de binnenste omwindselbladen uit. Glad biggenkruid groeit op zonnige, warme, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge, voedselarme, met name stikstofarme, zwak zure, kalkarme grond. De groeiplaatsen zijn akkers (graanakkers en akkerranden), zeeduinen (laag blijvend duingrasland), bermen (openplekken en pas ingezaaide bermen) en grasland (gazons). Gevlekt zonneroosje De bloemen vormen samen ijle, meestal niet bebladerde schichten, die aan het eind van de bloei ongeveer half zo groot zijn als de hele plant. De kroonbladen zijn citroengeel. Bij de voet zit meestal een roodbruine vlek. De kroonbladen vallen snel af. Vijf kelkbladen, waarvan de buitenste twee kleiner zijn. Het gevlekt zonneroosje groeit op zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, neutrale tot zwak zure zandgrond en op stenige plaatsen. De groeiplaats zijn: zeeduinen (duinvalleien en glooiingen van lage duintjes) en kale rotsen.
Groenknolorchis De groenknolorchis behoort tot de orchideeënfamilie. De groenknolorchis groeit op zonnige, soms licht beschaduwde, iets open plaatsen (vaak enigszins verstoorde plekken) op vrij natte, voedselarme, zwak zure tot kalkhoudende grond (laagveen, venig zand, venig leem, min of meer humuszand en stenige grond). Vaak op plekken die in de winter zeer nat zijn of zelfs onder water kunnen staan. De groeiplaatsen zijn: zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). De soort groeit dus op Texel vooral in natte duinvalleien.
Rapport 2023-03
20 Rozenkransje Rozenkransje is een plant van lage, niet te dichte vegetaties met kort gras en dwergstruiken. In Nederland komen nog twee populaties van Rozenkransje voor, die zichzelf kunnen voortplanten: bij Bergen en op Schiermonnikoog . De overige vier resterende populaties bestaan alleen uit mannetjes of vrouwtjes, zodat deze gedoemd zijn te verdwijnen. De soort groeit op zonnige of zelden licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme, niet bemeste, zwak zure, vaak licht betreden of begraasde grond (zand, lemig zand en leem). De groeiplaatsen zijn: zeeduinen (grazige plaatsen), heide (grazige plaatsen), grasland (laagblijvend grasland), ijl kruipwilgstruwelen en vrij open plekken met veel korstmossen. De planlocatie, zijnde een weg met fietspaden met jaarlijks gemaaide bermen en sloottaluds, is ongeschikt als groeiplaats van bovengenoemde beschermde soorten. Een effect op beschermde vaatplanten is uitgesloten. Bij controle zijn deze ook niet aangetroffen.
5.8 Vogels Broedvogels In de omgeving van de planlocatie en mogelijk in de windsingel die deels gekapt gaat worden zijn broedvogels te verwachten. Als de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, zal er geen effect zijn op broedende vogels. Globaal kan de periode van 15 maart tot 1 augustus gehanteerd worden als broedseizoen. Werkzaamheden in deze periode kunnen het verlies van broedgevallen tot gevolg hebben. De planlocatie en directe omgeving zijn niet geschikt voor soorten met een jaarrond beschermde nestplaats; er staan geen gebouwen waarin gebroed kan worden (o.a. huismus en gierzwaluw). Dicht langs de drukke weg met fietspad zullen ook geen soorten als buizerd, sperwer of havik broeden. Bij het veldbezoek zijn ook geen nesten met een jaarrond beschermde status waargenomen. In figuur 6 en tabel 3 staan de resultaten weergegeven uit de NDFF voor de vogelrichtlijnsoorten.
Figuur 6. Gegevens vogels uit de NDFF.
Rapport 2023-03
21 Tabel 3. Resultaten NDFF Vogelrichtlijnsoorten. Nederlandse naam N-waarnemingen Braamsluiper 2 Gele kwikstaart 1 Grutto 1 Havik 1 Kleine karekiet 1 Kwartel 1 Scholekster 4 Spotvogel 2 Veldleeuwerik 2
N-min 1 1 1 1 1 1 1 1 1
N-max 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Laatste datum 06-mei-22 19-apr-18 17-apr-22 26-jan-23 20-jun-15 06-jun-11 01-apr-21 17-jul-22 26-apr-22
Door uitvoering van de werkzaamheden buiten het broedseizoen zullen er geen effecten zijn op broedvogels. Daarnaast zijn effecten uitgesloten op soorten met een jaarrond beschermde nestplaats in gebouwen. ➢ De windsingel is gecontroleerd op jaarrond beschermde nestplaatsen, deze zijn niet aangetroffen.
Slaapplaatsen Er zijn geen waarnemingen of andere aanwijzingen dat het plangebied als slaapplaats gebruikt wordt, het fietspad is daar ook ongeschikt voor. Een effect op slaapplaatsen is uitgesloten.
Rapport 2023-03
22 6. ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN 6.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ca. 1 kilometer van de Waddenzeedijk en daarmee op deze afstand tot het Natura 2000-gebied Waddenzee. Het dichtstbijzijnde deel van het Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel ligt op ca. 3 kilometer. Tot slot ligt het plangebied op 10 kilometer van het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone.
Figuur 7. Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden is een effect van de relatief kleinschalige werkzaamheden op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten.
6.2 Houtopstanden Er is sprake van de kap van een gedeelte van een windsingel, hierin staan enkele boomvormers. Deze kap blijft daarmee ver onder de norm van 1000 m2 of 20 rijbomen. De kap van bomen beperkt zich tot enkele bomen. Hiermee is verdere toetsing niet nodig.
Rapport 2023-03
23 6.3 Natuur Netwerk Nederland (NNN) In figuur 8 is de ligging ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangegeven. Dit betreft enkele kleinere gebieden zoals een eendenkooi en het voormalig Fort Redoute. Deze gebiedjes liggen op minstens 500 meter.
Figuur 8. Ligging ten opzichte van NNN. Er zal door de werkzaamheden geen aantasting zijn van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Verdere toetsing is niet nodig.
Rapport 2023-03
24 7. SAMENVATTENDE CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN In opdracht van de provincie Noord Holland via RHO adviseurs, heeft Noordkop Groen, een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd voor de voorgenomen herinrichting van het kruispunt Pontweg (N501) - Redoute. Dit betreft een verbreding van de weg met een uitvoegstrook en veiligere oversteekplaatsen voor fietsers. De kruising aan de Pontweg is gelegen zuid van Den Burg op het Waddeneiland Texel. De Redoute loopt over een oude zeedijk richting Oudeschild. Uitvoering van de werkzaamheden staat gepland vanaf 1 oktober 2023. Onderstaand zijn de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken samengevat. Een nadere onderbouwing is in de betreffende hoofdstukken te vinden.
7.1 Soortbescherming Voor de volgende soorten of soortgroepen is een effect van de werkzaamheden uitgesloten: Vleermuizen Vissen Hermelijn Libellen Waterspitsmuis Duinparelmoervlinder Overige zoogdieren Grote parelmoervlinder Rugstreeppad Kommavlinder Heikikker Grote vos Poelkikker Vaatplanten Reptielen Vogels
Noordse woelmuis Nader onderzoek moet aantonen dat de gevonden sporen van woelmuizen al dan niet die van noordse woelmuizen betreffen.
Ontheffing Wet natuurbescherming Het is aannemelijk dat er een ontheffing Wet natuurbescherming ten aanzien van noordse woelmuizen nodig is voor de geplande werkzaamheden.
Algemene zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat u de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. ➢ Werk zoveel mogelijk 1 kant op zodat dieren niet ingesloten raken ➢ Wees alert op dieren op de werklocatie, met name bij graafwerkzaamheden
Rapport 2023-03
25 7.2 Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel ➢ Gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden is een effect van de relatief kleinschalige werkzaamheden op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten.
Houtopstanden ➢ De kap van bomen beperkt zich tot enkele bomen. Hiermee is verdere toetsing niet nodig. Natuur Netwerk Nederland ➢ Er zal door de werkzaamheden geen aantasting zijn van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Verdere toetsing is niet nodig.
Vergunning Wet natuurbescherming Er is geen vergunning Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming nodig voor de geplande werkzaamheden.
7.3 Vervolgstappen 1. Nader onderzoek moet aantonen dat de gevonden sporen van woelmuizen al dan niet die van noordse woelmuizen betreffen. Dit kan relatief eenvoudig door het zoeken naar faeces langs sporen en deze met behulp van eDNA te analyseren. Hierbij worden de holen en sporen gedetailleerd vastgelegd met de gps. 2. Op basis van de resultaten is de verwachting dat er een mitigatie en compensatieplan opgesteld moet worden. 3. Tevens dient er een ontheffing aangevraagd te worden in het kader van de soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming bij het bevoegd gezag. 4. De werkzaamheden die effect kunnen hebben op het habitat van de noordse woelmuizen moeten onder ecologische begeleiding worden uitgevoerd, conform een op te stellen ecologisch werkprotocol.
Noordkop Groen,
Rapport 2023-03
Den Helder, 27 januari 2023
26 8. BIJLAGEN 8.1 Geraadpleegde bronnen Wet natuurbescherming: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-09-01#Aanhef https://www.ODnhn.nl/Wet_natuurbescherming http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&hoofdstuk=3&z=2017-09-01&g=2017-0901 (Wet Natuurbescherming Hoofdstuk 3 Soorten) Natura 2000 : https://www.natura2000.nl/ https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/documenten/gebieden/002/beheerplan/Toetsing %20huidige%20activiteiten_Texel.pdf https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/documenten/gebieden/002/beheerplan/Bestaan d_gebruik_tabellen_Texel.pdf https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten Ruimtelijke ordening: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/ https://bestanden.noord-holland.nl/internet/Onderwerpen/Natuur/nnn-wijzer/index.html https://noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/ https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten Soorten: https://www.landschapnoordholland.nl/files/2018-07/Weidevogelmonitor%20Texel% 202015.pdf https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-013-Kennisdocument-Noordse-woelmuis-1.0.pdf Herder, J.E. (red.) 2010. Atlas van de Noord-Hollandse amfibieën en reptielen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting Ravon, Nijmegen. Herder, J.E., J. Kranenbarg, D.M. Hoogeboom, J. Hamers & K. Dekker (red.), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen.
Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting Ravon, Nijmegen. Hoogeboom D.M., F. Visbeen, J. Wongergem, W. Ruitenbeek (red.) 2014. Atlas van de NoordHollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. Scharringa, C.J.G., W. Ruitenbeek, P.J. Zomerdijk, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland & Landschap Noord-Holland, Heiloo.
Rapport 2023-03
27 8.2 Resultaten beschermde soorten NDFF tot op ca. 1 kilometer.
Nederlandse naam Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Noordse woelmuis Waterspitsmuis Heikikker Rugstreeppad Duinparelmoervlinder Groenknolorchis
N-waarnemingen 7 7 7 27 1 8 9 1 9
N-min 1 1 1 1 1 1 1 1 +
N-max 2 1 2 9 1 2 7 1 s2
Laatste datum 23-sep-22 21-sep-13 21-sep-13 22-jul-22 01-jul-67 04-jul-99 21-mei-17 16-jul-13 13-jun-22
Nb. NDFF is geraadpleegd op 25 januari 2023. De zeezoogdieren zijn buiten beschouwing gelaten.
Rapport 2023-03
28 8.3 Wet natuurbescherming hoofdstuk 3 soorten § 3.1. Wet Natuurbescherming; Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.2 1. Het is verboden vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn dood of levend, of gemakkelijk herkenbare delen daarvan, of uit deze vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of ten verkoop aan te bieden. 2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van vogels van soorten, genoemd in bijlage III, deel A, bij de Vogelrichtlijn, die aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen, en ten aanzien van delen of producten van die vogels. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vogels van soorten, genoemd in bijlage III, deel B, bij de Vogelrichtlijn, die aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen, en ten aanzien van delen of producten van die vogels. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verkoop, het vervoer voor verkoop, het onder zich hebben voor verkoop of het ten verkoop aanbieden van vogels van soorten, aangewezen op grond van het derde lid, en delen of producten van die vogels. 5. Een vogelsoort wordt op grond van het derde lid uitsluitend aangewezen, indien de handelingen, bedoeld in het eerste lid, uitgevoerd overeenkomstig regels als bedoeld in het vierde lid, er niet toe leiden dat het populatieniveau, de geografische verspreiding of de omvang van de voortplanting van deze soort in gevaar wordt gebracht of kan worden gebracht. 6.
Het is verboden, anders dan voor verkoop, vogels, delen of producten als bedoeld in het eerste lid, onder zich te hebben of te vervoeren, tenzij deze vogels, delen of producten aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen.
Rapport 2023-03
29 § 3.2. Wet Natuurbescherming; Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.6 1. Het is verboden dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, onder zich te hebben voor verkoop, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden. 2.
Het is verboden, anders dan voor verkoop, dieren of planten als bedoeld in het eerste lid onder zich te hebben of te vervoeren. 3. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing ingeval de in dat lid bedoelde dieren en planten aantoonbaar zijn gefokt of gekweekt. § 3.3. Wet Natuurbescherming; Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a.
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
Rapport 2023-03
30 f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Rapport 2023-03
31 8.4 Artikel 19 Natuur Netwerk Nederland en natuurverbindingen 1. Een bestemmingsplan voor gebieden aangeduid op kaart 4 en op de digitale verbeelding ervan als natuurnetwerk Nederland of als natuurverbinding strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden. Bij het stellen van deze regels moeten de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden in acht worden genomen. 3. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland of de natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. 4. In afwijking van het derde lid kan een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid nieuwe activiteiten mogelijk maken, indien: a. er sprake is van een groot openbaar belang; b. er geen reële alternatieven zijn, en; c. de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. 5.
Bij toepassing van het vierde lid voldoet het bestemmingsplan aan de ruimtelijke kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 15 en is een bestemmingsplan in overeenstemming met het gestelde in artikel 5a of artikel 5c. 6. Voor zover het vierde lid, aanhef en onder c van toepassing is, is artikel 25, vierde lid, niet van toepassing. 7. De wezenlijke kenmerken en waarden als bedoeld in dit artikel zijn neergelegd in bijlage 3, Wezenlijke kenmerken en waarden natuurnetwerk Nederland provincie Noord-Holland bij de verordening. 8. Gedeputeerde staten kunnen, gehoord de desbetreffende commissie van provinciale staten, de begrenzing van het natuurnetwerk Nederland en de natuurverbindingen, als aangegeven op kaart 4 en de digitale verbeelding ervan, wijzigen: a. ten behoeve van een verbetering van de samenhang of een betere planologische inpassing van het natuurnetwerk Nederland, voor zover: * de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland worden behouden; en * de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland ten minste gelijk blijft; of b.
ten behoeve van een kleinschalige ontwikkeling, voor zover: * de aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden en de samenhang van het natuurnetwerk Nederland beperkt is; * de ontwikkeling per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland, of een vergroting van de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland; en * de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland ten minste gelijk blijft; of c. ten behoeve van de toepassing van het vierde lid. 9. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wijze waarop compensatie als bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder c, plaatsheeft, gehoord de desbetreffende commissie van provinciale staten.
Rapport 2023-03
Bijlage 5
91/206
Nader onderzoek Noordse Woelmuis
Nader onderzoek noordse woelmuis
Herinrichting kruispunt Pontweg (N501) - Redoute, Texel
Rapport 2023-14
2 Deze rapportage omvat: •
Nader onderzoek naar het voorkomen van de noordse woelmuis nabij het kruispunt Pontweg (N501) – Redoute op Texel.
Uitvoerder:
Noordkop Groen Van Galenstraat 131 1782 EZ Den Helder Email: Info@Noordkopgroen.nl
Opsteller: Paraaf:
Noordkop Groen is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van deze rapportage en bijbehorende werkzaamheden.
Project:
Herinrichting kruispunt Pontweg (N501) - Redoute, Texel
Rapportnummer:
2023-14
Status:
Eindrapportage
Datum:
5 maart 2023
Opdrachtgever:
Provincie Noord Holland
Contactpersoon:
Rapport 2023-14
3 INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING
4
2.
BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING 2.1 Wet Natuurbescherming; soortenbescherming
5 5
3.
GEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidig gebruik planlocatie en omgeving 3.2 Beschrijving aanwezige biotopen 3.3 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen 3.4 Toekomstig gebruik van het plangebied
8 8 10 10 10
4.
ONDERZOEKSMETHODIEK
11
5.
ONDERZOEKSRESULTATEN NOORDSE WOELMUIS 5.1 De soort 5.2 Resultaten DNA analyse 5.3 Conclusies
12 12 13 13
6.
SAMENVATTING
15
7.
BIJLAGEN 7.1. Geraadpleegde bronnen 7.2. Wet Natuurbescherming Hoofdstuk 3. Soorten
17 17 23
Rapport 2023-14
4 1. INLEIDING In opdracht van de provincie Noord Holland heeft Noordkop Groen een nader onderzoek uitgevoerd naar de voorkomen van de noordse woelmuis die naar voren kwam uit de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming (Noordkop Groen 2023-03). Dit nader onderzoek is uitgevoerd vanwege de voorgenomen herinrichting van het kruispunt Pontweg (N501) - Redoute. Dit betreft een verbreding van de weg met een uitvoegstrook en veiligere oversteekplaatsen voor fietsers. De kruising aan de Pontweg is gelegen zuid van Den Burg op het Waddeneiland Texel. De Redoute loopt over een oude zeedijk richting Oudeschild. Uitvoering van de werkzaamheden staat gepland in twee fases.
Fase 1 Fase 1 wordt uitgevoerd in maart 2023 en betreft het verwijderen van het fietspad aan de westkant van de weg, het verleggen van de kabels en leidingen en het aanbrengen van een tijdelijke klinker verharding. Fase 2 Het doel van de herinrichting is om veilige oversteekplaatsen te realiseren voor fietsers en om een uitvoegstrook voor afslaand verkeer te maken. Dit is voor het verkeer vanaf Den Burg naar het zuiden dat richting Oudeschild wil. Hierdoor wordt de weg op dit deel iets breder. De bestaande sloot wordt o.a. deels verlegd op een strook agrarische grond (dus een stukje dempen en opnieuw graven). Ook wordt de bestaande duiker vervangen en komt in de nieuwe situatie naar voren te liggen. In de zuidoost kant van de kruising wordt de een stuk windsingel gekapt met enkele boomvormers. De uitvoering van de werkzaamheden staat gepland vanaf medio oktober 2023. Feitelijk blijft het gebruik gelijk, wordt er een uitvoegstrook aangelegd voor verkeer vanuit Den Burg naar Oudeschild en worden de fietsoversteekplaatsen veiliger ingericht. Verantwoording Zowel het soortonderzoek als de rapportage zijn door Martin de Jong, ecoloog van Noordkop Groen uitgevoerd. Het onderzoek is van eind december tot half februari uitgevoerd. Leeswijzer In deze rapportage nader onderzoek naar de noordse woelmuizen is in hoofdstuk 2 de relevante wetgeving weergegeven.
De gebiedsbeschrijving in hoofdstuk 3 omvat de ligging van het plangebied, het huidig en toekomstig gebruik. Na een korte beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethode in hoofdstuk 4, volgt in hoofdstuk 5 de resultaten van het onderzoek. In hoofdstuk 6 alle conclusies zijn samengevat. Tot slot zijn de bijlagen zoals de gevolgde protocollen opgenomen in hoofdstuk 7.
Rapport 2023-14
5 2. BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING Zorg voor alle inheemse planten- en diersoorten en voor de natuurlijke rijkdommen van gebieden wordt gegarandeerd door naleving van de wet- en regelgeving ten aanzien van natuur en milieu. Sinds 1 januari 2017 is die wet- en regelgeving een stuk overzichtelijker door de invoering van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Bescherming van dieren en planten Sommige soorten, zoals vleermuizen, gierzwaluwen en noordse woelmuizen zijn kwetsbaar. In een dichtbevolkte samenleving als Nederland is een goede natuurbescherming daarom belangrijk. Rolverdeling provincies en Rijk Vanaf 1 januari 2017 is de bevoegdheidsverdeling tussen provincies en Rijk vastgelegd in het Besluit Natuurbescherming. In principe zijn Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit (hoofdzakelijk) plaatsvindt het bevoegd gezag. Met betrekking tot natuurbeleid heeft de provincie een kerntaak en vervult ze de regisseursrol bij de inrichting en het beheer van het landelijk gebied, zo blijkt uit de memorie van toelichting bij de Wnb. Sinds 1 januari zijn Gedeputeerde Staten bevoegd om ontheffing te verlenen in het kader van soortenbescherming. Uitzondering hierop zijn onder andere provinciegrensoverschrijdende infra en hoogspanning 220 kV.
In deze gevallen is de rijksoverheid het bevoegd gezag. Voor de vaststelling van gedragscodes ligt de bevoegdheid altijd bij het Rijk. Rol van de gemeente Ook de rol van de gemeente is enigszins veranderd. De gemeente had al de plicht om te toetsen op volledigheid en informatieplicht, maar door de decentralisatie is de verplichting tot toetsen op volledigheid bij omgevingsvergunningen nog veel belangrijker geworden.
2.1 Wet Natuurbescherming; soortenbescherming Een deel van de in Nederland van nature voorkomende flora en fauna is beschermd. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt onder meer in dat het verboden is om de beschreven diersoorten te verstoren, te vangen of te doden, en dat het verboden is om hun rust-, verblijf- en nestplaatsen uit te halen, te verwijderen of te vernielen. Wilde planten mogen niet worden uitgestoken. Het is mogelijk om ontheffing te krijgen van deze verboden. Dat kan nodig zijn als beschermde soorten schade aanrichten, bijvoorbeeld aan gewassen, of als de volksgezondheid wordt geschaad of schade ontstaat aan flora of fauna. Een ontheffing kan ook nodig zijn wanneer werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zoals bouwen, onderhoud, slopen of aanleg van infrastructuur. Als deze werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor beschermde planten- of diersoorten dient daarvoor bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) een ontheffing te worden aangevraagd. Beschermingsregimes Onder de Wet natuurbescherming wordt een-op-een aangesloten bij de beschermingsartikelen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor ‘nationale’ andere soorten gelden nu minder verbodsbepalingen. Zo is bijvoorbeeld het verbod op het verstoren van soorten vervallen.
Daarnaast zijn voor alle nationale soorten de toetsingscriteria gelijkgesteld en moet aan drie
Rapport 2023-14
6 voorwaarden worden voldaan bij het verlenen van een ontheffing. Wel gelden voor de ‘nationale’ of ‘andere’ soorten ruimere ontheffingsmogelijkheden. Tabel 1. Beschermingsregimes soorten. Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild Het is verboden soorten in levende vogels opzettelijk hun natuurlijke te doden of te vangen verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk Het is verboden de nesten, rustplaatsen en voortplantingsplaatsen of eieren van vogels te rustplaatsen van dieren te vernielen of te beschadigen of te vernielen beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te Het is verboden eieren van rapen en deze onder zich dieren in de natuur te hebben opzettelijk te vernielen of te rapen Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Het is verboden vogels Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij opzettelijk te verstoren de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Habitatrichtlijn § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Vrijgestelde soorten Voor een aantal beschermde soorten geldt een provinciale vrijstelling. De vrijstelling geldt bij handelingen die worden verricht in verband met: • werkzaamheden bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting • werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, sporen, of bermen, of in het kader van natuurbeheer • werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in landbouw of bosbouw • bestendig gebruik
Rapport 2023-14
7 Dit betreft de volgende op Texel voorkomende soorten: ➢ zoogdieren: aardmuis, bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, rosse woelmuis, veldmuis ➢ amfibieën: bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander Algemene zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat u de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
Rapport 2023-14
8 3. GEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidig gebruik planlocatie en omgeving In de huidige situatie bestaat het plangebied uit de kruising Pontweg – Redoute. De kruising ligt ongeveer halverwege de Pontweg tussen Den Burg en de veerboot op het Waddeneiland Texel. De Redoute loopt via een oude zeedijk richting de zuidkant van het dorp Oudeschild.
Figuur 1. Globale ligging in de huidige situatie (Google Earth).
Figuur 2. Ligging in detail (Google Earth).
Rapport 2023-14