CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Ruimtelijke onderbouwing Redoute - Pontweg publiceerbaar

Raadscommissie 7 maart 2024, gemeente TexelBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen aanvraag omgevingsvergunning aanpassing kruising Redoute-Pontweg28.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

omgevingsvergunning

Texel - Kruising N501/Redoute Texel

DATUM IMRO IDN

15 december 2023 NL.IMRO.0448.BUI2023OV0007-on01

PROJECT PROJECTLEIDER

Texel - Kruising N501/Redoute

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Provincie Noord- Holland 20221138

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Projectgebied

6

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

10

Projectbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Voorgenomen initiatief

12

2.3

Verkeer

13

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

17

3.3

Gemeentelijk beleid

18

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

22

4.1

Ecologie

22

4.2

Bodemkwaliteit

24

4.3

Water

25

4.4

Bedrijven en milieuzonering

26

4.5

Geluid

27

4.6

Luchtkwaliteit

27

4.7

Archeologie

28

4.8

Kabels en leidingen

29

4.9

Externe veiligheid

31

4.10

Cultuurhistorie

32

4.11

M.e.r plicht

33

Uitvoerbaarheid

35

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35

5.2

Economische uitvoerbaarheid

35

Conclusie

36

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

3/206

6.1

Aanleiding

36

6.2

Afweging

36

6.3

Conclusie

36

Bijlagen

37

Bijlage 1

Schetsontwerp

39

Bijlage 2

Impressie verharding schetsontwerp

41

Bijlage 3

Stikstofdepositieberekening

43

Bijlage 4

Ecologische QuickScan

59

Bijlage 5

Nader onderzoek Noordse Woelmuis

91

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek 2022

113

Bijlage 7

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

151

Bijlage 8

Digitale Watertoets

197

4/206

Ruimtelijke onderbouwing

5/206

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het projectvoornemen is onderdeel van het Programma provinciale fietsknelpunten. Het Programma provinciale fietsknelpunten is opgesteld naar aanleiding van het rapport van de Fietsersbond, waarin alle knelpunten op het fietsnetwerk van de provincie Noord-Holland zijn geïnventariseerd. Op basis van dit rapport zijn er door de provincie 14 fietsknelpunten op het provinciaal areaal geselecteerd. Provinciale Staten hebben op 30 april 2018 € 16,1 miljoen (inclusief studiekosten) beschikbaar gesteld voor de uitvoering van deze knelpunten. Eén van deze knelpunten is dit project, de provinciale weg N501 op Texel. De provinciale weg N501 is een belangrijke verbindingsweg tussen de haven van de veerboot Texel - Den Helder, Den Burg en De Koog. De N501 heeft vergeleken met andere wegen van het eiland een hoge verkeersintensiteit. Ten zuiden van Den Burg op Texel ligt de T-kruising N501 (Pontweg)/Redoute. Hier kruist de provinciale weg N501 de gemeentelijk weg Redoute. Op dit moment is er geen voorziening om langzaam verkeer te begeleiden om de N501 over te kunnen steken. Vanuit verkeersveiligheid is de huidige situatie niet meer gewenst. De provincie Noord-Holland heeft daarom het planvoornemen om de T-kruising te herinrichten zodat een veiligere kruising en een fietsvriendelijke oversteek wordt gerealiseerd.

De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Texel (2013). De voorgenomen ontwikkeling vindt deels plaats buiten de bestemming 'Verkeer' en binnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Water'. Binnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Water' zijn geen mogelijkheden voor infrastructurele voorzieningen. Om de gewenste inrichting planologisch mogelijk te maken is een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' nodig. Hierbij geldt als voorwaarde dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is. Daarnaast wordt een omgevingsvergunning verleend indien de betreffende werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de (agrarische) gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden, de landschappelijke, natuurlijke, bodemkundige of cultuurhistorische waarden en de verkeersveiligheid. Om dit te kunnen aantonen is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Deze onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Projectgebied

In figuur 1.1 is te zien dat het projectgebied is gelegen ten zuiden van Den Burg op Texel, tussen de dorpen Den Hoorn en Oudeschild in. Het projectgebied bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als Texel, sectie O, nummers 313, 315, 316, 334, 1729 en sectie P, nummer 211.

6/206

Figuur 1.1: Ligging projectgebied (Bron: Basis Viewer Rho) Het projectgebied ligt in het buitengebied en wordt voornamelijk begrensd door agrarische percelen. Nabij het projectgebied staan enkele woningen. Daarnaast loopt er door het projectgebied een waterkering en rioolleiding. In figuur 1.2 is een luchtfoto van het projectgebied weergegeven.

Figuur 1.2 Luchtfoto projectgebied (Bron: Rho Basis Viewer)

7/206

1.3

Planologische regeling

1.3.1 Algemeen Het projectgebied is gelegen binnen de grenzen van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Texel. Het bestemmingsplan Buitengebied Texel is vastgesteld op 12 juni 2013. Voor het buitengebied zijn zowel in 2018 en 2022 reparatieplannen vastgesteld. Deze reperatieplannen zijn niet van toepassing op het projectgebied. Het projectgebied kent de bestemmingen 'Verkeer', 'Agrarisch- Zeepolders', 'Agrarisch- Hoge berg', 'Water', WaardeArcheologie 4', 'Leiding- Riool' en 'Waterstaat- Waterkering'. In figuur 1.3 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven.

Figuur 1.3 Uitsnede geldend bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.3.2 Beschrijving bestemmingen Hieronder worden de gebruiksactiviteiten van de verschillende bestemmingen beschreven en vindt een beoordeling plaats in hoeverre het initiatief in strijd is met de betreffende bestemmingen. Enkelbestemming 'Verkeer' De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. enkelbaanswegen; b. fiets- en wandelpaden; c. kunstwerken zoals bruggen, dammen en duikers; d. nutsvoorzieningen (ondergrondse infrastructuur); e. water; f. bermen en beplanting; g. parkeervoorzieningen; h. straatmeubilair;

8/206

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de bestemming 'Verkeer'. Enkelbestemming 'Agrarisch- Zeepolders' De voor Agrarisch - Zeepolders aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. een agrarisch grondgebonden bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'Bouwvlak'; c. agrarisch erf ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - erf'; d. het wonen ten behoeve van een agrarisch bedrijf; met daaraan ondergeschikt: g. water(berging), in de vorm van sloten, kolken, plassen; h. bestaande wegen en bestaande paden; De verbreding van de T-kruising N501/ Redoute en de doorbijbehorende werkzaamheden zijn niet bestaand en passen niet in het gebruik van de bestemming 'Agrarisch- Zeepolders' Enkelbestemming 'Agrarisch- Hoge berg' Zover relevant zijn de gebruiksregels van de bestemming 'Agrarisch- Hoge Berg' gelijk aan de bestemming 'Agrarisch- Zeepolders'. De verbreding van de T-kruising N501/ Redoute en de doorbijbehorende werkzaamheden zijn niet bestaand en passen niet in het gebruik van deze bestemming. Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied (2013) van de gemeente Texel onderdeel van het toetsingskader om de omgevingsvergunning te verlenen. Hier wordt in paragraaf 3.3.4 verder op ingegaan. Enkelbestemming 'Water' De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterkering b.

de waterhuishouding en waterbeheersing in de vorm van sloten, watergangen, plassen en gemalen; c. bermen en beplanting; d. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwaarden; Daarnaast is het verboden om zonder omgevingsvergunning sloten, plassen of andere watergangen te graven, verbreden of dempen. Binnen de bestemming 'Water' zijn op dit moment geen mogelijkheden voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor de werkzaamheden zal een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' De voor Waarde – Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden of grondbewerkingen en het roeren en omwoelen van gronden

9/206

waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; 3. het ophogen van gronden met meer dan 50 cm. Voor de werkzaamheden op archeologische gronden zal een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden worden aangevraagd. Op het aspect archeologie wordt in paragraaf 4.7 verder ingegaan. Dubbelbestemings 'Leiding- Riool' De voor Leiding – Riool aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor rioolleidingen met daarbij behorende overige bouwwerken. Op de voor rioolleiding bedoelde gronden mogen geen gebouwen, overkappingen en overige bouwwerken worden gebouwd.In paragraaf 4.8 is uitgewerkt hoe wordt omgegaan met de rioolleiding nabij de T-kruising. Dubbelbestemming 'Waterstaat- Waterkering' De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), met voorrang bestemd voor: a. waterstaatkundige doeleinden in de vorm van dijken en kaden; b. oevers en taluds; Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het graven, verbreden of dempen van (erf)sloten, plassen of andere watergangen, en het aanbrengen van kunstwerken zoals dammen, kaden en oeverbeschoeiingen.

Deze dubbelbestemming heeft daarom geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Hier wordt in paragraaf 4.3 verder op ingegaan.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de uitgebreide omgevingsvergunning voor de herinrichting van de T-kruising N501/ Redoute op Texel. De opbouw van deze onderbouwing is als volgt: na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de gewenste situatie beschreven; in hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau behandeld; een toetsing van het project aan de wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten is in hoofdstuk 4 opgenomen; hoofdstuk 5 behandelt de uitvoerbaarheid van het voorgenomen project; tot slot bevat hoofdstuk 6 de conclusie.

10/206

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Huidige situatie

De provinciale weg N501 is een belangrijke verbindingsweg tussen de haven van de veerboot Texel - Den Helder, Den Burg en De Koog. Ten zuiden van Den Burg, tussen Den Hoorn en Oudeschild, ligt de T-kruising tussen de N501 en de gemeentelijke weg Redoute. Deze kruising is het projectgebied en ligt in het buitengebied van de gemeente Texel. De omgeving bestaat voornamelijk uit open landschap. Er zijn rondom het projectgebied enkele woningen en agrarische bedrijvigheid. Vanaf de kruising kan zowel met motorverkeer als langzaam verkeer Den Burg, OudeSchild of de veerdienst van Texel worden bereikt. De N501 is een 80 km/u weg. Aan weerszijden van de weg zit een kleine berm met daarnaast een fietspad. De lijnbus gaat ook over de N501. De Redoute is een 60 km/u weg met aan één kant een fietspad. Dit fietspad wordt ook door middel van een kleine berm gescheiden van de weg. Bij de T-kruising komen veel verkeersstromen bij elkaar. In het midden van de kruising is feitelijk alleen ruimte voor het gemotoriseerde verkeer om zich op te stellen. De afslaande voertuigen en (brom)fietsers staan elkaar hier in de weg en belemmeren elkaar het zicht en de doorgang. Dit leidt tot onveilige situaties, en moet er langer op elkaar gewacht worden. Hierdoor worden er meer risico's genomen wat de kans op ongevallen vergroot. In het midden van de kruising is weinig wachtruimte.

Dit kruispunt is nu onoverzichtelijk. Het is een druk kruispunt en het verkeer hoopt daar op. Bij dit kruispunt is een middengeleider zeer gewenst. In de toekomst staat er een recreatief fietspad gepland de polder in, over de kruin van de dijk, wat een middengeleider extra gewenst zal maken. Het is daarnaast een mooie bijvangst om de kruising voor de toekomst geschikt te maken met onder andere de opkomst van e-bikes en bakfietsen. Figuur 2.1 laat een afbeelding van de T-kruising zien.

Figuur 2.1 T-Kruising N501/ Redoute vanaf de weg (Bron: Googlemaps)

11/206

2.2

Voorgenomen initiatief

Het is de wens van de provincie Noord- Holland om de verkeersveiligheid van de T-kruising tussen de N501 en de Redoute op Texel te verbeteren. Aan de zuidkant van de kruising, op de N501, wordt een fietsoversteek gerealiseerd, zodat fietsers veilig de weg kunnen oversteken. In het midden van de fietsoversteek komt een middengeleider zodat fietsers in twee delen de N501 kunnen oversteken. De N501 blijft in dit geval de voorrangsweg. Aan de noordkant van de kruising wordt een uitvoegstrook op de N501 gerealiseerd, zodat auto's vanaf Den Burg veiliger links kunnen afslaan naar de Redoute. De uitvoegstrook wordt ook aangelegd om de doorstroming te bevorderen. Voor het verbeteren van de veiligheid komt ook aan deze kant van de T-kruising een middengeleider. Op de N501 zal vanuit beide rijrichtingen de snelheid bij de kruising worden verlaagd door het realiseren van drempels. Het drempelontwerp is gebaseerd op 50 km/u. De N501 blijft tot aan Den Burg een tracé van 80 km/u. De fietsers krijgen bij het oversteken van de Redoute voorrang. Dit is door middel van haaientanden aangegeven. Ook deze fietsoversteek krijgt een middengeleider. Aan weerzijden van de Redoute worden rammelstroken gerealiseerd. Ook wordt er asfaltverharding aangebracht. Door bovenstaande ontwikkelingen zal de T-kruising in zijn geheel moeten worden verbreed.

Voor het verbreden van de wegen moet het fietspad en de watergang worden verlegd. Om de watergang te kunnen verlegg en op agrarische gronden, wordt een deel van de bestaande sloot gedempt en een nieuw deel gegraven. In figuur 2.2 en 2.3 en in bijlage 1 en 2 is bovenstaande ontwikkeling in een schetsontwerp weergegeven.

Figuur 2.2 Schetsontwerp herinrichting T-kruising N501/ Redoute (Bron: Provincie Noord- Holland)

12/206

Figuur 2.3 Impressie herinrichting T-kruising N501/ Redoute (Bron: Provincie Noord- Holland) Om bovenstaande te realiseren zijn de volgende werkzaamheden noodzakelijk: Verleggen van een watergang; Snoeien van begroeiing; Veranderen en verbreden van wegen - Pontweg (provinciale weg) en Redoute; (gemeentelijk weg) Herplaatsen van het hekwek. Hiervoor zullen de volgende vergunningen worden aangevraagd: Afwijken van het bestemmingsplan – handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (Bor bijlage 2 artikel 4 lid 8); Het project past niet binnen de bouw- en gebruiksregels van de bestemmingen 'Agrarisch- Zeepolders', 'Agrarisch- Hoge berg', 'Water', Waarde- Archeologie 4', 'Leiding- Riool' en 'Waterstaat- Waterkering'. Watervergunning - werkzaamheden bij oppervlaktelichaam (in, op of nabij); De bestaande watergang zal worden verlegd. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Voor de werkzaamheden die voortkomen uit de verbreding van de T-kruising is een aanleg vergunning noodzakelijk. Omgevingsvergunning veranderen van een weg (Artikel 2.11 APV het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg); Ontheffing Wet Natuurbescherming .

Vanwege het voorkomen van noordse woelmuizen in het te vergraven talud aan de oostzijde van het projectgebied, dient er een aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor het verstoren van deze verblijfplaats aangevraagd te worden. In de rest van de ruimtelijke onderbouwing zal gemotiveerd worden dat bovenstaande ontwikkeling en de bijbehorende werkzaamheden geen afbreuk doen aan een goede ruimtelijke ordening.

2.3

Verkeer

De herinrichting van de T-kruising N501/ Redoute zal de verkeersveiligheid van deze kruising verbeteren. Door middel van de middengeleiders en de fietsersoverstreek is het voor fietsers veiliger om de weg over te steken. Daarnaast zal de extra uitvoegstrook zorgen voor een betere doorstroming en een overzichtelijke verkeerssituatie. De herinrichting heeft geen toename van de verkeersgeneratie tot gevolg. Deze blijft gelijk aan de bestaande situatie. De herinrichting zal op het gebied van verkeer een oplossende werking hebben, en niet leiden tot

13/206

knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. Er hoeft daarom niet verder getoetst te worden aan de verkeersaspecten. 2.3.1 Verkeersbesluit Naast de vergunningaanvraag dient het bevoegd gezag (de provincie Noord Holland) een verkeersbesluit te nemen voor de gewijzigde situatie van de T-kruising N501/Redoute. Er is, zoals besproken in paragraaf 2.2, sprake van een fysieke aanpassing (de middengeleider en fietsersoversteek) en er zijn veranderingen in de verkeerstekens (verkeersborden en markering) ten opzichte van de huidige situatie. Voor de herinrichting van de kruising N501 / Redoute zal een verkeersbesluit worden genomen. Het verkeersbesluit heeft een aparte procedure en staat los van deze ruimtelijke onderbouwing.

14/206

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid van de fysieke leefomgeving. De NOVI vervangt de gebiedsdekkende structuurvisies, verkeers- en vervoerplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannnen. In de NOVI staat de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling om nu meer aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, leefbaarheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgen een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.

Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, en niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, deze belangen worden verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en de verschillende regio's de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij het Rijk en de betrokken regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande samenwerkingstrajecten. Voorbeelden hiervan zijn de Regiodeal of een

15/206

Verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Texel deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het Barro bestaat uit uitvoeringsregels, waaronder voor de in de NOVI 21 opgenomen nationale belangen. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro blijven ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen, per onderwerp (14 onderwerpen) aangegeven welke beperkingen er per welk gebied gelden. De beleidsregels met betrekking tot de Waddenzee zijn relevant. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op de Waddenzee en het Waddengebied moet een beoordeling plaatsvinden van de mogelijke gevolgen voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Deze voorwaarden worden in het Barro genoemd. Nieuwe bebouwing of verandering van het gebruik is niet toegestaan als dit leidt tot significante aantasting van de waarden in het gebied.

Omdat het gaat om de herinrichting van een bestaande kruising zal er geen aantasting plaatsvinden aan de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Conclusie Het voornemen is niet in strijd met het gestelde in het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening). Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Conclusie In de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van de herinrichting van een bestaande kruising. Het initiatief hoeft dan ook niet te worden getoetst aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

16/206

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid'. In deze visie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Ook zijn er randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Het plangebied bevindt zich op Texel, een gedeelte van de Kop van Noord-Holland, één van de Noord-Hollandse kwaliteiten.

In deze regio heeft Texel een bijzondere positie, als enige (wadden)eiland van Noord-Holland, met zijn diversiteit aan landschappen en kenmerkende cultuurhistorie, bron voor recreatie en nieuwe energie. Daarnaast is voor de provincie een belangrijk doel dat in het jaar 2050 de fiets een aanzienlijke rol speelt in de regionale mobiliteit van Noord-Holland. Er is dan één compleet, herkenbaar en veilig netwerk van fietspaden: op de belangrijkste regionale verbindingen tussen gemeenten, werklocaties, OV-knooppunten, onderwijsinstellingen en natuurgebieden. Een randvoorwaarde daarbij is: Verkeersveiligheidsnormen. Conclusie De herinrichting van T-kruising N501/ Redoute draagt bij aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie van de provincie Noord- Holland. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. In de toelichting van de Omgevingsverordening is aangegeven dat de sturingsfilosofie is veranderd. De regels die zijn gesteld richten zich meer op het doel dan het middel. De Omgevingsverordening geeft bijvoorbeeld de weerslag van de afweging tussen ruimte voor ontwikkelingen en bescherming van het landelijk gebied.

En geeft daarmee een verdere invulling van de hoofdambitie van de Omgevingsvisie, een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De regels geven de kaders waarbinnen deze ruimte voor afweging en

17/206

maatwerk mogelijk is en zijn in overeenstemming met het ontwikkelprincipes en ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie. Deze regels zijn er onder andere op gericht om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten en het landschap te behouden en beschermen. Dat wil niet zeggen dat er niets mogelijk is in het landelijk gebied, maar het vraagt wel om een goede onderbouwing en landschappelijke inpassing. De volgende instructieregel uit de omgevingsverordening is van toepassing op het projectgebied: 6.46 Bijzonder provinciaal landschap Dit artikel gaat over ruimtelijke ontwikkelingen in Bijzonder provinciaal landschap (BPL). In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte differentiatie. In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. Het project gebied is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap 'Oude Land en aandijkingen'.

In lijn met de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn de kernkwaliteiten beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: 1. Landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. 2. Openheid en ruimtebeleving: de beleving van de ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. 3. Ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. De Omgevingsverordening NH2020 volgt hierbij de definitie van stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening. Hier valt de herinrichting of verbreding van een bestaande kruising niet onder. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling op relatief laag schaalniveau waardoor de bestaande kernkwaliteiten van de omgeving niet zullen worden aangetast. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet strijdig met de Omgevingverordening NH 2020.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Texel op koers Structuurvisie 2020 De Structuurvisie van Texel geeft richting aan het beleid dat de gemeente in de komende jaren wil voeren. Daarbij streeft de gemeente Texel naar behoud van wat de moeite waard is om te behouden, en naar vernieuwing waar dat kansen biedt om de positie van Texel te versterken. Volgens de Structuurvisie 2020 zijn er voldoende fiets-, en wandelpaden, wegen en parkeervoorzieningen voor de toeristen en de eigen bewoners. Maar de gemeente stimuleert milieuvriendelijke vervoerswijzen als fietsen, wandelen en openbaar vervoer, en het veiliger maken van de Texelse openbare wegen. Verkeersonveilige situaties en snelheidsovertredingen moeten worden tegengegaan. De wegen op Texel worden zo ingericht dat

18/206

automobilisten zelden de maximumsnelheid overschrijden. Het wegennet wordt goed onderhouden en bestaande onveilige kruispunten worden omgebouwd tot rotondes. De fietspaden kunnen nog beter worden onderhouden en breder worden gemaakt. Door de voorgenomen ontwikkeling zal de verkeersveiligheid bij de T-kruising tussen de N501 en de Redoute op Texel worden verbeterd. Aan de zuidkant van de kruising, op de N501, wordt een fietsoversteek gerealiseerd, zodat fietsers veilig de weg kunnen oversteken. Aan de noordkant van de kruising wordt een uitvoegstrook op de N501 gerealiseerd, zodat auto's vanaf Den Burg veiliger links kunnen afslaan naar de Redoute. Op de N501 zal vanuit beide rijrichtingen de snelheid bij de kruising worden verlaagd door het realiseren van drempels. Conclusie De herinrichting van de T-kruising N501/Redoute past bij de uitgangspunten van de Structuurvisie 2020 van de gemeente Texel om openbare wegen op Texel veiliger te maken en milieuvriendelijke vervoerswijzen zoals fietsen te stimuleren. 3.3.2 Mobiliteitsvisie Texel 2015- 2025 In de Mobiliteitsvisie 2015 - 2025 benoemt Texel haar doelen op het gebied van infrastructuur, verkeersveiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. Texel wil een gastvrij eiland zijn, waar gasten zich verplaatsen zonder een gevoel van drukte en stress te ervaren.

Voor de inwoners van Texel geldt dat ook zij geen belemmeringen in hun mobiliteit willen ondervinden. Met name in het hoogseizoen moeten Texelaars zo min mogelijk overlast ervaren van de toename van verkeersgebruikers. Voor een eiland is een goede bereikbaarheid vanuit zowel economisch als maatschappelijk oogpunt belangrijk. Dat begint met een goede provinciale infrastructuur. De upgrading van de N9 tussen Alkmaar en Den Helder, heeft bijvoorbeeld de bereikbaarheid van Den Helder aanzienlijk verbeterd Op Texel is één provinciale weg (N501) aanwezig: tussen de veerhaven en de rotonde Akenbuurt. Deze weg vormt de hoofdader van het Texelse wegennet. De toegangswegen naar de verschillende dorpen sluiten hierop aan en zorgen voor een goede verbinding. Texel wordt gezien als een fietseiland bij uitstek, terwijl ook de auto niet wordt geweerd. Het fietspadennetwerk wordt uitgebreid met nieuwe fietspaden. De fietspaden moeten breder en beter onderhouden worden. In de Mobiliteitsvisie 2015 - 2025 omschrijft de gemeente Texel verschillende doelen en ambities die aansluiten op de herinrichting van de T-kruising N501/Redoute. Het gaat hierbij om het volgende: Hoewel Texel als fietseiland goed scoort, zijn er toch nog wat verbeterpunten met betrekking tot de fietspaden. De fietspaden zijn hier en daar te smal. Ook bestaat de wens om een aantal nieuwe fietspaden aan te leggen.

Daarnaast is onderhoud een punt van aandacht; De gemeente Texel streeft naar veiligheid voor alle verkeersdeelnemers en zetten in op een afname van het aantal verkeersonveilige locaties. Dit zijn plekken waar (relatief) veel ongevallen gebeuren of die als verkeersonveilig worden ervaren; Het wegennet wordt ingericht met logische en duidelijk herkenbare infrastructuur, die het maken van fouten

19/206

voorkomt en de kans op conflicten vermijdt Het veiliger maken van de Texelse wegen is één van de prioriteiten, veiligheid voor alle verkeersdeelnemers en inzetten op afname van verkeersonveilige situaties. Conclusie De herinrichting van de T-kruising N501/Redoute past bij de ambities van de gemeente Texel uit de Mobiliteitsvisie 2015-2025. Door de herinrichting vindt onderhoud van het fietspad plaats, wordt de verkeersveiligheid verbeterd en wordt de kruising logischer en herkenbaarder ingericht. 3.3.3 Actieplan Mobiliteit Texel 2016 Op 17 juni 2015 heeft de raad de Mobiliteitsvisie Texel 2015-2025 vastgesteld. In deze visie zijn de uitgangspunten voor duurzame mobiliteit op Texel opgenomen. Vervolgens is in samenspraak met een brede maatschappelijke vertegenwoordiging van Texel het Actieplan Mobiliteit Texel 2016 opgesteld. In dit Actieplan worden de maatregelen beschreven welke noodzakelijk zijn om de vastgestelde doelen te realiseren. Door het van zowel de Mobiliteitsvisie als het Actieplan Mobiliteit wordt het mobiliteitsbeleid voor de jaren 2016-2025 vastgelegd.

In het Actieplan Mobiliteit Texel 2016 zijn de volgende maatregelen opgenomen welke de komende 10 jaar zullen worden uitgevoerd: verbeteren bereikbaarheid Texel, stimuleren duurzame vormen van mobiliteit, betere parkeerfaciliteiten, meer en veiligere fietspaden, betaalbaar openbaar vervoer, veilige en logische inrichting van wegen en goede overdekte fietsenstallingen. Daarnaast noemt de Mobiliteitsvisie de concrete behoefte om nader onderzoek te doen naar de fietsveiligheid voor een veilige oversteek van de (provinciale) Pontweg. Hier wordt met het voorliggend plan invulling aan gegeven. Conclusie De herinrichting van de T-kruising N501/Redoute kan worden gezien als één van de acties voor het behalen van de mobiliteitsdoelen van de gemeente Texel. Door samenwerking met de provincie wordt de verkeersveiligheid verbeterd. 3.3.4 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2013 Het beeldkwaliteitsplan heeft als doel om nieuwe ontwikkeling te realiseren en tegelijk de kernwaarden van het eiland te behouden en te versterken. Omdat het projectgebied is gelegen binnen de bestemming 'AgrarischHoge Berg' is een toetsing aan het beeldkwaliteitsplan nodig. De Hoge Berg is de meest opvallende keileemopstuwing uit de ijstijd op Texel (ook de dorpen Den Hoorn, De Waal, Den Burg en Oosterend liggen op dergelijke ‘keileembulten’).

Het landschap van het Oude Land is op De Hoge Berg extra mooi bewaard gebleven. Dat is onder meer te zien aan de grote hoeveelheid tuinwallen en unieke historische ‘korrels’ (bijv. Brakestein). Het is van belang dit landschap en de cultuurhistorie te behouden voor de toekomst. De Hoge Berg krijgt als uniek landschap een aparte status in het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan. Ingrepen of ontwikkelingen worden op extra zorg en aandacht voor het landschap getoetst Bij veranderingen aan het land, bijvoorbeeld door nieuwe ruilverkavelingsprojecten, bij het stichten van een

20/206

nieuw erf of uitbreiding van een bestaand erf, moet zoveel mogelijk de oorspronkelijke structuur van het Oude Land worden hersteld. Het tempo op Texel, in het bijzonder op het Oude Land, mag laag blijven. In de praktijk levert hard rijden op Texel toch nauwelijks tijdwinst op door de beperkte omvang van het eiland. Toch zijn veel van de wegen ingericht op hard rijden. Hard rijden gaat niet alleen ten koste van de veiligheid, maar ook ten koste van de sfeer. Brede asfaltvlaktes met opvallende strepen en kleuren en een woud aan borden, palen en lichtmasten passen niet bij het landelijke karakter van het Oude Land. Voor het aanleggen of herinrichten van wegen gelden de volgende criteria: Shared space principes voor profielen en signalering; Zo min mogelijk strepen en kleuren; Zo min mogelijk borden, palen en ander verkeersmeubilair; Zo smal mogelijke profielen; Boerenpaden voor fietsers, wandelaars, paarden en mountainbikers planmatig; Vorm geven waarbij de kernwaarden geen geweld wordt aangedaan. Conclusie Voor de herinrichting van de T-kruising N501/Redoute wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit het beeldkwaliteitsplan Buitengebied.

21/206

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het projectgebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie, cultuurhistorie, bedrijven en milieuhinder en kabels en leidingen. In de volgende paragrafen worden deze omgevingsaspecten en eventueel daaraan verbonden planologische randvoorwaarden behandeld.

4.1

Ecologie

Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het projectgebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen de duinen van Texel (ongeveer 3,5 kilometer) en de Noordzeekustzone (ongeveer 9,5 kilometer).

Ondanks dat de locatie van de T-kruising buiten de grenzen van de Natura 2000- gebieden ligt, kan de ontwikkeling van de projectlocatie leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het plan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. Het is daarom noodzakelijk om een AERIUS berekening uit voeren om te bepalen of stikstofdepositie een knelpunt vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Wettelijk kader Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking getreden. De Wsn en de Bsn regelen een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Op 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) is in de zaak van Porthos een uitspraak gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak over deze partiële bouwvrijstelling. Uit deze uitspraak blijkt dat art. 2.9a van de Wnb en art. 2.5 Bnb in strijd is met art. 6 van de Habitatrichtlijn uit de Wet natuurbescherming.

22/206

Er wordt daarom teruggegaan naar de situatie vóór 1 juli 2021 waarbij ook de aanlegfase van ruimtelijke projecten moet worden doorgerekend voor stikstofdepositie om significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden te kunnen uitsluiten. Stikstofberekening De berekening met AERIUS (2023.0.1.) genereert een rekenresultaat waarin wordt geconstateerd dat er als gevolg van de gewenste ontwikkeling geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden waarbij sprake is van een overschrijding van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. De werkzaamheden tijdens de aanlegfase zijn worstcase in dezelfde berekening meegenomen. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. De stikstofberekening en de bijbehorende memo zijn opgenomen in bijlage 3. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied ligt niet binnen het concreet begrensde NNN.

De dichtstbijzijnde gronden van het NNN liggen op 0,5 km van het projectgebied. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking heeft, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van enige aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Soortenbescherming Ten behoeve van de soortenbescherming is een ecologische QuickScan uitgevoerd welke is opgenomen in bijlage 4. Het doel van de QuickScan is te kunnen inschatten of er negatieve effecten te verwachten zijn op het voorkomen van voor de wet beschermde soorten. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van de ecologische QuickScan wordt nader onderzoek geadviseerd om de aanwezigheid van de Noordse woelmuis in het projectgebied te onderzoeken. Er heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar de Noordse Woelmuis. Hieronder worden de resultaten uit het nader onderzoek samengevat. Het volledige onderzoek is te vinden in bijlage 5. Nader onderzoek Noordse Woelmuis In opdracht van de provincie Noord Holland heeft Noordkop Groen een nader onderzoek uitgevoerd naar de Noordse Woelmuis die naar voren kwam uit de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming (Noordkop Groen 2023-03). Op 6 en 8 februari 2023 is er onder gunstige omstandigheden uitgebreid gezocht naar sporen van Noordse Woelmuizen op de projectlocatie.

Deze zijn veelvuldig gevonden in de taluds van de weg en bij het kanaal. Uit het onderzoek en de resultaten blijkt dat de Noordse Woelmuizen in het zuidelijk deel van het projectgebied ontbreken en ook niet voorkomen in de bermen tussen de weg en de fietspaden. Wel komen ze in grote aantallen voor in de taluds west en oost van de weg met fietspad.

23/206

Voor de werkzaamheden moet de watergang aan de oostkant van de weg verlegt worden waarmee ca. 130 meter bezet habitat van de Noordse Woelmuis vergraven moet worden. Hiervoor dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Hierbij dient in een activiteitenplan de onderbouwing van het wettelijk belang en de te nemen mitigerende en compenserende maatregelen opgenomen worden. Op de zuidoost hoek bij de T-kruising N501/Redoute zal een gedeelte van de windsingel worden gesnoeid. Er zullen geen bomen worden gekapt. Gebouwen staan ver genoeg af van de werkzaamheden. Daarnaast staat deze begroeiing niet op de bomenlijst van de gemeente Texel. Voor het snoeien van de windsingel is geen vergunning nodig. Algemene zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat u de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Dit is een gedragscode die altijd van toepassing is. Conclusie Er is geen negatief effect op gevoelige Natura-2000 gebieden in de omgeving van het projectgebied.

Wegens de aanwezigheid van de Noordse Woelmuis in het projectgebied dient er een aanvraag voor een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor het verstoren van deze verblijfplaats aangevraagd te worden. Er wordt een ontheffingsaanvraag ingediend bij de provincie Noord-Holland. Deze ontheffing wordt doorgaans verleend, waardoor de uitvoerbaarheid van het project is geborgd. De Wet natuurbescherming vormt vooralsnog geen belemmering voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

4.2

Bodemkwaliteit

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing In het kader van de herinrichting van de T-kruising is geen sprake van een wijziging naar een milieugevoelige functie. Door de herinrichting van de kruising zullen er grondroerende werkzaamheden plaatsvinden. Voorafgaand aan deze werkzaamheden dient duidelijk te zijn of er sprake is van vervuilde grond. Er zijn daarom bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit het bodemonderzoek is voortgekomen dat het schone grond betreft. Vrijkomende grond wordt hergebruikt op de werklocatie. Indien grond wordt afgevoerd dan wordt dit aangemeld bij bevoegd gezag en worden volgens

24/206

de wettelijk voorschriften deze vervoerd naar een erkende ontvanger met bijhorende afval stroomnummer en geleide biljetten. Ook is er een vooronderzoek ontplofbare oorlogresten uitgevoerd, In de rest van deze paragraaf worden de uitgevoerde bodemonderzoeken samengevat. Verkennend bodemonderzoek Pontweg te Texel (2022) Omdat de geplande werkzaamheden niet dieper worden uitgevoerd dan 0,5 m-mv zijn de diepe boringen en het grondwateronderzoek komen te vervallen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem uit zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus met resten schelpen en brokken klei. In de bodem zijn betonresten aangetroffen. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De bovengrond is licht verontreinigd met lood. Op basis van PFAS voldoet de bodem aan de Achtergrondwaarde. Op basis van de indicatieve toetsing aan de maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit worden de mengmonsters van beide locaties aangemerkt als 'Altijd toepasbaar'. De geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is als bijlage 6 toegevoegd. Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Redoute N501 Texel (2023) RPS heeft een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd ter plaatse van de kruising Pontweg (N501) en Redoute op Texel. Aanleiding voor het vooronderzoek vormt de aanpassing van deze kruising en de directe omgeving.

Als gevolg van oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog kunnen in het onderzoeksgebied eventuele ontplofbare oorlogsresten in de bodem zijn achtergebleven. Deze ontplofbare oorlogsresten kunnen een risico vormen voor de openbare veiligheid en resulteren in een stagnatie van de werkzaamheden. Om de veiligheid van het personeel en de omgeving te behartigen en extra kosten te voorkomen, is het daarom van belang om onderzoek te doen naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. In dit onderzoek zijn een aantal gebeurtenissen geïdentificeerd die in de omgeving van het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden. Na analyse is van deze gebeurtenissen vastgesteld dat deze niet van invloed zijn geweest op het onderzoeksgebied. Derhalve is het gehele onderzoeksgebied onverdacht op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten is als bijlage 7. Conclusie Gelet op de voorgenomen ontwikkeling wordt er vanuit het aspect bodem geen belemmering verwacht voor de gewenste ontwikkeling in het projectgebied. De werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten.

4.3

Water

Toetsingskader Een belangrijke verplichting voor alle ruimtelijke plannen en projecten is de watertoets. Hierin wordt

25/206

beoordeeld wat de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het HHNK (kenmerk: 00010398). Uit de watertoets blijkt dat normale procedure van toepassing is op het plan (zie bijlage 8). Toetsing In het kader van het wettelijk vooroverleg zal deze ruimtelijke onderbouwing worden voorgelegd aan het HHNK. Ook is er in het begin stadium van de planvorming al overleg geweest met het HHNK. Uit het overleg met het HHNK en de watertoets komen de volgende aandachtspunten: Waterkwaliteit en riolering Vanuit het Hoogheemraadschap is er de basisdoelstelling om het hemelwater zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Het HHNK adviseert om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om het hemelwater op eigen terrein te verwerken in de bodem of rechtstreeks te lozen op het aanwezige oppervlaktewater. Waterkering en watergang De waterkering die in het bestemmingsplan Buitengebied Texel (2013) staat aangegeven is niet opgenomen in de Legger van het HHNK. Er is sprake van een verouderde waterkering.

Vanuit HHNK gelden er daarom geen beperkingen, en hoeft er geen vergunning voor werken in een waterkering aangevraagd te worden. Voor de volgende activiteiten zal er wel een watervergunning worden aangevraagd: werken nabij een watergang; verleggen van een watergang. Persleiding Het projectgebied bevindt zich binnen de signaleringszone van een rioolpersleiding van het hoogheemraadschap. Voor de verlegging van deze waterleiding is al contact opgenomen met het HHNK. Het verleggen van kabels en leidingen heeft in het voorjaar van 2023 al plaatsgevonden. Hier wordt in paragraaf 4.9 verder op ingegaan. Voor het overige heeft het waterschap geen aandachtspunten. Conclusie Gelet op de voorgenomen ontwikkeling en het resultaat van de watertoets wordt gesteld dat de ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de waterschapsbelangen.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;

26/206

rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Toetsing Er worden door middel van dit plan geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk gemaakt. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan het aspect milieuzonering. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.5

Geluid

Toetsingskader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd indien een plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Toetsing In het voorgenomen plan worden geen geluidsgevoelige objecten zoals woningen mogelijk gemaakt. Ook maakt het plan geen nieuwe geluidsbron mogelijk. In het projectgebied is de T-kruising (N501/ Redoute) al aanwezig. De kruising komt enkele meters dichterbij de woningen te liggen, maar dit is verwaarsloosbaar. Door de herinrichting van deze kruising wordt de kwaliteit van deze voorziening verbeterd. De realisatie van drempels en de fietsersoversteek hebben een snelheidsremmende werking. Daarnaast is de verbreding van de weg bij de kruising waar de snelheid lager is. De voorgenomen herinrichting zorgt niet voor meer verkeersgeneratie of een hogere geluidsbelasting op de bestaande woningen. Er hoeft niet opnieuw getoetst te worden aan de Wet geluidhinder. Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de

27/206

luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Toetsing De wijzigingen aan de T-kruising zijn beperkt. De herinrichting zal naar verwachting geen verkeersaantrekkende werking hebben. Het heersende verkeersbeeld zal niet veranderen. Ook het afremmen en optrekken van auto's door de snelheidsafname hebben door de kleinschaligheid van de verkeersbewegingen geen significant effect op de luchtkwaliteit. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depostiekaarten Nederland is de concentratie PM10 lager dan 14 µg/m³ en de concentratie NO2 lager dan 10 µg/m³. De luchtkwaliteit in de omgeving is hoog. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn de effecten van de herinrichting van de kruising beperkt. Er kan gesteld worden dat het plan niet in betekenende mate bij zal dragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

En op grond van art 5.16, lid 1 sub c voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer (Wm). Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.7

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Toetsing Het projectgebied heeft deels de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie 4'. Binnen deze dubbelbestemming geldt voor bouwen dat bij een grotere oppervlakte dan 500 m² en wanneer dieper dan 0,50 meter wordt gegraven: de archeologische waarden in voldoende mate zeker moeten zijn gesteld; of er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of

28/206

de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad. In overleg met de gemeente Texel is geconstateerd dat er geen verkennend Archeologisch onderzoek noodzakelijk is voor de werkzaamheden behorend bij de herinrichting van de T-kruising N501/Redoute. Wel geven de gas- en waterleiding vanuit archeologisch oogpunt aanleiding om tijdens de K&L werkzaamheden waar te nemen/ te monitoren (middels opschaven van het profiel tijdens de werkzaamheden). De archeologische monitoring is op dit moment voldoende vastgelegd. In het kader van de ruimtelijke onderbouwing kan verdere actie achterwege blijven. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor dit plan.

4.8

Kabels en leidingen

Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing Onder de N501 loopt zowel een lage druk gasleiding (GLLR.RED.003) als een waterleiding (WDPW.RED.001). Het gaat om een 160 mm gasleiding en een 200 mm waterleiding. Beide leidingen zullen door middel van open ontgraving verlegd worden naar de bestaande K&L-strook in de westelijke berm van het fietspad. Het gaat om een verlegging over ongeveer 150 meter. In figuur 4.1 en 4.2 zijn is de nieuwe ligging van de leidingen aangegeven met een gele lijn.

29/206

Figuur 4.1 Verplaatsing Gasleiding (Bron: Provincie NH)

Figuur 4.2 Verplaatsing Waterleiding (Bron: Provincie NH) Conclusie Het aspect kabels, leidingen en zoneringen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

30/206

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoeren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld via het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Toetsing Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie gedaan van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; onderdeel is van het vervoer van gevaarlijke stoffen, namelijk het transport van propaan naar de opslaglocatie aan de Veenselangweg; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

31/206

Transport van gevaarlijke stoffen op Texel De uitgevoerde risico-inventarisatie voor het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 wijst uit dat er binnen de gemeente Texel geen overschrijding van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico of de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Ondanks het treffen van beheersmaatregelen blijft er een kans bestaan op een incident met gevaarlijke stoffen. Het risico kan nooit voor honderd procent worden weggenomen. Omdat de N501 (Pontweg) een transportader is waarover gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd, betekent dit dat aan weerszijden van deze provinciale weg een veiligheidszone van 30 meter vanaf de kant van de weg wordt aangehouden. Binnen deze zone mag geen nieuwbouw van kwetsbare objecten plaatsvinden. Met het voorliggende bestemmingsplan worden geen nieuwe kwetsbare ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Binnen de risicocontouren worden dus geen kwetsbare objecten mogelijk gaat waarvoor een verantwoording van groepsrisico nodig is. Conclusie In de omgeving van het projectgebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen. De N501 is een transportroute voor gevaarlijke stoffen, maar er worden geen kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Het project is in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=be2735d8-38f6-4ab6-a7ba-82d88d375b6d