CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bestemmingsplan Oosterend 2014 (moederplan)

Raadscommissie 29 september 2021, gemeente TexelBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Reparatieplan Oosterend31.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TEXEL BESTEMMINGSPLAN OOSTEREND

Status: Vastgesteld Datum: 19 februari 2014

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Geldende bestemmingsplannen Nota van uitgangspunten komplannen Leeswijzer

HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4

1 1 2 2 3 3 3 4 5 11 11 12 12 12 13 13 16 17 17 17 18 18 18 19 19 20 23 23 25

Algemeen Toelichting op de bestemmingen

25 25

UITVOERBAARHEID

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatie

HOOFDSTUK 7 7.1 7.2

1

BESTEMMINGEN

HOOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3

OMGEVINGSASPECTEN

Milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe Veiligheid Water Ecologie Archeologie Cultuurhistorie Aardkundige waarden

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2

KERNKWALITEITEN VOOR OOSTEREND

Beschermd dorpsgezicht Gemengd gebied Sportvoorzieningen Monumenten Relatie met de omgeving Ruimtelijke kwaliteit Welstandsnota

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

BELEID

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

INLEIDING

VOOROVERLEG EN INSPRAAK EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Vooroverleg en inspraak Ambtshalve wijzigingen

47 47 47 47 48 48 48

Bijlagen bij de toelichting BIJLAGE 1

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN

BIJLAGE 2

AANWIJZINGSBESLUIT BESCHERMD DORPSGEZICHT

BIJLAGE 3

NOTA VOOROVERLEG EN INSPRAAK

REGELS HOOFDSTUK 1

INLEIDENDE REGELS

49

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

49 59

HOOFDSTUK 2

BESTEMMINGSREGELS

60

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30

Agrarisch Agrarisch - Cultuurgrond Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Bedrijventerrein Bos Detailhandel Gemengd Groen Kantoor Maatschappelijk Maatschappelijk - Begraafplaats Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen Recreatie - Volkstuin Sport Verkeer - Parkeerterrein Verkeer - Verblijfsgebied Wonen - Aaneengebouwd Wonen - Gestapeld Wonen - Lint Wonen - Twee-aaneen Wonen - Vrijstaand Wonen - Uit te werken 1 Leiding - Riool Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Beschermd dorpsgezicht

60 63 65 69 70 74 76 80 84 85 88 91 92 98 99 101 102 104 108 110 114 118 122 123 125 128 130 132

HOOFDSTUK 3

ALGEMENE REGELS

134

Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Overige regels

134 135 136

HOOFDSTUK 4

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

137

Artikel 34 Artikel 35

Overgangsrecht Slotregel

137 138

Bijlagen bij de regels BIJLAGE 1

LIJST MET BEROEPS- OF BEDRIJFSACTIVITEITEN AAN HUIS

BIJLAGE 2

BEDRIJVENLIJST

106604.03

blz 1

TOELICHTING HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de bestaande kern Oosterend. Het doel van het bestemmingsplan is het bieden van een actuele juridisch-planologische regeling voor het plangebied. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.

Figuur 1 De ligging van het plangebied De gemeente Texel beschikt over een groot aantal bestemmingsplannen voor de kernen. Deze bestemmingsplannen zijn onvoldoende op elkaar afgestemd en de toepasbaarheid van de plannen in de dagelijkse praktijk levert steeds meer problemen op. Daarnaast geldt vanuit de (Invoeringswet) Wet ruimtelijke ordening dat plannen na 1 juli 2013 niet ouder mogen zijn dan 10 jaar. Het is gewenst het aantal bestemmingsplannen terug te brengen en daar waar mogelijk te komen tot deregulering en vereenvoudiging van regelgeving en tot uniformiteit. Met de herziening van de bestemmingsplannen gaat de gemeente weer beschikken over een nieuw samenhangend beleidskader voor de kernen. In de nieuwe plannen voor de kernen wordt ingespeeld op nieuw beleid en eventueel gewijzigde regelgeving. Van belang zijn bijvoorbeeld de woonvisie en de Toekomstvisie voorzieningenstructuur. Ook het beleid opgenomen in de Provinciale Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie wordt in de bestemmingsplannen vertaald. 1.2

Geldende bestemmingsplannen

Met dit bestemmingsplan worden de volgende plannen (gedeeltelijk) vervangen:  bestemmingsplan beschermd dorpsgezicht Oosterend (vastgesteld op 9 september 1980 en

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 2

  1.3

106604.03

goedgekeurd op 15 december 1981); bestemmingsplan Oosterend (vastgesteld op 15 november 2005 en goedgekeurd op 15 februari 2006)+ partiële herziening van diverse bestemmingsplannen op ondergeschikte onderwerpen. Nota van uitgangspunten komplannen

Voor de nieuwe bestemmingsplannen op Texel is een Nota van Uitgangspunten komplannen opgesteld. Deze Nota van Uitgangspunten is op 13 september 2011 vastgesteld. Dit bestemmingsplan is opgesteld binnen de kaders van de Nota van Uitgangspunten. De Nota van Uitgangspunten is opgenomen als bijlage 1. 1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In het volgende Hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op het beleid dat het kader vormt voor dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten van het plangebied. Vervolgens worden in Hoofdstuk 3 de kernkwaliteiten van Oosterend beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt een verantwoording gegeven van de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het bestemmingsplan. De vertaling van het beleid en van de voorwaarden vanuit de milieu- en omgevingsaspecten naar de juridische regeling, vindt plaats in Hoofdstuk 5. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

HOOFDSTUK 2

blz 3

BELEID

Dit hoofdstuk behandelt het beleid dat betrekking heeft op dit bestemmingsplan. Er wordt achtereenvolgens ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid dat een relatie heeft met het plangebied. 2.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. De nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangt verschillende bestaande nota's zoals de Nota Ruimte, de agenda Landschap en de agenda Vitaal Platteland. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Deze 13 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (laatste aanvulling op 1 oktober 2012 vastgesteld) stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Het plangebied valt binnen het Waddengebied. Het Barro bepaalt dat een bestemmingsplan in dat gebied, dat nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel een wijziging van bestaand gebruik of bestaande bebouwing mogelijk maakt, geen significante negatieve gevolgen mag hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten. Nieuwe bebouwing in het stedelijk gebied moet qua toelaatbare bouwhoogte aansluiten bij de hoogte van de bestaande bebouwing. Dit betreft een hoofdzakelijk conserverend bestemmingsplan. Er worden slechts mogelijkheden geboden voor kleinschalige perceelsgebonden ontwikkelingen. Deze kleinschalige ontwikkelingen hebben geen significante negatieve gevolgen voor de landschappelijk en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. 2.2

Provinciaal beleid

Structuurvisie en Provinciale Verordening Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord - Holland is vastgelegd in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (vastgesteld door provinciale staten op 21 juni 2010). In de structuurvisie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik.'

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 4

106604.03

Om het geschetste toekomstbeeld ruimtelijk te realiseren heeft de provincie provinciale belangen benoemd. De drie hoofdbelangen (klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik) vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie. De hoofdbelangen zijn in de Structuurvisie uitgewerkt. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (eveneens vastgesteld door provinciale staten op 21 juni 2010, daarna zijn aanvullingen vastgesteld op 23 mei 2011, 15 november 2011, 17 december 2012 en 19 maart 2013) zijn regels verbonden aan deze hoofdbelangen. De provincie Noord-Holland zet de komende dertig jaar in op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden en dorpen omringd door aantrekkelijk recreatie en groen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtegebruik en klimaatbestendigheid. De provincie wil steden en dorpen optimaal benutten, landschappen open houden en ruimte bieden aan economie en woningbouw. Bebouwde gebieden, waaronder het plangebied, zijn aangegeven als 'Bestaand Bebouwd Gebied'. Bij het maken van plannen in het bestaande bebouwde gebied hebben gemeenten een grote mate van beleidsvrijheid. Beleid voor Oosterend In de structuurvisie is aangegeven dat er voor Oosterend behoefte is aan 1,2 hectare bedrijventerrein tot 2020.

Deze behoefte komt voort uit zogeheten zachte plannen. Dit betreft een bestemmingsplan die nog niet onherroepelijk is, maar waarvoor al wel regionale afstemming plaats heeft gevonden over nut en noodzaak. Deze uitbreidingswens is nog niet in dit bestemmingsplan vertaald. Oosterend ligt in een aardkundig monument en aardkundig waardevol gebied. De wijze waarop er in dit bestemmingsplan wordt omgegaan met deze gebieden is in paragraaf 4.10 aangegeven. Verder raakt het plangebied geen provinciale belangen. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Als gevolg van ontwikkelingen wordt de inrichting en het gebruik van het stedelijk en landelijk gebied voortdurend aangepast. Nieuwe elementen en structuren worden aan het landschap toegevoegd terwijl oude verdwijnen. Soms gaan deze ontwikkelingen ten koste van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, het ‘gebiedseigene’. De Provincie Noord-Holland wil ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen en tegelijkertijd verantwoord omgaan met het verleden. De provincie wil de Noord-Hollandse landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerkende kwaliteiten te benutten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het basisuitgangspunt van het provinciale beleid is dan ook ‘behoud door ontwikkeling’.

Uitgangspunt hiervoor is de leidraad Landschap en Cultuurhistorie (vastgesteld op 21 juni 2010), waarin de visie op de gewenste ruimtelijke is vastgelegd. Beleid voor Oosterend De leidraad is gericht op ontwikkelingen. In de leidraad zijn ook enkele elementen opgenomen die ook voor dit conserverende bestemmingsplan van belang zijn. Het gaat hierbij om cultuurhistorisch waardevolle elementen en aardkundige en archeologische gebieden. In paragraaf 4.9 van dit bestemmingsplan zijn cultuurhistorische waarden in het plangebied geïnventariseerd. Aardkundig waardevolle gebieden komen in paragraaf 4.10 aan bod. Ten aanzien van archeologie is het zo dat de gemeente ook eigen archeologiebeleid heeft. Het aspect archeologie wordt behandeld in paragraaf 4.8. 2.3

Regionaal beleid

Detailhandelsvisie Kop van Noord-Holland Het detailhandelsbeleid in de Kop van Noord-Holland is beschreven in de Detailhandelsvisie Kop van Noord-Holland. Het hoofddoel van het regionale detailhandelsbeleid is het tot stand brengen van een evenwichtig en duurzaam detailhandelsapparaat in de Kop van Noord-Holland. Bij het beleid moet rekening worden gehouden met de aanwezige marktverhoudingen en ontwikkelingen. Er wordt gestreefd naar een maatschappelijk verantwoorde, samenhangende en op elk niveau van de

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

blz 5

voorzieningenhiërarchie gezonde detailhandelstructuur. Beleid voor Oosterend In de Detailhandelsvisie heeft Oosterend geen bijzondere positie. Wel wordt genoemd dat de supermarkt in Oosterend voornemens is zich te verplaatsen naar een meer geschikte locatie. Regionaal Programma Bedrijventerreinen Kop van Noord-Holland In de Kop van Noord-Holland wordt op het gebied van bedrijventerreinen regionaal samengewerkt. Door middel van een regionaal programma wordt aan de regionale samenwerking op het gebied van bedrijventerreinen verdere vorm en inhoud gegeven. Het Programma heeft als doel om te komen tot een zorgvuldige planning van bedrijventerreinen met betrekking tot nieuwe uitgifte, herstructurering, typering en segmentering, waarbij vraag en aanbod goed op elkaar zijn afgestemd en de kwaliteit van terreinen kan worden behouden en verbeterd. Beleid voor Oosterend Volgens het Programma wordt het bedrijventerrein Oosterend geherstructureerd. Regionaal Actie Programma Wonen In het Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) zijn regionale afspraken gemaakt over woningbouw in de Kop van Noord-Holland. Dit is een uitwerking van de Provinciale Woonvisie 2010-2020. In het RAP 2011 zijn de te bouwen woningbouwaantallen naar beneden bijgesteld, ten opzichte van de eerdere Regionale Woonvisie. Texel is als woonregio volkomen uniek.

Het heeft een hoog recreatief gebruik van tweede woningen en kent, naast een lokale woningmarkt, vooral een landelijke in plaats van regionaal georiënteerde uitwisseling. Het zit dus op geen enkele manier de rest van de Kop van Noord-Holland in de weg bij eventuele woningbouwproductie. Ook migratiecijfers tonen dat aan. Vooralsnog schat de gemeente de behoefte vanuit de eigen lokale bevolking in, op circa 200 woningen tot 2020. Deze inschatting is opgebouwd uit concrete woningbouwplannen in diverse fasen, die allen binnen Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) liggen. Er is afgesproken, dat Texel conform eigen inzichten verder gaat met ontwikkelen en bouwen. Dit is ook geconcludeerd na een extra overlegmoment tussen provincie en gemeente. Texel heeft het akkoord gekregen om door te gaan op de ingeslagen weg. Texel krijgt aldus een aparte status binnen de regio en het RAP. Beleid voor Oosterend De locatie ‘Rentenaar’ aan de Peperstraat is opgenomen als ‘herstructurering garage Peperstraat’. Hiervoor is een ‘uit te werken’ bestemming opgenomen. 2.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 'Texel op koers' In de Structuurvisie worden op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelingen voor het eiland aangegeven op het gebied van economie, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn. Hieronder volgen de hoofdpunten uit de Structuurvisie die een ruimtelijke relatie hebben. De Structuurvisie schetst een toekomstbeeld dat er op Texel geen woningnood meer is. Er worden dan alleen voor de eigen bevolking voldoende betaalbare woningen bijgebouwd, vooral in de dorpskernen. Daarbij wordt aandacht geschonken aan ouderen en jongeren. Ook 'nultreden' woningen worden toegevoegd. Bij 'nultreden' woningen bevinden slaapkamer, woonkamer, keuken en sanitair zich in dezelfde woonlaag. In de Structuurvisie staat aangegeven dat de gemeente kiest voor centraal in Den Burg gevestigde dorps- en welzijnsvoorzieningen. Deze centraal gevestigde voorzieningen bieden hun diensten aan in dorpsservicepunten in de dorpen. Hierdoor zijn in alle dorpen voldoende voorzieningen aanwezig. Ouderen kunnen door gebruik te maken van de diensten van de dorpsservicepunten zelfstandig blijven wonen. Op dit moment functioneren de dorpsservicepunten nog niet zoals bedoeld. Met de

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 6

106604.03

welzijnsorganisaties wordt gewerkt aan een andere invulling. De voor wonen en werken benodigde warmte en energie moet in de toekomst op het eiland zelf worden opgewekt. Daarbij wordt de energie duurzaam opgewekt met windturbines en zonnedaken/zonnepanelen/WKO/houtkachels. Texel heeft een sterke marktpositie op het gebied van recreatie en toerisme. Het beleid is dat er ruimte is voor maximaal 47.000 slaapplaatsen, waarbij een evaluatiemoment zal zijn bij 45.000 slaapplaatsen. Op Texel zijn er voldoende fiets- en wandelpaden, wegen en parkeervoorzieningen. De infrastructuur moet goed onderhouden blijven. Daarbij moeten er voldoende stallingsplaatsen voor fietsen komen. Historische dorpskernen worden primair ingericht voor de voetganger en de fietser. De centra van De Koog, Den Burg en Oudeschild worden in de toekomst afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Door de toekomstige inrichting van de rest van de wegen binnen de dorpen, rijdt de automobilist als vanzelf stapvoets. Auto's worden aan de rand van de dorpen verwezen naar parkeerterreinen. De natuurgebieden en het cultuurland hebben een belangrijke aantrekkingskracht op toeristen en bewoners. Het is daarom van belang om deze natuur toegankelijk te maken. Bij nieuwe ontwikkelingen gaat de gemeente uit van de Texelse kernkwaliteiten.

Het gaat hierbij om de rust en ruimte, de rijkdom aan natuur en cultuurlandschappen, de grote afwisseling in landschappen en landgebruiksvormen, de Texelse identiteit, het specifieke eilandkarakter, de nachtelijke duisternis en de maritieme monumenten. Woonvisie Texel 2008 - 2015 De essentie van de Woonvisie is dat de lokale woningbehoefte voorop staat voor de ontwikkeling van woningbouw op Texel. Het accent ligt op het bouwen voor de autonome groei van de woningbehoefte op Texel. Er wordt rekening gehouden met de diverse doelgroepen, die zo lang mogelijk zelfstandig in de dorpskernen moeten blijven wonen. Daarbij moeten nieuwe woningen bijdragen aan een duurzaam Texel met inpassing van de historische en landschappelijke kwaliteiten. 'Op maat' bouwen is een belangrijke doelstelling in de visie. Daarmee wordt bedoeld dat er zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen dorpskern kunnen blijven wonen. Daarom wordt er naar een zo groot mogelijke diversiteit van het aanbod per kern gestreefd. Individueel en collectief particulier opdrachtgeverschap zijn goede instrumenten hiervoor. Er wordt in het woningbouwbeleid niet meer alleen ingezet op concentratie in Den Burg en De Koog, maar ook in de andere dorpen, ter behoud van voorzieningen en vitaliteit. Deze woningen worden verdeeld onder de mensen die sociaal en maatschappelijk aan het dorp gebonden zijn.

Nieuwe woningen worden bij voorkeur door middel van inbreiding gerealiseerd. Bij uitbreiden verdient de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing veel aandacht. Het mag niet ten koste gaan van historische dorpskernen en landschappelijke kwaliteiten: het moet juist een versterking opleveren. Bij uitbreiden van de woningvoorraad moet rekening worden gehouden met verschillende doelgroepen, zoals jongeren, ouderen en gehandicapten. De bouw van levensloopbestendige woningen heeft daarbij extra de nadruk. Daarbij moet een kernvoorraad van 20% goedkope woningen worden aangehouden. Ook mogen er geen nieuwe 2e woningen (woningen die zowel permanent als recreatief gebruikt mogen worden) ontstaan, mits verworven rechten niet worden aangetast. Omzetting naar 2e woningen is ook uitgesloten. Daarnaast is er aandacht voor duurzaam bouwen. Dit wordt gedaan zodat woningbouw en woningverbetering een bijdrage leveren aan de realisatie van een duurzaam Texel, dat geheel in zijn eigen energiebehoefte kan voorzien. Nieuwbouw levert een versterking op van historische en landschappelijke kwaliteiten. Beleid voor Oosterend Voor de periode 2008 - 2015 is er een woningbehoefte bij migratiesaldo 0 van 470 woningen. Voor

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

blz 7

Oosterend betekent dit dat er een behoefte bestaat van 43 woningen. De intentie is dat dit aantal onder andere tot stand komt door middel van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Per dorp kan er geschoven worden met de aantallen om aan de 470 woningen te voldoen. Toekomstvisie voorzieningenstructuur Texel In de Toekomstvisie voorzieningenstructuur Texel wordt aangegeven welke gebieden versterkt mogen en kunnen worden met horeca en/of detailhandel. Qua detailhandel moet Texel zich met name op Den Burg richten, en qua horeca op De Koog. De visie is gericht op het behouden van de verhoudingen zoals ze nu zijn, met aandacht voor kwaliteitsimpulsen. De belangrijkste trends voor Texel op het gebied van recreatie en toerisme die gevolgen hebben voor het draagvlak zijn de verbreding van het seizoen. Het aantal toeristische overnachtingsplaatsen ligt begin 2012 op circa 42.500 slaapplaatsen. Afgesproken is bij 45.000 slaapplaatsen te evalueren of doorgroei naar maximaal 47.000 gewenst of ongewenst is. De gemeenteraad heeft over dit onderwerp in september 2012 een visie gegeven in een startnotitie (zie kopje hieronder). Beleid voor Oosterend Oosterend is het meest traditionele dorp van het eiland, op ruime afstand van de toeristische epicentra. Oosterend is matig ontsloten vanuit de overige kernen op Texel.

Bovendien laat de historische, kleinschalige structuur weinig ruimte voor op het centrum gericht autoverkeer. Dat neemt niet weg dat de Kerkstraat wel in eenzijdige richting aan te rijden is met de auto. De voorzieningen (detailhandel en horeca) zijn geconcentreerd langs de Kerkstraat en de Peperstraat. In Oosterend staat modernisering van het supermarktaanbod centraal in de Toekomstvisie. De mogelijke relocatie van de Sparsupermarkt met een meer eigentijds oppervlak en met bescheiden parkeergelegenheid kan de dagelijkse binding van de Oosterenders aan hun eigen dorp versterken. Gedacht wordt aan een locatie in de omgeving van het dorpshuis. Het verspreide (vooral) horeca-aanbod in de Kerkstraat en Peperstraat kan hiervan eveneens profiteren. In de visie zou de mogelijk achter te laten Spar-supermarkt in de Kerkstraat een invulling kunnen krijgen met ofwel horeca ofwel kleinschalige detailhandel die zich niet op de dagelijkse verzorging richt. Buiten het gebied Kerkstraat-Peperstraat en de nieuwe locatie van de supermarkt is geen detailhandel als hoofdfunctie gewenst.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 8

106604.03

Figuur 2 De voorzieningenstructuur in Oosterend (bron: Toekomstvisie voorzieningenstructuur) Startnotitie Mooi Texel, meer toekomst In september 2012 heeft de gemeenteraad in de startnotitie 'Mooi Texel, meer toekomst' een visie gegeven over 'De Texelse Maat' op het gebied van toerisme en recreatie. Het doorgroeien naar maximaal 47.000 slaapplaatsen wordt losgelaten. Er blijft - naast de 25 % regeling - enige ruimte voor vernieuwing, waarvoor maximaal 400 slaapplaatsen beschikbaar worden gesteld. De criteria hiervoor zijn ook aangegeven. Bij de verplaatsing van slaapplaatsen geldt het 'Ja, mits principe' en wordt per geval door de raad bepaald of aan de voorwaarden voldaan is. Deze startnotitie wordt gebruikt als leidraad voor de actualisatie van de Nota recreatie en toerisme uit 2003. De bovengenoemde aspecten 'vernieuwing' en 'verplaatsing' uit deze startnotitie worden niet in het voorliggende bestemmingsplan geregeld. Dit vergt maatwerk en er moet dan ook een buitenplanse procedure worden gevolgd. Welstandsnota De Welstandsnota geeft een helder en actueel beeld van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig - landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Texel. De Welstandsnota gaat uit van een gebieds- en objectgerichte benadering.

Verder wordt uitgegaan van een specifieke, thematische benadering als het gaat om (nieuw) bouwen aan dorpsranden en als het gaat om het bouwen aan of nabij monumenten. In paragraaf 3.7 is een kaartje uit de welstandsnota opgenomen. Monumentenverordening De monumentenverordening Texel is opgesteld om de waarden van een beschermd dorpsgezicht en de daarbinnen en buiten gelegen aangewezen monumentale objecten te beschermen. Voor wat betreft een beschermd dorpsgezicht geldt dat het karakter, de sfeer en de uitstraling ervan be-

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

blz 9

houden moeten blijven en waar mogelijk worden versterkt. De gemeentelijke Monumentencommissie adviseert Burgemeester en Wethouders gevraagd en ongevraagd over deze zaken. Het advies van de Monumentencommissie is leidend naast dat van de Welstandscommissie. Beleid voor Oosterend Het welstandsniveau voor Oosterend is 'bijzonder' voor de zone / ring om het centrum en de uitlopers. Voor het overige gebied rondom de kern is het welstandsniveau welstandsvrij. Voor het gebiedsgerichte criterium 'bijzonder' moet qua vormgeving en materiaalgebruik aangesloten worden bij de bestaande architectuur. Voor de dorpsrand geldt dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen bestaande en nieuwe dorpsranden. Na een uitbreiding van de kern ontstaat er een nieuwe rand en wordt de bestaande rand onderdeel van het dorp. De veranderingen in de bestaande dorpsrand gaan geleidelijk. Door sloop en nieuwbouw kan het beeld veranderen. Ook het bouwen van schuurtjes en schuttingen speelt een rol in de verandering van het beeld. Met name bouwmassa en kleurgebruik zijn hierbij belangrijk. Bij nieuwbouwprojecten moet een beeldkwaliteitplan opgesteld worden. In Oosterend staan ook diverse monumenten. Het bouwen aan en nabij monumenten vereist zorgvuldigheid. In de Welstandsnota is aangegeven welke criteria daarvoor gelden. Gevelreclame kan worden toegestaan in de gebieden met een welstandsregime 'bijzonder'.

Uitgangspunt is dat reclames geen afbreuk doen aan de kenmerken die monumentale panden en (beschermde) dorpsgezichten waardevol maken. Beleidsnota 'Toerisme en recreatie op Texel. Kwaliteit en ontwikkeling.' Om de kernkwaliteiten op Texel te behouden is vanaf het eerste recreatieplan in 1974 een actief concentratiebeleid gevoerd. Zo zijn De Koog, De Cocksdorp en ten westen van Den Hoorn aangewezen als concentratiegebieden voor de ontwikkeling van recreatie. De plannen in deze gebieden moeten passen in de lokale schaal van de directe omgeving. Doel van de Beleidsnota 'Toerisme en recreatie op Texel. Kwaliteit en ontwikkeling' is om inzicht te geven in het recreatiebeleid van de gemeente in de komende 10 jaar. In de nota worden de algemene beleidsuitgangspunten en richting van het recreatiebeleid bepaald. De aanwezigheid van veel toeristen leidt soms tot overlast. Daarom is het van belang dat er bij beleidsvoorbereiding en ontwikkeling aandacht wordt gegeven aan het aspect leefbaarheid. Hierbij spelen dorpscommissies een belangrijke rol. De kennis over leefbaarheid krijgt daar vorm. De dorpscommissies functioneren als spreekbuis van de lokale gemeenschappen. Als onderdeel van de leefbaarheid kan in dorpsomgevingsplannen aangegeven worden op welke wijze men invulling wil geven aan het recreatief medegebruik van dorpen en welke randvoorwaarden hierbij moeten gelden.

In het kader van de versterking van het Texelse product is aangegeven dat Texel zich tot kennis-, cursus- en sporteiland wil ontwikkelen en profileren. Ook de cultuurhistorie van het eiland is een punt van aandacht. Met deze punten in het achterhoofd wordt gekeken hoe het dagtoerisme versterkt kan worden. Het maximaal aantal slaapplaatsen op Texel mag de 45.000 niet overschrijden. Alleen als er sprake is van kwaliteitsverbetering of innovatieve ontwikkelingen is het onder voorwaarden mogelijk om extra slaapplaatsen toegekend te krijgen. Er kunnen maximaal 25% extra slaapplaatsen worden toegekend, tot een maximum van 20. Hierbij gelden onder andere de volgende voorwaarden:  het plan moet bijdragen aan de kwaliteit op Texel in brede zin;  het plan moet bijdragen aan een evenwichtige verdeling van de soorten slaapplaatsen;  het plan moet een gedegen ruimtelijke indeling van het terrein hebben;  het plan mag geen onevenredige afbreuk doen aan nabij gelegen terreinen;  het plan moet bijdragen aan een positieve landschappelijke uitstraling op Texel;  de plannen worden beoordeeld op basis van een bedrijfsontwikkelingrapport.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 10

106604.03

Overigens is het zo dat als een bedrijf reeds gebruikt heeft gemaakt van deze regeling, het niet mogelijk is om binnen de planperiode van dit bestemmingsplan nogmaals gebruik te maken van de regeling. De gemeenteraad heeft opdracht gegeven om de nota te actualiseren. Via de kaderstellende notitie zijn er punten meegegeven die in de nieuwe nota terug moeten komen. Dit zijn:  de Texelse maat (dit is kleinschaligheid);  behoud van het open landschap;  behoud van de ruimtelijke kernwaarden. Uitgangspunt is de wijze waarop een balans gevonden en behouden kan worden met betrekking tot toeristische slaapplaatsen, landschap en ruimte. Leidraad hiervoor is de startnotitie Toerisme en recreatie, de Texelse maat. Texel proeftuin en andere economische kansen Richting voor Economie, geef ruimte Texel moet economisch bezien, zich richten op het hebben van voldoende arbeidskrachten om het bestaande en toekomstige werkaanbod aan te kunnen. Er dreigt vanwege de dubbele vergrijzing een tekort aan arbeidskrachten te ontstaan: de ouderen verdwijnen uit het arbeidsproces en er zijn onvoldoende jongeren voor nieuwe aanwas. Vanwege de dubbele vergrijzing moet vooral gericht worden op de sector zorg: de ouderen hebben langer en meer zorg nodig. Meer werkgelegenheid kan worden gecreëerd door Texel zowel als thuiswerkeiland en als proeftuin te promoten.

Met een proeftuin speelt Texel in op het 'voorlopersimago' en het beeld dat er op Texel veel mogelijk is. Proeftuinen dienen zich te richten op natuur, energie & duurzaamheid, water en kennis. Beleid kleine windmolens Een kleine windmolen, een windmolen die bedoeld is voor gebruik ter plaatse en niet voor de commerciële levering van energie aan derden. Voor een kleine windmolen is een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:  de windmolen in overeenstemming is met het bestemmingsplan;  de windmolen voldoet aan de bouwtechnische regels van het Bouwbesluit en de bouwverordening;  de windmolen voldoet aan de welstandseisen. Op 12 juni 2013 is door de gemeenteraad van Texel het amendement 'Oprichting windturbines niet mogelijk maken' aangenomen. In de nieuwe bestemmingsplannen voor het Buitengebied en De Koog is het oprichten van windturbines niet mogelijk. Dat wordt in de nieuwe bestemmingsplannen van de andere kernen ook niet mogelijk gemaakt. Parkeerbeleid De CROW normering vormt de basis van het gemeentelijk parkeerbeleid. Uitgangspunt van het gemeentelijk parkeerbeleid is dat er wordt geparkeerd op eigen terrein. Op basis van de bouwverordening kan hiervan ontheffing worden verleend.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

HOOFDSTUK 3

blz 11

KERNKWALITEITEN VOOR OOSTEREND

In dit hoofdstuk worden de kernkwaliteiten van Oosterend beschreven. Hieraan gekoppeld zijn uitgangspunten die gelden voor het bestemmingsplan. 3.1

Beschermd dorpsgezicht

Een gedeelte van het dorp is in 1968 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het dorpsbeeld wordt beheerst door het kruisvormige kerkgebouw. Rondom de kerk ligt een min of meer rechthoekig kerkhof. Het kerkhof wordt omsloten door de nauwsluitende bebouwing aan de Kerkstraat, het Kerkplein, de Blazerstraat en de Oesterstraat. De bakstenen verharding van deze straten sluit goed aan op de bakstenen borstwering rondom het kerkhof. Naast de genoemde straten draagt de bebouwing aan de Peperstraat ook bij aan het schilderachtige beeld van het dorp. Het aanwijzingsbesluit van het beschermd dorpsgezicht is opgenomen als bijlage 2. De ligging van het beschermd dorpsgezicht is weergegeven op figuur 3. In hoofdstuk 5.2 onder 'Waarde – beschermd dorpsgezicht' is dit nader toegelicht.

Figuur 3 De ligging van het beschermd dorpsgezicht (bron: aanwijzingsbesluit) Uitgangspunten voor het bestemmingsplan De karakteristieken opgenomen in het aanwijzingsbesluit zijn in dit bestemmingsplan beschermd. Dat is gedaan door middel van een dubbelbestemming. Gekoppeld aan deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunningenstelsel voor diverse werken en werkzaamheden, zoals het aanleggen, verbreden, verleggen of verharden van wegen en paden, het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het wijzigen van de profielindeling van wegen, paden, wijken en groenvoorzieningen, het wijzigen van de kavelstructuur, het dempen van watergangen, het aanbrengen en/of verwijderen van opgaande beplanting, hekwerken en hagen en het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen, alsmede een omgevingsvergunningenstelsel voor de activiteit bouwen met betrekking tot gevelbreedte, kapvorm, nokrichting, dakhelling, voorgevelbreedte en voorgevelrooilijn.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 12

106604.03

Over ontwikkelingen in het beschermd dorpsgezicht wordt daarover naast het advies van de Welstandscommissie door burgemeester en wethouders ook advies gevraagd aan de Monumentencommissie. 3.2

Gemengd gebied

Oosterend kent een klein centrumgebied. Hier komen diverse functies voor. Het gaat vooral om kleinschalige activiteiten. Voor de dynamiek in het dorp is het van belang dat er een onderlinge uitwisselbaarheid is voor diverse functies in dit gebied. Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het centrumgebied krijgt een bestemming 'Gemengd'. Binnen deze bestemming is er een onderlinge uitwisselbaarheid van functies in dit gebied. Horecabedrijven hebben een aanduiding gekregen. 3.3

Sportvoorzieningen

In Oosterend zijn diverse sportvoorzieningen aanwezig. Het gaat om een ijsbaan en enkele sportvelden. Het is van belang dat deze sportvoorzieningen behouden blijven voor het dorp. Uitgangspunten voor het bestemmingsplan De sportvelden in het dorp krijgen een positieve bestemming. Hiermee zijn andere functies hier niet mogelijk en worden de voorzieningen behouden. De ijsbaan is binnen de bestemming Agrarisch - Cultuurgrond aangeduid. 3.4

Monumenten

In het dorp komen diverse monumenten voor. Het gaat zowel om rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten. Het gaat hierbij onder andere om de kerk. Daarnaast gaat het om diverse woningen. In het plangebied zijn ruim 30 panden aangewezen als Rijksmonument en staan er 3 gemeentelijke monumenten. Een aantal Rijksmonumenten wordt hieronder besproken. Aan de Kerkstraat 11 staat tegenover de kerk de voormalige kosterswoning van de Nederlands Hervormde kerk, die nu in gebruik is als Likeurmakerij en Wijnhuis. Het is een dwarspand met houten geveltop en de vensters zijn met roeden. In het interieur zijn nog veel oude wandtegels aanwezig. Kerkplein 6 was wellicht ooit het rijkste pand van Oosterend en is in 1656 waarschijnlijk gebouwd ter vervanging van een ouder pand. Het was eeuwen in gebruik als winkel, bakkerij en boerderij. Het is een fors en diep pand met gepleisterde top waarin ankers zijn aangebracht (1656). Prominent aanwezig is de Maartenskerk en toren aan de Kerkstraat 2. Deze "grote kerk" van Oosterend, is de oudste kerk van Texel. Het staat op een verhoogd kerkhof midden in het dorp en is voortgekomen uit een tufstenen kerkje van omstreeks 1200. In de loop der eeuwen is deze kerk enige malen uitgebreid met aanbouwsels in verschillende stijlen, tot het gebouw tenslotte een kruisvormige plattegrond kreeg.

In de oostelijke gevel bevinden zich muurankers uit 1724, waardoor verondersteld kan worden dat toen een portaal in gele baksteen is aangebouwd. Bij de restauratie in 1971 heeft men de westelijke arm, opgebouwd uit tufsteen, zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Bij de restauratie bleek het orgel nog een achttiende-eeuws pijpwerk te bevatten. Het front is uit ongeveer 1800 en de kast uit 1906. In 1988 zijn nog enkele registers bijgebouwd. Aan de Blazerstraat 6/Kerkstraat 4 staat een fors en gaaf hoekpand met een houten voorschot, waarin een luik is aangebracht. De vensters hebben roedenverdeling. De Peperstraat 2 is een voormalige schilderswerkplaats. De werkplaats is een voormalige schilderswerkplaats die direct is gelegen tegen een woonhuis uit de 17/18e eeuw in de Peperstraat te Oosterend. De werkplaats en het huis zijn in het geheel Rijksmonument. De restauratie van het woonhuis is in 2003 voltooid. De restauratie van de werkplaats in 2011. De grootvader, Cees Timmer Sz, van de bewoner van Peperstraat 2 heeft de werkplaats gebouwd en is er als huisschilder en glaszetter begonnen. Zijn gereedschap is bijna compleet en de restauratie van het woonhuis leverde veel bodemvondsten op.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

blz 13

Peperstraat 8, 10 en 12 zijn kleine huisjes onder één dwars dak met aardige details aan de vensters, luiken, deur en achterschot. Op de Peperstraat 26 staat de (voormalig) Doopsgezinde kerk. Het is als schuilkerkje gebouwd. Het is opgetrokken uit gele baksteen met gotiserende vensters. De kerken van de Doopsgezinden waren zeer eenvoudig; sommige leken meer op een woonhuis dan op een kerk. Zelden hadden ze een toren of een kerkklok. De Doopsgezinden noemden hun kerk altijd "Vermaning". Vanaf het begin werd de Vermaning in Oosterend zeer druk bezocht. Omdat er geen orgel aanwezig was, moest de voorzanger er voor zorgen dat de liederen goed ten gehore werden gebracht. Omstreeks 1850 werd een klein orgel aangeschaft. Het grote eenklaviers orgel, is in 1905 gemaakt door Van Dam. Op 10 september 1972 is de laatste officiële kerkdienst in het gebouw gehouden. In 1981 heeft een stichting tot beheer van de doopsgezinde kerk in Oosterend de kerk voor een symbolisch bedrag aangekocht. Met de hulp van Monumentenzorg en de gemeente Texel kon het kerkgebouw worden gerestaureerd. Onder de houten vloer bleek nog een houten vloer te liggen. Daaronder lag weer een tegelvloer. Nu liggen er in het hele gebouw tegels, zoals in de begintijd gebruikelijk was. In 1982 is een restauratie voltooid en tegenwoordig doet het gebouw vooral dienst als muziekcentrum.

Het is echter nog steeds geschikt voor het houden van kerkdiensten. Uitgangspunt voor het bestemmingsplan Monumenten worden beschermd op basis van de Monumentenwet. In het bestemmingsplan is er daarom geen beschermde regeling voor deze monumenten opgenomen. 3.5

Relatie met de omgeving

Oosterend ligt buiten het toeristisch concentratiegebied. Ten noordoosten van Oosterend ligt buurtschap Oost. Dit buurtschap ligt in het buitengebied, maar hoort bij Oosterend. Uitgangspunt voor het bestemmingsplan Voor het buurtschap Oost is het bestemmingsplan 'Oost' van toepassing. 3.6

Ruimtelijke kwaliteit

Een groot deel van Oosterend is welstandsvrij. Beeldkwaliteit wordt daarom met name gestuurd door de ruimtelijke voorwaarden die gerelateerd zijn aan de bestemmingsplanregelingen. Het beeldkwaliteitplan wordt daarom verwoord in deze paragraaf ruimtelijke kwaliteit. Beeldkwaliteitsaspecten zijn op stedenbouwkundig niveau vastgelegd op de bestemmingsplankaart door middel van het bouwvlak, de goothoogte en de nokhoogte. Het bestaande bebouwingsbeeld is hierbij uitgangspunt. Beeldkwaliteitsaspecten met betrekking tot de aanzichten en opmaak zijn welstandsvrij en worden daarom in het kader van het beeldkwaliteitplan ook niet meegenomen. In de nota van uitgangspunten is een aantal aspecten aangegeven die van invloed kunnen zijn op de stedenbouwkundige aspecten van de beeldkwaliteit. Het betreft de volgende punten. Deze punten komen overeen met de codering in figuur 4: a. een gedeelte van het dorp is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De karakteristieken opgenomen in het aanwijzingsbesluit moeten worden beschermd. Voor het beschermd dorpsgezicht wordt een beschermende regeling opgenomen die aansluit bij het aanwijzingsbesluit. In het beschermde gezicht dienen de bestaande aanzichten en de originele opmaak uitgangspunt te zijn bij aanpassingen van de bebouwing; b.

de ruimtelijke kwaliteit van de randen wordt gerealiseerd door een erfbebouwingsregeling en door welstandsbeleid met betrekking tot de achterzijde van de woonbebouwing aan de randen. Door de erfbebouwingsregeling wordt de karakteristieke kleinschaligheid van de bebouwing gehandhaafd. Bijgebouwen zijn hierbij in volume ondergeschikt vormgegeven aan het hoofdgebouw; c. de kern van het dorp wordt gekarakteriseerd door gesloten lintbebouwing. De variatie aan panden is waardevol voor de beeldkwaliteit. Deels ligt de bebouwing in het beschermd gezicht; d. de ijsbaan vormt een mooie overgang van het dorp naar het landschap. Het terrein behoudt zijn groene uitstraling;

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 14

e. f. g.

106604.03

de sportvelden vormen een mooie groene overgang van het dorp naar het landschap. Het terrein behoudt zijn groene uitstraling door het bestemmen van het opgaande groen; in het dorp zijn plannen voor woningbouw en bedrijvigheid. Specifiek dient bij de situering van de plannen in de randen gekeken te worden naar een goede landschappelijke aankleding of een alzijdige vormgeving van de bebouwing; de recreatiegebieden met recreatiewoningen zijn grotendeels met opgaande beplanting omgeven. Ontwikkelingen op deze terreinen zijn daarom van ondergeschikte invloed op de beeldkwaliteit. Daar waar de opgaande beplanting ontbreekt of nog gerealiseerd moet worden is aandacht vereist.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

Figuur 4

blz 15

Ruimtelijke kwaliteit

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 16

3.7

106604.03

Welstandsnota

Het dorpsbeeld van Oosterend wordt beheerst door de Maartenskerk met daaromheen de nauw omsluitende bebouwing van de Kerkstraat, het Kerkplein, de Blazerstraat en de Oesterstraat. Aan de dorpskern van Oosterend wordt, gezien het specifieke karakter (zowel in cultuurhistorisch, architectonisch en landschappelijk opzicht), een grote waarde toegekend. De karakteristiek van het fijnmazige stratenpatroon, de nauw omsluitende bebouwing en de architectonische kenmerken geven dit beschermde dorpsgebied een bijzonder karakter. Een groot deel van de bebouwing verkeert nog in oorspronkelijke staat. Meerdere panden zijn dan ook als monument aangewezen. De ring rondom het beschermde dorpsgezicht vormt de overgang van het beschermde dorpsgezicht naar de uitbreidingsbuurten van Oosterend. Het gebied beschikt zowel in cultuurhistorisch en architectonisch als landschappelijk opzicht over verschillende waardevolle elementen. De uitbreidingsgebieden van Oosterend bevinden zich aan de noord- en zuidkant van het dorp. De kwaliteit van de wijk ligt voor een groot deel in de opzet van de wijk met een kleinschalige herhaling van bouwblokken, duidelijke woonstraten en een diversiteit in woningtypes. Het bedrijventerrein de Slotskolk bevindt zich aan de noordoostrand van Oosterend.

Figuur 5

Welstandsniveau Oosterend

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

HOOFDSTUK 4

blz 17

OMGEVINGSASPECTEN

Voor het plangebied en omgeving kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden een rol spelen. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat er een goede omgevingssituatie ontstaat. In de volgende paragrafen zijn de randvoorwaarden die voortvloeien uit de milieu- en omgevingsaspecten beschreven. 4.1

Milieuzonering

Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt in dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan De aanwezige bedrijven buiten het bedrijventerrein vallen volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' onder de milieucategorie 1 of 2. Dit betekent dat de bedrijven toelaatbaar zijn tussen of onmiddellijk naast woningen in een rustige woonwijk (categorie 1) of geconcentreerd in een gemengd gebied zoals het centrum (categorie 2). De losse bedrijfspercelen liggen in of tegen het centrum, waardoor ze geen belemmeringen opleveren vanuit een goede milieuzonering. Ook komt er een rioolgemaal voor. Een rioolgemaal kan geurhinder veroorzaken nabij woningen of andere gevoelige functies. Op basis van de richtlijnafstandenlijst van de VNG uitgave Bedrijven en Milieuzonering wordt een rioolgemaal ingedeeld in milieucategorie 2.

Er moet een richtlijnafstand van 30 meter voor het aspect 'geur' worden aangehouden tussen de positie van het rioolgemaal en deze gevoelige functies. Aan deze afstand wordt voldaan. Het rioolgemaal is in het plan aangegeven met een functieaanduiding. Verder is er een bedrijventerrein, waar bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 zijn toegestaan. Het gaat hierbij om lokale bedrijvigheid. Dit terrein grenst aan woningen, waardoor de adviesafstand van 100 meter niet wordt gehaald. Dit is echter een bestaande situatie. De bedrijfssituatie van de bedrijven is op deze situatie afgestemd. Ten aanzien van het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.2

Bodem

Normstelling en beleid Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In deze wet is geregeld dat indien ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan In het plangebied zijn geen gevallen van bodemverontreiniging bekend. Er zijn ook geen activiteiten bekend die een groot risico op bodemverontreiniging vormen. Daarom wordt het plangebied als een 'onverdachte locatie' aangemerkt. Met dit bestemmingsplan worden de huidige, in het plangebied aanwezige, functies vastgelegd. Er wordt verondersteld dat de huidige bodemkwaliteit voldoende is voor de aanwezige functies. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 18

4.3

106604.03

Geluid

Normstelling en beleid Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd. Bij de vaststelling van hogere grenswaarden moet worden afgewogen of bronmaatregelen of maatregelen in de overdrachtssfeer kunnen worden getroffen. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan Op de wegen in het plangebied geldt een 30 km/uur-regime. In de omgeving van het plangebied ligt een aantal wegen waar een hogere snelheid geldt. Deze wegen hebben een geluidszone. Binnen deze geluidszone wordt de bestaande situatie gehandhaafd. Er zijn geen mogelijkheden om nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de geluidszones op te richten. Voor de bestaande situaties en/of planologisch mogelijk gemaakte situaties waarvoor een overschrijding geldt, zijn in het verleden hogere waarden verleend.

In het plangebied zijn geen saneringssituaties aanwezig. Ten aanzien van het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.4

Luchtkwaliteit

Normstelling en beleid In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden vastgelegd op het gebied van de luchtkwaliteit. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden, op grond van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing:  woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen;  kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2;  projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan In het plangebied zijn geen overschrijdingen van de wettelijke luchtkwaliteitsnormen voor luchtverontreinigende stoffen vastgesteld. Er hoeven geen lokale maatregelen te worden getroffen tot het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ook worden er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.5

Externe Veiligheid

Normstelling en beleid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, lpg en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire risiconormering vervoer van gevaarlijke stoffen en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

blz 19

Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan Volgens de beleidsvisie externe veiligheid (concept) ligt ten zuidoosten van het plangebied een gasontvangstation en een gasleiding. Het plangebied ligt echter buiten de risicocontour van het gasontvangstation en de gasleiding. Verder liggen in (de omgeving van) het plangebied geen risicovolle inrichtingen en hoofdgasleidingen. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.6

Water

Normstelling en beleid Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets wordt gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan heeft beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande situatie vastgelegd. Naast een uit te werken locatie worden geen nieuwe ontwikkelingen voorzien in dit bestemmingsplan. Voor de ontwikkeling van de uit te werken locatie wordt in het kader van het uitwerkingsplan een watertoets uitgevoerd. Het bestemmingsplan heeft verder geen invloed op gronden die voor het waterschap van belang zijn zoals waterkeringen of boezemkades. In artikel 4.2 van de Keur 2009 van het HHNK is een verbod opgenomen om meer dan 800 m2 verharding te realiseren, ongeacht of dit reeds planologisch is geregeld en ongeacht of een watertoets nodig is. Bij ontwikkelingen, waarbij het verhard oppervlak toeneemt met meer dan 800 m2 zijn een watervergunning en compenserende maatregelen noodzakelijk.

In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt het bestemmingsplan opgestuurd naar het hoogheemraadschap. Deze kunnen dan een reactie geven op het bestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect water zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.7

Ecologie

Normstelling en beleid Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Natuurbeschermingswet. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ten aanzien van ontwikkelingen binnen de EHS geldt het 'nee, tenzij-principe'. Soortenbescherming Op grond van de Flora- en faunawet geldt een algemeen verbod voor het verstoren en vernietigen van beschermde plantensoorten, beschermde diersoorten en hun vaste rust- of verblijfplaatsen. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn zijn deze voorwaarden zeer streng.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 20

106604.03

Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied 'Duinen en Lage Land Texel'. Dit gebied is tevens onderdeel van de EHS. Een deel van dit gebied ligt op een afstand van circa 1 kilometer vanaf het plangebied. Daarnaast liggen rondom het dorp gebieden die behoren tot de EHS. De ligging van het Natura 2000-gebied en de EHS is in figuur 6 weergegeven. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een negatief effect hebben op deze gebieden. Ten aanzien van het aspect gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

Figuur 6

De ligging van beschermde natuurgebieden

Soortenbescherming Dit bestemmingsplan is conserverend van karakter. Voor dit bestemmingsplan betekent dit dat er geen negatieve effecten op eventueel aanwezige beschermde soorten zijn, omdat de bestaande situatie wordt vastgelegd. De ontwikkelingen die zich in de planperiode voor kunnen doen, beperken zich tot afwijkingen met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en/of omgevingsvergunningen. Bij toepassing hiervan geldt, voor zover nodig, onverkort hetgeen gesteld is in de Flora- en faunawet. Ten aanzien van het aspect soortenbescherming zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.8

Archeologie

Normstelling en beleid Op 12 juni 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische beleidskaart vastgesteld. Voor de bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden is de Monumentenwet van toepassing. De kern van de Monumentenwet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van gemeentelijk of provinciaal beleid bepaald. Voor archeologische terreinen, rijksmonumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten die wettelijk zijn beschermd op grond van de Monumentenwet hoeft voor het bestemmingsplan geen aanvullende regeling te worden getroffen. Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Texel heeft haar eigen archeologiebeleid. Op grond van de archeologische beleidskaart geldt per gebied een bepaalde verwachtingswaarde. Voor gebieden van archeologische

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

blz 21

waarde en met een gematigde of hoge archeologische verwachtingswaarde moet bij bodemingrepen van een bepaalde omvang archeologisch onderzoek plaatsvinden. Het onderzoek is bedoeld om vast te stellen of er archeologische sporen of vindplaatsen aanwezig zijn. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het centrum is een terrein van archeologische waarde (categorie 2 op figuur 7). Bij alle bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 40 m2 en dieper dan 50 centimeter moet een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Daarom heen ligt een gebied met een hoge archeologische verwachting (categorie 3 op figuur 7). Bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 centimeter moet een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Daarnaast ligt er in het noordwesten een gebieden met een gematigde archeologische verwachtingswaarde (categorie 4 op figuur 7). Bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 50 centimeter moet een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Langs de randen in het noorden, oosten en zuiden komen verder gebieden voor met een lage archeologische verwachtingswaarde (categorie 5 op figuur 7) en gebieden zonder verwachtingswaarde (categorie 6 op figuur 7). In gebieden met een lage verwachtingswaarde is alleen onderzoek nodig bij m.e.r.-plichtige projecten en projecten die onder de tracéwet vallen.

De gebieden zonder verwachtingswaarde hebben geen onderzoeksplicht. De verschillende archeologische gebieden zijn door middel van een dubbelbestemming op de verbeelding aangegeven. Op basis van deze dubbelbestemmingen zijn alleen bouwwerken toegestaan die minder bodemverstoring veroorzaken dan de genoemde oppervlaktes en dieptes. Daarnaast is er een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden groter dan de genoemde oppervlaktes en dieptes. Ten aanzien van het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

Rho adviseurs B.V.

blz 22

Figuur 7

106604.03

Een uitsnede van de Archeologische Beleidskaart Texel

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Oosterend Status: Vastgesteld / 19-02-14

106604.03

4.9

blz 23

Cultuurhistorie

Normstelling en beleid De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van bestemmingsplannen, en ook in het kader van de milieueffectrapportage is de cultuurhistorie een mede te onderzoeken aspect. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. De provincie Noord-Holland heeft de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie vastgesteld. De kaart is een geografische uitwerking van de Leidraad landschap en cultuurhistorie - die deel uitmaakt van de verordening - en een herziening van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie geeft onder andere informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten en historische dijken. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan Een deel van het plangebied is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het beschermd dorpsgezicht wordt met dit bestemmingsplan beschermd door middel van een beschermende dubbelbestemming. Verder komen in het plangebied een aantal monumenten voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=5e6bba4b-db68-4ae8-99d0-404fa4216072