Bijlage 1b. Integrale verordening Sociaal Domein Texel-2026 (publieksversie)
Tekst van het document
Wij verstrekken u een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als uw kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en u voor dit kind een vervoersvoorziening krijgt.
Naar inhoudsopgave
24
Begrippenlijst
1. Wij verstrekken aan u, als ouder, voor uw kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: a. het weekendvervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie b. het vakantievervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. 2. De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4 lid 2, onderdeel a.
6.4 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 6.4.1 Vervoersvoorziening [Llv] 1. U kunt als ouder gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is, maar u kunt er in dat geval ook voor kiezen om uw kind zelf te vervoeren. Dan heeft u recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat uw kind naar de basisschool, dan betaalt u de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.4.2). 2. Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a. het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd met het OV b. OV naar school ontbreekt en het kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). 3. Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperken wij de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider. 4. De hoogte van onze vergoeding is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij uw kind past en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 6 Vervoer naar school (leerlingenvervoer) 5. Als u, als ouder, recht heeft op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekken wij deze vergoedingen af van de vergoeding die wij geven. Bij aangepast vervoer brengen wij dan een bedrag bij u in rekening. Dit is de eigen bijdrage. 6. Onze vergoeding voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de Reisregeling binnenland. 7. Als u, als ouder, meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoert, dan verstrekken wij eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland.
25
6.5 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening [Llv] Een vervoersvoorziening gaat in op de door u als ouder aangegeven datum. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop wij de aanvraag hebben ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening zo snel mogelijk na ons het besluit ingaat.
6.4.2 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool [Llv] 1. Als uw jaarinkomen in het peiljaar hoger is dan € 31.500,-, dan trekken wij per kind de kosten voor de eerste zes kilometer met het OV af van jullie vergoeding. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekken wij dit bedrag af van de vergoeding. 2. Wij passen de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en tweede lid, en van de eigen bijdragen in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). Wij volgen daarbij de wijzigingen die de VNG aan ons doorgeeft.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden
26
Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen hebben wij een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij ons een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste extra’s. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de hulp die wij kunnen bieden bij een schuldenprobleem.
Kernwaarden Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ✓ Wij zetten ons in voor het voorkomen van armoede en schulden. ✓ Schulden worden snel gesignaleerd, hulp wordt snel ingezet. ✓ Iedereen doet mee aan de samenleving.
5. Wij zorgen ervoor dat voorzieningen op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden als ze voor een bepaalde periode zijn verstreken.
7.2 Bijzondere bijstand 7.1 Armoedebeleid Hieronder staat waar wij rekening mee houden bij het maken en uitvoeren van beleid om armoede en schulden in onze gemeente te voorkomen en tegen te gaan. 7.1.1 Wat willen wij voor elkaar krijgen? 1. Wij willen dat u, ook als u een laag inkomen en geen goede financiële buffer hebt, uw noodzakelijke bestaanskosten kunt betalen en kunt meedoen aan de samenleving. 2. Wij bieden u, als u moeite heeft om rond te komen of schulden heeft, hulp aan bij het op orde krijgen van uw financiën. Het doel van die hulp is, dat u blijvend een gezonde financiële huishouding krijgt. 3. Wij werken bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. Wij stimuleren voorstellen die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het voorkomen van schulden. 4. Wij zetten ons ervoor in dat u met een inkomen net boven de welstandsnorm voldoende ondersteund wordt.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel voor ons om u financieel te helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee wij rekening houden als wij de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet toepassen. 7.2.1 Vangnet [PW] 1. Wij bieden bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet als u geen beroep kunt doen op uw eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat u met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer: a. extra noodzakelijke uitgaven kunt betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en b. u voldoende mogelijkheden heeft om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. 2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekken wij de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden 3. Wij maken zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van een lening. 4. Wij hebben beleidsregels over bijzondere bijstand. Daarin is geregeld wanneer u in aanmerking komt voor bijzondere bijstand en hoe hoog de bijstand is.
7.3 Studietoeslag [PW] Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Met een studietoeslag krijgen deze studenten een financiële steun in de rug. Het inkomen uit studiefinanciering wordt dan maandelijks aangevuld wanneer er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. De regeling over de studietoeslag staat in artikel 36b van de Participatiewet. Meer informatie staat in het besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021.
7.4 Individuele inkomenstoeslag
27
7.4.2 Hoogte van de toeslag [PW | Gemeentewet] 1. De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. 40% van de norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder bedoeld in artikel 21 sub a van de wet voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder b. 40% van de norm voor een echtpaar bedoeld in artikel 21 sub b van de wet voor een alleenstaande ouder en gehuwden of samenwonenden. 2. Als u gehuwd of samenwonend bent geldt het volgende: als één van de partners geen recht heeft op inkomenstoeslag, krijgt de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Het gaat om situaties, waarbij de partner uitgesloten is van de inkomenstoeslag op grond van artikel 11 en 13, eerste lid, van de Participatiewet. 3. De gezinssituatie op de aanvraagdatum is bepalend voor de hoogte van de toeslag. 4. De inkomenstoeslag wordt eenmalig per 12 maanden uitbetaald.
[PW, Gemeentewet]
7.5 Kindpakket
Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden toegekend en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.
Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar wij ons verantwoordelijk voor voelen. Wij hebben maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze maatregelen worden het Kindpakket genoemd. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor het Kindpakket gelden.
7.4.1 Doelgroep [PW | Gemeentewet]
7.5.1 Doelgroep [PW | Gemeentewet]
1. De inkomenstoeslag wordt verleend als u 21 jaar of ouder bent, maar jonger dan de AOW-leeftijd en u: a. in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hebt gehad dat lager is dan 110% van de welstandsnorm b. geen financiële buffer hebt en c. geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
Het Kindpakket is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen tot 18 jaar, die geen goede financiële buffer hebben en moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de uitkeringsnorm.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden
28
7.5.2 Inhoud Kindpakket [PW | Gemeentewet]
7.6.2 Maatschappelijke activiteiten [Gemeentewet]
Wij stellen de inhoud van het Kindpakket vast. 1. Het Kindpakket bestaat uit: a. een bijdrage voor sport- of cultuuractiviteiten, zoals bijvoorbeeld: schoolreisjes, museumbezoek, sportactiviteiten en een ouderbijdrage voor OSG-leerlingen b. een bijdrage in de kosten voor de aanschaf van een laptop die nodig is voor het volgen van voortgezet onderwijs (OSG-leerlingen) c. een bijdrage in de kosten voor huiswerkondersteuning en andere vormen van hulp rondom school d. een bijdrage in de kosten van zwemlessen voor een A en B-diploma. 2. U kunt het Kindpakket zowel digitaal als schriftelijk bij ons aanvragen.
De bijdrage is bedoeld voor sportieve, culturele en andere maatschappelijke activiteiten.
7.6 Bijdrage voor maatschappelijke activiteiten Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen jaarlijks een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele en andere maatschappelijke activiteiten. Ook abonnementen op kranten of tijdschriften kunnen worden vergoed. . 7.6.1 Doelgroep [Gemeentewet] Als u geen goede financiële buffer hebt en een inkomen dat lager is dan 120% van de uitkeringsnorm, dan krijgt u van ons een bijdrage voor de kosten van maatschappelijke activiteiten.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
7.6.3 Bijdrage [Gemeentewet] 1. Wij vergoeden de feitelijke kosten, maar maximaal € 150 per volwassen gezinslid per kalenderjaar. Het bedrag wordt direct uitbetaald. Voor controle moet u de bonnetjes 12 maanden bewaren. 2. Wij bekijken elk jaar of de maximale bijdrage verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.
7.7 Collectieve zorgverzekering [PW] 1. Wij bieden samen met de gecontracteerde zorgverzekeraar een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering geeft recht op een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen. 2. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die een laag inkomen en geen goede financiële buffer heeft. U heeft in ieder geval een laag inkomen als u een inkomen hebt dat lager is dan 120% van de uitkeringsnorm. 3. Als u meedoet, dan betalen wij voor u maandelijks de aanvullende zorgpremie. U betaalt alleen de basispremie.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden
29
7.8.2 Schuldhulpverlening [Wgs]
7.8 Schuldhulpverlening [Wgs] Wij hebben de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom ons om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die wij toepassen als inwoners om hulp vragen.
Wij zorgen ervoor dat de hulp die u kunt krijgen bij het oplossen van schulden, zo snel mogelijk krijgt.
7.8.1 Samenwerking en toegang [Wgs]
1. Wij informeren u als u hulp kunt krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven. 2. Wij sturen u als u geen hulp kunt krijgen een brief waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.
1. Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. 2. Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om hulp kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. Wij informeren u over de hulp die wij kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. 4. Wij sluiten geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is als u geen geldige verblijfstitel hebt.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
7.8.3 Besluit [Wgs]
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 8 De vorm van hulp
30
Als inwoners hulp van ons kunnen krijgen, moeten wij ook bepalen in welke vorm die hulp dan wordt gegeven. Onze hulp kan in de vorm van geld zijn: in ‘natura’: wij zorgen ervoor dat er hulp wordt ingezet of in de vorm van een dienst (bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning). Het is ook mogelijk dat er een middel wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget, bijvoorbeeld als het gaat om Wmo-hulp of jeugdhulp. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier wij de hulp geven. Ook is geregeld wanneer wij een financiële bijdrage aan u kunnen vragen.
8.2 Hulp in geld
Kernwaarden Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ✓ Wij maken de hulp makkelijk bereikbaar. ✓ Wij bieden passende hulp die zo snel mogelijk wordt ingezet.
8.1 Hulp in natura [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Gemeentewet] 1. Als u hulp van ons krijgt, dan ontvang u deze hulp in natura (een dienst of een middel), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een middel, dan wordt deze in bruikleen, huur of eigendom verstrekt. 2. Wij zien erop toe dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en u informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het middel.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
[Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Gemeentewet | Awb] 1. Als u hulp van ons krijgt, dan ontvang u deze hulp in de vorm van geld als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij uw persoonlijke situatie, dan moet het geld wel worden terugbetaald. 2. Wij zorgen ervoor dat wij de betaling aan u doen binnen 6 weken nadat wij een betalingsbesluit hebben genomen over de betaling. 3. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat u heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen op een andere manier kan worden bereikt. Dan kunnen wij het geld op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon betalen. Bijvoorbeeld een betaling aan een leverancier of een betaling in contant geld, als u geen bankrekening hebt. 4. Wij kunnen beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u moet terugbetalen (vordering) als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. 5. Wij kunnen een besluit nemen om betalingen te doen zonder dat u daar met een brief over wordt geïnformeerd. Wij stellen u dan op een andere geschikte manier op de hoogte van het betalingsbesluit.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 8 De vorm van hulp
31
8.3 Persoonsgebonden budget (pgb) 8.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet | Wmo] 1. In plaats van hulp in natura kunt u een persoonsgebonden budget krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo of de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan. 2. Wij kennen een pgb pas toe als wij vinden dat u (of uw vertegenwoordiger) in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. 3. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers b. het voeren van een pgb-administratie c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie en d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 4. Wij verstrekken geen pgb in de volgende situaties: a. de kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was b. uit het door u ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. 5. U kunt het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. 8.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet | Wmo] 1.
De persoon die hulp geeft mag iemand uit uw sociale netwerk zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden: a. deze persoon hanteert een tarief dat binnen het minimum-en maximumbedrag valt. Het minimumbedrag is het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. Het maximumbedrag
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
is het bedrag dat wij zouden betalen voor hulp die nodig is (hulp in natura-tarief) b. deze persoon heeft met goede argumenten aangegeven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. 2. Hulp door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien. 8.3.3 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet | Wmo] 1. U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp u met het pgb wilt betalen en door wie de hulp wordt gegeven. Wij moeten het plan goedkeuren en zullen daarna het pgb vaststellen. 2. Wij baseren de hoogte van het pgb op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het middel zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. 3. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat middel. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat wij zouden betalen voor de hulp die nodig is (hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag vergoeden wij de meerprijs niet. 4.
Gaat het om een product, dan houden wij bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds-en verzekeringskosten. 5. Als hulp wordt gegeven door iemand uit het sociale netwerk of door een niet professionele hulpverlener, dan is de hoogte van het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. Wij betrekken bij de hoogte van het pgb uw persoonlijke situatie en de werkervaring en deskundigheid van de hulpverlener. 6. Wij stellen de hoogte van het pgb voor professionele hulp voor hulp-op-maat (individueel, groep en logeren), persoonlijke verzorging, behandeling (individueel en
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 8 De vorm van hulp
32
groep), wonen en gezins- en woonvormen en hulp bij het (zelfstandig) wonen vast. Het pgb-tarief voor professionals bedraagt 75% van het laagst geoffreerde tarief op dienstverleningsniveau binnen de aanbesteding van zorg in natura voor de Wmo en Jeugdwet. Het pgb is toereikend voor de aanschaf van het product of dienst bij minimaal 1 passende aanbieder. 8.3.4 Verantwoording pgb [Jeugdwet | Wmo] 1. Wij kunnen u vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor u heeft gehad. Voor dat verslag kunnen wij een formulier verplicht stellen. 2. Als u hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. 8.3.5 Opschorten pgb [Jeugdwet | Wmo] Wij kunnen aan de Sociale Verzekeringsbank vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk stop te zetten totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Wij kunnen dit doen als: a. u onjuiste of onvolledige informatie hebt verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van ons b. u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen, of c. u het pgb niet of voor een ander doel hebt gebruikt.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
8.4 Wat is een eigen bijdrage [Wmo] 1. U betaalt een eigen bijdrage in de kosten van Wmo hulp-op-maat, zolang u gebruikmaakt van de ondersteuning of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. 2. Gaat het om een product, dan betaalt u een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. U betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 4. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. 5. Wij vragen geen bijdrage voor: a. een (douche)rolstoel voor het gebruik in huis en het onderhoud daarvan b. kilometer en- taxivergoeding c. verrijdbare tillift d. verhuiskosten.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente
33
Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop wij als gemeente en u als inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop wij ons moeten gedragen en wat er van u wordt verwacht. Als u rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Als u daar onvoldoende rekening mee houdt, dan kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.
Kernwaarden Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ✓ De gemeente en inwoner komen afspraken na en stellen zich oplossingsgericht op. ✓ De gemeente en de inwoner geven elkaar de informatie die nodig is. ✓ De gemeente ziet de inwoner als volwaardig persoon.
9.1 Hoe gaan we met elkaar om? 9.1.1 De rol van de gemeente [PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Wmo | Jeugdwet | Llv | Wko | Gemeentewet | Awb] 1. Wij zoeken samen met u naar een oplossing voor uw probleem. Samen gaan we daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Wij zorgen voor het volgende: a. voor u is het duidelijk wie er namens ons contact met u onderhoudt. Wij houden het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk b. u heeft, om uw probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek met één van onze medewerkers. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, bij u thuis of ergens anders plaatsvinden c. wij helpen u om uw probleem bij een andere organisatie te bespreken als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie d. onze website voldoet aan erkende kwaliteitseisen e. er zijn eenvoudige aanvraagformulieren voor u beschikbaar als u een uitkering of voorziening nodig hebt en die wilt aanvragen. Het is duidelijk voor u waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
GEMEENTE
INWONERS
f. wij informeren u op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgen ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn g. wij respecteren zoveel mogelijk uw privacy h. wij maken zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al bij ons aanwezig zijn en vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag i. wij wijzen u op beschikbare deskundige hulp. 2. Wij reageren op een professionele manier als u gedrag vertoond dat ontoelaatbaar is. Wij zorgen voor het volgende: a. u wordt op tijd geïnformeerd over: • uw rechten en plichten • wat er van u wordt verwacht • welk gedrag niet deugt • wat de reactie van ons is op gedrag dat niet deugt, en • waarom wij tegen het gedrag optreden b. wij geven u de kans om uw mening te geven vóórdat wij beslissen om op uw gedrag te reageren door een maatregel te nemen c. onze reactie op ontoelaatbaar gedrag past bij: • de ernst van het gedrag • de mate waarin jou dat verweten kan worden, en • uw persoonlijke situatie
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente d. wij sturen u een brief waarin duidelijk vermeld wat wij gaan doen als reactie op het gedrag, wat dit precies voor u betekent en wat u daartegen kan doen. Wij maken ook duidelijk op welke manier u het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en wij eventueel de dienstverlening zullen voortzetten (als die is stopgezet). 9.1.2 De rol van de inwoner [PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Wmo | Jeugdwet | Llv | Wko | Gemeentewet | Awb] 1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen uw mogelijkheden en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende: a. u gaat eerst na welke mogelijkheden uzelf hebt om uw probleem op te lossen b. als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem c. u zorgt ervoor dat onze hulp niet langer duurt dan nodig is. 2. U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier uw probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. u informeert ons zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend b. wij ontvangen alle documenten en bewijsstukken die wij nodig hebben zo snel mogelijk van u c. u doet wat nodig is om onze hulp zo kort mogelijk te laten duren d.
u brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons.
34
9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen 9.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW | IOAW | IOAZ | Awb] 1. Wij verlagen een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij uw houding of uw gedrag. 2. Als wij besluiten tot het verlagen van uw uitkering houden wij rekening met: a. de ernst van uw gedrag b. de mate waarin u het gedrag verweten kan worden, en c. uw persoonlijke situatie. 3. Voordat uw uitkering wordt verlaagd geven wij u de kans om uw mening te geven. U kunt dat doen via e-mail, met een brief, telefonisch of in een persoonlijk gesprek. 9.2.2 Geen verlaging [PW | IOAW | IOAZ | Awb] Wij verlagen de uitkering niet als: a. uw gedrag niet te verwijten is b. als uw gedrag meer dan 1 jaar voor het constateren daarvan door ons heeft plaatsgevonden c. wij daarvoor zeer dringende redenen zien. 9.2.3 Het besluit om de uitkering te verlagen 1. Wij sturen u een brief als uw uitkering wordt verlaagd. In die brief staat in ieder geval: a. waarom de uitkering is verlaagd b. hoe groot de verlaging is c. wanneer de verlaging ingaat d. hoe lang de verlaging duurt, en e. waarom wij afwijken van de hoofdregels, als dat het geval is.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente
35
9.2.4 Ingangsdatum en periode van verlaging [PW | IOAW | IOAZ | Awb]
9.2.7A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling)
De verlaging gaat in met ingang van de datum van toekenning van de uitkering als het gaat om een nieuwe aanvraag en bij een lopende uitkering op de eerste dag van de kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging duurt 1 of meer maanden. Als de uitkering tijdens die periode wordt beëindigd dan kan de verlaging niet volledig worden uitgevoerd. Wij leggen dan het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als u binnen 12 maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.
Gedragingen Participatiewet [PW | Awb]
9.2.5 Berekening verlaging [PW | IOAW | IOAZ | Awb] 1. Uw uitkering wordt verlaagd met een percentage van de uitkeringsnorm. De uitkeringsnorm is de uitkering die u in uw situatie maximaal kunt krijgen. Krijgt u bijstand, dan gaat het om de bijstandsnorm. Krijg u een IOAW- of IOAZ-uitkering, dan is het de grondslag uit de IOAW of IOAZ. Hieronder staat met welk percentage de uitkeringsnorm verlaagd wordt. 2. De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm die geldt in de maand(en), waarin de verlaging wordt toegepast. 9.2.6 Niet nakomen wettelijke (geüniformeerde) arbeidsverplichtingen [PW | Awb] 1. Wij verlagen uw bijstandsuitkering met 100% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand, als u een verplichting uit artikel 18, vierde lid, aanhef en onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h van de Participatiewet niet nakomt. Het gaat om bijzondere verplichtingen in verband met werk. 2. De verlaging kan over 2 maanden worden uitgesmeerd. Dit doen wij alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden. De bijstandsuitkering wordt dan 2 maanden achter elkaar met 50% van de uitkeringsnorm verlaagd.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
1. We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17 tweede lid, 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen: 1. eerste categorie: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie b. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet c. het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. 2. tweede categorie: a. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet b.
het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet c. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen,
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet d. het niet verschijnen op de taaltoets waardoor de toets niet kan worden afgenomen of halverwege beëindigen van de toets e. het niet meewerken aan het inleveren van bewijsstukken voor de taaleis, terwijl redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de stukken geleverd kunnen worden. 3. derde categorie: a. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. 2. Wij verlagen de bijstandsuitkering met: a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie b. 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie c. 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
36
9.2.7B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) Gedraging IOAW en IOAZ [IOAW | IOAZ | Awb] 1. We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen: 1. eerste categorie: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie b. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. 2. tweede categorie: a. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling b.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door ons aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening c. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. 3. derde categorie: a. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen b. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid c. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid d.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. 2. Wij verlagen de IOAW- of IOAZ-uitkering met: a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie b. 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie c. 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
37
9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW | Awb] 1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet, vindt plaats voor een percentage van 100% en gedurende ten hoogste 3 maanden. 2. Deze verlaging wordt toegepast in de gevallen dat u: a. voorliggende voorzieningen (periodiek inkomen of vermogensbestanddelen) had kunnen benutten voor de kosten van levensonderhoud maar deze verwijtbaar niet (hebt) benut b. voorliggende voorzieningen door eigen toedoen niet kunt benutten c. onverantwoord inteert op vermogen en daarmee langer of voor een hoger bedrag een beroep moet doen op een bijstandsuitkering. 9.2.9 Onacceptabel gedrag [PW | IOAW | IOAZ | Awb] 1. Wij verlagen uw uitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De bijstandsuitkering wordt gedurende 1 maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm. 2. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de IOAW of IOAZ uitvoeren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van voornoemde wetten. De IOAWof IOAZ-uitkering wordt gedurende 1 maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente 9.2.10 Niet nakomen van andere verplichtingen [PW | Awb] 1. Wij verlagen uw bijstandsuitkering een maand, als u een opgelegde verplichting uit artikel 55 of 57 van de Participatiewet niet of niet voldoende nakomt. Het gaat om een verplichting die hieronder wordt genoemd. De verlaging is: a. 20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op het krijgen van werk b. 20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt c. 50% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting die is gericht op vermindering van de bijstand d. 100% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting die is gericht op beëindiging van de bijstand. 2. Wij kunnen besluiten de bijstandsuitkering niet te verlagen, als het de eerste keer is dat u de verplichting uit het eerste lid onder a en b, niet nakomt.
38
verlaging opgelegd, voor zover voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd. 4. Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. 9.2.12 Herhaling (recidive) [PW | IOAW | IOAZ | Awb] De duur en hoogte van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd.
9.3 Terugvorderen uitkering 9.2.11 Samenloop van gedragingen [PW | IOAW | IOAZ | Awb] 1. Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit deze paragraaf of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet nakomt, leidt tot één verlaging. De hoogste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan en ook de duur die bij die verlaging hoort. 2. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of -als dat niet mogelijk is na elkaar opgelegd. 3. Als sprake is van 1 gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, wordt geen
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
9.3.1 Terugvordering en incasso [PW | IOAW | IOAZ] Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doen dat volgens de regels van de wet. Wij vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft. 1. Bij een klein bedrag kunnen wij besluiten om dit niet terug te vorderen als dit te veel tijd en geld kost. Wij vorderen een klein bedrag wél terug als er te veel uitkering is betaald, omdat u onvoldoende informatie aan ons hebt gegeven. 2. Bij de incasso zorgen wij ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente 9.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening 9.4.1 Beëindiging voorziening [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv | Wko] 1. Wij kunnen een voorziening geheel of gedeeltelijk beëindigen als dat in de wet of in deze verordening is aangegeven. De voorziening kan in ieder geval worden beëindigd vanaf het moment dat: a. de voorziening niet langer passend of nodig is b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden c. wij niet langer kunnen beoordelen of u in aanmerking komt voor de voorziening, omdat u onvoldoende of onjuiste informatie geeft, of onvoldoende meewerkt aan een onder onderzoek naar het recht op de voorziening d. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld, of f. ons beleid is gewijzigd, en u daarom niet meer in aanmerking komt voor een voorziening. Wij houden dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode. 2. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). Wij trekken dan het toekenningsbesluit in. 3. Wij kunnen een besluit om een pgb toe te kennen intrekken als u het pgb niet binnen 3 maanden na toekenning hebt gebruikt om de voorziening te betalen waarvoor het pgb is bestemd, tenzij: a. wij een langere termijn hebben bepaald, of b.
u niet te verwijten is dat u het pgb niet binnen de termijn hebt gebruikt.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
39
9.4.2 Terugvordering voorziening [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv | Gemeentewet] Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de redenen voor beëindiging die genoemd worden in artikel 9.4.1. Wmo-voorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebt verstrekt.
9.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 9.5.1 Controle [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ] 1. Wij controleren regelmatig of u recht hebt op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening hebt aangevraagd of ontvangt. Wij kunnen daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: één van onze medewerkers gaat bij u langs en kijkt in en om de woning. Wij kunnen een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet b. heimelijke waarnemingen: één van onze medewerkers verzamelt gegevens over u zonder dat u hierover vooraf bent geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek c. bestandsvergelijkingen: wij vergelijken uw gegevens met de gegevens die bekend over u bekend zijn bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten d. signalen en tips van organisaties of particulieren e. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoners en gemeente 4. Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op verzoek van de inwoner onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. Wij gaan ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. 9.5.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ] Wij stellen alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 9.5.3 Beleidsplan handhaving en beleidsverslag [Jeugdwet | Wmo | Wet inburgering 2021 | PW | IOAW | IOAZ | Bbz] 1. De gemeenteraad stelt één keer per vier jaar een beleidsplan vast hoe wij fraudebestrijding aanpakken en ervoor zorgen dat u zich zo goed mogelijk aan de regels houdt. 2. In het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid, staat in ieder geval: a. wat wij precies met fraudepreventie bedoelen b. wanneer en hoe wij u informeren over rechten en plichten (voorlichting) c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet en d. hoe wij samenwerken met andere organisaties om fraude tegen te gaan. 3. Wij stellen na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan handhaving is bedoeld, een beleidsverslag vast.
Daarin beschrijven wij of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
40
9.5.4 Privacy [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ] 1. Wij stellen voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om protocollen voor de inzet van: a. huisbezoeken b. buurtonderzoeken De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt. Wij maken de protocollen openbaar bekend. 2. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. 9.5.5 Toezichthouders [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Awb] Wij wijzen één of meer ambtenaren aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 10 Inspraak en inwonersparticipatie
41
Het beleid dat wij maken en uitvoeren is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een Adviesraad Sociaal Domein is en is de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking.
Kernwaarden Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ✓ Wij zien de inwoners als volwaardige partners. ✓ Wij betrekken inwoners zo vroeg mogelijk bij het maken van beleid. ✓ Wij gaan zorgvuldig, eerlijk en open om met de inwoner.
b. door u te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten c. door samen met u een plan te ontwerpen. 4. Wij kiezen die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. Wij bepalen na overleg met de Adviesraad Sociaal Domein Texel welke vorm de inspraak heeft.
10.1 Inspraak van inwoners
10.2 Hulp van de gemeente bij inspraak
[Jeugdwet | Wmo | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet]
[Jeugdwet | Wmo | Bbz | IOAW | IOAZ | Gemeentewet]
1. Wij kiezen ervoor om u inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Verordening Participatie en uitdaagrecht Gemeente Texel 2023 zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. U kunt inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels b. de manier waarop wij beleid en regels uitvoeren c. de manier waarop onze medewerkers met u omgaan (bejegening) d. de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren. 2. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3. Wij kunnen u op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein Texel
Wij zorgen voor goede inspraak en doen dat op de volgende manier: a. Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft u voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op onze plannen over beleid, regels of de uitvoering daarvan. b. U wordt deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. c. U kunt deelnemen aan ons overleg over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. U krijgt op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
10.3 Adviesraad Sociaal Domein Texel [PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] Wij zetten ons ervoor in dat er een Adviesraad Sociaal Domein is die betrokken wordt bij het opstellen- en uitvoering van beleid. De Adviesraad vormt een afspiegeling van de
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 10 Inspraak en inwonersparticipatie verschillende groepen inwoners voor wie deze verordening iets regelt. Het doel van ons om een Adviesraad Sociaal Domein in te stellen is om jullie inspraak te geven in het beleid, de regels en de uitvoering daarvan. De Adviesraad beoogt door overleg met de doelgroep, meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de dienstverlening en bij de uitvoering van wet en regelgeving. 10.3.1 Samenstelling en werkwijze [PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] 1. De Adviesraad bestaat uit minimaal 7 en maximaal 11 leden, exclusief de voorzitter. 2. De leden zijn inwoners van de gemeente Texel. 3. U kunt geen lid zijn van de Adviesraad als: a. u lid bent van de gemeenteraad, raadscommissie of het college zoals bedoeld in artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet b. u werknemer bent in dienstverband van gemeente Texel c. u werkzaamheden doet waarmee belangenverstrengeling kan plaatsvinden tussen de taken van de Adviesraad en taken van uw werkzaamheden. 4. De leden van de Adviesraad hebben verschillende expertise, deskundigheid en visie en affiniteit met cliëntengroepen binnen het sociaal domein. 10.3.2 Voordracht, benoeming en zittingsperiode leden [PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] 1. De leden van de Adviesraad kunnen kandidaten voordragen. 2.
De leden van de Adviesraad kiezen uit hun midden een voorzitter, een vice-voorzitter, een penningmeester en een secretaris. De functies van de vice-voorzitter en penningmeester kunnen door één dezelfde persoon worden ingevuld. 3. De voorzitter en de leden van de Adviesraad worden door het college benoemd voor een periode van vier jaar. Leden kunnen maximaal twee keer worden herbenoemd. 4. Als een lid voor een periode van zes maanden of langer niet aanwezig is of kan zijn om de vergaderingen van de Adviesraad bij te wonen, benoemen wij op voordracht van de Adviesraad een tijdelijke vervanger.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
42
10.3.3 Werkwijze Adviesraad Sociaal Domein Texel [PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] 1. De Adviesraad vergadert minimaal zes keer per jaar of als dit door ten minste drie leden met opgave van redenen aan de voorzitter wordt gevraagd. Ook het college kan om een vergadering verzoeken voor spoedeisende zaken. 2. De Adviesraad stelt een agenda op en deelt de uitnodiging en de bijbehorende stukken ten minste zeven dagen voor het houden van de vergadering toe. 3. De Adviesraad kan externe deskundigen uitnodigen ter ondersteuning van hun advisering. 4. Inwoners kunnen een vergadering van de Adviesraad bijwonen, behalve als er een zwaarwegende reden is om dit niet te doen. 10.3.4 Taken en bevoegdheden adviesraad Sociaal Domein Texel [PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] 1. De Adviesraad gee advies over plannen voor nieuw beleid van het college of van de gemeenteraad. 2. De Adviesraad kan ongevraagd voorstellen aan ons doen over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. 3. Wij zorgen ervoor dat een plan voor nieuw beleid bij de Adviesraad ligt, minimaal vier weken voordat het college een besluit wil nemen. 4. De Adviesraad bespreekt geen klachten, bezwaarschri en of andere onderwerpen die over individuele personen gaan. 5. De Adviesraad kan zelf regels vaststellen over de manier waarop de raad zijn werk doet.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 10 Inspraak en inwonersparticipatie 10.3.5 Overleg en contactambtenaar [PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] 1. Wij wijzen een contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de Adviesraad. De Adviesraad en de contactambtenaar hebben minimaal 2 keer per jaar overleg. 2. De contactambtenaar ziet erop toe dat het advies van de Adviesraad wordt meegenomen in onze besluitvorming en dat deze geïnformeerd wordt over wat er met het advies is gedaan. 3. Het advies van de Adviesraad wordt door het college overgenomen of gemotiveerd afgewezen. 4. Het college informeert bij de raadsvoorstellen de gemeenteraad over de zienswijze van de Adviesraad op het betreffende raadsvoorstel. 5. Tussen de wethouder Sociaal Domein en de Adviesraad vindt minimaal 1 keer per jaar een overleg plaats, waarvoor beide partijen onderwerpen kunnen agenderen. 6. Wij evalueren elk jaar ten minste één keer met de Adviesraad hoe de samenwerking gaat. De Adviesraad stuurt na afloop van dit overleg een verslag aan het college.
43
10.4 Budget, vergoeding en voorziening [PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] 1. Het college stelt een budget vast voor onkosten van de Adviesraad, op basis van een onderbouwde begroting van de Adviesraad. Deze begroting met bijbehorend werkplan wordt uiterlijk 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar ingediend. 2. De Adviesraad brengt jaarlijks voor 1 april aan het college een verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het afgelopen jaar en van de besteding van het budget over dat jaar. 3. De leden van de Adviesraad ontvangen een vergoeding per bijgewoonde openbare vergadering van de Adviesraad. 4. Wij zorgen ervoor dat de Adviesraad gebruik kan maken van een vergaderruimte en van andere voorzieningen die nodig zijn om de taken goed uit te kunnen voeren.
10.5 Inspraak bij zorgaanbieders en leveranciers [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Bbz | Gemeentewet] 1. Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruikmaken van hun diensten of producten inspraak te geven en daarover regels te maken. Wij bepalen over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. 2. Wij controleren of de zorgaanbieder of leverancier zich houdt aan de regels voor` inspraak.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 11 Aanmerkingen op de uitvoering
44
Wij proberen het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat u het niet eens bent met onze aanpak. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is aangesloten bij onze Klachtenverordening Texel 2025 en de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.
Kernwaarden Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ✓ Wij gaan respectvol om met uw mening.. ✓ Wij zijn betrokken en gaan oplossingsgericht te werk. ✓ Wij hebben de procedure om een klacht in te dienen duidelijk omschreven.
11.1 Doelen en klacht- en bezwaarprocedure Wij zien een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om uw hulpvraag nog eens te onderzoeken b. een middel voor u om uw mening kenbaar te maken c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan u te verbeteren d. een mogelijkheid om de dienstverlening nog eens toe te lichten e. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen, en f. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 1. Als u een klacht of bezwaar hebt ingediend, krijg u de gelegenheid om uw klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Dit gebeurt niet als het voor ons overduidelijk is dat een mondelinge toelichting geen enkele zin heeft. 2. Wij zorgen ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. 3. Wij zorgen ervoor dat u zich gehoord voelt als u een klacht of bezwaar hebt ingediend.
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
11.2 Klachtenfunctionaris gemeente Wij zien een klacht of bezwaar als: 1. Wij hebben een klachtenfunctionaris. U kunt bij deze medewerker een klacht indienen over: a. het gedrag van onze medewerkers en de bejegening van u b. de manier waarop wij meldingen en aanvragen hebben afgehandeld c. de manier waarop wij zelf voorzieningen en diensten hebben uitgevoerd. 2. U moet een klacht zo snel mogelijk bij ons indienen. Wij informeren u hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.
11.3 Klachten over andere personen of organisaties 1. Als u een klacht hebt over het gedrag van een persoon of organisatie die door ons is ingehuurd, moet u uw klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met ons hebben gedeeld. 2. Wij controleren of de klachtenregeling van personen of organisaties die hulp verlenen op grond van een besluit van ons, wordt nageleefd. 3. Als u niet tevreden bent over de manier waarop de klacht door de hulpverlenende persoon of organisatie is afgehandeld, kunt u dit bij ons melden.
Integrale verordening Social Domein Texel 2026
Hoofdstuk 11 Aanmerkingen op de uitvoering 4. Als u geraakt bent door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of organisaties die die hulp verlenen op grond van een besluit van ons, kunt u dit bij ons melden. Wij bepalen hoe die melding wordt behandeld.
11.4 Vertrouwenspersoon 1. Wij zorgen ervoor dat u voor de hulp die u van ons krijgt, een onafhankelijke vertrouwenspersoon kunt spreken. U kunt bij deze vertrouwenspersoon terecht voor een vertrouwelijk gesprek over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen in verband met de geboden hulpverlening. 2. Voor de Jeugdwet geldt: de vertrouwenspersoon kan u op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met onze hulpverlening, de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het Advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).
Naar inhoudsopgave
Begrippenlijst
45
11.5 Bezwaar 1. Als wij een besluit nemen, informeren wij u over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2. Als u het niet eens bent met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de verordening Commissie bezwaarschriften Texel. 3. Nadat wij een bezwaarschrift hebben ontvangen, neemt één van onze medewerkers telefonisch contact met u op om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over ons besluit en informeert bij u naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door ons en kan leiden tot een heroverweging van het besluit.