Bijlage 1 - Ontwerp bestemmingsplan - versie publ
Tekst van het document
Verwerking afval en productie
CO2 en luchtverontreiniging kan met nieuwe technologie op termijn worden verminderd. Hiermee is in voldoende mate aangetoond dat het uitgesloten is, dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn naar aanleiding van voortzetting van het gebruik van het bestaande pand en de gerealiseerde 4 woningen op de betreffende locatie.
26
4.1.1
Bodem en grondwater
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging moet verkennend bodemonderzoek uit worden gevoerd. 4.1.1.1. Verkennend bodemonderzoek locatie ‘Stappeland 2a’ Door Montferland Milieu BV is een ‘verkennend bodemonderzoek’ gedaan. De bevindingen zijn neergelegd een het rapport met projectnummer MM18171 d.d. 20-10-2108. Vastgesteld is dat er geen belemmeringen zijn voor het toekomstig gebruik. De paragraaf 5.2 ‘Conclusies en aanbevelingen’ van het bodemrapport zijn opgenomen in bijlage 1; het integrale rapport is separaat beschikbaar en zal tevens bij de indiening van de aanvraag omgevingsvergunning aan de stukken worden toegevoegd. Bij de digitale levering voor publicatie op ruimtelijkeplannen.nl zal het bodemrapport als separate bijlage worden opgenomen. 4.1.1.2 Aanvullend bodemonderzoek ‘Stappeland 2a’ Naar aanleiding van het advies van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord d.d. 17 juni 2019 is door ‘Montferland Milieu BV te Stokkum een aanvullend bodemonderzoek verricht. De conclusie is dat in de grond(meng)monsters geen stoffen zijn aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof.
De hypothese “De onderzoekslocatie kan als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt verworpen. Bij de digitale levering voor publicatie op ruimtelijkeplannen.nl zal het aanvullend bodemrapport als separate bijlage worden opgenomen. 4.1.1.3 Verkennend bodemonderzoek locatie ‘Pontweg 133’ Door Bodembelang BV is een ‘verkennend bodemonderzoek’ gedaan. De bevindingen zijn neergelegd een het rapport met projectnummer 05-1003466 d.d. 22 mei 2018. Vastgesteld is dat er vanuit milieu hygiënisch oogpunt geen bezwaar bestaat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het onderhavige project. De paragraaf 5 ‘Conclusies en aanbevelingen’ van het bodemrapport zijn opgenomen in bijlage 1; het integrale rapport is separaat beschikbaar en zal bij de indiening van de aanvraag omgevingsvergunning aan de stukken moeten worden toegevoegd. Bij de digitale levering voor publicatie op ruimtelijkeplannen.nl zal het bodemrapport als separate bijlage worden opgenomen.
4.1.2
Watertoets
De watertoetsformulieren voor de betreffende projecten zijn is gedownload en ingevuld, waarna het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in een brief een concept-wateradvies heeft uitgebracht en de noodzaak voor overleg heeft aangegeven. Het ingevulde watertoetsformulier, alsmede het concept-wateradvies zijn weergegeven in bijlage 2. □
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Stappeland 2’ is het volgende van belang:
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) hanteert voor de toename van het verharde oppervlak een grens van 800 m2, waarboven compensatie met wateroppervlak noodzakelijk is.
27 ▪
De verhardingssituatie in de oorspronkelijke toestand was 0. Met het realiseren van de 10 zomerhuizen wordt de totale verharding ca. 1500 m2. Door het vergroten van het wateroppervlak (ca. 3750 m2) wordt dit ruimschoots gecompenseerd. In het voorliggende geval is derhalve geen noodzaak aanwezig voor het zoeken naar compenserend wateroppervlak.
▪
Bij de nieuwbouw zullen geen materialen worden toegepast, welke een verontreinigende werking hebben op hemelwater en/of grondwater. De afvoer van hemelwater vindt plaats op het oppervlaktewater. De zuidelijke sloot blijft als primaire waterloop gehandhaafd en dus onder de verantwoording van het waterschap blijven; de aanvullende waterpartij wordt secundaire/tertiaire waterloop, waarmee het onderhoud bij de initiatiefnemer van het onderhavige project komt te liggen.
▪ ▪
□
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Pontweg 133-135’ is het volgende van belang:
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) hanteert voor de toename van het verharde oppervlak een grens van 800 m2, waarboven compensatie met wateroppervlak noodzakelijk is. ▪ De verhardingssituatie is met de vier gerealiseerde wooneenheden beperkt toegenomen. In het voorliggende geval is derhalve geen noodzaak aanwezig voor het zoeken naar compenserend wateroppervlak. ▪ ▪
Bij de bouw van de 4 wooneenheden zijn geen materialen toegepast, welke een verontreinigende werking hebben op hemelwater en/of grondwater. De afvoer van hemelwater vindt gescheiden plaats ten opzichte van het riool.
4.1.3
Bedrijven en milieuzonering
□
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Stappeland 2a’ is het volgende van belang: De directe omgeving van de te realiseren zomerhuizen betreft diverse bungalowparken zonder bedrijvigheid, die mogelijk onevenredige hinder veroorzaakt en als zodanig afbreuk doet aan een aanvaardbaar woonmilieu. Omgekeerd zal het realiseren van de zomerhuizen geen belemmering betekenen voor de exploitatie van aanwezige bedrijven. Recreatieterreinen met zomerhuizen e.d. worden in de VNG-bedrijvenlijst niet genoemd en overigens worden recreatiewoningen als niet-geluidgevoelige objecten beschouwd. De extra verkeersbewegingen, die de 10 nieuwe zomerhuizen genereren, zijn slechts een fractie van de totale verkeersbewegingen in de omliggende recreatieparken. Op een afstand van ca. 10 meter van de dichtstbijzijnde vakantiewoning is een kartingbaan in een hal aanwezig. De VNG-bedrijvenlijst geeft voor een traditionele kartinghal een richtafstand tot woningen van 50 meter in verband met de geluidsproductie. Er zijn meerdere zomerhuizen die binnen genoemde afstand zijn gelegen; van de onderhavige nieuwe zomerhuizen liggen er 2 binnen genoemde afstand. Bepalend is echter de werkelijke/feitelijke geluidhinder.
In het gebouw zijn voorzieningen t.b.v het gebruik van elektrisch aangedreven karts ( niet milieu-vergunningplichtig) en waarvan aangenomen mag worden, dat daarbij geen sprake is van geluidsproductie of - hinder. Met betrekking tot de benzinepomp c.a. kan worden vastgesteld, dat gezien de afstand (ca. 260 meter) er wederzijds geen belemmeringen bestaan voor de nieuwe recreatiewoningen.
□
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Pontweg 133-135’ is het volgende van belang: De directe omgeving van de toegevoegde wooneenheden betreft landelijk gebied. Direct grenzend aan de zuidelijke perceelgrens is een bedrijfsgebouw aanwezig met de bestemming ‘Bedrijf - vrijkomende agrarische bebouwing’. Het reële gebruik is opslag ten behoeve van een strandbedrijf. Voor dit gebruik is in de Bedrijvenlijst van de VNG voor ‘opslaggebouwen’ een relevante richtafstand gegeven van 10 meter in relatie met ‘gevaar’ en een richtafstand van 30 meter in relatie met ‘geluid’.
28 Aangezien de mogelijkheid bestaat in de betreffende loods een bouwbedrijf te vestigen is eveneens relevant dat voor een bouwbedrijf kleiner dan 2000 m2 een richtafstand van 30 meter geldt inzake ‘stof’ en een richtafstand van 50 meter inzake ‘geluid’. Het opslaggebouw bevindt zich direct naast de zuidelijke vleugel van het Tubantiagebouw op een afstand van ca. 3 meter. De toegevoegde units liggen ten opzichte van de bedrijfsloods achter het gebouw van Tubantia op een afstand van ruim 50 meter. Van de richtafstanden kan gemotiveerd afgeweken worden, wanneer de reële situatie daar aanleiding voor geeft. Opslag van een strandbedrijf is een incidentele activiteit, waarbij van gevaar voor de directe omgeving geen sprake is en de geluidsoverlast zeer beperkt is. In de huidige situatie hebben zich dan ook in dit verband nooit problemen voorgedaan. Het uitvoeren van activiteiten die samenhangen met een bouwbedrijf is niet aan de orde. In het kader van milieuzonering bestaan er geen bezwaren voor de realisering van het voorliggende project.
4.1.4
Wegverkeerslawaai
□
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Stappeland 2a’ is het volgende van belang: De bestemming ‘recreatie - verblijfsrecreatieve terreinen’ betreft een geluidsgevoelige functie, maar de onderhavige zomerhuizen liggen niet een geluidzone van een weg en er zal ter plaatse slechts sprake zijn van uitsluitend bestemmingsverkeer voor de zomerhuizen en de bedrijfswoning. Een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai is niet nodig.
□
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Pontweg 133-135’ is het volgende van belang: Het bestaande gebouw met wooneenheden betreft weliswaar een geluidsgevoelige functie, maar gezien het feit dat het bestaande gebruik wordt voortgezet is een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Met betrekking tot de vier units voor tijdelijke bewoning is door het bureau ‘Integraal Omgevingsadvies’ gekeken naar de gevolgen van het verkeer op de Pontweg voor de geluidsbelasting. Op de gevels van 2 toegevoegde woningen in onderhavig plan (nr. 1 en 2) is sprake van een verhoogde geluidbelasting (> 53 dB); van deze woningen dient de karakteristieke geluidwering van de gevel te worden bepaald en getoetst aan de vereiste waarde. De integrale rapportage zal als separate bijlage worden toegevoegd aan het bestemmingsplan voor de publicatie op ruimtelijkeplannen.nl, alsmede voor de aanvraag van de omgevingsvergunning.
4.2
Verkeersaspecten
□
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Stappeland 2a’ is het volgende van belang: ▪
Verkeersbewegingen
Het voorliggende project voor 10 zomerhuizen genereert slechts een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op de Nikadel. Per zomerhuis moet gerekend worden op slechts enkele verkeersbewegingen per etmaal, in ieder geval minder dan gemiddeld wordt toegerekend aan woningen (5 -7 per etmaal per zomerhuis. Dat is in verhouding met de bestaande intensiteit op deze weg een zeer geringe toename. ▪
Parkeren
Texel heeft d.d. 1 december 2015 de nota ‘Parkeernormen Texel 2015’ vastgesteld. Voor recreatiewoningen is het volgende aangegeven:
29
Voor de onderhavige zomerhuizen is op het geplande parkeerterrein ruimte aanwezig voor 20 parkeerplaatsen (2 plaatsen per woning). Bij de zomerhuizen mag niet geparkeerd worden; slechts het afleveren van de bagage e.d. is bij het zomerhuis toegestaan. Conclusie: □
Het plan voorziet in zijn eigen parkeerbehoefte.
Met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie ‘Pontweg 133-135’ is het volgende van belang:
Verkeersbewegingen Het voorliggende project, waarbij 4 extra wooneenheden zijn gerealiseerd, genereert slechts een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Per wooneenheid moet gerekend worden op 5 à 6 verkeersbewegingen per etmaal en dat is in verhouding met de bestaande intensiteit op de Pontweg een zeer geringe toename. Parkeren Van toepassing is de Nota parkeernormen Texel 2015, vastgesteld 1 december 2015. Hierin is aangegeven, dat voor woningen tot 75 m2 bvo - buiten Den Burg - een norm geldt van 1 parkeerplaats per woning. In het bestaande pand zijn, naast de bedrijfswoning, 26 wooneenheden aanwezig en daarnaast zijn 4 vrijstaande units gerealiseerd. De woningen in het bestaande pand zijn maximaal 37,5 m2 bvo en de units zijn 71,5 m2 bvo. Op het terrein zullen ten minste 31 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Overigens is het parkeren eerder door de gemeente getoetst en als ruim voldoende aangemerkt. Mocht in de toekomst meer parkeergelegenheid noodzakelijk zijn, is op de locatie voldoende ruimte daarvoor aanwezig. Conclusie:
Het plan voorziet in zijn eigen parkeerbehoefte.
afb. 24
31 parkeerplekken bij Tubantia
30
4.3
Luchtkwaliteit
Bij ontwikkelingen is in algemene zin onderzoek nodig naar de bestaande luchtkwaliteit en de effecten, die de realisatie van die ontwikkelingen daarop zal hebben. Op 15 november 2007 is de “Wet Luchtkwaliteit” (Stb.2007,434) in werking getreden en vervangt het “Besluit Luchtkwaliteit 2005”. Deze wet voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘in niet betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3%-grens niet wordt overschreden. De 3%-grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe ‘Wet Luchtkwaliteit’ geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: ▪ er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; ▪ een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit; ▪ een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Zowel het realiseren van 10 zomerhuizen, als het verbouwen van het hotel tot wooneenheden voor tijdelijk verblijf en de aldaar gerealiseerde 4 extra wooneenheden voor dezelfde doelgroep, kan geacht worden te voldoen aan in ieder geval de drie eerstgenoemde voorwaarden. Conclusie Er zijn in het kader van de Wet Luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de realisering van de hier genoemde bouwinitiatieven. 4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op situaties waar een incident met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor mensen - die verder niets met de risicodragende activiteit te maken hebben om het leven kunnen komen. Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi, het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Het betreft opslag, transport van gevaarlijke stoffen over de weg, over water en over het spoor. Via de risicokaart kunnen burgers een beeld krijgen van de risico’s in hun omgeving. De provincie maakt en beheert de risicokaart. Doel van de risicokaart is het geven van een actueel en volledig beeld van de risico’s in de omgeving. 4.4.1
Relevantie voor de ontwikkeling ‘Stappeland 2a’
□
De Risicokaart Noord-Holland
• Inrichtingen Op de risicokaart is op ca 900 m’ het zwembad ‘Zwemparadijs Calluna’ aanwezig. Door deze afstand bestaat er geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling. Bij het brandstoffen-verkooppunt aan de Nikadel wordt geen LPG geleverd.
31
afb. 25 De planlocatie • Transport gevaarlijke stoffen
op een uitsnede uit de risicokaart Noord-Holland
Op de voor de planlocatie relevante wegen vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. • Buisleidingen Er zijn in de omgeving van de planlocatie geen buisleidingen aanwezig. Conclusie Er zijn in het kader van de externe veiligheid geen belemmeringen voor de realisering van het voorliggende bouwinitiatief.
4.4.2
Relevantie voor de ontwikkeling ‘Pontweg 133-135’
□
De Risicokaart Noord-Holland
Op de risicokaart zijn in de directe en wijdere omgeving van de planlocatie geen inrichtingen aangegeven, die gevaarlijke stoffen verwerken of opslaan. De N501 (Pontweg) is geen provinciale weg die is vrijgesteld voor gevaarlijke stoffen. Er zijn in de omgeving geen buisleidingen aanwezig die gevaarlijke stoffen transporteren. Conclusie Er zijn in het kader van de externe veiligheid geen belemmeringen voor de realisering van het voorliggende project met de maatschappelijke voorziening voor bijzondere huisvesting voor urgente woningzoekenden. 4.5
Leidingen
Zowel op de planlocatie ‘Stappeland 2a’, als op de planlocatie ‘Pontweg 133’ zijn geen relevante leidingen aanwezig, die belemmerend zijn voor de beoogde ontwikkeling. 4.6
Erfgoed
Normstelling en beleid De belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ).
32 Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan vanwege de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) een analyse van cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient vanwege voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. □
Toetsing
Cultuurhistorie De provincie wil landschap en cultuurhistorie meer verankeren in de ruimtelijke ontwikkeling. Informatie over landschap en cultuurhistorie is daarom samengebracht in de nieuwe ‘Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie’. De kaart is een geografische uitwerking van de ‘Leidraad landschap en cultuurhistorie’ en een herziening van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie geeft onder andere informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten, archeologische verwachtingen en molens, militaire structuren en historische dijken. Op de kaart worden o.a. de aardkundig waardevolle gebieden en aardkundige monumenten aangegeven, zoals dat ook in de PRV is weergegeven (zie afb. 16 en 18). Daarnaast kunnen op de kaart de aanwezige cultuurhistorische objecten worden opgezocht, maar op de planlocatie is daaromtrent niets aanwezig. Archeologie Relevant is de Archeologische beleidskaart Texel vastgesteld 12 juni 2013. De Archeologische Beleidskaart Texel geeft uitwerking op gemeentelijk beleidsniveau aan de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 in werking is getreden. De Archeologische Beleidskaart Texel is primair een juridisch-planologische vertaling van de archeologische kennis over Texel en geeft dus uitvoering aan de Wamz.
Het doel van de kaart is om het gemeentebestuur te adviseren over waar, wanneer en op welke wijze bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met archeologische waarden en verwachtingen. Hiertoe zijn op de Archeologische Beleidskaart adviesgebieden onderscheiden waaraan voorschriften zijn verbonden. Met de Archeologische Beleidskaart van Texel worden alle betrokkenen bij het planvormingsproces – projectontwikkelaars, burgers en overheden - in staat gesteld om vooraf inzicht te krijgen in de voorwaarden en – procedurele en financiële - consequenties van bodemingrepen. De gemeente is met de Archeologische Beleidskaart beter in staat om het unieke bodemarchief van Texel te behouden. Op de Beleidskaart is de volgende onderverdeling gemaakt: • wettelijk beschermd archeologisch monument (Categorie 1); • gronden met archeologische waarde (Categorie 2). • gronden met een hoge archeologische verwachting (Categorie 3). • gronden met een gematigde archeologische verwachting (Categorie 4). • gronden met een lage archeologische verwachting (Categorie 5). • gronden zonder archeologische verwachting (categorie 6). □
Met betrekking tot de ontwikkeling op locatie ‘Stappeland 2a’ is het volgende van belang:
Op de ‘Gemeentelijke archeologische beleidskaart’ ligt de planlocatie in een gebied dat is aangeduid als gronden met ‘Archeologische waarde’. Categorie 4
33
afb. 26
De archeologische status van het perceel ‘Stappeland 2a’
Voor bouwaanvragen waarbij bodemingrepen, sloop- en/of funderingswerken plaatsvinden, waarbij de bodem minder dan 50 cm onder maaiveld wordt geroerd, dan wel voor bodemingrepen kleiner of gelijk aan 500 m2, is geen nader archeologieonderzoek aan de orde. Met betrekking tot de recreatiewoningen wordt gedacht aan een drijvend caisson als fundering, zodat een toekomstige verplaatsing ( herschikking van de recreatiewoningen) altijd tot de mogelijkheden behoort. Archeologisch onderzoek In verband met de te graven waterpartij is een Archeologisch Bureauonderzoek gedaan door ‘Transect Archeologisch onderzoek - advies’ te Nieuwegein. De bevindingen zijn neergelegd in het ‘Transect-rapport 2069’, projectnummer 19010041 d.d. 19 februari 2019. Het advies luidt: “Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting op archeologische sporen van landgebruik uit de Late-Middeleeuwen. Nederzettingen worden binnen het plangebied niet verwacht. De voorgenomen ingrepen vormen dan ook geen bedreiging voor eventuele archeologische nederzettingen. Geadviseerd wordt om de dubbelbestemming archeologie voor het plangebied op te heffen en geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren”. Paragraaf 10 ‘Conclusies en advies’ is weergegeven in Bijlage 4. □
Met betrekking tot de ontwikkeling op locatie ‘Pontweg 133-135’ is het volgende van belang:
Op de ‘Gemeentelijke archeologische beleidskaart’ ligt de planlocatie in een gebied dat is aangeduid als gronden met ‘Archeologische waarde’. Categorie 5 “Lage archeologische verwachting”. Hieromtrent is de volgende toelichting van toepassing: “De trefkans op archeologische resten is in deze gebieden op landschappelijke gronden, in vergelijking met de overige zones, relatief laag. Het betreft over het algemeen laaggelegen, natte bodems, waar tot nu toe nauwelijks archeologische vondsten zijn gedaan. Hiervoor geldt een hele specifieke archeologische verwachting voor bijvoorbeeld rituele deposities, of relicten die met jacht, visvangst of transport (scheepswrakken) te maken gehad kunnen hebben. De conservering van organisch materiaal (bijvoorbeeld: hout, leer en bot) in deze natte zones is bovendien erg goed. Het probleem van deze vondstcategorieën is echter dat het uiterst geringe vondstdichtheden betreft die qua ruimtelijk beslag zeer klein zijn en zich ook nog eens zeer lastig laten opsporen.
34 Onder deze categorie vallen ook de duinen van Texel. Deze duinen zijn ontstaan na de 12e eeuw en kennen een zeer dynamisch milieu. Het is niet waarschijnlijk dat eventuele resten van jongere bewoning, buiten de bekende dorpskernen, nog onverstoord in de bodem aanwezig zijn”.
afb. 27
De archeologische status van het perceel ‘Pontweg 133-135’
4.7
Natuurwaarden / Habitatrichtlijn-Vogelrichtlijn / Flora en Fauna
•
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Nationaal Natuurnetwerk werd vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De planlocatie is niet gelegen in een Natuurgebied (Natuurnetwerk Nederland of Nationaal Landschap). •
Natura 2000 - gebiedsbescherming
De planlocaties ‘Stappeland 2a’ en ‘Pontweg 133-135’ en omgeving behoren niet tot een speciale beschermingszone op grond van de Habitatrichtlijn, noch op grond van de Vogelrichtlijn. Overigens heeft het plan - gezien de geringe aard en de grote afstand - evenmin extern effect op die zones (externe werking Natura-2000-gebieden). •
Wet natuurbescherming
Vanaf 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de 3 huidige wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er (mogelijk) sprake is van overtreding van de Wet Natuurbescherming . •
Quick-scan Ecologie planlocatie ‘Stappeland 2a’
Door ‘Noordkop Groen’ is een ‘Quick-scan Wet Natuurbescherming Soorten’ opgesteld, d.d. 18 september 2018 met rapportnummer 2018-19. De belangrijkste bevindingen zijn: wat de vogels betreft wordt aanbevolen om de werkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen ( periode tussen 1 maart en half augustus). voor vleermuizen hebben de werkzaamheden ( m.n. vergroting waterpartij) een positieve uitwerking (fourage).
35 -
Habitatrichtlijn-soorten zoogdieren zijn niet waargenomen; voor overige zoogdieren is geen ontheffing noodzakelijk. voor amfibieën en voorkomende – niet zeldzame – libellen en dagvlinders is een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk. er zijn op de planlocatie geen waarnemingen gedaan van beschermde vaatplanten.
Op basis van de bevindingen is er voor de realisatie van recreatiepark ’t Strappeland geen nader onderzoek nodig. De volledige paragraaf 7 ‘Conclusies en aanbevelingen’ is opgenomen in bijlage 3. Het integrale rapport zal als bijlage worden toegevoegd aan de stukken voor de publicatie op ruimtelijkeplannen.nl. •
Quick-scan Ecologie planlocatie ‘Pontweg 133-135’
Het Tubantiagebouw is bestaand en wordt intern verbouwd. Hiervoor is geen quick-scan flora en fauna noodzakelijk. De 4 units t.b.v. tijdelijke bewoning zijn reeds gerealiseerd; ook hiervoor is een quick-scan flora en fauna niet noodzakelijk.
4.8
Duurzaamheidsaspecten
Algemeen Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. Het voorliggende bouwplan zal uitgevoerd worden conform de richtlijnen van het 'Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen'. De Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (vroeger Milieudienst Westfriesland) heeft in dit kader het volgende opgemerkt: “Nieuwbouw biedt kansen voor energiebesparing en –opwekking. Alle inwoners uit Noord-HollandNoord kunnen voor vragen en onafhankelijk advies over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken, maar ook over het nieuwe energielabel voor woningen, terecht bij het Duurzaam Bouwloket. De gemeenten zijn hiervoor een samenwerking aangegaan; zie www.duurzaambouwloket.nl”. Daarnaast wordt door de RUD gewezen op de landelijke ontwikkeling om het gebruik van aardgas voor woningen uit te faseren. Nieuwbouw zal voorzien moeten worden van zeer hoge isolatiewaarden in combinatie met bij voorkeur een lage temperatuur verwarmingssysteem. Ook moet rekening gehouden worden met de mogelijkheden om zelf energie op te wekken d.m.v. zonnepanelen en/of zonneboiler.
Duurzaamheidsbeleid Texel In de toekomstvisie voor Texel, zoals dit in ‘Planet Texel’ is verwoord (zie paragraaf 3.4.1), wordt bij nieuwe ontwikkelingen uitgegaan van woningen die energieneutraal zijn en waarvoor tevens geldt dat zij zelfvoorzienend zijn. Uitgangspunten initiatiefnemer □
Met betrekking tot de ontwikkeling op locatie ‘Stappeland 2a’ is het volgende van belang: Voor de initiatiefnemer is een Nul-Energie-woning uitgangspunt.
□
Met betrekking tot de ontwikkeling op locatie ‘Pontweg 133-135’ is het volgende van belang: Het bestaande gebouw is reeds volledig geschikt voor de tijdelijke huisvesting; er zullen geen aanpassingen of veranderingen plaats vinden. De bijgeplaatste 4 units zijn energieneutraal en verplaatsbaar.
36 5.
Toelichting op de wijze van bestemming
Referenties voor het onderhavige bestemmingsplan is enerzijds het bestemmingsplannen “De Koog”, 2013, zoals dit - samengevoegd met het Reparatieplan De Koog 2015 - is geconsolideerd 7 juli 2016 en anderzijds het bestemmingsplan “Buitengebied Texel 2013”, vastgesteld 12 juni 2013. Het ‘Reparatieplan buitengebied Texel’, vastgesteld 17-10-2018 is op de onderhavige planlocatie niet van toepassing. Voor de locatie ‘Stappeland 2a’ is de gewenste bestemming “Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen”, conform de bestemming van de omliggende recreatieparken. Tevens is de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 4” (art. 30) relevant. De gewenste enkelbestemming voor de locatie ‘Pontweg 133-135’ is “Maatschappelijk – Bijzondere huisvesting voor urgente woningzoekenden”. De systematiek voor nieuwe bestemmingsplannen is voorgeschreven door de SVBP2012 (sinds 1 juli 2013 bindend). De SVBP geeft standaarden voor de opbouw van de regels en de vormgeving van de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Voor de structuur en de bestemmingstitels van het onderhavige plan zijn derhalve de regels de SVBP gevolgd, zoals dit ook in de vigerende bestemmingsplannen is geschied. De bestemmingen In hoofdstuk I zijn de ‘Inleidende regels’ opgenomen: In artikel 1.1. zijn de ‘Begrippen’ opgenomen, waarbij de begrippen van de vigerende bestemmingsplannen leidraad zijn geweest.
Artikel 1.2 ‘Wijze van meten’ betreft de huidige standaardtekst. Hoofdstuk II behandelt de bestemmingsregels. Voor de locatie ‘Stappeland 2a’ betreft dit de enkelbestemming, “Recreatie- Verblijfsrecreatie terreinen”. De mogelijke aanwezige archeologische waarden zijn beschermd door het opnemen van de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 4 De bestemmingen zijn integraal overgenomen uit het bestemmingsplan “De Koog” geconsolideerd 7 juli 2016. Voor de locatie ‘Pontweg 133-15’ betreft dit de enkelbestemming “Maatschappelijk - Bijzondere huisvesting voor urgente woningzoekenden”. In de bestemmingsomschrijving is aangegeven dat het hier woningen betreft voor ‘tijdelijke bewoning’. Bij de begripsomschrijving (1.103) is aangegeven dat tijdelijke bewoning is begrensd tot maximaal 3 jaar. Tevens is bij de begripsomschrijving (1.105) aangegeven wat wordt verstaand onder ‘urgente woningzoekenden’. Aangezien het gebied, waarin de planlocatie is gelegen, is aangegeven met de archeologische waardering Categorie 5, is een dubbel-bestemming ”Waarde - Archeologie” voor deze locatie achterwege gebleven. In hoofdstuk III is bij de ‘Algemene regels’ de opzet van de SVBP 2012 gehanteerd, met de standaard-formulering betreffende de ‘Anti-dubbeltelregel’ en de ‘Algemene bouwregels’. In artikel 9.2.
‘Maximale bouwhoogte’ is aangegeven welke bouwonderdelen deze maximale bouwhoogte mogen overschrijden en met hoeveel. In de ‘Overige regels (art. 10) is aangegeven, dat het gebruik van de gronden alleen is toegestaan indien er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Het ‘overgangsrecht’ is opgenomen in hoofdstuk IV ‘Overgangs- en slotregels’. Ook dit betreffende de standaardregels.
37 6.
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Het voorliggende project betreft het uitbreiden van een bestaande bedrijfswoning aan de achterzijde. ▫ Economische uitvoerbaarheid Het voorgenomen ontwikkelingen zijn initiatieven van Stappeland BV, Stappeland 2a, 1796 BS De Koog en de Stichting Woontij, Thijsselaan 2, 1797 VH Den Burg, beide gemeente Texel. De kosten voor de ontwikkeling van het inrichtingsplan en de te realiseren zomerhuizen op de locatie ‘Stappeland 2a’ zijn voor rekening van Stappeland BV. Indien er zich binnen het bestemmingvlak “Recreatie- Verblijfsrecreatie terreinen” nog snippers grond bevinden die eigendom zijn van de gemeente, zal de initiatiefnemer dit in goed overleg met de gemeente compenseren.. De kosten met betrekking tot het eventueel nog nader geschikt maken van het bestaande pand Tubantia voor de tijdelijke bewoning, alsmede de afronding van de inrichting van het terrein, zijn voor rekening van de Stichting Woontij. Anterieure overeenkomst c.a. De gemeente is conform de grondexploitatiewet verplicht om haar kosten op de grondeigenaar te verhalen, wanneer deze grondeigenaar een zgn.
‘bouwplan’ (zoals aangeduid in art, 6.2.1 Bro) wil realiseren en wanneer voor de goedkeuring van dit bouwplan een wijziging van een ‘ruimtelijk besluit’ (bestemmingsplan) nodig is. Dit bestemmingsplan is uitvoeringsgericht. In de verkoopovereenkomst worden de door de gemeente te maken plankosten op basis van de opgestelde plankosten-scan verhaald op de ontwikkelaars. Met de initiatiefnemers zijn een vaststellingsovereenkomst en een planschade-overeenkomst gesloten. ▫ Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg In het kader van het in artikel 10 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) voorgeschreven overleg, is het voorontwerp van het bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties en belangengroeperingen: Provincie Noord-Holland Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Archeologie West-Friesland Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland-Noord Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland-Noord is een overlegreactie in de vorm van het advies van 17 juni 2019 ontvangen. Van de overige instanties zijn geen overlegreacties ontvangen, zodat kan worden aangenomen dat zij geen aanleiding hebben voor het maken van opmerkingen. ▪ ▪ ▪
▪
De RUD heeft aangegeven dat moeten worden ingegaan op de aanwezigheid van de benzinepomp annex fietsenverhuur. De tekst hieromtrent is aangescherpt. Vervolgens was de vraag naar de geluidsbelasting voor de locatie Stappeland 2A. Dit betreft een bedrijfswoning en is onderdeel van de nieuwe ontwikkeling. Nader onderzoek naar de geluidsbelasting in relatie met de omliggende bedrijvigheid is daarvoor niet aan de orde. Inzake de vraag naar nader onderzoek naar de functie van de schuur nabij de locatie van Tubantia is het volgende van belang: In de feitelijke situatie is het gebruik opslag voor een strandtent. De feitelijke hinder is te verwaarlozen. Over de mogelijkheid van een eventueel andere functie in de nabije toekomst wordt overleg gevoerd met de gemeente. Met betrekking tot het aanvullende bodemonderzoek op de locatie Stappeland kan vermeld worden dat dit heeft plaatsgevonden en is verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan. Bd. 23-12-2019
1
BIJLAGE 1 Bodemonderzoeken -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Paragraaf 5.2 uit het Verkennend bodemonderzoek Stappeland 2a
2
Paragraaf 5 uit het Verkennend bodemonderzoek Pontweg 133
1
BIJLAGE 2 Watertoetsformulier en brief Hoogheemraadschap --------------------------------------------------------------------------------------------------------
2
3
4
1
BIJLAGE 3 Paragraaf 7 ‘Conclusies en aanbevelingen’ uit Quick-scan Ecologie Stappeland 2a ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2
1
BIJLAGE 4 Paragraaf 10 ‘Conclusies en advies’ uit het Archeologisch Bureauonderzoek: Transect-rapport 2069. projectnummer 19010041
2018 Verkennend bodemonderzoek Stappeland 2A te De Koog
A. Ellmann Montferland Milieu B.V. 20-10-2018
Montferland Milieu B.V. Lindestraat 11 7039 AW Stokkum (Gld) Tel: 0314-640414
TITELBLAD
Projectnaam Projectnummer
Stappeland 2A te De Koog MM18171
Opdrachtgever Adres Postcode en plaats
Aanleiding
Versienummer
1796 BS De Koog
Bestemmingswijziging
1
Status
Definitief
Datum
20-10-2018
Plaats
Stokkum
Opsteller Paraaf
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................... 3 1.1
Achtergrond .......................................................................................................................................... 3
1.2
Kwaliteit ................................................................................................................................................ 3
1.3
Betrouwbaarheid .................................................................................................................................. 3
1.4
Onafhankelijkheid ................................................................................................................................. 3
1.5
Leeswijzer ............................................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ......................................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................................... 4
2.2
Huidige situatie ..................................................................................................................................... 4
2.3
Historie ................................................................................................................................................. 5
2.4
Asbest ................................................................................................................................................... 6
2.5
Voorgaande onderzoeken .................................................................................................................... 6
2.6
Geohydrologie ...................................................................................................................................... 6
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ............................................................................................................. 7 3.1
Hypothese ............................................................................................................................................. 7
3.2
Onderzoeksopzet .................................................................................................................................. 7
4.
RESULTATEN .................................................................................................................................................. 8 4.1
Uitvoering veldwerk.............................................................................................................................. 8
4.2
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses ...................................................................... 8
4.3
Interpretatie analyseresultaten ............................................................................................................ 9
5.
CONCLUSIE .................................................................................................................................................... 9 5.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 10
5.2
Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................... 10
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorprofielen Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingkader
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Stappeland 6A te De Koog (gemeente Texel). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingswijziging. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er een grond- of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRLSIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters) en 2002 (nemen van grondwatermonsters). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins te Barneveld. 1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm 5740 (NEN 5740). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm 5725 (NEN 5725). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
1.4 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 10. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door een erkende medewerker, de hee 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
MM18171
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 9 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de opdrachtgever informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl informatie uit het gemeentelijk informatiesysteem locatie inspectie 2.2 Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Stappeland 6A te De Koog (gemeente Texel). De locatie is kadastraal bekend als gemeente TEL00, sectie T, nummer 3148 en 3149. De totale onderzoekslocatie heeft een 2 oppervlakte van circa 10.094 m . In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen aan de rand van het centrum van De Koog. De onderzoekslocatie bestaat in de huidige situatie uit een woonperceel, er bevindt zich een woning en bijgebouw op het perceel. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen. Het terrein is onverhard en niet opgehoogd.
Figuur 1: Overzichtsfoto
MM18171
4
2.3 Historie Informatie van de gemeente/omgevingsdienst Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat het perceel vanaf 1997 bebouwd is geraakt. Tevens is te zien dat er een gedempte watergang en vijver aanwezig is.
Figuur 2: Historische kaart (1950)
Figuur 3: Historische kaart (1990)
Figuur 4: Historische kaart (2000)
Figuur 5: Historische kaart (2015)
Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten van het perceel bekend zijn.
Figuur 6: Weergave bodemloket.nl
MM18171
5
2.4 Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Tijdensde visuele inspectie zijn er geen aanwijzingen aangetroffen dat de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest. Derhalve is de locatie onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.
Figuur 7: Overzichtsfoto
Figuur 8: Overzichtsfoto
2.5 Voorgaande onderzoeken In 1994 is door B&M Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: T94013. Destijds werden er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan EOX aangetoond. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met fenolen. 2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 1,3 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,3 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,0 m-mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordwestelijk is gericht. Het grondwater is voor zover bekend niet onderhevig aan invloeden van buitenaf.
MM18171
6
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET
3.1 Hypothese De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. 3.2 Onderzoeksopzet In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal boringen (excl. peilbuizen) Aantal peilbuizen Analyses grond Analyses water 15 tot ± 0,5 m-mv 2 5 AS3000-pakket grond 2 AS3000-pakket grondwater 4 tot ± 2,0 m-mv AS3000-pakket grond: Lutum en organische stof Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) PCB's Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen Minerale olie (C10-40) AS3000-pakket grondwater: Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) Minerale olie (C10-40)
MM18171
7
4.
RESULTATEN
4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 28-09-2018 en op 05-10-2018 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de vaste bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De bovengrond bestaat overwegend uit donkerbruin, zeer fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit neutraal bruin beige, zeer fijn zand. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 01 02
Filterstelling (m-mv) 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50
Grondwaterstand (m-mv) 0,97 0,91
Zuurgraad (pH) 7.11 6.69
Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 1020 1100
Troebelheid (NTU) 10 8
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.2 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Grond(meng)monster(s) MM01 MM02 MM03 MM04 MM05 Grondwatermonster(s) 01 02
Samenstelling 01, 03, 17, 18, 19, 20, 21 04, 05, 07, 08, 09, 10, 11 02, 06, 12, 13, 15, 16 02, 05, 06 01, 03, 04
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00
Analyse AS3000-pakket grond AS3000-pakket grond AS3000-pakket grond AS3000-pakket grond AS3000-pakket grond
01-1-1 02-1-1
1,50 - 2,50 1,50 - 2,50
AS3000-pakket grondwater AS3000-pakket grondwater
Motivatie: MM01 t/m MM03 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond. MM04 en MM05 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond.
MM18171
8
4.3 Interpretatie analyseresultaten In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 6 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 7. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stofen lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grond Traject (m-mv) Gehalte > AW/S (meng)monster(s) MM01 0,00 - 0,50 MM02 0,00 - 0,50 Kwik, Lood MM03 0,00 - 0,50 Kwik MM04 0,50 - 1,00 MM05 0,50 - 1,00 Grondwatermonster(s) 01-1-1 1,50 - 2,50 02-1-1 1,50 - 2,50 Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventieaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens
Gehalte > T
Gehalte > I
Indicatie BBK
-
-
AW Industrie Wonen AW AW
-
N.v.t. N.v.t. Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar
Toelichting: In de grond(meng)monsters en het grondwater zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Kwik is het enige metaal dat vloeibaar is bij kamertemperatuur. Het komt nauwelijks in vrije vorm in de natuur voor en wordt vooral gewonnen uit ertsen. Het is een zware, zilverwitte vloeistof. Het kan warmte niet erg goed geleiden in vergelijking met andere metalen maar het is wel een geleider van elektriciteit. Kwik vormt legeringen met vele metalen, zoals goud, zilver en tin. Deze legeringen heten amalgamen. Het vormen van een kwikgoud legering wordt gebruikt voor de winning van goud uit ertsen. Metaalkwik wordt in een aantal huishoudelijke producten gebruikt, zoals barometers, thermometers en fluorescerende lampen. Het kwik in deze apparaten zit meestal klem en kan dan geen schade aan de gezondheid toebrengen. Wanneer een thermometer breekt, kan men echter voor een korte tijd blootgesteld worden aan een hoge dosis kwik dat verdampt. Lood in de stedelijke bodems is het vooral het lood uit stadsafval dat de verontreiniging veroorzaakt. Het gaat dan om met loodglazuur afgewerkt aardwerk, bouwmateriaalresten (zoals loodslabben), metaalslakken, loodhoudende verfresten en steenkoolassen uit kolenkachels.
MM18171
9
5.
CONCLUSIE
5.1 Algemeen In opdracht van eeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Stappeland 6A te De Koog (gemeente Texel). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingswijziging. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. In het grondwater zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. De hypothese “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt grotendeels aangenomen. Opmerking: Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen.
Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
MM18171
10
BIJLAGE 1: Topografische kaart
Topografische kaart
A4
Bodemonderzoek: Stappeland 2A te De Koog
SCHAAL:1:50.000
PROJECTNUMMER: MM18171
GETEKEND: AEL DATUM: 20-10-2018 BIJLAGE: 1
BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens
Kadastrale kaart
Kadastraal object Kadastrale gemeente:
TEL00
Sectie:
T
Perceel:
3148 + 3149
A4
Bodemonderzoek: Stappeland 2A te De Koog
SCHAAL: 1:1.000
PROJECTNUMMER: MM18171
GETEKEND: AEL DATUM: 20-10-2018 BIJLAGE: 2
BIJLAGE 3: Situatietekening met monsternamepunten
0
15
30
45
60
75 m
Legenda Bebouwing Locatiegrens Vml. vijver Vml. watergang Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 1,0 m -mv Peilbuis
Situatietekening met monsternamepunten
A4
Bodemonderzoek: Stappeland 2A te De Koog
SCHAAL: 1:750
PROJECTNUMMER: MM18171
GETEKEND: AEL DATUM:20-10-2018 BIJLAGE: 3
BIJLAGE 4: Boorprofielen
01
1
0 1
50
04
gras, m aaiveld
0
gras, m aaiveld
0
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1
50
50
-50
2 -70 3 100
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
100
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
2
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
100 -100
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, zuigerboor 150
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
150
05
200
gras, m aaiveld
0 250
0
250
1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
-50 2
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
100
02
1
gras, m aaiveld
0
0 1
50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
06
-50 2
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
gravel, m aaiveld
0
0
ow: geen, edelm an 100
100
-100
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, zuigerboor
1 50
-2
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an -10
150
150 2 100
-70
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
200
250
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
250
07
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
gras, m aaiveld
0
0 1
03
50
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
-50 2
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
100
08
gras, m aaiveld
0
0 1
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
St a p p e la n d 2 A t e D e Koog MM18171 2 0 -1 0 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 1 va n 4
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
09
15
gras, m aaiveld
0
0 1
gras, m aaiveld
0
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1
50
-40
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
10
16
gras, m aaiveld
0
0 1
gras, m aaiveld
0
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1
50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
11
17
gras, m aaiveld
0
0 1
t egel, m aaiveld
0
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
-5 1
50
50
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an -20
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
12
18
gras, m aaiveld
0
0 1
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
gras, m aaiveld
0 1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
13
19
gras, m aaiveld
0
0 1
-40
50
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
gras, m aaiveld
0
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an 50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
14
20
gravel, m aaiveld
0
0
gras, m aaiveld
0
0
ow: geen, edelm an 1 50
-5
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er A. Ellm a n n
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
1
St a p p e la n d 2 A t e D e Koog MM18171 2 0 -1 0 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 2 va n 4
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
21
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 9 -2 0 1 8 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
St a p p e la n d 2 A t e D e Koog MM18171 2 0 -1 0 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 3 va n 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE ( OW )
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT ( GI)
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
Grind, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
Zand, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
Leem , silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
Klei, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
Veen, hum eus (V,h)
Slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
Bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
Wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = Phot o Ionisat ie Det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
BIJLAGE 5: Analysecertificaten grond
Analysecertificaat Datum: 08-Oct-2018
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2018143707/1 MM18171 Stappeland 2A te De Koog 02-Oct-2018
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.