CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerp bestemmingsplan Den Hoorn Naalrand

Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente TexelBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Den Hoorn - Naalrand (locatie voormalige Drijverschool)26.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Overige (broed)vogelsoorten Naast de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. De nesten van deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. Het plangebied biedt mogelijkheden voor bepaalde soorten broedvogels. Zo kan het oude houtduifnest opnieuw door deze soort in gebruik genomen worden, en kunnen soorten als spreeuw tot broeden komen onder de gegolfde dakpannen van de voormalige school. Hiernaast kunnen overige soorten zangvogels tot broeden komen in bramenstruiken verdeeld over het plangebied. 

Binnen en vlak buiten het plangebied, maar binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen (algemene) vogels tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces (grofweg 15 maart - 15 juli).

10

Zoogdieren Vleermuizen Verblijfplaatsen Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In bomen verblijven vleermuizen vaak in oude spechtengaten of gaten die binnenin een boom zijn doorgerot als het gevolg van bijvoorbeeld het afbreken van takken. De bomen binnen en vlak buiten het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van voor vleermuizen geschikte boomholten. Ten tijde van het veldbezoek zijn slechts enkele boomholten aangetroffen, waarvan geen geschikt bevonden zijn voor vleermuizen. De boomholten liepen niet voldoende door binnen een boom, of liepen in de verkeerde richting, waardoor deze geen beschutting tegen neerslag bieden. Vrijwel alle ruimten in de daklaag van de voormalige school welke ook voor huismus en gierzwaluw geschikt bevonden zijn, zijn ook geschikt als (doorgangen tot) verblijfplaatsen van vleermuizen. Hiernaast zijn in de muren spouwgaten aangetroffen. Hoewel dit slechts zeer kleine openingen zijn, zijn deze groot genoeg bevonden voor soorten als gewone dwergvleermuis. Hiernaast is aan de zuidzijde van het gebouw een gat in de muur aangetroffen, waardoor de spouwmuur duidelijk zichtbaar en derhalve ook toegankelijk was voor vleermuizen. Het kan tevens niet op voorhand worden uitgesloten dat deze spouwmuur ook voor vleermuizen toegankelijk is via de onderste rij dakpannen.

Naast in het hoofdgebouw werden ook in een oostelijk gelegen schuur ruimten aangetroffen welke toegankelijk zijn voor vleermuizen. Zo is er een ruimte aangetroffen tussen de buitenmuur van baksteen, en hierover aangebrachte houten planken boven de deuren. Ook tussen en onder dakpannen van deze schuur zijn voor vleermuizen geschikte ruimten aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen school en de naastgelegen schuur kan op basis hiervan niet op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.5. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten.

11

Foerageergebieden en vliegroutes Naast verblijfplaatsen kunnen ook foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen bescherming genieten onder de Wet natuurbescherming, wanneer deze van essentieel belang zijn voor de instandhouding van lokale populaties. Dergelijke essentiële foerageergebieden en vliegroutes worden doorgaans gevormd door bossen, bosschages, waterlichamen en lijnvormige landschapselementen, zoals watergangen, huizenrijen en bomenlanen. De bosschage, boomrijen en de te slopen bouwwerken binnen het plangebied vormen mogelijk (onderdeel van) een vliegroute richting het duingebied van Texel en foerageergebied van verschillende soorten vleermuizen uit de omgeving hiervan. De omgeving van het plangebied biedt echter diverse alternatieve foerageergebieden en vliegroutes in de vorm van vergelijkbare boomrijke percelen, boom- en huizenrijen, welke tevens een verbinding vormen met het duingebied van Texel. Het plangebied vormt hierdoor geen essentiële vliegroute, noch een essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten hierop kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten.  

De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen school en de oostelijk hiervan gelegen schuur kan niet op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Overige zoogdieren Het plangebied is tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van (geschikt habitat van) overige beschermde soorten zoogdieren. Waterspitsmuis De waterspitsmuis is een soort welke voorkomt in waterrijke omgevingen (open landschap) met voldoende en geschikte dekking, zoals rietkragen en vergelijkbare oevervegetatiestructuren. Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van waterspitsmuizen bekend (bron: NDFF). Deze waarnemingen zijn echter vrijwel allemaal afkomstig uit de duingebieden ten westen en zuiden van het plangebied. Op de zuidelijke en westelijke grenzen van het plangebied lopen sloten. Binnen het planvoornemen wordt een gedeelte van deze sloten verbreedt. De vegetatiestructuur op de overs van deze sloten is ten tijde van het veldbezoek ongeschikt bevonden voor de waterspitsmuis. Aan één zijde is er sprake van intensief beheer van de oevers en aan de andere kant grenzen de sloten aan de boomrijen en de bosschage binnen het plangebied. Hierdoor is in zeer schaarse mate sprake van dekkende oevervegetatie, zoals riet. Op basis hiervan is het naar ons inzicht niet realistisch om binnen dit plangebied rekening te houden met de waterspitsmuis.

Noordse woelmuis De Noordse woelmuis is net als waterspitsmuis een soort die op het vasteland voorkomt in waterrijke omgevingen (open landschap) met voldoende en geschikte dekking, zoals ontwikkelde oevervegetatie, bijvoorbeeld in de vorm van rietkragen. Vooral belangrijk is dat er geen andere woelmuizen, zoals de aardmuis in het gebied voorkomen, welke de Noordse woelmuis vrijwel altijd wegconcurreren. Op Texel is in vergelijking met het vaste land in zeer kleine mate sprake van de aanwezigheid van andere soorten woelmuizen. Dit heeft ervoor gezorgd dat de Noordse woelmuis vrijwel over het gehele eiland voorkomt. Ook drogere en hoger gelegen delen van Texel zijn door deze soort gekoloniseerd.

12

Zo zijn er ook uit vrijwel elk gedeelte van het eiland, waaronder uit de omgeving van het plangebied, waarnemingen van de Noordse woelmuis bekend (figuur 2.6).

Figuur 2.6. Uit de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van Noordse woelmuizen (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

Binnen het plangebied is sprake van hogere, boomrijke vegetatiestructuur. Op basis hiervan in combinatie met het verspreidingsbeeld kan de aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten. Hermelijn Op Texel komt slechts één marterachtige voor; de hermelijn. Van de overige kleine marterachtigen wezel en bunzing zijn geen waarnemingen bekend uit Texel. Ook van grotere marterachtigen, zoals steenmarter en boommarter zijn alleen waarnemingen van verkeerslachtoffers (waarschijnlijk verstekelingen) en aangespoelde exemplaren bekend. Hermelijn is een soort welke voornamelijk van reeds bestaande holten van bijvoorbeeld konijn en mol gebruik maakt. Vaak worden groenstroken en bosschages gebruikt als looproute en / of verblijfplaatsen door deze soort. Van de hermelijn zijn vrijwel alleen uit de westzijde van Texel waarnemingen bekend. De dichtstbijzijnde waarnemingen ten opzichte van het plangebied komen uit de duingebieden in westelijke en zuidelijke richting hiervan (figuur 2.7). Gezien de nabijheid van Den Hoorn ten opzichte van deze duingebieden is het voor de hand liggend dat ook in de bosschage en de boomrijen binnen het plangebied verblijfplaatsen van hermelijn voor kunnen komen. Op basis hiervan kan de aanwezigheid van leefgebied van hermelijn binnen het plangebied naar ons inzicht op voorhand niet worden uitgesloten.

13

Figuur 2.7. Waarnemingen van hermelijn (groene stippen) uit de duingebieden ten westen en zuiden van het plangebied (rood omlijnd) (bron: NDFF).

De aanwezigheid van andere beschermde zoogdiersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens en habitateigenschappen. Hiernaast zijn soorten als egel in de Provincie Noord-Holland vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I).   

De aanwezigheid van waterspitsmuis, Noordse woelmuis en hermelijn binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van overige beschermde zoogdiersoorten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan wel op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied kunnen wel andere licht beschermde soorten voorkomen. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).

Reptielen Op Texel zijn geen populaties beschermde reptielen bekend. De aanwezigheid van beschermde reptielen binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. 

De aanwezigheid van beschermde reptielen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.

14

Amfibieën Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor beschermde amfibieën. Uit een bureaustudie is gebleken dat het plangebied zich buiten het verspreidingsgebied van de meeste in Nederland beschermde amfibieënsoorten als knoflookpad en vroedmeesterpad bevindt (bron: NDFF). Uitzonderingen hierop worden gevormd door poelkikker, heikikker en rugstreeppad. Poelkikker Uit de directe omgeving van het plangebied is een enkele populatie poelkikkers bekend uit een poel in zuidelijke richting van het plangebied (figuur 2.8). Dit betreft een populatie van rond de 20 individuen. Voorplantingswater van de poelkikker wordt voornamelijk gekenmerkt door een geschikte dekkingsvegetatiestructuur, een on-beschaduwde, snel opwarmende en gebufferde waterpartij en voedselarme omstandigheden. De sloten langs het plangebied voldoen naar ons inzicht niet aan deze omstandigheden. De aanwezigheid van voortplantingswater van de poelkikker binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.8. Uit een poel ten zuiden van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van poelkikkers (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

Negatieve effecten op landhabitat van poelkikker als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen naar ons inzicht ook op voorhand worden uitgesloten. Landhabitat van poelkikker wordt voornamelijk gevormd door bestaande holen, zoals muizenholen en ruimten onder boomstronken, bijvoorbeeld in bosschages en groenstroken. Hoewel de bosschage en de boomrijen binnen het plangebied in potentie geschikt zijn als landhabitat voor de poelkikker, bevindt de bekende populatie ten zuiden van het plangebied zich direct naast de boomrijke gronden van camping Loodsmansduin. Door de korte afstand tussen de betreffende poel en de diverse bosschages en groenstroken op deze campinggronden is het zeer voor de hand liggend dat poelkikkers hier zullen overwinteren. Gebruik van het plangebied door de poelkikkers is dusdanig onwaarschijnlijk dat we het niet realistisch achten om hier rekening mee te houden voor de voortgang van dit project.

15

Heikikker Op Texel is sprake van een grote populatie heikikkers, welke in bijna elk deel van het eiland voorkomen. Ten opzichte van het plangebied komt het gros van de nabije waarnemingen uit de duingebieden ten westen en ten zuiden hiervan (figuur 2.9). Heikikker is een vennensoort bij uitstek en komt slechts incidenteel voor in sloten in intensief beheerde gebieden. Gezien de voor heikikkers ongeschikte vegetatiestructuur in de sloten langs het plangebied, kan de aanwezigheid van voortplantingswater van heikikker naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.9. Uit de duinen ten westen en ten zuiden van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van heikikkers (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

Ook de aanwezigheid van landhabitat van de heikikker binnen het plangebied kan naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten. Landhabitat wordt, net als voor poelkikker, voornamelijk gevormd door opkomende vegetatiestructuren, zoals bosschages, struwelen en groenstroken. Hoewel hier binnen het plangebied sprake van is, beschikt heikikker over een relatief korte dispersieafstand en achten wij het niet realistisch dat individuen uit de duinen zich naar het plangebied zullen verplaatsen om hier te overwinteren. Landhabitat van deze individuen zal zich vooral binnen dezelfde duingebieden bevinden. Rugstreeppad De rugstreeppad is een soort welke op alle Waddeneilanden zeer algemeen voorkomt. Ook op Texel is sprake van een zeer uitgebreide populatie welke op vrijwel alle delen van het eiland voorkomt, maar zich vooral concentreert in de duingebieden. Ook uit de directe omgeving van het plangebied en uit de bebouwde kom van Den Hoorn zijn waarnemingen van rugstreeppadden bekend (figuur 2.10).

16

Hoewel de sloten zeker niet optimaal te noemen zijn als voortplantingswater voor de rugstreeppad op basis van de afwezigheid van een dekkende vegetatiestructuur, zijn de Waddeneilanden dusdanig dicht bevolkt door deze soort, dat vrijwel elk waterlichaam (deels) als voortplantingswater gebruikt kan worden. Hoewel de sloten langs het plangebied niet worden gedempt, kunnen de voorgenomen werkzaamheden wel gepaard gaan met negatieve effecten hierop, bijvoorbeeld als binnen de kwetsbare periode van rugstreeppad in de oevers van de sloten wordt gegraven. Indien hier sprake van is, kunnen negatieve effecten op voortplantingswater van rugstreeppad naar ons inzien niet op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.10. Uit de directe omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn (recente) waarnemingen van rugstreeppadden (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

Landhabitat van de rugstreeppad bestaat doorgaans uit losse, zanderige grond waar de soort zich goed kan ingraven, tot soms wel een meter diep. Ook minder losse grond kan door deze soort gebruikt worden als landhabitat. Zo worden ook bestaande muizenholen door deze soort gebruikt als landhabitat (bron: Kennisdocument rugstreeppad). Hoewel binnen het plangebied geen losse zanderige grond is aangetroffen, kan het naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten dat rugstreeppad binnen het plangebied overwinterd, bijvoorbeeld in oude muizenholen, gezien de dichte bevolking van de omgeving van het plangebied door deze soort. De aanwezigheid van landhabitat van deze soort binnen het plangebied kan derhalve naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten. Binnen het plangebied kunnen andere, lichter beschermde amfibieën voorkomen. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I).

17

 

De aanwezigheid van voortplantingswater en landhabitat van rugstreeppad binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan niet op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van zowel voortplantingswater als landhabitat van heikikker en poelkikker binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan wel op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van voortplantingswater en landhabitat van andere beschermde soorten amfibieën binnen het plangebied kan tevens op voorhand worden uitgesloten. Voor andere, licht beschermde, vrijgestelde soorten geldt de zorgplicht (zie Bijlage I).

Vissen Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor de in Nederland voorkomende groep beschermde zoetwatervissen. De enige beschermde zoetwatervis welke redelijkerwijs in de sloten binnen het plangebied voor kan komen is de grote modderkruiper. Op Texel zijn echter geen waarnemingen van grote modderkruiper bekend. De aanwezigheid hiervan binnen het plangebied kan derhalve naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten. 

De aanwezigheid van beschermde zoetwatervissen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.

Ongewervelden De meeste onder de Wnb beschermde soorten ongewervelden, zoals dagvlinders, libellen, mollusken of (water)kevers hebben zeer specifieke habitateisen die in specifieke biotopen worden aangetroffen. Deze kenmerken zijn binnen het plangebied niet aangetroffen. Zo is er geen geschikt habitat voor waardplanten van beschermde vlinders aanwezig en vormen de sloten geen geschikt (voortplantings)habitat voor beschermde libellen en waterkevers. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden ten gevolge van de voorgenomen werkzaamheden kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. 

De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde ongewervelden kan op voorhand worden uitgesloten.

Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie zijn vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Zo is het plangebied geen onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS) of Natura2000. Tevens is het plangebied niet aangewezen als ganzenfoerageergebied. Echter, het plangebied valt wel binnen de begrenzingen van een door de Provincie Noord-Holland aangewezen stiltegebied (bron: Portaal Kaart en Data Provincie Noord-Holland). Door de voorgenomen werkzaamheden gaat een gedeelte van dit stiltegebied mogelijk verloren door bijvoorbeeld het inzetten van mobiele werktuigen als graafmachines, maar ook door de bewoning van het gebied door mensen. Negatieve effecten op dit door de provincie Noord-Holland aangewezen stiltegebied kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. De provincie Noord-Holland is echter bevoegd gezag in dezen, en bepaalt of er vervolgstappen benodigd zijn voor de voortgang van dit project. Stikstofgevoeligheid Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering ingegaan. Deze wet houdt in dat de bouwfase van projecten partieel worden vrijgesteld van de Natura2000-vergunningsplicht. Deze vrijstelling geldt echter niet voor de gebruiksfase van een bouwwerk.

18

Zo kan na de afronding van de voorgenomen werkzaamheden extra stikstof vrijkomen door extra verkeer van en naar de te realiseren nieuwbouwwoningen en door eventueel gasverbruik binnen de woningen. Binnen een straal van 15 km ligt het plangebied hemelsbreed op circa 580 meter, 1,3 km, 2,6 km en 8,1 km afstand van de Natura2000-gebieden Duinen en Lage Land Texel, Noordzeekustzone, Waddenzee en Duinen Den Helder-Callantsoog (bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân). Binnen deze Natura2000-gebied komen diverse stikstofgevoelige habitattypen voor. Ten opzichte van het plangebied liggen de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen op ongeveer 580 meter afstand in het Natura2000-gebied Duinen en Lage Land Texel. Dit betreffen de habitattypen “H2130B – Grijze duinen (kalkarm)”, “H2140B – Duinheiden met kraaihei (droog)” en “H2150 – Duinheiden met struikhei”. De Kritische DepositieWaarden (KDWs) van deze habitattypen zijn 714, 1071 en 1071 mol/ha/jaar. In de hexagoon het dichtst bij het plangebied waarin deze habitattypen zich bevinden is de huidige achtergronddepositie 1124,36 mol/ha/jaar. Hiermee zijn de KDWs van bovengenoemde habitattypen reeds overschreden.

Gezien de korte afstand tussen deze habitattypen en het plangebied kan het naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten dat deze overschrijding van de KDWs als gevolg van bijvoorbeeld extra vervoersbewegingen van en naar de woningen en eventueel verbruik van aardgas door de woningen wordt vergroot. De provincie Noord-Holland is echter bevoegd gezag in dezen, en bepaalt of het uitvoeren van een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de voortgang van dit project.  

Het plangebied ligt binnen de begrenzingen van een door de provincie Noord-Holland aangewezen stiltegebied. Negatieve effecten op het Natura2000-gebied Duinen en Lage Land Texel als gevolg van extra stikstofuitstoot kunnen naar ons inzien niet op voorhand worden uitgesloten.

Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Den Hoorn. Derhalve is er geen sprake van bovenstaande omstandigheden. De gemeente Texel is bevoegd gezag in dezen. 

Er is geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.

19

SAMENVATTING EN CONCLUSIES Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus, en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in en rond het plangebied. Soortgroep Vogels Vogels Zoogdieren

Soort Algemene broedvogels Huismus en Gierzwaluw Vleermuizen (verblijfplaatsen)

Aanwezigheid

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.10

Vrijgesteld

Advies

Mogelijk

X

Werken buiten broedseizoen.

Mogelijk

X

Nader onderzoek

Mogelijk

X

Nader onderzoek

Zoogdieren

Noordse woelmuis Mogelijk

X

Nader onderzoek

Zoogdieren

Hermelijn

Mogelijk

X

Nader onderzoek

Amfibieën

Rugstreeppad (voorplantingswater en landhabitat)

Mogelijk

Divers

Divers

Ja

Stiltegebied

Ja

Informeren provincie NoordHolland

(extra) stikstofuitstoot

Mogelijk

AERIUS berekening

Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming

Werken buiten kwetsbare periode & ontheffingsaanvraag

X

X

Zorgplicht.

Effectbespreking en aanbevelingen Algemene broedvogels Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten alleen tijdens de broedtijd beschermd zijn. We adviseren om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Jaarrond beschermde nesten (huismus) De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen in de te slopen school kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april – 15 mei. Indien er tijdens deze bezoeken nesten van huismussen worden vastgesteld binnen het plangebied, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie NoordHolland, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.

20

Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen in de te slopen school kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van drie gerichte avondbezoeken in de periode 1 juni – 15 juli. Indien er tijdens deze bezoeken nesten van gierzwaluwen worden vastgesteld binnen het plangebied, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie NoordHolland, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Vleermuizen (verblijfplaatsen) De aanwezigheid van verblijfplaatsen van op Texel voorkomende gebouw-bewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger) in de te slopen school en naastgelegen schuur kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van vijf gerichte veldbezoeken, verdeeld over de kraamperiode (15 mei – 15 juli) en de paarperiode (15 augustus – 1 oktober).

Indien er tijdens deze bezoeken zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijven worden vastgesteld binnen het plangebied, dient er voor de desbetreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Noordse woelmuis De aanwezigheid van leefgebied van de Noordse woelmuis binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van deze soort in de watergangen vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden aan de hand van het plaatsen van inloopvallen in het najaar, welke gedurende een periode in het najaar, twee maal per dag worden gecontroleerd op Noordse woelmuizen. Indien er gedurende deze periode Noordse woelmuizen worden aangetroffen, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Hermelijn De aanwezigheid van leefgebied van hermelijn binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten.

Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van het plaatsen van cameravallen om eventuele hermelijnen binnen het plangebied waar te nemen. Het zoeken naar verblijfplaatsen is vrijwel onmogelijk, doordat een holte slechts vijf cm in diameter hoeft te zijn (bron: zoogdiervereniging). Indien er binnen het plangebied hermelijn wordt aangetroffen, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Rugstreeppad De aanwezigheid van zowel voorplantingswater als landhabitat van rugstreeppad in de sloten en binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren de werkzaamheden met betrekking tot het verbreden van de sloten buiten de kwetsbare periode van de rugstreeppad uit te voeren. Deze periode loopt van maart tot en met november.

21

Het vaststellen van landhabitat aan de hand van het zoeken naar holen van rugstreeppadden is vrijwel onmogelijk. Doordat de rugstreeppad op de Waddeneilanden zeer algemeen voorkomt en daarnaast een relatief lange dispersieafstand heeft, is het naar ons inzicht realistischer om nader onderzoek over te slaan en direct over te gaan tot een ontheffingsaanvraag voor wat betreft landhabitat. Deze ontheffing wordt in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Zorgplicht Er kunnen enkele soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in het geval van schade aan deze soorten (bijvoorbeeld bruine kikker, egel, enz.). De zorgplicht van de Wnb (art. 1.11) schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

Mits eventueel aangetroffen dieren de kans krijgen om te vluchten of eventueel aangetroffen dieren worden verplaatst naar een plek in de omgeving die niet onder invloed staat van werkzaamheden, wordt naar ons inzien voldaan aan de zorgplicht. Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I. Stiltegebieden Het plangebied bevindt zich in een door de provincie Noord-Holland aangewezen stiltegebied. De voorgenomen werkzaamheden gaan mogelijk gepaard met negatieve effecten hierop. We adviseren contact op te nemen met het bevoegd gezag provincie Noord-Holland om te informeren over eventuele vervolgstappen op het gebied van stiltegebieden. (extra)stikstofuitstoot Negatieve effecten op het Natura2000-gebied Duinen en Lage Land Texel als gevolg van het in gebruik nemen van de te realiseren woningen kunnen naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren de stikstof emissies als gevolg van het project in kaart te brengen doormiddel van een AERIUS berekening.

Overzicht vervolgstappen Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:         

Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart – juli). Jaarrond beschermde nesten (huismus & gierzwaluw): Nader onderzoek. Vleermuizen (verblijfplaatsen): Nader onderzoek. Noordse woelmuis: Nader onderzoek. Hermelijn: Nader onderzoek. Rugstreeppad: werken buiten kwetsbare periode & ontheffingsaanvraag. Zorgplicht: Naleven van de zorgplicht. Stiltegebieden: Informeren bij provincie Noord-Holland. (extra)Stikstofuitstoot: AERIUS berekening

22

LITERATUUR EN BRONNEN Bronnen internet AERIUS Calculator https://calculator.aerius.nl/calculator/ Google maps www.google.com/maps Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abdd d3 Kennisdocument Heikikker https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-008-Kennisdocument-Heikikker-1.0.pdf Kennisdocument Poelkikker https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-014-Kennisdocument-Poelkikker-1.0.pdf Kennisdocument Rugstreeppad https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-017-Kennisdocument-Rugstreeppad-1.0.pdf Natura2000-gebieden Nederland https://www.natura2000.nl NationaleDatabank Flora en Fauna (NDFF) https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal Portaal Kaart en Data Provincie Noord-Holland https://geoapps.noordholland.nl/kaartenportaal/apps/MapSeries/index.html?appid=e85fc52939f240ba9ef5164b5e203 fb2&entry=2 Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl

23

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.

Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.

Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).

Vrijgestelde soorten provincie Noord-Holland Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Noord-Holland vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Noord-Holland is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2014-2568.html.

-1-

Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming provincie Noord-Holland.

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat

Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker

Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de provincie Noord-Holland, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.

Dit is vooral van toepassing bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.

-2-

Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.

Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.

Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.

Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De, voor gemeenten, belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Noord-Hollandse gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.

Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.

-3-

NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.

-4-

Bijlage 4

83/256

Stikstofdepositieberekening

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Gemeente Texel 1, 11 Plangebied jan Drijverschool Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RvNJ3B2fC6SZ 31 januari 2022, 19:18 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2021 2021

Referentie situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 < 0,1 ton/j < 0,1 ton/j

Hoogste depositie Hexagon Referentie situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RvNJ3B2fC6SZ (31 januari 2022)

Emissie NOx < 0,1 ton/j < 0,1 ton/j Gebied

2/7

Projectberekening

Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2021 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RvNJ3B2fC6SZ (31 januari 2022)

Emissie NH3 < 0,1 ton/j

Emissie NOx < 0,1 ton/j

3/7

Projectberekening

Referentie situatie (Referentie), rekenjaar 2021 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Gasgebruik

Emissie NH3 Emissie NOx - < 0,1 ton/j

 Verkeersnetwerk

< 0,1 ton/j

RvNJ3B2fC6SZ (31 januari 2022)

< 0,1 ton/j

4/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RvNJ3B2fC6SZ (31 januari 2022)

5/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RvNJ3B2fC6SZ (31 januari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

6/7

Projectberekening

Referentie situatie, Rekenjaar 2021 1 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam Gasgebruik Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

11,0 m 0,014 MW

NOx

< 0,1 ton/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RvNJ3B2fC6SZ (31 januari 2022)

7/7

Bijlage 5

91/256

Stikstofdepositieberekenng versie 13-01-2022

Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie Plangebied Den Hoorn - Jan Drijversschool

projectnummer 0471044.100 concept 23 juni 2021

Toets Wet natuurbescherming Stikstofdepositie Plangebied Den Hoorn - Jan Drijversschool

projectnummer 0471044.100 concept 23 juni 2021

Auteur J.S. Hullegie

Opdrachtgever Gemeente Texel Emmalaan 15 1791 AT DEN BURG

datum vrijgave 23-06-2021

beschrijving revisie concept

gecontroleerd I.R. Sedee

vrijgave H.W.J. Hemmen

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1

Leeswijzer

1

2

Wettelijk Kader

2

2.1

Ontwikkelingen

2

3

Uitgangspunten berekening

5

3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1

Referentie situatie Directe emissies Indirecte emissies Beoogde situatie Indirecte emissies

5 5 6 6 6

4

Resultaten en conclusies

7

4.1 4.2

Resultaten Conclusie

7 7

Bijlage 1 – AERIUS-berekening gebruiksfase

Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie Plangebied Den Hoorn - Jan Drijversschool projectnummer 0471044.100 23 juni 2021 Gemeente Texel

1

Inleiding De gemeente Texel wil haar Woningbouwprogramma 2020-2030 verder tot stand brengen door het versnellen van een aantal ontwikkelopgaven. Eén voormalige schoollocatie wordt herontwikkeld tot (zorg)woningen. Daarnaast zijn er drie onbebouwde locaties binnen het Woningbouwprogramma aangemerkt als de locaties die de komende vijf jaar een positieve bijdrage kunnen leveren aan de versnellingsopgave voor Texel. Voor de planontwikkeling van deze locaties dient in het kader van de Wet Natuurbescherming inzicht te worden verkregen in de stikstofdepositie als gevolg van het voornemen. In de voorliggende rapportage is onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling op de locatie van de Jan Drijverschool in Den Hoorn. De Jan Drijverschool, adres Naalrand 2 te Den Hoorn, is leeg komen te staan. Naast het leegstaande schoolgebouw, wordt de gymzaal momenteel nog een paar uur in de week gebruikt. Om de ontwikkelingsplannen te kunnen realiseren, zal de school en de gymzaal door de gemeente worden gesloopt. Op deze locatie worden ca. 34 woningen beoogd. Het plan is gelegen op circa 550 meter van Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel. In figuur 1 is de locatie van het plangebied ten opzichte van het bovengenoemde Natura 2000gebieden weergegeven.

Figuur 1 Ligging plangebied en nabijgelegen en Natura 2000-gebieden.

In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het project leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2020). In dit rapport zijn de gehanteerde uitgangspunten voor en de resultaten van deze berekeningen beschreven.

1.1

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de voorgenomen activiteiten in de gebruiksfase, en bijbehorende stikstofemissies. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten en de conclusie.

Blad 1 van 60

Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie Plangebied Den Hoorn - Jan Drijversschool projectnummer 0471044.100 23 juni 2021 Gemeente Texel

2

Wettelijk Kader Binnen de Europese Unie zijn de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied zijn voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb).

2.1

Ontwikkelingen PAS vernietigd Met het vernietigen van het PAS door de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 20191 dient nu voor ieder plan of project te worden beoordeeld of het plan of project significante gevolgen kan hebben op een Natura 2000-gebied. Mogelijkheden Om vergunningverlening weer op gang te krijgen voor projecten waarbij mogelijk sprake is van (significante) gevolgen op Natura 2000-gebieden hebben het ministerie van LNV en de provincies beleidsregels vastgesteld2. Deze beleidsregels kunnen per provincie verschillen. In die beleidsregels zijn verschillende kaders opgenomen waarbinnen een vergunning te verkrijgen is, zoals voorwaarden voor intern salderen, extern salderen (en verleasen). Daarnaast zijn er nog meer mogelijkheden om activiteiten mogelijk te maken. Dit zijn onder andere het bijstellen van de invoergegevens, de ecologische voortoets een passende beoordeling en de zogenoemde ADCtoets. Voor plannen of projecten geldt dat in een oriënterende fase onderzocht dient te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Indien na onderzoek dit op voorhand niet kan worden uitgesloten, dan dient meer gedetailleerd in kaart te worden gebracht wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’.

Wanneer uit deze passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg.

1 ECLI:NL:RVS:2019:1603, d.d 29 mei 2019 2

https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/vergunningen-en-toestemmingsbesluiten/provincialebeleidsregels-intern-en-extern-salderen/

Blad 2 van 10

Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie Plangebied Den Hoorn - Jan Drijversschool projectnummer 0471044.100 23 juni 2021 Gemeente Texel

Bovenstaande mogelijkheden zijn weergegeven in figuur 2.1. Onderstaande een uitleg: • Intern salderen In recente jurisprudentie3 is gebleken dat er geen sprake is van een vergunningplicht bij intern salderen. Dit ligt mogelijk anders indien er geen voortzetting is van hetzelfde project. • M.e.r.-plicht voor plannen Er is niet altijd sprake van een m.e.r.-plicht voor plannen bij het opstellen van een passende beoordeling4. Er is geen sprake van een plan-m.e.r.-plicht voor de volgende 2 categorieën van plannen. 1. Dit betreft plannen waarbij de gemeente het bevoegd gezag is, ze slechts het gebruik bepalen van kleine gebieden en via een plan-m.e.r.-beoordeling aangetoond moet zijn dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. 2. Dit betreft plannen met enkel kleine wijzigingen en waarvoor eveneens aangetoond is dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. Voor beide categorieën van plannen geldt dat, naast de plan-m.e.r.-beoordeling, het bevoegd gezag in het planbesluit moet verwerken dat er geen m.e.r.-procedure wordt gevolgd.

Figuur 2: Stroomschema stikstofdepositie

3

ECLI:NL:RVS:2021:71, d.d. 20 januari 2021

4 20e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, d.d. 18 december 2020 – Stb. 2020, 528

Blad 3 van 10

Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie Plangebied Den Hoorn - Jan Drijversschool projectnummer 0471044.100 23 juni 2021 Gemeente Texel

AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2020) 5. Van elk te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000gebieden. Indien noodzakelijk kan op buitenlandse Natura-2000 gebieden handmatig een rekenpunt worden neergelegd. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van stikstofgevoelige habitats. Wijziging van de Wet natuurbescherming De meest recente ontwikkeling betreft dat op 1 juli 2021 artikel 1 van de Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en artikel I van het Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering) in werking treedt. Hierin is een vrijstelling opgenomen voor activiteiten van de bouwsector zoals omschreven in artikel 2.5 van het Besluit.

Volgens de nota van toelichting kan voor het bestemmingsplan voor het onderdeel van de bouwactiviteiten verwezen worden naar het feit dat er al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling van het project heeft vastgesteld 6. Om deze reden is de realisatiefase van het project niet in beeld gebracht.

5

6

Artikel 2.1 lid 1 Regeling natuurbescherming. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-288.html.

Blad 4 van 10

Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie Plangebied Den Hoorn - Jan Drijversschool projectnummer 0471044.100 23 juni 2021 Gemeente Texel

3

Uitgangspunten berekening In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van de berekening beschreven. Voor het plan geldt dat er in de huidige situatie functies aanwezig zijn die verdwijnen. Om deze reden mogen de verdwijnende functies meegenomen worden in het onderzoek als verdwijnende emissies. Dit wordt ook wel intern salderen genoemd. Voor bestemmingsplannen geldt dat er gesaldeerd mag worden met de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie. De activiteiten en bijbehorende stikstofemissies van de referentie situatie zullen dan ook in dit hoofdstuk in beeld worden gebracht. Daarnaast zullen de stikstof emitterende activiteiten van de toekomstige ontwikkeling in beeld worden gebracht. Onderstaande is een overzicht gegeven van de verschillende situatie en bijbehorende stikstof emitterende activiteiten. -

-

Referentie situatie o Gasgebruik van de bestaande functie o Verkeersgeneratie van bestaande functie Beoogde situatie o Gebruiksfase ▪ Verkeersgeneratie van toekomstige functies

De toekomstige functies zullen allen gasloos worden opgeleverd en kennen om deze reden geen directe stikstofemissies naar de atmosfeer. Om de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden te berekenen wordt gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2020. Er is gerekend met rekenjaar 2021, het eerste mogelijke jaar van besluitvorming.

3.1

Referentie situatie In het plangebied is momenteel nog de Jan Drijverschool aanwezig en een gymzaal. De school staat inmiddels leeg maar kan in praktijk wel weer in gebruik genomen worden. De gymzaal wordt nog enkele keren per week gebruikt.

3.1.1

Directe emissies De huidige woningen en functies in het plangebied zijn gasgestookt. Met het verdwijnen van deze functies zullen deze emissies ook verdwijnen. Gezien het gasverbruik onbekend is, is gebruik gemaakt van de standaard emissiefactoren voor AERIUS Calculator voor ruimtelijke plannen 7. Voor zowel de gymzaal is aangesloten bij de emissiefactor per 100 m 2 BVO (0,16 kg NOx/ 100 m2 BVO/jaar). De school en gymzaal hebben een gezamenlijk oppervlak van circa 1.100 m2. Dit leidt tot een totale emissie van 1,76 kg NOx per jaar. De emissies zijn gemodelleerd als vlakbron op de locatie. Hierbij is gebruik gemaakt van de module ‘Wonen en Werken’ binnen AERIUS. Tevens zijn hierbij standaard bronkenmerken van AERIUS aangehouden. 7

https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren/05-07-2018

Blad 5 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=8a6e50d2-b121-42e0-9e76-65d1a1198968