CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerp bestemmingsplan Den Hoorn Naalrand

Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente TexelBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Den Hoorn - Naalrand (locatie voormalige Drijverschool)26.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het zuidelijke deel ligt in de zone waar archeologisch onderzoek voor ingrepen van boven de 500 m² is vereist. In het vigerend bestemmingsplan is aangegeven dat dit in het zuidelijke deel van het plangebied van toepassing is voor bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 100 m². Aangezien de planontwikkeling groter is dan 500 m² is een archeologische quickscan uitgevoerd. De resultaten

31/256

hiervan zijn opgenomen in bijlage 7. In de quickscan is aangegeven dat door de planontwikkeling te verwachten is dat veel van de bodem geroerd gaat worden en dat zowel in het noord- als zuiddeel de vrijstellingsgrens wordt overschreden. Op de locatie van diepe ontgravingen zoals de school, zal weinig archeologie aanwezig zijn. In de omliggende gebieden, vooral in het noordelijk deel van het terrein kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Dit zal nader moeten worden onderzocht door middel van enkele proefsleuven. Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een archeologie-vriendelijk bouwplan kan worden getoetst door Archeologie West-Friesland en dient te worden goedgekeurd door de gemeente. Een niet archeologie-vriendelijk bouwplan houdt in dat de huidige situatie van de bodem zal worden verstoord tijdens het bouwproces. Indien bodemverstorende werkzaamheden worden uitgevoerd, dan wordt het bouwproject als niet archeologie-vriendelijk geclassificeerd en dient nader onderzoek te worden uitgevoerd. Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven. Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld.

Indien archeologische resten worden aangetroffen, dient te worden doorgestart naar een meer dekkende archeologische opgraving voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. Na het opgraven van de archeologische waarden kan het plangebied worden vrijgegeven met betrekking tot het aspect archeologie. Om inzicht te krijgen in het aspect archeologie zal een archeologisch onderzoek dienen plaats te vinden. De resultaten hiervan zullen worden opgenomen in dit bestemmingsplan.

4.9

Cultuurhistorie

Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing kerngebieden Om duidelijk te maken welke gebieden op Texel van grote waarde zijn is een kerngebiedenkaart opgesteld. Op de kerngebiedenkaart zijn de gebieden met de grootste cultuurhistorische dichtheid aangegeven. De uitwerking en beschrijving van de gebieden geeft inzicht en verdieping op cultuurhistorische waarden. Het plangebied in Den Hoorn ligt in het kerngebied 'Oude Land'. Den Hoorn heeft een beschermd dorpsgezicht sinds 1968. Den Hoorn is gebouwd na 1398 tegen de flank van een keileembult. Het dorp kent daardoor een groot hoogteverschil (de Klif) en heeft een vorkstructuur van Herenstraat (aantal loodswoningen) en twee parallelstraten. Het kerkje ligt nu buiten het dorp omdat het dorp is gekrompen. De omliggende landerijen zijn bij het gebied als beschermd dorpsgezicht getrokken. Net buiten Den Hoorn, aan de Westerweg, nu bekend van het Torenhuis lag het dorp de Westen.

Dit dorp is verdwenen, ondergronds zijn nog resten terug te vinden. De ontwikkeling wordt voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK), zodat in het gebied meer wordt ingezet op ontwerpkwaliteit om de ruimtelijke kwaliteit te borgen en mogelijk te versterken. Het plangebied is reeds als

32/256

dorpsrand opgenomen in de Welstandsnota. Plangebied De cultuurhistorische achtergrond wordt beschreven in de quickscan archeologie en is opgenomen in bijlage 7. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal. Het meest hiervoor geschikt is de kadastrale kaart van 1828. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) is het perceel in bezit van de kerkmeesters van de gereformeerde kerk van Den Hoorn en in gebruik als weiland. Ten zuiden van het plangebied loopt de Naal. Het staat dan ook te boek als 'Kerkeland' in 1827. In 1874 wordt het de Gasthuisput genoemd. Ten zuiden van Kerkeland kavel 492 liep de kronkelende Sluissloot. Dit is nog steeds, ook na de ruilverkaveling de overgang van het iets hogere naar het lagere gebied. In 1953 blijft de vorm van de kavel onveranderd en de Sluissloot is nog niet gekanaliseerd. Deze situatie bleef tot aan de ruilverkaveling in de periode 1954-1967 bestaan. In 1969 zijn alle kavels rechtgetrokken en de kenmerkende sloot kaarsrecht geworden. De kanalisering van de Naal vormt de zuidelijke begrenzing van het plangebied. Het dorp Den Hoorn lag aan de zuidkust van Texel en vormde een natuurlijk strandhaven. Deze verlandde in de loop der tijd omdat aan het zuidelijk deel telkens nieuwe kustbogen ontstonden.

Den Hoorn werd daardoor een beschutte baai met ondiep water. De bevolking woonde op de hooggelegen delen in de straat Klif, Herenstraat en Diek. De Jan Drijverschool is gebouwd in 1969. De school is vernoemd naar Jan Drijver (Den Hoorn 1886-Westermient 1963). Hij was vogeldeskundige (ornitholoog) en natuurbeschermer en tevens directeur van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, tegenwoordig 'Natuurmonumenten'. In zijn nagedachtenis is op de noordgevel van het gebouw een kunstwerk met staande strandlopers gemonteerd. Alhoewel het pand geen monument is, is het wenselijk de objecten van dit kunstwerk te behouden en te plaatsen op een kopgevel in het plangebied. Doordat de plannen worden getoetst door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en het schoolgebouw geen monument is, vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.10 Spuitzones Toetsingskader Ruimtelijk spoor Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt uitgegaan van een spuitzone tussen gevoelige bestemmingen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Er bestaan geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen percelen waarin met gewasbeschermingsmiddelen kan worden gespoten en nabijgelegen gevoelige functies. Uit jurisprudentie van de Raad van State (onder meer in de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2) blijkt dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in algemene zin niet onredelijk wordt geacht. Hierbij wordt gemeten vanaf de bestemmingsgrens: vanaf de bestemming die het telen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk maakt tot aan de grens van de bestemming die de woning(en) mogelijk maakt. In bijzondere gevallen kan met een geringere afstand worden volstaan. Uit jurisprudentie (onder meer in de

33/256

uitspraak van 30 maart 2016 in zaak nr. 201402301/3/R3) blijkt dat het aanhouden van een kortere afstand dan de richtafstand zorgvuldig moet worden onderzocht en goed moet worden onderbouwd. Daarbij gaat het om het aspect gezondheid/woon- en leefklimaat en om de milieuruimte voor agrarische bedrijvigheid waarmee zij hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitoefenen. Verder is van belang dat richtafstanden alleen van toepassing zijn op nieuwe situaties. Milieuspoor Voor agrarische bedrijven en tuinbouwbedrijven geldt dat zij op grond van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rekening dienen te houden met voorwaarden en beperkingen. Daarbij gaat het onder meer om het volgende: bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht dient een techniek te worden gebruikt met een driftreductie van minimaal 75% (ten opzicht van een vastgelegde referentietechniek); een oppervlaktewaterlichaam. De minimumafstand tot een oppervlaktewaterlichaam is afhankelijk van het soort gewas en overige aspecten waaronder de mate van driftreductie. Toetsing Het plan betreft een woningbouwlocatie. Een woning is in het kader van ruimtelijke ordening een gevoelige functie die bescherming tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen behoeft.

Op de naast gelegen percelen aan de west- en zuidkant van het plangebied is gezien de agrarische bestemming gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk. Ten opzichte van deze agrarische percelen zijn er bestaande woningen gelegen op eenzelfde afstand als de afstand die geldt voor de onderhavige planontwikkeling. Daarmee zijn die woningen maatgevend voor de genoemde bestaande agrarische percelen en niet de planontwikkeling. Bovendien wordt het plangebied omzoomd door bestaand opgaand groen/ bestaande boomsingel, die de woningen ook afschermt in het geval van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. De spuitzone vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.11 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

34/256

Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. In de nabijheid is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

4.12 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.13 Mer-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing

35/256

In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 32 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 8) waaruit blijkt dat gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure in het kader van het bestemmingsplan.

36/256

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Deze zijn opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Texel. Het plangebied in dit plan heeft de volgende bestemmingen gekregen: Groen De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bedoeld voor plantsoenen, velden, groenstroken en parken. Daarnaast zijn deze gronden bedoeld voor parkeren, speelvoorzieningen, paden en waterpartijen. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegen en straten en fiets- en wandelpaden. Wonen - Aaneengebouwd De gronden met de bestemming 'Wonen - Aaneengebouwd' zijn bestemd voor woningen. Deze woningen worden gebouwd in hoofdgebouwen die uitsluitend in rijen worden gebouwd. De hoofdgebouwen op de verbeelding met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rug' zijn hoofdgebouwen waar de woningen met de achtergevel aaneengebouwd moeten worden. Waarde - Archeologie 2 De bestemming 'Waarde - Archeologie 2' is een dubbelbestemming. Dit betekent dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Er worden voorwaarden gesteld om de archeologische waarden te beschermen indien bouwwerken worden gebouwd met een grotere oppervlakte dan

37/256

40 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 meter wordt gegraven. Waarde - Archeologie 3 De bestemming 'Waarde - Archeologie 3' is een dubbelbestemming. Dit betekent dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Er worden voorwaarden gesteld om de archeologische waarden te beschermen indien bouwwerken worden gebouwd met een grotere oppervlakte dan 100 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 m wordt gegraven. Verder is in de overige regels opgenomen dat op basis van het parkeerbeleid in het plan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid dat aansluit op de verwachte parkeerbehoefte.

38/256

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vastgelegde bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun mening op het plan kenbaar kunnen maken. Daarnaast is de dorpscommissie betrokken bij de planontwikkeling en woningcorporatie Woontij. Overleg omwonenden/dorpscommissie Het indicatieve stedenbouwkundig ontwerp is besproken met de dorpscommissie en de direct omwonenden. Overleg Woontij Woontij is positief over het indicatieve stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied en het bijbehorende programma. Het woningbouwplan in Den Hoorn is één van de vier plannen voor de buitendorpen. Op deze locatie zijn op basis van de prestatieafspraken 2021-2025 circa 20 sociale huurwoningen beoogd. Woontij is enthousiast over de rug-aan-rug woningen, omdat dit betaalbare woningen zijn met een hoge kwaliteit. Woontij verkiest deze typologie boven het stapelen van woningen (appartementen), welke minder efficiënt zijn in de m² verkeersruimte, trappenhuizen en/of lift. De woningen die door Woontij worden ontwikkeld zullen levensloopbestendig zijn. Vooroverleg Het concept-ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ter beoordeling voorgelegd aan de provincie Noord-Holland, de Omgevingsdienst NHN en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Hun advies is in het ontwerpplan verwerkt en indien nodig is de toelichting daarop aangepast. De adviezen en aanbevelingen vanuit het vooroverleg worden opgepakt bij de verdere uitwerking van het plan en bij de omgevingsvergunning. Voor het bestemmingsplan vormt dit verder geen belemmering. Reactie Provincie Noord-Holland De provincie geeft aan dat gezien het feit dat het plan niet in een provinciaal werkingsgebied is gelegen, er geen aanleiding is om het plan te beoordelen. Het plan is reeds opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. Reactie Omgevingsdienst NHN Het advies van de omgevingsdienst is opgenomen in bijlage 9. De opmerkingen zijn verwerkt in paragraaf 4.2, 4.3, 4.4 en 4.10 van de toelichting op dit bestemmingsplan. Reactie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) In het kader van het vooroverleg heeft het HHNK een aanvulling op de watercompensatie in de waterparagraaf gegeven. In paragraaf 4.6 is de aanvulling opgenomen. Ontwerpbestemmingsplan De resultaten van het vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan

39/256

wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden die eerder een zienswijze hebben ingediend de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een ontwikkeling van de woningbouwlocatie in Den hoorn in de gemeente Texel. De gemeente is grondeigenaar van het plangebied. De opbrengsten zijn verzekerd via grondopbrengsten. Daarnaast heeft de gemeenteraad een voorziening getroffen voor het tekort en is de grondexploitatie vastgesteld. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

De raad van de gemeente Texel heeft op 7 juli 2021 de grondexploitatie van de locatie voormalige Drijverschool in Den Hoorn vastgesteld. Het programma bestaat uit sociale huur en betaalbare koop. Bovendien heeft de raad besloten ten laste van de algemene reserve een voorziening te treffen voor het begrote negatieve resultaat. Het programma bestaat volledig uit sociale huur en betaalbare koop.

40/256

Bijlagen toelichting

41/256

42/256

Bijlage 1

43/256

Bomeninventarisatie

INVENTARISATIE EN WAARDEBEPALING BOMEN DE DRIJVERSCHOOL TE DEN HOORN Op 19 december 2020 is er een inventarisatie van de bomen op het terrein van de Drijverschool in Den Hoorn uitgevoerd door Zwanet Bosch, Boomtechnisch adviseur bij idverde Bomendienst. Daarnaast is een waardebepaling uitgevoerd, deze is uitgevoerd door Bjorn Olthof, Boomtechnisch adviseur / ETT / Boomtaxateur bij idverde Bomendienst.

Inventarisatie Alle bomen op het terrein met een diameter vanaf 20 centimeter op 1,30 hoogte vanaf maaiveld zijn geïnventariseerd. Deze bomen zijn op een digitale ondergrond ingeprikt en de gegevens geregistreerd. Alle bomen in het gebied zijn uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Conditiebepaling De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment. Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld:  blad/ knopbezetting  bladgrootte  transparantie van de kroon  takscheutlengte  hoeveelheid dode takken/ twijgen  aanwezigheid van groeistrepen op de bast Gebreken bomen Naast de conditiebepaling zijn tevens de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn:  slechte takaanhechtingen (plakoksels)  parasitaire schimmelaantastingen  scheuren in stam en/ of takken  holtes  dode takken

Resultaten inventarisatie In totaal zijn er 52 bomen geïnventariseerd, voor het grootste gedeelte bestaande uit bosplantsoen. De meest voorkomende soort is de Els (Alnus glutinosa), aan de zuidzijde van het perceel staan enkele opvallende (grote) populieren. Van de 52 beoordeelde bomen zijn er 50 visueel beoordeeld als goed/voldoende, 1 boom heeft een sterk verminderde conditie (boom 34) en 1 boom is stervend (boom 41). De toekomstverwachting is bij het overgrote deel > 15 jaar. Bij enkele bomen zijn gebreken aangetroffen waar de ernst visueel niet kan worden bepaald en nader onderzoek noodzakelijk is (bomen 16,31,34,38,39). In bijlage 1 is een overzicht weergegeven van alle geregistreerde gegevens en boomwaardebepaling. In bijlage 2 t/m 4 zijn overzichtskaarten weergegeven op basis van conditie, kroondiameter en toekomstverwachting. Als laatste bijlage (5) is een .dwg-bestand toegevoegd.

Boomwaardebepaling De waarde van de bomen is beoordeeld volgens de Richtlijnen van de NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen) conform Rekenmodel vervangingskosten (versie 2019). De rechterlijke uitspraak van 21 september 2017 heeft op het bepalen van de boomwaarde geen invloed. Het gaat hierbij niet om een schadeberekening maar om eventuele geheel verlies van een boom. Boomwaardebepaling De financiële waarde van de 52 bomen is getaxeerd met Rekenmodel Boomwaarde. Eén boom is reeds stervend en wordt niet meegenomen in de rekenmethode (boom 41). Voor een toelichting van Rekenmethode NVTB wordt verwezen naar de richtlijnen van de NVTB die te raadplegen zijn via de website www.boomtaxateur.nl. In de bijlage worden de details van de taxatie vermeld. Uitgangspunten taxatie Bij het taxeren van de boomwaarde volgens de Rekenmethode NVTB dient de taxateur zichzelf de vraag te stellen: “Hoeveel kost het om een vergelijkbare boom op een vergelijkbare locatie opnieuw te realiseren, naar huidige maatstaven en het actuele prijsniveau?” Onderstaand worden 5 belangrijke uitgangspunten gemotiveerd. 1. Functievervulling (Welke functie heeft de boom?) De hoofdfunctie van de bomen is groene aankleding van de omgeving. 2. Herplantmaat (Welke uitgangsgrootte van een nieuw aan te planten boom is redelijk) Standaard wordt een herplantmaat gehanteerd van 14-16.

Vanuit de gemeente is de maat 18-20 aangegeven, maar omdat het hier om overwegend bosplantsoen gaat is toch gekozen voor de maat 14-16 aangezien de rekenmethode uitgaat van straat/laanbomen. 3. Moment functievervulling (Hoeveel jaar na aanplant heeft de boom nodig om zijn functie te vervullen) De duurzame bomen zoals de eik vervullen de functie vanaf 30 jarige leeftijd. De niet duurzame soorten als berk en els vervullen de functie vanaf 20 jarige leeftijd. Het onderhoud na het moment van functievervulling is gericht op duurzame instandhouding van de boom en het verwijderen van dood hout en laaghangende takken. 4. Maximale omlooptijd (Hoe oud zal een boom van de betreffende soort, op de betreffende locatie en onder de betreffende omstandigheden gemiddeld worden; met andere woorden, wat is de omlooptijd) De normale omlooptijd van duurzame bomen zoals eiken op deze locatie bedraagt 100 jaar, voor de niet duurzame soorten is de normale omlooptijd 60 jaar. 5. Afschrijving (Is er sprake van waardevermindering, bijvoorbeeld waardevermindering door schade of gebreken, of ouderdomsafschrijving).

Resultaten boomwaardebepaling Met behulp van Rekenmodel Boomwaarde (versie 2019) is de totale waarde van de 51 bomen vastgesteld op € 142.389,08 exclusief btw. Voor een gedetailleerde berekening wordt verwezen naar bijlage 1.

2

BD20222

Boomnummer Boomsoort 1 Fraxinus excelsior 2 Ulmus minor 3 Ulmus minor 4 Fraxinus excelsior 5 Ulmus minor 6 Ulmus minor 7 Quercus robur 8 Populus x canadensis 9 Alnus glutinosa 10 Salix alba 11 Acer campestre 12 Salix alba 13 Alnus glutinosa 14 Alnus glutinosa 15 Acer campestre 16 Alnus glutinosa 17 Acer campestre 18 Alnus glutinosa 19 Alnus glutinosa 20 Alnus glutinosa 21 Alnus glutinosa 22 Alnus glutinosa 23 Acer campestre 24 Populus x canadensis 25 Populus x canadensis 26 Castanea sativa 27 Alnus glutinosa 28 Alnus glutinosa 29 Alnus glutinosa 30 Alnus glutinosa

Standplaat Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting

31 Populus x canadensis 32 Acer campestre 33 Acer pseudoplatanus 34 Alnus glutinosa 35 Alnus glutinosa 36 Alnus glutinosa 37 Alnus glutinosa 38 Populus x canadensis 39 Alnus glutinosa 40 Alnus glutinosa 41 Acer campestre 42 Quercus robur 43 Alnus glutinosa 44 Alnus glutinosa 45 Malus 'CV' (sierappel) 46 Alnus glutinosa 47 Acer pseudoplatanus 48 Ulmus minor 49 Fraxinus excelsior 50 Alnus glutinosa 51 Alnus glutinosa 52 Acer campestre

Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Gazon Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting

BoomhoogteKroondiame Stamdiamet Conditie_B 9 6 23 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 11 9 34 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 0 9 34 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 6 22 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 9 8 25 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 8 25 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 6 27 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 22 11 70 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 6 5 22 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 17 10 61 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 6 23 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 16 13 65 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 8 34 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 9 4 21 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 7 29 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 5 26 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 0 5 24 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 12 4 28 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 14 7 46 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 3 21 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 10 37 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 5 28 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 9 8 26 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 22 12 71 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 20 12 64 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 6 7 32 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 10 9 31 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 9 4 21 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 8 7 29 Goed /

Iets verminderd (goed/voldoende) 8 5 23 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 12 9 11 5 10 8 10 15 7 8 11 10 11 10 4 9 11 11 11 10 11 8

10 6 11 3 8 6 8 8 5 7 8 7 6 9 4 6 8 6 10 3 4 5

57 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 24 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 54 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 22 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 35 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 26 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 36 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 51 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 23 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 29 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 32 Stervende (slecht/slecht) 23 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 33 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 47 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 20 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 39 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 30 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 26 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 26 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 21 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 23 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende) 26 Goed / Iets verminderd (goed/voldoende)

Gebrek_1 Gebrek_2 Licht dood hout Licht dood hout Klimop op stam Klimop op stam Licht dood hout Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Zwaar dood hout Licht dood hout Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Zwaar dood hout Klankafwijking stamvoet Zwaar dood hout Holte stamvoet Klankafwijking stam Licht dood hout Licht dood hout Licht dood hout Rotting stamvoet Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Zwaar dood hout Zwaar dood hout Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Licht dood hout Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Licht dood hout Licht dood hout Zwaar dood hout Klimop op stam Zwaar dood hout Zwaar dood hout Zwaar dood hout Licht dood hout

Gebrek_3

Toekomst_v > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar Houtscheur 10 tot 15 jaar 10 tot 15 jaar Spechtgat/nestholte in stam 10 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar Beschadigd bastweefsel>stam 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar

Verplantba Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Beperkt Nee Nee Nee Nee

Scheefgroei Klankafwijking stamvoet Licht dood hout Zwaar dood hout Zwaar dood hout Licht dood hout Licht dood hout Zwaar dood hout Holte stamvoet Klankafwijking stam Zwaar dood hout Holte stamvoet Zwaar dood hout Zwaar dood hout Afgestorven bast stam Zwaar dood hout Klimop op stam Licht dood hout Klimop op stam Klimop in kroon Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Klimop op stam Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Beschadigd bastweefsel stam Licht dood hout Zwaar dood hout Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Geen (geen waarneembaar BVC gebrek) Geen (geen waarneembaar BVC gebrek)

Rotting stamvoet

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Beperkt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Houtboorders

Licht dood hout

5 tot 10 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaar 10 tot 15 jaar > 15 jaar 1 tot 5 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar

Opmerking onderstandige boom, helt over richting erf particulier

Tweestammig , rot in splitsing, spechtengat stam 6m Top dood Dood hout

Vijfstammig Driestammig

Holte in stamvoet 40 cm indringing, stam tenminste tot 2 m hoogte hol, zwaar dood hout

Vergroeid met gaas/hekwerk Stam hol tot minstens 2 m hoogte Onderstandige boom

Soort Klasse

1 14/16 2 14/16 2 14/16 1 14/16 2 14/16 2 14/16 2 14/16 0 18/20 1 14/16 0 14/16 2 14/16 0 14/16 1 14/16 1 14/16 2 14/16 1 14/16 2 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 2 14/16 0 18/20 0 18/20 2 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16

Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief

Boomwaarde Na aanplant en nazorg € 1.308,94 € 1.327,50 € 1.327,50 € 1.308,94 € 1.327,50 € 1.327,50 € 1.327,50 € 1.604,37 € 1.308,94 € 1.296,57 € 1.327,50 € 1.296,57 € 1.308,94 € 1.308,94 € 1.327,50 € 1.308,94 € 1.327,50 € 1.308,94 € 1.308,94 € 1.308,94 € 1.308,94 € 1.308,94 € 1.327,50 € 1.604,37 € 1.604,37 € 1.327,50 € 1.308,94 € 1.308,94 € 1.308,94 € 1.308,94

Functiecategorie 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 6 Standaard Niet Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 9 Kort Niet Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 9 Kort Niet Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 6 Standaard Niet Duurzaam 6 Standaard Niet Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam

Leeftijd Aantal Functieverv. Beheerjaren 30 30 30 30 30 30 30 20 30 10 30 10 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 20 20 30 30 30 30 30

0 18/20 2 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 0 18/20 1 14/16 1 14/16

Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief

€ € € € € € € € € €

1.604,37 1.327,50 1.308,94 1.308,94 1.308,94 1.308,94 1.308,94 1.604,37 1.308,94 1.308,94

6 Standaard Niet Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 6 Standaard Niet Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam

2 14/16 1 14/16 1 14/16 3 14/16 1 14/16 1 14/16 2 14/16 1 14/16 1 14/16 1 14/16 2 14/16

Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief Extensief

€ € € € € € € € € € €

1.327,50 1.308,94 1.308,94 1.346,06 1.308,94 1.308,94 1.327,50 1.308,94 1.308,94 1.308,94 1.327,50

4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam 4 Verkort Duurzaam

Stamomvang Nieuwe aanplant

Plantkosten

Beheerkosten 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 15 Extensief 27 Extensief 7 Extensief 27 Extensief 7 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 15 Extensief 15 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief

Boomwaarde Functievervulling € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

4.480,43 4.533,95 4.533,95 4.480,43 4.533,95 4.533,95 4.533,95 3.189,73 4.480,43 1.824,67 4.533,95 1.824,67 4.480,43 4.480,43 4.533,95 4.480,43 4.533,95 4.480,43 4.480,43 4.480,43 4.480,43 4.480,43 4.533,95 3.189,73 3.189,73 4.533,95 4.480,43 4.480,43 4.480,43 4.480,43

Huidige Leeftijd 25 35 35 25 25 25 25 35 15 30 25 30 15 10 30 15 25 15 25 10 20 15 25 35 30 30 15 10 15 10

20 30 30 30 30 30 30 20 30 30

15 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 15 Extensief 27 Extensief 27 Extensief

€ € € € € € € € € €

3.189,73 4.533,95 4.480,43 4.480,43 4.480,43 4.480,43 4.480,43 3.189,73 4.480,43 4.480,43

30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30

27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief 27 Extensief

€ € € € € € € € € € €

4.533,95 4.480,43 4.480,43 4.587,46 4.480,43 4.480,43 4.533,95 4.480,43 4.480,43 4.480,43 4.533,95

30 25 55 10 20 15 20 25 10 15 30 25 15 25 20 20 30 25 25 10 10 25

Maximale Huidige Leeftijd Boomwaarde 60 € 3.615,81 60 € 4.096,09 60 € 4.096,09 60 € 3.615,81 60 € 3.659,80 60 € 3.659,80 60 € 3.659,80 60 € 2.517,59 60 € 2.321,05 40 € 855,87 60 € 3.659,80 30 € 0,00 25 € 2.321,05 20 € 1.840,96 60 € 4.533,95 60 € 2.321,05 60 € 3.659,80 60 € 2.321,05 60 € 3.615,81 60 € 1.840,96 60 € 2.905,16 60 € 2.321,05 60 € 3.659,80 60 € 2.517,59 60 € 2.786,72 60 € 4.533,95 60 € 2.321,05 60 € 1.840,96 60 € 2.321,05 60 € 1.840,96 35 € 60 € 60 € 20 € 60 € 60 € 60 € 35 € 20 € 60 € 30 60 € 60 € 60 € 60 € 60 € 60 € 60 € 60 € 60 € 60 € 60 €

1.277,17 3.659,80 1.153,48 1.840,96 2.905,16 2.321,05 2.905,16 2.326,92 1.840,96 2.321,05

€

142.389,08

3.659,80 2.321,05 3.615,81 2.977,46 2.905,16 4.480,43 3.659,80 3.615,81 1.840,96 1.840,96 3.659,80

Legenda ! (

26

Conditie

! (

Goed / Iets verminderd (goed/voldoende)

! (

Sterk verminderd (matig/onvoldoende)

! (

Stervende (slecht/slecht)

27

! (

! (

! (

28

29

! (

! (

45

! (

! (

43

44

30

! (

! (

52

! (

32

46

! (

31 47

! ( ! (

23

! ( ! (

34

! (

48

49

33

! ( 21 ! (

! (

51

! (

22

1

3 ! (! (2 4

! (

19

50

! (

! (

20

! (

! ( ! ( ! (

18

16

! (

17

35 6

! (

( ! ( !

15

5

7

! ( ! (

36

! (

14

13

! ( ! (

38

! (

37

10

! (

11

! (

12

! (

41

! ( ! (

39

! (

! (

Locatie: Drijverschool Naalrand, Den Hoorn, Texel Thema: Overzichtskaart conditie bomen

42

40

! (

25

! (

24

! (

9

! (

8

¯ Esri Nederland, Community Map Contributors

Datum: 2-12-2020 Bedrijf: idverde Bomendienst B.V. Tekenaar: Zwanet Bosch

Kroondiameter Kroondiameters (indicatie)

26

27

28

29 43

44 45

30

52

32

46

31 47

23

48 49

33

34

22 51 21

1

3 2

4

19 50

20 18

16

17

35

5

6 15

7 36 14

13 37

10

38 11 12

Locatie: Drijverschool Naalrand, Den Hoorn, Texel Thema: Overzichtskaart bomen kroondiameter (indicatie) 41 42

39

40

25

9 24

8

¯ Esri Nederland, Community Map Contributors

Datum: 2-12-2020 Bedrijf: idverde Bomendienst B.V. Tekenaar: Zwanet Bosch

Legenda

26

! (

Toekomstverwachting

! (

> 15 jaar

! (

10 tot 15 jaar

! (

5 tot 10 jaar

! (

1 tot 5 jaar

27

! (

28

! (

29

! (

43

! (

44

! (

45

! (

30

! (

52

! (

! (

32

46

! (

31

! (

47

! ( 23

! (

48

! (

49

33

! (

! (

34

! (

22

! (

51

! ( 21 ! (

1

3 ! (! (2

50

! (

! (

! (

19

4

20

! (

! ( ! ( ! (

16

18

17

! (

35 6

! (

( ! ( !

15

5

7

! ( ! (

36

! (

14

! ( 37

38

! (

! (

13

10

! (

11

! (

! ( ! (

41

! (

39

! (

! (

12

Locatie: Drijverschool Naalrand, Den Hoorn, Texel Thema: Overzichtskaart toekomstverwachting bomen

42

40

25

! (

24

! (

! (

9

! (

8

¯ Esri Nederland, Community Map Contributors

Datum: 2-12-2020 Bedrijf: idverde Bomendienst B.V. Tekenaar: Zwanet Bosch

50/256

Bijlage 2

51/256

Onderbouwing woningbouwbehoefte

De beoogde ontwikkeling op de locatie Drijverschool in Den Hoorn bestaat uit het realiseren van 32 woningen en wordt hierdoor aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Dit betekent dat de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling moet worden aangetoond. Deze onderbouwing voorziet hierin. Gezien de andersoortige woningmarkt van Texel heeft Texel een ‘status aparte’ in het regionale woningbouwbeleid.

De situatie van de woningmarkt op Texel is als volgt: ● Er is een groot tekort aan sociale huurwoningen: de gemiddelde wachttijd bij Woontij is van 5,5 jaar, oplopend tot 8 jaar. Er staan 1.700 woningzoekenden ingeschreven bij Woontij, waarvan 500 actief woningzoekenden. Gezien de eilandsituatie is er voor de Texelse inwoners geen uitwijkmogelijkheid naar een andere gemeente. ● Er is een tekort aan middeldure huur (Rapport STEC: Middel-dure huur op Texel in beeld d.d. 17-02-2016). ● Er is onvoldoende aanbod van betaalbare koopwoningen voor jonge Texelaars en Texelse gezinnen (lage- en middeninkomens) (Notitie STEC: Notitie belang huisvestingsverordening d.d. 4 juni 2019). ● De markt zit op slot en de prijzen blijven boven-proportioneel stijgen. ● Er is sprake van een kwalitatieve mismatch in het totale woningaanbod: er zijn ruim 1.000 betaalbare woningen te kort ten opzichte van het inkomen van de huishoudens op Texel; ● Het tekort is verder versterkt door het rijksbeleid om 65-plussers langer zelfstandig thuis te laten wonen, hetgeen als gevolg heeft dat er nog minder woningen vrijkomen. ● Om op de Texelse woningmarkt een situatie te bereiken waarbij sprake is van meer evenwicht en redelijke wachttijden zijn tot 2030 naar verwachting 500-1000 extra woningen nodig (Woontij 'Een huis voor iedereen' d.d. 16 januari 2020).

Uit het bovenstaande blijkt dat de Texelse woningmarkt een groot tekort aan sociale huurwoningen heeft. Daarnaast is er ten opzichte van de Noordkop op Texel sprake van dure koopwoningen van matige kwaliteit. De hoge prijzen maken onderhoud en verduurzaming lastig, 'het geld gaat op aan de hypotheek'. Dit wordt ernstig versterkt door de eilandpositie. Er is geen uitwijkmogelijkheid naar woningen elders. Door de woningnood ontstaan er problemen met het invullen van vacatures. Zeker in branches die noodzakelijk zijn voor het maatschappelijk functioneren, zoals zorg, onderwijs, overheid, politie en toerisme.

Er worden diverse maatregelen getroffen om de bestaande voorraad zo goed mogelijk te gebruiken. In een aantal gevallen gaat het om tijdelijke oplossingen. Het effectief inzetten van de bestaande woningvoorraad is echter niet voldoende.

Gezien de vraag moeten er snel woningen worden gebouwd. De hoofdcategorieën die hierbij worden onderscheiden zijn: 1. sociale en middel-dure huur; 2. goedkope en middel-dure koop. Bij de koopwoningen op de woningbouwlocaties in eigendom van de gemeente zal via de koopovereenkomst/uitgifteovereenkomst een zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding worden opgelegd.

De volgende maatschappelijke effecten worden beoogd te bereiken op de Texelse woningmarkt: 1. Wachtlijsten voor een sociale huurwoning van gemiddeld maximaal 2 jaar;

2. Afname kwalitatieve mismatch; 3. De Texelse woningmarkt vormt geen belemmering voor het accepteren van een (vaste) baan; 4. Jongeren en senioren kunnen 'in hun eigen dorp' blijven wonen; 5. Terugdringen wonen in de illegaliteit (boerenschuren, bedrijfsgebouwen op bedrijventerreinen).

In het 'Overzicht Woningbouw Texel' in het KwT is op basis van een globale programmering volgens de gemeentelijke uitgangspunten vastgelegd, waar en hoeveel woningen er in de periode 2020 – 2030 worden gebouwd. Het Overzicht Woningbouw Texel biedt ruimte voor de bouw van circa 440 woningen (waarvan circa 300 sociale huurwoningen) voor het grootste deel binnen 'bestaand stedelijk gebied' (BSG). Met het KwT is het plan kwantitatief en kwalitatief regionaal afgestemd.

Gezien de unieke woningbouwbehoefte op Texel is het belangrijk dat de problemen op het eiland zelf worden opgelost. Deze bijzondere positie wordt onderkend in de regio en tevens beleidsmatig ondersteund. De ontwikkeling van 32 woningen op de locatie Jan Drijverschool in Den Hoorn ligt binnen stedelijk gebied en past binnen de behoefteraming.

54/256

Bijlage 3

55/256

Quickscan Ecologie

2021 1

Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie nieuwbouwwoningen te Den Hoorn, Texel

++

1

COLOFON BUREAU FAUNAX Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie nieuwbouwwoningen te Den Hoorn, Texel (herzien) Leeuwarden, november 2021 In opdracht van: Rho Adviseurs / gemeente Texel Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. J. Groen Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied © Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2021). Quickscan Wet natuurbescherming/Realisatie Nieuwbouwwoningen te Den Hoorn, Texel. Rapport 21237 B. Bureau FaunaX, Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING .....................................................................................................................4 Aanleiding .............................................................................................................................. 4 Doel

5

Onderzoeksopzet .................................................................................................................... 5 Karakteristiek plangebied en planvoornemen...................................................................... 6 RESULTATEN QUICKSCAN .................................................................................................. 7 Flora

7

Vogels ..................................................................................................................................... 8 Jaarrond beschermde vogelnesten ................................................................................ 8 Zoogdieren ............................................................................................................................. 11 Vleermuizen .................................................................................................................. 11 Overige zoogdieren ...................................................................................................... 12 Reptielen ............................................................................................................................... 14 Amfibieën .............................................................................................................................. 15 Vissen .................................................................................................................................... 18 Ongewervelden ..................................................................................................................... 18 Gebiedsbescherming ............................................................................................................

18 Stikstofgevoeligheid ..................................................................................................... 18 Houtopstanden ..................................................................................................................... 19 SAMENVATTING EN CONCLUSIES .................................................................................... 20 Overzicht beschermde soorten ............................................................................................20 Effectbespreking en aanbevelingen .....................................................................................20 Overzicht vervolgstappen..................................................................................................... 22 LITERATUUR EN BRONNEN .............................................................................................. 23 BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING .................................................................................

- 1 Wnb Soortbescherming......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring ..................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten provincie Noord-Holland..........................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ...................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb ............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden .............................................................................................. - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -

3

1. INLEIDING Aanleiding Men is voornemens nieuwbouwwoningen te realiseren op de gronden van een voormalige school in Den Hoorn, Texel. Ruimtelijke plannen zoals deze dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming (Wnb) en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische Quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden.

Figuur 1.1. Een overzicht van het plangebied te Den Hoorn, Texel.

4

Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van Rho Adviseurs / gemeente Texel heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische Quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze Quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische Quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze Quickscan is uitgevoerd op zondag 17 oktober 2021 en vond plaats onder zachte weersomstandigheden (13°C, windkracht 4, geheel bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Ecologische Hoofdstructuur, ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.

5

Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied bestaat uit het perceel Naalrand 2 te Den Hoorn. Op dit perceel bevindt zich een voormalige school, evenals enkele losstaande schuurtjes en bergingen. Aan de zuidoostzijde van het plangebied bevindt zich een bosschage, welke aan de westelijke zijde hiervan overgaat in een bomenrij. Deze bomenrij loopt vervolgens door langs de zuid- en westzijde van het plangebied. De zuidelijke en westelijke grenzen van het plangebied worden gevormd door sloten. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Den Hoorn, agrarisch gebied, doorkruist door sloten en duingebieden. Het planvoornemen bestaat uit het slopen van de bestaande school, het deels verwijderen van de bosschage en bomenrijen en het verbreden van een gedeelte van de sloten op de grens van het plangebied om in de plaats hiervan woningen, parkeergelegenheid en verbindende paden te realiseren.

Figuur 1.2. Een impressie van het plangebied

6

RESULTATEN QUICKSCAN Flora Binnen het plangebied werden, naast gecultiveerde tuinplanten, soorten als Engels raaigras, smalle weegbree, braam (spec.), paardenbloem, fluitenkruid, madeliefje, grote brandnetel en brede weegbree aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. De omstandigheden zijn te voedselrijk.

Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied met v.l.b.n.r.o.: smalle weegbree, madeliefje, grote brandnetel en braam (spec.).

De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.

7

Vogels Jaarrond beschermde vogelnesten Roofvogels en uilen Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten en horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. De bomen binnen en vlak buiten het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van boomnesten. Binnen het plangebied is slechts één boomnest aangetroffen, aan de noordwestzijde van de bosschage aan de zuidoostzijde van het plangebied (figuur 2.2). Op basis van de structuur hiervan, is dit naar alle waarschijnlijkheid een oud nest van een houtduif. De aanwezigheid van jaarrond beschermde boomnesten binnen het plangebied kan door de afwezigheid van andere boomnesten op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.2. In de noordwestelijke hoek van de bosschage binnen het plangebied werd een oud nest van een houtduif aangetroffen.

Ten tijde van het veldbezoek zijn aan de noordzijde van het te slopen gebouw een zevental nesten van huiszwaluw aangetroffen. De huiszwaluw is in de provincie Noord-Holland aangewezen als zogenaamde ‘categorie 5’ soort. Dit houdt in dat de nesten van deze soort alleen bescherming genieten indien er sprake is van ‘ecologisch zwaarwegende redenen’, zoals de afwezigheid van alternatieve broedgelegenheid, of als de staat van instandhouding van de lokale populatie in het geding komt door het verdwijnen van nesten. De nabije omgeving (+/150 meter) van het plangebied is ten tijde van het veldbezoek gecontroleerd op andere huiszwaluwnesten. Deze zijn niet aangetroffen.

8

Op basis van de afwezigheid van andere huiszwaluwnesten op korte afstand van het plangebied, kan het naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten dat de lokale populatie huiszwaluwen in het geding komt indien de vastgestelde nesten verdwijnen.

Figuur 2.3. Aan de noordzijde van de voormalige school werd ten tijde van het veldbezoek een zevental huiszwaluwnesten aangetroffen.

Het plangebied is tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van nestgelegenheid voor gebouwbewonende soorten, waarvan de nesten jaarronde bescherming genieten. Aan de onderzijde van de onderste rij dakpannen van de voormalige school werd een vorm van vogelschroot aangetroffen. Op enkele plaatsen, waaronder onder nok- en kantpannen, ontbrak dergelijk vogelschroot. Hiernaast werden onder overhangende gedeelten van het dak ruimten aangetroffen die toegankelijk zijn voor verschillende soorten vogels. Door het deels ontbreken van vogelschroot en de aanwezigheid van geschikte ruimten onder nok- en kantpannen en onder overhangende dak gedeelten, kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus binnen het plangebied niet op voorhand worden uitgesloten. Ook de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw kan naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten. De gierzwaluw is een kliffenbroeder, welke van nature vanaf een bepaalde hoogte tot broeden komt. De ruimtes welke voor huismus geschikt zijn bevonden, bevinden zich op dusdanige hoogte, dat deze voldoen aan de hoogte eis van de gierzwaluw.

9

Figuur 2.4. Binnen het plangebied werd op verschillende locaties verdeeld over de voormalige school nestgelegenheid voor huismus en gierzwaluw aangetroffen.

De aanwezigheid van overige gebouw-broedende soorten, zoals kerkuil kan op voorhand worden uitgesloten, bijvoorbeeld op basis van de afwezigheid van geschikte in- en uitvliegopeningen.  

De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huiszwaluw, huismus en gierzwaluw binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van overige jaarrond beschermde (boom)nesten kan wel op voorhand worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=8a6e50d2-b121-42e0-9e76-65d1a1198968