Bijlage 1. Nota van Zw Parapluplan verblijfsrecreatie vs 4 def NIEUWST (per 28-11-2024)
Tekst van het document
2. Zaaknummer 3316075 - Boslaan 71, Utrecht Zienswijze Een pipowagen op een boerencamping wordt door indiener als een grote caravan gezien. Gepleit wordt voor een persoonsgebonden overgangsrecht voor de kampeerders van pipowagens. Ook vragen zij zich af of campings pipowagens mogen verhuren. Reactie/standpunt gemeente De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de regels van het Ontwerp bestemmingsplan. Dit komt mede voort uit de motie die door de raad op 10 juli 2024 is aangenomen. Een pipowagen mag staan daar waar kampeermiddelen zijn toegestaan: bij een woning in het buitengebied, op een terrein voor kamperen bij de boer, 19 / 91
op een terrein met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en ‘Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen’. Een pipowagen kan ook een ‘vast kampeermiddel’ zijn daar waar dit is toegestaan, namelijk bij kamperen bij de boer (gedurende het seizoen) en op terreinen met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en ‘Recreatie Verblijfsrecreatieve terreinen’. De tekst in het definitieve paraplubestemmingsplan De definitie van pipowagen is nieuw en die van kampeermiddel is aangepast: 1.20 pipowagen: ’een verplaatsbare wagen voor recreatief gebruik van hout of daarmee vergelijkbaar materiaal, met 4 wielen, een maximale lengte van 6 meter, een maximale breedte van 2,55 meter en een maximale hoogte van 4 meter’. 1.9 kampeermiddel: ‘Een tent, een camper, een caravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en een pipowagen.
Onder kampeermiddel wordt niet verstaan een stacaravan/chalet of een tenthuis’ 3.1 Afwijken van de gebruiksregels 3.1.1 Kamperen bij de boer Voor het in bijlage 1 genoemde bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 gelden bij het afwijken met omgevingsvergunning van de gebruiksregels voor het kamperen bij de boer bij agrarische bedrijven als bedoeld in artikel 3 lid 3.5 sub c, artikel 5 lid 5.5 sub c, artikel 6 lid 6.5 sub c en artikel 7 lid 7.5 sub c de volgende voorwaarden: a. er mogen maximaal 15 kampeermiddelen, met inbegrip van vaste kampeermiddelen, worden geplaatst; waarbij elk kampeermiddel een normtelling van 3 recreatieve slaapplaatsen kent; 6.1.3 Kampeermiddel bij een woning Voor het in bijlage 1 genoemde bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 waarin een woonbestemming voorkomt dan wel waar op grond van een bestemming woningen zijn toegestaan en waar in de gebruiksregels is opgenomen dat het is toegestaan te kamperen op het achtererf met 1 kampeermiddel in de directe nabijheid van de woning geldt dat het ook mag gaan om een vast kampeermiddel. De voorwaarden voor plaatsing van het kampeermiddel blijven ongewijzigd.
3. Zaaknummer 3318654 - Postweg 201, De Cocksdorp Zienswijze De status van de woning Postweg 201 als tweede woning moet niet worden gewijzigd. De woning wordt nu voor permanente bewoning gebruikt maar is (ooit) bedoeld voor de kinderen. Reactie/standpunt gemeente Postweg 201 is bestemd als ‘tweede woning’. In het Parapluplan is een wijziging van de voorwaarden van de bestemming tweede woning niet voorzien. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Ontwerp bestemmingsplan.
4. Zaaknummer 3319237 - Kikkerstraat 12, De Cocksdorp Zienswijze 1.
De teruggang van 3 kamers en 6 slaapplaatsen naar 2 slaapkamers en 4 slaapplaatsen voor logies met ontbijt is bron van zorg. Na controle eind 2021 is de aanwezige kookgelegenheid verwijderd en een bedbank geplaatst in de gemeenschappelijke kamer. Waarom zijn de regels nu alweer anders?
20 / 91
2.
Waarom het aantal B&B’s nu pas beperken nu de zaken uit de hand lopen? De indiener stelt voor om bestaande B&B’s een vergunning te verlenen, hen een uitsterfregeling voor 3 kamers aan te bieden en 6 slaapplaatsen te geven en geen nieuwe B&B’s meer toe te staan.
Reactie/standpunt gemeente Verwezen wordt naar de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1. De zienswijze leidt tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1.
5. Zaaknummer 3324456 - Boogerd 19, Den Burg Zienswijze De indiener vindt het Parapluplan is noodzakelijk om de authentieke lokale gastvrijheid te waarborgen. Vele van de noodzakelijke veranderingen zullen moeten worden afgedwongen. Zoals rust. Gevraagd wordt om een streng handhavingsbeleid. Voorkom verstening want dan jaarrond drukte. Speciale aandacht wordt gevraagd voor een snelle verduurzaming van toerisme, met name de energietransitie.
Reactie/standpunt gemeente Dit wordt niet in een bestemmingplan geregeld. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Ontwerp bestemmingsplan.
6. Zaaknummer 3324344 - Kogerstraat 17, Den Burg Zienswijze Op basis van de artikel 1 lid 1.10 (de definitie) en artikel 6.1.1 lid a (over het maximum oppervlak) in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan wordt verondersteld dat het mogelijk is om ontbijt in een gedeelte van de woonkamer aan te bieden. Reactie/standpunt gemeente In artikel 1 lid 1.10 van het Ontwerp Paraplubestemmingsplan wordt logies met ontbijt als ondergeschikte voorziening in de vorm van een (slaap)kamer voor recreatief nachtverblijf omschreven. Het maximum van 50 m² en maximum 30% gebruiksoppervlak heeft betrekking op de voorziening (slaap)kamer(s) inclusief badkamer(s) zonder eventuele verkeersruimten (als trap, gang/hal, overloop). Ontbijt voor recreatieve verblijfsgasten mag in de woonkamer van de hoofdbewoner(s) worden aangeboden. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Ontwerp bestemmingsplan.
7. Zaaknummer 3320522 - Kogerstraat 17, Den Burg Zienswijze De teruggang van 3 kamers en 6 slaapplaatsen naar 2 slaapkamers en 4 slaapplaatsen voor logies met ontbijt zorgt voor ernstige financiële consequenties. De gemeente kan een verzoek tot planschade verwachten. Reactie/standpunt gemeente 21 / 91
Verwezen wordt naar de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1. De zienswijze leidt tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1.
8. Zaaknummer 3319941 - Duinroosstraat 1, De Koog Zienswijze 1. Indiener vindt de omschrijving van vast kampeermiddel erg vaag. Of voorbeelden kunnen worden gegeven van vaste kampeermiddelen. 2. Tevens wordt gevraagd of 4 personen op 1 slaapkamer mogen en of dan maar 1 parkeerplaats nodig is. 3. Ook wordt gevraagd hoe bij de bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatieve gebouwen’ die gaan omzetten of verbouwen een 7 meter brede boomsingel gerealiseerd moet worden om het perceel als het gebouw in de bebouwde kom binnen 7 meter van de perceelsgrens staat. En wat nu als gasten een vrij uitzicht willen? 4. Gevraagd wordt ook om het tijdig bekend maken van de toeristenbelasting van het volgend jaar omdat gasten vaak vooruit reserveren en betalen.
Reactie/standpunt gemeente 1. Een kampeermiddel (tent, caravan, e.d.) die tot doel heeft langere tijd op een vaste plek te blijven staan wordt tevens een bouwwerk. In de huidige bestemmingsplannen kan dat in strijd komen met de gebruiksregels wanneer het gebruik van bouwwerken voor verblijfsrecreatie als strijdig wordt aangemerkt. Een kampeermiddel die langere tijd (bijvoorbeeld een seizoen) op een standplaats voor een kampeermiddel blijft staan stuit niet op bezwaren en kan worden toegestaan. Om dit juridisch wel mogelijk te maken is een 'vast kampeermiddel' opgenomen. Een ‘vast kampeermiddel’ betekent dat een kampeermiddel (tent, toercaravan, camper en pipowagen, zie onder) langere tijd mag blijven staan, gedurende het kampeerseizoen. 2. Het is aan de aanbieder van logies met ontbijt hoe hij dit uitlegt. Als de aanbieder één grote kamer met 4 slaapplaatsen wil realiseren, dan is dat in principe toegestaan. De eis van het toevoegen van 1 parkeerplaats geldt per kamer en bij nieuwe locaties voor logies met ontbijt. 3. In het TTP staat over de landschappelijke inpassing het volgende beschreven: ‘Wel toetsing vooraf maar niet te beperkend qua ontwikkelingsmogelijkheden bij verblijfsrecreatieve terreinen. Kan ook overwogen worden voor verblijfsrecreatieve gebouwen’.
De in het Ontwerp Parapluplan beschreven eis van landschappelijke inpassing met een zeven meter brede en minimaal twee meter hoge boomsingel rond het perceel met de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’, vanaf het moment van nieuw- of herbouw, verbouw of verandering van de gebouwen en overkappingen is aangepast in het definitief vast te stellen plan. De regels in artikel 5.2.1 zijn aangepast. Uitbreiding en nieuwbouw waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist, is voortaan gekoppeld aan een aantal extra voorwaarden. Voor de omzetting van verblijfsrecreatieve gebouwen binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen' (bijvoorbeeld van groepsaccommodatie naar hotel) die leidt tot (inpandige) verandering, vergroting of herbouw van de bestaande gebouwen zijn aanvullende bouwregels opgenomen om de inpassing in het landschap en/of het bebouwingsbeeld te waarborgen. De reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het Paraplubestemmingsplan. De voorwaarden onder 5.2.1 worden aangepast. En er wordt een vergunningenstelsel opgenomen voor de ‘aanlegactiviteiten’ om de inpassing in het landschap en/of het bebouwingsbeeld te waarborgen. 4. Dit wordt niet in een bestemmingsplan geregeld. De tekst in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan 5.2.1 Bouwregels
22 / 91
Het nieuw- of herbouwen, verbouwen of veranderen van gebouwen en overkappingen binnen de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatieve gebouwen' zoals opgenomen in de bestemmingsplannen genoemd in bijlage 1, is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. het terrein is goed landschappelijk ingepast, en wordt afgeschermd door een boomsingel van ten minste 7 meter breed die op het moment van in gebruik neming van de gebouwen en overkappingen een hoogte heeft bereikt van minimaal 2 meter, tenzij op andere wijze een goede landschappelijke inpassing is gewaarborgd; b. er dient sprake te zijn van een goede inpassing in het straatbeeld; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden; d. voorzover de plannen binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 liggen, dienen deze te voldoen aan de toetsingscriteria, zoals opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 'Texel in ontwikkeling'.
Voorstaande wordt in het definitieve paraplubestemmingsplan vervangen door: 5.2.1 Bouwregels Onverminderd de bestaande bouwregels, is het nieuw- of herbouwen, verbouwen of veranderen van gebouwen en overkappingen binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen' zoals opgenomen in de bestemmingsplannen genoemd in bijlage 1, uitsluitend toegestaan onder de volgende aanvullende voorwaarden: a. bij een aanvraag omgevingsvergunning wordt een inrichtingsplan van het gehele perceel aangeleverd, waaruit in ieder geval blijkt dat een bijdrage wordt geleverd aan de landschappelijke en natuurlijke inpassing door toevoeging van beplanting binnen het perceel; b. gebouwen en overkappingen zijn goed ingepast in het landschap en/of het bebouwingsbeeld; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden; d. voor gebouwen en overkappingen gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 zijn de toetsingscriteria in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 'Texel ‘Texel in ontwikkeling’ in ieder geval van toepassing. 5.2.2 Nadere regels Het college kan ten behoeve van de beoordeling van een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 5.2.1, sub b, aanvullende beoordelingsregels vaststellen.
5.2.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen of aanplanten van bomen heesters en struiken; b. het ontgronden, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; 5.2.4 Beoordelingsregels en uitzonderingen Bij de afweging van de hieronder genoemde omgevingsvergunning, is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 'Texel in ontwikkeling', steeds onderdeel van het toetsingskader. Het bepaalde in artikel 5.2.3 is niet van toepassing op de volgende werken en werkzaamheden: a. het normale onderhoud of het normale gebruik; b. de bestrijding van een aanwezige of dreigende calamiteit. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien: a. de werken of werkzaamheden geen onevenredige, blijvende schade toebrengen aan de aanwezige landschappelijke of natuurlijke waarden en geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van de betrokken of omliggende gronden en het bebouwingsbeeld; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een voor de betreffende locatie opgesteld inrichtingsplan.
9. Zaaknummer 3326853 - Boerderijcamping Noorderwaard, Oosterend Zienswijze Indiener vraagt aandacht voor de veranderende vraag naar luxe, zorg en comfort. Zij pleiten voor het mogelijk maken van een privé sanitairgebouw per kampeerplek. Ook willen zij graag 2-3 plekken extra voor campers. Dat is vooral ideaal voor late buitenlandse aankomers zo vindt de indiener. Reactie/standpunt gemeente Het maximaal aantal kampeermiddelen op een terrein voor kamperen bij de boer kan niet worden overschreden. Campers mogen wel geplaatst worden (een camper wordt immers als een kampeermiddel gezien), binnen het 23 / 91
maximale aantal kampeermiddelen. Het plaatsen van meerdere kleine sanitair gebouwen op terreinen voor kamperen bij de boer (en dus met een agrarische bestemming) is niet toegestaan. Privé-sanitair aanbieden in het sanitair gebouw kan weer wel. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
10.
Zaaknummer 3327127 - Boerderijcamping de Vrije Vogel, Oudeschild
Zienswijze Indiener constateert toename van luxe en omvang kampeermiddelen. 1. Daarom verzoekt indiener tot het loslaten van de eis van maximaal 6,5 m voor een kampeermiddel. 2. Ook ziet indiener graag alleen een vergunning voor boerenbedrijven die daadwerkelijk voldoen aan de eis van ‘reëel agrarisch bedrijf’. En dat de kampeerplaatsen van niet reëel agrarische bedrijven worden verdeeld onder de bedrijven die dat wel zijn. Reactie/standpunt gemeente In de huidige bestemmingsplannen staat de volgende voorwaarde beschreven: ‘er mogen uitsluitend kampeermiddelen, niet zijnde chalets en stacaravans, geplaatst worden, waarbij de caravans gemeten zonder dissel niet langer dan 6,50 meter zijn’. In het Parapluplan vervalt de eis van 6,50 meter voor caravans, conform verzoek van indiener. De primaire eis voor het verkrijgen van een vergunning voor kamperen bij de boer is het zijn van een agrarisch bedrijf: dat wil zeggen met de bestemming Agrarisch, met agrarisch grondgebruik, agrarisch erf, het zijn van een agrarisch grondgebonden bedrijf en wonen ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Daar is de agrarische bedrijfsvoering de hoofdactiviteit, met actieve handelingen op en rond het bedrijf die daarbij horen, uitgevoerd door de bewoner(s) die ook eigenaar is (zijn) van de gronden.
Voor kamperen bij de boer geldt de eis van het zijn van een ‘reëel agrarisch bedrijf’: ‘er is sprake van een reëel agrarisch bedrijf als tussen de helft en een nagenoeg volledig ‘redelijk’ inkomen afkomstig is uit het bedrijf en/of tussen de helft en nagenoeg volledige arbeidsinzet van een volwaardige arbeidskracht aan het bedrijf besteed wordt. Een reëel bedrijf heeft de potentie uit te groeien tot een volwaardig agrarisch bedrijf’. Maar de laatste zin is moeilijk toetsbaar. Ook omdat geen periode wordt gevraagd waarbinnen dit dient te gebeuren. In onze ogen hoort dit niet thuis in een begripsbepaling. Daarom is die zinsnede eruit gehaald. Naar aanleiding van de op 10 juli 2024 aangenomen motie ‘Boerencampings en schapenhouders horen bij elkaar’ wordt de definitie van ‘reëel agrarisch bedrijf’ iets aangepast: ‘er is sprake van een reëel agrarisch bedrijf als tussen de helft en een nagenoeg volledig ‘redelijk’ inkomen afkomstig is uit het bedrijf en tussen de helft en nagenoeg volledige arbeidsinzet van een volwaardige arbeidskracht aan het bedrijf besteed wordt’.
In afwijking van deze definitie kan de omgevingsvergunning voor kamperen bij de boer ook worden verleend als er geen sprake is van een ‘redelijk’ inkomen uit het agrarische bedrijf, maar dit agrarische bedrijf geheel dan wel in hoofdzaak is gericht op het houden en/of fokken van schapen en in de voorafgaande 3 jaren van de aanvraag gemiddeld minimaal 250 fok- of melkschapen heeft gehad. Het verdelen van de kampeerplaatsen van agrarische locaties die niet aan de eis van reëel agrarisch bedrijf voldoen, veronderstelt dat vergunningen zijn verleend aan bedrijven die niet aan deze eis hebben voldaan. Dat feit is ons niet bekend. Wanneer een aanvraag binnenkomt voor de vergunning voor kamperen bij de boer (die 5 jaar geldig is), wordt stringent toegezien op de noodzakelijke minimale eisen. Omdat agrarische bedrijven onderling sterk in bedrijfsopzet verschillen en om bedrijven toch te kunnen indelen, hanteert de gemeente bij de vergunningverlening de werkwijze van de RVO, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Deze hierbij gebruikte normen worden jaarlijks door Wageningen Universiteit beoordeeld en indien nodig aangepast. Hobbyboeren mogen geen kamperen bij de boer. Voor het kamperen bij de boer is in de totale slaapplaatsentelling een quotum gereserveerd van 3.000 slaapplaatsen.
In enkele zienswijzen wordt gevraagd of het niet mogelijk is om de slaapplaatsen die (nog) niet benut worden, te verdelen over de vergunninghouders die kamperen bij de boer exploiteren. Om meerdere redenen wordt hier niet in mee gegaan:
24 / 91
- Het kamperen bij de boer op Texel moet kleinschalig blijven, zodat het een ondergeschikte nevenactiviteit blijft op het agrarische bedrijf. De volgende toelichting in het bestemmingplan buitengebied 2013 geldt en werkt nog steeds: ‘Verder is voor verbreding in de landbouw een regeling opgenomen. Agrarische bedrijven hebben nevenactiviteiten ontwikkeld, die veelal goed inpasbaar zijn in het Texelse landschap en een welkome aanvulling bieden op het inkomen van het bedrijf en de diversiteit en levendigheid versterken. Denk hierbij aan verblijfsrecreatie zoals kamperen bij de boer, educatie in de vorm van bezoekboerderijen, rondleidingen en demonstraties, verkoop van producten rechtstreeks van de boerderij etc. Gezamenlijk maakt het een toeristisch aantrekkelijk en afwisselend gebied’. - Het streven is om ook startende boeren die graag voor kamperen bij de boer in aanmerking willen komen, een vergunning te kunnen verlenen. - Als alle slaapplaatsen altijd uitgegeven zijn, wordt het kamperen bij de boer een schaarse vergunning. Op grond van de dienstenrichtlijn en aanverwante wetgeving, moet de gemeente deze vergunningen dan bij inschrijving, op een vooraf aangegeven transparante wijze verdelen. Loting is bijvoorbeeld zo’n verdeelwijze. Dat kan inhouden dat men dan na 5 jaar niet meer in aanmerking komt voor een vergunning.
Terwijl het voor de kwaliteit van het kamperen bij de boer, en de bedrijfsvoering van de agrariër, beter is om een lange termijn perspectief te hebben en het bedrijfsplan met investeringen hierop te kunnen baseren. Het geeft onzekerheid en grotere administratieve lasten. Om seizoenplaatsen juridisch wel mogelijk te maken is een 'vast kampeermiddel' bij kamperen bij de boer toegestaan. Een ‘vast kampeermiddel’ betekent dat een kampeermiddel (tent, toercaravan, camper) langere tijd mag blijven staan, gedurende het kampeerseizoen. De regel dat een caravan niet langer mag zijn dan 6,5 m, met dissel, is geschrapt. Naar aanleiding van de op 10 juli 2024 aangenomen motie ‘Pipowagen is ook een kampeermiddel’ wordt de definitie van ‘pipowagen’ geïntroduceerd en die van ‘kampeermiddel’ aangepast. De reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De definitie van reëel agrarisch bedrijf wordt aangepast, een pipowagen ook als kampeermiddel te zien en vaste kampeermiddelen mogelijk te maken bij kamperen bij de boer. De tekst in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan ARTIKEL 1 Begrippen Het begrip ‘reëel agrarisch bedrijf’ is niet in het Ontwerpplan opgenomen.
In het bestemmingsplan Buitengebied 2013 luidt de omschrijving van ‘reëel agrarisch bedrijf’ als volgt: ‘er is sprake van een reëel agrarisch bedrijf als tussen de helft en een nagenoeg volledig ‘redelijk’ inkomen afkomstig is uit het bedrijf en/of tussen de helft en nagenoeg volledige arbeidsinzet van een volwaardige arbeidskracht aan het bedrijf besteed wordt. Een reëel bedrijf heeft de potentie uit te groeien tot een volwaardig agrarisch bedrijf’.
Voorstaande wordt in het definitieve paraplubestemmingsplan vervangen door: De definitie van pipowagen is nieuw en die van kampeermiddel en reëel agrarisch bedrijf zijn aangepast: ARTIKEL 1 Begrippen 1.9 kampeermiddel ‘Een tent, een camper, een caravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en een pipowagen. Onder kampeermiddel wordt niet verstaan een stacaravan/chalet of een tenthuis’. 1.17 reëel agrarisch bedrijf er is sprake van een reëel agrarisch bedrijf als tussen de helft en een nagenoeg volledig ‘redelijk’ inkomen afkomstig is uit het bedrijf en tussen de helft en nagenoeg volledige arbeidsinzet van een volwaardige arbeidskracht aan het bedrijf besteed wordt. 1.20 pipowagen een verplaatsbare wagen voor recreatief gebruik van hout of daarmee vergelijkbaar materiaal, met 4 wielen, een maximale lengte van 6 meter, een maximale breedte van 2,55 meter en een maximale hoogte van 4 meter. 3.1 Afwijken van de gebruiksregels 3.1.1 Kamperen bij de boer a. er mogen maximaal 15 kampeermiddelen, met inbegrip van vaste kampeermiddelen, worden geplaatst; waarbij elk kampeermiddel een normtelling van 3 recreatieve slaapplaatsen kent; […] 25 / 91
g.
h.
de omvang van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf moet minimaal die van een reëel agrarisch bedrijf zijn. De omgevingsvergunning kan ook worden verleend als geen sprake is van een 'redelijk' inkomen uit het agrarische bedrijf maar waarbij dit agrarische bedrijf zich geheel dan wel in hoofdzaak richt op het houden en/of fokken van schapen en in de voorafgaande 3 jaren van de aanvraag gemiddeld jaarlijks minimaal 250 fok- of melkschapen heeft gehouden; Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor kamperen bij de boer wordt een Gecombineerde Opgave ingediend en in het geval geen Gecombineerde opgave beschikbaar is worden andere gegevens overlegd waaruit blijkt dat er sprake is van een reëel agrarisch bedrijf.
11.
Zaaknummer 3327928 - Jachtlust Recreatie BV, De Cocksdorp
Zienswijze Indiener bezit een chaletpark gelegen achter een grote veldschuur temidden van akkergronden. Hij wil uitbreiden. Om de gebouwen in goede staat te houden ontbreken de financiële middelen. Reactie/standpunt gemeente Deze mogelijkheid (de 25% regeling) is inmiddels vervallen. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
12.
Zaaknummer 3329562 - Deze zienswijze is ingetrokken.
Het gemeentebestuur heeft weet van buren van logies met ontbijt-adressen flink last te hebben van het gedrag van gasten van hun buurman. Die overlast kan inkijk in de tuin of woning betekenen maar ook gebruik van de parkeerplekken in de straat, geluidsoverlast (door brekende flessen, luide stemmen, andere slaapritmes – vaak laat nog actief – en verkeersbewegingen in een anders rustige straat). Omdat indiener vreesde dat hij in een zienswijze duidelijk herkenbaar zou zijn, heeft hij afgezien van het indienen van een zienswijze.
13.
Zaaknummer 3330370 - St. Kernwaarden Texel (Den Hoorn)
Zienswijze 1. Omzetting op ‘Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen’ - Indiener ondersteunt de vereiste toetsing en ziet graag tegelijk een toets aan het aantal slaapplaatsen per zomerhuis en familiehuis. Veel zomerhuizen (tot 100 m2) zouden nu al over meer dan 5 slaapplaatsen beschikken. Dergelijke overschrijdingen gelden volgens indiener ook voor familiehuizen (met normen van 10, 15 of 20 slaapplaatsen). Vandaar de aanbeveling om voor zomerhuizen van 70-100m2 een norm van 7 slaapplaatsen te gaan hanteren, in plaats van 5. - Voorts wordt gewezen op de verwarring in de tekst door het letterlijk (moeten) opnemen van de tekst van het aangenomen amendement. - De samenvoeging van twee zomerhuizen zou volgens indiener leiden tot de (mogelijkheid van) bouw van een extra zomerhuis. - Bij vergunningverlening zou het in aantal bij nieuw- of verbouw te realiseren bedden in beeld moeten komen zodat op overschrijding van de norm en het maximum per terrein kan worden gecontroleerd. - Als door omzetting het aantal slaapplaatsen kleiner is geworden dient dat in het bestemmingsplan te worden aangepast. 2. Omzetting van ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’ - Indiener ondersteunt de vereiste toetsing en ziet graag dat de omzetting binnen het bestaande bouwvlak plaatsvindt. Zodat extra verstening wordt tegengegaan. 3.
Logies met ontbijt - Indiener vraagt zich af of een vergunningensysteem nodig is om per adres e.e.a. vast te leggen en om nadere eisen te stellen, bijvoorbeeld met het oog op de buren. 26 / 91
-
Indiener ziet graag de vaststelling van een maximum aantal slaapplaatsen voor logies met ontbijt om de groei en de daaruit voortvloeiende druk op de samenleving te voorkomen. 4. Recreatie-appartementen in stolpen - Indiener ondersteunt de aanpassing en benadrukt dat het gaat om authentieke monumentale stolpen met een agrarische bestemming én nieuw te bouwen stolpen die monumentale stolpen vervangen waar in beide gevallen maximaal 2 appartementen op de begane grond mogen worden gerealiseerd. - Stolpschuren zijn schapenboeten en geen stolpen. - Regel 3.1.3b wordt onduidelijk en overbodig gevonden. - Regel 3.1.3d wordt ook overbodig gevonden omdat het al om monumenten gaat. - Regel 3.1.3f (over het minimaal een reëel agrarisch bedrijf zijn): wat als het bedrijf wordt beëindigt of verkocht? - Regel 3.1.3k: indiener vraagt zich of het hier gaat om vergunningen die zijn afgegeven voor de ter inzagelegging van het Parapluplan. - Regel 3.1.3o: deze voorwaarde vraagt om het registeren van slaapplaatsen in stolpen, zodat het maximum van 45.000 niet wordt overschreden. 5.
Definities en begrippen - Indiener stelt voor om de definitie van familiehuis (1.9 Een verblijfsrecreatieve opstal voor kleinere groepen, zoals bijvoorbeeld een 3-generatie familie, meerdere gezinnen e.a., op een voor recreatieve doeleinden bestemd terrein) te wijzigen in: ‘een verblijfsrecreatieve opstal met een oppervlakte groter dan 100m2 op een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein’. - Bij 1.9 Kampeermiddel wordt aangegeven dat een pipowagen hiertoe niet behoort. Wat wordt dan wel onder een pipowagen verstaan? - Verwarring bestaat over de term ‘vast kampeermiddel’; in de sector wordt dat een seizoenplaats genoemd. 6. Kamperen bij de boer - Indiener ziet graag vastgelegd dat het aantal van 3.000 slaapplaatsen niet wordt overschreden. - In dat verband ziet indiener dat voor toezicht op uitvoering van regel 3.1.1.k een nauwkeurige openbare registratie van slaapplaatsen nodig is. - In de regels 3.1.1.e.3 (de landschappelijke inpassing) en 3.1.1.e.4 (nadere eisen ten aanzien van de terreininrichting kunnen in de omgevingsvergunning worden opgenomen) worden eisen gesteld bij de aanvraag van de 5-jaarlijkse vergunning. Maar eisen ontbreken over het weer in de oorspronkelijke staat brengen van het terrein (verwijderen van sanitair gebouw, beplanting die het open landschap verdicht, extra verharding etc.).
Een dergelijke bepaling ziet de indiener als nodig in het belang van de kernwaarde ‘open landschap’. 7. Kampeerterreinen - Indiener vraagt zich bij 5.1.1. af of kampeermiddelen ook vaste kampeermiddelen kunnen zijn. En zo ja of dit betekent dat deze op kampeerterreinen een geheel jaar kunnen staan. 8. Ruimte voor Ruimte regeling. - Indiener ondersteunt de voorgestelde regeling. 9. Algemene opmerkingen - Bij alle vormen van verblijfsrecreatie waarvoor een vergunning wordt aangevraagd moet het maximum van 45.000 slaapplaatsen een toets-criterium zijn. - Indiener vindt de definitie van ‘reëel agrarisch bedrijf’ onduidelijk en moeilijk handhaafbaar. Moet een bedrijf aan de inkomenseis voldoen en/of aan de arbeidsinzet gedurende de gehele periode waarvoor de vergunning is afgegeven? Hoe gaat dit bij ‘kamperen bij de boer’ en bij stolpen getoetst worden? Is sprake van een periode waarbinnen een reëel bedrijf de groei naar volwaardig bedrijf heeft gemaakt? Wordt een bedrijfsplan gevraagd? Is ondergeschiktheid nog steeds een criterium bij kamperen bij de boer? In dat kader wordt door indiener ook gevraagd wanner je schapenboer bent en om hoeveel schapenboeren het gaat met de mogelijkheid tot kamperen bij de boer? Indiener stelt dat als niet wordt getoetst op inkomen of arbeidsinzet, dat die criteria ook beter kunnen vervallen.
- Indiener zou graag zien dat het begrip verstening niet alleen wordt gezien als de bouw van stenen zomerhuizen en familiehuizen maar zou moeten worden verbreed tot alle recreatieve bouwwerken in het open landschap. Een uitsterfregeling zou hiervoor moeten worden bekeken.
27 / 91
-
Indiener zou ook graag de kampeermiddelen bij woningen in het buitengebied geregistreerd zien. Net als de slaapplaatsen in de havens van Oudeschild. Ook deze dragen immers bij aan het maximumaantal van 45.000.
Reactie/Standpunt gemeente 1. Omzetting op verblijfsrecreatieve terreinen -
-
-
-
-
-
Bij omzetting wordt getoetst (a) het maximaal aantal slaapplaatsen op het perceel, (b) het aantal aanwezige en het aantal te realiseren slaapplaatsen per zomerhuis en familiehuis en (c) aan de normtelling op basis van het aantal eenheden per logiesvorm per hectare en het aantal slaapplaatsen per logiesvorm. De aanbeveling om voor zomerhuizen van 70-100 m² een norm van 7 slaapplaatsen te gaan hanteren (in plaats van 5) gaat voor dit plan te ver. Inderdaad heeft de raad 10 jaar geleden besloten aan de marktvraag tegemoet te komen en grotere zomerhuizen toe te staan met de vergroting van 70 m² naar 100 m². Het normgetal van 5 slaapplaatsen betreft echter een gemiddelde voor alle zomerhuizen, klein of groot. Marktcijfers tonen dat de gemiddelde bezetting van een 6-persoons zomerhuis rond de 4 personen ligt, waardoor het normgetal van 5 nog steeds als marktconform wordt gezien. De verwarring in de tekst ontstond door het onverwachte amendement van de gemeenteraad. Vereist is dat de tekst van een amendement letterlijk moet worden opgenomen in de versie van het Ontwerpplan dat ter visie wordt gelegd. In de definitieve versie van het Parapluplan Is dit amendement weer ongedaan gemaakt. Dat de samenvoeging van zomerhuizen leidt tot ruimte voor een extra zomerhuis kan in sommige gevallen kloppen.
Dan moet echter het maximumaantal slaapplaatsen voor die locatie nog niet zijn bereikt en moet tegelijkertijd nog voldoende ruimte zijn om de norm-dichtheid (van 20 zomerhuizen per ha) niet te overschrijden. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor omzetting wordt het te realiseren aantal bedden gecontroleerd of de normen niet wordt overschreden. Indien slechts 4 slaapplaatsen beschikbaar zijn kan geen zomerhuis worden gebouwd. Als door omzetting naar zomerhuizen en/of familiehuizen het aantal slaapplaatsen kleiner is geworden kan het college dit inderdaad wijzigen in het bestemmingsplan.
2.
Omzetting van ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’ - Inderdaad moet de omzetting van verblijfsrecreatieve gebouwen plaatsvinden binnen het bestaande bouwvlak.
3.
Logies met ontbijt - Van een vergunningensysteem per adres is tot nu toe afgezien vanwege het in 2013 toegekende recht in bestemmingsplannen maar ook vanwege de extra kosten. Inderdaad heeft een vergunningensysteem voordelen, o.a. om voorwaarden te kunnen stellen en om als buren hier wat van te vinden. Het ingestelde registratie systeem is een uitvloeisel van de mogelijkheden van de Huisvestingswet, niet van het bestemmingplan.
4.
Recreatie-appartementen in stolpen - Inderdaad gaat het om authentieke ‘monumentale stolpen met een agrarische bestemming’ waarin in beide gevallen maximaal 2 appartementen op de begane grond mogen worden gerealiseerd. - Schapenboeten zijn stolpschuren (en geen stolpen) maar stolpschuren zijn niet altijd schapenboeten. - Regel 3.1.3b wordt door u onduidelijk en overbodig gevonden. Er zijn wel aanvragen. - Regel 3.1.3d (‘het authentieke uiterlijk van de stolp blijft behouden’) wordt door u overbodig gevonden omdat het al om monumenten gaat. Dat is correct. In deze regel wordt dit aspect extra benadrukt. - Regel 3.1.3f (over het minimaal een reëel agrarisch bedrijf zijn). Indien de agrarische bestemming door verkoop of bedrijfsbeëindiging niet langer betrekking heeft op de locatie waar de stolp zich bevindt, vervalt de mogelijkheid tot het realiseren van 2 recreatie-appartementen op de begane grond. Bij verkoop wordt de bestemming niet anders, wel eventueel door het niet meer agrarische gebruik. - Regel 3.1.3o kan inderdaad alleen gelden als we bijhouden om welke groei in recreatieve slaapplaatsen in stolpen het gaat. Recent is een overzicht gemaakt van het aantal stolpen en schapenboeten: 299
28 / 91
stolpen, waarvan 58 in de kern, 28 sinds 2000 nieuw gebouwd en 6 stolpen die in aanbouw zijn of een vergunning hebben om te gaan bouwen. Van de 299 stolpen zijn 67 monument (33 rijksmonument en 34 gemeentelijk monument), 12 niet Noord-Hollandse stolpen en 39 stolpschuren. Met een aantal van 67 monumentale stolpen op Texel kan het dus in de komende decennia maximaal gaan om 2 x 5 x 67 = 670 recreatieve slaapplaatsen extra. Onduidelijk is welk deel hiervan in de afgelopen jaren is verzilverd. 5.
Definities en begrippen - Het voorstel om de definitie van familiehuis te wijzigen (van 1.9 ‘Een verblijfsrecreatieve opstal voor kleinere groepen, zoals bijvoorbeeld een 3-generatie familie, meerdere gezinnen e.a., op een voor recreatieve doeleinden bestemd terrein’) naar ‘een verblijfsrecreatieve opstal met een oppervlakte groter dan 100 m² op een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein’ biedt in onze ogen te weinig houvast. Zeker omdat per categorie familiehuis al het maximum oppervlak en de bijbehorende slaapplaatsennorm zijn vastgesteld. - Door de op 10 juli 2024 aangenomen motie ‘pipowagen is ook een kampeermiddel’ is de definitie van pipowagen in het Parapluplan opgenomen evenals de regel dat een pipowagen een kampeermiddel is. - Voor duidelijkheid over de term ‘vast kampeermiddel’ zie onze reactie bij zienswijze 8 punt 1. Inderdaad is een vast kampeermiddel bij kamperen bij de boer als seizoenplaats te beschouwen.
6.
Kamperen bij de boer - Een maximum van 3.000 slaapplaatsen bij kamperen bij de boer (2.760 feitelijke slaapplaatsen nu), is al als voorwaarde 11 opgenomen in het bestemmingsplan buitengebied 2013. - Toezicht op het aantal slaapplaatsen bij kamperen bij de boer hebben wij door de vergunningverlening en de regelmatige bezoeken van Toezicht en Handhaving aan de locaties. - Het weer in de oorspronkelijke staat brengen van het terrein verplichten via het bestemmingsplan lijkt ons niet zinvol; immers om het agrarisch erf mag een boomsingel worden gerealiseerd. Aan de andere kant wordt de vergroting van biodiversiteit steeds belangrijker. Uiteindelijk moeten we de biodiversiteit vergroten, klimaatmaatregelen treffen en het typisch Texelse landschap in stand houden.
7.
Kampeerterreinen - Kampeermiddelen op kampeerterreinen (met de bestemming ‘Recreatie Kampeerterreinen’) kunnen vanwege de bestemming recreatie voor langere tijd worden geplaatst. Voor de duidelijkheid is dit ook voor kampeerterreinen expliciet in de regels opgenomen. Vaste kampeermiddelen zijn de zogenaamde seizoenplekken en voor- en naseizoensplekken. Een kampeerterrein kan in principe het gehele jaar geopend zijn. Afhankelijk van de aanbieder en de verpachter van de ondergrond, kunnen kampeermiddelen in theorie een heel jaar staan. De praktijk is vaak anders: in de winter staan geen kampeermiddelen op kampeerterreinen, misschien met uitzondering van een enkele winter-kampeerder op een kampeerterrein dat in de winter open wil (en volgens de verpachter open mag) zijn.
8.
Ruimte voor Ruimte regeling. - De zienswijze op dit onderdeel is voor kennisgeving aangenomen.
9.
Algemene opmerkingen Bij logies met ontbijt en de bruine vloot is het maximum van 45.000 slaapplaatsen nog geen toetscriterium. Bij sommige vergunningen of afwijkingen/wijzigingen van het bestemmingsplan is het dat wel. -
Het begrip ‘reëel agrarisch bedrijf’ is onder zienswijze 10 nogmaals toegelicht. Ook de veranderingen die hierin worden aangebracht zijn bij zienswijze 10 opgenomen. Verwezen wordt naar zienswijze 10. In de RIB over ‘verstening’ wordt het begrip verstening van het landschap gebruikt voor de bouw van stenen zomerhuizen en familiehuizen. Indien bedoeld wordt dat het gaat om meer bebouwing, dan zou geen enkele logiesvorm anders dan een kampeerplek zijn toegestaan. Zoals bekend dienen alle recreatieterreinen met de bestemming ‘Recreatie Kampeerterreinen’ en ‘Recreatie Verblijfsrecreatieve terreinen’ over een ten minste 7 m brede groenzone te beschikken. In het Parapluplan wordt voorgesteld de locaties met de bestemming ‘Recreatie Verblijfsrecreatieve gebouwen’ bij (ver)bouw en/of verandering van de gebouwen ook te verplichten aan een landschappelijke inpassing te voldoen. Naar aanleiding van zienswijzen is het artikel daarover echter wel aangepast. Bij zienswijze 8 is dat uitgelegd.
29 / 91
-
Eén kampeermiddel bij woningen is bij recht toegestaan. Die keuze is gemaakt bij het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013. Het TTP geeft geen aanleiding om dat nu aan te passen. Daar is in het ontwerpplan ook niet voor gekozen. De kampeermiddelen in het buitengebied worden niet apart geregistreerd en daar is ook geen specifiek handhavingsbeleid voor. Ook is er ooit voor gekozen om aan de Haven Oudeschild geen slaapplaatsen toe te kennen voor de ligplaatsen van de Bruine Vloot en in de jacht- en passentenhaven.
De reactie geeft samen met andere zienswijzen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen ten aanzien kamperen bij de boer (reëel agrarisch bedrijf), pipowagens en de regels bij de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De tekst in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan Verwezen wordt naar zienswijzen 2, 8, onderdeel 3, en 10.
Voorstaande wordt in het definitieve paraplubestemmingsplan vervangen door: Verwezen wordt naar zienswijzen 2, 8, onderdeel 3, en 10.
14.
Zaaknummer 3331993 - Stolpweg 35, Den Hoorn
Zienswijze De B&B maakt bezwaar tegen de beperking van het aantal te verhuren m². Zij hebben 129 m² voor 4 kamers en een uitzonderingspositie die in het bestemmingsplan is geregeld. Zij stellen geen maximum oppervlakte voor. Reactie/standpunt gemeente De in bestemmingsplannen voor bepaalde locaties vastgelegde aantallen kamers en/of oppervlaktes voor logies met ontbijt wijzigen niet. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
15.
Zaaknummer 3331991 - Groepsaccommodatie De Stolp (Stolpweg 35, Den Hoorn)
Zienswijze Indiener maakt bezwaar tegen de verplichte boomsingel bij de eerstvolgende vergunningaanvraag. Bezwaarmaker wil liever bomen ruimen ten behoeve van meer licht op de zonnepanelen. Bovendien wordt gesteld dat het streven in Den Hoorn is om het landschap zo veel mogelijk open te houden. Een boomsingel zou ook het sportterrein van de groepsaccommodatie kleiner maken. Reactie/Standpunt gemeente In het TTP staat over de landschappelijke inpassing het volgende beschreven: ‘Wel toetsing vooraf maar niet te beperkend qua ontwikkelingsmogelijkheden bij verblijfsrecreatieve terreinen. Kan ook overwogen worden voor verblijfsrecreatieve gebouwen’. De in het Ontwerp Parapluplan beschreven eis van landschappelijke inpassing met een zeven meter brede en minimaal twee meter hoge boomsingel rond het perceel met de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’, vanaf het moment van nieuw- of herbouw, verbouw of verandering van de gebouwen en overkappingen is aangepast in het definitief vast te stellen plan. De regels in artikel 5.2.1 zijn aangepast. Uitbreiding en nieuwbouw waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist, is voortaan gekoppeld aan een aantal extra voorwaarden.
Voor de omzetting van verblijfsrecreatieve gebouwen binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen' (bijvoorbeeld van groepsaccommodatie naar hotel) die leidt tot (inpandige) verandering, vergroting of herbouw van de bestaande gebouwen zijn aanvullende bouwregels opgenomen om de inpassing in het landschap en/of het bebouwingsbeeld te waarborgen.
30 / 91
De reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het Paraplubestemmingsplan. De voorwaarden onder 5.2.1 worden aangepast. En er wordt een vergunningenstelsel opgenomen voor de ‘aanlegactiviteiten’ om de inpassing in het landschap en/of het bebouwingsbeeld te waarborgen. De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het Paraplubestemmingsplan. De voorwaarden onder 5.2.1 worden aangepast. En er wordt een vergunningenstelsel opgenomen voor de ‘aanlegactiviteiten’.
Teksten ontwerp paraplubestemmingsplan en definitief paraplubestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van artikel 5.2.1 van het paraplubestemmingsplan en toevoeging van de artikelen 5.2.2, 5.2.3 en 5.2.4, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 8, onderdeel 3.
16.
Zaaknummer 3331979 - Barentzstraat 47, Oudeschild
Zienswijze Indiener maakt bezwaar tegen de verplichte parkeerruimte per logies met ontbijtkamer en vraagt zich af of ZZPers die hun busjes mee naar huis nemen dan ook niet voor meer parkeeroverlast zorgen. Indiener suggereert om eerst de 2-4 auto’s bij een zomerhuis aan te pakken en het Parapluplan in te trekken. Reactie/Standpunt gemeente De naar parkeerruimte zoekende auto’s in de kernen en het geluid bij het in- en uitstappen wordt door buren/bewoners als reële overlast beschouwd, evenals het gedrag van vakantievierende gasten van B&B’s. De verwachting is dat het hebben van eigen parkeerplaatsen binnen het bestemmingsvlak het aantal onnodige autokilometers en de gevoelde overlast van zoekende auto’s zal verminderen. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.
Zaaknummer 3332635 - Sluyscoog 56, Den Burg
Zienswijze Indiener ondersteunt de gemeente om met het Parapluplan de ongebreidelde roofbouw op ons mooie eiland een halt toe te roepen. Eerst moet de afweging gemaakt worden wat echt bij Texel past. De kernwaarden moeten leidend zijn en niet de toerist of ondernemer. De indiener ziet Texel als multinational met de uitstraling van een dorpskruidenier met hoogwaardige delicatessen. Daarom mag het Parapluplan op sommige punten nog wel worden aangescherpt. Tevens wordt gepleit voor een differentiatie in toeristenbelasting zodat kamperende gasten minder belasting betalen. Reactie/Standpunt gemeente Van de zienswijze wordt kennis genomen en deze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
18.
Zaaknummer 3332623 - Gemachtigde namens B&B (De Koog)
Zienswijze Indiener Verheijen maakt namens een B&B in De Koog bezwaar tegen de beperkingen voor logies met ontbijtadressen en het overgangsrecht van drie jaar. Gesteld wordt dat een goede ruimtelijke ordening, zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering ontbreekt. De cliënten hebben in 2019 een omgevingsvergunning gevraagd 31 / 91
en gekregen voor de bouw van een nieuwe woning. Daarin hebben zij 3 kamers van tezamen 64,4 m2 of 28,5% van de 226,1 m2 metende woning ingericht voor logies met ontbijt. Daar hebben zij hun financiële plaatje op afgestemd en vrezen inkomstenverlies. Zij geven aan geen overlast te veroorzaken. Het overgangsrecht zou volgens indiener moeten gelden voor bouwwerken aangezien zij hun woning specifiek hadden gebouwd voor de verhuur van kamers. Het overgangsrecht zou ook moeten ingaan per datum inwerkingtreding van het Paraplubestemmingsplan. Reactie/standpunt gemeente Verwezen wordt naar de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1. De zienswijze leidt tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1.
19.
Zaaknummer 3332428 - Pontweg 37, Den Hoorn
Zienswijze Indieners hebben in 2021 een stolpboerderij in het buitengebied aangekocht, met bestemming Bedrijf-VAB. In 2017 werd vergunning verkregen voor uitbreiding van het woonhuis voor 3 kamers met verdieping t.b.v. logies met ontbijt. Die kamers zorgen voor verdiensten waarmee o.a. het onderhoud van de stolp en toegangsweg wordt onderhouden. Indiener maakt bezwaar tegen de beperking naar 2 kamers en 4 bedden. Ook wordt een pipowagen verhuurd die gedurende het seizoen naast de stolp staat. Indiener maakt bezwaar tegen het feit dat alleen nog plaatsing van een kampeermiddel is toegestaan. Reactie/standpunt gemeente Nu een pipowagen ook een kampeermiddel is, geeft dit de mogelijkheid tot het plaatsen van één pipowagen bij een woning in het buitengebied (onder voorwaarden). Verwezen wordt naar de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1. De zienswijze leidt tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1 en zienswijze 2.
20.
Zaaknummer 3332398 - Herenstraat 61, Den Hoorn
Zienswijze Indiener pleit voor het gebruik van woonwagens om in te logeren. Een woonwagen of pipowagen kan heel goed dienen als recreatief nachtverblijf zo wordt gesteld. En dus ook als kampeermiddel bij een woning in het buitengebied. Reactie/standpunt gemeente
De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de regels van het Ontwerp bestemmingsplan. Dit komt mede voort uit de motie die door de raad op 10 juli 2024 is aangenomen. Een pipowagen mag staan daar waar kampeermiddelen zijn toegestaan: bij een woning in het buitengebied, op een terrein voor kamperen bij de boer, op een terrein met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en ‘Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen’. Een pipowagen kan ook een ‘vast kampeermiddel’ zijn daar waar dit is toegestaan, namelijk bij kamperen bij de boer (gedurende het seizoen) en op terreinen met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en ‘Recreatie Verblijfsrecreatieve terreinen’. De tekst in het definitieve paraplubestemmingsplan 32 / 91
De definitie van pipowagen is nieuw en die van kampeermiddel is aangepast: 1.20 pipowagen: ’een verplaatsbare wagen voor recreatief gebruik van hout of daarmee vergelijkbaar materiaal, met 4 wielen, een maximale lengte van 6 meter, een maximale breedte van 2,55 meter en een maximale hoogte van 4 meter’. 1.9 kampeermiddel: ‘Een tent, een camper, een caravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en een pipowagen. Onder kampeermiddel wordt niet verstaan een stacaravan/chalet of een tenthuis’ 3.1 Afwijken van de gebruiksregels 3.1.1 Kamperen bij de boer Voor het in bijlage 1 genoemde bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 gelden bij het afwijken met omgevingsvergunning van de gebruiksregels voor het kamperen bij de boer bij agrarische bedrijven als bedoeld in artikel 3 lid 3.5 sub c, artikel 5 lid 5.5 sub c, artikel 6 lid 6.5 sub c en artikel 7 lid 7.5 sub c de volgende voorwaarden: b. er mogen maximaal 15 kampeermiddelen, met inbegrip van vaste kampeermiddelen, worden geplaatst; waarbij elk kampeermiddel een normtelling van 3 recreatieve slaapplaatsen kent; 6.1.3 Kampeermiddel bij een woning
Voor het in bijlage 1 genoemde bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 waarin een woonbestemming voorkomt dan wel waar op grond van een bestemming woningen zijn toegestaan en waar in de gebruiksregels is opgenomen dat het is toegestaan te kamperen op het achtererf met 1 kampeermiddel in de directe nabijheid van de woning geldt dat het ook mag gaan om een vast kampeermiddel. De voorwaarden voor plaatsing van het kampeermiddel blijven ongewijzigd.
21.
Zaaknummer 3332189 - Eigenaren van een huisje op De Krim
Zienswijze Indieners geven aan dat het eiland aan het veranderen is. Zij pleiten voor een leefbaar en groen Texel. Daarvoor doen zij een aantal voorstellen: het terugbrengen van de vaste busverbinding van De Cocksdorp naar de (tussen) boot, een systeem van deelauto’s, het stimuleren van parkeren op centrale parkeerplaatsen, bewaakt fietsparkeren bij de Veerhaven, meer groen op parken, auto’s in Den Helder laten staan en elektrisch vliegen. Reactie/standpunt gemeente Van de zienswijze wordt kennis genomen en deze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
22.
Zaaknummer 3332078 - LTO Noord afdeling Texel (De Cocksdorp)
Zienswijze Indieners vinden dat door de regels de recreatiemogelijkheden bij agrarische bedrijven worden beperkt. Zij pleiten ook voor een mobiliteitsplan om de drukte in de kernen te verminderen. Zij zien graag een volwaardige recreatietak op agrarische bedrijven gezien het onzekere kader waarin agrarische bedrijven opereren. In dat verband zien zij ook graag ingerichte tenten op locaties voor kamperen bij de boer. Ook maken zij bezwaar tegen de beperking van het aantal slaapplaatsen voor logies met ontbijt en verzoeken zij te handhaven op het sprake zijn van een reëel agrarisch bedrijf waar kamperen bij de boer wordt aangeboden. Reactie/standpunt gemeente 33 / 91
De recreatiemogelijkheden op locaties voor kamperen bij de boer worden juist uitgebreid en niet beperkt (geen lengte beperking meer, kampeermiddelen mogen het gehele seizoen blijven staan, vaste kampeermiddelen en pipowagens zijn toegestaan). Wel worden een aantal onduidelijkheden in regels en begrippen verwoord zodat het verschil tussen agrarische bedrijven met kamperen bij de boer en recreatiebedrijven duidelijker wordt. En als een woning groot genoeg is, kunnen nog steeds in 3 slaapkamers voor logies met ontbijt worden aangeboden, mits voldaan aan de voorwaarden die daarvoor worden gesteld. Het toezicht houden op de kenmerken van de locaties met kamperen bij de boer gebeurt periodiek en na handhavingsverzoeken. De gemeente is van mening goed in de gaten te hebben waar twijfel bestaat over het zijn van minimaal een reëel agrarisch bedrijf. Ook de additionele uitleg van wat daar onder wordt verstaan (zie het antwoord bij zienswijze 10), zal helpen. De discussie wordt ook gevoerd in het kader van de Omgevingsvisie en de toekomst van (verbrede) landbouw. De reactie geeft samen met andere zienswijzen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen ten aanzien kamperen bij de boer (reëel agrarisch bedrijf), pipowagens en de regels bij de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’.
Voor het overig geeft de zienswijze geen aanleiding tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De tekst in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan Verwezen wordt naar zienswijzen 2, 8, onderdeel 3, en 10.
Voorstaande wordt in het definitieve paraplubestemmingsplan vervangen door: Verwezen wordt naar zienswijzen 2, 8, onderdeel 3, en 10.
23.
Zaaknummer 3331910 - Mokweg 4, Den Hoorn
Zienswijze Indiener geeft aan zich zorgen te maken over de definitie van mobiele kampeermiddel. Indiener beschikt over een zwarte houten kampeerwagen, ook wel pipowagen genoemd. Indiener ziet niet in welk opzicht een caravan nu verschilt van een pipowagen, en dat een caravan wel is toegestaan bij een woning in het buitengebied maar een pipowagen niet. Reactie/standpunt gemeente De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de regels van het Ontwerp bestemmingsplan. Dit komt mede voort uit de motie die door de raad op 10 juli 2024 is aangenomen. Een pipowagen mag staan daar waar kampeermiddelen zijn toegestaan: bij een woning in het buitengebied, op een terrein voor kamperen bij de boer, op een terrein met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en ‘Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen’. Een pipowagen kan ook een ‘vast kampeermiddel’ zijn daar waar dit is toegestaan, namelijk bij kamperen bij de boer (gedurende het seizoen) en op terreinen met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en ‘Recreatie Verblijfsrecreatieve terreinen’. De tekst in het definitieve paraplubestemmingsplan De definitie van pipowagen is nieuw en die van kampeermiddel is aangepast:
1.20 pipowagen: ’een verplaatsbare wagen voor recreatief gebruik van hout of daarmee vergelijkbaar materiaal, met 4 wielen, een maximale lengte van 6 meter, een maximale breedte van 2,55 meter en een maximale hoogte van 4 meter’. 1.9 kampeermiddel: ‘Een tent, een camper, een caravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en een pipowagen. Onder kampeermiddel wordt niet verstaan een stacaravan/chalet of een tenthuis’
34 / 91
3.1 Afwijken van de gebruiksregels 3.1.1 Kamperen bij de boer Voor het in bijlage 1 genoemde bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 gelden bij het afwijken met omgevingsvergunning van de gebruiksregels voor het kamperen bij de boer bij agrarische bedrijven als bedoeld in artikel 3 lid 3.5 sub c, artikel 5 lid 5.5 sub c, artikel 6 lid 6.5 sub c en artikel 7 lid 7.5 sub c de volgende voorwaarden: c. er mogen maximaal 15 kampeermiddelen, met inbegrip van vaste kampeermiddelen, worden geplaatst; waarbij elk kampeermiddel een normtelling van 3 recreatieve slaapplaatsen kent; 6.1.3 Kampeermiddel bij een woning Voor het in bijlage 1 genoemde bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 waarin een woonbestemming voorkomt dan wel waar op grond van een bestemming woningen zijn toegestaan en waar in de gebruiksregels is opgenomen dat het is toegestaan te kamperen op het achtererf met 1 kampeermiddel in de directe nabijheid van de woning geldt dat het ook mag gaan om een vast kampeermiddel. De voorwaarden voor plaatsing van het kampeermiddel blijven ongewijzigd.
24 Zaaknummer 3333185 - Gemachtigde namens Oosterenderweg 2, De Waal Zienswijze Indiener geeft aan dat belanghebbende wil weten of het Ontwerpplan gevolgen heeft voor zijn rechten om ter plaatse van de Oosterenderweg 2 in De Waal (anderen) te mogen (laten) kamperen bij de boer. En specifiek of pipowagens en tenthuizen mogen worden geplaatst. Reactie/standpunt gemeente Een vergunning voor kamperen bij de boer wordt in de regel voor 5 jaren verleend indien aan de voorwaarden wordt voldaan van o.a. het zijn van minimaal een reëel agrarisch bedrijf. Het recht van agrarische bedrijven om kamperen bij de boer te mogen aanbieden, is met de bijbehorende regels vastgelegd in de bestemmingsplannen. Het aantal toegestane kampeermiddelen voor kamperen bij de boer wordt in de vergunning opgenomen. Dat aantal is mede afhankelijk van het aantal al in gebruik zijnde recreatieve slaapplaatsen op het terrein in andere logiesvormen. Indien laatstgenoemde slaapplaatsen niet aanwezig zijn, wordt in principe een aantal van maximaal 15 kampeerplaatsen toegestaan. In dit specifieke geval echter, is sprake van een in het bestemmingsplan opgenomen recht om 10 kampeerplaatsen voor kamperen bij de boer te mogen exploiteren, los van de mogelijkheid om elke 5 jaar 5 kampeerplaatsen extra via een vergunning aan te vragen.
In het bestemmingsplan wordt de definitie van reëel agrarisch bedrijf aangepast en wordt een pipowagen aangemerkt als kampeermiddel. Voor het overige geen de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De tekst in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan Verwezen wordt naar zienswijzen 2 en 10.
Voorstaande wordt in het definitieve paraplubestemmingsplan vervangen door: Verwezen wordt naar zienswijzen 2 en 10.
25.
Zaaknummer 3334686 - Bestuur van de Vereniging 10 voor Texel
Zienswijze Indiener geeft aan dat zij voorzichtig optimistisch zijn over de uitvoering van de plannen. De aanpak wordt als prijzenswaardig gezien. Tegelijkertijd vraagt indiener om niet alleen het aantal slaapplaatsen te maximeren maar ook de ‘echte’ bedden te tellen. In dat verband wijst indiener op de in de rechtbank houdbare systematiek van de 35 / 91
normtelling van slaapplaatsen. Indiener is voorstander van het streng letten op de verstening en van het toezicht op kamperen bij de boer op reële agrarische bedrijven. Reactie/standpunt gemeente Het aantal slaapplaatsen is voor Texel gemaximeerd op 45.000 en voor de verblijfsrecreatieve bestemmingen ‘Kampeerterreinen’, Verblijfsrecreatieve terreinen’ en Verblijfsrecreatieve gebouwen’ en de 3.000 recreatieve slaapplaatsen voor kamperen bij de boer in het bestemmingsplan vastgelegd. Bovendien bieden de normtellingen per logiesvorm maxima per hectare en per logiesvorm. Die normtellingen gaan uit van een gemiddelde per logiesvorm (een accommodatie is immers niet vaak maximaal bezet). Daarnaast zullen terreinen bij omzettingsplannen hun plannen aan de gemeente moeten voorleggen (de toets van landschappelijke inpasbaarheid). In de ogen van de raad heeft de gemeente op die manieren voldoende en meetbare grip op de aantallen bedden en slaapplaatsen. Op www.omgevingswet.overheid.nl kan iedereen inzien welk aantal slaapplaatsen hoort bij elk perceel met een verblijfsrecreatieve bestemming. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan
26.
Zaaknummer 3334010 - Warmoesstraat 81, Den Burg
Zienswijze Indiener heeft moeite met de verplichting om ook in het centrum over één parkeerplaats per kamer voor logies met ontbijt te moeten beschikken. De toegestane parkeertijd is daar immers maximaal 2 uur. Daarom moet toch bij de sporthal of bij het gemeentehuis worden geparkeerd. Bovendien hopen we dat vele gasten zonder auto naar het eiland komen. En geluidsoverlast zal in het drukkere centrum minder aan de orde zijn dan in woonwijken. Reactie/standpunt gemeente Verwezen wordt naar de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1. De zienswijze leidt tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1.
27.
Zaaknummer 3333628 - Watermunt 15, De Koog
Zienswijze Indiener biedt logies met ontbijt aan in een 6-persoons appartement op de 1e en 2e verdieping en woont op de begane grond. Zij zouden graag op dezelfde voet willen doorgaan.
Reactie/standpunt gemeente Verwezen wordt naar de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1. De zienswijze leidt tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1.
28.
Zaaknr. 3335315 - Gemachtigde namens B&B Duin en Zee (Ruijslaan 43, De Koog)
Zienswijze
36 / 91
Indiener heeft bezwaar tegen de teruggang naar 4 slaapplaatsen en 2 kamers voor logies met ontbijt. Op dit moment worden 5 bedden op 2 kamers verhuurt. Reactie/standpunt gemeente Verwezen wordt naar de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1. De zienswijze leidt tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan, zoals dat is aangegeven bij de reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 1.
29.
Zaaknummer 3335812 - Postweg 129, De Cocksdorp
Zienswijze Bij indiener is in 2016 een zomerwoning vervangen en in 2019 een oude stolp door een nieuwe met 4 recreatieappartementen. Vandaar dat in de afgelopen jaren het equivalent van 1x3 + 4x5 slaapplaatsen (zijnde 8 kampeerplaatsen) moest worden ingeleverd. Indiener geeft aan dat de inkomsten van kamperen bij de boer op de vergunde 7 plekken een welkome aanvulling zijn op het agrarische inkomen. Vandaar het verzoek om naar 18 plaatsen te mogen groeien. Reactie/Standpunt gemeente Het totaal aantal kampeer- en slaapplaatsen is gemaximeerd. De 15 kampeerplekken geven recht op 15x3 = 45 slaapplaatsen in totaal, zijnde de optelsom van slaapplaatsen in kampeermiddelen, in de zomerwoning en die in recreatie-appartementen volgens de normtelling. Deze regeling bestaat al jarenlang. Indiener van de zienswijze beschikt daarom in totaal over 46 slaapplaatsen: 20 slaapplaatsen in de appartementen, 5 in de recreatieve opstal en 21 slaapplaatsen bij kamperen bij de boer. Door afrondingsverschillen is dit feitelijk 1 slaapplaats meer dan bij collega’s met alleen kamperen bij de boer. Daardoor ontbreekt de basis om de gevraagde groei met 11 kampeerplaatsen of 33 slaapplaatsen toe te staan. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. reactie/standpunt gemeente bij zienswijze 63.