CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Oudeschild Trompstraat (ontwerp)

Raadscommissie 10 mei 2022, gemeente TexelBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Oudeschild-Trompstraat27.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Texel - Oudeschild - Trompstraat Texel

DATUM IMRO IDN

01-02-2022 NL.IMRO.0448.ODS2021BP0001-on01

PROJECT PROJECTLEIDER

Oudeschild - Trompstraat Jan-Jacob Posthumus

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Texel 20211291.2

AUTEUR STATUS

Karina Tjepkema ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Voorgenomen situatie

9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

16

3.1

Rijksbeleid

16

3.2

Provinciaal beleid

18

3.3

Regionaal beleid

22

3.4

Gemeentelijk beleid

23

Milieu- en omgevingsaspecten

26

4.1

Algemeen

26

4.2

Bedrijven en milieuzonering

26

4.3

Ecologie

26

4.4

Bodem

28

4.5

Geluid

29

4.6

Water

30

4.7

Luchtkwaliteit

32

4.8

Archeologie

32

4.9

Cultuurhistorie

33

4.10

Molenbiotoop

33

4.11

Spuitzones

34

4.12

Externe veiligheid

35

4.13

Kabels en leidingen

35

4.14

Mer-beoordeling

36

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

37

5.1

Het juridisch systeem

37

Hoofdstuk 4

3/224

5.2

Toelichting op de bestemmingen

37

Uitvoerbaarheid

39

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39

6.2

Economische uitvoerbaarheid

40

Hoofdstuk 6

Bijlagen toelichting

43

Bijlage 1

Bomeninventarisatie

45

Bijlage 2

Onderbouwing woningbouwbehoefte

51

Bijlage 3

Quickscan Ecologie

55

Bijlage 4

Stikstofdepositieberekening

65

Bijlage 5

Stikstofdepositieberekening versie 13-01-2022

83

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek en Asbest in grondonderzoek

91

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

159

Bijlage 8

Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling

165

Bijlage 9

Advies OD NHN

185

Regels Hoofdstuk 1

190 Inleidende regels

191

Artikel 1

Begrippen

191

Artikel 2

Wijze van meten

198

Bestemmingsregels

199

Artikel 3

Groen

199

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

201

Artikel 5

Wonen

202

Artikel 6

Wonen - Aaneengebouwd

205

Artikel 7

Waarde - Archeologie 4

208

Hoofdstuk 3

Algemene regels

211

Artikel 8

Antidubbeltelregel

211

Artikel 9

Algemene bouwregels

212

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

Hoofdstuk 2

213 Artikel 11

4/224

Algemene afwijkingsregels

215

Artikel 12

Overige regels

216

Overgangs- en slotregels

217

Artikel 13

Overgangsrecht

217

Artikel 14

Slotregel

218

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding

5/224

219 Lijst met beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

221 223

Toelichting

6/224

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De vraag naar betaalbare woningen in de gemeente Texel is groter dan het aanbod. De gemeente Texel is bezig om de woningbouw op het eiland te versnellen en heeft daar een aantal ontwikkellocaties voor aangewezen. Eén van deze locaties is het voormalig voetbalveld achter de Trompstraat in Oudeschild. Het plan is om hier 39 woningen te realiseren, waarvan 20 sociale huurwoningen. De woningen bestaan uit 20 rug-aan-rugwoningen, 14 rijwoningen, 4 twee-onder-een-kap woningen en 1 vrijstaande woning. In het geldende bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming 'Sport' en 'Groen'. Binnen deze bestemming is woningbouw niet toegestaan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Daarbij hoort een onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening. Het voorliggende plan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de westrand van de kern Oudeschild. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1

7/224

Ligging van het plangebied

1.3

Planologische regeling

Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Oudeschild, dat is vastgesteld op 18 februari 2015 en het reparatieplan Oudeschild dat is vastgesteld op 27 februari 2019. Een uitsnede van de bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied (rood omlijnd) is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.2

Uitsnede geldende bestemmingsplan Oudeschild

In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Sport' en 'Groen'. De gronden met de bestemming 'Sport' zijn bestemd voor sportvelden en/of sportterreinen en de gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor plantsoenen, velden, groenstroken, en naar de aard daarmee gelijk te stellen groengebieden. Tevens zijn deze gronden bestemd voor extensief dagrecreatief medegebruik. Verder heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Daarnaast heeft het plangebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Dit betekent dat deze gronden mede bestemd zijn voor bescherming van de functie van de windmolen (onder andere windvang) en voor bescherming van de molen als landschapsbepalend element. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan en hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

8/224

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen. De inpassing in de huidige situatie wordt ook behandeld.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit het voormalig voetbalveld en wordt omzoomd door groenstroken met bomen en struiken. In figuur 2.1 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto van de bestaande situatie

De noord- en oostkant van het plangebied grenzen aan de achterzijde van de woningen aan de De Wittstraat en de Trompstraat. De west- en de zuidkant grenzen aan agrarische percelen. Het voetbalveld wordt ontsloten door een halfverhard pad tussen de woningen van Trompstraat 32 en 34.

2.2

Voorgenomen situatie

Het voornemen is het plangebied te transformeren tot woningbouwlocatie voor 39 woningen, waarvan 20 sociale huurwoningen. De woontypologieën zijn divers. De woningen bestaan namelijk uit 20 rug-aan-rugwoningen, 14 rijwoningen, 4 twee-onder-een-kap woningen en 1 vrijstaande woning. De beoogde woningen vormen een mooie instapmogelijkheid voor starters in Oudeschild. Door de variatie in het plan zijn er ook mogelijkheden voor andere doelgroepen, zoals gezinnen of ouderen.

9/224

Ontwerp De bebouwingsstructuur is gebaseerd op de randen van het plangebied en volgt de noord-, oost en westrand. Twee blokken met woningen staan haaks op de zuidrand. Op deze manier wordt er een landschappelijke aansluiting gemaakt met het gebied ten zuiden van het plangebied. De oostrand van het plangebied bestaat uit bomen en parkeervoorzieningen. De woningen aan de zuidrand zijn rug-aan-rugwoningen. Hierdoor zijn de woningen zowel op de entree van het plangebied georiënteerd als op de groene openbare ruimte in het plangebied. Aan de noordzijde grenzen de achtertuinen van de 10 rijwoningen aan de achtertuinen van de bestaande woonbebouwing langs de noordkant van het plangebied. De woontypologie aan de westzijde bestaat uit een mix van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en een vrijstaande woning. In figuur 2.2 is het stedenbouwkundig ontwerp (indicatief) voor het plangebied weergegeven.

Figuur 2.2

Stedenbouwkundig ontwerp (indicatief)

Woningcategorieën De volgende woningcategorieën zullen worden gerealiseerd in het plangebied. Woningen Woontypologie Eengezins sociale huur rug-aan-rug rijwoning Eengezins betaalbare koop rug-aan-rug rijwoning Eengezins dure koop twee-onder-een-kap vrijstaand Totaal

Aantal 10 10 10 4 4 1 39

Bouwvolume Alle woningen zullen, aansluitend op de systematiek van de bestemmingsplannen kernen, worden gebouwd in

10/224

de laagste bestemmingsplancategorie 4,5/9,0 (goothoogte 4,5 meter, nokhoogte 9,0 meter) aansluitend op de systematiek van de bestemmingsplannen kernen. De woningen zullen daardoor uit 1 bouwlaag met kap bestaan, waarbij variatie mogelijk is in de goothoogte van 3 tot 4,5 meter. Deze bestemmingsplancategorie past het beste bij de doelstelling om betaalbare woningen te realiseren. Bovendien past deze categorie stedenbouwkundig goed bij het bouwen aan de dorpsrand. Groen De bestaande windsingel is ingemeten en kwalitatief beoordeeld met een bomeninventarisatie (zie bijlage 1). De meeste bestaande bomen aan de rand van de locatie – waaronder de groensingel aan de noordzijde verkeren in slechte staat en moeten gekapt worden. De gezonde bomen ter hoogte van de entree worden behouden. De ingemeten gezonde bomen zijn als onderlegger gebruikt bij de planvorming. Met de gezonde bomen ontstaat er een fraaie groene entree van het gebied. Rondom de rug-aan-rug woningen komen open groene ruimten van 4 à 5 meter breed met gras en bomen. Tussen de rug-aan-rug woningen ligt een openbare groene ruimte. Deze centrale groene ruimte is geschikt als speelgelegenheid en biedt veel ruimtelijke kwaliteit en verbinding in het plangebied.

Ruimtelijke inpassing Door de opzet van het ontwerp om de bebouwing aan de noord - en oostkant niet direct tegen de randen te situeren, maar de omgeving en een deel van bestaande beplanting te respecteren, ontstaat een gebied waar de voorzijde van het wonen grotendeels naar de groene openbare ruimte is gericht. De kwaliteit van het open landschap kan door het ontwerp worden gezien en het open landschap wordt verbonden met de groene openbare ruimte in het plangebied. De achtertuinen aan de westkant van het plangebied vormen een overgang naar de landelijke omgeving. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Trompstraat. Dit is een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Richting het noorden leidt de Trompstraat via de Loodssingel naar het centrum van Oudeschild. De Loodssingel is een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. In de zuidelijke richting leidt de Trompstraat via de Redoute (60 km/uur)naar de N501, de Pontweg (80 km/uur), tussen Den Burg en de veerhaven. Beide wegen zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingswegen. Langzaam verkeer Aan beide zijden van de Trompstraat zijn voetgangersvoorzieningen aanwezig. Conform het principe duurzaam veilig voor erftoegangswegen binnen de bebouwde kom zijn er geen specifiek oversteekplaatsen voor voetgangers aanwezig.

Daarnaast zijn er geen vrijliggende fietsvoorzieningen aanwezig in de straat, waardoor fietsers de weg delen met het gemotoriseerde verkeer. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde bushalte ligt op circa 300 meter loopafstand van het plangebied naar het Bolwerk. Bij deze halte stopt geen vaste buslijn, maar kan op reservering gebruik worden gemaakt van een belbus (Texelhopper). Toegang tot het plangebied

11/224

Het plangebied wordt via een toegangsweg met een breedte van circa 7,50 meter ontsloten op de Trompstraat. Deze bestaande toegangsweg is van voldoende breedte om als ontsluitingsweg fungeren. Het wegprofiel wordt zodanig vormgegeven dat de verkeersbewegingen goed worden gereguleerd. Verkeersstructuur in het plangebied De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de bestaande toegang van de voetbalvelden aan de Trompstraat. De ontsluiting eindigt ter hoogte van de vrijstaande woning. Deze opzet sluit goed aan op het landschap en zorgt voor een autoluwe zuidrand. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van het gegenereerde verkeer vanuit het plangebied worden kengetallen uit CROW-publicatie 381 gehanteerd. De gebruikte kengetallen zijn voor de rest bebouwde kom in een niet stedelijk gebied. Er wordt uitgegaan van de gemiddelde van de bandbreedte. Voor het evalueren van de verkeersafwikkeling is de gemiddelde werkdagintensiteit maatgevend. Daarom worden de waardes voor de weekdagintensiteiten omgerekend naar werkdagintensiteiten met een omrekenfactor van 1,11 (CROW-publicatie 381). De verkeersgeneratie van het plangebied Functie Aantal Rug-aan-rug, 10 sociale huur Rijwoning, 10 sociale huur Rug-aan-rug, 10 koop goedkoop Rijwoning, 4 koop goedkoop Twee-onder-een-kap, 4 koop duur Vrijstaand, 1 koop duur Totaal 39

Kengetal 5,6 per woning

Weekdagintensiteit 56 mvt/etmaal

Werkdagintensiteit 62,2 mvt/etmaal

5,6 per woning

56 mvt/etmaal

62,2 mvt/etmaal

7,4 per woning

74 mvt/etmaal

82,1 mvt/etmaal

7,4 per woning

29,6 mvt/etmaal

32,9 mvt/etmaal

7,8 per woning

31,2 mvt/etmaal

34,6 mvt/etmaal

8,2 per woning

8,2 mvt/etmaal

9,1 mvt/etmaal

255 mvt/etmaal

284 mvt/etmaal

In de toekomstige situatie zal de ontwikkeling aan de Trompstraat leiden tot een verkeerstoename van 284 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Voor het bepalen van de verkeersafwikkeling is het spitsuur maatgevend, waarin doorgaans 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeerstoename van 29 mvt/uur. Verkeersafwikkeling De afwikkeling van het plangebied in de toekomstige situatie is gebaseerd op inschattingen vanuit de gemeente en expert judgement. Vanaf het plangebied zal 14% (43 mvt/etmaal) van het gegenereerde verkeer over de Trompstraat afgewikkeld worden richting het zuiden naar de Redoute. Verder zal 55% (156 mvt/etmaal) afgewikkeld worden over de Loodssingel in de richting van de Heemskerckstraat. De overige 30% (85

12/224

mvt/etmaal) van het gegenereerde verkeer zal via de Houtmanstraat over de Laagwaalderweg richting het noorden rijden. In figuur 2.3 is de verdeling van het verkeer weergegeven.

Figuur 2.3

De verkeersafwikkeling van het plangebied

Vanuit de gemeente is aangegeven dat de verkeersintensiteiten op de Trompstraat gemiddeld circa 1.000 mvt/etmaal bedraagt. De Trompstraat is ingericht als een erftoegangsweg type II, wat leidt tot een wegcapaciteit van 4.000 mvt/etmaal. De verkeerstoename op de omliggende wegen is dermate klein dat dit niet tot knelpunten zal leiden in de afwikkeling van het verkeer op wegvakniveau. Bij de afwikkeling van verkeer zijn kruispunten doorgaans maatgevend. Het belangrijkste kruispunt is het kruispunt Trompstraat – Houtmanstraat. Gedurende de spits worden hier 29 mvt/uur afgewikkeld. Deze toename is dermate klein dat het geen invloed zal hebben op de afwikkeling van het kruispunt. Parkeren Parkeerbehoefte Voor het berekenen van de parkeerbehoefte worden de gemeentelijke parkeernormen uit Nota Parkeernormen Texel 2015 gehanteerd. De berekende resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel.

13/224

De parkeerbehoefte van het plangebied Functie Aantal woningen Rug-aan-rug, sociale huur Rijwoning, sociale huur Rug-aan-rug, koop goedkoop Rijwoning, koop goedkoop Twee-onder-een-kap, koop duur Vrijstaand, koop duur Totaal

10

1,0 per woning

Totaal parkeerplaatsen 10 ppl

10

1,7 per woning

17 ppl

10

1,0 per woning

10 ppl

4

1,7 per woning

6,8 ppl

4

1,7 per woning

6,8 ppl

1

1,7 per woning

1,7 ppl

39

Parkeernorm

53 ppl

De totale parkeerbehoefte van het plangebied bedraagt 53 parkeerplaatsen. Gebaseerd op het gemeentelijk parkeerbeleid is er geen mogelijkheid voor het toepassen van dubbelgebruik om het benodigd aantal parkeerplaatsen te verlagen, immers betreft het in alle gevallen woningen waardoor er van dubbelgebruik van parkeerplaatsen geen sprake is. Parkeeraanbod In de openbare ruimte is binnen het plangebied een parkeeraanbod van 52 parkeerplaatsen. Daarnaast is in de stedenbouwkundige toelichting van de grondexploitatie aangegeven dat voor de twee-onder-een-kapwoningen en de vrijstaande woningen voldoende ruimte is voor 2 parkeerplaatsen op eigen terrein per woning. In de Parkeernota is aangegeven dat 2 parkeerplaatsen op het eigen terrein worden meegeteld als 1,5 parkeerplaatsen. Daarnaast geldt de garage voor 0,5 parkeerplaats. Dit betekent 2,0 parkeerplaats per kavel. In het plangebied worden 5 kavels gerealiseerd met een vrijstaande woning of een twee-onder-een-kapwoning, met in totaal 10 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 52 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. Met 62 parkeerplaatsen in totaal wordt ruimschoots voldaan aan de parkeerbehoefte. Verkeersveiligheid De toename in de verkeersgeneratie zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersveiligheid.

Alhoewel er geen fietsstroken aanwezig zijn in de Trompstraat en de omliggende wegen, wordt wegens de lage maximumsnelheid en de inrichting van de wegen de verkeersveiligheid van fietsers gewaarborgd. Conclusie verkeer en parkeren De ontsluiting van het plangebied zal niet leiden tot knelpunten. De verkeerstoename ten behoeve van de ontwikkeling is dermate klein dat het niet tot knelpunten zal leiden op het omliggende wegennet. Alhoewel er geen fietsstroken aanwezig zijn op de omliggende wegen, wordt door middel van de lage maximumsnelheid en de inrichting van de wegen de verkeersveiligheid geborgd. Er is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de

14/224

berekende parkeerbehoefte op basis van de parkeernormen en de gegevens. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling daarmee niet in de weg.

15/224

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Texel deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.

16/224

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen. De beleidsregels met betrekking tot de Waddenzee zijn relevant. Bij nieuwe bestemmingsplannen die betrekking hebben op de Waddenzee en het Waddengebied moet een beoordeling plaatsvinden van de mogelijke gevolgen voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Deze waarden zijn in de verordening benoemd. Nieuwe bebouwing of verandering van het gebruik is niet toegestaan als dit leidt tot significante aantasting van de waarden in het gebied. Gezien de omvang van het plan, leidt de ontwikkeling niet tot significante aantasting van de waarden van de Waddenzee en het Waddengebied. Het plangebied grenst aan de dorpskern van Oudeschild. Door tegen de bestaande kern aan te bouwen, leidt het initiatief niet tot aantasting van de kernkwaliteit van het Barro die betrekking heeft op het Waddengebied. Het voornemen is daarom niet in strijd met het gestelde in het Barro. Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking (ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening).

Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Voor wonen geldt dat een ontwikkeling vanaf 12 woningen wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). De beoogde ontwikkeling op de locatie van het voormalig voetbalveld achter de Trompstraat in Oudeschild bestaat uit het realiseren van 39 woningen en wordt hierdoor aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. In paragraaf 3.3.2 zijn de regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de kop van Noord-Holland 2020 2030 opgenomen. Met dit convenant beogen partijen een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland.

Hiervoor maken de partijen afspraken over de woningbouwplannen in programma('s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. Het woningbouwprogramma voor Texel is vanwege de 'status aparte' als aparte bijlage opgenomen en is onderdeel van het woningbouwprogramma van de regio waarvan de gemeente Texel deel uitmaakt. Bijlage 2 bestaat uit de onderbouwing voor de woningbehoefte in Oudeschild. Het woningbouwprogramma Texel 2020 - 2030 zoals dat als bijlage is opgenomen in het convenant ligt ten grondslag aan deze onderbouwing, waarin wordt gemotiveerd dat er behoefte is aan de 39 woningen zoals op de ontwikkellocatie in Oudeschild

17/224

worden gerealiseerd. 3.1.3 Conclusie Rijksbeleid De regio waarvan de gemeente Texel deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Bovendien wordt de kernkwaliteit van het Barro die betrekking heeft op het Waddengebied niet aangetast. Ook is duidelijk behoefte aan de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling in Oudeschild past binnen de kaders van het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid'. In de visie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Het plangebied bevindt zich op Texel, een gedeelte van de Kop van Noord-Holland, één van de Noord-Hollandse kwaliteiten.

In deze regio heeft Texel een bijzondere positie, als enige (wadden)eiland van Noord-Holland, met zijn diversiteit aan landschappen en kenmerkende cultuurhistorie, bron voor recreatie en nieuwe energie. In de Omgevingsvisie is de ambitie ten aanzien van wonen als volgt geformuleerd: Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn of komen. De woningbouw wordt vooral in of aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, overeenkomend met de kwalitatieve behoefte en demografische trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Een goede afstemming tussen vraag en aanbod op de woningmarkt is een speerpunt in de provinciale Omgevingsvisie NH2050. Specifiek voor het woonbeleid van de provincie geldt dat de vraag leidend is. Dat heeft niet alleen betrekking op de kwantiteit, bepaald door de huishoudensgroei, maar eerst en vooral op de kwaliteit: het juiste type woningen voor alle verschillende doelgroepen. Betaalbaar, duurzaam en passend bij de huishoudensgrootte en woonwensen van de inwoners van Noord-Holland.

18/224

Gemeenten maken conform de Omgevingsverordening samen een regionale woningbouwprogrammering. Belangrijk uitgangspunt voor de programmering is dat de afspraken niet statisch zijn, maar uitgaan van regionaal maatwerk, flexibel zijn en ook adaptief. De afspraken moeten ruimte bieden om te kunnen anticiperen op een veranderende vraag en toekomstige ontwikkelingen. In het woonakkoord met de provincie kunnen regio’s algemene afspraken maken over de uitgangspunten voor de programmering. Gemeenten bepalen daarbij zelf wat de regio is. De regionale programmering voor alle binnenstedelijke plannen wordt door de regio vastgesteld en is zelf geen onderdeel van het woonakkoord tussen regio en provincie. Eventuele buitenstedelijke plannen in de woningbouwprogrammering worden wel onderdeel van het woonakkoord, zodat er aan de voorkant duidelijk is of een locatie wel of niet in het provinciaal beleid past.

3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 16 november 2020 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. De volgende artikelen uit de omgevingsverordening zijn van toepassing op het plangebied: Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. De ontwikkeling aan de Trompstraat is een stedelijke ontwikkeling dat op regionaal en gemeentelijk niveau is afgestemd (via KwK/ KwT). Artikel 6.3 sluit aan op de wettelijk verplichte toepassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het accent van dit artikel ligt op datgene wat niet in de wet is vastgelegd. Dat zijn de regionale afspraken. In figuur 3.1 is een uitsnede van de omgevingsverordening opgenomen. Hier zijn de volgende provinciale belangen van het plangebied aangegeven: Bodemsanering De regels met betrekking tot het thema bodemsanering geven invulling aan de provinciale taken uit de Wet bodembescherming.

Dit houdt voor de planontwikkeling in dat de provincie het bevoegd gezag is met betrekking tot de Wet bodembescherming. Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000 - Natura 2000 Deze regels hebben betrekking op minimumafstanden voor helikopterstarts- en landingen nabij Natura 2000-gebieden en het gebruik van een ontbrandingstoestemming. Deze aspecten zijn niet van toepassing op de planontwikkeling. Peilbesluit Het plangebied ligt in een gebied waar een peilbesluit moet worden vastgesteld door het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap is betrokken bij de planontwikkeling en heeft het aspect water uitgewerkt.

19/224

Figuur 3.1

Uitsnede Provinciale Omgevingsverordening

3.2.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. Noord-Holland is onderverdeeld in 20 gebieden, de zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren. Elk ensemble en elke structuur biedt een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, van de dynamiek en van de belangrijkste drie kernwaarden: landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimtebeleving, en ruimtelijke dragers. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Het gebruik van de Leidraad is verankerd in paragraaf 6.4.2 Bijzonder Provinciaal Landschap van de Omgevingsverordening NH2020. Het plangebied is gelegen in het ensemble Texel. Texel kent een grote landschappelijke en cultuurhistorische diversiteit. Het plangebied ligt in het reliëfrijk keileemlandschap, Het Oude land. Dit gebied heeft een matig open tot open karakter. Hier zijn het reliëf en de kleinere bebouwings- en beplantingselementen van invloed op de beleving van de ruimte.

In de Leidraad zijn ambities en ontwikkelprincipes aangegeven die het vertrekpunt zijn bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit. Het unieke karakter van het Oude Land, gevormd door het reliëf (keileembult) en de

20/224

cultuurhistorie, is uitgangspunt bij ontwikkelingen figuur 3.2).

Figuur 3.2

Het oude land

De ontwikkeling in Oudeschild tasten het unieke karakter van het Oude Land niet aan. 3.2.4 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. Eén van de richtinggevende principes is dat de woningbouwprogrammering regionaal en adaptief is. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. In de Woonagenda staan concrete actiepunten en kaders voor de uitvoering van de Woonagenda. Via ’woonakkoorden’ maakt de provincie afspraken met regio’s en gemeenten daarbinnen over woningbouw, programmering en fasering van woningbouwplannen. Uitgangspunt is de juiste balans tussen vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief.

De woonakkoorden dienen in overeenstemming te zijn met de provinciale Omgevingsvisie en de uitgangspunten, speerpunten, richtinggevende principes van de Woonagenda. Conform de Provinciale Ruimtelijke Verordening (later: Omgevingsverordening) is opname in de regionale programmering voorwaardelijk voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Binnen de regio heeft de gemeente Texel de status aparte vanwege de andersoortige woningmarkt. In de Woonagenda is ook aangegeven dat provincie gemeenten helpt om de woningbouwproductie te verhogen en sneller te realiseren.

21/224

Naar aanleiding van de Woonagenda is een Woonakkoord gesloten. Gezien de regionale functie komt dit akkoord in paragraaf 3.3.3 aan de orde bij het regionaal beleid. 3.2.5 Conclusie Provinciaal beleid De ontwikkellocatie voldoet aan de verschillende beleidsaspecten die op provinciaal niveau aan de orde zijn. De ontwikkeling wordt ingepast in de omgeving en er wordt voldaan aan de woningbouwafspraken. Bovendien wordt met de ontwikkeling voldaan aan het gestelde in de Omgevingsverordening. De ontwikkeling in Oudeschild past binnen de kaders van het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Uitvoeringsagenda: 'Meer passende woningen in de Kop'. In de Uitvoeringsagenda: 'Meer passende woningen in de Kop' voor de Kop van Noord-Holland 2021-2026 zijn afspraken gemaakt over de woningmarkt in de regio (gemeente Schagen, gemeente Texel, gemeente Den Helder, gemeente Hollands Kroon en provincie Noord-Holland). Hierbij wordt in de regio gekeken naar potentiële woningbouwlocaties in samenhang met aanverwante relevante thema's als biodiversiteit, klimaatadaptatie, bereikbaarheid, werkgelegenheid en de ontwikkeling van de regio als een aantrekkelijke en duurzame woon- en leefomgeving vanuit de ambities. Voor Texel (status aparte) wordt dit overleg zelfstandig georganiseerd. In de uitvoeringsagenda wordt onder andere afgesproken dat de handvatten van de beweging 'Sterke kernen, sterke regio's' op de eerste plaats nader worden uitgewerkt in een lokale omgevingsvisie en/of woonvisie. Er wordt afgesproken dat met betrekking tot het woningtekort de behoefte inzichtelijk wordt gemaakt en dat de mogelijkheden inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is het streven de woningvoorraad betaalbaar te houden. 3.3.2 Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) Het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) is een convenant 'Regionale samenwerkingsafspraken over de woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030'. Dit besluit is genomen op 10 november 2020.

De partijen die betrokken zijn bij dit convenant, zijn de gemeenten van de Kop van Noord-Holland, waaronder de gemeente Texel en provincie Noord-Holland. Met dit convenant beogen partijen een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor maken de partijen afspraken over de woningbouwplannen in programma('s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland (verder te noemen de Kop). In dit convenant is het woningbouwprogramma Texel 2020 - 2030 (KwT) apart opgenomen en is niet gebonden aan de kaders en het woningbouwprogramma van de regiogemeenten, in verband met de status aparte.

22/224

3.3.3 (Concept)Woonakkoord: Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 Met het Regionaal (concept) woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026: "Meer passende woningen in de Kop" geven de vier gemeenten in de Kop samen met de provincie invulling aan artikel 6.3 uit de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland. Het woonakkoord bestaat uit een bestuursakkoord en een uitvoeringsagenda. Partijen geven inhoud en vorm aan het regionaal woonakkoord van de Kop van Noord-Holland 2021-2026 door de onderlinge relatie tussen partijen te baseren op gelijkwaardigheid, transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen. De regio de Kop van Noord-Holland heeft het Woonakkoord samen met de provincie Noord-Holland opgesteld. In dit akkoord wordt beschreven welke woonopgaven er liggen, welke richting ze op willen en hoe ze hier gezamenlijk aan gaan werken. 3.3.4 Woondeal NHN Naast het convenant uit paragraaf 3.3.2 heeft de regio ook samen met de andere gemeenten in de regio Noord-Holland-Noord de 'Woondeal NHN' opgesteld. In deze woondeal geven regio Noord-Holland Noord en provincie Noord-Holland de grootste opgaven weer, wordt de huidige, innovatieve wijze van samenwerking om deze opgaven aan te pakken toegelicht en wordt afgesloten met een overzicht van concrete maatregelen.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Woonvisie Texel

De woonvisie Texel, opgesteld in 2016, heeft als doel de Texelse bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen op Texel en zoveel mogelijk de woonwensen en de woningbehoefte van de bewoners te realiseren (vooral) binnen de bestaande voorraad met bijzondere aandacht voor de betaalbaarheid van de woningen en het faciliteren van het zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen van senioren. Op zich is wonen geen op zichzelf staand thema, maar levert een bijdrage aan de sociale en economische ontwikkeling van Texel. Tevens helpt de woonvisie bij de toewijzing van woningbouwprogramma'. De provincie bepaalt op regioniveau de benodigde totale nieuwbouwbehoefte. Op regionaal niveau is bestuurlijk afgesproken het afwegingskader (KwK/KwT) te hanteren voor nieuwbouwplannen. Dit is een objectieve beoordeling, maar er is ook een beleidsmatige afweging. 3.4.2 Actieplan Wonen en Woningbouwprogramma Texel 2020 - 2030 In het Kwalitatief Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK) (zie paragraaf 3.3.2) / Regionaal Woonakkoord (zie paragraaf 3.3.3) is aangegeven dat voor de gemeente Texel (status aparte) een eigen (dynamisch) woningbouwprogramma wordt gehanteerd: Woningbouwprogramma 2020 - 2030.

Het Woningbouwprogramma Texel 2020 - 2030 moet leiden tot: Kortere wachttijden voor een sociale huurwoning; Terugdringen kwalitatieve mismatch door toevoegen betaalbare koop (starter/gezin/senior). Texel geeft hiermee invulling aan de woningbehoefte en dat is niet gelijk aan de woningvraag. Dit betekent dat er gekeken wordt naar de bevolkingssamenstelling in relatie tot de woningvoorraad. Woningbouwprogramma Texel 2020 – 2030 dient mede ter uitvoering en verfijning van de Woonvisie Texel (2016) en het Actieplan Wonen (2019). Al langere tijd beschikt Texel door haar andersoortige woningmarkt over een 'status aparte' in het regionale

23/224

woningbouwbeleid. Texel heeft als eiland een uniek karakter en dat werkt ook door op de woningmarkt. Huizen zijn duurder en er is een tekort aan sociale en middel-dure huurwoningen. Ook de vergrijzing is groter dan in de omliggende gemeenten. Dit betekent dat veel vacatures door mensen van buiten Texel moeten worden ingevuld. Daarnaast is betaalbare woonruimte nodig voor jonge Texelaars en Texelse gezinnen. De Provincie heeft begrip voor de situatie op Texel en steunt dat Texel aan de slag gaat met een eigen woningbouwprogramma, dat meegenomen wordt in de regionale afspraken: Het Convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK) (september/oktober 2020) en het regionale woonakkoord. Ondanks dat er geen directe regionale samenhang is tussen de woningmarkt van Texel en de woningmarkten van Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, hecht de gemeente Texel in breder verband aan goede regionale samenwerking en ziet het Texelse hoofdstuk daarom als onderdeel van de regionale woningbouwprogrammering (KwK 2020 - 2030) en het regionale woonakkoord met de Provincie. Het Woningbouwprogramma Texel 2020 – 2030 is niet in beton gegoten, maar kan gaandeweg aangepast worden als blijkt dat dit nodig is.

In het KwT wordt de situatie van de Texelse woningmarkt beschreven, hoe er met de woningnood wordt omgegaan en welke maatschappelijke effecten beoogd worden te bereiken. Verder wordt ingegaan op de hoeveelheid en de locatie van de woningen. In het KwT is onder meer aangegeven dat woningbouw op vier kleinschalige locaties bij een aantal dorpen zal plaatsvinden, waaronder Oudeschild. In deze dorpen zijn er geruime tijd nagenoeg geen woningen gebouwd. Voor de leefbaarheid en om te voorzien in de autonome behoefte is dit wel wenselijk. De dorpscommissies is toegezegd dat deze locaties bestuurlijke prioriteit hebben. In het Actieplan Wonen van de gemeente Texel zijn de verschillende activiteiten van de gemeente weergegeven met betrekking tot het wonen op Texel. Het Actieplan Wonen en het Woningbouwprogramma Texel 2020 – 2030 omschrijven het belang om snel veel woningen te realiseren met grote aandacht voor de betaalbare sector. Het tekort aan woningen is met name voor starters hoog (zie bijlage 2). In de gepresenteerde plannen ligt de focus op sociale huurwoningen (uitwerking Prestatieafspraken 2021 t/m 2025), maar is er ook ruimte voor middeldure huur en betaalbare koop om starters de kans te geven in te stappen in de koopwoningmarkt. Om snel aan de woningvraag te kunnen voldoen is het belang van versnelling bij de opgaves groot.

Versnelling houdt in dat de woningbouwproductie die normaliter in 10 jaar wordt uitgevoerd, in 5 jaar wordt gerealiseerd. Er zijn verschillende woningbouwplannen die zo snel mogelijk gerealiseerd dienen te worden, zodat de gemeente een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid van de dorpen. Eén daarvan is de bouw van de woningen in Oudeschild. 3.4.3 Prestatieafspraken 2021 t/m 2025 De Prestatieafspraken voor 2021 t/m 2025 met Woontij zijn uitgewerkt. Hierin is vastgelegd dat sociale huurwoningen moeten worden gebouwd om de wachttijden te verkorten. Eén van de woonconcepten is het bouwen van rug-aan-rug woningen. Rug-aan-rug woningen hebben een compact woonoppervlak, waardoor ze in het lagere segment vallen en daarmee geschikt zijn voor een- of tweepersoonshuishoudens. Deze woningen beschikken over een iets kleinere privé tuin, maar hebben direct zicht op het goed vormgegeven openbare en gezamenlijk groen. De woningen zijn zeer geschikt als sociale huurwoning. Dit type woning zal ook in Oudeschild worden gerealiseerd.

24/224

3.4.4 Welstandsnota In 2008 heeft de gemeenteraad van Texel de welstandsnota voor haar grondgebied vastgesteld. Het beleid geeft op lokaal niveau inhoud aan de nieuwe wijze van welstandstoezicht zoals vastgelegd in de Woningwet 2003. Het doel van de nota is als volgt: 1. Dat een helder en actueel beeld geeft van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig-landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Texel. Dit geldt zowel voor de bebouwde kommen op het eiland als het buitengebied; 2. Met een gebieds- en objectgerichte benadering, maar ook een specifieke, thematische benadering als het gaat om (nieuw) bouwen aan dorpsranden, bouwen aan of nabij monumenten; 3. Dat de kwaliteiten van het eiland Texel kan waarborgen en qua systematiek en hanteerbaarheid gebruiksvriendelijk is in de dagelijkse praktijk voor zowel de gemeente als de burger. Elk bouwplan wordt getoetst aan het welstandsbeleid, wat leidt tot een welstandsadvies. Het plangebied in Oudeschild heeft het welstandsniveau 'Dorpsranden'. Binnen dit gebied geldt thematisch beleid voor het bouwen aan en nabij dorpsranden. In de nota is een aantal criteria met betrekking tot dorpsranden opgenomen waaraan de ontwikkeling zal worden getoetst. 3.4.5 Conclusie Regionaal en gemeentelijk beleid De woningmarkt is sterk in beweging.

De woningbouwontwikkeling in Oudeschild past binnen het gemeentelijk en regionaal beleid, omdat invulling wordt gegeven aan: Actieplan Wonen Woningbouwprogramma Texel 2020-2030 Prestatieafspraken met Woontij 2021 t/m 2025 Kwalitatief Woningbouw Programma Kop van Noord-Holland (KwK/KwT)

25/224

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie, cultuurhistorie, bedrijven en milieuhinder, spuitzones en kabels en leidingen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing Het plangebied ligt tegen de dorpskern van Oudeschild. Er zijn geen bedrijven in de directe omgeving van het plangebied en er worden geen bedrijven mogelijk gemaakt met de ontwikkeling. Hierdoor vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor dit plan.

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;

26/224

soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Toetsing De ontwikkeling van het plangebied betreft nieuwbouw ter plaatse van een voormalig sportterrein binnen de bebouwde kom van Oudeschild. Ten behoeve van deze nieuwbouw heeft een ecologische quickscan plaatsgevonden. Op deze manier is onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. De resultaten van de quickscan zijn opgenomen in bijlage 3. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied is gelegen op circa 200 meter ten westen van Natura 2000-gebied 'Waddenzee'. Op een afstand van circa 2 km ten noord-noordoosten van het plangebied ligt Natura 2000-gebied 'Duinen en Lage Land Texel'. Het plangebied ligt buiten de grenzen van de Natura 2000-gebieden, maar de ontwikkeling van het plangebied zou wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het plan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden.

Per 1 juli 2021 is voor de aanlegfase de wetgeving gewijzigd met het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Deze wet en het bijhorende besluit regelt een vrijstelling voor de vergunningsplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Dit is de vergunningplicht voor Wnb-projecten. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De Wsn en de Bsn regelt slechts indirect een vrijstelling voor de aanlegfase van Wnb-plannen. Voor de gebruiksfase is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 4. Uit de berekening blijkt dat de maximaal berekende stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt tijdens de gebruiksfase. De verkeersintensiteit die gehanteerd is bij de berekening ligt lager dan de verkeersintensiteit van het verkeersonderzoek. Ter controle heeft de Omgevingsdienst een berekening uitgevoerd op basis van de aannames uit de toelichting. Ook uit deze berekening blijkt dat in de gebruiksfase de norm van 0,00 mol/ha/jaar niet wordt overschreden.

Het aspect stikstofdepositie staat de planontwikkeling niet in de weg. Hierbij wordt door de Omgevingsdienst wel de opmerking gemaakt dat er vanaf 13 januari 2022 een nieuwe versie van de Aerius-Calculator is. Dit betekent dat de situatie opnieuw moet worden doorberekend. Eind januari 2022 is de berekening opnieuw uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 5 en geven geen andere uitkomst dan de vorige berekening. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De dichtstbijzijnde NNN-gebieden liggen op circa 300 meter afstand, waardoor de ontwikkeling van het plangebied geen invloed heeft op deze gebieden.

27/224

Soortenbescherming Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van de ecologische quickscan wordt nader onderzoek geadviseerd om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van hermelijn vast te stellen, danwel uit te sluiten. Verder wordt geadviseerd om de aanwezigheid van de Noordse woelmuis in het plangebied te onderzoeken. Nader onderzoek naar de Noordse woelmuis en de hermelijn om de aanwezigheid vast te stellen dan wel uit te sluiten wordt uitgevoerd. Met betrekking tot de rugstreeppad wordt nader onderzoek verricht naar de mogelijke aanwezigheid van voortplantingswater en landhabitat in het plangebied. Indien nodig wordt een ontheffing Wnb aangevraagd met een activiteitenplan waarin mitigerende en/of compenserende maatregelen worden opgenomen. Het voormalige voetbalveld wordt omringd door bomen, bosschages en water(gangen). Het plangebied is mogelijk een geschikt foerageergebied voor vleermuizen, of kan worden gebruikt als vliegroute. In de quickscan is geen aandacht besteed aan dit aspect en zal nog nader worden onderzocht. Verder geldt dat er met betrekking tot de vogelsoorten rekening moet worden gehouden met het broedseizoen. Op licht beschermde of vrijgestelde soorten is de zorgplicht van toepassing. Binnen het plangebied wordt een aantal bomen verwijderd.

Conform de gemeentelijke afspraken met betrekking tot kap van bomen in de bebouwde kom, worden de bomen één op één gecompenseerd (herplant) in het plangebied en/of elders. Er zijn geen bomen in het plangebied die vermeld staan op de bomenlijst van de gemeente Texel. De bomen op die lijst mogen niet zonder vergunning worden gekapt. De omgevingsdienst geeft aan dat het plangebied gedeeltelijk buiten de bebouwde kom ligt. Dit betekent dat voor het verwijderen van houtopstanden buiten de vastgestelde contour een melding moet worden gedaan. Voor houtopstanden die wel onder de bescherming van de Wet natuurbescherming vallen, geldt dat het verboden is deze houtopstanden te vellen zonder voorafgaande melding van die velling. Die melding dient te worden gedaan bij de OD NHN. De voorgenomen velling kan na een dergelijke melding worden verboden, of er kunnen specifieke eisen worden gesteld aan de wettelijk geldende herplantplicht.

4.4

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat in de plaatselijk zwak baksteenhoudende bovengrond lichte verhogingen aan kwik en/of lood zijn gemeten ten

28/224

opzichte van de achtergrondwaarden. Ondanks de lichte verhogingen van lood geeft de Omgevingsdienst aan (zie bijlage 9) dat lood in de bodem (ook onder de interventiewaarde) een risico kan zijn voor de gezondheid, vooral bij kinderen onder de zes jaar. In de bijlage wordt verwezen naar een website voor verdere informatie en tips om risico's te beperken. De gemeente zal met de lichte verhogingen aan lood rekening houden bij de inrichting van eventuele speelvoorzieningen. In de ondergrond is plaatselijk een lichte verhoging aan molybdeen aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan barium, molybdeen, xylenen en naftaleen gemeten ten opzichte van de streefwaarden. In de actuele contactzone (0-0,5 m-mv) is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. Van zowel de bovengrond als de ondergrond zijn de gehalten aan PFOA en PFOS (PFAS) bepaald. Gezien de resultaten dient de hypothese, uitgangspunt was een onverdachte locatie, te worden verworpen. Er zijn lichte verhogingen aangetoond in grond en grondwater. De gehalten in grond en grondwater overschrijden echter niet de toetsingswaarden voor nader onderzoek. Voor nader onderzoek bestaat geen aanleiding. De kwaliteit van de bodem is geschikt voor de toekomstige woonfunctie. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van de ontwikkeling in het plangebied.

4.5

Geluid

Toetsingskader Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Toetsing In de nabijheid van het plangebied ligt een aantal 30 km-wegen (Trompstraat en De Wittstraat).

Dit zijn geen doorgaande wegen en uitsluitend voor bestemmingsverkeer. Formeel ligt het plangebied binnen de zone van het Mieland (50 km-weg). Dit is een betonnen weg, in hoofdzaak voor (agrarisch) bestemmingsverkeer. Gezien de geringe verkeersintensiteiten op de omliggende wegen en de afstand tot het Mieland (circa 100 m) kan worden gesteld dat aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh wordt voldaan (48 dB) en dat het geluid van de 30 km-wegen akoestisch niet relevant is. De ontwikkeling is ook van invloed op de omgeving. Het plan genereert 284 mvt/etmaal. Dit aantal is niet hoog,

29/224

maar de ontsluiting van het plan loopt langs twee woningen aan de Trompstraat. Dit wordt een 30 km-zone, waardoor de Wgh niet aan de orde is. Voor de Trompstraat (met circa 1000 mvt/etmaal in de huidige situatie) geldt dat de toename onder de 40%/1,5 dB blijft. Dit houdt in dat verkeerstoename en daarmee de toename van het geluid acceptabel is. Door de lage snelheid en het beperkte aantal verkeerbewegingen is de geluidstoename voor de woningen aan de Trompstraat acceptabel en voldoet naar verwachting aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder (als richtwaarde omdat de Wgh niet van toepassing is). Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.6

Water

Toetsingskader Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Door middel van de watertoets wordt het plan kenbaar gemaakt bij het waterschap. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing.

Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels (https://www.hhnk.nl/keur/). Toetsing Het plan in Oudeschild is kenbaar gemaakt bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het hoogheemraadschap heeft hierop reeds een advies gegeven. Vervolgens zijn de plannen in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan het hoogheemraadschap. Verharding en compensatie maatregelen De verhardingstoename bedraagt 7.119 m2. Dit betekent dat het hoogheemraadschap een planspecifiek compensatiepercentage hanteert. Voor het peilgebied waarin het plangebied zich bevindt bedraagt het

30/224

percentage 10%. Dit betekent dat de compensatie-eis 712 m2 wordt. Rondom het plangebied liggen watergangen. Om de vereiste waterberging te realiseren worden de bestaande watergangen, waar mogelijk, met een meter verbreed. De verbreding van deze watergangen is ook de voorkeur van het hoogheemraadschap. Ter plaatse van de groene wig tussen de rug-aan-rug blokken wordt de overige waterberging gerealiseerd. Op basis van het indicatief ontwerp wordt 712 m2 wateropvang gerealiseerd. Deze oppervlakte aan watercompensatie is gebaseerd op berekeningen van de ontwerptekening. De ontwerptekening is iets aangepast naar aanleiding van de wensen van omwonenden. Hierdoor is het ontwerp, binnen de plangrenzen, in zijn geheel iets naar het zuiden verplaatst. De bestaande sloot wordt niet verplaatst, maar om aan de beoogde wateroppervlakte te voldoen, vindt de verbreding niet aan de binnenzijde van het plangebied plaats, maar aan de buitenzijde. De omwonenden hebben tevens aangegeven dat extra waterberging wenselijk is in de groene wig tussen het plangebied en de woningen aan de Trompstraat. Dit aspect wordt nog nader onderzocht en wordt bij de civieltechnische uitwerking meegenomen en afgestemd met het hoogheemraadschap. Verder moet het watersysteem robuust worden aangelegd. Door de verharding op het perceel neemt de druk op het watersysteem rond het plangebied toe.

Er is in het verleden wateroverlast op deze locatie geweest. Daarom adviseert het hoogheemraadschap een duiker (600 mm rond) in de zuidoosthoek van het plan, met aan de noordzijde een stuwbak met planken tot ongeveer 5 cm boven peil (tot -0.95 m NAP). Bij lichte/normale regenval kan het water om het plangebied stromen en voor verversing zorgen. Bij hevige regenval kan het water ook via de stuw afstromen. Dit advies heeft de gemeente overgenomen en is opgenomen in het ontwerp. Waterkwaliteit en riolering De ambitie van het hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Er is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Voor de ontwikkeling wordt een gescheiden stelsel aangelegd door de initiatiefnemer. Het uitgangspunt is het 100% afkoppelen van schoon hemelwater van het rioleringssysteem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=3d28c4dc-b93f-4429-b0b1-2d1a32acc48c