CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 1 oktober 2025, gemeente Texel18.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel - Raadscommissie van 1 oktober 2025 Agenda bijlagen Ondertiteling raadscommissie 1 oktober 2025 Korte weergave raadscommissie 1 oktober 2025.docx 1 Opening en mededelingen 2 Vaststelling agenda 3 Rondvraag Publiek De heer Cor Zijm spreekt in (over: locatie gezondheidsplein) 4 Rondvraag Commissieleden 5 Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten - zienswijze Archeologie West-Friesland voert werkzaamheden uit in het kader van archeologie voor de colleges van de aangesloten gemeenten. In de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten stonden ook de gemeenteraden als deelnemers vermeld. Er worden echter geen werkzaamheden voor de gemeenteraden uitgevoerd. Hierdoor kunnen de gemeenteraden uittreden. Daarnaast is actualisatie wenselijk en wil ook de gemeente Hollands Kroon toetreden. Op grond van deze wensen is de regeling in concept gewijzigd. Bestuurlijk advies 1. Concept GR AWF 2. Was-wordt GR AWF 3. Toelichting op de GR AWF Concept raadsbesluit - 3587036 - Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten zienswijze 6 Bindend advies aanvraag omgevingsvergunning Meyertebos 7 in Den Burg Het college stelt de gemeenteraad voor om mee te werken aan het realiseren van een terras van maximaal 50 m² aan Meyertebos 7 in Den Burg en daarvoor een positief bindend advies af te geven.

De aanvraag gaat over het realiseren van een terras bij het proeflokaal bij de bierbrouwerij aan Meyertebos 7 in Den Burg. Omdat de aanvraag niet past in het tijdelijk omgevingsplan omdat daarin geen mogelijkheid voor terras is opgenomen moet de gemeenteraad hiermee wel instemmen. Dat kan door een positief bindend advies af te geven. Alleen dan kan de vergunning door het college worden verleend. De aanvraag wordt behandeld met de reguliere procedure. De wettelijke beslistermijn hiervan is 8 weken. Verlenging van die termijn met 6 weken is mogelijk. Onder de Omgevingswet kan er geen vergunning van rechtswege ontstaan. Meewerken aan het plan Om mee te kunnen werken aan de aanvraag moet er sprake zijn van aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wil zeggen dat het plan moet passen in de omgeving en moet bijdragen aan een goede leefomgeving. Daarvoor is bij de aanvraag een onderbouwing aangeleverd waaruit dit blijkt. De aanvraag voldoet verder aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Vervolgstappen Als de gemeenteraad akkoord gaat met dit plan geeft zij een positief bindend advies. De omgevingsvergunning om af te kunnen wijken van het tijdelijk omgevingsplan kan dan verleend worden. Belanghebbenden kunnen dan bezwaar indienen tegen de omgevingsvergunning en daarna nog in beroep bij de bestuursrechter. Bestuurlijk advies Bijlage 1.

Publiceerbare aanvraag terras Meyertebos 7 Bijlage 2. Situatietekening bestaand en gewijzigd Bijlage 3. Ruimtelijke onderbouwing 05-08-2025 Concept-raadsbesluit - 3639488 - Aanvraag omgevingsvergunning Meyertebos 7 in Den Burg 7 Aanwijzing lokale publieke omroep Texel 2026-2030

8

9

10

Het Rijk wil de positie van lokale publieke omroepen versterken en bereidt een stelselwijziging en aanpassing van de Mediawet voor. Hierbij wordt ingezet op samenwerking en de vorming van streekomroepen en een wijziging van de financiering. Het wetsvoorstel staat op de planning om 1 juli 2026 in werking te treden. Om te mogen uitzenden via de etherfrequentie dient een omroeporganisatie een vergunning aan te vragen. Bij deze aanvraag is een aanwijzing door het Commissariaat voor de Media nodig. Dergelijke aanwijzingen hebben een looptijd van 5 jaar. Op dit moment is Stichting Lokale Omroep Texel (radio Texel) in bezit van deze aanwijzing en vergunning voor de gemeente Texel. Deze loopt in januari 2026 af. In voorbereiding op de stelselwijziging per 1 juli 2026 heeft Stichting Lokale Omroep Texel (radio Texel) de samenwerking opgezocht met Omroep Zilt en Streekomroep Noordoost-Friesland en samen de Stichting Waddenomroep opgericht. Dit volgens de streekomroepindeling van de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De Waddenomroep heeft nu een aanvraag bij het commissariaat ingediend om aangewezen te worden als lokale publieke (streek)omroep voor de streek ‘Waddeneilanden’. Conform de Mediawet vraagt het commissariaat de gemeenteraad om advies uit te brengen over de aanvraag en of deze aan de eisen van de wet voldoet.

Deze beoordeling is positief en het college van burgemeester en wethouders heeft daarom besloten om de gemeenteraad voor te stellen om het Commissariaat voor de Media te adviseren om de Stichting Waddenomroep voor de periode 2026-2030 aan te wijzen als lokale publieke (streek)omroep voor de gemeente Texel. Ook de raden van de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog brengen in het vierde kwartaal van 2025 een advies aan het commissariaat uit over de aanvraag van Stichting Waddenomroep. Bij dit onderwerp is een inspreker: De heer Van Gils Bestuurlijk advies Concept-Raadsbesluit - 3652870 - Aanwijzing lokale publieke omroep Texel 2026-2030 Beheerplan Straatmeubilair 2026-2030 Voor alle kapitaalgoederen die de gemeente Texel in beheer heeft (verdeeld over verschillende arealen) wordt voor steeds een periode van vijf jaar een beheerplan opgesteld. Een beheerplan zorgt ervoor dat inzichtelijk is hoe het areaal er voor staat, en welke maatregelen er worden genomen om te zorgen dat de kwaliteit gewaarborgd blijft. Een beheerplan geeft daarmee vooral ook inzicht in de financiële consequenties. Het vorige beheerplan straatmeubilair 2019-2023 is in 2018 door de Raad vastgesteld. In voorjaar/zomer 2025 heeft een extern bedrijf een inventarisatie en inspectie uitgevoerd voor het totale areaal straatmeubilair in onderhoud bij gemeente Texel.

Het nieuwe beheerplan geeft de huidige situatie weer met omvang van het areaal, de kwaliteiten en financieel advies om achterstanden weg te werken en de reguliere exploitatie op adequate wijze uit te kunnen voeren. Bestuurlijk advies beheerplan straatmeubilair 2026-2030 raad Bijlage 1. Beheerplan Meubilair 2026-2030 gemeente Texel concept-raadsbesluit - 3238676 - Beheerplan Straatmeubilair 2026-2030 7e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden GGD Hollands Noorden Op 12 maart 2025 heeft het algemeen bestuur (AB) van de GGD Hollands Noorden (GGD HN) ingestemd met de gewijzigde tekst van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) en besloten deze ter besluitvorming aan te bieden aan de deelnemende gemeenten. Er wordt voorgesteld om de Wvggz (Wet verplichte GGZ) in de GR op te nemen als taak met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025. Het gaat om de onderdelen ‘aannemen van meldingen’ en ‘verkennend onderzoek’. In eerste instantie was het onderbrengen van de taak ‘hoorplicht’ ook onderdeel van het voorstel. Het blijkt echter juridisch niet mogelijk om deze taak in de GR GGD HN op te nemen, omdat het een bevoegdheid van de burgemeester betreft.

Om die reden heeft het algemeen bestuur in de vergadering van 28 mei 2025 besloten om het aangeboden voorstel aan te passen door de hoorplicht uit het voorstel te halen en gemeenten een gewijzigd voorstel ter behandeling toe te zenden. Bestuurlijk advies Bijlage 1. Voorstel RRN - 7de wijziging van de GR GGD HN Bijlage 2. 20250623_aanbiedingsbrief wijziging GR GGD HN ivm Wvggz getekend Bijlage 5. bijlage 4 Gemeenschappelijke regeling GGD HN integrale tekst na 7e wijziging concept-Raadsbesluit - 3655670 - Zienswijze 7e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden Griffiersinstructie 2025 De Gemeentewet verplicht gemeenteraden in artikel 107a, lid 2 om voor de griffier een Instructie vast te stellen. En hoewel niet geregeld is dat deze periodiek moet worden geactualiseerd, is dat wel nodig: de laatste Instructie is door de gemeenteraad op 23 maart 2004 vastgesteld. Vandaar dat de Werkgevercommissie, via het Afstemmingsoverleg, de gemeenteraad voorstelt de oude Instructie in te trekken en de Instructie griffier Texel 2026 – aangepast aan de bestuurlijke werkelijkheid van nu – vast te stellen en per 1 januari 2026 in te laten gaan. Bestuurlijk advies Bijlage 1. Instructie voor de griffier 2026 Bijlage 2. model-instructie-voor-de-griffier-nieuw-model-februari-2025

11 12

13 14

Bijlage 3. Instructie griffier dd 23 maart 2004 concept-raadsbesluit - 3655589 - Instructie griffier 2026 Aankondiging Motie VVD Texel, D66 Texel en Texels Belang: Gelijke kansen voor sportinitiatieven Motie VVD Texel, D66 Texel en Texels Belang - Gelijke kansen voor sportinitiatieven Overzicht brieven aan de raad Pilot/proef: Het overzicht van ingekomen brieven aan de raad, met daarbij een behandeladvies van de griffie, wordt voortaan maandelijks op de agenda van de raadscommissie geplaatst ter bespreking. Het overzicht grijpt steeds tot een maand terug, met als ijkpunt: de laatste raadscommissie. Klik hier voor het meest recente overzicht van de brieven aan de raad. Als u het totaal-overzicht wilt inzien van alle ingekomen brieven aan de gemeenteraad, zie dan deze webpagina. (Dit overzicht wordt in de aanloop naar de raadscommissie bijgewerkt met brieven die voor de raad ontvangen worden, omdat er tussen 'nu' (moment publicatie) en de vergadering van de raadscommissie uiteraard nog brieven binnen kunnen komen.) Link naar Overzicht brieven aan de raad Mondelinge beantwoording Rondvragen Commissie (voor zover niet reeds beantwoord) Sluiting

Korte Weergave Raadscommissie 1 oktober 2025 De vergadering eindigde om 20.45 uur en er keken 34 mensen digitaal mee. De paarse tekst beschrijft wat er tijdens de vergadering is besproken en besloten; de zwarte tekst stond al op de agenda. De vergadering is hier terug te kijken. 1

Opening en mededelingen Er waren geen mededelingen.

2

Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3

Rondvraag Publiek De heer Cor Zijm spreekt in (over: locatie gezondheidsplein). Essentie: parkeerruimte, oude verpleeghuis, belang van eigen initiatief vanuit de samenleving, minder regels en meer vertrouwen in inwoners, flexibiliteit. Klik hier voor de gehele inspraak.

4

Rondvraag Commissieleden •

•

•

De heer Polderman (Hart voor Texel) refereert aan de uitspraak van het college in de RIB 25-102 Verhuizing Stella Maris en Startklas - Stichting Kopwerk voor scholen voormalig Schooltij Texel die vorige week is verstuurd, waarin het college aangeeft dat de school niet te klein is en ruimte heeft voor groei. Zelf zag hij overvolle gangen en klaslokalen, zelfs personeelsruimtes worden nu als klas gebruikt. Is de wethouder zelf op bezoek geweest? En is de wethouder op de hoogte van dit probleem? Wethouder Van de Belt geeft aan dat hij regelmatig de Skool bezoekt en overleg heeft met de schoolbesturen. De Skool heeft qua vierkante meters voldoende ruimte maar de inrichting is niet optimaal voor het educatieve gedeelte. Door nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs ontstaat extra ruimtebehoefte. De scholen zijn verantwoordelijk voor de inrichting, gemeente is financierder. Stella Maris heeft ook aangegeven te willen verhuizen. De heer Rutten (CDA Texel) vraagt naar de Boodtlaan die is opgeknapt, maar niet alle straatverlichting werkt. Wat is de status en wanneer wordt dit afgerond? Wethouder Heijne-Dros geeft aan dat de niet werkende verlichting nog moet worden aangesloten, dit was vertraagd door drukte bij aannemers. Naar verwachting is dit binnen enkele weken afgerond.

De heer Rutten (CDA Texel) heeft ook nog een vraag over de vragen die door GroenLinks Texel zijn gesteld tijdens de raadsvergadering van 20 maart 2024 over dinoterb in Texels oppervlaktewater. Wat is de actuele stand van zaken? Wethouder Kieft geeft aan dat het Hoogheemraadschap recent onderzoeken heeft gepubliceerd over dinoterb dat sinds 1998 niet meer gebruikt mag worden. Uit nader onderzoek bleek dat de gebruikte laboratoriummaterialen een stof bevatten die sterk lijkt op het gewasbeschermingsmiddel maar het niet is, wat leidde tot onbetrouwbare meetresultaten. Daarom worden alle meetgegevens vanaf 2020 geschrapt. Het bericht over besmetting was dus loos, hoewel het destijds serieus onderzocht is vanwege mogelijke maatschappelijke gevolgen.

5

Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten - zienswijze Archeologie West-Friesland voert werkzaamheden uit in het kader van archeologie voor de colleges van de aangesloten gemeenten. In de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten stonden ook de gemeenteraden als deelnemers vermeld. Er worden echter geen werkzaamheden voor de gemeenteraden uitgevoerd. Hierdoor kunnen de gemeenteraden uittreden. Daarnaast is actualisatie wenselijk en wil ook de gemeente Hollands Kroon toetreden. Op grond van deze wensen is de regeling in concept gewijzigd. VERVOLG: HAMERSTUK naar de raadsvergadering van 15 oktober 2025.

6

Bindend advies aanvraag omgevingsvergunning Meyertebos 7 in Den Burg Het college stelt de gemeenteraad voor om mee te werken aan het realiseren van een terras van maximaal 50 m² aan Meyertebos 7 in Den Burg en daarvoor een positief bindend advies af te geven. De aanvraag gaat over het realiseren van een terras bij het proeflokaal bij de bierbrouwerij aan Meyertebos 7 in Den Burg. Omdat de aanvraag niet past in het tijdelijk omgevingsplan omdat daarin geen mogelijkheid voor terras is opgenomen moet de gemeenteraad hiermee wel instemmen. Dat kan door een positief bindend advies af te geven. Alleen dan kan de vergunning door het college worden verleend. De aanvraag wordt behandeld met de reguliere procedure. Onderwerpen van gesprek: • Participatie met buurtbewoners; • Beleidsregels staan maximaal 80 m2 productie gerelateerde detailhandel plus 50 m2 terras toe. VERVOLG: BESPREEKSTUK naar de raadsvergadering van 15 oktober 2025.

7

Aanwijzing lokale publieke omroep Texel 2026-2030 Het Rijk wil de positie van lokale publieke omroepen versterken en bereidt een stelselwijziging en aanpassing van de Mediawet voor. Hierbij wordt ingezet op samenwerking en de vorming van streekomroepen en een wijziging van de financiering. Om te mogen uitzenden via de etherfrequentie dient een omroeporganisatie een vergunning aan te vragen. Bij deze aanvraag is een aanwijzing door het Commissariaat voor de Media nodig. Conform de Mediawet vraagt het commissariaat de gemeenteraad om advies uit te brengen over de aanvraag en of deze aan de eisen van de wet voldoet. Deze beoordeling is positief en het college van burgemeester en wethouders heeft daarom besloten om de gemeenteraad voor te stellen om het Commissariaat voor de Media te adviseren om de Stichting Waddenomroep voor de periode 2026-2030 aan te wijzen als lokale publieke (streek)omroep voor de gemeente Texel. Bij dit onderwerp is een inspreker: De heer Van Gils. Essentie: Radio Texel initiatief, lokale omroep behoud, landelijke samenvoeging streekomroepen, Waddenomroep oprichting, onafhankelijke media, schaalvergroting en kwaliteit, behoud identiteit, toekomstbestendig mediapodium, noodzaak voor gemeenschap, oproep voor steun. Klik hier voor de gehele inspraak. VERVOLG: HAMERSTUK naar de raadsvergadering van 15 oktober 2025.

Pagina 2

8

Beheerplan Straatmeubilair 2026-2030 Voor alle kapitaalgoederen die de gemeente Texel in beheer heeft (verdeeld over verschillende arealen) wordt voor steeds een periode van vijf jaar een beheerplan opgesteld. Een beheerplan zorgt ervoor dat inzichtelijk is hoe het areaal er voor staat, en welke maatregelen er worden genomen om te zorgen dat de kwaliteit gewaarborgd blijft. Een beheerplan geeft daarmee vooral ook inzicht in de financiële consequenties. Het nieuwe beheerplan geeft de huidige situatie weer met omvang van het areaal, de kwaliteiten en financieel advies om achterstanden weg te werken en de reguliere exploitatie op adequate wijze uit te kunnen voeren. Onderwerpen van gesprek/debat: • Over fietsparkeerplaatsen; • Over verantwoordelijkheid voor fietsparkeerplaatsen; • Over abri’s (wachthokjes van bushaltes); • Over de financieringsopbouw in dit voorstel; • In 2027 een evaluatie moment. Toezeggingen: • De heer Lely (PvdA pro Texel) vraagt of alle abri’s nog in gebruik zijn, wat er met de ongebruikte abri’s gebeurt? Bijvoorbeeld de ongebruikte abri vlakbij de OSG met een grote bier reclame erop. Daarnaast vraagt de heer Lely zich af wie er verantwoordelijk is – de gemeente of de aannemers - voor de verwijzingsborden of canvasdoeken bij wegwerkzaamheden bijvoorbeeld bij de Albert Heijn en de Jumbo. Het college komt hier schriftelijk op terug.

• De heer Polderman (Hart voor Texel) en de heer Schuiringa (VVD Texel) vragen naar de kostenopbouw van het voorstel. De heer Polderman is bezorgd over het risico wat dit kan geven op veiligheids- en juridische problemen door onderfinanciering. Er lijkt een verschil te zitten tussen het beheerplan en de adviesnota qua kosten en keuzes. Is het budget voor onderhoud toereikend? Er lijkt een tekort van ca. €140.000 in de eerste twee jaar te zijn. Het college komt hier schriftelijk op terug. VERVOLG: BESPREEKSTUK naar de raadsvergadering van 15 oktober 2025.

9

7e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden Op 12 maart 2025 heeft het algemeen bestuur (AB) van de GGD Hollands Noorden (GGD HN) ingestemd met de gewijzigde tekst van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) en besloten deze ter besluitvorming aan te bieden aan de deelnemende gemeenten. Er wordt voorgesteld om de Wvggz (Wet verplichte GGZ) in de GR op te nemen als taak met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025. Het gaat om de onderdelen ‘aannemen van meldingen’ en ‘verkennend onderzoek’. VERVOLG: HAMERSTUK naar de raadsvergadering van 15 oktober 2025.

10

Griffiersinstructie 2025 De Gemeentewet verplicht gemeenteraden in artikel 107a, lid 2 om voor de griffier een Instructie vast te stellen. En hoewel niet geregeld is dat deze periodiek moet worden geactualiseerd, is dat wel nodig: de laatste Instructie is door de gemeenteraad op 23 maart 2004 vastgesteld. Vandaar dat de Werkgevercommissie, via het Afstemmingsoverleg, de gemeenteraad voorstelt de oude Instructie in te trekken en de Instructie griffier Texel 2026 – aangepast aan de bestuurlijke werkelijkheid van nu – vast te stellen en per 1 januari 2026 in te laten gaan. VERVOLG: HAMERSTUK naar de raadsvergadering van 15 oktober 2025. Pagina 3

11

Aankondiging Motie VVD Texel, D66 Texel en Texels Belang: Gelijke kansen voor sportinitiatieven Onderwerpen van gesprek/debat: • Over belemmeringen voor kleinschalige sportinitiatieven; • Vaststellen van beleidsregels voor Omgevingsvisie; • Locaties voor sportvoorzieningen op bedrijventerreinen; • Handhaving tijdens beleidsontwikkeling; • Balans voor ruimte voor sport en bestaande ruimtelijke kaders; • Over de antwoorden die eerder zijn gegeven op de vragen van D66 Texel van (en waar een toezegging is gedaan in de antwoorden); • Ruimte houden voor bedrijven (schaarste bedrijvenbestemmingen); • Het college reageert op de motie met deze tekst: klik hier. VERVOLG: Aanbieding voor de raadsvergadering van 15 oktober 2025 is aan de fractie zelf.

12

Overzicht brieven aan de raad Pilot/proef: Het overzicht van ingekomen brieven aan de raad, met daarbij een behandeladvies van de griffie, wordt voortaan maandelijks op de agenda van de raadscommissie geplaatst ter bespreking. Het overzicht grijpt steeds tot een maand terug, met als ijkpunt: de laatste raadscommissie. Klik hier voor het meest recente overzicht van de brieven aan de raad. Als u het totaal-overzicht wilt inzien van alle ingekomen brieven aan de gemeenteraad, zie dan deze webpagina. (Dit overzicht wordt in de aanloop naar de raadscommissie bijgewerkt met brieven die voor de raad ontvangen worden, omdat er tussen 'nu' (moment publicatie) en de vergadering van de raadscommissie uiteraard nog brieven binnen kunnen komen.) De commissie neemt het overzicht, en dus de adviezen van de griffie over afhandeling van de brieven, over.

13

Mondelinge beantwoording Rondvragen Commissie (voor zover niet reeds beantwoord) Er waren geen openstaande rondvragen.

14

Sluiting Om 20.45 uur.

Pagina 4

Regionale Raadscommissie Noordkop Advies aan de gemeenteraden Portefeuillehouder(s)

:

Steller/penvoerder

:

R.N. Leever S. Kruijer R. van de Belt Astrid Zwaag

Hollands Kroon Schagen Texel astridzwaag@hollandskroon.nl

Datum vergadering RRN 25 september 2025

Datum B&W-besluiten Hollands Kroon: 2 september 2025 Schagen: 2 september 2025 Texel: 2 september 2025

Onderwerp Wijzigen gemeenschappelijke regeling archeologie Westfriese gemeenten Kern van het voorstel Archeologie West-Friesland voert werkzaamheden uit in het kader van archeologie voor de colleges van de aangesloten gemeenten. In de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten stonden ook de gemeenteraden als deelnemers vermeld. Er worden echter geen werkzaamheden voor de gemeenteraden uitgevoerd, waaromtrent de raden bevoegd zijn. Hierdoor kunnen de gemeenteraden uittreden. De bestaande gemeenschappelijke regeling is daarnaast geactualiseerd en gewijzigd, omdat Hollands Kroon toetreedt. Voorgesteld advies De Regionale Raadscommissie Noordkop (RRN) wordt voorgesteld om de gemeenteraden van Schagen en Texel te adviseren om: 1. uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Archeologie Westfriese gemeenten; 2. een positieve zienswijzen af te geven op de wijziging van de GR Westfriese gemeenten waaronder de toetreding van de gemeente Hollands Kroon; De regionale Raadscommissie Noordkop (RRN) wordt voorgesteld om de gemeenteraad van Hollands Kroon te adviseren om: een positieve zienswijze te geven over het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling archeologie Westfriese gemeenten.

De Regionale Raadscommissie Noordkop adviseert: Vastgesteld in de vergadering van 25 september 2025

Griffier

Voorzitter

Openbaarheid documenten Ja Wettelijke grondslag Wet gemeenschappelijke regelingen

Beoogd bestuurlijk/maatschappelijk doel Geactualiseerde regeling Motivering Uittreden gemeenteraden Archeologie West-Friesland voert werkzaamheden uit in het kader van archeologie voor de colleges van de aangesloten gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel. In de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten staan ook de gemeenteraden als deelnemers vermeld. Er worden echter geen werkzaamheden voor de gemeenteraden uitgevoerd waaromtrent de raden bevoegd zijn. Daarom is de regeling aangepast tot een collegeregeling. Actualiseren regeling Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit heeft invloed op de regels voor archeologie waardoor aanpassing van de bestaande gemeenschappelijke regeling nodig is. Daarnaast dateert de huidige regeling grotendeels van 2012. De herziening die in 2024 is vastgesteld had alleen betrekking op de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Nu is de gehele regeling tegen het licht aangehouden en waar nodig verduidelijkt. Gemeente Hoorn is uitvoerder van de gemeenschappelijke regeling. Omdat het gaat om wettelijke taken zonder commercieel oogmerk zijn kostendekkende tarieven het uitgangspunt. Dat verandert niet door de geactualiseerde regeling.

Er staat nu wel duidelijker in hoe de tarieven zijn opgebouwd en welke kosten worden toegerekend en geactualiseerd naar veranderde omstandigheden. Gemeente Hoorn loopt als dienstverlenende gemeente het risico dat er minder uren worden afgenomen dan waarop de organisatie is ingericht. Dit risico wordt beperkt doordat deelnemers een vastgesteld minimaal aantal uren dienen af te nemen en dit alleen na een bepaalde periode kunnen aanpassen.

Toetreden Hollands Kroon Met de actualisatie wordt ook Hollands Kroon toegevoegd als deelnemer aan de GR. Sinds 2020 is met Hollands Kroon separaat een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Hollands Kroon heeft in 2023 het verzoek gedaan om toe te treden tot de regeling omdat dit meer duidelijkheid en continuïteit geeft. Vervolgproces Nadat alle gemeenten zienswijzen hebben gegeven worden deze verwerkt. Op basis hiervan worden de raden dan gevraagd de colleges toestemming te geven om de regeling te wijzigen en in Hollands Kroon om de regeling aan te gaan. Alternatieven (incl. argumenten) N.v.t. Gevolgen algemene middelen en begroting -

Het uittreden van de raden en het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling heeft geen financiële gevolgen voor de begroting;

-

Hollands Kroon betaalt nu jaarlijks via de dienstverleningsovereenkomst. Bij deelnamen aan de GR

door Hollands Kroon blijven de kosten gelijk. Dekking: Toelichting:

Communicatie N.v.t. Achtergrondcontext Vervolgproces Nadat alle gemeenten zienswijzen hebben gegeven worden deze verwerkt. Op basis hiervan worden de raden dan gevraagd de colleges toestemming te geven om de gewijzigde regelingen vast te stellen. Bijlagen 1. Concept gewijzigde gemeenschappelijke regeling Archeologie Westfriese gemeenten 2. Was-wordt lijst 3. Toelichting gemeenschappelijke regeling Archeologie Westfriese gemeenten 2025

Versie 8 16-6-2025 Definitief

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Geldend vanaf 1 januari 2026 Intitulé Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Zaaknummer: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel besluiten met ingang van 1 januari2026 de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten te wijzigen waardoor de tekst komt te luiden als volgt: Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Artikel 1 begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente: het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van alle aan deze regeling deelnemende gemeenten; b. dienstverlenende gemeente: het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van de gemeente Hoorn; c. dienstafnemende gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de naast Hoorn aan deze regeling deelnemende gemeenten; d. ambtelijke werkgroep: een werkgroep, samengesteld uit ambtelijke vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten; e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. archeologische monumentenzorg (AMZ): De keten van archeologische monumentenzorg conform de Erfgoedwet (2016); g.

Kwaliteitsnormering Nederlandse Archeologie (KNA); de meest recente versie van het kwaliteitsstelsel voor de AMZ. h. Actorregister Archeologie, het register van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) waar de archeologische actoren zijn geregistreerd. i. PAN, Portable Antiqueties Netherlands, website voor melden en archiveren van (metaal)vondsten. Artikel 2 bestuursvorm, belang en taken 1. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel nemen deel aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1 en artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. De in het vorige lid genoemde bestuursorgaan van de gemeente Hoorn verleent tegen betaling van de kosten diensten aan de bestuursorganen van de overige aan deze regeling deelnemende gemeenten. 3. De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen gezien de regionale samenhang van archeologische en landschappelijke structuren in het gebied van de 10 gemeenten, teneinde archeologisch beleid en de AMZ-cyclus gezamenlijk gestalte te geven. 4. Zo nodig kan door een unaniem besluit van de aan deze regeling deelnemende bestuursorganen aan de werkingssfeer van deze gemeenschappelijke regeling de uitvoering van andere taken worden toegevoegd.

Artikel 3 taken van de dienstverlenende gemeente

1. De dienstverlenende gemeente draagt zorg voor het navolgende: a. Voorzien in voldoende personele capaciteit door de inzet van archeologisch gekwalificeerde deskundigen voor het adviseren op beleidstaken; b. het vervaardigen van en voorzien in een digitale gegevensstructuur ten behoeve van advisering binnen de Omgevingswet. 2. De dienstverlenende gemeente vervult taken van de deelnemende gemeenten op archeologisch gebied voor de landbodem en de waterbodem. Deze taken zijn onder te verdelen in beleidstaken, documentatie en voorlichting. Hieronder per onderdeel aangegeven wat de dienstverlenende gemeente doet. a. Beleidstaken De beleidstaken omvatten de hele keten van archeologische monumentenzorg, onder andere: a. Het zoveel mogelijk in de bodem behouden van belangrijke archeologische resten (behoud in situ); b. het adviseren van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten inzake archeologische waarden en objecten binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; c. Het melden van (nieuwe) vondsten aan het centrale archief (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het PAN; d. Het opstellen en actualiseren van het archeologisch en cultuurhistorisch beleid van de deelnemende gemeenten ten behoeve van vaststelling door de betreffende gemeente zelf; e. Het adviseren bij ruimtelijke ontwikkelingen c.q.

ruimtelijke vergunningen voor zover deze betrekking hebben op activiteiten in een gebied met archeologische, landschappelijke en aardkundige waarden of verwachtingen door middel van Archeologische Quickscans, veldtoetsen, monitoring en overige adviezen; f. Het opstellen van richtlijnen voor archeologisch onderzoek en het toetsen van Programma’s van Eisen; g. Het toezicht houden en directievoeren op archeologisch (veld)onderzoek binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; h. Het toetsen van rapportages van gerealiseerd archeologisch onderzoek; i. Het adviseren over archeologiebeleid, regiobeleid en erfgoedverordeningen; j. Het communiceren met de inspectie Overheidsinformatie & Erfgoed (IOE) van het Ministerie OCW; k. Het adviseren bij de wettelijke taken zoals vastgelegd in de Omgevingswet (1-1-2024); l. De uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot de archeologische en cultuurhistorische waarden zoals vastgelegd in de Erfgoedwet van 1 juli 2016. b. Documentatie De taken ten aanzien van documentatie zijn: a. het documenteren van archeologische vindplaatsen, vondsten en structuren binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; b. het toegankelijk maken, bewerken en in goede staat houden van het archeologisch documentatiearchief. c. Voorlichting De taken ten aanzien van voorlichting zijn: a.

Het verrichten van erfgoedcommunicatie conform Artikel 9 van het Verdrag van Valletta (1992) op verzoek van de deelnemende gemeenten; b. Het actueel houden van de website van AWF met informatie over het archeologiebeleid en archeologisch erfgoed in de deelnemende gemeenten, Artikel 4 Verplichtingen van de dienstverlenende gemeente 1. De dienstverlenende gemeente verricht archeologische en cultuurhistorische werkzaamheden voor de deelnemende gemeenten. 2. De dienstverlenende gemeente rapporteert ten minste halfjaarlijks schriftelijk aan de ambtelijke werkgroep.

3. De dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks in het eerste kwartaal een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. De financiële verantwoording is hierin separaat opgenomen, zoveel mogelijk gespecificeerd naar projecten of algemene zaken. 4. De dienstverlenende gemeente stelt elk jaar in het laatste kwartaal een jaarplan met begroting zoals genoemd in Artikel 7 en tarifering op (zie Artikel 7) op voor het komende jaar. Artikel 5 Regels over het archief Archiefzorg 1. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling. Archiefbeheer 2. De secretaris van de dienstverlenende gemeente is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Archiefbewaarplaats 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van Westfries Archief (Hoorn). Toezicht 5.

Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats is belast de archivaris van Westfries Archief. Verantwoording 6. De archivaris van het Westfries Archief brengt minimaal twee jaarlijks aan het college van burgemeester en wethouders/ gedeputeerde staten van de dienstverlenende gemeente verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de dienstverlenende gemeente over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling. Terbeschikkingstelling 8. De deelnemers aan de centrumregeling stellen aan het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken. 9. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden geregeld. Artikel 6 Ambtelijke werkgroep 1.

De deelnemende gemeenten stellen een ambtelijke werkgroep in, die bestaat uit één ambtenaar van elke deelnemende gemeente of één ambtenaar van een gemeentelijk samenwerkingsverband. 2. De werkgroep vergadert ten minste twee maal per jaar en hoogstens vier maal per jaar. 3. Naast de in lid 2 opgenomen werkgroep vergadering kan indien nodig de werkgroep extra bijeen worden geroepen op initiatief van een van de deelnemers. 4. De ambtelijke werkgroep kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de colleges en het archeologisch samenwerkingsverband.

Artikel 7 Kostenverdeling 1. De deelnemende gemeenten betalen aan de dienstverlenende gemeente voor de in artikel 3, lid 2, sub a, b en c genoemde taken (beleidstaken, documentatie, voorlichting) die in het kader van de gemeenschappelijke regeling worden uitgevoerd op basis van afgenomen uren met inachtneming van de volgende artikelen. 2. Jaarlijks presenteert de dienstverlenende gemeente een begroting en een verantwoording van de uitgaven. Deze wordt gestructureerd conform de geldende regels zodat per gemeente hier afdoende accountantscontrole op kan plaatsvinden. 3. Omdat het gaat om wettelijke taken zonder commercieel oogmerk zijn kostendekkende tarieven het uitgangspunt. 4. Voor het uurtarief wordt het door de directie van dienstverlenende gemeente vastgestelde interne uurtarief van het huidige boekjaar gebruikt. In dit tarief zitten de salariskosten conform de CAO gemeenteambtenaren en een opslag voor overhead (management, ondersteuning, ICT, facilitair, huisvesting etc). Daarnaast wordt een opslag toegepast om kosten voor algemene werkzaamheden en overige kosten te dekken die geen onderdeel uitmaken van de reguliere overhead. Dit totale uurtarief wordt periodiek bijgesteld om ontwikkelingen zoals salarisverhogingen voor gemeenteambtenaren volgend uit een nieuwe cao en kosteninflatie mee te nemen. 5.

Om het risico van een begrotingstekort voor de dienstverlenende gemeente als gevolg van een lagere afname van uren dan begroot te minimaliseren, is er een vastgestelde vaste afname aan uren per deelnemer. 6. Na afloop van elk half jaar wordt binnen vier weken een factuur gestuurd aan de deelnemers gebaseerd op de afgenomen uren van het afgelopen half jaar met in acht neming van de minimale af te nemen uren plus de in lid 4 genoemde opslag plus eventuele directe kosten. 7. Kosten die specifiek gemaakt worden voor een deelnemer en geen onderdeel zijn van het genoemde onder artikel 3. worden direct aan deelnemer doorbelast. Dat gaat om bijvoorbeeld gemaakte reiskosten en projectkosten. Dit wordt met de betreffende deelnemer afgestemd. 8. Jaarlijks presenteert de dienstverlenende gemeente per deelnemende gemeente een lijst van de afname van het aantal uren en het tarief dat hieraan was verbonden. Elk kwartaal wordt de urenbesteding aan elke gemeente gemeld en een prognose voor de besteding gegeven. Het is de taak van de deelnemende gemeente de urenbesteding te controleren. Voor het einde van het boekjaar wordt aan deelnemers het uurtarief voor het volgende boekjaar doorgegeven. Artikel 8 Evaluatie 1. Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats. 2.

De dienstverlenende gemeente zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en het stemmen daarover. 3. Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt de dienstverlenende gemeente zorg voor de uitvoering van de evaluatie. 4. De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemers tot gevolg heeft. 5. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt de dienstverlenende gemeente deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven. 6. De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daaropvolgende evaluatieperiode. Artikel 9 Toe- en uittreding 1. Tot deze regeling kan worden toegetreden door middel van besluiten van twee derde van de daartoe bevoegde bestuursorgaan van de deelnemende gemeenten, en het daartoe bevoegde bestuursorgaan van de toetredende gemeente. . 2. Een deelnemende gemeente kan zelf besluiten tot uittreding en is niet eerder toegestaan dan na twee kalenderjaren na toetreding.

Op 1 januari, twee jaar voorafgaand aan de uittreding, dient dit

schriftelijk aan de dienstverlenende gemeente kenbaar te worden gemaakt. Uittreding kan niet eerder plaatsvinden dan de uitredingsregeling is vastgesteld zoals bepaald in lid 7. 3. Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de reële schade van de dienstverlenende gemeente én de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het (gedeeltelijk) uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. 4. De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten). 5. De kosten als bedoeld in lid 3 en lid 4 worden door de accountant van de dienstverlenende gemeente bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 6. Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in lid 3 en 4, vragen de uittredende deelnemer en de dienstverlenende gemeente desgewenst gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige.

De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende deelnemer. 7. De dienstverlenende gemeente stelt de concept-uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de deelnemende bestuursorganen ter besluitvorming. De uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers hiertoe besluiten. 8. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. 9. De uittreedsom dient binnen een termijn van 6 maanden na vaststelling als bedoeld in lid 7 door de uittredende deelnemer te zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt. Lopende kosten en aangegane verplichtingen worden hierbij verrekend. Artikel 10 Duur en beëindiging regeling 1. Deze regeling wordt overeengekomen voor onbepaalde tijd. 2. Deze regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van alle deelnemende gemeenten. Iedere deelnemende gemeente is bij opheffing van deze gemeenschappelijke regeling gehouden aan de dienstverlenende gemeente de financiële verplichtingen te voldoen totdat de werkzaamheden zoals overeengekomen bij het opheffingsbesluit van de dienstverlenende gemeente zijn afgerond.

De reële schade voor de dienstverlenende gemeente, die rechtstreeks gevolg is van het opheffen van de gemeenschappelijke regeling dient door de deelnemende gemeenten gezamenlijk te worden vergoed. Artikel 11 Wijziging regeling 1. Iedere deelnemende gemeente of de dienstverlenende gemeente kan een voorstel doen tot wijziging van de regeling. 2. De deelnemende en dienstverlenende gemeenten gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze ten aanzien van de voorgestelde wijziging hebben kunnen geven binnen een termijn van 8 weken na ontvangst van het voorstel tot wijziging. Een raad kan afzien van het geven van een zienswijze. 3. De deelnemende en dienstverlenende gemeenten gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan nadat de ontvangen zienswijzen zijn verwerkt en de colleges de raden om toestemming tot wijziging van de regeling is verzocht. Bij het verzoek om toestemming wordt een reactie op de zienswijzen gegeven. 4. Zienswijze en toestemming kunnen niet tegelijk in één procedure worden behandeld.

Artikel 12 Toezending en publicatie De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, tweede lid van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, zorg voor de bekendmaking van de inwerkingtreding van de regeling of van besluiten tot wijziging, opheffing, toetreding en uittreding.

Artikel 13 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking op 1 januari 2026. De regeling treedt niet in werking voordat zij is bekendgemaakt (art 26 lid 3 Wgr). Artikel 14 Aanwijzing artikel 26 Wgr gemeente De dienstverlenende gemeente is aangewezen om uitvoering te geven aan artikel 26 van de Wgr. Artikel 15 Slotbepaling Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese Gemeenten”.

Contactgegevens Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese Gemeenten | Overheid.nl

Gemeenschappelijke Regeling Archeologie West-Friesland 16-6-2025 Op basis van GR_AWF_V8 Was-Wordt-Waarom tabel WAS GR AWF 2024, vigerende regeling Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Geldend van 19-08-2024 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-07-2024 Intitulé Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Zaaknummer: 2160970 De colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de gemeenten . Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel besluiten met ingang van 1 juli 2024 de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten te wijzigen waardoor de tekst komt te luiden als volgt: Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten

Artikel 1 begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente: de raad en het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van alle aan deze regeling deelnemende gemeenten; b. dienstverlenende gemeente: de raad en het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van de gemeente Hoorn; c. dienstafnemende gemeente: de raad en het college van burgemeester en wethouders van de naast Hoorn aan deze regeling deelnemende gemeenten; d. ambtelijke werkgroep: een werkgroep, samengesteld uit ambtelijke vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten; e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen 1984; f. senior archeoloog (advisering): archeoloog met aantoonbare kennis en ervaring in het archeologisch (advies)werk, zoals vastgelegd in het Actorregister; g. archeologische monumentenzorg (AMZ): De keten van archeologische monumentenzorg conform de Erfgoedwet (2016); h. Kwaliteitsnormering Nederlandse Archeologie (KNA); de meest recente versie van

het kwaliteitsstelsel voor de AMZ.

Artikel 2 bestuursvorm, belang en taken 1. De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel nemen deel aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1 en artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. De in het vorige lid genoemde bestuursorganen van de gemeente Hoorn verlenen tegen betaling van de kosten diensten aan de bestuursorganen van de overige aan deze regeling deelnemende gemeenten. 3. De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen gezien de regionale samenhang van archeologische structuren, teneinde archeologisch beleid en uitvoerende werkzaamheden gezamenlijk gestalte te geven. Hierbij zullen de dienstafnemende gemeenten gebruik mogen maken van het certificaat voor het verrichten van archeologisch onderzoek zoals bedoeld in de Erfgoedwet 2016 § 5.1. 4. Zo nodig kan door een unaniem besluit van de aan deze regeling deelnemende bestuursorganen (gemeenteraad en college) aan de werkingssfeer van deze gemeenschappelijke regeling de uitvoering van andere taken worden toegevoegd.

Artikel 3 taken van de dienstverlenende gemeente 1. De dienstverlenende gemeente draagt zorg voor het navolgende: a. Benoeming van twee senior archeologen. De regio-archeologen functioneren naast de Hoornse gemeente archeoloog, waardoor door de gemeente Hoorn er minimaal drie archeologen op senior niveau zijn aangesteld. b. het voorzien in de mogelijkheid van een centraal goedgekeurd tussendepot, waarin de vondsten en data die voortkomen uit veldonderzoeken kunnen worden ondergebracht en beheerd. De vondsten van een onderzoek kunnen, na toestemming van de Provincie Noord-Holland, volgens een standaard

bruikleenovereenkomsten voor onderzoeks- en publieksdoeleinden aan elke gemeente worden uitgeleend. 2. De dienstverlenende gemeente zal de volgende taken op archeologisch gebied voor het grondgebied en de waterbodem van de deelnemende gemeenten vervullen:

a. Beleidstaken De beleidstaken omvatten de hele keten van archeologische monumentenzorg, onder andere: • het inventariseren van archeologische terreinen binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het zoveel mogelijk in de bodem behouden van belangrijke archeologische resten en/ of ter plaatse op enigerlei wijze doen markeren van gevonden constructies; • het adviseren van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten inzake archeologische waarden en objecten binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het melden van nieuwe vondsten en opgravingen aan het centrale archief (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; • het opstellen en actualiseren van de archeologische waardenkaart van de deelnemende gemeenten; • het adviseren bij ruimtelijke ontwikkelingen c.q.

ruimtelijke vergunningen voor zover deze betrekking hebben op activiteiten in een gebied met archeologische waarden of verwachtingen door middel van Archeologische Quickscans, veldtoetsen, monitoring en overige adviezen; • het opstellen van richtlijnen voor archeologisch onderzoek en het toetsen van Programma’s van Eisen van derden; • het toezicht houden op archeologisch (veld)onderzoek uitgevoerd door derden binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het toetsen van eindrapportages van gerealiseerd archeologisch onderzoek; • adviseren over archeologiebeleid, regiobeleid en erfgoedverordeningen etc.; • het communiceren met de Erfgoedinspectie (EI) van het Ministerie OCW.

b. Documentatie

• het documenteren van archeologische vindplaatsen, vondsten en structuren binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het toegankelijk maken, bewerken en in goede staat houden van het archeologisch documentatiearchief; • het toegankelijk maken, bewerken en in goede staat houden van het gezamenlijk tussendepot voor archeologische vondsten.

c. Voorlichting • het desgewenst geven van voorlichting betreffende archeologische zaken in de deelnemende gemeenten.

d. Archeologisch veldonderzoek en –rapportage. • Overheden, semioverheden en particulieren kunnen gebruik maken van uitvoeringstaken (Archeologisch bureauonderzoek, opstellen van PvE’s, Archeologisch onderzoek) onder KNA en BRL 4000 norm.

Artikel 4 Verplichtingen van de dienstverlenende gemeente 1. De dienstverlenende gemeente verricht archeologische werkzaamheden voor de deelnemende gemeenten en ziet toe op een evenredige verdeling . van de diensten 2. De dienstverlenende gemeente rapporteert en evalueert ten minste halfjaarlijks schriftelijk aan de ambtelijke werkgroep. 3. De dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks in januari een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. De financiële verantwoording is hierin separaat opgenomen, zoveel mogelijk gespecificeerd naar projecten of algemene zaken.

4. De dienstverlenende gemeente stelt elk jaar in het laatste kwartaal een jaarplan voor het komende jaar met begroting en tarifering op. Hierin zijn de wensen van de ambtelijke werkgroep opgenomen.

Artikel 5 Archiefzorg

1. Archiefzorg Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling. 2. Archiefbeheer 1. De secretaris van de dienstverlenende gemeente is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 3. Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van Westfries Archief, Regionaal Historisch Centrum voor West- Friesland. 4. Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Westfries Archief, Regionaal Historisch Centrum voor West-Friesland. 5. Verantwoording 1.

De archivaris van het Westfries Archief en het Regionaal Historisch Centrum voor West-Friesland brengt minimaal twee jaarlijks aan het college van burgemeester en wethouders/ gedeputeerde staten van de dienstverlenende gemeente verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de dienstverlenende gemeente over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling.

6. Terbeschikkingstelling 1. De deelnemers aan de centrumregeling stellen aan het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken.

2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden geregeld.

Artikel 6 Ambtelijke werkgroep 1. De deelnemende gemeenten stellen een ambtelijke werkgroep in, die bestaat op initiatief van een van de d uit één ambtenaar van elke deelnemende gemeente. De ambtelijke werkgroep bereidt adviezen voor die de dienstverlenende gemeente op grond van haar bevoegdheid binnen de gemeenschappelijke regeling kan gaan uitwerken. De werkgroep vergadert ten minste twee maal per jaar en hoogstens vier maal per jaar. Bij excessen kan de werkgroep bijeen worden geroepen

2. De ambtelijke werkgroep kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raden, colleges en het archeologisch samenwerkingsverband.

Artikel 7 Kostenverdeling 1. De deelnemende gemeenten dragen elk in proportionele delen bij in de kosten van de in artikel 3, lid 2 a, b, c genoemde taken die in het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden gemaakt (zie toelichting). Taken zoals genoemd onder artikel 3 lid 2d vallen niet onder deze kostenverdeling. 2. Jaarlijks presenteert de dienstverlenende gemeente een begroting en een verantwoording van de uitgaven. Deze wordt gestructureerd conform de geldende regels zodat per gemeente hier afdoende accountantscontrole kan plaatsvinden.

Artikel 8 Evaluatie 1. Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats. 2. De dienstverlenende gemeente zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en het stemmen daarover. 3. Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt de dienstverlenende gemeente zorg voor de uitvoering van de evaluatie. 4. De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemerstot gevolg heeft. 5. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt de dienstverlenende gemeente deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven. 6. De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daaropvolgende evaluatieperiode. Artikel 9 Toe- en uittreding 1. Tot deze regeling kan worden toegetreden, dan wel uitgetreden, door middel van besluiten van de daartoe bevoegde bestuursorganen van een deelnemende gemeente, respectievelijk een toetredende gemeente. 2.

Uitreding is toegestaan na twee kalenderjaren. Op 1 januari, twee jaar voorafgaand aan de uittreding, dient dit schriftelijk aan de dienstverlenende gemeente kenbaar te worden gemaakt.

3 Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de reële schade van de centrumgemeente én de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het (gedeeltelijk) uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. 4 De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten). 5 De kosten als bedoeld in lid 3 en lid 4 worden door de accountant van de centrumgemeente bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 6 Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het derde t/m vijfde lid, vragen de uittredende deelnemer en de centrumgemeente desgewenst gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende deelnemer. 7 De centrumgemeente stelt de concept-uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de deelnemende bestuursorganen ter besluitvorming.

De uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers hiertoe besluiten. 8 Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. 9 De uittreedsom dient binnen een termijn van 6 maanden na vaststelling als bedoeld in het zevende lid door de uittredende deelnemer te zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt. Lopende kosten en aangegane verplichtingen worden hierbij verrekend.

Artikel 12 Toezending en publicatie De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, tweede lid van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, zorg voor de bekendmaking van de inwerkingtreding van de regeling of van besluiten tot wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Artikel 13 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking op de dag, volgend op die van opname van de betreffende besluiten in het register als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij een later tijdstip is bepaald.

Artikel 15 Slotbepaling Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese Gemeenten”.

WORDT GR AWF Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Geldend vanaf 1 januari 2026 Intitulé Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Zaaknummer: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel besluiten met ingang van 1 januari 2026 de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten te wijzigen waardoor de tekst komt te luiden als volgt: Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten

Artikel 1 begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente: het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van alle aan deze regeling deelnemende gemeenten; b. dienstverlenende gemeente: het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van de gemeente Hoorn; c. dienstafnemende gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de naast Hoorn aan deze regeling deelnemende gemeenten; d. ambtelijke werkgroep: een werkgroep, samengesteld uit ambtelijke vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten; e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen 1984;

f. archeologische monumentenzorg (AMZ): De keten van archeologische monumentenzorg conform de Erfgoedwet (2016); g. Kwaliteitsnormering Nederlandse Archeologie (KNA); de meest recente versie van

het kwaliteitsstelsel voor de AMZ. h. Actorregister Archeologie, het register van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) waar de archeologische actoren zijn geregistreerd. i. PAN, Portable Antiqueties Netherlands, website voor melden en archiveren van (metaal)vondsten.

Artikel 2 bestuursvorm, belang en taken 1. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel nemen deel aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1 en artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. De in het vorige lid genoemde bestuursorgaan van de gemeente Hoorn verlenen tegen betaling van de kosten diensten aan de bestuursorganen van de overige aan deze regeling deelnemende gemeenten. 3. De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen gezien de regionale samenhang van archeologische en landschappelijke structuren in het gebied van de 10 gemeenten, teneinde archeologisch beleid en de AMZ-cyclus. gezamenlijk gestalte te geven

4. Zo nodig kan door een unaniem besluit van de aan deze regeling deelnemende bestuursorganen (gemeenteraad en college) aan de werkingssfeer van deze gemeenschappelijke regeling de uitvoering van andere taken worden toegevoegd.

Artikel 3 taken van de dienstverlenende gemeente 1. De dienstverlenende gemeente draagt zorg voor het navolgende: a. Voorzien in voldoende personele capaciteit door de inzet van archeologisch gekwalificeerde deskundigen voor het adviseren op beleidstaken.

b. het vervaardigen van en voorzien in een digitale gegevensstructuur ten behoeve van advisering binnen de Omgevingswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=19764ad6-f2c8-4680-989a-731d0f4d882e