CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 30 november 2022, gemeente Texel37.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

nu kampeerplaatsen nog mogen worden omgezet naar huisjes. Dat is het grote verschil. Dit is de vragenronden, dus straks mag u met elkaar van gedachten wisselen hierover. Nog andere vragenstellers aan mevrouw Keizer? Nee. Zijn er vragen aan het college? Nee. Dank u, mevrouw Keizer. Dan gaan we over naar de heer De Graaf. U mag achter het spreekgestoelte plaats nemen en u krijgt ook vijf minuten. Geachte, voorzitter, raads- en commissieleden en college van burgemeester en wethouders. Mijn naam is Ricardo de Graaf en ik ben de derde generatie die kampeerterreinen in 't Woutershok in de Dennen exploiteert. Lang heb ik nagedacht over hoe ik dit betoog voor u zal houden. U krijgt immers vanavond veel te horen en dat is aan de ene kant een goed teken. Zo heeft u input om de discussie over dit paraplubestemmingsplan openbaar te kunnen voeren, maar aan de andere kant is het ook jammer. Er zijn blijkbaar burgers die het niet eens zijn met de inhoud van dit plan. Ik hoor u denken: de klankbordgroep is toch een prachtig mooi instrument van burgerparticipatie. Dat is ook gelijk de reden waarom ik hier sta. In mijn optiek is er niet voldoende geluisterd naar die burgerparticipatie. Ik denk namelijk dat het huidige concept paraplubestemmingsplan niet toekomstbestendig genoeg is en dat wil ik u graag toelichten. Dat doe ik aan de hand van een tijdslijn van ons eigen bedrijf.

59 jaar terug opende Staatsbosbeheer in 1963 ons prachtige terrein aan de Rozendijk. Mijn opa was de eerste beheerder en had enkel een grasveld met bomen zonder toeters en bellen. In de jaren 70 en 80 nam het kamperen sterk toe, met name op Texel. 't Woutershok bloeide op tot een volwaardig bedrijf, zo ook in de jaren 90. Vanaf 2000 werden mijn ouders volledig eigenaar en het DNA van Staatsbosbeheer, wat rust, ruimte en natuur uitstraalt, was zo verweven in ons concept dat we dit gedachtegoed op de dag van vandaag blijven voeren. Om aan de vraag vanuit de markt te kunnen blijven voldoen, is in 2005 fors geïnvesteerd in meer comfort. Zo zijn er destijds zogenaamde comfortplaatsen aangelegd, noodzakelijk om de markt te kunnen blijven bedienen en daarmee te kunnen blijven bestaan. Helaas zien we echter al sinds 2010 een neerwaartse trend, maar ook een verandering in de kampeermarkt. Dit wordt onder andere door instanties als de ANWB, Recron en VVV bevestigd. We zien vooral dat de vraag in voor- en najaar terugloopt. Op een toeristisch eiland als Texel is de bezetting in de zomer geen probleem, maar ook hier zien we slechts nog een periode van twee tot drie weken volledige bezetting en niet meer dan zes weken van vroeger. Al met al toch een zorgwekkende ontwikkeling. Daarom is het ook niet gek dat er in de markt kampeerplaatsen verdwijnen.

Om ons bedrijf toch rendabel te houden en daarmee het kamperen in stand te houden, zijn we gaan kijken naar verbreding van ons aanbod. Na een grondige marktanalyse kwamen we uit bij de ingerichte tenten,

in het paraplubestemmingsplan tenthuizen genoemd. Hiermee boorden wij een verbrede doelgroep aan en konden we dat jaar in onze exploitatie door terugloop van kampeergasten evenaren. Inmiddels zijn dergelijke verblijfseenheden op professionele recreatie- en kampeerbedrijven algemeen goed geworden. Daar zit nu net de crux. De markt verzadigd alweer met dergelijke accommodaties en is daarmee achterhaald. Laat ik vooropstellen dat ik geen voorstander ben van verstening in de vorm van bungalows of villa's, maar er is meer innovatie nodig en die innovatie laat de markt ook zien. Zo was ik ook twee weken terug op de recreatievakbeurs en hier is een forse toename te zien van vernieuwende en verfrissende accommodaties. Zo heb ik tiny houses gezien, maar ook een omgekeerde dennenappel waar je kon slapen, lotjes en noem maar op. Allemaal hippe termen voor vernieuwende accommodaties. Veel van dit soort accommodaties kunnen tijdelijk weggehaald worden, een geheel nieuw concept dus. Ook vanuit de gas neemt de vraag hierin in rap tempo toe. Uit de jarenlange ervaring van ons bedrijf kan ik dus concluderen dat het kamperen van 59 jaar terug niet meer het hedendaags kamperen is. Ze zoeken nu meer gemak, luxe en comfort. Een ander type verblijfsaccommodatie dan een tent of caravan valt daar ook onder.

Uiteraard blijft het echt kamperen met een tent en een caravan ook nog bestaan, maar wel in afnemende mate. Het huidige concept paraplubestemmingsplan laat het in mijn ogen niet toe om mee te gaan met de gevraagde vernieuwingen. Daarom is dit plan wat hier ligt in mijn ogen dus niet toekomstbestendig. Simpelweg omdat nog niet de juiste terminologie en beschrijvingen genoemd zijn en enkel een tenthuis is daarin niet voldoende in mijn ogen. Iets wat wij als sector ook aangedragen hebben bij de desbetreffende ambtenaar in het overleg van de klankbordgroep, en tot onze spijt vinden we daar niets van terug in het paraplubestemmingsplan. Als wij als bedrijf niet kunnen innoveren hebben we straks niet meer de lange adem om het kamperen te kunnen blijven aanbieden, simpelweg omdat dit niet meer rendabel te maken is op een dergelijk terrein als dat van ons. Daarbij wil ik de kanttekening maken dat onze collega's profiteren van spreiding in hun bedrijf, hetzij met chalets, hetzij met bungalows, hetzij met andere vormen van verblijf. Bij ons gaat deze vlieger helaas niet op, omdat wij geclassificeerd zijn als kampeerterrein.

Als we daarbij de toenemende schaalgrootte van collega's en het veel goedkoper aanbod van kamperen bij de boer die ik overigens echt wel hun kampeerplaatsen gun, maar dan wel in een onderscheidend karakter ten opzichte van de professionele bedrijven - als we dat bij elkaar optellen, wordt het voor ons steeds lastiger om te vissen in de kampeervijver. Ik weet dan ook niet hoe lang 't Woutershok in de huidige vorm nog in deze vijver haar hoofd boven water kan blijven houden. Reddingsvesten in de vorm van overnames van dit gewortelde bedrijf liggen dan gemakkelijk op de loer, iets wat we niet ambiëren als familiebedrijf.

Tot slot, ik nodig u graag van harte uit om een keer langs te komen bij ons zodat ik u kan laten zien waar we al bijna 60 jaar keihard aan het werk zijn om de Texelse gast het naar hun zin te maken en in te spelen op alle ontwikkelingen. Zou het niet mooi zijn als ik het komende jaar vol trots ons zestigjarig jubileum kan vieren, waarbij ik met volle moed en toekomstgericht naar het volgende jubileum kan uitkijken? Ik dank u voor uw aandacht en ik wens u succes met de verdere besluitvorming. Dank u wel, de heer De Graaf. Blijft u nog even staan. Ik kijk de kring rond of mensen u vragen willen stellen. Ik zie in ieder geval aan de linkerkant twee vingers. Mevrouw Visser en daarna de heer Hercules. Mevrouw Visser. Dank u wel, voorzitter. U had het net over het onderscheidend karakter ten opzichte van kamperen bij de boer, waar mevrouw Keizer net aangaf: "We moeten het samen doen. Geef ons de ruimte zonder ons tegen elkaar op te zetten." Het lijkt alsof het schuurt in zienswijze. Ik heb het idee dat u bedoelt dat juist als de sectoren goed van elkaar gescheiden worden, dat je het dan samen kan doen, terwijl ik het idee had dat mevrouw Keizer aangaf: "Wij willen ook nou ja safaritenten, zodat die sectoren juist wat meer vermengen." Begrijp ik goed dat u dat bedoelt met onderscheidend karakter, wat ik net aangaf, of mis ik iets? De heer De Graaf. Dat klopt.

Als we allemaal op hetzelfde niveau opereren, dan kunnen we ons niet onderscheiden. Wat ik wil voorkomen hier vanavond en ik denk dat daar de klankbordgroep een enorm goed voorbeeld van is geweest, is dat wij in die klankbordgroep met elkaar tot een compromis zijn gekomen van waar we met elkaar achter staan. Dat hebben we immers een jaar geleden vastgesteld. Ik vind dit niet de avond om hier in die discussie te gaan. Dat is ook mijn oproep in dit paraplubestemmingsplan, dat we daarin met die sectoren het daarover eens worden met elkaar. Als ik dan toch een klein uitstapje maak, als we dan toch onderscheidend vermogen moeten doen, en daarom noem ik het ook de goedkopere versie van kamperen, wij kunnen dat niet daarvoor aanbieden. Dank u wel. De heer Hercules. Voorzitter, eerst wil ik even mijn excuses maken. Ik gooide iets verkeerd de groep in. Ik zei namelijk dat het grote verschil tussen kampeerboeren en recreatie kampeerterreinen was dat op recreatie kampeerterreinen huisjes konden worden gemaakt van tenten. Om het nog ingewikkeld te maken: dat geldt alleen maar voor tentplekken op recreatie verblijfsrecreatieve terreinen. Het is allemaal wat. Een vraag aan u is: ik proef tussen uw zinnen door dat u zoekt naar een soort seizoensverbreding of een seizoensvastheid om tot meer exploitatie te komen.

Klopt dat en bedoelt u dat ook met innovatie? Zal innovatie wat u betreft zich die kant op bewegen? Dat klopt, want wij zien in onze cijfers dat de kampeeraantallen, het aantal gasten, terugloopt bij ons. Of ze waaien er uit elders heen of ze hebben natuurlijk verloop

of ze zijn er niet meer. De markt verandert, en om in die markt te kunnen blijven opereren zou een breder speelveld ons daar enorm bij helpen, zodat we die gaten op kunnen vullen die we laten liggen bij het kamperen. Voldoende? De heer Soyer. Dank u wel, voorzitter. Ik heb denk ik een lastige vraag. In de discussie die u nu voorstelt in de klankbordgroep proef ik dat daar ook een discussie gaat tussen diverse belangen. Zou u er een voorstander van zijn om die discussie in de klankbordgroep in de openbaarheid te voeren? De heer De Graaf. Bedoelt u hier aan publiek met z'n allen of wat bedoelt u? Ik bedoel vergelijkbaar. De discussie wordt hier gevoerd en er is een publieke tribune die kan horen welke belangen er allemaal over de tafel heen gaan. Wat je vaak ziet in de praktijk is dat het gaat om emotie en die emoties die spelen, denk ik, openbaar vaak heel erg parten aan het onderdeel van wat er besproken wordt. De klankbordgroep was juist een mooi instrument waarbij je allerlei de ene noemt het experts, de ander noemt het belanghebbende en geef het maar een naam, maar daar zaten allemaal mensen in die vanuit hun eigen optiek input leverde en daar werd openlijk over gediscussieerd met elkaar, en dan kwamen we op een gegeven moment wel tot een plan waar we met z'n allen achter stonden.

Als je dat in het openbaar gaat doen, dan ben ik bang dat de emotie daar de overhand op heeft, want we vechten allemaal voor ons eigen hachje, maar in die klankbordgroep hebben we ook altijd gezegd, net als wat mevrouw Keizer voor mij zegt: "We moeten het ook wel met elkaar doen." Daarom zeg ik ook dat ik ook echt wel de boeren hun kampeerplaatsen gun en ik snap dat dat ook nodig is. Dat hebben we ook constant geroepen. Dank u wel. De heer Huisman. Toch nog even een verduidelijkingsvraag, want op de rode lijn die ik ook bij de vorige insprekers heb gehoord is dat u vindt dat de omschrijving voor het terrein wat u beheert te nauw is om innovatie in de toekomst te kunnen uitvoeren. Meneer De Graaf. Dat klopt. Daar heb ik ook over nagedacht, want de huidige beschrijvingen die er nu staan in dat paraplubestemmingsplan kun je op een manier breed interpreteren, maar dan denk ik dat je op een gegeven moment weer de discussie krijgt als dit paraplubestemmingsplan aan wordt genomen van dat hadden we niet bedoeld. Er komt iets te staan op zo'n terrein en dan wordt er gezegd: "Dat was eigenlijk niet de bedoeling." Ik ben veel liever helder en transparant, en laten we het dan een man en paard noemen of alles bij kop en kont pakken en zeggen: "Waar praten we dan over?" Daar heb je ook die expertise nodig vanuit de markt.

Wat zijn dan die ontwikkelingen? Neem het van mij aan, ik kan het al niet eens bijhouden, maar de markt ontwikkelt zich enorm snel. Dank u wel, de heer De Graaf. Anderen nog? De heer Zegel.

Dank u wel, voorzitter, en dank u wel, de heer De Graaf, voor uw heldere betoog. Nog even aanhakend op het laatste wat u zegt, dat u vindt dat de omschrijvingen zoals ze er nu instaan misschien verschillend geïnterpreteerd kunnen worden of niet helder genoeg zijn. Het college stelt net een route voor waarbij het eerste inzage wordt gelegd en vervolgens de klankbordgroep nog een keer een rol pakt. Hoe staat u daarin en denkt u dat u dat soort dingen dan daar nog een keer goed kan bespreken om het op te lossen voordat het definitief naar de raad komt? De heer De Graaf. Dat vind ik een goeie vraag en ook een lastige vraag. Dit zeg ik niet om te slijmen, maar ik heb de voorzitter van de klankbordgroep echt hoog staan. Hem werd ook die vraag gesteld. Ik zou graag terug in de klankbordgroep willen eerst om te zeggen: "Waar wringt nou de schoen? Waar zitten de punten en kunnen we dat in kort betoog, hetzij via wethouder?" Ik weet niet precies welke wegen dan bewandeld moeten worden, maar ik vind het een lastige vraag om hier te beantwoorden of we het wel ter visie moeten leggen of daarmee moeten wachten? Ik zou graag voorstellen om dat in de klankbordgroep eerst te bespreken en dat we dan daarop terugkomen bij jullie. Mevrouw Van der Werf. Dank u, voorzitter.

De heer De Graaf, ik hoor u zeggen over een tenthuis en ook tiny house of dennenappel, maar ik lees in het parapluplan: "Een tenthuis, een tent die is voorzien van een demontabele fundering en of eenvoudige demontabele voorzieningen en bedoeld is om gedurende langere periode op een standplaats aanwezig te laten zijn." Valt ook zo'n dennenappel of een tiny house daaronder denkt u? Zonder in herhaling te vallen, ik denk dat we dat goed moeten uitpraten waar we dan over praten. Om het een klein beetje toe te lichten, op die recreatie vakbeurs had je een huisje. Dat noemen ze dan een tiny house, het zijn allemaal hippe termen. Je doet er twee lepels van de shovel onder, je tilt hem op en je zet hem ergens anders neer, dus dan is alles demontabel en blijft er niks meer over en heb je een andere vorm van verblijf. Dat is denk ik ook het lastige waar jullie mee te dealen hebben op dit moment. Het valt niet mee om het in juiste juridische termen te gieten. Dank u wel, de heer De Graaf. Anderen nog? Nee. Dank u voor het inspreken. We hebben nog twee insprekers. De heer Wijtten namens het bestuur van LTO. De heer Wijtten, ga uw gang. Geacht college, raad en commissieleden. Ik ben Marcel Wijtten. Ik lees deze brief voor namens onze voorzitter. Hij had andere verplichtingen elders. Ik was aangewezen als vrijwilliger, dus bij deze.

Dank dat u de mogelijkheid geeft om onze visie over het paraplubestemmingsplan te geven. Als LTO afdeling Texel nemen wij ook deel aan de klankbordgroep

Toekomstvisie Toerisme op Texel. Een groep die in het leven is geroepen om te kijken hoe wij het gevoel van drukte op onze eiland weg kunnen nemen. De groep heeft een adviserende rol richting uw gemeentelijke, bestuurlijke organen. De klankbordgroep is nu zo'n twee jaar actief en dat heeft u al van diverse adviezen voorzien. Een belangrijke conclusie is onder andere dat het gevoel van drukte niet komt door het aantal bedden dat we op ons mooie eiland verhuren, maar dat de oorzaak vooral gezocht moet worden in de mobiliteit. Het is een utopie om te denken dat er de komende decennia minder mensen naar Texel komen. Dit heeft vooral als oorzaak dat er een enorme bevolkingsgroei in Noordwest-Europa aan zit. Deze groep mensen die zomaar de 150 miljoen mensen telt, gaan bijna allemaal op vakantie. Een flink deel daarvan komt naar ons mooie Texel, veel om met de auto gevuld met twee personen. Waar vroeger vader en moeder en kinderen met één auto naar Texel kwamen, komen ze nu met twee auto's. Wat ook zeker een gegeven is, zijn de dagtoeristen die veelal uit de noordkop naar ons eiland voor één of twee dagen hier naartoe komen. Vaak met de auto, maar ook veel op de fiets. Als klankbordgroep hebben wij er ook op geattendeerd dat een gedegen mobiliteitsplan van levensbelang is voor de toekomst van Texel. Een plan dat schreeuwt om aandacht en uitvoering.

Daar is zonder enige twijfel samenwerking voor nodig tussen de gemeenten Den Helder, Texel en een sleutelrol voor onze veerdienst die zich niet meer langer kan verstoppen achter zogenaamde kerntaken van alleen maar heen en weer varen en mensen en auto's overzetten. Ook het parkeerbeleid en openbaar vervoer zijn voor het terugdringen van het druktegevoel van essentieel belang. Daar zet je naar onze mening stappen in. Het bevreemdt ons dan ook dat uw college in het paraplubestemmingsplan met een voorstel komt om het aantal B&B plaatsen terug te brengen en ingerichte tenten en pipowagens te gaan verbieden bij kamperen bij de boer. Wat is daarmee uw bedoeling? Het kamperen bij de boer is in het verleden in het leven geroepen om boerenbedrijven een steuntje in de rug te geven in moeilijkere tijden. Tevens voorzien kleinschalige campings in een behoeft van mensen die juist grotere campings willen mijden. De kampeerboeren vertegenwoordigen nog geen 4 procent van het totaal aantal bedden op ons eiland. Met vijftien plaatsen zijn ze nog eens de kleinste campings van ons land, waar het gemiddelde bestaat uit 25 plaatsen. Nu zijn er een aantal kleine campings die zich willen onderscheiden door in plaats van een caravan een pipowagen neer te zetten, sommige al jaren officieel vergund.

Anderen onderscheiden zich door in beperkte mate een ingerichte tent te verhuren in plaats van een grote De Waard tentplaats te verhuren. In beide gevallen worden niet het aantal slaapplaatsen overschreden. Het is slechts mee bewegen met de markt en de vraag. Wat is daar nu weer het probleem? Hetzelfde geldt voor de B&B.

Ook in onze landbouwsector zijn een aantal bedrijven voorzien van een keurig gemelde en vergunde bed and breakfast. Sommigen zijn net begonnen, dus pas vergund en anderen doen het al decennia lang. Kent u niet allemaal de verhalen van dat we onze slaapkamer afstonden omdat die verhuurd werd, zelfs in het schuurtje of op de schoongemaakte stal sliepen. Het was het begin van een bloeiende toeristische sector waarin gastvrijheid, dienstbaarheid ons in de genen zitten. Nu wilt u deze paar bedrijven en gezinnen die zo geïnvesteerd hebben een derde van hun rechten ontnemen. Wat wilt u daarmee bereiken? Wordt het daardoor minder druk op Texel? Ik vraag u of u dat echt gelooft. Deze boerenbedrijven hebben allemaal hun eigen parkeervoorzieningen en nemen dus geen blijvende parkeerplaatsen in. Bovendien dragen ook deze B&B's bij aan de economie en diversiteit van het eiland. Gezinnen leven en genieten hiervan. Mensen genieten van hun vakantie. Wat is daar in godsnaam mis mee? Wat ons als LTO Texel diep raakt, is de constante negatieve aandacht op de kampeerboeren. Wij krijgen het gevoel dat die aandacht gegeven wordt van buitenaf, hetzij over concurrentieoverwegingen of misgunningen. Als dat zo is, zou ons advies zijn: ga uit van je eigen kracht. Wie boven op een ander gaat staan, wordt daar immers zelf niet groter van.

Laten we goed bedenken dat onze gasten niet voor hun accommodatie alleen naar Texel komen. Ze komen vooral om van onze diversiteit en dynamiek van ons eiland te genieten. Natuur en landbouw zijn daarin cruciaal. Gun deze bedrijven nou nu een keer iets extra's. Onze vraag aan u is dan: verleg uw focus richting mobiliteit, want dat doet er wat toe. Speel in op een tijd die komen gaat, stop met de kruimels zoeken die er niet zijn. Namens het LTO bestuur en alle collega's op Texel wens ik u veel wijsheid toe. Dank u wel, de heer Wijtten. Ik kan me voorstellen dat u als vrijwilliger misschien niet alle antwoorden kan beantwoorden, maar ik zal u toch even vragen om te blijven staan en of er uit de commissie nog vragen zijn. De heer Huisman. U roert wel iets bijzonders aan, iets wat ik ook al eerder geroepen heb, en dat is mobiliteit. Misschien moet ik de vraag niet aan u stellen, omdat u geen deelnemer bent in de groep en een afgevaardigde bent, maar ik ben benieuwd of dat in de klankbordgroep ook ter sprake is gekomen mobiliteit en wat dat inhoudt? Ik denk dat u gelijk heeft. U raakt een goeie snaar. Dus mijn vraag aan de wethouder is: is dit ook een onderdeel geweest binnen de klankbordgroep? Vraag aan het college, de heer Kieft. Voorzitter, dank u wel. De heer Huisman, ik ben één keer aanwezig geweest bij de klankbordgroep.

Ik heb wel stukken gelezen van de klankbordgroep en ik weet dat er een werkgroep duurzame mobiliteit actief is. Die hebben een aantal studies verricht. Eén daarvan hebt u ook al vernomen volgens mij, namelijk de studie naar welk percentage van de verkeersbeweging op het eiland er nou in het openbaar vervoer zit. Dat is slechts 1 procent, dus als je dat weet te verdubbelen, dan maak je een hele grote slag, maar dat stelt niks voor. De vraag aan de klankbordgroep is en hij staat ook op de agenda bij de klankbordgroep om dat onderzoek op te schalen. De inspreker noemde niet voor niks de combinatie Texel, Den helder en TESO. Daar ligt natuurlijk een gigantisch belangrijke sleutel om te kijken of we in daar in gezamenlijkheid greep op kunnen krijgen. Dus ja, het staat op de agenda. Er wordt over nagedacht, maar het moet nog veel verder. Dank u wel. Ik wil eerst vragen of er nog mensen vragen aan de inspreker, want anders kan de heer Wijtten gaan zitten. Geen vragen aan de inspreker. Dank u, de heer Wijtten. Mevrouw Visser aan het college. Dank u wel. De inspreker had het over het officieel vergunnen van pipowagens. Daar heb ik nog nooit van gehoord. Kunt u daar iets meer over vertellen? De heer Kieft. Voorzitter, voor zover mij bekend zijn ze nooit officieel vergund. Ik weet wel dat er nogal wat misverstanden over geweest zijn en dat er ook handhavingstrajecten geweest zijn.

Dat is één van de redenen waarom dit paraplubestemmingsplan op dit onderdeel zo is geformuleerd zoals het nu is geformuleerd. Dank u wel. Anderen nog vragen aan het college? De heer Soyer. Een vergelijkbare vraag wat de heer Wijtten zei over het vergunnen van B&B's Misschien kunt u uw vraag iets duidelijker inleiden. De heer Wijtten gaf in het rijtje met de officiële vergunde pipowagens aan dat de B&B's in het buitengebied officieel vergund waren. Toen dacht ik: hè? De heer Kieft. Er is maar een heel beperkt aantal B&B's waar een planologische toestemming voor gegeven is. Dat zijn B&B's met meer bedden dan zes, in aantal elf of twaalf. Die staan in het bestemmingsplan buitengebied als zodanig gedefinieerd. Verder is er volgens mij geen sprake van vergunning van B en W, want dat is onder de randvoorwaarden een recht. Dank u wel. Anderen nog vragen? Dan gaan we door naar de laatste inspreker en dat is de heer Karssenberg. De heer Karssenberg, welkom. Ook voor u vijf minuten. Ga uw gang. Dank voor uw aandacht en aanwezigheid, raadsleden, wethouder, burgemeester en alle toehoorders. Ik wil even inzoomen nog op de parkeerplaatseis voor B&B's heel gericht.

Ik heb heel veel opmerkingen gehoord over mensen die op een vrij creatieve manier bezig zijn, andere manieren van overnachten aanbieden dan gewoon hotel en die in de problemen komen door allerlei redenen. Mijn vrouw Maria Roelofsen en ik, Goossen Karssenberg, runnen een museumgalerie en daarnaast hebben wij in het museum ook een B&B. De gasten vinden dat geweldig, want die zitten tussen de kunstwerken en slapen letterlijk tussen de kunstwerken. Het is echt een heel unieke ervaring en we krijgen hele leuke reacties hierop. Dat is één voorbeeld van een heel erg pareltje van Texel, dit soort initiatieven. Als je nou generieke maatregelen gaat treffen zoals de parkeerplaatseis, dan heb je dus kans dat dit niet meer kan, want voor ons geldt dat wij heel veel bezoekers hebben die helemaal geen auto meenemen. Ik dacht dat dat heel graag gestimuleerd werd door de gemeente en dan moeten wij een parkeerplaats hebben in het centrum van Den Burg. Dat is absurd. Ik vind het echt zo onlogisch. Die eis bestond al, maar die werd niet gehandhaafd, maar nu staat hij er weer en nu wordt het serieus gebracht. Dat is toch raar? Dan ga je dus maatregelen over verkeersoverlast vermengen met iets wat er helemaal niet mee te maken heeft. Als wij dan wel gasten hebben die met de auto komen, dan kunnen zij keurig parkeren buiten de Ring met een vignet en is er niks aan de hand.

Er is geen parkeer- en verkeersoverlast. Waar wij wel overlast van hebben, is mensen die onze straat inrijden zonder dat mag en wat niet gehandhaafd wordt, en dat gebeurt heel veel, maar dat is weer een ander verhaal. Dat is het allerbelangrijkste wat ik hier wilde vertellen en bijdragen. Ik wil het niet te lang maken, want er is al zoveel verteld. Mensen zijn een beetje moe misschien. Het is negen uur. Ik vind het ook een beetje warm hier trouwens. Het is thuis tien graden kouder dan hier. Ik had volgens mij wat minder aan moeten doen, maar dat is ook weer een ander verhaal. Als laatste wil ik nog even zeggen dat ik het een schande vind dat er onaangekondigd twee bomen zijn platgegooid in Park De Wezentuin, maar dat is ook een ander verhaal. Dank u wel. Dank u wel, de heer Karssenberg. Ruim binnen de tijd, dus dat is heel goed. Blijft u toch even staan, want u snijdt een specifiek geval aan, B&B in het centrum. Zijn er commissieleden die vragen hebben? De heer Hercules. Dank u wel voor uw inspraak. Om even voorbij uw eigen geval te gaan, we hebben zelf ook de discussie gehad over dorpcentra en bestaande B&B's. We proberen wel dat gevoel van drukte met z'n allen te verminderen Vandaar dat het voorstel komt van het college om in ieder geval op plaatsen waar gewoon wordt parkeerplaatsen te eisen.

U beseft dat er dan wel een ontheffing moet komen voor die gevallen waar dat niet mogelijk is en dat dat toch ook weer ongelijkheid geeft? Ik hoop dat u het wel met me eens bent dat bed and breakfasts

in woonwijken tot veel overlast kan leiden door de auto's die daar worden geparkeerd. Is dat uw vraag? Dat is mijn vraag. Het probleem is dat wij allerlei afweging moeten maken. Dat is ook het probleem van dit soort generieke maatregelen. Wij wonen niet bepaald in een woonwijk. Wij wonen in een woning van 200 jaar oud, wat vroeger een bedrijf was dat wij tot woning hebben omgebouwd en een galerie opgezet. Daarnaast hebben we als één van de pijlers van onze onderneming die mogelijkheid van logies. Dat wordt ons dan afgenomen omdat er in een woonwijk een probleem is. Dat is natuurlijk absurd. Wat betreft die woonwijken, als je daar een B&B hebt, zou ik zeggen: "Tref maatregelen wat betreft het parkeren, maar niet wat betreft degene die een B&B runt, want dat zijn twee aparte dingen. Je moet dat niet door elkaar halen. Mensen komen hier naar Texel. Die komen misschien met de auto, liever niet, maar ga daar dan beleid op maken en niet op de B&B's die toevallig gasten met auto's krijgen. De heer Soyer. Dank u wel, voorzitter. Ik werd even getriggerd door uw opmerking dat de B&B een onderdeel is van uw onderneming. Klopt dat? Wij zijn een soort kunstenaars. We wonen op de plaats waar we ook een galerij hebben en daar hebben we logies. We hebben een woning en in de woning baten wij logies uit.

Dat is allemaal geïntegreerd, dus er hangen daar ook kunstwerken en gasten lopen zo de galerij in en die kunnen daar elk moment van de dag rondkijken. Dat is het idee. Maakt u zich zorgen omdat u dacht dat we een bedrijf zijn en dat niet mag? Het is niet de bedoeling dat de inspreker weer vragen gaan stellen aan de commissie. Er zijn vast partijen waar u zich kan aansluiten. Dan kunt u gewoon die vragen ook stellen, de heer Karssenberg. Ik kijk verder nog rond of er nog vragen zijn aan de heer Karssenberg. Nee. De heer Karssenberg, u mag dan gaan zitten. Mevrouw Visser. Dank u wel. De heer Karssenberg gaf aan dat die eis van 0,6 parkeerplaats al bestaat, maar niet werd gehandhaafd. Wat gaat het nieuwe beleid voor het handhaven gemakkelijker maken? Voorzitter, de vraag is niet wat het nieuwe beleid voor het handhaven gemakkelijker maakt, maar of we echt gaan handhaven. Ook op 0,6 hadden we moeten handhaven, maar dat is niet gedaan. We krijgen een interruptie, wel een bijzondere interruptie. De heer Uitdehaag. Voordat we een hele discussie daarover krijgen. Er is bij recht in een bestemmingsplan iets weggegeven en daar is opgeschreven dat er in principe 0,6 norm aanwezig moeten zijn, maar als je juridisch iets bij recht in een bestemmingsplan weggeeft, kun je niet achteraf zeggen dat mensen niet aan de voorwaarden voldoen. Kortom, het construct wat we hebben gekozen,

maakt het niet mogelijk om te handhaven. Ik vind dat toch even een goeie om dat aan te geven als er nu een sfeer wordt ontstaan dat de burgemeester al jarenlang niet handhaaft op die 0,6. De wijze waarop het nu is geformuleerd maakt het niet mogelijk om dat hand te haven in het huidige bestemmingsplan en daarom deze aanpassing. Duidelijk. Dank u voor de toelichting. Mevrouw Visser. Ik maak uit de woorden van de heer Uitdehaag op dat de nieuwe formulering van het beleid handhaven wel mogelijk maakt. Een heel kort antwoord is ja. Ook op dit punt is dus opnieuw gekeken. U mag allemaal, maar u moet op uw beurt wachten. Ik ga eerst naar de linkerkant. De heer Soyer. Ik probeer het altijd te volgen, maar wat de burgemeester net zei over het niet kunnen handhaven van iets wat weggegeven is een bestemmingsplan van 0,6 snapte ik niet. Ik ben bang dat er meer mensen het niet gesnapt hebben. Ik ben bang dat u definitief op deze positie moet komen, de heer Uitdehaag. Zal ik eerst alle vragen even opsparen, want misschien zijn er meer vragen hierover? Had u zelf soortgelijke vragen in deze richting, mevrouw, want dan spaar ik ze op? Stelt u ze even dan. Het is wel al een beetje inhoudelijk, maar dat doe ik dan maar even met uw goedvinden, voorzitter.

De portefeuillehouder zegt net dat we bij recht B&B hebben gegeven in het vorige bestemmingsplan en dan kun je in principe niet handhaven op die 0, 6 parkeerplaats, grof genomen. In principe is dat recht op B&B op dit moment nog steeds zo. Alleen, als wij die ene parkeerplaats gaan afdwingen per twee bedden als ik het plan goed heb gelezen, dus als je twee kamers hebt, moet je twee parkeerplaatsen hebben - houdt dat in dat geen enkele woning in een wijk of zijn hele voortuin moet gaan asfalteren wat we nou juist niet willen, of alleen de rijkere mensen met een hele grote tuin die nog twee parkeerplaatsen kunnen aanleggen kunnen nog een bed en breakfast hebben. Ik vind deze heel moeilijk. Kunt u deze iets voor mij meer specificeren? Vooropgesteld, het is dus een goeie zaak dat er hier een discussie over plaatsvindt en dat er ook een nieuw bestemmingsplan wordt gemaak. Dat is ook om deze reden heel verstandig. Als u iets doet wat bij recht als gebruik in een bestemmingsplan is weggegeven of wat bij recht als bebouwing in een bestemmingsplan is weggegeven, dan kun je niet zeggen: "We perken dat recht weer in door bijvoorbeeld iets op te nemen over de parkeernorm." Dat is een juridische werkelijkheid, dames en heren.

Ik snap best dat de raad zegt: "Er moet een parkeernorm opgenomen worden." Als je dus iets bij recht in het bestemmingsplan weggeeft, als iemand 50 vierkante meter mag bouwen, kunnen we niet zeggen: "Wij vinden het leuker, omdat het er mooier uitziet dat het maar 45 mag zijn." Dat kan niet in een bestemmingsplan. Daar is bij het huidige bestemmingsplan toch iets gebeurt. U mag bij recht een B&B hebben. Daar staan een aantal voorwaarden bij, maar mensen zijn niet gehouden dat allemaal aan te vragen en te melden bij de gemeente.

In principe, als ze thuis het bestemmingsplan lezen, konden ze dus onder die voorwaarden een B&B beginnen. Daar ontstaat dus een hele ingewikkelde discussie over de handhaafbaarheid ook van die parken. Nogmaals, daar is naar gekeken, en in dit nieuwe plan is dus ook een constructie gemaakt om dat beter te kunnen handhaven en ook als voorwaarde te kunnen stellen. Het is een beetje een juridische discussie, maar het is wel zo dat we een aantal discussies bij ook rechtbanken over deze kwestie gevoerd hebben. Daar heeft de rechtbank wel iets over gevonden, dus het is wel zaak om het aan te passen. Dat was even de vraag van de heer Soyer. Mevrouw Van de Wetering, één van de punten waar we dus ook tegenaan lopen, er zijn mensen met grotere percelen die op hun eigen terrein heel eenvoudig auto's kunnen realiseren, maar tot nu toe en ook in het nieuwe bestemmingsplan zit wel een generieke regeling. We gaan niet voor een andere plaats op het eiland een andere regeling organiseren. Het gebeurt dus inderdaad dat de voortuinen dus verhard worden voor een B&B. Het gebeurt ook in woonwijken dat mensen hun eigen oprit ter beschikking stellen voor B&B's Daarmee zeggen ze tegen ons dat ze aan de norm voldoe en hun eigen privéauto op de openbare parkeerterreinen neerzetten, ik zie dat gebeuren. IK ben het eens met u dat dat lastig is.

Aan de andere kant, hoe meer je gaat differentiëren in allerlei regelingen, hoe moeilijker dat weer wordt om Te handhaven. Dus het begint bij signaleren en uiteindelijk moet u een politieke afweging maken van wat we dan in welke situatie nog uitvoerbaar maar ook handhaafbaar is en wat dus ook wat uitlegbaar is. Ik geef toe, het is een lastig dilemma. De heer Polderman. Dank u, voorzitter. Is er bekend hoeveel van de B&B's zorgen voor overlast? Aan welke portefeuillehouder vraagt u die? Degene die erop wil reageren. We wachten daar nog even mee. Dan wil ik daar gelijk verder op gaan als er niet op gereageerd wordt. Nee, ik wil misschien een korte schorsing. Toch eerst de vragenronde. Portefeuillehouders, er komen toch wat vragen over, dus ik wil u vragen om toch even eerst de vragen te beantwoorden en dan onderling met elkaar in gesprek te gaan. De heer Polderman, u mag uw vraag herhalen. Dank u. Ik vroeg mij af of er bekend is hoeveel van de B&B's zorgen voor overlast op het gebied van parkeren of andere zaken? Is er daarover wat bekend? De heer Kieft.

Voorzitter, dit paraplubestemmingsplan is gebaseerd op een bewonersenquête in 2019, waarbij meer dan de helft van de Texelaars zegt op de vraag wat vindt u van de toeristische druk: "Wij vinden hem groot genoeg." Dat is aanleiding geweest om dit te gaan doen en we zijn stap voor stap bezig om de zaken verder aan te scherpen om meer controle over te krijgen. Eén daarvan is het monitoren van de beleving van bewoners. Wij hopen met dat nieuwe vorm monitorsysteem zicht te krijgen

waar precies op welke plaatsen op Texel die overlast echt gevoeld wordt, zodat we daar specifiek verder op kunnen sturen. Dus op dit moment weten we dat niet specifiek, tenzij er heel expliciete handhavingen lagen te komen. Dat is het antwoord, de heer Polderman. Nog een toevoeging, de heer Uitdehaag. Er zijn denk ik in de handhavingskaders of de melding of verzoek over handhaving die mij bekend zijn, zijn er drie of vier kaders die rechtstreeks zijn te relateren aan het gebruik of de bebouwing als gevolg van een B&B. Het is niet altijd zo dat er ook echt wat aan de hand is, maar wel voor omwonenden reden om een melding te doen daarover. Dus dat even in de aantallen waar we het over hebben en ook een aantal die dan bij de rechtbank terechtkomen. De heer Polderman. Dank u, voorzitter. Wat ik vooral bijzonder vind aan het hele verhaal, is dat we gaan eisen vaststellen aan de hand van een beeld wat we niet in kaart hebben gebracht. Zoals we net ook horen, wat de heer Kieft zegt, is dat we het niet weten, als ik het zo mag zeggen.

Hoe kunnen we dan op deze manier al eisen gaan stellen als we die zaken niet van tevoren weten? Is het niet handiger om van tevoren eerst alles duidelijk in beeld te hebben en dan pas harde eisen te gaan stellen? Bij wijze van de kamers die teruggaan van drie naar twee, hoe weten we dat er niet al een gemiddelde is van twee? Toch een reactie van het college. De heer Kieft. Voorzitter, het is niet voor niks dat dit paraplubestemming generieke maatregelen bevat. Het is heel goed voorstelbaar dat de raad op een aantal onderdelen naar locatie-specifieke maatregelen wil, maar dat is het vervolg van de discussie die we in deze commissie en in de raad moeten gaan voeren. Dit paraplubestemmingsplan regelt generieke maatregelen en ik wijs ook nog even op het overgangsrecht wat daarin staat, artikel 8.2.a. Wat onder de huidige regels toegestaan is, blijft ook onder het nieuwe paraplubestemmingsplan toegestaan, ook al zou het in strijd zijn met de paraplubestemmingsplan, behalve logies met ontbijt, want daar is een overgangstermijn voor geregeld. Dus dat is iets wat wij misschien nog een keer moeten toelichten in een geschreven tekst, zodat u dat scherp voor ogen hebt. Dank u wel, de heer Kieft. Dan ga ik toch naar de heer Hercules. De heer Hercules. Voorzitter, een heel eenvoudige rekensom, we hebben nu 6.200 huizen, over een paar jaar hebben we 6.500 huizen.

De potentie van bed and breakfast is enorm, dus ik vind het wel goed dat we daarbij tijds over nadenken om dat te reguleren. Het is een eenvoudige rekensom. Als iedereen eraan zou beginnen, dan zouden dat er bijna 40.000 slaapplaatsen bij zijn onder de huidige regels. Dat wil niemand. Interruptie van mevrouw Koot. Excuses, de heer Heracles, maar ik moet u even interrumperen,

want u doet voorkomen alsof iedereen een bed and breakfast mag op Texel, maar voor heel veel woningen die verhuurd worden, mag dat niet. De rekensom die u de raad voorlegt schiet wel heel ver van de waarheid. Als aanvulling volgens het bestemmingsplan mag iedereen dat doen. Alleen bij de huurwoningen van Woontij wordt het niet toegestaan, dus in principe mag het overal. Het is gebonden aan het permanent wonen, maar daar ging het niet over. In ieder geval is het wel goed om daar bijtijds over na te denken, en het precieze aantal doet er niet toe. U zei daarnet, portefeuillehouder: "Locatie specifieke maatregelen na deze generieke maatregelen in het parapluplan." Zie ik daar dan toch ruimte om net zoals we op anderen momenten hebben toegepast, bijvoorbeeld in De Koog bij pensions. Die noemden zich zo, maar dat waren uitgebreide bed and breakfasts. Daar hebben we gekeken naar hoe lang ze exploitatie hadden en naar aanleiding daarvan hebben we toegestaan of daar meer slaapplaatsen kwamen of niet.

Is het op een vergelijkbare manier mogelijk om te kijken naar de huidige bed and breakfasts, of in ieder geval de bed and breakfasts die zich hebben aangemeld? Dan gaat het mij specifiek bijvoorbeeld over parkeerplekken in centra die nu al niet mogelijk zijn, vroeger al niet mogelijk waren en in de toekomst ook niet mogelijk zijn, om die huidige onder bepaalde strenge voorwaarden dan binnen dit parapluplan toch anders te behandelen, naar de realiteit te behandelen en maatwerk te geven? De heer Kieft. Voorzitter, daar gaat de raad uiteindelijk zelf over. Er zijn natuurlijk vele wegen die naar Rome leiden. Er zijn uitsterfregelingen, er zijn persoonsgebonden beschikkingen om op een bepaalde locatie iets te kunnen voortzetten om redenen die u zelf noemt. Dat zijn allemaal mogelijkheden waarmee de persoonlijk misschien te zware effecten van generieke maatregelen de effecten daarvan kunnen worden verkleind. Dus dat zijn allemaal dingen waar we het met z'n allen goed over moeten hebben. Daarom heb ik alle mensen ook uitgenodigd. Kom het alsjeblieft hier uitleggen hoe het je raakt, want dan kan je daar vervolgens rekening mee houden. Meneer Ran. Dank u wel, voorzitter. De burgemeester gaf zojuist aan dat de 0,6 parkeerplaats per B&B kamer niet handhaafbaar, niet uitvoerbaar, is.

Zover ik weet staat er al enkele jaren op de website van de gemeente wat de regels zijn waar je aan moet voldoen als je een bed and breakfast wil beginnen. Daar staat al enkele jaren: "U heeft voldoende eigen parkeerruimte. Voldoende is 0,6 parkeerplaats per B&B kamer." Als een inwoner van Texel die de inkomsten van het verhuur van een kamer goed zou kunnen gebruiken, maar niet de positie heeft om op eigen terrein een parkeerplaats aan te brengen, deze regels leest die blijkbaar niet kloppen, kan dat betekenen dat diegene denkt: ik mag het niet, ik ga het niet doen. Iemand die het leest en niet mag en niet kan, maar wel doet, heeft dan geluk.

De vraag: hoe lang is dat al bekend en waarom is vanaf dat moment de tekst op de website niet veel nut? Volgens mij moeten we onze eigen inwoners hierover gewoon goed informeren. De heer Uitdehaag. De heer Ran, de vraag of een regel handhaafbaar is of niet is nog een andere dan dat het wel nadrukkelijk netjes en fatsoenlijk om je gasten op je eigen terrein te laten parkeren. Ik vind het goed dat wij uitdragen dat mensen hun best doen om de gasten op eigen terrein te laten parkeren. De constatering is dat de merendeel dat zal doen, maar er zijn er een aantal bij die aangeven dat hun eigen oprit voor de gasten is en vervolgens parkeren ze de auto op het openbaar terrein. Als u nu aan mij vraagt: "Is dat te controleren en te handhaven?" Het antwoord is nee. Vraagt u mij: "Zou het juridisch mogen?" Ja, dat mag juridisch. Laat ik maar even heel erg duidelijk zijn. Vind ik het wenselijk? Vind ik het netjes? Het antwoord is ook nee. Dus ik vind het nog steeds goed dat we als gemeente uitdragen: "Zorg ervoor dat uw buren geen last hebben van het feit dat u een B&B heeft, ook niet als het gaat over de parkeerdruk." Die oproep blijf ik ook vandaag doen. Als die mensen toch niet helemaal aan die normen en eisen voldoen, is het niet zelden zo dat dat wel eens leidt tot discussie bij bezwaarcommissie en rechtbanken. Dan is het ook wel eens zo dat we winnen.

Het gebeurt ook wel eens dat ik helaas moet zeggen dat het verkeerd uitpakt, maar in dat laatste geval teken ik erbij aan. Dan pakt het juridisch gezien verkeerd uit, maar moreel vind ik er nog steeds wat van. Als u zegt: "Wij hebben de nadrukkelijke wens of eis over de 0,6 en dat moet dan de tekst worden op de site." Dan kan ik u prima volgen dat het geen harde eis is, maar ik hoop toch dat mensen ook het verstand hebben dat ze dit hun buren in geval van gewoon niet aan willen doen. Dank u wel. Probeert u uw vragen zoveel mogelijk te beperken, want anders gaan we de discussie nu voeren. Ik heb de heer Hoogerheide nog als eerste, mevrouw Van de Wetering en mevrouw Koot nog staan. De heer Hoogerheide. Dank u wel, voorzitter. Ik zal mijn vraag heel kort maken. Er zijn vele vragen gesteld en die zijn naar de tevredenheid door de twee portefeuillehouders uitstekend beantwoord, dus ik hoef niet verder. Dat is een onnodige interruptie, de heer Hoogerheide. Ik had liever dat u dan gewoon een vraag stelde. Mevrouw Van de Wetering. Ik heb het gevoel dat we inhoudelijk al bezig zijn, want per hapsnap onderwerp, maar er is geen overgang geweest. Heel kort, hoe gaan we dit verder nu aanpakken? Ik heb gevraagd of er naar aanleiding van de inspreker nog vragen waren aan het college.

Toen ging het over handhaving. Dat heeft een eigen verhaal gaan leiden. We gaan straks inhoudelijk nog het plan bespreken per hoofdstuk en aan de hand daarvan kunt u eventueel inhoudelijk nog vragen stellen. Als u daar nog vragen over heeft, heeft u dan de gelegenheid ervoor, maar dit was even nog naar aanleiding van de inspreker. Heeft u naar aanleiding van de inspreker nog vragen aan college. Zo niet, zou ik willen voorstellen om een korte schorsing te doen. U krijgt hem nog, mevrouw Koot, maar dat is even het scenario van het verhaal vaststellen. Mevrouw Koot, een vraag aan het college naar aanleiding van de insprekers. Voorzitter, de burgemeester licht een beetje de achtergrond van de parkeereisen die erin staan toe, en het viel mij op dat u daarbij de term gebruikte 'geen overlast geven'. De oproep dat als u parkeert een soort goed fatsoen is dat je zorgt dat je geen overlast geeft. Realiseert u zich dat er dus B&B's zijn zoals die de heer Karssenberg die helemaal geen overlast heeft? Die heeft geen parkeerplek, maar die auto's die er eventueel komen gaan buiten de Ring staan en veroorzaken helemaal geen overlast. Dus dat dat toch een wat andere aanvliegroute is van de mogelijke effecten van het parkeren. Bent u dat met me eens? Ik vraag me af of die voor de heer Uitdehaag is of voor de heer Kieft, maar u mag zelf beslissen wie antwoord geeft. De heer Uitdehaag.

Volgens mij heeft de heer Kieft daar ook al iets over gezegd. Uiteindelijk gaat het erom als iemand mensen ontvangt die niet in een auto zitten, dan leidt hij ook niet tot overlast. Dan zou je kunnen zeggen: "Probleem opgelost." De vraag is alleen als wij regels maken hier op het gemeentehuis: kunnen wij er blind van uitgaan dat iemand alleen maar gasten gaat ontvangen die niet met de auto komen? Dus uiteindelijk in de regels en de normstelling zul je toch ook moeten kijken of je dingen ook in het kader van controleerbaarheid en handhaafbaarheid zo moet opschrijven. Staat u mij toe, want dit was niet mijn vraag. Ik heb hem kennelijk niet goed geformuleerd. Mijn vraag is: er zijn dus duidelijk ook B&B's die niet aan een parkeereis kunnen voldoen, maar ook geen parkeeroverlast geven, omdat ze midden in het centrum bijvoorbeeld wonen en de gasten altijd buiten de Ring moeten parkeren. Daar heeft niemand last van, dus bent u het met me eens dat geen overlast geven een betere omschrijving is dan automatisch iedereen een parkeereis opleggen? Volgens mij moeten we die discussie zo meteen ook samen voeren. Dan kom je op de politieke wijze op een stuk handhaafbaarheid en uitlegbaarheid op dat punt uit. Dank u wel. Dan zou ik voorstellen om nu vijf minuten te schorsen en dan gaan we inhoudelijk in per hoofdstuk op het Toeristisch Toekomstplan.

Dames en heren, mag ik u verzoeken om weer op uw plek te gaan zitten? We gaan weer verder met het vervolg van de commissievergadering. Ik stel u voor hoe we dit ontwerp paraplubestemmingsplan gaan behandelen,

want in uw agenda staat er ontwerp paraplubestemmingsplan als bijlage één, en die bevatten vijf hoofdstukken bij de toelichting. Ik wilde graag per hoofdstuk aan u vragen of u een vraag heeft aan het college en of u daar inhoudelijk iets over wil zeggen. Dus bijlage één: het totale ontwerp bevat 39 pagina's. Het eerste hoofdstuk is de inleiding. Heeft iemand daar iets over of vragen aan het college? Dan kijk ik heel snel rond. Nee. Dan hoofdstuk twee gaat over beleid op pagina acht. Ook niemand. Dan een belangrijk hoofdstuk, als u het gelezen heeft. Dat is hoofdstuk drie: wijzigingen van de verblijfsrecreatie. Dat gaat over de inpassing bij omzetting, dat gaat over stolpen, dat gaat over logies met ontbijt en kamperen bij de boer. Heeft u inhoudelijk daar iets over? Ik noteer de heer Hoogerheide, mevrouw Van de Wetering, de heer Ran en de heer Hercules. U krijgt hier twee rondes voor. Dan begin ik bij de heer Hoogerheide. Dank u wel, voorzitter. Gelet op de beantwoording denk ik dat ik al in de richting zit wat het college voornemens is, maar ik wil dat graag duidelijk van de wethouder horen. Stel, er zitten logies met ontbijt of B&B in de Waterstraat, Weverstraat en andere straten in Den Burg, maar die hebben nu wel steeds hun gasten. Ze hebben geen eigen parkeergelegenheid maar bij gedogen of wettelijk toegestaan parkeren ze de auto elders.

Hun gasten parkeren hun auto elders. Hoe gaan we met die categorie mensen om die dus nu logies met ontbijt hebben en niet in de gelegenheid zijn om op een eigen terrein te parkeren? Wil u daar een andere inpassende regeling voor maken? Zo ja, horen we dat graag. De heer Kieft daarnet ook een antwoord op gegeven, maar misschien dat u dat nog een keer kunt herhalen. Voorzitter, ik heb een iets preciezere vraag nodig. Logies met ontbijt in de Waterstraat. Onlangs hebben die mensen hun totale tent daarvoor verbouwd met toestemming van de gemeente. Logies met ontbijt in andere straten, die mensen hebben nu geen parkeergelegenheid op hun eigen erf. Daar is nooit over gepraat, daar zijn ze nooit op aangeschreven, maar ze hadden wel logies met ontbijt. Hoe gaan die nu met de nieuwe regeling, terwijl ze geen parkeergelegenheid hebben op hun eigen erf, hier met deze regeling om? Dat is een vraag van die mensen. Die meneer die insprak had precies dezelfde vraag. Hij is nu iets duidelijker, de heer Kieft. Voorzitter, dit geeft mij natuurlijk ook denktijd. Er is een overgangsregeling, artikel 8.2.a, waarin staat dat al die situaties die op dit moment aan de huidige regels voldoen kunnen blijven voortbestaan onder de nieuwe situatie, ook al voldoen ze niet meer aan de nieuwe regels, behalve bij logies met ontbijt, want daar is sprake van een overgangstermijn van drie jaar.

Dat is nu het voorstel. Voldoende, de heer Hoogerheide, of had u nog een vervolgvraag? Dat is wel duidelijk. Dan hebben ze nog drie jaar en mij gaat het erom dat ze diep hebben geïnvesteerd

en of we tegen het licht kunnen kijken als die periode langer gerekt zou kunnen worden, zodat die mensen een verdienmodel hebben op langer termijn? Daar kunt u altijd een amendement voor indienen, de heer Hoogerheide. Dat is aan de politiek zelf. Ik vraag aan de wethouder of hij daarvoor openstaat. De heer Kief, staat u daarvoor open? Voorzitter, dit college voert alles uit wat de raad in meerderheid besluit. Als dat dus een besluit is, staan we daarvoor open, maar u moet daar wel de overweging bij nemen dat als je meer dan drie jaar nodig hebt om je investeringen af te schrijven, is het dan nog een ondergeschikte functie geweest of ben je als ondernemer bezig met een hoofdinkomen? Dat is de discussie waar je dan in terecht gaat komen. Mevrouw Van de Wetering. Dank u, voorzitter. U maakt het mij een beetje ingewikkeld, want ik heb omzetting bed and breakfast stoppen en definities op een rijtje gezet, maar u wil ze nu allemaal in één keer behandelen, omdat u dit hoofdstuk in één keer pakt. Ik begin maar even bij de omzettingen. Wij hebben als D66 vragen gesteld over hoeveel terreinen er nog omgezet kunnen worden en dat zouden er dan minder dan tien zijn. Die moeten ook aan allerlei nieuwe vergunningseisen voldoen. Ik vraag me af of dat niet wat meer een vast getal zou kunnen zijn, want ik weet dat andere partijen die omzettingen ter discussie willen gaan stellen.

Dan vind ik het heel belangrijk om te weten over hoeveel terreinen we het echt expliciet hebben. Dus die vraag mag u technisch nog een keer bekijken. Dan de criteria. Een zeven meter brede boomsingel is noodzakelijk voor een inpassing op het terrein, tenzij er op andere wijze een goede landschappelijke inpassing is gewaarborgd. Daar hebben wij criteria voor gevraagd. Daar hebben we ook een antwoord op gekregen, maar ik vond het antwoord dusdanig vaag dat ik die toch echt wat beter omschreven zou willen hebben, want hij wordt nogal wat keren in het stuk gebruikt. Er moet volgens mij dan een noodzaak zijn om het anders te doen of tenzij onmogelijk wegens andere bebouwing. Ik zou die omschrijving veel duidelijker willen hebben en ook zodanig dat fouten zoals bijvoorbeeld bij Waal en Burg zijn voorgekomen uitgesloten worden. Dat zou ik in dit bestemmingsplan echt vastgelegd willen zien. Dan heb ik ook moeite met de huidige systematiek van de parkeerplaats bij de bed and breakfast. Ik denk dat we daar toch meer naar maatwerk moeten gaan kijken waar dat wel of niet mogelijk is, want anders sluiten we toch weer mensen uit. Dan wordt het een ongelijk speelveld. Daar zou ik van de wethouder of in ieder geval van mijn medecommissieleden een reactie op willen hebben.

Dan wordt er ook in het stuk gesproken bij de bed and breakfast dat er sprake is van een ongelijk speelveld omdat ze niet aan dezelfde eisen hoeven te voldoen, maar ik hoorde een inspreker toch wel degelijk zeggen dat ze aan dezelfde eisen moeten voldoen.

Dan zou ik van de wethouder willen weten welke huidige regels of eisen er anders zijn waar een bed and breakfast aan moet voldoen of de andere logiesverstrekkers? Dan ga ik even naar de stolpen, want die staan ook in dit hoofdstuk. Daar wordt genoemd dat ze monumentaal moeten zijn, gemeentelijk of rijksmonument, en dat ze bij agrarische bedrijven en ondergeschikt aan de agrarische bedrijfsactiviteiten moeten zijn. We hebben het hier best lang over gehad in het vorige bestemmingsplan, dat er nieuwbouw stolpen kwamen met vier inpandige appartementen en dat soort zaken terwijl het volgens ons, de raad, toen op dat moment de bedoeling was om authentieke stolpen in stand te houden door ze inpandig wat ruimte te geven om wat bed and breakfast te doen zodat ze in het onderhoud van die authentieke stolp konden gaan voorzien. Een Rijks- of gemeentelijk monument, dat zijn er maar 66, en volgens mij hebben we toch veel meer authentieke stolpen op het eiland staan. Is deze omschrijving niet te beperkt als we juist de authentieke stolp in ons landschap in stand willen houden? Daar wil ik graag ook een reactie op van de wethouder. Er zijn een heleboel kampeermiddelen benoemd. We hebben ontzettend veel problemen gehad met een joert. U kunt het zich misschien nog herinneren, maar dan kom ik hier in dat hele stuk niet terug.

Zouden we die nu ook niet meenemen in deze plan als benaming en waar die wel of niet onder valt? Dat leek me een hele handige. Ik wil graag een reactie waarom een pipowagen een probleem is. De laatste, een reëel agrarisch bedrijf, daar hebben we in het verleden ook best veel discussie over gehad wat nu een reëel agrarisch bedrijf is. Die definitie zou ik dan nu in dit bestemmingsplan opnemen, zodat daar ook duidelijkheid over komt. Dan heb ik er nog één, maar die komt later wel. Dat was het even voor nu. Ik hoop dat u mee hebt genoteerd, de heer Kieft. U mag ze één voor één beantwoorden? Over een aantal dingen moeten wij uiteraard schriftelijk op terugkomen, bijvoorbeeld over hoeveel terreinen nog omzetting plaats kan vinden. Daar wilt u een exact antwoord op. Dat heb ik niet in m'n hoofd zitten, dus die komt schriftelijk. De criteria voor afwijking van landschappelijke inpassing in plaats van een zeven meter windsingel, ik snap die vraag heel goed. Hij speelt bij de driehoek, hij heeft aan Nieuwlanderweg gespeeld. Die vraag heb ik uitstaan, omdat ik beter inzicht wil hebben in welke criteria daarbij gebruikt worden. Zodra dat antwoord binnen is, komt het ook bij u terecht. Gaat uw gang, mevrouw Van de Wetering. Het vreemde is dat ik al een soort van antwoord heb gehad, maar dat moet u dan nog maar eens lezen. Ik word daar niet wijzer van.

Voorzitter, dat begreep ik, want ik had deze vervolgvraag verwacht. De volgende vraag is maatwerk bij parkeren, waar het gewoon echt niet kan en waar nu wel bed and breakfast is. In principe kan de raad afspreken dat we daar maatwerk op moeten gaan leveren.

Het betekent wel dat je daar ook een hoop capaciteit bij moet leveren om dat maatwerk uit te gaan voeren, want dat betekent dus ook handjes. Er is van alles denkbaar op dat punt. Ik ga u daar geen idee over aanreiken, maar maatwerk is in principe mogelijk. Alleen het heeft een aantal effecten in de hand, in de voorbereiding, in de controle, in de besluitvorming en vervolgens in de handhaving. Eisen waaraan het één en ander moet voldoen, waar ging dat ook al weer over? Dat werd door een inspreker genoemd van de bed and breakfast. Ik stel vast dat in de klankbordgroep die discussie ook gevoerd is. Uit de stukken en de uitlating heb ik begrepen dat de hotels en appartementensector aan een aantal professionele eisen moet voldoen, waarvan zij denken dat de luxere bed and breakfasts niet aan hoeven te voldoen. Dezelfde discussie speelt tussen kampeerterreinen en kamperen bij de boer. Ik heb het lijstje niet beraad, maar dat kunnen we produceren, dus daar komen we ook op terug. Wat de stolpen betreft, volgens mij is in het voorstel wat hier nu voorligt de bedoeling dat het alleen om stolpen op agrarische bestemming gaat en bovendien monumentaal van karakter. Dat beantwoordt aan uw doelstellingen volgens mij, maar daar gaat het om in de nieuwe regeling en daar mogen er ook nog steeds maar maximaal twee appartementen in aangebracht worden. Mevrouw van de Wetering.

Een verduidelijking van mijn vraag. Ik weet dat het zo in het voorstel staat. Mijn vraag aan u specifiek is: we hebben de regeling ooit, dacht ik, in het leven geroepen om authentieke stolpen in stand te houden. Dat zijn niet per se rijks- of gemeentelijke monumenten. We hebben natuurlijk meer authentieke stolpen nog op het eiland staan en op deze manier sluiten we die uit om hulp bij onderhoud op die manier te krijgen. Ons probleem met die regeling was juist dat er op een gegeven moment nieuwbouw stolpen werden gebouwd, dus de hele authentieke stolp weg was, terwijl die bedoeld was om een authentieke stolp in stand te houden. Nu maakt u hem zodanig veel kleiner dat alleen nog maar rijksen gemeentelijke monumenten kunnen profiteren van de regeling, terwijl het de bedoeling was dat monumentaalachtige stolpen in het landschap bewaard zouden blijven en niet per se alleen de rijks- en gemeentelijke monumenten. Mijn vraag aan u is: is dat zo echt specifiek uw bedoeling? Is dat de kant die u op wil of begrijpt u mijn pleidooi voor authentieke stolpen? Ik begrijp uw pleidooi wel, maar we willen toe naar wat is opgeschreven, dus alleen die categorie die is benoemd. Als u dat breder wil hebben, moet u dat gaan amenderen. De volgende vraag ging over de joert. Wou u inbreken, de heer Ran? Voorzitter, ik wil graag even duidelijk hebben waar we het over hebben.

Er wordt al een aantal keer gesproken over als u dat anders wil, dan moet u dat amenderen. Volgens mij gaan we over twee weken beslissen of we dit plan ter inzage gaan leggen of niet, dus hebben we nog helemaal niet de mogelijkheid om te amenderen. Of is dat niet helemaal juist dat we het plan aangepast

ter inzage kunnen leggen? Helder, dank. Het antwoord is al gegeven. De heer Kieft, u was nog bezig met de beantwoording. Ik was aangeland bij de joert. Die vraag moet ik even uitzetten, want ik begrijp uw gedachtegang en ik ben ook wel benieuwd naar het antwoord. Dan tenslotte, reëel agrarische bedrijven, waarom zet u de definitie hier niet in? Wij veranderen alleen dingen die we willen veranderen ten opzichte van het bestaande bestemmingsplan. De keuze is geweest om die definitie van de reëel agrarische bedrijven niet aan te passen. Hij blijft zoals hij is en de methodiek om dat te beoordelen blijft in ons voorstel zoals die nu is. En waarom de pipowagen een probleem is. Over de pipowagen is veel ruis geweest in de afgelopen jaren. Hij is even toegestaan geweest, vervolgens is die toestemming weer ingetrokken, er zijn handhavingskwesties over geweest en om die discussie voor eens en voor altijd te beëindigen in dit voorstel wordt de pipowagen gedefinieerd als niet zijnde een kampeermiddel. Dat is een juridische, technische oplossing. Dan ben je in theorie van de discussie af en het is aan de raad om daar al dan niet iets anders van te vinden. Voldoende beantwoord zo, mevrouw Van de Wetering? Hoofdstuk drie: de heer meneer Ran, de heer Heracles en de heer Zegel. Er komt straks nog meer gelegenheid. De heer Ran. Dank u wel, voorzitter.

Het ging net over ondergeschiktheid en daar werd het in financiële zin getrokken. Volgens mij hebben we het hier over bestemmingsplannen, dus beperkt zich dat tot de ruimtelijke zin van het ondergeschikte. We hebben een toeristisch toekomstplan vorig jaar vastgesteld, raadsbreed. Ook de wethouder, destijds raadslid, heeft het daarmee ingestemd. Daarin hebben we afgesproken dat we eerst kleine maatregelen gaan nemen met betrekking tot bed and breakfasts, bijvoorbeeld de registratieplicht en de zes maanden na invoering van de registratieplicht gaat de handhaving intensiveren op elke vorm van illegale verhuur. In het toeristisch toekomstplan lezen we vervolgens: "Wanneer dankzij de registratieplicht alles inzichtelijk is en er een helder beeld is ontstaan over de totale recreatieve verhuur in woning op Texel kunnen we eventuele verdere maatregelen nemen.

Bijvoorbeeld een maximum aantal logies met ontbijtadressen aanhouden op basis van een vergunningsstelsel of een maximum aantal nachten instellen voor de recreatieve Veluwe van woningen.Ook kan het maximum gesteld worden aan het aantal kamers per adres, wat er nu dus voorligt." In de laatste zin van deze alinea in het toeristisch toekomstplan staat: "Dit zijn vervolgstappen die pas na grondig inzicht en evaluatie van de eerste maatregelen kunnen worden genomen." Dus ik heb een hele simpele vraag: kunnen wij die evaluatie en dat grondige inzicht ontvangen? Dit komt voor ons, zoals ik al eerder heb aangegeven, als een donderslag bij heldere hemel, waar volgens ons nog geen evaluatie voor heeft plaatsgevonden, dus daar graag een antwoord op van het college.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=b113e258-ec28-49a3-8f29-a9a714cef379