CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 28 april 2021, gemeente Texel50.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Structuurvisie NH 2040

De “Structuurvisie Noord-Holland 2040” -‘Kwaliteit door veelzijdigheid’, is op 21 juni 2010 door Provinciale Staten vastgesteld.

afb. 14

Uitsnede ‘Visiekaart”, met aanduding ‘kustzone’ (geel) en ‘kustplaats’ (De Koog).

In de structuurvisie zijn de uitgangspunten en de sturingsfilosofie uit het “Ontwikkelingsbeeld NoordHolland Noord” (Het voormalige Streekplan), overgenomen. Uitgangspunt voor 2040 is “kwaliteit door veelzijdigheid”. Noord-Holland moet aantrekkelijk blijven in wat het is: een diverse, internationaal concurrerende regio, in contact met het water en uitgaande van de kracht van het landschap. Gelet op deze doelstelling heeft de provincie drie provinciale hoofdbelangen aangewezen, die gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling vormen van de Provincie, te weten: Ruimtelijke kwaliteit, Duurzaam ruimtegebruik en Klimaatbestendigheid.

12

3.3.3

Provinciale Ruimtelijke Verordening

Actueel Van toepassing is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), geconsolideerd 14 januari 2019. In de PRV wordt een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Gemeenten zijn verplicht om voor het bestaand bebouwd gebied bestemmingsplannen vast te stellen, maar hebben bij de invulling daarvan een grote mate van beleidsvrijheid. Naar de toekomst Uitgangspunt is toewerken naar een eerste integrale Omgevingsverordening, gebaseerd op de huidige wetgeving, die na vaststelling van de Omgevingsvisie in procedure zal worden gebracht. Vooruitlopend op bovenstaande transitie richting Omgevingsverordening is de PRV nog gewijzigd, ook al wordt er tegelijkertijd gewerkt aan de Omgevingsvisie en –verordening. In de Startnotitie Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is vastgelegd dat de actualisering van de PRV zich beperkt tot de hoogst noodzakelijke aanpassingen die niet kunnen wachten tot de omgevingsvisie. Onderwerpen en inzichten die niet noodzakelijkerwijs in deze actualisering meegenomen hoeven te worden, krijgen een plek in het proces naar de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Bij de PRV zijn 9 themakaarten opgenomen, waarin de belangrijkste aspecten hierna zijn verbeeld.

3.3.3.1 Relevantie themakaarten voor deelplan ‘Stappeland 2a’. In het kader van ontwikkeling ‘Stappeland 2a’ zijn ‘de volgende aspecten enigszins relevant de themakaart ‘Ecologie’ (afb. 15) en themakaart ‘Aardkundige waarden’ (afb. 16). □

Themakaart ‘Ecologie’

Op de themakaart ‘Ecologie’ is te zien dat op ca. 1000 m’ naar het oosten een omvangrijk gebied is aangeduid als ‘weidevogelleefgebied’ (lichtgroen). Deze afstand is ruim voldoende om vast te stellen, dat de ontwikkeling op de planlocatie ‘een ingreep die netto geen verstoring geeft van het weidevogelleefgebied’ betreft (zie ook art. 25 PRV). Ook is te zien dat op ca. 400 m’ naar het westen de duinzone c.a. is aangeduid als Natuur Netwerk Nederland (NNN). Mede gezien het aanwezige deel van de bebouwde kom van De Koog, kan vastgesteld worden dat ook deze afstand geen belemmering vormt voor het realiseren van 10 vakantiewoningen op de planlocatie.

afb. 15

De planlocatie op een uitsnede van de themakaart ‘Ecologie’

13

□

Themakaart ‘Aardkundige waarden’

Op de themakaart is te zien dat de planlocatie Stappeland 2a niet is gelegen in een gebied dat is aangegeven als een gebied met aardkundige waarden.

afb. 16

De planlocatie op een uitsnede van de themakaart ‘Aardkundige waarden’

De overige themakaarten betreffen aspecten, die voor de ontwikkeling op de planlocatie niet relevant zijn. Deze kaarten betreffen: ‘Grondgebied’(spreekt voor zich), ‘Unesco’ (niet van toepassing), ‘Bufferzones’ (niet van toepassing), ‘Landbouwclusters’ (nee), ‘Blauwe ruimte’ (geen restricties), ‘Duurzame energie’ (kleinschalig) en 20 KE-contour Schiphol (niet van toepassing). 3.3.3.2 Relevantie themakaarten voor de ontwikkeling ‘Pontweg 133’: In het kader van de ontwikkeling ‘Pontweg 133’ zijn ‘de volgende aspecten relevant: □

afb. 17

Themakaart ‘Ecologie’ - Weidevogelleefgebied

De planlocatie op een uitsnede van de themakaart ‘Ecologie’.

14

Op de themakaart ‘Ecologie’ is te zien dat het gehele gebied ten oosten van de Pontweg als weidevogelleefgebied is aangegeven. Aangezien het gebouw Tubantia reeds lange tijd ter plekke aanwezig is, kan worden aangenomen dat nestelende weidevogels zich reeds op voldoende afstand bevinden, zodat sprake is van een ontwikkeling – inclusief de vier nieuwe wooneenheden – die ‘netto geen verstoring geeft van het weidevogelleefgebied’ (zie ook art. 25 PRV). □

Themakaart ‘Aardkundige waarden’

Op de themakaart ‘Aardkundige waarden’ is te zien dat de planlocatie buiten de aangegeven gebieden is gelegen.

afb. 18

De planlocatie op een uitsnede van de themakaart ‘Aardkundige waarden’.

De overige kaarten betreffen: ‘Grondgebied’ (spreekt vanzelf), ‘Unesco’ (niet van toepassing), ‘Bufferzones’ (niet van toepassing), ‘Landbouwclusters’ (nee), ‘Blauwe ruimte’ (geen restricties), ‘Duurzame energie’ (kleinschalig) en 20 KE-contour Schiphol (niet van toepassing). 3.3.4

Bestaand stedelijk gebied

Het provinciaal uitgangspunt is om verdere verstedelijking in het ‘open’ landelijke gebied te voorkomen. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijk gebied en ‘bestaand stedelijk gebied’. De definitie voor bestaand stedelijk gebied is als volgt (art. 1.1.1 onder h. Bro): “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur” Met betrekking tot de ontwikkeling ‘Stappeland 2a’ kan vastgesteld worden dat de planlocatie ligt in ‘bestaand stedelijk gebied’, aan 3 kanten omsloten door verblijfsrecreatieve terreinen en een sporthal, waardoor het niet noodzakelijk is de ‘Ladder voor duurzame ontwikkeling’ te doorlopen en ter beoordeling te overleggen aan de provincie. Met betrekking tot de ontwikkeling ‘Pontweg 133 en 135’ kan vastgesteld worden dat de planlocatie ligt buiten ‘bestaand stedelijk gebied’. Hierdoor is het noodzakelijk de ‘Ladder voor duurzame ontwikkeling’ te doorlopen , alsmede - in het kader van de ‘uitvoeringsregeling’ - de ontwikkeling ter beoordeling voor te leggen aan de provincie. Zie hiervoor paragraaf 3.2.2.

15

3.3.5

Het aspect duurzaamheid

In artikel 33 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening is aangegeven dat het vereist is om in bestemmingsplannen te vermelden op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energie.(zie hiervoor paragraaf 4.8).

3.3.6

Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid

In de Structuurvisie 2040 is het maken van een 'beeldkwaliteitsplan' verplicht gesteld voor nieuwe ontwikkelingen. De intentie van de provincie daarbij is samengevat in het credo "behoud door ontwikkeling", waarbij een sterke nadruk wordt gelegd op 'regionale identiteit' en 'ruimtelijke kwaliteit'. Voor de onderhavige ontwikkeling, waarbij sprake is van het opwaarderen van een bestaand gebouw en het toevoegen van 4 nieuwe woonunits, wordt een beknopte beeldkwaliteitsparagraaf geacht voldoende inzicht te geven in de gevolgen van de ingreep voor de bestaande beeldkwaliteit. De volgende vijf elementen worden van belang geacht voor een beeldkwaliteitsplan:  aandacht voor de ontwikkelingsgeschiedenis;  aansluiting bij de ordeningsprincipes van het landschap (omgeving);  aansluiting bij de bebouwingskarakteristiek (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte);  inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving (grotere landschapseenheid);  aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied en voor de maatregelen om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen. 3.3.6.1 Relevantie voor deelplan ‘Stappeland 2a’ Het voorliggende plan voorziet in een aanvulling op de reeds geruime tijd ontwikkelde recreatieve voorzieningen rond De Koog (recreatie-concentratiegebied), zoals dit is aangeduid op de Structuurvisiekaart ‘Texel op Koers’ (zie paragraaf 3.4.1).

Het ordeningsprincipe van de kwalitatieve recreatieparken is ook uitgangspunt voor de onderhavige aanvulling met 10 zomerhuizen: ruime kavels met rondom groen en een ruime aanwezigheid van recreatief bruikbare waterpartijen. De kwaliteit van de verschijningsvorm zal van een vergelijkbaar hoog niveau zijn, maar - zoals de gemeente dat prefereert - met een eigen identiteit: de nieuwe zomerhuizen krijgen een vorm, afmetingen en materiaalgebruik, die qua schaal en karakter zich uitstekend verhoudt met de bebouwingskarakteristiek in de omgeving. De zomerhuizen zullen op drijvende prefab betonnen bakken worden geplaatst. Hierbij zal het bebouwde oppervlak, de goot- en daknok-hoogte aansluiten op de omliggende bebouwing. Het materiaalgebruik heeft een natuurlijke, hoogwaardige uitstraling, die met de gekleurde houten gevelbekleding en keramische pannen gelijk is aan die van de omliggende bebouwing. Vastgesteld kan worden dat de bestaande kwaliteiten van het gebied met de nieuwe ontwikkeling niet worden aangetast, maar eerder versterkt. In feite wordt daarmee geheel voldaan aan de eisen, welke gesteld worden in het kader van het provinciale uitgangspunt "behoud door ontwikkeling". 3.3.6.2 Relevantie voor deelplan ‘Pontweg 133 en 135’ Er wordt een bestaand gebouw opgewaardeerd, waarbij de bestaande situering en bebouwingskarakteristiek ongewijzigd blijven.

De 4 nieuwe units zijn verplaatsbaar en worden gesitueerd op het direct aan de noordzijde aansluitende terrein. Gekozen is voor een eenvoudige, efficiënte vormgeving. Deze woningen zijn energie-neutraal. In feite wordt daarmee geheel voldaan aan de eisen, welke gesteld worden in het kader van het provinciale uitgangspunt "behoud door ontwikkeling".

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=753cde4d-28b0-4eb6-9cb7-1f2aa893ce9b