Agendabundel
Tekst van het document
Meerjarenraming De langzamerhand verschuivende samenstelling van de doelgroepen – van WSW naar Participatiewet en overige trajecten – zorgt voor een nieuwe dynamiek (zie fig.2).
Begroting 2022 Leer-werkbedrijf De Bolder Aantal fte 2020-2025
Aantal fte
120 100
Aantal fte totaal
80
Aantal fte intern totaal
60
Aantal fte WSW intern
40
Aantal fte overige trajecten intern
20
Aantal fte P-wet totaal, excl. externe trajecten
0 2020
2021
2022
2023
2024
2025
(fig. 2 Samenstelling van de doelgroepen, aantal fte per doelgroep en totaal)
De onderliggende bedrijfsresultaten van het productiebedrijf (dus toegevoegde waarde vanuit productie en verkoop) zijn zonder meer positief te noemen. Er is in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het optimaliseren van de werkprocessen en de productiviteit per medewerker. Alhoewel de WSW-populatie krimpt wordt dit effect kwantitatief deels gecompenseerd/gedempt door de inzet en opbrengst van Participatiewet-medewerkers (zie fig. 2 en 3). Medewerkers die via de Participatiewet aan de slag gaan bij het productiebedrijf blijven er echter significant korter. Zij stromen (gelukkig) sneller door naar emplooi elders. Zij moeten dus vaker worden vervangen/ingewerkt en zijn, in tegenstelling tot de WSW-groep voorheen, zeker niet primair gericht op het verwerven van een werkplek binnen De Bolder zelf. Dit (op zich gewenste) fenomeen heeft zijn weerslag op de ontwikkeling van de productiviteit per medewerker per uur. In de meerjarenraming is opgenomen dat de opbrengst uit verkoop en productie vanaf 2022 per fte zal dalen met 0.5 procent per jaar wegens de veranderende samenstelling van de doelgroepen die deze productie realiseren (zie fig.3).
-9-
Bedragen in euro x 1000
Leer-werkbedrijf De Bolder Opbrengst productie 2020-2025 Begroting 2022 2000 1500 opbrengst overige trajecten intern 1000
opbrengst prod. PW opbrengst prod. WSW
500 0 2020
2021
2022
2023
2024
2025
(fig. 3 (Geraamde) opbrengst productie 2020-2025)
Ondanks scherpte op de uitvoeringskosten lukt het De Bolder (bij gelijkblijvend beleid en - trends) de eerstvolgende jaren niet meer om een sluitende begroting op te stellen (zie fig.4).
Begroting 2022 Leer-werkbedrijf De Bolder Gerealiseerd/Begroot resultaat 2020 - 2025 200
Euro x 1.000
100 0 -100 -200 -300 -400
Gerealiseerd/Begroot resultaat (fig. 4 Ontwikkeling resultaat 2020-2025)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
100
0
-55,6
-230,4
-333,1
-370,0
- 10 -
Financieel Het financiële resultaat voor 2022 zal naar verwachting negatief zijn. Op hoofdlijnen blijft er sprake van een krimpende groep WSW-medewerkers en dalende productiviteit van de huidige mix van medewerkers. We rekenen in 2022 wel op een stijging van het aantal trajecten vanuit het STT als effect van de coronacrisis in 2021 en de invoering van de nieuwe Wet inburgering. De bijdrageresultaten hebben we naar boven bijgesteld. We schatten in dat de continue verbeteringen/optimalisaties in de productieprocessen en de (voor onze productportfolio) gunstige economische omstandigheden de toenemende druk op het resultaat in 2022 echter niet meer voldoende zullen compenseren. ▪ Bijdrageresultaat WSW Het in het participatiebudget van de gemeente opgenomen deel voor de WSW wordt door de gemeente volledig beschikbaar gesteld aan De Bolder voor de uitvoering van de WSW. Participatiewet Naast het WSW-budget zet de gemeente de overige middelen in voor de uitvoering van de Participatiewet bij De Bolder, bestaande uit: • De loonkostensubsidie (gebaseerd op de loonwaardemeting) voor iedere plaatsing van een medewerker beschut werk. • Een vergoeding voor begeleiding per plaatsing voor het aanbieden van beschut werk conform de landelijke norm.
• De loonkostensubsidie en een bedrag per persoon om bemiddeling en coaching te kunnen bieden aan hen die regulier of tijdelijk bij De Bolder werken met loonkostensubsidie volgens de landelijke norm. • De loonkostensubsidie (gebaseerd op de loonwaardemeting) die bij een plaatsing aan de externe werkgever verstrekt wordt, al dan niet gekoppeld aan een bedrag per persoon voor het aanbieden van begeleiding. • Een bedrag per persoon voor het aanbieden van begeleiding op stageplaatsen (zowel intern als extern) voor het opdoen van werkervaring en voor het onderzoeken van de arbeidsmogelijkheden van de persoon volgens de landelijke norm. • Het bieden van inburgeringstrajecten in combinatie met intensieve taalcoaching en de inzet van assessments. Er worden ook inkomsten gegenereerd voor de uitvoering van trajecten voor het UWV en voor Texelse werkgevers. ▪ Verkoop en productie De verkoop en productie worden continu aangepast aan de veranderende omstandigheden. De afwegingen waarop besloten wordt om bepaald werk af te stoten of te vervangen door andere werksoorten zijn: ▪ Het werk moet passend zijn of passend te maken zijn voor de beschikbare bezetting van het interne productiebedrijf. De nieuwe instroom vanuit de Participatiewet, intern werkend in het productiebedrijf, zal significant minder productief zijn dan de werknemers die nu binnen De Bolder werken.
▪ Het werk moet een (semi-)structureel karakter hebben om optimaal georganiseerd en gemechaniseerd te kunnen worden, om te voorkomen dat er ‘leegloopuren’ ontstaan. Deze ‘leegloopuren’ kunnen worden opgevuld met tijdelijk aangetrokken werk, wat echter meer organisatietijd vergt en daarbij ook vaak niet economisch rendabel is. Echter, de sociale doelstellingen van De Bolder – het in stand houden van continuïteit en structuur voor de medewerkers – wegen in zo’n geval dan zwaarder. ▪ Het werk moet binnen de mogelijkheden van het personeel liggen en een acceptabele opbrengst hebben om zo dicht mogelijk de theoretische loonwaarde van een reguliere werkplek te kunnen benaderen. ▪ Het werk moet kostenneutraal kunnen worden uitgevoerd, waarbij alle kosten op basis van de loonwaarde van het in te zetten personeel worden berekend. Met uitzondering van werkzaamheden die worden aangenomen om zeer tijdelijke leegloop in de productie te voorkomen, want dan is het niet altijd mogelijk om alle kosten volledig door te berekenen. ▪ Het werk moet passend zijn bij een overheidsinstelling en weinig financiële- en afbreukrisico’s kennen. ▪ Het werk moet in de uitvoering zo min mogelijk inzet vragen van de (ongesubsidieerde!) ambtelijke bezetting van De Bolder, tenzij dat volledig in de prijs kan worden opgenomen.
De gunstige economische conjunctuur in de maakindustrie maakt het mogelijk om onze tarieven marktconform in te zetten bij de prijsonderhandelingen met onze afnemers. Helaas geldt dit ook voor de prijzen van de leveranciers van onze grondstoffen. Door gebruik te maken van onze unieke positie en het productenportfolio is de ambitie om de opbrengst/ toegevoegde waarde op het niveau van 2019 minstens te evenaren. Vanwege de coronacrisis zijn 2020 en 2021 geen goede referentiejaren. ▪ Investeringen De investeringen zullen met grote terughoudendheid worden gerealiseerd. De afgelopen jaren is getracht de gebouwen en de productie sober en doelmatig op peil te houden. Daar op enig moment in de toekomst het interne productiebedrijf zal
- 11 -
worden gereduceerd wegens krimp van het personeelsbestand, worden de lasten van rente en afschrijving bij volledige vervanging van afgeschreven investeringen op lange termijn onacceptabel hoog. Het beleid is erop gericht om de productieomgeving gestructureerd/stapsgewijs af te bouwen of anderszins om te vormen naar een omvang (of vorm) die past bij de toekomstige bezetting/doelstelling. Toch zal er de komende jaren nog wel geïnvesteerd moeten worden in bedrijfsmiddelen, bijvoorbeeld als het gaat om nieuwe ondersteunende technieken zoals Inclusieve Technologie, die het mogelijk maken om ook een toekomstig zwakkere doelgroep moeilijker of zwaarder werk te kunnen laten doen. Werk dat overigens evengoed economisch renderend moet zijn. ▪ Personele bezetting Ambtelijk De ambtelijke bezetting is in de afgelopen jaren (kwalitatief en kwantitatief) aangepast aan de veranderende tijd en aan de veranderende taken van De Bolder. Directe sturing in het uitvoerende productiewerk door de werk- en productieleiders blijft cruciaal, maar wordt mede ondersteund door gebruik te maken van zoveel mogelijk gestructureerd werk, mechanisatie van productie en scholing van de medewerkers in het (zo) zelfstandig (mogelijk) kunnen handelen. Het is – mede zichtbaar gemaakt door corona maar ook door de smalle teambezetting – in 2021 duidelijk geworden dat de werkdruk binnen de staf behoorlijk is opgelopen.
Dit heeft voornamelijk te maken met het moeten invullen van twee bedrijfsvoeringstrategieën: inzetten op instandhouding productie én tegelijkertijd inspelen op het bieden van maatwerktrajecten. Voor 2022 gaan we hier de ambtelijke staf dus op aanpassen. De toenemende samenwerking met de afdelingen van de gemeente Texel in de sfeer van de bedrijfsvoering (P&O, financiën, ict), ingezet in 2019, kan in de nabije toekomst leiden tot kosten- en risicoreductie. WSW Het WSW-personeelsbestand zal verder afnemen door natuurlijk verloop (pensionering, ontslag op eigen verzoek, verhuizing, langdurige ziekte of overlijden). Instroom in de WSW is niet meer mogelijk. Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is de verwachte uitstroom uit het WSW-personeelsbestand voor heel Nederland in de komende jaren gemiddeld 4 tot 6%. Mede door de vergrijzing en toename van personen die gebruik maken van de seniorenmaatregelen (cao-WSW), zal het aantal productie-uren mogelijk zelfs nog iets harder gaan dalen. Een deel van deze uitstroom zal in het productiebedrijf worden vervangen door mensen uit de Participatiewet-doelgroep.
Maar voor zover het niet gaat om beschut werk zal de doorstroom onder medewerkers uit deze doelgroep over het algemeen groot zijn, dat is immers ook het doel van de plaatsing bij De Bolder: zo snel mogelijk uitstroom naar regulier werk bij een externe werkgever. In 2021 wordt begroot dat de personele WSW-bezetting zal dalen naar 79 fte , waarvan 10 fte een dienstverband hebben bij een externe werkgever in het kader van begeleid werken en 8 fte extern werken op basis van detachering. Participatiewet De bezetting vanuit de Participatiewet bij De Bolder bestaat globaal uit 3 groepen: 1 Personen die zijn aangewezen op beschut werk. Landelijk wordt uitgegaan van een instroom in beschut werken van ongeveer 1/3 van de uitstroom uit de WSW. Dat betekent dat er gerekend wordt met een jaarlijkse instroom van ongeveer 1 of 2 medewerkers. 2 Personen uit de doelgroep die eigenlijk zijn aangewezen op extern werken met loonkostensubsidie. Verwacht wordt dat er permanent een of enkele interne werkplek(ken) beschikbaar gesteld worden aan hen. Bij onvoldoende werkervaring in regulier werken of het ontbreken van een geschikte werkplek buiten De Bolder wordt tijdelijk een interne werkplek aangeboden. 3 Personen die op trajectbasis zonder salaris werkzaam zijn voor relatief korte duur voor het opdoen van werkervaring en voor het onderzoeken van de arbeidsmogelijkheden van de persoon.
Kosten voor beheer en instandhouding gebouwen en installaties In lijn met de krimp van het productiebedrijf en het steeds meer onder druk komen van de omzet moet de kostenkant mee krimpen met de opbrengstkant. Over de hele linie hebben we (taakstellend) een reductie van onderhoud gebouwen en installaties ingezet waarbij kritisch is gekeken naar noodzaak en doelmatigheid van onderhoud en onderhoudscontracten. Uiteraard zonder te tornen aan arbovoorschriften en functioneel adequate bedrijfsvoering. Ontwikkeling van medewerkers De doelstelling van de trajecten blijft om toe te werken naar zo regulier mogelijk werken. Ook in de WSW was altijd al ruimte opgenomen om de ontwikkeling van de medewerkers richting regulier werken zoveel mogelijk te stimuleren. Het blijkt waardevol te zijn om vooral praktische vaardigheden te scholen op de werkplek. In 2015 is effectief gestart met de landelijk ontwikkelde methode van WerkPlekOpleiden (WPO). Op systematische wijze worden vooral allerlei productievaardigheden
- 12 -
geleerd en getraind. Deze vorm van ontwikkeling van medewerkers zal blijvend aandacht moeten houden, dit zal echter voornamelijk gericht zijn op de WSW’ers van wie verwacht wordt dat zij binnen het productiebedrijf werkzaam zullen blijven. Tevens is er voor een groot aantal medewerkers een assessment uitgevoerd en is daarbij de loonwaarde op een objectieve en betrouwbare wijze vastgesteld met behulp van de Dariuz-methodiek van loonwaardebepaling. Voor elke instromer vanuit de Participatiewet wordt een trajectplan opgesteld met daarin beschreven de kortste weg richting regulier werk, al dan niet na een korte periode werkzaam te zijn geweest binnen het productiebedrijf. Opleiding/educatie Wanneer uit de intakegesprekken bij het STT en/of bij De Bolder blijkt dat gebrek aan (een specifieke) opleiding een ernstige belemmering vormt voor het vinden van regulier werk, of wanneer het doen van een opleiding of een cursus ondersteunend is aan het functioneren binnen De Bolder, wordt een opleidingsdoelstelling opgenomen in het trajectplan. In de begroting is ruimte opgenomen voor gezamenlijke opleidingsactiviteiten (denk aan BHV-scholingen en het behalen van verschillende vakinhoudelijke certificaten) als ook voor individuele opleidingen en cursussen (denk aan sociale vaardigheden, agressieregulatie en omgaan met sociale media).
Het ligt voor de hand om ook meer samenwerking aan te gaan met instanties die opleidingen en cursussen aanbieden en om met elkaar op zoek te gaan naar synergievoordelen, zoals het gezamenlijk inkopen van expertise en het gezamenlijke gebruik van kantoren en leermiddelen. Dit ligt in lijn met de ambitie van college en raad waar het gaat om de verbreding van de scope van De Bolder als volwaardig leer-werkbedrijf. Arbeidsomstandigheden Het is duidelijk dat de inzetbaarheid van de bestaande bezetting door vergrijzing afneemt en er meer aanpassingen in het werk nodig zullen zijn om fysieke belasting te beperken. In de afgelopen jaren is er in de productie reeds veel aangepast en verwacht wordt dat de nog gewenste aanpassingen op de korte termijn zich vooral zullen richten op de individuele beperking(en) van medewerkers. In 2021 is een nieuwe RI&E opgesteld, het daaruit voortvloeiende Plan van aanpak nemen we in 2022 ter hand. Nieuwe ontwikkelingen Vanuit de opdracht om De Bolder te behouden als geschikte werkgever moet gezocht worden naar nieuwe product-markt combinaties (PMC’s) die aansluiten bij de opdracht van De Bolder én de vraag beantwoorden vanuit burgers die een steuntje in de rug nodig hebben om aan te kunnen sluiten bij de hedendaagse arbeidsmarkt op Texel.
We willen meer inzetten op het opzetten van leer-werklijnen met uitstroom naar kansbanen in Retail, Groen, Schoonmaak / Facility. In 2020 heeft De Bolder voorstellen ingediend voor het opzetten van een kringloopvoorziening als onderdeel van De Bolder. Het college is principieel akkoord gegaan met het idee, maar heeft verzocht om verschillende implementatiescenario’s te formuleren. Deze plannen zijn echter in de ijskast geplaatst, omdat er eerst duidelijkheid moet komen over de langeretermijntoekomst van De Bolder. We onderzoeken daarnaast (met andere stakeholders op Texel) welke bijdrage De Bolder kan leveren aan het vraagstuk van het plastic afval op Texel. Financiële kansen en bedreigingen Begroting 2022: • Het door het Rijk voor de WSW berekende deel in het participatiebudget is gebaseerd op de omvang van het gemiddelde personeelsbestand in het jaar 2020, verminderd met een uitstroom van gemiddeld 5%. In de begroting voor 2022 is voorzichtigheidshalve alleen rekening gehouden met uitstroom wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dat is iets minder dan de genoemde 5%. Als er toch meer mensen uitstromen leidt dat uiteindelijk tot een meevaller. Kans +/+ € 30.000 • De bedrijfskosten zijn taakstellend begroot en er is rekening gehouden met een gemiddelde kostenstijging van 2%.
• De opbrengst uit verkoop en productie is begroot op basis van 2021, rekening houdend met de zich herstellende koers in het 2e halfjaar . De opbrengst uit verkoop en productie is per definitie een onzekere post waarbij het risico bestaat dat het te hoog begroot is. Het is niet helemaal uit te sluiten dat er in 2022 ook nog prijsstijgingen zullen volgen. Het ligt niet zonder meer voor de hand om alle prijsverhogingen 1 op 1 door te schuiven naar onze klanten. Wij willen voor hen een aantrekkelijke productiepartner blijven die moet concurreren met de prijs van arbeid en productie in de lage lonenlanden in Azië en Oost-Europa. Kans -/- € 50.000 • Er is in de begroting rekening gehouden met de uitvoering van de Participatiewet, waarbij De Bolder in opdracht van het STT zorgt voor een aantal werkplekken en jobcoaching. Het risico bestaat dat het aantal werkplekken en het aantal trajecten afwijken van de begrote aantallen. Kans -/- € 30.000 tot +/+ € 30.000
- 13 -
•
Er is in de begroting rekening gehouden met de verdere ontwikkeling van de uitvoering van overige trajecten zoals bijvoorbeeld voor het UWV. Het risico bestaat dat het aantal werkplekken en het aantal trajecten afwijken van de begrote aantallen. Kans -/- € 10.000 tot +/+ € 10.000
- 14 -
PARAGRAFEN Paragraaf A: Lokale heffingen Deze paragraaf is niet van toepassing voor De Bolder. Hiervoor wordt verwezen naar de begroting van de gemeente Texel
Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen van De Bolder is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde het bedrijf te kunnen voortzetten. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van De Bolder bestaat uit de algemene reserve en de stille reserves. Stille reserves zijn de meerwaarden van activa die laag of tegen nul zijn gewaardeerd, doch direct verkoopbaar zijn indien men dat zou willen. Zonder stagnatie van de bedrijfsvoering te veroorzaken zijn er volgens bovenstaande definitie geen stille reserves. Uiteraard kan een stille reserve alleen worden geëffectueerd bij een gerealiseerde verkoop. Dit is afhankelijk van de markt. De algemene reserve bedraagt in 2021 € 360.000. Daarnaast is er begin 2021 nog voor € 1.226.000 aan bestemmingsreserves ter financiering van verplichtingen en risico’s waarvoor al besluitvorming is geweest. In de vergadering van 18 september 2019 is de raad akkoord gegaan met € 55.000 aan de Reserve egalisatie rekeningresultaten. Deze onttrekking is doorgeschoven naar 2022, omdat de werkzaamheden door diverse omstandigheden nog niet konden worden verricht. De bestemmingsreserves zijn in te delen in investeringsreserves, kostenreserves en risicoreserves.
Na de bestemming van het resultaat van 2020 en de conform het raadsbesluit over de jaarrekening 2020 herbestemde deel van de reserves is de verdeling als volgt: - € 653.000 investeringsreserves ter dekking van de afschrijvingslasten van investeringen uit het verleden - € 209.000 kostenreserves ter dekking van geplande specifieke uitgaven die het karakter van kosten hebben - € 364.000 risicoreserves ter dekking van onzekere toekomstige risico’s (inclusief de hierboven genoemde € 55.000 gereserveerde onttrekking) - € 1.226.000 totaal bestemmingsreserves De investeringsreserves en kostenreserves zijn bestemd voor specifieke doeleinden waarvoor de uitgaven al gedaan en/of gepland zijn. Deze reserves zijn daardoor niet meer te gebruiken voor andere doeleinden. Dit in tegenstelling tot de risicoreserves, die pas worden gebruikt als het genoemde risico zich voordoet. Inventarisatie van risico’s De volledige financiering van De Bolder loopt via het participatiebudget van de gemeente Texel. Dit participatiebudget is binnen het sociaal domein volledig ontschot, waardoor de gemeente de volledige vrijheid heeft het budget binnen het sociaal domein op eigen wijze in te zetten. Het participatiebudget is opgebouwd uit een aantal apart berekende delen voor de uitvoering van afzonderlijke taken.
De exploitatie van De Bolder is ook in 2022 voor nagenoeg 60% afhankelijk van inkomsten uit dit participatiebudget. Het risico bestaat enerzijds uit onverwachte verlaging door het Rijk van het landelijke budget en anderzijds uit keuzes die op Texel gemaakt worden voor de verdeling van dit participatiebudget. Omdat De Bolder een productie- en bemiddelingsbedrijf is dat op diverse markten opereert, worden er hierdoor ondernemersrisico’s gelopen. Door de spreiding over diverse product-marktcombinaties (PMC’s) en spreiding van afnemers wordt getracht dit risico beheersbaar te houden. Er bestaat altijd het risico dat een bepaalde deelmarkt niet meer rendabel kan worden uitgevoerd of een bepaalde afnemer besluit naar een andere leverancier te gaan. Dit kan worden opgevangen door een verschuiving naar een van de andere PMC’s. Vanwege de geplande krimp van het productiebedrijf zal het aantal PMC’s langzaam afnemen, waardoor de bovengenoemde spreiding zal afnemen en het risico op problemen bij de resterende PMC’s zwaarder zal gaan wegen. De vennootschapsbelasting (VPB) is vanaf 2016 ook van toepassing voor overheidsondernemingen. De Bolder, als onderdeel van de gemeente Texel, is voor de huidige activiteiten niet belastingplichtig voor de VPB. Risico’s die volgen uit de normale bedrijfsvoering van De Bolder zijn zoveel mogelijk verzekerd of er zijn voorzieningen voor getroffen.
Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s De algemene reserve is een algemene buffer voor het opvangen van tegenvallers en bedraagt ruim 8% van de totale bedrijfslasten. Het streven van De Bolder is om een sluitende begroting te presenteren, zodat de algemene reserve niet hoeft te worden aangesproken. Als er dan onverwachte tegenvallers ontstaan, waardoor een negatief resultaat moet worden gepresenteerd, dan is een algemene reserve van deze omvang een verantwoorde buffer voor de eerste periode.
- 15 -
In de meerjarenraming worden al enkele jaren oplopende negatieve exploitatieresultaten voorzien. Vanaf 2014 was het beleid om een deel van het voordelig saldo toe te voegen aan de bestemmingsreserve egalisatie rekeningresultaten als eerste buffer om de voorziene negatieve resultaten te kunnen afdekken. Dit mag echter geen structureel karakter hebben. Veel is dan ook afhankelijk van de toekomstscenario’s om te voorzien in structurele dekking. De besluitvorming over de toekomstscenario’s zal naar verwachting pas in 2022 volgen.
Paragraaf C: Onderhoud kapitaalgoederen De Bolder heeft geen voorziening voor groot onderhoud van de gebouwen. De reden hiervoor is dat de samenstelling van de gebouwen zo divers is dat de normale onderhoudskosten, inclusief groot onderhoud, een gelijkmatig verloop in de tijd geven. Onderhoud van de gebouwen wordt naar behoefte uitgevoerd, afhankelijk van de noodzaak van het betreffende onderhoud en afhankelijk van de financiële middelen van dat moment. Om de risico’s goed in beeld te krijgen wordt ten tijde van het uitbrengen van deze begroting gewerkt aan een meerjarenonderhoudsplan met behulp van een deskundige.
Paragraaf D: Financiering Conform het treasurystatuut van de gemeente Texel en de Wet financiering decentrale overheden (Fido) dient in de begroting/jaarrekening verantwoording over het gevoerde treasurybeleid te worden afgelegd. Deze verantwoording vindt niet plaats in de begroting/jaarrekening van De Bolder, maar in die van de gemeente Texel.
Paragraaf E: Bedrijfsvoering Voor een verantwoording over de bedrijfsvoering van De Bolder verwijs ik u naar het algemene gedeelte van de begroting.
Paragraaf F: Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin De Bolder een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Volgens deze definitie heeft De Bolder geen verbonden partijen.
Paragraaf G: Grondbeleid Deze paragraaf is niet van toepassing voor De Bolder. Hiervoor wordt verwezen naar de begroting van de Gemeente Texel.
- 16 -
FINANCIËLE BEGROTING Overzicht van baten en lasten (x € 1.000) Omschrijving
Bijdrageresultaat WSW Lonen en personeelskosten WSW Gemeentelijke bijdragen WSW
Realisatie 2020 Lasten Baten
2.318
Resultaat WSW Participatiewet (P-wet) Lonen en personeelskosten P-wet Gemeentelijke bijdragen P-wet
Overige trajecten Lonen en personeelskosten overige trajecten Vergoeding overige trajecten
2.329 2.344
141
15 321
Totaal bijdrageresultaat Bedrijfsopbrengsten Opbrengst verkoop en productie
2.221 -/- 5 484
318
368
525
70
47
41
1
Resultaat overige trajecten
Begroting 2022 Lasten Baten
2.226
2.459
248
Resultaat P-wet
Begroting 2021 Lasten Baten
1
1
19
21
19
18
20
18
229
82
54
1.502
1.522
1.620
Afschrijving vaste activa t.b.v. productie Overige bedrijfskosten t.b.v. productie
91 185
78 234
86 217
Bedrijfslasten t.b.v. productie
276
312
303
Totaal bedrijfsopbrengsten
1.226
1.210
1.317
Overige opbrengsten Huuropbrengst gebouwen
0
21
20
Totaal overige opbrengsten
0
21
20
Bedrijfsvoering Salariskosten ambtelijk personeel Afschrijving vaste activa algemeen Overige bedrijfskosten Totaal kosten bedrijfsvoering Bedrijfsresultaat Financiële baten en lasten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten Onttrekking/toevoeging aan reserves (Begroot) resultaat
1.089 56 292
985 54 431
1.138 54 452
1.437
1.470
1.644
-/- 157
-/- 253
18 2 20
12 -/- 145
11 -/- 242
79
145
99
0
186 -/- 56
- 17 -
Meerjarenraming 2022 – 2025 (x € 1.000) Omschrijving
2022
2023
2024
2025
- 2.226 2.221
- 2.178 2136
- 2.135 2.025
- 2.078 1.995
Bijdrageresultaat WSW
- 5
- 42
- 110
- 83
Participatiewet (P-wet) Lonen en personeelskosten P-wet Gemeentelijke bijdragen P-wet
- 484 525
- 525 581
- 551 620
- 575 651
Bijdrageresultaat P-wet
41
56
69
76
Overige trajecten Lonen en personeelskosten overige trajecten Vergoedingen overige trajecten
-1 19
-1 24
-1 27
-1 27
Resultaat overige trajecten
18
23
26
26
Totaal begroot resultaat bijdragen
54
38
- 15
20
Bedrijfsopbrengsten Opbrengst verkoop en productie
1.620
1.598
1.582
1.548
Afschrijving vaste activa t.b.v. productie Overige bedrijfskosten t.b.v. productie
86 217
92 221
91 226
84 230
Bedrijfslasten tbv productie
303
313
317
314
Totaal bedrijfsopbrengsten
1.317
1.285
1.265
1.234
Overige opbrengsten Huuropbrengst gebouwen
20
20
20
20
Totaal overige opbrengsten
20
20
20
20
1.138 54 452
1.160 54 461
1.184 54 470
1.207 53 480
Totaal kostenbedrijfsvoering
1.644
1.675
1.708
1.740
Begroot bedrijfsresultaat
- 253
- 332
- 438
- 466
Financiële baten en lasten
11
11
11
11
Begroot totaal saldo van baten en lasten
- 242
- 321
- 427
- 455
Onttrekking/toevoeging aan reserves
186
91
94
85
- 56
- 230
- 333
- 370
Bijdrageresultaat WSW Lonen en personeelskosten WSW Gemeentelijke bijdragen WSW
Kosten bedrijfsvoering Salariskosten ambtelijk personeel Afschrijving vaste activa algemeen Overige bedrijfskosten
Begroot resultaat
- 18 -
Meerjarenraming balans 2022 – 2025 (x € 1.000) Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Voorraden
1.780 1.203 165
1.734 1.112 160
1.619 1.019 155
1.482 933 150
Totaal activa
3.148
3.006
2.793
2.565
Passiva Eigen vermogen Vaste schulden Saldo vlottende activa/passiva
1.196 1.780 172
1.105 1.734 167
1.012 1.619 162
926 1.482 157
Totaal passiva
3.148
3.006
2.793
2.565
Begroting 2022 Leer-werkbedrijf De Bolder Reserves 2020-2025 1600
Bedragen in euro x 1.000
1400 1200
1000 800 600 400 200 0
-200 -400
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Investeringsreserves
553
596
530
454
376
305
Risicoreserves
305
335
145
-29
-132
-169
Kostenreserves
269
150
105
90
75
60
Algemene reserve
360
360
360
360
360
360
Toelichting meerjarenraming 2022 - 2025 De algemene lijnen voor de komende jaren zijn uiteengezet in de beleidsbegroting. Hieronder volgt voor zover relevant nog een enkele toelichting op punten. Het aandeel voor uitvoering van de WSW dat is opgenomen in het participatiebudget zal jaarlijks dalen door daling van het aantal personen in de WSW. In de meicirculaire 2021 is de meerjarige bijdrage gepresenteerd. Hieruit blijkt dat de bijdrage per SE jaarlijks wel enigszins stijgt, maar omdat we vooralsnog niet weten of er ook uitstroom zal zijn naast de personen die met pensioen gaan, zal de bijdrage per werkelijke fte minder stijgen dan het budget aangeeft. In de omzet is in de meerjarenraming geen voorzichtigheidsmarge ingebouwd. De omzet zal dalen in relatie met het dalende aantal productieve uren. Daarnaast is rekening gehouden met een langzame daling van de opbrengst per productief uur wegens de veranderende samenstelling van de doelgroep.
- 19 -
Toelichting meerjarenraming 2022 -2025 Uitgangspunten meerjarenraming: Aantal fte WSW productiebedrijf Aantal fte WSW in begeleid werken Aantal fte WSW totaal Aantal fte P-wet intern beschut Aantal fte P-wet intern met loonkostensubsidie Aantal fte P-wet extern met loonkostensubsidie Aantal fte P-wet werkervaring en overige trajecten Aantal fte P-wet totaal (excl. externe trajecten) Aantal fte overige trajecten Aantal fte doelgroepen totaal Aantal fte ambtelijke medewerkers
2022 66,4 10,6 77,0 10,3 2,1 5,2 6,1 23,7 3,2 103,9 13,7
2023 63,9 10,5 74,4 10,9 2,4 5,8 6,9 26,0 3,2 103,7 14,1
2024 61,7 10,1 71,8 11,5 2,4 5,8 7,8 27,5 3,6 102,9 14,1
2025 58,9 10,1 69,1 12,0 2,4 5,8 8,3 28,6 3,6 101,3 14,1
- 20 -
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
x € 1.000 Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
In deze toelichting worden bedragen uit de begroting waar nodig nader gespecificeerd en voor zover niet in de beleidsbegroting benoemd nog nader toegelicht.
WET SOCIALE WERKVOORZIENING (WSW) Lonen en personeelskosten WSW
Loonkosten WSW-werknemers Personeelskosten WSW Kosten begeleid werken BW-WSW
2.132 108 78
2.154 100 76
2.060 98 68
Totaal personele kosten WSW
2.318
2.330
2.226
De loonkosten zijn begroot op basis van de werkelijke loonkosten in 2021, rekening houdend met de nieuwe cao en uitdiensttreden i.v.m. pensioen. De post personeelskosten bestaat o.a. uit kosten voor bedrijfsgeneeskundige zorg, studie, werkkleding en ook voor uitgaven bij jubilea en pensioen en voor bijvoorbeeld het kerstpakket. Voor 2022 is daarin ook begrepen een bedrag van € 5.500 voor vergoedingen aan werknemers vanwege (dringend geadviseerd) financieel advies i.v.m. de RVU-regeling in de nieuwe cao. Werknemers in begeleid werken (BW) zijn in dienst bij de inlenende werkgever. Deze werkgever krijgt een loonkostensubsidie (lks) uit het bestand van de sociale werkvoorziening voor het in dienst hebben van een werknemer met een beperking. Gemeentelijke bijdragen WSW
Gemeentelijk budget WSW Compensatie coronacrisis 1e hj Compensatie coronacrisis 2e hj Buitengemeenten budget WSW
2.273 113 63 10
2.296 48 -
2.221 -
Totaal personele kosten WSW
2.459
2.344
2.221
De begrote bijdragen voor 2021 en 2022 zijn gebaseerd op de meicirculaire van 2021. PARTICIPATIEWET (P-wet) Lonen en personeelskosten P-wet
Loonkosten beschut P-wet Loonkosten intern met lks P-wet Loonkosten individuele voorziening P-wet Personeelskosten P-wet Loonkostensubsidie extern P-wet
167 19 15 6 41
210 25 44 42
322 61 61 40
Totaal personele kosten P-wet
248
321
484
Loonkosten beschut en intern
De loonkosten beschut en intern zijn begroot volgens de nieuwe cao Aan de slag, die op 1 juli 2021 van kracht is geworden. Medewerkers die in het kader van de P-wet in 2018 een dienstverband hadden bij De Bolder hebben per 1 januari 2019 een aanstelling bij de gemeente Texel en vielen vanaf die datum t/m 30 juni 2021 onder de cao gemeenten.
Personeelskosten
De personeelskosten betreffen de kosten van zowel de werknemers met een dienstverband in het kader van de P-wet als de kosten voor de personen met een werkervaringsplaats in het kader van de P-wet. In de (gewijzigde) begroting van 2021 en 2022 zijn daarin ook bedragen voor taalcoaching opgenomen van respectievelijk € 39.000 en € 43.000.
Loonkostensubsidie extern
Loonkostensubsidie extern per fte Gemiddeld aantal fte extern met lks
8,5 4,8
8,2 5,2
8,1 4,9
Werknemers extern met loonkostensubsidie zijn in dienst bij de inlenende werkgever. Deze werkgever krijgt een loonkostensubsidie voor het in dienst hebben van een persoon uit de doelgroep. Voor 2022 is het begrote bedrag aan loonkostensubsidie per fte gebaseerd op de loonwaardebepalingen van 2021. Deze zijn bij enkele personen hoger dan de vorige, waardoor de kosten per fte voor de begroting van 2022 dalen t.o.v. die van 2021.
- 21 -
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
x € 1.000 Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Gemeentelijke bijdragen P-wet
Het totaal bedrag aan gemeentelijke bijdragen kan als volgt worden gespecificeerd: Vergoeding loonkosten beschut P-wet 79 103 Vergoeding (bonus en) begeleiding beschut P-wet 105 62 Vergoeding loonkosten intern met lks P-wet 10 10 Vergoeding begeleiding intern met lks P-wet 4 4 Vergoeding loonkostensubsidie P-wet extern 41 42 Vergoeding begeleiding extern met lks P-wet 13 4 Vergoeding begeleiding werkervaringsplaatsen 66 68 Extra budget P-wet gemeente 75 Totaal gemeentelijke bijdragen P-wet 318 368
Beschut
Het aantal medewerkers in beschut werk wordt voor 2022 begroot op 16. De vergoeding voor begeleiding bedraagt volgens de meicirculaire van 2021 € 7.800 per persoon (t.o.v. € 9.000 in 2020). In de begroting van 2022 is de volledige vergoeding voor werkelijk gerealiseerde plaatsen opgenomen. Dit loopt vooruit op de verwachte landelijke aanpassing van de afspraken rondom beschut werk. Daarnaast verstrekte het Rijk (ter stimulering van beschut werken) t/m 2020 een bonus van € 3.000 per persoon in beschut werken. Met ingang van 2021 is die weggevallen uit de begroting.
146 125 27 12 40 10 122 43 525
Intern met loonkostensubsidie De hoogte van de loonkostensubsidie wordt bepaald op basis van loonwaardebepalingen. De vergoeding voor begeleiding bedraagt € 4.000 per persoon. In de begroting van 2022 wordt rekening gehouden met een stijging van 2 werknemers. Extern met loonkostensubsidie De aan werkgevers uitbetaalde loonkostensubsidie wordt bepaald op basis van loonwaardebepalingen en berekend op basis van het minimumloon. Dit deel van de gemeentelijke bijdragen wordt volledig doorbetaald aan de betreffende werkgevers. Voor deze personen kan tevens een vergoeding voor begeleiding (ad € 4.000) worden begroot. Indien medewerkers geen begeleiding (meer) nodig hebben worden alleen de kosten voor de loonwaardebepaling vergoed. Werkervaringsplaatsen
Overige trajecten
Het aantal werkervaringsplaatsen wordt voor 2022 hoger begroot dan voor 2021 in verband met de nieuwe Wet inburgering (treedt in werking op 1-1-2022). Voor deze trajecten wordt vooralsnog uitgegaan van een vergoeding van € 5.500 per traject, t.o. € 4.000 voor de overige trajecten. De vergoeding voor de verschillende soorten trajecten (bijvoorbeeld UWV, 2e Spoor) loopt nogal uiteen en is ook afhankelijk van hoe succesvol een traject wordt afgerond. Voor de begroting van 2022 is gerekend met een geschatte gemiddelde bijdrage per traject.
BEDRIJFSOPBRENGSTEN Opbrengst verkoop & productie Deze post is als volgt opgebouwd: Omzet verkoop en productie Grond- en hulpstoffen
2.782 - 1.280
2.899 - 1.377
2.983 - 1.363
Opbrengst verkoop en productie
1.502
1.522
1.620
Na 2 jaren, waarin de coronacrisis grote impact heeft (gehad) op de productie, is het lastig om in te schatten hoe de omzet zich zal herstellen. We houden rekening met een stijging van tarieven en hoewel het totaal aan productieve uren naar verwachting zal toenemen wordt de verhouding tussen het aantal fte van (ervaren) WSW-medewerkers t.o.v. het aantal fte van medewerkers vanuit de P-wet medewerkers en (onervaren) werkervaringsplaatsen voor wat de productiviteit betreft ongunstiger. BEDRIJFSLASTEN TBV PRODUCTIE Afschrijving t.b.v. productie
Afschrijving vaste activa t.b.v. productie
91
78
86
Een aanzienlijk deel van de afschrijvingslasten wordt toegerekend aan de productie. Het betreft de afschrijvingskosten op investeringen die rechtstreeks met de productie te maken hebben.
- 22 -
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
Overige bedrijfskosten t.b.v. productie
x € 1.000
Rekening 2020 Deze post is samengesteld uit de onderstaande kosten: Onderhoudskosten machines 124 Onderhoudskosten vervoermiddelen 30 Huur bedrijfsmiddelen Brandstoffen 10 Kosten productontwikkeling 13 Overige productiekosten 8 Totaal overige bedrijfskosten
185
Begroting 2021
Begroting 2022
117 37 12 59 9
118 26 6 13 45 9
234
217
De post huur bedrijfsmiddelen bestaat uit de leasekosten voor de elektrische auto die in de loop van 2021 in gebruik is genomen, nadat de vorige personenauto in 2020 buiten gebruik moest worden gesteld. De kosten productontwikkeling zijn kosten voor ontwikkeling van nieuwe producten of bedrijfsonderdelen bedoeld om De Bolder toekomstbestendig te maken, rekening houdend met de nieuwe doelgroepen. Uit het positieve resultaat van 2018 is een Bestemmingreserve Transformatiekosten gevormd voor dekking van deze kosten. Dit is ook zichtbaar bij de onttrekkingen uit de reserves. In het besluit over de jaarrekening van 2020 is ook opgenomen dat een deel (nl. € 59.000) van de bestaande Reserve speciale trajecten P-wet zou worden toegevoegd aan deze Bestemmingsreserve Transformatiekosten. OVERIGE OPBRENGSTEN Huuropbrengst gebouwen
Deze post was t/m 2020 in mindering gebracht op de overige bedrijfskosten onder kosten bedrijfsvoering
0
21
20
De post is begroot op basis van de ten tijde van het opstellen van de begroting lopende verhuurcontracten van kantoorruimten. KOSTEN BEDRIJFSVOERING Salariskosten ambtelijk personeel
Deze post is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Salaris & sociale lasten ambtelijk personeel Personeelskosten Inhuur payroll-medewerkers Totaal salariskosten ambtelijk personeel
998 40 51
948 37 -
1.080 58 -
1.089
985
1.138
De salarissen zijn begroot op basis van de werkelijke kosten per medewerker in 2021, rekening houdend met individuele periodieke verhogingen. Op dit moment vervullen 3 medewerkers van De Bolder de rol van trajectcoach waarvan 2 dit combineren met de functie van werkleider voor totaal 3 afdelingen (Hout, Fijnwerk/Varia en Buitendienst). Voor 2022 voorzien we, wegens de gewenste groei, het verder moeten vrijspelen van deze twee medewerkers en dus vervanging door 2 nieuw aan te stellen werkleiders. Afschrijving vaste activa algemeen
Deze post wordt gespecificeerd als volgt: Afschrijving gebouwen en installaties 70 69 68 Afschrijving machines 63 55 64 Afschrijving inventaris 7 4 4 Afschrijving vervoermiddelen 7 4 4 Af: afschrijving t.l.v. de productie -/- 91 -/- 78 -/- 86 Totaal 56 54 54 Structureel wordt een deel van de afschrijvingen volgens schema onttrokken uit de investeringsreserves.
Overige bedrijfskosten
De overige bedrijfskosten kunnen als volgt worden onderscheiden: Onderhoudskosten gebouwen en installaties 145 Energieverbruik algemeen 37 Belastingen en verzekeringen 46 Overige algemene kosten 181 Diverse baten en lasten -/- 99 Huuropbrengst gebouwen - 18
157 38 51 185 -
179 39 47 187 -
Totaal overige bedrijfskosten
431
452
292
- 23 -
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
x € 1.000 Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Diverse baten en lasten: Omdat alle kostenposten in de begroting goed zijn geanalyseerd en op basis van de werkelijke ontwikkelingen zijn begroot is besloten geen bedrag voor diverse baten en lasten op te nemen. Huuropbrengsten gebouwen: Deze post, die is begroot op basis van de ten tijde van het opstellen van de begroting lopende huurcontracten, is met ingang van 2021 opgenomen als aparte begrotingspost onder overige opbrengsten. FINANCIËLE BATEN EN LASTEN Financiële baten en lasten
Deze baten en lasten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Betaalde rente leningen 37 Ontvangen rente belegde reserves -/- 26 Overige rente -/- 13
7 -/- 7 -/- 12
8 -7 - 12
Totaal financiële baten en lasten
-/- 12
-/- 11
-/- 2
De rente van de leningen betreft de rente over de vaste activa tegen het rentepercentage van de laatst afgesloten lening van de gemeente Texel bij een externe financiële instelling in het jaar van aanschaf. De reserves worden belegd bij de gemeente Texel tegen het rentepercentage van de laatst afgesloten lening van de gemeente Texel bij een externe financiële instelling. In de loop van 2020 is dit percentage gesteld op 0.365%, voor 2022 geldt 0.28%. Omdat de historische rente op de activa nogal verschilt van het nieuwe rentepercentage, waardoor een aanzienlijk tekort zou kunnen ontstaan, is met de gemeente afgesproken dat met ingang van de ingangsdatum van het nieuwe rente percentage in 2020 ook voor de activa dit percentage in rekening wordt gebracht. ONTTREKKINGEN EN TOEVOEGINGEN AAN RESERVES Onttrekkingen
De specificatie van de onttrekkingen aan de diverse reserves is als volgt: Onttrekking investeringen 2003 33 Onttrekking investeringen 2018 18 Onttrekking reserve cofinanciering transitiekosten P-wet 13 Onttrekking groot onderhoud gebouwen 2 Onttrekking reserve transformatiekosten 13 Onttrekking reserve egalisatie rekeningresultaten -
20 23 13 59 29
20 28 14 45 79
Totaal onttrekking bestemmingsreserves
145
186
79
Na de toegestane onttrekkingen uit de bestemmingsreserves bedraagt het begrotingstekort voor 2022 € 134.400. Hiervan wordt in 2022 € 78.800 onttrokken uit de reserve egalisatie rekeningresultaten. Voor het resterende deel ad € 55.600 wordt eenmalig een bijdrage gevraagd uit de algemene reserve van de gemeente. In 2022 wordt in overleg met de gemeente een structurele oplossing gezocht voor 2 posten uit de begroting die zijn begrepen in de algemene kosten. Het gaat om een bedrag van € 15.000 dat De Bolder aan de gemeente betaalt voor vaste kosten en een bedrag van € 40.600 als bijdrage in de ict-kosten van de gemeente.
- 24 -
Toelichting op de reserves en voorzieningen Algemene reserve: De algemene reserve is bestemd als algemene buffer voor De Bolder om te voorkomen dat bij incidentele financiële problemen in de bedrijfsvoering er een beroep moet worden gedaan op de gemeentelijke begroting. De algemene reserve bedroeg eind 2020 ruim 8% van de totale jaarlijkse bedrijfslasten. Als bedrijf dat financieel voor 40% afhankelijk is van bedrijfsmatige ontwikkelingen die positief, maar ook negatief kunnen fluctueren, is een reserve van die omvang betrekkelijk gering. In het verleden is dit echter toereikend gebleken. Als wordt gekeken naar de bedrijfslasten zonder WSW-loonkosten en Participatiewet, want daarvoor wordt een bijdrage ontvangen, dan is de omvang van de algemene reserve voldoende. Bestemmingsreserves, bestaande uit: Investeringsreserves: Reserves investeringen (2003 en 2018 en 2020): Bij investeringen ten behoeve van de productie vindt steeds de afweging plaats of een investering wel rendabel is. Investeringen ten behoeve van de productie binnen een SW-bedrijf zijn in principe nooit voor 100% rendabel, maar veelal voor 30% tot 50%. Om passend werk te kunnen bieden wordt er soms toch besloten tot een investering waarvan van tevoren bekend is dat hij slechts in geringe mate bijdraagt aan de opbrengst uit productie.
De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden afgedekt uit deze reserve, waardoor de totale afschrijvingslasten van het hele bedrijf beperkt blijven tot commercieel verantwoorde hoogte. Reserve cofinanciering transitiekosten Participatiewet: De rijksoverheid heeft een transitiebudget van landelijk € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor het financieren van de kosten om de SW-bedrijven om te vormen van uitvoerders van de WSW naar uitvoerders van de Participatiewet. Een voorwaarde hierbij was dat de bedrijven zelf minimaal 50% aan cofinanciering bijdroegen. De voor Texel in 2016 ontvangen subsidie bedroeg € 39.000, wat voor € 30.000 is gebruikt voor de gedeeltelijke financiering van enkele investeringen. Uit de winstbestemmingen van 2014 en 2015 zijn bedragen toegevoegd aan deze reserve voor de financiering van de goedgekeurde plannen. De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden gedekt uit deze reserve. Kostenreserves: Reserve groot onderhoud gebouwen: Uit de winstbestemming van 2013 was een bestemmingsreserve gevormd voor groot onderhoud aan gebouwen en installaties. Deze bestemmingsreserve is in 2019 aangewend om groot onderhoud aan de daken, dat gepland was binnen enkele jaren, naar voren te halen, om de wens van de raad om zoveel mogelijk zonnepanelen te kunnen plaatsen op gebouwen van de gemeente te kunnen realiseren.
Deze reserve is in 2020 volledig uitgenut. Reserve speciale trajecten Participatiewet: Uit de winstbestemming van 2015 was een bestemmingsreserve gevormd voor het ontwikkelen van speciale trajecten voor die doelgroepen van de Participatiewet waarvoor in de toekomst extra zorg nodig zal zijn, zoals voor de wajongers en oudere werkzoekenden. In 2017 en 2018 werd deze reserve bijvoorbeeld gebruikt voor de dekking van een deel van de salariskosten van een productiemedewerker uit de doelgroep, die niet viel binnen de regels van de Participatiewet. Deze reserve is conform besluit bij de jaarrekening van 2020 herbestemd. Een deel (€ 100.000) is overgebracht naar de investeringsreserves en het restant (€ 59.000) is toegevoegd aan de Reserve egalisatie rekeningresultaten. Bestemmingsreserve Transformatiekosten: Uit de winstbestemming van 2018 is een bestemmingsreserve gevormd voor de inhuur van ondersteuning bij het opstellen van plannen en toekomstscenario’s, voor de inhuur van uitvoerend projectleiderschap en voor het uitvoeren van kleine pilots in het kader van het transformatieproces inclusief eventuele materiële kosten. Met het definitief afblazen van de samenvoeging van De Bolder en STT ontstond een nieuw vraagstuk over de langere termijn bestaansscenario’s van De Bolder.
In de komende jaren (met name wegens uitstroom van personeel) is een transformatie van het productiebedrijf noodzakelijk om de toekomst van De Bolder veilig te stellen. Er worden diverse scenario’s onderzocht met betrekking tot samenwerking met andere (publieke- of private-) partners, er moeten aanpassingen worden doorgevoerd in de bedrijfsvoering door het aantrekken van nieuwe werkprojecten en / of het afstoten van bestaande projecten. De Bolder heeft als uitvoeringsorganisatie geen eigen beleidscapaciteit en is daarmee aangewezen op externe inhuur van de benodigd expertise / projectleiders om al deze extra activiteiten vorm te geven. Door hiervoor een bestemmingsreserve te vormen en de betreffende kosten hieruit te financieren, komen deze noodzakelijke ontwikkeltaken niet ten laste van het exploitatieresultaat en houdt De Bolder daarmee haar handen vrij om, naast de lopende productie, ook te kunnen investeren in de ontwikkeling van de eigen toekomst. Het resultaat over 2020 is toegevoegd aan deze reserve. Risicoreserves: Reserve egalisatie rekeningresultaten: In de meerjarenraming wordt een dalend rekeningresultaat voorzien, die ook onder nul kan dalen. Dekking van de negatieve resultaten kan uit deze bestemmingsreserve plaatsvinden. Er wordt dan voldoende tijd ingebouwd om maatregelen te treffen teneinde weer een sluitende begroting te krijgen.
Uit de winstbestemmingen vanaf 2014 is een gedeelte van het voordelig resultaat in deze reserve gestort. De begroting van 2019 was de eerste begroting waarin het negatieve resultaat werd aangevuld vanuit deze reserve. Conform de haljaarrapportage over 2021 wordt verwacht dat € 29.000 uit deze reserve moet worden onttrokken en in de begroting over 2022 wordt rekening gehouden met een onttrekking ten bedrage van € 78.800.
- 25 -
NIEUWE INVESTERINGEN 2021 (x € 1.000) Volgnr.
Omschrijving
Bedrag
% Afschr.
1
Vervanging afgeschreven productiemiddelen
70
10
V
2
Productiemiddelen
30
10
N
Totaal
100
N = Nieuw V = Vervanging
TOELICHTING OP DE INVESTERINGEN 2022 1.
In 2022 zijn diverse productiemiddelen afgeschreven. Vanwege het krimpende productiebedrijf wordt jaarlijks bezien of vervanging noodzakelijk is en of vervanging wegens veranderde productiewijze door hetzelfde productiemiddel moet plaatsvinden of door andersoortige apparatuur.
2.
Voor het omvormen van het productiebedrijf De Bolder naar een bedrijf met nog verder vereenvoudigde productieprocessen zijn soms nieuwe investeringen noodzakelijk. Er zal extra aandacht moeten zijn voor investeringen om essentiële productieprocessen te kunnen laten uitvoeren door medewerkers met geringere arbeidsvaardigheden. De afnemende vraag naar werkplekken binnen het productiebedrijf van De Bolder zal gevolgen hebben voor de noodzaak tot nieuwe investeringen, omdat werkplekken op termijn wegens minder beschikbare mensen komen te vervallen. Tegelijkertijd zal rekening moeten worden gehouden met investeringen die noodzakelijk zijn om het werk aan te passen aan de verminderde capaciteiten van medewerkers door hun beperkingen en door toename van de gemiddelde leeftijd van de medewerkers in de WSW. Daarnaast zullen er de komende jaren ook werkplekken in stand moeten worden gehouden voor de bestaande WSW-doelgroep en voor de nieuwe doelgroepen vanuit de Participatiewet. Het is al een aantal jaar beleid om investeringen die zijn afgeschreven terughoudend (‘sober en doelmatig’) te vervangen door nieuwe investeringen en – indien technisch en economisch mogelijk – zoveel mogelijk te streven naar levensduurverlenging.
- 26 -
GRONDSLAGEN VAN DE FINANCIËLE VERSLAGLEGGING Algemene grondslagen De begroting voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording 2004 (BBV). De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
- 27 -
Lijst van begrippen en afkortingen B&W: College van Burgemeester en Wethouders BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. In dit besluit worden voorschriften gesteld hoe de administratie van een gemeente moet zijn ingericht. BW: Begeleid werken Onderdeel van de Wet sociale werkvoorziening is de mogelijkheid tot begeleid werken. Dit houdt in dat een bedrijf of een instelling zelf overeenkomstig de voor dat bedrijf of instelling geldende cao een arbeidsovereenkomst sluit met een persoon behorende tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening. De werkgever ontvangt dan jaarlijks een loonkostensubsidie en krijgt ook de mogelijkheid om voor een bepaald aantal uren per jaar de medewerker te laten ondersteunen door een jobcoach. Cao: Collectieve arbeidsovereenkomst Een cao wordt per bedrijfstak gesloten tussen de gezamenlijke werkgevers en de vakbonden. In de overeenkomst zijn de rechtspositieonderwerpen geregeld. FTE: Fulltime eenheid (of – eenheden) Het aantal dienstverbanden wordt teruggerekend naar fulltime eenheden ofwel voltijdsdienstverbanden. LIV: Lage-inkomensvoordeel Vanaf 2017 een nieuwe subsidie ter verlaging van de werkgeverslasten voor werknemers met een laag inkomen. Deze subsidie is onderdeel van de Wet tegemoetkomingen loondomein. LKS: Loonkostensubsidie.
De subsidie die aan een werkgever wordt verstrekt vanuit de WSW en de Participatiewet voor het in dienst hebben van een werknemer uit de doelgroep. Participatiebudget Met de komst van de Wet participatiebudget in 2009 zijn de bestaande schotten tussen diverse op re-integratie en participatie gerichte budgetten zoveel mogelijk weggenomen. Vanaf 2015 is ook de financiering van de WSW hierin opgenomen. P-wet: Participatiewet Vanaf 2015 is de WWB omgelabeld tot Participatiewet en omgevormd tot de opvolger van de WSW, de Wajong en de WWB met een geïntegreerde aanpak van de onderkant van de arbeidsmarkt. Reclassering: Dit is een zelfstandige organisatie die als doel heeft: voorkomen en verminderen van crimineel gedrag. Zij stimuleren een verdachte crimineel gedrag te veranderen en risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Reclassering werkt samen met Justitie, politie, zorg, gevangeniswezen en gemeenten. Reclassering ziet toe dat een, door de rechter of het Openbaar Ministerie opgelegde, werkstraf op de juiste manier wordt uitgevoerd. RVU: Regeling Vervroegd Uittreden In de onlangs afgesloten cao-WSW is voor werknemers de mogelijkheid opgenomen om 2 jaar voor de ingangsdatum van hun pensioen vervroegd uit te treden met een vaste uitkering per maand (zonder vakantietoelage en eindejaars-uitkering en geen pensioenopbouw).
SE: Standaard eenheid Is een formatieplaats, gecorrigeerd naar de mate van handicap. Voor een ernstig arbeidsgehandicapte geldt een factor van 1,25 t.o.v. de licht of matig gehandicapten. STT: Sociaal Team Texel Het STT is op Texel in plaats gekomen van de afdeling Sociale Zaken en Welzijn sinds gemeenten in Nederland in 2015 uitvoerder zijn geworden van de Participatiewet. Het STT is het aanspreekpunt betreffende zorg, jeugdzorg, WMO, werk en inkomen. SW: Sociale werkvoorziening Ca. 100 sociale werkplaatsen voeren in Nederland de WSW uit. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen De organisatie die ontstaan is door de samenvoeging van de vroegere bedrijfsverenigingen. Verzorgt de indicatiestelling voor de WSW en de Participatiewet. Het UWV is verantwoordelijk voor de re-integratie van personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De Bolder is vanaf 2018 op Texel het enige bedrijf aan wie een aanbesteding gegund is voor deze trajecten. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (tot 2015 Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten). Tot 2015 bood deze wet werk, arbeidsondersteuning en een voorziening voor inkomensachteruitgang aan jonggehandicapten en studenten. Vanaf 2015 is de toegang tot deze wet beperkt tot personen zonder enige arbeidsmogelijkheden.
WIA: Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen Bevordert dat werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn aan het arbeidsproces blijven deelnemen en regelt de inkomensverzekering van deze personen. WNT: Wet normering topinkomens Deze wet begrenst de maximale bezoldiging van functionarissen in de publieke en semipublieke sector. WSW: Wet sociale werkvoorziening De wet biedt mogelijkheden om personen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking werk onder aangepaste omstandigheden te bieden. Dit kan bij het eigen bedrijf van de sociale werkvoorziening of bij bedrijven en instellingen die aan het plaatsen van een persoon met een beperking kunnen en willen meewerken. De wet is in 2015 voor nieuwe gevallen vervangen door de Participatiewet. WW: Werkloosheidswet De wet biedt voor werknemers een verplichte verzekering tegen inkomensachteruitgang wegens werkloosheid. WWB: Wet werk en bijstand Deze wet werd door de gemeente uitgevoerd en regelde de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand. De wet is in 2015 omgelabeld tot Participatiewet en omgevormd tot de opvolger van de WSW, de Wajong en de WWB met een geïntegreerde aanpak van de onderkant van de arbeidsmarkt.
1 Raadsvoorstel Begroting 2022 Leer-werkbedrijf De Bolder incl. samenvatting
Advies
1
B&W 0 Raad
Nummer
05-10-2021
Begroting 2022 Leer-werkbedrijf De Bolder De Begroting 2022 van Leer-werkbedrijf De Bolder wordt ter vaststelling aangeboden.
Commissie Portefeuillehouder
R. van de Belt
Doelenboom Programma
2
Zorg voor elkaar, veiligheid op orde
Maatschappelijk doel
2.2.
Deelname aan de samenleving stimuleren
Beleidsdoel
2.2.1
Arbeidsparticipatie bevorderen
Operationeel Doel
2.2.1.6
Werkervaringsplaatsen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt creëren
Advies Het College stelt de Raad voor om: 1. De begroting 2022 van Leer-werkbedrijf De Bolder vast te stellen. 2. Het tekort bij de programmabegroting 2022 zijnde € 134.400: a. Te dekken voor het jaar 2022 € 78.800 uit de egalisatiereserve De Bolder; b. het restant zijnde € 55.600 te dekken door een incidentele bijdrage uit de Algemene reserve van de gemeente Texel; c. bij de perspectiefnota 2023 en/of via een separaat voorstel zal De Bolder komen met toekomstvisie voor Leer-werkbedrijf De Bolder daarin opgenomen een financieel meerjarenperspectief. 3. De begroting van Leer-werkbedrijf De Bolder op te nemen in de gemeentelijke begroting via de reguliere begrotingsprocedure.
Consequenties Financieel
Bijlagen Ja Nee
Personeel/Organisatie Ja Nee
Regie
Ja Nee
Structuurvisie
Ja Nee
Juridisch
Ja Nee
Belanghebbenden
Ja Nee
Beleid
Ja Nee
OR / GO
Ja Nee
Inkoop/Aanbesteding
Ja Nee
Communicatie
Ja Nee
Deregulering
Ja Nee
Zaaknummer
--
1. Begroting 2022 Leer-werkbedrijf De Bolder
Toelichting: Doelstellingen De Bolder De doelstelling van de WSW/Participatiewet is het bieden van of het bemiddelen naar werk aan die inwoners van de gemeente met afstand tot de arbeidsmarkt. De Bolder heeft zich afgelopen jaren ontwikkeld als dé re-integratiespecialist voor alle Texelaars, die een steuntje in de rug nodig hebben bij het vinden of houden van regulier werk. Het belangrijkste onderdeel van de inkomsten is de bijdrage van het Rijk voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (WSW). Daarnaast is De Bolder uitvoerder van de Participatiewet (PW) voor gemeentelijke doelgroepen en levert De Bolder trajecten in opdracht van het UWV, de reclassering, het (speciaal) onderwijs en voor andere werkgevers op Texel en haalt De Bolder opbrengst uit de eigen productie. De Bolder richt zich op verschillende groepen Texelaars met een afstand tot de arbeidsmarkt: 1. Vanuit de WSW 2. Vanuit de Participatiewet (mensen met een bijstandsuitkering of andere ondersteuningsvraag) ● Arbeidsfit maken ● Een gemeentelijke doorstroombaan ● Een doorstroom- en matchingstraject naar vacatures bij werkgevers op Texel ● Jobcoaching ten behoeve van duurzame plaatsingen ● Bieden van beschut werk 3. Vanuit de reclassering (taakgestraften) 4. Vanuit het UWV (inwoners met een WIA-/Wajong-/Ziektewetuitkering) 5. Voor Nieuwe Nederlanders 6.
Vanuit het onderwijs (leerlingen van het Speciaal Onderwijs, VMBO en MBO) 7. Tweede spoor trajecten in opdracht van werkgevers op Texel (medewerkers die wegens uitval niet kunnen terugkeren op hun oude werkplek) 8. Mobiliteitstrajecten in opdracht van werkgevers op Texel In 2022 dragen we bij aan de volgende ambities: ● Bijdragen aan een vitale sociaal-maatschappelijke structuur op Texel ● Beperken van het aantal uitkeringsgerechtigden ● Streven naar meer inhoudelijke samenwerking tussen ketenpartners op de Texelse arbeidsmarkt ● Toeleiding van niet-werkenden naar vacatures / kansbanen op Texel (Groen, Retail, Facility, Zorg) ● Duurzamer versterken van de arbeidsmarktpositie door het opzetten van leer- werktrajecten. Begroting De begroting 2022 van De Bolder is voor het eerst in zijn bestaan niet sluitend. Alle kosten die bij De Bolder worden gemaakt – salarissen voor de medewerkers en het ambtelijk personeel, kosten voor de productie, grondstoffen, gebouwen, installaties etc. – moeten door de opgetelde inkomsten uit subsidies en eigen productie worden opgebracht. Het lukt niet meer om binnen de eigen begrotingskaders van De Bolder deze rekensom sluitend te maken. In de begrotingen en jaarverslagen van De Bolder van de afgelopen jaren werd dit schrikbeeld al meermaals aangekondigd. De kentering in bezetting en productiviteit krijgt nu echt tastbare consequenties.
Dekking tekort 2022 Om het ontstane tekort van €134.400 op te vangen stellen we voor 2022 voor om € 78.800 te dekken uit de egalisatiereserve van De Bolder en voor het resterende tekort ad € 55.600 (de jaarlijkse vaste bijdrage aan de gemeente van € 15.000 én de bijdrage aan ict van € 40.600) een beroep te doen op de algemene reserve van de gemeente.
Toekomst Eind 2020 is een proces gestart om alle vraagstukken en dilemma’s om te vormen naar een aantal keuzescenario’s wat betreft de toekomst van De Bolder. Ook de Texelse gemeenteraad heeft hierom gevraagd. De dynamiek en ondernemingsopdracht van De Bolder, de verantwoordelijkheidsvraagstukken, de financiële kansen en bedreigingen vereisen een duidelijke (bestuurlijke) langetermijnvisie op de toekomst van De Bolder (binnen de bredere context van het Sociale Domein op Texel). Deze wordt tegelijkertijd met de visieontwikkeling Sociaal Domein in december aan de raad voorgelegd. Belangrijkste wijzigingen financiële kaders ten opzichte van 2021 1. Omzet ten opzichte van 2021 verhoogd met 2,9% als gevolg van prijsverhogingen richting afnemers. 2. De eerder overeengekomen regeling Beschut Werk (boven het verplichte quotum geen vergoeding voor begeleiding) wordt opgeheven. Vanaf 2022 geldt volledige vergoeding voor werkelijk gerealiseerde plaatsen (voor 2022 minimaal 16). 3. De vergoeding voor begeleiding wordt niet meer per maand betaald, maar per aangemeld reintegratietraject, ongeacht de lengte ervan. Dit doet meer recht aan tegemoetkoming voor de vaste kosten van De Bolder. 4. Er is een speciale vergoeding voor inburgeringstrajecten vastgesteld, gebaseerd op de huidige voorstellen rondom de taakverdeling STT-De Bolder-Vluchtelingenwerk-Stichting Texels Welzijn.