Agendabundel
Tekst van het document
22
Bestaande bomen Den Burg
Bestaande bomen locatie Den Burg met 6m ruimte
Bestaande groenvakken locatie Den Burg
Mogelijke nieuwe bomen locatie Den Burg
Nu is dit voorbeeld de ijsbaan, het is niet de wens die vol te planten, maar de ruimte er omheen lijkt voldoende ruimte voor ca 60 bomen te bieden. Deze locaties moeten natuurlijk op
kabels en leidingen worden onderzocht, maar het toont wel aan dat er voldoende locaties beschikbaar zijn.
Het resultaat van Den Burg:
Bestaande bomen
Simulatie nieuwe bomen
23
Totaalbeeld
Dit zelfde is bekeken voor extra groenvakken. Waar ligt momenteel verharding die in een groenvak gewijzigd kan worden? Ook hier is het een theoretisch exercitie, maar geeft wel inzicht wat er aan mogelijkheden is. Er wordt dus onderzocht waar momenteel verharding ligt, die mogelijkerwijze omgevormd kan worden naar een groenvak. Er moet dan wel 1.80m rond het vak aanwezig zijn en om het groen op “toekomstige” manier te onderhouden is van een vak van minimaal 1 m breed en 20 m2 groot uitgegaan. Het resultaat van deze analyse is dat voor
de gehele gemeente 193.420 m2 in theorie te ontharden is.
Huidige verharding Den Burg
Mogelijkheden
Er zijn dus voldoende mogelijkheden om te vergroenen, meer dan men in eerste instantie misschien zou denken. Dit zal verder uitgewerkt moeten worden. Over de kwaliteit van het huidige bomenbestand en het beheer wordt in deel 2 nader ingegaan.
3.2.4 Monumentale en waardevolle bomen Ook is belangrijk monumentale en waardevolle bomen te beschermen. Daartoe staan deze bomen op een monumentale bomenkaart. Deze bomen hebben een beschermde status. We leren daaruit welke bomen het goed doen op Texel en willen we het toepassen van deze
bomen stimuleren bij nieuwe plannen. Ook zijn er bomen die zich kunnen ontwikkelen tot volgende generatie monumentaal, het is goed deze bomen al aan te wijzen en ze op voorhand te beschermen.
3.2.5 Bestaande bomen en Zonnepanelen In het kader van de energietransitie is het aantal zonnepanelen sterk toegenomen. De verwachting is dat dit de komende tijd nog verder groeit. Enerzijds dragen zonne¬panelen bij aan de opwekking van duurzame energie, anderzijds dragen bomen bij aan de verbetering van het klimaat. Het algemeen belang van bomen prefereert boven het individueel belang van bewoners/VVE’s en zij dienen daar rekening mee te houden.
Juridisch kader: In artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek worden vormen van hinder genoemd. Of sprake is van onrechtmatige hinder is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Het maatschappelijk belang van bomen is in de basis groter dan het individuele belang van de eigenaar van zonnepanelen. Ook is sprake van het ‘anterioriteitsbeginsel’. Simpel verwoord, wat was er eerder, de boom of het zonnepaneel? 24
• (schuur)schade door takken dichtbij gebouw -> snoei (innemen takken); • ernstige overlast door schaduw (> 6 uur/dag in de woonkamer -> snoei (innemen takken).
Standpunt gemeente Texel: Overlast door schaduwwerking op een dak met zonnepanelen is bij bestaande bomen geen reden tot kap of (vervroegde) snoei. Rendementsverlies van zonnepanelen is geen reden tot kap. In de regel doet gemeente niets bij: • beperkte schaduw (< 6 uur/dag in de woonkamer tussen 10 en 18 uur); • natuurlijke val van blad, bloesem, zaad en vrucht; • vogelpoep, luizen, spinselmot, allergieën of druipende bomen (honingdauw); • concurrentie met beplanting in tuinen (verminderde groei door wortelconcurrentie); • bestaande bomen in relatie tot zonnepanelen; • monumentale bomen en bomen in de hoofdstructuur.
Kappen van bomen komt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen voor, zoals bij: • veiligheid voor de omgeving. • combinatie van verschillende vormen van overlast. • aantoonbare schade aan fundering, kabels en leidingen. • door noodzakelijke ontwikkelingen in de buitenruimte zoals het reconstrueren van wegen of andere ontwikkelingen. • Uitzichtloze slechte conditie. Een gekapte boom wordt te allen tijde gecompenseerd!
Bij aantoonbaar zware overlast zal de gemeente de boom behouden met ingrepen, zoals bij: • schade aan verharding door beworteling -> verharding herstellen of plaatsen wortelscherm;
3.3 Overig groen In het kader van een groene prettige leefomgeving en in het belang van klimaatadaptatie zal de gemeente het openbaar groen in de wijken zoveel mogelijk in eigendom behouden en in beginsel dus niet uitgeven (verkopen of verhuren). Voor eventuele overgebleven stroken “snippergroen-restgrond” –eigendom gemeente- die voor de gemeente niet van toegevoegde waarde (kunnen) zijn en/of een functie hierin (kunnen) hebben, kunnen aangrenzende particuliere eigenaren desgewenst een verzoek indienen. Verzoeken tot aankoop van “snippergroen-restgrond” worden door de gemeente situatie-afhankelijk beoordeeld. De gemeente geeft in elk geval geen snippergroen-restgrond uit als: • In of vlak naast de betreffende grond kabels en leidingen aanwezig zijn; • De grond onderdeel uitmaakt van een groen-
structuur, groenbuffer dan wel een ecologische verbindingszone; • Er waardevolle beplanting en/of bomen op de gemeentegrond aanwezig zijn; • De omliggende kwaliteit door uitgifte wordt aangetast; • De aangrenzende grond geen eigendom is van de aanvrager; • De grond onderdeel is van (mogelijke) toekomstige ontwikkelingen. Bij uitgifte van snippergroen-restgrond worden door de gemeente de jaarlijks vastgestelde grondprijzen gehanteerd conform de Nota Grondbeleid. De gemeente werkt volgens het ‘Didam arrest’.
25
3.4 Circulariteit De gemeente wil meer circulair gaan werken, dit geldt ook voor het groenbeheer. Uitgangspunt is dat er gezocht wordt naar milieuvriendelijke oplossingen bij de keuze van de materialen die toegepast worden; voor speelondergronden worden in plaats van rubber, boomschors/houtsnippers of gras gebruikt. Met onze grondstoffen gaan we zuinig om: waar mogelijk wordt bijvoorbeeld bestratingsmateriaal in
projecten hergebruikt. Ook voor straatmeubilair kiezen we voor duurzame materialen. Circulaire materialen staan echter nog in de kinderschoenen en we zijn zeer afhankelijk van wat er in de markt beschikbaar is. De nieuwe ontwikkelingen die op de markt komen zijn vaak nog aanzienlijk duurder dan de traditionele. Waar het kan iets niet doen of aanleggen en dus geen gebruik maken van grondstoffen is het allerbeste.
3.5 Gezondheid Groen heeft een positieve invloed op de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners. De gemeente vindt het belangrijk dat de dorpen schoon, veilig en aantrekkelijk zijn om in te verblijven. Inwoners, bedrijven en gemeente leveren daaraan gezamenlijk een bijdrage. In het groen voel je je gezonder. Groen kan uitnodigen om te bewegen en je te ontspannen. Als kinderen kunnen spelen in het groen geeft dat extra stimulans om zich te ontplooien, zich lekker te voelen en gezond te blijven. Voor mensen van alle leeftijden is het gezond om voldoende buiten te komen en te bewegen. Groen kan je gezonder maken, direct door het leefklimaat te verbeteren zoals met verkoeling in de schaduw van een boom en indirect door de helende werking die uitgaat van een groene omgeving. Daarbij moet groen worden ingericht als uitnodiging om te bewegen, spelen, sporten en recreëren, naast het inzetten om het leefklimaat te verbeteren. In de Tuunen gebruiken we de Spin van LouisBolk-instituut. Naast fysiek, gaat het ook over sociaal welbevinden waar groen in de buurt een essentiële rol bij speelt.
zicht op de speelplekken vanuit woningen of nabijgelegen horeca. • Ieder dorp heeft voldoende (natuurlijke) speelplekken voor diverse doelgroepen. • Speel- en zitbomen maken. • Netwerk van routes met schaduwrustplaatsen inrichten voor woon-werkverkeer en recreatief gebruik, als aanleiding om te bewegen (fietsen, wandelen, paardrijden etc). • Recreatieve verbindingen tussen dorpen en buitengebied. Daarom is groen en de instandhouding daarvan cruciaal voor een prettige leefomgeving. Groen is namelijk van groot belang voor de leefbaarheid (vermindert wateroverlast, koelt in de zomer, zorgt voor biodiversiteit) en de volksgezondheid (betere gezondheid en hoger welzijn, sociale cohesie). Bovendien draagt groen bij aan de economie (hogere WOZ waarde en trekt bedrijven). Groen haalt de natuur van de buitengebieden dichterbij de woonwijken.
Uitgangspunten • Waar schakels in het netwerk ontbreken deze aanvullen. • Mogelijkheid om te recreëren / spelen in de nabijheid. • De gemeente zoekt samen met bewoners locaties voor spelen, recreatie en extensieve sportbeoefening waar dat nog ontbreekt en kiest een passende inrichting afgestemd op de doelgroep. • Spelen kan in het groen op veilige plekken. Sociale controle wordt gestimuleerd door de aanwezigheid van bankjes, waar mogelijk 26
3.6 Educatie/communicatie De gemeente zet in op educatie van haar inwoners en de toeristen op het gebied van groen d.m.v. Informeren, informatie op locatie en via onderwijs (bijv. schoolpleinen). Het belangrijkste aspect daarbij is draagvlak creëren. Daarnaast is het belangrijk de bewoners te laten ervaren dat minder bestrating helpt bij klimaatadaptatie en meer insectvriendelijk beplanting bijdraagt aan biodiversiteit.
tegelwippen), groene daken, insectvriendelijke beplanting etc. • Informatie geven over (subsidie)mogelijkheden voor groene daken en gevels. • Maatregelen op het gebied van flora en fauna zo communiceren dat mensen begrijpen waarom keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld bij het ophangen van vogelkasten, afsluiten van gebieden voor publiek, het kappen van bomen, keuzes in beplanting. • Groenvoorzieningen beschikbaar stellen die zich lenen om bewoners actief te betrekken en te laten leren over groen. • Bij groene bewonersinitiatieven educatie over groen stimuleren. • Vooral aandacht voor kinderen in de lagere schoolleeftijd en hun ouders om groen te beleven, ook in de directe schoolomgeving zoals op schoolpleinen en moestuinen.
Daarom gaan wij: • Actief kennis delen over klimaatverandering met diverse partijen en inspireren met voorbeelden van vergroening. • Informeren over de gevolgen van klimaatverandering, urgentie en belang van maatregelen (zie ook uitvoeringsagenda klimaatadaptatie). • Informeren inwoners en ondernemers over wat zij zelf kunnen doen: regentonnen gebruiken, groen in plaats van tegels (actie
3.7 Hoofdgroenstructuur Texel Op Texel vinden we veel landschap met grote kwaliteit, grote delen zijn van SBB, Natuurmonumenten, defensie, provincie en HHNK stukken in gebruik. Deze gebieden kennen bijzondere waarden voor natuur en natuurbeleving en vormen onderdeel van de al aanwezige groene infrastructuur. Daarnaast kennen de gebieden landschappelijke waarden. Voor de bewoners en toeristen bieden deze gebieden de mogelijkheid om op loop- en fietsafstand van hun woonomgeving van het natuur te genieten. Dankzij dit landschap “om de hoek” heeft Texel een aantrekkelijke uitstraling en is het groen overal dichtbij en goed bereikbaar, samen met boerenerven en winsingels. Binnen de gemeentegrenzen zijn vooral de boombeplanting die als groene verbindingen in de dorpen gelden. Deze groene lijnen geven structuur aan de dorpen. Beplanting speelt een belangrijke rol bij oriëntatie en herkenbaarheid en bepaalt de identiteit van de plek. Tegelijkertijd biedt dit ruimte aan ecologische verbindingen, het vasthouden, afvoeren en bergen van piekbuien en het tegengaan van hittestress. Hierbij gaat het om bermen, straatbomen, tui-
Kaart: huidige structuur
27
nen van particulieren en bedrijven, braakliggende percelen, bosplantsoen, windsingels.
ren vanuit het buitengebied naar de dorpen tot op het niveau van de straatbomen.
Indien we de kaarten met bomen en windsingels bezien ontdekken we “gaten” en zien dat sommige landschappelijke structuren niet doorlopen in de dorpen. Het is dus belangrijk te streven naar robuuste groenstructuren. Alle functies van het openbaar groen zijn gebaat bij een substantiële, robuuste maat. De Texelse groenstructuur is opgebouwd vanuit de structu-
Noodzaak is om de huidige Texel groenstructuur te ontwikkelen tot een volledig netwerk. Alle inspanningen, van beleid, ontwerp tot en met beheer, zijn gericht op het tegengaan of opheffen van versnippering.
3.8 Groen in de dorpen Texel wil naar groenere dorpen met minder verharding, aantrekkelijk, leefbaar en toekomstbestendig zijn. Groen vormt daarbij een belangrijke pijler. De bestaande identiteit moet behouden blijven en worden versterkt. Qua beleid vinden we het belangrijk dat er een heldere structuur per dorp ontstaat. Bijna elk dorp ligt in een ander landschap met zijn eigen vegetatiekenmerken waardoor het groen in de dorpen een eigen karakter krijgt. Per dorp kunnen we dan integraal bezien welke maatregelen het meest effectief zijn. Boomstructuren die zijn onderbroken willen we aanvullen, meer groen toevoegen zowel bomen als beplantingsvakken, water waar mogelijk koppelen en te kleine beplantingsvakken vergroten en verlagen waar mogelijk. Ook zal er diversiteit aan het sortiment worden toegevoegd,
hiermee verminderen we de kans op ziekten en plagen en vergroten we de biodiversiteit. Elk dorp heeft wateroverlast en hittestress op lokale plekken. Daarom is het zaak regenwater vast te houden, te bergen en vertraagd af te voeren. Hittestress kunnen we verminderen en minimaliseren door het toepassen van de 3-30300. Daarnaast gaan we: 1. Verharding zonder functie (zgn. “zinloze verharding”) omvormen naar een plantvak; 2. Parkeerplaatsen vergroenen met open constructies, waar gras in kan groeien; 3. Gazon opwaarderen naar bosplantsoen of kruidenrijke vegetatie; 4. En daken vergroenen.
3.9 Kansen Landschap We hebben nu het huidige landschap geanalyseerd en willen we de ambities die Texel heeft uitgesproken op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit, cultuurhistorie, gezondheid en educatie als volgt vertalen.
Zeepolders: Verschil strand en zeepolders benadrukken door toevoegen windsingels, in gesprek gaan over mogelijke transitie minder productieve gronden voor versterking biodiversiteit. Waterberging creëren.
De opgesomde wensen zijn vertaald in een toekomstbeeld voor Texel.
Strandpolders: Vasthouden aan openheid, ligging dorpen benadrukken met bomen, erven inpakken met beplanting. Waterberging creëren.
Ambities landschap: Oude Land: Vasthouden structuur, toevoegen tuunwallen en waterlopen.
Binnenduinrand: Meer diversiteit in bosgebieden toevoegen door variatie in beplanting 28
Ambitiekaart
0 0
-- "'J' ..,
.
-
0
'"'
.,,
,
\
Bestaand NNN Windsingels toevoegen in blokken Erven in planten Bloemrijke bermen Meer diversiteit in bosgebieden Heester aanplant Toevoegen Tuunwallen Natuurvr. oevers bij bestaande sloten + sloten toevoegen Per dorp bomenstructuur aanvullen
29
Kansenkaart: toekomstige structuur Texel
30
4. Overzicht planning en middelen Hieronder zijn alle acties en projecten weergegeven in een planning, onderverdeeld in termijnen: 2025, korte termijn (2026-2027) en lange termijn (2028 en verder).
Acties Nr
Planning
Toelichting
2025
Korte termijn (2026-’27)
Lange termijn (2028 ev)
X
Planvorming 1
Behouden en versterken we bomenlanen, bermstructuren en natuurvriendelijke oevers.
X
X
2
Richten we het beheer zo in dat deze een positief effect heeft op de biodiversiteit.
X
X
3
Realiseren we meer groen in de kernen en versterken we de verbinding met het groen buiten de kernen.
4
Zetten we in op een blauw-groene dooradering.
5
Gaan we binnen de bebouwde kom uit van de 3-30-300 regel.
X
X
X
6
Bomen worden niet gekapt (bij gebiedsontwikkelingen) tenzij het echt niet anders kan
X
X
X
7
Worden er geen bomen gekapt t.b.v. zonnepanelen
X
X
X
8
We creëren meer waterberging zowel binnen als buiten de bebouwde kom
X
X
9
We verminderen regenwateroverlast door beperking van verhardingen
X
X
10
Zetten we in op het realiseren van natuurvriendelijke oevers en wadi’s
X
X
11
Vergroenen we parkeerplaatsen (open verharding).
X
X
X
X
X
Onderzoek 12
We zorgen voor een belangrijke groenstructuur in elk dorp
X
13
We zorgen voor een betere aansluiting van de groenstructuur in de dorpen met het omliggende buitengebied.
X
14
Wordt zoveel mogelijk ingezet op het ‘ontharden’ van de buitenruimte, zo vormen we verharding zonder functie om naar een plantvak.
X
15
Gaan we het groen op daken uitbreiden
16
Pilot Groen in Oosterend
X
17
Pilot Groen in De Koog
X
X
Organisatie 18
Bevorderen we de aanleg van authentieke tuinwallen.
X
X
X
19
Aanstelling projectleider groen
X
20
Voegen we ecologisch groen toe aan buurten met weinig natuurwaarden.
X
X
21
Richten we ons op specifieke ecologische groeninrichting en beheer om kwetsbare habitats en locaties met bijzondere plant- diersoorten in hun voortbestaan te beschermen.
X
X
22
Bewoners en gebiedseigenaren bewust maken van klimaatverandering en de mogelijkheden om op eigen terrein (gebouw en tuin) aan groen bij te dragen.
X
X
Uitvoering
23
Bij nieuwe inrichting en beheer raadplegen en toepassen Ecologisch groenbeheer
X
X
X
24
Wordt een gekapte boom altijd gecompenseerd (Ecologische Waarde Potentie).
X
X
X
25
Planten we jaarlijks 100 (1%-1,3% van het aantal bomen) extra bomen op Texel met name in de dorpen
X
X
X
26
Het areaal bosplantsoen vermindert niet, dit betekent dat indien het noodzakelijk is bosplantsoen te verwijderen dit in de directe omgeving wordt gecompenseerd (m2).
X
X
X
27
Is het uitgangspunt om gebiedseigen inheemse soorten te gebruiken
X
X
X
28
Brengen we meer diversiteit in het groen aan
X
X
X
31
Overzicht middelen totaal De acties in deze uitvoeringsagenda vragen ook inzet en kosten. De onderstaande tabel geeft een inschatting weer van de middelen die nodig zijn per actie. Dit betreft een inschatting, nog
Nr. Personele inzet
zonder dat er volledige plannen van aanpak zijn. Desalniettemin is het duidelijk dat meer capaciteit en meer ruimte nodig is om de gestelde doelen te realiseren.
Kosten extern Planvorming
1
Zie nr. 19
-
2
Zie nr. 19
-
3
Zie 16 en 17
-
4
Zie nr. 19
-
5
Zie nr. 19
-
6
Zie nr. 19
-
7
Zie nr. 19
-
8
Zie nr. 19
-
9
Zie nr. 19
-
10
Zie nr. 19
-
11
Zie nr. 19
-
12
Zie 16 en 17
-
Opmerkingen
Onderzoek 13
Zie 16 en 17
-
14
Zie nr. 19
-
15
Zie nr. 19
-
16
Zie nr. 19
€25.000,--
17
Zie nr. 19
€25.000,--
18
Binnen bestaande formatie
-
Wordt opgepakt via de BCF De Lieuw
19
1 fte schaal 10: €80.000,--
-
Betreft aanstelling van projectleider groen voor onbepaalde tijd.
Organisatie
Uitvoering 20
Binnen bestaande formatie
21
Binnen bestaande formatie
22
Zie nr. 19 in samenwerking met team communicatie
23
Binnen bestaande formatie
24
Binnen bestaande formatie
25
Zie nr. 19
26
Binnen bestaande formatie
27
Binnen bestaande formatie
28
Binnen bestaande formatie
€ 80.000,--
Het uitvoeren van een groot aantal genoemde maatregelen zal uitgevoerd worden door de nieuw te werven projectleider groen (maatregel 19). Deze projectleider zal tevens de regie voeren op de maatregelen genoemd onder planvorming. Voorgesteld wordt om voor een tweetal dorpen een pilot uit te voeren om de in deze beleidsnotitie genoemde uitgangspunten verder vorm te geven. De nieuw te werven projectleider groen
zal deze pilots samen met een extern bureau uitvoeren. Op basis van de uitkomsten van deze pilot zal nadere besluitvorming over de te nemen uitvoeringsmaatregelen plaatsvinden.
Samenvattend: Projectleider groen: € 80.000 (structureel) Uitvoering pilot dorpen: € 50.000 (incidenteel) 100 bomen extra planten: €160.000 (structureel) Totaal 2025 € 290.000,-32
5. Hoe van groenbeleid naar groenbeheer? 5.1 Groenprojectplan Uit bovenstaande geformuleerde beleid komen projecten en suggesties voort die op korte termijn implementeerbaar zijn, al in zekere zin uitgevoerd worden en waar nog verder onderzoek gedaan moet worden op toepassing in de bestaande omgeving. In dit hoofdstuk wordt
de koppeling gemaakt van groen beleid naar groen beheer. Uit huidig beleidsplan rollen ook actiepunten die niet (in)direct in verband staan met het groen beheer en deze worden dan ook elders uitgewerkt.
Van eenmalige kosten naar structurele kosten De geformuleerde ambities en aanbevelingen worden pas na implementatie en uitvoering door beheer opgepakt (zie figuur 1). Voor de ambities is tevens een globale berekening van de kosten om dit beleid uit te kunnen voeren, geraamd. De actiepunten die uit het beleidsplan Groene infrastructuur rollen die (in)direct in verband
staan met het groen beheer vragen elk een eigen uitwerking (zie fig. 3). Voordat overdracht aan beheer kan worden gedaan zullen een aantal actiepunten eerst onderzocht moeten worden (zie blauw in figuur 2 en 3), vervolgens planvorming (zie roze in figuur 2 en 3) om uiteindelijk tot uitvoering te komen (zie groen in figuur 2 en 3).
Figuur 1
Figuur 1: middels eenmalig investeringsbudget kan er onderzoek verricht worden om in kaart te brengen waar extra bomen kunnen worden geplant om vervolgens een projectplan op te stellen om deze extra bomen te planten. Na aanplant kunnen deze bomen worden overgedragen aan beheer (structurele kosten voor onderhoud)
33
Figuur 2
Figuur 2: illustratie van het proces ‘van groen beleid naar groen beheer’. De overdracht naar groen beheer vraagt voor elk actiepunt een specifieke uitwerking middels een vaste volgorde: 1) onderzoek, 2) planvorming en 3) uitvoering. Deze drie procesfases zullen eerst doorlopen moeten worden voordat overdracht aan beheer verwezenlijkt kan worden.
34
Figuur 3
32 Figuur 3 Selectie acties uit Groenbeleidsplan
5.2 Financiële consequenties groene investeringsprojecten De voorstellen voor de investeringsprojecten zijn “smart” (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Resultaat en Tijdgebonden) gemaakt. Om een indicatie qua kosten te geven zijn de “groene” ambities berekend. De keuze die we maken – het nieuwe beleidheeft financiële consequenties. De voorstellen voor de investeringsprojecten brengen extra kosten met zich mee. Hierbij is uitgegaan van een toename van het areaal op basis van het huidige areaal. - 11.400 bomen(hier zijn de bomen in bosplantsoenvakken meegerekend maar deze vallen niet onder de herplantregeling). Bij de kosten is rekening gehouden met groeiplaatsverbetering en bijbehorende voorzieningen. Echter niet met maatregelen zoals het verleggen van kabels en leidingen. Dat kan eventueel nodig zijn om het planten van bomen mogelijk te maken.
Groentype
Verhouding areaal
Bosplantsoen
15 %
Heesters
31 %
Vaste planten
4%
Gazon
20 %
Bloemrijk gras
30 %
Totaal
100 %
Na de aanleg van deze investeringen wordt het toegevoegde groenareaal overgedragen en komt het in beheer bij de betreffende afdeling. De financiële consequentie hiervan wordt uitgewerkt in deel 2. Voor de vergroening van Texel is een 5 jaren termijn scenario opgesteld qua investeringen. Dit zijn investeringen die niet separaat lopen met reconstructies vanuit wegen of riool maar die vanuit groenbeleid zijn berekend. De eindtijd van deze structurele investeringen in groen is gesteld op voorlopig 5 jaar en het advies is om deze mee te laten lopen met de inflatie de komende 5 jaar. Vele werkzaamheden kosten tijd in de planvorming en participatie. De gekozen projecten/ambities kunnen meerdere jaren vragen om uit te voeren.
De ‘Vergroening aanleg groete groenvakken’ zijn vakken waarbij de verharding wordt verwijderd en anderzijds vakken die omgevormd worden naar een ander sortiment ten behoeve van de ambitie natuurlijk beheer. Zo kunnen we meer diversiteit aan de huidige beplanting toevoegen of wijziging van bijv. gazon naar bloemrijk gras of van gazon naar heesters en/of vaste planten. Om meer diversiteit te creëren is van onderstaande verhoudingen uit gegaan. Ook is er meegenomen het vergroenen van Parkeervakken.
Deze om te vormen hoeveelheden verharding en aan te planten bomen zijn indicatief. Omdat niet met zekerheid nog te zeggen is waar en hoeveel bomen te planten zijn of verharding te verwijderen is.
Code
Omschrijving
Areaal
stuks
prijs per eenheid
1
Bomen
100
Stuks
€ 1.600,00
€ 160.000,00
2
Vergroening aanleg grote vakken
675
m2
€ 100,00
€ 67.500,00
3
Verharding naar "Groene verharding"
700
m2
€ 175,00
€ 122.500,00
1
€ 80.000,00
€ 80.000,00
VAT/ Projectleider Totaal 1 jaar
Kosten
€ 430.000,00
5 jaar
€ 2.150.000,00
33
5.3 Ambities groenbeheer Als belangrijkste bestuurlijke ambities, kaders en aandachtspunten is in de voorgaande hoofdstukken het groenbeleid geformuleerd en zijn voor beheer de volgende ambities op te nemen: • Behoud en versterken van het groene karakter: Bij gemeentelijke projecten kiezen voor kwalitatief groen dat bijdraagt aan biodiversiteit en klimaatbestendigheid. • Basis op orde: De openbare ruimte voldoet aan het gestelde kwaliteitsniveau en wettelijke zorgplicht. Dat wil zeggen: geen kapitaalvernietiging en het is schoon, heel en veilig. Een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Planmatig werken op basis van inspecties en meerjarenplannen. • Natuurinclusief beheer: Texel streeft naar natuurinclusief beheer. Met een zo natuurlijk mogelijke inrichting, beheer en onderhoud
van het groen, rekening houdend met de functie en ligging. • Duurzaam en klimaatbestendig: Verduurzamen van de leefomgeving, samen met andere stakeholders. Onder andere door verbeteren van groen en biodiversiteit. Duurzaamheid als selectiecriterium bij onderhoud, materiaalkeuze en selectie van aannemers • Leefbaarheid en participatie: Leefbaarheid betekent onder andere gezond, veilig en schoon en waarbij bewoners en werkenden zich medeverantwoordelijk voelen voor hun omgeving. Bewoners zijn belangrijke ogen en oren bij het beheer. Het is gemakkelijk voor bewoners om meldingen te doen en de gemeente reageert adequaat.
5.4 Maatwerk Het beheer is afgestemd op het gewenste eindbeeld en de gebruiksfunctie van het groen. Een duurzame inrichting kiezen, afgestemd op de huidige tijd, waar kwaliteit voor kwantiteit gaat en waar maatwerk wordt geleverd om aan te sluiten bij de specifieke situatie binnen de bestaande openbare ruimte. In nieuwe openbare ruimte wordt groen als volwaardig element ingepast, met een duidelijke functie en met een eigen begroting, zodat de gewenste waarden van groen optimaal tot hun recht komen en de middelen beschikbaar zijn. Er wordt gelet op duurzaamheid en circulariteit door kwaliteit voor kwantiteit te stellen, het juiste plantma-
teriaal te kiezen en rekening te houden met levensduur en vervangingstermijnen. Hiermee ontstaat afstemming tussen het ontwerp en aanleg en het uiteindelijk beheer van het groen. Dit levert voordeel op. Bij (her-)ontwikkelingen waar groen wijkt wordt passende compensatie gezocht in de directe omgeving van de ontwikkeling. Snippergroen en restgroen wordt te allen tijde voorkomen bij nieuwe ontwikkelingen. In de bestaande situatie wordt gekeken naar passende oplossing om dure reststroken te verwijderen of af te stoten.
5.5 Huidige bomen groeiplaatsverbetering Als belangrijkste uit de voorgaande hoofdstukken is dat helder is vastgelegd hoe de gemeente met de belangrijkste groenstructuren en haar bomen omgaat. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat er meer bomen moeten toevoegen (wat consequenties voor de onderhoudsbudgetten zal hebben) en zuinig om moeten gaan met het huidige bomenbestand. Voor de huidige bomen zal veel groeiplaatsverbetering moeten plaatsvinden, naast een protocol – hoe gaan we
om met aanwezige bomen - bij ontwikkelingen. Hiervoor zal aansluiting gezocht moeten worden bij het Norminstituut Bomen om kennis op te halen en te kunnen delen. Belangrijk is dat bomen vitaal oud kunnen worden met voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte. Monumentale en waardevolle bomen krijgen hier een bijzondere plaats in.
34
5.6 Ander beheer Tevens is duidelijk geworden dat met ander beheer er meer diversiteit wordt toevoegen, wat vraagt om aanpassing van het sortiment, en meer natuurlijk beheer. Beheer is daarmee een belangrijke sleutel voor het succes van Texel op biodiversiteitsgebied. Niet alleen aanpassing op het maaibeheer, maar ook anders omgaan met beplantingsvakken ( groter en met meer natuurlijke beplanting passend bij Texel). De nieuwe wijze van onderhoud vraagt om opleiding van de medewerkers, ook het toevoegen van een ecoloog aan het personeelsbestand zou helpen. Deze kan de medewerkers ondersteunen en uitleg geven aan de inwoners van Texel
Natuurlijk beheer Natuurlijk beheer verschilt sterk van traditioneel beheer. Bij naOok grotere plantvakken met begroeiing die thuis hoort op tuurlijk beheer wordt er meer ruimte aan de natuur gegeven in Texel helpt bij dit beheer. Naast het laten liggen van dood en plantsoenen en groenstroken en daarmee zorgen we voor zowel snoei hout – een nestplaats voor insecten en vogels- mogen (on) flora als fauna. Hierdoor ontstaan betere leefgebieden van alkruiden blijven staan. Wel meer aandacht voor het verwijderen lerlei soorten met schuil- en voedselplekken en vergroten we de van zwerfvuil is nodig. Dus minder schoffelen en gericht “schobiodiversiteit. Mensen, dieren en planten leven naast én met elnen”. kaar. Daarom is het zo belangrijk dat er juist zoveel mogelijk variatie (dicht/ open/ droog/nat etc) creëren in de openbare ruimte. Belangrijk is om goed te communiceren over natuurlijk beheer. Natuurlijk beheer levert een ander beeld op dan regulier beheer. Dat vraagt om een heldere communicatie en participatie Eén van de beste voorbeelden hierbij zijn gazons en bermen. Een gangbare maaibeurt kan een plek drastisch veranderen op maat waarin het verhaal over het waarom duidelijk wordt.
(wegmaaien schuil- en voedselplek van allerlei diersoorten) en kan leiden tot ruige en eentonige begroeiingen waar grassen Het effect van ander maaibeheer en onderhoud van beplanting overheersen en weinig bloemen voorkomen. is vaak pas op langere termijn zichtbaar en kan het enige tijd duHet streefbeeld is de hele zomer bloeiende planten, zodat inren voordat er een bloemrijke grasvelden en bermen ontstaan. In andere situaties kan het juist om het vergroten van de oversecten over een lange periode nectar vinden en het beeld voor mensen aantrekkelijk is. Maar zo maaien vraagt om maatwerk en levingskansen van wilde bijen (350 soorten) en vlinders (ruim 50 een goed onderhoudsplan om te voorkomen dat zwerfafval soorten dagvlinders en 2400 nachtvlinders) zijn en daardoor achterblijft op plekken waar minder intensief gemaaid wordt en geeft dit een ander beeld, waarbij plekken blijven staan. de begroeiing wat hoger is. Het is belangrijk deze processen langjarig te volgen om resultaSommige locaties kunnen we niet omvormen door bijv. de reten meetbaar te krijgen. Dat vraagt om intensieve begeleiding, creatieve functie die ze hebben, daar blijven we intensief maaiwaarbij een ecoloog input kan geven aan (maai)bestekken, toeen - sportvelden, speelveldjes of picknickplekken.
Direct langs zicht houdt op de uitvoering, het beheer uitlegt aan bewoners de verhardingsranden wordt ook intensiever gemaaid. Om plat- en als vraagbaak dient voor groenbeheerders. Op deze wijze gevallen halmen op het trottoir te voorkomen. kunnen we telkens een stap zetten in natuurlijk beheer.
35
36
Groenbeheerplan .txl 2024
37
Groenbeheerplan Het college vindt dat deze versie zich bijna uitsluitend concentreert op op peil brengen van het groenbeheer volgens de huidige doelstellingen en onvoldoende concreet maakt hoe we de ambities kunnen vertalen in toekomstgericht groenbeheer. We vinden wel dat we een begin moeten maken met opplussen van de capaciteit van Groenbeheer. En stellen daarvoor 240K structureel beschikbaar. Ook stellen we 80K structureel beschikbaar voor nieuw groen waaronder de aanplant van extra bomen, inclusief het andere beheer dat daaruit voortvloeit. Zo creëren we in een leerproces de voorwaarden en verdere onderbouwing voor een robuust Groenbeheer waarbij de nieuwe ambities verder in de praktijk worden vormgegeven. De in de 2 pilots opgedane ervaring verwerken we bij de begroting van 2027 in een nieuw voorstel hoe we ambities en uitvoeringspraktijk met elkaar verbinden.
38
DEEL 2 Beheerplan 1. De doelstellingen voor dit groenbeheerplan zijn: • Inzicht geven in het huidige areaal en kwaliteit van het groen en hoe het beheer wordt uitgevoerd. • Het huidige groenbeheerplan (2018-2023) is verlopen en de inhoud is achterhaald. • Afstemmen van budgetten en capaciteit in relatie tot de huidige en gewenste (beeld) kwaliteit. • Het bieden van een oplossingsrichting voor
de inzet van de beschikbare capaciteit. • Door de verminderende capaciteit is het onderhoudsniveau onder druk komen te staan. • Inzichtelijk maken van de personele en financiële consequenties door de verwachte areaaltoename in de komende jaren. Het plan beslaat 5 jaar. Wanneer het groenbeleid zoals het voorstel er nu ligt wijzigt, moet het beheerplan geactualiseerd worden.
2. Wet en regelgeving, gemeentelijk beleid Duidelijk gemeentelijk Groenbeleid biedt kaders voor goed Groenbeheer. Onduidelijke beleidskaders hebben invloed op het beheer en de uitvoering daarvan. Maar ook invloed op de beleidskaders die gesteld moeten worden rondom beheren bomen en invasieve soorten. Ook nieuwe wetgeving en overkoepelende maatregelen zoals Biodiversiteit hebben invloed op het
beheer. Er was onvoldoende basis om uitspraken te doen over thema’s die nu actueel zijn in het groenbeheer. Met de in de projectenlaag benoemde onderzoeken en participatie kan er een visie/structuurplan per dorp en landschap ontstaan van waaruit het beheer aangepast kan worden. Dit geld niet alleen voor Groen maar ook voor de andere beheertaken.
3. Wat heeft de gemeente aan areaal? Groentype
Areaal
Eenheid
Bomen
11.351
Stuks
Bodembedekkende heesters
1.452
M2
Heesters
54.627
M2
Vaste planten
1.972
M2
Beplanting
Struikrozen
M2
Hagen en blokhagen
28.429
M2
Bosplantsoen
189.348
M2
Gras- en kruidachtigen
368.570
M2
Sportgras
31.698
M2
Windsingels
46,2
km
Tuinwallen
275
are
De gemeente Texel beschikt over ca. 11.400 (geregistreerde) bomen in beheer en circa 180 hectare beplantingen, gras- en kruidachtigen. Het grootste deel hiervan (circa 84%) bestaat uit gras- en kruidachtigen. Daarnaast bestaat ongeveer 10% van het areaal uit bosplantsoen 39
hagen en vaste planten. Ook worden watergangen en vijvers, belangrijk voor het onderwaterleven, beheerd. (Een groot deel van de watergangen binnen de bebouwde kom worden beheerd door Waterschap Hollands Noorderkwartier). De tuunwallen, de begraafplaatsen, oorlogsmonumenten en sportvelden worden onderhouden en beheerd. Naast het groenareaal valt onkruidbeheersing op verharding en verwijderen van zwerfvuil op verharding onder het groenbudget en is meegenomen in dit beheerplan. Ook het beheren en de aanpak van invasieve exoten vallen onder groenbeheer maar zijn in het verleden niet gebudgetteerd. Het areaal openbaar groen is vastgelegd in het gemeentelijk beheersysteem. In de onderstaande tabel en figuren zijn de areen ongeveer 6% uit overige beplantingen, zoals
aalgegevens (d.d. 1-7-2023)inzichtelijk gemaakt.
40
Figuur 1 Areaal gegevens
3.1 Definitie en beheerdoel per groentype Elk groentype heeft een eigen beheerdoel. Een grasveld kan als doel hebben om er op te spelen of een balletje te trappen. Of je hebt een grasveld waar een enkele boom staat maar dat verder niet wordt gebruikt. Elke situtatie vraagt om specifiek beheer. Een grasveld voor spelen zal anders beheerd worden dan een veld met enkele bomen. Een veld met bomen kan iets
minder vaak gemaaid worden en daar zou zich een kruidenlaag mogen ontwikkelen. Maar ook bij een speelveld zou aan de randen een iets hoger grastype mogen ontstaan. In bijlage 7 staat een overzicht met daarin de definitie per groentype en het beheerdoel.
4. Hoe was de kwaliteit van het groen bij de inspectie in 2020? In 2020 heeft een kwaliteitsinspectie op basis van beeldmeetlatten van de CROW plaatsgevonden. De technische kwaliteit van het groen (beplanting, bosplantsoen, hagen en gras) is toen geïnspecteerd.
grasvlakken in een aantal dorpen kale plekken/ oneffenheden. De raad heeft toen budget ter beschikking gesteld om meer onderhoud en vervangingen uit te voeren. Het budget is verdeeld over een aantal jaren en is deels besteed aan snoei, renovatie van beplanting en grasrenovaties.
De conclusie: De kwaliteit van de beplanting was in veel dorpen niet op orde. Heesters hadden snoeiachterstand of kale plekken wat vroeg om omvorming van het vak. Daarnaast hadden 41
4.1 Wat is de kwaliteit van het groen nu? Bij de huidige inspectie samen met de groenbeheerder (dorpen en buitengebied) is er geconstateerd dat omvormen naar grotere plantvakken noodzakelijk is voor gestructureerd onderhoud. Kleinere vakjes zijn veel arbeidsintensiever en groeien vaak slechter dicht. Ook voor de ecologie zijn grote vakken gunstiger. Dat vraagt bij het ontwerp om een andere aanpak. Ook is geconstateerd dat er in een aantal wijken het complete groen vervangen zou moeten worden. Dat vraagt eigenlijk om een gehele reconstructie van een wijk (bijvoorbeeld Noordwester Den Burg), dus inclusief verharding. Dit
is financieel niet op te brengen uit de onderhoudsbudgetten groen, dus zal dit mee moeten liften bij een reconstructie van die wijk. Dat kan nog de nodige jaren vergen. De komende jaren staan er een aantal wegen in de planning, het groen zal daarbij integraal worden meegenomen. Gezien de ambities uit dit beleidsplan zal een extra impuls nodig zijn voor het groen. Dit kan niet uit de huidige onderhoudsbudgetten komen. Deze wijken blijven in de huidige vorm onderhouden worden. Er worden nog geen zaken aangepast (plantvakken worden nog niet omgevormd).
5. Kwaliteit bomen 5.1 Huidig areaal Het bomenbestand bestaat uit ca.11.000 bomen en omvat meer dan 60 hoofdboomsoorten. Waarvan ca. 8.000 in bosplantsoenen en beplantingen. Deze bomen hebben vaak de beste groeiomstandigheden. Waarbij de bomen in verhardingen vaak in slechte omstandigheden moeten groeien. Door keuzes bij de aanplant in het verleden en bijvoorbeeldgebruik van strooizout komen deze bomen vaak niet tot volle wasdom. Deze bomen vormen voor beheer vaak ook een uitdaging. Het diverse boomsoortenbestand is positief voor de biodiversiteit. De meeste boomtypes zijn straat- en
laanbomen. De soorten esdoorn, els, es, eik en iep vormen gezamenlijk meer dan de helft van het totaal aantal bomen. De meeste bomen zijn vrij jong. Bijna de helft van de bomen is jonger dan 20 jaar en 5 % van de bomen is ouder dan 50 jaar. De leeftijd van de bomen wordt ook weerspiegeld in de hoogte. Advies is om een nieuw bomenstructuurplan/beleid te maken om bomen meer zekerheid te geven en daarmee ook een duidelijker beeld te geven voor welke opdracht de Uitvoering staat. Maar ook om zo het bomenbestand beter te borgen.
Figuur 2: Leeftijd bomen
Figuur 3: Hoogteklasse bomen
42
es is zorgelijk i.v.m. de essentaksterfte. Bij aantasting zou dit bijna 10% minder bomen kunnen betekenen
Esdoorn en Els zijn de belangrijkste soorten, samen goed voor 35%, met es erbij is dat 44% en eik erbij 50%. Deze 4 boomsoorten beslaan de helft van het aantal bomen op Texel. De 9%
1. Acer = Esdoorn 2. Alnus = Els 3. Fraxinus = Es 4. Quercus= eik 5. Ulmus= Iep 6. Populus= Populier 7. Tilia= Linde 8. Betula= Berk 9. Salix= Wilg 10. Sorbus= Lijsterbes
Figuur 4: Soorten bomen
5.2 Boomveiligheid De uitgangspunten voor de inrichting en het beheer van bomen liggen vast door gebruik van het Handboek bomen. De gemeente controleert (in het kader van de wettelijke zorgplicht - boomveiligheidscontrole (BVC) – eenmaal per 3 jaar, dus jaarlijks 1/3 van het bomenbestand. De BVC geeft een goed inzicht in de vitaliteit en de veiligheid van het bomenbestand. De conditie is voldoende bij ca. 60% van het totaal aantal bomen, wel zijn er op dit moment snoeiachterstanden. Op de ‘Bomenlijst’ is vastgelegd voor welke beschermwaardige bomen een ontheffing nodig is om te mogen kappen. De regelgeving voor bewoners wordt op deze manier vereenvoudigd. En dat biedt ook handvatten in het omgaan met klachten en meldingen van bewoners. Bomen die niet op de Bomenlijst staan zijn vergunningsvrij zowel voor de bewoners als de gemeente. Maar elke gekapte boom van de gemeente dient wel gecompenseerd te worden volgens staand beleid. Om een duurzaam bomenbestand te realiseren dient een boom vakkundig gesnoeid en begeleid te worden, wordt er bij het plaatsen 43
van een boom rekening gehouden met de grondsoort en factoren als wind, vorst, verharding en vochtigheid. Er worden boomsoorten geplaatst die passen bij de locatie en de standplaats (ondergronds en bovengronds), waarbij er voldoende ruimte is en de bomen jaren meegaan. Dat betekent ook dat als de omgeving verandert er gezorgd moet worden dat deze bomen ruimte en bescherming krijgen. Dat is een randvoorwaarde om de bomen in de toekomst te beschermen. Met deze aanpak wordt een bomenbestand gecreëerd die de kwaliteit heeft om te blijven bestaan. Ondergrond is voor bomen essentieel. De boom groeit anders niet goed, kan niet goed presteren, en mogelijk overlast veroorzaken of ziek worden. Dit vraagt bij bestaande bomen om verbetering van hun groeiplaats en dus forse investeringen. Daarnaast is het wenselijk om meer nieuwe bomen te planten die dan natuurlijk worden voorzien van een goede groeiplaats.
Uit de laatste Boomveiligheidscontrole zijn ook adviezen gegeven voor uit te voeren snoeiactie. Van de 4870 geïnspecteerde bomen is 78% in voldoende conditie. Bij 770 bomen moet er voor de veiligheid een actie worden uitgevoerd. Kijkt men naar de totaal aantal bomen wat snoeibehoefte heeft, zijn dit er 3014 bomen.
Voorop staat in elk geval behoud van het areaal en liefst meer ontwikkelen. Er is nu een toename van 1 % per jaar als beleid opgenomen. Vaak is de ondergrondse ruimte – kabels en leidingen - en de eisen die de groenbeheerder tegenwoordig aan de groeiruimte van het plantvak van de boom stelt een lastige combinatie. Als belangrijkste moet gelden dat het aantal bomen niet terugloopt en het liefst in aantal toeneemt.
Om het onderhoud weer op niveau te krijgen zal er meer energie in gestoken moeten worden Hiervoor is een bedrag van € 110.000,- noodzakelijk om het onderhoud aan de bomen weer op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Dit bedrag zal in de loop van de jaren afnemen. Immers regelmatig onderhoud verkort de tijd die men er in steekt.
snoeibehoefte aantal Toelichting aanvaard
1415
Geen snoeibehoefte
regulier
2770
20 tot 25 % van het kroonvolume of verwijderen van grof dood hout/ andere snoeiingrepen
achterstallig
242
30 tot 40 % van het kroonvolume of veel grof dood hout/ andere snoeiingrepen
Verwaarloosd
2
Snoeien moet in 2 keer uitgevoerd worden in verschillende groeiseizoenen. (alleen bij bomen waarbij de gewenste doorgang nog niet bereikt is)
6. Sport zoals onderhoud drainage, doelen, extra onderhoud kunstgras en atletiekbaan en keuringen. Deze kosten zijn niet in de begroting opgenomen.
In dit beheerplan zijn is reguliere onderhoud sportvelden ook financieel opgenomen. Deze kosten zijn opgenomen in het totaal aan het FTE’s . Daarnaast zijn er extra kosten die ook toegeschreven kunnen worden aan de velden
7. Databeheer De afgelopen jaren is er aan gewerkt om de achterstand in het beheer van groendata eg te werken in het groenbeheerprogamma. Het doel is dat de achterstand in 2025 is weggewerkt. Als het beheersysteem op orde is moet het gevuld en bijgehouden worden. Mutaties in het groen
worden door de BOR medewerkers verzameld en periodiek doorgegeven aan de gegevensbeheerder. Ook vanuit Beleid, Ontwikkeling en Grondzaken is hier een rol voor het tijdig aanleveren van de mutaties in de buitenruimte.
44
8. Groen en beheer Het uitgangspunt momenteel is het huidige groenareaal met de huidige traditionele wijze van beheren en huidige beleid. De berekende nodige kosten en fte zijn per jaar.
• GO Groot onderhoud: maatregelen die eens in de X jaar uitgevoerd worden; • VV Vervangingen: wanneer een asset op is dient het opnieuw aangelegd. Hieronder worden de drie typen onderhoud, over de benodigde kosten en capaciteit in fte, in het kort omschreven. De gespecificeerde overzichten van de kosten en fte’s zijn te vinden in bijlage 6.
In het beheer van het openbare groen maken wij onderscheid in drie typen van onderhoud: • DO Dagelijks onderhoud: schoon, heel en veilig;
8.1 DO Dagelijks onderhoud Het totale bedrag benodigd voor het dagelijks onderhoud per jaar is € 1.602.444 en dat kan worden uitgevoerd met ca. 17 fte. Deze bedragen zijn exclusief het groot onderhoud en de vervangingskosten van het areaal. Het onderhoud wordt uitgevoerd als omschreven in de KOR 2023 (kwaliteitsnormen Openbare Ruimte 2023). Hieronder een voorbeeld van een beeldmeetlat. De medewerkers hebben in
2024 opnieuw een training gehad om met deze beeldmeetlaten te werken. Hieraan hebben ook de aannemers die het dagelijkse onderhoud doen aan meegedaan. Hierbij is van belang dat Uitvoering het streven heeft dit zo veel als mogelijk uit te voeren elektrisch gereedschap. Dit vraagt om investeringen vanuit Uitvoering. Dit geldt ook voor de aanschaf van maairobots op de sportvelden.
Groen beplanting-onkruid A+
A
B
C
D
Er is geen onkruid.
Er is weinig onkruid.
Er is in beperkte mate onkruid.
Er is redelijk veel onkruid.
Er is veel onkruid.
bedekking 0% per 100m²
bedekking ≤ 20% per 100m²
bedekking ≤ 30% per 100m²
bedekking ≤ 40% per 100m²
bedekking > 40% per 100m²
bedekking door resten 0% per 100m²
bedekking door resten ≤ 20% per 100m²
bedekking door resten ≤ 30% per 100m²
bedekking door resten ≤40% per 100m²
bedekking door resten > 40% per 100m²
aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm 0 stuks per 100m² ≤ 75 cm Geen zodevorming
aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 10 stuks per 100m² ≤ 75 cm Geen zodevorming
aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 20 stuks per 100m² ≤ 75 cm Geen zodevorming
aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 30 stuks per 100m² >75cm zodevorming
aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm > 30 stuks per 100m² >75cm zodevorming
8.2 GO Groot onderhoud bij dat alle achterstanden in het onderhoud zijn ingelopen. Het benodigde jaarlijks budget voor groot onderhoud per jaar bedraagt € 330.987 en kan uitgevoerd worden door ca. 6 fte.
Groot onderhoud zijn de werkzaamheden die niet jaarlijks, maar met een lagere frequentie plaats vinden. Zoals het snoeiwerk dat eens per 4 á 6 jaar plaats vindt. Het uitgangspunt is hier45
8.3 VV Vervanging Vervangingskosten zijn de afschrijvingskosten, dit is een spaarpot om als de bomen en beplantingsoorten op zijn deze te vervangen. Daarvoor houden we de volgende termijnen aan: Groentype Theoretische levensduur
% vervanging per jaar
Bomen
20 – 60 jaar
5% bomen in verharding , 1,6% bomen in gras
Bosplantsoen
50 jaar
3%
Heesters
15 jaar
7%
Hagen
15 jaar
7%
Vaste planten
10 jaar
10%
Gazon
20 jaar
5%
Ruw gras
50 jaar
2%
onderhoud is berekend op € 2.102.154. Zie tabel 1. Het huidige uitbestede werk voor dagelijks onderhoud aan de beplanting zijn meegenomen in de berekening benodigde capaciteit aan mensen. Dus er wordt geen capaciteit gevraagd bij maaien bermen e.d. In de kosten zijn de uitbestedingen wel meegenomen. Tevens zijn de advies- en voorbereidingskosten (17%) niet meegenomen. Kosten die wel worden gemaakt. In de onderstaande tabel zijn ze op 17% berekend en wel opgenomen.
Figuur 5 Vervangingstermijnen
Bij deze berekeningen is uitgegaan dat er binnen het areaal wat betreft vervanging op peil is. De bedragen die nodig zijn voor uitvoering van het vervangingsprogramma per jaar bedraagt € 168.723. Voor de uitvoering hiervan is ca. 3 fte nodig.
code
Omschrijving
FTE
1
DO Dagelijks onderhoud
17,4
1.602.444
2
GO Grootonderhoud
5,6
330.987
3
VV Vervanging
2,9
168.723
Subtotaal FTE en kosten
25,9
2.102.154
VAT
17%
Totaal
Kosten
357.366
2.459.520
Tabel 1 Benodigde FTE en kosten
Het totale benodigde budget voor het groen
8.4 Vergelijking beschikbaar en benodigd budget Op basis van de berekeningen van de benodigde kosten DO/GO en VV is een vergelijking gemaakt met de huidige budgetten binnen de gemeente Texel. Uit doorberekeningen blijkt dat binnen de aanwezige budgetten een huidig tekort is van circa € 550.000. Als het onderhoud op de traditionele wijze wordt voortgezet. Het benodigd budget is herleid uit de aanbestedingen die elders in het land zijn gedaan wat betreft het onderhoud van de openbare groene buitenruimte.
Omschrijving Huidige budget groenbeheer
Kosten 1.060.043
GO Grootonderhoud
852.115
Beschikbaar Budget
1.912.158
Benodigd Budget
2.459.521
Budget Tekort
-547.363
Tabel 2 Overzicht Beschikbaar en benodigd budget
46
8.5 Vergelijking benodigde en beschikbare fte Voor het totale onderhoud van het huidige groenareaal is berekend hoeveel menskracht de gemeente daarvoor nodig heeft. Het totale onderhoud is een optelsom van Dagelijks onderhoud (DO), Groot onderhoud (GO) en Vervanging (VV). De berekende capaciteit geeft dat er ca. 25,9 fte nodig is. Momenteel is ca 7 fte eigen personeel beschikbaar voor werkzaamheden in het groen. Daarnaast zijn er mensen vanuit de Bolder bij de Uitvoering aan het werk. De totale bezetting is 9 fte.
overhangende takken windsingels. Dit werk is namelijk uitbesteed. Omdat ook de beschikbare capaciteit bij de Bolder afneemt, is het noodzakelijk gebleken om enkele wijken in Den Burg uit te besteden aan andere partijen. Dit werk wordt nu ook evenals de bermen en tuinwallen door aannemers uitgevoerd. Dagelijks groenonderhoud in Den Burg is wel in zijn geheel in de berekening van de benodigde fte meegenomen maar wordt dus uitbesteed. De berekening hier van is in bijlage 6 te vinden. Ook is er sprake van areaaluitbreiding wat met dezelfde hoeveelheid mensen moet worden beheerd.
Dit is exclusief de inzet die gevraagd wordt voor maaien bermen, onderhoud tuinwallen, onderhoud en vervanging windsingels en knippen
8.6 Uitbesteed werk De volgende werkzaamheden zijn uitbesteed aan diverse aannemers de huidige aanneemsommen zijn in de huidige begroting opgenomen bij veranderend beleid en wetgeving of inflatie zijn deze bedragen aan verandering onderhevig: • Maaien bermen en bloemrijke grasvelden. • Knippen windsingels • Maaien Tuinwallen • Beheer invasieve soorten. • Onkruidbeheersing op elementverharding. (trottoirs) • Dagelijks groenonderhoud Den Burg
47
9. Beheer in de toekomst? Zoals in beleid omschreven is zal er een transitie plaatsvinden naar een natuurlijker beheer. Dit om de biodiversiteit te vergroten en natuur meer de kans te geven. Minder intensief en met hier en daar een locatie die het geheel aantrekkelijk maakt. De inwoners zullen bij deze transitie moeten aanhaken. Omdat er geen mooi geharkte perken zijn. Dit vraagt na de beleidskeuzes om goede communicatie. De inwoners moeten de nieuwe wijze van onderhoud begrijpen. Het is zaak om het nut en de noodzaak van het nieuwe beheer goed uit te leggen en te verduidelijken. Dit vraagt opleiding en ondersteuning van de medewerkers in het communiceren en het uitleggen van de gekozen onderhoudsmethodes. Hierbij zou een meewerkende ecoloog de uitvoering kunnen steunen.
samengevoegd naar grote beplantingsvakken met meer natuurlijke soorten. Dit kan betekenen dat er meer aaneengesloten “GROENE” parkeervakken aangelegd worden met grotere beplantingsvakken daartussen. Recente ontwikkelingen laten zien dat ecologische beheer ook een klimaatadaptievere omgeving laat ontwikkelen waarbij de soorten zich beter vestigen en sterker zijn. Er wordt vanuit gegaan dat op de langere termijn er minder inzet voor beheer nodig is. Daarnaast is het belangrijk bij aanbestedingen te richten op versterking van ecologische waarden. Dat betekent o.a. bij elke uitvraag circulariteit meenemen (in welke vorm dan ook: herbruikbaar, losmaakbaar, biobased, reparatie, etc.) en hergebruik van (rest)producten. Naast inzet op het verminderen gebruik niet-duurzame bronnen.
In de bovenstaande financiële berekeningen is met omslag in beheer geen rekening gehouden. In het beleidsplan worden er suggesties gedaan hoe een aantal zaken in de openbare ruimte richting de toekomst kan worden vormgegeven. Tevens is er een uitwerking van het beleidsplan benoemde uitgangspunten. De openbare ruimte zal veranderen. De gemeente wil meer biodiversiteit, klimaatadaptiever en duurzamer omgaan met alle ingrepen en werkzaamheden in de openbare ruimte. Dat betekent dat de komende jaren waar mogelijk overgestapt wordt op natuurlijker beheer. In de kern van de dorpen vraagt dat om een ander onderhoudsniveau dan in de randen waar meer natuurlijk beheer (als overgang naar het landschap) op zijn plaats is. Daarbij is het wel belangrijk dat het landschap de dorpen ”binnen” komt en er gekeken wordt hoe ook in de kernen naar meer natuurlijker onderhoud kan worden overgestapt. Dat kan per dorp verschillend zijn. Waar mogelijk worden kleine vakjes
Foto: Gemeente Vlissingen
48
10. En wat zijn dan de gevolgen? Ombuigen van beheer kost tijd en aandacht, zowel van de inwoners als van de beheerders. Beide (inwoners en beheerders) zullen moeten wennen dat er minder intensief wordt “beheerd” en wellicht meer aan de natuur gaan overlaten. Maar ook dat de buitenruimte naar natuurlijk groen omgevormd wordt.
leren het gebruik makenvan groen, faciliteren en betrekken bewoners. • het bestaande groen meer natuurlijk diverser te maken, het groen beter maken en verbinden met de omgeving en een omslag van ‘netheid’ naar ‘biodiversiteit’ • aanpassen van het sortiment zodat het groen klimaatadaptiever wordt door maatregelen bij extreme neerslag, langdurige droogte en hittestress.
De intentie is dit om te buigen naar: • Zichtbaarder en ‘gezonder groen: verbeteren van het bestaande groen, creëren én stimu-
10.1 Ziektes en invasieve soorten Ook zal er naar een diverse aanplant van bijvoorbeeld bomen moeten worden overgestapt om te voorkomen dat ziekten en aantastingen een kans krijgen. De windsingels op Texel zittenvol met iepziekte dat enorme gevolgen kan geven. Verderop wordt beschreven hoe met zieke iepen om gaan. Dit geldt zowel voor gemeentelijke bomen als particulieren bomen. Hiervoor zal later om een beleidsvraag uitkomen.
Ziekte, plagen en aantastingen zijn van alle tijden en alle plaatsen. Ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen. De afgelopen decennia is door het veranderend klimaat het aantal en het effect van boomziekten en -plagen echter sterk toegenomen. De vatbaarheid van bomen verschilt ook per soort en hangt af van de omstandigheden. Het is van belang om innovatief en efficiënt om te gaan met de bestrijding ervan.
10.2 Ziektebeeld Iepenziekte De zeer besmettelijke iepenziekte is een verwelkingsziekte en wordt veroorzaakt door een schimmel. De sporen van de schimmel worden naar een boom overgebracht door de iepenspintkever. Naast verspreiding via de lucht (iepenspintkever) kan de ziekte zich ook verspreiden door wortelcontact met een andere iep. In dat geval gaat het verwelkingsproces sneller en zal de boom in korte tijd afsterven.
10.3 Monitoring en inspectie Iepen komen op Texel vooral voor in de windsingels en veelal op particuliere terreinen en rond erven. Het betreft circa 100.000 m2 aan gemeentelijke singels. Deze singels bestaan
vaak voor 50% uit iep. Deze Iepen zijn vaak aangetast en blijven de omgeving besmetten. Het is de bedoeling de windsingels en de particuliere terreinen te inventariseren en te inspecteren.
worden meegenomen, wil de aanpak zinvol zijn.
10.4 Bestrijding en aanpak Iepen worden dan ook vaak als groep of gehele structuur aangetast. Het is zinloos alleen iepziekte in de gemeentelijke singels aan te pakken, de particuliere terreinen moet ook 49
Ook moet hier gedacht worden aan de andere terreinbeheerders op het eiland. De terreinen van burgers zal de gemeente dus ook moeten meenemen in de aanpak. Op dit moment wordt met de drie andere NoordKop gemeenten een
50
project opgezet om het totale Iepen bestand zowel gemeentelijk als particulier te inventariseren. In 2025 wordt dit naar verwachting over Texel uit gerold. Zodat er een gerichte aanpak kan worden ontwikkeld. Als deze inventarisatie duidelijkheid geeft over de hoeveelheden zal moeten worden bezien of co-financiering, voor het verwijderen van zieke Iepen, bij de bewoners haalbaar is. Texel heeft in 2004 besloten te stoppen met bestrijding van iepziekte, met de
huidige gevolgen (ca. 50% van de windsingels is aangetast). Daarnaast zal het tevens in de APV c.q. de omgevingswet moeten worden opgenomen. Zodat ook andere terreinbeheerders (SBB,campings,etc.) mee liften op de door de gemeente gekozen beleid. Indien de gemeente aan de hand van de inventarisatie besluit de ziektedruk onder de Iep wil verminderen zal daar een protocol voor opgesteld worden.
10.5 Bosplantsoenen (Wijkers en Blijvers) De grote bosplantsoenvakken hebben vooral inheems sortiment (heesters zoals veldesdoorn, Kornoelje en liguster en boomvormers al eik en esdoorn). Bij de aanleg van bosplantsoem worden meer bomen en struiken geplant dan er uiteindelijk overblijven (eindbeeld). De planten ‘jutten’ elkaar op en zo groeit de aangelegde beplantingsstrook snel dicht. Afhankelijk van de groei wordt besloten welke bomen mogen uitgroeien tot volwassen exemplaren, de zogenaamde toekomstbomen (Blijvers), en welke niet (Wijkers). Het is noodzakelijk om de beplanting uit te dunnen anders is er onvoldoende licht en ruimte. Door de onderlinge concurrentie die ontstaat, groeien de struiken en bomen vooral omhoog (naar het licht) en zouden ze iel en dun worden en aan de onderzijde kaal. Het aantal soorten, de biodiversiteit, zou afnemen en we willen juist dat die toeneemt. Met het juiste onderhoud blijft er per 50 m2 bosplantsoen iedere 8 meter een volledig uitgegroeide boom over. Deze wijkers worden niet meegenomen in de compensatie regeling. Er ontwikkelt zich namelijk een onderbegroeiing die diverser is en geslotener.
51
11. Toekomstige (extra) kosten Beheer door verwezenlijking ambities Deze paragraaf maakt de extra kosten voor het beheer inzichtelijk voor wanneer de ambities gerealiseerd worden. De ambitie is er om meer bomen te planten en deze bomen vragen ook regelmatig onderhoud om deze een bestendige toekomst te geven. Maar ook het vervangen van verhardingen naar plantsoenen en gras. In het gedeelte Projecten en investeringen gaat het over de geschatte kosten om de groen ambities genoemd in het nieuwe beleid te realiseren. Deel 2 Beheer gaat over de kosten om te onderhouden en in stand te houden.
minder worden. Met deze kosten is rekening gehouden in de berekeningen. Daarnaast betekent deze areaaluitbreiding vanuit ambitie ook Groot Onderhoud maar aansluitend ook weer Vervanging. Tezamen zal dit met het overgaan naar natuurlijk beheer een jaarlijkse verhoging van het budget betekenen van € 9.960,- . Bij deze doorrekening is de inflatie of nog extra areaal uitbreiding niet meegenomen. DAGELIJKS ONDERHOUD
Investeringen € 450.000 p/j
Ambitie uitbreiding Arealen
De uitbreiding van het areaal vanuit Beleidsambities of areaal uitbreiding brengen op termijn extra beheerkosten met zich mee. De stijging van kostenwordt gedempt door over te stappen op een natuurlijk beheer. Bij 5 jaar investeringen vanuit beleid met de gestelde ambities (dit exclusief de eventuele extra kosten uit integrale wegen-,riool- en groenprojecten) zal deze uitbreiding extra beheerkosten met zich mee brengen. Het benodigde budget zal voor dagelijks onderhoud iets groeien per jaar. Echter door het sortiment aan te passen naar inheems en beter passend bij de plek, zal op een meer natuurlijke manier het onderhoud toegepast kunnen worden. Het onderhoud zal minder intensief en hierdoor juist de kosten
Bomen en groen
€ 52.000,00
Effecte Natuurlijkbeheer
€ -22.400,00
Resultaat
€ 29.600,00
BEHEER Groot onderhoud areaal uitbreiding
€ 16.000,00
Vervanging areaal uitbreiding
€ 4.200,00
Totaal areaaluitbreiding
€ 49.800,00
Looptijd 5 jaar
Jaarlijkse benodigd extra budget
€ 9.960,00
12. Beheer en onderhoud in de toekomst Wanneer we de ambities verwezenlijken zullen de kosten anders worden voor het totale beheer en onderhoud. Tevens zullen de benodigde fte’s veranderen, omdat het groen areaal zal toenemen. Zowel het aantal bomen als de oppervlakken van de verschillende type groen nemen toe. Ook zal een verschuiving binnen het huidige areaal optreden. Er zal een toename van vaste planten, heesters, bosplantsoen en natuurlijke oevers plaats vinden. Nieuwe groentype zoals wadi’s en meerdere maai frequen-
ties komen erbij. Dit heeft effect op de totale kosten. Echter door het sortiment aan te passen naar inheems en beter passend bij de plek, zal op een meer natuurlijke manier het onderhoud toegepast kunnen worden. Het onderhoud zal minder intensief en hierdoor juist de kosten minder worden. Met deze kosten is rekening gehouden in de berekeningen.
52
13. Conclusies en aanbevelingen Hieronder zijn puntsgewijs de conclusies en aanbevelingen gegeven over het huidige onderhoud: • Momenteel is binnen het openbare groen relatief veel gras (circa 84%). Dit gaan wij naar bloemrijk gras en andere beplantingstypen omvormen. • In 2020 haalde het groen niet de gewenste beeldkwaliteit en het kost moeite dit op peil te krijgen en te houden. Deze achterstandis in de afgelopen jaren deels weg gewerkt. • De conditie van ca. 75 % van de bomen is voldoende. Op dit moment moet er nog een snoeiachterstand worden ingehaald. De kosten hiervoor zijn € 110.000. • Volgend uit het beleid willen we een boomstructuurplan maak met daar opvolgend een bomenbeheerplan. • 50 % van het aantal bomen bestaan uit 4 soorten. Dit zijn Esdoorn, Els, Es en Eik. • 9% van het areaal bomen bestaat uit Es. Gezien de essentaksterfte is dit zorgelijk. • Voorop staat behoud van bomenareaal en ontwikkeling daarvan. Gezien bovenstaande zal er met meer diversiteit rekening worden gehouden. Gerekend is met uitbreiding van 1-2% per jaar. • Omvorming naar grotere plantvakken is noodzakelijk, om natuurlijk beheer te vereenvoudigen en efficiënter te maken. • In een aantal wijken is het compleet vervangen van de plantvakken nodig om tot een natuurlijker beplanting – passend bij het landschap - te komen. • Er is meer diversiteit in type beplanting nodig.