CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 1 juli 2025, gemeente Texel58.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

14.1 Datalevering Beschikbaar stellen en verstrekken gegevens 14.1.1

De Concessiehouder verstrekt om niet de gegevens als bedoeld in het MIPOV 2025 (of een latere versie of een opvolger hiervan) en bijbehorende addenda, in de frequentie en vorm zoals beschreven in het MIPOV. Het betreft hier alle kernelementen, optionele en gelieerde elementen. De gelieerde elemen­ ten worden na verzoek daartoe van de Concessieverlener binnen 6 weken ter beschikking gesteld.

14.1.2

De verplichting tot het verstrekken van gegevens over de Concessie geldt tot één kalenderjaar na afloop van de Concessie.

14.1.3

De Concessiehouder conformeert zich en werkt onvoorwaardelijk mee aan het, binnen de kaders van wet- en regelgeving, in de vorm van open data om niet beschikbaar stellen van gegevens voor onderzoek en aan aanbieders van andere vormen van Publieke Mobiliteit en MaaS-aanbieders.

14.1.4

De Concessiehouder beroept zich niet op zijn eigendomsrecht ten aanzien van door hem verstrekte en ontvangen gegevens.

14.1.5

De Concessieverlener mag alle gegevensbestanden binnen de kaders van wet- en regelgeving als open data bewerken, delen en publiceren.

14.1.6

De Concessiehouder levert tijdig volledige en juiste gegevens rechtstreeks aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data conform het bepaalde in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ of diens opvolger(s).

14.1.7

De Concessiehouder levert, binnen één jaar nadat hierover door de Concessieverlener, dan wel landelijk afspraken zijn gemaakt, gewijzigde en/of aanvullende gegevens over de uitvoering van de Concessie aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data conform de betreffende (gewijzigde) standaarden.

14.1.8

Als de Concessiehouder in aanvulling op de conform de gevraagde BISON-koppelvlakken te verstrekken gegevens, (andere) gegevens beschikbaar stelt aan enig afnemer van reisinformatiediensten of ten behoeve van eigen reisinformatie publiceert, dan stelt hij deze gegevens om niet gelijktijdig en volledig gedocumenteerd aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data ter beschikking.

Leveren gegevens aan Concessieverlener 14.1.9

De Concessiehouder verstrekt aan de Concessieverlener alle gegevens met betrekking tot de Concessie, waaronder gegevens over via hem geraadpleegde en/of geboekte Andere Mobiliteitsdiensten, die naar het oordeel van de Concessieverlener nodig dan wel wenselijk zijn voor: a. het monitoren van en sturen op de uitvoering en ontwikkeling van de Concessie en/of het systeem van Publieke Mobiliteit; b. het informeren van Stakeholders en inwoners; c. het vormgeven van verkeers- en vervoersbeleid van de Provincie; d. de aanbesteding van de opvolgende concessie(s) of van een aangrenzende concessies, en e. het toepassen van landelijke wet- en regelgeving, zoals rond stikstofuitstoot.

14.1.10

De Concessiehouder verstrekt aan de Concessieverlener alle gegevens over de uitvoering van de Concessie zoals benoemd en conform de voorschriften ‘Concessiebijlage datasets OV’.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

60

Provincie Noord-Holland

Leveren gegevens aan Concessieverlener 14.1.11

De Concessiehouder levert op verzoek van de Concessieverlener binnen de gevraagde termijn onbewerkte gegevens verkregen via het gebruik van OVpay en/of andere mogelijke toekomstige Betaalwijzen in het uitgevraagde format aan de Concessieverlener. De Concessiehouder stelt deze gegevens ook na de wettelijke bewaartermijn van 18 maanden in (minimaal) geaggregeerde en toegankelijke vorm beschikbaar aan de Concessieverlener.

14.1.12

De Concessiehouder geeft de Concessieverlener, of een door de Concessieverlener aangewezen Derde, ongelimiteerd toegang tot alle onbewerkte brondata, ontdaan van eventuele persoonsgegevens, die gebruikt is voor het aanleveren van de in eisen 14.1.9 tot en met 14.1.11 gevraagde gegevens. De Concessieverlener of aangewezen Derde mag alle brondata zelf bewerken.

14.1.13

De Concessiehouder verleent op verzoek van de Concessieverlener volledige medewerking aan controles (door de Concessieverlener of door Derden) van geleverde gegevens, door inzicht te geven in zijn interne processen, systemen en keuzes met betrekking tot het verzamelen, opslaan, bewerken en delen van gegevens. De Concessiehouder zorgt in dat kader voor volledige en toegankelijke archivering van gegevens en rapportages over de uitvoering van de Concessie.

14.1.14

De Concessieverlener is bevoegd de juistheid en authenticiteit van door de Concessiehouder geleverde gegevens te (laten) controleren. Deze bepaling is onverminderd van kracht na het verstrijken van wettelijke bewaartermijnen

14.1.15

De Concessiehouder werkt actief mee aan de organisatie en uitvoering van de Klantenbarometer of diens opvolger(s) en eventuele aanvullende landelijk of regionaal overeengekomen onderzoeken op het gebied van Openbaar Vervoer, waaronder de Personeelsmonitor.

14.1.16

De Concessiehouder informeert de Concessieverlener wanneer Derden (bijvoorbeeld onderzoekers, stagiaires, andere overheden) gegevens over de Concessie opvragen.

14.2 Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens 14.2.1

De Concessiehouder voldoet bij het verwerken van persoonsgegevens aan de verplichtingen die de (Uitvoerings­ wet) Algemene Verordening Gegevensbescherming ((U)AVG) of diens opvolger(s) en daaraan gerelateerde regel­ geving stelt.

14.2.2

De Concessiehouder garandeert, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de uitvoering, een passend beveiligingsniveau, waarbij de risico’s en de aard van de te beschermen persoonsgegevens in acht worden genomen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoons­ gegevens te voorkomen. De Concessiehouder handelt conform de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid).

14.2.3

De Concessiehouder en het Personeel houden de persoonsgegevens waar zij kennis van nemen en mee werken geheim, tenzij er een wettelijke uitzondering is. De Concessiehouder verleent de Concessieverlener bijstand bij het (doen) nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 32 tot en met 36 van de AVG.

14.2.4

De Concessiehouder verwerkt persoonsgegevens niet buiten de Europese Economische Ruimte, tenzij hij daarvoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft verkregen van de Concessieverlener en behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.

14.2.5

Indien de Concessiehouder op grond van een wettelijke verplichting persoonsgegevens dient te verstrekken, informeert hij de Concessieverlener onmiddellijk en zo mogelijk voorafgaand aan de verstrekking.

14.2.6

De Concessiehouder informeert de Concessieverlener zodra hij kennis heeft genomen van onrechtmatige verwerkingen van persoonsgegevens of inbreuken op beveiligingsmaatregelen.

14.2.7

De Concessiehouder is aansprakelijk voor alle schade of nadeel, voortvloeiende uit het niet-nakomen van of in strijd handelen met de bij of krachtens de AVG gegeven voorschriften, onverminderd de aanspraken op grond van wettelijke regels. De Concessiehouder is aansprakelijk voor schade of nadeel voor zover ontstaan bij de verwerking van de persoonsgegevens, waaronder alle schade of nadeel voortvloeiende uit de ontstane inbreuken op de persoon­ lijke levenssfeer van betrokkenen.

14.2.8

De Concessieverlener mag gegevens die de Concessiehouder op grond van de Concessiebeschikking dan wel bij of krachtens de Wp2000 aan de Concessieverlener moet verstrekken, openbaar maken, tenzij het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van de Concessiehouder. Gelet op het publieke karakter van het Openbaar Vervoer zal van een dergelijke onevenredige benadeling niet snel sprake zijn. De openbaar te maken gegevens zullen noch direct noch indirect herleidbaar zijn tot natuurlijke personen.

14.2.9

Indien en voor zover gegevensbestanden die de Concessiehouder aan de Concessieverlener en eventuele Derden beschikbaar stelt persoonsgegevens bevatten, voldoet de Concessiehouder aan de verplichtingen die de AVG en daaraan gerelateerde regelgeving stelt. Het is de verantwoordelijkheid van de Concessiehouder om ervoor te zorgen dat tijdig alle maatregelen worden genomen die nodig zijn om deze gegevens te kunnen verstrekken. De Concessiehouder legt de afspraken rondom AVG-thema’s vast in een verwerkersovereenkomst. Ook bij het leveren van gegevens is eis 14.2.7 van toepassing.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

61

Provincie Noord-Holland

14.3 Monitoring Monitoring 14.3.1

De Concessiehouder stelt na afloop van iedere maand een maandrapportage en na afloop van ieder kwartaal een kwartaalrapportage op en rapporteert in ieder geval de ontwikkelingen in de volgende KPI’s en maakt daarbij onderscheid naar Lijnen (het detailniveau van de rapportage wordt in de Implementatieperiode van de Concessie afgestemd): a. Rituitval: de mate waarin de Lijnen behorend tot de Concessie voldoen aan de gestelde norm in paragraaf 4.2; b. ZE-transitie: aantal en aandeel Dienstregelinguren die gereden worden met Zero-Emissievoertuigen; c. Punctualiteit: de mate waarin de Lijnen behorend tot de Concessie voldoen aan de gestelde normen in paragraaf 4.3; d. OV-gebruik in termen van reizigersaantallen en reizigerskilometers; e. Reizigersopbrengsten per Lijn, waarbij het detailniveau van de rapportage in de Implementatieperiode van de Concessie wordt afgestemd; f. Aantallen klachten en aantallen Incidenten, en g. Eventuele aanvullende KPI’s ter monitoring van de doelen van de Concessie die de Concessiehouder en de Concessieverlener gezamenlijk overeenkomen.

14.3.2

De Concessiehouder stelt na afloop van ieder Dienstregelingjaar een jaarrapportage op waarin hij ten minste: a. de voortgang van de uitvoering van de aangekondigde plannen en marketingactiviteiten verantwoordt; b. de ontwikkelingen in het aanbod, de uitvoeringskwaliteit, het gebruik, de Reizigersopbrengsten van het Openbaar Vervoer analyseert; c. de ontwikkelingen in de KPI’s als genoemd in eis 14.3.1 beschrijft en duidt, en d. de reizigerstevredenheid aan de hand van de uitkomsten van de Klantenbarometer of diens opvolger(s) analyseert en ingaat op de manier waarop hij zich inspant om het reizigerstevredenheid oordeel te verbeteren.

14.3.3

In alle gevallen zorgt de Concessiehouder ervoor dat de cijfers die hij in de in eisen 14.3.1 en 14.3.2 genoemde rapportage opneemt aansluiten op en herleidbaar zijn uit de gegevens die de Concessiehouder aan de Concessieverlener en Derden verstrekt

14.3.4

De Concessieverlener monitort ook zelf de uitvoeringskwaliteit, onder andere via mystery guests. De Concessiehouder ontvangt een rapportage van de monitoring.

14.3.5

Concessiehouder dient Ritten via het IVS en het exploitatiebeheerssysteem te volgen en loggen, onder meer voor het controleren van de punctualiteitsnormen en aansturing van realtime Reisinformatie. Het aantal nietgevolgde/niet-gelogde Ritten van het Regulier OV bedraagt maximaal 2%.

14.3.6

De Concessiehouder stelt jaarlijks een Jaarrapportage Assets op waarin hij de staat van de Assets beschrijft die onder de Overnameregeling vallen. De Concessiehouder bespreekt een concept van de Jaarrapportage Assets uiterlijk in het eerste kwartaal van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarop de Jaarrapportage Assets betrekking heeft met de Concessieverlener.

14.3.7

De Concessiehouder streeft continu naar een verbetering van de uitvoeringskwaliteit.

14.3.8

Ingeval de prestaties van de Concessiehouder ten aanzien van een KPI achterblijven bij de overeengekomen norm volgt de Concessieverlener het Protocol Sturing (Bijlage B5).

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

62

Provincie Noord-Holland

BIJLAGEN BIJ HET ONTWERP PROGRAMMA VAN EISEN B1 Begrippenlijst

B2 Vervoerkundig kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland B3 Vervoerkundige Bijlagen B4 Social Return

B5 Protocol sturing

B1 Begrippenlijst Begrip

Definitie

Aansluiting

De mogelijkheid om binnen een beperkte, in de Dienstregeling aangegeven tijd op een andere openbaar vervoermiddel of het Flex-vervoer over te stappen, waarbij de overstaptijd is afgestemd op de loopafstand en afhankelijk is van de vraag of de Concessiehouder een (Gegarandeerde) Aansluiting biedt.

A-Knooppunt

Een knooppunt zoals opgenomen in Bijlage B3.6.

Andere Mobiliteitsdienst

Een door een Derde in het Concessiegebied aangeboden mobiliteitsdienst, niet zijnde Openbaar Vervoer, al dan niet ter aanvulling op het Openbaar Vervoer. Een voorbeeld van een Andere Mobiliteitsdienst is het Flex-vervoer.

Asset

Een onderdeel van het Zero-Emissiebussysteem, bijvoorbeeld: een Zero-Emissie­ voertuig, Laadinfrastructuur of een Energievoorziening.

Auto

Motorrijtuig ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

Avond

De periode zoals beschreven in Tabel 3 (Bedieningsperioden per Lijntype) van het ontwerp Programma van Eisen.

Barcode, Bar-/ QR-code

Een digitale verschijningsvorm van een reisrecht dat op papier geprint kan worden of getoond kan worden op een mobiele telefoon.

Batterij

Asset dat dient voor de opslag van elektriciteit ten behoeve van de aandrijving van een Zero-Emissievoertuig.

Beginhalte

De eerste Halte van een Lijn zoals vermeld in de Dienstregeling.

Bestek

De Aanbestedingsleidraad inclusief de Bijlagen, de Standaardformulieren en de Nota’s van Inlichtingen alsmede de achtergrondinformatie, zoals deze door de Concessieverlener ten behoeve van de aanbesteding van de Concessie beschikbaar worden gesteld.

Betaalsysteem

Onder meer, maar niet uitsluitend: de Kaartlezers, de verkoopautomaten, de oplaad- en ophaalautomaten en het verwerkingssysteem ten behoeve van Betaalwijzen, ten behoeve van volledig functioneren van Betaalwijzen.

Betaalwijze

Een manier, methode of wijze van betaling, waaronder begrepen de OV-chipkaart, OVpay en Barcodes/QR-codes, waarmee Reizigers voor het Openbaar Vervoer kunnen betalen.

Bezettingsgraad

De verhouding tussen de werkelijk gebruikte capaciteit en de totale capaciteit van het Materieel.

Bijlage

Een document horende bij de Concessiebeschikking, het Programma van Eisen, de Financiële bepalingen, de Aanbestedingsleidraad of een ander document.

Bijzonder Vervoerbewijs

Een door de Concessieverlener voor specifieke gelegenheden en/of typen Reizigers vastgesteld Vervoerbewijs met eventueel een afwijkend tarief.

B-Knooppunt

Een knooppunt zoals opgenomen in Bijlage B3.7.

Bp2000

Het Besluit personenvervoer 2000 (14 december 2000, Stb. 563), zoals deze van tijd tot tijd zal bestaan.

BRT (Bus Rapid Transit)

Een hoogwaardig openbaar vervoerconcept met snelle, frequente en comfortabele Bussen.

Bus

Motorvoertuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

63

Provincie Noord-Holland

Begrip

Definitie

Buslijn

Een Lijn uitgevoerd door een Bus.

Buurt

Een buurt zoals gehanteerd in de CBS-publicatie ‘Kerncijfers Wijken en Buurten 2024’ of diens opvolger(s).

Buurtbus

Door de Concessiehouder voor de exploitatie van een Buurtbuslijn beschikbaar gestelde Auto die bestuurd mag worden door een chauffeur in het bezit van een rijbewijs B.

Buurtbuschauffeur

Lid van een Buurtbusvereniging dat door deze vereniging ingezet wordt op een Buurtbuslijn.

Buurtbuslijn

Een Lijn die wordt geëxploiteerd door een Buurtbusvereniging, als zodanig aangeduid in paragraaf 2.6 van het ontwerp Programma van Eisen.

Buurtbusvereniging

Een vereniging belast met de uitvoering van één of meerdere Buurtbuslijnen.

Centrale Verkeersleiding (CVL)

Een door de Concessiehouder ingestelde of aangewezen afdeling of organisatie die verantwoor­ delijk is voor de kwaliteit en veiligheid van de uitvoering van het Openbaar Vervoer overeenkomstig de Dienstregeling.

CO2-Prestatieladder

Een CO2-managementsysteem bestaande uit 5 niveaus. Tot en met niveau 3 maakt een organisatie werk van de uitstoot van de eigen organisatie (en alle projecten). Vanaf niveau 4 en 5 wordt er ook werk gemaakt van de CO2-uitstoot van de keten en sector. Een gecertificeerde organisatie voldoet op een bepaald niveau (en alle onderliggende niveaus) aan de eisen van de CO2-Prestatieladder.

Compensatieregeling

Door de Concessiehouder op te stellen regeling om Reizigers te compenseren wanneer niet wordt voldaan aan de uitvoeringskwaliteit en die voldoet aan de eisen in paragraaf 4.5 (Compensatie­ regeling) van het ontwerp Programma van Eisen.

Concessie (voluit: Concessie NoordWest Noord-Holland)

Het exclusieve recht van de Concessiehouder om met uitsluiting van anderen Openbaar Vervoer over de weg te verrichten in het Concessiegebied, in de zin van artikel 1 van de Wp2000, een en ander als nader omschreven in de Concessiebeschikking en het ontwerp Programma van Eisen. Het begrip Concessie kan zowel verwijzen naar het hiervoor genoemde recht, als naar de Concessiebeschikking waarmee dit recht aan de Concessiehouder is/wordt verleend.

Concessiebeschikking

Het besluit van de Concessieverlener waarmee de Concessie aan de Concessiehouder wordt verleend.

Concessiegebied/ Concessiegebied Noord West NoordHolland

Het afgebakende gebied, waarbinnen de Concessiehouder van de Concessieverlener het recht krijgt tot exploitatie van het door hem te verrichten Openbaar Vervoer over de weg, zoals gespecificeerd in de Concessiebeschikking.

Concessiehouder

Vergunning houdende vervoerder waaraan de Concessie is verleend.

Concessieverlener

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

Dalperiode

De tijdsperiode binnen de totale bedieningsperiode, niet zijnde de Spitsperiode.

Derde

Een rechtspersoon, niet zijnde de Concessieverlener of de Concessiehouder.

Dienstregeling

Voor eenieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin onder andere zijn aangeduid de Haltes waartussen en de tijdstippen waarop de Concessiehouder Openbaar Vervoer verricht.

Dienstregelingjaar

De periode die loopt vanaf de zondag na de tweede zaterdag van december van het voorafgaande kalenderjaar, tot en met de tweede zaterdag van december van het aangeduide kalenderjaar.

Display

Een beeldscherm in een Voertuig of op een Halte waarop actuele Reisinformatie getoond wordt.

Dubbeldekker

Een Bus die bestaat uit twee verdiepingen.

Duurzaamheidsplan

Het plan zoals bedoeld in eis 11.3.1 van het ontwerp Programma van Eisen.

Eindhalte

De laatste Halte van een Lijn, zoals vermeld in de Dienstregeling.

EMVc

Europay MasterCard Visa, de drie betaalkaartsystemen die samen een kader hebben opgesteld voor het compatibel maken van chipbetaalkaarten en chipbetaalterminals. Ook andere betaalsystemen, vooral in Europa, gebruiken de EMV-standaarden voor hun chipbetaalkaarten. De ‘c’ in EMVc staat voor contactloos.

Energievoorziening

De aansluiting van de netbeheerder en het inkoopstation met daarin de ruimte voor elektrische aansluiting netbeheerder; ruimte metervoorziening; klantruimte met elektrische energieverdeling naar verdeelstation(s); mantelbuizen en kabel(s) naar verdeelstation(s).

Evenement

Een bijzondere attractie of gelegenheid waarbij extra vraag naar Openbaar Vervoer verwacht kan worden.

Financiële bepalingen

Een Bijlage bij de Concessiebeschikking met financiële voorwaarden inzake de Concessie, inclusief eventuele aanpassingen naar aanleiding van de Nota’s van Inlichtingen.

Flex-vervoer

Het vervoer dat mede wordt uitgevoerd in opdracht van de Provincie om te voldoen aan de plichten aangaande de Wet maatschappelijke ondersteuning, met daarop aanvullend een openbaar vervoer­ component voor het vervoer tussen Haltes en Flex-overstappunten.

Gegarandeerde aansluiting

Een door de Concessiehouder afgegeven garantie dat een Aansluiting op een ander openbaar vervoermiddel tot stand wordt gebracht, ondanks een eventueel van de Dienstregeling afwijkende dienstuitvoering.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

64

Provincie Noord-Holland

Begrip

Definitie

Gegarandeerde inzetperiode

De door de betreffende leverancier of fabrikant in de garantie vermelde minimale periode dat een Asset goed zal functioneren en dat strategische reserve-onderdelen en, in geval van Zero-Emissie­ voertuigen, vervangende Batterijen beschikbaar zullen blijven.

Gelede bus

Bus die bestaat uit twee ten opzichte van elkaar scharnierende geledingen met een maximale lengte van 18,75 meter.

Gemeenten

De gemeenten Alkmaar, Bergen, Bloemendaal, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Haarlem, Heemstede, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest en Zandvoort

Geschillencommissie Openbaar Vervoer

Een commissie die geschillen tussen Reizigers en de Concessiehouder met betrekking tot de totstandkoming of uitvoering van de vervoersovereenkomst bij wijze van bindend advies beslecht, een en ander als beschreven op https://www.degeschillencommissie.nl/over-ons/commissies/ openbaar-vervoer/.

Gunningscriterium

Een maatstaf die gebruikt wordt om de Inschrijving te beoordelen en te bepalen welke Inschrijving de beste prijs-kwaliteit biedt.

Halte

Een daartoe ingerichte of opgestelde infrastructurele voorziening, zoals opgenomen in het Centraal Haltebestand, om wachtende Reizigers de gelegenheid te geven van het Openbaar Vervoer en Flex-vervoer gebruik te maken en om Reizigers in of uit te laten stappen. Onder Halte wordt uitdrukkelijk begrepen Halteborden, Haltepalen, bushokjes en dergelijke die de Concessiehouder kan gebruiken bij de uitvoering van de Concessie.

Haltebord

Een bord in L3-formaat, met de naam van de Halte (bijvoorbeeld de straatnaam plus huisnummer, naam van de zijstraat of de naam van een nabijgelegen attractie/voorziening).

Haltepaal

Een voorziening ter aanduiding van een Halte, waaraan een Haltebord en eventueel een Display kan worden bevestigd.

Haltevertrekstaat

Een overzicht van de vertrektijden van alle Ritten van een Lijn vanaf een Halte.

Hemelsbrede afstand

Hemelsbrede afstand betreft: 1. indien zich tussen de Halte of het Station en een plek of adres geen onoverbrugbare barrière (zoals water of een snelweg) voor een Reiziger bevindt: de hemelsbrede afstand tussen de Halte of het Station en een plek of adres, of: 2. indien zich tussen de Halte of het Station en een plek of adres een onoverbrugbare barrière (zoals water of snelwegen) voor een Reiziger bevindt: de hemelsbrede afstand tussen de Halte of het Station en een plek of adres, maximaal tot aan de barrière, of: 3. indien zich tussen de Halte of het Station en een plek of adres een barrière bevindt, die door een Reiziger alleen kan worden overbrugd door een brug of tunnel: de hemelsbrede afstand tussen de Halte of het Station tot de brug of tunnel, vermeerderd met de hemelsbrede afstand tussen de brug of tunnel en de plek of adres.

Herijking

Periodieke evaluatie om na te gaan in hoeverre afspraken tussen de Concessiehouder en de Concessieverleners nog aansluiten bij de ontwikkelingen op de mobiliteitsmarkt en de provinciale doelen, inclusief een voorstel voor aanpassing/invulling van de afspraken tijdens de resterende looptijd van de Concessie.

Hernieuwbare Brandstofeenheid (HBE)

Een volgens het marktmechanisme Energie voor Vervoer van de Nederlandse Emissieautoriteit uitgegeven eenheid die wordt gegenereerd bij elke gigajoule aan vervoer geleverde en in het Register Energie voor Vervoer ingeboekte hernieuwbare energie.

Hernieuwbare Energie

Elektriciteit of brandstof, voor 100% afkomstig uit bijvoorbeeld windenergie, zonne-energie, waterkracht of geothermische energie waarvoor de opwekking/productie geen uitstoot veroorzaakt. Uitgesloten als bron van Hernieuwbare Energie zijn biomassa en kernenergie.

Hoofdrailnet

Spoorvervoerdiensten die als zodanig zijn aangewezen bij het koninklijk besluit, bedoeld in lid 1 van artikel 65 van de Wp2000.

Hotspot

Locatie of gebied binnen het Concessiegebied waar sprake is van een verhoogd risico op Incidenten.

Hottime

Specifieke tijdsperioden waarin de kans op verstoring van de (Sociale) veiligheid groter is dan gemiddeld.

Implementatie

Alle activiteiten die de Concessiehouder na de gunning van de Concessie uitvoert om bij de start van de Concessie zonder problemen met de uitvoering van de Concessie te kunnen starten.

Implementatie­ periode

Periode tussen de gunning van de Concessie en de start van de Concessie, waarin de Concessie­ houder de uitvoering van de Concessie voorbereidt.

Implementatieplan

Het plan van de Concessiehouder zoals opgenomen in zijn Inschrijving, strekkende tot nakoming van de Concessiehouders verplichtingen en tot uitvoering van alle benodigde maatregelen om vanaf de start de Concessie zonder problemen uit te kunnen voeren.

Incident

Onvoorziene gebeurtenis met of zonder aanwijsbare oorzaak, buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder, tijdens de uitvoering van de Concessie, waaronder verstoringen van de veiligheid, aanrijdingen, ongevallen, (natuur)rampen, brand, ontploffing, overstroming of storing op het hoog- of middenspanningsnet.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

65

Provincie Noord-Holland

Begrip

Definitie

Infrastructuur

De voorzieningen van verkeerstechnische en/of civieltechnische aard waarvan het Openbaar Vervoer per Bus en Auto gebruikmaakt of die daarvoor ten dienste staat.

Inschrijver

Onderneming die middels een Inschrijving een aanbieding doet voor de Concessie.

Inschrijving

De aanbieding die een Inschrijver naar aanleiding van het Bestek aan de Concessieverlener heeft uitgebracht.

Inschrijvingsleidraad

Een beschrijving van de aanbestedings- en beoordelingsprocedure, inclusief de Gunningscriteria, Standaardformulieren en bijbehorende Bijlagen.

Jaardienstregeling

De Dienstregeling die geldt voor een specifiek jaar.

Jaardienstregeling 2025

De Dienstregeling van de concessies Haarlem – IJmond en Noord-Holland Noord van het jaar 202516.

KAR

Korteafstandsradio, waarmee met een radiosignaal prioriteit wordt aangevraagd bij verkeers­ lichten en een Voertuig zich bij aankomst en vertrek van een Halte meldt.

Kern

Een Kern zoals gehanteerd in de CBS-publicatie ‘Bevolkingskernen in Nederland 2021’ of diens opvolger(s), waarbij tevens geldt dat: • De volgende Kernen als één Kern beschouwd worden en de inwonersaantallen bij elkaar opgeteld dienen te worden voor het bepalen van de verplichte bediening zoals opgenomen in het Programma van Eisen: • Kernen Egmond aan Zee en Egmond aan den Hoef; • Warmenhuizen en Tuitjenhorn; en • Wervershoof en Kerkbuurt; en • De Kern Heerhugowaard/Scharwoude/Broek op Langedijk als drie aparte Kernen beschouwd wordt, te weten • De Kern Sint-Pancras (bestaand uit het gebied van de Kern binnen de Wijk Sint-Pancras) met als bedieningseis minimaal een Basisverbinder die 90% van alle Adressen ontsluit conform eis 2.2.1 • De Kern Scharwoude (bestaand uit het gebied van de Kern binnen de Wijken Oudkarspel, Noord-Scharwoude, Zuid-Scharwoude en Broek op Langedijk) met als bedieningseis een Streeksprinter die 90% van alle Adressen ontsluit conform eis 2.2.1; en • De Kern Heerhugowaard (bestaand uit het overige gebied binnen de Kern) met als bedieningseis een bediening conform de eis aan Kernen met >50.000 inwoners; en • De volledige Kern Spaarndam als Kern gelegen in het Concessiegebied beschouwd wordt.

Kernprestatieindicator (KPI)

Eenduidige eenheid om prestaties te meten/ kwantificeren en ontwikkelingen in prestaties te monitoren.

Ketenreis

Een aangeschakelde serie ritten en/of routes die een reiziger aflegt om van zijn herkomst naar zijn bestemming te reizen, daarbij gebruikmakend van verschillende vormen van openbaar vervoer, Andere Mobiliteitsdiensten (waaronder het Flex-vervoer) en/of eigen vervoermiddelen.

Klantenbarometer

Onderzoek in opdracht van het CROW aangaande de kwaliteit van het openbaar vervoer, of diens opvolger(s).

Knooppunt

Een knooppunt zoals genoemd in Bijlage B3.6 (Knooppunten) bij het ontwerp Programma van Eisen.

Kustplaats

De plaatsen gelegen aan of in de buurt van de kust zoals gedefinieerd in eis 2.13.3 van het ontwerp Programma van Eisen.

Laadinfrastructuur

Alle noodzakelijke voorzieningen in de keten voor het opladen van Batterijen tussen de aansluiting van de netbeheerder en Zero-Emissievoertuigen.

Lagevloerbus

Bus met een vlakke vloer over de gehele lengte met een maximumhoogte van 34 centimeter ten opzichte van het straatniveau.

Landelijk Tarievenkader (LTK)

Convenant “Landelijk Tarievenkader OV-Chipkaart 2009“, zoals vastgesteld in de vergadering van de Stuurgroep OV-Chipkaart van 2 april 2009, of diens eventuele opvolger(s), met afspraken tussen decentrale OV-autoriteiten over onder andere het basistarief voor reizen op Saldo en landelijke producten voor stad- en streekvervoer, en de verdeling van opbrengsten hiervan.

Landelijke Tariefindex (LTI)

Indexering waarbij consumentenorganisaties bij een wijziging om advies wordt gevraagd. De indexering komt tot stand door een weging van de loon-, energie- en inflatieontwikkeling. De weging hierbij wordt periodiek herijkt.

Lijn

Een vaste route die een Bus of Auto rijdt met bepaalde intervallen tijdens een bepaalde bedieningsperiode en halterend bij bepaalde Haltes zoals aangegeven in de Dienstregeling en zonder voorafgaande reservering door Reizigers.

Lijnennet

Alle Lijnen in het Concessiegebied inclusief concessiegrensoverschrijdende Lijnen die door de Concessiehouder zelf worden gereden volgens een Dienstregeling.

16

De Jaardienstregeling 2025 wordt als achtergrondinformatie bij het ontwerp Programma van Eisen gepubliceerd. Hierop kan niet worden gereageerd.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

66

Provincie Noord-Holland

Begrip

Definitie

Lijnennetkaart

Een plattegrond met een overzicht van alle Lijnen in het Concessiegebied inclusief concessiegrens­ overschrijdende Lijnen die door de Concessiehouder zelf en/of andere concessiehouders worden gereden volgens een Dienstregeling.

Lijnnummer

Een nummer dat wordt gegeven aan een bepaalde Lijn.

Lijntype

De soorten Lijnen zoals bedoeld in Tabel 3 van het ontwerp Programma van Eisen.

MaaS-aanbieder

Een organisatie die via een platform Mobiliteit als Dienst (Mobility as a Service) aanbiedt.

Maatschappelijk Ver­ antwoord Inkopen

Provinciaal beleid waarbij er bij inkoop nadrukkelijk aandacht is voor de effecten van inkoop op de omgeving (klimaat, milieu, grondstoffen) en sociale aspecten.

Maatwerkverbinder

Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.

Marketingplan

Het plan zoals bedoeld in eis 8.2.1 van het ontwerp Programma van Eisen.

Materiaalpaspoort

Een document dat ten minste beschrijft uit welke materialen een Voertuig bestaat en wat de herkomst van deze materialen is.

Materieel

De Bussen en Auto’s die de Concessiehouder, of in zijn opdracht Derden, voor de uitvoering van de Concessie inzet, met inbegrip van, naar algemene maatstaven van verantwoorde exploitatie en uitvoering van het onderhoud, benodigd reservematerieel opdat de Bussen en Auto’s volledig en overeenkomstig het bepaalde in de Concessie functioneren.

Mobiliteit als Dienst (MaaS)

Het aanbod van multimodale, deels vraag gestuurde mobiliteitsdiensten, waarbij op maat gemaakte reismogelijkheden via een digitaal platform (bv. mobiele app) met realtime informatie aan klanten worden aangeboden, inclusief reservering (indien van toepassing), betaling en afhandeling van transacties.

Nachtlijn

Een Lijn waarvan de meerderheid van de Ritten rijdt tussen 01:00 en 06:00 uur.

Nota van Zienswijzen

Het document waarin de adviezen en reacties op het ontwerp Programma van Eisen zijn gebundeld en waarin de Concessieverlener aangeeft of, en zo ja op welke wijze, adviezen en reacties in de uiteindelijke versie van het Programma van Eisen zijn verwerkt.

Onderaannemer

Een Derde die – onder verantwoordelijkheid van de Concessiehouder – tot de Concessie behorend Openbaar Vervoer verricht.

Ontwikkelplan

Het plan van de Concessiehouder waarin hij zijn visie en ontwikkelstrategieën voor een periode van drie of vier jaar van de Concessie beschrijft.

Openbaar Vervoer

Tot de Concessie behorend voor eenieder openstaand personenvervoer volgens een Dienstregeling met een Auto of Bus, zoals gedefinieerd in de Wp2000.

OV-chipkaart

Landelijk elektronisch Vervoerbewijs dat gebruik maakt van de Mifare-technologie.

Overige lijn

Een Lijn, niet zijnde een R-net-Lijn, Stadsprinter, Streeksprinter, Wijkverbinder, Basisverbinder, Maatwerkverbinder of Buurtbuslijn met óf een specifieke doelgroep (zoals een Scholierenlijn) óf specifieke bedieningstijden.

Overmacht

Een omstandigheid als bedoeld in eis 4.4.1 van het Programma van Eisen.

Overnameregeling

De regeling die de overdracht van betreffende Assets aan het einde van de Concessie mogelijk maakt.

Overname­ verplichting

Bijlage bij de Inschrijvingsleidraad.

OV-infrastructuur

Weginfrastructuur die uitsluitend door Openbaar Vervoer, hulpdiensten, onderhoudsdiensten en eventueel nader door de wegbeheerder te bepalen voertuigcategorieën, zoals taxi’s mag worden gebruikt.

OVpay

Landelijke Betaalwijze gebaseerd op EMVc, opvolger van de OV-chipkaart, zoals bepaald in NOVB-verband.

Personeel

Al die personen die bij de Concessiehouder in dienst zijn, zijn ingehuurd, ingeleend of anderszins door de Concessiehouder worden ingeschakeld ten behoeve van de uitvoering van de Concessie, waaronder mede te verstaan zijn personeel van Onderaannemers en Derden, uitgezonderd Buurtbuschauffeurs.

Personeelsmonitor

De Personeelsmonitor van CROW die landelijke kerncijfers over de objectieve veiligheid (het aantal feitelijke incidenten), de subjectieve veiligheid (het gevoel van veiligheid) en het personeelsoordeel over het veiligheidsbeleid van de werkgever levert. Het onderzoek vindt elke twee jaar plaats bij alle openbaarvervoerbedrijven.

Plancyclus

De jaarlijkse cyclus van door de Concessiehouder op te leveren plannen.

Platform

Digitale omgeving aangeboden door de Concessiehouder waarin Reizigers faciliteiten worden geboden in het kader van hun Ketenreis, waaronder in ieder geval de mogelijkheid om hun gehele Ketenreis te plannen en ook te boeken en betalen.

Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO-certificaat)

Een wetenschappelijk onderbouwd kwaliteitskeurmerk dat de omvang van de werkgelegenheid die een bedrijf of organisatie biedt aan kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, objectief meet en erkent.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

67

Provincie Noord-Holland

Begrip

Definitie

Productdrager

Een fysiek object met EMV-techniek waarmee Reizigers zich bij het betreden en verlaten van het openbaar vervoer contactloos kunnen identificeren en waaraan een account (met Reisproducten) gekoppeld kan worden. Voorbeelden zijn contactloze bankpas, creditcard en smartphone of daaraan gekoppelde smartwatch.

Protocol Sturing

Bijlage bij het ontwerp Programma van Eisen met een stappenschema voor het geval de Concessie­ houder niet of niet tijdig de gewenste kwaliteit levert (niet voldoen aan de normen en eisen uit het Programma van Eisen en/of de toezeggingen in de Inschrijving).

Provincie

Provincie Noord-Holland.

Publieke Mobiliteit

Het geheel aan vervoervormen die voor eenieder open staan, zoals bedoeld in de Visie Publieke Mobiliteit 2024-2034.

Reisinformatieplan

Het plan zoals bedoeld in eis 6.1.5 van het Programma van Eisen.

Reisproduct

Een combinatie van (i) een Vervoerbewijs en (ii) een Tarief dat is gebaseerd op kilometers, tarief­ zones of een bepaalde periode, recht gevend op gebruik van Openbaar Vervoer al dan niet met korting.

Reiziger

Een natuurlijk persoon die gebruik maakt, van het Openbaar Vervoer dan wel overweegt of voor­ nemens is van het Openbaar Vervoer gebruik te maken.

Reizigershandvest

Een document zoals beschreven in eis 12.3.1 van het ontwerp Programma van Eisen, waarin de rechten van de Reiziger worden toegelicht.

Reizigers­ opbrengsten

De opbrengsten uit Reisproducten, waaronder begrepen de aan de Concessiehouder toegekende opbrengsten uit regionale en landelijke Vervoerbewijzen, maar exclusief de opbrengsten uit het Studentenreisrecht (SOV).

Restitutieregeling

Een regeling waarmee reizigers te veel geïncasseerde gelden kunnen terugkrijgen.

Rit

Voor de Auto of Bus volgens de Dienstregeling gepland Openbaar Vervoer in één richting.

Rituitval

Ritten die volgens de gepubliceerde Dienstregeling in de relevante periode door de Concessiehouder aangeboden moest worden maar die niet aankomt op het Eindpunt (dat wil zeggen, niet of niet volledig uitgevoerd is).

Route

Een door de Concessieverlener met de betreffende Wegbeheerder(s) afgestemde weg van punt A naar punt B die de Concessiehouder mag gebruiken om (een deel van) een Lijn langs te leiden.

Routevariant

Een door de Concessieverlener met de betreffende Wegbeheerder(s) afgestemde variant op een route die de Concessiehouder mag gebruiken om (een deel van) een Lijn langs te leiden.

Scholierenlijn

Lijn die primair gericht is op het bedienen van de Vervoervraag van scholieren over grotere afstanden en waarbij met maatwerk ingespeeld wordt op schooltijden en de behoeften van scholieren.

Social Return

De bijdragen die ondernemingen en organisaties kunnen leveren aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedereen participeert naar vermogen.

Sociale Veiligheid

De mate waarin Reizigers en Personeel beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen incidenten op de Halte en in het Voertuig, waaronder lastigvallen, pesten, bedreigen, diefstal en mishandeling.

Sociale Veiligheidsplan

Het plan zoals bedoeld in eis 10.4.1 van het ontwerp Programma van Eisen.

Spits

De tijdsperiode zoals aangeduid in Tabel 3 in het ontwerp Programma van Eisen.

Stadsprinter

Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.

Stakeholder

Een bij de Concessie in het algemeen en bij het Openbaar Vervoer in het bijzonder betrokken persoon of partij, niet zijnde Reizigers, de Concessieverlener en de Concessiehouder.

Stalling

(Al dan niet overdekte) voorziening voor het laden/tanken en stallen van Voertuigen, waaronder begrepen onroerende zaken die onlosmakelijk met de stalling zijn verbonden, zoals werkplaatsen, wasstraten en kantoorruimten.

Stallingslocatie

Een locatie waar zich een Stalling bevindt of waar een Stalling ontwikkeld kan, gaat of moet worden.

Standaardformulier

Een formulier als verplicht voorgeschreven voorbeeldformat, in te vullen door de Inschrijver, dat de Concessieverlener aan de Inschrijvingsleidraad heeft toegevoegd.

Streeksprinter

Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.

Tarief

Een geldbedrag dat voor het maken van een reis met het Openbaar Vervoer dient te worden betaald. Het geldbedrag kan aan voorwaarden voor plaats, afstand, tijd en leeftijd gebonden zijn.

Tarievenplan

Een jaarlijks door de Concessiehouder uit te werken plan met Tarieven, Vervoerbewijzen en Reisproducten voor het volgende kalenderjaar zoals bedoeld in paragraaf 7.3 van het ontwerp Programma van Eisen.

Tijdhalte

Door de Concessiehouder aangewezen Halte om de punctualiteit op een Lijn te kunnen waarborgen en monitoren.

Traject

Een deel van een Lijn.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

68

Provincie Noord-Holland

Begrip

Definitie

Translink

Trans Link Systems (dan wel een eventuele (rechts)opvolger van TLS), de organisatie die verant­ woordelijk is voor onder andere de dataverzameling en -verwerking van de OV-Chipkaart en delen van OVpay en de productie en uitgifte van de OV-Chipkaart (in opdracht van de Concessiehouder).

Trein

Een spoorvoertuig, bestaande uit één of meerdere treinstellen, bestemd voor het vervoer van personen over spoorwegen.

Treinstation

Een plaats waar Treinen stoppen en vertrekken en Reizigers in-, uit- of overstappen en/of goederen kunnen worden verladen.

Tussenruimte

Coachopstelling: De horizontale afstand tussen de voorzijde van de rugleuning van een stoel en de achterzijde van de rugleuning van de stoel die ervoor staat. Vis-à-vis: De horizontale afstand tussen de voorzijde van de rugleuning van een stoel en de voorzijde van de rugleuning van de stoel die ervoor staat.

Vakantie­ dienstregeling

Een Dienstregeling die de Concessiehouder gedurende de schoolvakanties in de regio Noord mag voeren conform het beschrevene in eis 2.13.2 van het ontwerp Programma van Eisen.

Vaste Voet

Het Tarief dat bij aanvang van een reis altijd in rekening wordt gebracht ongeacht het aantal afgelegde kilometers.

Veer

Vaartuig waarmee een Verbinding over water wordt onderhouden.

Verbeterplan

Een plan opgesteld door de Concessiehouder als herstelmogelijkheid door middel waarvan de Concessiehouder fouten herstelt, en alternatieven en/of oplossingen biedt voor door de Concessie­ verlener geconstateerde Tekortkomingen.

Verbinding

Een Lijn of combinatie van meerdere Lijnen tussen twee of meer Haltes of Kernen.

Versterkingsrit

Inzetten van een extra Voertuig naast het reguliere Voertuig om een in de Dienstregeling gepubli­ ceerde Rit uit te kunnen voeren en/of aan de Vervoervraag op een bepaald tijdstip te kunnen voldoen.

Vervangend Vervoer

Ritten met Auto’s en/of Bussen die Reizigers vanaf of in de nabijheid van een (tijdelijk) niet door het Openbaar Vervoer bediende Halte een alternatieve reismogelijkheid bieden, waardoor zij hun bestemming met minimaal tijdverlies kunnen bereiken.

Vervoerbewijs

i. Een geldig Vervoerbewijs als bedoeld in artikel 47 Bp2000, dat compatibel is met een door de Concessieverlener goedgekeurde Betaalwijze; of ii. Een geldig Bijzonder Vervoerbewijs.

Vervoervraag

Het aantal Reizigers dat op enig moment gebruik wenst te maken of maakt van het Openbaar Vervoer.

VETAG

Vehicle Tagging; het door middel van inductielussen beïnvloeden van verkeerslichten. Vehicle Communication; verbetering van VETAG, waarbij naast contact van het Voertuig naar de wal, ook contact tussen de wal en het Voertuig mogelijk is.

Voertuig

Bus of Auto die de Concessiehouder, of in zijn opdracht Derden, voor de uitvoering van de Concessie inzet.

Vraagafhankelijk Vervoer

Openbaar Vervoer tussen Haltes waarbij Reizigers een Rit vooraf te reserveren dienen.

VRI

Verkeersregelinstallatie.

Wegbeheerder

De privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie(s) die bij de Wet Herverdeling Wegenbeheer is (zijn) belast met de aanleg, het beheer, onderhoud en beschikbaar stellen van weginfrastructuur.

Wijk

Een wijk zoals gehanteerd in de CBS-publicatie ‘Kerncijfers Wijken en Buurten 2024’ of diens opvolger(s).

Wijkverbinder

Lijntype met de minimale frequenties en bedieningstijden zoals aangegeven in Tabel 3 en 4 bij het ontwerp Programma van Eisen.

Wp2000

Wet personenvervoer 2000.

Zero Emissie

Vrij van uitstoot van schadelijke stoffen. Hierbij geldt enkel de uitstoot van de zogenaamde ‘geregelde emissies’ zoals genoemd in de Europese emissienormering voor voertuigen.

Zero-Emissieauto, Zero-Emissiebus, ZeroEmissiebuurtbus, Zero-Emissievoertuig

Een Auto/Bus/Buurtbus/Voertuig die/dat vrij is van uitstoot van schadelijke stoffen gemeten aan de Auto/Bus/Buurtbus/het Voertuig zelf (geen uitstoot van uitlaatgassen van een interne verbrandings­ motor of andere vorm van gebruik van fossiele brandstoffen voor bijvoorbeeld verwarming). Hierbij geldt enkel de uitstoot van de zogenaamde ‘geregelde emissies’ zoals genoemd in de Europese emissienormering voor voertuigen.

ZeroEmissiebussysteem

Het functionerend geheel van Zero-Emissievoertuigen inclusief Batterijen, Energievoorzieningen en Laadinfrastructuur.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

69

Provincie Noord-Holland

B2 Vervoerkundig kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland Vervoerkundig kader aanbesteding Concessie NoordWest Noord-Holland In dit document lichten wij toe hoe de Visie Publieke Mobiliteit en de Nota van Uitgangspunten voor de Concessie NoordWest Noord-Holland 2028-2038 vertaald is naar vervoerkundige kaders ten behoeve van het Programma van Eisen en de overige aanbestedingsdocumenten voor de aanbesteding van de concessie.

1. Van beleid naar bussen op straat In de Nota van Uitgangspunten zijn de uitgangspunten voor de aanbesteding op basis van de vastgestelde Visie Publieke Mobiliteit van de Provincie Noord-Holland vastgelegd. In de aanbesteding zelf worden deze uitgangspunten geoperationaliseerd in criteria voor het verlenen van de concessie. Hierbij zijn twee documenten relevant: 1. In het Programma van Eisen worden de verplichtingen opgenomen waar de vervoerder tijdens de hele concessie­ periode aan moet voldoen. Het Programma van Eisen beschrijft zo het minimumniveau aan openbaar vervoer dat elke vervoerder moet bieden. 2. In het Bestek worden de gunningscriteria geformuleerd op basis waarvan de inschrijvingen van vervoerders worden beoordeeld. De gunningscriteria stimuleren vervoerders om extra aanbod ten opzichte van het minimumniveau aan te bieden en dit aanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de doelen voor het openbaar vervoer zoals opgenomen in de Nota van Uitgangspunten. Beide documenten hebben dus complementaire functies om de vervoerders te sturen in het aanbieden van openbaar vervoer passend bij de wensen en verwachtingen van de Provincie en overige belanghebbenden zoals gemeenten en reizigersorganisaties. In dit document beschrijven wij hoe vanuit de Nota van Uitgangspunten vervoerkundige keuzes zijn vertaald naar het Programma van Eisen en de gunningscriteria.

Beleidsmatig niveau

Visie Publieke Mobiliteit

Strategisch niveau

Nota van Uitgangspunten Concessie NWNH

Aanbestedingsniveau

Programma van Eisen

Bestek met gunningscriteria

Operationeel niveau

Minimum aanbod aan vervoer

Extra aanbod aan vervoer

Tabel 1: Hiërarchie van de uitwerking van het vervoerkundige aanbod van de nieuwe concessie. Voor beide huidige concessiegebieden zijn in samenspraak met stakeholders opgestelde ontwikkelperspectieven opgesteld – het Ontwikkelperspectief Noord-Holland-Noord en het Ontwikkelperspectief Zuid-Kennemerland IJmond. De ontwikkelperspectieven beschrijven de ontwikkelrichtingen voor de komende jaren. De vervoerkundige kaders voor de aanbesteding worden dusdanig opgesteld dat ze compatibel zijn met de ontwikkelperspectieven. De focus in dit proces ligt ten behoeve van de aanbesteding op het formuleren van de eisen aan vervoerders en de wensen die verwerkt worden in de criteria voor de beoordeling. Anders dan in de ontwikkelperspectieven wordt in de vervoerkundige kaders daarom niet op het concrete lijnennetwerk ingegaan. Daarbij wil de Provincie ervoor zorgen om vervoerders de ruimte te bieden om de ontwikkelperspectieven op termijn door te kunnen voeren.

2. Van doelstellingen naar uitgangspunten Vervoerkundige doelstellingen In de Nota van Uitgangspunten heeft de Provincie Noord-Holland drie kerndoelen voor de concessie gedefinieerd. 1.

Bereikbaarheid

Het openbaar vervoer dient bij te dragen aan de verbetering van de economische bereikbaarheid van toplocaties en het vestigingsklimaat voor bedrijven, de klimaatopgave en de verdichtingsopgave (met name in de stedelijke gebieden). Dit is te vertalen naar een netwerk aan openbaar vervoer dat voor zoveel mogelijk mensen een aantrekkelijke reisoptie is. Hiervoor dient het netwerk voornamelijk zo ingericht te zijn dat de belangrijkste bestemmingen binnen een zo kort mogelijke tijd bereikbaar zijn. De focus ligt daarom op hoogfrequente, snelle, zeer betrouwbare en directe verbindingen in aanvulling op de trein.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

2.

70

Provincie Noord-Holland

Toegankelijkheid & Inclusiviteit Het openbaar vervoer dient als onderdeel van het netwerk aan Publieke Mobiliteit bij te dragen aan de toeganke­ lijkheid van regionale voorzieningen voor iedereen in de provincie. Het netwerk aan Publieke Mobiliteit dient hiervoor beschikbaar te zijn voor iedereen in de regio en tijdens een zo lang mogelijke periode van de dag (uitgangspunt 06:00 – 01:00 uur). Het openbaar vervoer heeft daarin een belangrijke rol en dient daarom een lange bedieningsperiode te hebben en zo veel mogelijk bestemmingen aan te sluiten aan het netwerk. Daarbij wordt het openbaar vervoer aangevuld door deelvervoersystemen. Een vorm van flexvervoer kan daarbij ook

3.

onderdeel van de concessie voor openbaar vervoer worden.

Duurzaamheid

Het Openbaar Vervoer dient bij te dragen aan het duurzame vervoer van reizigersstromen. Dit doel heeft vergelijk­ bare vervoerkundige implicaties als het doel Borgen van bereikbaarheid.

Regiogerichte aanpak bij de afweging van doelen De Provincie realiseert zich dat het doel (1) samen met doel (3) (samengevat: Duurzame bereikbaarheid) en (2) Toegankelijkheid

& Inclusiviteit een vervoerkundig spanningsveld vormen. Beschikbare middelen moeten verdeeld worden tussen enerzijds een (zo ver mogelijk) dekkende ontsluiting van het concessiegebied met het ov-netwerk en anderzijds een zo aantrek­ kelijk mogelijk aanbod op de verbindingen waar mensen het meeste van profiteren en daarom veel reizigers te verwachten zijn. Met andere woorden: meer verbindingen ter ontsluiting van kleinere kernen en wijken kunnen ten koste gaan van een beter aanbod op hoog gefrequenteerde verbindingen en andersom. Om tot een goed evenwicht te komen, hanteert de Provincie een regiogerichte aanpak. De nieuwe Concessie NoordWest Noord-Holland kent diverse regio’s met verschillende vormen van stedelijkheid en doelgroepen. Deze regionale kenmerken beïnvloeden de rol van het openbaar vervoer in het betreffende gebied. Terwijl alle drie doelen in het hele concessiegebied van belang zijn, ligt het accent per regio telkens anders. In landelijke gebieden ligt de kracht van het openbaar vervoer voornamelijk in het bieden van toegankelijkheid, terwijl op verbindingen tussen grotere kernen en in stedelijke gebieden de bereikbaarheidsopgave een grotere rol speelt.

Uitgangspunten per regio De Provincie wenst dat het openbaar vervoer aansluit bij de uitgangspunten per regio. Daarbij heeft de Provincie de volgende uitgangspunten per deelgebied: 1.

Garantie bedieningsniveau landelijk gebied

Voorbeelden: Gemeente Hollands Kroon, gemeente Koggenland.

Kenmerken: Het openbaar vervoer van en naar de kleine kernen (tot 5.000 inwoners) heeft voornamelijk de functie om bewoners verbindingen met grotere kernen en regionale voorzieningen te bieden. Bestaande reizigers zijn gehecht aan hun vaste verbindingen en haltes dichtbij de dorpskernen en hebben een grote behoefte aan zekerheid over het voortbestaan van hun lijn in de toekomst. Door het lage aantal bewoners en reizigers bestaat er alleen zeer beperkt potentieel om verbindingen uit te breiden.

Uitgangspunten: De Provincie borgt in de aanbesteding dat het huidige niveau van openbaar vervoer zo veel mogelijk gecontinueerd wordt. Het overgrote deel van het huidige bedieningsniveau (ca. 90%) wordt vastgelegd in het Programma van Eisen. Via de gunningscriteria wordt de vervoerder daarnaast erop gestuurd om uitbreidingen ten opzichte van deze eisen aan te bieden en waar mogelijk extra reismogelijkheden in vorm van 2.

flexvervoer te bieden.

Behoud en verbetering van bereikbaarheid tussen en binnen (middel)grote kernen

Voorbeelden: middelgrote kernen als Julianadorp, Zandvoort aan Zee en Medemblik; en grote kernen zoals

Alkmaar, Hoorn, Den Helder en Heerhugowaard

Kenmerken: Tussen middelgrote kernen (5.000-25.000 inwoners) en grote kernen (>25.000 inwoners) heeft het openbaar vervoer een grotere rol in de bereikbaarheidsopgave. In een aantal kernen wordt deze functie voornamelijk ingevuld door de trein, maar ook sommige busverbindingen bieden in de huidige situatie al lijnen met een hoge snelheid en deels hogere frequentie. Binnen de middelgrote kernen heeft het openbaar vervoer met name een inclusieve functie net als van en naar de kleine kernen. In grote kernen zoals Alkmaar, Den Helder, Hoorn en Heerhugowaard heeft het openbaar vervoer daarnaast ook een relevante rol in het verbinden van wijken met centrale (overstap-)locaties.

Uitgangspunten: De Provincie zet erop in om huidige verbindingen te behouden en – waar zinvol – te versterken. In het Programma van Eisen wordt een categorie van snelle en frequente lijnen voor regionale verbindingen opgenomen (Streeksprinter) die voor middelgrote kernen zonder eigen treinstation verplicht wordt. Binnen de grotere kernen worden eisen gesteld aan binnenstedelijke verbindingen met als uitgangspunt het huidige niveau. In, van en naar Alkmaar is daarnaast op een aantal trajecten een verdere ontwikkeling van lijnen met een hoog

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

71

Provincie Noord-Holland

bedieningsniveau wenselijk. Voor een van deze trajecten – de verbinding tussen Heerhugowaard en Alkmaar – worden in het Programma van Eisen specifieke eisen opgenomen. In de gunningscriteria wordt ingezet op in ieder geval het behoud van het huidige bedieningsniveau op de overige snelle en frequente verbindingen. Waar mogelijk worden deze lijnen bij start of tijdens de looptijd van de concessie nog sneller en aantrekkelijker door 3.

directe routes en hogere frequenties.

Uitbreiding en hervorming van bereikbaarheid binnen en tussen het stedelijke gebied Voorbeelden: Haarlem & IJmond

Kenmerken: Het openbaar vervoer heeft binnen het stedelijke gebied (kernen met >100.000 inwoners) een sterkere rol in de algemene bereikbaarheid van de regio. In de huidige situatie is het netwerk in veel gevallen gericht op een hoge ontsluiting en zeer korte loopafstanden naar haltes. Hierdoor is het netwerk inclusief, door de lage frequenties op een aantal verbindingen echter niet overal aantrekkelijk voor een brede groep mensen. In dichtbebouwde gebieden met duidelijke hoofdassen leidt dit ertoe dat het potentieel van het openbaar vervoer binnen de bereikbaarheidsopgave niet volledig benut wordt.

Uitgangspunten: De Provincie streeft in deze regio naar een netwerk waarin de verbetering van de bereikbaar­ heid centraal wordt gesteld. Dit betreft met name de ontwikkeling of versterking van verbindingen met een (potentieel) groot aantal reizigers. Snellere en frequentere lijnen op deze verbindingen hebben het potentieel om de bereikbaarheid van belangrijke bestemmingen voor de meeste bewoners significant te verbeteren. De meeste reizigers zijn bereid om voor een verbetering van het aanbod ook langere loopafstanden te accepteren. De Provincie zet daarom in op hoogfrequente lijnen op specifieke trajecten in zeer dichtbebouwde gebieden en biedt daarbij de vervoerder de ruimte om het aanbod aan vervoer sterker te bundelen op deze verbindingen. De Provincie verwacht dat inschrijvers verbeteringen ten opzichte van het huidige niveau met name inzetten op de frequente verbeteringen. Tegelijkertijd dient de vervoerder ook rekening te houden met de behoeften van doelgroepen voor wie langere loopafstanden een uitdaging zijn. Hiervoor dient de vervoerder in ieder geval op de belangrijkste verbindingen (zoals bijvoorbeeld in Haarlem-Noord, binnen Schalkwijk en tussen Velserbroek en IJmuiden) lijnen met korte halteafstanden te continueren. Dit wordt in Programma van Eisen verankerd in een systematiek van eisen aan loopafstanden en minimale frequenties per lijntype.

Texel Op Texel bestaan er door de verschillen tussen de seizoenen en het centrale belang van de verbinding naar de Veerhaven andere behoeften aan vervoer dan elders in de Provincie. Tegelijkertijd heeft de Provincie de ambitie om ervoor te zorgen dat het vervoeraanbod op Texel vergelijkbaar blijft met het aanbod in de rest van de Provincie. De Provincie hanteert daarom voor de bediening van Texel als uitgangspunt dat alle plaatsen op Texel bediend worden met een vorm van openbaar vervoer en daarbij over reismogelijkheden beschikken die aansluiting bieden op alle afvaarten van de veerdienst van en naar Den Helder. De huidige bediening met de Texelhopper sluit volgens de Provincie vanwege het zeer hoge aantal haltes minder goed aan bij deze uitgangspunten. Daarom wordt de huidige Texelhopper vervangen door een nieuw vraagafhankelijk systeem dat per kern en belangrijke bestemming op Texel een Halte bedient en in Den Burg en bij de Veerhaven aansluiting biedt van en naar de veerdienst en de vaste buslijn tussen De Koog, Den Burg en de Veerhaven.

Evenredige verdeling tussen huidige concessiegebieden Naast de regiospecifieke uitdagingen ontstaat door de samenvoeging van de huidige twee concessiegebieden een technische opgave voor de aanbesteding om te voorkomen dat er een onevenwichtigheid in het aanbod tussen regio’s ontstaat. De Provincie hanteert daarbij als uitgangspunt dat een in beide huidige concessiegebieden Noord-Holland Noord en Haarlem-IJmond een minimumniveau via het Programma van Eisen wordt vastgelegd waardoor een groot deel van het huidige aanbod geborgd blijft. Daarbovenop worden inschrijvers uitgedaagd om een aanbod passend bij de doelen en de kenmerken per regio uit te werken. Dit wordt vervolgens een van de kerncriteria bij de beoordeling van de inschrijvingen.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

72

Provincie Noord-Holland

3. Nadere uitwerking binnen de aanbesteding De uitgangspunten per gebied worden ten behoeve van de aanbesteding nader uitgewerkt als eisen aan de vervoerder (Programma van Eisen) en wensen die het kader voor de beoordeling vormen (gunningscriteria). De Provincie heeft daarbij per thema de volgende keuzes gemaakt:

3.1 Ontsluiting van het concessiegebied Te bedienen kernen In de huidige situatie biedt het openbaar vervoer verbindingen naar een groot aantal kernen. Bijna elke kern met meer dan 1.250 inwoners wordt bediend met een buslijn. Passend bij het uitgangspunt voor het landelijke gebied zet de Provincie erop in dat dit bedieningsniveau grotendeels behouden blijft. Daarom wordt het overgrote deel van het huidige bedieningsniveau voor kleine kernen opgenomen als eis in het Programma van Eisen. De vervoerder heeft op die manier nog een beperkte ontwikkelruimte om het aanbod tijdens de concessie beter aan te laten sluiten bij verbindingen passend bij de ontwikkelperspectieven en veranderde reisbehoeften van bewoners. Een groot aantal van kleine kernen worden in de huidige situatie bediend door buurtbuslijnen. De Provincie gaat ervan uit dat deze lijnen voortgezet worden. Voor zeer kleine kernen (lager dan 1.250 inwoners) is geen bedieningseis opgenomen. Voor overige kleine kernen wordt bovenop het aanbod van de buurtbuslijn het huidige niveau van buslijnen uitgevraagd om te voorkomen dat er minder vervoer aangeboden wordt. Daarnaast geldt voor deze kernen dat in het geval een buurtbus opgeheven wordt, de vervoerder een kwalitatief vergelijkbaar alternatief moet bieden.

De Provincie heeft als wens om de toegankelijkheid van het netwerk te vergroten door ook kleinere kernen één reis­ mogelijkheid per uur met vraagafhankelijk vervoer (flexvervoer) te bieden. Het aanbod van de inschrijvers wordt daarom onder ander erop beoordeelt in hoeverre ook kleine kernen bereikbaar blijven met het openbaar vervoer. De eisen en wensen worden als volgt opgenomen:

Te bedienen kleine kernen

Programma van Eisen

Wens (gunningscriteria)

500-1.250 inwoners

Ontsluiting door bestaande buurtbussen, geen aanvullende bedieningseis

1x per uur een reismogelijkheid met flexvervoer van/naar een dichtbij­ gelegen knooppunt (trein-/busstation)

1.250-2.500 inwoners

90% van het huidige bedieningsniveau (aantal ritten per dag) wordt gecontinueerd

100% van het huidige bedieningsniveau wordt gecontinueerd; daarbuiten 1x per uur een reismogelijkheid met flexvervoer

2.500-5.000 inwoners

Minimaal een vaste ov-lijn met een frequentie van 1x per uur op alle dagen van de week tot 23 uur (tenzij de kern ook in de huidige situatie door alleen een buurtbus bediend wordt)

100% van het huidige bedieningsniveau wordt gecontinueerd

Afstanden tot haltes In de huidige concessie Noord-Holland-Noord zijn de lijnvoering en de te bedienen haltes voor een groot deel vastgelegd. In de concessie Haarlem-IJmond daarentegen zijn functionele eisen gesteld aan de ontsluiting door middel van maximale afstanden tot haltes. Daarbij gelden voor verschillende lijntypes afwijkende eisen op basis van het principe: hoe beter het aanbod van een lijn (frequenties en bedieningstijden), hoe langer de afstanden. Op basis van deze systematiek wordt de vervoerder de ruimte geboden om het netwerk passend bij de beoogde functie van het openbaar vervoer in te richten. In een op bereikbaarheid gericht aanbod zijn langere loopafstanden acceptabel, mits korte wacht­ tijden op de halte gegarandeerd zijn. In een op inclusiviteit gericht aanbod zijn daarentegen kortere loopafstanden wenselijk in ruil voor hogere frequenties. Het aantal te ontsluiten inwoners verschilt daarnaast per gebiedstype. In dichtbebouwd, stedelijk gebied zijn meer haltes nodig om inwoners te ontsluiten. Daarom moeten loopafstanden tot haltes hier korter zijn dan in meer landelijke gebieden. De Provincie kiest daarom ervoor om voor loopafstanden tot haltes verschillende eisen te stellen passen bij het betreffende gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=78f23e4e-2ab3-47c8-82a1-84798a88ee65