CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 1 februari 2022, gemeente Texel48.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Verslag raadscommissie

Woensdag 01-126/11

licht toe dat het een jong bedrijf is dat uit z’n jasje groeit. Op andere locaties is niet tot een oplossing gekomen, dus toen is het naastliggende perceel verworven met het verzoek om dit groeiende bedrijf verder te kunnen ontplooien. Raadslid VELTKAMP vraagt of andere soorten bedrijven in het buitengebied, bijv. een recreatiebedrijf, met ruimtetekort dan ook mogen uitbreiden op een agrarisch perceel. Wethouder KOOIMAN antwoordt dat ieder bedrijf een aanvraag of principeverzoek kan indienen, en dat soms sprake is van maatwerk. Raadslid SCHUIRINGA vult in reactie op de heer Rutten aan dat de vervallen stolp al onbewoonbaar verklaard was, dus aan de woningvoorraad onttrokken. Raadslid VAN DE WETERING merkt op dat het blok erachter gewoon een woonbestemming had, geen bedrijfsbestemming. In haar ogen verdwijnt er dus toch een woonmogelijkheid. Dat is in haar ogen ernstig genoeg om toch voor terugbouwen van een woning te pleiten. Ook zij vreest dat dit besluit precedent oplevert. Het college zou toch volmondig ‘nee’ moeten kunnen zeggen op zo’n vraag over uitbreiding van een recreatief bedrijf. Wethouder KOOIMAN zegt dat dit een specifiek geval is, wat geen precedent schept. Ieder bedrijf kan zo’n aanvraag indienen, maar uitbreiding recreatieve bedden is natuurlijk niet aan de orde.

Bij de vaststelling van bestemmingsplan buitengebied is nog een termijn geboden voor herbouw van de stolp tot woning. Daar is geen gebruik van gemaakt, herhaalt hij, en toen is de stolp inderdaad onbewoonbaar verklaard. Raadslid VELTKAMP brengt nog in dat ruimtetekort bij een recreatief bedrijf niet hoeft te betekenen dat er meer bedden komen. Raadslid HOOGERHEIDE benadrukt de woorden van de wethouder dat bij bestemmingsplan buitengebied deze stolp uitvoerig is besproken, en uiteindelijk is geamoveerd. Bovendien kan een woning bouwen daar niet, want er zit een bedrijf categorie 3 naast, vult hij aan. Raadslid VELTKAMP heeft toch behoorlijk moeite met dit voorstel. Hij is op zoek naar zwaardere argumenten, want hij is niet voor ontwikkeling van bedrijventerreinen in buitengebied. Die ziet hij liever grenzend aan een dorp. De PvdA zal erover nadenken. Raadslid RUTTEN snapt ondernemer en college, maar ook wat de heer Veltkamp en mevrouw Van de Wetering zeggen: waar ligt de grens tussen willekeur en maatwerk? Ook het CDA beraadt zich nog. Dit agendapunt gaat als bespreekstuk naar de raad van 15-12-2021. 8.

Uitkomsten septembercirculaire 2021 - ter kennisname De VOORZITTER leest de inleiding voor. Het komt erop neer dat het €1,5 miljoen hoger uitkomt dan de meicirculaire. Raadslid RAN constateert dat de gemeente iedere keer na mei met tegenvallers te maken krijgt, maar dat het steeds in september weer goed komt. Hij geeft complimenten aan het college en hoop dat dit zo doorgaat.

9.

Eerste begrotingswijziging Omgevingsdienst NHN 2022 Raadslid SCHUIRINGA memoreerde dit voorstel gisteren al. Bij deze begrotingswijziging zegt het college dat dit bij de begroting had gemoeten, terwijl het met zo’n zelfde begrotingswijziging in het Sociaal Domein wél instemt. Als raadsrapporteur meldt raadslid SOYER heel blij te zijn dat ons college niet akkoord gaat. Bij de begroting zijn afspraken gemaakt: wijziging doe je wanneer het noodzakelijk is, en niet voorzienbaar. Nu worden er ineens €200.000 voor trainees en nog eens 2 ton voor nieuwe data-analisten gevraagd. Hij neemt toch aan dat dit binnen de begroting van €20 miljoen opgevangen kan worden. Ook noemt de strategische personeelsplanning niets van frictie, of dat meer mensen nodig zouden zijn. Alleen Hollands Kroon vindt de gegeven verklaring voldoende. Raadslid SCHUIRINGA bedoelde dat gisteren over het Sociaal Domein net zo. Ook daar lag de visie er al ¾ jaar terug. De VOORZITTER merkt op dat dit nu niet aan de orde is. Raadscommissielid VISSER kijkt terug op 7 juli 2021 de begroting OHD voor 2022 is

Verslag raadscommissie

Woensdag 01-127/11

toezegging

vastgesteld. Wethouder Kooiman en burgemeester Uitdehaag waren daarbij aanwezig, en toen is een eerste begrotingswijziging al aangekondigd. In iedere raadscommissie kan het college de raad melding doen van dergelijke zaken, maar heeft nooit de aankomende begrotingswijziging genoemd. Vanaf 20 september was er 8 weken om een zienswijze in te dienen, tot 15 november. Dat is door geen enkel raadslid op de agenda gezet, dus hoe kan het dan dat 3 gemeenten nu tóch een zienswijze presenteren, wil ze weten. De FUGR (Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen) is in 2019 voor het laatst herzien, dus we mogen aannemen dat die regeling bekend was. Maar kennelijk is het voor de commissie begroting van 27-10-2021 niet besproken, en is het nu niet op tijd voor de gemeentelijke begrotingen. Was er voor die datum aandacht voor geweest, dan had de raad de bijdragen nog kunnen aanpassen. Het lijkt haar dat we als gemeenten nu een modderfiguur slaan als we zeggen de stukken te laat te hebben ontvangen. Wethouder KOOIMAN raadt aan dit soort vragen voortaan schriftelijk te stellen, dan kunnen ze zich er beter op voorbereiden. Hij kan wel zeggen: op het moment dat de OD op tijd om dit geld had gevraagd, het op tijd voor onze begroting was geweest. Dat is de reden van deze zienswijze.

Het zou niet zo moeten zijn dat de colleges altijd voor dit soort zaken bij de raden terug moeten komen. Ook als gemeente maken we kosten i.v.m. het uitstel van de Omgevingswet, maar die vangen we zelf op, benadrukt hij. De wethouder zegt toe hier voor de raad nog schriftelijk op terug te komen. Raadscommissielid VISSER vond lastig te bepalen of dit vraagstuk politiek of technisch is, vandaar dat ze het nu hier naar voren bracht. Ze benadrukt dat toch meer dan 8 weken vóór de begrotingscommissie bekend was dat dit eraan zat te komen. Dat we als raad die brief niet gezien of behandeld hebben, komt in haar ogen meer doordat het college er nooit iets over gezegd heeft, en dat betreurt ze. Raadsgriffier DE PORTO licht toe dat dit soort brieven rechtstreeks naar de raad komen, maar dat de raad daar niet actief actie van het college op hoeft te vragen. Raadscommissielid VISSER herhaalt dat ze als raad toch mogen verwachten, als er een termijn van 8 weken voor staat, al voor die tijd betrokken te worden bij een eventuele zienswijze. Raadslid SOYER noemt dit een uitstekende procedurele analyse. Raadscommissielid VISSER tipt nog dat de RRN van 18-11-2021, waar weinig Texelaars aan mee deden, terug is te kijken. Daar werd door de wethouder van Hollands Kroon stellig bepleit hierin mee te gaan. Kennelijk was het daar wel direct opgepakt.

Opmerkelijk is ook dat juist Schagen en Texel voortrekker zijn van deze begrotingswijziging. De OD kan niet goed functioneren zonder deze bijdrage, en al dragen we er al veel aan bij, toch adviseert de PvdA met Hollands Kroon mee te gaan. Ze zullen met een amendement komen om punt 3 te schrappen, kondigt mevrouw Visser aan. Dit komt terug in de raad van 15-12-2021. Hierna volgt pauze.

10.

Aankondiging moties en initiatiefvoorstellen 10a.

Motie CDA: Veilig fietsen is de norm Raadslid KOOT ziet dat de gemeente fors inzet op het renoveren van fietspaden. Er was al wat discussie, en er is nog een paar jaar te gaan, dus het CDA denkt dat dit een goed moment is om de plek van de fietser duidelijk in beeld te krijgen. Texel fietseiland wil immers autoverkeer ontmoedigen. Ieder moet met een veilig gevoel kunnen fietsen. Na de overname van fietspaden van SBB, is het belangrijk die veiligheid en beleving zorgvuldig mee te nemen, en daarbij het advies en expertise van organisaties zoals Fietsersbond afd. Texel te betrekken. Met deze motie roepen ze dan ook het college op om altijd eerst gebruik te maken van deze expertise. Ze raden ook aan de plannen voor herinrichting Randweg alsnog daar voor te leggen. De Fietsersbond is hier nog niet heel lang actief, maar er kan nu dus wel van die diensten gebruik gemaakt worden. De motie past volgens mevrouw Koot ook uitstekend in de participatie van de Omgevingswet. Gemeenten worden dan altijd verplicht de belangrijkste participanten te horen. Raadslid SOYER is blij dat geëngageerde inwoners zich willen inzetten voor de fietsers.

Verslag raadscommissie

Woensdag 01-128/11

toezegging

toezegging

toezegging

10b.

GroenLinks is het zeker eens dat deze organisatie moet worden betrokken, maar altijd éérst deze specifieke organisatie uitnodigen voordat het werk mag beginnen gaat hen toch te ver. Eigenlijk geldt het benutten van lokale expertise toch voor álle besluiten, benadrukt hij. Misschien wil het CDA de motie nog iets aanpassen, of beperken tot de werkwijze van de verkeerscommissie. Daar lijkt het hen heel goed bij passen. Raadslid KOOT kan wel akkoord gaan als GroenLinks het zo wil zien, maar wil dan wel zeker weten dat de Fietserbond in de verkeerscommissie wordt opgenomen. Het gaat hier namelijk wel om de inrichting van een fietspad. Wethouder KOOIMAN kreeg deze oproep gisteren ook. Volgens hem is dat verzoek wel gedaan, maar de vraag staat uit, en hij belooft erop terug te komen. Inmiddels is er al wel contact met de Fietsersbond afd. Texel, en hebben ze daar nu een vaste afspraak mee. Raadslid KOOT vindt dat fijn om te horen. Ze wil wel zeker weten dat dit dan ook voor punt 1 van de motie geldt, dat die betrokkenheid vanaf nu automatisch wordt meegenomen. Wethouder KOOIMAN wil wel voorkomen dat ze er altijd gebruik van moeten maken en op een groen vinkje moeten wachten voor ze kunnen beginnen. De betrokkenheid van de Fietsersbond mag geen vertraging betekenen. In geval van de Randweg zijn ze bijv. al een half jaar aan het voorbereiden.

Raadslid KOOT ziet de motie als voorschot op de participatie die volgend jaar toch verplicht wordt. Het lijkt haar dat dan de Fietsersbond als vaste participant moet worden gezien als er iets ingrijpends aan een weg en/of fietspad gebeurt, en er net zoals bij alle andere projecten een lijst van participanten moet zijn. Raadslid VAN DE WETERING denkt dat mevrouw Koot een soort borging wil in de werken, zodat het eigenlijk gewoonte gaat worden contact te hebben o.a. met de Texelse Fietsersbond bij grootschalige renovatie van een fietspad. Ze is het overigens ook altijd eens met inschakelen van Texelse expertise. Raadslid SCHUIRINGA merkt op dat voor de Randweg een jaar geleden al een omgevingsaanvraag is gedaan. Toen was er voor iedere burger inbreng mogelijk, maar nu is die al vergund, dus daar komt dit voorstel te laat voor. Hij is blij dat de Fietsersbond hier nu actief is en bij iedere aanvraag meteen kan reageren. Raadslid HOOGERHEIDE vraagt of hij kan concluderen dat het college de motie ontraadt. Wethouder KOOIMAN wil het niet echt ontraden, maar wel zoals hier letterlijk staat dat ze altijd eerst die organisatie moeten raadplegen, want hij wil voorkomen dat ze een uitgebreid traject met hen moeten doorlopen. Maar als mevrouw Koot bedoelt: betrek de bond bij alle nieuwe projecten, dan is het voor het college geen probleem.

Bij aanpassing op dit punt omarmt hij dus de motie, zegt hij tegen de heer Hoogerheide. Raadslid WITTE vraagt of hij goed begrijpt dat de Omgevingswet per 1 juli 2022 sowieso verplicht die organisaties te betrekken. Dan zou de motie per die datum overbodig zijn. Wethouder KOOIMAN bevestigt dat dit inderdaad ingaat met de nieuwe wet, maar hoe het er precies staat moet hij nalezen. Raadslid SOYER ervaart dat nog niemand kan vertellen wat de participatie bij de Omgevingswet precies gaat inhouden. Raadslid VELTKAMP is blij met participatie, maar ziet dat het nog lang niet klaar is. Hij wil het dus nog niet dwingend voorschrijven, en zal met de motie in deze vorm niet meegaan. Raadslid HIN zegt ook tegen mevrouw Koot dat ze met de Randweg al bezig zijn. Punt 1 van de motie vindt ze ook wel erg strak geformuleerd. Als de Fietsersbond in de verkeerscommissie zit, loopt de betrokkenheid al automatisch, meent ze. Wethouder KOOIMAN weet niet zeker of dat al het geval is. Hij probeert het antwoord voor de raad te geven. Raadslid WITTE geeft aan dat ook Texels Belang die uitleg afwacht. Initiatiefvoorstel D66 en GroenLinks: Ook met 16 of 17 jaar heb je recht van spreken Raadslid VAN DE WETERING denkt dat het voorstel voor zich spreekt. Motivering is dat de verordening restricties voor commissieleden bevat, maar dat de wetgever die ons niet oplegt.

Partijen mogen in principe zelf bepalen wie ze als commissielid willen inzetten. Waarom zou dat wel iemand van 80 en niet iemand van 17 kunnen zijn? Er worden in de raadscommissie trouwens geen besluiten genomen. Een aantal malen is al geprobeerd een Jeugdraad in te stellen, maar dat werkte teveel achteraf, te weinig actueel. D66 en GroenLinks willen eigenlijk dat gat dichten en met de jeugd in plaats van over hen te

Verslag raadscommissie

Woensdag 01-129/11

praten. Raadslid KIEFT zegt dat GroenLinks dit onderstreept. Ze zouden het ontzettend fijn vinden als jongeren die belangstelling hebben kunnen toetsen of ze er werkelijk iets mee kunnen. En je wilt talent toch stimuleren, dus waarom niet in de raadscommissie, legt hij voor. Raadslid HIN vindt het aardig klinken, maar denkt dat ze het beter eerst in de denkgroep Werkwijze Raad kunnen bespreken. Raadslid VAN DE WETERING geeft aan dat die al een tijdje loopt. Ze zou het eigenlijk voor de verkiezingen geregeld willen hebben. Raadslid HIN weet dat men op de kieslijst wel 18 jaar moet zijn. Raadslid VAN DE WETERING corrigeert: als raadslid moet je 18 jaar zijn, maar voor commissieleden heeft de wetgever geen leeftijdsgrens gesteld. Dat is aan de partijen zelf. Raadslid HIN blijft erbij dat ze het toch eerst in de denkgroep wil bespreken. Raadslid WITTE neemt aan dat de indieners er een reden voor hebben, en er misschien helemaal geen leeftijd aan willen binden, maar vraagt waarom ze dan in het voorstel niet over bijv. iemand van 15 jaar spreken. Raadslid VAN DE WETERING zegt dat 16/17 jaar er van haar uit mag en vraagt of de heer Witte zich er dan in kan vinden. Raadslid WITTE moet dat eerst in de fractie bespreken. Raadslid RAN leest in de toelichting dat in maart 2022 de nieuwe commissieleden al benoemd kunnen zijn. Hij hoort graag of dat wel juist is.

Raadslid KIEFT zegt tegen de heer Witte dat zij 16 of 17 jaar al een heel mooie uitbreiding vinden. Laten we eerst maar eens kijken wat het oplevert, stelt hij voor. Raadslid VAN DE WETERING heeft al eerder lopen lobbyen om de commissie als kweekvijver tussentijds te kunnen vullen, anders moet je weer een jaar wachten. Raadslid RUTTEN had dezelfde vraag als de heer Witte. Raadslid VELTKAMP merkt op dat in deze periode het aantal commissieleden al uitgebreid is, ook vanwege de grote hoeveelheid stukken. Hij denkt dat er al genoeg mogelijkheden voor jongeren zijn om zich te kunnen uiten. Zij doen dat ook als het iets is wat hen raakt, ervaart hij. Ze kunnen bij elke steunfractie aankloppen, en in elke commissie iets aan de orde stellen. En straks ook nog via het participatieplan. Tevens kunnen we als politiek naar de scholieren gaan, om uit te leggen dat ze welkom zijn. Oftewel, we kunnen zelf meer zaaien en uitleggen, meent hij. Het initiatiefvoorstel vindt hij sympathiek, maar hij is niet overtuigd dat dit het raadswerk versterkt. Raadslid VAN DE WETERING beaamt dat jongeren net als iedereen kunnen inspreken, aankloppen, enz. maar zij hebben toch de beperking om niet zelf mee te doen aan het debat. En nu de jeugdraad al 2x niet gelukt is snapt ze eigenlijk waarom de raad niet wil toelaten dat jongeren in de raadscommissie zitting nemen.

Raadslid RAN voelt die kloof toch iets minder, jongeren weten hem in ieder geval goed te vinden. De Nederlandse vereniging voor raadsleden gaf opdracht tot onderzoek naar de rechtspositie van burgerraadsleden, resp. commissieleden. Als VVD onderschrijven ze de aanbeveling dat de gemeenteraad gelijke voorwaarden stelt. Dat lijkt hen niet onlogisch. Raadslid VAN DE WETERING wil ze echt een stem geven, en dat kan wel. Ze denkt dat de VVD de jongeren tekort doet door deze houding. Volgens haar kan het juist een ongelooflijke toevoeging zijn, en ze denkt dat er zeker interesse is. Raadslid KIEFT voegt toe of de andere fracties jongeren die graag willen deelnemen dan wil weren uit de raadscommissie. GroenLinks wil aan die kant niet staan, en jongeren wél die gelegenheid bieden. Raadslid RUTTEN vindt de leeftijdsgrens ook wat willekeurig. En ook kan hij zich vinden in de kritiek dat de stukken behoorlijk saai voor ze kunnen zijn. Verder stelt hij dat zij het eigen verantwoordelijkheid van partijen vinden wie ze in de commissie zetten.

11.

Rondvraag 11.1 toezegging

Raadscommissielid OOSTERHOF signaleert dat op parkeerterrein Botterstraat al weken kabelhaspels liggen, terwijl er geen werkzaamheden meer gebeuren. Hij vraagt of die opgeruimd kunnen worden. Wethouder KOOIMAN zegt toe er achteraan te gaan.

Verslag raadscommissie

Woensdag 01-1210/11

11.2 toezegging 11.3

toezegging

Raadslid WITTE vraagt of eraan gedacht is bij de TXL Sporthal een fietsenstalling te plaatsen. Wethouder KOOIMAN heeft onlangs met de Sportstichting gesproken. Dit verzoek heeft hij nog niet gehad, maar als dat er komt, dan bekijken we dat. Raadslid VAN DE WETERING hoorde dat de werkzaamheden aan de waterleiding in de De Ruyterstraat niet afgemaakt kunnen worden omdat het waterpeil te hoog is. Kan dat omlaag om het werk af te maken, is haar vraag. Wethouder KOOIMAN weet niet wie hiervoor verantwoordelijk is, maar gaat het na.

11.4

Raadslid HIN heeft een vraag voor wethouder Van de Belt. Ze zal hem morgen bellen.

11.5

Raadslid KOOT ziet dat SBB bomen aan het kappen is langs fietspaden. Ze vraagt of daar vergunning voor nodig is. De VOORZITTER denkt dat dit onderhoud is.

12.

Sluiting De VOORZITTER dankt allen voor hun inbreng. Hij sluit de vergadering om 21.44 uur.

Afkortingen FUGR = financiële uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen, OD NHN = omgevingsdienst Noord-Holland Noord, rkc = rekenkamercommissie

Ondertekening Vastgesteld in de openbare raadscommissievergadering van 1-2-2022, De griffier,

Verslag raadscommissie

Woensdag 01-1211/11

8 Uitvoeringsprogramma Agenda Waddengebied 2050 (vanwege inspreker naar voren gehaald) 1 Dossier 902 voorblad.pdf

Raadscommissie Dossiernummer

902

Extern Zaak ID

3114875

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

1 februari 2022

Agendapunt

8

Titel

Uitvoeringsprogramma Agenda Waddengebied 2050 (vanwege inspreker naar voren gehaald)

Organisatieonderdeel

Beleid & Vergunningen (VTH)

Portefeuillehouder

Burgemeester

Aanleiding

Overig

Bijlagen Advies - Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026 Waddengebied Bijlage 1 - Notitie Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Bijlage 2 - Brief Omgevingsberaad inzake advies over Uitvoeringsprogramma Waddengebied Bijlage 3 - Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Bijlage 4 - Concept werkdocument Doelendocument Concept-raadsbesluit - 3103372 - Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026 Waddengebied Geagendeerd

Vergaderdatum

Planningscommisie

18 januari 2022

Raadscommissie

1 februari 2022

Raadsvergadering

16 februari 2022

Toelichting Het Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021–2026 (Uitvoeringsprogramma) is een uitwerking van de Agenda voor het Waddengebied 2050, waarvoor de Waddeneilanden op 3 februari 2021 een instemmings-verklaring hebben ondertekend. Het Programma Waddeneilanden is integraal opgenomen in zowel het Uitvoeringsprogramma als het Doelen-document. Dat betekent dat door de afspraken tussen en de betrokkenheid van de diverse overheden en marktpartijen (vissers, agrariërs, recreatie etc.) een uitvoeringsprogramma voorligt waar Texel van kan profiteren, in geld, vernieuwing, pilots, ontwikkelingen en kennis. Zo biedt de betrokkenheid van twee ministeries kans op het deelnemen aan programma’s waarvoor financiering beschikbaar komt, al dan niet via het Programma Waddeneilanden. De behandeling van de stukken heeft op diverse momenten plaatsgevonden in het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden, het Omgevingsberaad

Waddengebied en het Bestuurlijk Overleg Waddengebied. De gemeenteraden zijn ook geïnformeerd over het Uitvoeringsprogramma tijdens een digitale raadsbijeenkomst op 14 december 2021.

1 Advies - Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026 Waddengebied

Advies

1

Uitvoeringsprogramma 2021–2026 Waddengebied Doelenboom Programma

1

Voor en door bewoners

Maatschappelijk doel

1.1.

Dienstverlening optimaliseren

Beleidsdoel

1.1.3

Op taakvelden met andere instellingen samenwerken

Operationeel doel

1.1.3.2

In regioverband samenwerken

Raadsvoorstel Voorgesteld wordt: De volgende wensen namens de gemeente Texel in te brengen ten behoeve van het Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021–2026: a. Inzake de ontwikkeling van de Waddenbaai aandacht voor de bevaarbaarheid van het gebied voor veerboten, visserijschepen en recreatievaart. b. Op het gebied van samenwerking op zoetwaterbeleid een duidelijke versnelling aangezien Texel te maken heeft met grote verdroging en met waterschap en agrariërs al druk doende is met zoetwaterbeleid. c. De wens om de kosten van de 0,6 fte die de recreatie in het waddengebied moet gaan versterken, wordt betaald door de aan dit project deelnemende waddenkustgemeenten. d. Het integraal beoordelen van de 11 deelprogramma’s in alle situaties, zodat kansen om zaken te koppelen worden benut en eventuele negatieve effecten worden voorkomen.

Toelichting Het Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021–2026 (Uitvoeringsprogramma) is een uitwerking van de Agenda voor het Waddengebied 2050, waarvoor de Waddeneilanden op 3 februari 2021 een instemmingsverklaring hebben ondertekend. Het Programma Waddeneilanden is integraal opgenomen in zowel het Uitvoeringsprogramma als het Doelendocument. Dat betekent dat door de afspraken tussen en de betrokkenheid van de diverse overheden en marktpartijen (vissers, agrariërs, recreatie etc.) een uitvoeringsprogramma voorligt waar Texel van kan profiteren, in geld, vernieuwing, pilots, ontwikkelingen en kennis. Zo biedt de betrokkenheid van twee ministeries kans op het deelnemen aan programma’s waarvoor financiering beschikbaar komt, al dan niet via het Programma Waddeneilanden. De behandeling van de stukken heeft op diverse momenten plaatsgevonden in het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden, het Omgevingsberaad Waddengebied en het Bestuurlijk Overleg Waddengebied. De gemeenteraden zijn ook geïnformeerd over het Uitvoeringsprogramma tijdens een digitale raadsbijeenkomst op 14 december 2021.

Consequenties Financieel

Bijlagen  Ja  Nee

Personeel/Organisatie  Ja  Nee Juridisch

 Ja  Nee

Majeure risico’s

 Ja  Nee

Beheer

 Ja  Nee

Belanghebbenden

 Ja  Nee

Beleid

 Ja  Nee

Structuurvisie

Inkoop/Aanbesteding

 Ja  Nee

Regie

Deregulering

 Ja  Nee

Zaaknummer

 Ja  Nee

3103372

1.

Notitie Uitvoeringsprogramma

2.

Brief Omgevingsberaad inzake advies

3.

Concept Uitvoeringsprogramma

4.

Concept werkdocument

Waddengebied 2021-2026 Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Doelendocument

Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026 Waddengebied Samenvatting Het college legt het Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021 – 2026 (Uitvoeringsprogramma) voor wensen en bedenkingen voor aan de gemeenteraad. Het Uitvoeringsprogramma is een uitwerking van de Agenda voor het Waddengebied 2050, waarvoor de Waddeneilanden op 3 februari 2021 een instemmingsverklaring hebben ondertekend. Het Programma Waddeneilanden (over de samenwerking tussen de eilanden) is integraal opgenomen in zowel het Uitvoeringsprogramma als het Doelendocument. Dat betekent dat door de afspraken tussen en de betrokkenheid van de diverse overheden en marktpartijen (vissers, agrariërs, recreatie etc.) een uitvoeringsprogramma voorligt waar Texel van kan profiteren, in geld, vernieuwing, pilots, ontwikkelingen en kennis. Zo biedt de betrokkenheid van twee ministeries kans op het deelnemen aan programma’s waarvoor financiering beschikbaar komt, al dan niet via het Programma Waddeneilanden. De behandeling van de stukken heeft op diverse momenten plaatsgevonden in het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden, het Omgevingsberaad Waddengebied en het Bestuurlijk Overleg Waddengebied. De gemeenteraden zijn ook geïnformeerd over het Uitvoeringsprogramma tijdens een digitale raadsbijeenkomst op 14 december 2021.

Het college stelt voor de volgende wensen namens de gemeente Texel in te brengen ten behoeve van het Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021–2026: a. Inzake de ontwikkeling van de Waddenbaai aandacht voor de bevaarbaarheid van het gebied voor veerboten, visserijschepen en recreatievaart. b. Op het gebied van samenwerking op zoetwaterbeleid een duidelijke versnelling aangezien Texel te maken heeft met grote verdroging en met waterschap en agrariërs al druk doende is met zoetwaterbeleid. c. De wens om de kosten van de 0,6 fte die de recreatie in het waddengebied moet gaan versterken, wordt betaald door de aan dit project deelnemende waddenkustgemeenten. d. Het integraal beoordelen van de 11 deelprogramma’s in alle situaties, zodat kansen om zaken te koppelen worden benut en eventuele negatieve effecten worden voorkomen.

Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026 Waddengebied Argumenten tot advies Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Het Uitvoeringsprogramma bevat een bundeling van initiatieven die (mede) bijdragen aan het behalen van de doelstellingen voor de Waddenzee en het Waddengebied en waar partijen in de periode 2021-2026 mee aan de slag willen. De in de Agenda voor het Waddengebied 2050 (Agenda) beschreven uitvoeringstrategieën vormen de basis voor het Uitvoeringsprogramma. De doelen, principes en vertrekpunten uit de Agenda zijn hierbij leidend. Opzet Uitvoeringsprogramma Het Uitvoeringsprogramma is opgezet aan de hand van 11 deelprogramma’s. Per deelprogramma wordt inzichtelijk gemaakt hoe vanuit het desbetreffende deelprogramma wordt bijgedragen aan het realiseren van de hoofddoelstellingen voor de Waddenzee en het Waddengebied. Hoofddoelstelling voor de Waddenzee: ‘een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap’, Doelstelling voor het Waddengebied: ‘veilig, vitaal en veerkrachtig in 2050’. De uitvoeringsstrategieën zijn de afgelopen periode per deelprogramma vertaald in zogeheten veranderdoelen (ER-doelen) en SMART doelen. Vervolgens is gekeken welke nieuwe dan wel lopende initiatieven bijdragen aan het behalen van deze doelen. De doelen zijn neergelegd in een separaat Doelendocument.

Het Uitvoeringsprogramma, met daarin de initiatieven voor de programmaperiode 2021-2026, is daarop gebaseerd. De onderwerpen of dilemma’s waar partijen verder over in gesprek gaan zijn eveneens opgenomen in het Uitvoeringsprogramma. De afgelopen periode zijn ook de meer overkoepelend aspecten van het Uitvoeringsprogramma uitgewerkt. Het gaat hierbij om de organisatie van het Uitvoeringsprogramma, kennisontwikkeling, monitoring en evaluatie, de programma-risico’s, communicatie en de financiering van de organisatie van het Uitvoeringsprogramma. Initiatieven Het Uitvoeringsprogramma bundelt diverse (lopende en te starten) initiatieven waar de betrokken partijen op korte termijn (2021-2026) mee aan de slag willen dan wel al mee aan de slag zijn. Vertrekpunt voor de in het Uitvoeringsprogramma opgenomen initiatieven vormen de initiatieven zoals opgenomen in de ‘Doorkijk naar het Uitvoeringsprogramma’ uit de Agenda. De betrokken partijen zijn sinds de vaststelling van de Agenda (verder) aan de slag gegaan met deze initiatieven. In sommige gevallen betekent dit dat de opzet van het initiatief is aangescherpt dan wel dat het initiatief is afgerond. Daarnaast zijn er naar aanleiding van de consultatie op de ontwerp-Agenda en het concretiseren van de hierboven genoemde veranderdoelen aanvullende initiatieven opgenomen. De initiatieven zijn gekoppeld aan één of meerdere deelprogramma’s.

In hoofdstuk 4 van het Uitvoeringsprogramma wordt per initiatief beschreven wat het doel is van het initiatief, op welke wijze het initiatief bijdraagt aan het behalen van de doelen, wie verantwoordelijk is, de planning, de kosten en wat is er qua inzet van partijen nodig om het desbetreffende initiatief uit te voeren. Dit is nog niet voor alle initiatieven volledig uitgewerkt, omdat het desbetreffende initiatief nog (nader) moet worden uitgewerkt, nog (verder) moet worden besproken met (beoogde) betrokken partijen, dan wel dat er op onderdelen nog discussie is, bijvoorbeeld over de financiering. Er is voor gekozen om wel alle initiatieven op te nemen in het concept Uitvoeringsprogramma omdat hiermee inzicht wordt gegeven welke initiatieven de partijen de lopende periode 2022-2026 (willen) oppakken. Doelendocument Zoals hiervoor aangegeven zijn de afgelopen periode de uitvoeringsstrategieën uit de Agenda per deelprogramma vertaald in zogeheten veranderdoelen (ER-doelen) en SMART doelen. Er is voor gekozen om de uitwerking van de doelen als bijlage toe te voegen aan het concept Uitvoeringsprogramma. De omzetting van de doelen in concrete initiatieven voor individuele partijen en de consequenties daarvan zijn op dit moment nog onvoldoende in beeld. Dit betekent dat het doelendocument de ambitie beschrijft

die de partijen wensen te bereiken, maar nog niet overal de manier waarop. Dit betekent dat geen van de betrokken partijen op dit moment aanspreekbaar is op hun –financiële en/of personele - inzet om de doelen daadwerkelijk te bereiken. De vraag is of Texel voor deze lokaal relevante programma’s (zoals leefbaarheid, landbouw, visserij, recreatie & toerisme, klimaatverandering, energietransitie, landschap en erfgoed), andere kaders zou willen hanteren. Met dit Uitvoeringsprogramma staan de neuzen van alle partners in en rondom de Waddenzee, de Noordzeekust en de Waddeneilanden, dezelfde kant op. Afspraken zijn ook gemaakt om elkaar als partners te consulteren voor activiteiten in de wateren rondom Texel (zoals mijnbouw of windmolens). Ook in de overige deelprogramma’s zitten er voor Texel geen echt schurende zaken. Integraal beoordelen Bij het aanbieden van de stukken aan de raad is ten behoeve van de definitieve vaststelling van het Uitvoeringsprogramma gevraagd om eventuele wensen en/of bedenkingen kenbaar te maken. In eerdere fases is vanuit de gemeente al gereageerd op concepten van het Uitvoeringsprogramma. Dit heeft al tot meerdere aanpassingen geleid. Er ligt nu een stuk waartegen wij in beginsel geen bedenkingen hebben. Wel wordt voorgesteld nog een aantal wensen mee te geven.

De Agenda voor het Waddengebied 2050 vloeit voort uit de Nationale Omgevingsvisie die weer is gebaseerd op de Omgevingswet. Toverwoord in de Omgevingswet is het integraal bij elkaar brengen van alle facetten van de fysieke leefomgeving. In de principes van de Agenda is dat verwoord en samengebracht. In het Uitvoeringsprogramma worden nu elementen van de fysieke leefomgeving uit elkaar gehaald en in 11 deelprogramma’s ondergebracht. Die deelprogramma’s worden los van elkaar uitgevoerd. Ondanks dat gesteld wordt dat er aandacht is voor de integraliteit, houdt deze afscheiding toch het gevaar in dat sectoraal elementen worden aangelopen. Juist de integrale benadering biedt kansen om zaken aan elkaar te koppelen en de wederzijdse belangen en bedreigingen goed in beeld te hebben. Texelse aandachtspunten Aandachtspunten vanuit Texels perspectief betreffen:  Inzake de ontwikkeling van de Waddenbaai vraagt Texel aandacht over de bevaarbaarheid van het gebied voor veerboten, visserijschepen en recreatievaart.  Samenwerking op zoetwaterbeleid met andere partijen moet wel tot een duidelijke versnelling leiden. Texel heeft te maken met grote verdroging en is al druk doende met zoetwaterbeleid, onder meer met waterschap en agrariërs.  De waddenkustgemeenten werken aan verstevigen van recreatie. Concreet staat benoemd dat zij 0,6 fte leveren.

Texel gaat er vanuit dat die gemeenten de genoemde en benodigde €170.000 financieren.  Het integraal beoordelen van de 11 deelprogramma’s in alle situaties, zodat kansen om zaken te koppelen worden benut en eventuele negatieve effecten worden voorkomen. Ondanks dat we e.e.a. al eerder hebben ingebracht, willen wij voorstellen om vanuit de gemeente Texel deze vier wensen te uiten en het signaal af te geven dat niet te gemakkelijk over de uitvoering moet worden gedacht.

Alternatieven Al is het Programma Waddeneilanden integraal opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2021-2026, al is het programma Leefbaarheid op verzoek van de Waddeneilanden opgenomen en al is het tijd om tot uitvoering over te gaan, van belang zijnde thema’s kunnen onvoldoende of onjuist zijn beschreven. Het staat de raad daarom vrij om over te gaan tot het opstellen en indienen van 'wensen en bedenkingen'.

Consequenties van het advies Financieel Omdat de financiële en/of personele consequenties nog niet op alle onderdelen voldoende zijn uitgewerkt en/of besproken, zijn de bij het Uitvoeringsprogramma betrokken partijen op dit moment niet aanspreekbaar voor de inzet om de doelen daadwerkelijk te bereiken. Daar waar mogelijk en aan de orde wordt dit opgepakt als onderdeel van het traject om te komen tot het definitieve Uitvoeringsprogramma. De raad zal daarvoor een apart projectvoorstel ontvangen.

Personele/Organisatorische consequenties Voor de Texelse proces- en projectbegeleiding van de uitvoering zal naar verwachting 0,8 fte nodig zijn gedurende de periode 2022-2026. Zodra meer duidelijkheid over deze rol en financiering ervan bestaat, zal een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Beleidsmatige consequenties Het betreft vooral het door de samenwerking op Waddengebied niveau versterken van al gemaakte keuzes en ingezette trajecten. Bundeling van krachten zal tot een passender, effectievere, en/of efficiëntere uitvoering leiden.

Aanleiding / Voorgeschiedenis / Eerdere besluiten Instemmingsverklaring op 3 Feb. 2021 tijdens de Toogdag over de ambities van de Agenda Waddengebied 2050. Met de ondertekening geven de partijen aan de doelen en ambities van de Agenda te onderschrijven en mee te willen werken aan een verdere uitwerking en doorwerking in de eigen visies en plannen. De partijen dragen vanuit eigen kracht en mogelijkheden bij aan de uitvoering van de Agenda en de doorwerking daarvan binnen het eigen beleid. Hiermee wordt uiting gegeven aan het ‘zelfbindend karakter’ van de Agenda.

(Concept / Voorgenomen)

Raadsbesluit Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026 Waddengebied Doelenboom Programma

1

Voor en door bewoners

Maatschappelijk doel

1.1.

Dienstverlening optimaliseren

Beleidsdoel

1.1.3

Op taakvelden met andere instellingen samenwerken

Operationeel doel

1.1.3.2

In regioverband samenwerken

De raad van de gemeente Texel: gelezen het advies van burgemeester en wethouders; gehoord de raadscommissie; Overwegende • • •

In het Concept Uitvoeringsprogramma het Programma Waddeneilanden integraal is overgenomen (zie Deelprogramma 3.6. Leefbaar Waddengebied) De andere belangrijk thema’s voor de Waddeneilanden, zoals Bereikbaarheid, Klimaatverandering, Energietransitie, Recreatie en toerisme etc. goed zijn beschreven in het Uitvoeringsprogramma Ook anderszins er geen direct schurende zaken voor de Waddeneilanden zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma of daar waar nodig het gesprek hier nader over wordt voortgezet (procesafspraak).

Besluit De volgende wensen namens de gemeente Texel in te brengen ten behoeve van het Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021–2026: a. Inzake de ontwikkeling van de Waddenbaai aandacht voor de bevaarbaarheid van het gebied voor veerboten, visserijschepen en recreatievaart. b. Op het gebied van samenwerking op zoetwaterbeleid een duidelijke versnelling aangezien Texel te maken heeft met grote verdroging en met waterschap en agrariërs al druk doende is met zoetwaterbeleid. c. De wens om de kosten van de 0,6 fte die de recreatie in het waddengebied moet gaan versterken, wordt betaald door de aan dit project deelnemende waddenkustgemeenten. d. Het integraal beoordelen van de 11 deelprogramma’s in alle situaties, zodat kansen om zaken te koppelen worden benut en eventuele negatieve effecten worden voorkomen.

Ondertekening

Bijlagen

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ,

1.

Notitie Uitvoeringsprogramma

De griffier,

2.

Brief Omgevingsberaad inzake advies

3.

Concept Uitvoeringsprogramma

4.

Concept werkdocument

Waddengebied 2021-2026 De voorzitter,

Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Zaaknummer 3103372

Doelendocument

1 Bijlage 1 - Notitie Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026

Onderwerp Bespreking Datum

Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Bijeenkomsten/overleggen van de achterbannen van de bij het Uitvoeringsprogramma betrokken partijen 9 december 2021

Aanleiding Tijdens de Toogdag Wadden op 3 februari jl. hebben – tijdens een feestelijk moment - ruim 50 partijen de instemmingsverklaring Agenda voor het Waddengebied 2050 (Agenda) ondertekend. De ondertekenende partijen zijn vervolgens aan de slag gegaan om de in de Agenda opgenomen uitvoeringsstrategieën te vertalen in een Uitvoeringsprogramma. Het is een intensief traject geweest om te komen waar we nu zijn, sinds de oplevering van de Agenda in december 2020. Dat komt omdat alle bij het Uitvoeringsprogramma betrokken partijen de verschillende doelen uit Agenda ten opzichte van elkaar hebben gewogen teneinde tot een meer coherent Uitvoeringsprogramma te komen. Waar dat bij de Agenda nog niet het geval was, zijn de landbouworganisaties en de Waddenvereniging aangehaakt bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma en nemen zij deel aan het Regieteam Uitvoeringsprogramma (Regieteam). Met het opleveren van het concept Uitvoeringsprogramma en het conceptwerkdocument Doelendocument is door de bij het Uitvoeringsprogramma betrokken partijen een belangrijke – gezamenlijke - stap gezet om te komen tot een gedeelde aanpak gericht op het behalen van de hoofddoelstelling Waddenzee en de doelstelling Waddengebied1. Opzet Uitvoeringsprogramma Het Uitvoeringsprogramma is opgezet aan de hand van 11 deelprogramma’s.

De deelprogramma’s zijn een uitwerking van de acht thema’s uit de Agenda, waarbij het thema ‘Duurzame Waddeneconomie’ is opgedeeld in 4 aparte deelprogramma’s (recreatie & toerisme, havens, landbouw, visserij). De in de Agenda opgenomen uitvoeringsstrategieën zijn per deelprogramma vertaald in zogeheten veranderdoelen (ER-doelen2) en SMART3 doelen. Deze zijn neergelegd in een separaat conceptwerkdocument Doelendocument dat samenhang beoogt aan te brengen in het gemeenschappelijk streven van de aangesloten organisaties. Dit is nog niet op alle onderdelen volledig gelukt en vergt daarom nog nadere uitwerking (dilemma’s slechten en doelen consistent(er) maken). Bij het maken van het Uitvoeringsprogramma is gekeken welke nieuwe dan wel lopende initiatieven kunnen bijdragen aan het behalen van deze concept doelen in de programmaperiode 2021-2026. Uitvoeringsinitiatieven Er zijn nu circa 25 Uitvoeringsinitiatieven (waren er 19), die vooral succesvol zijn als ze met meerdere partners op het niveau van het Waddengebied worden opgepakt. Natuurlijk is het niet zo dat met het uitvoeren van deze initiatieven alleen alle doelen voor het Waddengebied en de Waddenzee gerealiseerd worden. Dat zal een kwestie van lange adem zijn, en ook van nog meer te nemen initiatieven en te tonen ambitie.

Naast de in het concept Uitvoeringsprogramma opgenomen initiatieven zijn er immers ook nog veel meer andere initiatieven, projecten, programma’s en acties die in het Waddengebied en de Waddenzee uitgevoerd worden. Dat is niet vreemd, want het gaat om een gebied met een oppervlak van 10% van NL, verspreid over 3 provincies. Het gaat bijvoorbeeld om het vormgeven van het beheer van de Waddenzee (Integraal Beheerplan). Ook gaat het om acties die in een beperkter gebied en/of met minder partners worden uitgevoerd. Daarbij past uiteraard de kanttekening dat ook deze initiatieven ook aan de 1 Hoofddoelstelling voor de Waddenzee, “een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap”, doelstelling voor het Waddengebied, “veilig, vitaal en veerkrachtig in 2050”. 2 Het gaat dan om betER, meER, mindER, duurzamER etc. 3

Specifiek - Meetbaar - Acceptabel - Realistisch - Tijdsgebonden

1

doelen moeten bijdragen (of op zijn minst neutraal zijn). In die zin is het belangrijk dat er bij de partijen die instemmen met het Uitvoeringsprogramma ook zelfbinding is om daar voor te staan en daarop aanspreekbaar te zijn. Hiervoor kan bijvoorbeeld de governance voor het Waddengebied voor worden benut zoals dat ook met de Agenda is afgesproken. De betrokken partijen zijn sinds de vaststelling van de Agenda (deels al) aan de slag gegaan met deze initiatieven. In sommige gevallen betekent dit dat de opzet van het initiatief is aangescherpt of soms al in uitvoering is. Daarnaast zijn er naar aanleiding van de eerdere consultatie op de ontwerp-Agenda en het concretiseren van de hierboven genoemde doelen ook aanvullende initiatieven ontstaan. In het concept Uitvoeringsprogramma wordt beschreven wat het doel is van het initiatief, op welke wijze het initiatief bijdraagt aan het behalen van de doelen, wie verantwoordelijk is, de planning, de kosten en wat er qua inzet van partijen nodig is om het desbetreffende initiatief uit te voeren. Dit is nog niet voor alle initiatieven volledig duidelijk, omdat het desbetreffende initiatief nog (nader) moet worden uitgewerkt, nog (verder) moet worden besproken met (beoogde) betrokken partijen, dan wel dat er op onderdelen nog discussie is, bijvoorbeeld over de financiering.

BO Waddengebied en advisering Omgevingsberaad Waddengebied In het BO Waddengebied van juni 2021 zijn de uitgangspunten voor het Uitvoeringsprogramma besproken. De doelen, principes voor handelen en ruimtelijke vertrekpunten uit de Agenda zijn leidend voor het Uitvoeringsprogramma. Het Uitvoeringsprogramma is adaptief en wordt elke twee tot drie jaar bijgesteld. Conform de governance van het Waddengebied is het Omgevingsberaad Waddengebied (Omgevingsberaad) – ter voorbereiding op het BO Waddengebied van juni - gevraagd te adviseren over de uitgangspunten van het Uitvoeringsprogramma. Het Omgevingsberaad heeft positief geadviseerd over de uitgangspunten met enkele vragen die de komende maanden moeten worden beantwoord. Het gaat dan onder andere om de vraag hoe we ervoor zorgen dat het Uitvoeringsprogramma toewerkt naar het bereiken van de hoofddoelstelling en hoe de voortgang wordt gemeten. Ook vraagt het Omgevingsberaad zich af hoe een integrale afweging wordt gemaakt. Conform de governance van het Waddengebied is het Omgevingsberaad – ter voorbereiding op het BO Waddengebied van december 2021 - gevraagd te adviseren over de uitgangspunten van het Uitvoeringsprogramma. Bijgevoegd treft u het advies van het Omgevingsberaad aan.

In het BO Waddengebied van december 2021 is afgesproken om in het voorjaar een extra verkennend BO Waddengebied te houden om de (inhoudelijke) dilemma’s te bespreken. Verzoek om reactie Het verzoek is om uiterlijk 1 maart 2022 uw – bij voorkeur gezamenlijke - reactie te mailen naar Angelique Nielen, secretaris BO Waddengebied en voorzitter Regieteam Waddengebied (angelique.nielen@minienw.nl). De ontvangen reacties worden betrokken bij het opstellen van de definitieve versie van het Uitvoeringsprogramma. Het is de bedoeling om in het BO Waddengebied juni/juli te besluiten over de definitieve versie van het Uitvoeringsprogramma. Bijlagen • Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2027 – versie 1.0 • Omgevingsberaad inzake advies over Uitvoeringsprogramma Waddengebied – 2 december 2021

2

1 Bijlage 2 - Brief Omgevingsberaad inzake advies over Uitvoeringsprogramma Waddengebied

OMGEVINGSBERAAD

1Araddengebied Aan de voorzitter van het Bestuurlijk Mw. B. Visser Postbus 20901 2500 EX Den Haag

Betreft:

Overleg Waddengebied

advies over Uitvoeringsprogramma

Leeuwarden,

Waddengebied

2 december 2021

Geachte mevrouw Visser, Hierbij breng ik advies uit namens de leden van het Omgevingsberaad Waddengebied (hierna Omgevingsberaad) over de onderwerpen die aan de orde komen in het Bestuurlijk Overleg Waddengebied van 8 december 2021. Het advies is gebaseerd op de bespreking van het Omgevingsberaad van 29 november 2021. Het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 staat centraal in ons advies. Daarnaast is er nog een aantal onderwerpen in uw vergadering aan de orde waarover het volgende: -

-

-

-

Over de impactanalyse heb ik voor uw vergadering van 24 juni jl. al eerder advies gegeven. Het Omgevingsberaad heeft in zijn advies over het Programma Noordzee aangegeven te hechten aan een impactanalyse van dit Programma op het Waddengebied. heeft het Bestuurlijk Overleg Waddengebied op Voor de duurzame kennishuishouding 24 juni van dit jaar de Waddenacademie op basis van een voorgesteld eindbeeld de opdracht gegeven hieraan invulling te geven. Daarover heeft het Omgevingsberaad positief geadviseerd met de kanttekening dat het van belang is dat alle aspecten aan de orde komen en dat sectoren zich kunnen herkennen en zich betrokken voelen. Tevens heeft het Omgevingsberaad de ministeries gevraagd hun zoals Deltares, voor de betreffende onderzoeksinstellingen, sturingsmechanismen WUR, TNO en dergelijke in te zetten om het onderzoek te financieren. In onze vergadering van 3 november heeft het Omgevingsberaad zich positief uitgesproken over het werkplan van de Waddenacademie voor het jaar 2022 in het besef dat de Waddenacademie in transitie is. In uw vergadering van 8 december komt daarnaast de aanpak en de stand van zaken ten aanzien van de opdracht die de Waddenacademie van het BOW heeft gekregen, aan de orde. Het Omgevingsberaad verwacht dat u onze adviezen betrekt bij uw beoordeling over het werkplan, de voortgang en de stand van zaken op het dossier kennishuishouding.

Over de stand van zaken en voortgang van de MSC Zoë en de kamerbrief hierover heeft het Omgevingsberaad zich nog niet kunnen buigen. Het Omgevingsberaad zal hier nog over adviseren mede omdat het Omgevingsberaad verwacht dat het incident Waddenzee (2022) aanleiding is om de bij de trilaterale Regeringsconferentie effectiviteit van de Waddenzee als PSSA gebied te agenderen. 1

OMGEVINGSBERAAD

lAfáckiengebied Advies

over het Uitvoeringsprogramma

Waddengebied

2021-2026

In uw vergadering van december 2020 heeft u de Agenda voor het Waddengebied vastgesteld en opdracht gegeven binnen een jaar een uitvoeringsprogramma op te stellen. Dit Uitvoeringsprogramma ligt nu voor. Veel partijen binnen het betrokken Omgevingsberaad zijn bij de opstelling daarvan. De leden van het Omgevingsberaad vinden het waardevol wat er nu ter bespreking op tafel ligt. De doelen zijn helder, alle betrokken partijen hebben ten opzichte van de Agenda hun doelen ook nog aangescherpt tijdens het werken aan het Alle uitvoeringsacties moeten bijdragen aan de doelen. Uitvoeringsprogramma. Er zijn nu ongeveer 25 uitvoeringsinitiatieven beschreven, waar een breed commitment op is. Lang niet alle initiatieven in het Waddengebied zijn in het Uitvoeringsprogramma genoemd, maar de doelen van de Agenda worden alleen bereikt als ook deze initiatieven bijdragen aan de uitgewerkte doelen uit het werkdocument. Tegelijk constateert het Omgevingsberaad dat met hetgeen nu voorligt, we er zeker nog niet zijn. U constateert dit ook zelf waar wordt gevraagd een halfjaar te nemen voor het afronden van het Uitvoeringsprogramma. Het Omgevingsberaad kan zich daarin vinden. Het wil voor de afronding daarvan wel een aantal voor het Omgevingsberaad belangrijke noties meegeven. Middelen en menskracht Er is geen uitvoeringsprogramma als er geen mensen en middelen zijn om het uit te voeren.

Dit geldt in dit geval met name voor de initiatieven. Deze vergen van alle - zowel van overheden als maatschappelijke organisaties - inspanning. Het is partijen van belang dat het komende halfjaar alle partijen middelen en mensen beschikbaar stellen op de acties en initiatieven die zij zelf inbrengen. Dit hoeft niet meteen worden uitgewerkt tot het niveau van het totaal aan geplande kosten maar kan opgebouwd worden in drie fases: Fase 1

Budget om te starten: Bedoeld om een verkenning organisatie op te starten en een plan te maken.

of onderzoek te doen, de

Fase 2

Budget om uit te werken: Bedoeld om acties verder vorm en inhoud te geven, de organisatie te financieren en afspraken te maken over tijd, budget en kwaliteit.

Fase 3

Budget voor het uitvoeren:

Bedoeld voor de realisatie.

aan te geven dat alle initiatieven over een Wij adviseren u in het Uitvoeringsprogramma halfjaar voorzien zouden moeten zijn van minimaal een fase 1 budget plus de benodigde menskracht voor deze fase. Een goed voorbeeld in deze is het Programma Brede Welvaart op de Waddeneilanden waar een Fase 1 budget van C 300.000 beschikbaar wordt gesteld door de Waddeneilanden. 2

OMGEVINGSBERAAD

lAraddengebied Het lijkt voor de hand te liggen dat ook de rijksoverheid en provincies bijdragen aan de acties en initiatieven. Voor bekostiging van uitvoeringsinitiatieven zou het goed zijn om aan te sluiten bij de Europese sustainable management goals en daarmee een ingang te hebben voor het benutten van Europese fondsen. Doelrealisatie Het Omgevingsberaad merkt op dat er nog niet een goed systeem is om te constateren of inhoudelijk de doelen in 2026 zullen worden gehaald zoals ze in het Doelendocument zijn beschreven. Naast de initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma zijn er nog tal van andere lopende of in ontwikkeling zijnde projecten die niet in het Uitvoeringsprogramma zijn omschreven, maar wel effect op de doelrealisatie hebben. Daarom is het van belang dat de aan het Uitvoeringprograrnma verbonden stakeholders en overheden zich inzetten om ook deze projecten dienstig te laten zijn aan de uitgewerkte doelen van de Agenda. Een methodiek waarin te zien is hoever we zijn, hoever we kunnen komen, acties elkaar versterken of tegenwerken, mist. Sturing op doelrealisatie wordt dan ingewikkeld zo niet onmogelijk. Het Omgevingsberaad adviseert op de kortst mogelijke termijn een dergelijke methodiek te ontwikkelen.

Tevens adviseert het Omgevingsberaad de Waddenacademie bij de ontwikkeling van deze methodiek te betrekken en te onderzoeken of het mogelijk is dat zij een analyse plegen in hoeverre doelen gehaald kunnen worden. Dit is ook passend in het eindbeeld van de rol van de Waddenacademie als kennisregisseur, en overeenkomstig het eerdere voorstel van het OBW (14 juni 2021) om van het aanbod van de Waddenacademie (om mee te denken over een systematiek hoe te komen tot een integrale afweging van de doelen binnen het uitvoeringprogramma) gebruik te maken. Het Omgevingsberaad beseft terdege dat het advies op dit punt niet eenvoudig te realiseren is maar het is wel noodzakelijk voor de borging van het Uitvoeringsprogramma. Draagvlak In het afgelopen jaar is het draagvlak voor de samenwerking in het Waddengebied en de Waddenvereniging nu actief mee aan versterkt. Zo doen de landbouworganisaties het Uitvoeringsprogramma. Dat maakt de discussies niet altijd makkelijker maar deze deelname is in de ogen van het Omgevingsberaad van groot belang om tot gedragen beleid te komen.

3

OMGEVINGSBERAAD

1Araddengebied In het Uitvoeringsprogramma (dilemma's) aangegeven zijn diverse gespreksonderwerpen waarover de meningen nog verschillen. Dat hoeft geen zwakte van het te zijn mits er een manier gevonden wordt om deze gesprekken Uitvoeringsprogramma dat ze de komende jaren tot afspraken leiden. Het Omgevingsberaad te voeren zodanig adviseert dat de coördinerend minister voor het Waddenzeebeleid in overleg met de andere overheden hierop regie voert. Het investeren in draagvlak, het faciliteren van de gesprekken en het uitdragen van gemaakte afspraken blijft de komende jaren noodzakelijk. Het huidige commitment van de belanghebbenden en alle betrokken overheden dient gekoesterd te worden. Inhoudelijke

punten van zorg

1. Initiatieven

voor het realiseren

van een natuurrijke

Waddenzee

In het doelendocument zijn de natuurdoelen explicieter gemaakt, zoals het herstellen van natuurwaarden. Deze zijn o.a. gekoppeld aan dynamiek (trekvissen, voor vogels en het zeegrasvelden, voedselbeschikbaarheid pioniervegetaties), De verminderen van effecten van menselijk medegebruik. onlangs voor de 5demaal verschenen publicatie 'Wadden in beeld 2020' laat zien dat er voor verschillende van deze doelen nog negatieve trends zijn. Het Omgevingsberaad ziet dat de initiatieven voor natuur in het Uitvoeringsprogramma nog onvoldoende stevigheid hebben qua organisatie en inzet om er vertrouwen in te hebben dat deze trends ten goede worden omgebogen. Het Omgevingsberaad adviseert dat het Bestuurlijk Overleg en met name de minister van LNV hierop meer regie gaat voeren en dat het ministerie van LNV mogelijkerwijs trekker wordt van deze initiatieven. Het Omgevingsberaad adviseert om het bestaande Programma naar een Rijke Waddenzee hierin te betrekken. 2.

Klimaat

is niet alleen een thema op zich De aanpak van de gevolgen van klimaatverandering maar ook een thema dat de invulling van alle initiatieven raakt. Dit is een besef dat in kan zó het Uitvoeringsprogramma nog niet helemaal tot uiting komt. Klimaatverandering dat andere initiatieven daardoor sterk beïnvloed en worden veel dominerend urgent worden. Zo kan het zijn dat oplossingen die onder de huidige omstandigheden optimaal lijken, dit niet zijn bij toekomstige klimaatscenario's. Bemoedigend hierbij is al wel dat de provincies hebben aangegeven het voortouw te nemen in enkele initiatieven rondom de aanpak van de gevolgen van klimaatverandering. Wij adviseren u daarom na te gaan of en hoe de klimaatverandering kan krijgen in het Uitvoeringsprogramma.

4

een steviger plaats

OMGEVINGSBERAAD

lArácidengebied 3.

Visserij

Voor de visserij gelden momenteel veel onzekerheden. Bij het samenstellen van het resteert is dat ook gebleken, waar een aantal 'bespreekpunten' Uitvoeringsprogramma die grote implicaties voor de visserij kunnen hebben, zoals het beperken van de en de bodemberoering, het bijdragen aan het tegengaan van de klimaatverandering Waddengebied is sluiting van gebieden voor de visserij. In het Uitvoeringsprogramma ontwikkelt. Daarnaast dat de voor 2040 een CO2 afgesproken visserij -vrije voorstuwing moet de visserij voor hun komende vergunningaanvraag de stikstofuitstoot fors De stakeholders willen vóór het beperken. volgende Bestuurlijk Overleg een plan van aanpak opstellen voor stikstofreductie op korte termijn en CO2 reductie op lange termijn. Daarin is ook ruimte voor uitkoop van vissers. Voor 1 januari 2023 zal de garnalenvisserij een nieuwe vergunning onder de Wet Natuurbescherming moeten aanvragen. Het adviseert u de minister van LNV in gesprek te gaan met de Omgevingsberaad resp. visserij hoe hun plan van aanpak en maatregelen een rol kunnen spelen bij hun vergunningverlening. 4.

Overige adviezen en suggesties

Kleinschalige bedrijven In het Waddengebied zijn grote aantallen kleinschalige en traditionele bedrijven actief, zoals sommige vissers, agrariërs, pierenstekers, bruine zeilvaart. Deze bedrijven hebben ook een belangrijke educatieve en toeristische functie. Behalve bij de visserij komt hun rol in het Uitvoeringsprogramma niet echt aan de orde. De sector stelt voor dat zij zelf met een voorstel komen om deze bedrijven verder te versterken richting ontwikkeling, behoud en duurzaamheid. Het Omgevingsberaad adviseert dit initiatief te omarmen. Afzender en eigenaar In het Uitvoeringsprogramma is nu niet opgenomen welke organisaties en personen hebben bijgedragen aan de totstandkoming en hoe de opstellers en trekkers aanspreekbaar en bereikbaar zijn. Het Omgevingsberaad adviseert dat zeker wel te doen, ook omdat daarmee de zelfbinding meer vorm krijgt. Betrokkenheid De afgelopen maanden is door partijen grote betrokkenheid en inzet getoond. Bij veel van de initiatieven is te verwachten dat betrokkenen zich ook blijvend in zullen zetten. Dat acht ik van belang voor het recht doen aan de hoofddoelstelling voor het Waddengebied en de hoofddoelstelling voor de Waddenzee.

5

OMGEVINGSBERAAD

lAfácidengebied ook een Ik adviseer u te overwegen na vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 'verklaring van meedoen' te laten ondertekenen opdat de betrokkenheid van partijen ook zichtbaar wordt.

Tot nader overleg gaarne bereid,

Hoo

htend,

drs A1A.M. Br _____----Omgevingsberaad Volt-ter

Waddengebied

6

1 Bijlage 3 - Concept Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026

UITVOERINGSPROGRAMMA 2021-2026 BIJ DE AGENDA VOOR HET WADDENGEBIED 2050 Koersen naar een veilig, vitaal en veerkrachtig Waddengebied in 2050

d.d. 2 december 2021

CONCEPT 1.0

Disclaimer In december 2020 heeft het Bestuurlijk Overleg Waddengebied (BO Waddengebied) de Agenda voor het Waddengebied 2050 vastgesteld, na advies van het Omgevingsberaad Waddengebied In het voorliggende Uitvoeringsprogramma hebben de partijen in het Waddengebied nu gezamenlijk een vertaling gemaakt van de Agenda en het separate Doelendocument in initiatieven voor de periode 2021-2026. Het Uitvoeringsprogramma is opgesteld door het Regieteam Uitvoeringsprogramma. Hierin werken de Waddenprovincies, het Rijk, de vastewalgemeenten, de eilandgemeenten, de waterschappen, de Coalitie Wadden Natuurlijk, de Waddenvereniging, de samenwerkende havens, de visserijorganisaties, de landbouworganisaties, Rijkswaterstaat, het Omgevingsberaad en de Beheerautoriteit Waddenzee samen aan een toekomstbestendige koers voor het Waddengebied. Dit concept 1.0 van het Uitvoeringsprogramma (UP) is de eerste volledige 100% versie. Op 29 november 2021 wordt deze versie voorgelegd aan het Omgevingsberaad ter advisering aan het Bestuurlijk Overleg Wadden op 8 december 2021. De inzet is dat het BO Waddengebied eind 2021 het voorlopig Uitvoeringsprogramma 1.0 kan vaststellen. Daarmee gaan de partijen verder in gesprek met de achterbannen. In de zomer van 2022 wordt het eerste Uitvoeringsprogramma definitief vastgesteld.

Inhoudsopgave

1

Inleiding .................................................................................................................................................. 3 1.1.

Agenda voor het Waddengebied 2050 ..................................................................................................... 3

1.2.

Uitvoeringsprogramma als stap naar uitvoering ...................................................................................... 3

1.3.

Aan de basis: ruimtelijke vertrekpunten en leidende principes ................................................................. 3

1.4. De reikwijdte en scope van het Uitvoeringsprogramma ............................................................................ 5 1.5. Het Uitvoeringsprogramma in de Waddengovernance ............................................................................. 5 1.6. Verbinden met andere initiatieven ............................................................................................................ 5 1.7. Separaat Doelendocument ........................................................................................................................ 6 1.8. Leeswijzer................................................................................................................................................... 6 2

Deelprogramma’s en veranderdoelen ..................................................................................................... 7 2.1.

Via (hoofd)doelen en deelprogramma’s naar UP-initiatieven .................................................................. 7

2.2. Natuur van Wereldklasse ........................................................................................................................... 7 2.3. Landschap en cultureel erfgoed ................................................................................................................. 7 2.4. Bereikbaarheid ........................................................................................................................................... 7 2.5. Klimaatverandering ................................................................................................................................... 7 2.6. Energietransitie .......................................................................................................................................... 8 2.7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=8c098411-5ce2-4511-b4af-d1b0ed9284bf