CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 3 november 2021, gemeente Texel35.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Alternatieven De regeling niet vast te stellen, maar telkenmale per geval te blijven besluiten wel of niet een budget (percentage van de bouwkosten) voor kunst beschikbaar te stellen. Een ander alternatief is om de regeling breder te trekken en ook voor projecten van wegwerkzaamheden zoals reconstructie en herinrichting van wegen, terreinen en/of fietspaden boven bijvoorbeeld totale aanlegkosten van € 1.000.000. Zie de bijlage ‘doorrekening activa alternatief’ voor beeldvorming van de uitwerking van dit alternatief. We zien dat over de afgelopen 5 jaar dan 6 extra projecten in aanmerking zouden zijn gekomen en dat daarmee in totaal nog eens € 137.511 extra budget voor kunstwerken gemoeid zou zijn. Hierbij moet wel worden aangetekend dat er discussie kan ontstaan welke projecten als één gezien kunnen worden en wat een apart project is. Nu bestaat bijvoorbeeld ‘herinrichting van den burg zuid’ uit 3 apart geactiveerde activa (terrein, verhardingen, omgeving sporthal & oct). Tezamen een krediet van meer dan € 1.000.000, maar apart niet allemaal. Ook projecten als ‘rehabiliteren verhardingen’ betreffen vaak verschillende wegen en geven ruimte voor discussie wat wel en wat niet bij elkaar te trekken. Nog een alternatief is om de grens verder op te trekken naar bijvoorbeeld projecten met totale aanlegkosten van

meer dan € 5.000.000. Dan zou alleen de ‘reconstructie postweg nieuwlanderweg’ in aanmerking zijn gekomen met een bedrag voor een kunstwerk van € 72.500.

Consequenties van het advies •

Financiële consequenties De financiële consequenties van de regeling zijn incidenteel en per geval verschillend. De kredieten van de bouwsommen van de in aanmerking komende projecten zullen toenemen. Gebaseerd op de doorrekening in de bijlage zou dat over de afgelopen 5 jaar gemiddeld 1,29% zijn geweest. Al met al worden de structurele kosten (verhoging kapitaallasten, ontwerpvergoedingen en onderhoudskosten) op ongeveer € 20.000 per jaar geschat. Ook dient er door de vaststelling van de regeling een bestemmingsreserve kunst in de openbare ruimte te worden gevormd. Het besluit tot een toevoeging en/of een onttrekking aan deze reserve is een raadsbevoegdheid. Via de nota reserves en voorzieningen kan de raad het college mandateren om uitgaven te doen ten laste van deze bestemmingsreserve. Via de jaarrekening zal hierover gerapporteerd worden.

•

Juridische consequenties De Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021 betreft lokale regelgeving. Hiervan kan slechts worden afgeweken indien en voor zover de regeling dit toestaat.

•

Beleidsmatige consequenties Met de vaststelling van de Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021 wordt nieuw beleid vastgesteld. Zowel de organisatie als de Adviescommissie Cultuurbeleid zijn ingesteld om aan dit nieuwe beleid uitvoering te kunnen geven.

•

Inkoop- en aanbestedingsbeleid Wanneer het college over wil gaan tot verstrekking van een kunstopdracht moet gehandeld worden volgens de geldende inkoop- en aanbestedingsregels. Volgens het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid zal in de meest voorkomende gevallen ‘1 op 1’ of ‘meervoudig onderhands’ ingekocht kunnen worden (zie ook de bedragen in de bijlage doorrekening activa).

Belanghebbenden •

Externe belanghebbende(n) De regeling is tot stand gekomen in samenspraak met de Adviescommissie Cultuurbeleid. De adviescommissie heeft bevestigd haar gewenste rol en inzet in deze te willen oppakken.

Relevante wet- en regelgeving of jurisprudentie • • • • •

Gemeentewet Aanbestedingswet 2012 Europese aanbestedingsrichtlijn 2014/24 Verordening Adviescommissie Cultuurbeleid 2018 Gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid

(Concept / Voorgenomen)

Raadsbesluit Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021 Doelenboom Programma

6

Samen beleven en bewegen

Maatschappelijk doel

6.1

Sport, kunst en cultuur op Texel stimuleren

Beleidsdoel

6.1.3

Kunst en cultuur stimuleren

De raad van de gemeente Texel: gelezen het advies van burgemeester en wethouders; gehoord de raadscommissie; Gelet op • • • • •

Gemeentewet Aanbestedingswet 2012 Europese aanbestedingsrichtlijn 2014/24 Verordening Adviescommissie Cultuurbeleid 2018 Gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid

Overwegende • • •

dat het gewenst is om kunst in de openbare ruimte van de gemeente Texel te stimuleren; dat het gewenst is om een breed publiek in aanraking te brengen met kunst; dat het gewenst is om hier financiële middelen voor beschikbaar te stellen;

Besluit 1. 2. 3.

4.

de Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021 vast te stellen; te bepalen dat de Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021 in werking treedt op de achtste dag na publicatie in het Gemeenteblad; het college via de nota reserves en voorzieningen te mandateren om uitgaven te doen ten laste van de bestemmingsreserve ten behoeve van de uitvoering van de Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021; het college te verzoeken de regeling na 5 jaar te evalueren en hier middels een raadsinformatiebrief verslag over uit te brengen.

Ondertekening

Bijlagen

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ,

1.

Percentageregeling kunst in de

De griffier,

2.

Artikelsgewijze toelichting

3.

Doorrekening activa

4.

Doorrekening activa alternatief

openbare ruimte Texel 2021 De voorzitter,

percentageregeling

Zaaknummer 3052788

1 conceptverordening percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021

Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021

De raad van de gemeente Texel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van xx 2021; gelezen het advies van de raadscommissie Texel van xx 2021; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Adviescommissie Cultuurbeleid: een door het college ingestelde adviescommissie bestaande uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van kunst en cultuur; b. Bouwkosten: de aannemingssom bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de ‘Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012’ (UAV 2012), voor het uit te voeren project (= bouwwerk 1.c., gebouw 1.e. of werk 1.j.), exclusief omzetbelasting, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, zoals bedoeld in Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning van de Verordening op de heffing en invordering van leges van de gemeente Texel zoals deze verordening laatstelijk is vervangen of gewijzigd; c.

Aanlegkosten: het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten, exclusief omzetbelasting, die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden; d. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is, of direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; e. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel; f. Gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet; g. Kunstopdracht: een door de eigenaar verstrekte opdracht aan één of meer kunstenaars tot het ontwerpen en maken van een kunstwerk; h. Kunstwerk: een object, concept of constellatie volgens een ontwerp van een kunstenaar; i. Raad: de raad van de gemeente Texel; j. Reserve: in de gemeentebegroting opgenomen reserve voor uitvoering van deze regeling, genaamd de bestemmingsreserve kunst in de openbare ruimte; k. Werk: een infrastructurele voorziening, geen bouwwerk of gebouw zijnde.

Artikel 2 Toepassingsbereik 1. Deze regeling is van toepassing op de nieuwbouw, verbouw en renovatie van bouwwerken en gebouwen waarvan de gemeente eigenaar is en op de aanleg van werken waarvan de gemeente eigenaar is. 2. Deze regeling is niet van toepassing op renovatie of heraanleg van werken waarvan de gemeente eigenaar is. 3. Deze regeling is niet van toepassing indien de bouwkosten van de nieuwbouw, verbouw of renovatie van bouwwerken en gebouwen minder dan € 250.000 bedragen. 4. Deze regeling is niet van toepassing indien de kosten van de aanleg van werken minder dan € 400.000 bedragen. Artikel 3 Bedrag voor kunstwerken 1. In de begroting van de kosten van nieuwbouw, verbouw, renovatie en aanleg, als bedoeld in artikel 2, wordt een bedrag opgenomen ten behoeve van één of meer kunstwerken. 2. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt volgens onderstaande staffel bepaald: 2% over de bouw- c.q. aanlegkosten tot en met € 250.000; 1% over de bouw- c.q. aanlegkosten vanaf € 250.000 tot en met € 1.000.000; 0,5% over de bouw- c.q. aanlegkosten boven de € 1.000.000. Artikel 4 Storting in de reserve Het college stort het bedrag als bedoeld in artikel 3 direct na vaststelling van het desbetreffende krediet in de reserve. Artikel 5 Procedure kunstopdrachten en deskundigenadvies 1.

Bij de voorbereiding van de kunstopdracht wordt in een zo vroeg mogelijk stadium inzicht gezocht in: a. het beschikbare bedrag voor het te realiseren kunstwerk, zoals dat ingevolge artikel 3 van deze regeling bepaald wordt; b. de locatie van het kunstwerk, waarbij het kunstwerk zoveel mogelijk naast, al dan niet geïntegreerd in, op of aan het betreffende gebouw, bouwwerk of werk wordt gerealiseerd; c. wensen van de eigenaren en gebruikers van het gemeentelijk object en/of van andere belanghebbenden. 2. De Adviescommissie Cultuurbeleid adviseert het college op basis van deze gegevens over de randvoorwaarden ten aanzien van het kunstwerk en de formulering van de opdracht. Om de kwaliteit van de advisering te waarborgen, kan de Adviescommissie Cultuurbeleid ook adviseren externe expertise in te schakelen. 3. Het college besluit over de inhoud en de wijze van bekendmaking van de kunstopdracht volgens de actuele en van toepassing zijnde aanbestedingsregels. 4. Met de bekendmaking worden kunstenaars uitgenodigd om documentatiemateriaal en/of voorstellen in te zenden. De kunstenaars ontvangen geen vergoeding voor het inzenden van documentatiemateriaal en/of voorstellen. 5. Aan de hand van de ingezonden voorstellen en/of documentatiemateriaal maakt de Adviescommissie Cultuurbeleid een (voor)selectie.

Zij kunnen hierbij besluiten met één of meer kunstenaars een informatief gesprek te voeren.

6. De Adviescommissie Cultuurbeleid adviseert het college welke kunstenaar(s) opdracht te geven om een schetsontwerp te maken. 7. Het college besluit welke kunstenaar(s) opdracht te geven om een schetsontwerp te maken volgens de actuele en van toepassing zijnde aanbestedingsregels. 8. De kunstenaar(s), die opdracht krijgen een schetsontwerp te maken, worden verzocht om persoonlijk het ontwerp toe te lichten in een vergadering van de Adviescommissie Cultuurbeleid. Bij het schetsontwerp dient de kunstenaar een technische omschrijving en begroting te voegen, waarin de kosten van voorbereiding, materiaalkosten en honorarium zijn opgenomen. 9. De Adviescommissie Cultuurbeleid selecteert de kunstenaar(s) die in aanmerking komt (komen) voor de opdracht op basis van het schetsontwerp en de toelichting en adviseert het college over de artistieke kwaliteiten van de kunstenaar(s) en diens ontwerp en over de technische uitvoerbaarheid. Bij het advies wordt een verslag gevoegd van de selectieprocedure met een motivatie van de selectie. 10. Op basis van dit advies besluit het college of aan de geselecteerde kunstenaar(s) een opdracht wordt verstrekt. Het college besluit hierover volgens de actuele en van toepassing zijnde aanbestedingsregels. 11.

Voor de hoogte van het exacte bedrag dat met de kunstopdracht(en) is gemoeid, wordt aansluiting gezocht bij het bedrag dat conform het bepaalde in artikel 4 van deze regeling in de reserve is gestort. 12. De niet geselecteerde kunstenaar(s) ontvangen voor het vervaardigen van het schetsontwerp een vergoeding van 5% van het onder artikel 3 berekende beschikbare bedrag voor het kunstwerk. Dit tot maximaal € 2.500 per geval en mits de kunstenaar zich gehouden heeft aan de (afspraken die gemaakt zijn bij de verstrekking van de) opdracht tot het maken van een schetsontwerp. 13. De onder lid 12 bedoelde vergoeding(en) komen niet ten laste van het budget voor het te realiseren kunstwerk, maar worden gedekt uit een structureel budget voor cultuurbeleid binnen de gemeentebegroting. 14. De kunstopdracht wordt vastgelegd in een door het college en de kunstenaar(s) te sluiten contract. 15. Indien de kunstenaar van mening is, dat het nuttig of noodzakelijk is om af te wijken van zijn ontwerp, dan worden zijn wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Adviescommissie Cultuurbeleid. Alleen met toestemming van het college kunnen wijzigingen in het ontwerp worden aangebracht. 16. Bij de oplevering van het kunstwerk wordt door de Adviescommissie Cultuurbeleid met de betrokken gemeentelijke diensten vastgesteld of het kunstwerk volgens het contract is gerealiseerd.

Het college bepaalt vervolgens of het contract kan worden beëindigd. 17. Het college kan belanghebbenden in de gelegenheid stellen om via inspraak hun mening over het ontwerp voor het kunstwerk te geven. Artikel 6 Onderhoud Alle via deze regeling gefinancierde en gerealiseerde kunstwerken worden in beginsel in het onderhoudspakket van kunst in de openbare ruimte van de gemeente Texel opgenomen. De ophoging van dit structurele budget voor onderhoud van het gemeentelijk kunstbezit wordt meegenomen in een voorstel bij de behandeling van de programmabegroting door de raad.

Artikel 7 Verwijderen of verplaatsen Het college behoudt zich het recht voor om een via deze regeling gefinancierd en gerealiseerd kunstwerk te verwijderen of te verplaatsen indien door omstandigheden het kunstwerk niet meer voor verval te behoeden is of de onderhoudskosten te hoog worden, de grond voor andere doeleinden nodig is of anderszins, met als doel de kwaliteit van de openbare ruimte te kunnen waarborgen of te herstellen. Dit ter uitsluitende beoordeling van het college. Het college treedt uiterlijk twee maanden voor de geplande verplaatsing of verwijdering in contact met de kunstenaar of diens erfgenamen. Artikel 8 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college. Artikel 9 Slotbepalingen 1. Deze regeling treedt 8 dagen na publicatie in werking. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op xx 2021 De griffier, Mevrouw M.de Porto De burgemeester, De heer M.C. Uitdehaag

1 Artikelsgewijze toelichting percentageregeling kunst

Artikelsgewijze toelichting Percentageregeling kunst in de openbare ruimte Texel 2021 Als basis voor deze regeling is de modelverordening percentageregeling beeldende kunst van de VNG gebruikt. Artikel 1 Begripsomschrijvingen Onderdeel b. Bouwkosten Het bedrag dat beschikbaar komt voor kunstwerken wordt berekend over de totale bouwkosten. Om discussies te voorkomen is het van belang dat er een zo eenduidig mogelijke definitie wordt gegeven van het begrip ‘bouwkosten’. Daarom is aangesloten bij begrippen die gangbaar zijn in de bouwwereld en/of die de gemeente Texel al hanteert in de lokale regelgeving. Hetzelfde geldt voor onderdeel c, Aanlegkosten. Onderdeel d. Bouwwerk De Woningwet kent helaas geen definitie van bouwwerk. Daarom is hier aangesloten met de definitie van de modelverordening van de VNG. Deze definitie is algemeen aanvaard en hierover bestaat veel jurisprudentie. Onderdeel f. Gebouw Deze definitie komt uit de Woningwet. Onderdeel k. Werk Bij het begrip werk valt te denken aan infrastructurele werken zoals een weg, parkeerplaats, voetpad, fietspad, plein, trottoir, maar ook aan een speelplaats, vijver, park of groenvoorziening. Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 2 van de regeling geeft aan in welke gevallen de regeling van toepassing is.

De regeling is van toepassing op nieuwbouw, verbouw en renovatie van bouwwerken en gebouwen en op de aanleg van werken waarvan de gemeente eigenaar is. Anders dan de modelverordening van de VNG, is de regeling niet van toepassing op de heraanleg en renovatie van werken. Dit omdat het niet wenselijk wordt geacht een bedrag aan kunst te moeten besteden voor bijvoorbeeld het vervangen van een asfaltlaag of riolering. In lid 2 en 3 zijn minimumbedragen opgenomen, om te voorkomen dat bij elke verbouwing of elke hoop zand een kunstwerk gerealiseerd moet worden. Omdat kosten van infrastructurele werken relatief gezien hoog zijn, is voor de aanleg van werken een apart minimumbedrag opgenomen. Artikel 3 Bedrag voor kunstwerken Er is, net als in de modelverordening van de VNG, gekozen om met een glijdende schaal te werken. Door in artikel 3 tweede lid een staffel op te nemen, is er voor de ‘kleinere’ projecten een wat ruimer budget beschikbaar en is er voor de ‘kanjerprojecten’ een wat kleiner budget beschikbaar. Artikel 4 Storting in de reserve De middelen, die via deze regeling beschikbaar komen, worden direct na vaststelling ervan in de reserve gestort. Artikel 5 Procedure kunstopdrachten en deskundigenadvies Het verstrekken van de kunstopdracht is een privaatrechtelijke rechtshandeling waartoe het college bevoegd is.

De toepasselijke aanbestedingsregels omvatten de aanbestedingswet 2012 (inclusief uitvoeringsregels, zoals de Gids Proportionaliteit), maar ook het gemeentelijk inkoopbeleid. Aan alle van deze genoemde regels zal het verstrekken van de opdracht moeten voldoen. Op het gemeentelijk inkoopbeleid kan het college in voorkomende gevallen een uitzondering maken. Op de regels in de aanbestedingswet nagenoeg niet. Drempelbedrag voor Europese aanbesteding is op dit moment € 214.000. Om aan dit bedrag voor een kunstwerk volgens deze percentageregeling te komen, zou een project met een totale bouwsom van meer dan 21 miljoen aan de orde moeten zijn. Een project (in eigendom van de gemeente) op Texel van dergelijke omvang zal niet snel voorkomen. Voor alle opdrachten gelden echter de regels van de aanbestedingswet, waaronder de beginselen van gelijke behandeling, transparantie en proportionaliteit, alsook de motiveringsverplichting voor de keuze van het inkoopproces en de uitverkoren aanbieder. Tenslotte spelen bij de keuze van een kunstenaar/kunstwerk verschillende aspecten een rol. Het kunstwerk moet bijvoorbeeld passen bij de karakteristieken van de omgeving, zodat de omvang, materiaalkeuze en kleur belangrijk zijn.

Binnen de gemeente Texel is een adviescommissie cultuurbeleid aangesteld, bestaande uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van kunst en cultuur, die het college gevraagd en ongevraagd adviseren over de inzet van kunst en cultuur in de gemeente Texel. Zo ook ten aanzien van de opdrachtverstrekking op grond van deze regeling. In lid 11 is aangegeven dat er zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij het bedrag, zoals dat aan de reserve is toegevoegd (zoals dat onder artikel 3 berekend is). Dit is een richtlijn. Het verstrekken van een opdracht tot een schetsontwerp is ook een privaatrechtelijke rechtshandeling en kost geld. Volgens de richtlijnen van platform beroepskunstenaars kan worden aangehouden dat een zeer eenvoudig

schetsontwerp ongeveer een dag werk is. Het minimale bedrag volgens deze regeling voor een kunstwerk is € 5.000. Een vergoeding voor een schetsontwerp van 5% begint daarom bij € 250. Volgens hetzelfde platform worden voor complexere schetsontwerpen bedragen vergoed tussen € 1.500 en € 2.500. De vergoeding is daarom gemaximeerd op € 2.500 per geval. Tot slot in dit artikel, lid 17. Het gaat om besteding van overheidsgelden. Het kan daarom wenselijk zijn om belanghebbende(n) te betrekken bij het kunstwerk dat gerealiseerd gaat worden. Artikel 6 Onderhoud In de praktijk blijkt vaak dat wanneer een kunstwerk in de openbare ruimte wordt geplaatst, regulier onderhoud in eerste instantie over het hoofd wordt gezien. Vaak, wanneer een kunstwerk een aantal jaren ‘staat’ en (verwerings-)aanslag en/of (kleine) beschadigingen zichtbaar worden, komt pas het onderhoud of zelfs herstel ter sprake. En dan klopt men vaak bij de gemeente aan, omdat men niet meer weet wie de eigenaar is en/of de eigenaar hier niet op gerekend heeft en er geen geld voor beschikbaar heeft. Het komt ook voor dat een kunstwerk een schenking is en men zich niet realiseert dat het cadeau financiële consequenties heeft, met name als het de bedoeling is om het voor een langere periode in goede staat te behouden.

In geval dat een kunstwerk in de openbare ruimte op een andere wijze is geïnitieerd en gefinancierd (en ook eigendom is van een andere partij), dan wil de gemeente graag bij de vergunningverlening de initiatiefnemers wijzen op de kwestie van het onderhoud en bewustwording creëren. De gemeente heeft een contract met een onderhoudsbedrijf dat gespecialiseerd is in kunst, voor jaarlijks onderhoud aan de kunstwerken in de openbare ruimte die in eigendom zijn van de gemeente. Er bestaat een mogelijkheid voor derden om – tegen betaling - het reguliere onderhoud van het kunstwerk in de openbare ruimte via het contract van de gemeente mee te laten lopen. Uiteraard staat het de eigenaar vrij het onderhoud op eigen wijze te organiseren. Een en ander in overleg met de kunstenaar wellicht. Door dit artikel over onderhoud op te nemen in deze regeling, zet de gemeente het goede voorbeeld, geeft het duidelijkheid en kan de gemeente hier gemakkelijk naar verwijzen. Artikel 7 Verwijderen of verplaatsen Dit artikel is opgenomen om de bevoegdheden en rechten van zowel de gemeente als de kunstenaar helder te maken en te bewaken. Ondanks dat een kunstwerk, dat wordt gerealiseerd onder deze regeling, eigendom wordt van de gemeente, is het kunstwerk te beschouwen als een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van de Auteurswet.

Verwijdering of verplaatsing van een kunstwerk kan betekenen dat het misvorming, verminking of andere aantasting van het kunstwerk tot gevolg heeft. Het college dient in ieder geval (uiterlijk twee maanden voorafgaande aan de verplaatsing of verwijdering) contact op te nemen met de kunstenaar of diens erfgenamen om de gelegenheid te bieden aanspraak te maken op het recht op verzet tegen aantasting van het kunstwerk. Artikel 8 Onvoorziene gevallen Dit artikel kan worden gezien als een hardheidsclausule. Artikel 9 Slotbepalingen Artikel 142 van de Gemeentewet bepaalt dat alle verordeningen in werking treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor is aangewezen. Er is geen aanleiding of reden dat de regeling sneller in werking zou moeten treden, dus wordt gemakshalve de standaard acht dagen aangehouden.

1 Doorrekening activa

Activum

bedrag voor kunstwerk

jaar

ontwikkeling onderwijscentrum

47.490

2021

planet de koog

10.569

2021

walstroom haven oudeschild - aanleg kabels

5.223

2020

zonnepanelen (everstekoog e.a.)

7.837

2020

binnensportaccommodatie TXL

39.381

2020

parkeerautomaten actieplan mobiliteit

2.800

2017

ondergrondse containers (kunststof/drankkarton)

3.065

2016

kunstgrasveld vv tx toplaag

3.328

2016

Totaal

119.693

2016-2021

nieuwbouw cultuurhuis

41.100

2022

1 doorrekening activa alternatief

Activum

bedrag voor kunstwerk

jaar

herinrichten den burg centrum bestrating, terrein, groen

8.200

2021

herinrichten den burg zuid terrein, verhardingen + omgeving sporthal en oct

15.816

2021

rehabiliteren verhardingen

16.489

2021

reconstructie postweg nieuwlanderweg (1e en 2e fase)

72.500

2021

fietspad Eierlandse Duinen

12.821

2020

duurzame openbare verlichting

11.685

2017

Totaal

137.511

2016-2021

10 Rapport Rekenkamercommissie - Quickscan Duurzaamheidsbeleid - Kansen voor Duurzaamheid op Texel 1 Oplegnotitie rekenkamercommissie onderzoek Duurzaamheidsbeleid 31 augustus 2021

Rekenkamercommissie

De Waddeneilanden

Oplegnotitie onderzoek Duurzaamheidbeleid 31 augustus 2021 Voor de gemeenteraad van Texel is, in samenwerking met de rekenkamercommissie van de gemeente Den Helder, een quick scan onderzoek gedaan naar de stand van zaken rond het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. In deze oplegnotitie staan de conclusies die de rekenkamercommissie De Waddeneilanden op basis van het rapport trekt, en enkele aanbevelingen die de rekenkamercommissie op basis daarvan doet. In het onderzoek is een scan gemaakt van de realisatie en monitoring van doelen en de wijze waarin duurzaamheidsthema’s zijn opgenomen in gemeentelijk beleid. Het initiatief voor het onderzoek lag bij de rekenkamercommissie van de gemeente Den Helder. Het opstellen van de onderzoeksvragen en de selectie van het bureau zijn door de rekenkamercommissie van Den Helder gedaan. De quick scan “Kansen voor Duurzaamheid” is uitgevoerd door een extern bureau (SME) en begeleid door de rekenkamercommissie De Waddeneilanden. De rekenkamercommissie heeft, conform de reguliere procedure rond haar onderzoeken, op 21 juli aan het college van Burgemeester en Wethouders om een bestuurlijke reactie gevraagd.

Op 17 augustus ontving de rekenkamercommissie de volgende reactie: “(h)et college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel heeft kennis genomen van het onderzoek over het duurzaamheidsbeleid en ziet geen redenen tot het gebruik maken van de mogelijkheid tot bestuurlijk wederhoor.” Het rapport en deze oplegnotitie worden daarom zonder bestuurlijke reactie (en nawoord van de rekenkamercommissie) aangeboden aan de raad. Hierna volgen de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamercommissie op basis van de quick scan. Conclusies 1. De gemeente Texel heeft de eerdere ambitieuze duurzaamheidsdoelstelling om energieneutraal te zijn in 2030 recent aangepast. De doelstelling is nu minder eenduidig geformuleerd in termen van ‘zoveel mogelijk' energieneutraal. Rond verduurzaming van woningen is gekozen voor een verdubbeling van de inzet, maar is niet duidelijk wat daarvan het beoogde resultaat is in termen van energiebesparing of duurzame energie. De doelformulering t.a.v energie is daarmee weinig concreet, waardoor het lastig is om de mate van doelrealisatie te kunnen beoordelen. 2. De doelstellingen bij klimaatadaptatie en circulaire economie zijn richtinggevend, maar weinig concreet. Doelstellingen rond biodiversiteit ontbreken in de relevante beleidsstukken. Ook daarvoor geldt dat het daardoor lastig is om de mate van doelrealisatie te kunnen beoordelen.

1

3. De gemeente is voor het uitvoeren van duurzaamheidsbeleid en voor het realiseren van doelen mede afhankelijk van andere overheden, zoals bijvoorbeeld de provincie. Dit beperkt de reikwijdte van eigen beleid. 4. De gemeente heeft sterk ingezet op innovatieve projecten. Voor duurzaamheidsbeleid is in algemene zin innovatie belangrijk en de inzet van de gemeente daarop is dus zeker positief te beoordelen. Van innovatieve projecten kan echter niet direct een (grote) bijdrage aan de realisatie van doelen verwacht worden. 5. Monitoring en/of een gesprek tussen college en de raad over de realisatie van de doelstellingen worden/wordt niet systematisch gevoerd.

Aanbevelingen: I.

Raad, ga in gesprek met het college over het beleid "Zelfvoorzienend en duurzaam", met als doel te inventariseren welke ambities prioriteit krijgen en welke ambities realistisch zijn in termen van reikwijdte van gemeentelijk beleid. Stel voor die ambities ook de benodigde middelen beschikbaar in financiële zin en in personele capaciteit. Maak daarbij een onderscheid naar ambities die wel of niet te beïnvloeden zijn door gemeentelijk beleid.

II. Raad, zorg dat de doelen rond energiebesparing en duurzame energie helder en eenduidig zijn vastgesteld, ook in de tijd. Sluit daarbij aan op de nationale doelstelling voor 2030 en geef daarbij een concreet tijdpad in termen van realisatie. III. Raad, vraag het college om heldere en meetbare indicatoren voor de realisatie van duurzaamheidsdoelen aan te geven, en laat die ten behoeve van monitoring opnemen in de reguliere P&C cyclus, zoals in de programmabegroting en rekening.

2

1 Rapport Kansen voor Duurzaamheid op Texel

Kansen voor Duurzaamheid op Texel Onderzoek Rekenkamercommissie De Waddeneilanden Nota van bevindingen

1

Colofon In opdracht van Rekenkamercommissie De Waddeneilanden T.a.v. de heer E. Boneschansker

engbert@bureaubeleidsonderzoek.nl

Opgesteld door SME

Frans te Braake, Sr. Adviseur beleid & proces braake@sme.nl 030 635 89 02

Texel/Utrecht, juni 2021

Dit rapport is opgesteld door SME in opdracht van de Rekenkamercommissie De Waddeneilanden. Tekst van

het rapport is auteursrechtelijk beschermd en kan niet zonder toestemming overgenomen worden buiten de rekenkamercommissie en De Waddeneilanden. Foto cover: Wiki Commons, CC BY-SA 4.0

2

Inhoud Inleiding.................................................................................................................................................................... 4 Aanleiding onderzoek .......................................................................................................................................... 4 Doelstelling........................................................................................................................................................... 4 Werkwijze ............................................................................................................................................................. 4 Afbakening ........................................................................................................................................................... 4 Onderzoeksvragen ............................................................................................................................................... 5 (Voorlopige) Bevindingen & Conclusies ................................................................................................................... 6 Hoofdvraag ...........................................................................................................................................................

6 Inhoudelijke resultaten (deelvraag 2) .................................................................................................................. 7 Monitoring (deelvraag 3) ..................................................................................................................................... 8 Bevindingen deelvraag 1: kaders ............................................................................................................................. 9 Landelijke en regionale kaders voor het lokale beleid ......................................................................................... 9 Ambities en doelstellingen gemeente Texel......................................................................................................... 9 Uitvoeringsstructuur en borging binnen de ambtelijke organisatie .................................................................. 11 Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke resultaten ................................................................................................. 13 Waar staat de gemeente? .................................................................................................................................. 13 Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid ten opzichte van eigen ambities.......................................................

14 Bevindingen deelvraag 3: monitoring .................................................................................................................... 16 Monitoringsinstrumenten .................................................................................................................................. 16 Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording ................................................................................................................... 17 B1.1 Interviews................................................................................................................................................... 17 B1.2 Geraadpleegde documenten ..................................................................................................................... 17 Bijlage 2. Landelijke en regionale kaders ............................................................................................................... 22 B2.1(Inter)nationale kaders ............................................................................................................................... 22 B2.2 Regionale kaders ........................................................................................................................................ 24 Bijlage 3.

Lokaal Duurzaamheidsbeleid.................................................................................................................. 25

3

Inleiding Aanleiding onderzoek Duurzaamheid is een actueel onderwerp dat sterk in beweging is. Aan gemeenten wordt onder andere in het Klimaatakkoord een regierol toebedeeld in de energietransitie, bij verduurzaming van de gebouwde omgeving en bij klimaatadaptatie. Daarnaast werken gemeenten aan het realiseren van hun eigen

duurzaamheidsambities. Dat geldt zeker ook voor de gemeente Texel met haar lokale ambities. De

rekenkamercommissie van de Waddeneilanden heeft daarom onderzocht hoe het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is vormgegeven en of de gestelde ambities en doelstellingen binnen bereik zijn.

Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is te komen tot een beoordeling op hoofdlijnen van het

duurzaamheidsbeleid, de gehanteerde beleidsinstrumenten en het monitoringsmodel in de gemeente Texel. Uit de beoordeling moet blijken of het duurzaamheidsbeleid in de gemeente Texel doeltreffend is vormgegeven en wordt uitgevoerd.

Werkwijze Het onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd voor de gemeenten Texel en Den Helder. Vooraf is een normenkader opgesteld, wat het beoordelingskader vormt voor dit onderzoek. Eerst is een bureaustudie gedaan naar de kaders, om te bepalen waar de gemeente staat op het vlak van duurzaamheid, en waar inhoudelijke

uitdagingen liggen voor de komende periode. Door middel van onder meer interviews met ambtenaren en

de portefeuillehouder duurzaamheid en met leden van de gemeenteraad, is vervolgens een beeld verkregen van inhoudelijke prestaties en het gevolgde proces. In het proces is er ambtelijke wederhoor toegepast. Ten slotte zijn de bevindingen geanalyseerd om te komen tot een conclusie. De conclusies en aanbevelingen voor bestuurlijk hoor worden voorgelegd aan het college. In Bijlage 1 is de onderzoeksverantwoording opgenomen.

Afbakening Afbakening milieukundige of ecologische duurzaamheid

Duurzaamheid is een begrip dat specificatie behoeft. In een duurzame samenleving zijn people, planet en profit met elkaar in balans. Vaak wordt duurzaamheid dan ook uitgesplitst in diverse deelonderwerpen binnen elk van deze drie pijlers.

Voor dit onderzoek is gekozen voor een afbakening naar de pijler ‘planet’: milieukundige of ecologische

duurzaamheid. De pijlers ‘people’ (sociale duurzaamheid) en ‘profit’ (economische duurzaamheid) vallen buiten de scope van het onderzoek.

Het onderzoek richt zich daarom op duurzaamheidsambities en doelstellingen binnen de pijler ‘planet’. Daarbij is als leidraad gekeken naar de volgende 5 thema’s van het duurzaamheidsbeleid: Energietransitie: energiebesparing, opwekken van duurzame energie, aardgasvrij

Klimaatadaptatie: de inrichting van de (woon)omgeving zodat die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte, grote hoeveelheden water

Circulaire economie: duurzaam/circulair bouwen, afval, circulair inkopen

Duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, fietsbeleid, elektrisch rijden, deelmobiliteit 4

Biodiversiteit: natuur, bijen en andere bestuivers, duurzaam beheer (FSC, MSC) We richten ons in het onderzoek binnen deze thema’s op gebieden waarop de gemeente beleid heeft

geformuleerd, hoe de uitvoering daarvan is en of dat efficiënt en effectief gebeurt. Als er (landelijk) ambities zijn gesteld op vlakken waarop de gemeentelijke invloed beperkt is, benoemen we dat.

Onderzoeksvragen Voor dit onderzoek zijn de volgende hoofdvraag en deelvragen gehanteerd. Hoofdvraag

Hoe succesvol is het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Texel? Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente Texel inhoudelijk vormgegeven en is deze uitvoering effectief?

Bij deze hoofdvraag zijn drie deelvragen geformuleerd. Deelvraag 1 (kaders)

Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Zijn de uitgangspunten en jaarlijkse bijstellingen voldoende concreet geformuleerd? Deelvraag 2 (inhoudelijke resultaten)

Wat is de stand van zaken van het beleid? Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities?

Deelvraag 3 (monitoring)

Kent het beleid op onderdelen een model of modellen van monitoring en is dat effectief? Aan de hand van de hoofdvraag en deelvragen is een normenkader opgesteld (zie bijlage 1, onderzoeksverantwoording).

5

(Voorlopige) Bevindingen & Conclusies Hoofdvraag Hoe succesvol is het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Texel? Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente Texel inhoudelijk vormgegeven en is deze uitvoering effectief? Conclusie • Ambities zijn vanaf 2008 al hoog geweest, de realisatie in kwantitatieve zin is daar ver bij achter gebleven. • Anderzijds zijn er successen bij innovatieve projecten geboekt, Texel maakt melding van verschillende primeurs die door de jaren heen gerealiseerd zijn. • Het duurzaamheidsbeleid is vooral gericht op energie; daar ligt ook de grootste uitdaging. Daarnaast speelde innovatie een rol. • Op deelgebieden ontbreekt beleid of is beleid te algemeen beschreven (klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit) • Texel scoort een hoge positie op ecologisch kapitaal bij de Nationale Monitor Duurzame gemeenten in 2020 met name door de natuurlijke rijkdom op het eiland.

Toelichting

Al in 2008, ver voor de meeste gemeenten, sprak de gemeente middels de Energievisie Texel 1de ambitie uit om in 2020 energieneutraal te zijn. De gemeenteraad heeft destijds ingestemd met deze plannen.

Nadat duidelijk was geworden dat de doelstelling om in 2020 energieneutraal te zijn niet haalbaar was, heeft

dit in 2020 geleid tot het aanpassen van het duurzaamheidsbeleid met het beleidsplan “Texel zelfvoorzienend en duurzaam”.

Er is voornamelijk aandacht op de energietransitie; voor duurzaamheid als breder begrip is er geen overkoepelend beleid. In het duurzaamheidsbeleidsplan is wel sprake van een aanzet tot integrale

benadering met het 3-sporenbeleid, maar de invulling op de andere terreinen (klimaatadaptatie en circulaire economie) blijft achter t.o.v. de energietransitie Daarnaast worden er weliswaar in de praktijk thema’s

aangepakt, maar beleidsmatig is op de thema’s circulaire economie en klimaatadaptatie niets vastgelegd.

De thema’s zijn niet allemaal even goed uitgewerkt qua beleid en uitvoering. Bij het ontbreken van beleid

kan niet beoordeeld worden of de uitvoering effectief is. Gesignaleerd is dat op niet alle thema’s iets gebeurt. In het beleidsplan dat begin 2020 is aangenomen door de raad, staat de ambitie om energieneutraal te

worden in 2030. Deze ambitie is inmiddels losgelaten als gevolg van de wijziging in het college in oktober

2020 en veranderd in ‘zo snel mogelijk’ energieneutraal worden. Door de wijzigingen in het college zijn de

oorspronkelijke uitgangspunten niet meer duidelijk en zoekt het college in de raad naar bredere steun door met minder vergaande voorstellen te komen. Bij het toetreden in de coalitie van de PvdA in oktober 2020 is een addendum toegevoegd bij het coalitieakkoord. Daarin heeft de nieuwe coalitie afgesproken dat het bestaande budget voor de verduurzaming van particuliere woningbezitters verdubbeld wordt. 2

Energievisie Texel en uitvoeringsplan 2008 – 2011, 7 mei 2008 Verdubbelen inzet op duurzaamheid: Er komt extra inzet op het verduurzamen van woningen, om te ontzorgen voor bestaande duurzaamheidsubsidie en duurzaamheidslening. Particuliere woningbezitters kunnen gratis persoonlijk en concreet advies krijgen over de verduurzaming van hun huis. Zowel bouwkundig advies, als advies op het gebied van aanvragen van subsidies of duurzaamheidsleningen. Dit is als compensatie ingezet, aangezien in deze periode niet wordt ingezet op of ondersteuning gegeven aan initiatieven voor het plaatsen van zonneweiden en/of windmolens op Texel.

1

2

6

De doelstellingen bij klimaatadaptatie en circulaire economie zijn richtinggevend, maar worden weinig

concreet gemaakt en er ontbreken procesmatige stappen. Ook de stap naar doelstellingen en ambities

ontbreekt, wel zijn er concrete acties geformuleerd die Texel gaat nemen bij de drie verschillende sporen. Duurzame mobiliteit wordt binnen het spoor energietransitie wel benoemd,

Biodiversiteit ontbreekt beleidsmatig in het plan, echter in het Groenbeheerplan uit 2018 is er wel sprake van beleid op dit gebied.

Ter illustratie een voorbeeld van de wijze van doelen formuleren uit het coalitie akkoord ‘Balans Brengen’: Als doel stellen schadelijke emissies tot een minimum te beperken.

Inhoudelijke resultaten (deelvraag 2) Wat is de stand van zaken van het beleid? Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Conclusie •

•

• •

Texel loopt ver achter op de eigen doelstellingen op gebied van energie. In 2018 werd slechts 3,8% van het totale energieverbruik duurzaam opgewekt, terwijl het doel toen nog 100% in 2020 was De beperkte netcapaciteit door een verouderd elektriciteitsnetwerk en de provincie die geen windmolens toestaat beperken de mogelijkheden van Texel om de energiedoelen te halen. De eigenheid van Texel is een kracht en belemmering tegelijkertijd Geen doelstellingen andere thema’s (klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit en mobiliteit), waardoor de voortgang niet te meten is. Er zijn wel losse projecten

Toelichting

Uit de interviews met de ambtenaren en de wethouder is gebleken dat de voorstellen om stappen te zetten richting grotere projecten m.b.t. de energietransitie in de raad geen meerderheid gekregen hebben. Een

duidelijk voorbeeld hiervan is de besluitvorming rondom de vergunningsaanvraag voor de zonneweide bij de Pelikaan. De raad besloot in meerderheid tegen de aanvraag, hetgeen leidde tot het opstappen van Groen Links uit de coalitie

De wethouder gaf aan dat de gemeente in overleg wil met de provincie en dat men met participatie van de bevolking concreet gaat kijken waar energieprojecten eventueel wel gerealiseerd zouden kunnen worden.

Hierbij gaf de wethouder tevens aan dat het provinciale beleid dat de laatste jaren is gevoerd geen

windmolens in grote delen van Noord-Holland toeliet, waaronder Texel, en dat netbeheerder Liander

aangegeven heeft dat er geen aansluitcapaciteit zal zijn op het verouderde elektriciteitsnetwerk van Texel.

De Texelse cultuur speelt ook een rol in de besluitvorming rondom de keuzes die gemaakt worden: men wenst geen inmenging van de “overkant” is ook een stelling die in alle interviews terugkwam . Dit werkt

positief uit als het gaat om bijvoorbeeld innovatie door de pilots met golf- en getijde-energie. Als het gaat om ideeën en concepten die niet van het eiland zelf komen, dan kan dat weerstand oproepen.

Op andere thema’s is er zeer beperkt beleid en zijn er vrijwel geen concrete doelstellingen. Wel zijn er

projecten gerealiseerd op de verschillende thema’s, maar die zijn incidenteel en geen onderdeel van het duurzaamheidsbeleid.

7

Monitoring (deelvraag 3) Kent het beleid op onderdelen een model of modellen van monitoring en is dat effectief? Conclusie

• •

Het college kent geen model van monitoring, Slecht op enkele deelgebieden wordt er beperkt gemonitord

Toelichting

Een monitoringsinstrument ontbreekt bij alle thema’s en wordt slechts incidenteel ingezet bij sommige

projecten. Op deelgebieden is wel monitoring uitgevoerd, bijvoorbeeld voor transport, openbare verlichting, het drijvend zonnepark, duurzame energiebesparende maatregelen. Een planmatige aanpak van monitoring op hoofdlijnen ontbreekt.

Controle op het beleid is daardoor vrijwel niet mogelijk, er zijn geen instrumenten om te controleren of de beleidsdoelen gehaald zijn. Alleen op budget kan gestuurd worden.

Bij de Nationale Monitor Duurzame gemeenten 2020 realiseert Texel een bovengemiddelde totaalscore:

plaats 155 van 355 onderzochte gemeenten. De score op ecologisch kapitaal is echter een uitstekende plek 20 van de 355 onderzochte gemeenten. Een kanttekening is hier op zijn plaats, de hoge positie van Texel is niet het resultaat van gevoerd beleid, maar van de natuurlijke rijkdom van het eiland.

8

Bevindingen deelvraag 1: kaders Landelijke en regionale kaders voor het lokale beleid De landelijke en regionale kaders voor duurzaamheid zijn beschreven in bijlage 2.

Ambities en doelstellingen gemeente Texel Reeds in 2008 heeft college van de gemeente Texel 3, gesteund door de gemeenteraad, de ambitie

uitgesproken in 2020 zelfvoorzienend met duurzame energie te willen zijn. De doelstelling is in het

coalitieakkoord Balans Brengen uit 2018 losgelaten. Expliciet wordt er in de akkoord als speerpunt

opgenomen: “… de vaart zetten achter de realisatie van de duurzaamheidsambitie.” Hier is echter geen concreet doel of jaartal aan verbonden.

In het Beleidskader “Texel duurzaam en zelfvoorzienend” dat door de raad in februari 2020 is aangenomen wordt dit wel vertaald naar het jaar 2030. Daar is sprake van een 3-sporenbeleid, want naast de

energietransitie is er ook aandacht voor circulaire economie en klimaatadaptatie. Er is geen expliciet beleid

geformuleerd op de deelgebieden biodiversiteit en duurzame mobiliteit, hoewel die laatste terugkomt bij het 3-sporenbeleid middels acties die genomen worden. Biodiversiteit komt wel terug in het Groenbeheerplan uit 2018.

Het ontbreekt de gemeente Texel aan SMART doelstellingen (m.u.v. van de ambitie om in 2030

energieneutraal te zijn). Er zijn op alle ander thema’s geen concreet meetbare doelstellingen in de tijd. De citaten uit het Beleidskader en het Groenbeheersplan hieronder illustreren dat: Ambitie energietransitie: energieneutraal in 2030

“Door het klimaatakkoord en de daaruit voortvloeiende opdracht aan de gemeente de eigen energie op te

wekken, wil het college en de raad de eerdere ambitie om energieneutraal te worden nu in 2030 gerealiseerd hebben.”

Ambitie circulaire economie:

“Het Rijksprogramma VANG (van afval naar grondstof) biedt gemeenten veel houvast, voorbeelden en goede mogelijkheden om hun inzamelingsbeleid aan te passen.” Ambitie klimaatadaptatie:

“De gemeente speelt een belangrijke rol in het bij elkaar brengen van betrokken partijen, en het

afstemmen en afwegen van belangen. Om aandacht te vragen voor bepaalde aspecten, en ervoor te zorgen dat de uitvoering van projecten op een manier gebeurt die past bij het eiland.” Ambitie Biodiversiteit

“De gemeente streeft ernaar om het openbaar groen zo ‘natuurvriendelijk’ mogelijk in te richten. Dit om de natuur de bebouwde kom in te brengen. Dit sluit ook weer goed aan bij één van de Texel principes: De overgang tussen het buitengebied en de bebouwde kom verzachten.”

3

9

Energievisie Texel en uitvoeringsplan 2008 – 2011, 7 mei 2008

• Samenvattend beeld Landelijke doelen (stand van zaken februari 2021) Energietransitie 2050: Energieneutraal en aardgasloos 2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990 1,5% energiebesparing per jaar 2020: 14 % hernieuwbare energie; 2023: 16%

Klimaatadaptatie 2050: NL klimaatbestendig ingericht. 2020: klimaatbestendig en waterrobuust handelen 2019 stresstest, 2020 risicodialogen + uitvoeringsen investeringsagenda

Circulaire economie 2050: NL volledig circulair 2030: 50% minder gebruik van primaire grondstoffen 2020: 75% afvalscheiding en max. 100 kg restafval/inw/jr 2025: zoveel mogelijk gescheiden en max. 30 kg restafval maatschappelijk verantwoord inkopen Biodiversiteit beschermen van bestaande natuur natuur in de samenleving koppeling met andere maatschappelijke opgaven

4 5

Gemeentelijke doelen & beoogd effect 4

Gemeentelijke maatregelen 5

Texel wil zo snel mogelijk 100% energieneutraal worden Energieplan eigen gebouwen Onderzoek naar mogelijkheden voor productie waterstof

Transitievisie Warmte Regionale Energiestrategie Slow Mill: Ondersteunen proef met golfenergie SeaQurrent: Ondersteunen proef met getijde-energie Energieneutraal openbaar verlichtingssysteem Energieloket en opvolger Duurzaam Bouwloket Verduurzaming gemeentelijke gebouwen Continuering stimulering postcoderoosprojecten

in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust Continuering inzet en samenwerking met Texelse partners en organisaties in de regio Waterveiligheid: organiseren van overleggen, afstemmen van belangen van betrokken partijen en samenwerkingspartners als het hoogheemraadschap

Voorkomen van wateroverlast en bufferen van water voor tijden van droogte.

Gemeentelijk inkoop en aanbestedingsbeleid circulair maken Nieuw grondstoffenplan maken

Inzetten op het aanjagen en faciliteren van duurzaamheidsinitiatieven van bedrijven. Opzetten reparatiewerkplaats samen met De Bolder

versterking en behoud van ecologische functie

Starten met de beeldkwaliteitsschouw Windsingelbeheer

Texel zelfvoorzienend en duurzaam, Gemeenteraad 26 februari 2020 idem

10

Landelijke doelen (stand van zaken februari 2021) Duurzame mobiliteit 2030: voertuigen emissieloos (eigen wagenpark, doelgroepenvervoer, inkoop) 2020: gemeentelijk plaatsingsbeleid laadpalen

Gemeentelijke doelen & beoogd effect 4

Gemeentelijke maatregelen 5

Meerjaren vervangingsplan eigen voertuigen opstellen, naar voorbeeld andere gemeente.

Plaatsing laadpalen bij alle parkeerplaatsen van enige omvang

Uitvoeringsstructuur en borging binnen de ambtelijke organisatie Uit het interview met de ambtenaren blijkt dat Texel een kleine gemeente is met een beperkt budget en weinig capaciteit in het ambtelijke apparaat.

De continuïteit van de uitvoering van duurzaamheid is een probleem gebleken. Het team bestaat slechts uit 3 personen (ca. 1,5fte). De betrokken ambtenaren hebben in het interview aangegeven dat er onvoldoende capaciteit om het programma uit te voeren vanuit Zelfvoorzienend en Duurzaam. Daarnaast is er ook een

probleem met de continuïteit: het vertrek van een medewerker slaat een groot gat in een kleine organisatie zoals die van de gemeente Texel.

Er wordt alleen aan de Raad gerapporteerd op projectniveau, zoals bij het energieloket, het aantal

aangevraagde subsidies of energiebesparing bij openbare verlichting. De resultaten (=output) worden

getoond maar het effect (=outcome) niet. In opschaling en daarmee monitoring is wel voorzien, maar de

politieke haalbaarheid stond in de weg. Concreet houdt dat in dat met het loslaten van 2030 doelstelling en

het doorschuiven van budget voor duurzaamheid van 2020 naar 2021 er geen mogelijkheid was om in 2020 invulling te geven aan deze opschaling en monitoring.

Binnen het college is duurzaamheid en innovatie belegd bij één portefeuillehouder waarbij de

duurzaamheidsambitie specifiek benoemd is als aandachtsgebied bij het coalitieakkoord. Niet alle thema’s vallen onder deze portefeulliehouder, het Groenbeheerplan, grondstoffenbeleid, milieu en Nationaal Park bijvoorbeeld vallen onder de verantwoordelijk van een andere wethouder.

Er komt vanuit de rijksoverheid een enorme opgave op alle gemeenten af, dat is voor een kleine gemeente als Texel extra lastig op te vangen. In het ambtenareninterview wordt gesteld dat Texel in feite dezelfde

procedures (TVW, RES, klimaatstresstesten) moet doorlopen als Amsterdam, maar dan met een fractie van de ambtelijke capaciteit.

11

Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke resultaten Waar staat de gemeente? In deze paragraaf is op een hoger niveau gekeken naar de overall prestatie op elk thema. Zo wordt duidelijk op welk(e) (sub)thema(’s) er voor de gemeente extra inspanningen wenselijk zijn om de eigen en/of

landelijke doelen te behalen. Deze rapportage is feitelijk de enige bron om de realisatie van de gemeente te beoordelen, gegeven het ontbreken van lokale monitoringsinstrumenten. Of de gemeente deze

inspanningen ook daadwerkelijk kan leveren, is niet alleen afhankelijk van beschikbare capaciteit, budget en

bestuurlijke focus, maar vaak ook van externe factoren, zoals beschikbare ruimte of beperkende regelgeving. Om inzicht te krijgen in de overall prestatie van de gemeente is gebruik gemaakt van verschillende landelijke benchmarks:

Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI)

Nationale Monitor Duurzame Gemeenten (Telos, monitor 2019) Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI) 2020 Bij de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex 2020 (https://gdindex.nl/) scoort Texel een 5,8 en dat is gelijk aan het landelijk gemiddelde. Hieronder zijn de printscreens van de website opgenomen. Op het onderdeel milieu en energie scoort Texel 4.8, het landelijk gemiddelde is 5,2. Texel scoort bij Milieu en energie alleen bovengemiddeld op: Lucht

(Score 8,3; NL 6,1)

Texel scoort (zeer) slecht op:

Energiegebruik woningen

Energiebesparing woningen

(Score 5,4, 9.267 kwh/jaar/inwoner; NL 6,1, 7.890 kwh/jaar/ inwoner) (Score 3,8; NL 4,9)

Scores op gebied van Milieu en energie in de GDI 2020 voor de gemeente Texel.

12

Nationale Monitor Duurzame gemeenten (rapport 2020) In de Nationale Monitor Duurzame gemeenten maakt Telos jaarlijks de balans op hoe het staat met de (ontwikkeling van de) gemeentelijke duurzaamheid. Er wordt een ‘foto’ gemaakt van de ‘staat van

duurzaamheid’ van alle Nederlandse gemeenten op een moment in de tijd. Telos kijkt daarbij naar drie

onderdelen (kapitalen) van duurzaamheid: ecologisch kapitaal, sociaal-cultureel kapitaal en economisch kapitaal. De scores voor Texel zijn hieronder weergegeven. TOTAALSCORE TEXEL SCORE 51,4

SOCIAALCULTUREEL KAPITAAL SCORE RANK 51,4 219

RANK 155

TOTAALSCORE

Gemeente

Score

Rank

Texel

52.1

154

Ontwikkeling 8

ECOLOGISCH KAPITAAL SCORE 58,4

RANK 20

ECONOMISCH KAPITAAL SCORE 44,4

SOCIAAL- CULTUREEL KAPITAAL

ECOLOGISCH KAPITAAL

Score

Rank

Score

Rank

53.2

103

56.1

62

ECONOMISCH KAPITAAL

Score

Rank

46.9

316

De totaalscore is een bovengemiddelde plaats 155 van 355 onderzochte gemeenten en de score op ecologisch kapitaal is een uitstekende plek 20 van de 355 onderzochte gemeenten.

Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid ten opzichte van eigen ambities Uit de bureaustudie ontstaat het beeld dat de duurzaamheidsambities van de gemeente Texel historisch (veel) hoger liggen dan de landelijke ambities, maar dat de prestaties achter blijven ten opzichte van landelijke ontwikkelingen.

In het Energietransitiemodel uit “Texel zelfvoorzienend en duurzaam” wordt gesteld dat er een besparing

gerealiseerd moet worden van 1.562 TJ in 2016 tot 834 TJ in 2050. Dat is een besparing in 2050 van 47% ten opzichte van 2016.

De doelstellingen op het gebied van de energietransitie zijn hieronder gekwantificeerd.

13

Uit de Landelijke Klimaatmonitor blijkt dat het energieverbruik van 2016 (1411 TJ) zelfs is toegenomen naar

1544 TJ in 2018. Uit diezelfde cijfers blijkt dat het percentage hernieuwbare energie wel licht gestegen is van 2,7 naar 3,8%. (landelijke doelstelling:14% in 2020 en 16% in 2023)

Overige thema’s: Circulaire Economie, Klimaatadaptatie & Biodiversiteit

Voor deze overige thema’s zijn geen SMART doelstellingen opgesteld, er is alleen een opsomming van de landelijke wetgeving waaraan voldoen moet worden. Daar is echter geen concreet beleid aan gekoppeld, noch zijn er lokale doelstellingen geformuleerd.

In 2020 zou er een nieuw grondstoffenplan zijn, maar dat is nog niet gerealiseerd. Wel zijn er op deze thema’s acties gedefinieerd, die zijn reeds opgenomen in het overzicht van paragraaf 3.2.

14

Bevindingen deelvraag 3: monitoring Monitoringsinstrumenten Tijdens de bureaustudie is gebleken dat er geen overkoepelende duurzaamheidsmonitoring (gekoppeld aan

het programma) bestaat, maar dat er op deelgebieden wel fragmentarisch wordt gemonitord. Dit is getoetst tijdens de interviews en daar is bevestigd dat er niet structureel gemeten wordt of de gestelde doelen op

koers liggen. Om te citeren uit een interview met de raadsleden: “Controle is vrijwel niet mogelijk, er zijn geen instrumenten om te bepalen of de beleidsdoelen gehaald zijn. Alleen op budget kan gestuurd worden.”

Bij projecten is er wel sprake van output-monitoring bijvoorbeeld bij verduurzaming van de openbare

verlichting, de realisatie van het drijvend zonnepark en de duurzame besparende maatregelen voor de inwoners.

Daarnaast zijn er overzichten van de projecten m.b.t. duurzaamheid gedeeld met de Raad, maar ze werden

niet gemonitord. Ook wordt er gesteld door de wethouder dat Texelse mentaliteit er een van “doeners” is en

dat evaluatierapporten en monitors wel belangrijk zijn, maar dat de uitvoering belangrijker wordt gevonden.

15

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording B1.1 Interviews Informatienavraag Ter verdieping van dit onderzoek is een informatienavraag gedaan bij gemeentelijke beleidsmedewerkers, de verantwoordelijke bestuurder en enkele gemeenteraadsleden. De lijst van geïnterviewde personen is bekend bij de rekenkamercommissie.

B1.2 Geraadpleegde documenten

Gedurende het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Beleidsdocumenten gemeente Texel

Plan Texel Zelfvoorzienend en Duurzaam (2020) Coalitieakkoord “Balans Brengen” (2018) Programmabegroting Texel 2020

Addendum bij coalitieakkoord oktober ‘20 Groenbeheerplan 2018

Visiedocument Waddeneilanden 2020 Grondstoffenplan 2013 – 2020

Energie voor Texel Uitvoeringsprogramma 2010 – 2020

Raadsbesluiten

1827753 - Startnotitie Regionale Energie Strategie (16-10-19) 1674847 - Texel zelfvoorzienend en duurzaam (26-2-20)

2625315 - Concept-RES Noord-Holland Noord – Wensen en bedenkingen (16-9-20) 2718138 - Raadsbesluit - Verordening leningen SVn (17-9-20) Duurzaamheidsindices

Nationale monitor duurzame gemeenten (rapport 2020) Klimaatmonitor

Gemeentelijke DuurzaamheidsIndex 2020 (www.gdi.databank.nl) Afvalmonitor

PBL rapport Gemeentelijke bestuurskracht en de energietransitie (2019)

B1.3 Normenkader rekenkameronderzoek duurzaamheid Den Helder en Texel Inleiding Dit normenkader wordt gehanteerd in de rekenkameronderzoeken naar duurzaamheid voor de gemeenten

Den Helder en Texel. Door het gebruik van een normenkader zijn conclusies uit bevindingen door iedereen te trekken en is interpretatie niet afhankelijk van de onderzoekers.

16

Het normenkader sluit aan op de onderzoeksvragen. Er is weergegeven aan welk criterium getoetst wordt. Er is aangegeven op grond van welke indicatoren we een resultaat constateren. In de bureaustudie en de

interviews worden vragen gesteld waarmee wordt achterhaald of aan de criteria voldaan is. Het antwoord kan een volmondig ‘ja’ of ‘nee’ zijn, of het antwoord ligt in het midden. In dat geval geven we aan in hoeverre er aan de norm voldaan wordt en/of op welke onderdelen er niet voldaan wordt.

In de nota van bevindingen geven wij dit met de kleuren van een stoplicht weer: de situatie voldoet niet aan de norm (onvoldoende) de situatie voldoet deels aan de norm (redelijk) de situatie voldoet aan de norm (goed)

Hoofdvraag: Hoe succesvol is het duurzaamheidsbeleid van de gemeenten Den Helder en Texel?

Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeenten Den Helder en Texel inhoudelijk vormgegeven en is deze uitvoering effectief?

Onder het duurzaamheidsbeleid verstaan we de thema’s van de ‘Big 5’: Energietransitie

Klimaatadaptatie

Circulaire economie Biodiversiteit

Duurzame mobiliteit Bij deze hoofdvraag passen de onderstaande deelvragen.

17

Deelvraag 1 (kaders): Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Zijn de uitgangspunten en jaarlijkse bijstellingen voldoende concreet geformuleerd? Norm De gemeente beschikt over heldere doelen en ambities voor het duurzaamheidsbeleid

onvoldoende Er zijn geen doelen geformuleerd of de doelen zijn niet SMART.

redelijk Voor een deel van de thema’s zijn SMART doelen geformuleerd

1.2

Het beleid sluit aan bij landelijke en regionale doelstellingen

nee

deels

1.3

De organisatie en de uitvoeringsstructuur zijn helder vastgelegd. Het duurzaamheidsbeleid is voldoende geborgd binnen de ambtelijke organisatie Ambtelijke apparaat (binnen de relevante beleidsvelden) heeft kennis van het duurzaamheidsbeleid en handelt in overeenstemming daarmee Er is voldoende capaciteit om het duurzaamheidsbeleid tot uitvoering te brengen. Er is voldoende budget om het duurzaamheidsbeleid uit te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=cf0a037c-249e-410b-b643-47b0f48d345f