CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 2 februari 2022, gemeente Texel37.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Biovergistingsinstallatie l.

een aanduiding "Specifieke vorm van agrarisch – biovergistingsinstallatie" wordt opgenomen.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1.

2. 3. 4. 5.

6. 7.

De te vergisten co-substraten zijn afkomstig van Texel. In principe komen hiervoor alle mogelijk te vergisten producten in aanmerking, behalve speciaal daarvoor geproduceerde gewassen. Het digestaat wordt, uiteraard voor zover mogelijk, binnen de vigerende wet- en regelgeving op Texel toegepast; de exploitatie van biovergisters mag niet leiden tot toename van de aanvoer van mest/co-substraten naar Texel ten opzichte van de situatie bij het van kracht worden van dit bestemmingsplan; de benodigde installaties voor de opwekking van bio-energie moeten worden geplaatst binnen het bouwblok; de verlening van de omgevingsvergunning doet geen onevenredige afbreuk aan de verkeerssituatie, de landschappelijke situatie en de natuurwaarden; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en de opwekking van de bio-energie mag de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven en de woonfunctie van de omliggende woningen niet beperken; het aantal aanduidingen binnen het plangebied mag niet meer bedragen dan 3; de procedure wordt niet eerder gestart dan nadat de raad daarvoor toestemming heeft gegeven.

Wijziging stolp naar wonen m. op de verbeelding een aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – plattelandswoning’ wordt opgenomen; Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

de stolp betreft een voormalige agrarisch bedrijfsgebouw met een monumentale status, gelegen in een bouwvlak met een agrarische bestemming; de wijziging is noodzakelijk voor het behoud van de stolp; het authentieke van de stolp blijft behouden; de stolp kan niet meer gebruikt worden ten behoeve van het bedrijf; een saneringsregeling van overtollige bedrijfsgebouwen kan onderdeel uitmaken van deze wijziging; uit een erfinrichtingsplan blijkt dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing van erf, beplanting, verharding en bebouwing conform het Beeldkwaliteitsplan.

deze wijziging doet geen onevenredige afbreuk aan de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven, de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersfunctie, de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden.

Artikel 4 Recreatie - Recreatief opstal 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Recreatie - Recreatief opstal aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

gebouwen ten behoeve recreatief verblijf, in de vorm van één recreatief opstal;

met daaraan ondergeschikt: b.

kleinschalige duurzame energieopwekking

32

en daarbij behorende: c. d.

tuinen, erven en terreinen; overige bouwwerken.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.

gebouwen en overkappingen, mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; de maatvoering van een gebouw of een overkapping moet voldoen aan het volgende bouwschema:

Goothoogte Bouwhoogte

bestaande goothoogte bestaande bouwhoogte

Oppervlakte Dakhelling

bestaande oppervlakte bestaande dakhelling

4.2.2 overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.

het oprichten van windturbines is niet toegestaan; de hoogte bedraagt maximaal 5 meter; de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (de) woonhuis(zen) maximaal 2 meter mag zijn.

4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruik van de gronden en bouwwerken voor permanente bewoning.

Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.

bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 100 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 meter wordt gegraven zullen uitsluitend worden gebouwd indien: 1. door de werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, èn 2. vooraf door de aanvrager van het bouwwerk een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld: ▪ de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of ▪ er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of

33

b.

▪ de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad. in het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen Burgemeester en Wethouders aan de in artikel 5 lid 2 sub a bedoelde bouwwerken te verlenen omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: • de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; • de verplichting tot het doen van opgravingen; • de verplichting de bouw die tot de bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

Het in artikel 5 lid 2 sub a is niet van toepassing op: Funderingswerken zoals heiwerken en balkenfunderingen zolang het gezamenlijke oppervlakte van de aan te brengen constructies en bijbehorende leidingstroken in de ondergrond niet meer dan 5% van het totaal oppervlak van het betreffende bouwwerk beslaat. 5.2.1 Uitzonderingen De in artikel artikel 5 lid 2 genoemde regels zijn niet van toepassing op: a.

b.

aanvragen omgevingsvergunning waarbij bodemingrepen, sloop– en/of funderingswerken plaatsvinden waarbij de bodem minder dan 50 cm onder maaiveld wordt geroerd, dan wel alle aanvragen voor bodemingrepen kleiner of gelijk aan 100 m2 in de op de plankaart als ‘Waarde – archeologie – 3’ aangewezen gronden; het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: 1. in het kader van archeologisch (voor)onderzoek en het doen van opgravingen, indien verricht door een ter zake deskundige; 2. waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; 3. het aanbrengen van drainages en andere lineaire grondwerken niet breder dan 1 meter en waarvan het gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 5% van het gebied of kavel beslaat waarin deze werken plaatsvinden; 4. cyclische en andere grondwerkzaamheden die normaal onderhoud of bodembewerking betreffen. Hieronder vallen werkzaamheden van dezelfde aard die wederkerend op dezelfde locatie(s) worden uitgevoerd zoals bodembewerking die vallen onder normaal agrarisch gebruik, of werkzaamheden die betrekking hebben op het onderhoud van terreinen en infrastructuur en het vervangen van kabels en leidingen. Deze werkzaamheden mogen dan echter niet gepaard gaan met een grotere of diepere ingreep in de bodem dan daarvoor al heeft plaatsgevonden.

De onder artikel artikel 5 lid 2.1 genoemde uitzonderingsbepalingen gelden niet indien in de periode van 24 maanden voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een uitzonderingsbepaling van toepassing is geweest op aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 meter van het onderhavige terrein. 5.2.2 Verlenen omgevingsvergunning Een in artikel 5 lid 2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a.

b.

Door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; en vooraf door de aanvrager van het bouwwerk een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld: ▪ de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of ▪ er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of ▪ de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad.

34

5.2.3 Voorwaarden in omgevingsvergunning In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter borging van het treffen van de maatregelen als bedoeld in artikel artikel 5 lid 3.3 sub b kunnen Burgemeester en Wethouders aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel artikel 5 lid 3.1 in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden:

• • •

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de werken en/of werkzaamheden die tot de bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden of grondbewerkingen en het roeren en omwoelen van gronden waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het ophogen van gronden met meer dan 50 cm; het egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt.

5.3.2 Uitzonderingen Het in artikel artikel 5 lid 3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op: a.

b.

bouwaanvragen waarbij bodemingrepen, sloop– en/of funderingswerken plaatsvinden waarbij de bodem minder dan 50 cm onder maaiveld wordt geroerd, dan wel alle aanvragen voor bodemingrepen kleiner of gelijk aan 100 m2 in de op de plankaart als ‘Waarde – archeologie – 3’ aangewezen gronden; het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: 1. in het kader van archeologisch (voor)onderzoek en het doen van opgravingen, indien verricht door een ter zake deskundige; 2. waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; 3. het aanbrengen van drainages en andere lineaire grondwerken die niet breder dan 1 meter en waarvan het gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 5% van het gebied of kavel beslaat waarin deze werken plaatsvinden; 4. cyclische en andere grondwerkzaamheden die normaal onderhoud of bodembewerking betreffen. Hieronder vallen werkzaamheden van dezelfde aard die wederkerend op dezelfde locatie(s) worden uitgevoerd zoals bodembewerking die vallen onder normaal agrarisch gebruik, of werkzaamheden die betrekking hebben op het onderhoud van terreinen en infrastructuur en het vervangen van kabels en leidingen. Deze werkzaamheden mogen dan echter niet gepaard gaan met een grotere of diepere ingreep in de bodem dan daarvoor al heeft plaatsgevonden.

De onder artikel artikel 5 lid 3.2 genoemde uitzonderingsbepalingen gelden niet indien in de periode van 24 maanden voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een uitzonderingsbepaling van toepassing is geweest op aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 metervan het onderhavige terrein. 5.3.3 Verlenen omgevingsvergunning Een in artikel 5 lid 3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:

35

a.

b.

Door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; en vooraf door de aanvrager van het bouwwerk een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld: • de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of • er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of • de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad.

5.3.4 Voorwaarden in omgevingsvergunning In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter borging van het treffen van de maatregelen als bedoeld in artikel 5 lid 3.3 sub b kunnen Burgemeester en Wethouders aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5 lid 3.1 in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden:

• • •

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de werken en/of werkzaamheden die tot de bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de aanlegvergunning te stellen kwalificaties.

5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen wanneer de feitelijke archeologische situatie daartoe aanleiding geeft. De begrenzingen van de diverse gebieden mag dan aangepast worden.

36

3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing; Een eenmaal als bedrijfswoning gerealiseerd bouwwerk blijft bij de toepassing van deze regels aangemerkt als bedrijfswoning.

Artikel 7 Algemene gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e.

het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; het storten van puin en afvalstoffen; de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen; het gebruik ten behoeve van prostitutie of seksinrichting; het gebruik van gronden voor opslag van aan het gebruik onttrokken werktuigen, gereedschappen en materialen en overigens al hetgeen niet in overeenstemming is met de krachtens de bestemming toegelaten activiteiten.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Algemeen Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in dit plan in die zin dat: a.

b. c. d. e. f.

niet voor bewoning bestemde bouwwerken van geringe omvang gebouwd mogen worden ten behoeve van een publieke dienst, zoals wachthuisjes, telefooncellen, transformatorhuisjes, schakelkasten, gemaaltjes, toiletten en bedieningshuisjes. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. de hoogte van het bouwwerk bedraagt maximaal 5 meter; 2. de inhoud bedraagt maximaal 50 m3; 3. de afstand tot de perceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter; de dakhelling van gebouwen en/of overkappingen wordt verlaagd en/of verhoogd, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden; tijdelijke opslag van materialen voor het uitvoeren van waterstaatkundige werken die noodzakelijk zijn voor de kustverdediging wordt toegestaan; een antenne wordt gebouwd die noodzakelijk is voor het VDF-luchtvaartbaken, tot een hoogte van 10 meter; een antenne wordt gebouwd die noodzakelijk is voor het MF/HF radiotelefonie-communicatiesysteem (communicatie met schepen en vliegtuigen) dat gebruikt wordt door de Kustwacht voor het bewaken van de veiligheid op de Noordzee, in de nabijheid van de vuurtoren, tot een hoogte van 20 meter; tijdelijk afgeweken mag worden van de gebruiks- en bouwregels ten behoeve van het houden van een evenement.

8.2 Toetsing Bij de afweging van de afwijking(en), zoals hierboven genoemd is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied van de gemeente Texel, zoals opgenomen in Bijlage 1 in bijlagen bij de regels, steeds onderdeel van het toetsingskader.

37

De omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien hierdoor onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en opstallen of de waarden van omliggende gronden.

Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Wijziging van een bestemming ten behoeve van een seksinrichting Bij de afweging van de hieronder genoemde wijziging(en), is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied van de gemeente Texel, zoals opgenomen in Bijlage 1 in bijlagen bij de regels, steeds onderdeel van het toetsingskader. Het plan kan gewijzigd worden in die zin dat de bestemming van gronden of gebouwen wordt gewijzigd in de bestemming "Cultuur en Ontspanning - Seksinrichting" voor de vestiging van een prostitutiebedrijf en/of als seksinrichting; Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

op het moment van aanvraag zijn nog geen van de in dit plan opgenomen gronden of gebouwen gewijzigd ten behoeve van de prostitutie en/of als seksinrichting; de prostitutie en/of seksinrichting vindt binnen de bestaande bebouwing plaats; de prostitutie of seksinrichting doet geen onevenredige afbreuk aan de openbare orde, de woonsituatie en de verkeerssituatie; er zijn voldoende parkeervoorzieningen binnen het bestemmingsvlak; Er is maximaal één seksinrichting op Texel toegestaan.

9.2 Uitbreiding aantal recreatieve opstallen Bij de afweging van de hieronder genoemde wijziging, is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied van de gemeente Texel, zoals opgenomen in Bijlage 1 in de bijlagen bij de regels, steeds onderdeel van het toetsingskader. et plan kan gewijzigd worden in die zin dat het in de maatvoering "maximum aantal recreatieve opstallen" vermelde aantal mag worden uitgebreid met 25%. Indien het aantal in de maatvoering 3 is, wordt de uitbreiding naar boven afgerond en wordt het getal veranderd in 4; Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

het totaal aantal recreatieve slaapplaatsen op Texel, volgens de gemeentelijke slaapplaatsentelling is na wijziging niet hoger dan 45.000; er is sprake van een aantoonbare ruimtelijke kwaliteitsverbetering voor het gehele terrein en voor alle gebruikers ervan; de uitbreiding houdt geen nieuwe ontwikkeling in, maar is een afronding van het bestaande terrein; het terrein waarvoor de uitbreiding wordt aangevraagd, heeft nog niet eerder van de uitbreidingsmogelijkheid gebruik gemaakt in de planperiode van de voorloper van dit bestemmingsplan of de voorbereidingsperiode daarvan; binnen 5 jaar na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan moet een verzoek tot uitbreiding worden ingediend, waarbij uitgifte op volgorde van binnenkomst wordt behandeld; binnen 7 jaar na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan moet een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen zijn ingediend; binnen 10 jaar na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan moet de uitbreiding zijn gerealiseerd; de uitbreiding doet geen onevenredige afbreuk aan de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven, de milieusituatie, de woonsituatie, de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden.

9.3 Verschuiving bestemmingsgrenzen ten behoeve van fiets- wandel- en ruiterpaden Bij de afweging van de hieronder genoemde wijziging, is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied van de gemeente Texel, zoals opgenomen in Bijlage 1 in bijlagen bij de regels, steeds onderdeel van het toetsingskader.

38

Het plan kan gewijzigd worden voor de noodzakelijke verbreding van een wegprofiel ten behoeve van de aanleg van een fiets-, wandel- of ruiterpad met maximaal 15 meter. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. 2.

als voor de aanleg verwijdering van tuinwallen nodig is, wordt dat alleen toegestaan als tenminste eenzelfde aantal strekkende meters tuinwal opnieuw wordt aangelegd; de wegverbreding doet geen onevenredige afbreuk aan de woonsituatie en de verkeerssituatie.

9.4 Verschuiven bestemmingsgrenzen en/of bouwvlakgrenzen van de gronden vallend onder de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen' en 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen' Bij de afweging van de hieronder genoemde wijziging, is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied van de gemeente Texel, zoals opgenomen in bijlagen bij de regels, bijlage 1 , steeds onderdeel van het toetsingskader. Het plan kan gewijzigd worden in die zin dat een op de verbeelding weergegeven grens van een bouw en/of bestemmingsvlak van de gronden vallend onder de bestemmingen ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’ en ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve terreinen’, wordt verschoven. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. 2.

de verschuiving bedraagt maximaal 100 meter; de verschuiving doet geen onevenredige afbreuk aan de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van

3.

de omringende gronden en (agrarische) bedrijven, de milieusituatie, de woonsituatie en de natuurwaarden; de oppervlakte van het bouw- en of bestemmingsvlak blijft gelijk, de grond die daardoor vrijkomt van de recreatieve bestemming, krijgt de bestemming van de omringende gronden; de verschuiving gaat niet ten koste van het agrarisch areaal of het areaal aan natuurgebied.

4.

Artikel 10 Overige regels 10.1 Voldoende parkeergelegenheid a. b. c.

Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of in gebruik genomen worden wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden; Bij de afweging omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid; Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

39

4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

b. c.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 11 lid 1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 11 lid 1 sub a met maximaal 10%; artikel 11 lid 1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.2 Eenmalige afwijking Er kan eenmalig afgeweken worden van artikel 11 lid 1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. 11.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken artikel 11 lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.4 Overgangsrecht gebruik a. b. c. d.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11 lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11 lid 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. artikel 11 lid 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Spangerweg 23 / Molenbuurt 5. Bijhorend bij besluit van ...

40

1 Bijlage 1b. Bijlage bij regels. Lijst met beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

Bijlage 2 Lijst met beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, lichaamsverzorging, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts, alternatieve geneeswijzen enz. Stoffeerderijbedrijven, waaronder: (maat)kledingmakerij, kledingverstelbedrijf, meubelstoffeerderij, woningstoffeerderij Waarbij detailhandel in stoffen en stofferingen in ieder geval is uitgesloten. Kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een detail- of groothandelsbedrijf of een aannemersbedrijf Reparatiebedrijfjes, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf, uurwerkreparatiebedrijf, goud en zilverwerkreparatiebedrijf, reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen, reparatie van muziekinstrumenten, computerservice- en informatietechnologiebedrijf enz. In ieder geval zijn autoreparatiebedrijven uitgezonderd. Advies- en ontwerpbureaus, waaronder: reclameontwerp, grafisch ontwerp, tuinontwerp- en advies, (binnenhuis)architect, (steden)bouwkundig ontwerp, juridisch advies, financieel advies, milieukundig advies enz.

(Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris, advocaat, accountant, assurantie/verzekeringsbemiddeling, administratiekantoor, vertaalbureau, exploitatie en handel in onroerende zaken, ICT bedrijf, enz. Overige dienstverlening, waaronder: kappersbedrijf, schoonheidssalon, fotograaf, foto– en filmontwikkelbedrijf, enz. Onderwijs, waaronder: autorijschool, onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium Sociaal-culturele activiteiten, waaronder: ateliers, galerieën, beeldentuinen en/of musea voor kunst en nijverheid al dan niet in combinatie met het geven van workshops En naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis

1 Bijlage 1c. Toelichting

bestemmingsplan

Spangerweg 23 / Molenbuurt 5 Gemeente Texel

Planstatus:

ontwerp

Plan identificatie:

NL.IMRO.0448.BUI2021BP0001-on01

Datum:

2021-04-22

Contactpersoon Buro SRO:

J. v..Nuland | F.M Polderman

Kenmerk Buro SRO:

SR200389

Opdrachtgever:

dhr. Bakker, A

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8

2 Projectbeschrijving .................................................................................................................................. 9 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 11

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 12 3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 13 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 15

4 Randvoorwaarden omgevingsaspecten ............................................................................................... 20 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 20 4.2 Water ................................................................................................................................................................ 21 4.3 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................................................... 23 4.4 Bodem ............................................................................................................................................................... 26 4.5 Geluid ................................................................................................................................................................ 26 4.6 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 26 4.7 Flora en fauna ...................................................................................................................................................

27 4.8 Milieuzonering .................................................................................................................................................. 28 4.9 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 29 4.10 Parkeren en verkeer ........................................................................................................................................ 30

5 Juridische toelichting ............................................................................................................................ 31 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 31 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 31 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 31 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 32

6 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 33 6.1 Economische uitvoerbaarheid........................................................................................................................... 33 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 33

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemers hebben het voornemen om de bestemming van twee verschillende plangebieden met elkaar uit te ruilen. Molenbuurt 5 is een recreatief opstal bij het agrarisch bedrijf Molenbuurt 3. Op grond van het bestemmingsplan is hier ook één recreatief opstal toegestaan. Deze bestemming dient geruild te worden met de bestemming die geldt op de Spangerweg 23, namelijk: 'wonen'. Er is gekozen voor deze constructie van bestemmingswijziging omdat het de mogelijkheid biedt om het monumentale gebouw aan de Spangerweg 23 te kunnen beschermen. Spangerweg 23 heeft een bijzondere verschijningsvorm. Het is een van de laatst overgebleven woningen uit de wederopbouwperiode op Texel en is het behouden waard. De gemeente wil het gebouw op Spangerweg 23 aanwijzen als gemeentelijk monument. De aanwijzing als monument heeft tot gevolg dat in de toekomst geen sloop/nieuwbouw of wijziging van het pand mag plaatsvinden zonder een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument. Ter plaatse van de twee plangebieden geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Texel 2013' en het 'Reparatieplan Buitengebied' Het plangebied van Molenbuurt 5 heeft de bestemming 'Agrarisch - Oude land' met 'maximum aantal recreatieve opstallen: 1'.

Ter plaatse van Molenbuurt 5 wordt de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' opgenomen en de aanduiding voor een recreatief opstal wordt van de verbeelding verwijderd. De gronden van Spangerweg 23 hebben nu de bestemming van 'wonen' en deze dienen te veranderen naar 'Recreatie - Recreatief opstal' en 'Agrarisch - Oude land'. Voor beide gronden geldt dat er een bestemmingswijziging dient plaats te vinden. Het voorliggend plan beschrijft deze bestemmingswijziging.

1.2 Ligging plangebied Beide plangebieden liggen in het buitengebied van het Waddeneiland Texel, niet ver gelegen van het dorp De Waal. De Waal ligt in het midden van Texel en staat met 290 inwoners bekend als kleinste dorp van het eiland. Beide plangebieden liggen circa 2 km ten oosten van het dorp in het landelijk gebied. Hoewel beide plangebieden in hetzelfde omgeving liggen, zijn er op kleinere schaal toch enkele verschillen te onderscheiden. De ligging wordt per plangebied hieronder kort besproken Molenbuurt 5 Het meest noordelijke plangebied ligt aan de Molenbuurt 5, een kleine rustige binnenweg. Het plangebied zelf is onderdeel van een groter geheel dat wordt gebruikt als fruitboomgaard. Met name appel- en perenbomen worden hier geteeld. Het plangebied vormt samen met de andere nabij gelegen agrarische gebouwen een boerenensemble. Spangerweg 23 750 meter ten zuiden van het plangebied van de Molenbuurt 5, ligt Spangerweg 23. Dit plangebied wordt omgeven door een weids en open landschap en heeft daarmee een meer open karakter. Net zoals het plangebied van de Molenbuurt 5 is het plangebied van de Spangerweg 23 gelegen aan een landelijke weg.

5

De onderstaande figuren geven de ligging van het plangebied weer.

Figuur 1: ligging van beide plangebieden (rood omkaderd) (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 2: globale begrenzing plangebied - Molenbuurt 5 (rood omkaderd) (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 3: globale begrenzing plangebied - Spangerweg 23 (rood omkaderd) (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

6

1.3 Geldend bestemmingsplan Beide plangebieden liggen binnen de plangrenzen van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Texel 2013' van de gemeente Texel (vastgesteld op 12 juni 2013) en het 'Reparatieplan Buitengebied Texel' (vastgesteld op 17 oktober 2018). Hieronder volgt per planlocatie een beschrijving van de bestemming. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van het geldende bestemmingsplan voor beide planlocaties:

Figuur 4: bestemmingsplan Molenbuurt 5 'Bestemmingsplan Buitengebied, plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Molenbuurt 5 Voor Molenbuurt 5 geldt nu de enkelbestemming 'Agrarisch - Oude land'. Het grondgebied heeft ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Dergelijke gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Op het bouwvlak van het plangebied geldt een 'maatvoering van wonen: 2', wat de maatvoering van de woning aangeeft (goot- en bouwhoogte). In de toekomstige situatie dient ter plaatse van molenbuurt 5 de functieaanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' te worden opgenomen. De andere waarden zullen worden overgenomen. De aanduiding 'Maatvoering - maximum aantal recreatieve opstallen: 1' dient van de verbeelding te worden verwijdert.

Figuur 5: bestemmingsplan Spangerweg 23 'Bestemmingsplan Buitengebied, plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

7

Spangerweg 23 Op het plangebied van Spangerweg 23 geldt op dit moment de enkelbestemming 'Wonen'. De voor wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van permanente bewoning. Het grondgebied heeft ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Dergelijke gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. In de toekomstige situatie dient de bestemming van het plangebied te worden gewijzigd naar 'Recreatie - Recreatief opstal' en 'Agrarisch Oude land' In het beoogde plan wordt de bestemming van beide planlocaties met elkaar uitgeruild. De bestemming voor beide locaties dient dus gewijzigd te worden. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 komen de verschillende omgevingsaspecten aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens een juridische toelichting. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8

2 Projectbeschrijving 2.1 Huidige situatie Omdat er twee verschillende plangebieden zal de huidige situatie van de beide plangebieden hieronder apart worden besproken. Molenbuurt 5 Het plangebied van Molenbuurt 5 maakt onderdeel uit van een groter geheel. Direct ten zuiden van Molenbuurt 5 staat een agrarische bedrijfswoning (Molenbuurt 3) en een agrarische schuur (Molenbuurt 3A). Op het boerenensemble is onder meer het 'fruitbedrijf Molenbuurt' aanwezig. Het Fruitbedrijf Molenbuurt beheert de fruitboomgaard in het plangebied waar met name appels en peren worden geteeld en sappen van worden gemaakt. Op de onderstaande afbeelding is te zien dat het perceel waar de Molenbuurt 5 deel van uitmaakt uit meerdere gebouwen bestaat. De entree naar het plangebied is gedeeld met de gebruikers van de andere gebouwen. De fruitboomgaard wordt omsloten door struikjes en bomen. Het desbetreffende gebouw heeft nu een recreatieve bestemming maar wordt al jaren strijdig gebruikt als permanente woning.

Figuur 6: Molenbuurt bovenaf, beoogde woning rood omkaderd (Bron: google)

9

Figuur 7: Ver aanzicht Molenbuurt, gezien vanaf het noordwesten(Bron: google)

Spangerweg 23 Het plangebied op de Spangerweg betreft op dit moment een oud gebouw dat in 1945 is gebouwd als noodwoning en vormt met het gebouw op Spangerweg 21 en 22 een ensemble. De noodwoning is bijna nog geheel in originele staat en is daarmee een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van Texel, zoals ook besproken wordt in toelichting paragraaf 4.3.2. Het gebouw staat op een open weide dat wordt gebruikt ten behoeve van begrazing van schapen. Parkeren gebeurt op eigen terrein. Het gebouw van Spangerweg 23 heeft nu de bestemming 'Wonen'. Dit houdt in dat er op dit moment planologisch de mogelijkheid bestaat om het gebouw te slopen en om er een nieuwe woning van 150 m² met 100 m² aan bijbehorende bouwwerken neer te zetten. Het gehele bouwvlak bedraagt momenteel ca. 700 m². Onderstaande figuren geven een impressie van de huidige situatie van het plangebied en omgeving.

Figuur 9: Spangerweg van bovenaf (plangebied rood omkaderd) (Bron: google)

10

Figuur 9: bestaande situatie Spangerweg, gezien vanaf het zuidoosten. Links Spangerweg 21, rechts Spangerweg 23 (Bron: google)

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal de bestemming van beide gronden met elkaar geruild zijn. Dit houdt in dat de woning op Molenbuurt 5 de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' moet krijgen. De gronden op Spangerweg 23 dienen de bestemming 'Recreatie - Recreatief Opstal' en Agrarisch - Oude land' te krijgen aangezien deze woning zeer geschikt is als recreatief opstal. Het idee achter deze constructie is dat initiatiefnemer nu op planlocatie Molenbuurt 5 kan gaan wonen zonder dat dit in strijd is met het bestemmingsplan en dat Spangerweg 23 als vakantiewoning kan blijven worden gebruikt. Door de bestemming van de twee plangebieden uit te ruilen verandert het aantal toeristische accommodaties zowel als het aantal woningen in de gemeente niet. Het recreatieve gebruik van Spangerweg 23 wordt nu gedoogd in afwachting van deze planologische procedure. Behalve de bestemmingswijziging wordt ook het gebouw op Spangerweg 23 vanwege haar cultuurhistorische waarde aangewezen als gemeentelijke monument. Door het plangebied op Spangerweg 23 een recreatieve bestemming te geven kan het historische gebouw beter beschermd worden. Het bouwvlak op het plangebied zal worden aangepast passend aan het historische gebouw zodat andere bebouwing op het plangebied niet meer nodig is.

Daarnaast wordt het moeilijk om aanpassingen te doen aan een gebouw dat is aangewezen als gemeentelijk monument. De aanwijzing heeft tot gevolg dat in de toekomst geen sloop/nieuwbouw of wijziging van het pand mag plaatsvinden zonder een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument.

11

3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek De aard en kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling maakt dat er, los van de ladder voor duurzame verstedelijking, geen raakvlak is met het Rijksbeleid. In toelichting paragraaf 3.1.3 wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Het rijk kent volgens de SVIR 3 doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (tot 2028), te weten:

•

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland.

• •

Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling kent weinig tot geen raakvlak met de opgestelde nationale belangen. Vanuit het Barro zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.

12

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' die op 1 juli 2017 in werking is getreden. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een 'stedelijke ontwikkeling' verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien ligt vanaf 12 woningen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de beoogde ontwikkeling vindt er een uitruil plaats van de bestemming van twee plangebieden. Er wordt op beide planlocaties niet gebouwd of gesloopt. Bij de de beoogde ontwikkeling is dus niet sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve is het beoogde plan ook niet ladderplichting.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving a.

Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

13

b. c.

Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.

Gebruik van de leefomgeving a.

b.

c. d.

Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie a.

De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.

Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten en houvast te bieden. Daarvoor wordt een aantal bewegingen voor de toekomst benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector.

Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Planspecifiek De ambitie van de provincie is onder andere het streven naar een goede balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. Om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te behouden en te versterken is een goed beheer van de bestaande kwaliteiten en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten van belang. Er dient voldaan te worden aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving. De beoogde ontwikkeling betreft de uitruil van twee bestemmingen van plangebieden op Texel. Met de ontwikkeling kan de kwaliteit van accommodaties op Texel worden versterkt en leefbaarheid worden verbeterd en kan de cultuurhistorische woning op Spangerweg 23 in deze vorm behouden blijven. Gesteld kan worden dat het beoogde initiatief de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050 niet schaadt. 3.2.2 Omgevingsverordening (Noord-Holland) Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie, vastgesteld op 19 november 2018, vorm te

14

geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige wet- en regelgeving. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het Landelijk gebied, Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRA regio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:

•

het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken;

• •

het behoud en herstel van de biologische diversiteit; het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Daarnaast is het doel om de provinciale regels in meer samenhang en op een meer overzichtelijke manier kenbaar te maken. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling betreft de uitruil van de bestemming tussen twee plangebieden. Er zal geen sprake zijn van een toename van het aantal burgerwoningen in de regio. In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening NH2020 wordt gesteld dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken. In toelichting paragraaf 3.1.3 is ingegaan op de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Hieruit blijkt dat het plangebied zich buiten het stedelijk gebied bevindt en is de behoefte aangetoond. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied moet ook worden gelet op de Landschap en Cultuurhistorie. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c.

bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. In toelichting paragraaf 4.3.2 is verder ingegaan op de landschap en cultuurhistorie van de plangebieden. Verder zijn er geen relevante aanvullende eisen ten aanzien van het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening NH2020 waarmee gesteld kan worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Texel op Koers Texel op Koers is de structuurvisie van de gemeente Texel (vastgesteld op 3 Maart 2009). In Texel Op Koers wordt de structuurvisie van Texel beschreven tot aan 2020. De gemeente streeft naar behoud van wat de moeite waard is om te behouden en naar vernieuwing waar dat kansen biedt om de positie van Texel te versterken. Bij alles wat de gemeente van plan is, gaan ze uit van de Texelse kernkwaliteiten of kernwaarden. Deze kernwaarden zijn:

15

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

de rust en ruimte; de rijkdom aan natuur en cultuurlandschappen; de grote afwisseling van landschappen en landgebruiksvormen; de Texelse identiteit; het specifieke eilandkarakter; de nachtelijke duisternis; en de maritieme monumenten.

De gewenste ontwikkelingen van Texel tot 2020 wordt uitgewerkt aan de hand van drie hoofdlijnen:

• • •

Economie; Ruimte en Milieu; en Vitale Samenleving.

Binnen de bovenstaande hoofdlijnen worden 20 verschillende onderwerpen besproken. Per onderwerp is beschreven hoe de gewenste toekomst eruitziet, welke ideeën, meningen en belangen er bij de burgers en organisaties leven en tenslotte welke beleidskeuze de gemeente heeft gemaakt en hoe ze die keuzen actief wil uitwerken. Planspecifiek Toerisme en recreatie De gemeente beheert het aantal uit te geven rechten op slaapplaatsen. De gemeente ziet dan ook niet graag een uitbreiding van het aantal accommodaties, maar ziet juist liever een kwaliteitsverbetering. Wonen In de structuurvisie legt de gemeente uit dat er geen woningnood (dit is inmiddels anders) is op het eiland. Er zijn genoeg woningen op het eiland gebouwd, daarnaast was er de afgelopen jaren sprake van vergrijzing en ontgroening. Het aantal jongeren is de afgelopen jaren afgenomen en het aantal ouderen op Texel is juist toegenomen. De druk om nieuwe woningen te bouwen op het Texel ligt dus niet hoog. Toch is de gemeente ook actief als het gaat om de aanwijzing van nieuwe woonlocaties om de Texelse kernkwaliteiten te kunnen blijven handhaven. In het beoogde plan krijg het plangebied op Molenbuurt 5 de bestemming 'Agrarisch Plattelandswoning'. Het plangebied van Molenbuurt 5 maakt onderdeel uit van een boerenensemble.

In de structuurvisie is beschreven hoe wordt verwacht dat steeds meer boerenbedrijven zullen stoppen en dat deze geschikt kunnen worden gemaakt voor bewoning van één of meer gezinnen. Uit de structuurvisie wordt duidelijk dat er geen toename van woningen wordt gestimuleerd in het buitengebied. Ditzelfde geldt voor het aantal toeristische slaapplaatsen die niet zozeer meer dient te stijgen. In het beoogde plan vindt de uitruil van twee verschillende bestemmingen plaats. Op deze manier vindt er geen uitbreiding van het aantal accommodaties plaats en woningen plaats. Gezien deze punten kan geconcludeerd worden dat het beoogde plan afgesteld is aan de structuurvisie van Texel. 3.3.2 Woonvisie Texel Op 3 oktober 2016 is door de gemeente van Texel de woonvisie vastgesteld. Het doel van de woonvisie is om de Texelse bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen. Hierbij is aandacht voor belangrijke thema's zoals betaalbaarheid, bestaande voorraad en zelfstandig thuis blijven wonen van senioren. In de woonvisie worden de trends en ontwikkelingen op het gebied van wonen in Texel genoemd. Er wordt verder ingegaan op de woonvisie die Texel heeft. De Texelse woonvisie bestaat uit vier beleidslijnen: 1. Texel richt zich op de bestaande woningvoorraad Het overgrote deel van de toekomstige woningen van Texel staan er nu al en nieuwbouw heeft hier maar een klein aandeel in.

Nieuwbouw dient niet te gaan concurreren met de bestaande voorraad aan woningen.

16

2. Texel zet in op robuuste kernen De samenhang tussen wonen en voorzieningen en relatie tot de leefbaarheid van Texel is een belangrijk thema. Uitstroom van huishoudens uit kernen kan de draagkracht onder voorzieningen in gevaar brengen. Daarom is het belangrijk om de aantrekkelijkheid van de kernen op peil te houden. 3. Texel richt zich op strategische programmering Het totale aantal benodigde nieuwbouwwoningen wordt niet vastgelegd binnen de vastgestelde bestemmingsplannen. Er zal ruimte blijven voor marktinitiatieven en bewonersinitiatieven die aantrekkelijk en tegelijkertijd ook passen bij het Texelse woonbeleid. de gemeente wil 70% van de woningplannen vaststellen en 30% experimenteerruimte laten. Zo wil de gemeente ook de mogelijkheid bieden om (kleine) woningen samen te voegen of te splitsen of vergroten. 4. Texel maakt zich sterk voor betaalbaarheid en voor oudere en zorgdragende doelgroepen De gemeente ziet zichzelf als verantwoordelijk voor de betaalbaarheid van woningen op Texel. Sommige doelgroepen hebben wat hulp nodig. Zo wil de gemeente sociale huurwoningen passend toewijzen, Doorstroming op de Texelse woningmarkt stimuleren, starters blijven helpen met de starterlening, voldoende levensloopbestendige woningen en huisvesting voor (tijdelijke) werknemers blijven aanbieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=5c76b306-ff3d-4ce5-b264-eecdaf89bab2