Agendabundel
Tekst van het document
De Concessieverlener verwacht daarbij dat de Concessiehouder gedurende de looptijd van de Concessie aandacht besteedt aan de verschillen tussen regio’s binnen het Concessiegebied en in samenwerking met de Concessieverlener en overige Stakeholders, zoals Gemeenten, lokale initiatieven verder ontwikkelt. In dit hoofdstuk beschrijft de Concessieverlener de eisen waaraan het OV-netwerk en de Dienstregeling in ieder geval moeten voldoen.
2.1 Fasering van het aanbod In het huidige concessiegebied Noord-Holland-Noord is in de zomer van 2024 een nieuwe dienstregeling met ingrijpende wijzigingen in het Lijnennet ingevoerd. Om Reizigers een duurzaam betrouwbaar aanbod aan Openbaar Vervoer te bieden, wil de Concessieverlener de komende jaren geen verdere ingrijpende wijzigingen aan het Lijnennet binnen Noord-Holland-Noord doorvoeren. Daarnaast is bij verschillende recent gestarte concessies gebleken dat een ingroeiperiode in de eerste periode van de Concessie wenselijk is. Daarom heeft de Concessieverlener besloten om een fasering in de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer aanbod tijdens de eerste jaren van de Concessie te hanteren, namelijk: Fase 1: De eerste 12 maanden van de Concessie; Fase 2: De periode vanaf juli 2029, waarbij een tussentijdse wijziging van de Dienstregeling is toegestaan indien de datum van ingebruikname van het Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid niet samenvalt met de ingangsdatum van een Jaardienstregeling. In de eerste 12 maanden van de Concessie (juli 2028 tot en met juni 2029) mag de Concessiehouder het Lijnennet in principe niet wijzigen ten opzichte van het Lijnennet in het begin van 2028 (met uitzonde ring van positieve veranderingen in het bestaande netwerk, zoals frequentieverhogingen of langere bedieningstijden).
Op die manier wil de Concessieverlener een voor Reizigers stabiele Dienstregeling bij overgang van de concessies borgen. Vanaf het Dienstregelingjaar 2029 zijn in principe aanpassingen van het Lijnennet in het hele Concessie gebied mogelijk. Eén van de redenen om het Lijnennet aan te passen is het in 2024 genomen besluit om in Haarlem het nieuwe busstation Knooppunt Nieuw Zuid aan te leggen. Verwachting is dat dit Knooppunt in het jaar 2029 in gebruik genomen kan worden. Dat betekent dat op een nog niet bekend moment binnen de eerste twee jaren van de Concessie een nieuwe centrale overstaplocatie binnen de regio Haarlem-IJmond beschikbaar komt. De Concessieverlener geeft de Concessiehouder de ruimte om al voor oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid een gewijzigd Lijnennet in de regio Haarlem en IJmond aan te bieden. Wel biedt Knooppunt Nieuw Zuid mogelijkheden om dit gewijzigde Lijnennet te optimaliseren qua Aansluitingen en eventueel andere Routes van een beperkt aantal lijnen. Daarom is het de Concessiehouder toegestaan om direct na
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
9
Provincie Noord-Holland
oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid verdere wijzigingen in de Dienstregeling door te voeren, indien de datum van ingebruikname van het Knooppunt Nieuw Zuid niet overeenkomt met de ingangsdatum van een Dienstregelingjaar of de start van de tweede fase in de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer aanbod.
Fasering van het aanbod 2.1.1
De Concessiehouder biedt vanaf 16 juli 2029 een Dienstregeling aan die voldoet aan alle eisen in dit hoofdstuk.
2.1.2
De Concessiehouder biedt vanaf start van de Concessie tot en met 15 juli 2029 een Dienstregeling aan waarbij de Routes van bestaande Lijnen ongewijzigd blijven ten opzichte van en de bedieningstijden en frequenties van bestaande Lijnen minimaal gelijk blijven aan de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregeling jaar 2028 voor de huidige concessies Noord-Holland-Noord en Haarlem-IJmond. Het is de Concessiehouder toegestaan om vanaf start van de Concessie en/of het Dienstregelingjaar 2029: Extra Lijnen conform de Lijntypes zoals opgenomen in Tabel 4 aan te bieden in aanvulling op bestaande Lijnen die zijn opgenomen in de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregelingjaar 2028, mits bestaande Lijnen ongewijzigd blijven; Hogere frequenties en langere bedieningstijden op bestaande Lijnen aan te bieden, en Vertrektijdstippen op Haltes aan te passen om Aansluitingen te verbeteren.
2.1.3
Het is de Concessiehouder toegestaan om binnen drie maanden na oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid de Dienstregeling van het Openbaar Vervoer binnen Haarlem te wijzigen, ook als het tijdstip van wijziging van de Dienstregeling niet overeenkomt met de ingangsdatum van een nieuw Dienstregelingjaar. Indien de Concessiehouder daarbij ook lijnvoering, bedieningstijden en frequenties van Lijnen wil aanpassen, dienen deze aanpassingen in het voorafgaande Vervoerplan vastgesteld te zijn.
2.2 Ontsluiting van het Concessiegebied De Concessieverlener heeft passend bij het doel om te komen tot een inclusief netwerk aan Openbaar Vervoer de ambitie om minimaal het huidige ontsluitingsniveau van het Concessiegebied te borgen. De eisen aan te bedienen Kernen en afstanden tot Haltes sluiten daarom grotendeels aan bij de huidige situatie. Door voor frequentere lijnen afstanden van maximaal 600 meter tot een Halte toe te staan, biedt de Concessieverlener de Concessiehouder de ruimte om het vervoeraanbod op een Traject beperkt te bundelen om aanbod van hoogfrequente lijnen te faciliteren. Dit levert kortere wachttijden en een hogere betrouwbaarheid op waardoor de bereikbaarheid van het Concessiegebied verbetert; dat wil zeggen, Reizigers kunnen erop vertrouwen dat zij op meer momenten en binnen hetzelfde tijdbestek meer plekken met het Openbaar Vervoer kunnen bereiken. Daarnaast eist de Concessieverlener dat de Concessiehouder inspeelt op ontwikkelingen rondom nieuwbouwlocaties door vroegtijdig voor een passende OV-ontsluiting te zorgen om zo nieuwe bewoners te verleiden om gebruik te maken van het Openbaar Vervoer.
Ontsluiting van het Concessiegebied 2.2.1
De Concessiehouder ontsluit minimaal 90% van alle adressen in elke Kern en elke Wijk met minimaal het bedieningsniveau van het Openbaar Vervoer zoals opgenomen in Tabel 1 (voor Kernen met minder dan 25.000 inwoners) en Tabel 2 (voor Wijken in Kernen met minimaal 25.000 inwoners). Een adres geldt als ontsloten wanneer de Hemelsbrede afstand van dit adres naar • een Halte van een R-netlijn of Stadsprinter maximaal 600 meter bedraagt, of • een Halte van een Streeksprinter, Wijkverbinder, Basisverbinder, Maatwerkverbinder of Buurtbuslijn maximaal 400 meter bedraagt, of • een van de Treinstations Alkmaar, Haarlem of Hoorn maximaal 1.200 meter bedraagt, of • een Treinstation met een Sprinter-bediening van op één Verbinding minimaal vier Treinen per uur per richting op een werkdag om 12:00 uur, of een Treinstation met een Intercity-bediening* maximaal 800 meter bedraagt, of • een ander Treinstation met een Sprinter-bediening van per Verbinding minder dan vier Treinen per uur en richting op een werkdag om 12:00 uur maximaal 400 meter bedraagt. *Treinstations met een bediening door treindiensten die op het betreffende Traject een Sprinter-functie hebben, waaronder de Treinstation op het Traject tussen Alkmaar en Den Helder en tussen Hoorn en Enkhuizen, gelden niet als Treinstations met een Intercity-bediening.
2.2.2
4
Indien het vanwege beperkingen van de beschikbare Infrastructuur niet mogelijk is om aan eis 2.2.1 te voldoen, bedient de Concessiehouder in ieder geval alle Haltes in de betreffende Kern of Wijk zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 20254.
De Jaardienstregeling 2025 wordt als achtergrondinformatie bij het ontwerp Programma van Eisen gepubliceerd. Hierop kan niet worden gereageerd.
10
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
Provincie Noord-Holland
Ontsluiting van het Concessiegebied 2.2.3
De Concessiehouder ontsluit elk ziekenhuis in het Concessiegebied met een Lijn met minimaal de frequenties en bedieningstijden van een Basisverbinder die halteert bij een Halte op maximaal 250 meter werkelijke loopafstand naar de hoofdingang van het betreffende ziekenhuis. Bij start van de Concessie betreft dit de volgende ziekenhuizen: • Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Alkmaar • Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Den Helder • Dijklander Ziekenhuis, Hoorn • Beverwijk Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk • Spaarne Gasthuis, locatie Noord, Haarlem • Spaarne Gasthuis, locatie Zuid, Haarlem
2.2.4
De Concessiehouder ontsluit ten minste 90% van alle adressen van een nieuwbouwlocatie binnen een bestaande Kern met op termijn minimaal 2.000 inwoners en een bevolkingsdichtheid van 1.200 inwoners per km2 met ten minste een Basisverbinder en met een maximale Hemelsbrede afstand tot een Halte conform het bepaalde in eis 2.2.1 zodra minimaal 500 bewoners in de betreffende nieuwbouwlocatie gevestigd zijn. Deze eis geldt niet voor nieuwbouwlocaties waarvoor de Concessieverlener heeft vastgesteld dat dit vanwege de beschikbare en geplande Infrastructuur (nog) niet mogelijk is.
2.2.5
De Concessiehouder voldoet aan eis 2.2.1, ook indien er door nieuwbouw binnen bestaande Kernen of Wijken nieuwe Verbindingen en de bediening van andere Haltes nodig zijn. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk indien de Concessieverlener anders bepaalt, bijvoorbeeld omdat de ontsluiting van de betreffende nieuwbouwlocatie vanwege de ruimtelijke inrichting beperkte meerwaarde biedt voor bestaande en potentiële Reizigers.
Kern met aantal Treinstation in de Minimumbedieningsniveau om te vol inwoners betreffende Kern doen aan eis 2.2.1 conform Lijntype*
Verbinding met minimaal
1.250-2.499
Niet aanwezig
Maatwerkverbinder
Een A- of B-Knooppunt
2.500-4.999
Niet aanwezig
Basisverbinder**
Een A-Knooppunt
5.000-24.999
Niet aanwezig
Streeksprinter
Een A-Knooppunt
1.250-24.999
Aanwezig
Basisverbinder**
Een A- of B-Knooppunt
Tabel 1: Minimumbedieningsniveau in Kernen met minder dan 25.000 inwoners zoals opgenomen in Bijlage 3.7. * Het is de Concessiehouder toegestaan om aan het minimumbedieningsniveau per Kern te voldoen door (voor de hele of een deel van de bedieningsperiode) Lijnen van andere Lijntypes aan te bieden, mits de betreffende Lijn voldoet aan de minimale frequenties en bedienings tijden van het in de tabel opgenomen Lijntype. Het is de Concessiehouder daarnaast toegestaan om Vraagafhankelijk Vervoer aan te bieden in aanvulling op de vereiste Lijnen. ** Voor Kernen in deze categorieën die in de Jaardienstregeling 2025 uitsluitend of gedeeltelijk met Buurtbuslijnen en/of Overige lijnen ontsloten worden, volstaat het bedieningsniveau zoals opgenomen in de Jaardienstregeling van 2025. De Concessieverlener beschouwt daarbij de in de Jaardienstregeling 2025 opgenomen Lijn 153 (Schagen-Winkel-Nieuw Niedorp) als Overige lijn en niet als Maatwerkverbinder. Voor de Kernen die door deze Lijn bediend worden, volstaat de in eisen 2.6.1 en 2.7.2 opgenomen bedieningsverplichting.
Minimaal aantal inwoners en bevolkingsdichtheid
In Kern met aantal inwoners
Minimumbedieningsniveau om te voldoen aan eis 1.1.2 conform Lijntype
Wijk met minimaal 2.000 inwoners en minimaal 1.200 inwoners per km/2 of Buurt met minimaal 5.000 inwoners per km/2
25.000-49.999
Basisverbinder
50.000 of meer
Wijkverbinder
Tabel 2: Minimumbedieningsniveau per Wijk in Kernen met minimaal 25.000 inwoners zoals opgenomen in Bijlage 3.7. * Het is de Concessiehouder toegestaan om aan het minimumbedieningsniveau per Kern te voldoen door (voor de hele of een deel van de bedieningsperiode) Lijnen van andere Lijntypes aan te bieden, mits de betreffende Lijn voldoet aan de minimale frequenties en bedieningstijden van het in de tabel opgenomen Lijntype.
2.3 Opbouw van het Lijnennet De Concessieverlener streeft naar een samenhangend Lijnennet dat voor Reizigers eenvoudig te begrijpen is. Een van de speerpunten daarbij is de consistente integratie van het Lijnennet met het Openbaar Vervoer van overige concessie houders (per Trein, Bus en Veer). De Concessiehouder werkt zijn aanbod dusdanig uit dat het Openbaar Vervoer van alle in de regio aanwezige concessiehouders voor Reizigers een samenhangend geheel vormt door parallelliteit te voor komen en goede Aansluitingen te bieden. In aansluiting met de doelen van de Concessie en de in de Visie Publieke Mobiliteit opgenomen lijnformules (Plusnet en Basisnet) onderscheidt de Concessieverlener binnen het Lijnennet de volgende Lijntypes: • In het landelijke gebied bieden Streeksprinters snelle en frequente Verbindingen tussen grotere Kernen (>5.000 inwoners) en het centrum van steden. Kleinere Kernen (>2.500 inwoners) worden ontsloten met Basis
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
11
Provincie Noord-Holland
verbinders waar de focus op beschikbaarheid tijdens de hele bedieningsperiode ligt. In overige te ontsluiten Kernen (>1.250 inwoners) zorgen Maatwerkverbinders ervoor dat het huidige bedieningsniveau met Openbaar Vervoer geborgd blijft. Alle Lijnen takken op voor Reizigers zinvolle plekken aan op het treinnetwerk en overige relevante lijnen zoals de Buslijn van Alkmaar via Den Oever naar Leeuwarden. • In het stedelijke gebied bieden R-netlijnen en Stadsprinters snelle en hoogfrequente Verbindingen vanuit Wijken met een zeer hoge bevolkingsdichtheid (uitgangspunt 6.000 inwoners per km2) en nabijgelegen grote Kernen naar centrale bestemmingen. In aanvulling op Stadsprinters en in Wijken waar geen Stadsprinters aanwezig zijn, zorgen Wijkverbinders voor korte loopafstanden naar Haltes. Het aanbod aan Openbaar Vervoer wordt verder aangevuld met de bestaande Buurtbuslijnen (paragraaf 2.6), Overige lijnen gericht op specifieke doelgroepen zoals scholieren (paragraaf 2.7), en Nachtlijnen (paragraaf 2.9). Ten slotte gelden voor Texel specifieke bedieningseisen (paragraaf 2.11). De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder op basis van de gedefinieerde Lijntypes en hun functies in het Concessiegebied een voor Reizigers navolgbaar Lijnennet met een betrouwbaar aanbod met zo weinig mogelijk wijzigingen in Routes en beschikbaarheid over de hele dag aanbiedt.
Dit houdt in dat de Concessieverlener zo veel mogelijk aanbod biedt op de Lijnen die de hele dag beschikbaar zijn en Overige lijnen, zoals Lijnen met een beperkte bedieningsperiode alleen in uitzonderlijke gevallen aanbiedt.
Eisen aan Lijntypes 2.3.1
De Concessiehouder biedt ten minste tijdens de bedieningsperioden zoals opgenomen in Tabel 3 een samenhangend netwerk van R-netlijnen, Stadsprinters, Streeksprinters, Wijkverbinders, Basisverbinders, Maatwerkverbinders, Buurtbuslijnen en Overige lijnen aan. Daarbij zorgt de Concessiehouder ervoor dat per Lijn en richting de eerste Rit nooit eerder vanaf de Beginhalte vertrekt dan het begintijdstip en de laatste Rit nooit eerder op de Eindhalteaankomt dan het eindtijdstip van de in Tabel 3 aangegeven periodes.
2.3.2
Het is de Concessiehouder toegestaan om Lijnen van verschillende Lijntypes, niet zijnde R-netlijnen en Stadsprinters, te combineren en voor deze gecombineerde Lijn hetzelfde Lijnnummer te gebruiken (zoals een Streeksprinter en een Wijkverbinder), mits de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener kan aantonen dat dit voordelen voor (potentiële) Reizigers biedt.
2.3.3
In afwijking van eis 2.3.2 is het de Concessiehouder toegestaan om Lijnen behorend tot de Lijntypes R-netlijn en Stadsprinter op hun Eindhalte te koppelen aan een Lijn van een ander Lijntype en de gehele Lijn als respectievelijk R-netlijn of Stadsprinter te exploiteren, indien de gecombineerde Lijn op minimaal 85% van het gehele Traject van de gekoppelde Lijn voldoet aan de eisen aan de frequenties van respectievelijk een R-netlijn of Stadsprinter en mits de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener kan aantonen dat dit voordelen voor (potentiële) Reizigers biedt. Voor de Concessiehouder op een deel van het Traject van de gekoppelde Lijn niet voldoet aan de minimumeisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een R-net-lijn of Stadsprinter, geldt voor het door dit deel van het Traject bediende gebied geldt 400 meter als maximaal toegestane Hemelsbrede afstand tot Haltes zoals aangegeven in eis 2.2.1.
2.3.4
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Lijnen van het Lijntype R-netlijnen en Stadsprinter aan te bieden die Routevarianten en/of Trajecten met een alternerende bediening (waaronder in twee richtingen bediende lusroutes) hebben, tenzij de Concessieverlener in het kader van de Dienstregelingsprocedure (Bijlage 3.1) anders bepaalt.
2.3.5
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om aan de eisen ten aanzien van de ontsluiting van het Concessiegebied te voldoen door een Traject maar in één richting te bedienen, tenzij minimaal 80% van het betreffende Traject in de Jaardienstregeling 2025 ook uitsluitend in één richting bediend wordt.
2.3.6
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om R-netlijnen en Stadsprinters aan te bieden die Trajecten langer dan 2.000 meter (gemeten over het midden van de weg) maar in één richting te bedienen.
2.3.7
De Concessiehouder biedt op alle R-netlijnen, Stadsprinters, Streeksprinters, Wijkverbinders en Basisverbinders minimaal de frequenties zoals opgenomen in Tabel 4.
2.3.8
In aanvulling op eis 2.3.7 biedt de Concessiehouder op elke Maatwerkverbinder per te bedienen Kern, per dag van de week en per rijrichting, minimaal 90% van het aantal Ritten uit de Jaardienstregeling 2025, waarbij het aantal Ritten naar boven wordt afgerond. Ter illustratie: de Concessiehouder biedt in een Kern waarvoor een Maatwerkverbinder is voorgeschreven en waar in de Jaardienstregeling 2025 een Lijn is opgenomen met 14 Ritten in een rijrichting minimaal 13 (0,9*14=12,6) Ritten op een werkdag in deze rijrichting aan.
2.3.9
De Concessiehouder zorgt dat het interval tussen opeenvolgende Ritten van Lijnen tijdens bedieningsperiodes waarin voor deze Lijnen een minimale frequentie-eis van één keer per uur of lager of geen minimale frequentie-eis geldt, maximaal 60 minuten bedraagt, uitgezonderd kleine afwijkingen vanwege andere rijtijden in beide richtingen. Deze eis geldt ook voor Maatwerkverbinders, maar niet voor Overige lijnen en Nachtlijnen.
2.3.10
De Concessiehouder hanteert een lijnnummering die bijdraagt aan de begrijpelijkheid van zijn aanbod aan Openbaar Vervoer en in ieder geval voldoet aan de volgende uitgangspunten: • R-netlijnen hebben een driecijferig Lijnnummer, beginnend met een 3; • Nachtlijnen hebben een Lijnnummer beginnend met een N gevolgd door twee cijfers; • Alle andere Lijnen hebben een logische nummering gebaseerd op een systematiek per Lijntype en/of regio.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
Werkdag
Zaterdag
Zondag
12
Provincie Noord-Holland
R-netlijn / Stadsprinter
Wijkverbinder/Streeksprinter/ Basisverbinder
Overdag
6:00-20:00 (waarvan Spits: 7:00-9:00 en 16:00-18:00)
6:00-19:00
Avond
20:00-00:00
19:00-23:00
Overdag
7:00-20:00
7:00-19:00
Avond
20:00-00:00
19:00-23:00
Overdag
8:00-20:00
8:00-19:00
Avond
20:00-00:00
19:00-23:00
Tabel 3: Bedieningsperioden per Lijntype.
Werkdag
Zaterdag
Zondag
R-netlijn
Stadsprinter
Wijkverbinder
Streeksprinter
Basisverbinder
Spits
6
4
2
2
1
Overdag
4
4
2
2
1
Avond
2
2
1
1
1
Overdag
4
4
2
1
1
Avond
2
2
1
1
1
Overdag
2
2
1
1
1
Avond
2
2
1
1
1
Tabel 4: Minimale frequenties per Lijntype en bedieningsperiode in Ritten per uur en richting.
2.4 Verplichte Verbindingen van en naar Kernen Om de integraliteit van het Lijnennet onderling en met het overige Openbaar Vervoer te borgen, stelt de Concessie verlener eisen aan verplichte Verbindingen per Kern. Uitgangspunt is daarbij dat vanuit elke Kern in ieder geval een Verbinding zonder overstap met een Treinstation wordt geboden en waar kansrijk en rechtstreekse Verbinding met het centrum van een stad wordt geboden.
Verbindingen van en naar Kernen 2.4.1
De Concessiehouder bedient elke Kern met minimaal 2.500 en maximaal 24.999 inwoners zonder Treinstation conform Tabel 1 met een Lijn die de betreffende Kern met een A-Knooppunt verbindt. Als A-Knooppunten gelden bij start van de Concessie de volgende Treinstations en Haltes (zie ook Bijlage 3.6): • Alkmaar station • Beverwijk station • Bovenkarspel-Grootebroek station • Den Helder station • Haarlem station • Heemstede-Aerdenhout station • Hoorn station • Schagen station • Haarlem, Delftplein Vanaf het moment van oplevering geldt Haarlem Nieuw-Zuid eveneens als A-Knooppunt. Vanaf het moment dat het Treinstation Heerhugowaard op alle dagen van de week binnen minimaal de bedieningsperiode overdag (zoals opgenomen in Tabel 3) met vier Intercity’s per uur van en naar Amsterdam bediend wordt, geldt ook het Treinstation Heerhugowaard als A-Knooppunt.
2.4.2
De Concessiehouder bedient elke Kern met minimaal 1.250 en maximaal 2.499 inwoners zonder Treinstation en elke Kern met minimaal 1.250 en maximaal 24.999 inwoners met Treinstation conform Tabel 1 met een Lijn die de betreffende Kern met een A- of B-Knooppunt verbindt. Als B-Knooppunten gelden bij start van de Concessie alle Treinstations gelegen in het Concessiegebied die niet in eis 2.4.1 als A-Knooppunt worden genoemd (zie voor een overzicht Bijlage 3.6).
2.4.3
De Concessiehouder bedient minimaal elke Wijk met minimaal 2.000 inwoners en een dichtheid van minimaal 1.200 inwoners per km2 en elke Buurt met een bevolkingsdichtheid van minimaal 5.000 inwoners km2 binnen een Wijk met minder dan 2.000 inwoners en een dichtheid van minder dan 1.200 inwoners per km2 conform Tabel 2 met een Lijn die de betreffende Wijk of Buurt met een A-Knooppunt verbindt zoals opgenomen in eis 2.4.1.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
13
Provincie Noord-Holland
2.5 Verplichte Trajecten In aanvulling op de verplichte Verbindingen per Kern schrijft de Concessieverlener op een aantal Trajecten een bediening met een specifiek Lijntype voor. Allereerst gaat het om het continueren van huidige R-net trajecten op basis van de huidige frequenties en bedieningstijden waarbij de Concessiehouder de keuze heeft om deze Trajecten in de R-net huisstijl of in een nieuwe huisstijl voor het Lijntype Stadsprinter uitvoert. Daarnaast zijn verplichte Trajecten voor Stadsprinters gedefinieerd op Verbindingen tussen Wijken met een zeer hoge bevolkingsdichtheid (minimaal 6.000 inwoners per km 2) en op Verbindingen tussen stedelijke gebieden waar in de Jaardienstregeling 2025 al sprake is van een hoogfrequent aanbod (zoals tussen Zandvoort aan Zee en Haarlem). Op de Verbinding tussen Alkmaar en Heerhugowaard wil de Concessieverlener een kwaliteitsimpuls bieden door een Stadsprinter voor te schrijven die tussen Alkmaar en Heerhugowaard Rivierenwijk de huidige Route van lijn 160 of 162 volgt en een groot deel van de Wijken in Heerhugowaard ontsluit. Voor overige Lijntypes is een beperkt aantal verplichte Trajecten gedefinieerd om de integraliteit van het Lijnennet te borgen. Kernen of Wijken met bijvoorbeeld Verbindingen naar meerdere Treinstations kunnen zo vertrouwen op de continuïteit van het huidige bedieningsniveau.
De lijst verplichte Trajecten in eis 2.5.4 is daarom geen volledig over zicht van alle verplichte Verbindingen voor Maatwerkverbinders, Basisverbinders, Wijkverbinders en Streeksprinters, maar dient alleen ter aanvulling van de in paragraaf 2.4 geëiste Verbindingen.
Verplichte Trajecten 2.5.1
De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten ten minste een Lijn aan die voldoet aan de eisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een R-netlijn. De Concessiehouder voert deze Lijnen uit volgens de Productformule R-net of een Productformule voor Stadsprinters: Traject
Lijnnummer Jaardienstregeling 2025
Haarlem Station – Delftplein – Santpoort – Driehuis Westerveld – IJmuiden Dennekoplaan
385
Amsterdam Sloterdijk – Westpoort – Pont Buitenhuizen – Velsen Zuid – IJmuiden Dennekoplaan* (– IJmuiden aan Zee)**
382
* Het is de Concessiehouder toegestaan om de Lijn in de bedieningsperiode zaterdag overdag conform de minimumfrequenties die geldt voor het Lijntype Stadsprinter te exploiteren. ** De Concessiehouder bedient het Traject tussen IJmuiden Dennekoplaan en IJmuiden aan Zee conform het bedieningsniveau (frequenties en bedieningstijden) zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025. 2.5.2
De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten ten minste één Stadsprinter aan: • Alkmaar Station – Kanaalkade – Nieuwe Schermerweg – Heerhugowaard • Heemskerk Centrum – Beverwijk Station • Beverwijk Station – Velserbroek Centrum – Haarlem Delftplein • Amsterdam Elandsgracht – Halfweg-Zwanenburg Station – Haarlem Spaarnwoude Station – Haarlem Nieuw Zuid • Zandvoort aan Zee busstation – Heemstede-Aerdenhout Station – Haarlem Nieuw-Zuid • Haarlem Nieuw Zuid – Schalkwijk Centrum via Europawijk, Laan van Angers • Haarlem Nieuw Zuid – Schalkwijk Centrum via Meerwijk, Bernadottelaan
2.5.3
Voor de Stadsprinter op het Traject Alkmaar Station – Heerhugowaard zoals opgenomen in eis 2.5.2 geldt aanvullend dat de Concessiehouder de Route binnen Heerhugowaard mag bepalen, mits de Route voldoet aan de volgende criteria: • De Stadsprinter biedt een Verbinding tussen knooppunt N242/N508 en de Wijk Rivierenwijk in Heerhugowaard waarbij gebruikgemaakt wordt van óf de Middenweg óf de Oosttangent, en • Minimaal 90% van alle adressen in ten minste één van de Wijken Heemradenwijk, Schilderswijk en De Draai in Heerhugowaard hebben een maximale Hemelsbrede afstand van 600 meter naar een Halte van de Stadsprinter.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
14
Provincie Noord-Holland
Verplichte Trajecten 2.5.4
De Concessiehouder biedt ter invulling van of in aanvulling op eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3 op de volgende Trajecten minimaal een Lijn conform het Lijntype zoals opgenomen in onderstaande tabel aan: Traject
Lijntype (minimum)
Alkmaar station – Akersloot – Uitgeest station
Basisverbinder
Alkmaar station – Heiloo - Limmen – Castricum station
Basisverbinder
Alkmaar station – Stompetoren - Schermerhoorn – Noordbeemster – Purmerend tramplein
Streeksprinter
Alkmaar station – Warmenhuizen – Tuitjenhorn – Dirkshorn – Schagen station
Streeksprinter (Alkmaar – Tuitjenhorn) en Maatwerkverbinder (Tuitjenhorn – Schagen)
Anna Paulowna station – Breezand – Den Oever busstation
Maatwerkverbinder
Den Helder station – Den Helder Zuid station – Julianadorp – Schagen station
Streeksprinter (Den Helder station – Julianadorp) en Basisverbinder (Julianadorp – Schagen)
Den Helder station – Hippolytushoef – Den Oever – Middenmeer – Abbekerk busstation – (A7) – Hoorn station
Basisverbinder
Heemskerk centrum – Uitgeest station
Wijkverbinder
Heemskerk centrum – Castricum station
Wijkverbinder
Hoorn station – (A7) – Abbekerk busstation – Medemblik busstation
Streeksprinter
Hoorn station – Berkhout – De Goorn – Avenhorn – Noordbeemster, Oosthuizerweg
Streeksprinter
IJmuiden, Rotonde Stadspark – Driehuis, Waterloolaan – Velserbroek, centrum
Wijkverbinder
Vogelenzang, Henk Lensenlaan – Bennebroek – De Glip – Heemstede – Heemstede-Aerdenhout, station / Haarlem Nieuw Zuid*
Wijkverbinder
Wijk aan Zee – Beverwijk, station
Wijkverbinder
Zandvoort aan Zee – Bloemendaal aan Zee – Overveen – Haarlem Nieuw Zuid
Wijkverbinder
* Het is de Concessiehouder toegestaan om deze Lijn in afwijking van de frequentie-eisen die aan een Wijkverbinder gesteld worden te splitsen in twee Lijnen met een frequentie van ten minste 1x per uur per richting om een Verbinding met beide mogelijke Eindhaltes (Heemstede-Aerdenhout en Haarlem Nieuw Zuid) aan te bieden op momenten wanneer de Lijn een frequentie van ten minste 2x per uur per richting heeft.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
15
Provincie Noord-Holland
2.6 Buurtbuslijnen Buurtbuslijnen bieden in veel Kernen met name in het landelijke gebied en in Wijken met lagere dichtheden een betrouwbaar aanbod aan Openbaar Vervoer, dat bijdraagt aan de inclusiviteit van het Lijnennet. De Concessie verlener zet zich er daarom voor in dat de huidige Buurtbuslijnen gecontinueerd worden. Daarnaast onderzoekt de Concessieverlener of uitbreiding van het netwerk van Buurtbuslijnen op hiervoor geschikte plekken gewenst en mogelijk is. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder Buurtbusverenigingen proactief ondersteunt en de Buurtbus lijnen in zijn netwerk van Openbaar Vervoer opneemt. De Concessiehouder mag Buurtbuslijnen daarbij onder voorwaarden gebruiken om aan bedieningseisen voor Kernen en Wijken te voldoen. Tegelijkertijd verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder alternatieven aanbiedt indien continuering van een Buurtbuslijn op enig moment niet langer mogelijk blijkt.
Buurtbuslijnen 2.6.1
De Concessiehouder faciliteert de door de Concessieverlener goedgekeurde Buurtbuslijnen en neemt deze op in zijn Lijnennet. Bij de start van de Concessie betreft dit de volgende Buurtbuslijnen: Traject
Lijnnr.
Schagen – ’t Veld – Zijdewind - Waarland
406
Heerhugowaard – Noord- en Zuid-Scharwoude – Broek op Langedijk - Heerhugowaard
407
Egmond aan Zee – Egmond Binnen - Heiloo
408
Heerhugowaard – Ursem - Obdam
409
Egmond aan Zee - Bergen aan Zee – Bergen - Schoorl – Groet - Camperduin
410
Schagen – Sint Maartensvlotbrug – Burgerbrug - Tuitjenhorn
411
Hoorn – Schellinkhout - Wijdenes – Hem – Venhuizen – Hoogkarspel – Lutjebroek – Grootebroek Bovenkarspel
412
Hoorn – Oosterblokker - Westwoud – Oostwoud - Wervershoof - Medemblik
415
Schagen – Zijpe – Anna Paulowna – Wieringerwaard – Wieringerwerf - Kreileroord
416
Schagen – Barsingerhorn – Winkel – Nieuwe Niedorp – Hoogwoud – Opmeer - Obdam
417
Enkhuizen – Bovenkarspel – Andijk
438
Haarlem Ramplaankwartier – Overveen – Bloemendaal – Santpoort Zuid – Haarlem Delftplein/ Spaarne Gasthuis Noord
481
2.6.2
Het is de Concessiehouder toegestaan om in zijn Vervoerplan voorstellen te doen voor wijzigingen in de lijnvoering van een Buurtbuslijn, bijvoorbeeld om te voorkomen dat door veranderingen in de lijnvoering van andere Lijnen parallelliteit met een bestaande Buurtbuslijn ontstaat, mits deze voorstellen niet leiden tot een verminderde bediening van Kernen die volgens de Jaardienstregeling 2025 door de betreffende Buurtbuslijn worden aangedaan. De Concessieverlener bepaalt na overleg met de betreffende Buurtbusvereniging en de Concessiehouder of deze voorstellen al dan niet worden goedgekeurd en mogen worden geïmplementeerd.
2.6.3
Al dan niet op verzoek van een (nieuwe) Buurtbusvereniging kan de Concessieverlener, na overleg met betrokken gemeente(n) en de Concessiehouder, besluiten om de in eis 2.6.1 genoemde Buurtbuslijnen uit te breiden of te beëindigen dan wel hier Buurtbuslijnen aan toe te voegen. De Concessiehouder verleent hieraan zijn medewerking.
2.6.4
Het is de Concessiehouder niet toegestaan nieuwe Buurtbuslijnen te initiëren en/of Buurtbuslijnen te beëindigen zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener.
2.6.5
Het is de Concessiehouder toegestaan om Buurtbuslijnen als alternatief voor de in Tabel 1 genoemde Lijntypes te gebruiken om te voldoen aan de eisen ten aanzien van de ontsluiting van Kernen en Wijken (paragraaf 2.2). Het is de Concessiehouder daarnaast toegestaan om Buurtbuslijnen als alternatief voor de in Tabel 1 genoemde Lijntypes te gebruiken om te voldoen aan de eisen ten aanzien van het verplichte bedieningsniveau per Kern (eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3) te voldoen, mits de betreffende Kern in de Jaardienstregeling 2025 uitsluitend met Buurt buslijnen en/of Overige lijnen bediend wordt. De Concessiehouder beschouwt daarbij de in de Jaardienstregeling 2025 opgenomen lijn 153 (Schagen-Winkel-Nieuw Niedorp) als Overige lijn. Ter illustratie: In Kernen die bediend worden door een Buurtbuslijn en (een) andere Lijn(en), niet zijnde een Overige lijn, geldt dus dat een bediening met een Buurtbuslijn niet volstaat en wordt het verplichte bedieningsniveau met een Maatwerkverbinder bepaald op basis van het bedieningsniveau van de betreffende andere Lijn(en) zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
16
Provincie Noord-Holland
Buurtbuslijnen 2.6.6
In afwijking van eis 2.6.5 is het de Concessiehouder toegestaan om met Buurtbuslijnen die de Concessieverlener na start van de Concessie heeft goedgekeurd en die Lijnen die opgenomen zijn in de Jaardienstregeling 2025 vervangen, te voldoen aan de eisen in paragraaf 2.2 en de eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3.
2.6.7
Ingeval de Concessiehouder gebruikmaakt van Buurtbuslijnen om aan de eisen ten aanzien van de bediening van Kernen zoals opgenomen in Tabel 1 te voldoen, voorkomt de Concessiehouder eventuele Rituitval door een tekort aan vrijwillige chauffeurs bij de betreffende Buurtbusvereniging door eigen Personeel in te zetten.
2.6.8
Indien een Buurtbuslijn tijdens de looptijd van de Concessie wordt stopgezet, biedt de Concessiehouder voor alle door deze Buurtbuslijn bediende Kernen waarvoor op grond van Tabel 1 een bedieningsplicht geldt een qua aantallen Ritten en geboden Verbindingen gelijkwaardig alternatief, ook als de Concessiehouder reeds met andere Lijnen aan de eisen ten aanzien van de bediening van de betreffende Kernen voldoet. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om de eisen ten aanzien van de bediening van de betreffende Kern te verlagen ten opzichte van het bepaalde in Tabel 1.
2.6.9
De Concessiehouder ondersteunt elke Buurtbusvereniging in het Concessiegebied bij het jaarlijks opstellen van de Dienstregeling voor de betreffende Buurtbuslijn(en) inclusief Route en halteplaatsen, alsmede bij het maken van inzetroosters (zie ook eis 9.4.1). De Concessiehouder stemt zijn Dienstregeling tijdig af met de Buurtbus verenigingen, opdat zij tijdig advies kunnen uitbrengen over eventuele wijzigingen in de Dienstregeling die hun Buurtbuslijn(en) raken.
2.6.10
In geval van geschillen tussen de Concessiehouder en een Buurtbusvereniging treden de Concessiehouder, de Concessieverlener en de desbetreffende Buurtbusvereniging in overleg. Wanneer dit overleg niet tot overeen stemming leidt, neemt de Concessieverlener de eindbeslissing over het geschil.
2.7 Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen In aanvulling op reguliere Lijnen (dat wil zeggen, Lijnen zoals beschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.6) biedt de Concessiehouder in ieder geval een aantal vaste Ritten op Verbindingen die gericht zijn op specifieke doelgroepen. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder bij het opstellen van de Dienstregeling de belangen van de betref fende doelgroepen behartigt en waar relevant afspraken maakt met de betreffende instellingen (scholen, werkgevers, etc.). De Concessieverlener heeft daarbij als ambitie dat deze Lijnen op termijn waar mogelijk geïntegreerd worden in het aanbod aan reguliere Lijnen en/of uitgevoerd worden door andere concessiehouders. De Concessieverlener is concreet in gesprek met de provincie Flevoland om de afspraken over de bediening van de huidige lijn 650 te herzien. Op de Verbinding met de Energie&Health-Campus in Petten heeft de Concessieverlener de wens om het succesvolle huidige bedieningsconcept met per richting een halfuurdienst op de snelle of de langzame Route te continueren.
Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen 2.7.1
2.7.2
2.7.3
De Concessiehouder biedt op de onderstaande Trajecten een Overige lijn die op de behoefte van scholieren dan wel werknemers is afgestemd en met in ieder geval het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025, tenzij de bestemming waarvoor de Overige lijn bedoeld is, verplaatst of beëindigd wordt, de Concessie verlener andere afspraken met een andere concessieverlener maakt, of de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject
Lijnnummer Jaardienstregeling 2025
Bergen, Europese School – Alkmaar station
606
Wervershoof, gemeentehuis – Andijk – Enkhuizen station – Lelystad station centrum
650
Haarlem station → Cruquius SpaarneWerkt
567
Haarlem station → Cruquius SpaarneWerkt
568
Cruquius SpaarneWerkt → Haarlem station
569
De Concessiehouder biedt op het volgende Traject een Overige lijn die de behoefte van scholieren is afgestemd met per dag ten minste het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2023, tenzij de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject
Lijnnummer Jaardienstregeling 2023
Kreileroord – Wieringerwerf – Middenmeer – Nieuw Niedorp, transferium – Winkel – Schagen
653
De Concessiehouder biedt op het volgende Traject met een Overige lijn ten minste het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025, tenzij de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject
Lijnnummer Jaardienstregeling 2025
Petten Energy&Health-Campus – Alkmaar station
151 / 251
Het is de Concessiehouder toegestaan om het huidige dienstregelingsconcept te continueren in de vorm van een gecombineerde Basisverbinder (via Schoorl en Petten) en Overige lijn.
17
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
Provincie Noord-Holland
2.8 Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam De Concessieverlener beoogt om in samenwerking met de Vervoerregio Amsterdam in het kader van de BRT-Visie op termijn extra OV-verbindingen per Bus tussen bestemmingen in Haarlem en in Amsterdam aan te bieden (zie ook paragraaf 2.14). Vooruitlopend op de realisatie van deze Verbindingen introduceert de Concessieverlener in 2025 een Verbinding tussen IJmond, Haarlem Noord en Amsterdam Zuid (werktitel: lijn 244) die al eerder geëxploiteerd werd (voor 2020). De Concessieverlener heeft als doel om deze Lijn structureel in de Dienstregeling op te nemen en op termijn als Lijn aan te bieden die tijdens de hele bedieningsperiode rijdt. Daarom eist de Concessieverlener dat de Concessie houder de bediening van het Traject in ieder geval continueert. Daarnaast is het de Concessiehouder toegestaan om een nieuwe Lijn op het Traject naar Schiphol Airport Plaza (zonder verdere Haltes buiten het Concessiegebied) met een beperkt bedieningsniveau aan te bieden. Voor de Lijnen op deze Trajecten is het de Concessiehouder toegestaan om voor Reizigers interessante doorkoppelingen met andere Lijnen in het Concessiegebied te realiseren, tenzij dit ten koste gaat van de begrijpelijkheid van het Lijnennet. Op overige Trajecten opgenomen in de BRT-Visie is het de Concessiehouder vooralsnog niet toegestaan een Lijn aan te bieden.
De Concessieverlener wil hiermee voorkomen dat het aanbod aan nieuwe Lijnen op deze Trajecten ten koste gaat van het bedieningsniveau in het Concessiegebied.
Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam 2.8.1
De Concessiehouder biedt op het onderstaande grensoverschrijdende Traject een Lijn aan waarbij de in onderstaande tabel opgenomen minimale en maximale bedieningseisen van toepassing zijn: Traject
Minimaal aanbod
Maximaal aanbod
IJmond (Beverwijk of IJmuiden)* – Haarlem Delftplein – Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Amsterdam Amstelveenseweg – Amsterdam Zuid
Streeksprinter**
Stadsprinter (geen hogere frequenties dan de minimumfrequenties zoals opgenomen in Tabel 4)**
* Het is de Concessiehouder toegestaan om de Beginhalte van de Lijn binnen IJmond te veranderen ten opzichte van de lijn zoals die in de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregelingjaar 2028 wordt aangeboden, mits de Lijn in ieder geval óf de Halte Beverwijk, station óf de Halte IJmuiden, Plein 1945, bedient. ** De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om tijdens de looptijd van de Concessie in het kader van de eventuele uitrol van BRT-lijnen op het Traject tussen Haarlem Nieuw-Zuid en bestemmingen in Amsterdam het minimaal vereiste en/of maximaal toegestane aanbod naar boven bij te stellen. 2.8.2
De Concessiehouder mag op het volgende grensoverschrijdende Traject een Lijn aanbieden waarbij in dat geval de in onderstaande tabel opgenomen minimale en maximale bedieningseisen van toepassing zijn: Traject
Minimaal aanbod
Maximaal aanbod
Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Schiphol Airport Plaza (geen bediening van overige Haltes buiten het Concessiegebied toegestaan)
Geen bedieningseis
4 Ritten per uur per richting tijdens de Spits en 2 Ritten per uur per richting tijdens overige bedieningsperiodes zoals opgenomen in Tabel 3
De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om tijdens de looptijd van de Concessie in het kader van de eventuele uitrol van BRT-lijnen op het Traject tussen Haarlem Nieuw-Zuid en bestemmingen in Amsterdam het maximaal toegestane aanbod op het bovenstaande Traject naar boven bij te stellen. 2.8.3
Het is de Concessiehouder toegestaan om: • Een Lijn genoemd in eisen 2.8.1 en 2.8.2 te koppelen aan een andere Lijn binnen het Concessiegebied, niet zijnde een R-netlijn of een Stadsprinter, en • De Lijn genoemd in eis 2.8.1 uit te voeren als uitloper van een R-netlijn of een Stadsprinter of uit te voeren als een Stadsprinter, mits de Concessiehouder het maximale aanbod biedt zoals opgenomen in eis 2.8.1.
18
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
Provincie Noord-Holland
2.9 Vervoeraanbod op Texel Gezien de unieke kenmerken van de behoeften aan vervoer en het reisgedrag van, naar en op het eiland Texel, stelt de Concessieverlener specifieke eisen aan het vervoeraanbod op dit eiland. De eisen aan de bediening en ontsluiting van Kernen zoals opgenomen in voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn daarom niet van toepassing op Texel. Uitgangspunt voor de eisen aan het vervoeraanbod op Texel is dat alle plaatsen op Texel over reismogelijkheden beschikken die Aansluiting bieden op alle afvaarten van de veerdienst van en naar Den Helder. Op het Traject tussen De Koog, Den Burg en de Veerhaven blijft daarbij bediening met een vaste Lijn verplicht. Daarnaast biedt de Concessie houder net als in de huidige situatie met de Texelhopper een vraagafhankelijk vervoersysteem aan. Dit systeem is opgezet als Vraagafhankelijk Vervoer van en naar de de Haltes Den Burg, Elemert/Centrum en ’t Horntje, Veerhaven. Hierdoor wordt het vervoer efficiënter georganiseerd en de betrouwbaarheid voor Reizigers verhoogd. Tegelijkertijd wordt het niveau aan Openbaar Vervoer gelijkwaardiger aan het niveau in de rest van het Concessiegebied. De Concessiehouder mag daarbij de productnaam Texelhopper continueren of voor een alternatieve naam kiezen. De Concessiehouder mag daarnaast reismogelijkheden met het Vraagafhankelijke Vervoer vervangen door Ritten met een vaste Lijn.
Vervoeraanbod van, naar en op Texel 2.9.1
De eisen in paragrafen 2.2 tot en met 2.8 zijn niet van toepassing voor de ontsluiting en bediening van Texel met Openbaar Vervoer.
2.9.2
De Concessiehouder biedt in ieder geval: a. een Lijn met ten minste het bedieningsniveau van een Basisverbinder zoals opgenomen in Tabel 3 en Tabel 4 aan op het Traject De Koog, Nikadel – Den Burg, Elemert/Centrum – ’t Horntje, Veerhaven die in beide richtingen Aansluiting biedt op de reguliere afvaarten (één afvaart per uur per richting) van de veerverbinding van en naar Den Helder; en b. een Lijn met ten minste het bedieningsniveau van een Basisverbinder zoals opgenomen in Tabel 3 en Tabel 4 aan op het Traject Den Helder station – Den Helder Steiger TESO die in beide richtingen Aansluiting biedt op de reguliere afvaarten (één afvaart per uur per richting) van de veerverbinding van en naar Texel.
2.9.3
De Concessiehouder biedt: a. op de Lijn tussen De Koog en ’t Horntje zoals genoemd in eis 2.9.2, sub a, een aanvullende Rit op het Traject Den Burg, Elemert/Centrum – ’t Horntje, Veerhaven die Aansluiting biedt op elke extra afvaart van de veerverbinding van en naar Den Helder (elke afvaarten bovenop één afvaart per uur per richting). Het is de Concessiehouder toegestaan om deze Ritten vanuit/op andere plaatsen te laten beginnen/eindigen dan Den Burg, Elemert/ Centrum en deze Ritten onder een ander Lijnnummer als een Overige lijn te exploiteren, mits de Lijn de snelste Route tussen Den Burg, Elemert/Centrum en ’t Horntje, Veerhaven volgt; en b. op de Lijn tussen Den Helder station – Den Helder Steiger TESO zoals opgenomen in eis 2.9.2, sub b, een aanvullende Rit die Aansluiting biedt op elke extra afvaart van de veerverbinding van en naar Texel (elke afvaart bovenop één afvaart per uur per richting).
2.9.4
De Concessiehouder biedt in aanvulling op de Lijn(en) als bedoeld in eisen 2.11.2 en 2.11.3 Vraagafhankelijk Vervoer met vaste vertrek- en aankomsttijdstippen bij de Haltes Den Burg, Centurm/Elemert en ’t Horntje, Veerhaven aan dat voldoet aan de volgende eisen:
a.
Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt reismogelijkheden tussen de Halte Den Burg, Centrum/Elemert (huidig haltenummer 13) of respectievelijk ’t Horntje, Veerhaven (huidig haltenummer 1) en de volgende Haltes: Kern
Haltenaam
Haltenummer
De Cocksdorp
De Krim
108
De Cocksdorp
Molenlaan
110
De Cocksdorp
Vuurtoren
121
De Cocksdorp
Landal Sluftervallei
117
De Cocksdorp
De Muy
126
De Waal
Hotel de Waal
88
Den Hoorn
Anja’s Hoeve
62
Den Hoorn
Bonte Belevenis
59
Den Hoorn
De Naal
54
Oosterend
De Bijenkorf
189
Oudeschild
Bierbrouwerij
69
Oudeschild
Heemskerckstraat
73
Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt geen reismogelijkheden tussen deze Haltes onderling.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
19
Provincie Noord-Holland
Vervoeraanbod van, naar en op Texel b.
Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt voor elke Verbinding zoals genoemd onder sub a minimaal één reismogelijkheid per uur vanaf elke Halte van het Vraagafhankelijk Vervoer die Aansluiting biedt op alle reguliere afvaarten vanaf de eerste tot en met de laatste afvaart van de veerverbinding naar den Helder (al dan niet met overstap op Den Burg, Centrum/Elemert) kunnen bereiken en vice versa. Hiervoor biedt het Vraagafhankelijk Vervoer in beide richtingen een Aansluiting en een Aansluitgarantie op de Lijn tussen Den Burg en ’t Hoorntje, Veerhaven zoals genoemd in eis 2.9.2 sub a.
c.
Het is de Concessiehouder toegestaan om reismogelijkheden met het Vraagafhankelijk Vervoer te vervangen door Ritten met een Overige lijn die voldoen aan het bepaalde in eis 2.9.3.
d.
Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt zowel in de richting De Koog als in de richting Veerhaven Aansluiting op de Lijn zoals bedoeld in eis 2.9.2 sub a, waarbij de Concessiehouder uitgaat van een overstaptijd van minimaal 2 en maximaal 10 minuten.
e.
De Concessiehouder voldoet aan de eisen 2.11.3 en 2.11.4.
g.
De Concessiehouder hanteert een Schaduwdienstregeling voor het Vraagafhankelijk Vervoer en stelt de Schaduw dienstregeling als open data beschikbaar conform de ‘Concessiebijlage datasets OV’ of diens opvolger(s).
2.10 Nachtlijnen De huidige Nachtlijnen bieden op dagen met veel sociaal-recreatief vervoer in de late en vroege uren van de dag een belangrijke bijdrage aan de bereikbaarheid van het Concessiegebied. De Concessieverlener stelt daarom continuering van drie van de huidige Nachtlijnen verplicht. De Nachtlijn tussen Alkmaar en Den Oever is als facultatieve Nacht lijn opgenomen.
Nachtlijnen 2.10.1
2.10.2
De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten een Nachtlijn en per Nachtlijn ten minste het aantal Ritten per dag zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025: Traject
Lijnnummer Jaardienstregeling 2025
IJmuiden – Driehuis – Haarlem station – Haarlem Nieuw-Zuid – Hoofddorp station – Schiphol Airport Plaza – Schiphol Noord – Amstelveen busstation – Amsterdam Bijlmer Arena
N30
Alkmaar station – Alkmaar Kanaalkade – Stad van de Zon – Heerhugowaard Stadshart – Heerhugowaard Schildersbuurt
N60
Amsterdam Elandsgracht → Halfweg-Zwanenburg station → Haarlem Nieuw-Zuid → Haarlem station → Velserbroek centrum → Beverwijk station
N80
De Concessiehouder mag op het volgende Traject een Nachtlijn aanbieden, in welk geval hij ten minste het aantal Ritten per dag aanbiedt zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025: Traject
Lijnnummer Jaardienstregeling 2025
Alkmaar station - Langedijk - Nieuwe Niedorp transferium – Middenmeer Alkmaarseweg - Wieringerwerf Motel - Den Oever transferium
N50
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
20
Provincie Noord-Holland
2.11 Vraagafhankelijk Vervoer In de Visie Publieke Mobiliteit heeft de Concessieverlener de ambitie uitgesproken om overal in het Concessiegebied dagelijks van 6.00 tot 1.00 uur een vorm van Publieke Mobiliteit aan te bieden. Met de eisen in dit hoofdstuk vult het Openbaar Vervoer per Bus, aangevuld met het aanbod aan openbaar vervoer verzorgd door andere concessiehouders, deze ambitie voor een groot deel in met uitzondering van (gedeelten van) zeer kleine Kernen waarvoor geen bedienings eis geldt en voor perioden aan de randen van de dag. De Concessieverlener heeft daarom de wens om voor deze (delen van) Kernen en perioden op termijn een andere vorm van Publieke Mobiliteit aan te bieden. Daarbij is Vraag afhankelijk Vervoer uitgevoerd door de Concessiehouder een optie. Het is de Concessiehouder daarom toegestaan om aanvullend op zijn Lijnennet Vraagafhankelijk Vervoer aan te bieden, mits de Concessiehouder aan de voorwaarden voldoet die het Vraagafhankelijke Vervoer een alternatief voor Reizigers maakt.
Vraagafhankelijk Vervoer 2.11.1
Het is de Concessiehouder toegestaan om Vraagafhankelijk Vervoer tussen Haltes aan te bieden.
2.11.2
De Concessiehouder biedt vanaf en naar elke Halte die hij bedient met Vraagafhankelijk Vervoer minimaal één Reismogelijkheid per uur: • van en naar een Halte die met een Lijn bediend wordt, en/of • van en naar een Knooppunt.
2.11.3
De Concessiehouder neemt alle Reismogelijkheden met Vraagafhankelijk Vervoer als Ritten in de Dienstregeling op. Voor alle Ritten van Vraagafhankelijk Vervoer gelden de eisen omtrent Punctualiteit en Rituitval zoals opgenomen in hoofdstuk 4.
2.11.4
De Concessiehouder zorgt ervoor dat: • Reizigers een Rit met het Vraagafhankelijk Vervoer telefonisch, via de website en per app kunnen reserveren; • de minimale aanmeldtijd voor een te reserveren Rit met het Vraagafhankelijk Vervoer maximaal 45 minuten bedraagt, en • aan Reizigers bij het aanmelden een ophaaltijdstip gemeld wordt.
2.11.5
De Concessiehouder brengt voor Ritten met het Vraagafhankelijk Vervoer maximaal het OV-tarief in rekening en brengt in geval van een overstap van of naar een Lijn de Vaste Voet niet twee keer in rekening.
2.12 Vervoerplan en Dienstregeling De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder elk jaar inspeelt op de verdere ontwikkeling van het aanbod aan Openbaar Vervoer passend bij de doelen van de Concessie en daarbij rekening houdt met nieuwe verwachte en onverwachte ontwikkelingen. De Concessiehouder stelt hiertoe voor elk Dienstregelingjaar een Vervoerplan op waarop hij vervolgens zijn Dienstregeling baseert. De Concessieverlener stelt daarbij nadere eisen aan de inhoud van het Vervoerplan en de opzet van de Dienstregeling.
Vervoerplan en Dienstregeling 2.12.1
Ieder jaar stelt de Concessiehouder een concept-Vervoerplan op en doorloopt vervolgens de Dienstregelings procedure (Bijlage 3.1). In het Vervoerplan evalueert de Concessiehouder de ontwikkelingen in het afgelopen jaar in het licht van de doelen van de Concessie het afgelopen Dienstregelingjaar en beschrijft en motiveert hij voorstellen voor de Dienstregeling van het eerstvolgende Dienstregelingjaar. De Concessiehouder besteedt daarbij aandacht aan de verschillende kenmerken van het Openbaar Vervoer per regio van het Concessiegebied zoals opgenomen in het document Vervoerkundige Kader in Bijlage B2 en baseert zijn voorstellen in ieder geval op: • De ontwikkeling van de bereikbaarheid van het Concessiegebied met het Openbaar Vervoer en het gebruik van het Openbaar Vervoer; • De te verwachten ontwikkelingen in de behoeften van Reizigers op basis van de resultaten van behoefteonderzoek onder (potentiële) Reizigers; • De te verwachten ontwikkelingen in het aantal Reizigers; • Een inventarisatie van voorstellen en wensen van Stakeholders zoals het ROCOV, Gemeenten en overige relevante organisaties; • Een analyse van het gebruik van het bestaande openbaar vervoeraanbod; • Een analyse van demografische, infrastructurele, ruimtelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen; • Eventuele aanvullende eisen en wensen van de Concessieverlener en eventuele Derden ten aanzien van lijnvoering,
bedieningstijden en frequenties, de ontwikkelmogelijkheden van het Openbaar Vervoer behorend tot de Concessie. • De Concessieverlener kan in enig jaar de Concessiehouder verzoeken specifiek aandacht te besteden aan één of meer van de genoemde onderwerpen.
2.12.2
Het is de Concessiehouder toegestaan om in zijn Vervoerplan voorstellen te doen voor nieuwe Haltes of het laten vervallen van Haltes. Hierover zal vervolgens overleg plaatsvinden tussen de Concessieverlener, de Concessiehouder en de betreffende Wegbeheerder(s). De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om voorstellen voor het plaatsen van nieuwe Haltes af te wijzen indien de Concessiehouder de realiseerbaarheid en/of meerwaarde van de betreffende Halte niet ten genoegen van de Concessieverlener aantoont.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
21
Provincie Noord-Holland
Vervoerplan en Dienstregeling 2.12.3
Jaarlijks stelt de Concessiehouder op basis van het door de Concessieverlener vastgestelde Vervoerplan een Dienst regeling op. De Concessiehouder zorgt dat de Dienstregeling voor ieder Dienstregelingjaar, net als het onderliggende Vervoerplan, voldoet aan de eisen uit dit Programma van Eisen.
2.12.4
De ingangsdatum van de Dienstregeling van ieder Dienstregelingjaar valt samen met de ingangsdatum van de Dienstregeling voor het Hoofdrailnet (Trein), tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder anders zijn overeengekomen. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij (tijdelijke) ingrijpende wijziging van het wegennet en/of businfrastructuur, waaronder de ingebruikname van Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid, kunnen de Concessieverlener en de Concessiehouder gezamenlijk besluiten tot een tussentijdse wijziging van de Dienstregeling.
2.12.5
De Concessiehouder zorgt ervoor dat de Dienstregeling van alle Lijnen voor Reizigers makkelijk te begrijpen en te onthouden is. Dat houdt in ieder geval in dat Ritten van elke Lijn in elke richting gelijkmatig over het uur verdeeld zijn en voor zover mogelijk geen verspringingen in patroontijden tussen bedieningsperiodes en dagen van de week plaatsvinden.
2.12.6
Op Koningsdag biedt de Concessiehouder minimaal de Dienstregeling zoals op een zaterdag aan. In de nachten voorafgaand aan en volgend op Koningsdag geldt minimaal de Dienstregeling voor de nacht van vrijdag op zaterdag.
2.12.7
Op de overige, algemeen erkende Feestdagen (Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag) biedt de Concessiehouder minimaal de Dienstregeling zoals op een zondag aan. Op Oudjaarsavond is het de Concessiehouder toegestaan om na 20:00 uur geen Openbaar Vervoer aan te bieden.
2.13 Aanbod tijdens Vakanties en seizoensgebonden aanbod Tijdens vakantieperiodes is het reisgedrag van, naar en binnen het Concessiegebied op veel plekken anders. Meer Reizigers maken gebruik van Verbindingen naar met name Kustplaatsen en andere sociaal-recreatieve bestemmingen, terwijl minder Reizigers met werk- of school gerelateerde doeleinden reizen. Daarom biedt de Concessieverlener de Concessiehouder de ruimte om zijn aanbod aan Openbaar Vervoer tijdens bepaalde weken aan te passen. De Concessie verlener hanteert daarbij als uitgangspunt dat het aanbod op de Lijnen behorende tot het kernnetwerk (R-netlijnen, Stadsprinter, Streeksprinter, Wijkverbinder, Basisverbinder, Maatwerkverbinder) zo min mogelijk wijzigt en ieder geval niet op alle Verbindingen met Kustplaatsen. Daarnaast stelt de Concessieverlener aanvullende eisen aan extra bediening op Trajecten met Kustplaatsen.
Vakanties en seizoensgebonden aanbod 2.13.1
Het is de Concessiehouder toegestaan om tijdens de herfstvakantie (maximaal één week), kerstvakantie (maximaal twee weken), voorjaarsvakantie (maximaal één week) meivakantie (maximaal twee weken) en/of zomervakantie (maximaal zes weken) van het voortgezet onderwijs in de regio Noord een Vakantiedienstregeling aan te bieden die afwijkt van de Jaardienstregeling. De Concessiehouder beschrijft en motiveert zijn keuze voor het hanteren van een Vakantiedienstregeling tijdens specifieke vakanties in zijn Vervoerplan.
2.13.2
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om op Lijnen die een Kustplaats bedienen, in zijn Vakantiedienstregeling lagere frequenties dan in de Jaardienstregeling opgenomen aan te bieden. Als uitzondering op deze eis geldt dat de Concessiehouder in de Vakantiedienstregeling wel de frequenties in de Spits (zoals gedefinieerd in Tabel 3) mag verlagen naar de frequenties buiten deze periode. Als Kustplaatsen zijn de volgende Kernen gedefinieerd: • Callantsoog • Petten • Egmond aan Zee • Wijk aan Zee • IJmuiden aan Zee • Bloemendaal aan Zee • Zandvoort aan Zee
2.13.3
De Concessiehouder biedt op de Lijn die het verplichte Traject Zandvoort aan Zee – Bloemendaal aan Zee – Overveen – Haarlem Nieuw Zuid (zie eis 2.5.4) bedient, tijdens de zomervakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Noord een bedieningsniveau dat voldoet aan de eisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een Stadsprinter zoals opgenomen in Tabel 4.
2.12.4
Het is de Concessiehouder toegestaan om tijdens de zomervakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Noord het Traject Bergen – Bergen aan Zee te bedienen met een uitloper van de verplichte Verbinding tussen Alkmaar en Bergen waarbij frequenties en bedieningstijden van deze uitloper vergelijkbaar zijn met die van de huidige kustbuslijn 866.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
22
Provincie Noord-Holland
2.14 Vervoerkundige ontwikkeling gedurende de Concessie De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder in het kader van zijn ontwikkelrol het netwerk aan Openbaar Vervoer tijdens de looptijd van de Concessie verder verbetert in lijn met de doelen van de Concessie en daarbij binnen de kaders van de Concessieverlener een proactieve rol in de samenwerking met overheden en belangrijke organen zoals het ROCOV en lokale initiatieven inneemt. Daarbij hoort ook de realisatie van nieuwe Verbindingen tussen bestemmingen in Haarlem en in Amsterdam in lijn met de BRT-Visie (zie ook paragraaf 2.9). De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder zijn medewerking verleent aan onderzoek naar deze Verbindingen, daarbij samenwerkt met de Concessieverlener en de Vervoerregio Amsterdam, en indien door de Concessieverlener gevraagd, nieuwe Lijnen opneemt in de Concessie.
Vervoerkundige ontwikkeling 2.14.1
De Concessiehouder ontwikkelt gedurende de looptijd van de Concessie het aanbod aan Openbaar Vervoer in lijn met de doelen van de Concessie en de ontwikkelperspectieven Noord-Holland Noord en Zuid-Kennemerland IJmond en stemt het aanbod aan Openbaar Vervoer in overleg met de Concessieverlener, Gemeenten, de Vervoerregio Amsterdam, het ROCOV, scholen en andere Stakeholders af met ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen op het gebied van Publieke Mobiliteit. Daarbij vervult de Concessiehouder waar door de Concessieverlener gewenst een proactieve rol in de samenwerking met bijvoorbeeld overige concessiehouders en aanbieders van Flexvervoer, wmo-vervoer en lokale initiatieven.
2.14.2
De Concessiehouder verleent medewerking aan de ontwikkeling en exploitatie van nieuwe Verbindingen per Bus op de A9-corridor tussen Haarlem en Amsterdam in het kader van de BRT-Visie. Dit betreft naast de Verbindingen genoemd in de eisen 2.8.1 en 2.8.2 een eventuele nieuwe Verbinding op het Traject Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Amsterdam Lelylaan station. De Concessieverlener behoudt zich daarbij het recht voor om aanvullende eisen aan de Concessiehouder te stellen ten aanzien van minimale en maximale frequenties en bedieningstijden op de betreffende Verbindingen en voor de invulling van deze eisen een apart budget beschikbaar te stellen.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
23
Provincie Noord-Holland
3. INFRASTRUCTUUR De kwaliteit van het Openbaar Vervoer zoals Reizigers die ervaren wordt mede bepaald door de Infra structuur waar het Openbaar Vervoer gebruik van maakt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan vrij liggende busbanen en de locatie en inrichting van Haltes, maar ook aan de werkplaatsen en pauzevoorzieningen die belangrijk zijn voor een goede uitvoering van het Openbaar Vervoer. De overgang naar ZeroEmissiebusvervoer vraagt daarnaast om de tijdige beschikbaarheid van Energievoorzieningen en Laadinfrastructuur. Hoewel niet alle aspecten van de Infrastructuur zichtbaar zijn voor Reizigers, zijn ze wel stuk voor stuk van belang om een goed functionerend Openbaar Vervoersysteem te faciliteren. Om alle onderdelen van de Infrastructuur goed te organiseren is nauwe samenwerking tussen de Concessiehouder, de Concessieverlener en betrokken Stakeholders, waaronder in het bijzonder Wegbeheerders, een vereiste.